JiG-oktober-2014-web

pactumdeventer

JiG-oktober-2014-web

Jeugd inGelderlandOver jeugdbeleid en jeugdzorgCrisis in een gezin: hoe komt er hulp?De kracht van de BrigadeWe4You, jongeren voor jongerenOktober 2014


41012‘Zonder bovenregionale afstemming is hetrisico groot dat de zorg verder versnippert’Maandelijks is er overleg tussen de transitiemanagersJeugdzorg van de 7. Gelderse regio’s. Er komen vraagstukkenaan de orde die extra tijd en aandacht vragenwaar op lokaal of regionaal niveau geen capaciteitvoor is, of het gaat om onderwerpen die bovenregionaleuitwerking vragen. Hoe werkt de G7? We vroegenhet aan twee regionale transitiemanagers: AnneliesTukker (Oost-Veluwe & Midden-IJssel) en John Prein(Noord-Veluwe).Daagt u bewoners uit zich in te zetten voorde gemeenschap?!Inzetten van burgerkracht, ontwikkelen van positiefjeugdbeleid, de omslag maken bij de transities naar eennieuwe verhouding met burgers; de laagdrempeligewedstrijdmethodiek De Vonk van Nederland biedt hiervoorpraktische perspectieven. Zo is er in Westervoortvoor de tweede keer een Vonk georganiseerd. BeleidsmedewerkerPieter-Bas Kimmel en wethouder ArthurBoone vertellen waarom het werkt.Brummen ligt op koers“De jeugdzorgtaken komen naar de gemeente toe (detransitie), tegelijkertijd ligt er een opdracht om hetjeugdzorgstelsel te vernieuwen (de transformatie). Hetinzetten op het versterken van de eigen kracht, hetbetrekken van het sociale netwerk en andere informelenetwerken zijn hierbij speerpunten. Dit geldt trouwensvoor alle drie transities,” Grietje Bijlsma, projectleidertransitie jeugdzorg vertelt over aanpak in Brummen.Tell me your dream (3)Dromen over de toekomst doen we allemaal wel eens.Toekomstdromen laten je zien wat je belangrijk vindtin het leven. Ook geven ze inspiratie om er nu het bestevan te maken. Zorgbelang Gelderland vraagt jongerendie met jeugdzorg te maken hebben (gehad) naar huntoekomstdromen en heeft daar filmpjes van gemaakt.Zo ook Joy. Zij heeft een sterke band met haar moederen droomt er van om straks met haar vriend en kindjesamen te wonen. Haar ambitie is advocaat te worden.Kijk naar het filmpje via de QR codeEn verder … nog veel meer!2 Jeugd in Gelderland • oktober 2014Inhoud


Gezinsregisseur: een toegevoegde waarde!Tekst: Jorike SmeitinkGezinsregisseurs zorgen er in degemeente Nijmegen voor datin multiprobleemhuishoudensproblemen op meerdere leefgebiedengestructureerd wordenaangepakt. Niet de hulpvraag vaneen gezin staat centraal, maarde problemen die zij hebben en/of de overlast die zij veroorzaken.Pascale Winkelmolen en DiederikJanssen, beiden werkzaam bijPluryn, vertellen daar graag meerover.De gezinsregisseurs zijn werkzaambij één van de zorgorganisatiesPluryn, Driestroom of Dichterbij enspeciaal daarvoor opgeleid. April2014 zijn de eerste acht afgestudeerd.Pascale is één van hen. Er isaltijd sprake van een vorm van drangen dwang, bijvoorbeeld vanuit eengezinsvoogd, werk en inkomen ofhuisvesting. In contact wordt dedrang en dwang uitgelegd in plaatsvan opgelegd. Hierdoor hebbenmensen de keuzen wel of niet meete werken. Aangezien er geen sprakemeer is van een vrijwillig kader,zijn er vaak wel consequenties aanverbonden.Om welk soort gezinnen gaat het?Pascale: “Het gaat om echte multiprobleemhuishoudens.Dezegezinnen hebben problemen opverschillende leefgebieden en hierbijis sprake van hardnekkige patronendie moeilijk te doorbreken zijn. Jekunt onder andere denken aan zakenals gezondheid, wonen, financiën,relaties, onderwijs of werk (dagbesteding),opvoeding en veiligheid. Eris sprake van een grote complexiteiten problemen spelen vaak al verschillendegeneraties.”Hoe ga je te werk?Pascale: “Als ik een gezin aangereiktkrijg, analyseer ik eerst wat er allemaalspeelt. Ik kijk naar de hulpvraag,de problemen en de patronen en dehulpverleningsgeschiedenis. Vervolgensinventariseer ik welke organisatiesbetrokken zijn. Dan gaat het nietalleen om hulpverlening, maar ookom organisaties als de gemeentelijkeafdeling werk en inkomen, scholen,woningbouw en wijkagent.Op basis van die inventarisatie schrijfik een plan van aanpak. Vervolgensorganiseer ik een netwerkberaadwaar ik commitment van alle partijenvraag.In het plan wordt aangegeven opwelke vlakken de kernproblematiekzit en staat een mate van prioritering.Het is belangrijk dat iedereenzich daaraan commiteert. Het kanbijvoorbeeld nodig zijn dat de afdelingwerk & inkomen de sollicitatieplichttijdelijk opschort omdat vader ofmoeder eerst het GGZ-traject af moetmaken. Partijen hebben vanuit huntaak en vakgebied hun eigen verantwoordelijkheid.De gezinsregisseurkijkt waar samenwerking en ruimtegevonden kan worden. Dit is binnenhet netwerk soms flink puzzelen.”Wat gebeurt daarna?Diederik: “Tijdens en na het opstellenvan het plan van aanpak blijft degezinsregisseur alles monitoren enbijsturen.” Pascale: “Ik ben aanspreekpuntvoor zowel het gezin als de organisaties.Als een kind op school wordtziek gemeld probeer ik gelijk bij hetgezin te kijken wat er aan de hand is.Ik kom zoveel mogelijk bij een gezinachter de voordeur. En maak ook deafspraak met hen dat ik onaangekondigdlangs kan komen. Gemiddeld benik met één gezin tussen de zes en tienuur per week bezig.Wat is de rol van het netwerk om hetgezin heen?Pascale: “De rol van het socialenetwerk kan helpend zijn. Maar bijmultiprobleemhuishoudens zien wevaak dat er sprake is van een multiprobleemnetwerk.Het is belangrijkgoed te kijken welke factoren helpendkunnen werken.”Hoe lang blijft de gezinsregisseur eenhuishouden volgen?Diederik: “Er is geen specifieke maximumperiodeafgesproken. Multiprobleemhuishoudenshebben een langeintensieve periode van monitoringnodig, voordat kan worden afgerond.Bij eerdere hulpverlening werdeen traject afgerond als de doelenbehaald werden. Met als gevolgdat er binnen korte tijd toch weerzorgsignalen binnenkwamen. Doornu op lagere frequentie te blijvenmonitoren, kan er eerder bijgestuurdworden. En zo kunnen we hopelijknieuwe escalaties voorkomen.”Wegen de kosten van de inzet van eengezinsregisseur op tegen de baten?Diederik: “Het is een forse investeringdie zich op de korte termijn terugverdientdoor bijvoorbeeld verminderingvan overlast, fraudebeperking, hetvoorkomen van huisuitzetting enverdere escalatie. Op de lange termijnwillen we mensen stimuleren totverantwoord burgerschap. Vooral omproblemen over generaties heen teverminderen.”Meer informatieDiederik Janssen, djanssen@pluryn.nlPascale Winkelmolen, pwinkelmolen@pluryn.nlJeugd in Gelderland • oktober 2014 3


De G7:Sommige zorg is zo kwetsbaar dat je het maarbeter op bovenregionale schaal kunt organiseren!Tekst: John Smeets4 Jeugd in Gelderland • oktober 2014foto: www.voordejeugd.nl


De G7 is een maandelijks overleg van de transitiemanagers Jeugdzorg van de 7Gelderse regio’s onder wisselend voorzitterschap. Er komen vraagstukken aan deorde die extra tijd en aandacht vragen waar op lokaal of regionaal niveau geencapaciteit voor is, of het gaat om onderwerpen die bovenregionale uitwerkingvragen. Hoe werkt de G7? We vroegen het aan twee regionale transitiemanagers:Annelies Tukker (Oost-Veluwe & Midden-IJssel) en John Prein (Noord-Veluwe).Waarom een G7?Annelies vertelt: “De G7 is vanuit de historie met deprovincie ontstaan en was in eerste instantie een werkgroepdie adviezen voor het ambtelijk- en bestuurlijkplatform voorbereidde.” John vult aan: “Het is er ookgekomen vanuit praktisch oogpunt: sommige zorg is zokwetsbaar dat je het maar beter op bovenregionale schaalkunt regelen.”“Zonder bovenregionale afstemming ishet risico groot dat de zorg verderversnippert en daarmee inefficiënten duurder zal worden.”John PreinEen extra laag in plaats van de provincie?“Nee je moet het meer zien als een samenwerkingsvormom efficiency te realiseren, samen op te trekken, massa tecreëren zodat we volume kunnen bieden voor de jeugdzorgaanbiedersen een stevige gesprekspartner te zijn.Efficiënt voor gemeenten, maar ook voor de aanbiedendeinstellingen”, aldus Annelies. “De G7 heeft geen juridischeBestuurlijk en Ambtelijk PlatformVier keer per jaar wordt aansluitend op het G7 overlegde agenda van het Bestuurlijk Platform voorbereid.Daarin zitten wethouders van de 7 regio’s en provincie(gedeputeerde Annemiek Traag en ambtenaren). Ookaansluitend op het G7 overleg is het overleg van hetAmbtelijk Platform Decentralisatie Jeugdzorg. De secretarisvan het Bestuurlijk Platform (Sjoerd Veenstra vande Provincie) is bij dit overleg aanwezig om de agendavan het Bestuurlijk Platform voor te bereiden. MoniqueWillems van Spectrum verzorgt het secretariaat van hetAmbtelijk Platform. De G7 heeft twee bovenregionalewerkgroepen: Beleidsinformatie en BovenregionaleSamenwerking.basis”, legt John verder uit. “De samenstelling is medebepaald door de provinciale structuur.”Welk typen besluiten neemt G7?Annelies: “De G7 neemt geen besluiten maar is adviserend.De adviezen worden allemaal voorgelegd aan de collegesvan B&W.” John: “Je moet het eigenlijk zo zien dat G7 vooralbezig is met de processen transitie jeugdzorg te stroomlijnen.In de werkgroep Bovenregionale samenwerkinghebben we het bijvoorbeeld over beslisdocumenten,samenwerking met aanbieders, ontwikkeling modelovereenkomst,inkoopteam). En bij Beleidsinformatie overuitkomsten van onderzoek, aansluiting op de Branche,het bestuurlijke proces en afstemming met landelijkeontwikkelingen. Alle adviezen worden voorgelegd aan deregio’s en colleges.”“Maar, we zijn niet alleen procesmatig bezig”, zegt Annelies.“Ook inhoudelijk is de G7 actief. Zo zijn er kennisbijeenkomstenmet de Rechtbank geweest en is Spectrumgevraagd de verschillende jeugdzorgsectoren die per 1januari 2015 naar de gemeenten overgaan te beschrijven:(L)VB, Jeugd GGZ, JeugdzorgPlus en Jeugdbeschermingen–reclassering. In september is het rapport Spoedzorgbesproken. Dan gaan we kijken hoe we de Spoedzorgvanaf 2016 het beste kunnen beleggen.”Wat is nu de winst van de G7?Annelies: “Gemeenten worden verantwoordelijk voor dejeugdzorg in 2015. Dan moet elke gemeente jeugdzorginkopen. Voor een kleine gemeente zou het kunnen zijndat er voor een bepaalde vorm van jeugdzorg bijvoorbeeldgemiddeld 0,3 plaats (bijvoorbeeld in een gesloteninstelling) moet worden ingekocht. Dat is toch heel inefficiënt.Daarom trekken we voor de inkoop van een aantalzorgvormen samen op. Daarbij komt natuurlijk ook aanbod hoe regionaal beleid in de ene regio consequentieskan hebben voor de andere regio’s. Zo gaan we in onzeRegio Oost-Veluwe & Midden-IJssel zorg inkopen zondervolumegaranties. Het is niet duidelijk welke consequentiesons regionale inkoopbeleid op andere regio’s heeft envice versa.”John: “De transitie jeugdzorg is complex. Het veld iseigenlijk nog lang niet ingericht op de 42 jeugdzorgregio’sJeugd in Gelderland • oktober 2014 5


Annelies TukkerTransitiemanager regio Oost-Veluwe & Midden-IJssel,werkt met team van 15 ambtenaren vrijgemaakt uit 8gemeenten in regio aangevuld met extern deskundigen.Achtergrond: zorgprofessional, gezondheidswetenschapper.Werkervaring in gemeenten, provincie, GGD,ziekenhuis.John PreinProjectleider transitie regio Noord-Veluwe, werkt met6 ambtenaren uit 6 gemeenten uit regio aangevuld metexternen.Achtergrond: eigen bureau management/coaching,oud adjunct-directeur adviesorganisatie SPIL Overijssel,ervaring ontwikkeling CJG’s, opvoedingsondersteuning,afstemmen nieuwe vormen jeugdbeleid/jeugdzorg.waarin Nederland is ingedeeld. Voor aanbieders is heteen zeer moeilijke tijd. We horen in onze overleggen metaanbieders dan ook regelmatig de noodkreet om eenheidin afspraken. Ik verwacht dat VNG hier nog een grote rol ingaat spelen.” Annelies knikt: “Eigenlijk geldt hoe groter deinstelling, hoe lastiger het is om met al die verschillendegemeenten afspraken te maken.”Wat staat komend najaar op de agenda?Annelies: “We gaan in de regio vooral aan de slag met deuitvoering. Het verder voorbereiden en onderhandelenvoor de inkoopprocessen, het inrichten van de bedrijfsvoeringen het opzetten van een monitor. Dit laatstewordt in de werkgroep beleidsinformatie op G7 niveauopgepakt. We bereiden nadrukkelijk voor, de afzonderlijkecolleges gaan over de handtekening onder de contracten.Een ander punt waar de komende weken het accent komtte liggen, zijn afspraken maken met Bureau JeugdzorgGelderland.”Hoe verder in 2015?Annelies: “Ik denk dat we ons dan in de G7 vooral richtenop Monitoring. Wat gaat goed, waar kan het beter. Hoekunnen we van elkaar leren? En natuurlijk met devoortgang van de thema’s waar we nu mee druk mee zijn.Interessant wordt bijvoorbeeld hoe en waar relatiebeheermet de aanbieders in 2015 geregeld wordt.” John: “Ik denkdat als processen in 2014 bovenregionaal geregeld zijn, in2015 de aandacht weer meer in de regio’s en lokaal komtte liggen. Maar ik verwacht dat eind 2015 de vraag zichvoordoet of de regio wel de goede schaal is. Het besef datje gewoon niet alles alleen kunt. Sommige zaken zijn tegroot, te complex, ook de bedrijfsprocessen die er achterzitten. Dan moet je bereid zijn om zaken op ander niveaute tillen. Zelfs de regio kan dan al te kleinschalig zijn. Zoworden nu in de regio’s Noord-Veluwe en Oost-Veluwe &Midden-IJssel ook al allianties opgezocht.”Annelies: “Misschien komen we in 2015 wat minder frequentals G7 bij elkaar en ligt het accent meer in contactenonderhouden en afstemmen, ervaringen delen, maar erblijft nog steeds genoeg werk te doen want ieder regiozal de transformatie willen doorontwikkelen. Ik ben ookbenieuwd wat er straks gebeurt als in 2017 alle regionaletransitiearrangementen aflopen.”Meer informatieKijk op de website www.voordegeldersejeugd.nl bij ‘Ambtelijk platform/G7’en ‘Bestuurlijk platform’ voor nieuws, contactgegevens en documenten.De genoemde rapporten zijn te downloaden bij ‘Thema’s’.“Door de G7 hoef je als gemeente niet alleinkoopafspraken zelf te maken. Dat vraagtnatuurlijk groot vertrouwen van gemeenten.”Annelies Tukker6 Jeugd in Gelderland • oktober 2014


Professional:Peter MolenaarFunctie:Groepsleider van LVB-jongeren bij’s Heeren LooJongeren met een licht verstandelijkebeperking én gedragsproblemen. Datis de groep die Peter begeleidt. Watis zijn drijfveer en wat betekent detransitie voor deze jongeren?Van beschermd naar zelfstandigDe behandelgroep van Peter bestaatuit jongeren van 16 tot 21 jaar die(tijdelijk) niet meer thuis kunnenwonen, omdat de thuissituatie nietmeer toereikend is en/of ouders hetniet meer redden. Peter:“De meeste jongerenzijn hier langer dan eenjaar. Ze wonen bij ons,bij ’s Heeren Loo. Envoor school, werk envrije tijd gaan ze naarvoorzieningen in deomgeving. Als begeleiderondersteun ik hen, ookbij het zelfstandiger worden. Meteen jongere die na deze opvangzelfstandig gaat wonen, bespreekik welke stappen daarvoor nodigzijn. En dan gaan we die stappenook samen zetten en vaardighedenoefenen.”DrijfveerPeter: “Voorheen werkte ik in depsychiatrie, op de longstay-afdeling.Daar was mijn werk vooral gerichtop het behoud van vaardigheden vande cliënten. Bij de jongeren in mijnhuidige baan bij ’s Heeren Loo gaathet om het aanleren en uitbreidenvan vaardigheden. Ondanks dat hetniet de makkelijkste doelgroep is,zie ik ze groeien en gaat het met demeeste jongeren uiteindelijk weer degoede kant op. En dat geeft mij veelenergie en voldoening.”ZorgenPeter ziet wel dat er ook voor deLVB-doelgroep een versobering bij“Ondanks dat het niet de makkelijkstedoelgroep is, zie ik ze groeien engaat het met de meeste jongerenuiteindelijk weer de goede kant op.”Peter Molenaarde indicatiestelling plaatsvindt. Ofdat een indicatie minder makkelijkwordt afgegeven. Peter: “Helaaskom ik nu regelmatig schrijnendesituaties tegen. Bijvoorbeeld eenjongere die een jobcoach krijgttoegewezen, maar waarvan ik weetdat hij veel beter af was geweestmet een plek binnen een socialewerkplaats. Ook is er minder geldbeschikbaar, terwijl behandelingwel nodig blijft.” Gemeenten wordenverantwoordelijk voor de ondersteuningvan LVB-jongeren. Maar hebbenzij goed zicht op wat deze jongerennodig hebben? Dat is wel een van dezorgen die Peter heeft. Hij hoopt datgemeenten hun oor te luister leggenbij de organisaties die veel ervaringhebben met LVB-jeugd.Peter: “Betrek ons, draaieen keer mee op de groepen benut onze kennis enkwaliteiten. We denkengraag mee, ook overeventueel noodzakelijkeveranderingen.”Pittige groepDe behandelgroep van Peter is eenpittige groep. Het zijn jongeren meteen licht verstandelijke beperkingdie daarnaast ook ADHD, PPD NOS,opvoedproblemen en/of gedragsstoornissenhebben. “Niet voor aldeze jongeren is het perspectief datze na enige tijd zelfstandig kunnengaan wonen. Sommigen hebbenlangere tijd ondersteuning nodig.Op een gegeven moment kunnen zedan bijvoorbeeld wel naar een vanonze andere locaties met minderintensieve begeleiding. En er zijn ookjongeren die uiteindelijk weer teruggaannaar huis.”De professionalJeugd in Gelderland • oktober 2014 7


Aandacht en begrip voorjonge mantelzorgersTekst: Jorike SmeitinkEen speciaal team om jonge mantelzorgers tepromoten. Is dat nodig? VIT-hulp bij mantelzorg enMEE Oost-Gelderland vinden dat er meer aandacht enbegrip voor jonge mantelzorgers moet zijn. Precies dereden waarom zij in het voorjaar van 2013 een jongemantelzorgers promotieteam zijn gestart. Ekie Voorburgen Anita Delsing zijn hier vanuit VIT bij betrokken.Jonge mantelzorgers groeien op met een ziek gezinslid. Ofmet een grootouder in de directe omgeving van het gezindie intensieve zorg nodig heeft. Er kan sprake zijn van eenlichamelijke ziekte of handicap, maar ook een verstandelijkebeperking, psychische ziekte of verslavingsproblematiek.VIT en MEE Oost-Gelderland wilden iets betekenenin aanvulling op activiteiten die zij al voor jeugdigenaanbieden.Start jonge mantelzorgers promotieteam Anita:“Met subsidie van het Oranjefonds is het jonge mantelzorgerspromotieteam gestart. Met als hoofddoel erkenningen herkenning voor jongeren die met mantelzorg te makenhebben. Daarnaast wilden we de eigen kracht van deelnemendejongeren versterken.”Er is een team jongeren tussen de 13 en 18 bij elkaargebracht. Iedereen nam zijn eigen ervaringen mee. Aandie jongeren werd gevraagd wat zij over mantelzorger zijnaan anderen willen vertellen. Door middel van trainingen coaching zijn de jongeren voorbereid op het maken engeven van presentaties en het aanspreken van mensen.Daarnaast werden t-shirts en petten ontworpen voor deherkenbaarheid van het team.Festivals en presentaties Ekie: “In eerste instantiewas het de bedoeling om bij regionale evenementen zoalsfestivals aandacht te vragen. Dit bleek niet te werken,omdat we merkten dat mensen te weinig aandacht voorons hadden. Presentaties voor het onderwijs (zowel basisals voortgezet onderwijs), jgz-verpleegkundigen, buurtcoachesetc. bleken wel een goede formule.” Na iederepresentatie werd een evaluatie onder de toehoordersgehouden. Het ‘eigen verhaal’ van de jongeren maaktesteeds opnieuw grote indruk. Naast hun eigen ervaringengaven de jongeren tips en trucs over hoe ze wel en juistniet behandeld willen worden. Hoofdpunten: aandacht enbegrip is fijn, maar we zijn niet zielig.Leermomenten jongeren Ieder evenement ofpresentatie werd door meerdere jongeren uit het teamvoorbereid. Ekie: “Het was mooi te zien hoe iedereen zijneigen talenten heeft. De ene jongere is een kei in voorbereidenen plannen en de ander is echt een goede verteller.Ik heb gemerkt dat het allemaal bijzondere jongeren zijn enheel sociaal.” De jongeren vonden het over het algemeenerg leuk om te doen. Ekie: “Iedereen is ook anders naar zijneigen situatie gaan kijken.”Hoe verder? Met de subsidie van het Oranjefondsis het promotieteam goed opgezet. De VIT wil blijvendmet de ervaringsverhalen van jongeren aan de slag. Anita:“Actief aandacht blijven vragen is belangrijk. Via onzemantelzorgconsulenten gaan we met de verhalen vande jongeren zoveel mogelijk proberen aan te sluiten bijscholen, zorgorganisaties en in wijken.”Meer informatieEki Voorburg, e.voorburg@vithulpbijmantelzorg.nlAnita Delsing, a.delsing@vithulpbijmantelzorg.nl8 Jeugd in Gelderland • oktober 2014


CRISIS in een gezin:hoe komt er hulp?Tekst: Chantal Heins, Renée Gerritsen en Monica Hensenfoto: www.voordejeugd.nlRenée Gerritsen en Chantal Heins werken bij de afdelingSpoedeisende Zorg (SEZ) van Bureau JeugdzorgGelderland (BJzG). Chantal is gedragsdeskundige enRenée crisisinterventor. Zij komen in actie wanneer eracute nood is in een gezin. Wat doen zij en hoe zorgenzij dat het gezin hulp krijgt? Een verhaal van Renée.Crisismelding Het is donderdagnacht 2.00 uur.Mijn 24 uur piketdienst zit er bijna op. De telefoon gaat;ik schrik wakker en neem op: “Met Spoedeisende Zorg,Bureau Jeugdzorg.”Het is de politie Didam. De politie is in een huis met driejonge kinderen. De jongste een baby, de middelste eenkindje van 4 en de oudste een kind van net 7 jaar. Hunouders zijn er niet. Volgens de politie is de baby gaanhuilen en heeft het kind van 7 jaar de baby meegenomennaar de buren. Zij hebben de politie gebeld. We sprekenaf dat de crisisinterventor van SEZ ter plaatse komt (opinterventie gaat). Omdat het drie kinderen betreft gaat ereen collega met mij mee.Ter plaatse Als we aankomen zijn alle kinderennog wakker, de politie is op zoek naar de ouders. Zij zijnnog niet gevonden. De buren zijn wakker en we vragenof de kinderen bij hen kunnen verblijven. Zij geven aandat zij wel vaker op de kinderen passen, dus dat is geenprobleem. Nadat de kinderen bij de buren zijn gebracht,komen de ouders thuis. Vader is onder invloed van alcoholen schreeuwt naar de politie: “Wat moeten jullie nou weerhier?” Als de politie uitleg geeft, vindt vader het allemaalbelachelijk, hij wil zijn kinderen meteen terug. Ze horenin hun eigen bed, aldus vader. Hij wil ze halen. De politiehoudt hem tegen,waarop vader een agent duwt. Na eenworsteling wordt vader aangehouden en afgevoerd.Moeder staat te huilen en roept dat ze het allemaalniet meer weet. Ze heeft de hele week voor de kinderengezorgd en zocht wat ontspanning. Toen de kinderensliepen, dachten zij en haar man wel ergens wat te kunnengaan drinken. Moeder zegt dat ze het zwaar vindt om driekinderen op te voeden. Ze voelt zich moe. De kinderen luisterenvaak niet. Haar man werkt, en bemoeit zich niet metde opvoeding. Alleen als de kinderen niet luisteren grijpthij in. Dat gaat volgens moeder vaak wat te hardhandig.We spreken met moeder af dat de kinderen vannacht enmorgenvroeg bij de buren blijven. Dat vindt ze goed. Wevragen aan haar of zij hulp wil bij het opvoeden van haarkinderen. Moeder zegt dat ze dat graag wil, maar dat zeook nog andere problemen heeft. Haar man drinkt teveel. We nemen in overleg met de gedragsdeskundige eenbesluit spoedeisende zorg.Spoedeisende zorg Een besluit spoedeisende zorgbetekent dat er binnen 24 uur ambulante hulp in het gezinstart door een medewerker spoedzorg van een instellingvoor Jeugd- en Opvoedhulp (J&O-instellingen in Gelderlandzijn: Entréa, Intermetzo, Lindenhout en Pactum.)Als vader de volgende dag vrij komt, vindt er een gesprekplaats. Er worden afspraken gemaakt; vader gaat hulpzoeken voor zijn alcoholprobleem en de ouders krijgenhulp bij de opvoeding van de kinderen. SEZ volgt de zaakvier weken en stelt een indicatie op voor langdurigeropvoedingsondersteuning, in overleg met de J&O instelling.Het spoedeisende karakter is nu verdwenen, maarverdere ondersteuning van het gezin is noodzakelijk.Landelijk voorbeeld Dankzij goede afsprakentussen de afdeling SEZ van BJzG en de J&O instellingen inGelderland kan in crisissituaties snel gehandeld én hulpgeboden worden aan kinderen en gezinnen. Deze werkwijzekrijgt landelijk positieve aandacht. Het is effectief enverdient het dan ook om na 2014 voortgezet te worden enverder uitgebeid met aansluitende afspraken met hulpinstantieszoals de (jeugd-)GGz en de zorg voor mensenmet een beperking. Een kans voor gemeenten én zorginstellingen.Gemeenten inventariseren de mogelijkhedenhiertoe.Meer informatieTom Groeliker, teamleider Spoedeisende Zorg, BJz Gelderland,06 52 713 241, t.groeliker@bjzgelderland.nlHet rapport ‘Quickscan Crisisdienstverlening in Gelderland’is te downloaden op www.voordegeldersejeugd.nlVerdere informatie bij Spectrum, Monica Hensen, 06 24 77 28 30,m.hensen@spectrumelan.nl of bij Pierre Puts, 06 30 36 34 04,p.puts@spectrumelan.nlJeugd in Gelderland • oktober 2014 9


Daagt u bewoners uit zich in teTekst: John SmeetsDe Vonk van Westervoort was vorig jaar een grootsucces. Zo groot dat de gemeente besloot ook dit jaaropnieuw deze methode voor het ophalen van burgerinitiatievenin te zetten. Pieter-Bas Kimmel, interimbeleidsmedewerker Jeugd en wethouder ArthurBoone (in portefeuille onder meer Zorg/welzijn enJeugd(zorg)) laten zien hoe en waarom het werkt.Waarom een tweede Vonk van Westervoort?Voor Pieter-Bas is het vanzelfsprekend: “Je kunt dan degoede ervaringen van de vorige keer inzetten en weerhetzelfde podium benutten om ideeën te verzamelen ente delen. De naamsbekendheid van de Vonk heb je inmiddelsal opgebouwd. De wederkerigheid van het conceptspreekt mij aan: winnaars die vervolgens met hun idee ietsvoor de gemeenschap betekenen. ”Inzetten van burgerkracht, ontwikkelen van positiefjeugdbeleid, de omslag maken bij de transities naar eennieuwe verhouding met burgers; de laagdrempeligewedstrijdmethodiek biedt hiervoor praktische perspectieven.Wethouder Arthur Boone haakt in: “Ik moetbekennen dat ik vorig jaar in eerste instantie best sceptischwas, maar naarmate ik mij meer erin verdiepte, zagik hoe je met de Vonk van Westervoort de gemeenschapin beweging krijgt. Het helpt echt om nieuwe vormen vanburgerparticipatie van de grond te krijgen, bovendienkun je koppelen aan de dingen die er al zijn. Een van dewinnaars is ‘Kom spelen bij Fens’ (een spelletjesmiddagvoor alle kinderen in Westervoort). Begin september is ditinitiatief samen met vrijwilligers van het jongerencentrumCreon uitgevoerd op het activiteitenterrein van Creon enmet gebruikmaking van faciliteiten zoals het gebouw enbar van Creon. Een pure win-win.”Inzet oud-winnaars In de tweede editie is nogmeer gekeken hoe de formule van de Vonk het beste bijWestervoort past. “We zijn nog actiever op zoek gegaannaar verbindingen, bijvoorbeeld met het jongerenwerk enhet kulturhus. Zo is de prijsuitreiking door jongeren georganiseerd.De jongere die de avond presenteerde overwonzijn stotterprobleem en stond met glans op het podium.Oud-winnaars hebben hun opgedane kennis en ervaringingezet bij de organisatie en uitvoering van de Vonk 2014.Dit door hun verhaal te vertellen tijdens informatiebijeenkomsten,door deelname in de jury en door het geven vanadvies aan initiatiefnemers. Dat is in principe de werkwijze,steeds op zoek gaan naar de expertise van mensenen ze daar alle ruimte in geven. Tegelijkertijd is het ookverstandig taken af te bakenen, zo heb ik bijvoorbeeld inPieter-Bas Kimmel, interim beleidsmedewerker Jeugd (l) en wethouder Arthur Boonede jury de taak op mij genomen om de verliezers te bellen.80% van alle werk is opgepakt door vrijwilligers”, glundertPieter-Bas.Als je naar de ideeën kijkt, zie je dat het allemaalideeën zijn waar de indieners zelf iets mee hebben. Dewethouder: “Mensen zien kans hun droom waar te maken,of het nu om kleine of grote dromen gaat.” Doorgaans zijnde ideeën die gekoppeld zijn aan organisaties wat groter.Daar is men ook gewend met begrotingen te werken.Zo sleepte WAUW! Wat een talent, een initiatief vanuitleden van de plaatselijke fanfare (toewerken met lokaletalenten naar een concert, onder begeleiding van het‘Westervoortse Metropole Orkest’) € 10.000,- in de wachtom hun idee te realiseren. De voorrondes zijn inmiddelsgeweest en in november van dit jaar wordt de finalegehouden. “Maar ik ben ook blij met de kleinere initiatievenlos van organisaties zoals bijvoorbeeld Fens, verteltPieter-Bas.In fases Wat goed helpt om de spanning er in tehouden, is de korte doorlooptijd van enkele maanden ende duidelijk afgebakende fases. Pieter-Bas: “Je hebt dansteeds iets te melden en dat deden we dan ook volop. Opde website DeVonkVanWestervoort.nl; de video’s van deBeeldbuis (jongerenwerk), in de lokale media. We zijn deburger ook meer gaan opzoeken. Zo hebben we bij de starttwee informatiebijeenkomsten georganiseerd, bewustop twee verschillende plekken met verschillend publiek:10 Jeugd in Gelderland • oktober 2014


zetten voor de gemeenschap?!jongerenwerk Creon en Stichting KulturhusWestervoort. Daar hebben oud-winnaarshun verhaal verteld en zijn met belangstellendenhet gesprek aangegaan.” Nog zo’nvoorbeeld is de Beursvloer die nadat de juryde genomineerden bekend had gemaaktin het Kulturhus werd georganiseerd. Deprojectgroep is op de ondernemersverenigingen de winkeliersvereniging afgestapt enheeft het concept uitgelegd. Genomineerdenkonden drie vouchers van 100 euro inzettenom hun idee te verbeteren of te promotenzoals bijvoorbeeld inkoop van een advertentie,vormgeving en drukwerk van flyers ofzelfs de inhuur van een creatief promoteam.Wethouder Arthur Boone: “Ondernemersmaakten zelf ook reclame op hun eigenwebsite door te vertellen wat zij voor de Vonkdeden. En de beeldbuis was er weer bij met decamera”.Rollen duidelijk houden Bij de uitvoeringis het vervolgens de kunst om de rollen duidelijk tehouden. Wat gebeurt bijvoorbeeld als projectindiener enondernemer over hun deal onderling ontevreden waren?Pieter-Bas: “Natuurlijk liep dat niet altijd allemaal overrolletjes. Dan kwam wel eens een klacht binnen mij.Maar ik gaf dan terug dat het om afspraken tussen beidepartijen ging en ze het dus zelf moesten oplossen.”Soms past een idee minder goed bij de Vonk. Dan is hetzaak hier ook zorgvuldig mee om te gaan. De criteria voorde Vonk die vooraf waren opgesteld en ook op de websitestaan, bieden houvast. Pieter-Bas: “We hebben gekekennaar bijvoorbeeld maatschappelijke relevantie, naar hetbereik, naar de inzet van jongeren en of De Vonk nu echtnodig was om het idee te realiseren. Zo was er een leukidee voor een quiz. Wij zijn met de initiatiefnemer hetgesprek aangegaan, hebben gekeken naar verbindingendie gelegd konden worden en het resultaat hiervan is dathet idee nu op andere manier gerealiseerd.”Niet iedereen valt in de prijzen. De inwoners van Westervoorthebben gestemd en uit negen genomineerdenkwamen drie winnaars naar voren. Hoe ga je om met deverliezers? Het valt Pieter-Bas op dat de verliezers nietbij de pakken neer zijn gaan zitten en direct actief naarandere mogelijkheden gingen kijken om hun droom terealiseren. “En daarbij hebben wij hen ondersteund. Doorte verwijzen naar fondsen, door te attenderen op eenvoorlichtingsbijeenkomst van VSBfonds, provincie enSpectrum, door samen naar fondsaanvragen te kijken. Eenpedagogisch medewerker van het CJG heeft ze geholpenom bij bestaande initiatieven aan te sluiten en de weggewezen naar bijvoorbeeld de vrijwilligerscentrale.”Na de prijsuitreiking begint het pas voor de winnaars.Pieter-Bas: “Wij hebben er als projectgroep voor gekozenom met de winnaars om te tafel te gaan om over hetvervolg te praten. Dit in plaats van het alleen versturenvan een subsidiebeschikking met daarin het gewonnenbedrag. Zo kon kennis worden gedeeld, verbindingenworden gelegd en ondersteuning worden ingezet. Onderwerpendie hier besproken werden waren divers: hoe jebijvoorbeeld voor registratie van je activiteit De Beeldbuisin kunt zetten, wat er nodig is voor werving van vrijwilligers,hoe vergunningaanvragen gedaan kunnen wordenen de wijze van verantwoording van de subsidiegelden.Dat je de communicatieadviseur van de gemeente kuntinschakelen om even mee te kijken bij persberichten. Datwe een Collectieve WA verzekering hebben. Winnaarsen oud-winnaars deelden ervaringen over vergunningenkrijgen, en bijvoorbeeld over het inzetten vanverkeersregelaars.”Tips voor andere gemeenten Wethouder ArthurBoone: Mijn gouden tip: Zeker doen, de methode van deVonk werkt uitstekend om burgerinitiatieven op te halenen te realiseren.” Pieter-Bas: “En maak daarbij gebruik vanwat er al bestaat, leg de verbindingen en maak gebruikvan de wederkerigheid van dit concept!”Fases van de Vonk• Vliegende start (samenstellen projectgroep + plan)• Uitrol communicatie (burgers informeren enenthousiasmeren)• Verzamelen ideeën en eerste selectie door jury• Aan de slag met de beste initiatieven• Wervende presentatie beste initiatieven• Burgers stemmen• Uitreiking prijzen (feestelijke slotmanifestatie)• Nazorg (wat is nodig zodat winnaars idee realiseren)De Vonk van Nederland wordt mede mogelijk gemaakt door hetVSBfonds. Meer weten, kijk op www.devonkvanwestervoort.nlof neem contact op met Spectrum, Elise Roelofsee.roelofse@spectrumelan.nl of John Smeets j.smeets@spectrumelan.nlJeugd in Gelderland • oktober 2014 11


Brummen ligt op koersTransitie jeugdzorg voortvarend opgepaktTekst: John SmeetsIn Brummen wonen zo’n 21.000 burgers, 20% isjonger dan 18 jaar en 5% is tussen de 18 en 23 jaar. Eenvoorzichtige inschatting is dat er jaarlijks zo’n 500à 600 geregistreerde vragen over jeugdhulp binnenkomen.Van lichte hulp tot de zwaardere vormenvan jeugdhulp. Een groot deel daarvan heeft betrekkingop jeugd-ggz, zo is de verwachting. Hoe bereidtBrummen de transitie jeugdzorg voor? Een gesprekmet Grietje Bijlsma, projectleider en beleidsmedewerkerdecentralisatie jeugdzorg Brummen.Grietje Bijlsma: “Belangrijk is dat bestaande klanten vande jeugdzorg op 31 december 2014 gegarandeerd zijnvan jeugdhulp. Dit geldt ook voor de mensen die op datmoment op de wachtlijst staan. In de regio hebben wehiervoor een voorloopovereenkomst met de huidigeaanbieders afgesloten. De jeugdzorgtaken komen naarde gemeente toe (de transitie), tegelijkertijd ligt er eenopdracht om het jeugdzorgstelsel te vernieuwen (detransformatie). Het inzetten op het versterken van deeigen kracht, het betrekken van het sociale netwerk enandere informele netwerken zijn hierbij speerpunten. Ditgeldt trouwens voor alle drie transities.”Leefringenmodel De projectleider vervolgt: “InBrummen werken we met het leefringenmodel (zie pagina14. Er wordt eerst gekeken hoe we de eigen kracht van hetgezin kunnen versterken. We werken daarbij van binnennaar buiten. We gaan uit van de hulpvraag en bieden zorgop maat. Bij ernstige situaties schakelen we natuurlijk weldirect door naar de buitenste ring, de individuele voorzieningen.De kunst is snel op- en weer afschakelen enmensen zoveel mogelijk de eigen regie te geven.”In Brummen worden de transities jeugdhulp, AWBZ/Wmoen participatie integraal opgepakt. Daarom is er voorde voorbereiding ook een 3D team samengesteld. Tweeprogrammamanagers en drie projectleiders waaronderGrietje Bijlsma trekken gezamenlijk de kar. Inwoners gaanzoveel mogelijk zelf de hulpvraag formuleren. Het gezinen hun vraag staan centraal en niet het (zorg)aanbod.Met het CJG is hier voor de jeugd al ervaring mee opgedaan.“We hebben al een paar jaar een CJG waarvan hetinformatie en adviespunt is geïntegreerd in het Wmoloket.Ook doen we mee aan de regionale pilot CJG4krachtwaarbij al gewerkt wordt volgens de nieuwe uitgangspuntenen de regie zoveel mogelijk bij het gezin ligt. Er iseen kernteam CJG4kracht generalisten aangevuld metambulante specialisten en de ervaringen zijn zeer positief,”aldus Grietje. De taken van het CJG en CJG4kracht blijvenbestaan en worden geïntegreerd in de nieuwe lokalestructuur.Dichtbij en samen met Bij de transitie jeugdzorgen ook de andere twee transities zijn van begin af aan demaatschappelijke partners betrokken. De projectleidervertelt: “We zijn een kleine gemeente en staan dicht bijde maatschappelijke partners en bij de mensen. Ook deraad is er vanaf de start bij betrokken. Regionale en lokalenota’s worden tegelijkertijd openbaar gemaakt zodatsamenwerkingspartners en burgers van begin af aan bijhet proces worden meegenomen.” In regionaal verbandwerkt Brummen intensief samen in de regio Oost-Veluwe/Midden IJssel. Samen worden bijvoorbeeld de inkoop vanindividuele voorzieningen voorbereid, waarbij de inkoopvan de meer specifieke zorgvormen op G7 of landelijkniveau wordt voorbereid. Grietje: “Het is ondoenlijk vooreen kleine gemeente om dat allemaal zelf te regelen.”Op koers Het Transitiebureau Jeugd (VNG en deMinisteries VWS en V en J) hebben een Focuslijst Jeugdopgesteld. Hoe hangt de vlag ervoor in Brummen?Grietje constateert: “We zitten mooi op koers als kleinegemeente, ondanks de enorme tijdsdruk en natuurlijkmoet er ook nog heel veel gebeuren. De prioriteit ligt nubij het verder inrichten van de toegang. De contouren zijnbeschreven.” De bestaande loketten Wegwijs (inclusiefCJG) gaan op in twee nieuwe integraal en domeinoverstijgendeloketten. “Per september is een externe3D-kwartiermaker aan de slag gegaan met inrichten vantwee wijkteams van generalisten met diverse12 Jeugd in Gelderland • oktober 2014


“De kunst is snel op- en weer afschakelenen mensen zoveel mogelijkde eigen regie te geven.”Grietje BijlsmaGrietje Bijlsma (projectleiderdecentralisatie jeugdzorg) enGert-Jan van Dijk (communicatieadviseurSociaal Domein Brummen,zie interview pagina 14)specialismen (Brummen en Eerbeek), onder de voorlopigewerknaam Team Samen Goed Voor Elkaar.” De gemeentehecht er daarbij veel waarde aan dat de dienstverleningzowel onafhankelijk van de aanbieder als van de gemeenteis. Grietje legt uit: “Dit om te voorkomen dat belangen vanzorgaanbieders gaan meespelen en dat de gemeente teeenzijdig de nadruk legt op de laagste prijs van uitvoering.”Waar ben je trots op? Grietje: “Dat we van begin afaan ervoor gekozen hebben om te werken vanuit de3D-benadering en nu aan de slag gaan met inrichtenvan twee lokale Samen Goed voor elkaar teams. Wekijken integraal naar vragen. Bijvoorbeeld, er is iets opschool met een kind. Kijk dan of er ook andere dingen inhet geding zijn. Als je dat aanpakt, wordt het probleemmisschien minder voor zo’n kind. Ik ben ook enthousiastdat de voorbereidingen in de pas lopen. Maar, we kunnenons ook geen vertraging veroorloven!”Werkdag Elke dag is anders. De werkomgevingis dynamisch. “De invulling wordt mede bepaald door deontwikkelingen van dat moment. Je moet steeds weerinspelen op landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen.De werkzaamheden en contacten zijn heel divers:gesprekken voeren met cliënten, een regionale bijeenkomst,intern afstemmen collega’s 3D, een afspraak metde wethouder, een verdiepingsbijeenkomst organiseren,een stuk schrijven, toelichting geven aan de raad, eenstukje voor website…”Samenwerking met onderwijs Het onderwijs iseen belangrijke ‘vindplaats’ voor de jeugd. De gemeentegarandeert de inzet van de ‘gezinscoach’ in de ondersteuningsteamsvan de basisscholen en gaat over de invullingverder met ze in gesprek. Ook met het voortgezet onderwijszijn er goede contacten en worden nadere afsprakengemaakt over de afstemming van ondersteuningsteamsop scholen en gemeenten in de regio. Met het ROC volgtin 2015 overleg over de invulling van passend onderwijsen de verbinding met de gemeentelijke zorgstructuur.Met de samenwerkingsverbanden zijn al gesprekkenover de gevolgen van de verandering AWBZ voor passendonderwijs. En wat betreft de Zorgstructuur 0 tot 4 jaar isafgesproken deze door te ontwikkelen en integreren in delokale structuur.Prioriteiten na de zomer Grietje vertelt: “We gaanverder met inrichten van de teams. Daarbij is het heelbelangrijk om de wijk goed te kennen. We willen zo goedmogelijk aansluiten bij de behoefte die er bij de inwonersis. We willen hiervoor onder andere met wijkprofielenwerken.” Overleg met de huisartsen staat ook boven aande prioriteitenlijst. “Deze mogen immers rechtstreeksverwijzen. We gaan meer inzetten op preventie, sociale eninformele netwerken, vindplaatsgericht werken, eerdersignaleren, sneller passende hulp bieden en hierdoorverzwaring van hulpvragen voorkomen. Maar ondanks dieinzet zullen ook zwaardere vormen van hulp nodig blijvenwe hopen echter wel dat hierdoor er minder beroep ophoeft te worden gedaan.”Meer informatieGemeente Brummen, Grietje Bijlsma, projectleider en beleidsmedewerkerdecentralisatie, G.Bijlsma@brummen.nlHet concept lokaal beleidsplan jeugdhulp vanBrummen (de raad moet het in oktober nog vaststellen)is te downloaden op www.voordegeldersejeugd.nl >plannen.Jeugd in Gelderland • oktober 2014 13


“Een enorme omslag komt er aan.Dat vraagt om intensieve voorlichting en comTekst: John SmeetsVoor alle transities geldt dat het lange tijd onduidelijkwas hoe het er nu precies uit gaat zien. Dan kun je alsgemeente blijven wachten tot dat er duidelijkheid komtvan het Rijk en VNG. Maar je kunt er ook voor kiezenom zelf het initiatief te nemen en al direct in gesprek tegaan met je inwoners. Brummen heeft voor dat laatstegekozen. Gert-Jan van Dijk, communicatieadviseurSociaal Domein van de gemeente Brummen vertelt.“Het gaat om complexe materie. Dat is niet alleen voorons zo, maar ook voor onze inwoners,” zegt Gert-Jan vanDijk. De uitgangspunten waren wel al direct duidelijk endaarover zijn we de afgelopen anderhalf tot twee jaarmet bewoners, cliënten, samenwerkingspartners engemeenteraad in gesprek gegaan. Uiteindelijk hebbenwe in april en mei dit jaar verdiepingsgroepen georganiseerdover een vijftal thema´s. Hieraan hebben ruim 50mensen deelgenomen. De uitkomsten zijn meegenomenbij het opstellen van het integrale beleidskader voor dedrie decentralisaties. In dit interactieve trajecten hebbenjongeren uit de jeugdzorg ook zelf hun levensverhaalverteld in de raad. Dat vroegtijdig betrekken vinden wijheel belangrijk. Je moet niet uit de ivoren toren de zakengaan regelen!”Samen Goed voor elkaar Een enorme omslagkomt er aan. Zo wordt er niet meer over ouders gepraat,maar mét ouders. Ouders worden op een andere manierin hun verantwoordelijkheid aangesproken. Een cultuurveranderingdie niet van de ene op de andere dag gerealiseerdkan worden. Dit vraagt om intensieve voorlichtingen communicatie. Er is voor de drie decentralisaties eenoverkoepelend communicatieplan. Hierin wordt ookinvulling gegeven aan de communicatie rond jeugdzorg.Om de omslag mede voor elkaar te krijgen is samen metde gemeente Apeldoorn en met hulp van Keijzer Communicatiede campagne Samen Goed Voor Elkaar bedacht.Brummen heeft deze campagne lokaal verder uitgewerkt.Centraal in het verhaal staat het leefringenmodel (ziekader).Vliegende start De campagne is in Brummen op 23juni 2014 van start gegaan. “Communiceren over de transitiesdoe je niet af met een brief met gemeentelijk logo ofinformatie op de gemeentesite. Nee, je moet het informeleren laagdrempeliger aanpakken. In onze campagnekomen steeds twee personen in beeld; een zorgvrageren een zorgaanbieder, beiden uit onze gemeente. Je kuntLeefringenmodelHet leefringenmodel werkt van binnenuit naar buiten. Brummengaat uit van de hulpvraag van het kind/het gezin en biedt zorg opmaat die aansluit bij wat het gezin zelf kan (leefring 1). Professionalsbieden ondersteuning om samen met de het gezin te bepalenwat nodig is. Oplossingen worden gezocht samen met het gezin.Biedt dit geen oplossing dan wordt tussen het gezin (eventueelbetrokken familie, vrienden en mantelzorgers) en professionalnagegaan welke zorg en ondersteuning vanuit het eigen netwerkmogelijk is (leefring 2). Is dat niet mogelijk dan wordt nagegaanof algemene voorzieningen een oplossing bieden (leefring 3). Alslaatste mogelijkheid kunnen individuele voorzieningen wordeningezet (leefring 4).1 kracht van de inwoner zelf2 sociaal netwerk (familie, vrienden, buren...)3 algemene voorzieningen (ontmoetingsplaatsen, verenigingen)4 individuele voorzieningen14 Jeugd in Gelderland • oktober 2014


municatie!”COLUMNVERLOREN JEUGD?De oplossing in 4 stappenSTAP 3Nee, deze oplossing die jij hebt bedacht kan niet,misschien kun je het beter op mijn manier doen. Want devorige keer ging het ook al mis en toen had ik je vooraf ookal gewaarschuwd! Deze keer beter luisteren, ok?We zijn in de hulpverlening en het onderwijs vergeten datleren gepaard gaat met fouten mogen maken. Je kuntalleen fouten maken als iemand je het vertrouwen geeft,dat hij of zij in jou gelooft.Wethouder Koos Paauw bijde aftrap van de campagnemet zorgvragers en zorgaanbiedersuit Brummenze dus zo op straat tegenkomen. Bij de aftrap van decampagne door wethouder Koos Paauw gebeurde datook letterlijk! De twee meter hoge bannieren werdenonthuld door de afgebeelde zorgvrager en zorgaanbiederzelf! En ook vertelden zij toen hun eigen verhaal, zoalsdat ook op de campagnesite is te lezen. De campagnewordt komende maanden verder uitgerold. Er komennegen bannieren van negen verschillende situaties. Dievan jeugdzorg zijn nog in de maak. Er wordt gewerkt metveel beeldmateriaal, er is al een animatiefilm gemaakt enook sociale media wordt volop ingezet.”Een centrale sociale kaart Centraal in decampagne staat de website SamenGoedvoorelkaar.nl.Deze is zowel voor cliënten, bewoners als de twee juistgestarte teams van professionals. Naast actuele en praktischeinformatie moeten op de site moeten relevantedocumenten straks goed vindbaar zijn. De bedoeling isdat er ook een sociale kaart op komt voor alle leeflijnenen domeinen waarin de vormen van zorg en ondersteuningzijn opgenomen. Gert-Jan: “Nu hebben enkele organisaties,bijvoorbeeld het CJG, een sociale kaart, straksstaat er één centrale sociale kaart op de gloednieuwewebsite. Wat betreft sociale media is voor facebookgekozen. Dat is toch laagdrempeliger voor inwoners dantwitter. De website wordt straks ook interactiever. Maardat is toekomstmuziek, de website is in opbouw en gaatnog jaren mee!”Een leraar of hulpverlener die je kwaliteiten ziet en jebegeleidt in het ontdekken van wat je met je talentenkunt doen. Geen vooringenomen oordeel heeft overgoede of foute keuzes. Geen betweterige adviezen. Nietminzaam zijn hoofd schudt na een mislukt experiment.Niet betuttelend probeert te voorkomen dat je valt. Enzeker geen bestraffende afkeurende preek na een keuzedie niet goed heeft uitgepakt.Eigen kracht betekent eigen keuzes maken, zelf mogenervaren wat werkt en wat niet. Dat is de enige route naarautonomie. Autonomie is jezelf met je talenten en beperkingenkunnen verhouden tot de samenleving waarinje leeft.De kunst is om het advies te geven dat past. Ditbetekent dat je goed moet luisteren, observeren en zelfook moet willen leren. Je gaat samen op onderzoek omiemand zijn kwaliteiten op een voor hem goede manier teleren gebruiken. Je weet het niet beter, je leert samen vaniedere ervaring. Steeds een stap verder, telkens dichterbijautonomie. Wat daarvoor nodig is maakt niet uit, datontdek je onderweg wel.STAP 3: Je weet het niet beter, je ontdekt samen watiemand nodig heeft om een gelukkig leven te leiden. En alshet goed is leer jij net zoveel van de ander als hij van jou!Hanno Ambaum, Grondlegger Mijn SchoolMeer informatieGemeente Brummen, Gert-Jan van Dijk, communicatieadviseur SociaalDomein, gj.vandijk@brummen.nlJeugd in Gelderland • oktober 2014 15Dit is deel drie van het vierluik Verloren Jeugd,de oplossing in vier stappen.


Ingewikkeld? Niet als je het samendoet!Tekst: Iris van BerkelHoe kunnen we schotten tussen de verschillendejeugdzorgsectoren beslechten? Deze vraag wordtmomenteel in het hele land gesteld. Deventer heefthier een antwoord op gevonden: Het Team IngewikkeldeZorg. In dit team werken een heel aantal zorgorganisatiessamen om snel hulp te kunnen bieden aanmultiprobleemgezinnen, -jongeren en -kinderen. Wijvroegen ons af wat er zo ‘ingewikkeld’ aan is, wat erbijzonder is aan deze werkwijze, en wat de ervaringentot nu toe zijn.Waarom het Team Ingewikkelde Zorg?Petra Wienholts – zorgcoördinator bij Pactum, één van dedeelnemende organisaties – vertelt: “De zorg aan multiprobleemcliëntenis ‘ingewikkeld’ omdat je bijna altijdmet meerdere organisaties te maken hebt. Je moet dusover schotten heen kunnen kijken en werken. En dit moetsnel, anders raak je ze kwijt. Het is al heel wat als ze omhulp vragen. Als er dan vervolgens weken overheen gaanvoordat er daadwerkelijk iets gebeurt, is de cliënt waarschijnlijkal niet meer gemotiveerd of zijn de problemendermate verergerd dat het afgesproken plan niet meerhaalbaar is. Je moet dus snel met elkaar kunnen doorpakken.Dat is wat we met het Team Ingewikkelde Zorg,oftewel TIZ, nu doen.”Hoe werkt het?In het TIZ zijn verschillende disciplines vertegenwoordigd,zoals Jeugdhulp, Jeugd GGZ en (L)VB zorg. Samenwerkingspartnerszijn: Ambiq, Jeugd GGZ Dimence, Accare, Pactum,Lindenhout en Tactus Verslavingszorg. Petra vertelt: “Eensper twee weken komen we bij elkaar en bespreken dansteeds één casus. Hierbij zijn zowel het kind/de jongere alsde ouders en/of verzorgers aanwezig. Sterker nog, zij zijnvooral aan het woord! Zij vertellen wat er aan de hand isen hoe ze het graag anders willen. Vervolgens komt iedereprofessional met een advies voor vervolghulp, en legt ditaan elkaar voor. Gezamenlijk komen we tot één adviesmet geïntegreerd aanbod, en dit leggen we voor aan decliënten. Dit alles gebeurt in een tijdsbestek van ongeveereen uur. Als het gezin hiermee instemt gaan we meteenover tot actie.” Die snelheid loont: “Onlangs kwamenwe samen met een jongen en zijn ouders tot het besluitom hem vrijwillig uit huis te plaatsen in combinatie metpsycho-educatie en behandeling vanuit de GGZ, omdatde situatie thuis onhoudbaar was voor alle partijen. Devolgende dag was de uithuisplaatsing al een feit. Bij deevaluatie na drie maanden bleek het een stuk beter tegaan en was de jongen zich alweer aan het voorbereidenop terugkeer. Als de jongen langer thuis was blijvenwonen, was de situatie misschien geëscaleerd, met allegevolgen van dien.”Waarom is het een succes?Petra noemt de bereidheid van alle instanties om écht teluisteren naar de cliënt, en het zoeken naar maatwerkcruciaal. “Laatst hadden we een meisje met een lichtverstandelijke beperking dat al langere tijd in een instellingverbleef. Het ging niet goed met haar. Zowel het meisjeals de moeder gaven tijdens de casusbespreking aan graagmeer bij elkaar te willen zijn. Ons advies was daarom omhet meisje deels in de instelling te laten verblijven, en deelsthuis bij moeder te laten wonen met begeleiding. Een nietgebruikelijke combinatie, die goed heeft uitgepakt in ditgeval.” Luisteren naar de behoefte van de cliënt leiddedus tot succes. “Verder merken we dat de samenwerkingzich niet beperkt tot alleen het TIZ. We leren elkaar ende organisaties steeds beter kennen waardoor we ookveel gemakkelijker de samenwerking aangaan bij anderecasussen.”Hoe zie je de toekomst?“We zijn nu eindelijk op het punt gekomen dat we kunnenzeggen dat we de randvoorwaarden om de samenwerkingsoepel te laten verlopen goed hebben geregeld. Het is nuvooral een kwestie van leren met elkaar door te doen, enop basis van onze ervaringen steeds verder te ontwikkelen.Het is een continu leerproces, aldus Petra.”Meer informatieTeam ingewikkelde Zorg, 088 777 62 9016 Jeugd in Gelderland • oktober 2014


Aandacht voor meisjes!Tekst: Iris van BerkelOnlangs maakten De Hoenderloo Groep en Lindenhoutbekend dat zij samen gaan starten met deopvang en behandeling van meisjes met ernstigetrauma’s en (seksuele) afhankelijkheidrelaties inGelderland. Dit maakte ons nieuwsgierig. Waaromspecifiek aandacht voor deze doelgroep? Hoe werkenze samen? En waarom verblijfszorg terwijl residentiëlezorg veelal wordt afgebouwd? Tijd voor een gesprekmet de directeur en twee clusterleiders van De HoenderlooGroep.Om welke meisjes gaat het? Esmee Gerritsen(clusterleider van o.a. een meisjesgroep binnen JeugdzorgPlus)legt uit: “Het gaat om meisjes waarbij vaaksprake is van langdurige verwaarlozing, mishandeling en/of seksueel misbruik. Ook is vaak sprake van een (licht)verstandelijke beperking en psychiatrische problematiek.”Remco Verschuur (clusterleider van o.a. de crisis-diagnostiekgroepvoor meisjes) vult aan: “Deze meisjes hebbenvaak al een lange hulpverleningsgeschiedenis achter derug. Dit kan komen doordat de problematiek niet goed inkaart is gebracht, waardoor een niet-passend zorgtrajectis ingezet. Wat weer tot gevolg heeft dat het traject nietslaagt en problemen verergeren omdat het meisje hetvoelt als ‘falen’.”Oprichting ‘Magnolia’ Voldoende reden voor DeHoenderloo Groep met een aparte crisis-diagnostiekgroepvoor meisjes ‘Magnolia’ te starten. Directeur Erwin Duitslicht toe: “Het is van groot belang dat nu wel een passendtraject wordt ingezet. Daarom is een goede probleeminventarisatievan groot belang. Doel van opname inMagnolia is om helderheid te krijgen over de problematieken risico’s van het meisje en de passende begeleidings- enbehandelingsbehoefte. Dat kan zorg binnen De HoenderlooGroep zijn, maar ook elders.”Samenwerking met Lindenhout “Samen biedenwe een doorlopend zorgtraject voor deze meisjes.Wanneer de behandeling bij ons afloopt, kan Lindenhoutde vervolgzorg op zich nemen. Andersom heeft Lindenhoutnatuurlijk veel Gelderse gezinnen, kinderen enjongeren in beeld. Wanneer zij zien dat het niet goed gaatmet een meisje, kijken we samen of het meisje gebaat isbij plaatsing bij De Hoenderloo Groep”. Daarmee stoptde zorg vanuit Lindenhout niet: “Lindenhout is en blijftverantwoordelijk voor het gehele zorgtraject, waar plaatsingbij De Hoenderloo Groep een onderdeel van is. Onsgezamenlijke uitgangspunt is: doen wat nodig is, zolangdat nodig is”.Waarom een aparte behandeling? Remcovertelt: “De problematiek van deze meisjes heeft vaak eenoorsprong in, of komt tot uiting in relaties met jongens enmannen. Voor een veilige sfeer is het daarom soms beterom in aparte behandelgroepen te werken.” Dit betekentoverigens niet dat deze meisjes helemaal geen jongenszien tijdens de behandeling: “Ze komen elkaar wel gewoontegen op ons terrein, bijvoorbeeld bij activiteiten. Ditmoet ook, want zodra ze terugkeren in de maatschappijkomen ze natuurlijk ook jongens tegen. Het is belangrijkdat ze tijdens de behandeling leren om gezonde relatiesmet jongens aan te gaan.”Residentiële zorg is niet ‘vies’ “Al langere tijdvindt in Nederland de afbouw van residentiële zorg plaats.Maar laten we residentiële zorg niet als iets ‘vies’ gaanzien. Deze meisjes komen vaak uit een onveilige situatiedie hen schade heeft toegebracht. Daarom is het somsjuist effectiever zijn om de zorg in een andere omgeving tebieden, zodat zij zich volledig op zichzelf en de behandelingkunnen storten,” aldus Erwin Duits. Uitkijkend overhet prachtige terrein van De Hoenderloo Groep plaatst dedirecteur wel een kanttekening: “Verblijf in deze groeneomgeving maakt dat we wel extra aandacht moetenhebben voor de overgang naar de eigen, meestal stadse,omgeving. Wij vinden het contact met het eigen netwerkgedurende het verblijf hier en begeleiding bij terugkeernaar huis of naar vervolgzorg erg belangrijk. De samenwerkingmet Lindenhout heeft daarom een grote meerwaarde!”Meer informatie055 – 5275345 of klantenbureaudhg@pluryn.nlJeugd in Gelderland • oktober 2014 17


Jongeren met eenverstandelijke beperkinglang niet altijd goed inbeeld bij gemeentenTekst: Jan OttinkAlle gemeenten zijn druk bezig met alle regelwerkrondom de transitie jeugdzorg, passend onderwijs enzo meer. In alle drukte is er een groep, die hier en daartussen wal en schip dreigt te vallen: jongeren meteen verstandelijke beperking, kortweg LVB-jongeren.Voor gemeenten is dit een groep, die meestal niet ergduidelijk in beeld is.Uit onderzoek, dat Spectrum de afgelopen maanden deedin opdracht van de gemeente Geldermalsen, blijkt dat hetinderdaad moeilijk is om het wel en wee van LVB-jongerengoed in kaart te brengen.Er werden diverse instellingen, professionals, LVBjongerenen hun ouders uitgenodigd om hun ervaringenen visie te delen. Opvallend was dat het niet eenvoudigbleek om via de instellingen in contact te komen met hunLVB-cliënten en de ouders.Helemaal vreemd is dat niet, omdat een verstandelijkebeperking niet iets is, waar je mee te koop loopt. Ookouders vinden het vaak moeilijk om te accepteren dat hunkind een beperking heeft. Bovendien geldt voor veel LVBjongeren,dat je het op het eerste gezicht niet merkt. Pasbij intensiever contact merken anderen dat er iets aan dehand is. Dat leidt nogal eens tot misverstanden. Er wordtal snel teveel van een LVB-jongere gevraagd. Bovendienzijn deze jongeren doorgaans makkelijk te beïnvloeden endat kan tot allerlei problemen leiden.Onzekerheid Uit het onderzoek blijkt, dat erzowel bij de instellingen als bij de jongeren en hun oudersveel onzekerheid is over hoe het vanaf 2015 zal gaan. Degemeenten zijn volop bezig met het regelen van de inkoopvan zorg, maar dat blijkt erg ingewikkeld en het is de vraagof men op tijd alles goed geregeld heeft. Professionalsgeven aan dat hun cliënten veel last hebben van alle onzekerheid,die dat voor hen meebrengt.Geen homogene groep Gemeenten lopen ertegenaan dat de LVB-jongeren geen homogene, makkelijkte vinden groep vormen. De aard en ernst van de beperkingis voor elke jongere weer anders en vaak heeft eenjongere naast de verstandelijke handicap ook anderebeperkingen. LVB-jongeren hebben dan al snel te makenmet meerdere hulpverleners en instellingen, naast school,de sociale werkplaats, de uitkeringsinstantie enzovoort.Het blijkt niet eenvoudig om de situatie van deze groepfeitelijk en overzichtelijk in kaart te brengen.Spectrum heeft op basis van de ervaringen zoals in Geldermalseneen instrument ontwikkeld, waarmee gemeentenen instellingen samen de situatie van LVB-jongeren in degemeente snel en overzichtelijk in kaart kunnen brengen.Uitgangspunt is dat niet alleen de gemeenten, maar ookzorginstellingen, onderwijs, ouders en andere betrokkeneneen verantwoordelijkheid hebben om de zorg voordeze kwetsbare groep jongeren in de toekomst veilig testellen.Meer informatieHet ontwikkelde instrument bevat elementen zoalsinventarisatie van het zorg-aanbod, interviews metprofessionals in het veld, de inzet van onderwijs ensociale ondernemers en de 18-jaar grens.Heeft u belangstelling, als gemeente, als school of als zorginstelling:neem contact op met Spectrum, Jan Ottink, 06 45 02 41 69,j.ottink@spectrumelan.nl18 Jeugd in Gelderland • oktober 2014


WE 4 YOU:dóór en vóór jongeren in Arnhemse wijk PresikhaafTekst: Jan OttinkIn de Arnhemse wijk Presikhaaf stak eengroep van een kleine twintig jongeren tweejaar geleden de koppen bij elkaar om hunwijk leuker te maken. Hun motto: “We willeniets voor onze wijk betekenen. Mensenuit de wijk hebben ons veel gegeven en nuwillen we wat terugdoen.” Met jongerencentrumPush als uitvalsbasis en ondersteuningdoor jongerenwerker Adem Karaciftci gingenze aan de slag. En met succes!v.l.n.r. Ömür Dağen en Turan KarakocaÖmür Dağen en Turan Karakoca zijn als vrijwilliger al langbetrokken bij We 4 You. Geboren en getogen in Presikhaaf,kennen ze de wijk als hun broekzak. Ze zijn al jaren vastebezoeker van het jongerencentrum, ook voor stage en alsvrijwilliger. Ömür (18) studeert Maatschappelijk Werk inUtrecht. Turan (23) sluit dit jaar zijn opleiding PedagogischMedewerker af.Ömür vertelt: “De eerste grote activiteit was een wijkfeest.Dat was meteen een groot succes. Op die manierkregen we snel bekendheid in de wijk. De meeste wijkbewonersweten dat we er zijn. We krijgen ook regelmatigvragen van jongeren, die iets willen organiseren. Als wekunnen, helpen we ze.”Iedereen is ergens wel goed in De groep probeertaltijd andere jongeren te motiveren om zelf actief teworden en mee te helpen met organiseren. Niet alleenvoor henzelf, maar ook voor anderen.De vaste kern bestaat uit jongeren met veel verschillendeachtergrond en talenten. Turan: “We zijn echt een participatiegroep.Iedereen is wel ergens goed in of studeert eenbepaald vak. We kunnen gebruik maken van wat iedereenkan. Daardoor kunnen we allerlei dingen organiseren ofondersteunen. We willen op die manier ook een voorbeeldvoor andere jongeren zijn.”Een mooi voorbeeld van integratie en participatie is eenactiviteit die de groep organiseerde in bejaardencentrumWaalstaete. Daar ging het om het kennismaken van deoudere bewoners met de jongeren. Jongeren deden samenmet de ouderen allerlei kunstzinnige activiteiten. Voorbeide groepen was het een verrassende ontmoeting.Turan: “Ouderen en jongeren hebben vaak vooroordelentegenover elkaar. Nu bleek voor iedereen, dat dit nietklopt. Men zag dat je veel aan elkaar kunt hebben.” Ömürnoemt nog een ander voorbeeld: “Samen met Resto vanHarte hebben we een driegangenmenu gekookt. Ditwerd verzorgd samen met mensen die een afstand totde arbeidsmarkt hebben en het menu was klaargemaaktvoor mensen in de wijk Presikhaaf die het niet breedhebben.”Eén wereld Veel activiteiten gaan over sport,muziek, uitgaan en ontmoeting. Maar de groep houdtook de actualiteit in de gaten. Zo zijn ze naar Auschwitzgeweest om de gevolgen van de Jodenhaat met eigenogen te zien. De aanleiding was, dat jongeren eerder antisemitischeleuzen hadden geroepen. “Met de ervaring vanonze reis kunnen we nu beter uitleggen aan jongeren water slecht is aan anti-semitisme”, aldus Ömür. “We lettenook op of we signalen krijgen van radicalisering onderIslamitische jongeren. Jongeren beseffen vaak niet goedwat ze roepen en met hun radicale uitspraken kunnenveroorzaken. Als we daar wat aan kunnen doen, proberenwe dat ook. We hebben maar één wereld en die moetenwe samen delen.”We 4 You richt zich niet persé alleen op de wijk Presikhaaf.Turan: “We gaan ook in op vragen van buiten de wijk enzoeken zelf actief samenwerking met andere organisaties.Het gaat er om, dat er goede dingen gebeuren en danmaakt het niet uit of het ergens anders is. We hebben ditjaar bijvoorbeeld ook meegedaan aan een voetbaltoernooiin Eindhoven.”Meer weten?Jongerencentrum Push herbergt naast We 4 You ook Girls only, een groepmeiden uit de wijk, die elke vrijdagavond in het activiteiten voor meisjesorganiseert. Meer info bij Adem Karaciftci, adem@rijnstad.nlJeugd in Gelderland • oktober 2014 19


Mathijs:“Ik heb het goed getroffenin mijn jeugd. Daarom wilik anderen ook graag eenhandje helpen.”Tekst: Jorike SmeitinkMathijs ten Broeke is 24 jaar en bijna klaar met deopleiding journalistiek. Daarnaast is hij gemeenteraadslidvoor de SP in Zutphen, heeft hij een rijksociaal leven en vindt hij iets voor een ander doenbelangrijk. Kortom een duizendpoot met oog vooranderen.Mathijs: “Toen ik startte met mijn opleiding journalistiekleerde ik naast verschillende praktische vaardighedenvan alles over economie, geschiedenis, maatschappijen cultuur. Daardoor besefte ik me dat ik het goed hebgetroffen in mijn jeugd. Voor mij een reden te kijken opwelke manier ik iets voor een ander kan betekenen. Zowerkte ik een periode op een zorgboerderij. Naast hetdoen van allerlei klussen vond ik ook de omgang metandere mensen leerzaam.Politieke kleur De politiek interesseert Mathijs. “Ikonderzocht welke politieke partij bij mij past en werd lidvan de SP in Zutphen.” Meedoen aan scholingen en activiteitenvoor de SP en de jongerenafdeling ROOD zorgenervoor dat er steeds nieuwe activiteiten en organisatiesop zijn pad komen. “Naast de Zutphense afdeling heb ikeen jaar in het landelijk bestuur van ROOD gezeten. Hetvergde veel tijd, maar ik heb er ook veel geleerd.”Gemeenteraadslid Sinds de verkiezingen van afgelopenmaart is Mathijs gemeenteraadslid voor de SP. “Wezitten voor het eerst in de geschiedenis in de coalitie. Onzefractie bestaat uit vijf personen. Daarvan zijn er drie onderde 30 jaar. Dat zorgt voor een frisse wind binnen de SP. Erzijn meer partijen met een jongere in hun fractie. Ik denkdat daardoor bij verschillende thema’s ook andere invalshoekenbekeken worden. We zijn bijvoorbeeld een initiatiefgestart om het evenementenbeleid in Zutphen ruimhartigerte maken.” Gemiddeld kost het raadswerk Mathijstwintig uur in de week. “Omdat ik voor mijn opleiding veelthuiswerk, is het verleidelijk tussendoor raadszaken op tepakken.”Mathijs weet dat de keuze om politiek actief te zijn voor deSP gevolgen kan hebben voor het vinden van een baan inde journalistiek, maar die neemt hij voor lief. “Mijn politiekeachtergrond en visie zijn onderdeel van mijn identiteit.Die kan ik niet zomaar opzij schuiven. Ik vind het inieder geval belangrijk daar open over te zijn. Ik vind heterger dat je niet weet of een bepaalde correspondent ofjournalist een bepaalde politieke achtergrond heeft.”Zeilvakantie Naast de politiek maakt Mathijs tijdvoor vrijwilligerswerk. Zo is hij net een week met mensenmet een verstandelijke beperking op zeilvakantie geweest.“Ik werd getipt en het was erg bijzonder om te doen. Voorde mensen die met zo’n reis meegaan is het vaak het hoogtepuntvan het jaar. Ik vind het mooi daar onderdeel vante zijn. En het is onvoorstelbaar hoe je in een korte periodenieuwe mensen goed leert kennen.”Schipperen met vrije tijd Door het afronden vanzijn studie en de verschillende andere activiteiten is hetsoms schipperen met de vrije tijd. “Ik moet daar een goedemiddenweg in zoeken. Als ik sommige vrienden al een paarweken niet heb gezien, dan laat ik het leeswerk voor de SPeven liggen tot een later moment. Maar soms gaan politiekeactiviteiten gewoon voor. Mijn bijbaan heb ik toen ikraadslid werd opgezegd en ook muziek maken staat watmeer op de achtergrond. Anno 2014 is veel sprake van individualisme.Dat zit niet per sé in jongeren zelf, maar komtterug in regeringsbeleid en bijvoorbeeld reclame-uitingen.Dan is het logisch dat jongeren zich gaan gedragen naarwat er van hen verwacht wordt. Toch hoop ik dat meerjongeren iets vrijwillig voor een ander gaan doen.”20 Jeugd in Gelderland • oktober 2014


“Mijn droom is uitgekomen, maar nu begint ’t pas”Tekst: Jan OttinkSport loopt als een dikke rode draad door hetleven van Aziz. Als klein kind al was hij altijdin beweging. Vanzelfsprekend wilde hij na demiddelbare school naar sportopleiding hetCIOS. Zijn vader zag het niet zo zitten: vansport je beroep maken, maar hij zette eigenwijsdoor. Inmiddels heeft hij na het CIOS ook eenopleiding tot fysiotherapeut gevolgd, studeertnog voor eerste graads leraar lichamelijkeopvoeding en runt hij zijn eigen sportschoolannex fitnesscentrum. “Een droom die is uitgekomen”,zegt Aziz Maskoul (30),oprichter enmede-eigenaar van sportschool ‘Way to fit’ inLochem trots.De passie voor sport zit in zijn genen. “Als kind al moest ikelke bal die ik tegenkwam trappen. En dat is nog steeds zo.Het een soort verslaving, maar dan wel een prettige. Bezigzijn met sport is eigenlijk bezig zijn met je lichaam. Datmerkte ik op het CIOS waar ik fitness ontdekte. Vanuit eenstage tijdens de opleiding begon ik ook met een kickboksgroep. Dat bleek al snel een succes. Begonnen met achtdeelnemers waren het er al snel een stuk of vijftig.”Het idee om voor zichzelf een sportbedrijf te beginnenkwam daarmee vanzelf naar boven. Samen met zakenpartnerAbdelaziz Anoja vond hij de huidige accommodatieen toen werd het serieus: “Ondernemersplanschrijven, apparatuur zoeken, investeren, personeelinhuren; ineens was ik dag en nacht bezig. Maar met eengeweldig gevoel: éindelijk komt m’n droom uit, en tegelijkwist ik: nu begint het pas!”Respect Aziz werkt heel gedreven. “Ondernemen isnet als sport: je moet willen winnen.” Tegelijk vindt hij dathet om méér gaat dan het zakelijke. “De mensen die hierkomen, moeten zich thuis voelen, met hun vragen kunnenkomen en dat ze met een goed gevoel weer naar huisgaan.” Dat vraagt hij ook van zijn medewerkers. Neem“Je moet echt een antwoord hebbenop hun kritische vragen.”Aziz Maskouliedereen serieus zoals die is. Heb respect voor mensen.Hou rekening met hun achtergrond en verleden. Iedereenis anders en daar stem je jouw benadering van die persoonop af.”Normaal Lesgeven aan jongeren is wel eens lastig.“Veel jongeren respecteren je niet omdat je ouder bent ofhun leraar. Het moet echt uit jezelf komen en je moet eenantwoord hebben op alle kritische vragen die je krijgt. Datvind ik wel een uitdaging, die me gelukkig goed afgaat.Iedereen is normaal, dat is mijn devies, en iedereen doetwel eens iets geks. Dat is ook normaal.”Kritisch is Aziz zelf ook. Niet alleen als het om zijn werkgaat, maar ook ten aanzien van de ontwikkelingenrondom de jeugdzorg en bijvoorbeeld het passend onderwijs.“Het lijkt alsof de overheid zegt: wij weten het ookniet meer, dus zoeken jullie het zelf maar uit. Hoe pakt datstraks uit voor de mensen die uit de boot vallen?”Werken met mensen Hoewel sport echt zijnding is, is het werken met mensen dat ook. “Ik vind hetgeweldig om mensen iets te kunnen leren; om te zienhoe ze zich ontwikkelen, meer kunnen en zelfvertrouwenkrijgen. In dit vak ben je niet alleen instructeur, maar somsook een psycholoog. Dat maakt het extra boeiend. Ik ziede mens als één geheel, geest en lichaam. Het gaat nietom wat iemand mankeert, maar om de vraag of iemandzich kan ontwikkelen zoals hij graag wil. Ik ben dan vooralde coach en de motivator, die iemand helpt om zelf vooruitte komen. Sport is daarbij wel altijd mijn instrument. Altijdvanuit de sport.”Jeugd in Gelderland • oktober 2014 21


Boven het maaiveldDe BrigadeTekst: Iris van BerkelGemeenten willen cliënten graagbetrekken bij de jeugdzorg. Dooralle hectiek rondom de transitielukt dat helaas niet altijd. En hoegeef je het betrekken van cliënteneigenlijk vorm? In de regio Arnhemheeft men daar een mooi antwoordop gevonden in de vorm van ‘deBrigade’.De Brigade is een groep jongeren enouders met persoonlijke ervaring inde jeugdzorg, jeugd GGZ en (L)VBzorg.Zij adviseren gemeenten bijhet vormgeven van de transitiejeugdzorg. De gemeenten zijn hier zoenthousiast over, dat ze vorig jaar zijnvoorgedragen als Kandidaat voor deGelderse Jeugdzorg Award voor vrijwilligers.Hoog tijd dus om drie ledenvan de Brigade hier aan het woord telaten!Waarom de Brigade?Jacqueline Steenmans, voorzitter vande Brigade en zelf moeder van eenzoon met autisme, blikt terug: “Vorigjaar gaven de Arnhemse gemeentenaan advies te willen van ervaringsdeskundigenbij de transitie jeugdzorg.Zorgbelang heeft daarom de Brigadeopgericht.” Alle leden van de Brigadezetten zich vrijwillig in: “We komenallemaal op voor de belangen vankinderen, jongeren en ouders. Daarhalen we onze kracht uit. We hebbensoms het gevoel dat gemeenten alveel bepaald hebben zonder de doelgroepte raadplegen. Dit is echt eengemiste kans!”, aldus Gerty en SuzanAalten, beiden lid van de Brigade enzelf gezinshuisouders en ‘gewone’ouders. “Voor ons persoonlijk is hetbelangrijk dat gemeenten het belanginzien van gezinshuizen. Wij sprekenveel jongeren die van instelling naarinstelling zijn gegaan, en die achterafzeggen: Hadden we maar bij julliegezeten, dan was het vast beter metme gegaan. Dit soort reacties doenons steeds weer inzien hoe belangrijkhet is dat er beter naar de cliëntengeluisterd wordt!”De kracht van de BrigadeDe Brigade organiseert maandelijkseen themabijeenkomst voor deverschillende regiogemeenten. Indeze bijeenkomsten worden adviezenmet praktijkverhalen ondersteund.Gerty vertelt: “Door het delen vanonze verhalen zetten we gemeentenaan het denken. Wij geven altijd aanwaarom we iets vinden. Door ervaringzijn dingen soms zo logisch. Jekijkt niet naar wetten, maar redeneertvanuit je boerenverstand.”De kracht zit ook in de rol van degemeenten. “De gemeenten hierin de regio zijn vaak erg enthousiasten luisteren echt naar ons. Debijeenkomsten leiden dikwijls totmeer, zoals werkbezoeken en weworden ook gevraagd te reagerenop beleidsplannen,” aldus Gerty. Hetis een win-win situatie: “Gemeentenzijn geholpen met onze adviezen enervaringen, en de jongeren en oudersvoelen zich gehoord.”Het liefst zouden we alle aanbevelingenvan deze bevlogen club mensenhier noemen, maar daar hebben wesimpelweg te weinig plek voor. MaarGerty, Suzan en Jacqueline geven hiertoch alvast een tipje van de sluier:• Stop niet bij 18 jaar! Jeugdzorgstopt bij 18 jaar, terwijl deellende vaak dan pas begint. Kijkgoed naar wat een jongere opzijn of haar 18e nodig heeft, enmaak ruimte voor maatwerk.Wij kennen een jongen die ineen gezinshuis is opgegroeid,en die daar op zijn 18e verplichtweg moest tegen zijn zin in. Hijmoest naar kamertraining. Ditterwijl hij én zijn gezinshuisoudersliever wilden dat zij hem verderzouden begeleiden op weg naarzelfstandigheid.• Luister naar de jongeren enouders en behandel hen metrespect! Vaak kunnen zij zelfheel goed aangeven wat ze willen.Hulpverleners moeten niet doenalsof ze alles al weten, of dat watzij voorstellen het enige juisteis. Durf je als hulpverlener openen kwetsbaar op te stellen, datverwacht je ook van de cliënt.• Geen schapen met 5 poten!Het lijkt er soms op dat (wijkteam)medewerkers overal vanaf moeten weten, maar dat kannatuurlijk niet. Stel goede vragenen zorg dat je weet waar je terechtkunt als je het zelf niet weet. Weesdaar ook open over naar de cliënt.• Klik! De klik tussen de cliënt en dehulpverlener is cruciaal voor hetslagen van het traject, er moeteen vertrouwensband ontstaan.Laat een onafhankelijk persoon na3 gesprekken evalueren hoe hetcontact verloopt. Als er geen klikis, wissel dan van hulpverlener. Alser geen klik is, is de kans op succesklein. Dat kost uiteindelijk veelmeer geld en tijd dan wisselen vanhulpverlener na drie gesprekken.• Niet van 9 tot 5! Zorg ervoor datouders ook buiten kantoortijdenergens terecht kunnen voor adviesals het niet goed gaat met hunkind. Als je op vrijdagavond advieswilt vragen omdat je het gevoelhebt dat het niet goed gaat met jekind, kun je vaak alleen terecht bijde crisisdienst terwijl je juist laagdrempeligeradvies nodig hebt.• Zet jongeren in! Het Geldersewereldje van jeugdzorgjongerenis klein, en heel respectvol. Maakmeer gebruik van al deze ervaringsdeskundigen.Bijvoorbeeld22 Jeugd in Gelderland • oktober 2014


Agendadoor hen voorlichting te laten geven op scholen(voorbeeld: www.thabus.nl) of zet hen in om anderenjongeren te helpen, bijvoorbeeld via een ‘jeugdtelefoon’,als variant op de kindertelefoon.Suzan, Gerty en Jacqueline sluit het gesprek optimistischaf: “Wij zien dat de instellingen erg hun best doen om hunzorg te verbeteren, en veel gaat al goed. Maar het kanzeker nog beter, en daar dragen wij met de Brigade graagons steentje aan bij!”Wilt u informatie over de Brigade of eens eenbijeenkomst van hen bijwonen?Neem dan contact op met Helen Houterman: hellenhouterman@zorgbelanggelderland.nl of 026 384 28 53. Er is tevens een dvd voorgemeenten beschikbaar waarop leden van de Brigade hun visie geven opverschillende thema’s zoals Eigen regie en eigen kracht, Toegang tot zorgen Bejegening. Geïnteresseerde gemeenten kunnen hiernaar informerenbij Zorgbelang.Week van de Jeugdzorg15 t/m 21 november 2014‘Jeugdzorg samen met...’luidt het thema van de Gelderseweek van de Jeugdzorg (van 15 t/m 21 november 2014). Opde website weekvandejeugdzorggelderland.nl vertellenzes jongeren en kinderen via film en tekst hun verhaal,samen met een persoon die heel belangrijk is in hun leven.De ene keer is dit een professionele hulpverlener, de anderekeer een docent, de kokkin of de sportleraar. Samen zijnze een sterker team, hebben ze elkaar nodig. Tijdensde week stellen organisaties de deuren weer open metstageplaatsen, zal Tha Bus diverse scholen in Gelderlandaandoen en wordt de Gelderse Jeugdzorg Award uitgereikt.Op vrijdag 21 november is er een Conferentie Pak hetSamen op.Kijk verder op www.weekvandejeugdzorggelderland.nl‘Alle leden van de Brigade zijn TOPPERS. Deze groepgeeft ons geweldige, zeer bruikbare adviezen over watwij als gemeenten moeten meenemen of veranderenin de jeugdzorg. Een mooi voorbeeld om te laten ziendat burgerparticipatie werkt. Als regio Arnhem zijn wedan ook uitermate trots dat deze groep mensen hunbewogen en bevlogen verhalen met ons wil delen. Maarook dat men – los van het eigen verhaal – zoveel inzichtgeeft in wat voor inwoners/cliënten van belang is als hetgaat om( jeugd)zorg.’ Ron Westervoort, programmamanagersociaal domein gemeente Westervoort .Werkbijeenkomst AandachtsfunctionarissenOp 1 juli 2013 is de Wet meldcode huiselijk geweld enkindermishandeling ingegaan. De wet verplicht o.a. deinvoering van een stappenplan (protocol) waarin dehandelwijze van professionals bij vermoeden van huiselijkgeweld en/of kindermishandeling staat beschreven. Deaandachtsfunctionaris levert een belangrijke bijdrage aaninbedding en borging van de meldcode binnen de eigenorganisatie. Om deze taak goed uit te kunnen voeren,is het prettig om zelf ook een netwerk te hebben om opterug te vallen. In november worden er weer 2 netwerkbijeenkomstenvoor aandachtsfunctionarissen georganiseerd,een in Arnhem en een in Doetinchem.Meer informatie bij Spectrum, Thecla Brouwer, 06 - 417 54 155,t.brouwer@spectrumelan.nlKijk voor meer bijeenkomsten op:www.spectrumelan.nlJeugd in Gelderland • oktober 2014 23


Website voordegeldersejeugd zeer gewaardeerdDecember vorig jaar heeft Spectrumeen digitale gebruikers-enquêtegehouden voor de website voordegeldersejeugd.De enquête werduitgezet onder ruim 1.100 mensen:gemeente-ambtenaren, wethoudersen professionals in de (jeugd) zorgen welzijn. De respons was goed, 199mensen hebben de enquête ingevuld.Daarna is de enquête nog een keergehouden bij gemeenteraadsleden.Ook hier was de respons zowel op dewebsite als op de digitale nieuwsbriefgoed en kreeg de website eveneenseen goede beoordeling.Uit telefonische contacten en uit degebruikerscijfers van de website is tezien dat die positieve waardering ooknu verder doorzet.De belangrijkste redenen om dewebsite te bezoeken zijn:• informatie over TransitieJeugdzorg• vergaderstukken ambtelijkplatform• op de hoogte blijven van nieuwsen agenda• column Gelderse bestuurders• contactinformatie van de regio’s• documenten en plannen uit regio’s• info over thema’sDe Regio Oost-Veluwe & Midden-IJssel deelt alle documenten rondomde Inkoop op de website, ook dezepagina’s worden veel bekeken. In hetvoorjaar is verder een handig overzichtvan gesubsidieerde projectenopgenomen, doorzoekbaar op regioen thema. Het aantal abonnees opde gratis digitale nieuwsbrief stijgtgestaag, inmiddels ontvangen 570abonnees de nieuwsbrief die om detwee weken verstuurd wordt.Meer informatie?Kijk op www.voordegeldersejeugd.nl ofneem contact op met Spectrum, John Smeets,06 48 57 37 96, j.smeets@spectrumelan.nlColofonJeugd in GelderlandOver jeugdbeleid en jeugdzorgNummer 3, oktober 2014ISSN 1879-5641Verschijnt vier maal per jaarOplage: 1.200 exemplarenRedactieadresSpectrum, partner met elan.Zeelandsingel 406845 BH Arnhem(026) 352 34 20jeugdingelderland@spectrumelan.nlwww.spectrumelan.nlJeugd in Gelderland is een uitgave vanSpectrum en biedt informatie over regionale,provinciale en landelijke ontwikkelingenrond jeugdbeleid en jeugdzorg.De nieuwsbrief wordt gratis toegezondenaan gemeenten en organisaties actief opde terreinen jeugdzorg en jeugdbeleid inGelderland.VormgevingJacqueline de MaertelaereBasis: Gerard Wagemans, BNO, BeekbergenFotografieJoost Ooijman Producties, Novy PrintRedactieAlexandra Bordewijk, Jan Ottink, JorikeSmeitink, John SmeetsEindredactieJohn SmeetsHet overnemen van artikelen istoegestaan na overleg met de redactie.Deze nieuwsbrief komt tot stand inopdracht van de provincie Gelderland.

Similar magazines