'Een Leven Lang Leren'-Programma Gids 2010 - Epos

epos.vlaanderen.be
  • No tags were found...

'Een Leven Lang Leren'-Programma Gids 2010 - Epos

GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I'Een Leven Lang Leren'-ProgrammaGids 2010Deel I: Algemene bepalingenhttp://ec.europa.eu/llp Blz. 1


InhoudGIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I1. ALGEMEEN OVERZICHT VAN HET 'EEN LEVEN LANG LEREN'-PROGRAMMA ................... 31.A. WAT IS DE STRUCTUUR VAN HET PROGRAMMA? ...................................................................................... 51.B. WELKE ACTIECATEGORIEËN WORDEN GESTEUND?.................................................................................. 71.C. WELKE LANDEN NEMEN DEEL AAN HET PROGRAMMA?............................................................................ 91.D. WIE KAN ERAAN DEELNEMEN? .............................................................................................................. 101.E. WIE DOET WAT?..................................................................................................................................... 111.F. ENKELE BASISBEGRIPPEN....................................................................................................................... 142. WAT IS DE LEVENSCYCLUS VAN EEN PROJECT? ........................................................................ 152.A. DE ADMINISTRATIEVE CYCLUS............................................................................................................... 152.B. DE FINANCIËLE CYCLUS......................................................................................................................... 162.C. GELDENDE REGELS ................................................................................................................................ 163. WAARUIT BESTAAN DE INDIEN- EN SELECTIEPROCEDURES? ............................................... 193.A. PROCEDURE VOOR HET INDIENEN VAN BEURSAANVRAGEN ................................................................... 193.B. PROCEDURE VOOR DE EVALUATIE EN SELECTIE VAN AANVRAGEN ....................................................... 214. FINANCIËLE BEPALINGEN .................................................................................................................. 304.A. ALGEMENE FINANCIËLE VOORWAARDEN VAN TOEPASSING OP ALLE ACTIES........................................ 304.B. SOORTEN FINANCIERINGEN.................................................................................................................... 304.C. MOBILITEITSBEURZEN VOOR NATUURLIJKE PERSONEN.......................................................................... 324.D. BEURZEN VOOR ORGANISATIES DIE MOBILITEIT ORGANISEREN (ERASMUS, LEONARDO DA VINCI ENGRUNDTVIG)...................................................................................................................................................... 384.E. PARTNERSCHAPPEN ............................................................................................................................... 414.F. MULTILATERALE PROJECTEN, NETWERKEN, AANVULLENDE MAATREGELEN, OBSERVATIE EN ANALYSE............................................................................................................................................................... 444.G. JEAN MONNET PROGRAMMA – KERNACTIVITEIT 1................................................................................. 535. VERSPREIDING EN GEBRUIK VAN RESULTATEN IN HET 'EEN LEVEN LANG LEREN'-PROGRAMMA................................................................................................................................................... 585.A. WAT WORDT VERSTAAN ONDER DE VERSPREIDING EN HET GEBRUIK VAN RESULTATEN?..................... 595.B. HET OPSTELLEN VAN EEN STRATEGIE EN PLAN VOOR DE VERSPREIDING EN HET GEBRUIK VANRESULTATEN ..................................................................................................................................................... 615.C. ALGEMENE KENMERKEN VAN PROJECTRESULTATEN ............................................................................ 645.D. PUBLICITEIT........................................................................................................................................... 655.E. BESCHERMING VAN DE PRIVACY............................................................................................................ 66http://ec.europa.eu/llp Blz. 2


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IInleidingDeze Gids bevat aanvullende informatie bij de jaarlijkse Oproep tot het Indienen vanVoorstellen voor het Een Leven Lang Leren'-Programma. Wij raden aanvragers ook aanom de websites van het Uitvoerend Agentschap voor Onderwijs, Audiovisuele media enCultuur of van het relevant Nationale Agentschap (zie sectie 1.E) te raadplegen.Deze Gids heeft als doel:• Aanvragers te helpen bij het aanvragen van beurzen en het invullen vanaanvraagformulieren• De aanvragers een gepaste begroting te helpen opstellen voor hun dossier• Toelichting te geven bij eventuele onduidelijkheden in de Oproep tot het Indienenvan Voorstellen• Praktische informatie te verstrekken waarop de aanvragers beroep kunnen doentijdens de verschillende fases van de aanvraag en het selectieproces1. ALGEMEEN OVERZICHT VAN HET 'EEN LEVEN LANGLEREN'-PROGRAMMAHet Communautaire Actieprogramma op het gebied van Levenslang Leren (het'Een Leven Lang Leren'-Programma) 1 heeft als doel om via levenslang leren bij te dragentot de ontwikkeling van de EU als een gevorderde kennismaatschappij, met eenduurzame economische ontwikkeling, meer en betere banen en een sterkere socialecohesie. Het Programma is er in het bijzonder op gericht uitwisselingen, samenwerkingen mobiliteit te bevorderen tussen onderwijs- en opleidingsstelsels in de Unie zodat zijwereldwijd een referentie voor kwaliteit worden. Op deze manier pakt het programma demodernisering en aanpassing van de onderwijs- en opleidingsstelsels in de deelnemendelanden aan, in het bijzonder in de context van de doelstellingen van de Lissabonstrategie,en biedt het de burgers die deelnemen aan de mobiliteitsacties en anderesamenwerkingsacties een Europese toegevoegde waarde.Hieronder worden de specifieke doelstellingen van het programma voorgesteld. Zezorgen ervoor dat het 'Een Leven Lang Leren'-Programma de acties van de lidstaten ende andere deelnemende landen ondersteunt en aanvult, met alle respect voor hun eigenverantwoordelijkheid voor de inhoud van de onderwijs- en opleidingsstelsels en voor hunculturele en taaldiversiteit.Het 'Een Leven Lang Leren'-Programma zal zeven jaar duren (2007-2013). Hettotaalbudget voor deze periode is 6,970 miljoen EUR.1 Het programma werd in het leven geroepen door Besluit 1720/2006/EC van het Europees Parlement en vande Raad van 15 november 2006 OJ L327 van 24/11/2006 (en gewijzigd door Besluit 1357/2008 van hetEuropees Parlement en van de Raad van 16 december 2008).http://ec.europa.eu/llp Blz. 3


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IALGEMENE DOELSTELLINGUitwisselingen, samenwerking en mobiliteit tussen onderwijs- en opleidingsstelsels in deEuropese Gemeenschap bevorderen zodat zij wereldwijd een referentie voor kwaliteit worden.SPECIFIEKE DOELSTELLINGEN12Bijdragen tot de ontwikkeling van een leven lang leren van hoge kwaliteit, het bevorderenvan kwalitatief hoogwaardige prestaties, vernieuwingen en een Europese dimensie in destelsels en de praktijken in het veldDe ondersteuning van de realisering van een Europese ruimte voor Levenslang Leren3Helpen verbetering te brengen in de kwaliteit, aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van demogelijkheden in de lidstaten om een leven lang te leren4Stimuleren van de bijdrage van een leven lang leren tot sociale samenhang, een actiefburgerschap, de interculturele dialoog, gelijkheid tussen de seksen en de persoonlijkeontplooiing5Helpen bevorderen van creativiteit, concurrentievermogen, inzetbaarheid en de ontwikkelingvan een ondernemersgeest6Bewerkstellingen van een intensieve deelname aan een leven lang leren bij mensen van alleleeftijden, met inbegrip van personen met specifieke behoeften en kansarmen, ongeachthun sociaaleconomische achtergrond7Het bevorderen van het leren van talen en taalkundige verscheidenheid8Ondersteunen van de ontwikkeling van vernieuwende, op ICT gebaseerde inhoud, diensten,pedagogische benaderingen en praktijken voor een leven lang leren9Versterken van de rol van een leven lang leren bij de totstandbrenging van het besef vaneen Europees burgerschap, gebaseerd op inzicht en respect voor mensenrechten endemocratie, en stimuleren van tolerantie en respect jegens andere volkeren en culturen10Bevorderen van de samenwerking op het gebied van de kwaliteitsborging in alle sectoren vanonderwijs en opleiding in Europa11 Stimuleren dat optimaal gebruik wordt gemaakt van resultaten, vernieuwende producten enprocessen en uitwisselen van goede praktijken de door het programma Een Levn Lang Lerenbestreken terreinen, ter verbetering van de kwaliteit van onderwijs en opleidingDaarnaast moet het programma ook de horizontale beleidsmaatregelen van de EU verderstimuleren, zoals aangegeven in Artikel 12 van het Besluit over Een Leven Lang Leren.Dit in het bijzonder door:(a)(b)het stimuleren van het besef dat culturele en linguïstische diversiteit binnenEuropa belangrijk zijn, en dat het nodig is om racisme, vooroordelen en xenofobiete bestrijdenvoorzieningen te treffen voor lerenden met specifieke behoeften, in het bijzonderdoor hun integratie in het gewone onderwijs en de gewone opleidingen testimulerenhttp://ec.europa.eu/llp Blz. 4


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I(c)het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en bij te dragen tot hetbestrijden van alle vormen van discriminatie op basis van geslacht, ras of etnischeoorsprong, geloof of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid1.A.WAT IS DE STRUCTUUR VAN HET PROGRAMMA?Het 'Een Leven Lang Leren'-Programma bestaat uit: vier sectorale programma's, respectievelijk gericht op het schoolonderwijs(Comenius), het hoger onderwijs (Erasmus), de beroepsopleidingen (Leonardo daVinci) en de volwasseneneducatie (Grundtvig) een Transversaal programma, gericht op sectoroverschrijdende domeinen(beleidssamenwerking en vernieuwing op het gebied van levenslang leren, talen, deontwikkeling van vernieuwende ICT-inhoud, de verspreiding en het gebruik vanresultaten) een programma ter ondersteuning van onderwijs, onderzoek en denkprocessen rondEuropese integratie en de belangrijkste Europese instellingen en verenigingen (JeanMonnet programma)Het 'Een Leven Lang Leren'-ProgrammaSectorale programma’sCOMENIUSScholenERASMUSHogerOnderwijsLEONARDODA VINCIBeroepsopleidingenGRUNDTVIGVolwasseneneducatieTransversaal ProgrammaKernactiviteit 1 Beleidssamenwerking & Innovatie op het gebied van een Leven Lang LerenKernactiviteit 2 TalenKernactiviteit 3 De ontwikkeling van op ICT Gebaseerde InhoudKernactiviteit 4 Verspreiding en Gebruik van ResultatenJean Monnet ProgrammaJeanMonnetActieExploitatiesubsidiesterondersteuningvan SpecifiekeInstellingenExploitatiesubsidiester Ondersteuningvan AndereEuropeseInstellingenhttp://ec.europa.eu/llp Blz. 5


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL ICOMENIUSprogrammaSchoolonderwijsERASMUSprogrammaHoger OnderwijsLEONARDODA VINCI programmaBeroepsonderwijsen -opleidingenGRUNDTVIGprogrammaVolwassenenonderwijsKernactiviteit 1Beleidssamenwerking& Innovatie op hetgebied van Een LevenLang lerenKernactiviteit 2TalenHet Comenius programma focust op de eerste fase van hetonderwijs, met name het kleuter-, lager en secundaironderwijs. Het is van toepassing op alle mensen uit deonderwijsgemeenschap: leerlingen, leerkrachten, lokaleoverheden, ouderverenigingen, niet-gouvernementeleorganisaties, opleidingscentra voor leraars, universiteiten enalle andere leden van het onderwijzend personeel.Erasmus is het EU-programma voor onderwijs en opleidingenmet betrekking tot mobiliteit en samenwerking op het niveauvan het hoger onderwijs doorheen Europa. De verschillendeacties van dit programma zijn niet enkel bedoeld voorstudenten die in het buitenland willen gaan studeren enwerken, maar ook voor onderwijzend personeel uit het hogeronderwijs en uit ondernemingen die van plan zijn in hetbuitenland les te geven, en voor personeelsleden uit het hogeronderwijs die in het buitenland een opleiding willen volgen.Daarnaast ondersteunt Erasmus de samenwerking vaninstellingen voor hoger onderwijs via intensieve programma's,netwerken en multilaterale projecten, en hun inspanningenvoor een betere band met het bedrijfsleven.Het Leonardo da Vinci programma koppelt het beleid aan depraktijk op het vlak van het beroepsonderwijs en deberoepsopleidingen. Het omvat erg uiteenlopende projecten:van projecten die individuele personen de kans bieden huncompetenties, kennis en vaardigheden te verbeteren door eenbuitenlands verblijf tot pan-Europesesamenwerkingsverbanden tussen belanghebbenden in hetberoepsonderwijs en de beroepsopleidingen met het oog ophet aantrekkelijker maken en het verbeteren van de kwaliteiten de prestaties van beroepsonderwijsstelsels en -praktijken.Behandelt de onderwijs- en leerbehoeften binnen alle vormenvan volwasseneneducatie die niet in de eerste plaatsberoepsopleidingen zijn, evenals van de instellingen enorganisaties die dergelijke leermogelijkheden voorvolwassenen – van formele, niet-formele of informele aard –inrichten of mogelijk maken, met inbegrip van die voor deinitiële opleiding of nascholing van personeel.Acties met betrekking tot beleidssamenwerking en innovatie:bieden ondersteuning voor studiebezoeken door specialistenop het vlak van onderwijs en beroepsopleidingen, alsook voorstudies en vergelijkend onderzoek in deze domeinen opEuropees niveau. De belangrijkste doelstellingen zijn hetondersteunen van beleidsmaatregelen en samenwerking ophet gebied van levenslang leren, en het zorgen voor voldoendevergelijkbare gegevens, statistieken en analyses.Taaldiversiteit maakt deel uit van het leven in Europa. Zij kanleiden tot meer economische groei, de interculturele dialoogbevorderen en bijdragen tot ieders persoonlijke ontwikkeling.De EU-acties hebben als doel het leren van talen tebevorderen en de taalkundige verscheidenheid in Europa teondersteunen.http://ec.europa.eu/llp Blz. 6


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IKernactiviteit 3Ontwikkelen van opICT GebaseerdeInhoudKernactiviteit 4Verspreiding enGebruik vanResultatenJean Monnet ActieExploitatiesubsidiester ondersteuningvan SpecifiekeInstellingenExploitatiesubsidiester Ondersteuningvan Andere EuropeseInstellingenDe EU-acties hebben als doel de kracht van informatie- encommunicatietechnologieën (ICT) in te zetten bij deontwikkeling van innovatieve onderwijs- enopleidingsmethodes, om de toegang tot een leven lang leren teverbeteren en om geavanceerde managementsystemen tehelpen ontwikkelen.Om de impact van activiteiten en projecten gefinancierd doorhet 'Een Leven Lang Leren'-Programma (of door de eraanvoorafgaande programma's) te maximaliseren, moeten dezebij zoveel mogelijk potentiële gebruikers bekendgemaaktworden. Daarom dient elk door de EU gefinancierd project tezorgen voor de verspreiding en het gebruik van zijn eigenresultaten.Het Jean Monnet programma bevordert wereldwijd hetonderwijs, onderzoek en de denkprocessen rond Europeseintegratie aan instellingen voor hoger onderwijs. Met projectenverspreid over de vijf continenten bereikt het programma elkjaar tot 250.000 studenten.Er worden beurzen toegekend ter financiering van bepaaldeoperationele en administratieve kosten van de hiernagenoemde instellingen die doelstellingen nastreven die vanEuropees belang zijn:- het Europacollege- het Europees Universitair Instituut- het Europees Instituut voor Bestuurskunde- de Academie voor Europees recht- het Europees Agentschap voor de ontwikkeling van hetbijzonder onderwijs- het Internationaal Centrum voor Europese Vorming(CIFE)Er worden beurzen toegekend ter financiering van bepaaldeoperationele en administratieve kosten van Europeseinstellingen of verenigingen die werkzaam zijn op het gebiedvan het onderwijs en de beroepsopleidingen.1.B.WELKE ACTIECATEGORIEËN WORDEN GESTEUND?Het 'Een Leven Lang Leren'-programma ondersteunt de volgende Actiecategorieën:CharterEen geschreven document, toegekend door deEuropese Commissie, dat aan de in aanmerkingkomende instellingen voor hoger onderwijs demogelijkheid biedt deel te nemen aan Erasmusactiviteiten. Het Charter schetst de fundamenteleprincipes waaraan een instelling zich dient te houdenbij het organiseren en implementeren van mobiliteit ensamenwerkingen van hoge kwaliteit en bepaalt devereisten waaraan zij verklaren te zullen voldoen om dehoge kwaliteit van hun dienstverlening en procedureste verzekeren en om betrouwbare en transparanteinformatie te verstrekken.http://ec.europa.eu/llp Blz. 7


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL ICertificaatMobiliteitBilaterale en multilateralepartnerschappenMultilaterale projectenMultilateraal netwerkUnilateraal of nationaal projectAanvullende maatregelenObservatie en analyse, studiesen vergelijkend onderzoekExploitatiesubsidiesEen mobiliteitscertificaat is de erkenning dat eeninstelling of een consortium in staat is ommobiliteitsactiviteiten van uitmuntende kwaliteit op testarten. Deze kwaliteitsaspecten omvatten hetstrategisch kader voor de mobiliteitsactiviteit (beleid,strategie, werkprogramma) alsook de operationele enfinanciële capaciteit van de instelling ommobiliteitsactiviteiten te organiseren. Het wordtgebruikt in het Erasmus programma (ErasmusConsortium Placement Certificate) en het Leonardo daVinci programma (Leonardo da Vincimobiliteitscertificaat).Een periode in een ander deelnemend landdoorbrengen om er te studeren of werkervaring op tedoen, andere leer-, onderwijs- of opleidingsactiviteitenof verwante administratieve activiteiten uit te voeren,waar nodig ondersteund door voorbereidendecursussen of opfriscursussen in de taal van het gastlandof in de werktaal.Een bilaterale of multilaterale overeenkomst tusseninstellingen / organisaties uit verschillendedeelnemende landen om (gewoonlijk eerderkleinschalige) Europese samenwerkingsactiviteiten opte zetten in hun respectieve domeinen van een levenlang leren (schoolonderwijs, beroepsopleidingen en devolwasseneneducatie).Een Europese samenwerkingsactiviteit met eenvaststaande en bruikbare uitkomst die gezamenlijkwordt ontwikkeld door een formele of informele groepvan organisaties of instellingen.Een formele of informele groep van organisaties die ineen bepaald domein of een bepaalde discipline of sectorvan levenslang leren werkzaam zijn, die gericht is opstrategische denkprocessen, behoefteanalyses ennetwerkactiviteiten in het betreffende domein.Een activiteit met een vaststaande en bruikbareuitkomst die wordt ontwikkeld door één enkeleinstelling in één enkel land.Ondersteuning voor verschillende activiteiten die,hoewel zij niet in aanmerking komen voor dehoofdacties van de sectorale programma's, eenduidelijke bijdrage zullen leveren tot het bereiken vande doelstellingen van het 'Een Leven Lang Leren'-programma.Projecten gericht op observatie en analyse,bijvoorbeeld in de vorm van studies of vergelijkendonderzoek.Financiële steun voor de dagelijkse werking vaninstellingen en verenigingen die actief zijn in dedomeinen van het 'Een Leven Lang Leren'-programma.Niet al deze actietypes zijn beschikbaar in ieder deel van het programma.http://ec.europa.eu/llp Blz. 8


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I1.C.WELKE LANDEN NEMEN DEEL AAN HET PROGRAMMA?Het programma is toegankelijk voor:• de 27 EU-lidstaten 2• IJsland, Liechtenstein, Noorwegen (de "EVA-EER"-landen, m.a.w. de landen die lidzijn van de Europese Vrijhandelsassociatie en ook tot de Europese EconomischeRuimte behoren)• Turkije• "Overzeese landen en gebieden" zoals gedefinieerd in Besluit 2001/822/EC van deRaad:— Groenland— Nieuw-Caledonië en Onderhorigheden— Frans-Polynesië— Franse Zuidelijke en Zuidpoolgebieden— Wallis en Futuna— Mayotte— Saint-Pierre en Miquelon— Aruba— de Nederlandse Antillen— Anguilla— de Kaaimaneilanden— de Falklandeilanden— Zuid-Georgië en de Zuidelijke Sandwicheilanden— Montserrat— Pitcairn— Sint-Helena, Ascension, Tristan da Cunha— de Britse Zuidpoolgebieden— Brits gebied in de Indische Oceaan— Turks- en Caicoseilanden— de Britse MaagdeneilandenDe Republiek Kroatië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië nemen deelaan sommige acties van het programma in de fase van de voorbereidende maatregelen,in het kader van pilootactiviteiten die gefinancierd worden door het IPA- Afdeling voorOmschakeling en Institutionele Opbouw voor 2007. De specifieke acties waaraan de tweelanden zullen deelnemen worden uitgebreid omschreven in de Oproep tot het Indienenvan Voorstellen 2010.In overeenstemming met Artikel 14(2) van het Besluit dat het 'Een Leven Lang Leren'-Programma in het leven riep, zijn de multilaterale projecten en netwerken binnenComenius, Erasmus, Leonardo da Vinci, Grundtvig en de kernactiviteiten van hetTransversale Programma ook toegankelijk voor partners van andere ("derde") landen dieniet deelnemen aan het 'Een Leven Lang Leren'-Programma op basis van Artikel 7 vanhet Besluit, d.w.z. deze die hierboven worden vermeld. De actiespecifieke fiches in DeelII van deze Gids vermelden de acties waarop dit van toepassing is. Potentiële aanvragersworden verzocht om de website van het Uitvoerend Agentschap Onderwijs, Audiovisuelemedia en Cultuur te raadplegen voor meer informatie over de deelnamemodaliteiten. Devolgende partners uit derde landen krijgen voorrang:2 Hieronder vallen ook de aanvragers afkomstig uit de volgende regio's: de Canarische Eilanden, Guadeloupe,Martinique, Frans-Guyana, Réunion, de Azoren, Madeira. De specifieke financiële bepalingen voor Overzeeselanden en Gebieden gelden ook voor deze regio's.http://ec.europa.eu/llp Blz. 9


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I- landen die in Artikel 7 worden aangeduid als geschikt om in de toekomst onderbepaalde omstandigheden deel te nemen aan het 'Een Leven Lang Leren'-Programma, maar met wie de overeenkomsten hierover nog niet werden gesloten- landen die vallen onder het Europees Nabuurschapsbeleid 3 en Rusland- landen die door de EU worden beschouwd als bijzonder prioritair in het kader van deontwikkeling van een strategische beleidsdialoog over onderwijs en opleiding ofmeertaligheid 4Het staat de projecten en netwerken echter vrij in hun aanvragen te pleiten voor dedeelname van partners uit andere landen waar de betrokken organisaties een expertisehebben waarvan aangetoond kan worden dat ze belangrijk is om te delen met hunEuropese tegenhangers. Het betrekken van partners uit derde landen moet altijdgerechtvaardigd worden met de toegevoegde waarde die ze aan de ervaringen van deEuropese landen die deelnemen aan het programma, bieden.De Jean Monnet Actie is toegankelijk voor instellingen en verenigingen voor hogeronderwijs uit alle landen die deelnemen aan het 'Een Leven Lang Leren'-programma,maar ook voor die uit andere ("derde") landen. Deze deelnemende instellingen enverenigingen uit derde landen moeten voldoen aan alle verplichtingen en moeten alletaken uitvoeren die uit het programmabesluit met betrekking tot de instellingen enverenigingen in de lidstaten.1.D.WIE KAN ERAAN DEELNEMEN?Het 'Een Leven Lang Leren'-programma is toegankelijk voor bijna iedereen die bijonderwijs of opleidingen betrokken is: Leerlingen, studenten, stagiairs en lerende volwassenen Leerkrachten, opleiders en andere personeelsleden die betrokken zijn bij een aspectvan levenslang leren Mensen op de arbeidsmarkt Instellingen of organisaties die leermogelijkheden bieden in om het even welkonderwijs- of opleidingsdomein De personen en instellingen die verantwoordelijk zijn voor de stelsels en het beleidmet betrekking tot specifieke "Een Leven Lang Leren"-aspecten op lokaal, regionaalen nationaal niveau Ondernemingen, sociale partners en hun organisaties op alle niveaus, inclusiefhandelsorganisaties en Kamers van Koophandel en Nijverheid Organisaties die begeleiding, advies en informatiediensten aanbieden met betrekkingtot alle aspecten van Een Leven Lang Leren Verenigingen die werkzaam zijn op het vlak van Een Leven Lang Leren, met inbegripvan verenigingen van studenten, stagiairs, leerlingen, leerkrachten, ouders enlerende volwassenen Onderzoekscentra en organisaties die zich buigen over vraagstukken op het gebiedvan onderwijs en opleidingen Non-profitorganisaties, vrijwilligersorganisaties, niet-gouvernementele organisaties(ngo’s)3 Het Europese Nabuurschapsbeleid geldt voor de onmiddellijke buurlanden die door land of zee grenzen aan de EU - Algerije,Armenië, Azerbeidzjan, Wit-Rusland, Egypte, Georgië, Israël, Jordanië, Libanon, Libië, Moldavië, Marokko, de bezettePalestijnse gebieden, Syrië, Tunesië en Oekraïne.4 Bij het ter perse gaan van deze Gids, waren dit de volgende landen: Australië, Brazilië, Canada, China, India, Israël, Japan,Mexico, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, de VS.http://ec.europa.eu/llp Blz. 10


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IRaadpleeg de specifieke secties van deze Gids voor informatie over wie aan welk(sub)programma kan deelnemen.1.E.WIE DOET WAT?Het is de taak van de Europese Commissie (Directoraat-generaal Onderwijs enCultuur) om te zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het volledige'Een Leven Lang Leren'-Programma. De Commissie wordt in deze taak bijgestaan doorhet Comité voor het 'Een Leven Lang Leren'-Programma, dat samengesteld is uitvertegenwoordigers van de lidstaten en andere deelnemende landen en dat wordtvoorgezeten door de Commissie.Het operationele beheer van het programma is in handen van de Commissie, in nauwesamenwerking met de Nationale Agentschappen (NA) (één of meer in elk van dedeelnemende landen) en het Uitvoerend Agentschap voor Onderwijs, Audiovisuele mediaen Cultuur (Uitvoerend Agentschap) in Brussel.Nationale Agentschappen (NA): De nationale autoriteiten van de deelnemende landenhebben Nationale Agentschappen opgericht om de zogenaamde"gedecentraliseerde" acties van het programma op nationaal niveau gemakkelijker tekunnen coördineren.De Nationale Autoriteiten houden toezicht op en controleren de NationaleAgentschappen en verzekeren de Commissie ervan dat ze de middelen die de EuropeseGemeenschap ter beschikking stelt voor de gedecentraliseerde acties van hetprogramma, goed beheren.De Nationale Agentschappen spelen een sleutelrol in de praktische uitvoering van hetprogramma. Zij zijn namelijk verantwoordelijk voor de bekendmaking van hetprogramma op nationaal niveau, het helpen bij de verspreiding en het gebruik van deresultaten en in het bijzonder voor het beheer van begin tot einde van de projectenbinnen de gedecentraliseerde programma-acties op nationaal niveau:• nationale oproepen tot het indienen van voorstellen uitschrijven of deadlinesbekendmaken als aanvulling op de Europese Oproep tot het indienen van voorstellenvoor het 'Een Leven Lang Leren'-programma• informatie over of reclame rond de programma-acties verstrekken, raad geven aanpotentiële aanvragers• beursaanvragen ontvangen, evalueren en selecteren• beslissen over het toekennen van beurzen voor goedgekeurde beursaanvragen• beursovereenkomsten sluiten met en de beurs uitbetalen aan de begunstigden• contractuele rapporten van de begunstigden ontvangen en opvolgen• toezicht houden op de begunstigden van het programma en hen ondersteunen• een grondige interne controle (zogenaamde 'desk check'), controles ter plaatse enaudits uitvoeren van de gefinancierde activiteiten• zorgen voor de verspreiding en het gebruik van de resultaten van de gesteundeactiviteiten• de uitvoering van het programma en de impact ervan in eigen land analyseren en erfeedback over biedenhttp://ec.europa.eu/llp Blz. 11


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IHet "Uitvoerend Agentschap" in Brussel: De opdracht van het UitvoerendAgentschap voor Onderwijs, Audiovisuele media en Cultuur bestaat uit deimplementatie van een aantal onderdelen van programma's en acties die gefinancierdworden door de Europese Gemeenschap op het vlak van onderwijs en opleidingen, actiefburgerschap, jeugd, audiovisuele media en cultuur. De programmaonderdelen onderbeheer van het Uitvoerend Agentschap zijn allemaal "gecentraliseerd', wat wil zeggen dataanvragen ervoor direct naar Brussel gestuurd worden en niet via een NA gaan.Op basis van het referentiekader opgesteld door de Commissie, is het UitvoerendAgentschap verantwoordelijk voor het uitvoeren van de volgende taken:• specifieke oproepen tot het indienen van voorstellen en openbare aanbestedingenuitschrijven• beursaanvragen ontvangen, de evaluatie en de selectie van projecten organiseren(wanneer de beslissing over de toekenning van de beurs genomen wordt door deCommissie, na raadpleging van het comité voor het 'Een Leven Lang Leren'-Programma en het Europees Parlement indien het programmabesluit dit vereist)• beursovereenkomsten voor de projecten afsluiten met en beurzen uitbetalen aan debegunstigden• contractuele rapporten van de begunstigden ontvangen en opvolgen• toezicht houden op de begunstigden van het programma en hen ondersteunen• grondige interne controles (zogenaamde 'desk checks'), controles ter plaatse enaudits uitvoeren van de gesteunde projectenCedefop (het Europees Centrum voor de Ontwikkeling van de Beroepsopleiding)in Thessaloniki/Griekenland: coördineert het Europese programma rondstudiebezoeken namens de Europese Commissie. Het programma voor studiebezoekenmaakt deel uit van het Transversaal Programma en is één van de "gedecentraliseerde"acties, de aanvragen moeten dus ingediend worden bij de Nationale Agentschappen.http://ec.europa.eu/llp Blz. 12


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IEuropese Commissie (Directoraat-generaal Onderwijs en Cultuur)UitvoerendAgentschapNationale Agentschappen 5OOSTENRIJKBULGARIJEREP. TSJECHIËESTLANDFRANKRIJKGRIEKENLANDIJSLANDITALIËLIECHTENSTEINLUXEMBURGNEDERLANDPOLENROEMENIËSLOVENIËZWEDENVERENIGD KONINKRIJKBELGIË - BELGIQUE - BELGIENCYPRUSDENEMARKENFINLANDDUITSLANDHONGARIJEIERLANDLETLANDLITOUWENMALTANOORWEGENPORTUGALSLOWAKIJESPANJETURKIJE5 De adressen van de NA's en links naar hun websites vindt u op onderstaande websitehttp://ec.europa.eu/llp Blz. 13


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I1.F.ENKELE BASISBEGRIPPENWij raden u aan de volgende definities van termen die doorheen het document gebruiktworden, te bekijken vooraleer u de volgende hoofdstukken leest:ActieConsortiumCoördinerendeOrganisatieAanvragende OrganisatieBegunstigdeGecentraliseerde actieGedecentraliseerde actieWettelijkeVertegenwoordigerEen algemene activiteit die gefinancierd wordt binneneen specifiek programma van het 'Een Leven Langleren'-Programma (zie sectie I.B hierboven en Artikel 5van het Besluit ter oprichting van het 'Een Leven LangLeren'-Programma).Een groep van organisaties of personen die eengezamenlijk Europees samenwerkingsproject,partnerschap of netwerk uitvoeren.De organisatie binnen ieder Partnerschap, Project ofNetwerk die verantwoordelijk is voor de algemeneleiding en het dagelijkse beheer van het project. Deverantwoordelijkheden van de CoördinerendeOrganisatie verschillen van Actie tot Actie. Bijgecentraliseerde Projecten en Netwerken, is deCoördinerende Organisatie vaak ook de AanvragendeOrganisatie.De partnerorganisatie(s) die wettelijk verantwoordelijkis (zijn) voor een aanvraag. Na de goedkeuring van deaanvraag, wordt de Aanvragende Organisatie deBegunstigde Organisatie.Financieel gezien, de organisatie, de instelling of depersoon waarmee het "contract" (officieel: de"Beursovereenkomst") voor het ontvangen van debeurs wordt afgesloten. Bij gedecentraliseerdePartnerschapsacties worden alle deelnemers van hetPartnerschap begunstigde.Een Actie in het kader van het 'Een Leven Lang Leren'-Programma die beheerd wordt door het UitvoerendAgentschap.Een actie in het kader van het 'Een Leven Lang Leren'-Programma die beheerd wordt door het NationaalAgentschap dat door de nationale autoriteit van hetbetreffende land aangeduid wordt.De persoon binnen de Aanvragende Organisatie diewettelijk gemachtigd is om de organisatie tevertegenwoordigen in juridisch bindendeovereenkomsten. Deze persoon moet zowel debeursaanvraag als de Beursovereenkomstondertekenen (wanneer de aanvraag wordtgoedgekeurd).http://ec.europa.eu/llp Blz. 14


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I2. WAT IS DE LEVENSCYCLUS VAN EEN PROJECT?2.A.DE ADMINISTRATIEVE CYCLUSIndienen vanbeursaanvragenHet indienen vaneen beursaanvraagbij de relevanteinstelling (NationaalAgentschap ofUitvoerendAgentschap),afhankelijk van degekozen ActieRapportering(Enkel voor bepaaldeActietypes,Voor projecten langer dan 1 jaar)Indienen vanTussentijdse RapportenHalverwege de duur vaneen project wordenaanvragers verzocht omeen Tussentijds Rapportin te dienen waarininformatie wordt gebodenover de uitvoering van hetproject en de uitgaven dietot dan toe zijn gedaan.Het rapport wordtbeoordeeld. Pas nadat hetrapport wordtgoedgekeurd, kan detweede afbetaling wordenuitgevoerd (indien vantoepassing).Beoordeling vanvoorstellenDit gebeurt doordeskundigen, aande hand van decriteria uit debetreffendeOproep tot hetIndienen vanVoorstellen diezowel rekeninghouden metformele elementenals metkwaliteitsaspectenSelectieresultatenEr worden lijstenopgesteld vansuccesvollebeursaanvragen. lleaanvragers van eenbeurs worden op dehoogte gebracht van debeslissing over hunaanvraag. Afgewezenaanvragers krijgen ookfeedback over deredenen waarom hunaanvraag werdverworpen.Voortdurende monitoring vanProjectenDe Nationale Agentschappen en deEuropese Commissie / het UitvoerendAgentschap zullen gedurende devolledige duur van het project toezien opde uitvoering ervan. In sommigegevallen vinden er projectbezoeken terplaatse plaats en worden er initiatievenrond Thematische Monitoringondernomen.Indienen van het EindrapportAan het einde van de contractueleperiode worden aanvragersverzocht om een Eindrapport in tedienen waarin ze informatie biedenover de uitvoering van het project,de behaalde resultaten en degedane uitgaven. De laatstebetaling kan maar plaatsvinden nagoedkeuring van het rapport.ContractfaseAanvragers diegeselecteerd werden,ontvangen eenBeursovereenkomst(contract) van hetUitvoerend Agentschapof het betreffendeNationaal Agentschap,afhankelijk van de actiein kwestie. DeBeursovereenkomst legtde toegekende beursvast en beschrijft definanciële regels die vantoepassing zijn.De uitbetaling gebeurtmeestal in verschillendeafbetalingen.SubsidieperiodevoorProjectactiviteitenDe periode waarin eruitgaven kunnenworden gedaan diedoor de EU-beursworden gedekt (deduur van desubsidieperiode isafhankelijk van deprojectduur) enwaarin de geplandeprojectactiviteitenmoeten wordenuitgevoerdControle achteraf encontroles ter plaatse Eensteekproef uit de gesteundeprojecten zal wordenonderworpen aan meerdiepgaande controles om teverzekeren dat de Europesemiddelen correct besteedworden.http://ec.europa.eu/llp Blz. 15


2.B.DE FINANCIËLE CYCLUSGIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IDe hieronder beschreven financiële cyclus is van toepassing op alle Acties in het kadervan het 'Een Leven Lang Leren'-Programma. Sommige bepalingen zijn echter alleen opspecifieke actietypes van toepassing:(1) indienen van een geschatte begroting: raadpleeg het hoofdstuk over de financiëlebepalingen om te weten te komen welke budgettaire informatie gevraagd wordtbij de aanvraag van de beurs(2) evaluatie van de begroting: dit gebeurt op basis van vaste en transparante criteriaen kan leiden tot een herziening (aanpassing / vermindering) van de begrotingom ervoor te zorgen dat ze in aanmerking komt en alleen elementen bevat diebeschouwd worden als "nodig voor de uitvoering" van de voorgestelde activiteit.De regels die van toepassing zijn bij het evalueren van een begroting, wordentoegelicht in het hoofdstuk over de financiële bepalingen(3) uitgifte van Beursovereenkomsten (het "contract")(4) betalingsprocedures: deze verwijzen - in chronologische volgorde - naar aspectenzoals het voorzien van een financiële waarborg (indien deze nodig is, zoals voorbepaalde Begunstigde Organisaties die geen publiekrechtelijke lichamen zijn),regelingen in verband met prefinanciering, vereffening van het saldo, proceduresinzake schuldvereffening, enz.(5) amendementen op de overeenkomst: zijn mogelijk tijdens de uitvoering van hetproject. De richtlijnen hierover zijn opgenomen in of gevoegd bij deBeursovereenkomst(6) rapporteringsvereisten: deze zijn van toepassing op het Tussentijdse Rapport(indien van toepassing) en het Eindrapport. De richtlijnen vindt u bij deBeursovereenkomst(7) vereisten met betrekking tot financiële controles en audits: financiële controles enaudits ter plaatse kunnen op elk moment plaatsvinden en dat tot 5 jaar na delaatste betaling aan of terugbetaling door de begunstigde. De Begunstigde moetdus alle relevante documenten gedurende deze periode bewaren.2.C.GELDENDE REGELSDe regels in deze Gids zijn van toepassing op alle Acties die door de EuropeseGemeenschap gefinancierd worden in het kader van het 'Een Leven Lang Leren'-Programma.De regels die van toepassing zijn op de administratie en de financiering van deactiviteiten die gesteund worden door het 'Een Leven Lang Leren'-Programma zijnvastgelegd in de volgende documenten:• Besluit Nr. 1720/2006/EC van het Europees Parlement en de Raad van 15november 2006 (dat het 'Een Leven Lang Leren'-Programma in het leven riep)• Verordening van de Raad (EG, Euratom) Nr. 1605/2002 van 25 juni 2002 houdendehet Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van deEuropese Gemeenschappen, gewijzigd bij de meest recente Verordening van deRaad (EG, Euratom) Nr. 1995/2006 van 13 december 2006;• Verordening (EG, Euratom) Nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom)http://ec.europa.eu/llp Blz. 16


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Inr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing opde algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, gewijzigd bij de meestrecente Verordening Nr. 478/2007 van de Commissie van 23 april 2007.Het Besluit dat het 'Een Leven Lang Leren'-Programma in het leven riep, heeft voorrangop alle andere geldende regels.Deze Gids moet samen met de tekst van de Oproep tot het Indienen van Voorstellen ende formulieren voor de beursaanvraag gelezen worden. In het geval vantegenstrijdigheden tussen de teksten, moet voor de Oproep tot het Indienen vanVoorstellen de volgende voorrangsorde van de documenten in acht genomen worden:(1) Het Besluit Nr. 1720/2006/EC, dat het 'Een Leven Lang Leren'-Programma in hetleven riep(2) De officiële aankondiging van de Oproep tot het Indienen van Voorstellen in hetPublicatieblad van de Europese Unie(3) De tekst van de Oproep zoals die werd gepubliceerd op de website van deCommissie over het 'Een Leven Lang Leren'-Programma(4) Deze Gids(5) De aanvraagformulierenDeadlines voor het indienen: Elke Actie van het programma heeft een eigen deadline.Raadpleeg de Oproep tot het Indienen van Voorstellen voor de deadline van de Actiewaarin u geïnteresseerd bent.In sommige gevallen, vooral bij gecentraliseerde acties, kan de procedure voor hettoekennen van een beurs in twee fases georganiseerd worden. In dat geval zullen alleaanvragers gevraagd worden een deel van de informatie te verstrekken voor de deadlinevan de eerste fase (zoals informatie over het consortium, de inhoud van het project ende begroting). In de tweede fase wordt dan alleen aan de beperkte lijst van aanvragersgevraagd om alle overige documenten te bezorgen (intentieverklaringen,boekhoudkundige en financiële documentatie, enz.).Levenscyclus van een project: De hoofdstukken over de afzonderlijke programma's enActie's van deze Gids geven de mijlpalen in elke Actie aan, gaande van het indienen vande beursaanvraag tot de startdatum en de maximumduur van de gesteunde activiteit.Gelieve er rekening mee te houden dat deze mijlpalen indicatief zijn op het moment datde Oproep tot het Indienen van Voorstellen gepubliceerd wordt: eventuele aanpassingenzullen op de website van het relevante Agentschap bekendgemaakt worden. De laatsteupdate zal beschikbaar gemaakt worden ten laatste 10 werkdagen vóór de definitievedeadline voor het indienen van beursaanvragen, zoals opgegeven in deze Gids.Duur: Er zullen geen aanvragen aanvaard worden voor activiteiten die langer zullenduren dan de periode die deze Gids opgeeft.Einde van het project: Indien het voor de begunstigde, na het ondertekenen van deBeursovereenkomst en de aanvang van het project / de activiteit, omwille van geldigeredenen door overmacht, onmogelijk wordt om het project binnen de voorziene termijnaf te ronden, kan er een verlenging van de subsidieperiode toegekend worden. Dezeverlenging wordt evenwel niet automatisch gegarandeerd, maar wordt geval per gevalbekeken. Bovendien kan de verlenging van de duur van een project nooit leiden tot eenverhoging van de toegekende beurs of van het percentage van de cofinanciering.Subsidieperiode: De subsidieperiode voor kosten en activiteiten gaat in en eindigt opde data die bepaald werden door de Beursovereenkomst. In geen geval kan dehttp://ec.europa.eu/llp Blz. 17


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Isubsidieperiode voor kosten en activiteiten ingaan vóór de deadline voor debeursaanvraag.http://ec.europa.eu/llp Blz. 18


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I3. WAARUIT BESTAAN DE INDIEN- ENSELECTIEPROCEDURES?3.A.PROCEDURE VOOR HET INDIENEN VAN BEURSAANVRAGENIndienen van de beursaanvraagBeursaanvragen voor financiële steun in het kader van de gedecentraliseerde actiesvan het 'Een Leven Lang Leren'-Programma moeten ingediend worden bij hetNationaal Agentschap van het land van de aanvrager. Beursaanvragen voor financiëlesteun in het kader van de gecentraliseerde acties van het programma moeteningediend worden bij het Uitvoerend Agentschap. Onderstaande tabel geeft eenoverzicht van de procedures met betrekking tot de aanvraag en de toekenning vanbeurzen.Nationale-agentschapsprocedure 1 (NA1)Op de volgende Acties, waarvoor de beslissing over de toekenning van beurzen door debevoegde Nationale Agentschappen genomen wordt, is de 'Nationaleagentschapsprocedure1' van toepassing:• mobiliteit van individuele personen• bilaterale en multilaterale partnerschappen,• unilaterale en nationale projecten in het kader van het TransversaalProgramma 6Voor deze Acties moeten de beursaanvragen ingediend worden bij het NationaalAgentschap dat door de nationale overheid van het land van de aanvrager aangeduidwordt. De Nationale Agentschappen voeren de selectie uit en kennen de financiële steuntoe aan de geselecteerde aanvragers. De Nationale Agentschappen kennen beurzen toeaan begunstigden die in hun land gevestigd zijn.Deze procedure wordt ook gevolgd bij aanvragen voor Erasmus en Leonardo da VinciCertificaten.Nationaal Agentschap Procedure 2 (NA2)Op de volgende Actie, waarvoor de beslissing over de toekenning van beurzen door deCommissie genomen wordt, maar waarvoor de evaluatie- en contractproceduresuitgevoerd worden door het relevante Nationale Agentschap, is de 'Nationaleagentschapsprocedure2' van toepassing:• multilaterale projecten: Transfer van Innovatie (Leonardo da Vinci)Voor deze Actie moeten de beursaanvragen ingediend worden bij het NationaalAgentschap van het land waarin de aanvrager gevestigd is. Dit Nationaal Agentschapneemt de evaluatie van de aanvragen op zich en legt de Commissie een beperkte lijstmet aanvragen ter goedkeuring voor. Om te vermijden dat een project dubbel6 Artikel 33 van het Besluithttp://ec.europa.eu/llp Blz. 19


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Igefinancierd wordt, worden de door de verschillende Nationale Agentschappenvoorgestelde lijsten met elkaar vergeleken vóór de Commissie een beslissing neemt overde toekenning van de beurzen. Wanneer de Commissie beslist heeft aan wie ze debeurzen toewijst, kennen de Nationale Agentschappen ze toe aan de geselecteerdeprojectaanvragers in hun in aanmerking komende/deelnemende landen. Deze zijnvervolgens verantwoordelijk voor het verdelen van de financiering onder alle partners dieaan de projecten deelnemen.Commissieprocedure (COM)Op de volgende Acties, waarvoor de aanvragen voor projectbeurzen bij het UitvoerendAgentschap ingediend worden en de beslissing over de toekenning van beurzen door deCommissie genomen wordt, is de 'Commissieprocedure' van toepassing:• unilaterale en nationale projecten onder het Jean Monnet Programma• multilaterale projecten en netwerken• aanvullende maatregelen• observatie en analyse• exploitatiesubsidiesDeze procedure zal ook gevolgd worden bij aanvragen voor een Erasmus UniversityCharter.Normaal gezien krijgen de aanvragers een ontvangstbevestiging van hun aanvraagbinnen de 30 dagen na het verstrijken van de deadline voor het indienen.Richtlijnen voor het correct indienen van een aanvraag1. Voor alle Acties moeten de aanvragen ingediend worden volgens de richtlijnen diegepubliceerd worden door het relevante Agentschap (Nationaal Agentschap of UitvoerendAgentschap)2. Voor aanvragen per post geeft de poststempel uitsluitsel over het al dan nietnaleven van de deadline. We raden aanvragers daarom aan om een bewijs te vragenwaarop de datum van verzending en het volledig adres van de geadresseerde vermeldstaan.3. Na het verstrijken van de deadline kunnen aanvragers geen wijzingen meeraanbrengen aan hun beursaanvraag.4. Aanvragen van organisaties kunnen enkel ingediend worden door rechtspersonen.Zij moeten ondertekend zijn door een persoon die wettelijk gemachtigd is om dierechtspersoon te vertegenwoordigen (bevoegde ondertekenaar) in juridisch bindendeovereenkomsten.AanvraagformulierenAfhankelijk van de Actie in kwestie kunnen deze documenten verkregen worden:• op de website van het NA: Nationale Agentschappen per land• op de website van het Uitvoerend Agentschap:http://eacea.ec.europa.eu/llp/index_en.htm.http://ec.europa.eu/llp Blz. 20


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IGEDECENTRALISEERDE ACTIESGECENTRALISEERDE ACTIESVantoepassingop(Actiesoort)Naar wie deaanvraagverstuurdmoetwordenNationaal AgentschapProcedure 1 – NA1Transnationale mobiliteitBilaterale en multilateralepartnerschappenUnilaterale en nationaleprojecten (TransversaalProgramma)Het relevante NationaleAgentschap voor iedereinstelling of persoon die eenaanvraag indientNationaal AgentschapProcedure 2 – NA2Multilaterale Projecten:Transfer van Innovatie(Leonardo da Vinci)Het Nationaal Agentschap vande coördinator van debeursaanvraagCommissieprocedure - COM Multilaterale projecten ennetwerken Observatie en analyse Exploitatiesubsidies Unilaterale projecten -Jean Monnet Aanvullende maatregelenHet Uitvoerend AgentschapOnderwijs, Audiovisuele mediaen CultuurDebelangrijkstestappen vande procedurea. Evaluatie van devoorstellen, zowel op basisvan formele criteria(ontvankelijkheids- enuitsluitingscriteria) als vankwaliteitscriteria (selectieentoekenningscriteria diein deze Gids wordenbeschreven)b. Goedkeuring van deselectielijst door hetNationaal Agentschapc. De toewijzing vanfinanciering door deNationale Agentschappenaan de geselecteerdebegunstigdena. Evaluatie van devoorstellen, zowel op basisvan formele criteria(ontvankelijkheids- enuitsluitingscriteria) als vankwaliteitscriteria (selectieentoekenningscriteria),door het NationaalAgentschap. Samenstellingvan de beperkte lijst vanaanvragen die hetAgentschap teraanvaarding voordraagt.b. Goedkeuring van deselectielijst door deCommissiec. De toewijzing vanfinanciering door deNationale Agentschappenaan de geselecteerdevoorstellena. Evaluatie van devoorstellen, zowel op basisvan formele criteria(ontvankelijkheids- enuitsluitingscriteria) als vankwaliteitscriteria (selectieentoekenningscriteria)b. Goedkeuring van deselectielijstc. Toewijzing van financieringaan de geselecteerdeprojecten3.B.PROCEDURE VOOR DE EVALUATIE EN SELECTIE VAN AANVRAGENBij het proces voor het toekennen van beurzen zijn verschillende actoren betrokken: deCommissie, het Uitvoerend Agentschap, de Nationale Agentschappen, de Lidstaten en dedeelnemende landen en, via het relevante Programmacomité ook de nationale overhedenin de Lidstaten en andere deelnemende landen. In bepaalde gevallen heeft het EuropeesParlement "recht van controle" 7 op de beslissingen over het toekennen van beurzen.7 Over het Recht van controle van het Europees Parlement zie artikel 8 van Besluit 1999/468/EC.http://ec.europa.eu/llp Blz. 21


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IvoorstelEvaluatiecomitéZorgt ervoor dat er eerlijke procedures gebruikt wordenen dat alle aanvragers gelijk en eerlijk behandeld worden.Het Agentschap zal, met de ondersteuningvan deskundigen, de volgende zakencontroleren:• Ontvankelijkheidscriteria vooraanvragers en aanvragen• Uitsluitingscriteria voor aanvragers• Selectiecriteria in overeenstemmingmet de operationele en financiëlecapaciteit van de aanvragerAanvragen dieniet voldoen aandeze criteriazullen nietaanvaard worden.deskundigedeskundigeEvaluatie aan de hand vantoekenningscriteriaScoresEvaluatie aan de hand vantoekenningscriteriaScoresScoresAanvragen dieeen score behalenDie onder devoorafvastgelegdeKwaliteitsdrempelliggen,zullen nietgeselecteerdworden.• Voor de meeste Actieszullen minstens tweedeskundigen de kwaliteitevalueren• Definitieve scores naovereenstemmingRanglijst (voorbeeld)Scores Voorstellen85 Voorstel A84 Voorstel BBeschikbaarbudget• Er wordt een ranglijstopgesteld• Aanvragen waarvan dekwaliteit voldoende hoogis, worden in dalendevolgorde goedgekeurdtot het totale budgetuitgeput is827875727068655853Voorstel CVoorstel DVoorstel EVoorstel FVoorstel GVoorstel HVoorstel IVoorstelVoorstel KHet diagram geeft een overzicht van de basisprocedures voor de evaluatie vanaanvragen 8 .DE GROEP VAN DESKUNDIGENVoor alle programma-acties, behalve voor individuele Mobiliteitsacties, zullen allebeursaanvragen normaal gezien door minstens twee deskundigen geëvalueerd worden.In de meeste gevallen gaat het om externe deskundigen (dat wil zeggen deskundigen die8 De procedure voor het evalueren van beursaanvragen voor de betrokkenheid van partnerorganisaties uit"derde" landen in multilaterale projecten en netwerken onder bepaalde Acties van het programma (zie sectie1C) staat beschreven op de website van het Uitvoerend Agentschap voor Onderwijs, Audiovisuele media enCultuur.http://ec.europa.eu/llp Blz. 22


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Iniet in dienst zijn bij het Agentschap dat de toekenningsprocedure voor de beurzenorganiseert). Zij voeren hun evaluatie uit aan de hand van een vooraf bepaaldscoresysteem en van gestandaardiseerde controlelijsten die ook betrekking hebben op dekwaliteitsaspecten. De definitieve score van een beursaanvraag wordt gezamenlijkbepaald door de deskundigen die de afzonderlijke evaluaties uitvoeren.Uitgaand van de evaluatie door de deskundigen stelt het organiserende Agentschap eenranglijst op van de beursaanvragen, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussenaanvragen die ter goedkeuring en aanvragen die ter afwijzing zullen wordenvoorgedragen, en een reservelijst. Voor de aanvragen die ter goedkeuring voorgedragenworden of die in de reservelijst staan, zal de ranglijst ook het voorziene bedrag van debeurs vermelden. De reservelijst van aanvragers kan gebruikt worden om bijkomendebeurzen toe te kennen indien middelen vrijkomen na het intrekken van een reedsgoedgekeurde projectaanvraag of bij een verhoging van het programmabudget (bv. alshet Europees Parlement extra middelen ter beschikking stelt).In het geval van multilaterale Partnerschappen (Comenius, Leonardo da Vinci enGrundtvig) wordt de evaluatie van de aanvraag georganiseerd door het NA van hetcoördinerende land op basis van gemeenschappelijke kwaliteitscriteria die in alledeelnemende landen gehanteerd worden. Ook met de nationale prioriteiten wordtrekening gehouden (indien van toepassing).HET EVALUATIECOMITÉDe ranglijst van beursaanvragen die het resultaat is van de hierboven beschrevenevaluatieprocedure wordt overhandigd aan een zogeheten "Evaluatiecomité". De grootteen de samenstelling van het Evaluatiecomité hangt af van het programma en de Actie. Erkunnen leden van de Commissie of van het Agentschap in zetelen, naast externedeskundigen en vertegenwoordigers van belanghebbenden. De rol van hetEvaluatiecomité is te waken over de evaluatieprocedure in haar geheel en over de gelijkebehandeling van alle aanvragen door een eerlijke en transparante toepassing van deprocedures te garanderen. Verder bezorgt het een voorstel voor het toekennen vanbeurzen aan de persoon die verantwoordelijk is voor het nemen van de beslissinghierover. Dit alles op basis van de volgende aspecten:i. een eerlijke en transparante toepassing van de gepubliceerde Ontvankelijkheids-,Selectie-, Uitsluitings- en Toekenningscriteriaii.iii.iv.een coherente evaluatie en bepaling van de scoreseen correcte financiële analyse (indien van toepassing)een gepaste evaluatie van bijkomende informatie verstrekt door externe actoren(zoals Nationale Agentschappen of Delegaties van de Europese Commissie in"derde" landen die deelnemen aan het programma) (indien van toepassing)en in overeenstemming metv. de objectieven en prioriteiten van het programma / de Actievi. het beschikbare budgetDEFINITIEVE BESLISSING OVER HET TOEKENNEN VAN DE BEURShttp://ec.europa.eu/llp Blz. 23


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IHet officiële beslissingproces hangt af van het feit of het Europees Parlement debeslissing over de toekenning van de beurs voor het betreffende programma / debetreffende Actie controleert of niet. Indien niet, dan wordt de beslissing rechtstreeksdoor het bevoegde Nationaal Agentschap genomen (voor gedecentraliseerde acties) ofdoor de Commissie of het Uitvoerend Agentschap (voor gecentraliseerde acties), op basisvan het voorstel voor het toekennen van de beurzen voorgelegd door hetEvaluatiecomité. Voor de programma's waarvoor het Programmacomité geraadpleegdmoet worden, zal er eveneens een controle door het Europees Parlement (zie hierboven)voorzien zijn in het proces.EvaluatiecriteriaAanvragen worden aan de hand van vier soorten criteria geëvalueerd:a. Ontvankelijkheidscriteriab. Uitsluitingscriteriac. Selectiecriteriad. Toekenningscriteriaa. OntvankelijkheidscriteriaAlleen aanvragen die voldoen aan de formele ontvankelijkheidscriteria zoals hierondergespecificeerd komen voor een beurs in aanmerking.ALGEMENE ONTVANKELIJKHEIDSCRITERIAAanvragen moeten aan de volgende criteria voldoen:1. In regel zijn met de indienprocedures gespecificeerd in de relevante Oproep tothet indienen van voorstellen en in sectie 3a, deel "Richtlijnen voor het correctindienen van een aanvraag" van deze Gids2. De deadlines zoals bepaald in de relevante Oproep tot het indienen vanvoorstellen, naleven. Ter informatie worden er in Deel II van deze Gids vooriedere Actie data vermeld, maar de definitieve gepubliceerde Oproep voor hetindienen van voorstellen moet in elk geval geraadpleegd worden.3. De regels in acht nemen over de minimale/maximale duur van projecten en hetminimum-/maximumaantal betrokken partners en landen, zoals aangegeven inDeel II van deze Gids4. Indien een aanvraag wordt ingediend door een consortium, moet er minstens éénin een EU-lidstaat gevestigde organisatie bij betrokken zijn. Voor multilateraleprojecten zal aangenomen worden dat Europese organisaties met leden diegevestigd zijn in verschillende landen die deelnemen aan het 'Een Leven LangLeren'-Programma en die actief deelnemen aan het project, in regel zijn met devoorwaarde inzake het minimumaantal landen, zonder dat er andere instellingenvan het consortium bij betrokken moeten worden, hoewel dit (indien vantoepassing) wel aangeraden wordt. Unilaterale projecten en multilateraleprojecten binnen Jean Monnet moeten niet voldoen aan de voorwaarde dat erminstens één in een EU-lidstaat gevestigde organisatie moet deelnemen.http://ec.europa.eu/llp Blz. 24


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I9 10 11 12.5. Opgesteld zijn in één van de officiële talen van de Europese UnieAanvragen van een consortium moeten in de werktaal van het consortiumingediend worden;6. Mogen uitsluitend ingediend worden via het juiste officiële aanvraagformuliervoor de betreffende Actie en moeten volledig elektronisch ingevuld worden 13 (nietmet de hand geschreven)7. Een in euro opgegeven beursverzoek bevattenAls een aanvraag onontvankelijk verklaard wordt, zal de aanvrager een brief ontvangenmet de redenen daarvoor.IN AANMERKING KOMENDE LANDENAanvragers moeten gevestigd zijn in een land dat deelneemt aan het 'Een Leven LangLeren'-Programma 14 .ONTVANKELIJKHEIDSCRITERIA VOOR MOBILITEITNatuurlijke personen die een mobiliteitsbeurs krijgen, moeten:• ofwel staatsburger zijn van een land dat deelneemt aan het 'Een Leven LangLeren'-Programma• of staatsburgers van een ander land zijn die ingeschreven staan voor een regulierstudieprogramma in een school, instelling voor hoger onderwijs ofberoepsonderwijs, of in een organisatie voor volwasseneneducatie in eendeelnemend land of die tewerkgesteld zijn in een deelnemend land, volgens devoorwaarden die zijn vastgelegd door dat deelnemende land, rekening houdendmet de aard van het programma (gelieve de website van het relevante NationaleAgentschap te raadplegen).In het geval van individuele transnationale mobiliteitsactiviteiten moet ofwel hetthuisland ofwel het gastland een EU-lidstaat zijn, behalve wanneer de beurs wordttoegekend met als doel de begunstigde ervan in staat te stellen om deel te nemen aaneen leeractiviteit waarbij deelnemers van verschillende landen betrokken zijn. Dezeuitzondering is dus van toepassing op mobiliteiten die plaatsvinden in het kader vanmultilaterale partnerschappen en projecten, en van Acties zoals nascholingen binnenComenius en Grundtvig, Intensieve Programma's binnen Erasmus, Grundtvig Workshopsen Studiebezoeken binnen het Transversaal Programma. Raadpleeg de beschrijvingenvan de specifieke Acties in Deel II van deze Gids om te controleren of deze regel vantoepassing is op de specifieke Actie waarvoor u interesse heeft.In bepaalde uitzonderlijke gevallen kan ook mobiliteit binnen één land gesteund worden,in het bijzonder in het geval van beurzen voor voorbereidende bezoeken die toegekend9 Met uitzondering van aanvragen voor mobiliteitsbeurzen ingediend bij de Nationale Agentschappen vanlanden binnen de EVA-EER en kandidaat-lidstaten. Deze beursaanvragen mogen in de nationale taal van deaanvrager opgesteld zijn.10 Aanvragers van een Erasmus University Charter zijn verplicht de Erasmus Policy Statement ook in hetEngels, Frans of Duits in te dienen.11 Aanvragen voor het Jean Monnet Programma moeten in het Engels, het Frans of het Duits ingediendworden.12 Aanvragers van Studiebezoeken binnen het Transversaal Programma moeten het aanvraagformulier inde taal van het Studiebezoek indienen.13 Voor bepaalde Acties moeten de aanvragers een aanvraagformulier online invullen.14 Behalve in het geval van het Jean Monnet programma, dat wereldwijd toegankelijk is voor instellingenvoor hoger onderwijs.http://ec.europa.eu/llp Blz. 25


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Iworden met het oog op deelname aan een transnationaal contactseminarie dat door hetNationaal Agentschap van het land in kwestie georganiseerd wordt.ONTVANKELIJKHEIDSCRITERIA VOOR AANVRAGENDE ORGANISATIESWanneer de aanvraag ingediend moet worden door een instelling of organisatie en nietdoor een natuurlijke persoon, moet deze instelling / organisatie rechtspersoonlijkheidhebben.Raadpleeg Deel II van deze Gids voor andere, bijkomende ontvankelijkheidsregels diegelden voor een bepaald programma en/of een bepaalde Actie.b. Uitsluitingscriteria voor aanvragersAanvragers zullen niet aan het programma kunnen deelnemen als zij zich in één van devolgende situaties bevinden die vastgelegd zijn in Artikel 114 van het FinancieelReglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen:1. verkeren in staat van faillissement, vereffening, akkoord of surseance van betaling,hun faillissement is aangevraagd, tegen hen loopt een procedure van vereffening,akkoord of surseance van betaling, zij hebben hun werkzaamheden gestaakt ofverkeren in een vergelijkbare toestand als gevolg van een soortgelijke procedurekrachtens de nationale wet- en regelgeving2. zijn bij een rechterlijke beslissing die kracht van gewijsde heeft, veroordeeld voor eendelict dat hun beroepsethiek aantast3. hebben bij de uitoefening van hun beroep een ernstige fout begaan, vastgesteld opelke grond die de aanbestedende dienst aannemelijk kan maken4. hebben niet aan hun verplichtingen voldaan ten aanzien van de betaling van socialeverzekeringsbijdragen of belastingen overeenkomstig de wetgeving van het land waarzij zijn gevestigd of van het land van de aanbestedende dienst dan wel van het landwaar de opdracht moet worden uitgevoerd5. zijn bij een rechterlijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan, veroordeeldvoor fraude, corruptie, deelname aan een criminele organisatie of enige andereillegale activiteit die de financiële belangen van de Gemeenschappen schaadt6. er werd, bij het doorlopen van een andere aanbestedingsprocedure of procedure voorhet toekennen van een met Gemeenschapsmiddelen gefinancierde beurs, vastgestelddat zij ernstige contractbreuk pleegden door het niet nakomen van hun contractueleverplichtingenAanvragers zullen geen beurs krijgen als tijdens de procedure voor het toekennen van debeurs vastgesteld wordt dat:1. er een geval van belangenvermenging ontstaat met de organisatie of de personen diedirect of indirect betrokken zijn bij de procedure voor het toekennen van de beurs2. zij zich schuldig maken aan misleiding, of de gevraagde informatie niet kunnenbezorgenAan begunstigden van een beurs die schuldig worden bevonden aan misleiding of aaneen ernstige inbreuk op hun contractuele verplichtingen met betrekking tot een lopendcontract of een eerder toegekende beurs, kunnen administratieve en financiële sanctiesopgelegd worden, in overeenstemming met artikels 93 tot 96 van het FinancieelReglement.http://ec.europa.eu/llp Blz. 26


c. SelectiecriteriaGIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IDe selectiecriteria maken het mogelijk te beoordelen in hoeverre de organisatie / hetpartnerschap die / dat de aanvraag indient over de vereiste financiële en operationelecapaciteit beschikt om de voorgestelde activiteit uit te voeren. Onderstaandeselectiecriteria zijn niet van toepassing op natuurlijke personen die een beurs aanvragen.Er kan aan aanvragende organisaties gevraagd worden om documenten voor te leggenom hun operationele en financiële capaciteit te bewijzen (zie verder). Indien hetAgentschap op basis van deze documenten besluit dat de operationele en/of financiëlecapaciteit niet voldoende bewezen of ontoereikend zijn, kan het de beursaanvraagafwijzen of om bijkomende informatie vragen.Organisaties waarvan aangenomen wordt dat zij voldoende financiële,professionele en administratieve capaciteit en financiële stabiliteit hebbenOrganisaties volgens de relevante nationale wetgeving gevestigd als "publiekrechtelijkelichamen" zijn vrijgesteld van de bepalingen die verder onder Operationele Capaciteit enFinanciële Capaciteit beschreven worden. Daarenboven kunnen krachtens Artikel 7 vande Bijlage bij het Besluit over het 'Een Leven Lang Leren'-Programma bepaaldeorganisaties voor onderwijs en opleiding die opgericht zijn onder niet-publiek recht(bijvoorbeeld bepaalde privé-instellingen en niet-gouvernementele organisaties - ngo's)genieten van dezelfde vrijstelling. Derhalve kan ook van instellingen en organisaties in deonderwijs- en opleidingssector die in de afgelopen twee jaar meer dan 50% van hunjaarlijkse inkomen verworven hebben uit publieke middelen (met uitzondering vanGemeenschapsbeurzen 15 ) of die onder controle staan van publieke instellingen of hunvertegenwoordigers, aangenomen worden dat zij over voldoende financiële enadministratieve capaciteit en stabiliteit beschikken. Desalniettemin zijn deze aanvragersgehouden een verklaring op eer te ondertekenen, die normaal gezien deel uitmaakt vanhet aanvraagformulier, waarin zij bevestigen aan alle hierboven vermelde voorwaardente voldoen. De Europese Commissie en de Agentschappen behouden zich het recht voorbijkomende documenten op te vragen die de juistheid van deze verklaring kunnenstaven.Operationele capaciteitAanvragers zullen geëvalueerd worden met betrekking tot hun professionelecompetenties en kwalificaties die nodig zijn om de voorgestelde activiteit tot een goedeinde te brengen.Indien dit gevraagd wordt in de aanvraagformulieren, moeten de aanvragers de cv's vansleutelpersoneel dat betrokken is bij het project mee indienen, om aan te tonen dat ze derelevante professionele ervaring in huis hebben. Voor consortia geldt deze verplichtingvoor alle partners.Deze documenten moeten in één van de officiële talen van de Europese Unie terbeschikking gesteld worden, en de procedure voor het toekennen van de beurs kanbepalen dat zij ingediend moeten worden in de taal die gebruikt wordt voor het indienenvan de aanvraag.Financiële capaciteitAanvragers dienen te beschikken over stabiele en toereikende bronnen van inkomstenom hun activiteit tijdens de volledige duur van het voorgestelde project te kunnenuitvoeren en om bij te dragen tot de cofinanciering ervan.Met uitzondering van de organisaties beschreven in de sectie over "Organisaties waarvanaangenomen wordt dat zij over voldoende financiële, professionele en administratieve15 Er kan eventueel een uitzondering gemaakt worden voor Exploitatiesubsidies als deze op regelmatige basiswordt toegekend.http://ec.europa.eu/llp Blz. 27


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Icapaciteit en financiële stabiliteit beschikken" hierboven, moeten aanvragers, indien zijdaarom gevraagd worden in het aanvraagformulier, de volgende documenten indienenals bewijs voor hun financiële capaciteit:• voor beursaanvragen voor een bedrag hoger dan € 25.000, een kopie van het officiëlejaarverslag van het recentste afgesloten boekjaar 16• voor beursaanvragen voor een bedrag hoger dan € 500.000, een extern auditverslagopgesteld door een erkend accountant waarin de boekhouding van het laatstebeschikbare jaar doorgelicht wordtVoor beurzen van minder dan € 25.000 wordt gewoonlijk geen bewijs van financiëlecapaciteit gevraagd.Afhankelijk van het resultaat van de evaluatie van de aanvraag en de doorlichting van definanciële capaciteit van de aanvrager in functie van de beursaanvraag, kan aan deaanvrager een Beursovereenkomst/besluit met de verplichting een garantie te gevenvoor de prefinanciering, een Beursovereenkomst zonder prefinanciering of eenBeursovereenkomst die voorziet in prefinanciering met verschillende afbetalingenaangeboden worden.d. ToekenningscriteriaToekenningscriteria worden gebruikt om de kwaliteit van de beursaanvragen teevalueren.Aanvragen die in aanmerking komen, zullen geëvalueerd worden aan de hand van degepubliceerde toekenningscriteria voor de desbetreffende Actie, rekening houdend metde prioriteiten beschreven in de relevante Oproep tot het indienen van voorstellen. Debeschrijving van de Acties in Deel II van deze Gids bevat de toekenningscriteria die bij deevaluatie gehanteerd zullen worden. Het scoremechanisme en de weging van detoekenningscriteria zullen respectievelijk op de websites van de Nationale Agentschappenof van het Uitvoerend Agentschap gepubliceerd worden. In het geval vangedecentraliseerde acties zal de weging desalniettemin voor alle NationaleAgentschappen hetzelfde zijn. De bijkomende nationale toekenningscriteria kunneninhoudelijk van land tot land verschillen, maar hun totale gewicht zal hetzelfde zijn vooralle landen. Alle dergelijke bijkomende nationale toekenningscriteria zullen gepubliceerdworden op de website van het relevante Nationale Agentschap.Identieke of gelijkaardige aanvragen zullen aan een specifieke evaluatie onderworpenworden om het risico op een dubbele financiering uit te sluiten. De Commissie en deNationale Agentschappen behouden zich het recht voor om identieke of gelijkaardigeaanvragen van eenzelfde aanvrager niet te financieren.Het Besluit dat het 'Een Leven Lang Leren'-Programma in het leven riep, moedigtnatuurlijke personen of organisaties die voorheen nog niet deelgenomen hebben aan het'Een Leven Lang Leren'-Programma of aan de daaraan voorafgaande programma's, aanom deel te nemen aan gedecentraliseerde acties (Artikel 1.3.f). De deelname vanmensen met specifieke behoeften en minder bevoorrechte groepen wordt eveneensaangemoedigd.Beurzen worden toegekend op basis van het beschikbare budget en de relatieve kwaliteitvan de aanvragen, rekening houdend met de maximumbijdrage van de Europese Unie16"Officieel" betekent hier: gecertificeerd door een geschikte externe partij en/of gepubliceerd en/of goedgekeurd door de algemene vergadering van de organisatie.http://ec.europa.eu/llp Blz. 28


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I(EU) en, indien van toepassing, het maximale percentage cofinanciering dat de EUvoorziet.Alle aanvragers zullen schriftelijk op de hoogte worden gebracht van het resultaat van deevaluatie.De resultaten van de beurstoekenningen zullen gepubliceerd worden op de website vanhet Agentschap in kwestie en dit zo snel mogelijk nadat de beslissingen genomen zijnmaar in elk geval ten laatste 6 maanden na het nemen van de beslissing. Deze publicatiezal de naam van de begunstigde vermelden, de titel van het gesteunde project en hetmaximumbedrag van de toegekende beurs (en het percentage van de cofinanciering,indien van toepassing). Persoonlijke gegevens van natuurlijke personen die geselecteerdwerden voor een individuele mobiliteitsbeurs zullen echter niet gepubliceerd worden.http://ec.europa.eu/llp Blz. 29


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I4. FINANCIËLE BEPALINGEN4.A.ACTIESALGEMENE FINANCIËLE VOORWAARDEN VAN TOEPASSING OP ALLEDe toekenning van een beurs kan op twee manieren officieel gemaakt worden: enerzijdsdoor de ondertekening van een Beursovereenkomst door de twee partijen (hetAgentschap en de begunstigde van de beurs) en anderzijds door een unilateraleBeslissing van het Agentschap waarvan de begunstigde van de beurs op de hoogtegebracht wordt.Deze Overeenkomst of Beslissing zal niet alleen de betalingsmodaliteiten bevatten maarook het bankrekeningnummer of de subrekening waarop de financiering overgeschrevenmoet worden.Voor elk project kan er maar één beurs uit het Gemeenschapsbudget worden toegekend.De beurs mag niet tot doel, noch als resultaat hebben winst te genereren voor debegunstigde. Bovendien kunnen beurzen niet met terugwerkende kracht toegekendworden voor activiteiten die al voltooid zijn op het moment dat de beursaanvraag wordtingediend.Een beurs mag onder geen enkel beding het initieel aangevraagde bedrag overschrijden.Ze kan echter wel lager zijn dan het aangevraagde bedrag.Beurzen dienen als aanmoediging om projecten of activiteiten uit te voeren die niethaalbaar zouden zijn zonder de financiële steun van de Europese Unie. Ze zijn gebaseerdop het principe van cofinanciering.In de Beursovereenkomst worden de maatregelen en tijdsbestekken vastgelegd voor dewijziging, opschorting en beëindiging van de Overeenkomst of de Beslissing. Wanneerbegunstigden hun contractuele verplichtingen niet zijn nagekomen, is het mogelijk dathun overeenkomst wordt geannuleerd en/of dat ze een geldboete wordt opgelegd.Beursovereenkomsten of Beslissingen mogen alleen gewijzigd worden door bijkomendeschriftelijke Overeenkomsten of Beslissingen. Zulke bijkomende Overeenkomsten ofBeslissingen mogen niet tot doel of als resultaat hebben wijzigingen door te voeren diede beslissing om de beurs toe te kennen in vraag stellen of de gelijke behandeling van deaanvragers in het gedrang brengen. Een bijkomende Overeenkomst of Beslissing kan nietopgemaakt worden na de toekenningsperiode voor de kosten en activiteiten die in deoorspronkelijke Overeenkomst of Beslissing vastgelegd werden.4.B.SOORTEN FINANCIERINGENLet op: de term "project" verwijst in het kader van financiële steun door de EuropeseUnie (EU) en doorheen dit document naar één van de Activiteittypes beschreven in sectie1.B.http://ec.europa.eu/llp Blz. 30


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IEU-steun kan de vorm aannemen van een forfaitaire vergoeding 17 , een forfaitair 18 bedraggebaseerd op een schaal van kosteneenheden of de terugbetaling van een percentagevan de in aanmerking komende kosten. Afhankelijk van het type kan een beurs alle ofenkele van deze financieringssoorten omvatten. De begroting voor een project moetnaargelang worden opgesteld.• Voor beurzen die als forfaitaire vergoeding worden toegekend, moet de begunstigdein staat zijn te bewijzen dat de activiteit waarvoor de beurs wordt toegekend ookdaadwerkelijk plaatsgevonden heeft en dus niet het eigenlijke kostenplaatje ervan.Als de gefinancierde activiteit op een bevredigende manier wordt uitgevoerd, krijgtmen het volledige beursbedrag. Is dit niet het geval, dan wordt er normaal gezienverwacht dat (een deel van) de beurs terugbetaald wordt. Dit wordt bepaald op basisvan criteria die voor elke gedecentraliseerde actie vastgelegd worden.• In het geval van forfaitaire bedragen gebaseerd op een schaal van kosteneenheden(bijvoorbeeld maximale dagvergoedingen voor verblijfskosten) moet de begunstigdede werkelijk opgelopen kosten niet verantwoorden maar wel bewijzen dat deactiviteiten die leidden tot het toekennen van een bepaald beursbedrag hebbenplaatsgevonden (het maximale bedrag dat voor het verblijf toegekend wordt, wordtbijvoorbeeld berekend op basis van het aantal dagen dat hij of zij in het buitenlanddoorbrengt).• In het geval (een deel van) de beurs wordt toegekend op basis van de werkelijkgemaakte kosten, zal de begunstigde alle bewijsstukken voor zijn/haar uitgaven dieals werkelijke kosten vergoed worden, bewaren en op aanvraag voorleggen.• In aanmerking komende kosten: de uitgaven die in aanmerking komen binnen eenbudget voor een project dat gesteund wordt met cofinanciering door de EuropeseUnie. De geschatte uitgaven die werden opgegeven in de aanvraag, wordengecontroleerd aan de hand van de regels uit deze Gids. In het geval de uitgaven nietin overeenstemming zijn met deze regels, worden ze volledig of gedeeltelijk als"ongeschikt" beschouwd (d.w.z. niet in aanmerking komend voor cofinanciering doorde Europese Unie) Na de controle zal het goedgekeurde budget alleen nog maar de inaanmerking komende kosten dekken.• Terugbetaling van een percentage van in aanmerking komende kosten: de aanvragerzal zijn uitgaven als werkelijk gemaakte kosten opgeven (waarop mogelijksmaximumtarieven van toepassing zijn). De financiering door de Europese Unie zalberekend worden als percentage van de in aanmerking komende werkelijke uitgaven.De bijdrage zal pro rata verminderd worden als het project bij de eindrapportage nietof maar gedeeltelijk afgerond is of als er geld van de financiering werd gebruikt voor"ongeschikte" uitgaven. Wanneer er minder kosten werden gemaakt dan voorzien, zalde bijdrage procentueel verminderd worden volgens de percentages uit deBeursovereenkomst. Meer informatie hierover vindt u in de documentatie over hetbeheer van Beursovereenkomsten.17 "Forfaitaire vergoedingen zullen in het algemeen bepaalde kosten dekken die nodig zijn voor de uitvoeringvan een actie of voor de jaarwerking van een begunstigde, in overeenstemming met de voorwaarden van deovereenkomst en gebaseerd op een schatting." (Financieel Reglement, Artikel 108a(a), punt (b) enUitvoeringsregels voor het Financiële Reglement, Artikel 180a, punt 2. Zie:http://ec.europa.eu/budget/documents/financial_regulation_en.htm#expand_collapse18 Financieringen met een forfaitair bedrag zullen specifieke uitgaven dekken die vooraf duidelijk omlijnd wordendoor ofwel vooraf een vast percentage toe te passen of door een standaard schaal van eenheidskosten toe tepassen." (Financieel Reglement, Artikel 108a(1), punt (c) en Uitvoeringsregels voor het Financiële Reglement,Artikel 180a, punt 3).http://ec.europa.eu/llp Blz. 31


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I4.C.MOBILITEITSBEURZEN VOOR NATUURLIJKE PERSONENMobiliteitsbeurzen worden toegekend op basis van verschillende kostenelementen. Dehieronder opgegeven tarieven, zijn maximumtarieven.De begroting voor mobiliteitsactiviteiten is gebaseerd op (een combinatie van)verblijfskosten, reiskosten en andere kosten. Voor kosten gebaseerd op een schaal vankosteneenheden of werkelijk gemaakte uitgaven, gelden de algemeneontvankelijkheidsregels (zie verder).Voor een korte mobiliteit (behalve Grundtvig Workshops) worden de reiskosten berekendop basis van de werkelijk gemaakte kosten. Voor langer durende mobiliteiten van 13weken of meer en voor Grundtvig Workshops, wordt verondersteld dat de reiskostengedekt worden door de forfaitaire vergoeding voor het verblijf en wordt er geenafzonderlijke beurs voor het reizen zelf toegekend.A. VerblijfskostenVoor alle mobiliteitsacties bestaat de bijdrage voor de verblijfskosten uit een forfaitairebeurs die wordt berekend op basis van een dag-, week- 19 of maandtarief. Onder deverblijfskosten vallen logies, maaltijden, lokale verplaatsingen, telecommunicatiekostenwaaronder fax en internet, verzekering en alle andere verblijfsgerelateerde kosten.De toegekende beurzen voor mobiliteitsacties tot 12 weken (behalve GrundtvigWorkshops) dekken geen reiskosten. Deze worden terugbetaald op basis van de werkelijkgedane uitgaven. Voor mobiliteitsacties van minstens 13 volledige weken worden detoegekende beurzen beschouwd als een algemene forfaitaire bijdrage voor alle kostenwaaronder ook de reiskosten.De steun voor de verblijfskosten wordt berekend op basis van de schaal vankosteneenheden van het gastland.Personen met specifieke behoeften kunnen genieten van specialefinancieringsmaatregelen. Voor een beursaanvraag binnen de gedecentraliseerde actiesvan het 'Een Leven Lang Leren'-Programma, wordt een persoon met specifieke behoeftengedefinieerd als een potentiële deelnemer wiens fysische, mentale ofgezondheidstoestand van die aard is dat zijn/haar deelname aan het project/de mobiliteitniet mogelijk zou zijn zonder bijkomende financiële steun.De bijkomende beurs voor zowel verblijfs- als reiskosten zal geval per geval geëvalueerdworden en gebaseerd worden op de werkelijke kosten. In zulke gevallen is het mogelijkdat de beurs ook de reis- en verblijfskosten van een begeleider dekt indien ditgerechtvaardigd is. De individuele situatie moet beschreven worden en de specifiekebehoeften en extra kosten die ermee gepaard gaan moeten uitgebreid vermeld worden inde aanvraag. Het Nationaal Agentschap zal, op basis van deze uitleg, de beschikbarefinanciering, de nationale regels en de potentiële nationale prioriteiten, oordelen of ereen extra beurs kan worden toegekend.Voor sommige Acties wordt er een maximumbedrag geplakt op de beurs die onder dezeomstandigheden kan worden toegekend.OPMERKING: Aanvragers moeten er rekening mee houden dat de bedragen in devolgende tabellen verwijzen naar de absolute maxima die toegestaan zijn in alle landen19In deze context is een week gelijk aan een mobiliteitsperiode van zeven volledige opeenvolgendedagen, inclusief de heen- en terugreis.http://ec.europa.eu/llp Blz. 32


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Idie deelnemen aan het programma. De werkelijke bedragen die door de specifiekeNationale Agentschappen worden toegekend, variëren van land tot land en van actie totactie en kunnen in sommige gevallen aanzienlijk lager liggen dan de opgegevenmaximumbedragen. Bij het bepalen van de toe te kennen bedragen, houden de NationaleAgentschappen vooral rekening met het totale beschikbare budget, het aantal aanvragenin hun land en het feit dat ze alle begunstigden in hun land gelijk moeten behandelen.Daarom raden we alle aanvragers ten stelligste aan de website van het relevanteNationale Agentschap in hun land te raadplegen om de werkelijke bedragen op te zoekendie ze waarschijnlijk zullen ontvangen wanneer hun aanvraag goedgekeurd wordt.ComeniusAanvragers van steun voor mobiliteit voor initiële lerarenopleidingen binnen demultilaterale projecten van Comenius, vinden de maximaal in aanmerking komendeweekbedragen in de tabel Verblijfskosten op de website van het EACEA.http://ec.europa.eu/llp Blz. 33


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL ITabel 1a: 'Een Leven Lang Leren'-Programma - Mobiliteit - Verblijf -Maximumtarieven (in EUR) per gastland en verblijfsduur. (Voor de mobiliteitvan Erasmus studenten zie Tabel 1b)Exclusief reis- en visumkostenInclusief reis- envisumkosten1dag2dagenTotaalbedrag eerste week3dagen4dagen5dagen6dagenTotaalbedragEénweek(7dagen)TweewekenBijkomendbedragper week(wkn 3 -12)*Totaalbedragvoor devolledige 13weken **Bijkomendbedrag perweek(wkn 14 - 45)*BE 170 340 510 680 850 1.020 1.190 1.666 190 4.232 190BG 120 240 360 480 600 720 840 1.176 134 2.986 134CZ 170 340 510 680 850 1.020 1.190 1.666 190 4.232 190DK 240 480 720 960 1.200 1.440 1.680 2.352 269 5.983 269DE 170 340 510 680 850 1.020 1.190 1.666 190 4.232 190EE 150 300 450 600 750 900 1.050 1.470 168 3.738 168EL 170 340 510 680 850 1.020 1.190 1.666 190 4.232 190ES 180 360 540 720 900 1.080 1.260 1.764 202 4.490 202FR 200 400 600 800 1.000 1.200 1.400 1.960 224 4.984 224IE 210 420 630 840 1.050 1.260 1.470 2.058 235 5.231 235IT 190 380 570 760 950 1.140 1.330 1.862 213 4.737 213CY 150 300 450 600 750 900 1.050 1.470 168 3.738 168LV 150 300 450 600 750 900 1.050 1.470 168 3.738 168LT 130 260 390 520 650 780 910 1.274 146 3.244 146LU 170 340 510 680 850 1.020 1.190 1.666 190 4.232 190HU 160 320 480 640 800 960 1.120 1.568 179 3.985 179MT 150 300 450 600 750 900 1.050 1.470 168 3.738 168NL 190 380 570 760 950 1.140 1.330 1.862 213 4.737 213AT 190 380 570 760 950 1.140 1.330 1.862 213 4.737 213PL 160 320 480 640 800 960 1.120 1.568 179 3.985 179PT 160 320 480 640 800 960 1.120 1.568 179 3.985 179RO 130 260 390 520 650 780 910 1.274 146 3.244 146SI 160 320 480 640 800 960 1.120 1.568 179 3.985 179SK 150 300 450 600 750 900 1.050 1.470 168 3.738 168FI 210 420 630 840 1.050 1.260 1.470 2.058 235 5.231 235SE 200 400 600 800 1.000 1.200 1.400 1.960 224 4.984 224UK 220 440 660 880 1.100 1.320 1.540 2.156 246 5.478 246IS 170 340 510 680 850 1.020 1.190 1.666 190 4.232 190LI 220 440 660 880 1.100 1.320 1.540 2.156 246 5.478 246NO 250 500 750 1.000 1.250 1.500 1.750 2.450 280 6.230 280TR 140 280 420 560 700 840 980 1.372 157 3.491 157* Voor weken 3-12 en 14-45, worden de bijkomende volledige weken berekend op basis van het bedrag in de kolommen'Bijkomend bedrag per week voor weken 3-12 en 14-45'.** Dit omvat een speciaal bedrag dat de reis- en visumkosten dekt gezien deze vanaf week 13 inbegrepen zijn.De berekeningsmethode voor een "onvolledige" week bestaat eruit het aantal dagen te vermenigvuldigen met 1/7 van hetbedrag uit de kolommen 'Bijkomend bedrag per week’ voor weken 3-12 en 14-45. Er wordt een uitzondering gemaakt voor detweede onvolledige week. Deze wordt berekend op basis van het aantal bijkomende dagen vermenigvuldigd met 1/7 van hetverschil tussen de bedragen voor één week en twee weken.Bij een verblijf dat tussen de 12 en 13 weken duurt (d.w.z. een onvolledige 13 de week) wordt de berekening gebaseerd op hetbedrag voor 12 weken, per bijkomende dag vermeerderd met 1/7de van het bedrag dat vermeld wordt in de kolommen'Bijkomend bedrag per week'. Het zo verkregen totaalbedrag omvat geen reis- en visumkosten.http://ec.europa.eu/llp Blz. 34


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL ITabel 1b: 'Een Leven Lang Leren'-Programma 2009 - Erasmus - MobiliteitVerblijf Studenten- Maximumtarieven (in EUR) per gastland inclusief reiskosten20GASTLANDMaandtariefB. ReiskostenBelgique/België – BE 640Balgarija – BG 448Česká republika – CZ 627Danemark – DK 890Deutschland – DE 634Eesti – EE 544Ellas – EL 608España – ES 653France – FR 742Eire/Ireland – IE 781Italia – IT 717Kypros – CY 570Latvija – LV 544Lietuva – LT 486Luxembourg – LU 640Magyarország – HU 602Malta – MT 544Nederland – NL 698Österreich – AT 691Polska – PL 602Portugal – PT 589Romania – RO 480Slovenija – SI 576Slovensko – SK 557Suomi – FI 768Sverige – SE 736United Kingdom – UK 806Island – IS 621Liechtenstein – LI 826Norge – NO 909Türkiye – TR 499Voor mobiliteitsacties van maximaal 12 weken (behalve Grundtvig Workshops) zal het NAde reiskosten geheel of gedeeltelijk (aan de hand van een plafond ofmaximumpercentage) terugbetalen op basis van de werkelijk gemaakte kosten inclusiefwaar nodig kosten voor inreis-/uitreisvisa. Alle andere kosten in verband met de reiskomen niet in aanmerking.Als de deelnemers in één van de overzeese landen of gebieden wonen die vermeld staanin het Besluit 2001/822/EC van de Raad (zie Landen) of een van deze gebieden alsbestemming hebben, zullen de werkelijk opgelopen reiskosten - behalve in het geval vande Grundtvig Workshops - volledig terugbetaald worden, ongeacht de duur van demobiliteitsactiviteit.Wanneer steun voor reiskosten wordt toegekend op basis van de werkelijk gemaaktekosten, gelden dezelfde regels als voor de reiskosten van multilaterale projecten,netwerken, aanvullende maatregelen, studies en vergelijkend onderzoek, maar de kosten20 Voor de Intensieve Programma's van Erasmus, omvatten deze bedragen geen reiskosten die (gedeeltelijk) kunnen wordenterugbetaald op basis van de werkelijke kosten.http://ec.europa.eu/llp Blz. 35


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Ivoor de reisverzekering en mogelijke annuleringskosten zitten vervat in deverblijfskosten.C. Andere kostenNaast de beurzen voor het dekken van de reis- en verblijfskosten waarnaar hierboven wordtverwezen, zullen er binnen bepaalde Acties van het programma ook beurzen beschikbaar zijn omandere kosten te dekken, zoals bij:COMENIUSNascholing voor onderwijspersoneel- Inschrijvingsgelden voor opleidingen of seminaries: Er kan een bijdrage toegekend worden opbasis van de werkelijke kosten en dit voor een op Europees niveau vastgelegdmaximumbedrag van 150 euro per dag (dit maximumbedrag kan lager zijn in bepaaldelanden)- Taalkundige voorbereiding: Er kan een bijdrage toegekend worden tot een op Europeesniveau vastgelegd forfaitair maximumbedrag van 500 euro per deelnemer (dit bedrag varieertper land en zal in de meeste gevallen lager liggen). (Opmerking: een beurs voor taalkundigevoorbereiding wordt niet toegestaan als de opleiding zelf uitsluitend of grotendeels gericht isop het verbeteren van taalvaardigheden.)Assistentschappen- Pedagogische, taalkundige en culturele voorbereiding: Er kan een bijdrage toegekend wordentot een op Europees niveau vastgelegd forfaitair maximumbedrag van 500 euro perdeelnemer (dit maximumbedrag kan lager zijn in sommige landen). Activiteiten die inaanmerking komen zijn voorbereidende bijeenkomsten, taalkundige voorbereidingen en devoorbereiding van Content en Language Integrated Learning (CLIL)LEONARDO DA VINCIMobiliteit (Initiële beroepsopleiding, Mensen op de arbeidsmarkt, Professionals uit hetberoepsonderwijs en de beroepsopleidingen)- Pedagogische, taalkundige en culturele voorbereiding: Er kan een bijdrage toegekend wordentot een op Europees niveau vastgelegd forfaitair maximumbedrag van 500 euro perdeelnemer (dit maximumbedrag kan lager zijn in sommige landen).GRUNDTVIGNascholing voor personeel in de volwasseneneducatie- Inschrijvingsgelden voor opleidingen: Er kan een bijdrage toegekend worden op basis van dewerkelijke kosten en dit voor een op Europees niveau vastgelegd maximumbedrag van 150euro per dag (dit maximumbedrag kan lager zijn in bepaalde landen)- Pedagogische, taalkundige en culturele voorbereiding: Er kan een bijdrage toegekend wordentot een op Europees niveau vastgelegd forfaitair maximumbedrag van 500 euro perdeelnemer (dit maximumbedrag kan lager zijn in sommige landen). (Opmerking: een beursvoor taalkundige voorbereiding wordt niet toegestaan als de opleiding zelf uitsluitend ofgrotendeels gericht is op het verbeteren van taalvaardigheden)Assistentschappenhttp://ec.europa.eu/llp Blz. 36


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I- Pedagogische, taalkundige en culturele voorbereiding: Er kan een bijdrage toegekend wordentot een op Europees niveau vastgelegd forfaitair maximumbedrag van 500 euro perdeelnemer (dit maximumbedrag kan lager zijn in sommige landen).Bezoeken en Uitwisselingen- Inschrijvingsgelden voor conferenties of seminaries: Er kan een bijdrage toegekend wordenop basis van de werkelijke kosten en dit voor een op Europees niveau vastgelegdmaximumbedrag van 150 euro per dag (dit maximumbedrag kan lager zijn in bepaaldelanden).- Pedagogische, taalkundige en culturele voorbereiding: Er kan een bijdrage toegekend wordentot een op Europees niveau vastgelegd forfaitair maximumbedrag van 500 euro perdeelnemer (dit maximumbedrag kan lager zijn in sommige landen).Workshops- Pedagogische, taalkundige en culturele voorbereiding: Er kan een bijdrage toegekend wordentot een op Europees niveau vastgelegd forfaitair maximumbedrag van 500 euro perdeelnemer (dit maximumbedrag kan lager zijn in sommige landen).Senior Vrijwilligers Projecten- De "Andere kosten" met betrekking tot de individuele vrijwilligers die aan de projectendeelnemen, worden behandeld in sectie 4.D hieronder.D. Specifieke financiële regels voor mobiliteit van individuele leeringen in hetkader van ComeniusDe subsidieaanvragen kunnen enkel worden ingediend door scholen die gevestigd zijn ineen land dat deelneemt aan de actie. Gelieve de specifieke ontvankelijkheidsregels voorde Comenius Mobiliteit van Individuele Leerlingen te raadplegen in de Gids voor het 'EenLeven Lang Leren'-Programma 2009: Deel II - Uitleg per Actie.Beurzen voor thuis- en gastscholenScholen die leerlingen uitsturen en ontvangen, krijgen één enkele beurs die uit devolgende elementen bestaat:1. Thuisschool:• Een forfaitair bedrag van 150 euro per leerling voor de organisatiekosten, gebaseerdop de taken gedefinieerd in de Gids voor Comenius Mobiliteit van IndividueleLeerlingen, Sectie 2, Rollen en verantwoordelijkheden.• Een forfaitair bedrag van 120 euro per leerling voor de taalkundige voorbereiding. Debehoefte aan een taalkundige voorbereiding moet door de thuisschool in hetaanvraagformulier gerechtvaardigd worden.2. Gastschool:• Een forfaitair bedrag van 500 euro per leerling voor de organisatiekosten, gebaseerdop de taken gedefinieerd in de Gids voor Comenius Mobiliteit van IndividueleLeerlingen, Sectie 2, Rollen en verantwoordelijkheden.De forfaitaire vergoeding voor de thuis- en gastschool wordt betaald aan de thuisschooldoor haar Nationaal Agentschap. De thuisschool is verantwoordelijk voor het overmakenvan het bedrag aan de gastschool op basis van een schriftelijk verzoek (een voorbeeldvan dergelijk verzoek is opgenomen in de Gids voor Comenius Mobiliteit van IndividueleLeerlingen).http://ec.europa.eu/llp Blz. 37


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IBeurzen voor deelnemende leerlingenEen beurs voor een deelnemende leerling dekt de volgende kosten:• De werkelijk in aanmerking komende kosten voor het ticket voor de heen- enterugreis (inclusief binnenlandse verplaatsing) zullen voor 100% gedekt worden. Ermoet verplicht gebruik gemaakt worden van goedkoopste vervoersmiddelen entarieven (Vliegtuigticket in economy class, treinticket in 2 de klasse). Het NationaalAgentschap mag een plafond vastleggen om overdreven kosten te vermijden.• Een maandelijkse vergoeding die toegekend wordt in de vorm van een forfaitairbedrag (om bij te dragen in bijvoorbeeld studiemateriaal en plaatselijk vervoer). Hetbedrag voor de 1 ste maand ligt hoger om de uitgaven aan het begin van het verblijf inhet buitenland te dekken. Het bedrag per gastland vindt u in onderstaande tabel:Tabel 1c: Maandelijkse vergoedingen (per gastland):LandEerstemaandVerderemaandenBelgië - BE 175 105Republiek Tsjechië – CZ 172 103Denemarken – DK 243 146Estland – EE 149 89Spanje – ES 179 107Frankrijk – FR 203 122Italië – IT 196 118Litouwen – LV 149 89Luxemburg – LU 175 105Oostenrijk – AT 189 113Finland – FI 210 126Zweden – SE 201 121Noorwegen – NO 249 149De reisvergoeding en de maandelijkse vergoeding van de leerling zullen betaald wordenaan de thuisschool door haar Nationaal Agentschap. De maandelijkse vergoeding zal doorde thuisschool overgemaakt worden aan de ouder(s)/voogd(en) van de leerling of aan deleerling zelf.4.D.BEURZEN VOOR ORGANISATIES DIE MOBILITEIT ORGANISEREN(ERASMUS, LEONARDO DA VINCI EN GRUNDTVIG)In het geval van mobiliteitsacties in het kader van Erasmus en Leonardo da Vinci en bijbepaalde Grundtvig acties, worden de mobiliteitsactiviteiten georganiseerd doorinstellingen zoals die voor Hoger Onderwijs, organisaties voor beroepsonderwijs en -opleidingen en organisaties voor volwasseneneducatie. De uitsturende organisatie ofgastorganisatie moet zich voor deze mobiliteitsacties ten volle engageren om de kwaliteitte garanderen van alle aspecten (niet alleen pedagogische maar ook logistieke) van demobiliteitsperiode. De organisaties zijn ook verantwoordelijk voor het beheer van demobiliteitsbeurzen voor de afzonderlijke deelnemers. De bedragen en regels die vanhttp://ec.europa.eu/llp Blz. 38


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Itoepassing zijn op deze beurzen werden hierboven reeds beschreven. Daarnaastontvangen de organisaties zelf ook een bijdrage in hun kosten voor het organiseren vande mobiliteitsactiviteiten. Deze steun komt ten goede aan de organisatie zelf en dus nietaan de individuele deelnemers. 21ERASMUS EN LEONARDO DA VINCIBeurzen voor uitsturende instellingen/consortia voor de Organisatie van MobiliteitEr is een maximale schaal van kosteneenheden van toepassing voor de berekening vande beurzen voor uitsturende instellingen / consortia voor de Organisatie van Mobiliteit.De schalen zijn opgedeeld per bezoekersgroep en, in het geval van Erasmus, per aantalbezoekende uitgenodigde docenten uit ondernemingen. Voor de eerste 25 personen vande totale in aanmerking komende mobiliteiten is schaal 1 van toepassing. De volgendeschaal is van toepassing op de 26ste tot 100ste persoon en ga zo maar door.Tabel 2: Erasmus en Leonardo da Vinci - Maximale schaal van kosteneenhedentoe te passen op de berekening van beurzen aan instellingen voor hogeronderwijs en stageconsortia om de kwaliteit te borgen van de getroffenregelingen voor de mobiliteit ten behoeve van studenten en personeel, inclusiefstudentenstages binnen het kader van ErasmusSchaal 1 (1ste tot en met 25ste persoon)Schaal 2 (26ste tot en met 100ste persoon)Schaal 3 (101ste tot en met 400ste persoon)Schaal 4 (> 400ste persoon)€ 390/begunstigde€ 315/begunstigde€ 225/begunstigde€ 180/begunstigdeERASMUS EN GRUNDTVIGBeurzen aan instellingen voor het organiseren van Intensieve Taalcursussen in het kadervan Erasmus (EILC's), Intensieve Programma's van Erasmus (IP's) en GrundtvigWorkshopsDe beurs wordt toegekend als een forfaitaire vergoeding. Het maximale basisbedrag isvoor België vastgelegd op €6.160 voor EILC's en op €7.180 euro voor IP's en Grundtvigworkshops. Dit betekent dat de begunstigde organisatie ook zelf nog voor financieringmoet zorgen. Het maximumbedrag voor de andere landen wordt berekend aan de handvan het indexcijfer van de kosten van levensonderhoud van Eurostat [AS: van het meestrecente beschikbare jaar] (zie Tabel 3a hieronder).21 Alle vermelde bedragen zijn in euro per persoon/begunstigde tenzij anders opgegeven.http://ec.europa.eu/llp Blz. 39


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL ITabel 3a: Erasmus en Grundtvig - Maximale bedragen van de forfaitairevergoedingen (in EUR) voor het organiseren van Intensieve Taalcursussen inhet kader van Erasmus (EILC's), Intensieve Programma's (IP's) en GrundtvigWorkshopsErasmusLandErasmus IP's enEILC's GrundtvigWorkshopsBelgique/België BE België 6.160 7.180Balgarija BG Bulgarije 4310 5030Česká republika CZ Republiek6040 7040TsjechiëDanemark DK Denemarken 8560 9980Deutschland DE Duitsland 6100 7110Eesti EE Estland 5240 6100Ellas EL Griekenland 5850 6820España ES Spanje 6280 7320Frankrijk FR Frankrijk 7150 8330Eire IE Ierland 7520 8760Italia IT Italië 6900 8040Kypros CY Cyprus 5480 6390Latvija LV Letland 5240 6100Lietuva LT Litouwen 4680 5460Luxemburg LU Luxemburg 6160 7180Magyarország HU Hongarije 5790 6750Malta MT Malta 5240 6100Nederland NL Nederland 6710 7830Österreich AT Oostenrijk 6650 7750Polska PL Polen 5790 6750Portugal PT Portugal 5670 6610Roemenië RO Roemenië 4620 5380Slovenië SI Slovenië 5540 6460Slovensko SK Slowakije 5360 6250Suomi/Finland FI Finland 7390 8620Sverige SE Zweden 7080 8260Verenigd Koninkrijk GB Verenigd7760 9050KoninkrijkIsland IS IJsland 5970 6960Liechtenstein LI Liechtenstein 7950 9260Norge NO Noorwegen 8750 10200Türkiye TR Turkije 4800 5600GRUNDTVIG – SENIOR VRIJWILLIGERS PROJECTENDe organisaties die vrijwilligers uitsturen en ontvangen, krijgen één enkele beurs die uitde volgende elementen bestaat:1. uitsturingskosten:a) een forfaitaire beurs op basis van het aantal uitgestuurde vrijwilligers diede organisatiekosten dekt maar ook de culturele, taalkundige enpersoonlijke voorbereiding van de uigestuurde vrijwilligers en de kostenvoor het opvolgen van hun ervaringen bij hun terugkeer (zie onderstaandeTabel 3b)http://ec.europa.eu/llp Blz. 40


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Ib) een variabele beurs voor de reiskosten van de uitgestuurde vrijwilligers diegebaseerd is op de werkelijke reiskosten, die trouwens ook bewezenmoeten worden (zie Sectie 4C hierboven)2. ontvangstkosten:a) een forfaitaire beurs op basis van het aantal ontvangen vrijwilligers die deorganisatiekost van de gastorganisatie moet dekken (zie onderstaandeTabel 3b)b) een forfaitaire beurs per vrijwilliger op basis van de schalen vankosteneenheden om de kosten van verblijf, verzekering, lokaleverplaatsingen en steun aan de ontvangen vrijwilligers te dekken tijdensde vrijwilligersperiode (zie Tabel 1a hierboven).Tabel 3b: Grundtvig Senior Vrijwilligers Projecten – Maximale schalen vankosteneenheden voor het organiseren van de mobiliteit van senior vrijwilligersPer vrijwilligerVersturende organisatie 800 €Gastorganisatie 390 €4.E.PARTNERSCHAPPENPartnerschappen zijn (vaak kleinschalige) projecten rond een praktische samenwerkingtussen organisaties uit minstens 3 verschillende landen, met uitzondering van BilateralePartnerschappen in het kader van Comenius waarbij maar twee landen betrokken zijn.Per Partnerschap is één instelling / organisatie “coördinator”, de andere instellingen /organisaties zijn gewoon “partners”. De aanvraag voor het Partnerschap wordt door alledeelnemende instellingen samen voorbereid maar elke instelling afzonderlijk ontvangtzijn beurs van zijn eigen Nationaal Agentschap. Partnerschapsbeurzen worden voor eenperiode van 2 jaar toegekend.De activiteiten binnen een Partnerschap omvatten zowel lokale activiteiten in één vande partnerorganisaties zelf (leeractiviteiten, veldwerk, onderzoek, enz.) alsmobiliteitsactiviteiten om de buitenlandse partnerinstellingen te bezoeken(projectbijeenkomsten, studiebezoeken, uitwisselingen van personeel, klasuitwisselingen,enz.).De regels zijn grotendeels gelijk voor alle Partnerschapsprojecten, ongeacht hetprogramma waaronder ze plaatsvinden (Comenius, Grundtvig, Leonardo da Vinci). Detoegekende beurzen kunnen echter in bepaalde mate verschillen afhankelijk van het landof het programma.Forfaitaire vergoedingenElke deelnemende instelling ontvangt een projectbeurs in de vorm van een forfaitairevergoeding als bijdrage in alle projectkosten: reis- en verblijfskosten tijdens demobiliteitsperiodes en kosten in verband met lokale projectactiviteiten. De beurzenhttp://ec.europa.eu/llp Blz. 41


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Iworden berekend op basis van het minimumaantal “mobiliteiten” dat de deelnemendeinstelling van plan is uit te voeren tijdens de duur van de overeenkomst. Eén “mobiliteit”komt overeen met één reis naar het buitenland door één persoon in het kader van hetPartnerschap. De in aanmerking komende soorten mobiliteitsactiviteiten worden door deBeursovereenkomst gedefinieerd. Bij de Eindrapportage worden de begunstigden nietgevraagd hun onkosten te bewijzen maar wel dat de activiteiten die ze in hun aanvraaghadden voorzien, volledig en op een bevredigende manier werden uitgevoerd.Let wel:Om rekening te houden met de behoeften van personeel of leerlingen/lerenden metspecifieke behoeften of indien er een mobiliteitsactie wordt gepland van of naar departners in één van de gebieden uit de lijst "Overzeese Landen en Gebieden” (zie sectie1.C. "Welke landen nemen deel aan het programma?"), kan het minimumaantalmobiliteiten gehalveerd worden. Een instelling die hoge extra kosten voorspelt voor demobiliteitsactiviteiten van deelnemers met specifieke behoeften bijvoorbeeld, kan aanhaar Nationaal Agentschap vragen om het minimumaantal mobiliteiten dat gekoppeld isaan het aangevraagde beursbedrag, te verlagen. Als het Nationaal Agentschap hetverzoek inwilligt, krijgt de instelling hetzelfde beursbedrag maar voor een kleiner aantalminimaal vereiste mobiliteiten.Tabel 4: Comenius, Leonardo da Vinci en Grundtvig – forfaitairemaximumbedragen voor PartnerschappenIn de onderstaande tabel vindt u de maximale beursbedragen voor elkPartnerschapstype, gebaseerd op het aantal geplande mobiliteiten. De werkelijkebedragen die door de Nationale Agentschappen worden toegekend, variëren van land totland en kunnen in sommige gevallen aanzienlijk lager liggen dan de hieronder opgegevenmaximumbedragen. Daarom raden we alle aanvragers ten stelligste aan de website vanhet relevante Nationale Agentschap in hun land te raadplegen om de werkelijke bedragenop te zoeken die ze waarschijnlijk zullen ontvangen wanneer hun aanvraag goedgekeurdwordt.MultilateralePartnerschappenBilateralePartnerschappenPartnerschapstypeKlein aantalmobiliteitenBeperkt aantalmobiliteitenGemiddeld aantalmobiliteitenGroot aantalmobiliteitenBilaterale ComeniusPartnerschappen -Klasuitwisseling inkleine groepen van 10tot 19 leerlingen.Bilaterale ComeniusPartnerschappen -Klasuitwisseling ingrote groepen van 20Minimaalaantalmobiliteiten perpartner in een2-jaar durendPartnerschapMaximalebeurs alseenforfaitairevergoedingper partnerCOMENIUSMaximalebeurs als eenforfaitairevergoeding perpartnerLEONARDO DAVINCIMaximalebeurs als eenforfaitairevergoedingper partnerGRUNDTVIG4 10.000 € 10.000 € 15.000 €8 15.000 € 15.000 € 17.500 €12 20.000 € 20.000 € 20.000 €24 25.000 € 25.000 € 25.000 €12 20.000 € - -24 25.000 € - -http://ec.europa.eu/llp Blz. 42


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Ileerlingen of meer.Uitzondering: Regiobeurzen van Comenius:De Regiobeurzen van Comenius bestaan uit een forfaitaire vergoeding voor demobiliteiten plus een beurs op basis van de werkelijk gemaakte kosten voor debijkomende activiteiten. Deze bijdrage voor de bijkomende uitgaven zitten niet in deforfaitaire vergoeding voor mobiliteit om het voor de Regiopartnerschappen binnenComenius mogelijk te maken om verschillende activiteiten te organiseren waaronder ookgrootschalige conferenties of onderzoeksactiviteiten en studies.De beurs voor bijkomende projectkosten is beperkt tot maximum € 25.000.De tabel hieronder vermeldt de forfaitaire maximumbedragen voor mobiliteitsactiesbinnen de Comenius Regiopartnerschappen. Zoals in andere partnerschappen, komt één"mobiliteitsactie" overeen met één reis naar het buitenland, uitgevoerd door één persoondie werkt voor een van de organisaties die vermeld worden in de aanvraag. Het werkelijkvan toepassing zijnde bedrag wordt bepaald door de overheden van de deelnemendelanden.ComeniusRegiopartnerschappenPartnerschapscategorieënVerafDichtbij(> 300 km) (< 300 km)Klein aantal mobiliteiten 4 4.000 € 2.000 €Beperkt aantal mobiliteiten 8 8.000 € 4.000 €Gemiddeld aantal mobiliteiten 12 10.000 € 5.000 €Groot aantal mobiliteiten 24 20.000 € 10.000 €De aanvragers dienen een begroting op te maken van alle bijkomende kosten. Hiervoorgelden de volgende regels• Algemene ontvankelijkheidscriteria voor kosten zoals vermeld in hoofdstuk 4.Fvan deze Gids.• Bepaling van kostencategorieën (onderaanneming, uitrusting, en andere kosten)zoals vermeld in hoofdstuk 4.F van deze Gids. De betreffende secties beschrijventevens de gedetailleerde voorwaarden waaronder kosten beschouwd kunnenworden als in aanmerking komend voor een beurs.• Personeelskosten en indirecte kosten komen niet in aanmerking voor een beurs inComenius Regiopartnerschappen. Indirecte kosten zijn kosten betreffende deadministratie van het project (bijvoorbeeld vaste kosten, telecommunicatie,kantoorbenodigdheden).• Kosten voor onderaanneming kunnen voor maximaal 30% van de totaleprojectkosten (inclusief het forfaitair bedrag voor mobiliteitsactiviteiten) wordengefinancierd.• Kosten voor de uitrusting kunnen voor maximaal 10% van de totale projectkosten(inclusief het forfaitair bedrag voor mobiliteitsactiviteiten) worden gefinancierd.De uitrustingskosten moeten afgeschreven worden in overeenstemming met degeldende belastings- en boekhoudregels die van toepassing zijn op debegunstigde die de kosten maakt.• Voor beurzen met een totale waarde van meer dan 25.000 euro (de som van hetforfaitair bedrag voor de mobiliteit en bijkomende kosten) dient men te bewijzendat de begunstigde de projectactiviteiten mee financiert. Deze financiering doorde begunstigde moet minstens 25 % van de bijkomende kosten dekken.http://ec.europa.eu/llp Blz. 43


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I• Personeelskosten die gemaakt worden tijdens het project mogen beschouwdworden als een eigen bijdrage in de projectkosten. In dit geval zijn de regelsbetreffende de personeelskosten die vermeld worden in hoofdstuk 4.F van dezeGids van toepassing.Nationale Agentschappen zullen de ontvankelijkheid van het budget controleren enkunnen een ander beursbedrag voorstellen dan het aangevraagde.4.F.MULTILATERALE PROJECTEN, NETWERKEN, AANVULLENDEMAATREGELEN, OBSERVATIE EN ANALYSEBij de beursaanvraag moet een gedetailleerde geschatte begroting worden gevoegd,waarin alle prijzen in euro's worden opgegeven. Aanvragers uit landen van buiten deEurozone moeten de wisselkoers gebruiken die gepubliceerd werd in de C-serie van hetPublicatieblad van de EU op de datum van de publicatie van de Oproep tot het indienenvan Voorstellen.In de geschatte begroting voor de aanvraag moeten de inkomsten en uitgaven inevenwicht zijn en moeten de kosten die in aanmerking komen voor een financieringvanuit de EG-begroting duidelijk aangeduid worden.De toegestane beurs zal maximaal 75% van de in aanmerking komende kosten dekken.De aanvragers moeten de projectbegroting baseren:1. op de werkelijke dagelijkse personeelskosten. Deze mogen onder geen enkelbeding de maximale tarieven uit onderstaande Tabel 5 overschrijden. Alle hogerebedragen worden als ongeschikt beschouwd. De juistheid van deze kosten kanworden gecontroleerd aan de hand van een audit.2. op de werkelijke dagelijkse verblijfskosten. Onder geen beding mogen deze demaximale bedragen vermeld op de website van het Uitvoerend Agentschapoverschrijden. Elke meerwaarde wordt als onontvankelijk beschouwd;3. op de werkelijke andere soorten kosten zoals aangeduid in het aanvraagformulierIn aanmerking komende kostenBij het beoordelen of de kosten in aanmerking komen, wordt rekening gehouden met hunalgemene context, aard en bedrag.De volgende criteria zijn van toepassing op de kostencategorie waarvoor de schattingwordt gegeven ofwel per het ermee gepaard gaande aantal eenheden (die aan de handvan de gepaste formule leiden tot de geschatte kost) of per geschatte kost alsdusdanig.Om in aanmerking te komen, moeten kosten voldoen aan de volgende algemene criteria:• Ze moeten verband houden met activiteiten voor landen die in aanmerking komenom deel te nemen aan het programma. Alle kosten die betrekking hebben opactiviteiten die plaatsvinden in andere landen of georganiseerd worden doororganisaties die niet geregistreerd staan in een land dat in aanmerking komt, komenniet in aanmerking tenzij ze nodig zijn voor het voltooien van het project en naarbehoren worden toegelicht en gerechtvaardigd in het aanvraagformulier en /of hetrapporthttp://ec.europa.eu/llp Blz. 44


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I• Ze moeten opgelopen zijn door de rechtspersonen/instellingen van het officiëleconsortium 22 ;• Ze moeten in verband staan met het project (d.w.z. relevant en rechtstreeksverbonden zijn met de uitvoering van het project volgens het werkplan)• Ze moeten noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project• Ze moeten redelijk en gerechtvaardigd zijn en overeenstemmen met de principesvan gezond financieel beheer 23 , vooral wat betreft kwaliteit-prijsverhouding enrendabiliteit• Ze moeten gegenereerd worden tijdens de duur van het project 24• Ze moeten werkelijk opgelopen zijn door de begunstigde en leden van hetconsortium en geregistreerd worden in hun boekhouding volgens de van toepassingzijnde boekhoudprocedures en voldoen aan de vereisten van de toepasselijkebelastings- en sociale wetgeving• Ze moeten identificeerbaar en controleerbaar zijnDe interne boekhoud- en controleprocedures van de aanvrager moeten het mogelijkmaken om de kosten en de opbrengsten waarvan op het einde van het project aangiftewordt gedaan, rechtstreeks te koppelen aan het overeenkomstige boekhoudkundigeoverzicht en de ondersteunende documenten. Voor de schalen van kosteneenhedenbetekent dit dat het "aantal eenheden" opgetekend moet worden in de relevantedocumenten (m.a.w. uurroosters, aanwezigheidslijsten, enz.).Daar waar de nationale belastings- en boekhoudregelgeving geen factuur vereisen,betekent een boekhoudkundig document van gelijke waarde om het even welk documentdat voldoet aan de toepasselijke boekhoudwet dat kan bewijzen dat de invoering in deboekhouding correct is.BELASTING OP DE TOEGEVOEGDE WAARDEBTW komt alleen in aanmerking als de aanvrager kan bewijzen dat hij hem niet kanterugtrekken.NIET IN AANMERKING KOMENDE KOSTENOnder geen enkel beding kunnen de volgende soorten kosten in aanmerking komen:• rendement van kapitaal• schulden en intresten• voorzieningen voor verliezen of potentiële toekomstige verplichtingen (voorzieningenvoor contractuele of morele verplichtingen, bekeuringen, geldboetes en juridischekosten)• verschuldigde intresten• dubieuze vorderingen• wisselkoersverschillen22 Het Besluit dat het 'Een Leven Lang Leren'-programma in het leven riep, gebruikt de term "multilateralegroep" voor projecten met een "projectcoördinator" en "projectpartners" als equivalent voor "consortium".23 Kosten worden gedefinieerd volgens het principe van gezond financieel beheer, m.a.w. volgens heteconomische principe en de principes van rendement en doeltreffendheid. Het economische principe vereist datde kosten op tijd omlijnd worden in de gepaste hoeveelheid en kwaliteit en aan de beste prijs. Hetrendementsprincipe heeft te maken met de beste verhouding tussen de gebruikte middelen en de bereikteresultaten. Dat van doeltreffendheid slaat dan weer op het bereiken van de specifieke gestelde doelstellingenen de beoogde resultaten.24 Ze moeten m.a.w. gegenereerd worden door een activiteit die plaatsvindt tijdens de duur van het project / deactie. Activiteiten die plaatsvinden voor of na de periode die wordt opgegeven in de Beursovereenkomst, komenniet in aanmerking voor de financiering.http://ec.europa.eu/llp Blz. 45


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I• BTW tenzij de aanvrager kan bewijzen dat hij hem niet kan terugtrekken• kosten die door de aanvrager aangegeven worden en die gedekt worden door eenandere actie of ander werkprogramma dat een beurs of andere financiering van deEuropese Unie ontvangt• buitensporige of ondoordachte uitgaven• aankoop van kapitaalgoederen• in het geval van huur of leasing van uitrusting, de kosten van de aankoopoptie op heteinde van de leasing- of huurperiode• kosten in verband met de voorbereiding van de aanvraag voor het 'Een Leven LangLeren'-Programma• kosten voor de opening en het beheer van een bankrekening (kosten voor hetoverschrijven van fondsen komen wel in aanmerking)• kosten in verband met documenten die samen met de aanvraag ingediend moetenworden (auditverslagen enz.)IN AANMERKING KOMENDE DIRECTE KOSTENDe in aanmerking komende directe kosten voor de actie zijn die kosten die, inovereenstemming met de ontvankelijkheidsvoorwaarden die hierboven wordenuiteengezet, geïdentificeerd kunnen worden als specifieke kosten die rechtstreeksverband houden met de uitvoering van de actie en die daarom als dusdanig geboektkunnen worden. Dit document bevat de definitie van een aantal kostencategorieën die inaanmerking komen op voorwaarde dat ze voldoen aan de algemeneontvankelijkheidscriteria die hierboven werden uiteengezet.IN AANMERKING KOMENDE INDIRECTE KOSTENDe in aanmerking komende indirecte kosten zijn die kosten die, in overeenstemming metde ontvankelijkheidsvoorwaarden die hierboven worden uiteengezet, niet identificeerbaarzijn als specifieke kosten die rechtstreeks verband houden met het project ofrechtstreeks als dusdanig geboekt kunnen worden, maar die toch gemaakt zijn voor hetbeheer van het project. Deze mogen geen in aanmerking komende directe kostenomvatten.De indirecte projectkosten die in aanmerking komen voor financiering door de EGbedragen maximaal 7% van het totale bedrag van de in aanmerking komende directekosten. Deze kosten moeten niet gerechtvaardigd worden door boekhoudkundigedocumenten.De indirecte kosten van een begunstigde organisatie die voor de periode in kwestie aleen exploitatiesubsidie ontvangt van de Commissie, komen niet in aanmerking voor eenprojectbeurs.Enkele voorbeelden van indirecte kosten zijn:• Alle kosten voor de uitrusting die nodig is voor de administratie van het project (bijv.pc's, laptops, enz.)• Communicatiekosten (post, fax, telefoon, mailings, enz.)• Infrastructuurkosten (huur, elektriciteit, enz.) voor de gebouwen/terreinen waar hetproject wordt uitgevoerd• Kantoormiddelen• Fotokopieënhttp://ec.europa.eu/llp Blz. 46


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IPersoneelskostenHet volgende is van toepassing op alle partners van een consortium, de regels voorpersoneelskosten bijvoorbeeld zijn van toepassing op alle partners (inclusief deaanvrager) van het consortium.1) De kosten met betrekking tot de volgende personeelscategorieën komen inaanmerking:• Statutair personeel, met een afzonderlijk tijdelijk contract of een contract vanonbepaalde duur met een partner van het consortium. Om in deze categorie inaanmerking te komen, moet het personeelslid als werknemer ingeschreven zijnbij de relevante partnerorganisatie• Tijdelijke werknemers die via een gespecialiseerd extern agentschap wordenaangeworven door één van de partners uit het consortiumKosten in verband met personeel dat als onderaannemer werkt, vallen onder decategorie "Kosten voor onderaanneming" (zie verder)Werknemers van Projectpartners mogen niet als onderaannemer werken voor hetproject.2) De aanvragers moeten de projectbegroting baseren op de werkelijke dagelijksepersoneelskosten. Deze mogen echter de maximale in aanmerking komendedagtarieven uit de in onderstaande Tabel 5 vermelde bedragen niet overschrijden.Elke meerwaarde wordt als onontvankelijk beschouwd. De juistheid van deze kostenkan worden gecontroleerd aan de hand van een audit.3) Alleen de tarieven van het land waarin de partnerorganisatie geregistreerd staat,zullen van kracht zijn - ongeacht waar de taken uitgevoerd worden - (eenmedewerker van een organisatie uit Land A die voltijds of deeltijds werkt in Land Bzal begroot worden op basis van de tarieven voor Land A).4) De werkelijke dagelijkse personeelskosten worden berekend aan de hand van degemiddelde tarieven van het gebruikelijke verloningsbeleid van de aanvrager. Hierinzitten niet alleen het eigenlijke salaris maar ook de sociale bijdragen en anderewettelijke kosten vervat. Niet-verplichte kosten zoals bonussen, bedrijfswagens,onkostenvergoedingen, aanmoedigingspremies of programma's voor winstdelingworden uitgesloten.5) De aanvrager moet de personeelscategorie en het aantal dagen dat aan het projectbesteed zal worden, opgeven. Deze moeten in verhouding zijn tot de aard van hetproject en het werkplan.6) De geschatte personeelskosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging van hetaantal dagen met de werkelijke dagelijkse personeelskost.Personeelkosten mogen voor alle programma's en alle soorten projecten en netwerkeningebracht worden. De personeelskosten die aan de actie worden toegewezen door debegunstigde of de partners van het consortium, omvatten niet alleen het eigenlijkesalaris maar ook de sociale bijdragen en andere wettelijke kosten die deel uitmaken vande verloning.http://ec.europa.eu/llp Blz. 47


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL ITabel 5a: Maximale in aanmerking komende dagtarieven (in EUR) voorPersoneelskosten – Multilaterale Projecten, Netwerken, AanvullendeMaatregelen, Studies en Vergelijkend OnderzoekLand Manager Onderzoeker Technisch AdministratiefLeraarOpleiderBelgique/België BE België 380 325 263 205Balgarija BG Bulgarije 84 75 58 39Česká republika CZ RepubliekTsjechië 138 138 100 72Danemark DK Denemarken 497 425 346 271Deutschland DE Duitsland 356 309 248 191Eesti EE Estland 102 94 66 46Ellas EL Griekenland 280 239 196 152España ES Spanje 287 258 198 139Frankrijk FR Frankrijk 423 358 234 179Eire IE Ierland 386 336 280 205Italia IT Italië 568 332 225 187Kypros CY Cyprus 335 294 182 124Latvija LV Letland 101 82 65 44Lietuva LT Litouwen 90 77 59 41Luxemburg LU Luxemburg 508 436 353 275Magyarország HU Hongarije 123 108 81 46Malta MT Malta 136 123 96 68Nederland NL Nederland 388 339 269 211Österreich AT Oostenrijk 420 324 241 199Polska PL Polen 130 107 83 61Portugal PT Portugal 182 160 118 78Roemenië RO Roemenië 155 119 93 59Slovenië SI Slovenië 252 227 183 115Slovenská republika SK Slowakije 151 122 108 88Suomi/Finland FI Finland 374 268 221 185Sverige SE Zweden 443 379 312 240Verenigd Koninkrijk GB VerenigdKoninkrijk 412 389 273 197Island IS IJsland 460 419 361 232Liechtenstein LI Liechtenstein 414 339 263 208Norge NO Noorwegen 529 459 375 283Türkiye TR Turkije 176 112 74 47Verblijfskosten(1) Verblijfskosten van personeel dat naar een ander deelnemend land reist in hetkader van Multilaterale projecten, Netwerken, Aanvullende Maatregelen en Studiesen Vergelijkende Onderzoeken komen in aanmerking. Het budget moet gebaseerdzijn op het maximumtarief dat vermeld staat in de Verblijfskostentabel 5bhieronder. Elke meerwaarde wordt als ongeschikt beschouwd. Het toepasselijketarief is dat van het land van bestemming, m.a.w. het land waar de kosten voorlogies worden opgelopen.(2) Er mogen alleen kosten ingebracht worden voor reizen die in direct verband staanmet specifieke en duidelijk identificeerbare projectverwante activiteiten. Meerinformatie over het aanrekenen van Verblijfskosten voor niet-personeelsleden, vindtu in de Secties ‘Andere Kosten’ en ‘Kosten voor Onderaanneming’.(3) Hoe de terugbetaling berekend wordt, hangt af van de reeds bestaande interneregels van de Partnerorganisaties. Deze kunnen een berekening op basis van dewerkelijk opgelopen kosten (terugbetaling van reçu's) of op basis van eenhttp://ec.europa.eu/llp Blz. 48


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Idagvergoeding voorschrijven. In beide gevallen is bewijs dat de activiteit werdbijgewoond en bewijs van de accommodatie nodig om de ingebrachte kosten bij derapportering te rechtvaardigen.(4) De verblijfstarieven dekken logies, maaltijden en alle lokale verplaatsingskosten inde buitenlandse bestemming (maar geen lokale verplaatsingskosten om van deplaats van herkomst naar de bestemming te reizen). Houd er bij het berekenen vanhet aantal dagen om het Dagelijkse Verblijfstarief mee te vermenigvuldigen,rekening mee dat een VOLLEDIGE dag normaal gezien een overnachting inhoudt. Innaar behoren gestaafde gevallen, is het mogelijk dat ook een volledige dag zonderovernachting toegestaan wordt met een evenredige vermindering (kosten beperkttot 50% van het maximum) voor de accommodatie.(5) Indien de logies, maaltijden en lokale verplaatsingskosten door een derde partijworden geleverd, moet er ook een pro rata vermindering toegepast worden.De in aanmerking komende verblijfskosten worden berekend op basis van de schalen vanin aanmerking komende kosteneenheden. De Tabel voor Verblijfskosten op de websitevan het Uitvoerend Agentschap bevat de maximale in aanmerking komende dagtarieven.De zo bekomen resultaten worden in de begroting opgenomen en gebruikt voor deberekening van de bijdrage door de Europese Unie.http://ec.europa.eu/llp Blz. 49


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL ITabel 5b: Maximale in aanmerking komende dagtarieven (in EUR) voorVerblijfskosten voor Multilaterale Projecten, Netwerken, AanvullendeMaatregelen, Studies en Vergelijkend OnderzoekLandDagtarieven(EUR)Belgique/België BE België 232Balgarija BG Bulgarije 227Česká republika CZ Republiek230TsjechiëDanemark DK Denemarken 270Deutschland DE Duitsland 208Eesti EE Estland 181Ellas EL Griekenland 222España ES Spanje 212Frankrijk FR Frankrijk 245Eire IE Ierland 254Italia IT Italië 230Kypros CY Cyprus 238Latvija LV Letland 211Lietuva LT Litouwen 183Luxemburg LU Luxemburg 237Magyarország HU Hongarije 222Malta MT Malta 205Nederland NL Nederland 263Österreich AT Oostenrijk 225Polska PL Polen 217Portugal PT Portugal 204Roemenië RO Roemenië 222Slovenië SI Slovenië 180Slovenská republika SK Slowakije 205Suomi/Finland FI Finland 244Sverige SE Zweden 257Verenigd Koninkrijk GB Verenigd276KoninkrijkIsland IS IJsland 245Liechtenstein LI Liechtenstein 175Norge NO Noorwegen 220Türkiye TR Turkije 220ReiskostenReiskosten worden toegekend op basis van de werkelijke kosten.(1) Reiskosten voor personeel dat deelneemt aan het project zijn toegestaan opvoorwaarde dat ze overeenstemmen met het bestaande beleid voor reiskosten vanelke partner.(2) Er mogen alleen kosten ingebracht worden voor reizen die in direct verband staanmet specifieke en duidelijk identificeerbare projectverwante activiteiten. Meerinformatie over het aanrekenen van Reiskosten voor niet-personeelsleden, vindt uin de Secties "Andere Kosten" en "Kosten voor Onderaanneming".(3) De terugbetaling is gebaseerd op de werkelijk opgelopen kosten, onafhankelijk vande manier van reizen (trein, bus, taxi, vliegtuig, huurwagen). De Partners wordenverondersteld de goedkoopste reismethode te kiezen (bijv. Apex-tickets voorvliegtuigreizen en profiteren van kortingen. Waar dit niet gebeurt, is een volledigeverklaring verschuldigd).http://ec.europa.eu/llp Blz. 50


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I(4) De reiskosten moeten alle kosten omvatten en alle transportmiddelen van hetvertrekpunt tot op de bestemming (en terug). Hierin mogen ook de visumkosten,reisverzekering en annuleringskosten zitten.(5) Onkosten voor het gebruik van een eigen wagen (persoonlijke of bedrijfswagen) -wanneer bewezen en wanneer niet buitensporig in prijs - worden als volgt vergoed(de goedkoopste optie wordt toegepast):• Ofwel een kilometervergoeding in overeenstemming met de interne regels vande betreffende organisatie met een maximum van € 0,22• Of de prijs van een trein-, bus- of vliegtuigticket (zie punt (3) hierboven). Erwordt maar één ticket vergoed, onafhankelijk van het aantal personen dat metdatzelfde voertuig reist.(6) Voor huurwagens (maximum categorie B of evenwaardig) of taxi's: de werkelijkekost als deze niet buitensporig is vergeleken met andere transportmiddelen(bovendien moet hier rekening gehouden worden met andere factoren van belangzoals tijd, veel bagage omwille van de aard van het project). De terugbetalinggebeurt onafhankelijk van het aantal personen dat met hetzelfde voertuig reist.Voor Multilaterale projecten van Comenius worden de reiskosten (op basis van dewerkelijk opgelopen kosten) met betrekking tot mobiliteitsactiviteiten tijdens de InitiëleLerarenopleiding en verblijfskosten afzonderlijk opgetekend onder Andere Kosten. Ookhier zijn de regels voor reis- en verblijfskosten van toepassing.Uitrustingskosten(1) De aankoop, huur of leasing van uitrusting (nieuw of tweedehands), waaronder ookde installatie, het onderhoud en de verzekering ervan, komen in aanmerking.• alleen wanneer ze specifiek en noodzakelijk zijn voor het bereiken van dedoelstellingen van het project/de actie. De voorgestelde uitrustingskostenmoeten altijd duidelijk uitgelegd en in detail gerechtvaardigd worden. Hieropzijn de regels voor aanbestedingen van kracht (zie verder)• op voorwaarde dat ze worden afgeschreven in overeenstemming met debelastings- en boekhoudregels die van toepassing zijn op de begunstigde /consortiumpartner die de kosten oploopt en volgens de algemeen aanvaardeafschrijvingsperiodes voor dit soort artikelen. Alleen dat gedeelte van deafschrijving van de uitrusting dat overeenstemt met de duur van de actie enhet eigenlijke gebruik voor de actie mogen ingebracht worden. De aanvragermoet de toegepaste regels toelichten. Indien de aard en/of context van hetgebruik een andere berekening rechtvaardigen, moet dit naar behorenbewezen worden.(2) De uitrusting voor de administratie van het project (m.a.w. pc's, laptops, enz.) ende uitrusting die voor de aanvang van een project werd aangekocht kunnen alleengedekt worden als indirecte kosten van het project.(3) De totale uitrustingskost mag niet meer dan 10% bedragen van de in aanmerkingkomende kosten van het project.Kosten voor onderaanneming(1) De kosten als gevolg van aanbestedingen voor het uitvoeren van specifiek entijdelijk werk voor het project, kunnen in aanmerking genomen worden wanneer zedoor een partner aan een externe instantie, organisatie of persoon wordentoegekend (alleen indien deze niet in dienstverband staat tot een van dehttp://ec.europa.eu/llp Blz. 51


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IPartnerorganisaties van het consortium). Dit omvat werk zoals vertalingen, tolkwerk25 26en drukwerk enz.(2) Om het concept projectpartnerschap niet in het gedrang te brengen, mogen hetmanagement en de algemene administratie van het project niet uitgegeven wordenaan onderaannemers.(3) De kosten worden gebaseerd op een controleerbare schatting of, indien deonderaannemer gekend is, op basis van zijn offerte. De schatting/offerte zal allekosten bevatten (d.w.z. personeelskosten plus reiskosten, enz.).(4) De aanvrager zal het contract toewijzen aan de offerte die de beste kwaliteitprijsverhoudingbiedt, dus aan de offerte die het beste kosten-batenevenwichtgarandeert en dit in overeenstemming met de principes van transparantie en gelijkebehandeling van potentiële onderaannemers. Bovendien moet belangenvermengingvermeden worden.(5) De volgende specifieke regels van de Europese Unie in verband met aanbestedingenzijn van toepassing:• Contracten voor minder dan € 12.500 mogen na voorlegging van een factuurbetaald worden• Voor contracten tussen de € 12.500 en € 25.000 moeten minstens drieoffertes gevraagd worden• Voor contracten tussen de € 25.000 en € 60.000 moeten minstens vijf offertesaangevraagd worden• Op contracten van meer dan € 60.000 zijn de nationale regels vooraanbestedingen van toepassing.(6) De totale kost voor onderaanneming mag niet meer dan 30 % bedragen van detotale directe kosten van het projectAndere kostenAndere kosten worden toegekend op basis van de werkelijke kosten.(1) Kosten die rechtstreeks voortkomen uit:• vereisten die door de Beursovereenkomst worden opgelegd, komen inaanmerking (verspreiding van informatie, gedetailleerde evaluatie van deactie, audits, reproductie, vertaling, enz.), inclusief de kosten van financiëlediensten (met name de kosten van financiële waarborgen)• de verwezenlijking van specifieke activiteiten of van producten/resultaten vanhet project, komen in aanmerking (bijv. de organisatie van seminaries daarwaar het seminarie voorzien is als product/resultaat en waarbij de kosten voorde taak gemakkelijk aan te wijzen zijn), het opstellen vanseminarieverhandelingen, de productie van een video, de aankoop vanverbruiksgoederen die nodig zijn om het product tot stand te brengen (papierom publicaties op af te drukken, lege dvd's), enz.(2) Alleen gedetailleerde activiteiten die noodzakelijk zijn voor de doelstellingen van hetproject, worden aanvaard. De voorgestelde kosten moeten altijd naar behorengerechtvaardigd worden.25 Dit slaat op personen die eventueel zelfstandige zijn, m.a.w. die verantwoordelijk zijn voor hun eigen socialezekerheidsbijdragen, pensioen en belastingen. Er moet altijd rekening gehouden worden met definitie van denationale wetgeving voor deze personen.26 Dit omvat ook consultants die een eenmalige dienst verlenen waarvoor een honorarium wordt betaald.http://ec.europa.eu/llp Blz. 52


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I(3) Wanneer reis- en/of verblijfskosten terugbetaald worden aan derden (d.w.z. voor dekosten van mensen die geen personeelsleden zijn van de partners in het consortiumen die geen onderaannemers zijn), gelden de regels die van toepassing zijn op devergoeding van kosten voor personeel van de partners in het consortium.(4) Alle kosten die via onderaanneming worden opgelopen moeten onder de categorie"onderaanneming" vermeld worden. De categorie "Andere kosten" mag alleenkosten bevatten die door de partners zelf opgelopen werden.(5) In bepaalde gevallen is het mogelijk dat ook andere kosten die niet gedekt wordendoor de bovenvermelde categorie "andere kosten", in aanmerking komen. Enkelevoorbeelden hiervan zijn: eenmalige kosten voor persberichten en publiciteit, deaankoop van auteursrechten en andere Intellectuele Eigendomsrechten, de aankoopvan informatiemateriaal (boeken, studies en elektronische gegevens);conferentiegelden; inschrijvingsgelden voor conferenties; huur vantentoonstellingsruimte, enz. Ook Reiskosten en verblijfskosten voor Multilateraleprojecten van Comenius met betrekking tot mobiliteitsactiviteiten tijdens de InitiëleLerarenopleiding vallen hieronder.Alle kosten die in verband staan met de administratie van het project (m.a.w.verbruiksgoederen, voorraden, fotokopieerkosten, telefoonkosten, papier, enz.) wordengedekt door de indirecte kosten van het project.4.G. JEAN MONNET PROGRAMMA – KERNACTIVITEIT 1Beurzen die worden toegekend onder het Jean Monnet programma voorzien in eencofinanciering door de Gemeenschap in de vorm van beurzen voor de ondersteuning vanEuropese integratiestudies in universiteiten wereldwijd. Zij dienen in de eerste plaats omde kosten van de onderwijsactiviteiten die worden aangeboden voor een periode van drieacademiejaren te dekken en om de kosten voor de organisatie van conferenties enseminaries rond Europese integratiestudies voor een periode van één of twee jaar tedekken.Onder deze Oproep, zullen er twee financieringsystemen naast elkaar bestaan dieafhangen van het soort Jean Monnet actie.Voor Jean Monnet Leerstoelen ad personam, Jean Monnet Leerstoelen, Onderwijsmodulesen Voorlichtings- en Onderzoeksactiviteiten geldt er een nieuw systeem van vastebedragen voor het toekennen van beurzen onder het Jean Monnet Programma,Kernactiviteit 1.Voor Jean Monnet Expertisecentra, Verenigingen van Hoogleraren en Onderzoekers enMultilaterale Onderzoeksgroepen blijft de traditionele budgetgebaseerdekostenfinanciering geldig.I.- FINANCIERINGSYSTEEM MET VASTE BEDRAGENHet financieringsysteem met vaste bedragen werd gelanceerd ter ondersteuning vanonderwijsactiviteiten (Jean Monnet leerstoelen ad personam, Jean Monnet Leerstoelen enOnderwijsmodules) en de organisatie van conferenties, rondetafelgesprekken, enz.(Voorlichtings- en Onderzoeksactiviteiten). Voor onderwijsactiviteiten worden definancieringen met een vast bedrag toegekend in overeenstemming met het aantallesuren voor Jean Monnet Leerstoelen ad personam, Jean Monnet Leerstoelenen Onderwijsmodules. Ze houden bovendien voor de organisatie vanhttp://ec.europa.eu/llp Blz. 53


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Iconferenties en workshops voor Voorlichtings- en Onderzoeksactiviteitenrekening met het aantal deelnemers.De financieringen met een vast bedrag vereenvoudigen de berekening van hetbeursbedrag aanzienlijk in vergelijking met het traditionele systeem waarbij de beursberekend wordt op basis van een uitgebreid budget van in aanmerking komende kosten.Het heeft in het bijzonder de volgende voordelen:Aanvragers kunnen al rekening houden met de vooraf vastgelegde vaste bedragen bijhet indienen van hun beursaanvraagHet toepassen van vooraf vastgelegde tarieven (met varianten zodat ze toepasselijkzijn voor alle aanvragers), biedt voordelen op het vlak van transparantie en gelijkheidEen financiering op basis van een systeem met vaste bedragen met een ex-anteanalyse van de kostenbasis zet de begunstigde aan om zo zuinig mogelijk om te gaanmet de middelenDe nadruk bij het beheren van beslissingen/subsidieovereenkomsten wordt gelegd opde kwaliteit en de realisatie van meetbare doelstellingen en niet op financiële enadministratieve aspectenDe onzekerheid betreffende het beursbedrag dat een begunstigde kan verwachten,wordt verminderdAanzienlijk minder administratief werk voor de begunstigde en een opmerkelijkevereenvoudiging van de rapportage aan het AgentschapEen opmerkelijke vermindering van de werklast voor het Agentschap (in vergelijkingmet de analyse van iedere individuele kostencategorie) en bijgevolg een versnellingvan de betaalprocedureI.1 - Jean Monnet Leerstoelen ad personam, Jean Monnet Leerstoelen enOnderwijsmodulesHet vaste bedrag wordt bepaald op basis van een nationaal bedrag voor de leskosten peruur. Daarbij wordt de volgende methode gebruikt:a. Het nationale bedrag voor de leskosten per uur wordt vermenigvuldigd met het(minimum) aantal uren dat vereist is voor een Onderwijsmodule (120 uur) of voor eenJean Monnet Leerstoel ad personam en Jean Monnet Leerstoel (270 uur).b. Bij de bovenvermelde kostenbasis, wordt een aanvullende 10% voor Jean MonnetLeerstoelen ad personam en Jean Monnet Leerstoelen en een aanvullende 40% voorOnderwijsmodules toegevoegd. Dit aanvullende percentage houdt rekening met de extraacademische activiteiten van Onderwijsmodules en Leerstoelen (zoals personeelskosten,reis- en verblijfskosten, verspreidingskosten, kosten voor lesmateriaal en indirectekosten).Het aanvullende percentage voor een Onderwijsmodule ligt hoger dan dat voor eenLeerstoel aangezien voor dit soort actie verwacht wordt dat er meer bijkomende(aanvullende) activiteiten zullen plaatsvinden en omdat er meerdere leraren/professorenbij betrokken kunnen zijn.Het eindbedrag van de beurs wordt verkregen door de maximale 75%Gemeenschapfinanciering op de totale projectkost toe te passen en het maximalesubsidieplafond voor ieder projecttype (45.000 euro voor Jean Monnet leerstoelen en21.000 euro voor Onderwijsmodules) te respecteren.http://ec.europa.eu/llp Blz. 54


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL ITabel 6– Nationale leskosten per uur voor Jean Monnet Leerstoelen adpersonam, Jean Monnet Leerstoelen en OnderwijsmodulesEU-lidstatenSchalenleskosten (€)Andere landenSchalenleskosten (€)Oostenrijk 200 Antigua en Barbuda 93België 184 Australië 176Bulgarije 80 Canada 187Cyprus 140 Equatoriaal-Guinea 112Republiek Tsjechië 117 Hongkong, China 200Denemarken 192 Island 180Estland 105 Israël 137Finland 183 Japan 183Frankrijk 178 Korea, Rep. 131Duitsland 177 Nieuw-Zeeland 139Griekenland 171 Noorwegen 200Hongarije 91 Saudi-Arabië 121Ierland 196 Seychellen 82Italië 158 Singapore 200Letland 89 Zwitserland 200Litouwen 91 Trinidad en Tobago 119Luxemburg 200 Verenigde Staten 200Malta* 106Nederland 200 Alle andere landen 80Polen 81Portugal 111Roemenië 80Slowakije 102Slovenië 141Spanje 163Zweden 194Verenigd Koninkrijk 179I.2 - Voorlichtings- en OnderzoeksactiviteitenHet vaste bedrag wordt bepaald op basis van een vergoedingsschaal van deelnemers endat op de volgende manier:a. De vergoedingsschaal van deelnemers, die de deelnamekosten en de reis- enverblijfskosten van de niet-lokale medewerkers dekt, wordt vermenigvuldigd met hettotale aantal deelnemers en het aantal dagen dat het evenement duurt.b. Aan het bovenvermelde resultaat wordt een vast bedrag van 5.000 euro toegevoegdom de productie- en verspreidingskosten te dekken.Het eindbedrag van de beurs wordt verkregen door de maximale 75%Gemeenschapfinanciering op de totale projectkost toe te passen en het maximalesubsidieplafond voor dit projecttype (40.000 euro) te respecteren.De tabel met de vergoedingen voor lokale en niet-lokale deelnemers evenals gegevensover de berekening van individuele beurzen volgens het financieringsysteem met vastehttp://ec.europa.eu/llp Blz. 55


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Ibedragen, staan vermeld op de website van het Uitvoerend Agentschap:http://eacea.ec.europa.eu/llp/ajm/2010/index_en.htmDe vergoedingsschaal voor niet-lokale deelnemers (die de accommodatie- enverblijfskosten dekt) wordt gebaseerd op de per diem tarieven van de Commissie maarmet een vermindering van 35 euro aan lunchkosten die reeds gedekt worden door devergoedingsschaal voor lokale deelnemers.II. - BUDGETGEBASEERDE KOSTENFINANCIERINGII.1 - Jean Monnet Expertisecentra, Verenigingen van Hoogleraren enOnderzoekers en Multilaterale OnderzoeksgroepenVoor Jean Monnet Expertisecentra, Verenigingen van Hoogleraren en Onderzoekers enMultilaterale Onderzoeksgroepen blijft de traditionele budgetgebaseerde aanpak op basisvan in aanmerking komende kosten gelden. De beursaanvragen moeten eengedetailleerde budgetraming bevatten met prijzen in euro's. Aanvragers uit landen vanbuiten de Eurozone moeten de wisselkoers gebruiken die gepubliceerd werd in de C-serievan het Publicatieblad van de EU op de datum van de publicatie van de Oproep tot hetindienen van Voorstellen.In de geschatte begroting voor de drie betreffende acties moeten de inkomsten enuitgaven in evenwicht zijn en moeten de kosten die in aanmerking komen voor eenfinanciering vanuit de EG-begroting duidelijk aangeduid worden. De aanvrager moet ookde bronnen en bedragen van alle andere in hetzelfde boekjaar ontvangen ofaangevraagde EG-financieringen voor dezelfde actie of voor om het even welke andereactie en voor routineactiviteiten vermelden.Het percentage eigen middelen dat wordt opgegeven in het inkomstengedeelte van degeschatte begroting, wordt beschouwd als gegarandeerd minimum en moet in hetfinanciële eindoverzicht gerespecteerd worden. De toegestane beurs zal maximaal 75%van de in aanmerking komende kosten dekken.PersoneelskostenDe personeelskosten die aan de actie worden toegewezen door de begunstigde of decobegunstigden omvatten niet alleen het eigenlijke salaris maar ook de sociale bijdragenen andere wettelijke kosten die deel uitmaken van de verloning.De personeelskosten moeten gerechtvaardigd worden door de aanvrager. Indien dezekosten de aangegeven maximumtarieven overschrijden, wordt de meerwaarde alsonontvankelijk beschouwd.Bijkomende criteria voor Personeelskosten voor Jean Monnet projectenBij niet-lidstaten van de EU, mogen personeelskosten de normale kosten voor elkepersoneelscategorie in het desbetreffende land niet overschrijden.Personeelskosten moeten opgesplitst worden aan de hand van categorieën 1 tot 4 van deInternationale Standaardclassificatie van Beroepen (ISCO). De volgendemaximumbedragen zijn overal van toepassing:• Personeelscategorie 1 (maximumbedrag € 450/dag)• Personeelscategorie 2 (maximumbedrag € 300/dag) - Hoogleraren Universiteiten• Personeelscategorie 3 (maximumbedrag € 250/dag)• Personeelscategorie 4 (maximumbedrag € 125/dag)http://ec.europa.eu/llp Blz. 56


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IVerblijfskostenVoor alle soorten projecten kunnen verblijfskosten ingebracht worden.De verblijfskosten moeten gerechtvaardigd worden door de aanvrager. Indien dezekosten de in bovenstaande Tabel 5b aangegeven maximumtarieven overschrijden, wordtde meerwaarde als onontvankelijk beschouwd. Voor niet-lidstaten van de EU moetendeze kosten gebaseerd worden op het maximumtarief dat terug te vinden is op de JeanMonnet pagina's van de website van het Uitvoerend Agentschap.ReiskostenReiskosten worden toegekend op basis van de werkelijke kosten. De toepasselijke criteriazijn dezelfde als die voor multilaterale projecten, netwerken, aanvullende maatregelen,studies en vergelijkende onderzoeken.UitrustingskostenUitrustingskosten worden toegekend op basis van de werkelijke kosten. De toepasselijkecriteria zijn dezelfde als die voor multilaterale projecten, netwerken, aanvullendemaatregelen, studies en vergelijkende onderzoeken.Andere kostenAndere kosten worden toegekend op basis van de werkelijke kosten. De toepasselijkecriteria zijn dezelfde als die voor multilaterale projecten, netwerken, aanvullendemaatregelen, studies en vergelijkende onderzoeken.LeskostenIn naar behoren gestaafde gevallen kan deze kostencategorie ook toegepast worden opJean Monnet Expertisecentra. In dat geval, moet de nationale leskost per uur uitbovenstaande Tabel 6 worden toegepast.Indien de kosten voor het lesgeven de aangegeven maximumtarieven overschrijden,wordt de meerwaarde als onontvankelijk beschouwd. De juistheid van deze kosten kanworden gecontroleerd aan de hand van een audit.http://ec.europa.eu/llp Blz. 57


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I5. VERSPREIDING EN GEBRUIK VAN RESULTATEN INHET 'EEN LEVEN LANG LEREN'-PROGRAMMAHet 'Een Leven Lang Leren'-Programma 2007-13 bevat een specifiekee bepaling voor de‘verspreiding en het gebruik van resultaten' van projecten en andere activiteiten dieworden gesteund in het kader van het programma en vorige verwante programma's envoor de uitwisselingen van voorbeelden van goede praktijk’ (Art 3.2 (d)). Voor dezeVerspreidingsactiviteiten is de volgende steun beschikbaar:• Projecten binnen het kader van tal van Acties in ieder van de vier sectoraleprogramma’s en de Kernactiviteiten 2 voor Talen en 3 voor ICT moeten een planvoor de verspreiding en het gebruik van de resultaten voorleggen en uitvoeren(ex-ante verspreiding en gebruik van resultaten)• De Aanvullende Maatregelen binnen de vier sectorale programma’s en deKernactiviteit Talen zijn beschikbaar voor activiteiten om resultaten bekend temaken, te verspreiden en te gebruiken, evenals voor de Thematische Monitoringvan lopende projecten in vergelijkbare gebieden• Het programma bevat ook een innovatieve nieuwe Kernactiviteit 4 voor de‘Verspreiding en het Gebruik van Resultaten’ binnen het Transversale ProgrammaDeze sectie van de Gids Een Leven Lang Leren biedt algemene informatie over deverspreiding en het gebruik van de resultaten en specifieke richtlijnen voorprojectcoördinatoren die steun willen aanvragen voor deze doeleinden binnen desectorale programma's en Kernactiviteiten 2 voor Talen en 3 voor ICT. Ze moeten samenmet advies over de specifieke actie gebruikt worden.Informatie voor aanvragers binnen de experimentele Kernactiviteit 4 voor de‘Verspreiding en het gebruik van Resultaten’ vindt u in de sectie Kernactiviteit 4.http://ec.europa.eu/llp Blz. 58


5.A.GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IWAT WORDT VERSTAAN ONDER DE VERSPREIDING EN HET GEBRUIKVAN RESULTATEN?Wat is de beweegreden voor de verspreiding en het gebruik van resultaten?De systematische verspreiding en het systematische gebruik van resultaten zijn cruciaalom de invloed te helpen maximaliseren van activiteiten onder dit en vorige onderwijs- enopleidingsprogramma's van de EU ter ondersteuning van de herziene Lissabonagenda enter uitvoering van het Werkprogramma ‘Onderwijs en Opleiding 2010’. De mogelijkevoordelen zijn:• de duurzaamheid van projectresultaten verbeteren in overeenstemming met debehoeften van eindgebruikers• besparingen realiseren door bestaande werkwijzen te hanteren (niet ‘het wielopnieuw uitvinden’)• munt slaan uit investeringen• resultaten overdragen om systemen en praktijken om te vormen en op die manier deimpact van programma’s en projecten die door de EU worden gefinancierd, opsysteemniveau te verbeteren• de tijd die nodig is om beleid en processen te vernieuwen, in te korten• het beleidsproces stimuleren (peer learning, Open Methode van Coördinatie).Wat wordt bedoeld met "de verspreiding en het gebruik van resultaten"?'Verspreiding en gebruik van resultaten' verwijst naar activiteiten die werden ontwikkeldom ervoor te zorgen dat de resultaten van het 'Een Leven Lang Leren'-Programma envan zijn voorgangers op gepaste wijze en op grote schaal worden erkend, verspreid entoegepast. Binnen de context van het 'Een Leven Lang Leren'-Programma, moet er eenonderscheid worden gemaakt tussen de volgende zaken: Bevordering en sensibilisering: Deze term wordt hoofdzakelijk gebruikt in decontext van het bekendmaken van het bestaan van programma’s en initiatieven, hunstreefdoelen, doelstellingen en activiteiten en de beschikbaarheid van subsidies voorbepaalde doelen. Deze definitie omvat dus niet de publicatie van resultaten.Bevordering en sensibilisering vinden vooral plaats voor en tijdens de eigenlijkeuitvoering van de programma’s of initiatieven en worden ondernomen door het DGEAC in samenwerking met het Uitvoerend Agentschap voor Onderwijs, Audiovisuelemedia en Cultuur en de Nationale Agentschappen. Verspreiding: Dit wordt gedefinieerd als een gepland proces vaninformatieverschaffing aan belangrijke actoren over de kwaliteit, de relevantie en dedoeltreffendheid van de resultaten van programma’s en initiatieven. De verspreidingvindt plaats naarmate en wanneer de resultaten van programma’s en initiatievenbeschikbaar worden gesteld. Deze activiteit vindt plaats op zowel het niveau van hetproject als van het programma en houdt de actieve deelname in van intermediaireinstellingen. Gebruik bestaat uit 'veralgemenisering (mainstreaming)' en'vermenigvuldiging'. 'Mainstreaming' is het geplande proces van het overbrengenvan succesvolle resultaten van programma’s en initiatieven naar de relevantebeleidsmakers in gereguleerde lokale, regionale, nationale of Europese systemen. Hetvermenigvuldigen van resultaten is het geplande proces waarin individueleeindgebruikers ervan worden overtuigd om de resultaten van programma’s enhttp://ec.europa.eu/llp Blz. 59


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Iinitiatieven over te nemen en/of toe te passen. 27 Ook dit kan zowel op project- als opprogrammaniveau plaatsvinden.'Verspreiding' en 'gebruik' zijn dus twee verschillende concepten maar ze hangen welnauw met elkaar samen. De sleutels tot een succesvol gebruik van resultaten zijn: het produceren van relevante resultaten uit projecten en programma's/initiatievenom te voldoen aan de vraag van leveranciers, beleidsmakers en ten slotte demaatschappij in het algemeen ervoor zorgen dat dergelijke resultaten de juiste doelgroepen bereiken en wel ineen formaat en op een moment dat ze er voordeel uit kunnen halen door detoepassing van een doeltreffende verspreiding en efficiënt gebruik.Is dit hetzelfde als valorisatie?Ja. 'Valorisation' is het Franse equivalent voor 'de verspreiding en het gebruik vanresultaten'. De twee termen worden in het Engels soms door elkaar gebruikt in decontext van het 'Een Leven Lang Leren'-Programma van de EU en zijn voorgangers.Wat zijn resultaten?De uitdrukking ‘resultaten van programma's en initiatieven’ dekt de resultaten vanindividuele projecten, evenementen, activiteiten, mobiliteitsperiodes, enz. Deze kunnenopgedeeld worden in vijf hoofdtypes: producten, methodes, ervaringen, beleidslessen enEuropese samenwerking.Meer informatie over de strategie van het DG EAC voor de verspreiding en het gebruikvan resultaten van projecten, programma's en aanverwante activiteiten vindt u op dewebsite van het Directoraat-generaal Onderwijs en Cultuur onder de rubriek'Verspreiding en gebruik':http://ec.europa.eu/dgs/education_culture/valorisation/index_en.htmlVoor wie is deze informatie bedoeld?• Kandidaten die een aanvraag indienen voor multilaterale projecten binnen desectorale programma’s moeten als onderdeel van hun aanvraag ook eengedetailleerd plan voor de verspreiding en het gebruik van resultaten bijvoegen.• Kandidaten die een subsidieaanvraag indienen voor andere Acties van de sectorale entransversale programma’s moeten controleren of de specifieke vereisten ook plannenomvatten voor de verspreiding en het gebruik van resultaten. De algemenerichtlijnen en de ‘checklist’ kunnen kandidaten in ieder geval en ongeacht hetonderdeel van het 'Een Leven Lang Leren'-Programma helpen om zich meer terichten op de projectresultaten en -impact.Belangrijke informatie voor de voorbereiding van een goed plan voor de verspreiding enhet gebruik van resultatenAlle aanvragen voor multilaterale projecten moeten een duidelijk, gedetailleerd enwelomlijnd plan omvatten voor de verspreiding en het gebruik van resultaten. Dit is éénvan de belangrijkste aspecten waarop een voorstel wordt beoordeeld. Een slechtestrategie voor de verspreiding en het gebruik van de beoogde resultaten zal met anderewoorden de kansen dat het project geselecteerd wordt, doen slinken.Een goed plan voor de verspreiding en het gebruik van resultaten moet in het bijzonderde volgende punten behandelen:27 De definities van mainstreaming en vermenigvuldiging werden aangepast op basis van de Guide to AchievingImpact for Project Promoters; Gemeenschapsinitiatief WERKGELEGENHEID; DG Werkgelegenheid en SocialeZaken (1997).http://ec.europa.eu/llp Blz. 60


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I• Een duidelijke en dynamische focus op de behoeften van de gebruikerVoorstellen moeten gebaseerd zijn op een duidelijke en goed beargumenteerdevoorstelling van de behoefteanalyse van de betrokken doelgroepen en van deresultaten die voorgesteld worden als antwoord op deze behoeften. Het plan voor deverspreiding en het gebruik van resultaten moet beschrijven hoe deze analyse tijdensde volledige duur van het project zal worden geëvalueerd en bijgewerkt om ervoor tezorgen dat de resultaten relevant blijven voor de vereisten van de beoogdeeindgebruikers. Het plan moet ook onderzoeksactiviteiten aangeven om brederedoelgroepen te identificeren met een mogelijke belangstelling voor de resultaten,evenals maatregelen om, waar mogelijk, de behoeften van deze bredere groepen vastte leggen en er gehoor aan te geven (mogelijke overdracht van de eindresultaten).• Gedeelde verantwoordelijkheid van alle partnersDe verantwoordelijkheid voor de verspreiding en het gebruik van resultaten ligt bijhet partnerschap in zijn geheel en in zijn hoedanigheid van bron/eigenaar van dezeresultaten. Alle projectpartners moeten daarom op actieve wijze betrokken zijn bij hetuitvoeren van de maatregelen die in het exploitatieplan worden uiteengezet. Hetgebruik van resultaten mag niet gezien worden als uitsluitend voorbehouden voor departners die specifieke marketingexpertise en vaardigheden om resultaten teverspreiden, aanbieden. Het plan moet duidelijk beschrijven welke specifieke takeniedere partner heeft tijdens de duur van het project en die moeten overeenkomenmet hun specifieke interesses en expertise.• Een voortdurend procesActiviteiten voor de verspreiding en het gebruik van resultaten moeten al in devoorstelfase van het project worden ontwikkeld en gepland, bijvoorbeeld als eenhulpmiddel voor het uitwerken en testen van het ontwerp van het voorstel. Dezeactiviteiten moeten tijdens de volledige duur van het project plaatsvinden om ervoorte zorgen dat de eindresultaten zo relevant, bruikbaar, zichtbaar en toegankelijkmogelijk zijn.• Het leven na het projectDe plannen voor de verspreiding en het gebruik van resultaten moeten activiteitenomvatten die zijn ontwikkeld om de voortdurende zichtbaarheid, toegankelijkheid entoepassing van de resultaten na het einde van het project te verzekeren, om een zogroot mogelijke impact en duurzaamheid te garanderen.5.B.HET OPSTELLEN VAN EEN STRATEGIE EN PLAN VOOR DEVERSPREIDING EN HET GEBRUIK VAN RESULTATENChecklist voor ProjectaanvragersBehoefteanalyse• Bevat het project een ex-ante analyse van de behoeften waaraan het project wilvoldoen?Het raadplegen van de gekende en potentiële toekomstige gebruikers/begunstigdenvan de projectresultaten is cruciaal op dit moment.• Bevat het project een nauwkeurige analyse van de stand van zaken in hetvoorgestelde activiteitenveld?http://ec.europa.eu/llp Blz. 61


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL IDit is belangrijk om de toegevoegde waarde van het project aan te tonen en om tevermijden dat het overbodig is; hierbij kan een SWOT 28 analyse nuttig zijn.• Wordt er zowel bij het plannen en ontwerpen van het project als tijdens het uitvoerenervan, rekening gehouden met de behoeften van de uiteindelijke begunstigden en depotentiële gebruikers van de resultaten? Worden ze van meet af aan op de hoogtegehouden van en betrokken bij de activiteiten?Partnerschap / Consortium• Zorgt het project voor een stabiel Partnerschap/Consortium? Is het Partnerschap/Consortium gebaseerd op een bestaande/vroegere samenwerking? Maakt het deel uitvan een samenwerking op middellange of lange termijn tussen de partners? Wanneerhet voornamelijk uit nieuwe partners bestaat, omvat het project dan specifieke actiesom hun samenwerking te ontwikkelen en te versterken?• Biedt het Partnerschap/Consortium contacten (rechtstreekse of via betrouwbaretussenschakels en netwerken) met de meest representatievebeleidsmakers/belanghebbenden en deskundigen in de gebieden waar het project zichop richt?• Omvat het Partnerschap/Consortium organisaties waarvan verwacht wordt dat ze deresultaten van het project zullen opnemen in nationale, regionale en/of sectoralesystemen/werkwijzen op het vlak van onderwijs, beroepsopleidingen, cultuur ofjeugd?• Kunnen de projectpartners aantonen dat ze in staat en bereid zijn om ervoor tezorgen dat de resultaten opgevolgd zullen worden na de voltooiing van het project?(d.w.z. updaten, toepassen, voortdurende verspreiding, overdracht, followupactiviteiten,enz.)• Hebben de partners professionele ervaring op het vlak van deverspreiding/publicatie/bekendmaking/marketing van resultaten?• Zijn er voorzieningen getroffen voor een overeenkomst tussen de partners over deintellectuele eigendomsrechten?Een dergelijke overeenkomst is niet verplicht, maar kan nuttig zijn. Ze mag echter ingeen geval verhinderen dat derde partijen in de toekomst gebruik kunnen maken vanhet product en mag het recht om het product te commercialiseren niet in de wegstaan.Verspreidings- en gebruiksactiviteiten• Vinden verspreidings- en gebruiksactiviteiten voortdurend plaats doorheen hetproject?Verspreidings- en gebruiksactiviteiten moeten al bij de start van het project beginnenen voortgezet worden tijdens de uitvoering van het project maar ook na het eindevan het contract. Op die manier ondersteunen ze de impact op langere termijn en deduurzaamheid van de projectresultaten.• Zijn de verspreidings- en gebruiksactiviteiten gedetailleerd, duidelijk en preciesomschreven?Voorbeelden: het aantal personen waarop de verspreidings- en gebruiksactiviteitenzich richten en die hier baat bij vinden, het percentage van de begroting datvoorbehouden is voor de verspreiding en het gebruik van resultaten, verspreidings-/gebruiksactiviteiten die op andere multiplicatoren gericht zijn, middelen omresultaten op lange termijn te verspreiden en te gebruiken zoals wetenschappelijke28 SWOT = strengths, weaknesses, opportunities, threats m.a.w. een sterkte-zwakteanalyse (het plannen vanactiviteiten rekening houdend met de geïdentificeerde sterke punten, zwakke punten, mogelijkheden en risico’sdie verbonden zijn met het project, de partners en de externe omstandigheden).http://ec.europa.eu/llp Blz. 62


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Iartikels, congressen, websites, commercialisering, overeenkomsten met gebruikersvan de resultaten voor een gebruik op lange termijn; en op korte termijn, de media,seminaries, conferenties, tentoonstellingen, testen van prototypes door mogelijkegebruikers/begunstigden van het resultaat• Zijn de verspreidings- en gebruiksactiviteiten aangepast aan en geschikt voor dedoeleinden van het project en de begunstigden? Zijn de verspreidingskanalengeschikt voor de doelgroep?• Worden de verspreidings- en gebruiksactiviteiten op verschillende niveausgeorganiseerd (d.w.z. op lokaal, regionaal, nationaal, Europees en sectoraal niveau)via doeltreffende tussenschakels zoals (transnationale) netwerken?• Delen alle projectpartners de verantwoordelijkheid voor de verspreiding en hetgebruik? Zo nee, waarom niet? Zijn de rollen van de partners duidelijk omschrevenen werden de taken op een duidelijke en gepaste wijze onder hen verdeeld?• Is er een voortdurende interactie tussen de projectpartners en de gekende enpotentiële eindgebruikers/begunstigden van de resultaten?De rechtstreekse begunstigden van het project zijn deze waarop de projectresultatenrechtstreeks gericht zijn, maar er moeten ook voorzieningen getroffen worden voorverspreidings- en gebruiksactiviteiten binnen een bredere groep potentiëlegebruikers/begunstigden, politieke beleidsmakers en/of belangrijke spelers binnenhet activiteitenveld van het project.• Worden de eindgebruikers en potentiële begunstigden van de resultaten rechtstreeksbetrokken bij de verschillende fases van het project en worden ze in de loop van hetproject regelmatig geraadpleegd?Hun advies en vereisten zijn van essentieel belang met het oog op het producerenvan kwalitatieve resultaten die onmiddellijk bruikbaar zijn en die meer kans op impactgeven. De gebruikers kunnen in verschillende fases betrokken worden, bijvoorbeeldbij het bepalen en herzien van de vereisten, bij het testen van het prototype, en bijhet beoordelen van de tussentijdse en eindresultaten. Deze betrokkenheid isbelangrijk om de aanpassing van de resultaten en een mogelijke hervorming vanbepaalde projectactiviteiten mogelijk te maken. De eindgebruikers en uiteindelijkebegunstigden kunnen betrokken worden via een officiële partnerovereenkomst, alsstille partners, als leden van een projectstuurgroep of focusgroep, enz.).• Omvat het project bijvoorbeeld voor zijn voltooiing een fase waarin het productgetest wordt door de uiteindelijke begunstigden/eindgebruikers?Bij het aanpassen en afwerken van het product moet er rekening gehouden wordenmet de resultaten van deze test.Follow-up• Wat gebeurt er wanneer het project afgelopen is? Zullen de resultaten wordengeüpdatet na de voltooiing van het project? Hoe zal de toegang tot de resultatenworden verzekerd na de voltooiing van het project? Hoe zullen de noodzakelijkeupdates gefinancierd worden? Indien er voor het product een soort vanklantenondersteuning nodig is, hoe zal deze dienst dan geleverd worden?• Werden er voorzieningen getroffen om de projectresultaten door te geven aan anderepotentieel geïnteresseerde personen en organisaties en met name aan beleidsmakersen de belangrijkste belanghebbenden?Ideaal zou zijn dat de resultaten opgenomen worden in systemen en werkwijzen. Inhet geval van lesmateriaal voor opleidingen/het onderwijs kan dit bijvoorbeeld doorhttp://ec.europa.eu/llp Blz. 63


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL Ihet te laten erkennen/certificeren. Daarom is de betrokkenheid van beleidsmakersvan essentieel belang voor de duurzaamheid van de resultaten.Ook de overdracht van de voor een project ontwikkelde resultaten en werkwijzennaar andere organisaties is cruciaal. Er wordt sterk aanbevolen om dit te doen viaopleidingen georganiseerd door projectpartners of andere geschikte organisaties.• Kunnen de verwachte resultaten (producten en processen) worden overgedragen open gebruikt worden door andere sectoren/doelgroepen/sociale en cultureleomgevingen? Kan deze overdraagbaarheid van de resultaten verbeterd worden?Voorbeelden – technisch gezien gebruiksvriendelijk product, het product omvatplannen voor onderhoud en follow-up na voltooiing van het project; een proces datnieuwe opleidingsbenaderingen aandraagt; resultaten die gericht zijn op eendoelgroep die momenteel niet wordt bereikt; een product dat zodanig is ontworpendat de inhoud en/of technologie ervan gemakkelijk kan worden aangepast; processendie problemen op Europese schaal oplossen; resultaten beschikbaar in verschillendetalen, enz.5.C.ALGEMENE KENMERKEN VAN PROJECTRESULTATENResultaten kunnen in vijf hoofdcategorieën ondergebracht worden. De eerste drie zijndirecte projectresultaten, de andere twee indirecte projectresultaten en/of de resultatenvan programma’s en initiatieven.1) ‘Producten’ zijn tastbare en duurzame resultaten in de vorm van nieuweleerproducten, nieuwe curricula, nieuwe diploma’s, video’s, enz. Ze omvatten:• rapporten en (vergelijkende) studies• traditionele onderwijs- en opleidingsmodules zoals handboeken en anderelesmiddelen• innovatieve onderwijs- en opleidingsmodules• nieuwe curricula en diploma’s• handleidingen voor nieuwe benaderingen en methodologieën• onlineonderwijs- en opleidingsmateriaal (e-learning)• evenementen zoals conferenties, culturele evenementen, jongerenbijeenkomsten,sensibiliseringscampagnes, seminaries, debatten en symposia2) 'Methoden’ omvatten:• betere kennis van de deelnemers binnen een bepaald gebied en onderwerp• samenwerkingsprocessen en methodologieën• getrokken managementlessen en knowhow• uitwisseling van ideeën en voorbeelden van goede praktijk3) ‘Ervaringen’ zijn ontastbaar en mogelijk minder duurzaam dan producten enmethoden. Ze omvatten:• ervaring die werd opgedaan door de projectpartners bij het beheren en uitvoerenvan (transnationale) partnerschappen• ervaring opgedaan door personen, bijvoorbeeld uit mobiliteitsperiodes in het kadervan de sectorale programma's van het 'Een Leven Lang Leren'-Programma• uitwisseling van ervaringen en voorbeelden van goede praktijk door het opzettenvan netwerken, vooral binnen de gecentraliseerde acties van het 'Een Leven LangLeren'-programma• ervaring opgedaan door praktische projecten van het type "Partnerschap" in hetkader van de sectorale programma's van het 'Een Leven Lang Leren'-programma,enz.http://ec.europa.eu/llp Blz. 64


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL I4) 'Beleidslessen’ ontstaan gewoonlijk uit de totaalervaring van een project binnen eenprogramma of initiatief (of een groep van programma’s of initiatieven) of uitindividuele projecten die bijzonder vernieuwend of doeltreffend zijn. Ze worden opeen uitgebreidere manier toegepast op het 'systeemniveau’ door multiplicatoren. Hetgenereren van beleidslessen is hoogst waarschijnlijk niet de belangrijkste zorg vanprojectcoördinatoren (en partners) noch hun belangrijkste reden om deel te nemenaan een EU-programma of initiatief maar sommige kunnen toch erg relevant zijn enveel mogelijkheden bieden.5) 'Europese Samenwerking’ deels als een middel om bewuster te worden van devoordelen van een samenwerking met Europese partners en de zichtbaarheid ervante vergroten maar ook om acties op EU-niveau te versterken. Dit omvat:• nieuwe of uitgebreide Europese partnerschappen• grensoverschrijdende delen van ervaringen en voorbeelden van goede praktijk• dialoog en samenwerking tussen verschillende culturen, ontwikkeling vaninterculturele competenties• in sommige omstandigheden ook nieuwe dialogen en partnerschappen tussen EUenniet EU-landen5.D.PUBLICITEITAlle beurzen die in de loop van een boekjaar toegekend worden via de"Commissieprocedure" (gecentraliseerde acties) moeten binnen het eerste half jaar nahet afsluiten van het begrotingsjaar waarin ze toegekend werden, gepubliceerd wordenop de website van de EU-Instellingen. Ze mogen ook via een ander geschikt mediumzoals het Publicatieblad van de EU bekendgemaakt worden. De namen van de personendie een beurs ontvingen, zullen echter niet in het Publicatieblad of op de Europa-websiteverschijnen.Voor rechtspersonen die een beurs ontvangen:a) wordt het volgende gepubliceerd 29 :• naam en adres van de begunstigde• onderwerp van de beurs• toegekend bedrag en financieringsratio• Lijst van partnerorganisatiesb) ze moeten de steun van de EU duidelijk vermelden in al hun publicaties of in deactiviteiten waarvoor de beurs gebruikt wordt. Verder moeten ze de naam en hetlogo van de Europese Commissie in al hun publicaties, posters, programma's enandere producten die onder de actie met cofinanciering worden gegenereerd,opnemen. Tot slot moeten ze ook een disclaimer publiceren waarin duidelijk staat dathet consortium verantwoordelijk is voor de inhoud en niet de Europese Commissie ofhaar agentschappen. Als niet volledig voldaan wordt aan deze vereiste, kan de beursvan de begunstigde verlaagd worden.c) ze moeten de beschrijving van de actie en haar tussentijdse en eindresultaten onlinebeschikbaar maken via een website die gedurende het project onderhouden wordtof/en via de informaticaplatformen die ondersteund worden door de Europese29De aanvraagformulieren en partnerbrieven vragen het uitdrukkelijke akkoord van de aanvrager metde publicatie van de bovenvermelde gegevens door de Commissie of het Agentschap wanneer debeursaanvraag wordt goedgekeurd. Een begunstigde kan echter wel de vrijstelling van deze clausule aanvragenals de publicatie zijn veiligheid of financiële belangen in gevaar zou brengen.http://ec.europa.eu/llp Blz. 65


GIDS VOOR EEN LEVEN LANG LEREN 2010 DEEL ICommissie en gewijd zijn aan de projectverspreiding van het programma (EVE,ADAM, enz.), voor een vaste periode na de afronding. De gegevens van de websitemoeten aan het begin van de actie doorgegeven worden aan het voor de actierelevante Agentschap en bevestigd worden in het Eindrapport.5.E.BESCHERMING VAN DE PRIVACYDe beursaanvraag zal verwerkt worden door een computer. Alle persoonlijke gegevens(zoals namen, adressen, cv's, enz.) worden verwerkt in overeenstemming metVerordening (EG) Nr. 45/2001 van het Europese Parlement en van de Raad van 18december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met deverwerking van persoonsgegevens door EU-instellingen en organen en betreffende hetvrije verkeer van die gegevens 30 . De informatie van de aanvragers die nodig is om hunbeursaanvraag te evalueren, zal alleen voor dat doeleinde gebruikt worden door hetdepartement dat verantwoordelijk is voor het betreffende programma. De aanvrager kanzijn/haar persoonlijke gegevens opvragen ter verbetering of aanvulling. Alle vragen inverband met deze gegevens moeten gericht worden aan het relevante Agentschapwaarnaar het aanvraagformulier gestuurd moet worden. Begunstigden kunnen om heteven wanneer een klacht indienen betreffende de verwerking van hun persoonlijkegegevens bij de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming op:http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/.Meer algemene informatie en advies over de strategie van het DG EAC voor deVerspreiding en het Gebruik van Resultaten vindt u op:http://ec.europa.eu/dgs/education_culture/valorisation/index_en.html30Publicatieblad L 8, 12.1.2001.http://ec.europa.eu/llp Blz. 66

More magazines by this user
Similar magazines