Beter zicht op de techniek - Deerns

deerns.nl

Beter zicht op de techniek - Deerns

InhoudBeter zichtop de techniekVruchtbare samenwerking bij prijsvragen 4Renovatie Hermitage 8GETZ in Beeld 10Passagiersbruggen Cruiseterminal Amsterdam 12Invloed van comfort op arbeidsproductiviteit 15Verlichtingsconcept voor Kempen Campus 16Levensduurkosten bij de TU Delft 18Slimme vitrines voor het Scheepvaartmuseum 21Synergie tussen kas en woning 22Opening Walterboscomplex 24Studentenvereniging Mollier in Berlijn 24Deerns op NVTG congres 25Kantoor Gasunie mooiste gebouw 25Innovatief rolpadconcept voor Schiphol 26Energieconcept voor nieuw stadsdeel Kabul 27Nominatie Young Technical Professional Award 28 | DeernsData


WorkshopSturen op EnergiekostenIn navolging van de succesvolle workshops‘Beoordelen van Installatiekosten’en ‘Sturen op Levensduurkosten’ hebbende energiespecialisten van Deernseen nieuwe workshop samengesteld:‘Sturen op Energiekosten’.De workshop richt zich zowel opbestaande bouw als op renovatie- ennieuwbouwprojecten. De workshop opdonderdag 27 september is nagenoegvolgeboekt. Voor de workshop op dinsdag2 oktober 2007 zijn nog plaatsenbeschikbaar.Facilitair managers, gebouwbeheerdersen vastgoedmanagers krijgen inzicht intools die gebruikt kunnen worden om hetenergieverbruik inzichtelijk te maken(monitoren) en daarop blijvend te sturen.Daarnaast komen maatregelen aan bodom energiereducties te realiseren.Een van de tools die behandeld wordt,is het softwareprogramma H.E.N.K.(Het Energie Neutrale Kantoor). Met ditprogramma kunt u op eenvoudige wijzeenergiebesparende maatregelen doorrekenenen in een vroeg stadium vanhet (nieuwbouw) ontwerp een inschattingvan de Energie Prestatie Coëfficiëntmaken.Na de workshop bent u beter in staat omknelpunten in het energieverbruik opte sporen en adequate maatregelen tenemen om het energieverbruik terug tedringen. Met dergelijke reducties zijn,afhankelijk van de schaalgrootte, flinkekostenbesparingen mogelijk. Zo heeftDeerns vorig jaar met metingen bij hetNKI (Nederlands Kanker Instituut) eenbesparing van 25.000 euro op jaarbasisinzichtelijk gemaakt. Wilt u deelnemenaan de workshop of meer informatie?Kijk op www.deerns.nliir.P.A. BuurmanTelefoon: (070) 395 7614E-mail: p.buurman@deerns.nlVoorwoordOpmerkelijke voortrajectenen verrassende techniekenEr is techniek en er is techniek. Cryptisch?Niet helemaal. Op tal van gebieden wordeninmiddels standaardtechnieken toegepastwaar men nauwelijks meer van opkijkt.De verrassing schuilt hem vaak in hightechoplossingen waarbij sprake is van (weer)een verdere evolutie van technieken. Toekomstgerichteoplossingen die ook in hetvoortraject een bijzondere aanpak vereisen.Deerns laat zich door voortdurende innovatieen kennisontwikkeling leiden. Ook envooral in de ontwerpfase, waar de nadruksteeds vaker op geïntegreerd ontwerpenkomt te liggen. Het meedenken met architecten,constructeurs en uitvoerende partijenis niet alleen een toegevoegde waarde,maar kan leiden tot verrassende inzichtenen oplossingen. Overigens is ook deontwerpfase aan hightech-veranderingenonderhevig. De geavanceerde visualisatietechniekendie de Deerns Concept Studiogebruikt, spelen een steeds belangrijkererol bij het inzichtelijk maken en ontwerpen van installaties. Zeker nu (niet-alledaagse)architectuur en installatietechniek steeds meer geïntegreerd raken.Zie hiervoor het rondetafelgesprek in dit nummer.In deze Deerns Data komt ‘beter zicht op de techniek’ in verschillende vormenaan bod. Bijvoorbeeld in het verhaal over het lichtontwerp bij de KempenCampus. Door het gebruik van 3D visualisatietechnieken kan het resultaat opvoorhand al zo realistisch mogelijk inzichtelijk worden gemaakt. Dit maakte hetmakkelijk de beste optie te selecteren.Een verrassende uitkomst diende zich aan voor de nieuwbouw van hetkantoor voor de afdeling Multi-Scale Physics van de faculteit TechnischeNatuurwetenschappen van de TU Delft. Met het oog op duurzaamheid deedDeerns een Life Cycle Costs-berekening waarbij een opmerkelijke variant debeste bleek: de TU Delft gaat gebruikmaken van een uitvinding van een voormaligpromovendus van de afdeling MSP. Comfort en arbeidsproductiviteitzullen hier samengaan, een relatie waarop overigens in dit nummer separaatnog eens dieper op wordt ingegaan.Soms liggen de techniek en de oplossing dus ‘om de hoek’. Een ander mooivoorbeeld hiervan vormen de nieuwe passagiersbruggen bij de PassengerTerminal Amsterdam. Deerns stelde het technisch en functioneel Programmavan Eisen op en liet zich daarbij inspireren door de ervaringen die het opdeedmet de passagiersbruggen op Schiphol. Lucht- en scheepvaart komen zo opeen bijzondere manier samen.ir. E.S. Hora SiccamaDirecteur Deerns raadgevende ingenieursDeernsData |


RondetafelgesprekVruchtbaresamenbij prijsvragenDeerns werkt steeds vaker samen met architecten om tot de beste ideeën te komenDeelname aan prijsvragen is een van de belangrijkste acquisitie-instrumenten van architectenbureaus.Om temidden van soms tientallen concurrenten als winnaar uit de bus te komen, telt elk detail.Het gaat al lang niet meer alleen om de originaliteit, schoonheid of functionaliteit van een ontwerp.De ontwerpen moeten tot in detail uitgewerkt zijn inclusief paragrafen over energiegebruik,duurzaamheid, efficiency en akoestiek. En natuurlijk binnen de beschikbare budgetten. De vermaardebureaus Crepain Binst Architecture uit Antwerpen en Mecanoo uit Delft werken, net als anderearchitectenbureaus, vaak samen met Deerns. Om ideeën te toetsen aan haalbaarheid, om compleette zijn en om samen oplossingen te bedenken. Op verzoek van dit magazine discussieerden de driepartijen vlak voor het zomerreces met elkaar over het belang van samenwerking in prijsvragen.Ellen van der Wal vindt het nogaltijd erg jammer; het feit dat ‘haar’Mecanoo net achter het net viste inZwitserland. “We zijn tweede gewordenin de prijsvraag voor de bouw van hetnieuwe learning center in Lausanne”,zegt de architecte. “En we hadden zó’nmooi en bijzonder ontwerp; het helegebouw kon draaien. Uiteindelijk is tochgekozen voor een platte plak ‘Emmenthal’.Jammer, maar het was wel eenprachtig staaltje samenwerking metde ingenieurs van Deerns. We beschouwendat niet als een nederlaag. Je kuntniet elke prijsvraag winnen.”OplossingenPaul Stoelinga, senior adviseur bijDeerns, kijkt evenmin in wrok terug.“Zeker, we hebben er heel veel uren enenergie in gestoken. Dat is het risico vandeelname aan prijsvragen. Het mooieaan dergelijke projecten is het vindenvan oplossingen voor complexe vraagstukken.In het programma van eisenvan het gebouw in Lausanne stondentransparantie en doorzicht centraal. Veelglaswerk in de gevels dus. Dat betekenteen probleem met de klimaatbeheersing.We hebben met z’n allen gebrainstormd,gerekend, gesimuleerd op de pc’s, gediscussieerden getekend. Uiteindelijkkwamen we uit bij een gebouw dat kondraaien. Om optimaal gebruik te makenvan zon en wind. En uiteraard interessantvanwege het wisselende uitzicht. | DeernsData


werkingEen dagdeel keek je over het meer, hetandere over de stad. Ons gezamenlijkeontwerp heeft net niet gewonnen. Maarwe hebben veel geleerd en dat helpt onsbij volgende prijsvragen.”Technische expertiseMecanoo werkt al een aantal jaren samenmet Deerns. Vijf keer werd samen eenontwerp ingediend bij aanbestedingenen drie keer leverde dat een opdrachtop. Bepaald geen slechte score, vergelijkbaarmet Crepain en Binst Architecturedat in België toonaangevend is en ookruim zestig procent scoort. Toch maaktook dit bureau sinds kort graag gebruikvan de hulp van Deerns. “De technischeexpertise is minstens zo belangrijk alshet creatieve ontwerp”, zegt WilliamNeirynck, senior projectleider bij hetAntwerpse bureau. “Techniek en architectuurkun je niet los van elkaar zien. Delaatste jaren worden de normen strenger.Er is meer aandacht voor duurzaamheid,voor energiezuinig bouwen. Neem debetonkernactivering. Oftewel het ingietenvan verwarmingsbuizen in betonnenvloerplaten. Daarmee kun je effectieververwarmen en koelen. Aan de ingenieursom uit te rekenen wat de besparigen zijnen of het systeem goed werkt. Opdrachtgeversvragen garanties. Een gebouwwordt tegenwoordig in publiek-privateprojecten (PPS) opgeleverd met eenonderhoudscontract van vijftien jaar.Dan is een integraal ontwerp essentieelen werk je dus met duurzame materialenen solide installaties.”VergoedingDe prijsvraag is niet meer weg te denkenin de bouwwereld. Zowel overheden alsparticuliere ontwikkelaars nodigen viaopenbare inschrijving architecten uitom gebouwen te ontwerpen. Dat gebeurtaan de hand van een programma vaneisen in combinatie met een budget. Vaakschrijven enkele bureaus in, soms zijner tientallen mededingers. “Om groteopdrachten binnen te halen, moet jemeedoen”, zegt Ellen van der Wal. “Dat iseen gegeven. Door expertise van anderenbinnen te halen, kun je met een sterkerverhaal komen.”“Wij schrijven alleen in als er een vergoedingtegenover staat”, aldus RobertOsinga, projectleider bij Crepain BintsArchitecture. “In een ontwerp gaan heelveel uren werk zitten. Daar mag wel ietsvan vergoed worden als je de opdrachtniet krijgt. Eigenlijk is het jammer dat jeals architect zo gedetailleerd moet zijn bijeen prijsvraag of aanbesteding. In mijnogen zou het beter zijn als de prijsvraagwerd gebruikt als ideeëngenerator. Nu isde prijs, het budget allesbepalend.”Zijn collega Neirynck knikt bevestigend:“Wat mij betreft zou het abstractermogen. Meer conceptueel. Maar danmoet je wel een jury hebben die de ontwerpendan kan lezen. Nog lastiger bijdeelname aan prijsvragen is dat je nietweet wie de ontwerpen beoordeelt. Is heteen jury die de esthetiek laat doorwegenof komt het accent te liggen op energiebesparing?”“Of”, vult Ellen van derWal aan, “heeft het volk een stem in hetgeheel? Wordt er puur gekeken naar dekleurstelling of de vorm? Er zijn veel factorendie meewegen. Je weet niet welkede doorslag geven. Wij doen overigensook alleen mee aan prijsvragen waarbijvoor elk ingeleverd ontwerp een vergoedingwordt gegeven. Dan weet je dat >>DeernsData |


Het draaiende gebouw dat Mecanoo met Deerns indiende voor het nieuweLearning center in Lausanne werd helaas tweede.je te maken hebt met een serieuze partij.Ik denk ook niet dat prijsvragen er altijdzijn om het beste ontwerp tegen de goedkoopsteprijs boven water te krijgen. Hetbudget is leidend, het beste concept wint.Daarom moeten we heel ver gaan metde uitwerking en de presentatie. Je legtbijna een definitief ontwerp neer.”“Het gaat nog een stapje verder”, zegtRobert Osinga. “Je levert niet alleeneen ontwerp voor een gebouw af. Jebeschrijft ook de materialen, de installaties,de energieprestaties, de akoestiek,het klimaat, enzovoort.”IntegrerenVoor Melanie Bloem redenen temeer omsamen te werken. “Het is zaak om ideeënzo ver mogelijk uit te werken. Samendus, al in een vroeg stadium. Het is onzeuitdaging om de techniek en het ontwerpvan de architect te integreren tot ééngeheel. Slimme oplossingen bedenkenvoor complexe zaken. Ruimtebesparingis héél belangrijk. Gevelreiniging, akoestiek,onderhoud ook. Het kan kostbaarzijn om bepaalde materialen en installatieste gebruiken. Maar als dan op de langeretermijn veel minder energie gebruiktwordt, dan heb je toch een belangrijkpunt. Zeker als het dan een bedrijf ofinstelling betreft die zich profileert alsduurzaam en milieubewust.“Daarnaast is het van belang om eenontwerp goed te presenteren”, vult PaulStoelinga aan. “Tegenwoordig kun jeniet meer zonder bewegende animatiesin 3D. Daarom hebben wij ons de laatstejaren meer verdiept in de wereld van dearchitectuur. We moeten elkaars taalen cultuur begrijpen zodat we nog beterkunnen samenwerken. In onze DeernsConcept Studio krijgt een aantal van onzemedewerkers een opleiding in creatiefen conceptueel denken. Ingenieurs entechneuten zijn nu eenmaal geneigd omalles technisch te bekijken. Dat moet dusbreder. De eerste resultaten hebben weal geboekt; bij Mecanoo en Crepain ondermeer. Het gaat om het concept. De technischeinvulling is eigenlijk niet meerdan het bouwen met legosteentjes.”SamenwerkenOnder de streep werken de architectenvan Crepain Bints en van Mecanoo graagsamen met de ingenieurs van Deerns.“Prijsvragen zijn een uitstekende manierom goede ontwerpen op tafel te krijgen”,zegt William Neirynck. “Zonder meer.Dat kun je echter alleen door met verschillendepartijen samen te werken.Bij grote projecten wordt vaak van dearchitect geëist dat hij met constructeurs,bouwers en installateurs samenontwerpt. Daar ben ik niet tegen.”“Precies”, besluit Paul Stoelinga de discussie.“Een gebouw is niet iets waar jetechniek inplakt. Dat is één geïntegreerdgeheel waar veel partijen elkaar nodighebben.”


Robert Osinga en William Neirynck van Crepain Binst ArchitectureEllen van der Wal van MecanooOver Crepain BinstCrepain Binst Architecture is gevestigdin Antwerpen. Het bureau is in 2006opgericht na de krachtenbundelingvan twee vermaarde architecten: JoCrepain (1950) en Luc Binst (1973). Erwerken zeventig ingenieurarchitecten,architecten, stedenbouwkundigen eninterieurarchitecten. De veelzijdigesamenstelling van het team staatborg voor het opleveren van eentotaalontwerp.Crepain Binst Architecture onderscheidtzich met een bijzondere werkwijze. Elkontwerp wordt ontwikkeld tijdens eenworkshopsessie die uitmondt in drieverschillende ontwerpen. Uiteindelijkwordt één ontwerp gekozen.De aanpak heeft het bureau eengroot aantal opdrachten opgeleverdin België en Nederland en andereEuropese landen. Aansprekende stedenbouwkundigevoorbeelden zijn deontwikkeling van 850 woningen in deLeidsche Rijn, de herontwikkeling vande Boelwerfsite in Temse en de ontwikkelingvan Antwerpen Nieuw-Zuidmet duizend woningen en 150.000vierkante meter kantoor. Op architectuurvlakspringen de ontwerpenvoor een nieuw kantorencomplex van60.000 vierkante meter in Leuven, hetWladiwostokproject in Amsterdam enappartementencomplexen met 330woningen in Deventer in het oog.Crepain en Binst nemen met succesdeel aan (inter)nationale architectuurwedstrijden.Van de tien deelnames zijner totnogtoe bijna zeven gewonnen.Zie ook www.crepainbinst.beOver MecanooArchitectenbureau Mecanoo uit Delftis in 1984 opgericht door FrancineHouben (Sittard, 1955) en heeft zicheen prominente plaats verworven in deNederlandse architectuur. Het oeuvrevan Mecanoo is breed: huizen, scholenen woonwijken. Theaters, bibliothekenen wolkenkrabbers. Parken, pleinen ensnelwegen. Steden, polders en randstad.Hotels, musea en zelfs een kapel.Mecanoo is niet alleen actief ensuccesvol in Nederland, maar ook inGroot-Brittannië, Spanje, Duitsland,Zwitserland, Italië, Albanië, Japan,Korea, Maleisië en Taiwan. In hetlaatstgenoemde land tekent Mecanoovoor het ontwerp van een nieuw, prestigieustheater van 100.000 vierkantemeter in de stad Kaohshiung. Bekendegebouwen van Mecanoo, al dan nietafgerond, zijn onder andere theaterencongrescentrum La Llotja in hetSpaanse Lleida, Montevideo in Rotterdam,FiftyTwoDegrees in Nijmegen,Kapel Heilige Maria der Engelen inRotterdam en de bibliotheek van de TUin Delft.Mecanoo is gespecialiseerd in intensiefen efficiënt grondgebruik in combinatiemet duurzaamheid. Er werkenongeveer tachtig mensen.Meer informatie op www.mecanoo.nlDeernsData |


Illustraties: Hans van HeeswijkArchitecten Amsterdamrealiteitnieuwe trappenhuizen op de hoekenvormen daglicht-orientatiepunten. Hetgebouw heeft een vrij lage verdiepingshoogte,in het ontwerp worden de uiterstegrenzen gezocht om zoveel mogelijkhoogte te creëren. Zo worden nergensverlaagde (systeem)plafonds toegepast.Met nieuwe gevlinderde betonnen drukvloerenzonder dekvloer wordt extra vrijehoogte gewonnen. Deze keuze impliceertrandvoorwaarden voor de installatietechniek:alle horizontale distributievan luchtkanalen, kabelgoten en leidingenwordt alleen op de zolders gepositioneerd.Verticaal lopen tallozeaftakkingen naar de ruimten op deondergelegen bouwlagen. De aftakkingenbevinden zich in opgedikte binnenwanden,penanten of geïntegreerde buitenwanden.Dit betekent een zeer nauwluisterende afstemming van staalconstructies,bestaande dragende muren,bouwkundige plafonds, vaste inrichtinguit het interieurontwerp, luchtkanalen,luchtinblaasornamenten en kabelgoottracees.Het ontwerpen van de renovatievan een rijksmonument van verpleeghuistot museum kan alleen maar gerealiseerdworden via een ontwerpproces waarbijalle disciplines zeer intensief en proactiefmet elkaar samenwerken enaandacht hebben voor elkaars randvoorwaarden.Bij de Hermitage gebeurde ditin een wekelijkse ontwerpstudio. Daarnaastvertelt het oude gebouw zelf welkemogelijkheden en onmogelijkheden alsscenario voor een installatieconceptkunnen worden ingebracht en dat blijktvrijwel voor elke ruimte uiteenlopend tezijn qua mogelijkheden en beperkingen.Respect voor het gebouw staat vooropom het hoge ambitieniveau van deHermitage waar te maken.Andere kunst, andere eisenSinds februari 2004 hebben bezoekers(in totaal bijna 400.000) in bouwdeelNeerlandia van het complex Amstelhofzes succesvolle exposities bezocht. Degebouwinstallaties van Amstelhof enNeerlandia zijn inmiddels van elkaarontkoppeld, want tijdens de renovatie inde komende periode gaan de expositiesgewoon door. De tentoongestelde kunstwerkenin de Hermitage Amsterdam zijnafkomstig uit de rijke collectie van het‘moedermuseum’ in Sint-Petersburg.Vanaf 2009 krijgt de kunst uit Ruslandhelemaal ruimbaan in Amsterdam insteeds wisselende tentoonstellingen,met telkens andere thema’s en dusandere kunstobjecten. Dit impliceertook steeds wijzigende eisen voor deinstallaties met betrekking tot relatievevochtigheid, temperatuur, verlichting,beveiliging, etc. Het installatieontwerpvan Deerns zal dit faciliteren.


Project in beeldGetzEntertainment centerEen toplocatie die jaarlijks vele miljoenen enthousiaste bezoekers naar Amsterdam zal trekkenGetz, hét nieuwe uitgaanscentrum aan de ArenA Boulevardin Amsterdam Zuidoost. Naast cultuur- en entertainmentfunctiesworden een hotel, winkels, horeca, woningen eneen parkeergarage gerealiseerd. Door een mix aan functies,zal het gebied zowel overdag als ‘s avonds veel bezoekersaantrekken. Men verwacht medio 2011 de eerste bezoekerste kunnen entertainen.Getz wordt ontwikkeld door OMC, een ontwikkelingscombinatievan Ballast Nedam Ontwikkelingsmaatschappij, ING RealEstate Development en BAM Vastgoed. De architect van Getzis de Jerde Partnership uit Los Angeles, in samenwerking metde Nederlandse architect Van den Oever, Zaaijer & Partnersarchitecten.Deerns verzorgt het ontwerp van alle technische installatiesvanaf de conceptuele fasen en studies tot en met de oplevering.Klimaat Getz ArenADe entree van Getz is de zogenaamde Getz ArenA en omvat verscheidenepleinen, de zogenaamde “plaza’s”. Deze bevinden zich in de kern van Getzen worden overkapt met een glazen dak. Het blijft buitengebied, maar omdatde plaza’s het gehele jaar worden gebruikt voor terrassen en optredens opde verschillende podia, moet voor deze omgeving een aangenaam klimaatworden gerealiseerd.10 | DeernsData


Deerns heeft een studie uitgevoerd naar de temperaturen en luchtsnelhedendie zullen optreden in diverse gebieden van de Getz ArenA in zowel dezomer als de winter. Op basis hiervan zijn concepten ontwikkeld, zoalsvloerkoeling bij de terrassen en het toepassen van natuurlijke ventilatie.Klimaatgebieden winterKlimaatgebieden zomerDeernsData | 11


AchtergrondverhaalSchipholinspiratiebronvoor cruiseterminalAmsterdamNieuwe passenger boarding bridges zorgen voor optimale afhandeling passagiersTwee gigantische armen waarmee passagiers in de Amsterdamse haven welkomworden geheten. Sinds een jaar beschikt de Passenger Terminal Amsterdam(PTA) over twee nieuwe passagiersbruggen voor de afhandeling van opvarendenvan cruiseschepen. De experts op het gebied van transport en logistiek vanDeerns stelde het technisch en functioneel Programma van Eisen op voor de‘Passenger Boarding Bridges’ (PBB) en liet zich daarbij inspireren door deervaringen die zijn opgedaan met passagiersbruggen op Schiphol.Een schip is geen vliegtuig. Op3 mei jl. werd dat nog maareens ten overvloede bewezen toen de“Navigator of the Seas” Amsterdambinnenvoer. Dit grootste cruiseschip datooit de haven van de hoofdstad aandeedis in bijna alles de overtreffende trap opcruisegebied. Het schip biedt plaats aan3800 passagiers en 1181 bemanningsleden,beschikt onder meer over een driedekken hoge winkelstraat, een ijsbaan,een theater, een klimmuur, een basketbalveld,golfbaan, inline-skateparcoursen een eetzaal met 1800 zitplaatsen.Met een gewicht van ruim 138.000 ton,een lengte van 311 meter en een breedtevan bijna 39 meter is de ‘Navigator’ temonstrueus om door het Panamakanaalte varen. Gelukkig kon het wel aanmerenbij de gerenoveerde Passenger TerminalAmsterdam en gebruikmaken van denieuwste passagiersbruggen.StadsuitbreidingDe twee constructies van glas, staal enaluminium zijn indirect een voortvloeiselvan de Amsterdamse stadsuitbrei-12 | DeernsData


ding op de Zuidelijke IJ-oever. Op dekop van de PTA-kade bevindt zich hetbefaamde Muziekgebouw aan ’t IJ. Inde directe nabijheid van de terminalstaan verder het Mövenpick Hotel, deIJ-toren en hoofdkantoren van Ahold enPhilips. Coen Smits, projectmanager bijde sector Infrastructuur & Milieu van deHaven Amsterdam: “Sinds de terminalhier zeven jaar geleden als eerste werdgebouwd is het gebied zeer intensiefbebouwd. De groei had ook gevolgen voorde afhandeling van passagiers, bagage enbusvervoer van de PTA. Om die problemente ondervangen was een verbredingvan de kade met 15,50 meter noodzakelijk.En daardoor waren er ook nieuwepassagiersdoorgangen nodig.”Twéé nieuwe tunnels, welteverstaan,want PTA wilde zijn 600 meter langekade optimaal kunnen benutten. “Er isplaats voor twee cruiseschepen die wenu gelijktijdig kunnen bedienen”, zegtEgbert Rohenkohl, facility manager vande PTA. Geen overbodige luxe, want er zitweer groei in cruisevaart. Zo’n honderdcruiseschepen doen jaarlijks Amsterdamaan. Voor de komende jaren wordt echtermet een groei van zo’n vijftien procentrekening gehouden. Met een optimalelogistiek voor de cruisemaatschappijenen een aangename passage voor passagierswil PTA inspelen op de expansie.Schiphol als inspiratieVia Deerns kwam men op het idee zichte laten inspireren door de passagiersbruggenzoals die op Schiphol bij hetvervoer van en naar de vliegtuigenworden gebruikt. “Niet zo vreemd alshet lijkt, want de techniek van lucht- enscheepvaart is op dit onderdeel bijna 1-op-1. Het grootste verschil schuilt hemvoornamelijk in het feit dat bij schepende deur waarop de passagiersbrug wordtaangesloten nooit op dezelfde positie zit.Bij vliegtuigen heb je hooguit te makenmet een aantal verschillende categorieënwaarbij dat het geval is. Daarbij komt dateen schip geen ‘stopstreep’ kent, zoalseen vliegtuig. Dat wordt bijna op de centimeternauwkeurig geparkeerd, bij schepenheb je altijd te maken met speling.Het laatste grote verschil zit hem in hetgegeven dat bij vliegtuigen de passagierstunnelwordt aangekoppeld terwijl bijschepen de brugkop gedeeltelijk bij hetschip naar binnen wordt gereden”, legtRob Kint, expert transportinstallatiesen logistiek bij Deerns, uit.De liften naar de passagiersbruggen‘Voor de PBB wordt dezelfde hefbuisgebruikt als bij de Airbus A380’‘Zeekijker’De nieuwe PBB’s bereiken in uitgeschoventoestand een lengte van 45 meter.Toepasselijk genoeg berusten de tunnelsop hetzelfde principe als de oude zeekijkers,die van smal naar breed werdenuitgeschoven. De maximale draaihoeknaar links en rechts bedraagt 60 graden.De onderzijde van de deur kan op eenhoogte tussen 3,5 en maximaal 8,5 meterboven kadepeil worden ingesteld. “Diegrote flexibiliteit zorgt ervoor dat dePBB’s ook kunnen worden aangeslotenop het evenementenschip de Ocean Divadat de terminal regelmatig aandoet. Voorons toch ook een belangrijke inkomstenbron”,aldus Rohenkohl.Grofweg gaat de aansluiting van de PBB’sals volgt in zijn werking. De PBB wordt >>DeernsData | 13


door de operator in de richting van deaan te sluiten cruiseschipdeur gereden.Als de brugkop in positie is gebracht,wordt deze op kruipsnelheid ingeredenwaarbij de loopplank in de deuropeningwordt geplaatst. Het inrijden wordtbegrensd uitgevoerd zodat te ver inrijdenwordt voorkomen. Als de juiste positie isbereikt, wordt overgeschakeld op automatischbedrijf waarna de brug zakt toter contact is met de vloer van het schip.Hiervoor wordt overigens dezelfde hefbuisgebruikt als bij de Airbus A380, hetgrootste passagiersvliegtuig ter wereld.Het zakken stopt automatisch als dejuiste hellingshoek (maximaal 1 op 10)van de loopplank is bereikt. De operatorlaat hierna de vloerklep zakken en brengtde noodzakelijke beveiligingen aan. DePBB is vervolgens klaar voor inschepingof ontscheping van het cruiseschip.WinterslaapAan het begin van het tweede cruiseseizoenmet de nieuwe PBB’s, die overigensna een Europese aanbesteding werdenvervaardigd door de Nederlandse firmaNKI-Aviobridge, kan Rohenkohl nietanders dan tevreden zijn over het nieuwemateriaal. “We hebben nogal wat eisengesteld aan de nieuwe bruggen, metname op het gebied van functionaliteit,materiaalgebruik, veiligheid én esthetiek.Bij de eerste tests zijn we wel tegenwat kinderziektes opgelopen, maar diezijn relatief snel verholpen.” VolgensKint diende er met name op het softwarematigevlak nog wat ‘gefinetuned’te worden. “Veiligheid is natuurlijk debelangrijkste voorwaarde bij het functionerenvan de bruggen. Op dat gebiedis geen enkele concessie gedaan. Hetbetekende wel dat er extra goed gekekenis naar het functioneren van de geautomatiseerdeonderdelen.”Tot eind september, het einde van hetcruiseseizoen, zullen de PBB’s volop inbedrijf zijn. Daarna mogen ze genietenvan een welverdiende winterslaap.


ActueelEen rationele relatieInvloed van comfort op arbeidsproductiviteit inzichtelijkEr is al veel over geschreven en gesproken, maar nog nieteerder is de relatie tussen comfort en arbeidsproductiviteit zoduidelijk in kaart gebracht. Deerns ontwikkelde op basis vanhet REHVA-onderzoek een methode waarbij op grond vanlevensduurkosten een rationele relatie wordt gelegd tussenverschillende klimaatinstallaties en arbeidsproductiviteit.Betere klimaatinstallaties leveren een verhoging van dearbeidsproductiviteit die kan oplopen tot drie procent.Een goed binnenklimaat krijgt steeds meer aandacht bijbedrijven. Met het REHVA-onderzoek zijn nu voor heteerst in ons vakgebied getalsmatige waarden voor de verbeteringvan arbeidsproductiviteit voorhanden. Deerns toetstevier installatieconcepten met verschillende kwaliteitsniveaus.Enerzijds zijn hiervan de jaarlasten bepaald, opgebouwd uitkapitaallasten, onderhouds- en energiekosten. Anderzijds isde arbeidsproductiviteitsverbetering bepaald. Hieruit blijktdat een betere klimaatinstallatie de investering waard is,zeker voor organisaties met hoge arbeidskosten en een hogeaanwezigheidsgraad op kantoor. De meeropbrengst is daarbijrechtevenredig met de fractie van de tijd die iemand op kantoorwerkt en natuurlijk rechtevenredig met het niveau vande arbeidskosten. Deze meeropbrengst weegt ruimschoots optegen de investering in een betere klimaatinstallatie. Het loontdus de moeite een beter binnenklimaat te realiseren. Recentdoor Deerns ontworpen projecten als Jubi, de Brug en PGGMtonen aan dat ook opdrachtgevers deze redenatie al gevolgdhebben.Een goede investeringHet verhogen van de arbeidsproductiviteit is niet de enigereden om te investeren in een goede klimaatinstallatie. Ookvoor de flexibiliteit en de exploitatiekosten levert het voordelenop. Uiteraard zijn er, naast het binnenklimaat, veel meerfactoren die de arbeidsproductiviteit beïnvloeden. Toch blijkthet rendabel om een binnenklimaatinstallatie met meer aandachtte selecteren en te ontwerpen.


ProjectnieuwsDeerns staat bekend om installatietechnische oplossingenbinnen gebouwen, maar ook in de directe omgeving vangebouwen worden adviezen gegeven en oplossingenontworpen. Zo hebben de lichtspecialisten van Deerns voorde Kempen Campus aan de Knegselseweg in Veldhoven decomplete buitenverlichting ontworpen. Hierbij is gebruikgemaakt van 3D visualisatietechnieken.Beter zichtop leren enCompleet lichtconcept voor Kempen CampusDe Kempen Campus is een nieuwscholencomplex voor vmbo/havo/vwo-onderwijs en bestaat uit zesgebouwen: vier voor onderwijs en tweevoor sport. Het is een bijzondere locatiemet een breed spectrum aan onderwijsbij elkaar op één terrein gecombineerdmet unieke sportfaciliteiten. Zoals eensporthal, turnhal, atletiekbaan en eenhonk- en softbalveld waar dankzij de verlichtingop hoog wedstrijdniveau gesportkan worden. De verschillende gebouwenworden met elkaar verbonden door eenstrip, ook wel de catwalk genoemd.De strip heeft een gebogen lijn die dekromming van de Knegselseweg volgt.Tussen de gebouwen wordt de stripoverkapt zodat je droog van het ene naarhet andere gebouw kunt lopen.Dit omvangrijke scholencomplex bestaatuit 25.000 m 2 aan gebouwoppervlakte.Het terrein inclusief de toegangswegenbeslaat 65.000 m 2 . Hiervoor heeftDeerns een integraal lichtplan ontworpen.Het buitenverlichtingsplan is volledigafgestemd op de eerder door Deernsontworpen binnenverlichting en omvatverlichting voor de parkeerplaatsen, defietsenstallingen, de vijver en de diverserecreatieve zones. Daarnaast wordt hethoofdgebouw van het complex aangelichten is de openbare verlichting vande toegangswegen, de fietspaden en eenrotonde opgenomen. Door deze diversiteitis een groot aantal soorten buitenverlichtingtoegepast.Om de behoeften, wensen en eisen helderte krijgen is eerst een schetsontwerpgemaakt. Op deze wijze is duidelijkheidverkregen over het principe van de verlichtingsinstallaties,de keuze van de toete passen armaturen, op welke gegevenshet ontwerp van de installaties gebaseerdmoest worden en zijn de algemene uitgangspuntenvoor het ontwerp vastgesteld.Daarnaast is het verlichtingsplanin deze fase uitgebreid gevisualiseerd.Met name de 3D-visualisaties gevenzowel de gebruiker als de architect en despecialisten van Deerns veel informatieover het uiteindelijke resultaat. Aande hand van geavanceerde lichtberekeningssoftwarezijn de resultaten vanverschillende lichtplannen zo realistischmogelijk inzichtelijk gemaakt en zijn uiteindelijkde beste opties geselecteerd enuitgevoerd.Goed licht wordt steeds belangrijker.Daarom heeft Deerns in 2006 binnen deDeerns Concept Studio een team opgerichtdat is gespecialiseerd in de technischeaspecten van het lichtplan. Naast3D-visualisaties is door dit team ookveel kennis opgedaan over bijvoorbeeldde bouwfysische aspecten van lichtplannen.Deze al stevige kennispostitie op het16 | DeernsData


Deerns versterkt teamlichtspecialisten metJelle PostJelle Post is aan de TU Delftafgestudeerd als architect. Tijdenszijn studie werkte hij voor diversearchitectenbureaus aan de toepassingvan 2D en 3D CAD. In1996 richtte hij VLM op, waar 3Dwerd toegepast in o.a. onderzoek& (dag)lichtsimulatie, visual effectsen virtuele sets voor speelfilms engeavanceerde visualisaties. Alsonderzoeker aan de TU legde hijsportenhet wetenschappelijk fundamentvoor zijn werkzaamheden bijDeerns als specialist in daglicht,lichtsimulatie en andere Voorbeeld toe-vapassingen van Computationaleenvisualisatie van eenlichtconceptBuilding Performance Simulation.Voorbeelden lichtsimulatiesgebied van licht is sinds kort versterktdoor de komst van Jelle Post. De laatstejaren heeft hij zich ontwikkeld als autoriteitop het gebied van 3D-visualisatiesvan lichtplannen en verlichtingsconceptenin het algemeen. Sinds juni 2007werkt hij bij Deerns als lichtexpert.Het integrale lichtplan van de KempenCampus is inmiddels gerealiseerd. Doordatal in een vroeg stadium is gewerktmet goede visualisatietechnieken heeftelk deelterrein verlichting gekregendie in harmonie is met de omgeving.Het lichtplan is tot stand gekomen innauwe samenwerking met de GemeenteVeldhoven, SP Architecten (architectgebouwen) en Philips Lighting. Verderhebben partijen als OMO (Ons MiddelbaarOnderwijs) en het bestuur van hetSondervick College ieder hun inbrenggehad in het lichtplan. Uiteindelijk iser een interessant verlichtingsconceptbedacht waarin alle belangen van bovengenoemdepartijen vertegenwoordigdzijn. Zo is er een combinatie gemaakt vanluxe vier meter hoge paaltoparmaturenen lage vandaalbestendige bolderarmaturenvan 1 meter hoog. Dit concept komtoveral in het lichtplan terug. Waar nodigaangevuld met de innovatieve techniekenzoals LED-verlichting. Met het doorDeerns ontwikkelde lichtconcept hebbende gebruikers van de Kempen Campusonder alle omstandigheden ‘beter zichtop sport en onderwijs.


Opdrachtgever aan het woordNieuwbouwMulti-Scale PhyFiwiHex-Deerns komt via LCC-berekeningen met opmerkelijke variant voor TU DelftEen duurzaam gebouw met een installatieconcept waarbij de levensduurkostenzijn geminimaliseerd. Én waarbij de extra investeringen in duurzaamheid eenterugverdientijd van maximaal zeven jaar hebben. Met deze opdrachtonderzocht Deerns de nieuwbouw van het MSP-kantoor (voor de afdelingMulti-Scale Physics, faculteit Technische Natuurwetenschappen) voor deTU Delft. Uit het onderzoek via LCC-berekeningen (Life Cycle Costs) kwameen opmerkelijke variant als meest optimale uit de bus.De nieuwbouw van het MSPkantoormaakt onderdeel uit vaneen herstructurering van het vastgoedop de campus van de TU Delft, waarbijdiverse gebouwen aan de noordzijde vanhet terrein worden afgestoten en eenvervangende locatie krijgen in hetzuidelijk deel. Met de bouw van hetMSP-kantoor wordt naar verwachtingdit najaar begonnen. Oplevering eningebruikname staan gepland vooreind 2008.“Een belangrijk argument bij het nieuwte bouwen kantoor was duurzaamheid”,vertelt Aris de Rijke, projectmanagerOnderhoud & Projecten bij deTU Delft. “Daarom hebben we zevenklimaatconcepten/installatievariantenop levensduurkosten met elkaar latenvergelijken, zodat we konden beoordelenhoe een extra investering in duurzaamheidzich verhoudt tot de besparing aanenergiekosten. Daarbij speelde nóg eenbelangrijke factor mee, namelijk dat bijtwee van deze varianten een uitvindingvan een voormalig promovendus van deafdeling MSP kon worden vergeleken.”FiwiHexDie uitvinding is het FiwiHex-systeem.FiwiHex is een kleine onderzoeks- enontwikkelingsfirma op het gebied vanlage temperatuur luchtverwarming. Denaam FiwiHex staat voor ‘fine wire heatexchanger’. FiwiHex werd in 1996 doorvader Noor en zoon Eur van Andel ontwikkeld.Het systeem is gebaseerd op hetprincipe dat warmte heel effectief kanworden overgedragen van water naarlucht en omgekeerd, als men de buisjesvan de warmtewisselaar voorziet van eendicht stelsel van vertinde koperdraadjes.Hierdoor wordt de oppervlakte aan deluchtzijde van de warmtewisselaar vergrooten kan al efficiënt warmte wordenovergedragen bij een temperatuurverschilvan twee graden Celsius in een kantooromgeving.Een ventilator zorgt voorgedwongen convectie van lucht langs dewarmtewisselaar.18 | DeernsData


sics kantoor krijgtsysteemvolledig gerealiseerd met behulp van deronde FiwiHex-units en zijn per vertrekindividueel regelbaar. Door het grotewarmte-uitwisselende oppervlak vande FiwiHex-warmtewisselaars hoeft dewarmtepomp, vergeleken met andereconcepten, maar een laag temperatuurverschilte overbruggen.Dankzij de efficiënte warmteoverdrachtzijn de units in vergelijking met conventionelesystemen veel compacter.De Rijke: “Bovendien zijn ze uitermategeschikt voor aansluiting op de al aanwezigewarmte-koudeopslag in de bodem,aangezien voor koeling een relatief hogeen voor verwarming een relatief lagewateraanvoertemperatuur benodigd is.”FiwiHex wordt momenteel al toegepast inde tuinbouw. De warmtewisselaar wordtgebruikt in gesloten kassen waar tengevolge van de zoninstraling grote koelvermogensnodig zijn. Het koelen gebeurtmet grondwater. De door het koelwateropgenomen warmte wordt ’s zomers inhet grondwater opgeslagen en in de winterweer opgepompt om de tuinbouwkassente verwarmen.Vergelijkbare toepassingIets vergelijkbaars is nu voorgesteld omin het MSP-kantoor te worden toegepast.Koeling en verwarming wordenDe door Deerns voorgestelde toepassingvan centrale mechanische afzuiginggecombineerd met natuurlijk ventilatie,waarbij optimaal gebruik wordt gemaaktvan vrije koeling, is nieuw en leverteen extra energiebesparing op. Dezetwee effecten resulteren in een extreemgunstige EPC-waarde (energie prestatiecoëfficiënt van ca. 0,5), waardoor TUDelft wellicht ook nog kan profiteren vansubsidieondersteuning. De Rijke: “Doorde FiwiHex-units bovendien ook in tezetten voor ventilatie is er geen centraleluchtbehandelingskast nodig. Daardoorkan de technische ruimte op het dak vervallen,wat een aanzienlijke besparing inde bouwkosten oplevert.” >>DeernsData | 19


Details van het FiwiHex-systeem bij de producentLCC-berekeningDe keuze viel op een van de variantenmet FiwiHex-units na een Life CycleCosts-berekening van Deerns. In hetLCC-model worden investerings-, onderhouds-en energiekosten van alternatieveklimaatconcepten gedurende de gehelelevenscyclus op basis van netto contantewaarde (de NCW) met elkaar vergeleken.“Zo hebben we voor de TU Delft de keuzeflink kunnen vergemakkelijken”, verteltBernd Karstenberg, teamleider en specialistkostenmanagement bij Deerns.“Naast het financiële inzicht spelen bijde keuze van een klimaatconcept criteriaals duurzaamheid, comfort, regelbaarheiden dergelijke natuurlijk ook eenbelangrijke rol. De kracht van het doorDeerns ontwikkelde LCC-model is dat debouwkundige uitgangspunten én de daaruitresulterende bouwkundige en installatietechnischekosten in de berekeningworden meegenomen. Daardoor onstaateen integraal beeld.”LeveringDe Rijke: “Duurzaamheid is een vande speerpunten van de TU Delft. Hetis daarom een zeer belangrijk selectiecriteriumin onze nieuwbouwprojecten.Door in het MSP-project al in de initiatieffaseverschillende duurzame klimaatconceptenvia een LCC-berekening enrisicoanalyse met elkaar te vergelijken,konden we een onderbouwd besluitnemen om deze innovatieve technologietoe te passen.”Het FiwiHex-systeem wordt weliswaaral succesvol toegepast in de tuinbouwsector,maar de productielijn voor dekantooruitvoering van het FiwiHexsysteemmoet in Oost-Europa nogworden opgestart. Een tijdige leveringvan de circa vijftig units voor het MSPkantoor(eind 2007, begin 2008) isdaarom nog niet gegarandeerd.De Rijke: “Dat risico is voor ons aanvaardbaar.Het gaat om een beperktaantal units. Bovendien kunnen weeventueel in een later stadium vanhet project nog terugvallen op eenconventioneel systeem (fancoil-unitsysteem) dat een vergelijkbaar ontwerpen uitvoering heeft als FiwiHex.”


ProjectnieuwsSlimme vitrines voorhet ScheepvaartmuseumMinder energie- en exploitatiekosten en meer flexibiliteitDe ontwerpwerkzaamheden voor de renovatie van het ScheepvaartmuseumAmsterdam zijn in volle gang. Extra aandacht gaat daarbij uit naar de klimatologischeomstandigheden van het nieuwe gebouw. Deze moeten voldoen aan hetde strenge eisen uit ‘het deltaplan cultuurbehoud’. Een meer dan 350 jaar oudpand laten voldoen aan deze eisen is een ingewikkelde en kostbare zaak. Deernsontwikkelde daarom ‘slimme’ vitrines die het gebouw in tact laten, de maritiemekostbaarheden conserveren en dit tegen lage energie- en exploitatiekosten.Een museaal klimaat laat zichvaak moeilijk combineren meteen monumentaal pand. Een museaalklimaat heeft een zeer constante luchtvochtigheidterwijl de bouwfysischekwaliteiten van monumentale gebouwenvaak te wensen over laten. Hierdoorontstaat het gevaar van condensatie vanvocht op de gebouwconstructie. Dezecondensatie tast het gebouw én de musealeobjecten aan. Daarnaast is er door deaanwezigheid van condensatievocht kansop schimmelexplosies die een enormeschade kunnen aanrichten.Micro- en basisklimaatAls oplossing ontwierp Deerns voor hetScheepvaartmuseum klimaatvitrineswaarin een miniklimaat wordt gecreëerden die door centrale luchtbehandelingworden gereguleerd. Dit microklimaatkenmerkt zich door een zeer constanteluchtvochtigheid (circa 50%RV) entemperatuur (tussen de 18 en 22˚C)over het gehele jaar. Buiten de vitrineswordt een klimaat in stand gehoudendat niet schadelijk is voor het gebouw.Hier heerst een zogenaamd basisklimaatmet temperaturen die voldoen aan hethoogwaardig museale klimaat. De luchtvochtigheidloopt vrijwel parallel metdie van de buitenlucht, zodat het gebouwwordt beschermd tegen vochtschade. Metdeze gescheiden klimaatzones blijft hetmonumentale pand, zonder ingrijpendebouwkundige aanpassingen, geschikt alsmuseum.VoordelenDoor de klimaatvitrine hoeft slechts eenbeperkt deel van het museum hoogwaardiggeklimatiseerd te worden. Hiermeewordt het ventilatiedebiet beperkt, watzich vertaalt in minder koeling, verwarming,ventilatorenergie, bevochtiging,ontvochtiging en filtering. De energie- enexploitatiekosten nemen hierdoor beduidendaf. Door flexibele installaties in deverhoogde vloer te ontwerpen kunnende vitrines op elke willekeurige plek vanBinnenplaats wordt atriumde expositieruimten geplaatst worden.Hierdoor kan optimaal op de wisselendeexposities ingespeeld worden die eeneigentijds museum kenmerken. Daarnaastnemen de benodigde installatiesaanzienlijk minder ruimte in. Deze extraruimte die vaak schaars is in monumentalegebouwen, komt nu ten goede aan deexpositieruimte.


InnovatieWanneer de ’kas’klopt, daalt hetenergieverbruikSynergie tussen kassen en woningenDe Deerns Concept Studio (DCS) heeft een blauwdruk samengesteldvoor een energie-efficiënte combinatie van woningen en tuinbouwkassen:de Balanskas. Het plan is vorig jaar ingezonden voor de ontwerpwedstrijd‘De energieproducerende kas’, uitgeschreven door de stuurgroep ‘de kasals energiebron’. In de Deerns Concept Studio werken gespecialiseerdeDeerns-medewerkers vanuit geheel verschillende disciplines samen aanintegrale, innovatieve energie- en installatieconcepten.Vanaf 2020 moeten kassen onafhankelijkworden van fossieleenergiebronnen. De ontwerpwedstrijd‘De energieproducerende kas’ is één vande initiatieven om deze ambitie te realiseren.Dit inspireerde Deerns om, insamenwerking met Ceres Projecten eningenieursbureau Fugro, de Balanskaste ontwerpen.SynergieHet systeem van de Balanskas is gebaseerdop synergie tussen kassen enwoningen. Daarom kan het alleenworden uitgevoerd in een gebied waarwoningen en kassen in directe nabijheidvan elkaar staan. De basis van hetontwerp berust op drie innovaties:1. Het telen van gewassen in geconditioneerdeteelcontainers.2. De benutting van het warmteoverschotvan de kas. In de zomer voorverwarming van de kas en ’s wintersvoor verwarming van de woning.3. De productie van CO 2 en Biogas doorde vergisting van fecaliën afkomstigvan de woningen.Zowel voor de woning als voor de kasis er sprake van een gesloten CO 2 - enwarmtebalans en een grotendeels geslotenelektriciteitsbalans.Cirkel rondGeen van de bovenstaande techniekenis nieuw, maar juist door de combinatieervan ontstaat er een innovatie. Doorde toepassing van de compacte teelcontaineris het mogelijk dat 1000 woningengenoeg CO 2 kunnen produceren doorvergisting van fecaliën. Deze hoeveelheidis voldoende voor 1 hectare kas, dieop zijn beurt weer voldoende warmtelevert voor verwarming van de kas én dewoningen. Hiermee is de cirkel rond enzijn de woningen en de kas met elkaar inbalans.Verder onderzoekOm kassen onafhankelijk te maken vanfossiele energie, is het volgens Deernsnoodzakelijk om de omgeving bij deoplossing te betrekken. Hierdoor is hetingediende plan echter buiten de scopevan de ontwerpwedstrijd komen te liggen.Toch heeft de jury een uitgebreidrapport geschreven over dit innovatieveidee en potentie ervan. ProjectontwikkelaarCeres heeft Deerns gevraagd verderonderzoek te doen naar de uitvoerbaarheidvan de Balanskas.


DeernsData | 23


Kort NieuwsOpening WalterboscomplexBegin juni is het Walterboscomplexdoor staatssecretaris De Jager vanhet ministerie van Financiën in gebruikgenomen. Met een besloten ceremonie iseen einde gekomen aan een grootschalignieuwbouw- en renovatietraject. Wanneerook de groenvoorziening rond denieuwe gebouwen is aangelegd zal er eenofficiële opening zijn waarbij pers enpubliek worden uitgenodigd.De werkzaamheden omvatten naast derenovatie van de vier bestaande kantoortorensde nieuwbouw van een plintgebouwen twee nieuwe kantoortorens.In totaal heeft het project een brutovloeroppervlak van 110.000 vierkantemeter. Deerns heeft het ontwerp, de aanbestedingen de uitvoeringsbegeleidingvan de elektrotechnische en transportinstallatiesvoor zowel het ondergrondseplintgebouw als voor het H-gebouwuitgevoerd.


Levensduurkosten inde GezondheidszorgOp het jaarlijkse NVTG congreswas Deerns, zoals gebruikelijk, aanwezigmet een stand. In aansluiting op hetcongresthema ‘levensloopbestendigheid’lag de focus van de Deerns-presentatieop beheer- en levensduurkosten in degezondheidszorg. Een zeer actueel themanu de nieuwe financieringsstructuur inde gezondheidszorg zijn intrede heeftgedaan. Door bij projecten levensduurkostenintegraal als uitgangspunt tenemen, ontstaan op termijn financiëlevoordelen voor opdrachtgevers. Bijvoorbeeldbij de exploitatiekosten of vervangingskostenvan installaties.Werken via de levensduurkostenmethodevereist een integrale werkwijze.Het is te vergelijken met de werking vaneen wiel. Elk ‘partje’ van het wiel leverteen belangrijke bijdrage aan het goedfunctioneren van het wiel. Mist er éénspaak, dan functioneert het wiel nogwel, maar worden de andere spaken meerbelast waardoor ze meer dan evenredigslijten. Zo is het ook met alle aspectendie invloed hebben op de levensduurkostenmethode.Steeds meer opdrachtgeverssturen op totale levensduurkosten. Stijgendeenergieprijzen en de opmars vangeïntegreerde langjarige contactvormenzijn hier debet aan. Deerns is al enigejaren actief op het gebied van levensduurkosten.Zo ontwikkelden wij verschillendeLCC modellen voor kantoren enziekenhuizen en hebben wij meer danhonderd cursisten opgeleid in de workshop‘Sturen op levensduurkosten.” Oppagina 18 kunt u lezen hoe het levensduurdenkenbij één van onze opdrachtgeversin praktijk gebracht werd.De organisatie van ondermeer zorginstellingenzelf, de systemen, het beheer enOok gegevens al terugverdientijd kunnen uit hetmodel worden gehaald.de processen moeten optimaal op elkaarafgestemd zijn. Vindt er wijziging plaatsbinnen van één deze aspecten, dan heeftdit onherroepelijk gevolgen voor de overigepartjes die samen het wiel ofwel deorganisatie vormen. Op deze wijze werktDeerns succesvol, als ‘one-stop shoppingleverancier’, aan projecten op basis vanlevensduurkosten.


ProjectnieuwsImplementatie nieuw rolpadenconceptloopt op rolletjesEen luchthaven als Schiphol staat altijd voor de uitdaging om de kwaliteit vanpassagiersstromen optimaliseren zodat minimale connectietijden gewaarborgdzijn. Om deze kwaliteit voor de nieuwe BC-corridor te garanderen, wildeAmsterdam Airport Schiphol (AAS) deze verbinding uitrusten met rolpaden.Echter de bouwkundige en operationele omstandigheden lieten traditionelerolpaden voor een deel niet toe. AAS, Kone en Deerns implementeerde ditvernieuwende rolpadenconcept als eerste op de nationale luchthaven.De BC-corridor verbindt de B-pieren het terminalgebouw. Om deoverstaptijd en daarmee de kans opvertragingen te verkleinen was beslotendeze corridor uit te voeren met rolpaden.Echter, onder decorridor bevindenzich rij(rand)wegen die een minimaledoorrijhoogte vereisen van vier meter.De omkeerruimtes van conventionelerolpaden zouden dusdanig veel ruimteinnemen waardoor de doorrijhoogte veellager zou uitkomen. Voor een deel vande geplande rolpaden moest een andereoplossing komen.In het geheimOp het moment dat deze logistiekevraagstelling speelde, werd er doorKone al geruime tijd aan een innovatiefrolpadenconcept gewerkt. De innovatieAfbeelding: Konewas al in een vergevorderd stadium, maarhet ontwerp moest nog worden uitgekristalliseerden de patenten nog wordenaangevraagd. Om deze nieuwe oplossingtoch snel toe te passen, is er door Koneen AAS en in een latere fase door Deernsin het grootste geheim gewerkt aan eenop maat gesneden implementatie van hetnieuwe rolpadenconcept.Kleinere inbouwdiepteConventionele rolpaden worden overde gehele lengte van de bouwkundigevloer ingebouwd en worden afgesteundop de stramienbalken van het gebouw.Afhankelijk van de fabrikant bedraagtde inbouwdiepte aan de aandrijf- en despanwagenzijde (omkeringen) 1,1 tot 1,5meter. De inbouwdiepte van het middendeelvarieert tussen 60 en 80 centimeter.De omkeringen zouden bij een aantalrolpaden door de vloer steken waardoorhoge vrachtwagens hier tegen aan zoudenkunnen rijden.Het nieuwe rolpad wordt inclusief het“aandrijf- en spanwagendeel” geïnstalleerdop de ruwe of afgewerkte bouwkundigevloer. Het is opgebouwd uit circa viermeter lange aluminium profielen waarbinnende paletten zich voortbewegen.Opmerkelijke aan het nieuwe systeem isdat het rolpad geen gebruik maakt vaneen traditionele omkering, maar van eenzogenaamd paternoster- of innotracksysteem.Hierdoor heeft het rolpad overde gehele lengte dezelfde hoogte van 23centimeter. Deze geringe hoogte maaktdat het systeem eenvoudiger is in tepassen in bestaande constructies. Enomdat dit systeem in onderdelen wordtaangevoerd en ter plekke in elkaar wordtgezet, behoort de logistieke complexiteitdie conventionele systemen met zichmeebrengen tot het verleden. Om de 23centimeter te overbruggen worden derolpaden van een ‘bouwkundige’op- enafstap voorzien (hellingbaan).RandvoorwaardenHet Programma van Eisen (PvE) vooroperationele bedrijfsmiddelen van AASstelt aan rolpaden een aantal essentiëlerandvoorwaarden. Deerns, medeopstellervan dit PvE, werd gevraagd omde uitvoeringswensen van de nieuwerolpaden te vertalen conform de randvoorwaardenen deze vast te leggenin een technisch document. Uit dezevertaling is onder andere naar vorengekomen dat de snelheid van de rolpadenopgevoerd moest worden van 0,65 m/snaar 0,75 m/s, de paletbreedte aangepastmoest worden van 1 naar 1,4 meter endat de constructie moest voldoen aande strikte brandveiligeidsnormen envandalismebestendigheid.Door een constructieve houding, waarbijhet vertrouwen van Kone en AAS eenhoofdrol speelde, is het gelukt om eenniet-uitontwikkeld en niet-gepatenteerdrolpadenconcept op maat te ontwerpen.Binnen een periode van enkele maandenzijn inmiddels zes paternoster- ofinnotrackrolpaden, geïnstalleerd.Dus overstappen verloopt vanaf nu oprolletjes!


Duurzame energievoor KabulDe geschiedenis van Kabul wordt al drieduizend jaar gedomineerd door verwoestingen. Grote branden en tal van oorlogenhebben diepe sporen achtergelaten. Sinds 2004 is de stad weer relatief rustig en keren steeds meer vluchtelingen terugnaar een stad waar de meeste openbare faciliteiten aangetast en woningen schaars zijn. Om de alsmaar toenemendestroom remigranten goed te kunnen blijven opvangen, wordt er een geheel nieuw stadsgebied ontwikkeld. Specialistenvan Deerns maken deel uit van het ontwerp- en bouwteam en zijn, onder leiding van de Franse architect AS. ArchitectureStudio verantwoordelijk voor het ontwerp en de implementatie van een duurzame energievoorziening voor het nieuwegrootstedelijke gebied.Na het samenstellen van een shortlistvan locaties is uiteindelijkgekozen voor een gebied van ongeveer40.000 hectare ten Noordoosten van debestaande stad. Deze plek, die zal gaanluisteren naar de naam ‘The New City ofDehsabz’, wordt het nieuwe commerciëlecentrum van het land. Daarnaast wordener sociale- en gezondheidszorginstellingengehuisvest en komen er onderwijsinstellingen.Aan al deze functionaliteitenis op dit moment een groot tekort inAfghanistan. De ‘City of Dehsabz’ zalvoor een miljoen inwoners voorzien inonderdak en werk. Bij de ontwikkelingvan dit mammoetproject verdienen detoelevering van water en energie topprioriteit.Een goede uitvoering van dezetwee factoren zijn namelijk cruciaal voorhet welslagen van het gehele project.Daarnaast heeft de Afghaanse overheidin het plan van eisen te kennen gegevendat duurzame technologische oplossingentoegepast moeten worden.InnovatiekrachtHet advies- en ontwerpteam bestaat uitzes internationale topspelers en wordtaangestuurd door AS. Architecture Studiouit Parijs. Samen met Setec PartenairesDevelopment, Conjuguer, ComposanteUrbaine, Eau de Paris en Deerns is hetwinnende projectvoorstel ingediend.Deerns is binnen het team verantwoordelijkvoor de ontwikkeling van het energieconcepten de energie-infrastructuur. HetFranse architectenbureau heeft Deernsgeselecteerd om zijn innovatiekracht.Een nieuw beginDe nieuwe stad zal niet alleen maar mooien attractief zijn, maar zal voor de geheleAfghaanse bevolking symbool staan vooreen nieuw tijdperk. Zo zal het construerenvan dit nieuwe gebied een sterkeimpuls geven aan ontwikkelingen opgebieden als werkgelegenheid, scholing,infrastructuur, landbouw en exportindustrieën.Al met al zal deze nieuwe staddus bijdragen aan een stabiel en veiligAfghanistan en zijn multi-etnische maatschappij.


ColofonAandacht voor jonge professionals in de techniekNominatieYoung TechnicalProfessional Award 2007voor Wouter KokVoor de derde keer op rij reiken De Ingenieur, ONRI en KIVI NIRIA ‘DeVernufteling’ uit. Naast deze prestigieuze prijs voor ingenieuze technischeoplossingen is er nu ook een prijs voor jong technisch talent: de YoungTechnical Professional Award. Wouter Kok, plaatsvervangend manager bijDeerns (Adviesgroep Laboratoria, Industrie en Telecom), is samen met 5 anderekandidaten genomineerd voor deze prijs.Deerns RijswijkFleminglaan 10Postbus 12112280 CE RijswijkTelefoon: (070) 395 74 00Fax: (070) 319 10 71Deerns AmsterdamTelefoon: (020) 348 45 50Deerns GroningenTelefoon: (050) 312 45 41Deerns MaastrichtTelefoon: (043) 363 92 92Deerns EindhovenTelefoon: (040) 269 76 80Deerns NijmegenTelefoon: (024) 383 11 11www.deerns.nlHoofdredactieSjoerd Hora SiccamaEindredactieJoyce RiekerkErwin BeswerdaRedactieBernd KarstenbergMelanie BloemPaul StoelingaSander ScheltensStijn HazenbergRalph van den BergRob KintVictor PastoorWillem BosmanDick MaasDe Young Technical ProfessionalAward is een prijs voor medewerkersvan ingenieursbureaus tot deleeftijd van 35 jaar, die een bijzondereprestatie hebben geleverd. Dat kan variërenvan het bedenken van een idee totde uitvoering van een project. Het gaatom personen waar het bureau trots op isen die vanwege hun prestatie eens in hetzonnetje worden gezet.Drie jaar geleden maakte Wouter Kokvanuit zijn universitaire opleiding luchtenruimtevaarttechniek zijn entree in hetvoor hem volledig onbekende installatietechnischadvieswerk. In relatief kortetijd ontwikkelde hij zich van projecttechnicusvia projectleider tot manager vaneen adviesgroep. Als projectleider wasKok eindverantwoordelijk voor ontwerpen financiën van de technische systemenvan het complexe project ‘NieuwbouwOnderzoeksinstituut AMOLF’. Tevenswas hij als projectcoördinator eindverantwoordelijkvoor de inhoudelijkecoördinatie van het ontwerp tussenarchitectuur, constructies, bouwfysica,technische installaties en laboratoria/cleanroominrichting van het NanoLab,MESA+UTwente. Beiden leidden tot eenduurzame relatie met de opdrachtgever.Uiteindelijk is Wouter Kok doorgedrongentot de vierde plaats. De hoofdprijs isnaar Alice Clijncke van Witteveen+Bosgegaan, die wij bij deze van hartefeliciteren.

More magazines by this user
Similar magazines