De Gids (1941) nr. 9 - Vakbeweging in de oorlog

vakbewegingindeoorlog.nl
  • No tags were found...

De Gids (1941) nr. 9 - Vakbeweging in de oorlog

DÉ GID SCHRISTELIJK NATIONAALVAKVERBOND IN NEDERLAND26JUNM941 32e JAARGANG No. 9ORGAAN VAN H ETVERSCHIJNT DONDERDAGS OM DE 3 WEKENADRES VOOR DE ADMINISTRATIE: STADHOUDERSLAAN 43—45 UTRECHT TELEFOON 12443 GIRO 17982VERANTWOORDELIJK VOOR DEN INHOUD: F. P. FUYKSCHOTPRIJS- EN LOONPOLITIEKDe wijze, waarop de prijs van de artikelenvoor dagelijksch levensonderhoud wordt vastgesteld,was voor eenige jaren hoogstens eenonderwerp van min of meer geleerde betoogen,maar zeker niet van bespreking in denkring van menschen uit de gewone levenspractijk.De prijs kon hoog of laag zijn, menbrak er zich het hoofd niet over hoe dit kwam.Onbewust besefüe men, dat de overvloed ofde schaarschte daarop van invloed was. Ofwel, men kon klagen over de duurte of profiteerenvan de goedkoopte, zonder er bij stilte staan, dat de wet van vraag en aanboddaarbij haar werking deed.Sedert September 1939 is hierin veranderinggekomen. De oorlogstoestand veroorzaakteeen stremming in de aanvoeren vanoverzee, zoodat het waarschijnlijk werd, datons volk gedurende langen tijd met de voorradenlevensmiddelen, die zich in ons landbevonden, zou moeten rondkomen.Daarom werd in die maand de Prijsopdrijvings-en Hamsterwet in werking gesteld,die prijsopdrijving verbcbd en aan den Ministervan Economische Zaken de bevoegdheidverleende Jen aanzien van de prijzen vangoederen en diensten regelen te stellen.Aanvankelijk nam dit dezen vorm aan, datden groothandel werd voorgeschreven bijsventueel noodig geachte prijsverhoogingdaarover met het departement overleg te plegen.Diü voorkwam processen-verbaal envonnissen en had niettemin de gewenschteuitwerking. Wel is Waar had er in den aanvangeen prijsverhooging plaats, maar dezekwam allengs onder de controle van de overheid.Hier werkte echter toch de wet van vraagen aanbod nog, zij het met de beperking, da'deen zekere hoogte der prijzen niet mochtworden overschreden. De geweldige voorradenwaren trouwens een rem tegen een alte bovenmatige vraag en een al te snelleprijsstijging.Toch moest de regeering bij he'c voortdurenvan den oorlog op verdere prijsstijgingbedacht zijn om tijdig daartegen verder strekkendemaatregelen te treffen. Zij begon inoverleg met het bedrijfsleven aan een opstellenen vastleggen van de geheele prijsstructuur,d.w.z. voor eiken bedrijfstak werd doormiddel van calculaties gezocht naar den prijs,die redelijk zoowjel t'egenover den producentals den consument werd geacht.Toen de oorlog ook over ons land kwam,werd hieraan nog gewerkt. Onmiddellijkwerd op den l Oen Mei 1940 van overheidswegeelke prijsverhooging verboden. De„prijsstop" Werd ingesteld op grond van dein den aanvang genoemde PrijsopdrijvingsenHamsterwet. Dezen maatregel had mentot dat tijds:!ip niet toegepast, maar hij wastoen urgent geworden. Het was eigenlijk eennoodmaatregel om schreeuwende toestandente voorkomen.Bij de overneming van het burgerlijk best!uurvan ons land door de bezettingsautoriteiten,werd heel spoedig (namelijk op 11Juli) bij de Prijsbeschikking no. l bepaald,dat de prijzen niet boven die van 9 Mei 1940mochten stijgen. Daarbij werden de prijzender landbouwproducten uitgezonderd, diedoor de organen der Landbouwcrisiswet werdenvastgesteld en werden ook de loonenuitgezonderd. Aan het! bedrijfsleven werdechter uitdrukkelijk toegestaan de verhoogdetransportkosten door te berekenen en aan denwinkelier werd eveneens veroorloofd hoogereinkoopsprijzen in den prijs te berekenen, mitsde winstmarge nieJ hooger werd gesteld danvoorheen.Wie nu denkt, dat dit verbod van prijsverhoogingbeteekent, dat de prijzen nietkunnen stijgen, slaat de plank volkomen mis.Men hoort wel de opmerking, dat ondankshet verbod van prijsverhooging toch de prijzenstijgen.Blijkbaar veronderstelt men dan, dat, behoudens,nu ja, de landbouwartikelen, deprijzen niet mogen en kunnen stijgen.Dit nu is onjuist. De prijsstop werkt nietabsoluut. Hij bedoel? niet de prijzen op hetoude peil te houden, maar om het prijspeilte beheerschen. De prijsstop geeft een basis,waarop men verder kan werken.De arbeid, die reeds eind 1939 was begonnen,namelijk om van overheidswege vooreiken bedrijfstak de prijzen te berekenen, opzoodanige wijze, dat de producent of importeur,de groothandel zoowel als de kleinhandel,hun kosden konden dekken en hun winstmargezooveel mogelijk konden handhaven,werd voortgezet.De prijs van 9 Mei 1940 was dus wel uitgangspunt,maar geen doel. Het doel van deprijsbeheersching was, het prijspeil aan tepassen aan het Duitsche prijspeil. In Duitschlandlagen de prijzen belangrijk hooger danin ons land en de economische politiek vanDuitschland heeft ten doel een economischeeenheid van Europa te maken. Daartoe moetende prijzen in de bezette gebieden wordenaangepast aan die in Duitschland. Gedeeltelijkgaat dit proces vanzelf zijn gang, in zooverrede invoer van tal van grondstoffen uitDuitschland moet plaats vinden of uit anderebezette gebieden, wier prijspeil eveneens aandat van Duitschland wordt' aangepast.Het doel van de prijspolitiek was bovendiendeze aanpassing zoo geleidelijk mogelijkte doen geschieden. Er was door allerlei factoren:door verhoogde transportkosten, doorduurdere grondstoffen, door verminderdevoorraden en minder aanbod, een sterkedrang naar omhoog. De sprongen naar omhoog,die de prijzen dreigden te maken, werdendoor de prijsstop gedeeltelijk voorkomenen deze stelde tevens in staat, intusschen deprijzen in de verschillende bedrijfstakkenstuk voor stuk en groep na groep omhoog tebrengen.Daartoe werd een speciale dienst ingesteld.Er werd een prijzencommissaris benoemd,die meif een staf van medewerkers en met uitgebreidebevoegdheden de geweldige taakbegon om de prijzen vast te stellen aan dehand van de bedrij f srekeningen en om controleuit te oefenen op de handhaving van deprijsverordeningen. Deze taak is nog langniet afgeloopen, maar wordt allengs ten uitvoergebrachS.Wij schreven reeds, dat de loonen, die inzeker opzicht ook prijzen zijn, niet onder deprijzenbeschikking vallen. Men weet, dat voorde loonen een andere procedure is ingestelden dat aan het College van Rijksbemiddelaarsop grond van de Loonvormings-verordeningvan November 1940 bevoegdheden zijn verleendten aanzien van de loonen, de collectievecontracten en de andere arbeidsvoorwaarden.De door het! college gevoerde loonpolitieksluit zich nauw aan bij de prijzenpolitiek, inzooverre de prijs van de producten in het al-73


TALMA'S SOCIALE ARBEIDDat aan de Vrije Universiteit te Amsterdamnog geen enkel proefschrift was verschenenover den christelijk-socialen strijderds. Talma, werd eigenlijk reeds lang als eenleemte gevoeld en als een bewijs, dat in wetenschappelijke,verwante kringen niet dieaandacht aan den christelijk-socialen arbeidweid gewijd als van die zijde mocht wordenverwacht.Daarom begroeten wij met te meer blijdschapde verschijning van het proefschriftvan den heer J. M. Vellinga, ter verkrijgingvan den graad van doctor in de rechtsgeleerdheid,getiteld: Talma's sociale arbeid.In dit proefschrift is deze arbeid uitvoerigbeschreven. Bepaald nieuwe gezichtspuntenzijn over Talma's arbeid in dit boek niet tevinden. Dit kon ook nauwelijks worden verwachtna de publicaties, die reeds zijn verschenenen na de studie, die in onzen kringaan Talma en aan zijn socialen arbeid reedsis gewijd. Maar de beteekenis van dit werkschuilt voornamelijk hierin, dat vooral aan dehand van de parlementaire debatten, op talvan onderdeden een duidelijk licht wordtgeworpen en de zienersblik van Talma telkensweer tot uiting komt.Talma was zijn tijd ver vooruit. De meestevan zijn tijdgenooten, met inbegrip van zijnpartijgenooten, konden hem in zijn vluchtniet volgen, stelden hem vaak teleur en belemmerdenhem daardoor in zijn arbeid.Vooral bij de verzekeringswetten bleek datduidelijk, maar ook bij de behandeling van deStuwadoorswet, de Steenhouwerswet en deBakkerswet kwam dit tot uiting. Dat aan hetrecht tot arbeiden in bepaalde bedrijven beperkingenwerden aangelegd uit gezondheidsoverwegingen,beschouwden velen alseen inbreuk op de persoonlijke vrijheid.Talma was staats-socialist, werd van meerdan één zijde gezegd.Dat Talma aan den staat de bevoegdheidtoekende dwingende bepalingen te maken in74gemeen de grens vormt binnen welke loonsverhoogingenmogelijk zijn. Wanneer eenloonsverhooging tusschen werkgevers enwerknemers is overeengekomen of door eenwerkgever resp. werknemer wordt aangevraagd,dan zal deze alleen worden goedgekeurd(behoudens uitzonderingen) wanneerdeze loonsverhooging geen prijsverhoogingten gevolge heeft. De loonpolitiek is dus gemaakttot een onderdeel van de prijspolitiek.In een systeem van beheerschte of geleideeconomie, als waaronder wij nu leven, is ditniet anders mogelijk. Prijzen en loonen hangenmet elkaar nauw samen. Wil men deeerste beheerschen, dan moet men ook detweede in de hand hebben.Echter verkeeren de loontrekkenden inons land in de omstandigheid, da'i de loonenna een jarenlange crisis zijn omlaag gedrukt.Ook de prijzen zijn in die jaren omlaag gegaanen vormden zoo eenige compensatievoor de loonsverlagingen.In Duitschland was het juist andersom.Daar was de laatste jaren een prijsstijginggewleest, waaraan de loonen zich hadden aangepast.Nu de Nederlandsche prijzen zich bijde Duitsche, onder invloed ook van overheidsmaatregelen,aanpassen, zouden ook de loonenmede omhoog moeten gaan.Dit is echter niet het geval. De loonen zijn,ondanks de sterke prijsverhooging, onbelangrijkgestegen. Daardoor ontstaat er een wanverhouding,die in het raam van de~ huidigeprijspolitiek, slechïs door grootere vrijgevigheidten aanzien van de loonsverhoogingenkan worden verbeterd.De vrees, die vaak geuit wordt, dat loonstijgingtot prijsstijging en tot de bekendespiraal van loonsverhooging—prijsverhoogingen prijsverhooging—loonsverhooging leidt',behoeft bij de thans toegepaste beheerschteprijsvorming niet al te zeer te benauwen.Men heeft de prijzen voor een voornaam gedeeltein de hand. Men kent de kostprijscalculatiesder bedrijven en weet dus zeerspoedig of een loonsverhooging tot prijsverhoogingmag leiden of niet.Wij spreken den wensch uit, dat de prijzenpolitiekook in het belang van den arbeidendenstand worde toegepast, zij het nietom hun levensomstandigheden te verbeteren- want dat zou in dezen tijd te veel gevraagdzijn —, maar dan toch opdat zij eenstuk van de welvaart, die zij voor den oorlogmochten bezitten, mogen behouden.«iet belang van groote groepen arbeiders,gold in zijn tijd als een groote overtredingtegen de heerschende vrijheidsopvattingen.Het kan slechts aan onbekendheid met detoestanden en verhoudingen in het arbeidslevengeweten worden, dat ook in christelijkekringen de oppositie soms zoo fel afwijzendstond tegenover Talma's denkbeelden. Talmahad het arbeidersleven in zijn predikantentijdleeren kennen en was daardoor instaat de veelszins uit doctrinaire overwegingengeoefende critiek op haar juiste waardete beoordeelen.De argumenten, die pro en contra werdenaangevoerd bij de debatten in het parlement,vindt men in het boek van dr. Vellinga uitvoerigbesproken. Vooral om de geesten teleeren kennen is het lezen van dit gedeelte,,Talma en de sociale wetgeving" zoo leerzaam.Ruim 50 pagina's van zijn 200 pagina'stellend boek heeft de schrijver gewijd aan„Talma en de sociale verzekering." Hierinvooral komt het geniale van Talma naar voren.Bij de verschillende sociale wetten ginghet om overheidsingrijpen ten einde ernstigemaatschappelijke misstanden te bestrijden.Hier vond Talma vooral degenen tegen zich,die nog in oud-liberale overwegingen vastzatenen de individueele vrijheid tegen denstaat met hand en tand verdedigden. Talmaerkende daarvan de waarde, maar plaatstedaartegenover de onvrijheid, die uit de zooonbeperkte vrijheid van de werkgevers voorde arbeiders voortsproot. Het ligt in de rede,dat op dit punt Talma meer op sympathievan de zijde def sociaal-democraten, dan vanden kant der toenmalige rechterzijde mochtrekenen.Maar bij de behandeling van de verzekeringswettenstonden de zaken eenigszins anders.Hierin vooral bleek Talma de christelijk-socialestrijder bij uitnemendheid te zijn,namelijk de man, die niet slechts in theorie,maar ook in de practijk een eigen weg voorde inrichting van de maatschappij wist tewijzen.In de Raden van Arbeid, die tot taak haddende verzekeringswetten uit te voeren (Invaliditeitswet,Ziektewet) zag Talma meerdan enkel uitvoeringsorganen. Hij beoogdedeze raden ook een uitgebreider taak te doentoebedeelen, wilde ze ook verordenende bevoegdheidverschaffen. Als men het boekvan Vellinga hierover leest, dan blijkt' de gedachtengangvan Talma vrijwel geheel tezijn gegaan in de richting van de tegenwoordigebedrijfsraden. Hij wilde de raden doensamenstellen uit werkgevers en arbeiders enhoopte door het samenbrengen van deze groepende onderlinge waardeering te doen toenemenen den grondslag te leggen voor eenorganischen opbouw der maatschappij. Hetis typisch, dat zelfs een man als dr. Kuyperdit niet heeft begrepen. Hoewel ook hij gevoeldevoor een eigen stelsel van bedrijfsorganisatie,achtte hij het juist fout, dat arbeidersen werkgevers tezamen zouden vergaderen.Hij wilde ze scheiden en elk overeigen belangen doen beraadslagen.Talma's strijd in dit opzicht was van meerprincipieelen aard dan zijn strijd voor socialewetgeving. Hij heeft dezen strijd verloren,omdat zelfs zijn vrienden hem hierin nog nietkonden volgen en omdat hij zelf denweg nog niet duidelijk genoeg vóór zich zag.Onjuist achten wij, wat op de pagina's 162en 163 met instemming wordt aangehaalduit het gedenkboek der Raden van Arbeid,dat Talma zich de Raden van Arbeid dachtals organen, die gelijk zijn aan de tegenwoordigebedrij fsvereenigingen. Het mogewaar zijn, dat de laatste ook paritetisch uitwerkgevers en arbeiders zijn samengesteld,Talma dacht zich de toekomstige Raden vanArbeid als organen met uitgebreider bevoegdheiddan de huidige bedrij fsvereenigingen,ook al heeft hij deze bedoeling nietin zijn aanvankelijk ontwerp tot uitdrukkinggebracht, juist om het feit, dat hij zulk eentaak, althans in de toekomst, aan de radenen met name ook aan de locale organen vande ziekteverzekering wenschte te zien toegekend,was de oppositie zoo fel. Talma zelfhad blijkbaar ook nog niet voldoende eengedachtenschema gereed, en het lag ooktrouwens wel wat ver van zijn wetsontwerpverwijderd, om een afgerond systeem vanbedrijfsorganisatie voor te dragen. Zijn aftredenals minister en zijn vroegtijdig verscheidenhebben het hem helaas niet mogelijkgemaakt zijn denkbeelden nader uit tewerken.Intusschen blijft het zijn onvergankelijkeeere, dat hij reeds 30 jaar geleden omtrentde organische inrichting der maatschappijdenkbeelden heeft geui? en ook heeft getrachtdeze aanvankelijk te verwezenlijken, die eerstveel later in de Bedrij f sradenwet vorm engestalte hebben gekregen.Vooral zijn Bakkersraden zouden tal vanbedrijfsaangelegenheden door gemeenschappelijkeberaadslaging tot belissing hebben tebrengen.In al deze denkbeelden omwaart men Talma'sstreven, door het samenbrengen vanpatroons en arbeiders verzoenend op hunonderlinge verhouding in te werken.Dit beginsel is nog heden ten dage leidinggevendvoor de christelijke vakbeweging.


Wij zijn dankbaar voor het uitkomen vandit boek over Talma en zijn arbeid.In het eerste hoofdstuk geeft de schrijverTalma's biographie. Dit hoofdstuk is wel ergmager uitgevallen. Het omvat slechts 13 pagina's,waarin de schrijver de reeds bekendebijzonderheden heeft saamgevat. Blijkbaarheeft hij, zooals trouwens ook de ïitel zegt,het als zijn hoofdtaak beschouwd Talma'sarbeid en niet zoozeer zijn persoon te schetsen.De prijs van dit werk, dat door DrukkerijEdecea is uitgegeven, bedraagt ƒ 2.50.Wij hopen, daü het boek door onze arbeiderszal Worden gelezen en bestudeerd.Tot steun en bemoediging in hun socialenstrijd.Want als er ooit een pionier van de arbeidersbewegingis geweest, die zooveel tegenwerkingheeft ondervonden in zijn opkomenvoor den arbeidenden stand en dieten slofte zijn levenskracht daarin heeft verteerd,dan is het ds. Talma geweest.GROOTETENTOONSTELLING.Op bladzijde 17 lezen we:„Sterk leek hij, wanneer men op zijnuiterlijke verschijning afging. Toch was ditslechts schijn. Hevig transpireerde hij vaakbij de felle debatten in de Kamer. Hetzweet gutste hem dan van het gelaat. Zelfsprak hij hëï bij de behandeling van de Invaliditeitswetin de Kamer uit, dat, toen hijeens een invaliditeitsverzekering voor zichzelfhad willen sluiten, hij 30 a 40 procentboven de gewone premie moest betalen,omdaö zijn gezondheid zoo zwak was enzijn longen niet in orde waren. Gelukkigwas het nog wat meegevallen, verklaardehij."Dezen onbaatzuchtigen strijder beter teleeren kennen in zijn christelijk-socialen arbeid,moet ieder van ons een voorrecht zijn....Daarom zijn wij voor dit boek van dr. Vellingazoo dankbaar.Hoe zag de stille scheppingsdagDe majesteit van Uw gezag,O God van alle leven !Zou er één duimbreed gronds dan zijnWaarvan Gij niet moogt zeggen:[„Mijn!"?Hebt G' ooit iets prijsgegeven?Wat zult gij, christenwerker, bijVernieuwing van de maatschappijDan zegening verwachten,Als niet uw werk dit rustpunt kent:,,'t Door God gelegde fundament"?Vindt g' in uzelve krachten?Mocht 't christendom, dat t' allen tijdSociaal is bij uitnemendheid,Zijn roeping niet verzaken.Dies bidden wij God kracht en licht.Hem smeeekend in dit tijdsgewrichtOns toch getrouw te maken.JAN WILNA.(Alle rechten beschermd.)Aldus werd aangekondigd een expositie,die door de Vaktechnische Commissie vanden Nederlandschen Christelijken GrafischenBond in de periode Juni tot en metOctober in een 19-tal plaatsen van ons landwordt georganiseerd.Op Zaterdag 7 Juni werd deze reeks vantentoonstellingen te 's-Gravenhage met eentoespraak door vriend A. S. Boone, voorzittervan de Vaktechnische Commissie geopend.In deze toespraak schetste hij de beteekenisvan de vakopleiding en de scholingvoor het bedrijf, maar ook voor de jongelui,die pogen 't beste te geven wat zij vermogen.Het geëxposeerde was van een respectabelenomvang en wettigde inderdaad de betiteling:groote tentoonstelling. Niet alleenwerd hier het kennen en kunnen van jeugdigevakgenooten gedemonstreerd, maartevens vonden we hier een aanschouwelijkevoorstelling van wat een goed-geleide vakorganisatiemet betrekkelijk eenvoudige middelenin het belang van het bedrijf weet tebereiken.Ontwerpen van brievenhoofden en vanboekomslagen, vervaardigde portefeuilles,bureauleggers, tijdschrift-ontwerpen, enz.worden tentoongesteld. Wij geven hier geenvolledige opsomming van het geëxposeerde;men ga zelf zien in één van de plaatsen, waarde tentoonstelling wordt gehouden. In totaalzijn 439 ontwerpen en teekeningen tentoongesteld.Dit is alles werk van eigen leden. Delange winteravonden dienden om de jeugdigeleden in clubverband en onder deskundigeleiding, vaak bij wijze van prijsvraag, in teleiden in de geheimen van het vak. We zagenzelfs, dat een 15-jarige een eersten prijs vooreen jeugdclub-prijsvraag wist te bemachtigen.Wat door de afdeeling jeugdwerk en vakontwikkelingvan den Nederl. Chr. GrafischenBond is gepresteerd, wordt op dezetentoonstelling duidelijk aangegeven. Het kanook in cijfers worden gezegd en dan blijktonmiddellijk welk een krachtsontplooiïng erachter dit alles schuilt. In de winterperiode1939/1940 werden 284 clubbijeenkomsten gehouden,werden 102 vaktechnische lezingengegeven, 75 technische avonden georganiseerd,24 excursies, 23 teekenavonden en 11clubprijsvragen gehouden.Maar dit is nog maar een gedeelte van hetscholingswerk dezer organisatie.De organisatie beschikt over een vaktechnischebibliotheek, waaruit in de periode1938—1939—1940 niet minder dan 1364 vakboekenwerden uitgeleend.Bovendien namen in de winterperiode1939/40 125 bondsleden deel aan de schriftelijkebondscursussen voor leermeester-gezel,leermeester-drukker, -zetter, -binder en -machinezetter.Dit alles geschiedde onder de auspiciënvan de Vaktechnische Commissie of werddoor haar bevorderd.Waarlijk, hier toont de vakorganisatie zichop haar schoonst: de bevordering van hetvakbelang, de opheffing van den vakarbeidertot hooger ontwikkelingspeil, waardoor meerlevensvreugde wordt ervaren.Wij wenschten wel dat alle bij ons verbondaangesloten organisaties een dergelijke activititop het gebied van jeugdwerk en vak-Verschenen is het verslag, uitgebrachtdoor het College van Toezicht, bedoeld inartikel 120 der Ziektewet, over het jaar 1940.Dit college oefent toezicht uit op de uitvoeringvan de Ziektewet door de bedrij fsvereenigingen,In het verslag wordt medegedeeld,dat het aantal bedrijfsvereenigingen:53 bedroeg. Echter werd bij beschikkingvan den Secretaris-Generaal van het Departementvan Sociale Zaken met ingang vanl Januari 1941 de erkenning van enkele bedrijfsvereenigingen ingetrokken, omdat zijsedert geruimen tijd niet meer voldeden aanontwikkeling ontplooiden. Al weten wij wel,dat niet elke organisatie uit hoofde van denaard van het bedrijf zoo intensief en met zoomooie resultaten kan arbeiden en al moetniemand trachten dit werk na te doen, tochhebben wij de overtuiging, dat, wanneer inelke organisatie minstens één bestuurder geheelof voor het grootste gedeelte met hetjeugdwerk en de vakontwikkeling werd belasten zulk een man over eenig initiatief beschikte,ook in andere bonden prachtig werkgeleverd zou kunnen worden. Dat behoeftniet te beteekenen, dat de vakactie daarondergaat leiden. Integendeel. De vakactie zal vanhet jeugdwerk juist een stimulans ontvangenen het zal tevens leiden tot intensief medeleven,waardoor heel de arbeid breeder endieper wordt.Wij bevelen dan ook een bezoek aan eender tentoonstellingen van den N.C,G.B. bijalle vakbpndsbestuurders van harte aan.En bieden aan den N.C.G.B, en met nameaan de Vaktechnische Commissie onze hartelijkegelukwenschen aan bij het welslagenvan deze expositie.UITVOERING DER ZIEKTEWET.den eisch, dat het verzekerd loonbedrag tenminste2 l /2 millioen per jaar moet bedragen.Voorts ging een f.weetal bedrij fsvereenigingeneen fusie aan en besloot een andere teliquideeren.Door een en ander daalde het aantal bedrijfsvereenigingen tot 47, waarvan 17 hunadministratie in handen van Centraal Beheerhebben gesteld.Het totaal verzekerd loonbedrag was in1940 1138 millioen gulden. Dit beteekent eenstijging tegenover 1939, toen het verzekerdloonbedrag 1117 millioen bedroeg.75


Er is nog telken j are een stijging van hetloonbedrag, waarvoor verzekerd is, te constateeren.Want in de jaren 1936 tot en met1940 bedroeg het: 902, 984, 1047, 1117 en1138 millioen gulden.Het ziektepercentage is sedert het vorigejaar gestegen. In 1939 bedroeg het ziektepercentage11.5 tegen 12.4 in 1940. Vermoedelijkzal dit percentage nog verder stijgen.De griep-epidemie heeft het in 1940 reedsopgevoerd. De oorlogsomstandigheden, dievermindering van de voedselvoorziening metzich medebrengen, zullen zeer waarschijnlijkook het ziektepercentage ongunstig beïnvloeden.In de kosten van de ziekteverzekering iseen daling te bespeuren. De administratiekostenzijn gedaald van 2 pet. op 1.8 pet.Aangezien de contrólekosten zijn gelijk gebleven,namelijk ƒ 1.— per duizend guldenloon, zijn de gezamenlijke uitgaven gestegen.Bij het College van Toezicht kunnen ookklachten worden ingediend. Daarover nuzegt het verslag:„Het aantal klachten van verzekerden,hetwelk in 1940 bij het secretariaat binnenkwam,vertoonde een stijging en bedroeg195 tegen 149 -in het vorige jaar. Al dezeklachten werden onderzocht en aan de klagerswerd de weg gewezen om tot hun rechtte komen. Vele van deze klachten haddenachterwege kunnen blijven, wanneer de betrokkenenzich, in plaats van tot het collegeof tot den minister, eerst om inlichtingen totde bedrijfsvereeniging hadden gewend. In degevallen waarin door een bouwvakarbeiderof door een landarbeider hooger uitkeeringwerd gevraagd, bleek vrijwel steeds de onbekendheidvan den klager met de bepalingen,welke bij Koninklijk besluit zijn vastgesteldomtrent de berekening van het dagloonvan bouwvakarbeiders en dat van landarbeiders.Deze klachten hadden dan ook inde meeste gevallen weinig succes. De klachten,welke ontstaan door het te lang uitblijvenvan de toekenning van ziekengeld ofvan een voor beroep vatbare beslissing, vindendikwijls haar oorzaak in de noodzakelijkheidvoor de bedrijfsvereeniging tot hetinstellen van een nader onderzoek omtrentgegevens, welke uit het aangifteformulierniet duidelijk blijken of doordat de aangiftete laat geschiedde. Het college zal naderoverwegen of hierin verbetering kan wordengebracht."Het is goed, dat men hiervan kennis neme.Ook de vakorganisatie kan aan haar leden,die klachten hebben, de behulpzame handbieden door bij de betreffende bedrijfsvereenigingzoo noodig te informeeren en overigensde leden in te lichten. Deze weg is heelwat korter en zal allicht meer bevredigingwekken, dan wanneer aan den minister ofaan het College van Toezicht moet wordengeschreven.De ervaring leert, dat de bedrij fsvereenigingenaan gerechtvaardigde klachten altijdaandacht schenken en dat in het algemeende uitvoering van de Ziektewet weinig tewenschen overlaat. Als er gerechtvaardigdeklachten zijn, dan berusten deze gemeenlijkop een misverstand. In zulke gevallen is hettotaal overbodig daarmede het college of denminister lastig te vallen.In het verslag komt voorts tot uiting, dat76de uitkeeringsbepalingen in bepaalde ondernemingenof bedrijven beter zijn dan in deZiektewet is bepaald. Zulke betere voorzieningenhouden dan verband met de bepalingenvan een collectieve arbeidsovereenkomst,Hier is dus reeds een zeker bedrij fsrechtgroeiende, waardoor werkgevers en werknemerselkaar vinden, om boven wettelijkebepalingen uitgaande regelingen voor hetbedrijf te treffen en geleidelijk de overheidswetgevingoverbodig te maken.Het college verleende 569 keer toestemstemming,om op grond van zulke regelingeneen hoogere premie van de arbeiders te mogenheffen, dan het maximum premiebedrag,door de Raden van Arbeid vastgesteld. In1939 werd deze toestemming 409 keer verleend.Het college komt ten slotte tot de conclusie,dat „ook in deze bewogen tijdsomstandighedenin het algemeen de uitvoering derZiektewet door de bedrij fsvereenigingen zeerbevredigend kan worden genoemd."Het spreekt verder het vertrouwen uit,dat ook de uitvoering der Kinderbijslagwet,voor zoover die is opgedragen aan de bedrijfsvereenigingen in gevolge de Ziektewet,tot tevredenheid zal stemmen.Bij dezen wensch sluiten wij ons gaarneaan.Wij hebben voor deze rubriek een aantalgegevens verzameld, die door een tweetalmedewerkers zijn geordend, over den arbeidvan eenige bij ons C.N.V. aangesloten organisaties.Onze lezers zullen, naar wij vertrouwen,hiervan met belangstelling kennisnemen. F.OVERHEIDS- EN SEMI-OVERHEIDS-BEDRIJVEN.Christelijke Belastingambtenaren.Het bondsleven van deze organisatie ondervondveel vertraging door beperkte reisgelegenheid.Daar zijn afdeelingen, waarvande leden nogal over groote afstanden verspreidwonen.Desondanks kan men, dank zij Godsgunst, als christelijke vakorganisatie denarbeid voortzetten. Laat die zegen onshoofd voor hoofd nopen om juist nu actiefte zijn.Ondanks de moeilijke omstandighedenkon weer veel en rijk gezegend werk wordenverricht.Door minister De Wilde was een loonbelastingvoorbereid. Dit beteekende perspectievenvoor adjunct-commiezen ten opzichtevan bevorderingskansen. Door de belangrijkewijzigingen in de belastingwetgeving kwamdeze kans toch voor een 100-tal gegadigden.Dan blijkt voorts, dat in vele gevallendoor de organisaties met gunstig resultaatdiverse acties zijn gevoerd.Ten aanzien van exameneischen kon gunstigworden gewerkt.Door bespreking in overleg kon een aantaltijdelijke ambtenaren in vast dienstverbandworden aangesteld.Voor de groote groep schrijvers kon wordenbereikt aanstelling als schrijver 2e klasse.Er is een comité gevormd voor onderlingehulpverleening aan oorlogsslachtoffers, diebij eigen dienst werkzaam zijn. Door hetpersoneel werd enkele maanden Y 2 pet. geofferd.Een bedrag werd bijeengebracht vanruim ƒ 41000. Aangezien geen kosten in rekeningwerden gebracht, kon dit bedrag inz'n geheel onder de slachtoffers wordenverdeeld.Er is veel werk door de organisatie verrichtvoor gevallen betreffende de toepassingvan regelingen en wetten voor belanghebbenden.Dit geldt ten aanzien van hetBezoldigingsbesluit, de Pensioenwet, het algemeenrijksambtenarenreglement, het AmbtenarenbesluitBelastingdienst, enz.Zij, die buiten dit werk staan, meenendikwijls, dat alles zoo omschreven is, datmoeilijkheden in de toepassing zijn uitgesloten.Uit al de gevoerde correspondentieen besprekingen blijkt echter wel anders.Ook in dit opzicht komt de groote waardevan het aaneengesloten organisatiewerk weltot uiting.In meer dan 100 dienstcommissies zittenvertegenwoordigers van onzen christelijkenbond.De bond is nog niet collectief aangeslotenbij „D.E.L." Ondanks de vrijwillige beslissingin deze zou men kunnen zeggen, datgeen motief van eenige waarde deze beslissingin den weg staat. Het percentage vanvrijwillige deelneming klom van 92 tot 94pet. Dit zal, waar de keuze nog aan betrokkenenis, wel een unicum zijn. Hulde voordeze solidariteitsopvatting in het werk dert.b.c.-bestrijding. Van de ruim 1800 ledenzijn er 106 nog geen deelnemer.Wat het afdeelingsleven dezer organisatiebetreft, hebben de reismoeilijkheden storendgewerkt. Reeds vermeldden wij, dat de afdeelingenbestaan uit leden, wonende inverschillende plaatsen.Het ledental ging, ondanks de onzekereomstandigheden, mooi vooruit. Met eenwinst van 105 leden ging het aantal omhoogvan 1717 tot 1822. Uit neutralen en modernenbond kwamen over 13 leden.Met de andere bij het vak verbonden organisatieswerd een cursus ingesteld voorschrijver 1ste klasse.Aan 6 bondsleden kon 't gouden C.N.V.-ir.signe worden uitgereikt.Met de financiën gaat het goed. Inkomstenen uitgaven geven een eindcijfer vanruim ƒ 22000.—.• De balans sluit met eenbedrag van ƒ 39000.—.Dan heeft de bond nog een fonds „Steunin Nood". Aan 26 leden kon hulp wordenverleend.Wij stemmen in met den secretaris, dathet er meer dan ooit op aankomt juist nuhet werk tot uitbouw nauwgezet en trouwter hand te nemen. Het door God zoo rijkgezegend werk moet onze christelijke belastingambtenaren,die nog van verre staan, weltot aansluiting nopen. D. de R.PARTICULIERE BEDRIJVEN.Bouwarbeiders.De Nederlandsche Christelijke Bouwarbeidersbondneemt een belangrijke plaats in.zoowel in ons C.N.V. als in het bedrijfsleven.De werkloosheid in de bouwvakken was


nog steeds afnemende, 1 -, waardoor het ookweer mogelijk bleek tot betere loonverhoudingente geraken.De toestand in September 1939 maakte hetvoor de organisatie noodzakelijk met de werkgeverste spreken over de vraag, op welkewijze het mogelijk zou zijn een eventueelestijging van het duurtecijfer door middel vanloonsverhooging te compenseeren.Deze besprekingen brachten voor de ledenbouwarbeiders wel een eenigsziris dragelijkresultaat, door vastlegging eener clausule inde collectieve overeenkomst, maar voor deschilders-leden was de uitkomst niet zóó positief.Het resultaat van het bondswerk in dezewas echter toch wel zoo, dat behoudens onvoorzieneomstandigheden, de loonpositie vande leden in de verschillende bedrijven veiligwas gesteld.Het zijn evenwel de onvoorziene omstandighedengeweest, welke een deel van ditwerk weer ongedaan hebben gemaakt.Aan de doorvoering der Landelijke CollectieveOvereenkomst voor het bouwbedrijf konin het voorjaar van 1939 met succes wordengewerkt, zoodat tal van individueele werkgeverszich schriftelijk verbonden het L.C.C,na te leven.Helaas geeft dit werk zoo ongeveer hetbeeld van een onvoltooid bouwwerk.Of de oorzaak van het afbreken dezerwerkzaamheden moet worden gezocht in gebrekaan bouwmateriaal, in faillissement ofanderzins, het feit moet worden geconstateerd,dat hierin stagnatie is ontstaan. Tochwordt de hoop uitgesproken, nog eens tekunnen gewagen van verbeteringen, welke inhet belang der arbeiders hierdoor zijn ontstaan.In de tot stand gekomen bindendverklaringvan de L.C.A.O. voor het Schildersbedrijfmag gezien worden een bekroning van hetwerk der vakorganisatie.Dat dit werk door de leden wordt gewaardeerd,valt mede af te leiden uit het feit, dathet ledental in 1939 steeds toenemende isgeweest.Het ledental stond per l Januari 1939 opH.771 het steeg tot 16.293 bij het einde vanhet eerste halfjaar 1940, waarna een dalingintrad. Aan het einde van 1940 bedroeg hetledental 14.886, waardoor men dus nagenoegweer was gekomen op het peil, waarmede in1939 was begonnen.De bond bestaat in groote massa uit jongemannen; 9504 leden hebben den leeftijd van40 jaren nog niet bereikt. Van hen, die in1908 tot de eerste leden behoorden, is nogéén lid over: R, v. d. Berg te Harlingen,bondsno. 52.De bondscontributie bedroeg over 1939ƒ 276.648.16 en over 1940 ƒ 253.944.02.Voor de werkloozenkas werd echter nogmeer ontvangen dan voor den bond, nl. over1939 ƒ 308.888.31 en over 1940 ƒ 302.415.67.Uitgekeerd werd resp. ƒ 588.621.88 enƒ 633.742.92.Kantoor- en Handelsbediendcn.De Nederlandsche Vereeniging van ChristelijkeKantoor- en Handelsbedienden heefttot haar leden een persoonlijk woord gerichtbij den terugblik op het jaar 1940. Het isgeen officieel verslag, doch slechts een summieroverzicht van de verrichte werkzaamhedenover het afgeloopen jaar. Evenals bijde meeste andere organisaties, verschijnt hetofficieel verslag om de twee jaar.Uit het overzicht, dat gegeven wordt betreffendede werkzaamheden over 1940, blijkt,dat met name na 14 Mei door de vereeniginggroote activiteit is ontwikkeld en dat dezevoor tal van leden in onderscheiden opzichtvan groote beteekenis is geweest.In dit verband willen wij hier even memoreerende wijzigingen in de bestuursbezettingdie het afgeloopen jaar hebben plaats gevonden.De uitbreiding van het werk maakte hetnoodzakelijk, na den terugkeer van de gemobiliseerdebestuurders A. Borstlap en D.W. Ormel, collega P. Koning, die te Rotterdamsedert l Januari 1940 als tijdelijk beambtewas gestationneerd, tot tijdelijk bezoldigdbestuurder te benoemen, terwijl de tijdelijkebeambte G. J. Teeken, die ter beschikkingder afdeeling Amsterdam was gesteld,voorloopig werd gehandhaafd. Mede hierdoorwas liet mogelijk J. M. Harthoorn, diegedurende het verblijf in militairen dienstvan den secretaris D. W. Ormel, het secretariaathad waargenomen, naar Zwolle tedoen verhuizen, hetgeen de verzorging vande in het Noorden en Oosten des land gelegenafdeelingen ten goede kwam en Z.Bras Jr. van Rotterdam naar 's^Gravenhagete verplaatsen, hetgeen met het oog op debehoefte van laatstgenoemde afdeeling alleszinsnoodzakelijk was. Na het vertrek vanJ. M. Harthoorn uit Amsterdam, kreeg A.Borstlap, nevens zijn functie van algemeenpropagandaleider, die van secretaris dergrootste afdeeling, terwijl hem tevens hetboven Amsterdam gelegen gedeelte van deprovincie Noord-Holland ter verzorging werdtoegewezen.Behalve de vakactie waren er nog verschillendeandere werkzaamheden in het belangder leden.Een Noodfonds 1940 werd gevormd, waaruitongeveer ƒ 8200.— werd uitgekeerd aaneen aantal leden, die door bombardementsschadezijn getroffen, benevens aan enkeleweduwen van leden, die in den oorlog zijngevallen.Uit het oudste fonds der vereeniging, hetOndersteuningsfonds, werd ƒ 9.500.— uitgekeerd,uit de werkloozenkas ƒ 50.587.21.Het H. B. Weijland Jr.-fonds voor vakkundigeen sociaal-economische ontwikkelingbreidde, door het uitgeven van een cursusboekhouden, zijn werkingssfeer belangrijk uitTen slotte iets over het ledental. Het jaaiwerd begonnen met 7848 leden, begin Aprilwas het 8ste duizendtal volgeboekt. Hettweede kwartaal bracht nog eenigen vooruitgang,zoodat op l Juli 8032 leden genoteerdstonden. Het derde kwartaal bracht verlies,maar in het vierde kwartaal ging het weerwat beter, zoodat het jaar kon worden afgeslotenmet 7906 leden.Mijnwerkers.De Prot.-Christelijke Mijnwerkersbondheeft een beknopt overzicht over de jaren1939 en 1940 doen verschijnen.In de inleiding wordt, na een herinneringaan de droeve oorlogsdagen, opgemerkt, dathet werk der christelijke vakbeweging konworden- voortgezet en ook deze organisatiezich heeft weten te handhaven, ja zelfs, dater geen ledenverlies van eenige beteekenisheeft plaats gevonden. Natuurlijk is het verklaarbaar,dat er tijdens een storm, als isdoorgemaakt, wel eenige averij wordt opgeloopen,doch wat in dien storm is stukgeslagen,is inmiddels voor 95 pet. hersteld, -Na de ontslagneming van vriend N. Ploegheeft de bond in zijn buitengewone algemeenevergadering van 9 April 1940 tot voorzitter,tevens gesalarieerd bestuurder, benoemd vr.]. H. Krooshof, van Enschede, die deze benoemingheeft aanvaard. Hij is in de algemeenevergadering van 8 Mei 1940 geïnstalleerden heeft de leiding van den bond opzich genomen.De beide afgeloopen jaren zijn ook voorhet mijnbedrijf ongetwijfeld goede jaren geweest.D'e organisatie heeft veel voor haar ledenkunnen doen. De C.A.O. voor het mijnbedrijfwerd voortgezet. De doorbetaling der christelijkefeestdagen, waarvoor de organisatie hetpleit heeft gevoerd, is werkelijkheid geworden.De geest onder de leden is goed. Menmeent te kunnen constateeren, dat juist indezen tijd de roep tot organisatie sterkerwordt.Het ledental heeft over de jaren 1939 en1940 eenige daling moeten ondergaan. Opl Januari 1939 werd met 434 leden begonnenen op het einde van de verslagperiodetelde de bond 388 leden. Dfoch dit is dan ookhet dieptepunt, want nadien is weer een stijginggekomen, welke zich tot op heden heeftgehandhaafd.Momenteel telt de bond 13 afdeelingen,welke over de geheele mijnstreek verspreidzijn.Het kapitaal van den bond bedroeg op lJanuari 1941 ƒ 6147.95. W. B.Sigarenmakers,Wij geven hier allereerst enkele belangrijkedatums uit het leven van den bond. Op 24April 1939 werd het nieuwe kantoor geopenden in gebruik genomen. Het 40-jarig bestaanvan den bond werd op 19 en 20 Juni te Amsterdamgevierd. Het ledental is in de tweelaatste jaren geregeld gestegen. Begonnenmet 1132 leden, bedroeg het ledencijfer opl Januari 1941 1424. Dit is dus een stijgingin deze twee jaren van meer dan 25 pet.In zake den bedrijfstoestand valt op te merken,dat over het jaar 1939 vooral het eindevan het jaar, iets beter was voor de sigarenindustrie.De mobilisatie was oorzaak, datmeer dan normaal gerookt werd. Ook in 1940ontwikkelde zich de toestand, wat het werkbetreft, in gunstigen zin.Het tabaksverbruik in het jaar 1939 (over1940 zijn deze gegevens nog niet bekend)bedroeg:1.677.662.000 sigaren, f 70.490.480.—5.234.383.000 sigaretten ... - 53.512.924.—11.400.000 kg tabak ... - 20.905.087.—Totaal f 144.908.491.—Uit een persoonlijk woord van den secretaris,vr. J. Pot, halen wij aan:,,Mijn leven is vanaf het eerste begin vanonzen bond en zelfs daarvoor met het christelijkvereenigingsleven samengevlochten.Het wordt straks 46 jaar, dat de eerste ritse-77


ling van organisatie, van vakorganisatie,,onder eigen banier", vernomen werd. Vanafdien tijd heb ik steeds een min of meerwerkzaam aandeel in den arbeid voor of vanden, bond gehad.En nu straks het scheiden.Gedurende het nu twee-en-veertig-jariglidmaatschap van den bond heb ik 38 jaardaarvan deel uitgemaakt van het bestuur,waarvan 31 jaar als secretaris. Eerst 7 jaar,van 1903^1910, als secretaris, toen door deaanstelling van wijlen C. C. van Boom dezehet secretariaat ook overnam. In het toen uitgebrachteverslag (het eerste wat in drukverschenen is) nam ik afscheid als secretaris(9 Mei 1910).Niemand had kunnen vermoeden, dat ik 7jaar later weer tot die taak geroepen zouworden en deze daarna nog weer 24 jaar zouvervullen.Het is goed, dat God de banden, die onsbinden, op den door Hem gestelden tijd losmaakt.Dan kunnen wij overgeven, wat onslief was, waarvan wij meenden niet te kunnenscheiden."lijke leden. Het was als volgt over de diversebedrijven verdeeld: typografie 2409, bindersbedrijf626, lithografie 145, chemigrafie 118en plaatdrukkerij 7.De samenstelling van het hoofdbestuuronderging, na de in Mei 1939 gehouden algemeenevergadering, de volgende wijziging:door het tusschentijds bedanken van vr. L.Jansen, werd als hoofdbestuurslid gekozenvr, iG. van Dijk. Het hoofdbestuur bestaat uit15 leden, waarvan de volgende drie vriendenhet dagelijksch bestuur vormen: ]. Hofman,voorzitter; A. S. Boone, Ie secretaris-2e penningmeesteren H. A. van Ingen Schenan,Ie penningmeester-2e secretaris.De werkloosheid liep in de laatste jaren geregeldnaar beneden. Telde de bond in Jan.1937 nog 455 werkloozen, in December 1939was dit aantal gedaald tot 224. Na den oorlogwerd het aantal werkloozen weer grooter; inDecember 1940 bedroeg het 328, waarbij nogkomen 18 gedeeltelijk werkloozen. Het grafischbedrijf is door den oorlog wel heel sterkgetroffen.In het hoofdstuk over de bedrijfsgemeenschappenwordt herinnerd aan de viering vanhet zilveren jubileum van de C.A.O. voor hetboekdrukkers- en rasterdiepdrukbedrijf. In dekwarteeuw, die hiermede werd afgesloten, isgebleken, dat de gedachte van de collectievearbeidsovereenkomst, om overleg te plegen opde basis van gelijkberechtigdheid van werkgeversen arbeiders, tot grooten zegen is gewordenvoor deze groepen en het bedrijf zelf.Er is sociale vooruitgang gekomen, niet alleenin de loonen, doch ook in de rechtspositie derarbeiders. De bedrijfsorganisatie is tot ontwikkelinggebracht. W. B.NAZORG-STICHTING „NIEUWE WEGEN".Het vermogen van den bond per 31 December1940 bedroeg ƒ 27.859.76.De uitkeeringen uit de werkloozenkas warenover 1940 ƒ 5.598.01 aan de geheelwerkloozen en ƒ 892.— aan de gedeeltelijkwerkloozen. W. B.Typografen.In de grafische industrie gaat de lijn vande bedrijfsorganisatorische ontwikkeling nogsteeds omhoog. Vele bepalingen van de collectievearbeidsovereenkomst voor het boekdrukkers-en rasterdiepdrukbedrijf werden inde verloopen twee jaren wettelijk verbindendverklaard, hetgeen haar grondslagen verstevigdeen waarvan de gunstige gevolgenwaren: de uitbouw der organisaties van werkgeversen werknemers. De vernieuwde, opbreeder basis gestelde vakopleiding in hetboekbindersbedrij f kreeg haar beslag en oo!:werd voor de arbeiders in dit bedrijf de pensioenregelingverbeterd.Wat het bondsleven van onzen NederlandschenChristelijken Grafischen Bond betreft,mag geconstateerd worden, dat er een opgewektorganisatieleven heerscht, ondanks denzwaren druk der tijden, die zich vooral in1940 openbaarde. Het ledental groeit gestadigen heeft, zelfs al kwam er in de laatstetwee kwartalen een teruggang, een cijfer bereiktals nooit tevoren. Het bondswerk vondregelmatig voortgang en onderging zelfs uitbreiding.De arbeid voor de jonge N.C.G.B.-ers werd op uitgebreider schaal ter hand genomen.In 1939 kon, nadat zulks in twee jaarniet was geschied, een zeer geslaagde landdaggehouden worden. De sociale en alge-,meene ontwikkeling der leden vond plaatsdoor een drietal schriftelijke cursussen, waaraandoor een flink aantal leden werd deelgenomen.Gedurende beide winterperiodenwerd een tweetal urgente sociale onderwerpendoor het hoofdbestuur behandeldvoor bijna alle afdeelingen. De vaktechnischedienst mocht zich in een nog meer groeiendebelangstelling verheugen. De studie-arbeidvan vakstudie- en jeugdclubs was intensief.Het ledental van den bond bedroeg op 31December jl. 3305, waaronder 172 vrouwe-78De arbeid op het gebied van de t.b.c.-bestrijding,die door ons verbond wordt verricht,bevat een markant gedeelte, namelijkin de bovengenoemde nazorgstichting.Deze nazorg bedoelt de aan normalenarbeid ontwende t.b.c.-patiënten weer te leerenhun normalen arbeid te verrichten. Indezelfde omgeving, namelijk het sanatorium,waarin zij soms langdurig werden verpleegd,ontvangen zij de gelegenheid onder deskundigeleiding hun ingezonken arbeidskracht teherkrijgen.Langzamerhand begint dit werk een zekerenomvang aan te nemen.De in de laatste maanden van 1939 aangevangenbouw van de nieuwe werkplaatswerd voltooid, de machines voor houtbewerking(l gecombineerde vlak- en van dikteschaafbankmet langgatboor en. slijpinstallatieen l cirkelzaagmachine) werden geplaatsten sinds begin Januari in bedrijf gesteld.Dit is een uitstekende verbetering.Hoewel de schaafbank als z.g. tweedehandsis aangekocht, werkt alles perfect.Voor de te bouwen lighal werden in 1939zoo goed als alle materialen aangekocht, hetgeeneen groot financieel voordeel is gebleken,nog afgezien van het feit, dat momenteelverschillende materialen indien nog: verkrijgbaar,dan zeker 200 a 300 pet. duurderzouden zijn. Indien de aankoop van dengrond een wat vlotter verloop had gehad,dan zou deze ook reeds gebouwd zijn. Thansliggen de materialen afgewerkt te wachtenop montage.De thans in gebruik zijnde lighal werd aande westzijde met rameri en glasdeuren dichtgemaakt.Tot zoover de werkzaamhedenvoor de eigen stichting.Voor het sanatorium ,,Sonnevanck" werdhet navolgende verricht:8 nachtkastjes voor z.g. gipsbedpatiëntenen 6 zaalkasten.In het kinderpaviljoen werd van 2 kleinekamers een kamer en suite gemaakt, deonderzoekkamer voor zuster-conversatiekameringericht, een minder goed gelegenpaitiëntenkamer tot onderzoekkamer en devoormalige zusterconversatiekamer tot zitslaapkamervoor de hoofdzuster ingericht.Voorts werd het buitenverfwerk van hethoofdgebouw bijgewerkt. Paviljoen I geheelgeverfd, 5 kamers in het hoofdgebouw geverfden het onderhoud aan het meubilairvan alle gebouwen, hetwelk met een intensiefgebruik als de laatste jaren het geval is,steeds meer zorg vraagt.In Augustus werd aangevangen met hetverduisteren van ramen, deuren en hallen.Hiervoor zijn ruim 350 schotten, schuiven,deuren en kleppen gemaakt met een totaaloppervlak van ruim 2000 m 2 .Door aankoop van 20 ha grond vraagt deomheining van het terrein van het sanatoriumde aandacht. Besloten is hiervoor bétonpalente maken, waarvoor de materialen gedeeltelijkreeds aanwezig zijn, zoodat ervoorloopig werk in overvloed is."Al dit werk heeft economisch waardevollebeteekenis. De patiënten krijgen niet den indruk,dat zij maar worden beziggehouden.De volle arbeidsvreugde kan dus hun deelzijn. En zij worden daardoor gesterkt naarlichaam en naar geest.Moge deze arbeid voor vele patiënten tenzegen strekken.Zal het christendom op het terreinder maatschappij een zoutend zoutzijn, dan is noodigaaneensluitingvan hen die zich naar Christusnoemen, om zoo,overeenkomstigeigen beginselen en volgens eigenmethode en naar eigen program,reformeerend en hervormend op het.maatschappelijk leven in te werken,H. AMELINK.


HET BEGRIP MAATSCHAPPIJBij het nazoeken van allerlei oude papieren,vonden wij een aantal beknopte aanteekeningenvan ruim dertig jaar geleden, betreffendehet wezen en de beteekenis der maatschappij.De gedachten, die daarin naar vorenwerden gebracht, achten we belangrijkgenoeg om — verwerkt in een paar artikelen- ter overweging door te geven.iHet begrip maatschappij is niet te definieeren;wel te omschrijven.Tot de maatschappij worden gerekendmenschen, die met elkander op ongeveer eenzelfde niveau staan; die gerekend worden totde cultuurvolken te behooren en die met elkander- - over en weer - - handelsrelatiesonderhouden.Het kan ook zoo gezegd worden, dat hetwoord maatschappij beteekent:1. elke maatschappelijke uiting ter bereikingvan een zeker geestelijk of stoffelijkdoel;2. een groep personen, die met elkandersamenleven en samenwerken; het volkslevennaar zijn uitwendige zijde; de menschelijkesamenleving.De maatschappij is voorts een geestelijkorganisme, omvattende het organisch geheelvan kringen en groepen, die ten doel hebbende algeheele ontplooiing van het individu.Haar oorsprong vindt de maatschappij inGod. Zij bestaat krachtens de scheppingsordinantieen is geen vrucht van de algemeenegenade, om der zonde wil.Het beginsel der maatschappij is gegevenmet de schepping van het eerste menschenpaar(Gen. l ; 27: ,,En God schiep denmensch naar Zijn beeld, naar het beeld Godsschiep Hij hen; man en vrouw schiep Hijze.")In de schepping van den mensch spreektons toe de door God gewilde eenheid en verscheidenheid,ook voor het' maatschappelijkleven, zooals die tot uiting komen in gemeenschapen individu.De kwalitatieve ongelijkheid, zooals dezedoor God in het aanzijn werd geroepen doorde schepping van man en vrouw, is de ongelijkheidwaaruit de andere kwalitatieve ongelijkhedenzijn voortgekomen, die noodigzijn voor de institueering van de maatschappijḊeze ,,andere kwalitatieve ongelijkheden"zijn:1. de ongelijkheid tusschen ouders en kinderen;2. de ongelijkheid in gaven.Naar Gods bestel moet de maatschappijzijn: de vereeniging van al de in het aanzijngeroepen ongelijkheden, met het doel omdoor samenwerking te komen tot de volledigeontwikkeling van elk individu, naar zijn aard.Deze volledige zelf-ontplooiïng van elk individu,door middel van de gemeenschapwelke wij maatschap^'! noemen, dient terverheerlijking van God.Deze verheerlijking van God wordt bereikt,doordat én de maatschappij én de menschelijkepersoonlijkheid in hare volle ontplooiingte aanschouwen geven de heerlijkheidGods in de aanschouwing van Zijnbeeld.God schiep elk schepsel zóó, dat in potentiealles volmaakt bestond en de ontwikkelinglangs de door Hem gestelde lijnen in vollerealiteit zou doen uitkomen al wat potentieelaanwezig was.Aan den mensch. als „hoofd der schepping",werd door God de taak gegeven omde geheele schepping te regeeren en de ontwikkelingvan al het geschapene te leidenovereenkomstig het doel Gods. Ook de maatschappijwas aan die ontwikkeling, onderheerschappij van den mensch, onderworpen.Ter vervulling van die taak rustte God denmensch toe:Ie. met de kennis van het wezen der dingen,in 't bijzonder met de kennis van hetwezen des menschen en leerde Hij hem kennende natuur van al het geschapene;2e. met de kennis van de wetten welke Godvoor de ontwikkeling der dingen gegevenhad;3e. met de gaven en krachten om de cultiveeringvan het leven tot stand te brengen.Door die kennis der dingen en de aanwendingvan het kunnen op het gekende teneindedat tot ontplooiing te brengen, onderwierpde mensch alle creatuur aan zich; diende alleschepsel hem, opdat hij God zou dienen.De beweegkrachten welke de maatschappijin het leven doen uitkomen, zijn:Ie. de door God aan den mensch ingeschapenbehoefte aan zijn eigen soort, waarvande vervulling gemeenschapsleven en daaruitvoortvloeiend gemeenschappelijk werkeneischt;2e. de gebondenheid van den mensch aande natuur, in 't bijzonder aan de stoffelijkegoederen.Bij het nagaan van de ontwikkeling dermaatschappij kunnen we het begrip „maatschappij"in ruimeren en in engeren zin opvatten.In- ruimeren zin verstaan we er onder hetmenschelijk gemeenschapsleven, dat op deuitwisseling der verschillende gaven en dienstenberust en derhalve de voortbrenging.verdeeling en genieting van allerlei stoffelijken geestelijk goed bedoelt.In engeren zin verstaan we er onder hetsamenleven der menschen, voor zoover dit debehartiging der stoffelijkebelangen bedoelt.W. A. J. D.Lectuur:Dr. A. Kuyper: De Gemeene Gratie, dl, III.Mr. T. de Vries: Beginselen der Staathuishoudkunde,dl. I.Mr. A. Anema: Grondslagen der sociologie.Proces Verbaal Christelijk Sociaal Congres1891. Bldz. 80—82; 360—365.Ds. J. C. Sikkel: Vrijmaking van den arbeid.OPENING C.N.V.-VACANTIE-OORDvoor beperkt aantal vacantiegastenvan 5 Juli tot 9 Augustus 1941.Het C.N.V.-vacantie-oord is thans wederte onzer beschikking gekomen en zal -- ookal is de tijd van voorbereiding zeer kort -voor zoover mogelijk, in gereedheid wordengebracht voor ontvangst van vacantiegasten.Reeds nu staat vast, dat het aantal vooronze gasten ter beschikking te stellen beddenzeker niet grooter dan 50 zal kunnen zijn.(Het hoofdgebouw blijft voor dit seizoen geheelbuiten gebruik.)De openingsdatum is vastgesteld op Zaterdag5 Juli. De sluitingsdatum is voorloopigbepaald op Zaterdag 9 Augustus. (Hoogstwaarschijnlijkmoet ons V.O. na 9 Augustusvoor een ander doel wiorden benut. Aanvragenvoor logies na 9 Augustus kunnen dusvoorloopig niet worden geaccepteerd.)Gasten, die geen voldoende bons ter beschikkingkunnen stellen voor alle in distributiezijnde artikelen, met name brood, aardappelen,boter, vleesch, eieren, kaas, melk,suiker en grutterswaren, zullen moeten wordenafgewezen.Pensionprijzen.De uitsluitend op een bezetting van 100 tot150 gasten ingestelde pensionprijzen kunnenbij het nu te plaatsen belangrijk kleinere aantaluiteraard niet op f 1.50 en ƒ 2.— gehandhaafdblijven. Zij moeten — gelet op het beperkteaantal te plaatsen gasten — thans bedragenvoor leden van organisaties, aangeslotenbij het Fonds Vacantie-oorden ƒ 2.— perdag en voor de anderen en niet-leden ƒ 2.50per dag.De leeftijdsgrens voor de ,,half-geld-betalende-kinderen"is hiertegenover echter voorditmaal gesteld op: tot beneden 14 jaar.Logiesaanvragen (waarvoor formulieren tebekomen zijn) te richten aan den penningmeestervan het C.N.V. te Utrecht, Stadhouderslaan43-45.l Je aanvragen zullen ditmaal gewoon naarvolgorde van binnenkomst worden behandelden, voor zoover plaats beschikbaar is, directworden toegewezen.Utrecht, Juni 1941.W. DE JONG, beheerder V.O.„DRAAGT ELKANDERS LASTEN".Overzicht hulpverleeningen in demaand Mei 1941.In de maand Mei werden voor geheele ofgedeeltelijke rekening van „D.E.L." ter verplegingopgenomen in de na te noemen inrichingen:Sanatoria, enz.Dochter van lid Bouwarbeiders, Utrecht,san. ,,Zonnegloren".Echtgen. van lid Fabr.- en Transportarbeiders,Oldebroek, san. ,,Sonnevanck".Lid van Houtbewerkers, Leerdam, san.„Sonnevanck".Kind van lid Kantoor- en Handelsbedienden,Sneek, san. „Sonnevanck".Echtgen. van lid Landarbeiders, Metslawier,san. „Sonnevanck".Kind van lid Landarbeiders, St. Laurens,-Zeehospitium.Lid van Metaalbewerkers, Amsterdam,san. „Zonnegloren".Kind van lid Metaalbewerkers, Dordrecht,Zeehospitium.Lid van Textielarbeiders, Dodewaard, san.„Sonnevanck",79

More magazines by this user
Similar magazines