Bedieningsinstructie Flexit S3 R Sl4 R/S4 R S7 R

flexit.no

Bedieningsinstructie Flexit S3 R Sl4 R/S4 R S7 R

94273NL-072011-01Flexit S3 RSL4 R/S4 RS7 RNLBedieningsinstructieLuchtbehandelingsunit


NLInhoud1 Maten/Fysieke afmetingen 41.1 Maattekening S3 R 41.2 Maattekening SL4 R 41.3 Maattekening S4 R/ S7 R 42 Montage - Voorbereidende werkzaamheden 42.1 inspectie/onderhoud 52.2 Benodigde ruimte 52.3 eisen m.b.t. plaatsing 52.4 Aanbevolen geluidsdemping bij liggende montage 52.5 Aanbevolen geluidsdemping bij wandmontage 53 Montage van S3 R 63.1 Plaatsing 64 Montage van SL4 R 74.1 Wandmontage 74.2 liggende montage 85 Montage van S4 R/S7 R 95.1 Wandmontage 95.2 liggende montage 96 Aansluitingen/ Elektrische werkzaamheden 10De unit moet worden voorzien van een eigen aardlekschakelaar. 106.1 Automatische regeling 106.2 Sensor voor naverwarming (B1) 106.3 Sensor waterbatterij (B5) 106.4 externe onderdelen 107 loodgieterswerk 117.1 technische gegevens van waterbatterijen 117.2 eventuele kleptypes 127.3 eventuele klepmotor 127.4 Plaatsing van kanaalverwarmer 127.5 Aansluitingen 128 Overzichts- en systeemtekeningen 138.1 S3 R 138.2 SL4 R 148.3 S4 R/S7 R 159 Capaciteit en geluidsgegevens 169.1 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - S3 R 169.2 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - SL4 RE/SL4 RW 179.3 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - SL4 RE EC/SL4 RW EC 189.4 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - S4 RE/S4 RW 199.5 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - S4 RE EC/S4 RW EC 209.6 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - S7 RE/S7 RW 219.7 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - S7 RE/S7 RW EC 2210 Montage externe afzuigkap 2310.1 technische gegevens 2310.2 Montage van externe afzuigkap 2311 inregeling van afzuigkap 2411.1 Basisventilatie 2411.2 Geforceerde ventilatie 2411.3 Drukvalmeting 2412 inregelingscurven externe afzuigkap 2512.1 Basisventilatie S3 R 2512.2 Geforceerde ventilatie S3 R 2512.3 Basisventilatie SL4 R/SL4 R EC 2612.4 Geforceerde ventilatie SL4 R/SL4 R EC 2613 eindcontrole 2713.1 technische gegevens S3 R 2713.2 technische gegevens SL4 R 2713.3 technische gegevens S4 R 2813.4 technische gegevens S7 R 282


NL1 Maten/Fysieke afmetingen1.1 Maattekening S3 R654321D600,0 320,0Rechts modelLinks model is gespiegeldD*Afmetingen in mm730,0700,0CCAfzuigkap517,0B232,084,0B98,598,082,0320,0230,0A385,095,0DateDrawn07.02.2007 janStatusApprovedDescriptionProjectionScaleReplaces:Replaced by:A1.2 Maattekening SL4 R6543ProjectStocknumber1.3 Maattekening S4 R/ S7 R214010 S3 RER1455107 107598Rechts model700128320Unit onderkant - LuchtrichtingØ160Ø125Ø160Links model is gespiegeld*Afmetingen in mmRechts modelLinks model is gespiegeld*Afmetingen in mmØ160Ø160299106299106Unit bovenkant - Luchtrichting320106106320Afzuigkap4


S4 R/S7 RNL2 Montage - VoorbereidendewerkzaamhedenDe unit is bedoeld voor montagebinnenshuis.2.1 Inspectie/onderhoudBij de montage van de unit moet ruimte wordenvrijgehouden voor service en onderhoud, zoalsbijv. het vervangen van filters, het reinigen vanventilatoren en de terugwinning. Houd er bij hetplaatsen van de unit ook rekening mee dat deelektriciteitskast goed bereikbaar moet zijn voorelektrische aansluiting, foutopsporing en hetvervangen van onderdelen in de toekomst.2.2 Benodigde ruimteType A BS3 R 1000 mm 0 mmSL4 R 1000 mm 0 mmS4/S7 R 1000 mm 60 mmFig. 12.4 Aanbevolen geluidsdemping bij liggendemontageBij liggende montage moet de unit op een vasteondergrond worden geplaatst, bijv. gips of spaanplaat,die waterpas is. Als de ruimte eronder gevoelig is voorgeluid, kan de plaat voor optimale demping op een extraplaat van steenwol worden gelegd (Fig. 2). De unit magniet recht boven de slaapkamer worden geplaatst.Fig. 2Extra vloerplaatVloerExtra isolatieIsolatieAanbevolen ondergrondA2.5 Aanbevolen geluidsdemping bijwandmontageBij wandmontage maakt u gebruik van een bijgeleverdewandsteun die op de unit is bevestigd. Aan de anderekant van de wand waartegen de unit wordt geplaatst,mag zich geen lawaaigevoelige ruimte bevinden. Voor dewand is geluidsisolatie vereist.Gebruik indien nodig dubbele gipsplaten voor de wand.BA: Voor/boven unitB: Afstand t.o.v. wandBDit zijn minimumeisen, waarbij alleen gekeken isnaar de servicebehoefte. In de wetgeving inzakeelektrische veiligheid van afzonderlijke landen kanhiervan worden afgeweken. Controleer welke regelser van toepassing zijn voor uw land.2.3 Eisen m.b.t. plaatsingDe unit is bedoeld voor plaatsing in wasruimten,in bergingen, op zolders of in andere geschikteruimten.De unit wordt in linker of rechter uitvoering geleverd(uitlaatnippel links of rechts), afhankelijk vanwat het beste is met het oog op de plaatsing vanleidingen.In natte ruimten moet de unit worden geplaatst inzone 3 (minimaal 0,6 m van de badrand en 1,2 mvan de douchekop).5


NLS3 R3 Montage van S3 R3.1 PlaatsingBevestigingshoeken en beslag zijn voorzien vanmeerdere bevestigingsgaten, zodat de unit aan tweestaanders kan worden bevestigd. Als dit niet mogelijkis, moeten extra houten pennen (stijlen) wordenoverwogen.Wandmontage (3A)Bij wandmontage maakt u gebruik van de bijgeleverdewandsteunen (Fig. 3B). (Voor de wand is geluidsisolatievereist om geluidsoverdracht te voorkomen.)• De ophangrail wordt met de bijgeleverde schroevenaan de wand bevestigd.• De unit wordt op de rail gehangen.• Bevestig de unit aan de onderkant met debijgeleverde bevestigingshoek.Fig. 3BFig. 3APlafondmontage (4A)Bij plafondmontage maakt u gebruik van debijgeleverde plafondsteunen (Fig. 4B).• Bevestig de kleine steunen (4 stk.) op de unit in devoorgemonteerde blindmoeren met de bijgeleverdeschroeven met verzonken kop (8 stk.).• Monteer met de bijgeleverde schroeven deophangrails aan het plafond.• Til de unit op zijn plaats. De steunen op de unitmoeten vergrendelen in de aan het plafondgemonteerde rails.De buitenste bevestigingsgaten (2 aanelke kant) moeten worden vastgezet aanbalken of betonplafond. Gebruik hiervoorminimaal 8 schroeven.!Fig. 4AVOOR AAN HET PLAFOND GEMONTEER-DE UNITS:Let op de deuren bij het openen van deunit. Deze gaan abrupt open als de laatsteschroef wordt losgedraaid. Let ook op bijhet verwijderen van onderdelen. Houddeze tegen bij het losdraaien van de laatsteschroef om te voorkomen dat er dingennaar beneden vallen. Let vooral extra goedop bij de rotor. Deze is namelijk zwaar.Fig. 4B6Fig. 5Bij liggende montage (Fig. 3) op een zolder zijn geensteunen nodig. Plaats de unit niet recht boven eenslaapkamer, vanwege het geluid. Monteren op een vasteondergrond (gips/spaanplaat) die waterpas is. Leg voorextra geluidsdemping de plaat op een extra vaste plaatvan steenwol (Fig. 2/Hfdst. 2).


SL4 RNL4 Montage van SL4 RDe leidingaansluitingen aan de boven- en onderkantvan de unit kunnen worden verplaatst door de nippels/afschermdeksels een kwartslag te draaien en opte tillen (Fig. 8). Bevestig de verplaatsbare nippelsaan de boven- en onderkant van de unit (afvoer enuitlaat) met zelfborende schroeven uit de montageset.De plaatsing van de schroeven staat op de nippelsgemarkeerd.Fig. 84.1 WandmontageBij wandmontage maakt u gebruik van de bijgeleverdewandsteunen (Fig. 10B/10C), die op de unit zijnbevestigd. Voor de wand is geluidsisolatie vereist (Fig.2/Hfdst. 2).Voor de wand is geluidsisolatie vereist omgeluidsoverdracht te voorkomen. Aan de andere kantvan de wand waartegen de unit wordt geplaatst, magzich geen lawaaigevoelige ruimte bevinden.Fig. 9Leidingaansluiting boven (Fig. 9)• De wandsteun (Fig. 10B) wordt met de bijgeleverdeschroeven aan de wand bevestigd (Fig. 10D).• De unit wordt op de rail gehangen. In de standaarduitvoering heeft de unit de bevestigingssteun aan debovenkant gemonteerd.• Bevestig de unit aan de onderkant met debijgeleverde bevestigingshoek (Fig. 10E).Leidingaansluiting zijkant (Fig. 10)• Bij zijwaartse montage moet de bevestigingssteun(Fig. 10C) worden losgedraaid en aan de lange kantdie naar boven komt worden gemonteerd.• De ophangrail (Fig. 10B) wordt met de bijgeleverdeschroeven aan de wand bevestigd (Fig. 10D).• De unit wordt op de rail gehangen.• Bevestig de unit aan de onderkant met debijgeleverde bevestigingshoek (Fig. 10E).Fig. 10AFig. 10BFig. 10CFig. 10EFig. 10D7


NLSL4 R4.2 Liggende montageDe unit moet op een vaste ondergrond liggen, bijv.gips of spaanplaat, die waterpas is.Als de ruimte eronder gevoelig is voor geluid, kan deplaat voor optimale demping op een extra plaat vansteenwol worden gelegd (Fig. 2/Hfdst. 2). De unit magniet recht boven de slaapkamer worden geplaatst.In de figuren 11-14 ziet u de diverse mogelijkhedenvoor leidingaansluiting.LinksmodelRechtsemodellen zijn gespiegeldFig. 11Rechts modelLinkse modellen zijn gespiegeldFig. 12Rechts modelLinkse modellen zijn gespiegeldFig. 13LinksmodelRechtsemodellen zijn gespiegeldFig. 148


S4 R/S7 RNL5 Montage van S4 R/S7 RDeze units zijn zo zwaar dat er tussen de staandersop 48 x 98 mm, eventueel 48 x 148 mm, houtenpennen nodig zijn voor de ophanging bovenaan ende steun onderaan (h.o.h.-afstand 900 mm). Gebruikbij bestaande vakwerkwanden eerst een 18 mmmultiplexplaat om het gewicht te verdelen. Deze moetminimaal even groot zijn als de unit en op de wandworden geschroefd.De plaat moet op minstens één staander op (minimaal)3 punten worden verankerd met verzonken schroeven(6 bevestigingsschroeven 4.5 x 50 bijgeleverd).Montagemogelijkheden voor de unit:• Wandmontage (Fig. 13)• Liggende montage (15)Fig. 135.1 WandmontageBij wandmontage wordt de bijgeleverde wandsteungebruikt. Voor de wand is geluidsisolatie vereist.Leidingaansluiting boven• Schroef één van de 2 wandsteunen (Fig. 14A) met debijgeleverde schroeven vast in de unit (Fig. 14B).• Hang de unit op aan de wand en bevestig deze metschroeven.• Bevestig de unit aan de onderkant met de anderebijgeleverde wandsteun (Fig. 14A).Fig. 14AFig. 14B5.2 Liggende montageDe unit moet op een vaste ondergrond liggen, bijv. gipsof spaanplaat, die waterpas is.Als de ruimte eronder gevoelig is voor geluid, kan deplaat voor optimale demping op een extra plaat vansteenwol worden gelegd (Fig. 2/Hfdst. 2). De unit magniet recht boven de slaapkamer worden geplaatst.Fig. 159


NLGEMEENSCHAPPELIJK6 Leidingaansluitingen en elektrischewerkzaamheden• De leidingen komen gewoonlijk van balken en wordenaangesloten op de nippels aan de bovenkant van de unit.• Zorg dat de leidingen op de juiste nippels komen, zie demarkering op de unit (bovenkant/onderkant en achterdeur). De symbolen worden op pagina 3 uitgelegd en depositie staat op de maattekening Hfdst. 1.• Trek de leidingisolatie goed in de unit.• Om condensvorming te voorkomen, is het vooral belangrijkdat de buitenluchtleiding isolatie krijgt en datde kunststof kous helemaal naar de unit is getrokken.Dicht de kunststof kous met tape tegen de unit af.De buitenluchtleiding heeft normaal gesproken 25 mmisolatie nodig.• Leg de buitenluchtleiding met een zwak verval naar debuitenluchtmantel, zodat eventueel binnengedrongenwater weer wordt afgevoerd.• Bij een korte afstand tussen unit en uitlaatpunt moeteen geluiddemper worden gemonteerd, zodat aan deeisen op het gebied van geluidsniveau buitenshuiswordt voldaan.• De leidingen moeten van goede geluidsisolatie wordenvoorzien, vooral boven de unit.De unit moet worden voorzien van een eigenaardlekschakelaar.NetkabelDe unit wordt geleverd met een 1,8 m kabel en stekker(die tegelijkertijd als serviceschakelaar werkt).De kabel komt aan de bovenkant van de unit naar buiten.Deze wordt aangesloten op een 230 V 50 Hz eenfasegeaard stopcontact, dat in de buurt is geplaatst.Zekering, hfdst. 14.6.1 Automatische regelingHet bedieningspakket wordt in de unit geleverd. Delaagspanningskabel moet tussen unit en schakelaareenheidworden gelegd (zie montagehandleiding Cl 50).Trek de laagspanningskabel op minimaal 30cm van een 230 V kabel en bij inbouw in een20 mm elektriciteitsbuis.6.2 Sensor voor naverwarming (B1)Temperatuursensor B1 moet achter de waterbatterijworden geplaatst.Plaats deze in de toevoerleiding (rood op Flexit-tekening/Gebruiktesymbolen pagina 3) op ca. 1 m afstandvan de unit. Rol de gemarkeerde kabelrol op de unit uitin de buurt van de toevoernippel. Boor een Ø 7 mm gatin de leiding waar de sensor in kan worden gezet. Dichtgaten af met afdichtmiddel en tape de kabel uitwendigop de leiding vast, zodat deze op zijn plaats blijft.6.3 Sensor waterbatterij (B5)Om bevriezing in de batterij te voorkomen moet ophet punt waar het koude water de batterij verlaateen waterbatterijsensor (B5) op de buis van de waterbatterijworden gemonteerd.6.4 externe onderdelenZie de afzonderlijke schakelschema’s die bij iedereunit zijn gevoegd en Fig. 18 hieronder. Alle elektrischeaansluitingen moeten door vakmensen wordenuitgevoerd.WatermodellenAansluiten in een externe doosFig. 18Elektrische modellenRechtstreeks aansluiten op besturingskaartKlepmotor 230 V3 kabelsKlepmotor 230 V2 kabelsPompmotor 230 VKlepmotor 230 VDriewegklepB5 TemperatuursensorWaterbatterij10Klepmotor 230 V3 kabelsKlepmotor 230 V2 kabels


GEMEENSCHAPPELIJKNL7 LoodgieterswerkAlle loodgieterwerkzaamheden moeten worden uitgevoerddoor een bevoegde loodgieter.7.1 Technische gegevens van waterbatterijenWatertemp. In °C 80 70 60 50 40Watertemp. Uit °C 60 50 40 30 30S4R/SL4RWaterhoeveelheid l/s 0,03 0,03 0,02 0,02 0,02Drukval waterzijde kPa 2,99 1,98 1,1 1,24 1,8Max. batterijcapaciteit kW 2,86 2,23 1,56 1,25 1Max. temperatuurstijging °C 23,4 18,2 12,8 10,2 8,2Pijpaansluiting Ø mm 10 10 10 10 10Aanbevolen kvs-waarde 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0S7RWaterhoeveelheid l/s 0,08 0,06 0,05 0,03 0,06Drukval waterzijde kPa 17,85 12,58 8,04 4,25 12,97Max. batterijcapaciteit kW 6,19 5,01 3,82 2,6 2,42Max. temperatuurstijging °C 29,5 23,9 18,25 12,4 11,5Pijpaansluiting Ø mm 1/2” 1/2” 1/2” 1/2” 1/2”Aanbevolen kvs-waarde 1,6 1,6 1,6 1,0 1,0FYSIEKE AFMETINGEN A B C D ES4R/SL4R mm 205 205 350 160 10S7R mm 351 255 350 200 127AvluftningDDBAvtappningAFig. 20 KanaalverwarmerC11


NL7.2 Eventuele kleptypes3-wegklep, type Belimo DN15:Artikelnr. 56597 Kvs 1,6Artikelnr. 56604 Kvs. 1,07.3 Eventuele klepmotorKlepmotor type Belimo L230A-SR, 0-10V.Artikelnr. 56596.24 V motor mag niet worden gebruikt7.4 Plaatsing van kanaalverwarmerDe kanaalverwarmer moet horizontaal wordengeplaatst (Fig. 20/Hfdst. 8.1). De batterij moet ineen verwarmde ruimte worden geplaatst om vorst tevoorkomen.S4 R/SL4 R 14466S7 R 144677.5 AansluitingenGebruik de aanbevolen koppeling (zie fig. 21), tenzijanders aangegeven. De watertoevoer moet aan deonderkant van de waterbatterij zitten - de retour moetbovenaan zitten.Plaats de regelklep zo dicht mogelijk bij de unit. (Letop: veel klepmotoren kunnen in beide richtingenwerken. Dit kan worden ingesteld op de motor. Steldit zo in dat de klep opent bij een stijgend signaal van0-10 V.)De waterbatterijen kunnen niet wordenontlucht. Dit zou geen nut hebben.Als de waterbatterij van de unit het hoogstepunt in het systeem is, moet na dewaterbatterij een ontluchtingsklep wordengemonteerd.Bij waterbatterijen zonder glycol (of een andere antivries)moet de unit in een verwarmde ruimte staanvanwege bevriezingsgevaar. Monteer veerbelastekleppen voor de buitenlucht. Plaats de unit bij eenafvoerputje om schade door eventuele waterlekkagete voorkomen.3-wegklepPompWarm water uitboilerinstallatieSmoorklepB5Fig. 21 Aanbevolen koppelingWaterbatterij voortoevoersysteem12


S3 RNL8 Overzichts- en systeemtekeningenAfvoerToevoer Buitenlucht Uitlaat8.1 S3 ROverzichtsafbeelding - rotorwisselaarRechts model(Links modelis gespiegeld)1 (FI2) AfvoerfilterF 72 (FI1) Toevoerfilter F 73 (EB1) Naverwarmingselement4 (F10-19) Oververhittingsthermostaat naverwarming(Reset)5 (M1) Toevoerventilator6 (M2) Afvoerventilator7 (HR-R) Rotorwisselaar8 (M4) Rotormotor9 Regelcentrale10 Inregelschakelaar51341097862Systeemtekening - elektrische batterijAfvoer Toevoer Buitenlucht UitlaatB1Temperatuursensor, toevoerluchtEB1NaverwarmingselementF10F20Oververhittingsthermostaat, handmatige resetOververhittingsthermostaat, automatische resetB1FI1FI2ToevoerfilterAfvoerfilterM1M2M1 ToevoerventilatorM2 AfvoerventilatorHR-R RotorwisselaarFI2EB1F10F20FI1M4RotormotorALLEEN VOOR MODELLEN MET AFZUIGKAP:K AfzuigkapDA4 Luchtklep afzuigkapHR-RM413


NLSL4 R8.2 SL4 ROverzichtsafbeelding - rotorwisselaar1 (FI2) AfvoerfilterF 72 (FI1) Toevoerfilter F 73 (EB 1) Naverwarmingselement4 (F10-19) Oververhittingsthermostaat naverwarming(Reset)5 (M1) Toevoerventilator6 (M2) Afvoerventilator7 (HR-R) Rotorwisselaar8 Regelcentrale9 Inregelschakelaar10 Aansluiting: Bedieningspaneel/afzuigkapRechts model(Links modelis gespiegeld)5941Toevoer Afvoer Afzuigkap Buitenlucht Uitlaat1068Systeemtekening - elektrische batterijB1 Temperatuursensor, toevoerluchtB5 Temperatuursensor, waterbatterij * (- EB1/F10/F20)EB1 NaverwarmingselementF10 Oververhittingsthermostaat, handmatige resetF20 Oververhittingsthermostaat, automatische resetFI1 ToevoerfilterFI2 AfvoerfilterM1 ToevoerventilatorM2 AfvoerventilatorHR-R RotorwisselaarM4 RotormotorALLEEN VOOR MODELLEN MET AFZUIGKAP:K Afzuigkap (SL4 RK)Systeemtekening - elektrische batterij (waterbatterij *)K3 72Afvoer Toevoer Buitenlucht UitlaatB1M2M1FI2EB1VF10F20HR-RFI1M4KB1B5M2FI2M1FI1HR-RM414


SL4 RNL8.3 S4 R/S7 ROverzichtsafbeelding - rotorwisselaarToevoer AfvoerUitlaat BuitenluchtRechtsmodel(links modelis gespiegeld)1 (FI2) Afvoerfilter F72 (FI1) Toevoerfilter F73 (EB 1) Naverwarmingselement4 (F10-19) Oververhittingsthermostaatnaverwarming (Reset)5 (M1) Toevoerventilator6 (M2) Afvoerventilator7 (HR-R) Rotorwisselaar8 (M4) Rotormotor9 Regelcentrale10 Inregelschakelaar (AC)11 Aansluiting bedieningspaneel111109453627Systeemtekening - elektrische batterijB1 Temperatuursensor, toevoerluchtB5 Temperatuursensor, waterbatterij* (- EB1/F10/F20)EB1 NaverwarmingselementF10 Oververhittingsthermostaat naverwarming(Reset)F20 OververwarmingsthermostaatFI1 ToevoerfilterFI2 AfvoerfilterM1 ToevoerventilatorM2 AfvoerventilatorHR-R RotorwisselaarM4 Rotormotor8Toevoer Afvoer Uitlaat BuitenluchtFI2FI1B1M2Systeemtekening - waterbatterij *B1F10 F20HR-RB5M1EB1M4FI2FI1M2HR-RM1M415


NLSL4 R9 Capaciteit en geluidsgegevens9.1 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - S3 RToevoerzijde (met F7-filter)l/s 0 2040 6080 100Contactweerstand (Pa)300200100Pa 0230V190V170V150V120V105V85V60V60V230V190V170V150V120V83dB(A)105V85V80dB(A)75dB(A)65dB(A) 70dB(A)16012080400WVermogensverbruik in wattm 3 /h 0 100200300Pa0-11 -28 -53 Water Battery24 45 65F5 FilterAfvoerzijde (met F7-filter)Luchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukl/s 0 2040 6080 100Contactweerstand (Pa)300200100Pa 0230V190V170V150V120V105V85V60V60V230V190V150V 170V55dB(A)85V 105V 120V50dB(A)45dB(A)40dB(A)16012080400WVermogensverbruik in wattm 3 /h 0 100200300Pa024 45 65F5-filterLuchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukGeluidsgegevens worden aangegeven door het geluidsvermogenLwA in de capaciteitsdiagrammen en worden gecorrigeerdmet de tabel hieronder voor de verschillende octaafbanden. Hetuitgestraalde lawaai genereert Lw in de verschillende octaafbandenen LwA tot. Direct aflezen uit toevoertabel.Correctiefactor voor LwAHz 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 LwAToevoer 3 2 -2 -5 -5 -6 -13 -29 Afvoer18 14 1 -12 -14 -28 -37 -43De gegevens voor de toevoer zijn gemeten volgens de ISO 5136“In duct method”.Het uitgestraalde lawaai is gemeten volgens ISO 9614-2Meetapparatuur Bruel & Kjær 2260Blauwe curven: Luchtcapaciteit bij verschillende capaciteitsinstellingen in volt.Groene curven: Vermogensverbruik toevoerventilator bij verschillendecapaciteitsinstellingenRode curven: Geluidsvermogen LwA, zie correctietabelLichtblauwe correctieas: Drukstijging bij gebruik van EU-5-filterUitgestraald -47 -42 -40 -43 -44 -45 -49 -57 -38,7Lichtgroene correctieas: Drukdaling bij gebruik van waterbatterij16


SL4 RNL9.2 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - SL4 RE/SL4 RWToevoerzijde (met F7-filter)l/s 0 20 40 60 80 100400200Contactweerstand (Pa)300200100Pa 0230V190V170V150V120V105V85V60V60V150100230V190V83dB(A)170V150V 80dB(A)50120V75dB(A)105V85V70dB(A)65dB(A)60dB(A)0WVermogensverbruik in wattm 3 /h 0 100 200300 400-10 -25 -55 -90Pa015 25 35 45Water BatteryF5 FilterAfvoerzijde (met F7-filter)Luchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukl/s 0 20 40 60 80 100400200Contactweerstand (Pa)300200100Pa 0230V190V170V150V120V105V85V60V85V60V45dB(A)230V190V 65dB(A)170V150V120V 60dB(A)105V55dB(A)50dB(A)150100500WVermogensverbruik in wattm 3 /h 0 100 200300 400Pa015 25 35 45F5 FilterLuchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukGeluidsgegevens worden aangegeven door het geluidsvermogenLwA in de capaciteitsdiagrammen en worden gecorrigeerdmet de tabel hieronder voor de verschillende octaafbanden. Hetuitgestraalde lawaai genereert Lw in de verschillende octaafbandenen LwA tot. Direct aflezen uit toevoertabel.Correctiefactor voor LwAHz 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 LwAToevoer 3 1 2 -1 -7 -11 -18 -31Afvoer 10 8 5 -2 -11 -19 -30 -48Uitgestraald -50 -40 -34 -42 -46 -47 -56 -63 -38,517De gegevens voor de toevoer zijn gemeten volgens de ISO 5136“In duct method”.Het uitgestraalde lawaai is gemeten volgens ISO 9614-2Meetapparatuur Bruel & Kjær 2260Blauwe curven: Luchtcapaciteit bij verschillende capaciteitsinstellingen in volt.Groene curven: Vermogensverbruik toevoerventilator bij verschillendecapaciteitsinstellingenRode curven: Geluidsvermogen LwA, zie correctietabelLichtblauwe correctieas: Drukstijging bij gebruik van EU-5-filterLichtgroene correctieas: Drukdaling bij gebruik van waterbatterij


NLSL4 R9.3 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - SL4 RE EC/SL4 RW ECToevoerzijde (met F7-filter)l/s 0 20 40 60 80 100400100Contactweerstand (Pa)300200100100%80%80%100%755025Vermogensverbruik in wattPa060%40%77dB(A)60% 75dB(A)70dB(A)40% 65dB(A)60dB(A)0Wm 3 /h 0 100 200300 400-10 -25 -55 -90Pa015 25 35 45Afvoerzijde (met F7-filter)Luchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukl/s 0 20 40 60 80 100Water BatteryF5 Filter400100Contactweerstand (Pa)300200100Pa 0100%100%80%80%60%60dB(A)60%40% 55dB(A)40% 50dB(A)45dB(A)40dB(A)7550250WVermogensverbruik in wattm 3 /h 0 100 200300 400Pa015 25 35 45Geluidsgegevens worden aangegeven door het geluidsvermogenLwA in de capaciteitsdiagrammen en worden gecorrigeerdmet de tabel hieronder voor de verschillende octaafbanden. Hetuitgestraalde lawaai genereert Lw in de verschillende octaafbandenen LwA tot. Direct aflezen uit toevoertabel.Correctiefactor voor LwAHz 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 LwAToevoer 9 3 -1 -2 -4 -10 -18 -31Afvoer 13 9 3 -2 -10 -19 -31 -48Luchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukUitgestraald -43 -35 -32 -40 -43 -45 -55 -63 -36,918F5-filterDe gegevens voor de toevoer zijn gemeten volgens de ISO 5136“In duct method”.Het uitgestraalde lawaai is gemeten volgens ISO 9614-2Meetapparatuur Bruel & Kjær 2260Blauwe curven: Luchtcapaciteit bij verschillende capaciteitsinstellingen in volt.Groene curven: Vermogensverbruik toevoerventilator bij verschillendecapaciteitsinstellingenRode curven: Geluidsvermogen LwA, zie correctietabelLichtblauwe correctieas: Drukstijging bij gebruik van EU-5-filterLichtgroene correctieas: Drukdaling bij gebruik van waterbatterij


S4 RNL9.4 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - S4 RE/S4 RWToevoerzijde (met F7-filter)l/s 0 20 40 60 80 100 120400200Contactweerstand (Pa)300200100Pa 0230V190V170V150V120V105V85V60V60V230V190V170V75dB(A)150V70dB(A)120V105V 65dB(A)85V60dB(A)55dB(A)150100500WVermogensverbruik in wattm 3 /h 0 100 200300 400 500-11 -28 -53 -90 Water BatteryPa0917 25 32F5 FilterAfvoerzijde (met F7-filter)Luchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukl/s 0 20 40 60 80 100 120400200Contactweerstand (Pa)300200100Pa 0230V190V170V150V120V105V85V60V60V150V120V50dB(A)85V105V45dB(A)190V170V55dB(A)230V62dB(A)60dB(A)150100500WVermogensverbruik in wattm 3 /h 0 100 200300 400 500Pa0 9 17 25 32F5 FilterGeluidsgegevens worden aangegeven door het geluidsvermogenLwA in de capaciteitsdiagrammen en worden gecorrigeerdmet de tabel hieronder voor de verschillende octaafbanden. Hetuitgestraalde lawaai genereert Lw in de verschillende octaafbandenen LwA tot. Direct aflezen uit toevoertabel.Correctiefactor voor LwAHz 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 LwAToevoer 7 3 -1 -3 -6 -7 -17 -30Afvoer 8 9 5 -2 -11 -21 -29 -48Luchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukUitgestraald -43 -31 -33 -34 -38 -38 -39 -44 -30,6De gegevens voor de toevoer zijn gemeten volgens de ISO 5136“In duct method”.Het uitgestraalde lawaai is gemeten volgens ISO 9614-2Meetapparatuur Bruel & Kjær 2260Blauwe curven: Luchtcapaciteit bij verschillende capaciteitsinstellingen in volt.Groene curven: Vermogensverbruik toevoerventilator bij verschillendecapaciteitsinstellingenRode curven: Geluidsvermogen LwA, zie correctietabelLichtblauwe correctieas: Drukstijging bij gebruik van EU-5-filterLichtgroene correctieas: Drukdaling bij gebruik van waterbatterij19


NLS4 R9.5 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - S4 RE EC/S4 RW ECToevoerzijde (met F7-filter)l/s 0 20 40 60 80 100400100Contactweerstand (Pa)300200100100%80%80%100%755025Vermogensverbruik in wattPa060%40%73dB(A)60% 70dB(A)40%65dB(A)60dB(A)55dB(A)0Wm 3 /h 0 100 200300 400-10 -25 -55 -90Pa010 15 25 30Water BatteryF5 FilterAfvoerzijde (met F7-filter)Luchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukl/s 0 20 40 60 80 100400100Contactweerstand (Pa)300200100Pa 0100%80%60%40%100%80%60dB(A)60%55dB(A)40% 50dB(A)45dB(A)40dB(A)7550250Vermogensverbruik in wattWm 3 /h 0 100 200300 400Pa010 15 25 30F5-filterGeluidsgegevens worden aangegeven door het geluidsvermogenLwA in de capaciteitsdiagrammen en worden gecorrigeerdmet de tabel hieronder voor de verschillende octaafbanden. Hetuitgestraalde lawaai genereert Lw in de verschillende octaafbandenen LwA tot. Direct aflezen uit toevoertabel.Correctiefactor voor LwAHz 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 LwAToevoer 10 4 -3 -4 -3 -10 -20 -34Afvoer 11 11 4 -4 -8 -23 -32 -48Luchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukUitgestraald -43 -31 -33 -34 -38 -38 -39 -44 -30,620De gegevens voor de toevoer zijn gemeten volgens de ISO 5136“In duct method”.Het uitgestraalde lawaai is gemeten volgens ISO 9614-2Meetapparatuur Bruel & Kjær 2260Blauwe curven: Luchtcapaciteit bij verschillende capaciteitsinstellingen in volt.Groene curven: Vermogensverbruik toevoerventilator bij verschillendecapaciteitsinstellingenRode curven: Geluidsvermogen LwA, zie correctietabelLichtblauwe correctieas: Drukstijging bij gebruik van EU-5-filterLichtgroene correctieas: Drukdaling bij gebruik van waterbatterij


S7 RNL9.6 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - S7 RE/S7 RWToevoerzijde (met F7-filter)l/s 0 40 80 120 160200350Contactweerstand (Pa)600400200Pa 0230V190V170V150V120V105V230V85V170V60V190V105V 120V 150V85V83dB(A)60V75dB(A) 80dB(A)60dB(A)70dB(A)65dB(A)300250200150100500WVermogensverbruik in wattm 3 /h 0 200400600800-4 -8 -14 -22 -30 -39 -52Water BatteryPa0 9 17 25 32 38 42 47F5 FilterLuchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukAfvoerzijde (met F7-filter)l/s 0 40 80 120 160 200350Contactweerstand (Pa)600400200Pa 0230V190V170V150V120V105V85V60V60V230V120V 150V 170V 190V85V 105V68dB(A)50dB(A) 55dB(A) 60dB(A) 65dB(A)45dB(A)300250200150100500WVermogensverbruik in wattm 3 /h 0 200 400 600800Pa0 9 17 25 32 38 42 47 F5 FilterLuchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukGeluidsgegevens worden aangegeven door het geluidsvermogenLwA in de capaciteitsdiagrammen en worden gecorrigeerdmet de tabel hieronder voor de verschillende octaafbanden. Hetuitgestraalde lawaai genereert Lw in de verschillende octaafbandenen LwA tot. Direct aflezen uit toevoertabel.Correctiefactor voor LwAHz 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 LwAToevoer 3 1 -4 -4 -5 -7 -14 -24Afvoer 10 11 3 -4 -9 -15 -26 -41Uitgestraald -43 -31 -33 -34 -38 -38 -39 -44 -30,6 21De gegevens voor de toevoer zijn gemeten volgens de ISO 5136“In duct method”.Het uitgestraalde lawaai is gemeten volgensISO 9614-2 Meetapparatuur Bruel & Kjær 2260Blauwe curven: Luchtcapaciteit bij verschillende capaciteitsinstellingen in volt.Groene curven: Vermogensverbruik toevoerventilator bij verschillendecapaciteitsinstellingenRode curven: Geluidsvermogen LwA, zie correctietabelLichtblauwe correctieas: Drukstijging bij gebruik van EU-5-filterLichtgroene correctieas: Drukdaling bij gebruik van waterbatterij


NLS7 R9.7 Capaciteitsdiagram, geluidsgegevens, specificaties - S7 RE/S7 RW ECToevoerzijde (met F7-filter)l/s 0 40 80 120 160600200Contactweerstand (Pa)400200Pa 0100%80%60%40%80%60%40%60dB(A) 65dB(A) 70dB(A) 75dB(A)100%80dB(A)1751501251007550250WVermogensverbruik in wattm 3 /h 0 200 400600-5 -10 -15 -25 -35 -45 Water BatteryPa0 9 15 25 30 35 40 F5 FilterAfvoerzijde (met F7-filter)Luchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukl/s 0 40 80 120 160600200Contactweerstand (Pa)400200Pa 0100%80%60%80%40%60%40%45dB(A) 50dB(A) 55dB(A) 60dB(A) 64dB(A)100%1751501251007550250WVermogensverbruik in wattm 3 /h 0 200 400600Pa0 9 15 25 30 35 40 F5 FilterLuchthoeveelheid m 3 /u - Correctiefactor drukGeluidsgegevens worden aangegeven door het geluidsvermogenLwA in de capaciteitsdiagrammen en worden gecorrigeerdmet de tabel hieronder voor de verschillende octaafbanden. Hetuitgestraalde lawaai genereert Lw in de verschillende octaafbandenen LwA tot. Direct aflezen uit toevoertabel.Correctiefactor voor LwAHz 63 125 250 500 1000 2000 4000 8000 LwAToevoer 3 1 -4 -4 -5 -7 -14 -24Afvoer 10 11 3 -4 -9 -15 -26 -41Uitgestraald -43 -31 -33 -34 -38 -38 -39 -44 -30,622De gegevens voor de toevoer zijn gemeten volgens de ISO 5136“In duct method”.Het uitgestraalde lawaai is gemeten volgensISO 9614-2 Meetapparatuur Bruel & Kjær 2260Blauwe curven: Luchtcapaciteit bij verschillende capaciteitsinstellingen in volt.Groene curven: Vermogensverbruik toevoerventilator bij verschillendecapaciteitsinstellingenRode curven: Geluidsvermogen LwA, zie correctietabelLichtblauwe correctieas: Drukstijging bij gebruik van EU-5-filterLichtgroene correctieas: Drukdaling bij gebruik van waterbatterij


NL10 Montage externe afzuigkap10.1 Technische gegevensBreedte:60 cmElektrische aansluiting: 230 V geaardVerlichting:Tl-buisvoet G23 11 WFig. 2210.2 Montage van externe afzuigkapMontage van koppelstuk met klepHet koppelstuk ligt bij levering in de afzuigkap. Plaatsklepas A in de beugel onder het klepdeksel, zie Fig. 22.Let erop dat de bevestigingen B onder de plaatrandkomen. Klik het koppelstuk op zijn plaats.Montage van afzuigkapDe afzuigkap moet onder of ingebouwd in detussenruimte van de kast worden geplaatst, zie Fig.23. De afstand tussen het fornuis en het vetfilter in deafzuigkap moet minimaal 50 cm zijn. Bij een gasfornuismoet de afstand tot 65 cm worden vergroot. Deafzuigkap kan ook worden gemonteerd met behulpvan wandbevestigingen, die als accessoire kunnenworden gekocht, Fig. 25. De montagehandleiding vooraccessoires wordt bij de accessoires geleverd.Elektrische installatieDe afzuigkap wordt met kabel en geaarde stekkergeleverd voor aansluiting op een geaard stopcontact.De stuurkabel (12 V) wordt tussen 2-aderigeaansluitingen (gemarkeerd) vanuit afzuigkap en unitaangesloten. De kleur van de kabel die op de klemmenwordt aangesloten, is niet van belang. De stuurkabeltussen de afzuigkap en de unit moet minimaal vanhet type 2 x 0,75 mm 2 zijn. De spanning tussen deeenheden is 12 V DC.Fig. 23Fig. 24Fig. 25De installatie moet door een bevoegd vakmanworden uitgevoerd.AfstellingVoor het afstellen van de afzuigkap, zie hoofdstuk 12en voor de unit, zie hoofdstuk 13 Inregelingscurven.23


NL11 Inregeling van afzuigkap11.1 BasisventilatieDe basisventilatie wordt ingesteld door schuifklep A in de gewenste stand te zetten zoals getoond op markering B,Fig. 26 (zie diagram 12.1).11.2 Geforceerde ventilatieOpen de klep en verwijder het smoorplaatje C, Fig. 27. Geforceerde ventilatie wordt ingesteld door een geschiktaantal ringen uit het smoorplaatje te snijden, Fig. 28 (zie diagram 13.2). Let erop dat stuurgleuf D op zijn plaats ligt alshet plaatje op zijn plaats ligt.11.3 DrukvalmetingDe drukvalmeting wordt uitgevoerd door de slang op de meetuitgang aan de voorkant van de klep te monteren, Fig.29. De drukval komt overeen met de as in het inregelingsdiagram (linkerkant), zie hoofdstuk 13.Fig. 26Fig. 27Fig. 28Fig. 29Als basisventilatie niet gewenst is, kan het bijgeleverde plaatje worden gemonteerd, zie Fig. 30 voor de werkwijze.Fig. 3024


S3 R/S3 RKNL12 Inregelingscurven externe afzuigkap12.1 Basisventilatie S3 R35030025020015010050 Pa0Min 2 3 4 5 635 dB(A)32 dB(A)30 dB(A)25 dB(A)7 8 9 10 11 Max0 20 40 60 80 100 m³/hS3 RMin. - Max. = KleppositiedB = Lp(A) gemeten 1 m van afzuigkap in keukengebied.12.2 Geforceerde ventilatie S3 R325275225175012200 Pa150 Pa100 Pa345OpenS3 R0 - Open = Aantal verwijderde ringen100 /150/200 Pa = Opgetelde leidingweerstand voor afvoer- en uitlaatzijdeLw (A) gemeten 1 m van afzuigkap, varieert tussen 46 en 48 dB(A) inhet hele meetbereikPa 125125 175 225 275 m³/h25


NLSL4 R12.3 Basisventilatie SL4 R/SL4 R EC300250200Min23 4 5 6 7 8 9 10 11 Max35 dB(A)32 dB(A)SL4 RMin. - Max. = KleppositiedB = Lp(A) gemeten 1 m van afzuigkap in keukengebied.15030 dB(A)10026 dB(A)50 Pa00 20 40 60 80 100 m³/h30025020015010050 PaMin 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Max35 dB(A)32 dB(A)30 dB(A)28 dB(A)SL4 R ECMin. - Max. = KleppositiedB = Lp(A) gemeten 1 m van afzuigkap in keukengebied.00 20 40 60 80 100 m³/h12.4 Geforceerde ventilatie SL4 R/SL4 R EC325SL4 R2752251751250123100 Pa200 Pa150 Pa450 - Open = Aantal verwijderde ringen100 /150/200 Pa = Opgetelde leidingweerstand voor afvoer- en uitlaatzijdeLw (A) gemeten 1 m van afzuigkap, varieert tussen 45 en 49 dB(A) inhet hele meetbereikOpenPa 75125 175 225 275 m³/h300SL4 R EC2502001501000123100 Pa200 Pa150 Pa450 - Open = Aantal verwijderde ringen100 /150/200 Pa = Opgetelde leidingweerstand voor afvoer- en uitlaatzijdeLw (A) gemeten 1 m van afzuigkap, varieert tussen 45 en 49 dB(A) inhet hele meetbereikOpenPa 50100 150 200 250 m³/h26


GEMEENSCHAPPELIJKNL13 Eindcontrole13.1 Technische gegevens S3 RS3 RENominale spanning230 V/50 HzZekering10 ANominale stroom totaal5,5 ANominaal vermogen totaal 1271 WNominaal vermogen elektrischebatterijen900 WNominaal vermogen ventilatoren 2 x 165 WType ventilatorF-wielRegeling ventilatormotor TransformatorVentilatortoerental, max. 2230 tpmAutomatische regeling standaard CS50Filtertype (TOEV/AFV)F7/F7Filterafmetingen TOEV (BxHxD) 285x130x50 mmFilterafmetingen AFV (BxHxD) 285x130x50 mmGewicht38,5 kgLeidingaansluitingØ 125 mmHoogte700 mmBreedte598 mmDiepte320 mm13.2 Technische gegevens SL4 RSL4 RE SL4 RE EC SL4 RW SL4 RW ECNominale spanning 230 V/50 Hz 230 V/50 Hz 230 V/50 Hz 230 V/50 HzZekering 10 A 10 A 10 A 10 ANominale stroom totaal 5,5 A 4,8 A 1,6 A 0,9 ANominaal vermogen totaal 1271 W 1107 W 371 W 207 WNominaal vermogen elektrischebatterijen900 W 900 W - -Nominaal vermogen ventilatoren 2 x 165 W 2 x 83 W 2 x 165 W 2 x 83 WType ventilator F-wiel F-wiel F-wiel F-wielRegeling ventilatormotor Transformator EC-Traploos Transformator EC-TraploosVentilatortoerental, max. 2230 tpm 1970 tpm 2230 tpm 1970 tpmAutomatische regeling standaard CS 50 CS 50 CS 50 CS 50Filtertype (TOEV/AFV) F7/F7 F7/F7 F7/F7 F7/F7Filterafmetingen TOEV (BxHxD) 350x185x50 mm 350x185x50 mm 350x185x50 mm 350x185x50 mmFilterafmetingen AFV (BxHxD) 350x185x50 mm 350x185x50 mm 350x185x50 mm 350x185x50 mmGewicht 48 kg 48 kg 48 kg 48 kgLeidingaansluiting Ø 160 mm Ø 160 mm Ø 160 mm Ø 160 mmLeidingaansluiting afzuigkap Ø 125 mm Ø 125 mm Ø 125 mm Ø 125 mmHoogte 700 mm 700 mm 700 mm 700 mmBreedte 598 mm 598 mm 598 mm 598 mmDiepte 455 mm 455 mm 455 mm 455 mm27


NL13.3 Technische gegevens S4 R230 V/50 Hz 230 V/50 Hz 230 V/50 Hz 230 V/50 HzNominale spanning 10 A 10 A 10 A 10 AZekering 6,8 A 6,1 A 1,6 A 0,9 ANominale stroom totaal 1581 W 1417 W 381 W 217 WNominaal vermogen totaal 1200 W 1200 W - -Nominaal vermogen elektrischebatterij2 x 165 W 2 x 83 W 2 x 165 W 2 x 83 WNominaal vermogen ventilatoren - - - -Nominaal vermogenvoorverwarmingF-wiel F-wiel F-wiel F-wielType ventilator Transformator EC-Traploos Transformator EC-TraploosRegeling ventilatormotor 2230 tpm 1970 tpm 2230 tpm 1970 tpmVentilatortoerental, max. CS 50 CS 50 CS 50 CS 50Automatische regeling standaard F7/F7 F7/F7 F7/F7 F7/F7Filtertype (TOEV/AFV) 468x200x70mm 468x200x70mm 468x200x70mm 468x200x70mmFilterafmetingen TOEV (BxHxD) 468x200x70 mm 468x200x70mm 468x200x70mm 468x200x70mmFilterafmetingen AFV (BxHxD) 85 kg 85 kg 85 kg 85 kgGewicht Ø 200 mm Ø 200 mm Ø 200 mm Ø 200 mmLeidingaansluiting 900 mm 900 mm 900 mm 900 mmHoogte 900 mm 900 mm 900 mm 900 mmBreedte 550 mm 550 mm 550 mm 550 mmDiepte 550 mm 550 mm 550 mm 550 mm13.4 Technische gegevens S7 RS7 RE S7 RE EC S7 RW S7 RW ECNominale spanning 230 V/50 Hz 230 V/50 Hz 230 V/50 Hz 230 V/50 HzZekering 16 A 13 A 10 A 10 ANominale stroom totaal 14,2 A 12,4 A 3,3 A 1,5 ANominaal vermogen totaal 3265 W 2845 W 765 W 345 WNominaal vermogen elektrischebatterij2500 W 2500 W - -Nominaal vermogen ventilatoren 2 x 375 W 2 x 175 W 2 x 375 W 2 x 175 WNominaal vermogenvoorverwarming- - - -Type ventilator F-wiel F-wiel F-wiel F-wielRegeling ventilatormotor Transformator EC-Traploos Transformator EC-TraploosVentilatortoerental, max. 2000 tpm 2000 tpm 2000 tpm 2000 tpmAutomatische regeling standaard CI 50/CU 500* CI 50/CU 500* CI 50/CU 500* CI 50/CU 500*Filtertype (TOEV/AFV) F7/F7 F7/F7 F7/F7 F7/F7Filterafmetingen TOEV (BxHxD) 468x200x70 mm 468x200x70 mm 468x200x70 mm 468x200x70 mmFilterafmetingen AFV (BxHxD) 468x200x70 mm 468x200x70 mm 468x200x70 mm 468x200x70 mmGewicht 92 kg 92 kg 92 kg 92 kgLeidingaansluiting Ø 200 mm Ø 200 mm Ø 200 mm Ø 200 mmHoogte 900 mm 900 mm 900 mm 900 mmBreedte 900 mm 900 mm 900 mm 900 mmDiepte 550 mm 550 mm 550 mm 550 mm* CI 50: bedieningspaneel, CU 500: printplaat28


GEMEENSCHAPPELIJKNL14 EindcontroleControleer het volgende:• De leidingisolatie is in overeenstemming met de handleiding en de technische documentatie uitgevoerd.• De leidingen zijn op de juiste nippels aangesloten - Controleren aan de hand van de onderstaandeunittekeningen.• Het inregelen is in overeenstemming met de handleiding en de documentatie van de ventilatiegegevensuitgevoerd.• De unit loopt normaal in alle stappen.• Verwarming schakelt in.De installateur is verantwoordelijk voor onjuiste of gebrekkige montage.S3 R Rechts modelS3 R Links modelAfzuigkapAfzuigkapSL4 R Rechts modelSL4 R Links modelAfzuigkapAfzuigkapUnit bovenkantUnit onderkantS4 R/S7 R Rechts modelS4 R/S7 R Links model29


NL15 BelangrijkeveiligheidsinstructiesOm de kans op brand, elektrische schokken!of schade te verkleinen, moeten alle veiligheidsinstructiesen waarschuwingstekstenworden gelezen voordat de unit in gebruikwordt genomen.• Deze unit is uitsluitend bedoeld voor ventilatieluchtin gebouwen.• De unit mag niet worden gebruikt voor de extractievan brandbare of lichtontvlambare gassen.• Trek de stekker eruit bij service- enonderhoudswerkzaamheden.• Voordat de deur wordt geopend, moet de unitstroomloos zijn en moeten de ventilatoren de tijdhebben gehad om te stoppen (min. 3 minuten).• De unit bevat verwarmingselementen die niet mogenworden aangeraakt wanneer ze warm zijn.• Laat de unit niet zonder de filters werken.• Kook geen brandgevaarlijke stoffen of flambeerniet onder de ventilator (alleen bij aangeslotenafzuigkap).• Laat geen ketel/bakpan met olie of vet zondertoezicht achter (alleen bij aangesloten afzuigkap).• Volg de aanwijzingen in de gebruikershandleiding op.Om een goed binnenklimaat te handhaven,om aan de voorschriften te voldoen en omcondensschade te voorkomen, mag de unitnooit worden stopgezet, behalve bij service/onderhoudof eventuele ongevallen.16 FunctiebeschrijvingIn de rotor (HR-R) passeren de koude buitenluchten de warme afvoerlucht elkaar zonder te wordengemengd. Door dit principe zal een groot deel vande warmte in de afvoerlucht naar de toevoerluchtworden overgebracht (zie systeemtekeningen Hfdst.8). Bij extra lage buitentemperaturen zal daarnaasteen thermostaatgestuurd naverwarmingselement(EB1) ervoor zorgen dat de toevoerlucht de gewenstetemperatuur houdt. Deze toevoerlucht wordt vialeidingen en kleppen naar woonkamer en slaapkamergevoerd. De afvoerlucht wordt vanuit dezelfde kamerof via deurspleten/overstroomroosters voor toilet ennatte ruimte gezogen. De gebruikte lucht wordt viahet leidingsysteem terug naar de unit gevoerd, geeftwarmte af en wordt via dakkap of wandrooster uit hetgebouw geblazen.De temperatuur van de toevoerlucht wordt doorde rotor geregeld. Pas als de rotor de ingesteldetemperatuur niet kan handhaven, zal hetnaverwarmingselement opstarten. Wanneer er geenbehoefte aan naverwarming is (bijv. in de zomer), zalde rotor stoppen.16.1 VerwarmingselementenHet verwarmingselement wordt tegen oververhittingbeveiligd door de oververhittingsthermostaat (F20) diebij 65°C activeert. Als extra veiligheid activeert de oververhittingsthermostaat(F10) bij 80°C. OververhittingsthermostaatF10 kan handmatig op nul worden gezetdoor de resetknop in te drukken.De thermostaat is zichtbaar als de unitdeuren wordengeopend (recht boven verwarmingselement).16.2 Bediening via afzuigkap (S3 R/SL4 R)A - Draaiknop voor klep/timerB - Drukknop voor verlichtingBij koken wordt de klep geopend. De klep wordt namaximaal 60 minuten automatisch gesloten, ofdoor de klepschakelaar naar te draaien, zoalsop Fig. 31. Als de timer wordt geactiveerd, wordtde luchtbehandelingsunit ook naar de klepfunctiegeforceerd.Fig. 31Dit is uitsluitend een ventilatiesysteemen geen verwarmingssysteem. De woningmoet op de normale manier wordenverwarmd. De winst van de warmteterugwinningmoet gezien worden in relatie totwanneer de afvoerlucht zonder terugwinninguit de woning zou zijn geblazen.30


S3 RNL17 Reiniging - Onderhoud S3 RVoordat de deur op de warmteterugwinner wordt geopend of onderhoud aan de afzuigkap wordtuitgevoerd: Schakel de verwarming uit, laat de ventilatoren drie minuten draaien om warme lucht!af te voeren, maak de unit stroomloos en wacht 2 minuten voordat de deuren worden geopend.Ventilatoren: Pos. 5 en 6/Hfdst. 9 Overzichtstekening. De ventilatoren moeten 1 keer per jaar worden schoongemaakt.Maak de ventilatoren schoon met een borsteltje en perslucht, indien mogelijk. LET OP!Gebruik geen water. De demontage verloopt als volgt: Deuren openen zoals aangegeven. Trekde elektrische snelkoppeling voor de motor eruit. Schroef 2 schroeven aan de voorkant van debevestigingsplaat van de motor eruit. De ventilator kan dan voorzichtig omlaag uit de unit wordengetrokken.Filter:!Voor een gezond binnenmilieu is het belangrijk dat het filter wordt vervangen wanneer dit vuil is.Een vuil filter zorgt voor:Meer luchtweerstand in het filter - minder lucht in de woning - kans op bacteriegroei inhet filter - en in het ergste geval kan de installatie beschadigd raken.Hoe vaak de filters moeten worden vervangen, is afhankelijk van de verontreinigingsgraad vande lucht ter plekke. In het algemeen moeten de filters een keer per jaar worden vervangen,bij voorkeur in de herfst (na het pollenseizoen). In gebieden met veel stof en verontreinigingmoeten de filters in de lente en herfst worden vervangen. Het toevoerfilter en het afvoerfilter (2en 1) bestaan uit een compactfilter (F7). Schuif deze op hun plaats.Wij bevelen aan een filterabonnement te nemen, zodat u de installatie zo goed en goedkoopmogelijk benut.Best.nr. voor complete filterset: 12328Bij het vervangen van het filter moet ook worden gecontroleerd of de hele installatienormaal werkt.Filterpositie(de tekening laat het linkse model zien/het rechtse model is gespiegeld)Afvoerfilter:CompactfilterToevoerfilter:CompactfilterRotorRotor:Omdat er filters van een hoge dichtheidsklasse op de installatie zijn gemonteerd, hoeft de rotornormaal gesproken niet gereinigd te worden. Indien dit om welke reden dan ook toch nodig mochtzijn, kan stof met een zachte borstel worden verwijderd. Verdere reiniging is mogelijk door de rotoreruit te halen, te besproeien met een vetoplosbaar reinigingsmiddel en vervolgens vanaf de anderekant schoon te blazen. Afstand ca. 60 mm en max. druk 80 bar. Let erop dat de motor tijdens hetreinigen niet aan water wordt blootgesteld. Controleer of alle pakkingen rond de rotor intact ensluitend zijn.Gebruik geen reinigingsmiddelen die schadelijk zijn voor aluminium of voor het milieu.Kleppen enleidingsysteem: Kleppen moeten min. een keer per jaar worden gereinigd. Het leidingsysteem moet min. elke 10jaar worden gereinigd.Buitenluchtinlaat: Controleer 1 keer per jaar of het rooster niet verstopt is.Dakkap:Controleer 1 keer per jaar of de afvoerspleet aan de onderkant niet met bladeren verstopt zit.Geldt alleen als de installatie een dakkap heeft.31


NLSL4 R18 Reiniging - Onderhoud SL4 RVoordat de deur op de warmteterugwinner wordt geopend of onderhoud aan de afzuigkap wordtuitgevoerd: Schakel de verwarming uit, laat de ventilatoren drie minuten draaien om warme lucht!af te voeren, maak de unit stroomloos en wacht 3 minuten voordat de deuren worden geopend.Ventilatoren: Pos. 5 en 6/Hfdst. 9 Overzichtstekening SL4 R. De ventilatoren ventilatoren 1 keer per jaarworden schoongemaakt. Maak de ventilatoren schoon met een borsteltje en perslucht, indienmogelijk. Indien nodig kunnen ze op de volgende manier worden verwijderd: (Ventilator pos.6) Verwijder het deksel voor de ventilator door de vergrendelingen aan de onderkant van hetdeksel in te drukken. Gemeenschappelijk voor beide ventilatoren: Trek de ventilator uit de gleufen ontkoppel het contact. De motor zelf met de ventilatorschoepen wordt verwijderd door de4 schroeven in de ronde motorplaat eruit te draaien en de motor voorzichtig uit het motorhuiste trekken. Indien reinigen nodig is, moet een kleine borstel en evt. perslucht (indien mogelijk)worden gebruikt. In omgekeerde volgorde monteren.Filter:!Voor een gezond binnenmilieu is het belangrijk dat het filter wordt vervangen wanneer ditverstopt/vies is. Een verstopt filter zorgt voor:Meer luchtweerstand in het filter - minder lucht in de woning - kans op bacteriegroei inhet filter - en in het ergste geval kan de installatie beschadigd raken.Hoe vaak de filters moeten worden vervangen, is afhankelijk van de verontreinigingsgraad vande lucht ter plekke. Over het algemeen moeten de filters één keer per jaar worden vervangen,bij voorkeur in de herfst (na het pollenseizoen). In gebieden met veel stof en verontreinigingmoeten de filters in de lente en herfst worden vervangen.Het toevoerfilter dat de buitenlucht reinigt (pos. 2) is een compactfilter (filterklasse F7). Hetfilter wordt op zijn plaats in de bevestigingsrails geschoven. Het afvoerfilter (pos. 1) is vanhet type compactfilter (filterklasse F7) en zit in een eigen lade, die na het verwijderen van devingerschroeven eruit wordt getrokken. Wij bevelen aan een filterabonnement te nemen, zodatu de installatie zo goed en goedkoop mogelijk benut.Best.nr. voor complete filterset: 12336Bij het vervangen van het filter moet ook worden gecontroleerd of de hele installatienormaal werkt.Filterpositie(de tekening laat het rechtse model zien/hetlinkse model is gespiegeld)AfvoerfilterToevoerfilterRotorwisselaarRotor:Kleppen enleidingsysteem:Omdat er filters van een hoge dichtheidsklasse op de installatie zijn gemonteerd, hoeft de rotor normaalgesproken niet gereinigd te worden. Indien dit om welke reden dan ook toch nodig mocht zijn,kan stof met een zachte borstel worden verwijderd. Verdere reiniging is mogelijk door de rotor eruitte halen, te besproeien met een vetoplosbaar reinigingsmiddel en vervolgens vanaf de andere kantschoon te blazen. Afstand ca. 60 mm en max. druk 80 bar. Let erop dat de motor tijdens het reinigenniet aan water wordt blootgesteld. Controleer of alle pakkingen rond de rotor intact en sluitend zijn.Gebruik geen reinigingsmiddelen die schadelijk zijn voor aluminium of voor het milieu.Kleppen moeten min. een keer per jaar worden gereinigd. Het leidingsysteem moet min. elke10 jaar worden gereinigd.Buitenluchtinlaat: Controleer 1 keer per jaar of het rooster niet verstopt is.Dakkap:Controleer 1 keer per jaar of de afvoerspleet aan de onderkant niet met bladeren verstopt zit.Dit geldt alleen als de installatie een dakkap heeft.32


S4 R/S7 RNL19 Reiniging - Onderhoud S4 R/S7 R!Voordat de deur op de warmteterugwinner wordt geopend of onderhoud aan de afzuigkap wordtuitgevoerd: Schakel de verwarming uit, laat de ventilatoren drie minuten draaien om warme luchtaf te voeren, maak het geheel stroomloos en wacht 2 minuten voordat de deuren worden geopend.Deuren:Openmaken door de twee schroeven in de ene deur los te schroeven.Ventilatoren: Pos. 6 en 7/Hfdst. 9 Overzichtstekeningen. De ventilatoren moeten 1 keer per jaar wordenschoongemaakt. Maak de ventilatoren schoon met een borsteltje en perslucht, indien mogelijk. LETOP! Gebruik geen water. De demontage verloopt als volgt: Deuren openen zoals aangegeven. Trek deelektrische snelkoppeling voor de motor eruit. Schroef 2 schroeven onderaan aan de voorkant vande bevestigingsplaat van de motor eruit. De ventilator kan dan voorzichtig omlaag uit de unit wordengetrokken.Filter:!Voor een gezond binnenmilieu is het belangrijk dat het filter wordt vervangen wanneer dit vuil is. Eenvuil filter zorgt voor:Meer luchtweerstand in het filter - minder lucht in de woning - kans op bacteriegroei in het filter- en in het ergste geval kan de installatie beschadigd raken.Hoe vaak de filters moeten worden vervangen, is afhankelijk van de verontreinigingsgraad van de luchtter plekke. In het algemeen moeten de filters een keer per jaar worden vervangen, bij voorkeur in deherfst (na het pollenseizoen). In gebieden met veel stof en verontreiniging moeten de filters in de lenteen herfst worden vervangen. Toevoerfilter en afvoerfilter (2 en 1) bestaan uit een voorfilter bovenaan(grof filter) EU 3 en een compactfilter (EU 7). Schuif deze op hun plaats en bevestig ze met filterspanners.Wij bevelen aan een filterabonnement te nemen, zodat u de installatie zo goed en goedkoop mogelijkbenut.Best.nr. voor complete filterset: 12327Bij het vervangen van het filter moet ook worden gecontroleerd of de hele installatie normaalwerkt.Filterplaatsing rotormodel(de tekening laat het rechtse modelzien/het linkse model is gespiegeld)Toevoerfilter:Voorfilter encompactfilterAfvoerfilter:Voorfilter encompactfilterRotorwisselaarRotor:Omdat er filters van een hoge dichtheidsklasse op de installatie zijn gemonteerd, hoeft de rotor normaalgesproken niet gereinigd te worden. Indien dit om welke reden dan ook toch nodig mocht zijn, kan stofmet een zachte borstel worden verwijderd. Verdere reiniging is mogelijk door de rotor eruit te halen,te besproeien met een vetoplosbaar reinigingsmiddel en vervolgens vanaf de andere kant schoon teblazen. Afstand ca. 60 mm en max. druk 80 bar. Let erop dat de motor tijdens het reinigen niet aanwater wordt blootgesteld. Controleer of alle pakkingen rond de rotor intact en sluitend zijn.Gebruik geen reinigingsmiddelen die schadelijk zijn voor aluminium of voor het milieu.Kleppen enleidingsysteem: Kleppen moeten min. een keer per jaar worden gereinigd. Het leidingsysteem moet min. elke 10jaar worden gereinigd.Buitenluchtinlaat: Controleer 1 keer per jaar of het rooster niet verstopt is met bladeren en vuil.Dakkap:Controleer 1 keer per jaar of de afvoerspleet aan de onderkant niet met bladeren verstopt zit.Geldt alleen als de installatie een dakkap heeft.33


NLS4 R/S7 R20 FoutopsporingBij een stroomonderbreking gaat de unit bij het opnieuw opstarten automatisch naar de fabrieksinstellingenterug.Fout:De ventilatoren draaien niet en/of:Het bedieningspaneel(Hfdst. 18) is gedoofdLampje 1 (Hfdst. 18) op het bedieningspaneelbrandtLuchthoeveelheid aanzienlijk verminderdDoe het volgende:- Controleer of de stekker voor de stroomtoevoer goed in het stopcontactzit.- Controleer of de zekeringen in de elektriciteitskast goed staan.- Controleer de kabel tussen het bedieningspaneel en de unit.- De oververhittingsthermostaat (Pos. 4/Hfdst. 9) kan geactiveerd zijn.- Druk de resetknop in.- Controleer of de temperatuursensor (Pos. 10/Hfdst. 9) aangesloten is.Doe het volgende:- Filter (Pos. 1, 2/Hfdst. 9) kan verstopt zijn door vuil.Schoonmaken of vervangen, zie onder Reiniging - onderhoud.- Het ventilatorwiel moet worden schoongemaakt,zie onder Reiniging - onderhoud.Voor andere typen fouten die op het bedieningspaneel/de handterminal verschijnen, zie de eigenhandleiding voor het automatische regelsysteem.Als dit niet helpt, moet u contact opnemen met uw leverancier voor service.Vermeld a.u.b. de modelaanduiding en het serienummer (op het typeplaatje in de unit/open deur).34


GEMEENSCHAPPELIJKNL21 EU-verklaring van overeenstemmingMet deze verklaring bevestigen wij dat de producten voldoen aan de eisen in de volgende richtlijnen van de Raaden normen:2004/108/EC elektromagnetische compatibiliteit (EMC)2006/95/EC laagspanningsrichtlijn (LVD)2006/42/EC Machinerichtlijn (Veiligheid)Producent:FLEXIT AS, Televeien 15, 1870 ØrjeType: S3 R 2005 Ventilatie-units(Het product heeft een CE-markering) SL4 R 2006 Ventilatie-unitsS4 R 2002 Ventilatie-unitsS7 R 2002 Ventilatie-unitsVoldoet aan devolgende normen:Veiligheidsnorm EN 60335-1:2002EMF-norm: EN 50366:2003EMC-norm: EN 55014-1.2000EN 61000-3-2:2000EN 61000-3-3:1995EN 55014-2:2:1997FLEXIT AS 2010-02-12Frank PetersenAlgemeen directeurVoor dit product geldt een reclamatierecht conform de van toepassing zijnde verkoopvoorwaarden, mits het product correctgebruikt en onderhouden is. Filters zijn verbruiksartikelen.Het symbool op het product geeft aan dat het product niet als huishoudelijk afval verwerkt mag worden. Breng het naar een verzamelpunt voor derecycling van elektrische en elektronische apparatuur.Door het apparaat op een correcte wijze af te danken, draagt u bij aan het voorkomen van de negatieve milieu- en gezondheidsgevolgenvan een onjuiste verwerking. Neem voor nadere informatie over de recycling van dit product contact op met uw gemeente, dereinigingsdienst of het bedrijf waar u het hebt gekocht.Reclamaties als gevolg van onjuiste of gebrekkige montage dienen aan het verantwoordelijke montagebedrijf te worden gericht. Hetrecht van reclamatie kan vervallen bij een onjuist gebruik of grove nalatigheid bij het onderhouden van de installatie.35


NLGEMEENSCHAPPELIJK22 Product-/MilieudeclaratieDe declaratie geldt voor de ventilatie-units Flexit S3 R/SL4 R/S4 R/S7 RMaterialen:Materialen waarmee de gebruiker of de behandelde lucht in contact komt:• De buitenwanden van de unit zijn gemaakt van gegalvaniseerd staal DX51D+Z275 (NS-EN 10142)• De rotorwisselaar is gemaakt van aluminium• Diverse elektrische kabels met pvc-isolatie• Elektromotoren van gegalvaniseerd staal, aluminium en koper• Verwarmingselement van staal• Luchtfilter van glasvezel, kartonplaten en EVA-smeltlijmMaterialen in de unit waarmee het servicepersoneel in contact kan komen:• Elektrische leidingen met kunststof isolatie• Diverse overige elektrische onderdelen• Isolatie van type EPS/DacronAndere materialen die in kleine hoeveelheden kunnen voorkomen:• Siliconenafdichtmiddel• Polyethyleenpiepschuim• Afdichtingspakkingen van EPDM-rubber• Diverse schroeven, moeren en popnagels van staal plus kleine hoeveelheden koper en messing.Veiligheid:Materialen: De materialen worden geacht volledig ongevaarlijk te zijn voor de gebruiker.Gebruik: De unit is een elektrisch apparaat. Bij service en inspectie moet de stroom eraf worden gehaald. Deunit bevat bovendien roterende motoren. Geef deze altijd de tijd om te stoppen voor u het inspectieluikopent. Ook is er een verwarmingselement met een hoge bedrijfstemperatuur, dat moet afkoelen.36


37NL


NL38


39NL


Flexit AS, Televeien 15, N-1870 Ørje www.flexit.com / www.horos.nl

More magazines by this user
Similar magazines