ook beschikbaar als pdf-bestand (612k) - Kerk en Israël

kerkenisrael.nl

ook beschikbaar als pdf-bestand (612k) - Kerk en Israël

Jaargang 48Nummer 3juni 2004Het Nieuwe Verbond 2Uitzicht op Jeruzalemvanaf de OlijfbergHadderech 5Hemelsblauwe draden 10De Noachitische Geboden (1) 11De volken komen saam 14Tweemaandelijks orgaan, uitgegeven door DeputatenKerk en Israël’ van de Christelijke GereformeerdeKerken in Nederland


Het Nieuwe VerbondSchriftstudieoverJeremia 31:31-34De belofteWanneer het woord ‘verbond’ valtmogen we bedenken: dat is demanier waarop de Heere van oudetijden af omgaat met Zijn volk.Daar schuilt een machtig stukgenade in. Die verbondskinderenzijn namelijk niet alleen kinderenvan Abraham; ze zijn in de eersteplaats kinderen van Adam. Datgeldt van Israël én van ons. In datlicht getuigt het verbond van eenverrassende toewending van deHeere naar ons toe.Maar die toewending is niet vrijblijvend.Nee, de Heere richt Zichop het hart en wil beslag leggen opheel het leven van Zijn volk. Jeremiavertolkt dat in zijn profetieën.31 Ziet, a de dagen komen, spreekt de HEERE, datIk met het huis van Israël en met het huis van Judaeen nieuw verbond zal maken; a Hebr. 8:8.32 Niet naar het verbond, dat ik met hun vaderengemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, omhen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbondzij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had,spreekt de HEERE;33 Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen methet huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ikzal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die inhun hart schrijven; en Ik zal hun a tot een God zijn,en zij zullen Mij tot een volk zijn.a Jer. 24:7. 30:22. bov. vers 1.34 En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste,en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kentden HEERE! want zij a zullen Mij allen kennen, vanhun klein ste af tot hun grootste toe, spreekt deHEERE; b want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven,en hunner zonden niet meer gedenken.a Jes. 54:13. Joh. 6:45. b Jer. 33:8. Micha 7:18. Hand. 10:43.Het is een boek waarin we veeloordeelswoorden tegenkomen. Diekwamen uiteraard niet zomaar uitde lucht vallen. Er was reden toe.Gods oordelen zijn altijd rechtvaardig;ze vormen het antwoord op dehardnekkige zonden van Zijn volk.Maar nu vindt er in het boek Jeremiaeen wending plaats. De zon vanGods heilstoezegging breekt doorde wolken van het gericht heen.Wonderlijk is dat. Naarmate deafval van God steeds sterker wordten het steeds duidelijker wordt dater van Israël niets te verwachtenvalt, verkondigt de profeet des teluider, dat de Héére Zijn verbondniet zal verbreken. Hij kan Zijnvolk wel straffen, Hij kan rampenover hen doen komen en hen inballingschap doen gaan, maar Zijnbeloften onvervuld laten – nee,dat kan Hij niet. Zolang het eindgerichtniet heeft plaatsgevondendenkt de Heere in Zijn toorn steedsweer aan Zijn ontferming en werktHij aan het herstel van Zijn volk.Maar gaat dat dan altijd zo door?Wordt dat nooit anders? In vers 18en 19 lezen we dat het volk schuldheeft beleden en berouw heeftgetoond. Maar welke garantie is ernu, dat het niet binnen de kortstekeren in het oude patroon vervalt;dat het zich weer van de Heere zalafkeren?Het is een probleem waar dediepgevoelige Jeremia meegeworsteld heeft. Hoe vaak is hijterneer geslagen geweest. Meer daneens wilde hij het bijltje er bij neergooien,omdat al wat hij zei toch2


P.D.J. Buijsaan dovemansoren gezegd was.Maar nu komt de oplossing. Jeremia krijgtvan de Heere te horen dat er geweldigedingen gaan gebeuren met Israël. Aan deballingschap zal een einde komen. Ze zullenweer wonen in het land dat de Heereal aan Abraham had toegezegd; de Heerezal hen in dat land plaatsen en dat landbouwen.Wat nog veel heerlijker is: er zal een groteinnerlijke verandering bij het volk plaatsvinden,waardoor het zal gaan leven naarde bedoeling van de Heere, naar de doelstellingvan Gods verbond. Het verbonddat de Heere met hen oprichtte, dat dusvan één kant komt, zal tweezijdig worden.Om de rijkdom van die verandering envernieuwing te laten uitkomen wordt hierhet nieuwe verbond tegenover het oudegeplaatst.Dat betekent niet dat er een totaal anderverbond komt. Het verbond van Godsgenade is in wezen onveranderlijk. En watis dat wezenlijke? Dit: ‘… om u te zijn toteen God en uw zaad na u’, en: ‘Wandelvoor Mijn aangezicht en wees oprecht’(Gen. 17:7b en 1b).Maar nu doorloopt dat verbond verschillendefasen, bedelingen. Eén van die fasenis het verbond van God met Israël, zoalsdat bij de berg Sinaï werd gesloten. Datwas geen totaal ander verbond dan datmet Abraham; het was er wel een nadereuitwerking en toespitsing van.Het was een ‘huwelijksverbond’. Toenkondigde de Heere ook de ‘huwelijkswet’af. Die begon weer met de betuiging vanZijn liefde en trouw: ‘Ik ben de HEERE,uw God, die u uit Egypteland, uit hetdiensthuis, uitgeleid heb’ (Ex. 20:2). Endan volgen al die geboden die niets andersbedoelen dan Israël bewaren bij de ontvangenverlossing. De Heere vraagt van hendan ook een volkomen toewijding (Ex. 19:5en 6). Daaruit blijkt wel, dat de Heere Zijnverbond nooit bedoeld heeft louter als eenuiterlijke band, of puur als een nationaalverbond. Nee, van meet af heeft Hij Zichgericht op het hárt van Zijn volk; op degehoorzaamheid aan Hem in het helebestaan (zie ook Deut. 6:5, Hos. 6:6).We kunnen dus niet zeggen: het oude verbond,het Sinaïverbond, was alleen maaruitwendig. Het was er evengoed op gerichtom het hart op de Heere te betrekken.Maar wat bleek? Israël verbrak het huwelijksverbondmet de Heere. We lezen datook in Jer. 31:32: ‘welk Mijn verbondzij vernietigd hebben, hoewel Ik hengetrouwd had, spreekt de HEERE’.Het blijkt dat wij mensen op zichzelf,zonder een nieuw hart, niet kunnen levenin Gods verbond.Maar nu die machtige belofte: ‘Ziet, dedagen komen, spreekt de HEERE, dat Ikmet het huis van Israël en met het huis vanJuda een nieuw verbond zal maken.’ Datoude verbond, waarin Gods liefdewet hetvolk indringend werd voorgehouden, kónhet volk zijn bestemming niet doen bereiken.Een nieuwe fase, een nieuwe bedelingis noodzakelijk. De Heere wil die in Zijngenade geven.‘Ziet, de dagen komen…’ – dat is een algemeneprofetische aanduiding die betrekkingheeft op de Messiaanse heilstijd, dusvanaf de eerste komst van Jezus Christusop aarde.Het betereDe Bijbel spreekt over een ‘beter’ verbond(zie Hebr. 7:22, 8:6; in dit laatste bijbelgedeeltewordt Jer. 31 geciteerd).Waarin bestaat dat ‘betere’ van het nieuwe3


Het Nieuwe Verbondverbond? Wel, de Wet van het oudeverbond kon de innerlijke vernieuwingvan het volk niet bewerken. De Wet wasletterlijk en figuurlijk op afstand vanhet volk. Ze was ingegraveerd op stenentafelen. Ze bleef in die zin aan de buitenkant.Er was bij het volk geen hart om diewoorden in te drinken. De Wet van Godonthult de schuld wel, ze stelt de diagnosevan een dodelijke kwaal, maar ze draagthet geneesmiddel niet in zich. Daarom,vanwege die hardheid van het hart bijIsraël, wordt de Wet in 2 Cor. 3:7 zelfsgenoemd ‘de bediening des doods’. Ookdan, wanneer een mens op eigen krachtprobeert om zich krampachtig aan de Wette houden.Nu klinkt hier de belofte van het nieuwe,betere verbond: Gods Wet niet meer louteraan de buitenkant, maar in het binnenste,in het centrum van Israëls leven, als middelpuntvan heel hun denken. ‘Ik zal die in(letterlijk: op) hun harten schrijven’.In het boek Deuteronomium komen wemeer dan eens de uitdrukking tegen dat deHeere Zijn Wet ‘voor hun aangezicht’ gaf.Dus de Wet bleef buiten hen; ze zagen dieom zo te zeggen vóór zich, maar haddenhaar niet in zich. Nu wordt het: ‘Mijn Wetin uw binnenste’; niet langer op stenentafelen geschreven, maar op uw hart.Een belofte in de eerste plaats voor Israël.Een belofte die door de Persoon en hetwerk van de Heere Jezus Christus ooktot vervulling komt in de eerste plaatsvoor Israël. We zien er al heel wat van opPinksteren. Die Joodse mannen die daarstaan en spreken – wat zijn dat anders danmensen die de Wet van God op het hartdragen en in hun binnenste. De vrucht vande Geest is liefde – en is dat niet de vervulling(niet de vervanging!) van de Wet?(Rom. 13:8).Zo is de Heere doorgegaan en zo gáátHij nog door, door de eeuwen heen omdeze belofte te vervullen voor Israël.Steeds wanneer er iemand van dit ‘oudeverbondsvolk’ tot bekering komt en zichovergeeft aan Jezus Christus, komt dezebelofte tot aanvankelijke vervulling.Wat Israël nodig heeft kunnen wij nietmissen.Sinds Pinksteren zijn de grenzen vanGods verbond wijder geworden: ook devolken worden bij Gods heil betrokken.De toezegging uit Jeremia 31 komt zoook tot de gelovigen uit de heidenen enhun kinderen. En door het werk van dePinkstergeest realiseren deze woorden zichin veel meer mensen dan voorheen. Datbehoort tot het ‘betere’ van het nieuweverbond. Wat onder het oude verbond inbeperkte mate plaats vond, is nu veel overvloediger– dankzij het volbrachte werkvan Christus.En tot Zijn werk behoort ook, dat Hij dezijnen vernieuwt naar Zijn beeld. Hoewas het bij Hem? Hij droeg de Wet ‘in hetmidden van Zijn ingewand’ (Ps. 40). Datbeeld zullen ook de zijnen gaan vertonen.Het is dus niet zo dat Jezus de Wet heeftafgeschaft. Dat te zeggen is niet alleenanti-joods; het is ook anti-christelijk.Deze belofte stelt het omgekeerde in hetvooruitzicht. Juist omdat Gods Wet heiligen rechtvaardig en goed is gaat de Heeredie in het hart van Zijn volk schrijven. DeHeilige Geest gaat zorgen voor een innerlijkeaansluiting op de Wet. Dan ga je Ps.119 opnieuw zingen vanuit Christus: devreugde der Wet.Zo komt ook de oorspronkelijke verbondsbelofte,die we letterlijk van Genesis tot enmet Openbaring in de Bijbel tegenkomen,tot haar bestemming (vers 33b).‘En zij zullen niet meer tot elkaar zeggen:Ken de Heere. Want zij zullen Mijallen kennen van hun kleinste af tot hun4


grootste toe’. De Heilige Geest bewerktervaringskennis bij mensen van allerleislag en stand. Een kennen van de Heeremet het hart; een intiem kennen van Hemdoor de liefde, in het aangezicht van JezusChristus (Joh. 17:3, 2 Cor. 4:6).De rijkdom van het nieuwe verbond is datelke gelovige gezalfd wordt met de HeiligeGeest, Die de rijkdommen van Christusuitdeelt.De basisIn vers 34b lezen we wat de basis voor dezeheilsbeloften is: ‘want Ik zal hun ongerechtigheidvergeven en hun zonden nietmeer gedenken’. Daarom kan de Heere datnieuwe, betere en meerdere van dit nieuweverbond werkelijkheid laten worden. Deblokkade tussen Hem en Zijn volk wordtopgeruimd: de zonde. Wij komen daarnooit aan toe. We vertillen ons eraan.Het is Gods genade dat Hij dat Zelf doetvoor een ieder die gelooft, Jood en heiden.Die gelooft in… Jezus Christus. De HeilandZelf greep terug op de woorden van Jeremia31 toen Hij het Avondmaal instelde.‘Deze drinkbeker is het nieuwe testamentin Mijn bloed, dat voor u gegeven wordt’.Dat is de basis voor het nieuwe verbond:de vergeving van de zonden in het bloedvan Christus. Zo heeft Hij dat nieuwe verbondbevestigd, van kracht doen worden.Nu is er voor Israël en voor ons eengeopende toegang tot Gods genadetroon.Langs deze weg alleen, door het geloof.Geen aparte weg voor de jood en eenaparte weg voor de heiden, maar één weg:Jezus Christus.De belofte in het nieuwe verbond is rijker,de roeping krachtiger, maar ook: de verantwoordelijkheidzwaarder.De brief aan de Hebreeën laat als in ééngreep deze drie aspecten zien, in hoofdstuk10.Vers 19 en 22: ‘Daar wij dan, broeders,vrijmoedigheid hebben om in te gaan inhet heiligdom door het bloed van Jezus….’(belofte), ‘zo laat ons toegaan…’ (roeping).En dan vers 28 en 29: ‘Als iemand de wetvan Mozes heeft teniet gedaan, die sterftzonder barmhartigheid, onder twee of driegetuigen. Hoeveel te zwaarder straf, meentgij, zal hij waardig geacht worden die deZoon van God vertreden heeft en het bloedvan het testament onrein geacht heeft ende Geest der genade smaadheid heeft aangedaan?’(verantwoordelijkheid).HadderechInleidingOp 24 oktober 2003 was het precies 75 jaargeleden dat de Nederlandsche Vereniging vanJoden-Christenen (NVJC) werd opgericht.Dat gebeurde tijdens een in Utrechtgehouden vergadering waarin 31 Joodse en6 niet-Joodse christenen stemden voor deoprichting van een vereniging waarin hetstemrecht uitsluitend voor christen-Jodenzou zijn. Het slot van de notulen van dezevergadering luidt als volgt: “Aan het eindeder voorbereidende werkzaamheden pasthet ons, onze ootmoedige dank aan Goduit te spreken. Hij heeft ons door ZijnHeilige Geest geleid, gesterkt en wijsheidgegeven … Het is ons aller geloof dat deHeere Zijn werk in het leven zal houden,zolang als het Hem behaagt.”DoelstellingenDe doelstellingen van de vereniging, diein de loop der jaren nauwelijks veranderdzijn, zijn te vinden in de statuten:“De vereeniging stelt zich ten doel• de Joden-Christenen in Nederlandsamen te brengen, om den band derHet woord hadderech moet wordenuitgesproken met de klemtoon op detweede lettergreep, als haddèrèch.5


gemeenschap met den Heere Jezus, alshun Messias en Zaligmaker, te versterkenen den onderlingen band te bevorderen• om te getuigen van de vernieuwendekracht, die er voor het Jodendom uitgaatvan het geloof in Jezus Christus, denMessias, den Zoon Gods, den Koning deJoden• om bij de Christenen, Joodsche zoowelals niet Joodsche, het besef te verstekenvan de bijzondere plaats, welke Israëlblijft innemen in de bedeeling des heilsen van de daaruit voortkomende roepingjegens den Joods, en eindelijk• om de verbinding met de Joden-Christenenin het buitenland te onderhouden.”De belangrijkste wijziging die de statutenin de loop der jaren hebben ondergaan isdat de zelfdefinitie “Joden-Christenen”vervangen werd door “Jesjoe’a hammasjiachbelijdende Joden”. Maar daarover later meer.GeschiedenisOnder leiding van de arts Dr. J. Zalman,zoon van een bekend zendeling onderde Joden, ontplooide de pas opgerichtevereniging tal van activiteiten. Zij belegdesamenkomsten en gaf een blad uit, “deGetuige”. Ze sloot zich aan bij de InternationalHebrew Christian Alliance, hetgeen nietzonder slag of stoot ging aangezien devoorzitter ervan Vrijmetselaar was.De in Nederland levende christen-Jodenreageerden verschillend op de vereniging.Een aantal van hen was enthousiast, zoalsheilsofficier P.W. Cohen die in de verenigingeen mogelijkheid zag om uiting aanzijn Jood-zijn te geven. Anderen haddengeen enkele behoefte aan het lidmaatschapvan een Joodse vereniging, of waren bangdat de vereniging een kerk zou wordenzoals de bekende professor Ph. Kohnstamm.Eén van de doelstellingen van de verenigingwas volgens de statuten “het getuigenvan de vernieuwende kracht die er voor hetJodendom uitgaat van het geloof in JezusChristus, den Messias, den Zoon Gods,den Koning der Joden”. En het middel omdit doel te bereiken was blijkens dezelfdestatuten: “het opstellen van geschriften terverspreiding onder de Joden”. In de praktijkechter bleek een direct contact metHoe is het om Joods te zijnen tegelijk lid van de Chr.Gereformeerde kerken?Mij is verzocht om over deze vraag enkelegedachten voor dit blad op papier te zetten,hetgeen ik graag doe.Mijn naam is Irene Griffioen-Fisher enik ben in Engeland geboren in een Joodsgezin. Op school volgde ik algemeenonderwijs en één keer per week ging iknaar het cheider, een Joodse school waarik Joods onderwijs kreeg en Hebreeuwsleerde. Later, op de middelbare school,kreeg ik dagelijks les in het Oude Testament.In onze omgeving woonden geenandere Joden en er was geen synagoge.In 1943 leerde ik mijn inmiddels overledenman kennen. Hij was bij de marineen is tot 1946 in Engeland gebleven. In diejaren hebben wij een relatie opgebouwden in 1947 ben ik naar Nederland gegaanom zijn familie te leren kennen. Ik kreegeen baan in Rotterdam en in 1948 zijn wegetrouwd. Samen gingen we naar de Chr.Gereformeerde kerk in Hilversum, dedendaar belijdenis en ik werd gedoopt bij ds.I. de Bruyne (zie ook “de goede belijdenis”in zijn boekje Pastorvaria).De familie van mijn man was erg lief voormij en begripvol – er was natuurlijk eentaalbarrière en bovendien waren onze achtergrondenzo verschillend. Mijn Joodszijnwas door alle nieuwe ervaringen watnaar de achtergrond verdrongen en vanhet christendom begreep ik nog niet zo6


hun mede-Joden nauwelijks tot stand tekomen, zodat men zich meer ging richtenop de niet-Joodse christenen.Zo richtte men in 1933 een verzoek tot desynode der Nederlandse Hervormde Kerkom een speciale zondag te bestemmenvoor de bespreking van “het Joodscheprobleem”. Helaas werd dit verzoekniet ingewilligd “ofschoon de synodeervan overtuigd is dat het de roeping dergemeente is aandacht te wijden aan envoorbede te doen voor Israël”.In 1933 nam de International Hebrew ChristianAlliance het initiatief om een Joods-christelijkekibboets in het toenmalige Palestinaop te richten. Het was de RotterdamseNathan Berlijn die uitgekozen werd omdeze kibboets te leiden. Daartoe moesthij eerst het vak van boer leren. Hetbenodigde geld werd bijeengebracht doorde leden en vrienden van de vereniging.Helaas is het feest uiteindelijk niet doorgegaanomdat de Arabische grondbezittersonder druk van hun volksgenoten debenodigde grond niet aan Joden wildenverkopen.In 1941 werd de vereniging op last vande Duitsers verboden. Haar leden moestenonderduiken of werden gevangengenomen en overgebracht naar kampWesterbork, waar zijsamen met andere Joodsechristenen verbleven in dezogenaamde gedooptenbarak.Vandaar werdenze weggevoerd naar hetconcentratiekamp Theresienstadtwaar ongeveerde helft van hen de oorlogoverleefde. De anderenwerden gedeporteerd naarhet vernietigingskampAuschwitz en daar omgebracht.Ofschoon de verenigingofficieel ontbonden was, waren er diverseplaatsen in Nederland waar Joodsechristenen, voorzover zij niet opgepaktwaren, actief bleven. Zo waren er o.a. inRotterdam en Soest groepjes die voorbedededen voor de gedeporteerden en pakketjesklaarmaakten om naar de kampen teversturen.Het bladHadderechveel. De meeste mensen wisten niet dat ikJoods was. Mijn man probeerde mij veeldingen uit te leggen. Als in persoonlijkegesprekken met kerkmensen mijn Joodseachtergrond genoemd werd kreeg ik deindruk dat dat voor hen tot het verledenbehoorde: het had afgedaan, ik was nuimmers christen. Het Nieuwe Testamentwerd belangrijker gevonden dan het oude.Naarmate ik echter meer contact kreegmet mijn familie begon mijn Joodse identiteitweer te groeien.In de kerk voel ik me vaak alleen. Erwordt naar me geluisterd en dat is het.Een vriendin van me, die ook van Joodseafkomst is, heeft dezelfde ervaring. Jammerdat de Joodse wortels van de kerk zoweinig aan bod komen, met als gevolgeen vertekende en onjuiste uitleg van debijbel. Wat een verrijking zou het zijn alser bij de predikantenen daardoor ookbij de gemeenteleden – meer kennis overen interesse voor deze dingen zou komen.Nu zijn het slechts enkelen die hieroverspreken en schrijven.Hadderech is de Nederlandse verenigingvan Messiasbelijdende Joden. Daar zijnwij beiden lid van en we voelen ons erthuis. Jaarlijks vieren we daar het joodsepaasfeest/pesach met elkaar. Van hartehoop ik dat dit stukje mag bijdragen totmeer begrip en interesse voor de positievan Messiasbelijdende Joden binnen deChr. Gereformeerde kerken.Hilversum, Irene Griffioen-Fisher7


Detail vande voorzijdevan hetblad; bovende armenvan demenorastaat denaamJesjoe’a(Jezus in hetHebreeuws).Na de oorlogNa de oorlog waren er aanvankelijk tweeverenigingen van Joodse christenen die inhet begin van elkaars bestaan niet afwisten.De oude NVJC en een vereniging vanjonge Joden die tijdens de oorlog tot deovertuiging gekomen waren dat Jezus debeloofde Messias was. De laatst genoemdewas in december 1945 opgericht en heetteHadderech hetgeen betekent “de Weg”.Omdat beide verenigingen feitelijkhetzelfde nastreefden kwam het in 1947tot een fusie. De nieuwe vereniging bleefNVJC heten en de naam van het verenigingsbladwerd van “de Getuige” omgedooptin “Hadderech”.Ook in de periode na de oorlog trachtte deNVJC een Joods-christelijke kibboets opte richten. Men had een stuk grond op hetoog dat voor veel geld van een druzensjeikgekocht kon worden. Het briefpapier waszelfs al klaar. Dit keer was het de kerk dieroet in het eten gooide en de grond kochtom er de bekende kibboets Nes Ammimneer te zetten. Wrang was dat de statutenvan Nes Ammim bepaalden dat er zichgeen christen-Joden mochten vestigen!Maar uiteindelijkkwam het er tochvan. Een aantaljaren later werddoor autochtoneIsraëli’s eenJoods-christelijkenederzettinggesticht: de mosjav“Jad Hasjmonah”.“Christen-Joden” versus “MessiasbelijdendeJoden”In het voorgaande werd regelmatig determ “Christen-Joden” in plaats van hettegenwoordig in zwang zijnde “MessiasbelijdendeJoden”. U vraagt zich misschienafvragen wat de reden hiervan is.De term “Christen-Joden” stamt feitelijkuit de periode voor de tweede wereldoorlog.De toenmalige leden van devereniging identificeerden zich toen veelmeer met het christendom dan heden hetgeval is. Het bestaan van een Joodse staatheeft waarschijnlijk veel bijgedragen aanhet feit dat we ons in de jaren na de oorlogsteeds meer in de eerste plaats Joods zijngaan voelen. In Nederland leidde dit in1969 tot een statutenwijziging waarbij denaam Nederlandse Vereniging van JodenChristenen gewijzigd werd in Hadderech,Nederlandse Vereniging van Jesjoe’a hammasjiachbelijdende Joden.De belangrijkste activiteitenDe belangrijkste activiteit van de verenigingis het uitgeven van een maandbladmet artikelen geschreven door MessiasbelijdendeJoden in binnen- en buitenlanden door niet-Joodse auteurs die onzeopvattingen delen. Het bevat theologischeartikelen, artikelen over de staat Israël enverenigingsnieuws.De vereniging ontvangt van de lezers vanhet blad regelmatig giften voor allerleigoede doelen in Israël waarbij wij vooralals doorgeefluik fungeren. Soms brengenwe bepaalde doelen onder de aandacht vanonze lezers zoals enkele jaren geleden hetnoodlijdende Bikkoer Choliem ziekenhuis inJeruzalem.Twee keer per jaar komen we bij elkaar.Eén keer voor onze jaarlijkse ledenvergaderingen één keer tijdens het christelijkepaasfeest waarop we het lijden en deopstanding van onze Messias gedenkentijdens een Joods-christelijke seideravond.Messiaans-Joodse theologieOfschoon er, voor zover mij bekend,geen officiële Messiaans-Joodse theologiebestaat hebben hedendaagse MessiasbelijdendeJoden gemeen dat zij in hetalgemeen de Bijbel als Gods Woord zien enniet als het spreken van de mens over God,zoals in de moderne theologie het geval is.Ook voelen zij zich meestal zeer verbondenmet Israël en het Joodse volk en zijn8


Seideravond 1996 in Hadderech-verband; vlnr: JoopAkker (secretaris), Frits Slagter (chazzan) en MajorieEberlé-Gotlib (presidente). Onzichtbaar zijn ca.80 joodse en niet-joodse deelnemers aan de avond.zij overtuigd van de bijzondere plaatswelke het gehele Joodse volk nog steeds inGods heilsplan inneemt.Verschil van mening bestaat over nuten noodzaak van het naleven van deTorah. De groep die het meest aan de wegtimmert bestaat uit hen die vinden datMessiasbelijdende Joden de Torah dienente houden en wel op traditioneel-Joodsewijze. Omdat de christelijke kerken engroepen hierover een andere mening hebben,hebben deze Messiasbelijdende JodenMessiaanse synagogen opgericht.Hadderech staat uiteraard ook open voordeze mensen en een behoorlijk aantal vanhet is dan ook lid van de vereniging. Hetbestuur van Hadderech is echter op het puntvan het naleven van de Torah een anderemening toegedaan, die in het kort hieropneer komt: “de wet doet zonde kennen”.Daardoor propageert zij het zich houdenaan de Torah niet, maar stelt veel meer datde mens niet in staat is de Torah te houdenen dat hij dus een redder nodig heeft.Verhouding van de MessiasbelijdendeJoden tot de KerkDe Messiasbelijdende Joden hebben het inde kerken en groepen waar zij toe behorenvaak moeilijk, omdat er in het algemeenonvoldoende zicht is op de betekenis vanhet Joodse volk anno 2004. Begrijpelijkerwijswordt door niet-Joodse gelovigenvooral benadrukt dat “in Christus Joodnoch Griek is” terwijl wij geneigd zijnom onze niet-Joodse broeders en zusterste zien als degenen “die eerst ver wegwaren en vervreemd van het burgerrechtIsraëls maar thans dichtbij gekomen zijn”.Bovendien missen wij Israël in de uitlegvan en prediking over de Bijbel.Het pijnlijkst wordt dit, althans voor mij,duidelijk tijdens Kerstmis. Het kerstevangeliestaat immers bol van de vervullingvan de Oud-Testamentische beloftenaan Israël. Leest u de lofzang van Maria,Elisabeth en Zacharias maar na. En ookin de door de engelen rond de geboortevan Jezus uitgesproken woorden staat hetJoodse volk centraal. Het is elk kerstfeestweer frappant hoe de uitleggers van deBijbel hier overheen lezen.Tot SlotDe redactie van Vrede over Israël heeft mijgevraagd op te schrijven wat de Kerk voorde Messiasbelijdende Joden kan betekenenen omgekeerd. Misschien mag ik hetantwoord geven met de woorden vanPaulus “aanvaard elkander”. Wanneer deniet-Joodse gelovigen het Joods zijn van deJoodse gelovigen en alle gevoeligheden entrauma’s die daarmee verbonden zijn aanvaardenen de Joodse gelovigen aanvaardendat 2000 jaar on-Joodse en vaak anti-Joodsekerkgeschiedenis niet zomaar op te heffenis, dan moet het mogelijk zijn om alsbroeders en zusters samen te verkeren omzodoende Gods zegen te ervaren, die Hijdan zeker zal gebieden. (Ps. 133)Bronnen:Hadderech 10-1978 en 1-1979 en de jaargang 1998 metbijdragen over de geschiedenis van de vereniging van resp.mevr. M.W. Eberlé-Gotlib (presidente) en Prof. Dr. J.F.L.BastiaanseDrs. E.J. de Ruiter: Op zoek naar identiteit (doctoraalscriptieover 350 jaar gemeenschapsvorming bij MessiasbelijdendeJoden in Nederland); uitgeverij Narratio, Hardinxveld 1989.9


Vanuit JeruzalemHemelsblauwe dradenApril was voor Israël de maand van enkelebelangrijke nationale gedenkdagen. Binnenruim een week werden eerst de omgekomenenvan de Holocaust herdacht,vervolgens de soldaten die vielen tijdensde oorlogen van de moderne staat Israëlen werd ten slotte de stichting van de staatgevierd tijdens onafhankelijkheidsdag. Dedagen werden gemarkeerd met nationaleplechtigheden en sirenes die opriepen omhet werk neer te leggen en stil te staan bijhet verleden.Voor veel mensen was het een emotioneelzware week. De kwade herinneringen – erwas geen ontsnappen aan. Daar kwam nogbij dat het heden maar weinig blijdschapbiedt. Israël heeftsteeds opnieuwmoeten vechten voorzelfbehoud en hetconflict met de Palestijnenis uitzichtlozerdan ooit.De Israëlischevlag, symbool vaneenheid, was dezeweken nadrukkelijkaanwezig in hetstraatbeeld. Naasthuizen en gebouwen waren ook veel auto’smet vlaggetjes versierd.Die vlag heeft een interessante voorgeschiedenis.Tijdens het eerste zionistischecongres in Bazel (1897) kwam voor heteerst de vraag naar boven welke vlag dejoodse staat die de zionisten nastreefdenzou moeten hebben. Herzl, de grote manvan de beweging dacht zelf aan een wittevlag met zeven sterren. Wit als teken vannieuw leven en sterren als verwijzing naareen werkdag van zeven uren! Zijn voorstelhaalde het niet omdat er zo geen joodsesymbolen op de vlag zouden komen.David Wolffsohn opperde toen dat hetjoodse volk al een tweeduizend jaar oudsymbool had, de talliet, de gebedsmantel.Op zijn voorstel werd de toekomstige vlagwit met twee blauwe strepen zoals een tallieten kwam daartussen een ster van Davidte staan. Hoeveel betekenis de socialistenvan toen legden in het godsdienstige symboolweet ik niet, maar hun keuze is eengelukkige geweest. De vlag geeft immersook iets van de identiteit van het Joodsevolk aan. De verwijzing naar de gebedsmantelverbindthet huidige Israëlmet de Tora dieeeuwen eerder werdgegeven.De gebedsmantelheeft hemelsblauwedraden die erzijn om gezien teworden en zich degeboden te herinneren,zegt Num 15:37vv. In de loop dereeuwen is de kennisverloren gegaan hoe de hemels blauwekleur gemaakt werd, maar het gebruik omgekleurde draden aan speciale kledingstukkente maken werd altijd gezien alseen van de belangrijkste van het jodendom.Het is de roeping van het volk Israëlom door het onderhouden van de gebodenhet leven te heiligen en zo te wijzen naarde Heilige, de Schepper van hemel enaarde. Het Woord van God verweeft hemelen aarde met elkaar.10C.J. Rodenburg


De NoachitischeGeboden (I)C.J. van den BoogertGeloof en gehoorzaamheidHet woord uit de brief aan de Hebreeën:“Jaagt naar vrede met allen en naar deheiliging, zonder welke niemand de Herezien zal” (Hebr. 12:14), is nooit erg aangeslagenbij ons, protestantse christenen. DeHere zien, zo menen wij doorgaans, heeftte maken met geloven in Jezus. Door zijnverzoenend sterven zullen wij de Herezien. Dat de levensheiliging, dus het levennaar Gods geboden, iets te maken zoukunnen hebben met ons behoud, klinktons zo niet verdienstelijk Rooms, dan tochwel wettisch Joods in de oren.Toch kunnen we juist uit de joodsetraditie leren dat geloof en gehoorzaamheideen bijbelse eenheid vormen. Binnenhet Jodendom wordt deze eenheid totuitdrukking gebracht in de wijze waaropPesach (Pasen) en Sjawoeot (Wekenfeest) metelkaar verbonden worden.Pesach, het feest van de verlossing uitEgypte doorGods machtigearm, en Sjawoeot,het feest van devernieuwing vanhet verbond envan de gave vande wet op Sinaï,worden bijna alséén feest gevierd.Sjawoeot vormtde afsluiting vanFolder bestemdvoor goyiem (niet-Joden), waarin de 7noachitische gebodenworden uitgelegdPesach, de afronding van de verlossing.Het volk Israël, dat verlost werd vanonderworpenheid aan de macht van hetkwaad, werd verlost tot de vrijheid van dekinderen van God, tot een leven naar Godsgeboden.In onze protestants christelijke traditiedoet de nadruk die we leggen op Gods verlossendhandelen in Jezus Christus, wat wevieren op Goede Vrijdag en met Pasen, onsbijna vergeten dat de gave van de HeiligeGeest, op Pinksteren, alles te maken heeftmet het leven naar Gods wil. Het is deHeilige Geest waardoor de Here, naar zijneigen belofte, de wet in het binnenste vanzijn volk of in hun hart schrijft (Jer. 31:33;vgl. 2 Kor. 3:3).Geloof en gehoorzaamheid, of zoals Jezushet later zal zeggen, ‘horen en doen’(Matth. 7:24), zijn onlosmakelijk aanelkaar verbonden. Ze doen ons als eenheidGod zien!Gods geboden zijn dus van onschatbarewaarde. Maar op het doen van welkegeboden komt het dan voor ons, gelovigenuit de volkeren aan?Het onderscheid tussen Israël ende volkerenIn het Oude Testament wordt onderscheidgemaakt tussen ‘de kinderen van Israël’ en‘de kinderen van Noach’.Over de eerstgenoemden wordt in Psalm147 gezegd: “Hij heeft aan Jakob zijnwoorden bekend gemaakt, Israël zijninzettingen en verordeningen.” (Ps. 147:19). In vers 20 vervolgt de dichter dan metde woorden: “Aldus heeft Hij aan geenenkel volk gedaan, en zijn verordeningenkennen zij niet. Halleluja.” Met dezewoorden wordt de bevoorrechte positie11


De Noachitische Geboden (I)Deel vande folder:deinleidingvan het volk Israël, die het verkregen heeftbij de sluiting van het verbond op de bergSinaï, beschreven. Tegelijk wordt met dezewoorden het onderscheid tussen Israël ende volkeren onder woorden gebracht.Een joods geschrift (Mekhilta de-RabbiJismael, Bachodesj V) zegt in dit verband datalle volkeren werden uitgenodigd omGods geboden in ontvangst te nemen,maar dat alle volkeren hebben geweigerdde geboden te aanvaarden. Alleen het volkIsraël sprak: “Alles wat de Here gesprokenheeft, zullen wij doen en daarnaar zullenwij horen” (Ex. 24:7).In de vijf boeken van Mozes, de Thora, doorGod via Mozes aan Israël gegeven, staan,zo meent de joodse traditie, 613 voorschriften.Ze worden onderscheiden in365 verboden, overeenkomstig het aantaldagen van het zonnejaar, en 248 geboden,overeenkomstig de rabbijnse opvattingvan het aantal lichaamsdelen van hetmenselijk lichaam. Met deze indelingwordt op schitterende wijze aangegevendat het volk Israël zich alle dagen van hetleven, met alles wat het in zich heeft, aande Here mag toewijden. Israel is geroepentot levensheiliging.Maar wij dan? Wij, de volkeren dieweigerden het juk van de geboden op deschouders te nemen? Bleven wij verstokenvan Gods geboden? Toch niet!In het joodse traktaat Avoda Zara, uit heteind van de tweede eeuw van onze jaartelling,wordt onder woorden gebracht waartoede Here de volkeren geroepen heeft.Gezegd wordt: “De nakomelingen vanNoach zijn verplicht tot zeven geboden.”De volkeren mogen met een minimumvolstaan, met zeven van de eerdergenoemd 613. Deze zeven voorschriftenhebben de naam Noachitische gebodengekregen.De geboden van de kinderen vanNoachDe naam Noachitische geboden is ontleendaan de geschiedenis van Noach. Nade zondvloed sluit de Here met Noach eenverbond dat de gehele mensheid omvat(Genesis 9).Het is eigenlijk de vernieuwing van hetverbond met Adam. Aan Adam waren alzes geboden gegeven. Bij de verbondssluitingmet Noach voegt de Here aan dezezes een zevende toe. Aanvankelijk mochtde mens van al het geboomte van de hofeten (Gen. 2:16), na de zondvloed wordthem tevens toegestaan vlees te eten (Gen.9:3). Toch wordt daar een beperking aantoegevoegd. De bloeddorstigheid van demens wordt ingeperkt. Hij mag geen vleeseten van een levend dier (Gen. 9:4).Het gaat hier om verbondvernieuwing. Dezes aan Adam gegeven geboden blijven dusgehandhaafd. Het verbond met Noach teltdaarom zeven geboden. Daarvan is er éénpositief als gebod geformuleerd, terwijl bijde overige zes van verboden sprake is.Tot de Noachitische geboden worden devolgende voorschriften gerekend:geboden wordt: (1) de instelling van eenrechtsstelsel;verboden wordt: (2) afgoderij, (3) godslastering.(4) incest, (5) moord, (6) roof, (7) het12


eten van vlees van een levend dier.Het basisprincipe van de Noachitischegeboden is te omschrijven als: eerbied.De mens is geroepen om eerbied voor hetleven te hebben.Toch ligt aan de geboden nog een anderprincipe aan ten grondslag. Binnen dejoodse traditie wordt onderscheid gemaakttussen het houden van de geboden alseen vorm van menswaardig handelen, humaanleven, en het houden van de geboden vanuithet geloof in God.Door het geloof in God komt het levenbinnen het verbond op een hoger plan testaan. Men leeft dan vanuit ‘de vreze desHeren’. Hoewel het Noachitische verbondgeen gebod tot geloven kent, wordt ditwel als ideaal beschouwd. De mens uit devolkeren, die vanuit het geloof in Godzich aan de Noachitische geboden houdt,behoort dan ook volgens de joodse traditietot de ‘rechtvaardigen uit de volkeren’,voor wie een plaats in de toekomstigewereld (het hiernamaals) bereid is.De zeven geboden zijn echt kerngeboden.Ze regelen een aantal zaken op de meestwezenlijke gebieden van het leven, namelijk:1. op het gebied van de cultus: verbod vanafgodendienst en van godslastering;2. op het gebied van de rechtsorde: socialeen juridische wetten, verbod van diefstalen roof, verbod van bloedvergieten.3. op het gebied van zedelijke verhoudingen:verbod van echtbreuk, overspel,verbod van bloedschande, incest.4. op het gebied van de humaniteit: verbodvan het eten van levend vlees of het vleesvan een levend dier en het verbod vanhet eten van bloed van een levend dier.Hoezeer het bij de Noachitische gebodenom eerbied voor het leven gaat vanuit devreze des Heren, komt uit als we nog eenstap terug doen en de geboden beperkentot de drie meest wezenlijke:131. Afgodendienst2. Ontucht3. MoordMet deze basisgeboden wil de Here opaarde de drie meest wezenlijke dingenveilig stellen:a. de toewijding aan de levende Godb. de integriteit tussen man en vrouwc. het levenMet minder kunnen we niet toe.Een achterhaalde zaak?Na het lezen van het bovenstaande zoudenwe ons kunnen afvragen of dit stelsel vanNoachitische geboden voor ons christenengeen achterhaalde zaak is. Wij hebben tochChristus en wij gebruiken toch de tiengeboden. Moeten we ons in het heden dannog laten leiden door een stelsel vanuit hetJodendom?Laten we niet te hard van stapel lopenmet onze vragen, want voor we er erg inhebben, spreken we uit dat de kerk in deplaats van Israël gekomen is.Hoe wezenlijk de eigen plek ook nu nogis die God aan Israël gegeven heeft en hoebelangrijk de Noachitische geboden zijnvoor ons die uit de volkeren in Jezus zijngaan geloven, wordt ons in niet mis teverstane bewoordingen voorgehouden inhet Nieuwe Testament.Maar daarover in een volgend artikel.Deel vande folder:de eerstegeboden


‘De volken komen saam’Het zendingsbevel de volken te verzamelenHet Pinksterfeest komt naderbij. Daarinviert de kerk dat de Heilige Geest dewereldwijde verspreiding van het evangelieter hand heeft genomen.Uitgaande van Jeruzalem zal het evangelievan het Koninkrijk Gods in de gehelewereld gepredikt worden tot een getuigenisvoor alle volken. En als die zendingis vervuld, dan zal de Zoon des Mensenverschijnen op de wolken van de hemel enzal Gods heerschappij zich overwinnenddoorzetten. (Mat.24.14)Over die zending onder de volken schreefde Duitse theoloog Peter Stuhlmacher eenboeiend artikel, n.a.v. van het zendingsbevelvan Jezus in Mat. 28:16-20.De auteur maakt in dat artikel duidelijkhoe de opgestane Jezus zijn leerlingen uitzendtin de wereld om daarin zijn bedoelenuit te voeren: de gelovigen uit alle volken– Joden en heidenen – te verzamelenonder zijn koninklijke heerschappij.De schrijver laat zien hoe in die bekendefinale van het evangelie van Mattheüsallerlei oudtestamentische gegevens meespreken.Allereerst is dat het geval in het inleidendevers 16, waar gesproken wordt over Galilea,waarheen Jezus zijn leerlingen bij zijnopstanding beveelt. De woorden van deengel bij het graf over het vooraangaanvan de Opgestane naar Galilea (28:7.10),zijn een duidelijke herinnering aan dewoorden van Jezus in zijn laatste nacht,tijdens de tocht van de bovenzaal naar deOlijfberg. Daarbij spreekt Hij over hetverstrooid worden van de schapen van dekudde. Maar, zegt Jezus: “als Ik zal zijnopgewekt, zal Ik u voorgaan naar Galilea.”(26:31.32)Deze woorden zijn een duidelijke herinneringaan Zach.13:7-9, waar ons het beeldvan de door God aangestelde MessiaanseHerder over Israël wordt getoond. Dezezal, zegt de profeet, als de Herder Gods hetoverblijfsel van Israël verzamelen tot Godsvolk, onder zijn koninklijke heerschappij.Zo gaat Jezus in zijn opstanding zijnleerlingen vooraan als het overblijfsel vanIsraël en verzamelt Hij ze als zijn kudde.(Joh.10:3.4)Hierin zijn tevens herinneringen aanPsalm 80 opgenomen. In deze Psalm wordtgesmeekt om Israëls herstel, door hetgericht van de HERE over zijn volk heen.Ook wordt in dit lied het verlangen bezongendat de in het Noorden verloren geganegebieden van Efraïm en Manasse (Jes. 8:23vv) weer aan Israël zullen terugvallen enzo het grote rijk van David en Salomo zalworden hersteld. Dat deze verwachtingvan het herstel van Groot-Israël nadrukkelijkonder het Israël in de dagen van Jezusheeft geleefd, wordt duidelijk aan de vraagvan de leerlingen bij de hemelvaart: “Here,herstelt u in deze tijd het koningschapvoor Israël?” (Hand. 1:6). Dit is waarachtiggeen onzinnige vraag.Zo roept – aldus de auteur – Jezus nietzonder bedoeling zijn volgelingen naarGalilea.Daarbij is dan niet sprake van Galilea alshet gebied van waaruit Jezus zijn optredenonder Israël is begonnen. Door naar Galileate gaan, geeft Jezus aan dat Hij zichzelfnadrukkelijk ziet als de door God aangewezenMessiaanse Herder die zijn kuddeverzamelt en daarin dus bezig is met hetherstel van Gods koninklijke heerschappij.Die heerschappij moet zich in de gang van14


R. van de Kampde geschiedenis nog volledig doorzetten.Voordat het grote einde kan aanbrekenmoet de verkondiging van het evangelieonder alle volken plaatsvinden. Eerst danzal het einde gekomen zijn en zal de Zoondes Mensen, de grote Rechter van de eindtijd,komen op de wolken van de hemel.(Mat. 24:14)De twaalven rond de opgestane Jezus vormendaarbij de kern van dat nieuwe volkvan het Koninkrijk. Zij worden op de bergdoor Jezus uitgezonden met de opdrachtalle volken tot discipelen te maken doorhen te dopen en te onderwijzen.Dit onderwijs houdt concreet in: het evangelievan het Koninkrijk, dat de apostelenmoeten verkondigen. Daarbij is te denkenaan de door Jezus gegeven leer, samengevatin de Bergrede. (Mat. 5-7)Zo zal het nieuwe volk van God wordenverzameld, bestaande uit gelovigen uitIsraël én de volken.Deze gegevens van het herstel van Israël inde eindtijd en het toebrengen van de volkentot het heil dat God heeft geopenbaardin Jezus de Messias, ziet Stuhlmacher alseen duidelijke herinnering aan de woordenvan de profeet Zacharia (14:16-19).Daarin wordt gesproken over het Loofhuttenfeest,waarbij de volken, overal vandaanzullen optrekken naar de God van Israël inJeruzalem, om met Israël het feest te vieren.Het Loofhuttenfeest is voor Israël bijuitstek het feest van de vreugde over hetkoningschap van God dat zich uitstrektover alle volken. (Ps. 47)De auteur wijst daarbij op gegevens overhet Loofhuttenfeest in de joodse literatuur.Dit jaarlijks terugkerende feest gafIsraël reden om vooruit te zien naar de tijddat de volken door de prediking van Israëlvan Gods heerlijkheid (Jes. 49:6; Ps. 96:3)15naar de berg Sion zouden optrekken (Jes.2:1-5) en dat zij zouden erkennen allen inJeruzalem als “moeder” te zijn geboren.(Ps. 87)Deze oudtestamentische overleveringenziet Stuhlmacher door Mattheüs toegepastop Jezus. En op deze wijze brengt deevangelist het fundament aan voor dewereldzending van de nieuwtestamentischegemeente.Het gaat de Verhoogde Christus daarbijom de gehele wereld, niet slechts om deverloren schapen van Israël. (Mat. 10:6) Dediscipelen moeten weten: heel de wereldis het adres van het evangelie van Godsheerschappij, Israël incluis. En zij moetenals “vissers van mensen” die volkerenoptochtnaar Gods heil in gang zetten. (Mat.8:11.12) En zij mogen verzekerd zijn datde met goddelijke volmacht toegerusteChristus zijn leerlingen begeleidt. Als zijterugschrikken voor de grote opdracht,begeleidt Hij hen met: Ik ben met u!Stuhlmacher wijst aan dat het deze traditiein het Mattheüs-evangelie is waarop deEen herderdie zijnkuddeverzamelt


De volken komen saamleiding van de gemeente in Jeruzalem zichberoept. Wij lezen daarvan in Hand. 15,waarin wordt beschreven hoe op het zgn.apostelconvent in Jeruzalem juist de predikingvan het evangelie onder de volkenaan de orde is.Het is het op Jezus zelf teruggaandezendingsbevel waarin de leiding van deJeruzalemse gemeente het recht vindt voorPaulus op de zending onder de heidenvolken,terwijl zij voor zichzelf de verantwoordingneemt voor de verkondigingonder de Joden.(Gal. 2:9) Men is daarmeegeheel in de lijn van het spreken van Jezusdie op de wereldwijde verzameling vanGods volk van de eindtijd heeft gewezen.(Mat. 24:31)De gedachte dat men in de eerstegemeente voor de verkondiging van hetevangelie van het Koninkrijk alleen Israëlop het oog zou hebben, wordt door nietsbevestigd. Het is opvallend dat nergens inhet nieuwe testament de zending onder deheidenen in twijfel wordt getrokken.Wel is voortdurend de vraag aan de ordeóf en in hoeverre de heidenen de joodseleefwijze in besnijdenis e.d. moeten overnemenom te mogen delen in zegeningenvan het verbond van God met Abraham.Paulus in zijn strijd tegen zijn joodschristelijketegenstanders, heeft er opgestaan dat de door het evangelie gegrepenheidenen mochten worden opgenomen inhet nieuwe volk van God van de eindtijdzonder daarbij de joodse leefwijze te moetennavolgen. (Gal. 2:5)Voor Paulus zijn daarbij de besluiten vanhet apostelconvent in Jeruzalem (Hand.15) doorslaggevend gebleven. Hij heeftzich als dienaar onder de heidenen metalle kracht ingezet om de volkeren tot Sionte verzamelen. (Jes. 66:18-21)Zo kunnen we vaststellen dat vanuitMatth. 28 de zendingsinspanningen vande eerste gemeente onder Israël en devolken zijn te verstaan als consequentiesvan een prediking die teruggaat op Jezuszélf. En het is Mattheüs die op deze wijzenadrukkelijk in de finale van zijn evangeliehet fundament voor de wereldzendingvan de kerk heeft gelegd.En – stelt Stuhlmacher bij wijze vantoepassing – een kerk die de zending vande gelovigen als boden van het heil in eenbedreigde wereld vergeet, geeft haar gronden daarmee zichzelf prijs.ColofonCommissievan redactieds. A. Bronsdr. G.C. den Hertogds. H.D. Rietveldds. M.W. VrijhofEindredacteurds. A. BronsZilverschoon 1028265 HC Kampentel.: (038) 33 13 262e-mail:a-brons@hetnet.nlInternetpaginawww.kerkenisrael.nlAdministratieadresLandelijk kerkelijk bureauvan de Chr. Geref. KerkenVijftien Morgen 13901 HA VeenendaalPostbus 3343900 AH Veenendaaltel. (0318) 58 23 50fax (0318) 58 23 51e-mail: lkb@cgk.nlPenningmeesterH. van Braak’t Melkhuis 243902 CW Veenendaaltel.: (0318) 51 54 27e-mail:h.h.van.braak@hccnet.nlGironummer 365271,t.n.v. penningmeesterdeputaten Kerk & IsraëlCGK te VeenendaalVoor legaten en schenkingenkunt u contact opnemen met depenningmeester; hij geeft ookgaarne informatie over diverseaan te bevelen projecten.

More magazines by this user
Similar magazines