22.04.2015 Views

anders omgaan met water - Tauw

anders omgaan met water - Tauw

anders omgaan met water - Tauw

SHOW MORE
SHOW LESS
  • No tags were found...

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

Anders <strong>omgaan</strong><strong>met</strong> <strong>water</strong>Waterbeleid inde 21e eeuw


Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 4


Die omslag komt erop neer dat Nederland zich meer naar het<strong>water</strong> zal moeten schikken. Aan het <strong>water</strong> moet ruimte wordengegeven in plaats van ontnomen om de kans op calamiteitendoor overstromingen niet verder te laten oplopen, om<strong>water</strong>overlast te beperken en om <strong>water</strong> te kunnen sparen voorde verwachte droge perioden. Ruimte, niet in de hoogte tussennog hogere dijken, of in de laagte door het verdiepen van degeulen, maar in de breedte. Dat kost dus ruimte maar wekrijgen er meer veiligheid en minder <strong>water</strong>overlast voor terug.Veiligheid is een belang dat nu op een andere manier bij deruimtelijke inrichting moet meespelen. Alleen door ruimte tegeven kunnen we echt orde op zaken stellen want als we datniet tijdig doen dan neemt het <strong>water</strong> die ruimte, vroeger oflater, hardhandig zelf.Mijn pleidooi voor vernieuwing van het <strong>water</strong>beheer blijktbreed te worden gedragen, maar er is meer nodig. Het vraagtcreativiteit, energie, tijd en geld. Voor een lange reeks vanjaren is structureel meer geld nodig voor de bescherming vanNederland tegen overstroming.De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,drs. J.M. de VriesAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 6


lineaire trendniet-lineaire trend1324Verandering van de gemiddelde neerslag per maand1. De zeespiegel stijgtDe zeespiegel is in de afgelopen eeuw 20 cmgestegen. In de komende eeuw is de stijging naarverwachting groter; de gemiddelde verwachting is60 centi<strong>met</strong>er. Daarmee neemt ook de <strong>water</strong>standvan het IJsselmeer toe.2. De rivierafvoer stijgtKlimaatverandering leidt tot maximaal 40 % hogererivierafvoeren in de winter en tot 30 % lagereafvoeren in de zomer.3. De bodem daaltIn laag Nederland is de verwachte bodemdaling voor2050 tussen de 2 en 60 centi<strong>met</strong>er.4. de neerslag neemt toeDe hoeveelheid neerslag neemt tot 2050 in de winter<strong>met</strong> ca. 10 % toe en in de zomer <strong>met</strong> enkeleprocenten af.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 12


eken of sloten overlopen of het grond<strong>water</strong> zeer hoog komtte staan, kan grote maatschappelijke en economische schadeoptreden, maar lopen mensen geen direct gevaar. Er is dansprake van <strong>water</strong>overlast. Recente overstromingen inGroot-Brittannië, Italië en Spanje geven de ernst van ditprobleem aan.Extreem weinig <strong>water</strong> is in eerste instantie ook een overlastprobleemen kan eveneens tot grote economische schadeleiden. Wanneer het tekort lang aanhoudt, kan dit totsubstantiële problemen leiden in de drink<strong>water</strong>voorziening,scheepvaart, verdroging.1 In de notitie ‘Aanpak Wateroverlast’(1999) geven Rijk, provincies en<strong>water</strong>schappen een gezamelijk plan vanaanpak voor het bestrijden van<strong>water</strong>overlast. Het plan bestaat uit vieronderdelen: onderzoek naar het<strong>water</strong>beheer in de 21 e eeuw, bestuurlijkemaatregelen, maatregelen in hetregionale systeem en maatregelen in hethoofdsysteem. De stand van zaken isbeschreven in bijlage 1.In de notitie ‘Aanpak Wateroverlast’ 1 wordt een onderzoeknaar het <strong>water</strong>beheer in de 21 e eeuw aangekondigd.De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en de voorzittervan de Unie van Waterschappen hebben hiertoe in hetvoorjaar van 1999 de Commissie Waterbeheer 21 e Eeuwingesteld. Als taak kreeg de commissie te ‘adviseren over dewenselijke aanpassingen in de <strong>water</strong>huishoudkundigeinrichting van ons land, <strong>met</strong> aandacht voor de gevolgen vanklimaatverandering, zeespiegelstijging en bodemdaling’.De Commissie geeft in haar advies ‘Waterbeleid in de 21 eEeuw’ (augustus 2000) een helder beeld: het <strong>water</strong>systeem isnu en voor de toekomst niet op orde. Zonder verdereinspanning neemt onder invloed van klimaatverandering enbodemdaling de veiligheid af en de <strong>water</strong>overlast toe.Tegelijkertijd groeit het aantal inwoners dat beschermd moetworden en neemt de economische waarde van het tebeschermen goed toe. De Commissie constateert ook datburgers en politiek te weinig aandacht hebben voor dezeproblematiek. Daarnaast zijn de regie en de sturing in het<strong>water</strong>beleid sterk versnipperd.De Commissie Waterbeheer 21 e Eeuw onderschrijft de koers inhet <strong>water</strong>beleid die is ingezet <strong>met</strong> de vierde Nota<strong>water</strong>huishouding en de notitie ‘Aanpak Wateroverlast’.Zij ondersteunt de keuze voor ruimtelijke maatregelen in het<strong>water</strong>systeem. Tegelijkertijd constateert zij dat dit beleidonvoldoende van de grond komt en doet daaromaanbevelingen om de doorwerking van het <strong>water</strong>beleid teversterken. Verder voegt de Commissie een nieuw element toe:zij stelt dat het <strong>water</strong>beleid sterker moet anticiperen opAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 13


23141. De zee stijgt.Hoe hoger de zee, hoe hoger de<strong>water</strong>stand van IJsselmeer enbenedenrivierengebied, hoemoeilijker het rivier<strong>water</strong> weg kanstromen.2. De kans op overstromingneemt toe.De rivierafvoeren nemen toe.Des te meer <strong>water</strong> er door de‘riviergoot’ moet, des te hogerwordt de <strong>water</strong>stand. De kans opoverstroming neemt toe.3. De zee stijgt, de rivierafvoerneemt toe en de bodem daalt.Hoe groter het verschil tussen<strong>water</strong>stand en lager gelegenpolder, hoe groter de gevolgen bijoverstroming.4. De neerslag in de winterneemt toe.Wateroverlast dreigt.Stijgende <strong>water</strong>spiegel, meerregen<strong>water</strong> en dalende bodemVaker voorkomende én hogerepieken in de rivierafvoeren incombinatie <strong>met</strong> moeilijkerafstroming van al dat rivier<strong>water</strong>naar zee door (versnelde) zeespiegelstijging,zijn de verwachtegevolgen van klimaatverandering.De kans wordt groter dat het <strong>water</strong>over de rand (duinen, rivierdijken)loopt.De hogere piekafvoeren van derivieren worden veroorzaakt doorde verwachte toename van zwareregenbuien in de winter. In dezomer worden overigens juistlangere droge perioden voorzien<strong>met</strong> toenemende kans op<strong>water</strong>tekorten.Het effect van de hogere hoog<strong>water</strong>standenop zee en in derivieren wordt verder versterkt dooreen gestaag voortschrijdendebodemdaling. Dit is een gevolg vande langzame geologische kantelingvan Nederland over de asGroningen - Bergen op Zoom eneen snelle klink van bemalenpoldergebieden in laag Nederland.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 14


toekomstige ontwikkelingen rond klimaat, bodem, bevolkingen economische waarde, in plaats van te reageren opincidenten.Voorliggend kabinetsstandpunt geeft weer welke conclusies hetkabinet trekt uit het advies van de Commissie Waterbeheer 21 eEeuw en welke acties het – rekening houdend <strong>met</strong> klimaatveranderingen bodemdaling – nodig acht om de veiligheid tebehouden en de <strong>water</strong>overlast te verminderen. De uitwerkingvan deze acties wil het kabinet waar mogelijk combineren <strong>met</strong>de aanpak van <strong>water</strong>tekorten, verdroging en <strong>water</strong>kwaliteit.Het kabinet houdt hierbij rekening <strong>met</strong> drie andere adviezendie het afgelopen jaar over het <strong>water</strong>beheer zijn uitgebracht:‘Provincies maken ruimte voor <strong>water</strong>’ van de CommissieLeemhuis, ‘Het blauwe goud verzilveren’ van het Rathenau-Instituut en ‘Over stromen’ van NRLO, RMNO en AWT. Over ditlaatste advies geeft het kabinet in dit standpunt een reactie ophoofdlijnen. Begin 2001 volgt een aparte reactie aan de TweedeKamer.Bij de opstelling van dit standpunt zijn ook reacties van deCommissie Integraal Waterbeleid (CIW), van hetOverlegorgaan Water- en Noordzeeaangelegenheden (OWN) ende rapportage van het Centraal Planbureau (CPB) over kostenen baten van ruimte voor <strong>water</strong> meegenomen.1.2 Hoofdlijnen van het kabinetsstandpuntHet kabinet stelt zich in hoofdlijnen achter het advies van deCommissie. Het kabinet onderschrijft de noodzaak om teanticiperen op de verwachte klimaatsverandering enbodemdaling. De veiligheid moet gewaarborgd blijven, de kansop overstromingen mag niet toenemen. Wateroverlast moetteruggedrongen worden. Méér ruimte voor <strong>water</strong> naasttechnische maatregelen en taakstellende afspraken tussenverschillende overheden zijn essentieel voor het slagen van ditbeleid. Het kabinet realiseert zich dat deze nieuwe aanpak eenforse extra inspanning vergt.Voor de aanpak van veiligheid en <strong>water</strong>overlast is uiteindelijkeen goede mix van ruimtelijke en technische maatregelennoodzakelijk, waarbij het kabinet de voorkeur geeft aan hetaltijd bezien van ruimtelijke maatregelen, naast technische.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 15


Onder technische maatregelen worden maatregelen zoalsdijkverhogingen en -versterkingen, bemaling en stuwenverstaan. Onder ruimtelijke maatregelen verstaat het kabinetonder meer het verbreden of verlagen van uiterwaarden en deinzet van <strong>water</strong>bergings- en retentiegebieden.Dit kabinetsstandpunt geeft de overkoepelende visie van hetRijk weer op de aanpak van veiligheid en <strong>water</strong>overlast. Hetkabinet wil de uitvoering hiervan natuurlijk waar mogelijkcombineren <strong>met</strong> de aanpak van andere problemen in het<strong>water</strong>beheer, zoals diffuse bronnen van verontreiniging,verontreinigde <strong>water</strong>bodems, <strong>water</strong>tekorten en verdroging.Ook ziet het goede mogelijkheden om de uitvoering tecombineren <strong>met</strong> wensen op andere beleidsterreinen, zoals dereconstructie van het landelijk gebied, de aanleg van deecologische hoofdstructuur, winning van oppervlaktedelfstoffen,landinrichting en overige gebiedsgerichte projecten,woningbouw en de aanleg van bedrijventerreinen.Met de aanpak van het kabinet om naast technische maatregelenmeer ruimte voor <strong>water</strong> te creëren wordt dus veiligheiden beperking van <strong>water</strong>overlast gediend en kan tevens eenbelangrijke kwaliteitsimpuls aan de ruimtelijke inrichting vanons land worden gegeven.Voor de aanpak van het veiligheidsprobleem en de verminderingvan de <strong>water</strong>overlast kiest het kabinet de volgendehoofdlijnen:• Burgers herkennen en erkennen het <strong>water</strong>probleemonvoldoende. De overheid moet meer inzicht geven inde aard en de omvang van deze risico’s en burgersde mogelijkheid bieden om zelf een bijdrage te leveren aanhet verminderen van de risico’s, in aanvulling opde inspanningen van de overheid (hoofdstuk 2).• Een nieuwe aanpak voor veiligheid en <strong>water</strong>overlast,die stoelt op drie uitgangspunten (hoofdstuk 3):1. anticiperen in plaats van reageren;2. niet afwentelen van <strong>water</strong>huishoudkundige problemendoor het volgen van de drietrapsstrategie vasthoudenbergen-afvoerenen het niet afwentelen van bestuurlijkeverantwoordelijkheden;3. méér ruimte naast techniek.• Naast technische maatregelen is méér ruimte nodig om(incidenteel) <strong>water</strong> op te vangen. Deze ruimte moet waarAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 17


In 2001 verschijnt het tweede Structuurschema GroeneRuimte. Dit geeft aan hoe in het landelijk gebied maatregelenvoor meer veiligheid en minder <strong>water</strong>overlast te combinerenzijn <strong>met</strong> maatregelen voor onder meer verbetering van de<strong>water</strong>kwaliteit, verdrogingsbestrijding, reconstructie van hetlandelijk gebied en de versterking van de ecologischehoofdstructuur.Het kabinetsstandpunt ‘Ruimte voor de rivier’ geeft voor deRijn een concrete uitwerking van dit kabinetsstandpunt.De derde Kustnota doet dit voor de kust.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 19


Wat kan de burger zelf?In gebieden <strong>met</strong> risico’s op<strong>water</strong>overlast kunnen burgers ookzelf voorzorgsmaatregelen nemenom hun huizen en andereeigendommen te beschermen. Veelschade is te voorkomen.In Duitsland heeft het Ministerievoor ruimtelijke ordening na hethoog<strong>water</strong> van 1995 besloten omdoor middel van een brochure debevolking te informeren.De minister spreekt in een voorwoordde burgers en de bedrijvendirect aan op hun verantwoordelijkheidbij het beperken vanhoog<strong>water</strong>schade. Naast deinspanningen van overhedenhebben volgens de minister ookburgers zelf mogelijkheden omhun eigendommen te beschermendan wel om bij het ontwerp vangebouwen rekening te houden <strong>met</strong>verhoogde risico’s op hoog<strong>water</strong>.Aangereikte voorbeelden zijn:• het zo hoog mogelijk in huisplaatsen van verwarmings-,elektra- en telecommunicatieinstallaties,• gebruik van <strong>water</strong>bestendigebouwstoffen (plavuizen)• het maken van <strong>water</strong>dichtekelders.Ook in de Duitse deelstaten zijn ervergelijkbare initiatieven geweest.Nordrhein-Westfalen en Rheinland-Pfalzinformeren burgers enbedrijven door middel vanbrochures over de mogelijkhedenom schade aan woningen enbedrijfsgebouwen te beperken.Er worden praktische tips gegevenbij dreigende overstromingen(checklist <strong>met</strong> o.a. afdichting,olietanks en grond<strong>water</strong>).Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 20


2. Burger enmaatschappijEen delta <strong>met</strong> zijn vele <strong>water</strong> is aantrekkelijk om in te wonen, tewerken en te recreëren. Maar zo’n laaggelegen gebied kent ookrisico’s: absolute veiligheid is niet te garanderen en ook<strong>water</strong>overlast is niet uit te sluiten. De overheid moet burgershiervan bewust maken. Bewoners kunnen dan, in aanvulling opinspanningen van de overheid, ook zelf een bijdrage leveren aanhet voorkomen van schade en overlast.2.1 Bewustwording en draagvlakProbleemBurgers en maatschappelijke groeperingen herkennen en erkennenhet <strong>water</strong>probleem onvoldoende. Vaak zijn zij zich nietbewust van een mogelijke dreiging. Hierdoor komen maatregelenvan overheden vaak onverwacht en is er geen begrip voor.AanpakHet kabinet wil burgers en maatschappelijke organisaties beterinformeren over de risico’s en kansen van het leven in eendelta. Onder regie van het ministerie van V&W zal het Rijk in2001, samen <strong>met</strong> IPO, UvW en VNG, een landelijkcommunicatieplan opstellen. Provincies, <strong>water</strong>schappen engemeenten dragen zorg voor de doorwerking op regionale enlocale schaal. Een ‘platform <strong>water</strong>’, zoals de CommissieWaterbeheer 21 e eeuw heeft geadviseerd, kan eraan bijdragendat de aandacht voor <strong>water</strong> niet verslapt.Het kabinet beraadt zich de komende tijd over de behoefte aanen opzet van een dergelijk platform.In de komende periode zijn ingrijpende maatregelen nodig omde veiligheid te behouden en <strong>water</strong>overlast te verminderen.Snelheid en zorgvuldigheid strijden hierbij om voorrang.Het Rijk zal, waar zij initiatief neemt voor maatregelen,Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 21


Wonen: <strong>water</strong> als bondgenootIn ‘normale’ omstandighedenwordt <strong>water</strong> steeds meer gewaardeerdals element van onze woonomgeving.Geleidelijk aanverschijnt meer <strong>water</strong> in woonwijken,worden gedempte grachtenweer geopend en verschijnt ersteeds meer natte natuur binnenonze stedelijke structuur: <strong>water</strong>doorbreekt de hardheid van beton,steen en de stress. Water wordt indat denken niet als vijand of prooigezien, maar vooral als partner.De eigenschappen van het <strong>water</strong>zelf en de wijze waarop het <strong>water</strong>wordt beleefd, zouden daarbijuitgangspunt moeten zijn.Innovatieve vormen van amfibischwonen zijn daarvan een voorbeeld,vooral wanneer meer <strong>water</strong> in depolder gebracht wordt. Kansenvoor zowel wonen als het <strong>water</strong>worden zo gegrepen, zonder datde veiligheid in gevaar komt.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 22


urgers en bedrijven vanaf de voorbereidingsfase betrekken,zodat zij hun mening over de plannen kunnen geven en meekunnen denken over alternatieve oplossingen.We moeten ervan uitgaan dat zowel langs het hoofdsysteem alsin het regionale systeem gebieden nodig zijn om <strong>water</strong> intijden van veel regen of een grote rivierafvoer tijdelijk tebergen. Bestuurders en <strong>water</strong>beheerders mogen nadeligeeffecten niet afwentelen op de toevallige eigenaren engebruikers van deze gronden. In 2001 zal het Rijk, samen <strong>met</strong>andere overheden, mogelijkheden voor schadevergoeding engebruiksvoorwaarden in beeld brengen.Het kabinet streeft er naar om schade door <strong>water</strong>overlastverzekerbaar te maken. Burgers, bedrijven en weersgevoeligesectoren kunnen dan zelf beoordelen of zij zich voor schadedoor <strong>water</strong>overlast willen verzekeren. Een interdepartementalewerkgroep verkent onder regie van het ministerie vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overleg <strong>met</strong> deverzekeringssector de (on)mogelijkheden van schadedekkingmiddels verzekeren voor de weersgevoelige sectoren.Het verzekerbaar maken van schade door dijkdoorbraak of hetoverstromen van primaire <strong>water</strong>keringen is niet haalbaar.Het kabinet heeft in 1998 besloten dat het Rijk in dit gevalverantwoordelijk is voor vergoedingen in het kader vanbestaande schaderegelingen.2.2 inzicht in risico’s en kansenProbleemOverstromingen en <strong>water</strong>overlast zijn niet uit te sluiten.Burgers weten onvoldoende wat ze wel en niet mogenverwachten van de overheid op het gebied van veiligheid en<strong>water</strong>overlast. Voor een deel van het <strong>water</strong>systeem zijn detaakstellingen niet helder vastgelegd.AanpakHet kabinet wil de burgers inzicht geven in de kans dat deomgeving getroffen wordt door overstromingen of <strong>water</strong>overlast.Dit wordt onderdeel van het communicatieplan.Voor het hoofdsysteem is de taakstelling van de overheid inde wet vastgelegd in de vorm van veiligheidsnormen.Het kabinet onderkent dat de gevolgen van een overstromingAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 23


steeds ernstiger zullen worden omdat de bevolking groeit ende economische waarde van het gebied toeneemt.Het handhaven van de veiligheidsnormen is dus van steedsgroter belang. V&W brengt in 2002 voor elke dijkring deoverstromingskans en mogelijke zwakke schakels in beeld.Ook zal het in 2002 een beeld geven van de gevolgen van eenoverstroming, om de kosten en baten van investeringen inveiligheid inzichtelijker te maken.Voor het regionale systeem is niet vastgelegd welke mate vanbescherming de regionale overheden aan de burger moetenbieden. Verkend zal worden op welke wijze en <strong>met</strong> welke statusnormering van <strong>water</strong>overlast ingevoerd kan worden.Deze verkenning vindt plaats onder regie van de Unie vanWaterschappen en in samenwerking <strong>met</strong> Rijk, IPO, en VNG.Het kabinet wil hier uiterlijk in 2002 een besluit over nemen.Zelfs als de <strong>water</strong>systemen op orde zijn, kán het een keermisgaan. In (inter)gemeentelijke rampenbestrijdingsplannenen calamiteitenplannen van <strong>water</strong>schappen staat omschrevenhoe mensen, dieren en goederen dan tijdig in veiligheid tebrengen zijn. Het kabinet zal bevorderen dat de calamiteitenenrampenbestrijdingsplannen op elkaar worden afgestemd.Hiervoor is een wijziging van de Wet rampen en zwareongevallen en de Waterstaatswet in voorbereiding. Ook bij deaanwijzing en inrichting van <strong>water</strong>bergingsgebieden zullenevacuatiemogelijkheden moeten worden verkend en dedaarvoor benodigde hulpverleningsmiddelen vóóraf wordengeregeld. Betrokken overheden nemen in 2001 een gezamenlijkhoog<strong>water</strong>informatiesysteem (HIS) in gebruik dat bestuurdersbij een dreigende ramp van eenduidige informatie voorziet.Wonen en werken in de omgeving van <strong>water</strong> is aantrekkelijkmaar is in het verleden veelal ten koste gegaan van de ruimtevoor <strong>water</strong>. Er zijn wel goede mogelijkheden voor wonen enwerken aan het <strong>water</strong> zolang rekening wordt gehouden <strong>met</strong> deeisen die veiligheid en <strong>water</strong>berging nu en in de toekomststellen. Overheden moeten aangeven of, en zo ja onder welkevoorwaarden, wonen en werken aan het <strong>water</strong> mogelijk is. Ditbiedt private partijen de gelegenheid om <strong>met</strong> nieuwe, creatievebouwwijzen te komen die rekening houden <strong>met</strong> het behoudvan ruimte voor <strong>water</strong> en <strong>met</strong> <strong>water</strong>overlast.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 24


Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 26


3. Een andere aanpakvoor veiligheid en<strong>water</strong>overlastDe problemen op het gebied van veiligheid en <strong>water</strong>overlastvragen om een nieuwe aanpak. Het <strong>water</strong>beleid en de ruimtelijkeinrichting van ons land moeten nu al rekening houden <strong>met</strong> deklimaatveranderingen en bodemdaling die we in de toekomstverwachten. Naar huidig inzicht is op termijn meer ruimte voor<strong>water</strong> nodig, die we nu al moeten reserveren. Om te voorkomendat <strong>water</strong>problemen worden afgewenteld op benedenstroomsgelegen gebieden, is een heldere strategie nodig.3.1 Anticiperen in plaats van reagerenProbleemIn brede kring is men het erover eens dat de komendedecennia de zeespiegel versneld zal stijgen, de hoog<strong>water</strong>standin de rivieren zal toenemen en de bodem verder zal dalen. Ookzullen in de zomer vaker <strong>water</strong>tekorten optreden. Als we nietsdoen, neemt de veiligheid af en de <strong>water</strong>overlast toe, terwijltegelijkertijd de bevolking en de waarde van het te beschermengoed groeien. Het gevolg is dat de schade bij een overstrominghoger uitvalt. Dát deze ontwikkelingen zullen plaatsvinden,lijkt zeker; de snelheid en de omvang van de ontwikkelingenzijn echter nog onzeker. De vraag is hoe <strong>met</strong> deze onzekerheidmoet worden omgegaan.AanpakHet kabinet wil anticiperen op toekomstige klimaatveranderingenen bodemdaling en daarbij rekening houden<strong>met</strong> de onzekerheid die hiermee is gemoeid:• Overstromingen en <strong>water</strong>overlast mogen in de toekomst nietvaker voorkomen als het klimaat verandert en de bodemAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 27


Het risico van een overstromingOverstromingen zijn nooit helemaaluit te sluiten. Een groot deel vanons land ligt immers onder de zeespiegel.Daarbij zullen we nietalleen moeten anticiperen opzeespiegelstijging en bodemdaling,maar mogelijk ook <strong>met</strong> een toenemendekans op zware stormen.Anticiperen is hard nodig, want eenongeluk zit in een klein hoekje.A berekende hoogte <strong>water</strong>stand (m + NAP)B verschil t.o.v. de van de veiligheidsnorm A BI De maximale ge<strong>met</strong>en <strong>water</strong>stand tijdens de storm 3.85 1.20 lagervan 1953 van 3.85 m boven NAP. Sedertdien zijn(nog veilig)de zeeweringen versterkt waardoor in de huidigesituatie deze <strong>water</strong>stand veilig gekeerd kan worden.II Door zeespiegelstijging en bodemdaling sinds 1953 zou 4.05 1.00 lagerde <strong>water</strong>stand bij dezelfde storm als in 1953 nu al(nog veilig)ca. 20 cm hoger zijn gekomenVoorbeeld Hoek van HollandIn het winterseizoen 1999-2000zijn relatief veel zware stormenover de Noordzee en West-Europagetrokken. De vraag rijst of er eenkans is dat in Nederland zwaremateriële schade en slachtofferszullen vallen bij een zeer zwarestorm. Daartoe zijn berekeningenuitgevoerd voor de locatie Hoekvan Holland <strong>met</strong> de stormvloed van1953 als referentie. De norm is de<strong>water</strong>stand die hoort bij eengebeurtenis <strong>met</strong> een kans vanoptreden van eens per 10.000 jaar(de veiligheidsnorm). Uit deberekeningen blijkt dat zeer hoge<strong>water</strong>standen langs de Nederlandsekust <strong>met</strong> mogelijk grote materiëleschade en slachtoffers zeker nietuitgesloten kunnen worden.De Technische Adviescommissievoor de Waterkeringen (‘van overschrijdingskansnaar overstromingskans’,juni 2000) heeft onderzochtdat dijken en smalle duinregels inCentraal-Holland bij een zeespiegelstijgingvan 50 tot 100 cm,een factor 2 tot 4, resp. 6 tot 15grotere kans hebben om door teIII In 1953 waren niet alle omstandigheden zo ongunstig. 4.80 0.25 lagerAls bij een volgende keer het springtij iets hoger is en als(nog veilig)ook de windrichting iets ongunstiger is, dan wordt de<strong>water</strong>stand nog 75 cm extra hoger.IV En stel dat het bijvoorbeeld 4% harder stormt, dan wordt 5.05 gelijkde <strong>water</strong>stand gelijk aan de huidige veiligheidsnorm.V En als het 10 % harder stormt, dan is de <strong>water</strong>stand 5.45 0.40 hogerca. 40 cm hoger dan wat de zeewering aan kan en(gevaarlijk)is overstroming van het achterland mogelijk.breken dan in de huidige situatie.Een grotere rivierafvoer in de Rijnbiedt een vergelijkbaar plaatje: eentoename <strong>met</strong> 1000 tot 3000 m 3 /slevert een factor 2 tot 3, resp.10 grotere kans op overstroming.Aangezien er steeds meer geïnvesteerdwordt in het lage deel vanNederland neemt niet alleen dekans op overstromen toe, maarworden ook de eventuele gevolgenrampzaliger. Althans, wanneer ergeen tegenmaatregelen wordengenomen.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 28


daalt. Dit vraagt om een structurele aanpak van het<strong>water</strong>beheer.• Maatregelen die op korte termijn uitgevoerd worden voor debescherming tegen overstromingen of <strong>water</strong>overlast, moetenook op lange termijn, bij een verdere wijziging van hetklimaat, effectief blijven. De <strong>water</strong>beheerders (Rijks<strong>water</strong>staaten <strong>water</strong>schappen) moeten maatregelen expliciet aandeze voorwaarde toetsen. Daarnaast wil het kabinet, daarwaar voldoende maatschappelijk en financieel draagvlakbestaat, die maatregelen treffen die formeel pas in detoekomst nodig zijn, bij verdere verhoging van bijvoorbeeldde maatgevende rivierafvoer of de zeespiegel. Hiermee kanvoorkomen worden dat een gebied meerdere malen eeningreep te verwerken krijgt (bijvoorbeeld tweemaal eendijkverlegging) of juist bereikt worden dat <strong>met</strong> enige extrainspanning de ruimtelijke kwaliteit of natuurwaardenversterkt kunnen worden.• Ruimte die, naar het huidige inzicht, op termijn nodig isvoor de bescherming tegen overstromingen of <strong>water</strong>overlast,moet nu al voor dit doel worden gereserveerd.Het kabinet gaat uit van de klimaatsscenario’s die de IPCC ende Commissie Waterbeheer 21 e Eeuw hanteren en kijkt daarbijcirca honderd jaar vooruit.Ook perioden <strong>met</strong> extreem laag<strong>water</strong> zullen naar verwachtingvaker optreden, wat gevolgen zal hebben voor onder meer deverdroging, verzilting, <strong>water</strong>kwaliteit en de bevaarbaarheid vanvaarwegen. Het Rijk gaat onder regie van het ministerie vanV&W samen <strong>met</strong> <strong>water</strong>schappen scenario’s opstellen voorextreem laag<strong>water</strong>. De belangrijkste gevolgen en maatregelenworden voor 2002 in beeld gebracht.3.2 Méér ruimte naast techniekProbleemHet oppervlak aan gebieden voor <strong>water</strong>berging is drastischafgenomen. Gebieden, die vroeger extreme <strong>water</strong>hoeveelhedenzonder al te veel overlast konden opvangen, zijn in de loopvan de laatste vijf eeuwen geleidelijk voor andere doeleindenin gebruik genomen. De natuurlijke opvangcapaciteit van dedelta is grotendeels verdwenen. Met technische middelen alsdijkverhogen en bemalen alléén raken we aan de grenzen vanhet mogelijke. Bodemdaling enerzijds en hogere dijkenAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 29


Onderzoek CPB: ruimtelijkemaatregelen bieden perspectiefRuimte voor <strong>water</strong>: kosten en batenvan zes projecten en enigealternatieven, CPB, nov. 2000Recent heeft het Centraal Planbureauop verzoek van het Ministerievan Verkeer en Waterstaateen maatschappelijke kostenbatenanalyseuitgevoerd van eenaantal projecten gericht op behoudvan veiligheid en een verminderingvan toekomstig <strong>water</strong>overlast. Hetbetreft hier projecten in hetrivierengebied, langs de kust,projecten die betrekking hebben opregionale <strong>water</strong>systemen en deaanwijzing van noodoverloopgebieden.Een belangrijk kenmerkvan de projecten is dat deoplossing van het <strong>water</strong>probleem,<strong>anders</strong> dan in het verleden, nietalleen in technische maar ook inruimtelijke maatregelen wordtgezocht. Voor zover hieroverinformatie beschikbaar was, zijnook alternatieve maatregelengeanalyseerd, bijvoorbeeld hetverhogen van dijken.In de analyse is zoveel mogelijkrekening gehouden <strong>met</strong> allerelevante baten en kosten. Dat wilzeggen ook baten en kosten diemoeilijk of niet in een geldbedragzijn uit te drukken, zoals gevolgenvoor biodiversiteit en potentiëleslachtoffers, zijn in de evaluatiebetrokken.De belangrijkste conclusie uit hetonderzoek is dat de geanalyseerdeprojecten in termen van maatschappelijkebaten en kosten inpotentie kansrijk zijn. Voor demeeste projecten geldt dat deberekende maatschappelijke batenvan de ruimtelijke oplossingengroter zijn dan de maatschappelijkekosten.Het positieve verschil tussen batenen kosten is het grootst voor hetproject duinverbreding. Ookconcludeert het CPB dat het beteris het teveel aan <strong>water</strong> op eenverstandige manier gecontroleerdte laten overstromen in noodoverloopgebieden(waar in beginselmaar eenmaal per 1250 jaargebruik van behoeft te wordengemaakt), dan het <strong>water</strong> zijn gangte laten gaan. Daarentegen plaatsthet CPB-rapport de meeste vraagtekensbij het project regionale<strong>water</strong>en. Niet alleen vanwege deaanzienlijke ruimteclaims van ditproject maar ook omdat die claimshoofdzakelijk betrekking hebben ophet dichtbevolkte westen van hetland.De reikwijdte van de conclusieswordt beperkt door onvolledighedenin de specificatie van degeanalyseerde projecten alsmededoor tekortkomingen in dehogere dijken: grotere risico”sbeschikbare data. Een belangrijkevooronderstelling in dit verband isdat de gebieden voor <strong>water</strong>bergingzo gekozen worden dat ze niet tenkoste gaan van stedelijkeontwikkelingen.Voor meer definitieve uitspraken isaanvullend onderzoek noodzakelijk,bijvoorbeeld in de planfase van hetproject ‘Ruimte voor de Rivier’.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 30


anderzijds maken een ramp bij een overstroming groter: gaathet mis, dan gaat het ook goed mis!De vraag is op welke weg verder moet worden gegaan. Ook hetCPB heeft een onderzoek uitgevoerd naar de maatschappelijkekosten en baten van zowel ruimtelijke oplossingen alstechnische maatregelen. Geconcludeerd wordt dat deonderzochte projecten in termen van maatschappelijke kostenen baten in potentie kansrijk zijn, maar dat - gezien hetkarakter van de uitgevoerde studies en de onzekerheden dieinherent zijn aan projecten in een verkenningenfase -geenhardere en specifiek projectgerichte uitspraken gedaan kunnenworden.AanpakEen goede mix van technische en ruimtelijke maatregelen isnodig om de gevolgen van zeespiegelstijging, bodemdaling enklimaatverandering op te vangen. Het kabinet geeft hierbij devoorkeur aan het altijd bezien van ruimtelijke maatregelen,naast technische. Omdat ruimte een schaars goed is moetruimte voor <strong>water</strong>berging, in het hoofd- en regionaal systeem,waar mogelijk gecombineerd worden <strong>met</strong> doelen die daarmeete verenigen zijn, zoals natuur, recreatie, winning vanoppervlaktedelfstoffen en landbouw. Onder bepaaldevoorwaarden zijn wellicht ook combinaties mogelijk <strong>met</strong>wonen en werken.Bij concrete uitwerkingen (op projectniveau) zullenmaatregelen <strong>met</strong> een maatschappelijke kosten-batenanalysegetoetst worden. Hierbij wegen ook kosten en baten mee dieniet in geld zijn uit te drukken, zoals die van natuur enruimtelijke kwaliteit. Cruciaal is of de maatregelen ook op delange termijn effectief zijn en passen in de landelijke eninternationale samenhang.Bestaande ruimte voor <strong>water</strong>, die van belang is voor het oporde houden van de <strong>water</strong>systemen, moet behouden blijven.Om dit te waarborgen moeten bestuurders ruimtelijkebesluiten expliciet toetsen aan de effecten op veiligheid,<strong>water</strong>overlast en verdroging, rekening houdend <strong>met</strong>ontwikkelingen van klimaat en bodem. De resultaten van dezetoetsing moeten zij betrekken bij de integrale afweging.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 31


Niet afwentelen door drietrapsstrategieDe Commissie Waterbeheer 21 e eeuw adviseert deverplichte toepassing van de drietrapsstrategie:vasthouden, bergen en dan pas afvoeren.vasthoudenbergenafvoerenAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 32


3.3 Verantwoordelijkheden niet afwentelenProbleemAanpakIn tijden van te veel <strong>water</strong> is het verleidelijk om <strong>water</strong> zo snelmogelijk af te voeren. Een snelle afvoer kan op kleine schaalbezien een goede oplossing zijn, maar betekent meestal dat hetprobleem naar de benedenstrooms gelegen regio wordt verplaatst.Een systeem gericht op snelle afvoer werkt daarnaastverdroging in de hand. In tijden van een geringe aanvoer zaleerder een <strong>water</strong>tekort en verzilting optreden. Perioden <strong>met</strong>geringe <strong>water</strong>aanvoer zullen naar verwachting vakervoorkomen.Het kabinet wil voorkomen dat <strong>water</strong>overlast en veiligheidsproblemenworden afgewenteld op benedenstrooms gelegenregio’s en grote problemen op het gebied van veiligheid en<strong>water</strong>overlast veroorzaken. Gekozen wordt voor de volgendestrategie. Tijdens extreem natte omstandigheden moet alleruimte kunnen worden benut. De drietrapsstrategie‘vasthouden-bergen-afvoeren’ is dan op het niveau vanstroomgebieden en deelstroomgebieden het leidende principe.Dit houdt in dat neerslag in de eerste plaats zo lang mogelijkwordt vastgehouden in het deelstroomgebied waarin deneerslag valt. Wanneer dit niet langer mogelijk is, wordt het<strong>water</strong> tijdelijk geborgen in daarvoor bestemde <strong>water</strong>bergingsgebieden.Pas als ook die mogelijkheid ten volle is benut, wordthet overtollige <strong>water</strong> afgevoerd. In de notitie AanpakWateroverlast heeft het kabinet aangegeven welke maatregelenin het hoofdsysteem nodig zijn om deze afvoer tot stand tebrengen (o.a. uitbreiding van de gemaalcapaciteit bij IJmuidenen Gouda, uitbreiding van de spuicapaciteit in de Afsluitdijk).Ook onder droge en normale omstandigheden dient <strong>water</strong> zolang mogelijk vastgehouden te worden. Het doel hiervan isverdroging te voorkomen, ook in aangrenzende regio’s, en hetinlaten van gebiedsvreemd <strong>water</strong> te beperken.De strategie van ‘niet-afwentelen’ vereist regionaal maatwerk.Bij het uitwerken van de strategie voor ‘niet-afwentelen’moeten ook doelstellingen voor verdrogingsbestrijding,verziltingsbestrijding en verbetering van de <strong>water</strong>kwaliteitgeïntegreerd worden.Internationaal zijn in het kader van de hoog<strong>water</strong>actieplannenvoor de Rijn en de Maas inmiddels afspraken gemaakt om hetafwentelen van veiligheids- en <strong>water</strong>overlastproblemen tegente gaan.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 33


Europese samenwerking bij dehoog<strong>water</strong>bestrijdingNa de hoog<strong>water</strong>s van 1993 en1995 is de internationalesamenwerking bij de hoog<strong>water</strong>bestrijdingin een stroomversnellinggekomen. In het zogenaamdeIRMA-programma, worden <strong>met</strong>steun van de Europese Unie in hetgehele stroomgebied van de Rijnen de Maas projecten uitgevoerd.In het bijzonder projecten <strong>met</strong> dedoelstelling ‘ruimte voor de rivier’worden gestimuleerd.Voorbeelden van dergelijkerijksprojecten zijn (onderdelen van)de Maaswerken en het beterdoorstroombaar maken van despoorbrug bij Oosterbeek,gecombineerd <strong>met</strong> herinrichtingvan de nabijgelegen Rosandepolder.De <strong>water</strong>schappen voereneveneens veel projecten uit,meestal <strong>met</strong> doel om <strong>water</strong> langervast te houden.Bylerward720ha/30Mio m 3Bislicher Insel1100ha/50Mio m 3N I E D E R L A N D EKLEVEEMMERICHXANTENIlvericher Bruch600ha/25Mio m 3REESKREFELDORSOYMOERSNEUSSWorringer Bruch600ha/13Mio m 3Köln - Langel500ha/10Mio m 3WESELLohrwardt500ha/20Mio m 3KÖLNWESSELINGOrsoy-Land220ha/10Mio m 3DUISBURGMündelheim150ha/5Mio m 3DÜSSELDORFItter-Himmelgeist60ha/2Mio m 3Monheim200ha/8Mio m 3LEVERKUSENOok direct over de grens, inNordrhein-Westfalen, wordtingezet op ‘ruimte voor de rivier’.Het in 1992 opgestelde “Gesamtkonzept”omvat ondermeer hetverkrijgen en behouden vanretentiegebieden langs de Niederrhein,de natuurlijke verbeteringvan <strong>water</strong>lopen en de opname vanregen in de bodem. Van de elfprojecten zullen er waarschijnlijkacht worden uitgevoerd alsdijkteruglegging (Flutpolder) endrie als retentiegebied (Taschenpolder).De dijkterugleggingenzorgen voor verlaging van extremehoog<strong>water</strong>standen bovenstroomsvan de projecten. De retentiegebiedenbij Bylerward,Ilvericherbruch en Worringerbruchzijn voor Nederland van grootbelang omdat ze een deel van deextreme hoog<strong>water</strong>golf kunnenbergen en zodoende de <strong>water</strong>standbij Lobith <strong>met</strong> circa 10 cm kunnenverlagen.BanndeicheBanndeiche-sanierungsbedürftigVorgesehene neueRückhalterräumeNiederkassel35ha/1,0Mio m 3BONNKÖNIGSWINTERAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 34


4. Ruimte voor<strong>water</strong> vergrotenZowel nu als in het licht van de toekomstige ontwikkelingen ismeer ruimte nodig om <strong>water</strong> veilig en zonder veel overlast tekunnen opvangen en afvoeren. In alle delen van het <strong>water</strong>systeemis meer ruimte nodig, van de haarvaten tot het hoofdsysteem - ookin delen van de internationale stroomgebieden.4.1 Internationale afsprakenProbleemNederland ligt in de delta van Rijn, Maas, Schelde en Eems.In de stroomgebieden van deze rivieren zijn de afgelopendecennia de mogelijkheden voor het opvangen van <strong>water</strong>afgenomen. Oorzaken zijn onder meer verharding van hetoppervlak, verkleining van uiterwaarden en bochtafsnijdingenin rivieren. Om de opvangmogelijkheden te herstellen zijn ookin de bovenstroomse delen van de stroomgebiedenmaatregelen nodig. De veiligheid van de Nederlandse burger iser mede van afhankelijk.AanpakDe samenwerking <strong>met</strong> de andere landen in de stroomgebiedenvan Rijn en Maas heeft geleid tot het opstellen vangezamenlijke hoog<strong>water</strong>actieprogramma’s en afspraken overrivierverruimende maatregelen (bijlage 2). Het EuropeseInterreg-programma voor Rijn en Maas heeft hieraan eenbelangrijke impuls gegeven. Hetzelfde geldt voor de bilateralesamenwerking in de grensgebieden, bijvoorbeeld tussen deDuitse deelstaat Nordrhein-Westfalen en Nederland.De maatregelen in bovenstrooms gelegen landen leveren eenessentiële bijdrage aan het handhaven van de veiligheid inNederland. Het kabinet zal daarom actief bijdragen aan detotstandkoming en uitvoering van Europese samenwerkingsprojectenop het gebied van hoog<strong>water</strong>bescherming.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 35


Ruimte voor <strong>water</strong> in het hoofdsysteemIn en langs het hoofdsysteem zijn grootschalige maatregelen nodig om de ruimte voor het<strong>water</strong> te vergroten.KustTer plaatse van zwakke schakels inde duinenrij heeft landwaartseverbreding de voorkeur. Als datniet mogelijk is, dan wordt dezeewering zeewaarts verbreed.landwaartse verbredingzeewaartse verbredingRivierengebiedMeer ruimte voor de rivier ismogelijk door:A landwaartse verlegging vande winterdijken,B verlaging van de uiterwaarden,C verwijdering van obstakels inde uiterwaard enD het inzetten van retentiegebieden.IJsselmeergebiedDe spuicapaciteit in de Afsluitdijkwordt uitgebreid zodat deveiligheid van het omliggendegebieden in de komende decenniagewaarborgd.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 36


Maatregelen in het buitenland kunnen het Nederlandseprobleem echter slechts ten dele oplossen. Daarvoor zijn ookin Nederland maatregelen noodzakelijk.4.2 HoofdsysteemProbleemIn en langs het hoofdsysteem is meer ruimte nodig om deveiligheid bij verdergaande klimaatverandering enbodemdaling te kunnen handhaven. Problemen in de kust,rivieren en het IJsselmeergebied hangen <strong>met</strong> elkaar samen.Ook de oplossingen moeten in samenhang bezien worden.AanpakKustOp dit moment voldoet de <strong>water</strong>kering langs de kust aan deveiligheidsnormen. Een verder stijgende zeespiegel heeft directtot gevolg dat een aantal zwakke schakels in de <strong>water</strong>keringversterkt zal moeten worden. Om hierop te anticiperen zal hetkabinet in samenwerking <strong>met</strong> de regionale overheden hiervoorin 2001 gebieden reserveren. Het kabinet is voornemens om inieder geval de reserveringen ter plekke van Callantsoog enomgeving, Delfland-Ter Heijde en delen van ZeeuwsVlaanderen te laten volgen door een daadwerkelijkeversterking waarbij meervoudig ruimtegebruik <strong>met</strong> vooralnatuur en recreatie het uitgangspunt vormt. Het kabinet wilnieuwe activiteiten die niet <strong>met</strong> de toekomstige<strong>water</strong>keringsfunctie te verenigen zijn uit deze gebieden werenen waar mogelijk activiteiten stimuleren die er wel mee teverenigen zijn, zoals natuur en recreatie, waarmee ook deruimtelijke kwaliteit verbetert.RivierenHet kabinet start in 2001 <strong>met</strong> de planfase ‘Ruimte voor derivier’. In deze fase worden maatregelenpakketten ontwikkeldom de wettelijke veiligheidsnormen te bereiken die horen bijde afvoer die vanaf 2001 maatgevend is. De maatregelenpakkettenbestaan uit een goede mix van technische enruimtelijke maatregelen, waarbij het kabinet de voorkeur geeftaan het altijd bezien van ruimtelijke maatregelen, naasttechnische. Het kabinet stelt de uitgangspunten voor deplanfase vast in een apart kabinetsstandpunt.Voor de toenemende afvoeren in de toekomst zijn naast rivierverruimendemaatregelen ook <strong>water</strong>bergingsgebiedenAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 37


(retentiegebieden) nodig. Het kabinet is voornemens om inieder geval de Ooijpolder, het Rijnstrangengebied en de Biesboschen ruimte voor het landwaarts verleggen van de dijk bijde Waalsprong daarvoor te reserveren. Het Rijk zal op de kortstmogelijke termijn in overleg <strong>met</strong> regionale bestuurders uitwerkenwanneer en hoe deze gebieden worden gereserveerd enop welke wijze ze worden ingezet. Het resultaat hiervan wordtin 2002 opgenomen in het ‘Nationaal Bestuursakkoord Water’(hoofdstuk 7). Duitsland zal, vanwege mogelijke grensoverschrijdendeeffecten, betrokken worden bij beslissingen overhet Rijnstrangengebied en de Ooijpolder.Hoe goed wij ook <strong>met</strong> het ‘ruimte voor de rivier’ conceptzullen anticiperen op toenemende afvoeren, we zullenrekening moeten houden <strong>met</strong> de onvoorspelbaarheid van denatuur. Het kan tóch een keer misgaan. Het kabinet geeft er devoorkeur aan ook in deze rampsituaties het overstromen zogecontroleerd mogelijk te laten plaatsvinden. Een onafhankelijkecommissie zal in nauw overleg <strong>met</strong> Rijk, provincies en<strong>water</strong>schappen en de bewoners van het gebied, het concept vangecontroleerd overstromen gezamenlijk uitwerken enbesluitvormingsprocedures voor dreigende overstromingenopstellen.IJsselmeerHet kabinet wil het <strong>water</strong> uit het IJsselmeer zo lang mogelijkonder vrij verval blijven lozen op de Waddenzee. Uitbreidingvan de spuicapaciteit in de Afsluitdijk is hiervoor op kortetermijn noodzakelijk. Een studie hiernaar loopt inmiddels, alsuitwerking van de notitie ‘Aanpak Wateroverlast’. In 2003 kannaar verwachting een besluit worden genomen over deuitbreiding van de spuicapaciteit in de Afsluitdijk.Vanwege de stijgende zeespiegel, moet op langere termijn hetIJsselmeerpeil mee stijgen om te kunnen blijven spuien in deWaddenzee.Een flexibeler peilbeheer kan de bergingscapaciteit van hetIJsselmeer mogelijk vergroten. Het kabinet gaat onder regievan het ministerie van V&W na of <strong>met</strong> een ander peilregimemeer <strong>water</strong> in het IJsselmeer geborgen kan worden. Hierbijwordt ook onderzocht of een ander peilregime tegemoet kankomen aan de wens voor een natuurlijker peil. Kleineaanpassingen van het peilregime, binnen de marge van hethuidige peilbesluit, kunnen op korte termijn ingevoerdworden. Verdere optimalisaties kunnen eerst doorgevoerdAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 38


worden nadat de uitbreiding van de spuicapaciteit voltooid is.Het kabinet wil <strong>met</strong> name die ontwikkelingen tegenhouden dieeen toekomstige peilverhoging of een flexibeler peil op hetIJsselmeer belemmeren. Voordat het peil daadwerkelijk wordtverhoogd, moet de <strong>water</strong>kering rond het IJsselmeer wordenversterkt. Bij voorkeur gebeurt dit in de vorm van natuurlijkevooroevers.4.3 Regionaal systeemProbleemEen belangrijke opgave ligt er om de regionale <strong>water</strong>systemenop orde te brengen en te houden. Thans is nog niet helemaalduidelijk hoeveel ruimte daarvoor nodig is en welkemaatregelen genomen moeten worden. Plannen voor detoekomstige inrichting van het hoofd- en regionaal systeemzijn nog onvoldoende op elkaar afgestemd.Regelgeving, beleid en beheer in Nederland en aangrenzendelanden verschillen teveel om tot een adequate aanpak ingrensoverschrijdende deelstroomgebieden te komen.Daarnaast is voor het regionale systeem niet duidelijk geregeldwelke mate van bescherming de regionale overheden de burgermoeten bieden.AanpakHet kabinet vraagt aan provincies (regie), <strong>water</strong>schappen engemeenten, uiterlijk in 2002 een ‘<strong>water</strong>visie’ op te stellenwaarin is aangegeven hoe zij het regionale <strong>water</strong>systeem oporde willen brengen, rekening houdend <strong>met</strong> klimaatveranderingen bodemdaling. In afwachting van de besluitvormingover normering van <strong>water</strong>overlast (paragraaf 2.2),vormt de systematiek die de Commissie Waterbeheer 21 e Eeuwvoorstelt een goed uitgangspunt. Onderdeel van de <strong>water</strong>visieis een <strong>water</strong>kansenkaart die aangeeft waar ruimte voor <strong>water</strong>nodig is.Het kabinet vraagt provincies (regie), <strong>water</strong>schappen engemeenten om op basis van de ‘<strong>water</strong>visie’ en de <strong>water</strong>kansenkaarteen uitvoeringsprogramma voor de komende 10 jaar opte stellen. De uitvoeringsprogramma’s vormen de basis vooreen ‘Nationaal Bestuursakkoord Water’ <strong>met</strong> taakstellendeafspraken tussen Rijk, provincies, <strong>water</strong>schappen engemeenten. Het Rijk wil dit bestuursakkoord in 2002 sluiten.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 39


1231. Regionaal meer ruimte voor <strong>water</strong>Zowel in hoog als in laag Nederlandwordt aan het <strong>water</strong>systeemgesleuteld om meer ruimte aan het<strong>water</strong> te geven. Wateroverlastwordt zo tegengegaan2. Extra slinger in de beekHermeandering van beken blijkt inhoog Nederland een efficiëntemaatregel te zijn ter voorkomingvan <strong>water</strong>overlast. Het mes snijdtaan twee kanten: de <strong>water</strong>overlastvermindert en financieel zijn debaten groter dan de kosten. Natuuren recreatie liften mee.3. en 4. Kool wijkt voor <strong>water</strong>Als het september 1994 na extremeregenval eindelijk droog wordt,staan grote delen van Noord-Holland blank, omdat de gemalenen boezems onvoldoende capaciteithebben om in korte tijd zoveel<strong>water</strong> weg te krijgen. In de poldersDe Woudmeer en Speketer gaathierdoor een groot deel van dekolen- en wortelenoogst verloren.Het Waterschap Groot-Geestmerambachtconstateert dat de polderste weinig open <strong>water</strong> hebben omals buffer te kunnen fungeren.Het <strong>water</strong>schap gaat aan de slagonder het motto ‘de poldersmoeten hun eigen broek ophouden’.Waar zich de kans voordoetheeft het <strong>water</strong>schap kavelsgekocht. De boeren zien zelf hetbelang in van extra <strong>water</strong>bergingvanwege de oogstschade. Niemand4hoeft te verhuizen en geen boerbeëindigt gedwongen zijn bedrijf.Als alle werken gereed zijn, is er 13ha open <strong>water</strong> bij gekomen. Mochthet ooit weer zo hard regenen alsin 1994 dan stijgt het <strong>water</strong>peil inde polders niet meer een <strong>met</strong>ermaar slechts zestig centi<strong>met</strong>er.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 40


Watervisies en uitvoeringsprogramma’s kunnen het besteworden opgesteld op het schaalniveau van de 17 deelstroomgebiedendie de Commissie Waterbeheer 21 e Eeuwonderscheidt. Bij de uitwerking zal ervoor worden gezorgd datdie passen binnen één van de vier Nederlandse stroomgebiedenuit de EG-Kaderrichtlijn Water. Voor de deelstroomgebiedenin de grensstreek nemen de provincies het initiatiefom te komen tot grensoverschrijdende, gezamenlijke<strong>water</strong>visies. Het Rijk spant zich in hiervoor een gunstigklimaat te creëren op het niveau van nationale overheden vande betrokken landen.Rijk, provincies, <strong>water</strong>schappen en gemeenten hebben iederhun eigen verantwoordelijk-heden in het op orde brengen enhouden van de regionale <strong>water</strong>systemen. De beleidsmatigeverantwoordelijkheid voor de te treffen <strong>water</strong>huishoudkundigemaatregelen gericht op vasthouden en bergen van <strong>water</strong> ligtbij het <strong>water</strong>schap. De ruimtelijke inpassing is een taak van deprovincie evenals de regie voor wat betreft de samenhangtussen deze beide sporen. Provincies zorgen voor een keuze opbasis van een integrale afweging en leggen deze uiterlijk in2005 vast in provinciale beleidsplannen en streekplannen.Gemeenten passen hun bestemmingsplannen erop aan,provincies zien daar ook op toe. Het Rijk stelt de landelijkekaders, toetst de resultaten hieraan en faciliteert het proces.Rijks<strong>water</strong>staat en <strong>water</strong>schappen zorgen ervoor dat desamenhang tussen hoofd- en regionaal systeem gewaarborgd isen blijft. Maatregelen in beide systemen moeten goed opelkaar aansluiten en niet tot afwenteling van problemenleiden.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 41


Bestaand instrumentarium“Watertoets”Het <strong>water</strong>schap heeft op grond vande huidige regelgeving enkeleformele en informele momentenwaarop het zijn belangen kaninbrengen. Het <strong>water</strong>schap kanzelfstandig een visie vormen opgewenste ruimtelijke ontwikkelingen,bijvoorbeeld in de vorm van<strong>water</strong>visies of <strong>water</strong>kansenkaarten.Dergelijke documenten vormenbelangrijke input voor de politiekeafweging van gemeenten enprovincies <strong>met</strong> betrekking tot deruimtelijke ordening.Ook kan het <strong>water</strong>schap nieuwe,niet geplande ruimtelijkeinitiatieven ter sprake brengen bijgemeenten. Recentelijk is daartoeartikel 10 van het Besluit op deruimtelijke ordening gewijzigd.Bij ongewenste ruimtelijkeontwikkelingen staan ook nogdiverse formele - vaak meerjuridische - mogelijkheden open omhet <strong>water</strong>belang in te brengen,bijvoorbeeld via de ProvinciaalPlanologische Commissie. Er kanberoep worden aangetekend bij deAfdeling bestuursrechtspraak vande Raad van State, wanneer eenvanuit <strong>water</strong>oogpunt ongewenstbestemmingsplan toch ongewijzigdgoedgekeurd wordt doorGedeputeerde Staten van eenprovincie. In uitzonderlijkeomstandigheden is het ook nogdenkbaar dat de Minister vanVROM, namens het kabinet, een‘in-de-plaatsstellingsbesluit’ neemt.Het Rijk legt in planologischekernbeslissingen (bijv. Notaruimtelijke ordening) de ruimtevraagvoor <strong>water</strong> vast. Dit verplichtde mede-overheden bij hetvaststellen van hun ruimtelijkestreek-, structuur- en bestemmingsplannenrekening te houden <strong>met</strong>deze vraag. Tevens ontstaatdaarmee de mogelijkheid voor deMinister van VROM om namenshet Kabinet aanwijzingen te gevenaan provincies over de invullingvan streekplannen en aangemeenten over bestemmingsplannen.Het Rijk legt in het <strong>water</strong>beleid deprincipes ‘niet afwentelen’,‘bergingstrits’ etc. vast.Dit verplicht provincies bij hetopstellen van hun <strong>water</strong>huishoudingsplanrekening te houden<strong>met</strong> deze principes.De provincie houdt ook bij deuitwerking van het streekplan (envoorzover aanwezig in de notaplanbeoordeling) nadrukkelijkrekening <strong>met</strong> de principes ‘nietafwentelen’ en ‘bergingstrits’. Ditverplicht gemeenten om dezeprincipes bij het vaststellen vanstructuur- en bestemmingsplannenmede als uitgangspunt te nemen.De provincie kan in een dergelijkenota planbeoordeling tevensvoorschrijven dat in de toelichtingop een bestemmingsplan explicietaandacht besteed wordt aan deconsequenties voor de <strong>water</strong>huishouding,bijvoorbeeld totuitdrukking komend in een<strong>water</strong>paragraaf. Het voorschrijvenvan een dergelijk paragraaf maakthet GS eenvoudiger om eenbestemmingsplan op al zijn meriteste beoordelen bij de goedkeuring.Daarenboven zal het ook hetoverleg tussen initiatiefnemers,gemeenten en <strong>water</strong>schappenbevorderen.Daarnaast legt de provincie deprincipes vast in het <strong>water</strong>huishoudingsplan.Dit verplicht<strong>water</strong>schappen om rekening tehouden <strong>met</strong> deze principes.De provincie kan <strong>water</strong>beheersplannenvan de <strong>water</strong>schappen nietgoedkeuren wanneer ze strijdig zijn<strong>met</strong> het provinciaal beleid.Tot slot:Waterkwaliteit is één van demilieuaspecten waarop getoetstwordt in milieueffectrapportages(m.e.r.), die op basis van de Wetmilieubeheer verplicht zijn voor eengroot aantal projecten.De Ministers van VROM en LNVzijn formeel adviseur in de m.e.r.-procedures.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 42


5. Ruimte voor<strong>water</strong> behoudenRuimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegenoverstromingen en <strong>water</strong>overlast moet ten minste behoudenblijven. De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verlorengaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur,woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen.5.1 ”Watertoets”ProbleemRuimtelijke besluiten zijn gebaseerd op een integrale afwegingvan alle aspecten. Volgens de Commissie Waterbeheer 21 e eeuwen de Commissie Leemhuis had de overheid in het verledenechter onvoldoende oog voor de gevolgen voor veiligheid en<strong>water</strong>overlast. Daardoor is sluipenderwijs veel ruimte aan het<strong>water</strong>systeem onttrokken. Terwijl toch alles op alles wordtgezet om méér ruimte voor <strong>water</strong> te vinden, bestaat ook in detoekomst het risico dat er ruimte verloren gaat.Verschillende bepalingen in de Wet op de ruimtelijke ordeningbieden de mogelijkheid om de gevolgen voor het <strong>water</strong>systeemte toetsen. De Commissie Waterbeheer 21 e Eeuw constateertdat deze mogelijkheden niet ten volle worden benut.AanpakWater zal, meer dan het nu het geval is, sturend zijn bij deruimtelijke inrichting en grondgebruik in Nederland. Nieuweruimtelijke besluiten mogen de problematiek van veiligheid en<strong>water</strong>overlast niet ongemerkt vergroten. Bij nieuwe ruimtelijkebesluiten moeten de gevolgen voor veiligheid en <strong>water</strong>overlastvoortaan expliciet in beeld worden gebracht in een aparteparagraaf in de nota van toelichting en onderdeel vormen vande integrale afweging. Dit geldt voor alle fasen van deplanontwikkeling.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 43


Arnhem 1830 Arnhem 2000Venlo en BlerickKampenFlessenhalzen van de rivierDe steden langs de rivieren zijn inde loop der tijd dermate uitgegroeiddat de rivier veel ruimteheeft moeten inleveren. Het zijn nude ‘flessenhalzen’ van de rivier diealleen door ingrijpende maatregelenboven- en/of benedenstroomsbeschermd kunnen wordentegen overstromingen.ZutphenAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 44


Het huidige wettelijke instrumentarium van de Wet op deruimtelijke ordening biedt hiervoor voldoende mogelijkheden.Zo is sinds dit jaar in de Wet op de ruimtelijke ordeningopgenomen dat <strong>water</strong>schappen altijd betrokken moetenworden bij overleg over bestemmingsplannen. Het kabinetbeschouwt het daadwerkelijk benutten van de mogelijkhedenals een adequate invulling van de “<strong>water</strong>toets” van deCommissie Waterbeheer 21 e Eeuw.De “<strong>water</strong>toets” is van toepassing op allerlei ruimtelijkebesluiten: wijzigingen in bestemmingsplannen, streekplannen,nieuwe plannen voor infrastructuur, woningbouw enbedrijventerreinen en herstructureringsplannen in hetstedelijk en landelijk gebied. Bij de toepassing van de“<strong>water</strong>toets” kunnen gevolgen voor veiligheid en <strong>water</strong>overlastin samenhang <strong>met</strong> gevolgen voor <strong>water</strong>kwaliteit en verdrogingin beeld gebracht worden.Het kabinet wil dat de “<strong>water</strong>toets” vanaf heden wordttoegepast door alle overheden. De rijksvertegenwoordigers inde regio (inspecties ruimtelijke ordening en regionale directiesvan Rijks<strong>water</strong>staat) zien -vanuit hun reguliere taak- toe op detoepassing van de “<strong>water</strong>toets” in onder meer de provincialeplanologische commissies. De toepassing van de “<strong>water</strong>toets”zal geëvalueerd worden (2002); aan de hand daarvan zal hetkabinet besluiten of aan de “<strong>water</strong>toets” een andere(wettelijke) inhoud gegeven moet worden.5.2 ToetsingscriteriaProbleemBurgers, bedrijven en overheden moeten inzicht hebben in dewerking van de “<strong>water</strong>toets”: Hoe worden de gevolgen voorveiligheid en <strong>water</strong>overlast beoordeeld?AanpakDe “<strong>water</strong>toets” moet ruimtelijke besluiten toetsen aan devolgende criteria:1. Bij de keuze voor de locatie mag de activiteit in beginselgeen belemmering vormen voor het vasthouden, bergen enafvoeren van <strong>water</strong> in het deelstroomgebied.2. Bij de inpassing van de activiteit is het uitgangspunt datgeen afwenteling van <strong>water</strong>problemen op andere delen vanhet deelstroomgebied plaatsvindt. Water moet zoveelAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 45


mogelijk ter plekke worden vastgehouden (bijvoorbeelddoor het verharde oppervlak te minimaliseren), vervolgensgeborgen en mag pas in laatste instantie worden afgevoerd.3. Als er na een integrale afweging toch een beslissing valt dienegatieve gevolgen heeft voor de (toekomstige) veiligheid of<strong>water</strong>overlast, moet aangegeven worden welke maatregelennodig zijn om het <strong>water</strong>systeem op orde te houden.Deze maatregelen vormen onderdeel van het ruimtelijkebesluit; de kosten komen in principe voor rekening vande initiatiefnemer van de voorgenomen activiteit.Na het gereedkomen van de <strong>water</strong>visies - en mogelijkenormering van <strong>water</strong>overlast - vormen deze tevens de basisvoor de “<strong>water</strong>toets”. Het Rijk zal, samen <strong>met</strong> IPO, UvW enVNG, de criteria nader concretiseren en aanvullen <strong>met</strong> criteriaop het gebied van <strong>water</strong>tekort, <strong>water</strong>kwaliteit en verdroging.5.3 Buitendijks bouwenProbleemAanpakDe druk om buitendijkse gebieden voor allerlei bestemmingenin gebruik te nemen, neemt toe. In het verleden hebbenvergelijkbare ontwikkelingen ertoe geleid dat de veerkrachtvan het <strong>water</strong>systeem sterk is ingeperkt. Dit zet de veiligheidvoor binnendijkse gebieden op termijn op het spel. Daarnaastis het risico van overlast en schade voor de bewoners vanbuitendijkse gebieden groot en neemt <strong>met</strong> de jaren toe.Voor buitendijks bouwen langs de grote <strong>water</strong>en, dus aan deonbeschermde buitenkant van de <strong>water</strong>keringen, geldt eenstrenge regulering. Voor activiteiten in grote rivieren en langsde kust geldt het principe ‘nee, tenzij’: onder voorwaarden zijnalleen activiteiten toegestaan die onlosmakelijk verbonden zijn<strong>met</strong> het <strong>water</strong>systeem of die vanwege een zwaarwegend maatschappelijkbelang niet elders terecht kunnen. Een ‘ja, mits’-beleid geldt voor activiteiten binnen de bestaandewoonkernen.Voor het rivierengebied zijn voorwaarden vastgelegd in debeleidslijn ‘Ruimte voor de Rivier’, voor de kust in de derdeKustnota. In het kader van de vijfde Nota ruimtelijke ordeningwordt bezien of de beleidslijn Ruimte voor de Rivier op enkelepunten beperkt aangepast moet worden, om regionaalAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 46


Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 47maatwerk te bevorderen. Voor het IJsselmeer wordt hetopstellen van een beleidslijn nog overwogen, mogelijk alsonderdeel van de in de vijfde Nota ruimtelijke ordeningaangekondigde integrale visie over het IJsselmeergebied.


Kennis delen is het deviesHabiforum, het ExpertisenetwerkMeervoudig Ruimtegebruik, is eenvoorbeeld van vernieuwing inkennis en kennisinfrastructuur.Habiforum is gericht op het creërenvan samenwerkingsverbandentussen wetenschap, overheden,belangenorganisaties en marktpartijen.Integratie van alfa-, betaengamma-wetenschappen speelteen belangrijke rol. BinnenHabiforum krijgt het thema ‘Wateren Ruimte’ speciale aandacht.Nieuwe werkvormen om kennis tegenereren en te delen, wordentoegepast. Als voorbeeld hiervangeldt het samen <strong>met</strong> het Ministerievan Verkeer en Waterstaatuitschrijven van een prijsvraag overhet ‘Waterlandschap van detoekomst’. De prijsvraag stimuleertprofessionals ontwerpgerichteoplossingen te zoeken voormeervoudig ruimtegebruik in enlangs het <strong>water</strong>. Integratie vandiverse disciplines, ongebruikelijkeconsortia en betrokkenheid vanbelangenorganisaties strekt hierbijtot aanbeveling.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 48


6. KennisontwikkelingDe nieuwe aanpak die nú wordt voorgestaan, is mede het resultaatvan kennisontwikkeling in de afgelopen jaren. Voor de uitvoeringvan dit beleid blijft nieuwe kennis nodig. Daarnaast moet hetbeleid en beheer in de toekomst weer gesteld staan voor nieuweproblemen, daar moet de kennisontwikkeling op vooruitlopen.Omdat de <strong>water</strong>problematiek veelomvattender wordt, isprofessionele samenwerking tussen de aanbieders en de gebruikersvan die kennis van groot belang.ProbleemAanpakAanpassing in de inrichting en werkwijze van dekennisinfrastructuur is noodzakelijk om adequaat een bijdrageaan de nieuwe aanpak te kunnen leveren. Dit is de strekkingvan het advies ‘Over Stromen’, dat de Adviesraad voor hetWetenschaps- en Technologiebeleid (AWT), de Nationale Raadvoor Landbouwkundig Onderzoek (NRLO) en de Raad voor hetMilieu- en Natuuronderzoek (RMNO) hebben uitgebracht.Vernieuwing in kennis en kennisinfrastructuur is eenvoorwaarde om het nieuwe <strong>water</strong>beleid adequaat enverantwoord vorm te kunnen geven. Ontwikkeling van nieuwekennis en technologie op het gebied van de ‘traditionele’aspecten van het <strong>water</strong>beleid, zoals veiligheid en <strong>water</strong>kwaliteit,blijft noodzakelijk. Daarnaast vragen maatschappelijkeontwikkelingen en de verbreding van het <strong>water</strong>beleid ookom nieuwe kennis. Hierbij gaat het om kennis op het gebiedvan gammawetenschappen, ruimtelijke ordening enbestuurskunde, zodat naast de technologische oplossingsrichtingenook maatschappelijke en bestuurlijke aspectenkunnen worden verkend en het maatschappelijk draagvlakvoor oplossingen van tevoren kan worden ingeschat.Kennisinstituten moeten zich voorbereiden op nieuwekennisvragen. Samenwerking tussen instituten en het sluitenvan allianties is hiervoor essentieel. De betrokkendepartementen zullen binnen de bestaande onderzoeksprogramma’sruimte maken voor de nieuwe kennisthema’s.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 49


Hierbij kan worden gedacht aan kennisthema’s zoals debeleving van overstromingen en natte voeten, de ‘waarde’ van<strong>water</strong>, meervoudig gebruik van ruimte voor <strong>water</strong>, verzekerenvan <strong>water</strong>schade etcetera. Bij de start van onderzoek naar dezenieuwe kennisthema’s zal interdepartementaal overlegplaatsvinden. Een goed voorbeeld hiervan is de huidigevoorbereiding van ICES-KIS-III, waar een groot deel van dehierboven geschetste kennisthema’s wordt ingebracht. Ook inde lopende en juist startende projecten uit ICES-KIS-II, zoalsEMR/Habiforum en Delfts Cluster, staat een integrale aanpakcentraal. Tegen het licht van deze ontwikkelingen ziet hetkabinet onvoldoende meerwaarde in een ‘task-force’ voor deaansturing van het <strong>water</strong>onderzoek, zoals voorgesteld door dedrie raden.Het belang van kennisontwikkeling in regionale innovatievepraktijkprojecten wordt onderschreven. Het kabinet wilhiervoor aansluiten bij lopende projecten in verschillenderegio’s. Afspraken hierover wil het Rijk hierover maken in deStartovereenkomst en het ‘Nationaal Bestuursakkoord Water’.Het kabinet zal bezien in hoeverre de beoogde vernieuwing inkennisontwikkeling meegenomen kan worden bij de invullingvan de nieuwe ICES-kennisimpuls.Begin 2001 zal het kabinet een separaat standpunt over hetadvies ‘Over Stromen’ aan de Tweede Kamer toezenden.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 50


Het bestuur in de Delta800 - 1250• vooral boerensamenleving ingehuchten en buurtschappen• landsheren verplichten onderdanenom het land tegenvijanden -incl. het <strong>water</strong>teverdedigen (‘landwere’)• veenontginningen <strong>met</strong>maaivelddaling tot gevolg1250 - 1600• streek<strong>water</strong>schappen• landverlies door bestuurlijk falen• polders <strong>met</strong> molenbemaling• regelgeving door landsbestuur1600 - 1800• landwinst door droogmakerijen• Staten nemen de <strong>water</strong>staatszorgover van landsheren• getrapte bemaling doormolengang1800 - 2000• eenheidsstaat (Bataafse Republiek)<strong>met</strong> instelling van Rijks<strong>water</strong>staat(‘Corps Ingenieurs’)• <strong>water</strong>staatsbestuur op zowelrijks-, provinciaal- als <strong>water</strong>schapsniveau• nadruk op beleid over <strong>water</strong>beheerAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 52


7. BestuurOm de nieuwe aanpak van het <strong>water</strong>beleid tot uitvoering tebrengen, zullen de verschillende overheden hun verantwoordelijkhedenmoeten oppakken. Bestuurlijke afspraken tussen Rijk,provincies, <strong>water</strong>schappen en gemeenten zijn nodig voor een snelleimplementatie.7.1 RolverdelingProbleemDe nieuwe aanpak in het <strong>water</strong>beleid vraagt inspanning vanalle bestuurslagen. Voor een goede samenwerking is helderheidover rolverdeling een voorwaarde. Het dichter bij elkaarbrengen van ruimtelijke inrichtingsbeleid en <strong>water</strong>beleid doethier een extra beroep op.AanpakHet kabinet sluit aan bij het advies van de CommissieWaterbeheer 21 e Eeuw om uit te gaan van de bestaandeverdeling van taken en bevoegdheden. Discussies overherverkaveling en reorganisaties werken vertragend.7.2 Taakstellende afsprakenProbleemOm tijdig gesteld te staan voor de gevolgen van klimaatveranderingen bodemdaling, moet iedere bestuurslaag eenbijdrage leveren. Bestuurders moeten van elkaar weten wiewelke taak op zich neemt en ervan op aan kunnen dat die optijd wordt uitgevoerd.AanpakHet kabinet onderschrijft de noodzaak van taakstellendeafspraken tussen de bestuurslagen, zoals voorgesteld door deCommissie Waterbeheer 21 e Eeuw en de Commissie Leemhuis.Het kabinet wil hier in twee stappen naartoe werken. Om snelen voortvarend aan de slag te kunnen gaan, wil het Rijk begin2001 een ‘Startovereenkomst’ sluiten <strong>met</strong> IPO, UvW en VNG.In deze startovereenkomst wil het Rijk afspraken makenover:Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 53


• de uitgangspunten van het <strong>water</strong>beleid over veiligheiden <strong>water</strong>overlast;• het opstellen van regionale <strong>water</strong>visies en uitvoeringsprogramma’s,waarbij in samenhang <strong>met</strong> de aanpak vanveiligheid en <strong>water</strong>overlast ook de aanpak van <strong>water</strong>tekorten,verdroging en <strong>water</strong>kwaliteit wordt meegenomen;• het reserveren en het gebruik van retentiegebiedenen noodoverloopgebieden;• het verkennen van normering van <strong>water</strong>overlast ende besluitvorming daarover;• het toepassen, monitoren en evalueren van de “<strong>water</strong>toets”;• het opstellen van een gezamenlijk communicatieplan;• het aansluiten bij lopende pilotprojecten om ervaring op tedoen <strong>met</strong> het nieuwe <strong>water</strong>beleid en om innovatieve kenniste ontwikkelen.In 2002 wil het kabinet een Nationaal Bestuursakkoord Watersluiten waarin de gezamenlijke taakstelling van het Rijk, deprovincies, <strong>water</strong>schappen en gemeenten is vastgelegd. Bij diegelegenheid zal in beeld worden gebracht welke maatregelengetroffen worden voor de uitvoering van projecten. Voor deregionale <strong>water</strong>systemen vormen de uitvoeringsprogramma’svan de <strong>water</strong>visies de basis. Voor het hoofdsysteem hetuitvoeringsprogramma van het Rijk zoals dat wordtopgenomen in het Infrafonds (hoofdstuk 8).De ‘Startovereenkomst’ en het ‘Nationaal BestuursakkoordWater’ vormen een nadere uitwerking van de paragraaf ‘ruimtevoor <strong>water</strong>’ uit het Bestuursakkoord Nieuwe Stijl (BANS).Het BANS-overhedenoverleg zal voor dit onderdeel wordenuitgebreid <strong>met</strong> de Unie van Waterschappen.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 54


De prijs van <strong>water</strong>LegendaVerdrogingNatte voetenRegenoverlastOverstromingTransportBevloeiingAfvaltransportConsumptieOntwikkeling kosten <strong>water</strong>beheerDe totale kosten van het<strong>water</strong>beheer bedragen op ditmoment ruim 12,5 miljard guldenper jaar. Meer dan de helft gaat opaan drink<strong>water</strong>bereiding en aanmaatregelen ten behoeve van de<strong>water</strong>kwaliteit (o.a. afval<strong>water</strong>zuivering).De kosten voor aanlegen onderhoud <strong>water</strong>keringen,verdroging, retentie en afvoer vanregen<strong>water</strong> en <strong>water</strong>peilbeheerverschillen op jaarbasis, maarmaken circa 20 % uit van de totalekosten voor <strong>water</strong>beheer.Legenda


8. FinancieringOm het <strong>water</strong>beheer in Nederland op orde te krijgen en te houdenzal blijvend inspanning nodig zijn van alle betrokken overheden.Door rekening te houden <strong>met</strong> de langetermijnontwikkelingen kanworden voorkomen dat Rijk, provincies, gemeenten en<strong>water</strong>schappen onverwachts <strong>met</strong> nieuwe taakstellingen wordengeconfronteerd die financieel moeilijk zijn in te passen. Een langetermijn strategie biedt de mogelijkheid om de totale kosten die hetgevolg zijn van klimaatontwikkeling en bodemdaling ookstructureel in te passen.8.1 Planmatige aanpak voor het hoofdsysteemProbleemDe Commissie Waterbeheer 21 e eeuw is van mening dat voorde bescherming tegen overstromingen en <strong>water</strong>overlast in hethoofdsysteem in de toekomst structureel meer geld nodig is.AanpakHet kabinet gaat ervan uit dat een aantal ontwikkelingen,zoals bodemdaling en klimatologische ontwikkeling in detoekomst blijven leiden tot substantiële uitgaven voor debescherming tegen <strong>water</strong>. Op dit moment bestaat nog geenconcreet uitgewerkt maatregelenpakket voor alle gesignaleerdeproblemen, onder meer omdat onzeker is hoe de klimaatontwikkelingdaadwerkelijk zal uitpakken. Daarmee is ook noggeen zicht op de omvang en fasering van de benodigdemiddelen op langere termijn.Voor de prioritering en bepaling van een kosteneffectieve mixvan maatregelen (ruimte voor het <strong>water</strong> respectievelijkeffectieve technische maatregelen) en daarmee samenhangendemiddelen zal het instrument van de (maatschappelijke)kosten-batenanalyse een belangrijke rol spelen. Het kabinetwil een voortschrijdend programma van concrete maatregelenen projecten in het hoofdsysteem opstellen voor termijnen van5 jaar <strong>met</strong> een doorkijk naar 10 jaar. Het daarmee gemoeidefinanciële beslag zal op het infrafonds voor ‘natte’Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 57


Delfland investeert in maatregelentegen <strong>water</strong>overlastNa de <strong>water</strong>overlast van september1998 is het Hoogheemraadschapvan Delfland gestart <strong>met</strong> het project‘ABCDelfland’. Dit project is er opgericht de kans op <strong>water</strong>overlast,zoals optrad na de hevige regenvalvan <strong>met</strong> name 13 en 14 september1998, sterk te verminderen.Het project heeft in september 2000geresulteerd in een besluit van hetalgemeen bestuur van Delfland omvoor een bedrag van ƒ 126 miljoenin vijf jaar tijd allereerst het boezemsysteemzo robuust te makendat het na een periode waarin alveel regen is gevallen,100 mmregen per 48 uur kan verwerkenzonder dat de boezemkaden ingevaar komen. In een volgende fasevan het project komt ook verbeteringvan de <strong>water</strong>huishouding in depolders aan de beurt.De maximale verwerkingscapaciteitvan de boezem in een regenachtigeperiode als het onbebouwde landverzadigd is <strong>met</strong> <strong>water</strong>, is in de huidigesituatie ca 50 mm per 48 uur.Gebleken is, dat bij heviger regenvalde middelen om de <strong>water</strong>huishoudingte beheersen snel tekortschieten en de kans op overlopen ofzelfs doorbreken van boezemkadenonverantwoord groot wordt.Met de uitvoering van ‘ABCDelfland’wordt beoogd dat niet alleende kans op <strong>water</strong>overlast wordtverkleind, maar ook nog hevigerneerslag zo kan worden verwerktdat weliswaar <strong>water</strong>overlast onvermijdelijkis, maar ernstiger calamiteitenvoorkomen kunnen worden.Dit vergt naast vergroting vanbergings- en bemalingscapaciteitook het reserveren van gebiedenvoor <strong>water</strong>berging. Deze gebiedenbehouden hun huidige, doorgaansagrarische, functie, maar kunnen ingeval van nood een zodanig grotehoeveelheid <strong>water</strong> bergen dat deboezem erdoor ontlast wordt.Aanwijzing van dergelijke locaties isin het sterk verstedelijkte enverglaasde Delfland een grootprobleem dat samen <strong>met</strong> degemeenten, <strong>met</strong> hun bevoegdhedenop het gebied van de ruimtelijkeordening, moet worden opgelost.De in het kader van ‘ABCDelfland’te nemen maatregelen worden zoontworpen dat deze in het licht vanmogelijke klimaat-verandering vannut zullen blijven en eventueelverdergaande ingrepen kunnenworden aangehaakt.Hoogheemraadschap Delflandverdubbelt in de komende 5 jaar decapaciteit van het <strong>water</strong>systeem.Aangezien de nood hoog is (3 jarenachtereen <strong>water</strong>overlast) en devergroting van de gemalen snel isuit te voeren, wordt daar al in 2001mee begonnen. Het geschikt makenvan gebieden voor <strong>water</strong>opvang(zgn. ‘bergboezems’, vergelijkbaar<strong>met</strong> de Polder Berkel) wordteveneens voortvarend opgepakt.Boezemgemaal Westland wordt sindsbegin 2000 bijgestaan door enkele noodpompen.Tijdens het noodweer vannovember 2000 hebben deze ergervoorkomen. In 2001 wordt de capaciteitvan het gemaal definitief verdrievoudigd.Bergboezem Polder Berkel is vóór 1998 tientallen jaren niet voor <strong>water</strong>bergingingezet. In 1998, 1999 en in 2000 bleek het gebruik nodig om het overstromen van deboezems tegen te gaan [foto links: in gebruik, foto rechts: wederom droog]. In dekomende jaren wordt meer dan 100 hectare landbouwgebied geschikt gemaakt om alsextra ‘bergboezem’ te fungeren.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 58


infrastructuur worden ingepast in de nieuwe geëxtrapoleerdemeerjarencijfers vanaf 2006 (groei 2,8 % overeenkomstig de‘droge’ infrastructuur) en inclusief de wijze van beheersingzoals die binnen het Infrafonds tot en <strong>met</strong> 2020, zoals in hetNVVP aangegeven, wordt gehanteerd voor de ‘droge’infrastructuur. Voorshands wordt voor de confrontatie vanbenodigde en beschikbare middelen uitgegaan van de periodetot 2020 om vast te stellen of deze benadering juist is.Vervolgens zal telkens worden nagegaan of deze werkwijzevoor de volgende perioden kan en moet worden voortgezet.De projecten zijn primair gericht op het creëren van veiligheiden het voorkomen van <strong>water</strong>overlast. Het financieel beslag vande projecten betreft de financiële verantwoordelijkheden diehet Rijk terzake op zich neemt en is all-in, dat wil zeggeninclusief uitgaven voor onderhoud/beheer, onderzoek,grondaankopen, vergoedingen, compensaties en inpassingnatuur voor zover het gaat om maatregelen binnen dewettelijke eisen. Wanneer er daarenboven sprake is van extrakosten voor natuurontwikkeling en recreatie dan zullen dezeworden opgevangen binnen de daarvoor bestemde middelenop de begroting van LNV. Uitgaande van de extrapolatie vanbeschikbare middelen voor natte infrastructuur conform deextrapolatie<strong>met</strong>hodiek binnen het Infrafonds voor drogeinfrastructuur zijn de maatregelen in principe te financierenen zullen geen aanvullende claims nodig zijn.Mogelijke kasritme-problemen in de in beschouwing genomenperiode zullen binnen het infrafonds worden geaccommodeerdonder meer door de nog niet concreet belegde middelen voor1-a projecten aan te wenden voor de tijdelijk noodzakelijkeintertemporele verschuivingen. Dit zal bij de respectievelijkebegrotingsvoorbereidingen worden bezien aan de hand van deuitvoering van de concrete programma’s.8.2 Regionaal systeemProbleemDe Commissie Waterbeheer 21 e eeuw is van mening dat voor debescherming tegen overstromingen en <strong>water</strong>overlast in hetregionale systeem in de toekomst structureel meer geld nodig is.AanpakHet kabinet houdt vast aan het standpunt zoals verwoord inde notitie ‘Aanpak Wateroverlast’ van december 1998. Daarinwordt aangegeven de eerste verantwoordelijkheid ook inAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 59


financiële zin bij de <strong>water</strong>beheerder ligt. De nu geïnventariseerdeproblemen wijken niet dusdanig af dat heroverwegingaan de orde is. Voor de extra uitgaven in het regionale systeemten behoeve van de <strong>water</strong>huishouding handhaaft het kabinethet standpunt dat deze in beginsel door de <strong>water</strong>schappenworden opgevangen. Het kabinet neemt derhalve niet deaanbeveling van de Commissie over om deze investeringskostenvanwege versnelde klimaatverandering en de principiëlekeuze voor ruimte voor <strong>water</strong> door het Rijk te vergoeden.De verantwoordelijkheid hiervan ligt bij de regionale<strong>water</strong>beheerder. Afhankelijk van de te nemen maatregelen ishet mogelijk dat de regionale lasten hierdoor stijgen, waarbijregionale verschillen kunnen optreden.Indien de taakstelling voor het regionale systeem groter wordtals gevolg van maatregelen die het Rijk (in het hoofdsysteem)uitvoert, zal het Rijk de extra kosten voor het regionalesysteem wél vergoeden. Wanneer er sprake is van extra kostendoor meekoppeling van belangen voor bijvoorbeeldnatuurontwikkeling en recreatie, dan zullen deze wordenopgevangen binnen de daarvoor bestemde middelen.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 60


Bijlage 1Stand van zaken Aanpak WateroverlastDoelstelling aanpak <strong>water</strong>overlastDe laatste jaren is Nederland een aantal malen geconfronteerd<strong>met</strong> <strong>water</strong>overlast door hoge rivier<strong>water</strong>standen (1993 en 1995)en door hevige regenval (1993, 1994 en 1998). Het door het Rijkuitgekeerde schadebedrag over deze jaren beloopt, inclusief devergoeding voor de <strong>water</strong>overlast van dit najaar, naarverwachting ruim 1,5 miljard gulden. Dit is slechts een deelvan de maatschappelijk geleden schade.In laag-Nederland wordt het regen<strong>water</strong> via polders enboezems naar het buiten<strong>water</strong> getransporteerd. In hoogNederland stroomt het <strong>water</strong> via beken en rivieren weg.De verschillende onderdelen van deze ketens hangen nauw <strong>met</strong>elkaar samen. De meeste <strong>water</strong>overlast in het najaar van 1998trad op in de regionale <strong>water</strong>en als direct gevolg van deextreme regenval. Daarbij werd de afvoer van <strong>water</strong> ernstigbelemmerd door hoge <strong>water</strong>standen op o.a. het IJsselmeer.De komende decennia zal de zeespiegel naar verwachtingstijgen en neemt de kans op extreme neerslag en zeer hogerivierafvoeren toe. Daarnaast daalt in West- en Noord-Nederlandde bodem. Hierdoor zal op termijn de kans op grote<strong>water</strong>overlast alleen maar toenemen, en zullen de risico’s opschade groter worden. In de vierde Nota <strong>water</strong>huishoudingzijn diverse acties opgenomen die inspelen op dezeontwikkelingen. Gezien de recente ervaringen is versnelling enintensivering van het beleid op een aantal punten geboden.Doelstelling aanpak <strong>water</strong>overlast: duurzame beperking van hetrisico op schade door <strong>water</strong>overlastOplossingsrichtingenDe oplossing van de <strong>water</strong>overlast moet in twee richtingenworden gezocht. Enerzijds moet meer <strong>water</strong> in de regionalesystemen worden vastgehouden, anderzijds moet hetovertollige <strong>water</strong> sneller worden afgevoerd.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 63


Stand van zaken: In het rapport van de CommissieWaterbeheer 21 e eeuw wordt op deze bestuurlijke maatregeleningegaan. In het kabinetsstandpunt ‘Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong>’en het standpunt ‘Ruimte voor de Rivier’ worden voorstellengedaan hoe de genoemde punten verder opgepakt worden.Daarbij worden veel zaken <strong>met</strong> IPO, Unie van Waterschappenen VNG samen opgepakt en uitgewerkt.Maatregelen in de regionale<strong>water</strong>systemen:In het regionaal <strong>water</strong>beheer kunnen, op basis van reedslopende activiteiten, diverse ‘geen-spijt’ maatregelen wordengenomen voor de verbetering van de <strong>water</strong>huishoudkundigeinrichting. De beheerder (het <strong>water</strong>schap) is bij de (versnelde)aanpak van deze knelpunten de eerst verantwoordelijke, ook infinanciële zin. Overige maatregelen in de regionale systemenzijn in het onderzoek ‘Waterbeheer 21 e eeuw’ verkend.Stand van zaken: Inmiddels wordt door de regionale partijen(<strong>water</strong>schappen, provincies, gemeenten, maatschappelijkeorganisaties) op alle fronten in de regionale systemen gewerktaan planvorming en uitvoering van maatregelen. Door deCommissie Waterbeheer 21 e eeuw is hier ook veel aandacht aanbesteed.Maatregelen in het hoofd<strong>water</strong>systeem: Er kan op kortetermijn een aantal maatregelen worden genomen waarvan opvoorhand vast staat dat ze een bijdrage leveren aan devermindering van de <strong>water</strong>overlast in extreme omstandigheden.Deze maatregelen, waarvoor geen alternatievenbestaan, zijn te beschouwen als ‘geen spijt’ maatregelen.Voorgesteld wordt de voorbereiding en uitvoering nu reeds testarten. Het betreft de volgende maatregelen, die ten lastekomen van de rijksbegroting:• Vergroting maalcapaciteit boezem Noordzeekanaal/Amsterdam-Rijnkanaal bij IJmuiden, Nieuwegein en Gouda<strong>met</strong> in totaal circa 110 m 3 /s. Kosten: 125 miljoen gulden(inclusief voorbereidingskosten). Planvorming 1999-2000,uitvoering 2001-2003.• Voorbereidende werkzaamheden voor de uitbreiding vanspui/gemaal capaciteit op de Afsluitdijk in combinatie <strong>met</strong>eventuele peilaanpassingen en dijkversterking/aanlegvooroevers. Planvorming 1999-2002. Kosten: 25 miljoengulden.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 65


Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 66Stand van zaken: De voorbereidingen van de uitvoering van degemaaluitbreiding bij IJmuiden en Gouda zijn op schema. Deuitbreiding bij Nieuwegein is vanwege efficiëntie redenenvervangen door extra uitbreiding bij IJmuiden. Ook deplanvorming voor de uitbreiding van de spuicapaciteit op deAfsluitdijk ligt op schema. De daadwerkelijke bouw kan in2007 worden afgerond, mits de benodigde financiële middelentijdig beschikbaar komen. Aanpassingen van het peilbesluit isvoorzien na realisatie van de extra spuicapaciteit.


Bijlage 2Internationale afspraken1.1 Verklaring van Arles1. Politieke kadersNaar aanleiding van de hoog<strong>water</strong>s in Rijn en Maas in dewinter van 1995, hebben de milieuministers van Frankrijk,Duitsland, Luxemburg, België en Nederland op 4 februari 1995te Arles een gezamenlijke verklaring afgelegd betreffende denoodzaak tot het treffen van maatregelen teneinde de risico’svan toekomstige hoog<strong>water</strong>s sterk te reduceren.In deze verklaring benadrukken de ministers de volgendezaken:• concrete maatregelen dienen op een aantal terreinen teworden getroffen, waaronder ruimtelijke ordening enlandgebruik en <strong>water</strong>beheer;• voor het Rijn- en het Maasstroomgebied dienen actieprogramma’ste worden opgezet <strong>met</strong> doelstellingen enmaatregelen;• voor de Rijn dient bij het opstellen van de actieprogramma’sgebruik gemaakt te worden van de InternationaleCommissie voor de Bescherming van de Rijn;• bij de ontwikkeling van de plannen dienen de mogelijkhedenonderzocht te worden om een internationaal gecoördineerd<strong>water</strong>beheerssysteem te ontwikkelen, ruimtelijke ordeningsmaatregelente nemen die een grotere <strong>water</strong>opslag inhet gehele stroomgebied mogelijk maken (zoals veranderdlandgebruik, bebossing, natuurherstel, aanleg overloopgebiedenetc.) en het voorkomen van verstedelijking vankwetsbare gebieden langs Rijn en Maas, mogelijk inclusiefeen verbod op bouwen.1.2 Verklaring van StraatsburgOp 30 maart 1995 hebben de ministers van ruimtelijkeordening van deze landen te Straatsburg de aanbevelingen vanhun milieucollega’s, <strong>met</strong> betrekking tot de noodzaak van hettreffen van maatregelen op het gebied van ruimtelijkeordening, bekrachtigd. De ministers benadrukken dat, hoewelde operationele maatregelen vooral op lokaal en regionaalAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 67


niveau betrekking zullen hebben, deze dienen te wordenvastgelegd in het kader van integrale visies voor het gehelestroomgebied van de Rijn, resp. de Maas.Daarnaast beklemtonen de ministers van ruimtelijke ordeningde noodzaak tot samenwerking tussen beleidsterreinen bij deopstelling van maatregelen tegen hoog<strong>water</strong>. Hierbij dientgedacht te worden aan samenwerking tussen ruimtelijkeordening, <strong>water</strong>beheer, natuurbeheer en milieubeheer.1.3 De EG-Kaderrichtlijn WaterOp 23 oktober 2000 is de EG-richtlijn 2000/60/EG, kortweg, deKaderrichtlijn Water, vastgesteld door het Europees Parlementen de Raad.Het doel van de richtlijn is de vaststelling van een kader voorde bescherming van het oppervlakte<strong>water</strong> en grond<strong>water</strong>.Daarmee dient ook een bijdrage geleverd te worden aan hetafzwakken van de gevolgen van overstromingen en periodenvan droogte. De richtlijn legt lidstaten op om in het kader van(internationale) stroomgebieden, gemeenschappelijke plannenen programma’s van maatregelen op te stellen, of ten minstede uitvoering daarvan te coördineren.Al hoort hoog<strong>water</strong>voorkoming en -bescherming niet tot deprimaire doelstellingen van de kaderrichtlijn, de richtlijnbenadrukt wel degelijk het belang van het stroomgebiedbreednemen van maatregelen om ondermeer de aquatischeecosystemen te beschermen en te verbeteren en het duurzaam<strong>water</strong>gebruik te bevorderen, in de erkenning dat daarmee ookeen bijdrage wordt geleverd aan de voorkoming van hoog<strong>water</strong>en -bescherming.2.1 Hoog<strong>water</strong>actieprogamma’s2. uitvoeringsplannenDe verklaringen van Arles en Straatsburg zijn de directeaanleiding geweest voor het opstellen van actieprogramma’stegen hoog<strong>water</strong> voor het Rijn- resp. het Maasstroomgebied.Voor de Rijn is dat gebeurd door de verdragspartijen van deInternationale Commissie voor de Bescherming van de Rijn.De 12 e Rijnministerconferentie heeft op 22 januari 1998 teRotterdam het ‘Actieplan Hoog<strong>water</strong>’ voor de Rijngoedgekeurd.Het bleek politiek onhaalbaar om de opstelling van hetactieplan binnen de Internationale Commissie voor deBescherming van de Maas te coördineren. Voor de Maas is danook een Werkgroep Hoog<strong>water</strong> Maas opgericht <strong>met</strong> eendienovereenkomstige taak als voor de IRC. Op 8 april 1998 isAnders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 68


door de betreffende ministers van Frankrijk, het Waals Gewest,het Vlaams Gewest en Nederland te Namen het ‘ActieplanHoog<strong>water</strong> Maas’ vastgesteld.De Europese Unie heeft de uitvoering van deze plannengesteund door het openstellen van het Interreg IIc programmaIRMA in de periode 1997-2001. Voor dit programma is 137miljoen ecu (1997) beschikbaar gesteld.2.1.1 Het ‘Actieplan Hoog<strong>water</strong>’ voorde RijnHet doel van het Actieplan is de verbetering van debescherming van mensen en goederen tegen hoog<strong>water</strong>, <strong>met</strong>inachtneming van de doelstelling van de ecologischeverbetering van de Rijn en zijn uiterwaarden.De doelstellingen zijn:• vermindering van de schaderisisco’s <strong>met</strong> 10% in het jaar2005, en 25% in het jaar 2020;• erlaging van extreme hoog<strong>water</strong>standen benedenstroomsvan het door stuwen gereguleerde gedeelte van de Bovenrijn<strong>met</strong> 30 cm in 2005 en <strong>met</strong> 70 cm in 2020;• grotere bewustwording <strong>met</strong> betrekking tot hoog<strong>water</strong>;• verbetering van het waarschuwingssysteem <strong>met</strong> betrekkingtot hoog<strong>water</strong>.Tot de belangrijkste categorie maatregelen behoort hetvergroten van de <strong>water</strong>retentie in zowel het Rijnstroomgebied(o.a. herstel natuurlijke <strong>water</strong>lopen, extensivering landbouw,herbebossing) als langs de Rijn (heringebruiknameoverstromingsgebieden en aanleg retentiebekkens), technischevoorzieningen, voorzorgsmaatregelen <strong>met</strong> behulp van planningen hoog<strong>water</strong>voorspelling.De geschatte kosten voor de uitvoering van het ActieplanHoog<strong>water</strong> Rijn bedragen 12 miljard ecu. Dit plan dient in deperiode 1998-2020 te worden verwezenlijkt.Voor de 13e Rijnministerconferentie van 29 januari 2001 teStraatsburg wordt een tussenbalans opgemaakt van devoortgang van de uitvoering van de maatregelen van de eerstefase (1998-2000). In de IRC is vastgesteld dat de voortgangm.b.t. de vermindering van extreme hoog<strong>water</strong>standen,verkorting van de waarschuwingstijd alsmede versterking vanhet bewustzijn zijn voortvarend opgepakt. Er zijn evenwelminder vorderingen geboekt t.a.v de vermindering van deschaderisico’s.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 69


2.1.2 Het ‘Actieplan Hoog<strong>water</strong>Maas‘Vastgesteld kan worden dat het Actieplan Hoog<strong>water</strong> Maas inalle opzichten minder ambitieus en concreet is dan dat voorde Rijn.In dit actieplan zijn noch concrete doelstellingen gekwantificeerd,noch concrete maatregelen gekwantificeerd, noch iseen raming van de benodigde hoeveelheid investeringengegeven.Wel is een grote inventarisatie van mogelijk te treffenmaatregelen in het plan opgenomen. Ook deze zijn nietgekwantificeerd.De doelstelling van het Actieplan Hoog<strong>water</strong> Maas is hetkomen tot een coherent geheel van maatregelen op de korte,middellange en lange termijn om ervoor te zorgen dat deschade als gevolg van extreme hoog<strong>water</strong>s wordt voorkomenen/of beperkt. De maatregelen dienen te zijn gericht op hetverminderen van de overstromingskans in samenhang <strong>met</strong> eenvermindering van de kwetsbaarheid in geval van overstroming(reductie schaderisico). De maatregelen dienen <strong>met</strong> name inhet <strong>water</strong>beheer en de ruimtelijke ordening te wordengeplaatst. In geval van negatieve bijwerkingen voor anderebeleidsterreinen dienen compenserende maatregelen te wordengetroffen. Technische maatregelen vormen het sluitstuk.In de periode tot 2000 dienen diverse studies en verkenningente worden uitgevoerd om de benodigde basisgegevens televeren die de basis moeten vormen voor het kwantificerenvan operationele doelstellingen in 2001.Het Actieplan Hoog<strong>water</strong> Maas omarmt wel een aantalstrategische basisprincipes die we ook terugzien in het planvoor de Rijn:• versterking van het bewustzijn en leren <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> risico’s;• de trits: <strong>water</strong> vasthouden, bergen en afvoeren;• ruimte voor de Maas en haar zijrivieren vergroten;• verbetering van de voorspellings- en waarschuwingssystemen.Anders <strong>omgaan</strong> <strong>met</strong> <strong>water</strong> 70


Colofon© Ministerie van Verkeer en WaterstaatDirectoraat-Generaal Rijks<strong>water</strong>staatPostbus 20906, 2500 EX Den Haag, telefoon 070-3517086Dit is een uitgave van het Ministerie van Verkeer enWaterstaat. Voor vragen over deze publicatie en voor hetaanvragen van meer exemplaren kunt u bellen <strong>met</strong> de gratisinformatielijn van alle ministeries:de Postbus 51 Informatiedienst, telefoon 0800 - 8051Meer informatie over het Ministerie van Verkeer en Waterstaatis ook te vinden op internet.Het adres is http://www.minvenw.nlDeze nota is als PDF-file op internet beschikbaar ophttp://www.<strong>water</strong>actueel.nlDecember 2000Coördinatie ministerie van Verkeer en Waterstaat:Hoofdkantoor van de WaterstaatProductie: Reinders Partners, Pim Reinders, Den HaagVormgeving: Mulder van Meurs, Toni Mulder, AmsterdamDruk: Snoeck - Ducaju & Zoon NV, Gent, BelgiëFoto- en illustratieverantwoording:Airphoto Netten, MaastrichtANP, Den HaagDratex, LelystadJan van Duinen, VaassenTineke Dijkstra, Den HaagKoninklijke Bibliotheek, Den HaagLé Giesen, VenloHilberink Bosch architecten, Den BoschToon van Lieshout, AmsterdamRijks<strong>water</strong>staat, Meetkundige Dienst, afd. GrafischeTechnieken, DelftRIKZ, Den HaagRIZA, LelystadTU DelftUniversiteitsbibliotheek, AmsterdamWaterbouwkundig Laboratorium, Delft

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!