2012 Thema Idealen en Ambities

specials.han.nl
  • No tags were found...

2012 Thema Idealen en Ambities

financieel gezien niet in en bovendien had nog niemandin de familie dat gedaan. Zeker geen HBS of Gymnasium.Het duurde dan veel te lang voor je kon gaan werken.Gelukkig wist ik dat de MULO ook in 3 jaar kon en dat jedaarmee eventueel ook naar de Kweekschool kon. Gelukkigdat het schoolhoofd mijn vader wist te overtuigen.In het begin was het erg wennen. Alles was vreemd. Maardaarna groeide, vooral dank zij de klassenleraar, het zelfvertrouwenen ging het steeds beter, zelfs uitstekend. Ophet einde speelde opnieuw de kwestie: gaan werken ofnaar de Kweekschool? Om tot de Kweekschool toegelatente worden, moest je eerst een uitgebreid selectieonderzoekdoen. Eerst maar eens kijken hoe dat zou aflopen. Daarnazouden we wel verder zien. Ik kwam heel goed doorde selectie en werd toegelaten. Maar ik moest wel op hetinternaat (‘intern‘) komen, want ik “moest later met allesoorten mensen kunnen omgaan”. Mijn ouders waren inmiddelsal een beetje gewend aan het idee dat ik naar deKweekschool zou willen gaan, maar zagen het, terecht, alsfinancieel onhaalbaar. Je kon wel een studiebeurs krijgenals je tenminste een 7 gemiddeld haalde (en dat hoefdevolgens de directeur van de Kweekschool geen enkel probleemte vormen), maar dat was geen oplossing. Schuldenmaken kon niet. Gelukkig ontdekte ik dat je niet hoefdeterug te betalen als je ook werkelijk een aantal jarenin het onderwijs zou werken. Daarmee lag de weg open!Na de Kweekschool meteen ’voor de klas‘, natuurlijk inachterstandsituaties. Eerst in een afgelegen plattelandsgebied,daarna in een wijk met relatief veel probleemgezinnenen dito kinderen. Prachtige jaren. Je kon jeidealen in praktijk brengen! Wat je zelf als kind bij diemeester op de lagere school ervaren had, herkende je hier.Op zoek naar verdieping ging ik naast mijn baan als onderwijzerpedagogiek studeren. Opnieuw met het accent opachterstand en milieu maar ook op ontwikkelingspsychologie.Een ontdekking! Goed onderwijs begint bij interessein de ontwikkeling van kinderen en met diepgaand inzichtin ontwikkelings- en leerprocessen van kinderen. Piaget enVygotsky werden mijn grote leermeesters.De bal rolde verder. De behoefte groeide om de opgedane05


ervaring en inzichten breder in te zettent.b.v. het onderwijs. De stap naarleraar pedagogiek/psychologie aaneen Opleidingsschool voor Kleuterleidsterswas snel gezet. Bijdragen aan devorming van toekomstige leerkrachtendoor de interesse te voeden in hoe verschillendkinderen zijn, hoe ze zich ontwikkelen,en hoe je de omstandighedencreëert en zo met ze om kunt gaan datze hun capaciteiten zo goed mogelijkontwikkelen. Leren inzien dat je ontwikkelingniet kunt forceren, maar welstimuleren door kinderen op het juistemoment verder te helpen. Het grasgroeit nu eenmaal niet harder door eraan te trekken, maar wel door een rijkevoedingsbodem.Eigenlijk heeft zich deze verbreding vaninvloedsfeer steeds doorgezet. Al snelkwam ik in de directie van de Opleidingvoor Kleuterleidster; bij de fusie met dePedagogische Academie tot PABO werdik directeur, een functie, die ik ook bijde verdergaande fusies tot uiteindelijkde Educatieve Faculteit van de HANsteeds opnieuw vervulde. In deze positiewerkte je samen met je team van geïnspireerdemensen met alle kracht aande vernieuwing en verbetering van hetopleidingsonderwijs, om daarmee bijte dragen aan de realisering van goedonderwijs voor alle kinderen. Bij de (katholieke)Opleiding voor Kleuterleidsteren de PABO kwam daar ook bijzondereaandacht bij voor de levensbeschouwelijkeidentiteit vanuit de rijke waardenvan de katholiek/christelijke traditie.Bij de fusie tot de HAN is deze bijzondereeigen identiteit vastgelegd in destatuten. Dit om te waarborgen dat ookdit aspect van het ideaal van goed onderwijszijn kansen zou behouden binneneen grote organisatie waarbinnende voordelen van grootschaligheid enkleinschaligheid gecombineerd kunnenworden.De laatste stap in mijn loopbaan, debenoeming tot directeur van het nieuwop te richten Service Bedrijf met daarinde HAN-brede bundeling van alle ondersteunendediensten, was in eersteinstantie ook voor mijzelf een verrassende.Een onderwijsman in hart ennieren die zich bezig ging houden metde ondersteunende processen? Ook hierwerd ik echter gedreven door de wil bijte dragen aan de realisering van goedonderwijs. Juist door alle ervaringenmet pogingen tot verbetering van hetonderwijs was het besef gegroeid vanhet grote belang van een goede ondersteunendedienstverlening. Zonder datis goed onderwijs niet mogelijk.Idealen veranderen niet. Als een rodedraad door mijn loopbaan loopt hetstreven een bijdrage te leveren aangoed onderwijs voor ieder kind. Watbegonnen is met ervaringen als kind opschool en thuis heeft zich alleen steedsverder en breder geëvolueerd. Maarsoms was er wel heimwee naar die klasmet ’moeilijke‘ kinderen. Daar ging hetuiteindelijk steeds om.Louis Pullens, oud-directeur vanPabo Groenewoud06


Dromen.Op de Pabo ontbrak het mij niet aan dromen. Een tijd waarinik studentencabaret maakte met Sjoerd. Ik had een rood boekjewaarin ik meestal tijdens de lessen grappige voorvallen,opvallende gebeurtenissen en leuke ingevingen opschreef, omdeze vervolgens te gieten in een cabaretprogramma dat steevastgoed werd ontvangen. Het was heel concreet werken aaneen droom. Daarnaast zat ik met de regelmaat van de klok,en dan op diezelfde klok ook nog vrij lang achter elkaar, in depub minder concreet te werken aan die dromen. En daarbijstudeerde ik ook nog.Een tijd waarop ik met veel plezier terugkijk. Een tijd die megevormd heeft en een periode waarin voor mijn gevoel allesmogelijk was. Ook de toekomst was een droom. Totdat ik in devierde van de Pabo auditie deed voor de kleinkunstacademieen de tweede ronde niet doorkwam. Boem, reality check!We zijn nu twaalf jaar verder, ik sta nog steeds op het toneel,maar (nog steeds) niet beroepsmatig. Een droom die ik kennelijktoch niet zo sterk ambieerde als ik toen dacht. Mijn dromenzijn ook schaarser geworden, althans ’s nachts, want ik hebtwee kleine kinderen die mij zeer effectief bij de realiteit vande nacht weten te houden.Ik merk dat mijn dromen zich dan ook minder richten op mijneigen toekomst, ik droom een breder scala aan onderwerpen(en dat in mindere zuivere droomtijd…). Mijn dromen gaan,hoe clichématig ook, vaak over mijn gezin: mijn kinderen enmijn vriendin. Over wat we samen gaan ondernemen op korte,maar ook op langere termijn. Hoe Fien en Jet later terechtzullen komen, wat hun interesses worden, hoe Floor en ik over30 jaar samen het leven beleven, et cetera.Het dromen zit in de aard van dit beestje, en hoewel ik nietaltijd even efficiënt die dromen weet te verwezenlijken, doeik een aardige poging. Zo ben ik het schrijven van teksten enliedjes steeds interessanter gaan vinden en zie ik dat ook eensteeds groter onderdeel worden van mijn dagelijkse praktijknu en in de toekomst. Dat heeft inmiddels geresulteerd in eencd met liedjes uit voorstellingen van de afgelopen tien jaar.Daarnaast ben ik redactielid geworden van het jenaplanblad‘Mensenkinderen’, waarin ik artikelen van anderen bekijk enbespreek en mijn eigen schrijfsels af en toe uitprobeer.Acda en de Munnik zongen ‘Het leven is wat je gebeurt als jeandere plannen maakt…’ wat zij dan weer van John Lennonhebben geleend. En dat is nou precies waarom dromen zo belangrijkis en dromen zo belangrijk zijn. Zodat je de dingen diegebeuren misschien in het daglicht kunt stellen van je droom.Door de dagelijkse heftige en minder heftige gebeurtenissenword je bepaalde richtingen opgestuurd, maar door je dromente onthouden kun je wellicht enigszins terug op koers komen.En hoe snel je je droom bereikt is niet zo belangrijk, dromenis namelijk leuk en zodra je je droom hebt verwezenlijkt is ieweg...Kees Groosleerkracht groep 6, 7, 8Jenaplanbasisschool ‘de Canadas’, Boxmeer07


Kinderen vanuit verwonderingen verbazing laten lerenVanmiddag heb ik in het kader van ditthemanummer over ‘idealen en ambities’ een gesprek met Hans Thissen,directeur van Jenaplanbasisschool DeLanteerne in Nijmegen. Op weg naarzijn kamer kom ik door de aula, dievorig jaar met de ruimten achter hettoneel is omgebouwd tot een leerplein.De ruimte ziet er kleurrijk uit metspeciaal ontworpen multifunctioneelmeubilair, waar kinderen in groepen énindividueel onderwijs kunnen genieten.En dat doen ze ook!Vorig jaar had ik vernomen dat mendit idee wilde gaan realiseren. Nu hetleerplein sinds de kerstvakantie in werkingis, wil ik meer weten over de visievan waaruit dit leerplein is ontstaanen natuurlijk wil ik ook weten hoe in depraktijk de achterliggende idealen vandit ambitieuze plan functioneren.De Lanteerne is de oudste school vanNijmegen, ze bestaat inmiddels meerdan 150 jaar. De school is toentertijdopgericht door de zusters Dominicanessenvan Neerbosch. In de jaren zestigvan de vorige eeuw heeft de schoolonder leiding van zuster Madeleine gekozenvoor het Jenaplanconcept.Het was toen één van de eerste Jena-planscholen in Nederland.Zuster Madeleine had veel contactmet Suus Freudenthal, die het Jenaplanconceptvan Peter Petersen vanuitJena in Duitsland introduceerde in Nederland.De Lanteerne is ook een van de grootstescholen in Nijmegen: ongeveer 600kinderen verdeeld over 23 stamgroepenen begeleid door 40 groepsleid(st)ers.Mijn gesprekspartner Hans Thissenis hier in 2009 begonnen als directeur.Hiervoor werkte hij 31 jaar inhet voortgezet onderwijs, waarvan delaatste 10 jaar als conrector. In 1998is hij daar begonnen met het Jenaplanconceptvoortgezet onderwijs bijde scholengemeenschap Stevensbeek,locatie Boxmeer. Zijn keuze om te solliciterenvoor directeur van een Jenaplanbasisschoolis vooral ingegevendoor het feit dat het Jenaplanconceptbinnen het basisonderwijs veel verderontwikkeld is, waarbij hij het idee haden heeft dat hij als Jenaplanner hiermeer van zijn ambities en idealen kanwaarmaken.Voordat ik met Hans in gesprek gaover de visie en achtergronden vanhet leerplein zal ik eerst beschrijvenhoe het leerplein is ingedeeld en welkeactiviteiten er kunnen plaatsvinden.Hans leidt me daarvoor rond.Het leerplein is onderverdeeld in:• Een uitvinderij. Hier doen dekinderen proefjes en bedenken zeoplossingen.• Een proeverij. Dit is de plek waarkinderen meten en wegen enkunnen koken en bakken ofrecepten maken.• Wat de aarde ons biedt. Vanuitdeze plek vinden activiteiten plaatsdie te maken hebben met denatuur. Kinderen gaan er ook op uit.• Kijken naar de wereld. Hier kunje een tentoonstelling inrichten.Dit is een plaats waar de wereldbinnengehaald wordt.• Een ruimte met kunst en expositie.Dit is een plaats om creatief bezigte zijn.• Taal, tekens en beelden. Je kunthier aan de slag met foto’s,filmpjes en boeken. Ook de verwerkingvan de gevonden informatievindt hier plaats.• Een plek voor spel en spelen.


Hier vind je een groot speelhuis ener is ruimte voor toneel, dans enspelletjes. Op de vloer kunnenkinderen puzzels maken en bouwen.• Een stilteparadijs. Hier lerenkinderen stilte waarderen bijactiviteiten als luisteren, lezen enyoga.• Een personeelsruimte. Hier ontvangenwe gasten, geven weinstructie of gaan we in gesprek.Alle groepen (onder-, midden- en bovenbouw)spelen en leren iedere week2 uur op het leerplein. Een groep bestaatuit drie stamgroepen van ongeveernegentig kinderen uit een bepaaldebouw. Ze worden begeleid door zesà zeven volwassenen, waarvan ééngroepsleid(st)er die de architect is vanhet leer-/speelarrangement.Hoe zijn jullie op het idee gekomen vaneen leerplein?Een paar jaar geleden moesten we opde Lanteerne 3 fte’s bezuinigen.Toen hebben we gezegd: we kunnenvanuit armoede bezuinigen, dat betekentde groepen groter maken, maarwe kunnen ook creatief gaan wordendoor op een andere wijze te gaangroeperen.Zo ontstond het idee van het leerplein.Het leerplein zien we als een nieuwestap in de ontwikkeling van het Jenaplanconcept:van en met elkaar leren.Dit geldt niet alleen voor de kinderen,maar ook voor hun begeleiders:drie groepsleid(st)ers, studenten,ouders die expertise inbrengen enexperts van buiten.Ook hebben we contacten met de universiteit(TalentenKracht) en docentenvan Pabo Groenewoud.Teamleren staat bij dit alles centraal.Dat kon niet binnen de bestaande gebouwindeling.Je moet letterlijk deruimte creëren waar mensen elkaarkunnen ontmoeten. Dat hebben wegedaan door de aula om te vormen toteen leerplein.Hoe bepalen jullie de inhoud van hetspelen en leren op het leerplein?De eerste pijler is wereldoriëntatie,het hart van het Jenaplanconcept. Wegaan daarbij uit van de ervaringsgebieden:het jaar rond, omgeving en


landschap, maken en gebruiken, techniek,communicatie, samen leven enmijn leven. Hierop zijn de thema’s vanhet leerplein geënt. Dit nodigt kinderenuit om aan de slag te gaan. Daarnaastis er een duidelijke inbreng vande kinderen door het stellen van goedeleervragen en onderzoeksvragen. Dezeattitude bij kinderen kun je o.a. ontwikkelendoor het houden van goedefilosofische kringen. Op deze manierlaten we kinderen vanuit verbazing enverwondering leren en sluiten we aanbij hun intrinsieke motivatie.Oftewel: ons doel is een open mondvan verwondering, een glimlach englinsterende ogen van plezier. We zijnervan overtuigd dat door deze maniervan onderwijs kinderen beter gaanpresteren.sluit nauw aan bij de natuurlijke leergierigheidvan kinderen.Ik geloof dat wanneer kinderen zelfmogen kiezen vanuit hun intrinsiekemotivatie dat dát gelukkiger kinderenmaakt en dat gelukkiger kinderen ookbeter gaan presteren.Vanuit nieuwsgierigheid en verwonderingleren. Dat is eigenlijk de grondgedachte.Het lijkt me een mooie samenvattingvan wat ‘idealen en ambities’ kunnenuitrichten.Ik wil je hartelijk danken dat ik evensamen met jou over dit leerpleinmocht lopen.Peter van HasseltBronnen:• Speciale Editie Nieuwsbrief(mei 2011) en Nieuwsbrief 10(juni 2011)• Website JenaplanbasisschoolDe LanteerneWil je meer hierover weten? Zie:• Both, K. (1997) Jenaplanonderwijsop weg naar de 21 eeuw.Zutphen: NJPV• Cornelissen, F. (2001) Leerlandschappenin de praktijk; JSW-boek28. Baarn: Bekadidact• Oosterheert, I. (2011) Leren overleren; praktische leerpsychologievoor het basisonderwijs.Groningen: Noordhoff• www.jenaplan.nlKlinkt het allemaal niet erg ambitieus?Zeker, maar daarover wilde je toch ookmet me spreken?Met de komst van het leerplein hebbenwe een grote stap gezet om nog beterin te spelen op de talentontwikkelingvan kinderen. Het leerplein daagt leerlingenuit, prikkelt en motiveert hen.Het is een extra plek waar kinderenhun capaciteiten ten volle kunnen ontplooienen benutten. Ook een plaatswaar kinderen hun onbekende talentenkunnen ontdekken. De kinderendenken vooraf na over wat ze willenleren en wat of wie ze daar voor nodighebben. Deze onderzoekende houding


Mijnlevenover20jaardoor kinderenuit gr. 7 vande Lammertsvan Buerenschoolin Zetten12Over 20 jaar?over 20 jaar ben ik 31. ik hoef niet zo’n groot huis. Ikhoop dat ik 2 kinderen krijg een jongen en een meisjeAls huisdier zou ik een hond of een konijn willen. Mijnvriend moet lief zijn voor de kinderen. En het belangrijksteis dat Sam me BF F nog is. Als werk wil ik weljuffrouw worden. De tuin hoeft niet zo groot te zijnmet voor de kinderen een trampoline en een schommeler in. Maar het kan natuurlijk allemaal heel andersaf lopen. Dit was mijn verhaal!!!IrisIk word later DJ voor de radioDaarmee ga ik geld verdienendaarmee ga ik mijn ontwerp voor eenauto op wind energie maken daarnaeen eigen automerk dat wordt mijnautomerk zo populair dat iedereeneen auto van mijn auto merk Wildten ik vraag een patent aan dusals iemand hetzelfde doet als mijklaag ik ze aan daardoor wordt ikheel rijk zo rijk dat ik daar villavan koop en daar in ga wonen. Ik gadaar meer ontwerpen maken voor eenauto en die maken.Hessel


Over twintig jaar ben ik dertigik ben dan klaar met mijn cariereals top tennister. ik heb dan meegedaan met Wimbledon, de US openRoland garros en de Australianopen. Misschien heb ik er een oftwee van gewonnen maar dat isnatuurlijk nog niet zeker. Met hetgeld dat ik heb gewonnen ga ik eenstichting oprichten waar ik geestelijken lichamelijk gehandicapten galeren en helpen sporten. Ik hoop daneen leuke sportieve man gevondente hebben. als ik die heb gevondenwil ik twee kinderen. die ga ik vanafhun tweede jaar leren tennissenzodat ze nog beter worden dan ikooit was. ik wil in een leuk en knushuisje wonen (het liefst in een bos)ik wil een kat hebben die ik borisjega noemen.FemkeOver 20 jaar… Werk ik bij de Porshe-daeler. Ik woonin een mooi huis met 2 slaapkamers en een grootewoonkamer en een mooie tuin. Ik heb een mooie auto(een Subaru Inpresa wxi) dan ga ik ook op reisnaar Canada. En ik hoop daar dan naar de RokkyMaintens gaan en als ik daar dan alles gezien hebvlieg ik vanuit Canada naar Astralië. Als ik daardan ben, maak ik een roodt-trip door Australië.Weer aangekomen in Nederland ga ik weer mijnoude leven opJensOver 20 jaar.Later als ik 31 ben. Dan wil ik niet rijkzijn maar ook niet arm. Ik wil gewoon inzetten blijven wonen. In een klein huisjemet een hond en een paard.Ik zou ook graag 2 kinderen willen. Hetlijkt me leuk daar voor te zorgen. Alshobbie vind ik dansen heel leuk. En ikhoop dat ik later nog beste vriendinnenmet iris wordt. En dat we later vaak metelkaar gaan afspreken.Ik wil later juffrouw worden. Bij groep 4,5, 6. En soms dans les geven.Sam13


Een ongewone ambitieOp een dag, vroeg in de ochtend, neemt Leon de langsteladder en gaat op zoek naar de hoogste boom. Hij wil alzo lang de wolken en de vogels van dichtbij zien, wanthet leek wel alsof de vogels hem riepen.Uit: Godon, Ingrid (2009) Is het nog ver? Amsterdam: Querido.Wat heerlijk om in de ochtend te bedenken dat je een laddergaat pakken om goed hoog te kunnen kijken, omdat je voeltdat vogels je roepen. Een ongewone ambitie waarin eenongewone missie doorklinkt. Voor we daar naar toe gaan,blijven we eerst nog even met beide voeten op de grond.Sinds september 2011 kent Pabo Groenewoud een Stergroep.Het is de taak van de Stergroep om onze missie tetoetsen en voortdurend te verbinden met ons dagelijks handelen.Een missie definieert de bestaansgrond van een organisatieen geeft antwoord op vragen als waarom we doenwat we doen, waarom we bestaan, waar we het allemaalvoor doen, of we de goede dingen doen en of we de dingendie we doen ook goed doen. Dat een missie dus meer is daneen public relations middel, reclame of enkel het gezichtvan een organisatie maken de gestelde vragen duidelijk. Demissie van Pabo Groenewoud is kernachtig verwoord in vijfpunten: het is de persoon die ertoe doet, betrokkenheid opde samenleving, leren met en van elkaar, diepgang en kwaliteiten ruimte om te creëren. De vijf punten zijn geïnspireerddoor de katholieke traditie en geven kernachtig weerwat Pabo Groenewoud voor ogen staat. Hiermee lijkt hetverhaal klaar en het pad keurig aangeharkt. Maar je zou ookkunnen zeggen dat het eigenlijk hier pas echt interessantbegint te worden.Een interessant begin blijkt uit de terugkerende vraag ofde missie door het team gedragen wordt. Maar wat wordtdan bedoeld met gedragen worden? Dat ieder teamlid zicherachter kan scharen? Gaat het daarom of zou het ook omiets anders kunnen gaan? Om meer te kunnen gaan zien,wordt het zo langzamerhand nodig om een paar treden hogerop de ladder te gaan staan. Dit doen we met behulpvan de filosoof Cornelis Verhoeven die in 1980 een boekjeheeft geschreven met de prikkelende titel ´Tractaat over hetspieken´.De vindingrijkheid in manieren om te spieken, door leerlingensoms als laatste redmiddel gebruikt en door leerkrachten metstrenge hand tegengegaan, nodigt uit tot een lach. Verhoevennodigt echter uit het verschijnsel ook serieus te nemenen eens verder te kijken naar wat het vertelt over ons onderwijs.Ik wil enkele gedachten van Verhoeven hier uitlichten. Deeerste gedachte is dat de oersituatie van het onderwijs is enmoet zijn: een deskundige geeft les aan een geïnteresseerde.Deze oersituatie is niet door een andere te vervangen, zij is debasis van de relatie tussen leerling en leraar en van het heleonderwijs. Dit lijkt, zoals Verhoeven zelf zegt, een naïeve omschrijving,maar dat is het niet. Dat zit in het begrip interessedat een noodzakelijk ingrediënt van onderwijs is.14


Interesse is een natuurlijke toestand en het ontstaat waaraan de vanzelfsprekendheid wordt voorbijgegaan. ‘In onsgeïndustrialiseerde onderwijs strevend naar objectiviteit enstandaardisering is dit niet meer mogelijk. Het lijkt om heteindproduct te gaan dat verkrijgbaar is zonder een procesdat daaraan voorafgaat. En dat nodigt uit tot spieken.Kennis in kant en klare pakketjes is de dood voor interesse’.Kernachtig stelt Verhoeven dat ‘er geen plaats is voorinteresse als de verwondering geen kans krijgt terug teschakelen naar een grotere graad van wanorde, waarin devanzelfsprekendheid nog niet tiranniek heerst. In de verwonderingwordt de orde van de praktijk voor een ogenblikdoorbroken en de hanteerbaarheid van de praktijk voor eenogenblik opgeschort’. Verwondering voedt de interesse diede grondslag van alle onderwijs vormt. Chaos is dus nodig.en het zal beslist met chaos gepaard gaan. Prachtig. Hup,de ladder op.Toos Scheen,mede namens de andere leden van de Stergroep: Bas ter Avest,Bea Bisseling, Maartje Kniest en Door KrekelbergBronVerhoeven, Cornelis (1980) Tractaat over het spieken. Het onderwijs alsproducent van schijn, pag. 30,40 en 44. Amsterdam: AmboZou wat Verhoeven hier stelt over onderwijs ook voor eenmissie kunnen gelden? Een missie kan inspireren, energiegeneren maar zou het ook mogen schuren, wrijven, irriteren,prikkelen? Zou een missie ook kunnen uitnodigen omvoorbij de vanzelfsprekende dagelijkse onderwijspraktijkte kijken? Zou eenmissie zo kunnen bijdragen aanhet uitkomen bij verwonderingen interesse die voedend is voorstudenten/leerlingen en docenten/leerkrachten? Verwondering als tijdelijkerem op de hanteerbaarheidvan de wereld…Helpen ambities en idealen in de missiede vanzelfsprekendheid te versterken(het aangeharkte pad) of juist open tebreken (de ladder opklimmen)?Het is een uitdaging voor de Stergroephaar licht te laten schijnen op de onderwijspraktijkvoorbij, binnen en onder devanzelfsprekendheid. Een ongewone enuitdagende ambitie zou je kunnen stellen


Grote veraGrote veranderingenAmbities en Idealen.Vier jaar oud was ik en toen wist ik het al. Juf worden, datwilde ik. Dit was ook duidelijk zichtbaar binnen ons gezin.Ik zette reeds als klein meisje mijn drie broers aan het werken ik was hun Juf. Ze moesten tekeningen maken, knutselen,rekenen, enzovoort. De droom, die ik toen al had, hebik waargemaakt. Ik ben begonnen met de opleiding vooronderwijsassistent aan het Graafschap College in Doetinchem.Hier merkte ik al snel dat ‘assistent’ zijn niets voormij was. Ik wilde zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen,mijn eigen klas runnen. Dat was mijn ideaal. Ik rondde mijnstudie aan het Graafschap College af en kon eindelijk beginnenaan de Pabo Groenewoud. In eerste instantie dachtik: ‘Dit doe ik wel even’, maar zo ging het niet. Het eerstejaar was ik erg op zoek naar wat de Pabo van mij wilde. Metups en downs ging ik deze zoektocht aan. In deze zoektochtwas de confrontatie met mijzelf het heftigst. Reflecterenvond ik erg lastig, omdat hier naar jezelf kijken natuurlijksterk naar voren kwam. Ik moest mijzelf hier doorheenslaan,want het kon toch niet zo zijn dat iets of iemand mijnambitie en ideaal in de weg stond. Ja, want ik wilde echtJuf worden. Ik groeide en vond mijn weg binnen de studie.Afgestudeerd, wat nu?‘Afgestudeerd! Niet meer naar school, lekker werken! Yes!’,dat was het eerste dat in mij opkwam toen ik hoorde dat ikof tochmijn SCB3 (summatieve competentiebeoordeling op niveauof toch niet?3) had gehaald. Toen ik alles liet bezinken dacht ik: ‘En nudan?’.Tijdens mijn studie heb ik meerdere bijbaantjes gehad inleidinggevende functies. Hierin was het zelf nemen vanverantwoordelijkheid van groot belang. Ik merkte aan mijzelfdat dit, buiten lerares zijn, ook een kwaliteit van mij is.In mijn bijbaantjes kwamen bovendien mijn commerciëlekwaliteiten naar voren. Ik dacht dat ik mijn zoektocht welhad gehad tijdens mijn studie. Toch botsten mijn ambitiesen idealen met elkaar. Na lang denken wist ik het zeker, ikkon beter het onderwijs uit en de uitdaging aangaan omeen managersfunctie binnen te slepen. Ik ging fanatiek opzoek. Ik maakte gebruik van mijn netwerk en vroeg her ender rond. Voor mijn stage was ik in Londen (Ik heb mijnLIO-stage gelopen bij een maatschappelijk project binnende voetbalorganisatie van N.E.C.). voor een werkbezoek samenmet projectmanagers en leerkrachten die bij anderevoetbalorganisaties actief zijn. Als ik de verhalen van deprojectmanagers hoorde dacht ik: ‘Dit is top! Onderwijs enmanagement combineren!’. Ik ben gaan informeren, maarer was geen plek voor mij. Wel balen, want ze zagen hetmij wel doen. Dus ik weer verder vragen. Er kwam eenvolgend gesprek, nu voor een functie als sales- en marketingmanager.Dat verliep positief, ze wilden mij graag aanhet team toevoegen, maar ik moest wachten omdat er nog16


Idealen en AmbitieManagers praten graag in woorden als ‘idealenen ‘ambitie’.Het zijn woorden die verbonden zijn met ‘de strategische koers’,de lange termijn, de vergezichten. En daar wil je je als managergraag mee bezighouden. Het geeft even ruimte vrijelijk tedenken, met een schone lei te beginnen en niet opgejaagd teworden door de dagelijkse gang van zaken. Maar is die positieveinsteek wel terecht? Een idealist wordt in negatieve zinal snel aangeduid als een niet-realistisch mens of een dromer.En het woord ‘ambitie’ heeft van oorsprong een vrij negatieveconnotatie; reeds bij de Romeinen had ambitio (letterlijk hetrondgaan bij mensen om stemmen te ronselen) een negatievebijklank. Later in de geschiedenis kwam ambitio, onder meerdoor werk van Machiavelli, in een positiever daglicht te staan,mits gebruikt voor de juiste doeleinden, en dan vaak aangeduidals ‘gezonde ambitie’.In de managementliteratuur van de 20e en 21e eeuw hebbenwoorden als ‘idealenen ‘ambitie’ overwegend een positieveklank, ze worden gezien als kwaliteit, mits verstandig gebruikt.Maar wat is verstandig? Laat ik een poging wagen hieraan eensteentje bij te dragen aan de hand van drie spreuken en diete verbinden aan de totstandkoming van de strategische koers2012-2016 van Pabo Groenewoud (HAN Pabo Manifest: ambitieen inspiratie voor 2012-2016)Om je dromen waar te maken, moet je wel eerst wakker worden.We acteren in een hectische en snelveranderende omgeving.Wat gisteren nieuw was, is vandaag al weer gewoon en morgenwellicht achterhaald. Daarnaast hebben we een dienstbare rolrichting ons werkveld zowel ten behoeve van het opleiden vanstartbekwame leraren als voor het aanbieden van nascholing.Ook de politieke wind is steeds veranderlijker. Kortom, ambitiesformuleren kan niet zonder ‘heel wakker’ om je heen te kijkenen in gesprek te blijven met je omgeving en verwachtingen overen weer uit te wisselen.De top is slechts het excuus voor de beklimming.Het formuleren van ambities heeft slechts zin als er een planonder ligt van de weg ernaar toe. Uiteindelijk gaat het daar om.Het is goed om steeds de top in het vizier te houden (Begin withthe end in mind), maar om er te komen moet er natuurlijk welwat gebeuren. In de strategie van de Pabo kiezen we ervoor omdit te doen door jaarlijks een aantal doorbraakprojecten te formuleren.Deze projecten beschouwen we als hefbomen richtingde realisatie van de ambities op langere termijn.De slak bereikte de ark door volharding.Om ambities en idealen vast te houden moet je soms sterk inje schoenen staan. Naast het met regelmaat bevestigen en bekrachtigenvan het einddoel is enige volharding in de realisatiegewenst. Uiteraard wakker blijven voor de veranderende omgeving,maar niet bij de eerste de beste tegenwind de koersomgooien.Ben je geïnteresseerdgeraakt in de ambities enidealen van de Pabo, laat hetons even weten viapabo.groenewoud@han.nl.We sturen je dan graag eenexemplaar van het HAN PaboManifest: Ambitie en inspiratievoor 2012-2016.Gert-Jan Jansen MME,lid instituutsdirectie Pabo HAN19


De ideale leerkrachtvolgens Pabo-1 studenten21


Mijn school, mijn klasAls ikals ik een klasals ik een klas met kinderendan gaan we allemaaldan weet iedereenzeker wetenEn dandan zal niemanddan zal niemand iemanden iedereen elkaarecht iedereeno jaEn ookook de wereldde hele wijde wereldin nieuwsgierige omhelzingsamen, allemaalin mijn klasmijn school.Maria Verkampen23


De verhalen uit de traditiegaan over deze tegengesteldeervaringen, de verhalenrammelen je door elkaar,en ze werden en wordentot uitdrukking gebracht ingrootse schilderkunst, architectuur,filosofie, muziek,poëzie, de zorg, en in onderwijsen opvoeding!Welnu, als de voorzitter vanSignum (koepelorganisatievan 25 basisscholen in DenBosch), J. Timmers onlangsin dagblad Trouw stelt dathet geen zin meer heeftde katholieke identiteitvan scholen te handhavendan breekt mijn klomp omzo veel onwaarschijnlijkezielloosheid. Hij stelt: “Alsscholen gaan fuseren danis er geen discussie meerover de katholieke identiteit”.Ja, en als iets geendiscussie meer is dan doe jenet alsof het niet bestaat?Of, hopla, je schaft het gewoonaf? Of zou je jezelfde vraag moeten stellenwaarom het eigenlijk geenpunt van discussie meer is?Bovendien is de R.K. kerkvolgens Timmers rigide. Hetgaat volgens hem om eenkerk die zich steeds meerconcentreert op de spelregelsen om een instituutdat mensen uitsluit. “Waargebeurt dat niet?”, denk jedan. Sinds wanneer zijn weals school bij het vormenvan identiteit afhankelijkvan de kerk?Het schijnt mij toe dat hetvan groot belang is kinderenin te wijden in identiteit.Dat de Katholiekchristelijketraditie daarbij eenbuitengewoon zinnige inspiratiebronkan zijn staatbuiten kijf. Maar dan moetje wel iets anders kijkennaar identiteit dan Timmersdoet. Hij klampt zich krampachtigvast aan de kerkelijkezienswijze op identiteit. Hijverzet zich tegen dat ideemaar hij stelt er niets tegenover.Gedurende eeuwenis de Katholiekchristelijketraditie een wondervan bewegen en kan zij eenspiegel zijn om opvoedingen onderwijs geestelijk teinspireren. Een spiegel gebruikenis iets anders danhet volgen van voorgeschrevenregels en die al ofniet accepteren. Als je in despiegel kijkt zie je jezelf. Nukun je twee dingen doen:goed naar jezelf kijken, ofwegkijken. Timmers kijktniet naar zichzelf, hij kijktweg. Timmers volgt de kerk,maar het wil hem niet meerzo lukken. En dan stelt hij:“Het is eigenlijk geen discussiemeer op scholen...”.Lijkt me nogal wiedes als jeer zo in staat.Het is mijn ideaal om aanstudenten te vragen hoeeen school kinderen zoukunnen inwijden in deprachtige en indringendelevensthema’s die ik hierbovennoemde. Hoe kanik jonge, aankomendeleerkrachten iets latenvoelen van de indrukwekkendeverhalen uitde traditie? Hoe kanik hen laten kijken inde spiegel van henzelfen hen spiegelenaan de traditie waardoorzij wellicht eenstap voorwaarts naarzichzelf en in hun denkenover opvoeding en onderwijskunnen zetten? Ik wil henlaten merken dat zij hierinniet alleen staan.Onderwijs heeft een verhaalnodig van waaruit hetvertrekt. Ik bedoel niet hetverhaal over rendement,kosten/baten, efficiëntie,organisatie, of het volgzaamvoldoen aan de eisenvan de inspectie. Goed onderwijsheeft een verhaalnodig dat inspireert, voedt,uitdaagt, prikkelt en irriteert.Van daaruit kan eenproces van vorming op gangkomen. Dat is mijn ideaal.Will van GeelGeraadpleegd:• Geel, W. van & T. Scheen “Leve deidentiteit!”, een nog niet gepubliceerdartikel over de betekenis van katholiekonderwijs.• Kleinjan, G.-J. (2012) “Katholiekis al van de gevel verdwenen”;interview met J. Timmers (Signum).in: Trouw, 28 augustus 2012.• Murray, Ch. (2012) “Goede kunstontstaat niet zo maar ”. In: Trouw,Letter en Geest, 19 augustus 2012.• Redactie religie en filosofie (2012)“Einde aan R.K. onderwijs in DenBosch”. in: Trouw, 28 augustus 2012.


In de klas of aan de pas –een carrièreswitch vanonderwijs naar horecaInmiddels vijf jaar geleden ben ik afgestudeerdaan Pabo Groenewoud.Ik was een van de eerste afgestudeerdendie het hele opleidingstrajectin de vorm van competentiegerichtonderwijs heeft doorlopen.Deze vorm van onderwijs was mijop het lijf geschreven, ik vond dezeontwikkeling superinteressant en ikvoelde me thuis op de Pabo. Om dieredenen ben ik mijn werkende carrièreop diezelfde plek begonnen. Ineen jaar tijd heb ik als onderwijsassistenteen bult ervaring opgedaandoordat mij een veelzijdig takenpakketin de kernfase (Pabo 2 en 3)van de opleiding werd toevertrouwd.Vanuit mijn ervaringen als studentmocht ik een bijdrage leveren aanhet verder ontwikkelen van deze onderwijsvernieuwingen,meehelpenom een vertaalslag te maken vanplannen en beleid naar een werkbaartraject voor studenten. Alhoewelik nog een jaar langer mochtblijven in deze functie, voelde ik datmijn toekomst op dat moment tochniet in het onderwijs lag.Tijdens en na mijn opleiding aanPabo Groenewoud werkte ik eenpaar keer per week bij Plaats1, eenrestaurant in de Commanderie vanSint Jan in het centrum van Nijmegen.In dit bijbaantje kon ik mijnpassie voor eten, drinken en horecagoed kwijt. Ik volgde onder meereen wijncursus, die mij veel nieuweinzichten gaf. De passie die ik ontwikkeldevoor de horeca werd aangevuldmet de passie voor chefkokDaan van Plaats1. We werden verliefden droomden ervan ooit sameneen zaak te openen. Ik werkte op datmoment nog bij de Pabo en als docentEngels in het VMBO. Maar hetverschil in werktijden tussen horecaen onderwijs maakte een toekomstmet ’mijn Daan’ niet gemakkelijk.Ik besloot daarom te switchen naarfulltime werken in het restaurant.Mijn collega`s van de Pabo snaptendeze keuze niet allemaal even goed,maar met ontzettend veel plezierwerkte ik bij Plaats1. Ik verdiepteme verder in wijn, koffie, ingrediëntenen kooktechnieken. Ik trouwdemet Daan en we gingen samen debedrijfsleiding van het restaurantdoen. Inkopen, personeelsbeleiden management – heerlijke nieuweuitdagingen. Alhoewel het keihardwerken is in de horeca, leefde hetidee om een eigen horecaondernemingte beginnen op.In economisch zware tijden was hetniet gemakkelijk het voor elkaar te


krijgen een eigen zaak te starten enna heel veel voorbereiding, tijd enenergie zakte de moed mij langzaamin de schoenen. De nachtelijke uren,het lichamelijke werk en slechte arbeidsvoorwaardenwaren misschientoch niets voor mij. Ik zegde mijnbaan op en ging weer terug het onderwijsin, daar had ik tenslotte voorgestudeerd. Ik werkte als docentNederlands op het Mondial Collegeen de dagen die ik over had, werkteik als oproepkracht voor de vervangingspoolbasisonderwijs. Ik begoner steeds meer lol in te krijgen. Natuurlijkdroomde ik nog steeds welvan een eigen zaak totdat zich eenbijzondere gelegenheid voordeed.Plaats1 kwam te koop en we dedeneen poging om deze zaak, waaronze liefde was opgebloeid, over tenemen. Tegen alle verwachtingen inlukte het… Plaats1 werd van ons!Na een restyling en wat aanpassingenzijn we in september 2011opengegaan. We draaien de zaak nueen jaar helemaal zelfstandig. Het isvan tevoren niet voor te stellen water allemaal bij komt kijken. Het iskiezen voor een manier van leven:een leven op een heel mooie plek,met leuke mensen, uitdagingen enervaringen, waarvoor je onvoorstelbaarhard moet werken.Gasten zien genieten van eten endrinken en merken dat ze blij zijnmet de aandacht en service die zekrijgen, zijn de mooiste momentenvan het werk. Eigenlijk net als hetwerken met kinderen: wat je van zeterugkrijgt als waardering voor jewerk, is geweldig en geeft zo veelvoldoening. Het werken in een horecazaakverschilt dan ook niet zo veelvan het werken in het onderwijs. Deschool is het restaurant. Je moetzien en aanvoelen wat er achterinde zaak gebeurt en inspelen op deverschillende behoeftes van gasten.Net als een school is een restaurantte vergelijken met een heel groothuishouden. Dat vergt behoorlijkwat organisatorisch vermogen encreativiteit. We werken bij Plaats1met stagiaires in de keukenen jonge meiden in debediening die voornamelijkop de werkplekleren, eigenlijk eensoort `opleiden in deschool`. Veel dingen dieik op de Pabo en in hetonderwijs heb geleerdkomen dan ook goed vanpas bij het werk dat ik nudoe. Het grote verschil iswel dat er in het restaurantcommercieel gedacht wordten efficiëntie een sleutelbegripis. In het onderwijswas deze gedachte voor mijsoms te ver uit beeld. Ik misde kinderen, de werktijden ende schoolvakanties, maar hetlekkers dat ik bij Plaats1 eet endrink, ruil ik niet graag terug voorde boterhammen uit een plasticzakje en slappe koffie uit de automaat.Janneke Duives-van Schayk,afgestudeerd aan PaboGroenewoud in 2007www.plaats1.com


Vol Talenten AmbitieHet Talent is een bruisende basisschool in Nijmegen noord zoalsdat tegenwoordig heet. School en wijk groeien hier (figuurlijk) aanelkaar: een wijk in ontwikkeling levert tal van impulsen op voor hetonderwijs en omgekeerd biedt de school mogelijkheden voor samenwerkingen samenhang binnen de nieuwe leefgemeenschap.We hebben Carla van den Bosch, onderwijskundig roergangervanaf het begin en nu directeur, enkele vragen voorgelegd. Ervolgde een boeiend gesprek.Ruim tien jaar geleden is basisschool ‘Het Talent’ gestart inde Waalsprong met een vernieuwend onderwijsconcept. Welkeidealen vormden hiervoor toen de grondslag?We hadden het idee dat veel kinderen in het bestaande onderwijsniet tot hun recht komen. Als je de ontwikkeling van kinderen centraalwilt stellen, realiseer je je al snel dat hun mogelijkheden toten manieren van leren uiteenlopen. Op Het Talent is sprake vanerkende ongelijkheid. We zoomen eerst in op relatie, zowel met deouders als met hun kinderen. Daardoor herkennen we eerder wateen kind nodig heeft (ook latent talent) en hoe de school daar eenbijdrage aan kan leveren. Door de verschillen te erkennen voelende kinderen zich gezien. Ze leren daardoor beter en natuurlijk ookdoordat we het onderwijs nu concreet kunnen afstemmen: watkan het kind aan, welke methodiek past hierbij en door wie kaneen kind het beste begeleid worden? Binnen ons team en binnende afzonderlijke units is een grote variatie aan kwaliteiten aanwezigom zicht te krijgen op de mogelijkheden en leerstijlen diekinderen hebben en om pedagogisch-didactisch aan hun ontwikkelingsbehoeftentegemoet te komen.Welke van die idealen en ambities hebben jullie gedurendede voorbije jaren met elkaar weten te realiseren? Waar zijnjullie sterk in?Samen met het ITS (KUN) is er een pedagogisch-didactische kernstructuurontwikkeld die de basis vormt van het onderwijsconceptwaarin ‘startdenken’ centraal staat. Bij aanmelding worden debeginkenmerken van een kind samen met zijn ouders nauwkeurigin kaart gebracht. Denkend in ontwikkelingslijnen kun je nu bijvoortduring vaststellen hoe je het kind in zijn ontwikkeling kuntondersteunen. Natuurlijk vraagt dit het regelmatig monitoren vande vorderingen en telkens opnieuw het afstemmen van je onderwijs.Er ligt nu een goede basis, maar het kan steeds beter, we blijvenhierin investeren. Het ideaal is dat ieder vanuit zijn eigen expertisebetrokken wordt bij de ontwikkeling van kinderen. Het gaat om eengemeenschappelijk belang. Het is de kunst dat je de ander in zijnkracht weet te zetten. Enthousiasme en betrokkenheid zorgen binnenhet team voor veel werkkracht en een toenemende kwaliteit.Sterk is ook de samenwerking met de omgeving: onder andereouders, de buitenschoolse opvang, scholen voor voortgezet onderwijs,de zorg (maatschappelijk werk en het Centrum voor Jeugd enGezin) en allerlei bevlogen mensen die de school als lerende organisatiegeleidelijk verder helpen ontwikkelen. Vanuit de schoolgezien is het steeds een uitdaging de informatie daar te halenwaar die optimaal aansluit bij het ontwikkelingsproces dat je metelkaar doormaakt.28


Welke (beïnvloedende) succesfactoren kun je daarvoor aanwijzen?Het bestuur van Conexus (m.n. Joop Haverkort) heeft steeds supportgeboden bij het werken aan een nieuw onderwijsconcept voorkinderen van de 21e eeuw zowel in de vorm van vertrouwen (eenzekere vrijheid van handelen) als door voldoende armslag te gevenbij het realiseren van de ideeën.Ton Mooij heeft aan de basis gestaan van de pedagogisch-didactischekernstructuur waarvan ik de uitgangspunten vertaald hebnaar de praktijk in de vorm van (speel)leerstoflijnen onder meer.Hij is steeds een critical friend gebleven. Anderen, zoals Frank terBeek (SOM) en jij (Jos Marell, Pabo Groenewoud) hebben geholpenbij het opzetten van schoolbrede onderwerpen waarin levensechtesituaties en vragen van kinderen over de werkelijkheid richtingkunnen geven aan ontwikkelingsgericht onderwijs bij de kunstvakkenen ojw (oriëntatie op jezelf en de wereld).En natuurlijk is er de bevlogenheid van mensen die het moetendoen, in en buiten de units, met de kinderen. Zij draaien niet zomaar hun lesjes, ze zien er de noodzaak van in regelmatig vangebaande paden af te wijken, creatief te zijn, out of the box tedenken. Als je je bewust bent van wat de maatschappij in de 21eeeuw van kinderen vraagt is dat onontkoombaar.Toch vragen we niet alleen maar veel van de mensen die hier komenwerken. Als school staan we ergens voor en daarmee hebbenwe ze ook wat te bieden. Je kunt hier echt iets van je vak maken.In de samenwerking profiteer je van elkaars kwaliteiten. Het isfantastisch om er samen voor te gaan.Wat zijn de grootste uitdagingen nu voor de nabije toekomst?Het moet eenvoudiger worden verantwoording af te leggen voorwat we doen en bereiken zowel op het gebied van de standaardvaardighedenals taal en rekenen als voor vaardigheden op anderegebieden. In de basis zit het met ons onderwijs wel goed, nuzijn we toe aan optimaliseren. Digitalisering van de vorderingenmaakt verfijning mogelijk. Je kunt dan immers op welgekozen momenteneven pas op de plaats maken om te bezien hoe het kindzich ontwikkelt t.o.v. zichzelf en in vergelijking met de groep. Deresultaten vormen ook een spiegel voor het eigen pedagogisch-didactischhandelen. Je kunt je keuzen dan onderbouwen vanuit desystematiek.Een ander punt is de integratie van onderwijs, zorg en de opvangvan kinderen. Er wordt al zeer nauw samengewerkt met de kinderopvangen het Centrum voor Jeugd en Gezin. Maar als we nogmeer gebruikmaken van elkaars competenties wordt het een stukgemakkelijker samen de verantwoordelijkheid te dragen voor dezorg, het welzijn, het onderwijs en de opvang van de kinderen.En welke idealen zijn markante stippen aan de horizon?Dat bevorderen van samenwerking en samenhang binnen en buitende school blijft een uitdaging. In het zien van kinderen komenalle beelden voor die je wilt zien: verwondering, nieuwsgierigheid,flair, een onderzoekende houding, samenwerkingsbereidheid. Wekunnen er nog beter voor zorgen dat het inspiratievlammetje datop de ene plaats ontstoken wordt ook elders het vuur aanwakkert.Met elkaar kunnen we zorgen voor een evenwichtige aandachtvoor de verschillende vakken om tegemoet te komen aande competenties die kinderen zowel als volwassenen op basis vanhun talenten kunnen ontwikkelen. Voor de toekomst van de kinderentelt dat zij het lef behouden of ontwikkelen om zaken aan tepakken en nieuwe wegen in te slaan. Als school bewegen we daargraag in mee.Jos Marell29


Werken in het onderwijs heeft mijns inziens een duidelijke relatie metambities en idealen. Als directeur van Pabo Groenewoud in de periode2005-2010 heb ik vele speeches mogen houden tijdens diploma-uitreikingen.Elke keer probeerde ik dan weer iets actueels in mijn verhaalte verwerken, maar ik eindigde 5 jaar lang steevast met de zin: ‘Laatzien dat je van Pabo Groenewoud komt, ga en maak het verschil’. Eigenlijkvat ik met deze zin mijn ambitie samen die ik graag overdraagaan anderen. Werken in het onderwijs betekent dat je écht het verschilkunt maken voor kinderen. Dat je als leraar het ideaal nastreeft uit elkeleerling het beste te halen. Dat je als leraar kinderen inspireert of zelfdoor kinderen geïnspireerd wordt. Dat je echt werk maakt van je werk,dat je iemand raakt, of zelf geraakt of gegrepen wordt, dat je kinderenleert wat van waarde is, dat je het verschil maakt omdat je dit vanuitje beroep als leraar kunt maken.Voor mij is dit eigenlijk de kern van waar het in het onderwijs om gaat.Het roept wellicht de vraag op hoe je dit dan doet. Dit vraagt in iedergeval naast een gedegen opleiding (die jullie natuurlijk allen hebbengehad ;-) en verdere professionalisering, dat je je bewust bent van jeeigen waarden, ambities en idealen. Dat je regelmatig reflecteert op jeeigen handelen, steeds opnieuw jezelf de vraag stelt: “Wat wil ik bereiken(en met wie)?” “Waar sta ik voor en waar ga ik voor?”In een tijd waarin de druk op het onderwijs hoog is, er veel wordtverwacht en zelfs geëist, is dit niet altijd eenvoudig. Om jezelf die vragente kunnen blijven stellen, gun ik eenieder momenten van rust ombewust bij deze vragen stil te kunnen staan. Deze momenten komenvaak niet vanzelf, maar moet je zelf creëren, inplannen of afsprekenmet bijvoorbeeld collega’s. Dit houdt je scherp waardoor je het verschilkunt blijven maken!Yvonne Visseraugustus 201230


IDEALENIDEALENACHTER EENACHTER EENSTICHTINGSTICHTING31Een terugblik:Voor de zomervakantie kreeg ik het verzoek om ietste schrijven over de idealen achter de Stichting KleinschaligeProjecten Indonesië. Deze stichting behartigtprojecten die vooral met onderwijs te maken hebben.Vorig jaar op 4 november 2011 besloten we de kleinschaligeprojecten Indonesië van mijn ouders in eenstichting onder te brengen. Tijdens het opmaken vande akte vroeg de notaris naar de doelen van de stichting,niet naar haar idealen. Hoewel we vroeger vaakmet mijn ouders over de projecten spraken, kan ik meniet herinneren dat daarbij hun idealen of doelen onderwerpvan gesprek waren. Enerzijds was mijn Nederlandsemoeder daar te nuchter voor en anderzijdsmijn Indo-Europese vader druk met het leven zelf. Kortna WO-2 ontmoetten ze elkaar in Den Haag; hij wasofficier op de koopvaardij en zij was toevallig daarvanwege een huwelijk van een van haar vrienden. In1947 vertrokken ze samen naar het moederland vanmijn vader om daar op West-Java een nieuw leven opte bouwen. In 1958 moesten ze vanwege het kortzichtigekoloniale beleid van de toenmalige Nederlandseregering hun leven opnieuw inrichten, nu in Nederland.Maar Indonesië heeft hen nooit losgelaten.Het verzoek een bijdrage te leveren aan dit themanummervan Chronos heeft me wel aan het denken


gezet en me met heel watvragen opgezadeld, vragenwaar mijn ouders nooit antwoordop hebben gegevenof waar ze over spraken. Devragen zijn: ‘Waar lag hetbegin van al die projecten?Wat is het verschil tussenidealen en doelen? Kun jeidealen erven ofoverdragen? Zijn idealenbesmettelijk? Wat is hetverschil tussen een ideaal,een idee en een ideaalbeelden, wanneer wordt het strevennaar een ideaal eenideologie? Is het realistischom idealistisch te zijn?’Ik denk niet dat het nu debedoeling is dat ik een filosofischeverhandelingover idealen gaschrijven, maar het kan welrelevant zijn.Als ik naar de eerste vraagkijk, dan denk ik direct aanmijn moeder. Zij had eensterk en spontaan rechtvaardigheidsgevoelen eengroot sociaal hart. Het zijndeze emoties en morelewaarden geweest die hetfundament van de stichtingvormden. Een steviger fundamentkun je niet hebben.Na het overlijden van onzeouders erfden we dat fundamenten een gebouw waarsinds 1976 vele kinderen enouderen een zeker onderkomenvonden. Wat nu, wasde vraag, hoe moet je handelen?Het gebouw latenverkommeren?Het is dat mijn oudste zusmet een zekere nuchterheiden ook dapperheidde administratie en decorrespondentie met dedonateurs overnam. Tegelijkertijdkregen weonverwachte steun vanbuitenaf. Eind 2009maakten mijn zus enik een rondreis doorJava om de projectente inspecteren en teinventariseren.Peter van Hasselt reisdemet ons mee omdat ik hembij zijn afscheid van de Pabohad beloofd Indonesië vandichtbij te laten zien. Peterkwam laaiend enthousiastover de projecten terug. Ondanksdat ik genoeg tijd hebgehad om over het schrijfverzoekna te denken, weetik nog steeds niet waarom ikme heb aangesloten bij hetdoorzettingsvermogen vanmijn zusje en het enthousiasmevan Peter, mijn dochtersen vrijwilligers. Zet jeme het mes op de keel danvoel ik dat eerbied – wat eenouderwets woord – voormijn ouders eigenlijk dedrijfveer is waarom ik hunwerk voortzet. Het zijn mijnAziatische wortels en nietde idealen die mijn werkvoor de stichting sturen.Wat doen we?Mijn ouders startten methun projecten na een vakantiebezoekin 1976 aan onzefamilie op Midden-Java. Hetbegon met een groep politiekegevangenen die daarzonder enig middel vanbestaan naar een afgelegenplek was gedeporteerd.Ze leefden er onder barreomstandigheden.


Kort daarna werd in samenwerkingmet de ZustersDominicanessen een opvanghuisvoor vereenzaamdeouderen in Cimahi enomstreken, gebouwd.De laatste jaren richt destichting zich voornamelijkop onderwijs en incidenteelop werkgelegenheid en gezondheidszorg.Wij initiërenprojecten voor de meest behoeftigeinwoners van Javaen Flores. Dat zijn mensendie zelf niet de middelenhebben om (verder) te lerenof zich te ontwikkelen.Zo dragen wij al jaren zorgvoor een grote groep scholieren,adoptiekinderen enwees- en straatkinderenin Jakarta. Dankzij onzeondersteuning in de vormvan lesmateriaal en doorbijvoorbeeld een kleuterschooltjete bouwen op Flores,geven we hen kansenop een betere toekomst.Naast deze ontwikkelingsprojectenzetten we ookkleine projecten op met behulpvan microkrediet. Zosteunen we een groep bejakrijders,vrouwen die inde dessa een toko starttenen twee groepen vissers.Het grootste deel van onzeprojecten bestaat uit langetermijn initiatieven metgroeimogelijkheden.Aangezien wij vanuit Nederlandte werk gaan, latenwe de projecten uitvoerenen begeleiden door inwonersvan Java en Flores uitde onderwijs- en zorgsector.Naast een nauwe samenwerkingmet de ZustersDominicanessen zettenwe hiervoor ook andere(niet-religieuze) netwerkenin. Om zicht te houden opde uitgaven van gedoneerdegelden, leggen de begeleidersvan de projecten geregeldverantwoording bij onsaf. Daarnaast bezoeken wijJava en Flores zelf ook regelmatig.Het motto:Onze stichting wil mensenmet haar initiatievenselfsupporting maken.Onze leidraad is het mottovan Maria Montessori: Leermij het zelf te doen. VolgensMontessori heeft iederkind, ieder mens de drangtot zelfontplooiing. Door inte spelen op de specifiekebehoeften van mensen enhierbij de juiste tools aante reiken hopen wij hen eenbetere toekomst te geven.Is hier misschien dan tochsprake van een ideaal…?Meer Informatie?Meer informatie over deinhoud van onze projecten,donaties, jaar- en reisverslagenis te vinden opwww.help-indonesie.nl en opFacebook onder KleinschaligeProjecten Indonesië.Anton Vandeursen.


loemlezingHet is mijn ideaal om in het onderwijsde studenten met mij mee te latenvoelen dat muziek niet slechts franjevan het leven is, maar een van devoorwaarden voor geluk.Pieter BelgersHet is mijn ideaal om in het onderwijskinderen lachend hun werk te zien doen.Kinderen gaan naar school niet omdathet moet maar omdat het mag.School is een levenservaring!Bert ClaessensHet is mijn ideaal om in het onderwijsmensen zichzelf te laten ontdekken.Om mensen in beweging te krijgen.Om te laten zien dat het anders kan,altijd, en om te laten zien dat nietsvanzelfsprekend is.Bas ter AvestHet is mijn ideaal om in het onderwijsmensen te inspireren hun talenten teontplooien en bij te dragen aan eenduurzame samenleving.Jos MarellMijn ambitie is onderwijs te ontwikkelenwaarin kinderen kunnen leren vanuiteigen leervragen.Dat klinkt echter eenvoudiger dan hetin de praktijk is....Gelukkig heb ik de afgelopen jaren gemerktdat veel leraren deze ambitie delen.Samen met deze leraren heb ik stappenmogen zetten om inspirerend en verantwoordvraaggestuurd onderwijs teontwikkelen en daar blijf ik aan werken.Harry StokhofMijn ideaal is het studenten zo op teleiden dat ze wanneer ze juf of meesterzijn, met enthousiasme en compassiekinderen kunnen ondersteunenin hun ontwikkeling.Marijke BouwhuisHet is mijn ambitie om enthousiasmete ontlokken voor een deel van mijnvak. Als het me lukt om onzekere studentenen (faal)angsthazen te latenontdekken dat rekenen fun kan zijn enwiskunde bedrijven verslavend.Mirjam BiekensMijn ambitie was en is nog steeds datgoed onderwijs kinderen geen antwoordengeeft, maar ze leert omgaan methet stellen van vragen.Peter van HasseltHet is mijn ideaal om in het onderwijsaankomende leraren met hoofd, harten handen vorm te laten geven aan“groei”-ruimte voor kinderen.Inge Leuverink34


Mooi als idealen enambitie hand in hand gaanIdeaal en Ambitie liepen hand in hand en waren samen heel gelukkig.Tot op zekere dag Ambitie naast zich keek en dacht:‘Wat is Ideaal vandaag toch nukkig’.Ambitie had genoeg van Ideaal, hij vond hem maar dogmatisch;een rem, een blok, een grote strop, zo kon het nooit wat worden.Ambitie wilde verder, hoger, beter en nog groter.Hij rende, vloog en sprong omhoog en was niet meer te houden.Dit was heerlijk, dit was top, dit was overtreffend reusachtig.Dit was wat Ambitie altijd al had willen doen, dit voelde nu waarachtig.En Ideaal keek Ambitie na en dacht: ‘Die komt wel terug en ik zal blijvenwachten’.Trouw wachtte Ideaal vele dagen, nachten en zelfs jaren.En ja hoor,Ambitie keerde terug en zweeg, was leeg en wist hetniet meer tot hij Ideaal zag wachten.Toen wist Ambitie het weer en zei:‘Zullen we samen wand’len?’Toos Scheen


Gedrevendoor passieAl vroeg wist ik wat ik later wilde worden: meester en/ofberoemd. Dat laatste was meer een leuke jongensdroommaar meester worden was echt mijn passie. Ik denk dat ditmede komt door de geweldige tijd die ik zelf heb ervaren alsleerling op de basisschool.Na een geweldige tijd op Pabo Groenewoud, ben ik in maart2001 als leerkracht begonnen op een nieuw te startenschool. Ik had het geluk dat ik kon kiezen uit meerdere banen.Dat is op dit moment wel even anders… Uiteindelijkheb ik voor de school gekozen waar ik het meest met mijnpassie voor onderwijs aan de slag kon: OBS De Oversteek.De school was gestart in augustus 2000 met 6 teamledenen 94 leerlingen. De eerste school in het Waalspronggebied.Inmiddels is het een school met bijna 1000 leerlingen. Dezebaan werd mij in de schoot geworpen doordat de toenmaligedirecteur van De Oversteek, Vincent Scholte, een docentvan Pabo Groenewoud trof in de supermarkt. Als directeurvan een snel groeiende school heb je dan één vraag: “Weetje nog iemand?” Nog bedankt voor het antwoord, Hans Cornelissen!Als beginnende leerkracht op een startende school ben jevoortdurend zoekende naar een balans tussen je idealen enwat haalbaar is in de praktijk. De Oversteek heeft mij daarflink in laten groeien. Het leuke van een startende schoolis dat iedereen met dezelfde passie aan het werk is om iets‘goeds’ neer te zetten. Iedereen stond voor elkaar klaar.De periode dat we in de schoolwoningen waren gehuisvest,versterkte het gevoel van saamhorigheid. We liepen doorelkaars klassen voor een kopie of een kop koffie. Een an-36


dere mogelijkheid was er namelijk niet. Ik realiseer me weldat terugkijken naar een bepaalde periode vaak een meerromantisch beeld oplevert van de werkelijkheid. Uiteindelijkwas iedereen ook toe aan de nieuwe locatie met alle voorzieningenbinnen handbereik: De Klif.Na de verhuizing leek alles wel te versnellen. De schoolwerd groter en groter. Ondertussen werd ook een anderepassie van mij steeds groter: functioneel ICT-gebruikbinnen het basisonderwijs. Ik raakte in gesprek met onzeschoolleverancier en heb toen laten doorschemeren datik meer met mijn passie voor ICT in combinatie met onderwijswilde gaan doen. Kort daarna werd ik uitgenodigddoor Heutink ICT voor een oriënterend gesprek. Ik kreeg eenaanbod om bij dit bedrijf als onderwijsconsulent scholen tegaan begeleiden. Ik stond nu voor een moeilijke keuze. Aande ene kant de veilige baan als leerkracht op een schooldie inmiddels door de snelle groei erg veranderd was enaan de andere kant een nieuwe onzekere uitdaging in hetbedrijfsleven. Ik besloot om twee dagen in de week voorHeutink te gaan werken en nam voor twee dagen per weekonbetaald verlof op. Voor mij was het een ideale manier omte onderzoeken of dit iets voor mij zou zijn. Uiteindelijk hebik de knoop, eerder dan verwacht, doorgehakt en besloot ikom fulltime aan de slag te gaan bij Heutink ICT.gekregen. Op SBO De Bolster heb ik geleerd dat speciaalonderwijs de meest pure vorm van onderwijs is. Een betereleerschool voor leerkrachten kan ik me niet indenken.Door de komst van de functiemix ben ik uiteindelijk terechtgekomenop KBS De Viersprong als leerkracht met eenICT-specialisatie. Beide passies gecombineerd in één baan.Ik ben benieuwd waar mijn passie voor onderwijs mij over10 jaar heeft gebracht.Maikel Beumerhttp://twitter.com/maikelbeumerHet beviel mij uitstekend! Geen vergaderingen meer over dekleur van potloodjes en andere onzinnige onderwerpen. Eenauto ‘van de zaak’, laptop, telefoon en de mogelijkheid denieuwste gadgets uit te testen. Maar eenmaal thuis na eenlange file, hoorde ik de verhalen van mijn vrouw met enigeweemoed aan. Je begrijpt het al, mijn vrouw is ook werkzaamin het basisonderwijs. Na vijf jaar te hebben gerokenaan het bedrijfsleven, verlangde ik toch weer terug naar devergaderingen over de potloodjes.Mijn oog viel op een vacature binnen het speciaal basisonderwijs.Voor het eerst in mijn leven had ik een officieelsollicitatiegesprek. Ik ben ervan overtuigd dat mijn passievoor onderwijs ervoor heeft gezorgd dat ik deze baan heb37


Voorbij destreepFragment uit het PWC van Florine Daub, afgestudeerd in 2012Ik trok een streepIk trok een streep:tot hier,nooit ga ik verder dan hier!Toen ik verder ging,trok ik een nieuwe streep,en nog een streep.De zon scheenen overal zag ik mensen,haastig en ernstig,en iedereen trok een streep,iedereen ging verder.Uit: Toon Tellegen (2007)Daar zijn woorden voor.Amsterdam: Maarten Muntinga b.v.Wat een heerlijk simpel, maar kloppendgedicht. Mensen moeten over hun eigengrenzen heen stappen om steeds meer tekunnen bereiken. Dat heb ik gedaan, ikheb mijn grenzen verlegd. Na een schoolloopbaanmet obstakels en vele ervaringenrijker wil ik dat ook de kinderen inmijn klas laten doen. Iedereen mag eennieuwe stap spannend vinden en een momentvan twijfel hebben, maar om je vaneen knopje tot een uitgegroeide bloem teontwikkelen, moet je over de streep durvenstappen.In mijn onderwijs wil ik kinderen uitdagenzichzelf te ontwikkelen. Het is makkelijkom te zeggen dat je iets niet kunt of durft.En het is ook logisch dat je dat doet, nadatje al een aantal keer hebt ontdekt datje iets ook daadwerkelijk niet goed kunt.Het is alleen zo dat je met een groot doorzettingsvermogenvaak toch nog zoveelmeer kunt bereiken! Ik vind het belangrijkdat kinderen dit leren inzien, omdatde maatschappij er wel vaker voor zorgtdat je een stap terug moet zetten of dateen voorgenomen plan niet gaat lukken.Daar moet je je niet door uit het veld latenslaan; je wilskracht helpt je de doelendie je voor ogen hebt te realiseren.Ik denk dat als iedereen zichzelf blijft uitdagen,je echt een plaatje krijgt als ‘dezon scheen, en overal zag ik mensen, eniedereen trok een streep’. Dat roept tochvreugde bij iedereen op? Als je jezelf blijft38


uitdagen wordt de maatschappij en dusjijzelf steeds rijker.Een mooi voorbeeld daarvan maakte ik tijdensmijn vakantie afgelopen zomer mee.Ik maakte met vele anderen een boottochtop zee. Na enige tijd varen, legde de kapiteinde boot stil zodat wij in het heerlijkewater konden zwemmen. Er naderden ookandere boten.Uiteindelijk lagen we met vier boten bijelkaar, in heel diep water. Op één van deboten was een duikplank aanwezig. Kinderensprongen hier vanaf. Een mooie,voluptueuze vrouw wilde ook springen.Ze zette een stap op de duikplank endraaide direct om, terug de boot op. Nogeens probeerde ze het. Het tafereel trokde aandacht, doordat een aantal mensenop haar boot begonnen te joelen ente juichen. Helaas, toch draaide ze zichweer om. Tussendoor floepten nog watkinderen de duikplank af. Iedere keer zagje haar denken: ‘Dit moet ik toch ook kunnen?’Met ferme pas liep ze nogmaals deduikplank op. Alle mensen van de overigeboten hadden het spektakel inmiddelsin de gaten, en iedereen begon haar aante moedigen. Ze kwam tot halverwege deduikplank, maar ook nu stond ze weerstijf stil.Een vrouw van rond de 60 gaf aan tewillen laten zien hoe het moest. Ook zijliep met ferme pas, zichtbaar niet zonderangst, de duikplank op. Ze liep door. Endoor. En sprong!Dit was voor de andere vrouw een tekendat ze het ook kon. Opnieuw met stevigepas liep ze de duikplank op. Halverwegehield ze toch in. Inmiddels joelden zo’n100 man haar toe en onder luid gejuichen geschreeuw sprong ze!! Er werd tijdenshaar sprong gefloten en geschreeuwd,een grote herrie. Toen ze boven kwam,klapten en floten we massaal op onze vingers.De tranen sprongen in mijn ogen.Hoe grandioos moet zij zich wel niet hebbengevoeld?Naar aanleiding van dit verhaal, zie ik ookhelder in dat het belangrijk is om steunvan anderen te krijgen om over een streepheen te kunnen stappen. Je hebt elkaarnodig om te groeien, maar uiteindelijk zetje de stappen zelf. Dat vind ik zo mooi enbijzonder.39


Chronos heeft een eigen website:www.han.nl/chronosJe kunt hier van tijd tot tijd informatie vinden over andereactiviteiten van Chronos: de nieuwsbrieven, de terugkomdagenen actuele ontwikkelingen. Verder staaner foto’s van terugkomdagen en diploma-uitreikingen.Ook staan de Chronos-boekjes die in het verleden zijnuitgegeven op de site.Volg ons op Twitter via:www.twitter.com/AlumniChronosVind ons leuk op Facebook via:www.facebook.com/AlumniverenigingChronosAls je vragen of goede ideeën hebt,kun je bij het bestuur van Chronos terecht.Voor contact kun je het best een e-mailsturen naar alumni.pabogroenewoud@han.nlWe zien uit naar reacties!Samenstelling: CHRONOS-bestuur Eindredactie: Jos Marell Fotografie: Jos Marell Druk & vormgeving: Grafipoint Boxmeer

More magazines by this user
Similar magazines