Milieu-incident? BOT-mi! - Inspectie Leefomgeving en Transport

ilent.nl

Milieu-incident? BOT-mi! - Inspectie Leefomgeving en Transport

Milieu-incident?BOT-mi!


Taken van het BOT-miHet BOT-mi adviseert lokale, regionale en landelijke overheden bij milieu-incidenten over de tenemen maatregelen op de korte en langere termijn.De rijksoverheid, veiligheidsregio’s en gemeenten kunnen een beroep doen op de kennis enexpertise van het BOT-mi, 24 uur per dag en 7 dagen per week.Met één telefoontje kan de gebundelde expertise van 10 in het BOT-mi deelnemendeorganisaties worden ingeroepen.Bundeling van kennisVeel organisaties in Nederland hebben gespecialiseerde kennis en deskundigheid in huis overgevaarlijke stoffen en hun effecten op de volksgezondheid, het milieu, de landbouw en devoedselketen. De netwerkstructuur van het BOT-mi bundelt die specifieke deskundigheidsamen in één advies. Tegenstrijdige adviezen worden hierdoor voorkomen. Dankzij de snelleen samenhangende advisering kunnen de juiste maatregelen worden genomen ter beschermingvan mens en milieu.Deelnemers aan het BOT-mi:Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)1. Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI)2. DCMR Milieudienst Rijnmond: Landelijk Informatiepunt OngevallenbestrijdingGevaarlijke Stoffen (LIOGS)3. RIVM: Milieu Ongevallen Dienst (MOD)4. RIVM: Centrum voor Externe Veiligheid (CEV)5. Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC)6. Watermanagementcentrum van Rijkswaterstaat (WMCN)7. Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR)8. Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA)9. RIKILT Instituut voor voedselveiligheid10. Coördinatiecentrum Expertise Militaire Gezondheidszorg Ministerie van Defensie (CEMG)Milieu-incident? Bot-mi! | 3


ContactInspectie Leefomgeving en Transport:Meldpunt, tel. 070-3832425.7 dagen per week, 24 uur per dag bereikbaarVoor algemene informatie:Inspectie Leefomgeving en Transport, tel. 088-4890000.www.ILenT.nl4 | Milieu-incident? Bot-mi!


Werkwijze BOT-miAls er een incident plaatsvindt kan het BOT-mi worden ingeschakeld via het Meldpunt070-3832425.De teamleider van het BOT-mi neemt vervolgens contact op met de vragende gemeente ofregio. De teamleider alarmeert de organisaties waarvan de deskundigheid gewenst is.Het BOT-mi is een virtueel team. De vertegenwoordigers van de diensten en instituten hoevenniet fysiek bij elkaar te komen. Zij gebruiken een beveiligde website waar zij hun kennis,adviezen en informatie met elkaar delen. Een efficiënte en snelle werkwijze. Door deze virtuelesamenwerkingsvorm is het BOT-mi na alarmering snel actief. De teamleider bundelt deverschillende specialistische deeladviezen van de betrokken instituten tot één samenhangenden eenduidig advies.Gewoonlijk wordt het BOT-mi gealarmeerd door een Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS) of deGezondheidskundig Adviseur Gevaarlijke Stoffen (GAGS) van de geneeskundige hulpverleningsorganisatiein de regio (GHOR). Ook gemeenten kunnen een beroep doen op de expertisevan de BOT-mi partners. De burgemeester is als bevoegd gezag bestuurlijk verantwoordelijkvoor de incidentbestrijding en een degelijke nazorg.Korte en lange termijnEen BOT-mi advies kan zowel gericht zijn op de korte termijn als op de langere termijn. Tijdenshet incident (de acute fase) kan bijvoorbeeld de meteorologische deskundigheid van het KNMIgewenst zijn om nauwkeurige berekeningen te maken over de verspreiding van gevaarlijkestoffen in een gaswolk of rookpluim. De Milieu Ongevallen Dienst (MOD) van het RIVM kan indeze fase de meetplanorganisatie van de brandweer ondersteunen. Met gespecialiseerdemeetapparatuur kan de MOD nauwkeurige metingen op gevaarlijke stoffen uitvoeren enbodem- en watermonsters nemen voor gedetailleerde analyse.Na het incident (de nazorgfase) heeft het advies vooral betrekking op de gevolgen voor mensen milieu op de wat langere termijn. Bijvoorbeeld over hoe moet worden omgegaan met veeof landbouwproducten in gebieden waar dioxines, zware metalen of andere gevaarlijke stoffenzijn terechtgekomen. Een nauwkeurige analyse van de betrokken stoffen en hun schadelijkheidis nodig om de juiste maatregelen te kunnen nemen ter voorkoming van gezondheidsschadeen verspreiding via de voedselketen.Milieu-incident? Bot-mi! | 5


Praktijkvoorbeeld.Bij een metaalrecyclingbedrijf, waargrote hoeveelheden oud ijzer, kabelsen autobanden lagen opgeslagen,breekt een grote brand uit. Eenenorme zwarte rookpluim trok overde aangrenzende weilanden. Debrandweer vreesde dat zwaremetalen waren neergeslagen in hetbenedenwindse gebied en namcontact op met de MOD van het RIVMom metingen te laten verrichten.Omdat bij de analyse van de effectenook expertise van andere institutennodig was, zoals het KNMI en RIKILT,werd het BOT-mi geactiveerd.6 | Milieu-incident? Bot-mi!


Nog diezelfde avond gaf het BOT-mi een eerste advies aan de gemeente om de agrariërs in hetgebied te bewegen hun vee niet te laten grazen in de weilanden die onder de rookpluimhadden gelegen. De MOD ging aan het werk om via gras- en veegmonsters benedenwinds vanhet bedrijf vast te stellen in hoeverre sprake was van besmetting door neergeslagen zwaremetalen of dioxine. Het KNMI verschafte informatie over de weerssituatie en windrichting tentijde van de brand, om het verspreidingsgebied te kunnen afbakenen.Zware metalen werden bij het onderzoek van de MOD in licht verhoogde concentratiesaangetroffen daarnaast bevestigde laboratoriumanalyse door het RIKILT twee dagen later datbinnen een straal van een kilometer van het bedrijf dioxines waren neergeslagen. De concentratieswaren zo hoog dat zij de Europese normen voor dioxine in veevoeder ruimoverschreden.De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) werd hierop ook ingeschakeld om demogelijke gevolgen van opname van dioxine door koeien via besmet veevoer te analyseren.Uiteindelijk zou de dioxine bij het langere tijd eten van besmet veevoer via de melk in devoedselketen terecht kunnen komen. De samengebrachte informatie van het RIVM, RIKILT enNVWA leidde tot het advies aan veehouders om hun vee tijdelijk binnen te houden en hettijdens of na de brand geoogste veevoer niet te gebruiken. Een week later werden door deMOD nieuwe monsters genomen en bleken de gemeten gehalten zodanig afgenomen dat deweides weer begraasd konden worden.7Milieu-incident? Bot-mi! | 7


De schakels vande BOT-mi ketenElf gespecialiseerde kennisinstitutenvan de overheid vormen samen deschakels van de BOT-mi keten. Eenbundeling van deskundigheid vanorganisaties die onder verschillendeministeries vallen en die via deBOT-mi structuur als één teamopereert en met één stem spreekt.Wie zijn de BOT-mi partners en watkunnen ze? In de volgende hoofdstukkenstellen de deelnemendeorganisaties zich voor.8 | Milieu-incident? Bot-mi!


Inspectie Leefomgeving en TransportDe Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is onderdeel van het Ministerie van Infrastructuuren Milieu. ILT is systeem verantwoordelijk en zorgt voor het onderhouden van de netwerkorganisatieBOT-mi. De ILT draagt zorg voor trainingen, oefening en parate inzet van het kennisnetwerkzodat 24 uur per dag en 7 dagen in de week adequaat gereageerd kan worden op vragenvan veiligheidsregio’s en andere overheidsdiensten.De kennis-instituten die samen het BOT-mi vormen, zijn autonoom en zijn ieder verantwoordelijkvoor de inhoud van hun eigen aandeel in het BOT-mi advies. Het BOT-mi als virtuelenetwerkorganisatie rijgt deze onafhankelijke schakels aaneen tot een keten van kennis enexpertise.Het BOT-mi kent een ‘warme’ en een ‘koude’ organisatie. De warme organisatie wordt actiefbij een melding waarbij de kennis van meerdere instituten nodig is. De organisatie wordtgevormd door de vertegenwoordigers van de instituten die het daadwerkelijk advies aan dehulpvragende regio opstellen. De koude organisatie is gericht op het onderhouden van deoperationele structuur, de geoefendheid, plannen, procedures en scenario’s. Via jaarlijksebijeenkomsten van de BOT-mi partners wordt de onderlinge bekendheid op peil gehouden,worden praktijkcases geëvalueerd en de onderlinge kennisdeling bevorderd. Zo houdt hetBOT-mi zijn eigen interne organisatie scherp, met als doel de ‘klanten’ een zo goed mogelijkadvies voor de aanpak van een complex milieu-incident te bieden.Het BOT-mi houdt frequent interne oefeningen om de eigen organisatie aan de hand van eenconcreet scenario te beoefenen. Ook neemt het BOT-mi deel aan rampenbestrijdingsoefeningenop landelijk en regionaal niveau.Zo krijgen de regio’s op praktische wijze inzicht in wat het BOT-mi voor hen kan betekenen enblijft het BOT-mi geoefend.In convenanten tussen BOT-mi en de regio’s zijn afspraken vastgelegd over alarmering,1. Het Koninklijk Nederlands Meteorologisch InstituutHet weer heeft belangrijke invloed op een calamiteit waarbij gevaarlijke stoffen in de atmosfeerterechtkomen. Zo bepalen windrichting en windkracht de richting en snelheid waarmeegevaarlijke stoffen in een gaswolk of rookpluim zich verspreiden. Ook temperatuur en neerslagkunnen bij incidenten met gevaarlijke stoffen invloed hebben op het incidentverloop. HetKoninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) verzorgt de weerkundige expertise inhet BOT-mi.Milieu-incident? Bot-mi! | 9


Behalve het opstellen van weersverwachtingen voor het publiek en bijzondere doelgroepen,zoals de luchtvaart, heeft het nationale weerinstituut ook een veiligheidstaak: het afgeven vanwaarschuwingen en alarmeringen bij extreme weersomstandigheden. Het KNMI kent defunctie ‘calamiteitenmeteoroloog’. Deze weerkundige experts zijn het eerste aanspreekpuntvoor hulpverleningsdiensten bij branden en andere calamiteiten.Voor bestuurders en hulpverleners zijn niet alleen de actuele weergegevens belangrijk bij hetnemen van beslissingen. Crisismanagers willen ook vooruitkijken. Omdat niets zo veranderlijkis als het weer, is het belangrijk te weten of bijvoorbeeld de wind tijdens het incidentverloopvan richting kan veranderen. Een wolk gevaarlijke stoffen zou dan in plaats van over landelijkgebied over stedelijk gebied kunnen trekken.De combinatie van weerwaarnemingen en computermodellen stelt de KNMI-meteorologen instaat om tot 24 uur vooruit nauwkeurige verwachtingen te geven over het waarschijnlijkeweerverloop. Dat is belangrijke informatie voor de hulpverleners en daarom maakt weerkundigeinformatie standaard deel uit van een BOT-mi advies. Binnen het BOT-mi maakt het RIVMgebruik van deze KNMI-gegevens om met speciale computermodellen nauwkeurige verspreidingsberekeningente maken van de wolk met gevaarlijke stoffen.Ook bij het uitvoeren van metingen en monsternames is de KNMI-expertise een belangrijkhulpmiddel. Door de weersituatie op het moment van een grote brand of chemische lekkageprecies te reconstrueren, kan naderhand het gebied worden vastgesteld dat waarschijnlijk isblootgesteld aan schadelijke stoffen. Het KNMI kan daarbij aangeven in hoeverre landschapskenmerken,zoals hoogteverschillen of stedelijke bebouwing, van invloed zijn geweest op hetverspreidingspatroon van een gaswolk of rookpluim.De Weerkamer van het KNMI in De Bilt is 24 uur per dag bezet.2. Landelijk Informatiepunt Ongevallenbestrijding Gevaarlijke StoffenDe DCMR Milieudienst Rijnmond heeft vanwege zijn toezichthoudende en handhavendefunctie in het hart van de Nederlandse chemiesector een grote inhoudelijke deskundigheid enkennis op het gebied van gevaarlijke stoffen en praktijkervaring met chemische incidenten. Dieexpertise, opgedaan in de dagelijkse taakuitvoering in het werkgebied van de VeiligheidsregioRotterdam-Rijnmond, brengt Milieudienst DCMR mee naar het BOT-mi netwerk.Veel regionale brandweerorganisaties zijn vertrouwd met het Landelijk InformatiepuntOngevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen (LIOGS) als een schakel in de informatievoorziening bijincidenten met gevaarlijke stoffen. Het LIOGS is 24 uur per dag bereikbaar via de meldkamervan de DCMR. Als de medewerkers van de DCMR meldkamer een LIOGS-melding binnenkrijgen10 | Milieu-incident? Bot-mi!10


waaruit zij concluderen dat ook de expertise van andere kennisinstituten gewenst is, kunnen zijhet BOT-mi inschakelen.De DCMR Milieudienst Rijnmond is een partner in een netwerk van overheidsdiensten enbedrijfsleven in het Rotterdamse haven- en industriegebied en omgeving. Door de operationelechemisch-adviestaak (Adviseur Gevaarlijke Stoffen) in Rotterdam-Rijnmond, zijn dezefunctionarissen van de DCMR getraind in multidisciplinair denken en handelen. Zij hebben oogvoor de aandachtspunten van alle betrokken hulpverleningsinstanties en crisisteams. Datmultidisciplinair denken vertaalt de DCMR in zijn deeladvies dat wordt ingebracht in hetBOT-mi.De DCMR is een sterk operationeel gerichte BOT-mi partner, die al in de eerste fase vanincidentbestrijding waardevolle informatie kan verschaffen over de stoffen die in het incidenteen rol spelen, hun gevaren voor mens en milieu en voor de hulpverleners. Ook operationeleadvisering over de meest geëigende aanpak van branden, emissies bij bedrijven en transportongevallen,behoort tot de adviestaken van de DCMR.Door de positie die de DCMR inneemt in het netwerk van overheidsdiensten en bedrijfsleven,kan zij een veelheid aan informatiebronnen over industrie, transport en gevaarlijke stoffenontsluiten. Informatie zoveel mogelijk halen aan de bron, bij de producenten en transporteurs,is een waarborg voor betrouwbaarheid van de gegevens. DCMR kan putten uit tal vandatabases met gegevens over chemische stoffen en productieprocessen.Naast het LIOGS heeft de DCMR binnen Nederland ook de functie van ‘National Centre’ tenbehoeve van de Nederlandse chemische industrie. Veel Europese lidstaten hebben eendergelijk centraal meld- en informatiepunt voor de chemiesector, onder de noemer‘Intervention in Chemical transport Emergencies’ (ICE). Vanuit die positie kan de DCMR ookspecifieke deskundigheid, personeel en specialistisch materieel en middelen vanuit hetbedrijfsleven inschakelen om de effecten van chemische incidenten effectief te beheersen enmilieuschade te beperken.3. Milieu OngevallendienstDe Milieu Ongevallendienst (MOD) is een dienst van het RIVM die door de brandweer enandere hulpverleningsinstanties opgeroepen kan worden voor meetondersteuning bijincidenten waar mogelijk gevaarlijke stoffen zijn vrijgekomen.Milieu-incident? Bot-mi! | 11


Het specialisme van de MOD is het bemonsteren van lucht, (drink)water, vegetatie, neerslag enbodem en die vervolgens te analyseren, om vast te stellen welke schadelijke stoffen in hetmilieu zijn terechtgekomen en waaraan mens en dier kunnen zijn blootgesteld. Om vervolgensde effecten te beoordelen op de volksgezondheid en het milieu. De resultaten zijn zowel vanbelang voor de korte termijn (bestrijding van het incident) als voor de langere termijn(opruimen, sanering, maatregelen gericht op de bescherming van het milieu en de volksgezondheiden de risicocommunicatie).De kracht van de MOD ligt in de bundeling van kennis en capaciteit van verschillende gespecialiseerdelaboratoria en kenniscentra binnen en buiten het RIVM.Na een brand of ongeval met gevaarlijke stoffen is het belangrijk zo snel en goed mogelijk degevolgen voor het milieu en de volksgezondheid in kaart te brengen, en de schadelijke effectente beperken. De brandweer beschikt zelf over adviseurs gevaarlijke stoffen c.q meetplanleidersen meetploegen in beschermende kleding, maar hun mogelijkheden zijn beperkt. De meetplanorganisatievan de brandweer richt zich vooral op het meten van een aantal veel voorkomendestoffen, zoals koolmonoxide, chloor, ammoniak, zoutzuur en stikstofoxiden. Dezegegeven worden gebruikt om in de acute fase maatregelen te kunnen nemen in het effectgebied,zoals afzetting en ontruiming. Voor een meer gedetailleerde analyse van vrijgekomenstoffen, het nauwkeurig vaststellen van de aard, ernst en omvang van de besmetting en eeninschatting van de effecten voor de volksgezondheid en het milieu, bewijst de aanvullendeexpertise van de MOD zijn waarde.De MOD heeft een mobiele meet- en analyse-eenheid voor bemonstering, veldmetingen enanalyses tot zijn beschikking. De bemanning bestaat uit een veldploegleider, bemonsteringsdeskundigenen chemisch-analytisch experts die op hun beurt ondersteund wordt door eenback-office team. Al naar gelang de behoefte kan het inzetteam met aanvullende deskundigenworden uitgebreid en terugvallen op de kennis van het RIVM en andere BOT-mi partners. Voorvragen die meer expertise vereisen, zoals vragen over voedselveiligheid of acute vergiftigingen,wordt het BOT-mi netwerk ingeschakeld om zo op een multidisciplinaire wijze het incident afte handelen.Daarnaast beschikt de MOD ook over een zogenaamde CBRN-responsunit, een grote trailermet een mobiel laboratorium dat voldoet aan de hoogste normen van laboratoriumbeveiliging.Monsters van verdachte stoffen kunnen zo ter plekke in deze combinatie-eenheid onderveilige omstandigheden, volledig afgeschermd van de buitenwereld, worden geanalyseerd ophun aard en risico’s. Dit voorkomt tijdens grootschalige verontreiniging het verplaatsen vanbesmet materiaal.12 | Milieu-incident? Bot-mi!


4. Centrum Externe VeiligheidHet Centrum Externe Veiligheid (CEV) van het RIVM is gespecialiseerd in het beoordelen vanrisico’s, verbonden aan de opslag en het transport van gevaarlijke stoffen. Het gaat hierbij omde risico’s van stoffen als ammoniak, LPG, chloor, munitie en vuurwerk. Tot de taken van hetCEV behoren onder meer het ondersteunen van nationale en lokale overheden, het ontwikkelenen beheren van modellen voor de analyse van veiligheidsrisico’s en bijdragen aan deuitvoering van taken van de rijksoverheid op het gebied van rampenbestrijding en –preventie.In het kader van BOT-mi wordt het CEV voornamelijk ingeschakeld voor het uitvoeren vanverspreidingsberekeningen. Als bekend is om welke stof het gaat, hoe deze is vrijgekomen enwat de heersende weerssituatie is, kunnen de specialisten van het CEV met een computermodelberekenen hoe die stof zich in de omgeving verspreidt.Voor een brand- of explosiedreiging geldt hetzelfde. Wordt bijvoorbeeld een opslagtank ofketelwagon met een tot vloeistof verdicht gas (LPG, propaan) verhit door een brand, dan kanzich een BLEVE voordoen (Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion). Het CEV kan in zo’n gevalmet behulp van computermodellen bijvoorbeeld berekenen hoe groot de schadecirkel is en totwelke afstand hulpverleners veilig kunnen opereren. De berekeningen kunnen zowel vanbelang zijn voor het nemen van omgevingsmaatregelen door crisisteams als voor het optredenvan de operationele hulpverleningsdiensten.De inbreng van het CEV in de BOT-mi keten ligt echter in belangrijke mate in de acute fase. HetCEV kan dankzij de combinatie van wetenschappelijke kennis van giftige stoffen, geavanceerderekenmodellen en praktijkkennis over calamiteiten in binnen- en buitenland, scenario’sschetsen voor de te verwachten effecten van een incident. Een combinatie van wetenschappelijkekennis en casuïstiek die de aanvragers van een BOT-mi advies helpt goed onderbouwdebeslissingen te nemen.5. Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum:Het Nationaal Vergiftigingen Informatiecentrum (NVIC) is het landelijke expertisecentrum ophet gebied van medische toxicologie. Het NVIC adviseert professionele hulpverleners over degezondheidseffecten en behandeling van vergiftigingen en stelt deze kennis ook beschikbaar inBOT-mi verband. De kracht van het NVIC is haar verankering in de dagelijkse medische praktijk,waardoor incidenten snel gesignaleerd kunnen worden en de benodigde kennis tijdens eenincident snel bij hulpverleners gebracht kan worden.Het NVIC is 24 uur per dag bereikbaar voor huisartsen, medisch specialisten van ziekenhuizenen andere partijen in de hulpverlening, als vraagbaak bij incidenten met giftige stoffen.Milieu-incident? Bot-mi! | 13


Dagelijks beantwoordt het NVIC ruim honderd vragen over vergiftigingsgevallen. Daarbij kanhet gaan om individuele patiënten of om een ongeval waarbij meerdere personen betrokkenzijn. Het efficiënt beantwoorden van de zeer uiteenlopende vragen vereist een snelle risicoanalyseen degelijke medisch-toxicologische expertise. Zelfs als niet precies bekend is om welkestof het gaat, kan het NVIC aan de hand van de symptomen bij de blootgestelden een lijst vanmogelijke veroorzakende stoffen samenstellen en adviseren over de aanpak.Het NVIC geeft tevens inhoud aan een uniek samenwerkingsverband tussen het RIVM en hetUniversitair Medisch Centrum Utrecht (UMC). Medisch specialisten, die in het UMC werken,brengen hun praktijkervaring op het gebied van de behandeling van (vergiftigde) patiënten inin het expertisecentrum NVIC.De rol van het NVIC in het BOT-mi is met name gericht op de acute fase van het incident. Als ersignalen zijn dat mensen met een giftige stof zijn besmet bij een chemische lekkage of brand,gaat het NVIC aan de slag om bij ziekenhuizen, huisartsen en ambulancediensten de symptomenin kaart te brengen en te adviseren over de behandeling. In combinatie met gegevens vanandere BOT-mi partners over de aard van het incident en de betrokken stoffen kan dan wordenbepaald aan welke giftige stof de slachtoffers zijn blootgesteld. Het NVIC weet welke behandelfaciliteitennodig zijn en denkt mee over naar welke ziekenhuizen de slachtoffers het bestkunnen worden vervoerd. Gaat het om grote aantallen slachtoffers, dan kan ook het in hetUMC gevestigde landelijke Calamiteitenhospitaal worden geopend. Dat is gespecialiseerd in deopname en behandeling van grote groepen patiënten.In het deeladvies van het NVIC is ook aandacht voor de bescherming van de professionelehulpverleners. Simpele maatregelen als uitkleden en douchen kunnen de blootstelling vanpersonen reduceren en het risico op secundaire besmetting van hulpverleners en ziekenhuispersoneeltot een minimum beperken. Een vroegtijdig advies over de risico’s, over hoe deze teminimaliseren en over het kanaliseren van de patiëntenstroom, kan hierbij zeer nuttig zijn.6. Watermanagementcentrum van RijkswaterstaatHet Watermangementcentrum (WMCN)van Rijkswaterstaat is de ‘waterschakel’ in de BOT-miketen. Specialistische waterkennis in de crisisbeheersingsstructuur is in Nederland-waterlandonmisbaar.In het waterrijke Nederland kunnen rampen en calamiteiten al snel gevolgen hebben voor dekwaliteit van het oppervlaktewater. Denk bijvoorbeeld aan verontreinigd bluswater bij eengrote bedrijfsbrand, lekkage van chemicaliën uit bedrijven of uit schepen of te water geraaktevracht- en tankwagens. Binnen het BOT-mi kan dan de vraag aan de orde komen hoe die14 | Milieu-incident? Bot-mi!


7. Nederlands Vereniging voor Brandweerzorg en RampenbestrijdingDe Nederlandse Vereniging voor Brandweerzorg en Rampenbestrijding (NVBR) is de brancheorganisatievan de Nederlandse brandweer. Brandweerofficieren met een grote deskundigheidop het gebied van ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen en kennis van de crisisbeheersingsenrampenbestrijdingsorganisatie, nemen deel in het BOT-mi. Hun rol is het toetsen van hetBOT-mi advies op operationele uitvoerbaarheid, het opstellen van incidentbestrijdingsadviezenvoor de brandweerkolom en het fungeren als klankbord voor de andere BOT-mi partners.Kortom: de NVBR brengt de brand- en rampenbestrijdingskennis mee naar het BOT-mi.De NVBR-vertegenwoordigers helpen het integrale BOT-mi advies zo op te stellen datbestuurlijke en operationele crisisteams ermee uit de voeten kunnen. Onder andere door dedeeladviezen over te nemen maatregelen te spiegelen aan de bestuurlijke en operationelebevoegdheden en verantwoordelijkheden. Hoe zit de beslissingsstructuur van de rampenbestrijdingin elkaar en wie is verantwoordelijk en bevoegd voor welke uitvoeringsmaatregelen?En is het BOT-mi advies operationeel uitvoerbaar voor alle betrokken partijen?In de acute fase leveren de brandweervertegenwoordigers ook vakinhoudelijke expertise. Zijzijn geselecteerd voor deze rol vanwege hun vakkennis op het gebied van brandbestrijding enhulpverlening en kunnen op hun beurt ook weer putten uit achterliggende kennisnetwerken enkenniscentra in het brandweerdomein. Zo kunnen specifieke vragen over de bestrijdingsstrategieworden voorzien van gerichte antwoorden.De NVBR-component is ook een klankbord voor de andere BOT-mi partners. Aan de hand vande concept-deeladviezen die de instituten opstellen, kijken de brandweervertegenwoordigersof en hoe die adviezen praktisch uitvoerbaar zijn.8. Nederlandse Voedsel- en WarenautoriteitDe Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) bewaakt de veiligheid van voedsel-enconsumentenproduten, de gezondheid van dieren en planten, het dierenwelzijn en handhaaftde natuurwetgeving. Binnen het BOT-mi richt de NVWA zich met name op de veiligheid vanland- en tuinbouwproducten. Voorkomen dat schadelijke stoffen via diervoeders of gewassenin de menselijke consumptie terechtkomen, is het doel van het NVWA-advies.De rol van de NVWA speelt zich met name af in de nazorgfase. Het incident is gestabiliseerd, debrand geblust, de uitstoot van schadelijke stoffen tot stand gebracht, maar welke stoffen -en inwelke concentraties- zijn in land- of tuinbouwgebieden terechtgekomen? Wat zijn de risico’svoor de dier- en volksgezondheid als deze giftige stoffen via de voeding door mensen of dieren16 | Milieu-incident? Bot-mi!


worden opgenomen? Bemonstering en analyse van diervoeders en gewassen door andereBOT-mi partners, de MOD en het RIKILT, geven uitsluitsel over de gemeten schadelijke stoffenen hun concentraties. De NVWA maakt op basis van die gegevens een deskundig advies aanagrariërs en land- en tuinbouworganisaties, waarin wordt aangegeven welke maatregelennodig zijn om te voorkomen dat de schadelijke stoffen in de voedselketen terechtkomen.De NVWA beschikt over bedrijfsgegevens van de agrarische bedrijven in Nederland en kan inhet BOT-mi advies aangeven welke bedrijven in potentieel besmet gebied liggen. Zo kunnendeze bedrijven gericht worden benaderd voor het treffen van de geadviseerde maatregelen. Deinhoud van het advies kan luiden: ‘Gebruik geen gras of ander gewas uit besmet gebied alsdiervoeder’ of ‘Houd vee op stal om te voorkomen dat zij door het eten van besmettegewassen schadelijke stoffen zoals dioxine binnenkrijgen.’ De NVWA ziet het als taak omagrariërs en landbouworganisaties op basis van expertise op het gebied van productveiligheidmet goede argumenten te overtuigen van de noodzaak van de te nemen maatregelen. Waarommoeten de koeien zo lang op stal en waarom mag dat gemaaide gras niet als diervoederworden gebruikt? Deskundige toelichting leidt tot een beter begrip voor de getroffenmaatregelen, die voor de agrariërs een behoorlijke inbreuk op hun bedrijfsvoering kunnenbetekenen.De verantwoordelijkheid voor productveiligheid ligt voor een belangrijk deel bij de landbouworganisatiesen de voedingsindustrie zelf, zoals de Nederlands Zuivelorganisatie en hetProductschap voor Vee, Vlees en Eieren. Zij hanteren zelf een streng controleregime om tezorgen voor veilig voedsel. De NVWA zal deze organisaties indien nodig informeren overbedrijven in besmet gebied die producten leveren voor menselijke consumptie. Zo kunnen allebetrokken partijen hun verantwoordelijkheid nemen in het belang van een veilige consumptievan land- en tuinbouwproducten.9. RIKILT:RIKILT Instituut voor voedselveiligheid en onderdeel van Wageningen Universiteiten enResearchcentrum, houdt zich op wetenschappelijk niveau bezig met voedselveiligheid. Watgebeurt er precies met land- en tuinbouwproducten, vee en vis bij blootstelling aan schadelijkestoffen die als gevolg van een calamiteit in het milieu terechtkomen? Hoe worden bijvoorbeelddioxines, veel voorkomende giftige verbrandingsproducten bij kunststofbranden, door koeienof kippen opgenomen via veevoeder en welke concentraties kunnen dan verwacht worden inde geproduceerde melk of eieren? En hoe zit dat met PAK’s (polycyclische aromatischekoolwaterstoffen) of zware metalen? Dergelijke vragen kan RIKILT beantwoorden, als inputvoor andere BOT-mi partners zoals de NVWA die dan maatregelen kan adviseren.Milieu-incident? Bot-mi! | 17


Het gedrag van chemische verbindingen na een emissie bij branden en ongevallen en huneffecten op de voedselketen, is een specialistische wetenschap. RIKILT beschikt over hoogwaardigelaboratoria en werkt ook samen met de MOD bij het uitvoeren van metingen enbemonsteringen in het veld. Via rekenmodellen, ontwikkeld in samenwerking met het RIVM,kan van een groot aantal chemische stoffen worden bepaald wat de effecten van opname doorplanten en dieren zijn. Als bekend is hoe hoog de concentratie dioxines of zware metalen opeen grasmonster is, kan ook worden geschat hoe hoog de concentratie in koemelk zal zijn.Vergelijking met internationaal verband gestelde productnormen en blootstellingsnormenmoet dan duidelijk maken of die concentratie een gevaar oplevert voor de volksgezondheid.Het RIKILT zet zijn wetenschappelijke kennis en expertise in om te nemen maatregelengedegen te onderbouwen. Hoewel een burgemeester altijd de bevoegdheid heeft omlandbouwers opdracht te geven hun koeien preventief binnen te halen, wil het RIKILT via hetBOT-mi de wetenschappelijke ondersteuning voor zo’n beslissing leveren. Grondige analysevan monsters van gewassen, de bodem of het water zijn nodig voor betrouwbare resultaten.Tal van factoren kunnen van invloed zijn op de uiteindelijke opname van schadelijke stoffenzoals dioxines of zware metalen door vee of vis. Zo kan een forse regenbui de neergeslagenstoffen wegspoelen en kan de concentratie door de groei van gewassen worden ‘verdund’,waardoor de risico’s afnemen.De variatie in schadelijke stoffen die als gevolg van brand of een transport- of bedrijfsongeval,in het milieu en vervolgens in de voedselketen terecht kunnen komen, is groot. PAK’s endioxines worden het meest aangetroffen na kunststofbranden, maar ook andere stoffen zoalsvlamvertragers of daaruit gevormde broomdioxines kunnen voorkomen. Vooral dioxines zijnverraderlijke producten, omdat ze zich bij langdurig gebruik van verontreinigd veevoederkunnen opstapelen in weefsels en organen. Snelle analyse van monsters op de aanwezigheidvan dioxines is daarom belangrijk om tijdig de juiste maatregelen te kunnen nemen. Vroegerduurde het bepalen van de dioxineconcentratie enkele weken. Dankzij de moderne analysetechniekenen kennis van het RIKILT kan dat tegenwoordig al binnen enkele dagen.Het is in het belang van de agrariërs in het verdachte gebied en het bevoegd gezag om op zokort mogelijke termijn goed onderbouwd helderheid te geven over de risico’s van neergeslagenstoffen en antwoord te geven op de vraag of het handhaven van maatregelen wel of nietnoodzakelijk is. De analyse voor het onderbouwen van dat advies is het specialisme van hetRIKILT.18 | Milieu-incident? Bot-mi!


10. Coördinatiecentrum Expertise Militaire GezondheidszorgHet Coördinatiecentrum Expertise Militaire Gezondheidszorg (CEMG) is de militaire schakel inde BOT-mi keten. De rol van het CEMG spitst zich toe op advisering bij calamiteiten metbetrekking tot militaire terreinen, uitzendgebieden, militaire transporten, incidenten metmilitair specifieke stoffen en bij terroristische aanslagen met een CBRN-karakter (chemische,biologische, radiologische en nucleaire stoffen).Het CEMG adviseert binnen de defensie-organisatie op het gebied van preventieve gezondheidszorgbeleid.Die taak strekt zich ook uit tot uitzendmissies in het buitenland, waarNederlandse militairen kunnen worden blootgesteld aan allerlei ziekteverwekkers die in onsland niet voorkomen of aan andere gevaren, waaronder ongevallen met industriële stoffen ofaanslagen met CBRN-stoffen. De experts van het CEMG houden zich via internationale ennationale samenwerkingsnetwerken bezig met het opbouwen van gedetailleerde kennis endeskundigheid op onder andere het gebied van deze ‘ongrijpbare’ dreigingen.Vanuit de structuur van civiel-militaire samenwerking komt de kennis en deskundigheid vanhet CEMG voor het militaire domein ook ten goede aan de civiele hulpverleningswereld.Chemisch-toxicologische aspecten zijn hierbij het voornaamste aandachtspunt bij de adviseringbinnen het BOT-mi. Het CEMG levert zijn kennis aanvullend op de expertise van anderepartners, zoals het NVIC en het RIVM.Milieu-incident? Bot-mi! | 19


ColofonInspectie Leefomgeving en TransportPostbus 161912500 BD Den Haagwww.ILenT.nlHoe kunt u ons bereiken?Bij incidenten:tel. 070-383 24 25.7 dagen per week, 24 uur per dag bereikbaarVoor algemene informatie:Inspectie Leefomgeving en Transport,tel. 088-489 00 00.September 2012 | V56-612032

More magazines by this user
Similar magazines