DEEL 1: ALGEMENE STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN ...

oudenaarde.be

DEEL 1: ALGEMENE STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTEN ...

Stedenbouwkundige voorschriften :DEEL 1: ALGEMENE STEDENBOUWKUNDIGE VOORSCHRIFTENDe bestemmingsvoorschriften dienen steeds gelezen te worden ‘behoudens bestaande toestand’,waaronder begrepen wordt de instandhouding van bestaande vergunde gebouwen.1.1 Bestaande vergunde bebouwingDe bestaande vergunde of vergund geachte bedrijfsgebouwen en woningen die niet voldoenaan de stedenbouwkundige voorschriften van dit GRUP mogen binnen het bestaande volumeverbouwen en gerenoveerd worden.Een uitbreiding van een bestaand gebouw valt onder de stedenbouwkundige voorschriften vandit GRUP. Nieuwbouw en herbouw dienen eveneens te voldoen aan deinrichtingsvoorschriften van de desbetreffende zone in dit GRUP.Indien een gebouw door overmacht volledig wordt vernietigd, dan moet de nieuwe bebouwingvoldoen aan de voorschriften van dit GRUP.1.2 Hoofd- en nevenbestemmingenAlle hoofdbestemmingen van de zones zijn voorgesteld op het plan door middel van eenbepaalde kleur. Nevenbestemmingen zijn alleen toegestaan wanneer de hoofdbestemmingreeds gerealiseerd is f indien ze samen met de hoofdbestemmingen gerealiseerd worden.De verhouding van de hoofdbestemming en de nevenbestemming wordt bepaald per zonering.1.3 Inplanting van de gebouwenDe verschillende bouwpercelen, waar gebouwen kunnen ingeplant worden, zijn op hetbestemmingsplan als één zone weergegeven. De specifieke voorschriften worden in hethoofdstuk bijzondere stedenbouwkundige voorschriften bepaald.1.4 BouwhoogteDe maximale bouwhoogte wordt bepaald voor de kroonlijsthoogte en de nokhoogte metuitzondering van de uitbouwen zoals voor technische ruimten en voor schouwkanalen.1.5 Nuts- en gemeenschapsvoorzieningenBijkomende gebouwen / constructies specifiek voor openbaar nut zijn in de bedrijvenzonetoegelaten indien zij geen fundamentele afbreuk doen aan of hinderend zijn voor deomgeving. De noodzaak moet om technische of sociale redenen aangetoond kunnen wordendoor een toelichtingsnota die bij de vergunningsaanvraag wordt toegevoegd.


1.6 Overdruk bouwlijnDe gebouwen en constructies dienen zich te richten naar deze bouwlijn. Er kan dus nietgebouwd worden in de zone tussen de voorliggende weg en de aangeduide bouwlijn, tenzijvoor wat betreft de uitzonderingsbepalingen zoals vermeld in de algemene voorschriften (zie1.1.). De plaatsing t.o.v. deze aangeduide bouwlijn is vrij met uitzondering voor de geslotenwoonzone.BEGRIPPENLIJSTBebouwingspercentage:Verhouding van de grondoppervlakte van alle bouwwerken op één terrein of perceel tenaanzien van de oppervlakte van dit terrein of dit perceel.Bestemming:Doeleinde van het ruimtegebruik, gedetailleerd tot op het niveau van een perceel ofperceelsdeel, dat met behulp vanvoor het ruimtegebruik bindende voorschriften, aan eenbepaald stuk grond wordt toebedeeld.Bouwlaag:Een horizontale ruimte in een gebouw gesitueerd tussen de buitenmuren en al dan nietvoorzien van een vloerplaat, gelegen tussen minimaal 1,50 m en maximaal 3,20 m hoogte.Het aantal volle bouwlagen wordt gerekend tussen de inkomdorpel en de bovenkant van dekroonlijst.Gebouw:Elk bouwwerk dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk metwanden omsloten ruimte vormt.GRUP:Gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan.Hoofdgebouw:Gebouw dat bedoeld is de voorziene bestemming te herbergen en dat door zijn constructie ofafmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken, met inbegrip van de verdiepingen.Kroonlijsthoogte:De hoogte van het gebouw wordt gemeten vanaf het aanzetpeil van de inkomdorpel tot aan debovenkant van de kroonlijst en/of goot.Nokhoogte:Afstand tussen het aantzetpeil van de inkomdorpel en de bovenkant van de nok.Perceel:Een kadastraal gekend, aaneengesloten stuk grond, toebehorend aan één of meerdereeigenaars.Peil:Het niveau van het oorspronkelijke of bestaande maaiveld.Indien het terrein hellend is, wordt het gemiddelde niveau beschouwd.


Een aanzetpeil kan maximum 0,35m hoger liggen dan de as van de voorliggende straat of hetpeil van het omringende maaiveld indien dit hoger ligt dan de as van de weg.Terreinbezetting:De terreinbezetting wordt uitgedrukt in een procent (%) ten opzichte van de betrokken totaleperceelsoppervlakte ofwel uitgedrukt in m² maximum in te nemen grondvlak van degebouwen.Het volume is afhankelijk van de bijzondere stedenbouwkundige voorschriften en wordtbepaald door de maximale terreinbezetting in combinatie met de afstanden ten opzichte vande perceelsgrenzen, de bouwdiepte en de bouwhoogten.ZONE 2 LOKAAL BEDRIJVENTERREIN1. Bestemming1.1 HoofdbestemmingDe zone is bestemd voor de vestiging van ambachtelijke activiteiten en complementairedienstverlenende bedrijven die voor de omgeving geen abnormale hinder veroorzaken.Tevens mag de bedrijvigheid geen water-, bodem- of luchtvervuiling veroorzaken en moet zijbeantwoorden aan de normen die hieromtrent opgelegd kunnen worden.Opslagplaatsen voor afvalproducten van schadelijke aard zijn verboden.1.2 NevenbestemmingEen beperkte toonzaal (max. 20% van de grondoppervlakte) ondergeschikt aan dehoofdbestemming van het bedrijf is toegelaten.Eén woning in directe relatie met de uitbating, nl. een conciërgewoning of woning voor deeigenaar, is toegelaten binnen het totale volume van de bedrijfsgebouwen.2. InrichtingsvoorschriftenTen einde de lokale bedrijvigheid te behouden is het samenvoegen van percelen niettoegelaten.Er mogen geen erfontsluitingen naar de N60 voorzien worden.2.1 BezettingsgradenDe maximale grondinname binnen de bebouwbare perceelsoppervlakte bedraagt 80%,waarvan max. 70% mag bebouwd worden en max. 10% mag aangewend worden voorverhardingen. De overige 20% van de bebouwbare perceelsoppervlakte zullen uitsluitendaangewend worden voor groene ruimten en bufferzones.2.2 Inplanting- De inplanting van de gebouwen mag vrij binnen de afgebakende bebouwbare zone gebeuren. Deminimum afstand tot aan de rooilijn bedraagt 10m. Vanaf de rooilijn Westerring (N60) bedraagt deafstand min. 11n50m.- De zijdelingse afstand tot aan de zijkavelgrens moet minimum 5m bedragen.- Afstand tot aan de achterkavelgrens: minimum 6m.- De woning (max. 1000m³) moet steeds in het hoofdvolume van de bedrijfsvoering wordenopgenomen;- Indien de perceelsbreedte kleiner is dan 50m kunnen in gemeenschappelijk overleg met deeigenaar van het aanpalende perceel, de bedrijfsgebouwen gekoppeld worden indien er eengemeenschappelijk ontwerp wordt ingediend of mits schriftelijk akkoord van de aanpalendeeigenaar. De opgegeven bezettingsgraad per perceel dient aangehouden te worden.- De zone tussen de rooilijn en de bouwlijn mag enkel aangewend worden als groenzone ofparkeerzone.2.3 Afmetingen- Kroonlijsthoogte: maximum 10m


De beplantingen dienen zo aangelegd te worden dat minimaal de doortocht voorbrandweerwagens verzekerd blijft.De groenaanplant bestaat uit lage heesters, laagstammige inheemse boomsoorten en struiken.De beplantingen worden ten laatste één jaar na het voltooien van de ruwbouw aangelegd.De beplantingen worden ten laatste één jaar na het voltooien van de ruwbouw aangelegd.ParkeerplaatsenDe parkeerplaatsen dienen ingericht op de private eigendom en buiten de groene zones.Bedrijfsvoertuigen mogen niet op de openbare weg gestationeerd worden evenmin als deafgewerkte producten of grondstoffen.ZONE 4 BUFFERZONE1. BestemmingenDit is een bufferzone bestemd als overgangsgebied tussen gebieden die door hun bestemmingniet te verenigen zijn. Zij vormt zowel een visueel als een akoestisch scherm.In deze zone mogen geen gebouwen of andere constructies ingeplant worden.Bijkomend toegelaten:- Draadafsluitingen en hagen op de perceelsscheiding met een maximale hoogte van 2,50m.- Alle handelingen en werken tot bescherming, verbetering, instandhouding, hernieuwing enonderhoud van de aanplantingen;- Wijzigingen van het reliëf in functie van een bermaanleg;- Waterbuffers onder de vorm van grachten.2. InrichtingsvoorschriftenDeze zone dient met een mengeling van streekeigen buffergroen, zowel met hoog-,laagstammen als met struikgewas beplant te wordenStreekeigen groen:- Hogere boomsoorten: zomereik, es, wilgen…- Struiksoorten en lager blijvende boomsoorten: zwarte els, wilg, éénstijlige meidoorn,sleedoorn, hazelaar, rode komoeije, Gelderse roos….De aangeduide breedte is een strikt minimum.Reliëfwijzigingen i.f.v. de aanleg van een berm worden toegelaten.Op het perceel, voorzien van een schematische aanduiding van een doorgang, kan slechts ééndoorgang worden voorzien van maximum 2m breed.

More magazines by this user
Similar magazines