Wolven - Zoogdierwinkel

zoogdierwinkel.nl
  • No tags were found...

Wolven - Zoogdierwinkel

Z OOGDIERJAARGANG 21 • NUMMER 2 • ZOMER 2010Wolvenniet te stoppenNieuwe zoogdieratlassenvan Limburg en ZeelandZoogdieren op spreekuur


Wolf. Foto Dick Klees/Studio WolverineWolven niet te stoppenNederland is in rep en roer, de wolven komen eraan! Kamervragen van kamerlid Ormel, een wolvenlinkdie van de website van het ministerie van LNV moest worden verwijderd, kinderen met rode mutsjesop het Jeugdjournaal en bij De Wereld Draait Door. Zomaar wat nieuws van de afgelopen tijd.Tegelijk horen we dat de wolf nog op tweehonderd kilometer van Nederland zit, de dichtstbijzijnde roedelzelfs op vierhonderd kilometer. Dus waar maken we ons nog druk om? Of…Roeland Vermeulen, Leo Linnartz en Anja Oude TijdhofOm te begrijpen waarom wolven richtingNederland zwerven, moeten we eerst ietsmeer begrijpen van het sociale gedrag vande wolf. Een wolf leeft in een roedel, eengezin geleid door een alfapaar. Verder bestaateen roedel uit enkele welpen van ditjaar en de nakomelingen van het vorigejaar. Bij elkaar zo’n vier tot acht dieren.Samen verdedigen ze een territorium vanongeveer 150 tot 350 vierkante kilometer.Zwerven Wanneer wolven twee jaar oudzijn, worden ze volwassen en verlaten deroedel. Ze zwerven dan letterlijk alle kantenuit op zoek naar een nieuwe leefplek,en dus ook richting Nederland. Vinden zeeen geschikte leefplek, dan starten ze eennieuw territorium en hopen op een partnerdie komen gaat. Is deze al aanwezig, danstarten ze meteen een nieuwe roedel. Onduidelijkis of jonge territoriumhoudersZoogdier 21-2 pagina 3


Foto Leo Linnartzzonder partners blijven wachten, of tochop een gegeven moment elders opnieuwproberen. Ook is onbekend hoelang jongewolven rondzwerven.Niet alleen uitgestrekte wildernissen zijngeschikt voor wolven. In de praktijk blijktdat in de Duitse regio Lausitz een mix vanbos, dorpen en cultuurlandschap uitstekendvoldoet. Hier vestigden veel nieuweroedels zich opvallend genoeg niet in hetruigere en bosrijke noordoosten, maar welin het meer gecultiveerde zuidwesten. Belangrijkis vooral dat er voldoende voedselaanwezig is in de vorm van wilde dieren alsherten, reeën of wilde zwijnen. Nederland23 april 2009heeft met zo’n 70.000 reeën ruim voldoendevoedsel. Het landschap in deDuitse wolvenregio’s is bovendien erg vergelijkbaarmet grote delen van Nederland,zoals Drenthe, Twente, de Achterhoek,Brabant of Limburg. Hiermee reikt het potentiëleleefgebied van wolven in Nederlandveel verder dan alleen de Veluwe ende Oostvaardersplassen.1.500 kilometer Om meer te weten tekomen over de verplaatsingen bij jongewolven, werden begin 2009 drie Duitse dieren(Karl, Rolf en Allan) gevangen en vaneen gps-halsbandzender voorzien. Karl26 september 2009Figuur 1 Migratieroute van Allan, de gezenderde wolf. In enkele maanden heeft hijmeer dan 1500 kliometer afgelegd. Bron: Buri Lupus.maakte als eerste een uitstapje van zo’n150 kilometer, maar keerde weer terugnaar zijn ouderlijke roedel. Daarna verliethij deze weer en sindsdien houdt hij zichop in het noordelijke deel van het leefgebiedvan Rolf, een oudere wolf met eengroot territorium van wel 500 vierkante kilometer.Er zijn aanwijzingen dat beide dierengevochten hebben en dat Rolf een deelvan zijn territorium heeft moeten inleveren.Helaas is de zender van Rolf uitgevallenen weten we niet of hij daar nogaanwezig is en nog leeft. De derde wolf,Allan, maakte een hoogst opmerkelijkereis.Op 23 april 2009 ging hij op pad. In eersteinstantie trok hij naar het noorden, waarbijhij al snel de Duitse A15 passeerde. Vervolgenspasseerde hij de Poolse grens entrok verder richting noordoosten. Na ongeveer200 kilometer hielden de bossen open liep hij het open agrarische landschapin. Een maand na zijn vertrek zat hij reedsten zuiden van Gdansk. Inmiddels had hijruim 600 kilometer afgelegd en was hijflinke rivieren als de Oder en de Wisla gepasseerd.Begin juni trok hij door richtingBiebrza Nationaal Park en halverwege junizat hij op slechts 90 kilometer van degrens met Wit-Rusland. Na lange zwerftochtenhield hij zich drie weken rustig inZoogdier 21-2 pagina 4


de bossen van Noordoost-Polen. Het leefgebiedvan de Baltische wolvenpopulatiewas bereikt.Op 30 juni passeerde Allan de grens metWit-Rusland voor de eerste keer, hierbij deEU verlatend. Deze grens zou een van demeeste gesloten grenzen van Europa moetenzijn, met hoge hermetisch afgeslotenhekwerken en constante bewaking. Eengrens die hij desondanks zes keer zou passeren.Al snel keerde Allan terug naarPolen om zich nog eens drie weken op tehouden in het bosgebied van Augustow.Dan besloot hij om terug te keren naar Wit-Rusland, om vervolgens een week later degrens met Litouwen over te steken. De volgendemaanden bracht hij door in hetgrensgebied tussen Wit-Rusland en Litouwen,waarbij hij de grens nog eens enkelemalen passeerde.Begin december hield de zender ermee op.Alan bevond zich op dat moment in Wit-Rusland en had inmiddels een afstand vanmeer dan 1.500 kilometer afgelegd. In vogelvluchtbevond hij zich 800 kilometer vande ouderlijke roedel.Niet uniek Het verhaal van Allan staatniet op zichzelf. Dat dergelijke zwerftochtenniet nieuw zijn, wordt aangetoond doorde Zweedse populatie. Ooit was ook hier dewolf geheel uitgestorven, maar sinds beginjaren zeventig van de vorige eeuw is hijweer terug. De huidige populatie stamt geheelaf van vier wolven die individueel vanuitRusland aan zijn komen wandelen,dwars door het leefgebied van de intoleranteSami.Door moderne onderzoeksmethodenweten we steeds meer over de verplaatsingenvan wolven binnen Europa. DNA-onderzoektoonde onlangs de vestiging vaneen Italiaanse wolf in Catalonië (Spanje)aan, een flink eind richting de groeiendeIberische populatie. Opmerkelijk is dat ookdeze wolf een zwerftocht van minimaal 700kilometer heeft afgelegd. Hierbij is hijmeerdere snelwegen gepasseerd, waaronderde Route du Soleil. Ook de Rhône –toch niet de kleinste rivier van Europa –vormde geen belemmering.DNA-onderzoek bevestigde ook dat nakomelingenvanuit de Italiaanse populatiesDuitsland hebben bereikt. In 2008 wist eenwolf voor het eerst deze route af te leggen.Helaas werd hij aangereden en vond eentragische dood. Recent, in 2010, wist eennieuw exemplaar Duitsland te bereiken enzit nu aan de voet van de Alpen in Beieren.Hiermee worden verschillende Europesepopulaties langzaam aan elkaar gekoppeld.Genetische uitwisseling draagt bijaan een duurzame populatieontwikkelingen een duurzaam voortbestaan van de wolfin Europa.Leeg Europa Ooit kwamen wolven wijdverspreid over heel Europa voor. Het landschapvan Europa zag er toen nog heel andersuit. Vele kleine keuterboertjesbewerkten het land of hielden enkelekoeien, schapen of geiten. Wild als ree ofhert verdween meestal snel in de kookpot,waardoor wolven genoodzaakt waren omop landbouwhuisdieren te jagen. De wolfwerd zwaar vervolgd en verdween uit grotedelen van ons continent.De laatste eeuw veranderde ons landschap.Ondanks dat er vele miljoenenmensen zijn bijgekomen, loopt het plattelandvan Europa leeg. Inmiddels woontmeer dan de helft van de Europeanen in destad. Goede landbouwgronden zijn geïntensiveerd,de marginale gronden verlaten.Wolven in NederlandWolven in Nederland is een initiatief van FREENature, ARK Natuurontwikkeling en de Zoogdiervereniging.ARK Natuurontwikkeling enFREE Nature (de Foundation for Restoring EuropeanEcosystems) zetten zich in voor landschappenwaar natuur ongeremd haar gangkan gaan, waar wilde en wildlevende dierensamen met natuurlijke processen een hoofdrolspelen en mensen vrij kunnen struinen engenieten van al dat moois. Ze geven dierenweer hun oorspronkelijke plek in de Nederlandsenatuur, niet alleen bekende grazers alsrunderen, paarden en herten, maar ook mindervertrouwde dieren als bevers, wisenten enwolven. Deze dieren dragen bij aan een rijke,robuuste natuur.Samen met de Zoogdiervereniging zijn zij drukbezig Nederland voor te bereiden op de terugkeervan de wolf. Zo is er de websitewww.wolveninnederland.nl. Deze maakt actueleen wetenschappelijk gefundeerde informatieover wolven beschikbaar voor iedereen.Daarnaast gaan de organisaties het debat aan,doen ze onderzoek naar de verspreiding vande wolf en geven ze voorlichting voor zowelprofessionals als heel Nederland.Komend najaar start een serie lezingen verspreidover het land. Hierbij vertellen medewerkersvan de drie organisaties het verhaalvan de wolf in Nederland: hoe weten we dat dewolf richting Nederland komt? welke gevolgenheeft dit voor de natuur? En ze laten zienhoe we samen kunnen leven met de wolf.Aansluitend gaan ze het gesprek aan met demensen uit de zaal.Belangstelling? Zodra er meer bekend is overde exacte data en locaties, is dit te vinden op:www.wolveninnederland.nlWolf met jongen. Foto Dick Klees/Studio Wolverine


Foto Richard Witte van den BoschDe natuur kreeg hier weer de overhand enhet aantal wilde dieren nam snel toe, eenontwikkeling die zich nu nog steeds voortzet.De verwachting is dat in Europa de komendedecennia nog eens zestig miljoenhectare landbouwgrond zal worden verlaten,een oppervlakte ter grootte van Frankrijk.Vanuit de steeds groter wordende stedenkomt steeds meer vraag naar ruige natuur.Een romantisch beeld van ongerept enwoest. Een landschap om uit de dagelijksebeslommeringen te ontsnappen. Nieuwenatuurgebieden worden met elkaar verbonden,binnen Nederland via de EcologischeHoofdstructuur, op Europese schaalvia Natura 2000. Populaties herten, zwijnenen bevers nemen overal in Europa toe.In hun kielzog volgen roofdieren als wolfen lynx.Beschermd De hernieuwde oplevingvan de wolf is niet alleen te danken aannieuwe leefgebieden en de verbindingenhiertussen. Ook de beschermde status vande wolf heeft voor een belangrijk deelhieraan bijgedragen. Na drie jaar voorbereidingwerd in 1982 de Conventie vanBern van kracht, die door alle lidstaten vande EU werd ondertekend. Hierin wordt dewolf beschreven als een strikt te beschermensoort. Later kreeg dit verdere uitwerkingvia de Habitatrichtlijn. Beide verdragenzorgen ervoor dat handelen in wolvenniet is toegestaan. Het leefgebied van dewolf dient beschermd te worden en ermoeten soortgerichte beheerplannen wordenopgesteld. Slechts in uitzonderlijkegevallen is jacht op de wolf toegestaan. Ditkan alleen bij individuele ‘probleemdieren’,of wanneer er sprake is van een bedreigingvoor de openbare veiligheid of volksgezondheid.Grote commotie ontstond afgelopen winter,toen Zweden besloot 27 van haar wolvente bejagen tegen alle internationaleverdragen in. Zweden was echter niet hetenige land in Europa waar dit plaats vond.Minder ophef werd gemaakt over Estland,waar een jachtquotum van 140 wolvenwerd ingesteld. De totale populatie bedraagthier 270 dieren. Hiernaast vindt erin vele landen ook nog illegale jacht enstroperij op wolven plaats.Desondanks gaat het steeds beter met dewolf. De bescherming neemt toe, aantallengroeien en populaties raken langzaamweer aan elkaar gekoppeld. De wolf kaneen rooskleurige toekomst tegemoet zien.Ook in Nederland!Roeland Vermeulen (FREE Nature),Leo Linnartz (ARK Natuurontwikkeling)& Anja Oude Tijdhof (Zoogdiervereniging),info@wolveninnederland.nlVerder lezen?• www.wolveninnederland.nl• www.wolfsregion-lausitz.de• www.nabu.de/aktionenundprojekte/wolf/Zoogdier 21-2 pagina 6


Wolven in StockholmHet afgelopen jaar haalden de wolven in Zweden al een aantalkeren het nieuws. Voornamelijk de wolvenjacht kreeg veel aandachtvan de pers. Maar wat niet zo vaak gezegd werd, is dat hetjuist steeds beter gaat met de wolf in Scandinavië. Verschillendeorganisaties in Zweden en Noorwegen zetten zich in voor de beschermingvan de wolf. Onderzoeker Bram Houben vertelt erover.Bram HoubenIn 2008-2009 werden er in Zweden 25 familiegroepengeteld: 15 wolvenparen enongeveer 10 tot 15 rondzwervende dieren,met een totale schatting van 185 dieren.Anno 2010 schat men de Zweedse populatieop ongeveer 220 wolven, waarvan hetmerendeel in centraal Zweden leeft. Dewolven breiden hun leefgebied langzaamuit. Het noorden van Zweden is traditiegetrouwhet gebied van de Sami, de rendierhoeders,waar van oudsher geen wolvengeduld worden. Het zuiden van Zwedenbiedt echter wel mogelijkheden. Er zijnzowel grote bosgebieden als uitgestrektelandbouwgebieden met een hoge dichtheidaan mensen. Ondanks dit laatste hebbende wolven zich hier toch gevestigd. Er zitnu zelfs een wolvenroedel boven Gotenburgen ook eentje ten noorden van Stockholm.Juist deze laatste roedel, slechts een uurtjerijden van Stockholm, is erg interessant.Hij is actief in een ‘redelijk’dichtbevolkte regio, grotendeels bestaandeuit kleine dorpjes, boerderijen,landbouwgronden en bossen. Hier zijngeen uitgestrekte bossen – waarmeeScandinavië vaak geassocieerd wordt.Hoewel deze wolven zich gevestigd hebbenin een gebied dat omsloten wordt doorStockholm, de Oostzee en snelwegen, blijkenze zich hier goed thuis te voelen.Reeën Onderzoekers van het ‘ScandulvScandinavian Wolf project’ hebben het alfapaarvan de Stockholmse roedel gezenderd.Samen met Zweedse onderzoekersheb ik deze twee wolven afgelopen wintereen tijd gevolgd om meer inzicht te krijgenin gedrag, territoriumgebruik en prooidierkeuzein deze omgeving. Dit blijkt heelanders dan wat tot nu toe in Zweden iswaargenomen. Terwijl normaliter elandende voornaamste prooi zijn in Scandinavië,bleek dit bijzondere paar praktisch de helewinter te hebben overleefd op reeën, ondanksdat er voldoende wilde zwijnen enelanden aanwezig zijn. Het is moeilijk nual harde uitspraken te doen over waaromdit zo is. Meerdere factoren spelen hierbijeen rol, zoals het antipredator gedrag vande verschillende prooidieren, prooivoorkeur,omgevingsvariabelen en wintercondities.Een eerste blik op dit onderzoek laat ziendat wolven ook in een relatief dichtbevolktgebied prima kunnen overleven. Een prooidierals het ree blijkt al voldoende te zijn.Samenwerking Mensen uit Stockholmstaan positief tegenover de komstvan de wolf en zijn zelfs nieuwsgierig naardeze dieren. Veel mensen uit deze stadhouden van hun natuur en zijn er trots opdat er weer wolven in de omliggende bossenvoorkomen. De bewoners van het plattelandstaan er wat gereserveerdertegenover. Zij vragen zich af hoe het zalgaan met hun vee en de wildstand in debossen. De Zweedse overheid organiseertsamen met verschillende organisatiesvoorlichtingsavonden voor omwonenden,boeren en jagers. Naast informatie overhoe met wolven in de omgeving om tegaan, krijgen boeren indien nodig ookcompensatie voor nieuwe wolfwerendehekwerken. Juist door goede voorlichting,samenwerking en communicatie met dezemensen en de jagers krijgt de wolf eenkans in dit gebied.Bram Houben,bram_houben@hotmail.comVan boven naar beneden:Zenderen van een wolf bij Canadees onderzoekOnderzoeker bij prooirestenWolvenuitwerpselenWolvenpootZoogdier 21-2 pagina 7


Foto Richard Witte van den BoschZoogdiervereniging in begeleidingscommissieDutch Wildlife Health CentreZoogdieren op spreekuurHoe gezond zijn de Nederlandse wilde dieren? Dat onderzoekt het onderzoekscentrum Dutch WildlifeHealth Centre (DWHC). Deze informatie wordt gebruikt bij het beleid voor de volksgezondheid en degezondheid van gedomesticeerde en in het wild levende dieren. Begin 2010 is de Zoogdierverenigingtoegetreden tot de begeleidingscommissie, om zo mee te helpen de gezondheid van inheemse wildezoogdieren, maar ook om die van de onderzoekers in het veld in de gaten houden.Richard Witte, Andrea Gröne en Jasja DekkerIedereen die gek is op zijn huisdier komtin de situatie dat hij een bezoek brengtaan de dierenarts. Onze inheemse zoogdierenkunnen dit veelal niet en de vraagis hoe problematisch dit is. Over het algemeenblijven dierziekten uit ons zichtveld,doordat doodzieke dieren een stille plekopzoeken om dood te gaan. Alleen zodragrotere dieren in grotere aantallen doodgaan- denk aan de gewone zeehonden tijdensde epidemie in 2002 en de edelhertenin de Oostvaardersplassen gedurendestrenge winters - dan komt dit volop in dekrant te staan.In Nederland werkten en werken verschil-Zoogdier 21-2 pagina 8


lende instituten aan aspecten van de gezondheidvan wilde dieren, maar niet alleaspecten kwamen aan bod. Daarom was erbehoefte aan een centraal punt waar menmet vragen over de gezondheid van wildedieren terecht kan. Dit centrale punt is hetDutch Wildlife Health Center (DWHC), eengezamenlijk initiatief van de Faculteit Diergeneeskundevan de Universiteit Utrecht,het Instituut voor Virologie van het ErasmusMedisch Centrum Rotterdam en hetNederlands Ministerie van Landbouw, Natuurbeheeren Voedselkwaliteit (LNV).Een begeleidingscommissie met daarinvertegenwoordigers van instellingen diezich bezighouden met de gezondheid vanmens of dier en de natuur adviseert hetDWHC. In januari zijn de Zoogdierverenigingen SOVON Vogelonderzoek Nederlandtoegetreden tot de begeleidingscommissievan het DWHC. Door kennis en informatieuit te wisselen kunnen onze inheemsewilde zoogdieren en de zoogdieronderzoekersbeter worden beschermd. Het DWHCadviseert ook over de opzet en coördinatievan programma’s om de omvang en hetverloop van ziekten en infecties bij in hetwild levende dieren te onderzoeken en inde gaten te houden. Ook wordt het Ministerievan LNV op de hoogte gehouden overde status van ziekten bij wilde dieren.Vleermuizen Zoogdieren kunnen denodige bacteriën en virussen bij zich dragen.Zo zijn bij vleermuizen wereldwijd 66virussoorten aangetroffen. De vleermuizenworden er zelf vaak niet ernstig ziek vanmaar onder deze virussen bevinden zichenkele voor mensen belangrijke ziekteverwekkers(zie ook Zoogdier 19-4: 20-23).Vaak worden vleermuizen in één adem genoemdmet hondsdolheid (rabiës). Het isechter een algemene misvatting dat demeeste vleermuizen deze ziekte hebben:een misvatting die de Zoogdiervereniginggraag uit de wereld helpt. In werkelijkheidis bij slechts enkele soorten vleermuizeneen hondsdolheidsvirus gevonden, het EuropeanBat Lyssa Virus (EBLV) genoemd.Hoewel slechts een uiterst gering percentagevleermuizen besmet is met het virus,is het voor mensen zonder behandelingwel dodelijk. Kortom: als u een vleermuisvindt die zich laat oppakken, laat hem danmet rust! Bel een van de vleermuisklachtenafhandelaars,die weten precies hoe zemet een zieke vleermuis om moeten gaan,en zijn preventief gevaccineerd.White Nose In Amerika komt sindsenige jaren het White Nose Syndrom(WNS) voor, een schimmel die er voorzorgt dat de neus van de vleermuis witwordt.Afgelopen winter zijn in diverse landen vanEuropa dieren met deze schimmel gevonden.Sterfte en de overige symptomen blevengelukkig uit en het aantal dieren metschimmelverschijnselen was zeer beperkt.WNS kan echter wel een groot probleemworden voor het voortbestaan van onzevleermuizen, als WNS zich in Europa netzo ontwikkelt als in de Verenigde Staten.Daarom zijn in heel Europa vleermuisonderzoekerswaakzaam: tellers van winterverblijvenvan vleermuizen zijn extra attentgemaakt op dit verschijnsel. Tijdens eenbijeenkomst van vleermuiswerkers is eenprotocol van verzamelen en analyseren vanmonsters onderling afgestemd en er werdeen richtlijn opgesteld waarin wordt aangegevenhoe bij de vondst van WNS de verspreidingvan de schimmel door mensenzo klein mogelijk gehouden kan worden.Daarnaast worden waarnemingen uitgewisseld.Konijnencampagne In 2005 voerdede Zoogdiervereniging campagne voor hetbehoud van het konijn. Het leek in natuurterreinenslechter te gaan dan in intensiefdoor mensen beheerde gebieden zoalsstadsparken en industrieterreinen. HetRabbit Haemorrhagic Disease (RHD) Viruswas waarschijnlijk de belangrijkste oorzaakvoor de achteruitgang van populatiesoveral in Nederland. Deze virusziekte veroorzaaktinterne bloedingen. De meestekonijnen gaan ondergronds dood. Daardoorvalt het voorkomen van deze ziekteweinig op: de beheerder merkt alleen dater opeens veel minder konijnen zijn. Het iseen belangrijke vraag waarom konijnenpopulatiesin natuurterreinen daarvan meerte lijden hebben dan konijnenpopulaties inbijvoorbeeld stadsparken of industriegebieden.In de periode 2006-2008 onderzocht deZoogdiervereniging de verschillen in besmettingsgraadtussen populaties waarvande aantalontwikkeling over de laatstejaren bekend is. Dit werd gedaan doorbloedmonsters te verzamelen van door jagersgeschoten konijnen op een aantal locatiesin Nederland. Uit het onderzoekbleek RHD in Nederland heel algemeenvoor te komen, terwijl zieke of dode dierennog maar zelden worden gevonden. Intussennemen de aantallen konijnen weerlangzaam toe, wat erop duidt dat er resis-Voor onderzoek aangeboden dode bunzing. Foto Jasja DekkerBelgian WildlifeDisease SocietyIn België is ereen soortgelijke organisatie,de Belgian Wildlife Disease Society(BWDS). De variant op het NederlandseDWHC onderzoekt eveneens ziekten bijwilde dieren en stimuleert en motiveertkennisuitwisseling en informatieoverdrachthierover. Naast het verzamelen enverspreiden van basisinformatie, houdtde BWDS buitengewone sterfte van Belgischewilde dieren in de gaten. Ook is deorganisatie een vraagbaak voor iedereenover ziekten bij wilde dieren. Kijk voormeer informatie op:http://wildlife.var.fgov.be


tentie aan het ontstaan is. De sterke achteruitgangvan het konijn en het, naastmyxomatose, algemeen voorkomen vanRHD in Nederland was voldoende aanwijzingom het konijn op te nemen in het voorstelvan de Rode Lijst Zoogdieren.Gastheer muis In Nederland wordt bijmensen de diagnose hantavirusinfectie intoenemende mate gesteld. De ziekte lijktin het algemeen op een vrij onschuldigegriep: hoofdpijn, buikpijn, misselijkheid,koorts en spierpijn zijn de belangrijksteverschijnselen. De ziekte gaat meestalvanzelf weer over. Echter wanneer zichcomplicaties voordoen, kunnen bloedingenen nierfalen ontstaan. Elk hantavirus heefteen eigen knaagdiersoort als gastheer.Daardoor verschilt ook het verspreidingsgebiedvan de verschillende hantavirussen.Het virus, dat geen ziekteverschijnselen bijde knaagdieren zelf veroorzaakt, wordt uitgescheidenvia het speeksel, de urine ende ontlasting. Daar waar knaagdierenwonen, zal het virus in de omgeving terechtkomen. In ingedroogde urine, speeksel enkeutels kan het virus nog ongeveer tweeweken in leven blijven. Mensen besmettenzich met name door het inademen van besmettestofdeeltjes of door opdwarrelendstof. Ook via bijtwonden kan het virus demens besmetten. Medewerkers en vrijwilligersvan de Zoogdiervereniging die muizeninventariseren (met inloopvallen) lopendus een verhoogd risico om met het hantavirusgeïnfecteerd te raken. Reden voorde Zoogdiervereniging om samen met hetRIVM te onderzoeken waar en in welkemate het virus in Nederland voorkomt.Vos De vossenlintworm is een kleine lintwormdie vooral bij vossen voorkomt. Devossenlintworm kan bij mensen een ernstigeziekte van de lever veroorzaken. InNederland komt ziekte door de vossenlintwormbij mensen echter zeer zelden voor.Toch wordt hier uitgebreid onderzoek naargedaan door het RIVM. De begeleidingscommissievan het DWHC kan het RIVMwijzen op het belang van het afwegen vannut en noodzaak van dit onderzoek. . Eenandere ziekte die vossen bij zich kunnendragen is rabiës (hondsdolheid). Dit is echterbij de vos in het westen en midden vanEuropa nagenoeg uitgebannen.Q-koorts Q-koorts is een infectieziektedie van dieren kan overgaan op mensen,een zoönose. In Nederland worden besmettemelkgeiten en melkschapen als debron van de ziekte bij mensen gezien. Dezeziekte krijgt momenteel veel mediaaandachten de stap van geit naar ree is snelgemaakt. In Nederland is nog geen onderzoekafgerond naar de aanwezigheid vandeze bacterie bij inheemse zoogdieren,maar elders in Europa is de bacterie nietalleen aangetroffen bij de ree en het edelhertmaar ook bij de bruine rat en de haas.Onderzoek naar de aanwezigheid van Q-koorts bij reeën kan meer informatie overde besmetting opleveren. In 2009 was hetaantal aanrijdingen met reeën binnen deprovincie Utrecht opvallend groter dan invoorgaande jaren. Het DWHC werkt meeaan een onderzoeksproject om te achterhalenof de gezondheid van aangeredenreeën van invloed is geweest op de kans opKonijn in zak, gevangen voor onderzoek naar virussen. Foto Jasja Dekker


Grijze zeehonden. Foto Richard Witte van den Boschaanrijding. Hiervoor worden zo’n zeventigaangereden reeën onderzocht.Lyme Diverse medewerkers en leden vande Zoogdiervereniging hebben of haddeneenbesmetting met de ziekte van Lyme:een bacteriële infectieziekte. Veel kleinezoogdieren zoals muizen, ratten, egels,vleermuizen maar ook reeën, dragen deLyme-bacterie bij zich zonder er zelf altijdziek van te worden. Ze kunnen de bacterieniet zelf op mensen overdragen (ook nietvia bijten), maar teken, muggen, vlooien ofmijten die bloed zuigen op geïnfecteerdedieren krijgen de bacterie met het dierenbloedmee naar binnen. Wanneer een teeklater bloed zuigt op mensen, heeft de bacteriede gelegenheid om uit de teek naarde mens toe te gaan als de teek langer dan24 uur vastzit.Zeehondenvirus In 1988 en 2002 verspreiddeeen zeehondenvirus vanuit Denemarkenzich snel en binnen een maandwerden ook in de Nederlandse Waddenzeezieke en dode zeehonden gevonden. ZestigProcent van de populatie stierf. De in 1988gedecimeerde zeehondenpopulatie heeftsindsdien een ongekende groei vertoond,iets wat ten tijde van de eerste uitbraak natuurlijkniet werd verwacht. Volgens populatiemodellenmag een dergelijke uitbraakechter niet vaker dan eens in de veertienjaar plaatsvinden, anders komt de populatiein gevaar. Tijdig signaleren van een mogelijkeuitbraak is zeer belangrijk. Bij eennieuwe uitbraak zal het DWHC benaderdworden over hoe te handelen.Vinger aan de pols Door systematischgegevens te verzamelen over doodgevonden zoogdieren kan het DWHC eenbeeld krijgen van belangrijke doodsoorzakenonder wilde dieren. Ook levert het belangrijkeinformatie op over patronen vansterfte in een bepaalde periode of in eenspecifiek gebied. Het is belangrijk de achtergrondsterftegoed in kaart te brengen,zodat we weten wanneer er iets ongewoonsgebeurt. Op die manier kan dit monitoringsysteemgaan fungeren als eenwaarschuwingssysteem voor plotselingverhoogde sterfte bij bepaalde soorten ofin een bepaalde regio. Als er zich buitengewonesterfte voordoet onder in het wildlevende dieren, zoals bij de zeehonden, zalhet DWHC pathologisch onderzoek verrichtenom mogelijke doodsoorzaken vastte stellen (zogenaamd incidentenonderzoek)Zo nodig volgt een specialistisch vervolgonderzoek.Doe ook mee Het DHWC is sterk afhankelijkvan de medewerking van tal vanprofessionals en vrijwilligers die hun kwaliteitenwillen inzetten voor een gezond samenlevenvan mens en dier. Vrijwilligerskunnen informatie, karkassen of monstersinzenden in het kader van onderzoek naarbuitengewone en onverklaarbare ziekte ensterfte bij onze inheemse zoogdieren. Demeeste informatie wordt verkregen alsdieren zo snel mogelijk kunnen worden onderzocht.Dus als je een dood zoogdieraantreft, neem dan contact op met hetDWHC via het telefoonnummer 030-2537925, of dwhc@uu.nl. Of, in geval vanvondsten van boommarter of Amerikaansenerts, met de Zoogdiervereniging. Ga voormeer informatie naar www.dwhc.nlRichard Witte en Jasja Dekker werken bijde Zoogdiervereniging,Andrea Gröne is directeur van het DHWC,jasja.dekker@zoogdiervereniging.nlZoogdier 21-2 pagina 11


Interview met betrokkenen bij Zeeuwse en Limburgse atlasprojectenEerste provincialezoogdieratlassengereedIn zowel Zeeland als Limburg blijkt een flinke groep mensen uren, weken, maanden en in sommigegevallen zelfs jaren geheel belangeloos aan de slag te zijn geweest, is de mol kampioen hokkenvuller,gaan beide boeken uit van kilometerhokken, en dacht iedereen dat de Limburgse atlas voor deZeeuwse zou verschijnen. Maar er zijn ook verschillen. Zo ging het atlasproces in Zeeland bijna vaneen leien dakje, maar had dat in Limburg meer voeten in de aarde. Jan Piet Bekker,Luciën Calle en Chiel Jacobusse, de motoren achter de op 23 april verschenenZeeuwse atlas, vertellen er meer over. Neeltje Huizenga en Jan Buys doen dat medenamens de Limburgse Atlascommissie. Hun atlas werd op 5 juni gepresenteerd.Door: Joke WinkelmanZeeland Het idee voor een Zeeuwseatlas dateert uit 1996, nadat Jan Piet eenatlas over de zoogdieren van Aruba had afgerond.Maar Zeeland is veel groter danAruba. Met Kees Mostert begon hij daaromvoorzichtig aan met een inventarisatie vanvleermuizen, ratten en muizen. Jan Piet:“Eigenlijk deden wij dat ‘clandestien’.Daarom richtten wij in 1999 de ZoogdierwerkgroepZeeland op als onderdeel vande Zoogdiervereniging, om makkelijkeraan de benodigde vergunningen te kunnenkomen.” Toch werd pas in 2002 het atlasideevoor het eerst in de Zoogdierwerkgroepbesproken, terwijl in 2004 het ideeZoogdier 21-2 pagina 12


opkwam om de Zeeuwse zoogdieratlas inde serie Fauna Zeelandica uit te geven.Chiel: “Voor ieder boek in die serie zoekenwij een partner, dat werd in dit geval deZoogdiervereniging. En toen moesten wijwel aan het werk.”Het boek beslaat de periode 1989-2008 ensluit daarmee naadloos aan op de Atlasvan Nederlandse Zoogdieren. De in 2002beschikbare 40.000 waarnemingen groeidentijdens het project aan tot 86.000bruikbare records. Centraal daarin staande braakbalpluisresultaten en de gegevensdie werden verzameld tijdens dekampen vande Zoogdierwerkgroep.Daarnaast leverden651mensen directof via het archiefvan de Zoogdiervereniging nieuwewaarnemingen aan. Luciën: “Ook leverdehet uitvragen van kantonniers, rattenbestrijdersen muskusrattenvangers eenschat aan nieuwe gegevens op. Maar hetvia kranten aan het publiek gedane verzoekom egelwaarnemingen op te sturengaf maar honderd reacties, en de publieksactie‘Wat brengt de kat thuis?’ vrijwelniets.”Het Zeeuwse boek kwam vooral tot standdoor zeven jaar nauwe samenwerking tussentwaalf bevlogen Zeeuwse zoogdierexperts.Een kerngroep daaruit vulde dewitte vlekken in de 2258 landhokken (inclusiefschorren en hokken op de watergrens)door extra veldwerk en aanvullendarchiefonderzoek. Luciën: “Wij vormdeneen heel hechte vriendengroep.” Chiel:“Het was een fijn, geolied lopend proces.”.JanPiet: “Eigenlijk heb ik als coördinatoralleen het laatste jaar een beetjemoeten doordrammen.” En zo was dezeatlas slechts drie maanden later dan geplandklaar.“Iedereen heeft er zoveelvrije tijd ingestoken!”Limburg In Limburg ontstond het ideevoor een atlas 25 jaar geleden. Het NatuurhistorischGenootschap in Limburghad toen al een uitgebreide set waarnemingenen zette al vroeg een database metinvoerprogramma’s op. Dat was te dankenaan een actieve Zoogdierwerkgroep en resulteerdein 1986 in een voorlopige Limburgsezoogdieratlas en een flinke input inde Landelijke Atlas van NederlandseVleermuizen (1997). Maar daarna zakte dewerkgroep en daarmee het atlaswerk in.Het duurde tot 2003 voordat het atlasideeweer ter hand werd genomen. Er kwameen projectbestuur (atlascommissie) enNeeltje Huizenga werd voor twee dagen inde week als coördinator ingehuurd. Jan:“Een vrouwelijke coördinator leek ons eengeëigend middel om al die mannelijke eigenheimersin goede banen te leiden. Bovendienhad Neeltje ervaring metdatabanken.” Neeltje: “Maar het was goeddat ik van zoogdieren nog niet zoveel afwist, want zo kon ik in die mannenwereldneutraal blijven.”De gegevens voor de Limburgse atlaskomen uit de archieven van het Genootschapen de Limburgse Zoogdierwerkgroepen van zo’n 450waarnemers en vijftigLimburgse organisaties,waaronder dedierenambulance ende ongediertebestrijding,en werden aangevuldmet data van deZoogdiervereniging. Ook de twee publieksactiesaan het begin van het project (kattenprooien,huismuis een zeldzaamheid?)waren succesvol. Neeltje: “Het aanvullendeveldwerk had moeten lopen van2004-2006, maar er is nog een jaar bijgenomen,zodat atlascommissie en Zoogdierwerkgroepde witte vlekken kondenaanvullen. Ook hadden de 39 auteurs en dezes redactieleden nog een jaar extra nodig,zodat het boek twee jaar later dan geplandklaar was.”De Limburgse atlas is vooral speciaalomdat het de kaartgegevens van 1980-1994 met die van 1994-2007 vergelijkt enomdat een grove biotoopanalyse op de gegevensis losgelaten. Jan: “Deze analyses,waarin Henk Sierdsema en Peter Friggeeen grote rol hebben gespeeld, zijn eenmooi begin van een nieuwe manier vanomgaan met atlasgegevens. Misschien weljammer dat er geen tijd meer was om nogwat langer met onze zoogdieranalysesdoor te gaan. ” Neeltje: “Maar wij gaan hetverder uitwerken voor de landelijke atlas.”Volksaard Beide boeken vertegenwoordigenwel een beetje de provincialevolksaard. Het Zeeuwse boek kenmerktzich door een grote mate van doeltreffendheid.Dankzij de persoonlijke soortintroductiesis toch - zoals Chiel het treffenduitdrukt - een warm boek ontstaan. JanPiet: “Wij wilden vooral een handzaamboek, dat ook geschikt is voor ‘TanteMien’.” Luciën: “Bovendien hadden wijgeen zin om allerlei kennis uit de literatuurte gaan overschrijven.” Voor de introducerendehoofdstukken en de tachtig inWat is een Zoogdieratlas?Een overzicht met kaartjes waarin het wel ofniet voorkomen van een zoogdiersoort in (in ditgeval) hokken van 1 bij 1 kilometer is weergegeven.Op die manier wordt een beeld van deverspreiding van de betreffende soort in eenbepaalde periode gegeven. Het op deze manierweergeven van de verspreiding zegt trouwensmaar weinig over de talrijkheid van een soort.Zo kan een soort slechts in enkele hokkenvoorkomen, maar in zulke grote aantallen datde soort toch talrijk genoemd kan worden. Omgekeerdkan een soort ook in heel veel hokkenin maar kleine aantallen voorkomen en daarmeerelatief zeldzaam zijn. Ook over trendszeggen verspreidingskaartjes maar weinig,tenzij bijvoorbeeld kaartjes uit verschillendeperioden met elkaar vergeleken kunnen worden.Voor dit laatste zijn in zoogdierland de gegevensvaak nog ontoereikend.Zeeland waargenomen soorten waren welgeteld248 pagina’s nodig. Zeeuwse nuchterheidin bijna pocketformaat.Het Limburgse boek daarentegen is eenkloek, bourgondisch handboek geworden,waarin juist zoveel mogelijk kennis is opgenomen.Voor de inleidende hoofdstukkenen de zeventig soorten hadden deLimburgers ruim vijfhonderd pagina’snodig. Maar het Zeeuwse Luctor etemergo is dit keer beslist van toepassingop Limburg, waar Neeltje en Jan tot delaatste dag een forse kluif hadden in hetbij de les houden van auteurs en redacteuren.Neeltje: “Zonder e-mail waren wijnergens geweest.” Jan: “En dan moestenwij wel eens wat mailtjes een nachtje latenrusten voordat wij antwoord gaven… Overigensmet groot respect voor alle betrokkenen,iedereen heeft er zoveel vrije tijdingestoken!”.Andere provinciesBeide boeken gaan veel verder dan je vaneen standaardatlas zou verwachten enlaten zien dat er bij het atlaswerk rondzoogdieren heel veel ontwikkelruimte is.Alle vijf geïnterviewden benadrukten datjuist het op provinciaal niveau experimenterenmet nieuwigheden in de boekopzeten de verwerking van gegevens het landelijkeatlasproject verder kan brengen. Nogeen laatste aanbeveling daarbij vanuit hetLimburgse: “Hou het beperkt en bakengoed af”. Die conclusie moet de Zeeuwenals muziek in de oren klinken!Zoogdier 21-2 pagina 13


Zeeland:van bunzing totblauwe vinvis2930 kilometerhokken, waarvan 2258landhokken (inclusief schorren enhokken op de grens met water).Zeeland blijkt een van de soortenrijksteprovincies in Nederland te zijn. Er zijn nietminder dan 82 soorten aangetroffen. Zuidelijkesoorten als veldspitsmuis en ondergrondsewoelmuis, ontmoeten in dezeprovincie binnenlandse als de grijze grootoor(vleermuis), maar ook zeegebondensoorten als zeehonden en de bruinvis.Soorten die ontsnapt zijn uit gevangenschapals de fret en de Amerikaanse nertskrijgen eveneens de nodige aandacht. Vande gangbare soorten zijn alle waarnemingenuit de periode 1989-2008 opgenomen.Alleen van de zeldzamere zeezoogdieren,roofdieren en de eekhoorn is een ruimereperiode gekozen. Van deze groep zijn allestrandingen en waarnemingen van de periode1500-2008 verwerkt.Wat het Zeeuwse inventarisatieproject vanandere gelijksoortige provinciale projectenonderscheidt, is dat ook de zeezoogdierenzijn meegenomen. Opvallend daarbij is datbijna alle Atlantische soorten walvissen endolfijnen ook wel eens in de Zeeuwse waterenverzeild zijn geraakt, zelfs de arctischesoorten als narwal, walrus, beloega,of baardrob.Dat Zeeland soortenrijk is wil niet zeggendat het meteen ook goed gaat met allezoogdieren. Naast een aantal algemenesoorten als ree en vos die vooruit zijn gegaan,zijn er ook die een sterke achteruitgang kenden, zoals het konijn en lokaal debunzing. De das en de otter zijn zelfs geheelverdwenen. Voor de noordse woelmuisdreigt hetzelfde te gebeuren.De soort die in de meeste hokken voorkomt,is de mol. Daarnaast scoren ookbruine rat en haas hoog. De talrijkstesoorten zouden, ondanks het geringereaantal hokken waarin zij voorkomen vastgesteldzijn, toch wel eens bosmuis enveldmuis kunnen zijn, maar dat vaststellenzou een enorme klus zijn.Zeldzaamste zoogdier: blauwe vinvis,boommarter, eikelmuis, mopsvleermuis(mogelijk uitgestorven in Zeeland), en misschienwel de waterspitsmuis (die wel redelijkverspreid is, maar altijd in heel lageaantallen voorkomt).Jan Piet Bekker (63), inmiddels gepensioneerd,heeft het leeuwendeel van de meerdan tienduizend braakballen geplozen. Hijwas ook de bulldozer achter databestand,gegevensbeheer en gegevensanalyse. Hetafgelopen jaar fungeerde hij mede in hetkader van het landelijke atlasproject alscoördinator. In het boek gaat hij door deknieën voor een mopsvleermuis en spot hijgezeten in de werkkamer van de burgemeestervan Domburg een orka. Hetmeest opmerkelijke aan het boek vindt hijde fraaie vormgeving. Wel was hij uitgegaanvan verspreidingskaartjes van minstenseen halve pagina groot, maar met deuiteindelijke opmaak met veel kleinerekaartjes is hij achteraf heel blij.Jan Piet: “Het schrijfwerk werd verdeeldover elf auteurs, het redactiewerk is gedaanmet zes mensen. Een auteur moestiets hebben met de soort. Iedere tekst begintdan ook met een persoonlijke introductie,die de lezer meeneemt in de tekst,en dat maakt het boek heel bijzonder.”Dat Jan Piet tegelijkertijd ook nog aan eenander boek werkte, was geen probleem.Als hij in de atlas even geen zin meer had,pepte het werk aan de zoogdiergids hemwel weer op.Favoriet Zeeuws zoogdier: “De veldspitsmuis,algemeen in Zeeuws-Vlaanderen,maar hem zien is vers twee.”Luciën Calle (52) is medewerker afdelingkennis en kwaliteit bij Stichting LandschapsbeheerZeeland en medewerkerecologie bij Stichting Het Zeeuwse Landschap.Luciën klimt in het boek in eenboom voor een wild zwijn en jaagt samenmet Jan Piet een bruine rat in de spreekwoordelijkeval. Voor Luciën is het opmerkelijkdat bijna alle soorten in allelandhokken zijn geïnventariseerd. Een withok is dus echt leeg! Het boek is voor hemook zo bijzonder omdat alle sinds 1500 bekendeZeeuwse strandingen en waarnemingenvan alle Atlantische soortenwalvissen en dolfijnen voor het eerst in ditboek bijeen zijn gebracht. Luciën: “Ook isdankzij het boek de afstand tussen zoogdierwerkgroep,natuurbeschermers, jagersen bestrijders kleiner geworden.”Favoriet Zeeuws zoogdier: “Muskusrat, ofnee, doe toch maar bunzing, hét dier uitmijn Zeeuwse jeugd.”Chiel Jacobusse (54) is hoofd ecologie vanStichting Het Zeeuwse Landschap. Hij bewaaktede financiën en onderhield de contactenmet de drukker. Chiel beschrijft inhet boek hoe zijn HAVO-diploma tot muizennestverwerd en gaat ’s nachts op moeflonjacht.Voor hem is het boek vooralgeslaagd omdat van elke soort minstenséén foto is opgenomen en omdat het boekfinancieel goed uit kan. Voor nog geentwee tientjes heb je het. Chiel: “Ook zet hetboek mensen aan tot zelf kijken, omdatvoor iedere soort wordt beschreven waaronze kennis nog tekortschiet.” Zeeland ismet tachtig soorten heel soortenrijk. Erzijn kilometerhokken met wel dertig verschillendezoogdieren. Toch gaan ook inZeeland gewone dieren als egel en konijnachteruit. Chiel: “Helaas ligt de oorzaak inmegaprocessen die hooguit wat zijn bij tebuigen.” Chiel benadrukt dat voor eennatte provincie als Zeeland het belangrijkZoogdier 20-4 21-2 pagina 14


is dat ook het waterschap aan het boekheeft meegedaan.Favoriet Zeeuws zoogdier: “De hermelijn,die hoort echt bij het Zeeuwse landschap.”Neeltje Huizenga (33) is projectleider bijde Zoogdiervereniging. Zij was coördinatorvan de Limburgse atlas. Het leukste daarvanvond zij de jarenlange samenwerkingmet heel veel mensen en het feit dat inLimburg door het atlasproject een veelbredere wereld bij zoogdieren betrokken isgeraakt. Neeltje: “We begonnen met60.000 records, na een jaar hebben we eenwerkatlas gemaakt om de witte plekkenzichtbaar te maken, en op het eind haddenwe maar liefst 175.000 bruikbare records.”Met een glimlach: “Misschien was hetde gebruikte analysetechnieken een welheel bijzonder aspect. Jan: “Link atlasgegevensdirect met onderzoek! Veel vragenkrijg je met vrijwilligers niet helemaal beantwoord.Nu de Zoogdiervereniging in Nijmegenbij de universiteit inwoont, is dateen schot voor open doel.”Favoriete Limburgse zoogdier: “De grijzegrootoorvleermuis, want aaibaar, geheimzinnigen een perfect fotomodel.”-De Zeeuwse kerngroep bestond uit JanPiet Bekker, Luciën Calle, Sandra Dobbelaaren Nanning-Jan Honingh.-Het Limburgse projectbestuur (‘atlascommissie’)bestond uit Reinier Akkermans,Jan Buys en Ludy Verheggen, lateruitgebreid met Bert Morelissen, terwijl Jovan der Coelen de rol van Ludy overnam.Limburg:nergens anders te vindensoorten2485 kilometerhokken, inclusief hokkenop de grens met Duitsland en België.In Limburg geen zeezoogdieren. Maar de zuidelijkeligging en de bijzondere bodemgesteldheidmaken met name het zuiden vandeze provincie bijzonder.Vandaar de hoge score van maar liefst 70soorten (waarvan 68 nog na 1980). Dat is 94procent van de 75 landzoogdieren die Nederlandna 1980 kent. Hieronder soorten die nergensanders te vinden zijn als de eikelmuis,de hazelmuis en de hamster. Wild zwijn, edelherten grote bosmuis zijn ook in maar weinigandere provincies te vinden. Er zijn ook bijzondereterugkeerders. De wilde kat is erwaargenomen, de bevers doen het goed en erzijn zelfs al waarnemingen van de lynx. Delaatste wolf werd er trouwens gezien in 1869in de omgeving van Schinveld. En dan zijn ernog exoten als de Pallas’ eekhoorn en de Siberischegrondeekhoorn. Maar Limburg isook een van de provincies waar de das bijvoorbeeldgoed vertegenwoordigd is. Een bijzondereprovincie voor zoogdieren dus!De soort die in de meeste hokken voorkomt,is ook hier de mol. Daarnaast scoren ook konijnen haas hoog. Zeldzaamste zoogdier: eikelmuis,tweekleurige vleermuis en wildekat.Bijzonder van de Limburgse atlas is dattrends zijn bekeken door middel van vergelijkingvan de perioden 1980-1994 en 1994-2007.meest frustrerende wel om de auteurs tebewegen zich aan de gestelde omvang endeadlines voor de teksten te houden.” Inieder geval was het een geweldige ervaringdie zij goed kan gebruiken bij de nationalezoogdieratlas, waarvan zij nu coördinatoris.Favoriete Limburgse zoogdier: “Hazelmuis,zag ik pas nadat ik er drie jaar speciaalvoor op pad was geweest. Prachtigdier!”Jan Buys (49) is projectmanager buitengebiedbij de Provincie Noord-Brabant. Hijwas voorzitter van de atlascommissie diehet Limburgse atlasgebeuren begeleidde.Jan had daarin een stevige rol als ‘bemiddelaar’.Jan: “Het is opmerkelijk dat er inzo’n korte tijd een prachtig boek ligt en datdaarbij geen ‘dooien’ zijn gevallen. Hetboek is ook een prima middel gebleken omvooral Natuurhistorisch Genootschap,Zoogdierwerkgroep en Zoogdierverenigingnader tot elkaar te brengen.” Voor hem zijnVerder lezen of bestellen?Zeeland • Bekker, J.P. e.a. (red.), 2010. Zoogdieren in Zeeland. Fauna Zeelandica deel 6. ZoogdierwerkgroepZeeland & Het Zeeuwse Landschap. ISBN 978-94-90592-03-5.Prijs voor leden Zoogdiervereniging €17,50 (incl. verzendkosten). Te bestellen door overmakingvan dit bedrag naar bankrekeningnummer 51.03.36.167 t.n.v. Het Zeeuwse Landschap, Heinkenszand,onder vermelding van naam, adres, met omschrijving: ‘lid Zoogdiervereniging/Zoogdieren’.De serie Fauna Zeelandica wordt uitgegeven op initiatief van stichting Het ZeeuwseLandschap met het doel om de kennis van de Zeeuwse fauna te vergroten en daarmee een beterebescherming mogelijk te maken.Limburg • Huizenga, C.E., R.W. Akkermans, J.C. Buys, J. van der Coelen, H. Morelissen &L.S.G.M. Verheggen, 2010. Zoogdieren van Limburg, verspreiding en ecologie in de periode 1980-2007. Stichting Natuurpublicaties Limburg, Maastricht. ISBN 978-90-74508-16-2.De Zoogdieratlas kost voor leden van het Natuurhistorisch Genootschap en de Zoogdiervereniging€29,- (niet-leden betalen €36,-). Als de atlas moet worden toegezonden, worden er €7,50verzendkosten in rekening gebracht. De atlas kan worden besteld door het verschuldigde bedragover te maken op ING-bankrekening 429851 van het Publicatiebureau van het NatuurhistorischGenootschap. Vermeld daarbij ‘Zoogdieratlas 1980-2007’en uw adres. Op het kantoor vanhet NHGL (Godsweerderstraat 2, 6041 GH Roermond, tel. 0475-386470, kantoor@nhgl.nl) en hetNatuurhistorisch Museum in Maastricht, ligt een inkijkexemplaar en kunnen atlassen wordengekocht.Zoogdier 21-2 pagina 15


Eenoog in haar dagrust plaats in een kelder. Foto André ten Hoedt.Eenoog, een boommarterom respect voor te hebbenAl jaren wordt er onderzoek verricht naar de boommarters op de Veluwezoom en het is voor de onderzoekerseen genot om deze sierlijke dieren in het veld tegen te komen. Het wordt extra bijzonder alseen individu herkenbaar is en op die wijze min of meer gevolgd kan worden. Op de Veluwezoomzijn twee boommarters die aan gedrag of lichaamskenmerken relatief eenvoudigherkenbaar zijn. Een van deze speciale boommarters is Eenoog.Vilmar DijkstraHet rechteroog van deze boommarter iszo´n beetje dichtgegroeid en werkt nietmeer of is niet meer aanwezig. De eerstekeer dat Eenoog herkenbaar opdook, wasop 6 mei 2007. Toen werd zij in territoriumde Weversberg twaalf meter hoog in eenholte in een beuk betrapt (zie foto 2) doorErwin van Maanen. Zij was daar niet zonderreden. Op 27 april was met behulp vaneen boomcamera geconstateerd dat er eenjonge boommarter van circa twee wekenoud in de holte lag.Zoogdier 21-2 pagina 16


De foto´s uit 2007 geven het idee dat dewond nog niet heel oud is, maar ook nietvers. Een jaar eerder (1april 2006) werd indezelfde boom een boommarter waargenomenmet twee gezonde ogen. Op eenaantal foto´s is te zien dat ook de kin eenwond heeft. Waarschijnlijk is ze bij het binnengaanvan een holte verrast door eenbosuil, die met een poot haar oog en kinheeft verwond.Handicap Na constatering van de handicapvraag je jezelf af of het vrouwtje eenkans maakt om het jong van voldoendevoedsel te voorzien of zelf te overleven. Eenboommarter jaagt voornamelijk op degrond, maar een belangrijk deel van hetvoedsel in het voorjaar haalt een boommarteruit de boom- en struiklaag in devorm van eieren, (jonge) vogels en af en toeeen (jonge) eekhoorn. De soort is geëvolueerdtot een zeer behendige klimmer. Terillustratie: in hetzelfde territorium observeerdeik in het voorjaar van 2000 hoe eenvrouwtje in het donker een al jaren dodeholle beuk verliet (waarin drie jongenlagen). Dit deed ze door op circa 25 meterhoogte vanaf de breekbare takken in dekroon een flinke sprong van circa viermeter naar een verder staande beuk temaken. Met maar één werkend oog, zie jegeen diepte en wordt je als springer enjager beperkt in je mogelijkheden. Ookaartsvijanden als vos merk je minder snelop.Het jong van Eenoog leed er blijkbaar nietteveel onder. Toen het op 1 juni 2007 werdwaargenomen, zag het er ogenschijnlijkgezond uit. Daarna verhuisde het kleinegezin en werd het niet meer teruggezien.Gewond De jaren erna werd met extrabelangstelling op en rond de Weversberggekeken om Eenoog terug te vinden. Zondersucces en ik had haar inmiddels al ‘afgeschreven’.Maar 22 januari 2010 dook eronverwacht bewijs op dat Eenoog nog inleven was. Tijdens de jaarlijkse wintertellingenvan vleermuizen op de Veluwezoom,die worden uitgevoerd door Gerhard Glasen enkele medewerkers van Natuurmonumenten,werd een bezoek gebracht aan dekelder bij pannenkoekenrestaurant de Carolinahoeve.Deze hoeve ligt in of aan derand van territorium de Weversberg. In hetin de grond verzonken voorportaal vandeze kelder werd een marter aangetroffendie aan een oog gewond leek en apathischen rillend bleef liggen. Het voorportaal kanpas bereikt worden na het verwijderen vaneen zwaar metalen rooster. Men was bangdat het dier de kelder niet meer uitkon enernstig verzwakt was. Na telefonisch overlegraadde ik de vleermuistellers aan hetdier verder met rust te laten en te voorzienvan een pannenkoek (ze waren tenslotte bijeen pannenkoekenrestaurant) en water enhet rooster terug te plaatsen. Naast eenpannenkoek werden nog hondenbrokkenen twee kippeneieren door het restaurantgedoneerd.Ik had zelf pas de volgende dag de mogelijkheidom poolshoogte te nemen. Maarde mededeling dat het ging om een martermet een gewond oog deed wel mijnhartslag versnellen… Zou het Eenoog zijn?Men wist niet om welke martersoort hetging en sinds een paar jaar komen aan derand van de Veluwezoom ook steenmartersvoor. Hoe groot is de kans dat er in hetzelfdeterritorium een steen- of boommarteropduikt met een oogprobleem? Diekans is zeer klein, maar toch aanwezig.De volgende dag bleek de kelder marterloos,maar ook de pannenkoek en de hondenbrokkenwaren verdwenen. De eierenlagen er nog. In de kelder lagen wel marteruitwerpselen.De door de vleermuistellersgemaakte foto´s laten echteronomstotelijk zien dat het om Eenoog gaat.Eenoog presteert het dus om al 2,5 tot 3,5jaar gehandicapt door het leven te gaan.Voorwaar een knappe prestatie!Sneeuw Ik vermoed en hoop dat ernaast de handicap niet zoveel mis is metEenoog. Als je de kelder inkomt, begrijp jemeteen waarom zij deze kelder als dagrustplaatsgebruikt. Hoewel het buitenvroor, was het in het voorportaal en de kelderrelatief warm. Vermoedelijk gebruiktzij de kelder om haar energie-uitgave teminimaliseren. Met haar handicap is datnog belangrijker dan voor een boommartermet twee goede ogen. Het apathischeen het rillen is misschien te verklaren doorhet feit dat ze overrompeld is door de mensenom haar heen en voorzichtig afwachtwat er gaat gebeuren. Het kan natuurlijkook zijn dat de jaren inmiddels gaan tellenen dat haar leeftijd (minimaal vijf jaar oud)gecombineerd met haar handicap en delangdurige kou en sneeuw ervoor zorgt datzij toch verzwakt is.Nu bekend is dat Eenoog in ieder geval injanuari 2010 nog leefde, zal met meer aandachtgezocht worden naar de dagrust- ennestplaatsen in haar territorium om proberenvast te stellen hoe het haar vergaat.Vilmar Dijkstra, boommarteronderzoeker,vilmar.dijkstra@zoogdiervereniging.nlEenoog in een holle beuk in territorium de Weversburg. Op deze foto uit 2007 isduidelijk te zien dat het rechteroog is dichtgegroeid. Foto Erwin van MaanenZoogdier 21-2 pagina 17


Bever. Foto Goedele VerbeylenBevers in VlaanderenEr blijven bevers opduiken her en der in Vlaanderen. Dit is niet verwonderlijk,omdat de bevers in de Dijlevallei ten zuiden van Leuven en langs de Grensmaas zich al jarenvoortplanten. Rond de leeftijd van twee jaar trekken de jongen eropuit op zoek naar eeneigen territorium. Hierbij kunnen ze tot tientallen kilometers van hun geboorteplek zwerven,waardoor ze potentieel in bijna gans Vlaanderen kunnen opduiken.Het aantal natuurgebieden in Vlaanderenwaar al eens een bever werd waargenomenof waar er eentje zich permanentgevestigd heeft, neemt langzaamaantoe. Enerzijds wordt de komst van deze‘natuurbouwer’ toegejuicht. Anderzijdsnemen echter ook de problemen en vragentoe, want we zijn niet meer gewendaan de aanwezigheid van dit schitterendedier en zijn ingrijpende invloed opde omgeving.Een voorbeeld: in de Hagelandse vallei inHolsbeek werd in het verleden een beekomgeleid om te vermijden dat verrijkt (ensoms ook vervuild) water in een graslandterecht zou komen. In combinatie metmaaibeheer ontstond hierdoor in de loopder jaren een heel mooi schraal graslandboordevol orchideeën. Maar dat was buitende komst van de bever gerekend. Diebouwde niet lang geleden een dam op debeek, waardoor het grasland volledigoverstroomde met verrijkt water: een bedreigingvoor de verschraling… Aangezienhet verwijderen van de dam niet veel zinheeft (want de bever herbouwt die toch directweer) en ook niet mag volgens dewetgeving, gaat men hier het probleemproberen op te lossen via een drainagebuisdoor de dam.Ook in andere natuurgebieden, zoals hetMechels Broek en de benedenloop van deKleine Netevallei, zit al enige tijd eenbever. De dieren zijn hier welkom, maar eris onduidelijkheid over hun statuut. Almeer dan drie jaar geleden werden er inopdracht van de Vlaamse overheid studiesuitgevoerd rond de haalbaarheid van deterugkeer van de bever in Vlaanderen enhet opzetten van een overwegingskadervoor de aanwezigheid van deze soort in deVlaamse valleigebieden. Desondanks is ernog geen enkele officiële richtlijn over hoeprobleemsituaties aan te pakken. Er zijnin Vlaanderen ook nog geen Speciale Beschermingszonesvoor deze soort afgebakend,ondanks dat de bever op de bijlage IIvan de Europese Habitatrichtlijn staat.Wel werden inmiddels Vlaamse Instandhoudingsdoelstellingen(G-IHD’s) voor debever opgemaakt (Paelinckx et al.Zoogdier 21-2 pagina 18


Figuur 1 Beverwaarnemingen in België.(bron: Waarnemingen.be, hier kan je ook selecterenop bepaalde periodes).grensoverschrijdend beleid dringt zichhier op.Ondertussen blijven de beheerders van denatuurgebieden nog steeds met vragenzitten over hoe bepaalde situaties aan tepakken, vragen die in de toekomst met deverdere uitbreiding van de beverpopulatiealleen nog maar talrijker zullen worden.Mogen we dammen verwijderen of zijnhier andere oplossingen voor? Mogen debevers in ons natuurgebied blijven zitten?Kunnen we beter niet bekend maken datze daar zitten, want misschien gaat menze dan wegvangen? Duidelijke richtlijnenvanuit de overheid zijn dringend nodig!Wie hier over wil meedenken, kan zichmelden bij de Vlaamse Zoogdierenwerkgroep.Natuurpunt ZoogdierenwerkgroepVlaandereninfo@zoogdierenwerkgroep.be2009). Daarin wordt ondermeer naast hetbehoud van het areaal in Dijle- en Maasvalleiook een uitbreiding van het areaal inde Schelde- en Durmevallei voorzien.Onder andere het Habitatrichtlijngebied‘Uiterwaarden langs de Limburgse Maasen Vijverbroek’ – dat wel werd aangemeldvoor otter maar niet voor bever – is essentieelvoor het behoud en herstel van degoede staat van instandhouding van debever in Vlaanderen. Desalniettemin wordende beverratten hier nog steeds bestredenmet grote conibearklemmen inplaats van levendvangkooien, waaruit bijvangstenzoals de bever weer vrijgelatenzouden kunnen worden. Aan de Nederlandsezijde van de Grensmaas (en ook eldersin Nederland) is het gebruik van dezeklemmen al jaren verboden op locatieswaar bevers aanwezig zijn. Een eenduidigSchraal grasland in de Hagelandse vallei, bedreigd door verrijkt water. Foto Goedele VerbeylenVerder lezen?• Paelinckx, D., K. Sannen, V. Goethals, G.Louette, J. Rutten & M. Hoffmann, 2009. Gewestelijkedoelstellingen voor de habitats ensoorten van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijnvoor Vlaanderen. Mededelingen van hetInstituut voor Natuur- en Bosonderzoek 2009(6),Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, Brussel,België, 669 pp. www.inbo.beZoogdier 21-2 pagina 19


Verslag van succesvol symposium“Muskusrattenbestrijding kan anders”Het muskusrattensymposium van de Zoogdiervereniging van 16 april is een succes geworden. Dedeelnemers bespraken alternatieven voor de huidige wijze van muskusrattenbestrijding. Die blijkener wel te zijn, maar er is tot nu toe nog geen veldonderzoek naar gedaan. De dagvoorzitter,Jos Teeuwisse, concludeerde dat er dringend behoefte is aan experimenten in het veld.Marijke Drees en Jolanda SnellenbergDe Zoogdiervereniging organiseerde op 16april een symposium over de bestrijdingvan muskusratten. De huidige strategievoor muskusrattenbestrijding is landsdekkenden jaarrond vangen. In sloten en anderewatergangen staan talloze klemmen,verdrinkvallen en verdrinkfuiken. Er zijneen aantal goede redenen om te bekijkenBoven: De gezette fuiken kunnen, net zoals klemmenongewenste bijvangsten bevatten.Onder: Een bunzing is ongelukkig aan zijn eindegekomen in een muskusrattenklem.Foto’s Hugh Jansmanof het niet anders kan.Jelle Reumer heeft de kwestie al aangekaartin Zoogdier 19-2: “Er wordt jaarlijksmeer dan dertig miljoen euro belastinggeldgebruikt voor het bestrijden van dezesympathieke dieren en dat bespaart eenschade van maximaal vijf miljoen euro.”Bovendien wees Reumer erop dat er nognooit een dijk is bezweken door muskusratten.Op het symposium kreeg hij steun vanHugh Jansman (Alterra). Volgens hem ishet niet alleen een kwestie van zuinigheiden het welzijn van de muskusrat. De velevangmiddelen die uitstaan zijn nadelig voorde waternatuur. Onder de bijvangsten zijno.a. snoeken en bunzingen. Vooral de ‘passievevangmiddelen’, de fuiken die bijvoorbeeldonder bruggen worden gezet, leidentot versnippering, omdat sommige dierenze niet durven te passeren. Ze zijn bijvoorbeeldgevaarlijk voor otter en bever. Weliswaaris de ingang van de fuik zo kleingemaakt dat er geen volwassen otter inkan, maar als otters zo’n fuik onder eenbrug zien staan, verlaten ze het water ensteken de weg over, met de kans op aanrijdingdie dit met zich mee brengt. Waarschijnlijkworden otters al wantrouwig vaneen drijvend kooitje in het water.Alle reden om te zoeken naar een strategiemet minder vangsten en minder vangmiddelenin het veld. Twee onderzoekerskwamen op het symposium met alternatievenwaardoor minder muskusrattenhoeven te worden gevangen. Dennis Wansink(Bureau Waardenburg) noemde tweealternatieven: objectgericht en/of seizoenaal.Objectgericht betekent dat men alleenmuskusratten wegvangt bij kwetsbareobjecten. Dat zullen meestal de secundairedijken zijn. Dit in tegenstelling tot de huidigestrategie in Nederland, waarbij, zoalshierboven gezegd, landsdekkend wordt gevangen.Een ander alternatief is om alleen in winteren voorjaar te vangen, in plaats van hetjaar rond. Verrassenderwijs heeft dat bijnahetzelfde effect op het verlagen van de populatiedichtheidals jaarrond vangen. Metminder moeite, minder vangsten en minderbijvangsten.Op het symposium pleitte Daan Bos (Altenburgen Wymenga en WUR) voor eenmeerjarig veldonderzoek waarbij in de intensiteitvan het vangen wordt gevarieerd,om te komen tot een landelijke gedifferentieerdeen effectievere aanpak.In de discussie bleek dat er nog veel onduidelijkis over het effect van de alternatieven.Tot verrassing van de toehoordersbleek er sinds 1990 geen veldonderzoek tezijn gedaan. Vergelijking met Amerika, hetland van herkomst, is moeilijk, omdat ookdaar steeds gevangen (bejaagd) wordt.Dagvoorzitter Jos Teeuwisse concludeerdedat er veel rapporten en literatuuronderzoekzijn, maar weinig praktijkonderzoek.“Dit symposium kende een grote opkomst,uit waterschappen over het hele land, erzijn kennelijk veel mensen geïnteresseerd.Vragen stellen is het begin. De doorbraakzal van de waterschappers moetenkomen… en er is dringend behoefte aanonderzoek in het veld naar de alternatievestrategieën.”Marijke Drees en Jolanda Snellenbergj.m.drees@rug.nlZoogdier 21-2 pagina 20


Bosspitsmuis. Foto Rob KoelmanOnderzoek naar sterfte onder bosspitsmuizenbij gebruik van inloopvallenDe beste vangstmethodeAl heel wat jaren worden kleine zoogdieren gevangen voor onderzoek. Bij het vangenvan met name bosspitsmuizen met behulp van inloopvallen blijkt dat de mortaliteit hoogkan zijn. Er heerst een discussie onder onderzoekers over de controlefrequentie, waarbijde nadruk ligt op het eventueel verhogen van deze frequentie. Een onderzoek in deNieuwkoopse Plassen moest meer duidelijkheid bieden.Auke Snijder en Margreet VoogdBosspitsmuizen worden veel gevangen tijdensonderzoek naar populatiegrootte ofverspreiding. Voor het vangen wordt gebruikgemaakt van inloopvallen en wordende vallen om de twaalf uur gecontroleerd.Spitsmuizen hebben een hoog metabolismeen zijn zeer gevoelig voor stress. Ditzorgt er voor dat er regelmatig dode dierentijdens de controles worden aangetroffen(Ochocinska, 2005). Wij onderzochtenof het terugbrengen van de tijd tussen decontroles van twaalf naar acht uur het aantalsterfgevallen vermindert. Daarnaast isde invloed van het altijd aanwezig zijn vanmeelwormen in de val en van het voerenvan meelwormen na een eerste spitsmuisvangstonderzocht. Het onderzoek is uitgevoerdin het natuurgebied de NieuwkoopsePlassen. Het gebied is 1400hectare groot en is gelegen in Zuid-Hollandtussen Nieuwkoop, Het Noorden enWoerdense Verlaat. De werkschuur vanNatuurmonumenten diende als uitvalsbasisen de onderzoekslocaties werden perZoogdier 21-2 pagina 21


12 uurdag Vrijdag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdagdagdeel o m a o m a o m a o m a o m a o m atijd 7 19 7 19 7 19 7 19 7 19 7 19sessie 1 u s v v v v usessie 2 u s v v v v8 uurdag Vrijdag Maandag Dinsdag Woensdag Donderdag Vrijdagdagdeel o m a o m a o m a o m a o m a o m atijd 6 14 22 6 14 22 6 14 22 6 14 22 6 14 22 6 14 22sessie 1 u s v v Spitsmuis wordt gevangen. De val waarin de spitsmuissessie 2uis gevangen wordt samen met het daarnaastgelegen vallenpaar voorzien van meelwormenTabel 1 IBN vangstmethode muizen(Bergers, 1997), eigen tabelBij het voeren wordt er verschil gemaakt tussen het standaard voeren en het voereno = ochtend u = uitzetten en prebaitenna vangst. Bij het standaard voeren, zoals dat in alle inventarisaties door de Zoogdierverenigingwordt uitgevoerd, wordt iedere val voorzien van meelwormen. Bij het voerenna een vangst worden de vallen bij het uitzetten niet voorzien van meelwormen,m = middag s = scherp stellen en bijazena = avondv = Vangenmaar wel voorzien van hooi, wortel en graan. Dit is schematisch te zien in tabel 2.Standaard voerenVoeren na vangstXTabel 2 Schematische weergave van het verschiltussen standaard voeren en voeren na een vangst,eigen tabelXSpitsmuis gevangenVal zonder meelwormenVal met meelwormenboot bereikt. Het veldwerk is uitgevoerd inde periode van 27 april tot en met 10 juni2009.Inloopvallen werken niet altijd goed. Deze noordsewoelmuis loopt zo weer naar buiten. Foto Rob Koelman.Werkwijze Tijdens het onderzoek zijnveertig locaties bevangen met op elke locatietwintig vallen uitgezet in paren, meteen onderlinge afstand van tien meter. Hetleefgedeelte van de vallen werd gevuld methooi, wortel, graan en eventueel meelwormen.Bij het plaatsen van de vallen werder op gelet dat er geen water in de val konlopen. De vallen werden zoveelmogelijk onder de vegetatie geplaatst,om ze te beschermentegen het weer en nieuwsgierigemensen. In dit onderzoek is erom de twaalf uur en om de achtuur gecontroleerd. De exactevangschema’s zijn te zien intabel 1. Voordat begonnen werdmet vangen, hadden de valleneerst twee tot drie nachten inhet veld gestaan met geblokkeerdvangmechanisme (prebaiten),zodat de muizen aan deaanwezigheid van de vallen kondenwennen. Na het scherp stellenvan de vallen kon erdaadwerkelijk gevangen worden.Vangstresultaten In totaalzijn er 203 bosspitsmuizen gevangen,waarvan 144 individuenen 59 hervangsten. Van alle gevangenbosspitsmuizen zijn er39 in de val gestorven, wat eentotaal mortaliteitspercentage van dezesoort betekent van 19,2 procent. Om te kijkenof er verschillen tussen de behandelingenzijn, is een statistische analyseuitgevoerd met behulp van een generalizedlinearized model. Er is geen significantverschil in mortaliteit tussen de verschillendetypen controletijd geconstateerd.Voor de voervormen lagen de percentagesver uit elkaar: 9,6 procent mortaliteit overde hele vangperiode voor standaard voerenen vijftig procent mortaliteit over de helevangperiode voor het voeren na de vangstvan de eerste bosspitsmuis. Dit verschil issignificant. Het altijd aanwezig zijn vanmeelwormen in de val is dus van groot belang.Andere soorten Naast de bosspitsmuizenzijn er ook nog waterspitsmuizen,een dwergspitsmuis, noordse woelmuizen,veldmuizen, bosmuizen en een dwergmuisgevangen. Vooral de aantallen van denoordse woelmuizen waren opvallend tenoemen. Waar tijdens de eerste vangstrondede oren van onze begeleider begonnente klapperen bij de vangst van 10noordse woelmuizen, bleek het eindtotaalvan 763 vangsten verpletterend. Met eenhoogste score van 65 vangsten uit 100 vallenbleken de pitrusvelden op dat momentoptimaal voor noordse woelmuizen. DitZoogdier 21-2 pagina 22


Onderzoekers in het veld bij Nieuwkoop. Foto Rob Koelmanwas in de gewichten van sommige dierenook goed te zien. Het maximale gewichtvan een vrouwelijk dier lag op 59,5 gramen van een mannelijk dier op 64,5 gram.In dit onderzoek werden met name in depitrusvelden veel noordse woelmuizen gevangen,terwijl bosspitsmuizen vooral werdenaangetroffen op locaties met eendichtbegroeide grasrijke, vegetatie langsde slootkanten. In de laatste week van hetveldwerk werden er twaalf waterspitsmuizengevangen. De meest bijzondere gebeurteniswas toch wel het zien van eenzwemmende dwergspitsmuis. In de bootop de terugweg van de laatste nachtcontrolekwamen we dit dappere diertje tegenop weg naar de overkant.Conclusie Om sterfte onder bosspitsmuizenstructureel te verminderen, hoefthet twaalf-uur interval, zoals dat bij hetmuizenonderzoek met inloopvallen nustandaard wordt toegepast, niet aangepastte worden. Het terugbrengen van de intervaltijdvan twaalf naar acht uur heeft geensignificante daling in de sterfte tot gevolg.De manier van voeren heeft echter eensterk significant effect op de overlevingskansenvan de bosspitsmuizen in de vallen.Wanneer er voor gezorgd wordt dat er altijdmeelwormen in de vallen aanwezigzijn, vergroot dat de kans op overlevingenorm. De methode die in het verleden afen toe werd toegepast - meelwormen toevoegenna de eerste vangst van een bosspitsmuis- blijkt absoluut niet te voldoen.Er wordt dan ook aanbevolen dat bij hetvangen met inloopvallen als standaard altijdmeelwormen in de vallen aanwezigzijn.Dankwoord We zijn blij met het behaalderesultaat en de ervaringen die wetijdens dit onderzoek hebben opgedaan. Inde vier weken dat we in Nieuwkoop onsveldwerk hebben verricht, hebben we veelmeegemaakt. Na het ontdekken van en hethekel krijgen aan kolonies steekvliegjes(meurzen) tot prachtige zonsondergangen,die we beide dag in dag uit mee kondenmaken. Vooral het om de acht uur controlerenwas intensief, maar zeker de moeitewaard. Dag en nacht in een natuurgebiedzijn en voor het slapen zien hoe de kerkenbosuilen hun weg vinden in de nacht iseen wonderlijke ervaring. Hiervoor willenwij de medewerkers van de Zoogdierverenigingen Natuurmonumenten, die onstijdens dit onderzoek hebben geholpen,bedanken. Daarnaast willen we Dick Bekkerbedanken voor zijn begeleiding tijdensonze stage, en Jasja Dekker voor de hulpbij de statistische analyse.Auke Snijder en Margreet Voogd, OpleidingDier- en Gezondheidszorg CAH DrontenVerder lezen?• Ochocinska D.& J.R.Taylor, 2005. Living at thepsyhiological limits: field and maximum metabolicrates of the common shrew (Sorex araneus),Physiol Biochem Zoology, 2005; 78, 808-818.• Bergers, P.J.M., 1997, Kleine zoogdieren inventariseren:het kan efficiënter, Zoogdier, 3, 3-7.Zoogdier 21-2 pagina 23


Stuur uw mooiste zoogdierfoto’s in!Dit is de 21ste jaargang vanZoogdier. Ons tijdschrift is dustwintig jaar oud. En datwillen we vieren met eenfotowedstrijd in samenwerkingmet Zoogdieratlas.nl.In de maanden maart tot en met novemberloopt de fotowedstrijd vanZoogdieratlas.nl. Wie uiterlijk 1 november2010 foto’s instuurt, maaktDoe mee en winéén van de prijzen waarondereen boek over het wild zwijnof de steenmarterkans op een leuke prijs (later meer hierover). Alleenfoto’s van in het wild levende zoogdieren in Nederland(en Vlaanderen) dingen mee naar de prijzen. Het gaat bij debeoordeling niet alleen om de kwaliteit van de foto - al zijnmooie foto’s natuurlijk welkom.Insturen gaat als volgt: na registratie op de website Zoogdieratlas.nlkunt u uw foto uploaden in de desbetreffende provincie in demap fotowedstrijd. Vermeld in de titel van de foto ook uw voor- enachternaam en geef bij het registreren uw e-mail adres door. Leesdaar ook de voorwaarden, want natuurlijk gebruiken we die foto’sgraag voor bijvoorbeeld Zoogdier of de Zoogdieratlas.De uitslag wordt bekend gemaakt in het laatstenummer van Zoogdier van dit jaar.Zoogdier 21-2 pagina 24


- advertentie -


HyperlinkDe Vlaamse zoogdierdeskundige Dirk Criel bespreekt opgeheel eigen wijze websites over zoogdieren.ThemaMarterachtigen in België en NederlandIk heb het te vaak over de groteroofdieren die onze Europese wildernissenonveilig maken. Daardoor vergeet ik bijnaonze eigenste kleine rovers. Een kleine inspanning,om na te gaan wat ons beiderkleine landjes op dat vlak te bieden hebben,is dus als zoenoffer op zijn plaats.Meteen valt op dat hoe zeldzamer debeestjes zijn, hoe groter de kans is dat zeeen eigen webstek hebben verworven. Ditis zeker het geval met de otter. In Walloniëhoudt deze waterstoeier moeizaam stand en smeekt om aandacht. Educatie ensensibilisatie zijn beproefde methodes omeen actieve bescherming af te dwingen engeen enkel digitaal middel mag onbenutblijven. Enig gevoel voor esthetiek is altijdmooi meegenomen. Hiervan getuigen defraai uitgevoerde educatieve fiches overhet wel en wee van de otter. Jammer genoegzijn ze enkel in het Frans en het Duitsbeschikbaar, terwijl ze recht hebben opeen Nederlandse vertaling. Minstens eveninteressant is het netwerk van sporenzoekersdie ertoe aanzet te participeren in eeninventarisatieproject. De herrijzenis en opmarsvan de otter in Nederland wordt gehonoreerdmet meerdere websites die qua inhoud veel gemeen hebben. Voorhet grensoverschrijdend gebeuren verwijsik evenwel naar Hyperlink 3-2009.Het succesverhaal van de otter evenaartnog niet dat van de das. In België is vooralde Groupe de Travail Blaireaux om de dasbekommerd terwijl in Nederland nogsteeds de vereniging Das en Boom alsautoriteit wordt aanzien. Maar in de Nederlandseprovincie Brabant heeft inmiddelsook een lokale groep naam en faamverworven . Omdat Vlaanderen niet magachterblijven verwijs ik ook even naar eenparticuliere stek met nieuwtjes en wetenswaardighedendie betrekking hebben opdassen , maar de rond dassen actievewerkgroepen laten het vooralsnog afwetenop het internet.Uiteraard mogen we de kleintjes niet vergeten.In het Nederlandse taalgebied blijfje op dit punt op je honger zitten.Daaromschaam ik me niet om opnieuw de site vanAves over de kleine roofdieren onder deaandacht te brengen , ook al is ze zonderupdate niet meer van deze tijd. De achterkousigeboommarter is met één enkelesoortsite van onze Werkgroep BoommarterNederland al even slecht bedeeld.Een compromitterend gedrag levert nochtanseen aardige kans om aandacht te krijgen.De steenmarter scoort hierin het best maar ik betwijfel of dit in zijn voordeel isvermits schadepreventie vaak het centraalthema is (zie Hyperlink 1-2009).Om aan onze trekken te komen moeten wevoorlopig naar het buitenland, al blijft debuit ook daar mager voor wat de minderpopulaire martersoorten betreft.. www.loutres.be www.otterbescherming.nl www.otter.to www.vriendenvandeotter.nl http://users.telenet.be/cr29123/blaireau/home.htm www.dasenboom.nl www.dassenwerkgroepbrabant.nlwww.dedas.com/gasten/meles/index.html www.aves.be/carnivores www.werkgroepboommarter.nl www.hanbrinkcatesteenmarter.nlWebsitesHet is bijna zover Je hoeft niet fysiekaanwezig te zijn om een eigen webstek teverwerven. Het volstaat om je komst aan temelden om hoofdrolspeler te worden vaneen website. Dit geldt alvast voor de wolfin Nederland. Nog voor die de landgrensheeft bereikt, komt hij al aan zijn trekken.Om foute klachten van de door krantenkopjesgeïnformeerde goegemeente voorte zijn, werken enkele goedmenende organisatiessamen om gefundeerde informatieover wolven beschikbaar te stellen en Nederlandvoor te bereiden op de komst vanwolven. Ze zijn er van overtuigd dat dit vanzelfstaat te gebeuren en allicht veel snellerverloopt dan menigeen denkt.Denkbeeldige informatie die zijn weerslagvindt in mythes en sprookjes moet nureeds plaatsruimen voor feiten en anderewaarheden, alvorens de eerste barricadendoor boeren worden opgeworpen om hetvee op afdoende wijze tegen verscheurente beschermen. Alleen zo kan men ervoorzorgen dat wolven niet alleen welkom zijnin de natuur, maar ook in de hoofden enharten van mensen in Nederland (cit., wantmooier kan ik het zelf niet zeggen). Mij lijktevenwel meer nodig te zijn dan het voorliggendinformatiepakker om dit te bewerkstelligen.www.wolveninnederland.nlSleutel tot de natuur Nu de aftellinghet eind van 2010 nadert, heeft iedereende mond vol over biodiversiteit.Misschien wat laat, maar beter laat dannooit. Naast de talrijke acties op regionaalZoogdier 21-2 pagina 26


en landelijk niveau zijn er ook Europeseinitiatieven met de “Key to nature” als bijzonderheid.Doel van het project is het verbeterenvan de kennis over biodiversiteit opalle opleidingniveaus - van basisonderwijstot universiteit. Om dit doel te bereikenworden interactieve hulpmiddelen en lesprogramma’sontwikkeld die zowel in deklas als in het veld toepasbaar zijn.Het project is een samenwerking tussen 14instellingen uit 11 Europese landen, waarondereen aantal dataleveranciers, specialistenin e-leren en juristen. In Belgiëwordt het project gecoördineerd door hetCentrum voor User Experience Researchaan de Katholieke Universiteit Leuven enin Nederland door ETI BioInformatics.Als inleiding op het thema biodiversiteitworden informatiebladen en software beschikbaargesteld waarmee leerlingen verschillendeplanten en dieren lerenherkennen en zelf interactieve determinatiesleutelsen kennissystemen kunnenmaken. Het lespakket is bedoeld om studentenop verschillende studieniveaus actiefte laten werken met informatie overbiodiversiteit.Zonder afbreuk te willen doen aan ditwaardevol initiatief, heb ik de indruk datmen in de opstart is blijven steken. De basisstructuuris ingevuld maar verder ismen niet geraakt. De doelgroepen lijkenniet echt betrokken en de informatie blijftdaardoor beperkt, terwijl de website reedsin 2007 is opgestart. De laatste update dateertvan eind 2009. De verschillende taalingangeneindigen alsnog in hetEngelstalige deel. Blijkbaar was er geentijd en ruimte voor vertalingen en taaleigeninformatie. Als taal je niet deert, kan jebeter meteen in de toegangsrubrieken duiken.Het kost je wel wat zoekwerk, maarzo leer je meteen hoe je diverse informatiekan opsnorren. Als eerste kennismakingkan het tellen, maar voor meer diepgangben je elders op het internet beter af.www.keytonature.euOm te koesteren Er zijn van die websiteswaarnaar je steeds terugkeert. Zeslaan je telkenmale met verbazing of intrigerenmet informatie. Ferus blijft hierinbescheiden, maar staat al lang op mijnherhaallijstje omdat die met grote regelmaatwordt geactualiseerd. De site iszowel van een actualiteitenrubriek, eennieuwsbrief en een RSS-feed voorzien. Teveelvan het goede en voldoende om de actualiteitinzake grote roofdieren op de voette volgen. De organisatie, die de site heeftopgezet, ijvert voor de terugkeer en aanvaardingvan wolf, bruine beer en lynx inFrankrijk. Geen makkelijke klus maar deaanhouder wint. De onderwerpen zijn ergverscheiden en vooral georiënteerd op depraktische bescherming van genoemdesoorten en het wel en wee van de pionierendeindividuen die zich binnen de Fransegrenzen hebben gevestigd.www.ferus.org/spip.php?article1912Surf ook evennaar...Kleine ellendelingen Een kleine, bescheidensite die weinig toelichting behoeft,maar allicht zijn nut bewijst als jevleermuizen of steenmarters op bezoekkrijgt. Mocht één van hen je onaangemeldovervallen, raadpleeg dan deze eerste hulpbij ongevallen. Om plaaggeesten te determinerenworden ook fotovallen ingezet endat levert leuke plaatjes op.www.meldpuntvleermuizenenmarters.nlBoek je eigen natuurontmoetingOveral zijn mensen bezig met de beschermingvan soorten, maar zelden krijg je alsleek de gelegenheid om ervaringen tedelen, tenzij je zelf binnen een groep actiefwordt. In Engeland heeft men een oplossinggevonden om ook eendag- natuurliefhebbersen milde schenkers bij debeschermingsprojecten te betrekken. BijPTES kan je een ontmoeting boeken metje favoriete soort en zelf nagaan of je mildegift aan deze organisatie rendeert.www.ptes.orgAntropomorfisme Ik hou van moeilijkewoorden en ben altijd benieuwd waterachter schuilt. “Antropomorfisme” is zoeentje. De term wordt gebruikt wanneermenselijke eigenschappen en waardeoordelenworden toegeschreven aan nietmenselijkewezens zoals dieren enplanten. Op de Nederlandstalige Wikipedia - de digitale encyclopedie van het web -wordt er losjes overgegaan maar op de anderstaligepagina’s waaronder de Franstalige en Engelstalige vind je eenkolkende bron van informatie over hetthema. http://nl.wikipedia.org/wiki/Antropomorfisme http://fr.wikipedia.org/wiki/Anthropomorphisme http://en.wikipedia.org/wiki/AnthropomorphismSlapers in de haag Geen anderslaapmuis dan een Hazelmuis figureertbeter in een verhaaltje over houtige landschapselementen.Die aandacht levert alvasteen eervolle vermelding in Zoogdierop. De site informeert kinderen op speelsewijze over functie, aanleg en onderhoudvan heggen en houtkanten en levert tegelijkinteressante lesinformatie en werkbladenaan leerkrachten.www.hedgelink.org.uk/hedgerows/index.htmlZoogdier 21-2 pagina 27


FORUM De opinierubriek van ZoogdierHuiskraai. Foto Roy SlaterusExoot of emoot?De discussie over uitheemse diersoorten gaat vaak niet over feiten maar over meningen, zostelt Ruud Foppen. Hij levert een bijdrage aan de rubriek Forum, geïnspireerd door een bijeenkomstover invasieve exoten van 11 maart 2010 georganiseerd door het Faunafonds.Ingezonden door Ruud FoppenNederland is een tolerant land voor vreemdelingen!Zeker als we het hebben overplanten- en diersoorten. Mogelijk dat ditkomt omdat we geen eiland zijn en blijkbaargewend zijn geraakt aan een continuveranderende soortengemeenschap. Diesoortengemeenschap is behoorlijk dynamischen door het sterk veranderendelandschap door de eeuwen heen enormgewijzigd. De veldleeuwerik die we nu beschouwenals een zeldzame weidevogelwas eens een steppevogel die zich niet indeze streken thuis voelde. De wolf was ookeen inheemse diersoort in ons land maaris al zo lang verdwenen dat sommigen - nude soort weer voor de deur staat - hem alsexoot beschouwen. Het geheugen van demens over natuurbeelden en daarbij behorendesoorten gaat doorgaans niet verderterug dan enige tientallen jaren. We hebbente maken met schuivende landschapsreferentiesen soortreferenties. Neemkonijn en fazant. Niemand noemt dat nogexoten. Ze zijn ingeburgerd. Ook een soortals damhert is in beleidstermen niet langerexoot, want langer dan honderd jaar inons land aanwezig.We maken het overigens nog niet zo bontals de Engelsen. Daar was begin 1900 hetbewust introduceren van allerlei exoteneen edel tijdverdrijf. Wie in Groot-Brittanniërondstapt, kijkt dan ook niet raar opvan Noord-Amerikaanse eekhoorns, Canadeseganzen en Aziatische muntjaks. Vanalle windstreken werden dieren meegenomenmet de bedoeling om de verarmde eilandfaunate ondersteunen.Natuurliefhebbers houden van vreemdelingen.We hebben iets met rariteiten. Iederezeldzame soort trekt de aandacht.Toch is de eerste vraag die bijvoorbeeldeen vogelaar zich stelt of het beest ookecht als wild is te beschouwen. Want het‘tikken’ van wilde soorten is een wezenlijkonderdeel van het vogelspotten, zoals wedat noemen. De vogelaarswereld is al netzo verdeeld als de politiek dezer dagen. Jehebt puriteinen, rekkelijken en onverschilligen.Puriteinen tellen alleen de ‘echt’wilde soorten, rekkelijken willen hun aantalsoorten nog wel omhoog brengen doorook uitheemse soorten mee te nemen. Vogelaarszijn zich dus zeer bewust van watechte wilde soorten zijn die op een natuurlijkewijze in Nederland terecht komen ende escapes en exoten die op niet-natuurlijkewijze in het wild terecht zijn gekomen.En dat zal niet anders zijn bij zoogdier- ofvlindermensen en herpetologen.Soorten tellen is één ding, maar hoe ga jeom met deze beesten? Bij vlinders en vogelsverdwijnen dwaalgasten vanzelf, daarhoef je je geen zorgen over te maken. Maarnieuwe inburgeringen van soorten die doortoedoen van de mens (dus op niet-natuurlijkewijze) in ons land opduiken, hoe denkennatuurliefhebbers daar over? Mijnindruk is dat ze al net zo verdeeld zijn overdeze kwestie als bij het meetellen op hunlijst. Een deel vindt het maar helemaalniks en denkt:” weg er mee.” Een anderdeel vindt dat we ze met rust moeten laten.Zoogdier 21-2 pagina 28


Als je een beleid acceptabel wilt laten zijnen een kans van slagen wilt geven, dan zulje dus eerst draagvlak moeten creëren.Wat blijkt, is dat voor een groot draagvlakvan beleid rondom exoten objectieve feitenen kennis niet van doorslaggevendewaarde zijn. Naast visie en kennis is ookeen uitgekiende communicatiestrategievan belang. Dat is onlangs duidelijk geblekentoen SOVON een rapport over dehuiskraai uitbracht waar in de media onmiddellijkeen hoop over te doen was enwaar ook menige vogelaar zijn meningover klaar had. Het SOVON rapport gaf aandat er wel degelijk een risico is dat dezesoort in Nederland een plaagsoort wordten wat er bekend is over eventueel tenemen maatregelen. Inmiddels is duidelijkdat de overheid behoorlijk worstelt metdeze kwestie en dat zal mogelijk ook hetgeval zijn in voorkomende gevallen rondomvreemde eekhoorns, wasbeerhonden enandere ‘nieuwe’ binnenkomers die als invasieveexoot worden gekenmerkt waarbijaannemelijk kan worden gemaakt dat ereen bepaald risico bestaat voor volksgezondheid,natuur of landbouw.Naïef als we zijn als ecologen denken wedat het beleid voldoende heeft aan objectievekennis en feiten voor het nemen vaneen beslissing. Niet dus, het gaat veelmeer om ethiek en filosofie. Wat vindenmensen van de natuur, welk beeld hebbenze van natuur en welke waarde en rechtenhebben wilde dieren, dus ook exoten? Zoveel mogelijk geobjectiveerde kennis eneen ‘neutrale’ opstelling blijken lang nietzo doorslaggevend als gedacht. De exootblijkt in feite een emoot!Wat niet onderschat moet worden is debeeldvorming. Dat begint al met het simpelefeit hoe de exoot eruit ziet? Is het eenprettig ogende soort zoals een vogel of eenzoogdier of een onbeduidend of zelfs gevaarlijken eng uitziend insect? Er zal weinigophef ontstaan over het wegvangen vanAmerikaanse rivierkreeften of andere macrofaunaexoten. Maar kom niet aan leukekleine grondeekhoorntjes. Belangrijk isdaarbij ook wie en hoe de boodschap gebrachtwordt om tot bestrijding over tegaan. Als natuurorganisaties samen metde overheid plannen maken om in te grijpen,zoals bijvoorbeeld in het geval van derosse stekelstaarteend of egels op sommigeSchotse eilanden, dan is de acceptatiegraadvoor ingrijpen veel hoger danwanneer alleen de overheid waarschuwten voorlicht.Als de populatie nog uit enige exemplarenbestaat, dan is er nog niet veel aan dehand. Juist dan is het echter slim om beslissingente nemen over eventueel ingrijpen.Maar op dat moment heb je geenduidelijk aanwijsbare negatieve effecten.Dat leidt tot een dilemma. Hoe kun je overtuigenzonder dat er al meetbare effectenzijn? Of moet je wachten op die effectenmet alle risico’s van dien? De oplossinglijkt om zo goed als maar kan te gaan voorspellenwat er (mogelijk) gebeurt. Datdient dan te worden uitgedrukt in kansenen onzekerheden. Maar het blijkt heelmoeilijk uit te leggen te zijn aan het grotepubliek, achterban en politiek. Het zegt demensen niet zoveel als een deskundigevertelt dat er een kans van laten we zeggentachtig procent is dat een soort zichverschrikkelijk gaat uitbreiden en dat ervoorzichtige schatting is dat er 10.000exemplaren kunnen verschijnen, maar dathier wel een grote mate van onzekerheidom heen zit. Deskundigen die gewend zijnom dit soort kansen in vrij technische taalin hun rapporten te schrijven, zijn normaalgesproken niet getraind om deze ook opeen duidelijke wijze te communiceren.Conclusie: de rol van de wetenschapper inde exotendiscussie is beperkt (maar belangrijk)en raakt ondergesneeuwd zondereen goede inbedding in beleid.Er is behoefte aan een helder exotenbeleidmet een pro-actieve aanpak, zodat waarnodig snel en accuraat kan worden ingegrepen.Alleen dan kunnen kennis en gegevens ophun waarde worden geschat en kan eenexotenbeleid draagvlak verwerven en mogelijktot een succes worden gemaakt. Ookonder de zoogdieren blijken de laatste decenniasteeds meer exoten in ons land opte duiken. Juist deze soorten zijn vaak aaibaaren zullen snel in de publiciteit komenindien maatregelen worden overwogen.Het lijkt me dan ook goed dat de Zoogdierverenigingzich sterk maakt voor een goeden transparant exotenbeleid, waarmeezowel de overheid als ook een belangengroepals de Zoogdiervereniging uit de voetenkan. Ondertussen kunnen dezoogdieronderzoekers zich al wagen aanbespiegelingen over voorspellingen vannieuw te verwachten soorten en inschattingenover de mogelijke impacts van dezenieuwelingen, zodat snel kan worden ingespeeldop eventuele nieuwe ontwikkelingen.Ruud Foppen is Hoofd Onderzoek & AdviesSOVON Vogelonderzoek Nederlandruud.foppen@sovon.nlPallas’ eekhoorn. Foto Ard van Roij.Wallaby. Foto Greg The BuskerDamhert. Foto Paul van HoofZoogdier 21-2 pagina 29Wasbeerhond. Foto Dick Klees


WaarnemingenBijzondere waarnemingen van zoogdierenin Vlaanderen en Nederland.Mongoolserenmuizenin BruggeRecent moesten we weer een nieuwe exoot toevoegenaan Waarnemingen.be: de Mongoolse renmuis. In eenparkje in de Brugse binnenstad aan de voet van deSint-Salvatorkathedraal, vlakbij een drukke winkelstraat,hebben minstens twee albino renmuizen eenvolledig gangenstelsel uitgebouwd in en onder eenomgezaagde boom. De determinatie is overigens niet100% zeker, omdat er sterk gelijkende soorten zijn.Mongoolse renmuis. Foto Alex de DeynJe kunt de dieren benaderen tot op ongeveer 6 meter,geen schuwe diertjes dus. Mogelijk komt dit ook doordatze af en toe eten toegeworpen krijgen van de velevoorbijgangers. Ze waren daar zeker al aanwezig inde zomer van 2009, en hebben bijgevolg de vrijstrenge winter overleefd. Deze soort staat op de positieflijstvan zoogdieren die je in Vlaanderen als huisdiermag houden. Er is echter niets bekend over hunkans om te overleven en zich voor te planten in onzevrije natuur, en of ze een bedreiging kunnen vormenvoor onze inheemse fauna en flora. Dus best hopendat de slechtvalken die op de kathedraal nestelen ereen lekkere hap in zien…Goedele Verbeylen en Johan DevosBunzing ophet dakOns huis staat in een groene woonwijkin Huissen, vlakbij de uiterwaarden vande Nederrijn. Begin maart hebben wij ontdekt dat wijeen gast in huis hebben: een bunzing! Het dier klomdoor de klimop naar het dak en verdween daar onderde dakpannen. Op een dag sleepte de bunzing meteen ei van een eend die onze tuin als broedplaats hadgekozen. Zo lang wij geen last hebben van deze huisgenoot,mag hij of zij blijven.Dirk van RheeBunzing. Foto Dirk van RheeZoogdier 21-2 pagina 30


De donkere, spitse ‘vossensnuit’ van de boommarter vergeleken met de blekere, rondere ‘poezenkop’ van de steenmarter. Foto Bram ConingsOpnieuw eenOost-VlaamseboommarterOp 18 maart 2010 werdopnieuw een doodgeredenboommarter gevondenin Vlaanderenen ingezameld via hetMarternetwerk van hetInstituut voor Natuur- en Bosonderzoek(INBO). Het is amper het elfde exemplaarsinds de opstart van het netwerk in 1998(zie Van Den Berge, 2009). Het dier sneuveldein de Oost-Vlaamse gemeenteLaarne, deelgemeente Kalken. Uit de autopsiebleek dat het om een eerstejaarsmannetjegaat (tien of elf maanden oud),en dus best mogelijk om een dier dat nogop zoek was naar een eigen leefgebied. DeZoogdier 21-2 pagina 31vindplaats ligt slechts op ongeveer vijftienkilometer van de gekende voortplantingsplaatsvan Sint-Niklaas (Sinaai), maar tenopzichte daarvan wel aan de andere kantvan de E17-autosnelweg. Opmerkelijk isechter dat in de onmiddellijke buurt van devindplaats zelf, in een boscomplex op hetgrondgebied van de gemeente Berlare, in2000-2001 meerdere waarnemingen vanlevende dieren werden gedaan. Deze waarnemingenwerden als betrouwbaar beoordeeld(Van Den Berge et al. 2000, Van DenBerge & De Pauw 2003).Het verkeersslachtoffer werd evenwel driekilometer buiten dit boscomplex aangetroffen,zowat middenin een dorpskom.Ging het om een ‘uitstapje’ van een lokaaldier? Fungeert het natuurgebied aldaar alseen tijdelijke ‘sink’ voor jongen die wegtrekkenuit Sinaai, of is hier sprake van eenandere voortplantingslocatie? De kans lijktreëel dat dit laatste het geval is. Het keelvlekpatroonvan het verkeersslachtofferverschilt in elk geval van dat van de tweejongen die de voorbije zomer in Sinaai doorde cameravallen veelvuldig werden gefotografeerd,maar mogelijk waren er toenmeer jongen. Opmerkelijk is ook dat dewaarneming uit 2000 een zomerwaarnemingbetrof van twee dieren samen. Eennieuwe tip van de sluier opgelicht? De fotovallenzullen het de komende zomer hopelijkuitwijzen.Met dank aan de vinder.Koen Van Den Bergekoen.vandenberge@inbo.beVerder lezen?• Van Den Berge, K., S. Broekhuizen & G.J.D.M.Müskens, 2000. Voorkomen van de boommarterMartes martes in Vlaanderen en het zuiden vanNederland. Lutra 43(2): 125-136.• Van Den Berge, K. & W. De Pauw, 2003. BoommarterMartes martes (Linnaeus, 1758). In: S.Verkem et al. (eds.), Zoogdieren in Vlaanderen.Ecologie en verspreiding van 1987 tot 2002: 341-348. Natuurpunt Studie, Mechelen & JNM-Zoogdierenwerkgroep,Gent, België.• Van Den Berge, K., 2009. Vlaamse boommarterverder op het spoor. Boommarter in Vlaanderenextreem zeldzaam. Zoogdier 20(2): 14-17.


C O L U M Nkend te werken samen met de nodigemedia-aandacht natuurlijk.Niet te missen…Lang niet al het nieuws over zoogdierenkan hier in Zoogdier worden opgenomen.Hou dus onze site (die in eennieuw jasje zit) en die van Natuurbericht.nlin de gaten. Daar meldden we delaatste tijd onder andere dat het aantaldassen toeneemt, dat de Australischewallabies zich als soort in Nederland lijkente vestigen, dat er een record aantalbruinvissen tussen Hoek van Holland enHarwich gezien is, dat er een veldmuisop Texel is gesignaleerd (wat grote gevolgenkan hebben voor de noordsewoelmuizen daar), dat een mogelijkewilde kat op de snijtafel onderzocht is endat het weer beter gaat met een aantalvleermuissoorten. En dan zijn er ooknog eens unieke filmpjes te zien vanbevers en van jonge vosjes.BOEKRECENSIEBoek over edelhertenNa de recente film over het edelhert (zieZoogdier 21-1) is er nu ook een nieuwboek verschenen over ons grootstehoefdier: ‘Het edelhert: observeren enherkennen’. De auteur, Rob Borst vanIPC Groene Ruimte, geeft heldere beschrijvingenover het leefgebied, leefwijze,het observeren en het aansprekenvan edelherten. De term ‘aanspreken’(inschatten van leeftijd en conditie) geeftal aan dat wildbeheerders een belangrijkedoelgroep zijn, maar ook voor anderegeïnteresseerden is dit boek eenverrijking voor de boekenkast. Het boekis prettig geschreven en bevat veel praktischeaanwijzingen voor het observerenvan edelherten. Door de korte teksten incombinatie met de vele functionele foto’s(toegegeven: de kwaliteit van de foto’sis wisselend) en olieverfschilderingen is het boek geschikt voorzowel leken als ingewijden. Het is bovendienmooi vormgegeven en zeer lijvig:bijna 200 pagina’s op groot formaat.Minpunt is toch wel dat er geen literatuurlijstof tips om verder te lezen zijnopgenomen. Het boek is te verkrijgenvia www.ipcgroen.nl, voor €39,-.Giften: film over wild zwijnIn het kader van het ‘Jaar van het WildZwijn’ wil de Zoogdiervereniging in samenwerkingmet Enting Films een kortefilm (circa 10 minuten) over het wildzwijn maken. Met deze film wil de Zoogdierverenigingpositieve aandachtschenken aan het wild zwijn. Dit kandoor te laten zien welke positieve invloedzwijnen op bossen kunnen hebbenen dat er naast afschot ook andere methodeszijn om overlast te voorkomen.Dit is hard nodig omdat de omgang methet wild zwijn nu eenzijdig is vooral isgebaseerd op negatieve kanten van dezedieren.Het is de bedoeling om de film te vertonentijdens het symposium dat in hetkader van het boek en een kansenkaartover het wild zwijn komend najaar wordtgeorganiseerd. Verder willen wij de filmbeschikbaar stellen via internet, zodatzoveel mogelijk mensen de film kunnengaan bekijken.Een deel van de fondsen is al geworven,maar de Zoogdiervereniging zal zelf ookeen financiële bijdrage moeten leverenom de film te kunnen maken. Wij willenu hierbij oproepen om ook een bijdragete leveren. Wanneer u minimaal €25,-doneert, krijgt u een exemplaar van defilm op DVD thuisgestuurd. Maak dezefilm mogelijk en maak uw bijdrage overop rekeningnummer 203737 ten namevan de Zoogdiervereniging in Nijmegen,onder vermelding van ‘Film wild zwijn’en uw adresgegevens.Zoogdier 21-2 pagina 33Laat ik beginnen met positief nieuws: “hetgaat goed met de bever in Nederland”. Dit citaatheb ik overgenomen uit “Castor” de digitalenieuwsbrief van de BeverwerkgroepNederland, een van de werkgroepen van onzevereniging. Deze nieuwsbrief geeft een duidelijkbeeld hoe de informatie over de beverstandin ons land door vrijwilligers wordtverzameld. De volledige digitale versie vanCastor kunt u overigens vinden op de websitevan de Zoogdiervereniging onder de knop‘publicaties’, zeker de moeite waard om daareens te gaan grasduinen.De beverwerkgroep heeft haar gegevens overde stand van de bever verkregen door opzoek te gaan naar sporen en burchten endoor simultaantellingen te houden. Maarvoor kleine soorten als de muizen werkt ditniet, eenvoudigweg omdat ze moeilijk waarte nemen zijn. Toch willen we onze kennisover deze soorten vergroten omdat dat debasis is voor bescherming. Om de dieren tekunnen determineren gebruiken we ‘lifetraps’ (inloopvallen), dat zijn vallen waarin dedieren in leven blijven mede doordat voedselen hooi wordt toegevoegd. In de praktijk blijktechter dat het bij muizen toch nog regelmatigmis gaat. Voor de onderzoekers van de Zoogdierverenigingwas dit een punt van zorg.Daarom zijn we blij met het onderzoek datstudenten recent hebben uitgevoerd naar hoeje sterfte bij muizenonderzoek het best kuntbeperken. Dat de meeste slachtoffers vielenonder de spitsmuizen wisten we al, maar datde mortaliteit sterk daalt door in alle inloopvallenstandaard ook meelwormen te doen isnieuw. Elders in dit nummer staat een artikelover dit onderzoek.Het kantoor van de Zoogdiervereniging issinds maart gevestigd in een mooi, ruim enlicht pand op de campus van de Radboud Universiteitte Nijmegen. Helaas is dit pand metde TomTom nog niet te vinden. Regelmatigkomt het voor dat we gasten via de mobieletelefoon moeten ‘binnenloodsen’. Dit komtomdat de omgeving van ons pand nog heringerichtmoet worden. De leden die onsnieuwe onderkomen al wel hebben gevondenzijn unaniem enthousiast. Ik ben er dan ookvan overtuigd dat onze vereniging vanuit dezelocatie een boeiende nieuwe weg is ingeslagen.Jos Teeuwissedirecteur van de Zoogdiervereniging


Kort nieuwsNieuws van de Zoogdiervereniging (Nederland) en van deZoogdierenwerkgroep en de Vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt (Vlaanderen).NEDERLANDVerhuizingHet kantoor van de Zoogdierverenigingis verhuisd van Arnhem naar Nijmegen.We maken daar samen met de collega’sHet nieuwe kantoor. Foto Jasja Dekker.van Stichting Bargerveen, SOVON,RAVON en FLORON deel uit van Natuurplazadat gevestigd is in een geheel vernieuwdpand op de campus van deRadboud Universiteit. Het is de bedoelingdat er een intensieve samenwerkinggaat ontstaan binnen Natuurplaza enmet de universiteit. De Zoogdierverenigingbeschikt over een ‘eigen’ kantoorunitdie is aangebouwd tegen hethoofdgebouw. We kunnen ook gebruikmaken van de ruime vergaderfaciliteitenvan Natuurplaza en onze collega’s makkelijkontmoeten door simpelweg evenbij ze langs te gaan.Landelijke ZoogdierdagOp 17 april werd de jaarlijkse LandelijkeZoogdierdag georganiseerd in onsLandelijke Zoogdierdag. Foto Chris Achterbergnieuwe kantoor in Nijmegen. Het themavan de dag was ‘Zoogdieren in de stad’.Er stonden gevarieerde lezingen op hetprogramma: de stad als biotoop voorzoogdieren, steenmarters in Deventer,de resultaten van het Jaar van de Egel,zoogdieren in Amsterdam, vleermuizenin de stad, overlast door knaagdieren enhet stadsvogelproject van de Vogelbescherming.Met zo’n honderd aanwezigenwas de Zoogdierdag goed bezocht.Tijdens de lunch was er de gelegenheidom het nieuwe kantoor van de Zoogdierverenigingte bekijken. In een aantalkamers hingen posters over het werkvan de medewerkers en er werden beeldenvan cameravallen vertoond.Ook de Algemene Ledenvergaderingwerd gehouden tijdens de lunchpauze.Hierin werd de jaarrekening akkoord bevondendoor de leden, werd een aantalbestuursleden herkozen en werden hetjaarverslag en meerjarenbeleidsplanvan de vereniging besproken.Poster zoekt zoogdierenOm zoveel mensen te betrekken bij hetwaarnemen van zoogdieren –hard nodigvoor alle atlasprojecten – is er nu eennieuwe folder gemaakt. Onder hetmotto ‘Opsporing Verzocht’ wordt uitgelegdhoe je waarnemingen kunt doorgevenen waarom dat zo belangrijk is. Ommensen op weg te helpen is de achterkantvan de folder uitklapbaar tot eenfraaie poster (A3 formaat) met een aantalmeer algemene zoogdiersoorten enhoe die te herkennen zijn.Ook zit er een bon in waarmee mensenlid kunnen worden van de Zoogdierverenigingen vertellen we mensen wie wezijn en wat we doen. Bij deze willen wede fotografen bedanken die hieraanmeewerkten. Met name Paul van Hoofdie het merendeel van de foto’s leverde.De folder is mede mogelijk gemaaktdoor een bijdrage van de GegevensautoriteitNatuur.Wie de zoogdieren en de Zoogdierverenigingwil promoten, kan de poster opvragenbij het secretariaat van deZoogdiervereniging (zie colofon).Begeleidingsgroep wisentenIn eerdere nummers van Zoogdier werdgeschreven over het pilotproject met wisentenin het Kraansvlak, in de Kennemerduinenbij Haarlem. Dit pilotprojectkent een begeleidingsgroep die enkelekeren per jaar bij elkaar komt om deontwikkelingen en te maken keuzes besprekenen hierover te adviseren. De begeleidingsgroepbestaat onder andereuit Ark Natuurontwikkeling, Staatsbosbeheer,Natuurmonumenten en LargeHerbivore Foundation. Sinds afgelopenvoorjaar heeft de Zoogdierverenigingzich hierbij aangesloten.Gezocht: vrijwilligers!Natuurmonumenten is op zoek naarvrijwilligers die het leuk vinden omzoogdieren te gaan inventariseren ophun terreinen. Het gaat om de volgendegebieden en soortgroepen:*Noordoost Twente – vleermuizen*Utrecht – vleermuizen in de Coelhorsten Kaapse bossen en waterspitsmuizenin Eemland en Haarzuilens.*Noordwest Veluwe – vleermuizen in hetLeuvenumse bos*Oost-Veluwe – vleermuizen rondom destuwwal (Hoeven Delle, Reeënberg enMunsterman)Ook minder ervaren vrijwilligers kunnenzich aanmelden. Er zijn ervaren vrijwilligersaanwezig en er worden zo nodigcursussen georganiseerd om inventarisatiemethodesonder de knie te krijgen.Stuur een mail aan vrijwilligers@zoogdiervereniging.nl.De Zoogdiervereniging zoekt zelf ooknog vrijwilligers. De vacatures Medewerk(st)erredactie website en Medewerk(st)erzoogdierwinkel staan op onzesite.Mollen en paashazenDe acties om mensen aan te sporenwaarnemingen door te geven in hetkader van Zoogdieratlas.nl zijn een succes.Zowel de oproep om tijdens hetPaasweekend hazen door te geven alsdie om molshopen te melden, leverdenveel reacties op. Speciaal voor deze algemenesoorten was een simpele invoermodulegemaakt opZoogdieratlas.nl. En dat bleek uitste-Zoogdier 21-2 pagina 32


VlAANDERENCampagne Wanted Alive: eenVlaamse otter!De otter verdween eind vorige eeuw vollediguit Vlaanderen.De Zoogdierenwerkgroep looft €500 uitaan wie het bewijs kan leveren van dehuidige aanwezigheid van de Europeseotter (L. lutra) in Vlaanderen (incl. Brussel).Indien geen zekere waarnemingwordt verkregen voor 27/11/2010, gaathet bedrag naar het meest ottervriendelijkenatuurgebied in Vlaanderen.Verdere informatie en het campagnereglement:www.zoogdierenwerkgroep.be/ottercampagne.Zoogdierenhappening en AlgemeneVergadering 20maart 2010In het NME De Bourgoyen in Gent kwameen 40-tal mensen luisteren naar boeiendevoordrachten over onderzoek naarevenhoevigen en de vossenproblematiek(respectievelijk door Jim Casaer enKoen Van Den Berge). Johan Lefebvregaf een uiteenzetting over een nieuweonline module om braakbalgegevens teregistreren.Diemer Vercayie belichtte de toekomstplannenvan de Zoogdierenwerkgroep,Zoogdierenhappening. Foto Hugo Janssensmet nadruk op informatieverstrekkingen zoogdierbescherming. Een previewvan de gemoderniseerde website werdgedemonstreerd door Dirk Criel. Dewebsite focust nu op de belangrijkstevragen van de bezoeker: zorgen voor,hinder door, studie van en informatieover zoogdieren. Onder een gordijn vanpijpenstelen gingen de aanwezigen meeop een live-trapsessie. Ondanks het regenweervingen we mooie aantallenrosse woelmuizen en bosmuizen, 1 bosspitsmuisen 1 dwergspitsmuis.Bij deze wenst de Zoogdierenwerkgroepde leden te bedanken voor hun steun ende bestuursleden voor hun blijvendeinzet.North Sea Pelagic. Foto Diemer VercayieVerslag North Sea Pelagicvanuit Oostende 21 februari2010Driedubbeldik warm aangekleedscheepten 50 moedigen in op een voormaligevisserschuit bij een windkrachtvan 3-5 bft. Kort na het vertrek werdenenkele bruinvissen waargenomen. Aangekomenbij de Fairy bank werd gechummed,wat in een mum van tijdzorgde voor een pak zeevogels: de janvan-gentenstalen de show. Kort na demiddag wakkerde de wind aan tot eenslordige 7 bft, wat het waarnemen vanvogels en zeezoogdieren bemoeilijkte.Wie later thuis een bad nam, kon nognagenieten van de deining.Kanotocht in de Biesbosch. Foto Diemer VercayieVerslag kanotocht in de Biesbosch8-9 mei 2010Weersvoorspelling: zwaarbewolkt metgrote kans op buien. Nachttemperaturen4 tot 5 °C. Wind tot 3 bft. Je zou voorminder afhaken voor een tweedaagsekanokampeertocht. Tien dappere peddelaarsvertrokken uit de Vissershang(Hank) in Canadese kano’s volgestapeldmet vuilniszakken (bagage!). De regenstopte nog voor het vertrek; de wolkenzouden voor rust zorgen in de BrabantseBiesbosch.Onder een soundscape van vogelzangging het richting boerderijcamping opde Vischplaat. Talrijke beversporen (afgeknaagdetakken, glijbanen en prentenop de oevers), Cetti’s zangers, nachtegalen,een enkele blauwborst en een ijsvogeltjekleurden de tocht. Op deVischplaat genoten we even van eenkampvuur en sprongen terug de kano inom bij zonsondergang bevers te zoeken.Tijdens een uurtje muisstil peddelenpasseerden we een beverburcht en lieteen ree zich zien. In de schemeringwerd door het merendeel van de deelnemerseen overzwemmende bever gezien.Roepende roerdompenbegeleidden ons terug naar de Vischplaat.In het donker volgde een tweedebeverwaarneming: een luide plets ophet water op anderhalve meter van dekano’s.Na deze geslaagde trip genoten we vaneen “walking barbecue-buffet” vanonder andere Schotse Hooglandervlees…lekker Bourgondisch tot middernacht.Om vijf uur waren we alweer opzoek naar bevers. Op één plons na, terwijlwe nog de slaap uit onze ogen wreven,werden geen bevers meerwaargenomen. Ontbijtje op de campingen zachtjes terug naar de Vissershang(oei, die vermoeide schouders!). Namooie waarnemingen van lepelaars,spindotterbloem en een bezoekje aanechte grienden meerden we moe maarvoldaan (en droog!) aan in de jachthavenom af te sluiten met een lekker drankjeop een zonnig terras.Zoogdier 21-2 pagina 34


Agenda & adressen19 juni Kortste Nacht van het Zoogdier in VlaanderenDe Kortste Nacht van het Zoogdier gaat dit jaar door in de Kaaihoevein Zwalm. Meer info bij “Kort nieuws”.Diverse data in juli en augustus Bevertellingen Blauwe Kamer,IJssel en Gelderse PoortMeer informatie via beverwerkgroep@zoogdiervereniging.nl16-19 september Walvistrip op de Atlantische OceaanAangezien de lijn Portsmouth-Bilbao-Portsmouth op 27 september2010 definitief wordt stopgezet, is het dit jaar je laatste kansom deze zeezoogdieren- en vogeltrip nog mee te maken! De Zoogdierenwerkgroepvan Natuurpunt heeft een beperkt aantal kajuitenkunnen bemachtigen. Als je zeker wil zijn van een plaatsje, dien jeheel snel in te schrijven.18,19 september Tweede Egelweekend in NederlandTijdens het derde weekend in september wordt voor de tweedekeer een nationaal Egelweekend gehouden op initiatief van deZoogdiervereniging. Iedereen die dan iets wil organiseren overegels kan zich bij dit evenement aansluiten. Meld u door eenmail te sturen aan jaarvandeegel@zoogdiervereniging.nl.Najaar 2010 Wild Zwijn symposium: presentatie boek en kansenkaartNadere informatie over datum en locatie volgt1 oktober 2010 Symposium Economie van het WildMeer informatie volgt op website11-12-13 november 28ste MartercolloquiumInternationaal symposium over alle marterachtigen, deze keergehouden in Nederland (Nijmegen). Nadere informatie volgt.NEDERLANDZoogdierverenigingPostadres: Postbus 6531, 6503 GA NijmegenBezoekadres: Natuurplaza, Mercator 3, Toernooiveld 1, 6525 ED NijmegenTelefoon 024-7410500 Fax 024-7410501info@zoogdiervereniging.nl www.zoogdiervereniging.nlVeldwerkgroep NederlandEric Thomassen, Middelstegracht 28, 2312 TX Leiden, 071-5127761,veldwerkgroep@zoogdiervereniging.nlMateriaaldepot VeldwerkgroepJan Alewijn Dijkhuizen, materiaal@zoogdiervereniging.nlVleermuiswerkgroep NederlandAnne-Jifke Haarsma, p/a Postbus 6531, 6503 GA Nijmegen, 023-5472583,vleermuiswerkgroepnederland@zoogdiervereniging.nlwww.vleermuis.netWerkgroep ZoogdierbeschermingMarijke Drees, Steenhouwerskade 80, 9718 DH Groningen, 050-5274525,info@zoogdiervereniging.nlWerkgroep Boommarter NederlandBen van den Horn, Celsiusstraat 4, 3817 XG Amersfoort, 033-4625970,boommarterwerkgroep@zoogdiervereniging.nlWerkgroep ZeezoogdierenJan Willem Broekema, Brikkenwal 20, 2317 GT Leiden,jw@broekema.infoWerkgroep Kleine marterachtigenTim Hofmeester, p/a Postbus 6531, 6503 GA Nijmegen,werkgroep-kleine-marterachtigen@zoogdiervereniging.nlBeverwerkgroep NederlandGerrit Kolenbrander, Postbus 6531, 6503 GA Nijmegen, 024-7410500beverwerkgroep@zoogdiervereniging.nlZoogdierwerkgroep ZeelandNanning-Jan Honingh, Schoondijkse dijk 35, 4438 AE Driewegen, 0113-403259,nanning-jan.honingh@slz.landschapsbeheer.nlZoogdierwerkgroep OverijsselAnnelies van der Blij, p/a Natuur & Milieu Overijssel, Stationsweg 3,8011 CZ Zwolle, 038-4250979, blij@natuurmilieu.nlRedactie wetenschappelijk tijdschrift LUTRAp/a Postbus 6531, 6503 GA Nijmegen, 024-7410500, 026-3705318,lutra@ zoogdiervereniging.nl20 november Algemene ledenvergaderingZoogdierverenigingJaarplan en begroting worden besproken.27 november Symposium rond zoogdieren en water(datum onder voorbehoud) De Vlaamse Zoogdierenwerkgroepen Vleermuizenwerkgroep organiseren een zoogdierensymposiumrond het thema water. Op dit symposium wordt de prijsvan de ottercampagne uitgereikt.1 januari 2011 Europese Jaar van de vleermuizengaat van startGa voor actuele informatie naar onze websites:www.zoogdiervereniging.nlwww.zoogdierenwerkgroep.beVLAANDERENNatuurpuntNatuurpunt StudieGoedele Verbeylen, Coxiestraat 11, 2800 Mechelen,015/297244, goedele.verbeylen@natuurpunt.beZoogdier 19-1 pagina 35Natuurpunt ZoogdierenwerkgroepPaul Van Daele, Rekkemstraat 144, 9700 Volkegem, 0494-401777,saripaul@skynet.be, www.zoogdierenwerkgroep.beNaast de overkoepelende Vlaamse Zoogdierenwerkgroep zijn plaatselijk ookheel wat lokale en regionale zoogdieren- en natuurstudiewerkgroepenactief rond zoogdieren. Hun contactgegevens vind je op de website.Natuurpunt VleermuizenwerkgroepAlex Lefevre, Klissenhoek 85, 2290 Vorselaar, 014-516201,vleermuizenalex@yahoo.com, www.natuurpunt.be/vleermuizenwerkgroepJNM ZoogdierenwerkgroepDaan Dekeukeleire, Polderdreef 37, 9840 De Pinte, 0474-488979,daan@jnm.be, www.jnm.be


Het moment van...Lieke EgbertsIn deze rubriek presenteren fotografen hun meest geliefde foto en het bijbehorende verhaal.Uw inzending is welkom. Stuur deze naar redactie.zoogdier@zoogdiervereniging.nl of per post naar deredactie op Postbus 6531, 6503 GA NijmegenHermelijn Het was een prachtige dag toen we vanuit de Randstad, de Achterhoek inreden. We verheugden onsenorm op deze paar dagen op een (voorheen) boerderij. Verrekijkers en fototoestel met lenzen lagen op de achterbankin de aanslag. We zouden eens iets missen! Aangekomen, snel uitpakken en naar buiten, de omgeving verkennenrond de boerderij. Hier moest iets te zien zijn, en wel vlug, in deze mooie omgeving. Eerst maar eens een kopkoffie op het terras. Maar mijn man, nooit rustig, liep nog wat te keutelen altijd op zoek naar die ene specialevogel. Toen er plots door hem gesist werd: “kijk, kijk, daar, ja nu is het alweer weg...” “Wat zag je dan?” “Een wezeltje!”Ik kon het bijna niet geloven, dus ging op onderzoek uit. Nergens wat te zien. Heb de boer het verteld en dehoop uitgesproken hem nog eens te zien. ‘s Avonds riep de boer mij. Hij zag hem weer lopen. Ze waren met z’ndrietjes. Heel snel mijn camera gepakt en na uren wachten, kwam hij nieuwsgierig uit zijn schuilplaats. De anderetwee lieten zich een keer zien en toen werd het donker. Daarna drie volle dagen op het grasveld in mijn schuiltentjegezeten. Maar één fotosessie vonden ze kennelijk genoeg want ik heb ze niet meer gezien. Apetrots was ik met mijnfoto’s. Het bleek geen wezeltje te zijn, maar een hermelijn, geweldig! Graag ga ik naar die ene plek nog eens terugen wie weet…

More magazines by this user
Similar magazines