Instituut voor Permanente Vorming verstrekt postacademische ...

ivpv.ugent.be

Instituut voor Permanente Vorming verstrekt postacademische ...

Coördinator An Balcaen en professor Luc Taerwe,decaan en voorzitter van de directieraad van het IVPV.Instituut voorPermanenteVormingverstrektpostacademischeopleidingen“We helpen ingenieurs entechnische professionals overde kenniskloof”Levenslang leren is meer dan ooit eennoodzaak. Het Instituut voor PermanenteVorming (IVPV) van de UGentorganiseert postacademische opleidingenvoor ingenieurs en technischeprofessionals die de sneltrein van detechnologische ontwikkeling niet willenmissen. Een viertal in het oog springendeopleidingen hebben we er voornadere kennismaking even uitgepikt.Auteur: Koen Lauwereyns | Fotograaf: Nic VermeulenugentInfo pInstituut voor Permanente VormingAn BalcaenTel. 09 264 55 92An.Balcaen@UGent.bewww.ivpv.UGent.beBedrijven luidden halfweg de jarennegentig de alarmbel. “Eenmaalafgestudeerd is het voor ingenieursniet meer evident om detechno logische evoluties bij tehouden”, vertelt professor LucTaerwe, decaan en voorzitter vande directieraad van het IVPV. “Erwas nood aan een structuur voorpermanent leren. In 1995 gaf defaculteit Ingenieurswetenschappenen Architectuur het antwoord metde oprichting van het IVPV. Vijf jaarlater sloot ook de faculteit Bioingenieurswetenschappenzich aan.”“Vroeger werden onderwerpendoorgaans aangebracht via onzestuurgroep, waarin zowel academicials vertegenwoordigers van debedrijven zetelen. De jongste jarenzien we dat professoren steedsvaker rechtstreeks onderwerpenvoorstellen vanuit hun eigencontacten met het werkveld. Wehebben intussen een brede waaieraan cursussen op ons palmares.Sommige spreken een zeer breedpubliek aan maar andere zijn ookop maat van een specifieke doelgroepgemaakt.”De opleidingen vinden doorgaanseen keer per week ’s avonds plaatsen lopen gemiddeld dertien weken.“Aangezien de deelnemers vaak aleen hele dag gewerkt hebben, isdat ritme al zwaar genoeg”, alduscoördinator An Balcaen. “Vooralomdat er van hen ook verwachtwordt dat ze thuis verder studerenof een thesis maken. Een wetenschappelijkcoördinator zorgt voorde inhoudelijke invulling van deopleiding. Ongeveer de helft van dedeelnemers schrijft zich in voor heteindexamen en daarvan gaat ongeveernegentig procent met eengetuigschrift naar huis.”De opleiding Milieucoördinator iseen vreemde eend in de bijt. Veelmensen gebruiken de opleiding alsstart van een carrièreswitch. Geslaagdecursisten kunnen immersals milieucoördinator aan de slag.De cursus wordt bovendien vollediggedoceerd via afstandsleren. “Webieden intussen ook een aantal opleidingenaan via streaming video.Dat is onder meer handig voormensen die ver van Gent, zelfs buitenBelgië wonen.”


Professor Jean-Pierre Ottoy vande vakgroep Wiskundige Modellering,Statistiek en Bio-informatica3Praktijkgerichte Statistiek‘Praktijkgerichte Statistiek’ was éénvan de eerste opleidingen op hetpalmares van het IVPV. “Intussenheb ik de opleiding al zeven keergeorganiseerd”, zegt professorJean-Pierre Ottoy van de vakgroepWiskundige Modellering, Statistieken Bio-informatica. “In het najaarstarten we met een achtste editie,en vijf nieuwe modules.”“We focussen zowel op mensen uithet bedrijfsleven als op onderzoekersvan de UGent. Statistiek heeftimmers tot doel om empirischonderzoek correct te interpreterenalsook te veralgemenen, rekeninghoudend met de inherente onzekerheid.”Door de exponentiële groei van detechnologie wordt meer en meerdata verzameld, terwijl er vroegeramper data voorhanden was.“Vandaag wordt alles gemeten”,aldus Jean-Pierre Ottoy. “Van procesgegevens,klinische data, productiecijfers,consumentengedrag, klimaatgegevens tot klikgedragop websites. Het bedrijfsleven verwachtvan zijn medewerkers dat al deze data statistischworden verwerkt en geanalyseerd. Voormedewerkers die reeds enkele jaren geledenzijn afgestudeerd en die slechts een basiscursusstatistiek hebben gekregen, is het vrij moeilijk omdit op eigen houtje aan te pakken.”Maar ook het vakgebied zelf is uitgebreid enheeft nieuwe mogelijkheden gekregen. “Onderandere de grafische mogelijkheden voor datavisualisatiezijn enorm toegenomen. Sterkevisualisaties zijn makkelijker te begrijpen enworden beter onthouden. Ze brengen ook vaakextra inzichten aan het licht. Daarom hebbenwe besloten om bij de volgende editie ook eenmodule ‘Data visualisatie’ op te nemen. Daarnaastzijn er natuurlijk ook belangrijke ontwikkelingengebeurd in het vakgebied van de statistiekzelf. Ik denk aan de ontwikkelingen van statistischeanalysemethoden voor hoog-dimensioneledata. Ook daar zullen we op inspelen.”Geofysische bodemsensoren voor archeologische prospectie“Eén van de voornaamste beperkendefactoren voor de inzet vanniet-destructieve geofysische prospectietechniekenis een gebrek aankennis bij zowel de administratieals archeologische bedrijven”, zegtprofessor Marc Van Meirvennevan de onderzoeksgroep RuimtelijkeBodeminventarisatietechnieken(ORBit). Dus start hij in mei2012 voor het eerst een opleiding‘Geofysische bodemsensoren voorarcheologische prospectie’.“De opleiding wil cursisten laten kennismakenmet diverse geofysischesensoren ter ondersteuning vanarcheologische prospectie”, aldusMarc Van Meirvenne. “Ze makengebruik van fysische kenmerken vanmaterialen om bodemverstoringenof bodemvreemde objecten tedetecteren. In de praktijk wil dit zeggendat een sensor heen-en-weergetrokken wordt door een terreinvoertuigom een gebied te scannentot op een diepte van 2 tot 3 meter.Deze werkwijze contrasteert sterkmet intensieve boorcampagnes ofhet graven van proefsleuven. Dat isechter nog steeds de meest gangbarepraktijk.”De principes van geofysischemetingen zijn reeds lang gekend,maar de ontwikkeling van mobielesensoren die zich specifiek richtenop bodemkundige toepassingen isiets van de laatste 10-15 jaar.“Zelfs nu wordt er nog maar in beperktmate aandacht aan besteedbinnen de opleidingen Archeologieof Bodemkunde. In Engeland enOostenrijk wordt er al veel meergebruik van gemaakt. Vandaar datwe uit beide landen een specialistin de cursus betrekken.”Precies omdat de basiskennis grotendeelsontbreekt, is het heel moeilijk om via zelfstudiebij te benen. “Vandaar dat we in de opleidingvelddemonstraties en pc-oefeningen rond dataverwerkinginlassen. Niettemin is er eerst eentheoretische basis nodig om te begrijpen welkede mogelijkheden en beperkingen zijn van elktype sensor.”Professor Marc Van Meirvenne vande onderzoeksgroep Ruimtelijke Bodeminventarisatietechnieken(ORBit)


4Brandbeveiliging van gebouwen:rook- en warmtebeheersingBrandweer, normcommissies en studiebureauszijn vragende partij voor theoretisch onderbouwdekennis op gebied van rook- en warmtebeheersingin geval van brand. “De onderliggende principesop gebied van stromingsmechanica zijn vrijcomplex en worden in de praktijk onvoldoendebegrepen”, zegt professor Bart Merci van devakgroep Mechanica van Stroming, Warmte enVerbranding.“Rook- en warmteafvoer (RWA) is een techniekin het kader van actieve brandbeveiliging”, aldusBart Merci. “De methode komt bijvoorbeeld vanpas om de evacuatie van een gebouw of eenbrandweerinterventie te ondersteunen. Een efficiënteafvoer van warmte kan ook het gevaar opbranduitbreiding verminderen. We merkten datde kennis nog onvoldoende aanwezig is in hetberoepsveld. Als gevolg daarvan heerste er onzekerheidop niveau van de ontwikkeling van veiligheidsnormenvoor brandweerinterventies envoor het maken en beoordelen van ontwerpenProfessor Bart Merci van de vakgroep Mechanica vanStroming, Warmte en Verbranding in WarringtonFireGentvan brandbeveiliging van complexegebouwen met gebruik van RWA.Zeker nu, onder meer door onderzoekin mijn onderzoeksgroep, denationale en Europese normen verderevolueren was een update vande kennis meer dan welkom.”De opleiding focust op het gebruikvan verschillende hulpmiddelenom een RWA-ontwerp te kunnenmaken en beoordelen in het kadervan de brandveiligheid van eencomplex gebouw. “Dit gebeurt vanuiteen goed begrip van de fundamentelestromingsmechanischeprincipes die de dynamica van derook enerzijds en de impact vaneen ventilatiesysteem anderzijdsbeschrijven. Er wordt sterk ingespeeldop concrete behoeften vande cursisten door ‘hands on’ ervaringop realistische voorbeelden.Vooraleer dit mogelijk is, wordtevenwel eerst de academischebasis gelegd.”Schadediagnose en herstelling van betonDe jongste tien jaar hebben een aantal boeiendeinnovaties hun weg gevonden naar de bouwpraktijk.Professor Stijn Matthys van het LaboratoriumMagnel voor Betononderzoek heeft daaromeen opleiding ‘Schadediagnose en herstelling vanbeton’ samengesteld.Professor Stijn Matthys vanhet Laboratorium Magnel voor Betononderzoek“Onder meer recente ontwikkelingenin verband met het toepassenvan gelijmde vezelcomposietmaterialenen performante kathodischebeschermingssytemen, kunnen eenoplossing bieden bij de herstellingvan betonconstructies”, zegt hij.“Bij contacten met de sector hadik al langer aangevoeld dat er noodwas aan een postacademischeopleiding. Kwaliteitsvol herstellen ofversterken van betonconstructiesvergt immers veel kennis en kunde.Toen bleek dat dezelfde gedachtenleefden aan de Universiteit vanLuik zijn we samen gestart met deuitbouw van een inhoudelijk programma.Ook de gespecialiseerdecertificatie-instelling BCCA zag deopleiding graag komen. Ze werdintussen erkend in het kader vanhun certificatiesystemen voor uitvoerdersvan betonrenovatie.”“Ik had echter niet verwacht dathet zo een vaart zou lopen”, zegtStijn Matthys. “Om in de lessenvoldoende interactiviteit mogelijk temaken, ben ik uitgegaan van maximaalveertig cursisten. Ondertussenloopt onze volgeboekte tweedeeditie al en hebben we een wachtlijstvoor de volgende sessie.”De modules sluiten nauw aan opde bouwpraktijk. “Daarnaast wordtook voldoende diepgaande informatiegegeven en wordt er stilgestaanbij achtergronden. Cursisten diedeelnemen aan het examen moetenook zelf een reële case uitwerkenen verdedigen. De opleiding isechter niet alleen interessant voorde cursisten. Voor de lesgevers enacademici is het een manier om depraktijk op de werf te kennen. Ditmaakt het extra boeiend.”

More magazines by this user
Similar magazines