ook beschikbaar als pdf-bestand (439k) - Kerk en Israël

kerkenisrael.nl

ook beschikbaar als pdf-bestand (439k) - Kerk en Israël

Jaargang 48Nummer 5november 2004Zegenrijk vocht 2Vanuit Jeruzalem 5Hebreeuws 9De collecte voor Jeruzalem 13De zgn.”Gouden Poort”. Deze poortin de oostelijke muur van Jeruzalemkwam uit op het tempelplein.Volgens Joodse traditie zal de Messiasdoor deze poort naar de tempelkomen. Naar verluidt hebben deArabieren hem (in de 7e eeuw) omdie reden dichtgemetseld en eenbegraafplaats daarvoor aangelegd:de Messias zal zich toch niet verontreinigendoor over graven te lopen?Tweemaandelijks orgaan, uitgegeven door DeputatenKerk en Israël’ van de Christelijke GereformeerdeKerken in Nederland


Zegenrijk vochtSchriftstudien.a.v.Hosea 14:6aDe HEEREgebruikt hetmooie natuurverschijnselvande dauw om ietste vertellen overhet werk vanZijn Geest“Ik zal Israël zijn alsde dauw”In de Bijbel valt het op dat de HeereZichzelf of Zijn werk regelmatigvergelijkt met een natuurverschijnsel.Zo vergelijkt Hij Zichzelf inPsalm 84:12 met de zon en het werkvan Zijn Geest in Jesaja 44:3 methet geven van regen en in Johannes3:8 met het waaien van de wind.Waarom gebruikt Hij natuurverschijnselenom iets van Zichzelf aanons te openbaren? Calvijn heeft datde accomodatio Deï genoemd. Godheeft Zich in Zijn spreken tot onswillen aanpassen aan ons menselijkbegrip, opdat we zo des te beterzouden begrijpen wie Hij is en watHij doet. Ook in de tekst voor dezemeditatie gebeurt dat. Ook daaringebruikt God een natuurverschijnselom iets over Zijn werk aan ons tevertellen. Bij monde van Hosea zegtde Heere hier, dat Hij voor Israël zalzijn als de dauw.’t Is heerlijk dat de profeet Hoseaook déze woorden mag laten horen.Ernstig en indringend heeft hijhet oordeel van de Heere moetenaankondigen. De zonden van hetvolk Israël heeft hij bestraft en deoproep tot bekering heeft geklonken.Maar, hij mag óók het heilverkondigen! Nadat hij het volkals het ware een gebed in de mondgelegd heeft om zó tot de Heere tenaderen, nadert de Heere tot Zijnvolk. Hij belooft Zijn afkerige volkdat Hij hun afkering zal genezen.Hij zegt toe dat Hij hen vrijwilligzal liefhebben. En in één ademklinkt het dan: ‘Ik zal Israël zijn alsde dauw’.De dauw als natuurverschijnselkennen we. Een wonderlijkverschijnsel is het eigenlijk. Eneen mooi verschijnsel ook. Zoalswij onze bloemen en planten bijhouden,zó houdt de HEERE Zijnschepping bij. Als er geen regenvalt, valt er ’s nachts dauw. En denatuur wordt erdoor verfrist enontvangt zo het vocht dat dagelijksnodig is. En wat levert de dauwmooie beelden op! Wel eens de tuinin gewandeld ’s ochtends vroeg?Wat een prachtige beelden zie jedan soms! Moet je eens kijken naareen spinrag in een struik die metdauwdruppels bezet is. Of naar hetgazon dat nat is van de dauw. Aanelk grassprietje hangt dan een kleindruppeltje dauw. En dan het vroegezonlicht op het natte weefgetouwvan de spin. Fascinerend! Hebbenwe er oog voor hoe mooi de natuuris? Letten we erop hoe wonderlijkGod voor Zijn scheppingswerkzorgt, óók vandaag? Een wandelingin de vroegte van de dag kan veelstof tot meditatie geven!Een rijke beeldspraakHet mooie natuurverschijnsel vande dauw gebruikt de HEERE inonze tekst om iets te vertellen overhet werk van Zijn Geest. Wij wetendat het werk van de Geest in de Bijbelverschillende keren vergelekenwordt met water (Jes. 44:3; Joh. 7:38v.). In onze tekst gebeurt dat ook.De HEERE belooft hier dat Hij doorZijn Geest zal werken onder Israël.Als het volk zich tot de HEEREbekeerd zal hebben, zal het gaandelen in het werk van de Geest.En hoe zal Zijn werk dan zijn?2


Op welke manier zal Gods Geestwerken in de harten van mensen?Dat is af te leiden uit het beeld vande dauw.Dit beeld wijst allereerst op deabsolute noodzaak van het werk vande Geest. Wat zou Israël in de tijdvan Hosea geweest zijn zonderdauw? Buiten de regentijd was hethet enige vocht dat er viel! Zou erin die tijd geen dauw zijn, dan zoualles ten dode opschreven zijn. Hoeonmisbaar was in Hosea’s tijd dedauw voor het land! En dat is hettrouwens in het Midden Oostennog! Het land heeft de dauw echtnodig, zeker buiten de regentijd.Alles zou verkommeren en verdorrenals er geen dauw zou vallen.Zó is het ook met het werk vande Geest. Zonder dat blijven wijgeestelijk dood, blind, goddeloos,onvruchtbaar. Wij zullen in geestelijkopzicht verkommeren en tenslotte verdorren, als de Geest niet inons werkt. Hoe absoluut noodzakelijkis Zijn werk in ons aller leven!Het beeld van de dauw zegt ook ietsover het karakter van het werk vande Geest. We weten allemaal dat dedauw in stilte valt. Je hoort er nietsvan, ’s nachts zegt niemand: ‘Hoorde dauw toch eens vallen’. Nee, devolgende morgen ligt de dauw alseen fluwelen deken over de natuur.In stilte vleide hij zich over deschepping.Zó is het ook met het werk van deGeest. Hij doet Zijn werk in stilte.Niet door kracht, niet door geweld,maar op de manier van het zaadwerkt de Geest. In het binnensteC.J. Drogervan de mens doet Hij Zijn werk engaat Hij Zijn gang. Zeker, met eenuitstraling naar buiten! Maar heteigene van het werk van de Geest is,dat het in het verborgene voortgaat.Calvijn zou zeggen: ‘Je kunt hetbeter ervaren dan omschrijven’.Het is een geheim wat zich in onsvoltrekt, als de Geest ons hart binnentrekt.Goed om te onthoudenbij alle ‘geestelijke’ optochtelijkheiden activistische werkheiligheiddie we tegenkomen.Zoals de dauw in de natuur zorgtvoor groei, zorgt de Geest daar óókvoor. Waar Hij werkt, komt eropwas in het geloofsleven. Er komtmeer kennis, inzicht en zekerheid.Kennis van God, van ons zelf, vanChristus en Zijn werk. Er komtmeer inzicht in de verdorvenheidvan onze natuur, maar ook in hetheilswerk van de drie-enige God.En de geloofszekerheid groeit dooreen steeds hechtere gemeenschapmet Christus. Allemaal geschenkenvan de Geest! Hij werkt échtegeloofsgroei. Op de manier van:De dauwvalt in stilte3


Zegenrijk vochtChristus wast en ik word minder (Joh.3:30). Echt geestelijk groeien is: kleinerworden in jezelf en steeds groter gaandenken van Hem Die je liefheeft.Zoals de dauw de aarde vruchtbaarmaakt, zorgt ook de Geest voor vruchtenin het leven van de gelovige. We kunnendenken aan de vrucht van de Geest(Gal. 5:22). Ook andere dingen zoudengenoemd kunnen worden, bijv. de goedewerken. Gods kinderen gaan vruchten inhun leven dragen. Uit God, zegt Hoseavan Hosea. De natuur leefde er helemaalvan op! Is dat ook niet het geval als deGeest in ons werkt? Zeker. Hij verkwiktons dorre, matte, terneergebogen hart.Hij geeft ons nieuwe kracht en moed,hoop en vertrouwen op God. Hij richt opwat viel, Hij schraagt wat wankelt. Hijverkwikt en strekt tot zegen (Ps. 84).En wie geniet er nu het meest van het vallenvan de dauw? Dat is toch de eigenaarvan de tuin? Hij geniet ervan als zijnbloemen en planten het goed doen,mede door het neerdalen van de dauw.Waarom werkt God door Zijn Geest inzondaarsharten? Opdat Hij de eer zalontvangen! En zal genieten van Zijn volk,straks voor Zijn troon.Voor wie geldt deze belofte?Allereerst voor Israël! En óók voor hetIsraël van vandaag. Nergens staat er inhet N.T. dat deze belofte niet meer voorIsraël geldt. We mogen verwachtinghebben voor Gods oude bondsvolk! DeHEERE wil nog steeds voor Israël zijn alsde dauw!14:9. Inderdaad! We dragen vruchtenvanuit Christus. Hij is de Wijnstok, Godskinderen de ranken. Zonder Hem komter van vrucht dragen niets terecht! Endan ziet een ander meestal meer van dievruchten dan wij zelf.De dauw valt ’s nachts. Wanneer wil deGeest werken? Is dat niet in de nacht vande zonde, in het donker van de aanvechtingen strijd, in de duisternissen vanafdwaling en zondeval, in de donkertevan moeite en zorgen? Wat een troost isdat! Dat juist dán de Geest wil werken!Wat was de dauw verkwikkend in de tijdMet Pinksteren zijn de grenzen echteropengebroken en komen de beloften vanGod ook de heidenen toe die erbij geroepenworden (Hand. 2:39). De rijke belofteuit Hosea 14:6a geldt óók voor ons. Is zeal werkelijkheid geworden in ons leven?Kennen wij het werk van de Geest al inons bestaan? De belofte om in ons te werkenis ons gedaan bij onze doop. Daaropdan gepleit! En wie het werk van de Geestkent, bidt met Luther:Nu bidden wij de Heilige Geestom een recht geloof het allermeest,dat Hij ons verblijde en ons bevrijdeen aan ’t einde ons naar huis geleide.Kyriëleis.4


Vanuit JeruzalemSjemotEn dit zijn de namen…Sjemot, ‘namen’, is de joodse naam vanhet bijbelboek dat wij Exodus noemen.Het heeft die naam gekregen omdat hetboek begint met: “En dit zijn de namenvan de zonen van Israël die naar Egyptekwamen…”Niet alleen het bijbelboek wordt in dejoodse traditie Sjemot genoemd. Doordatde Tora, gevormd door de eerste vijfboeken van de bijbel, het jaar rond wordtgelezen in de synagoge heeft iedere sabbatzijn eigen vaste lezing, parasja genoemd.Elke sabbat ontleent daaraan zijn eigennaam. Zo wordt op sabbat Sjemot deparasja Sjemot gelezen uit het boek Sjemot.Dit jaar wordt dat gedeelte, Exodus 1-6:1,gelezen op 1 januari 2005.“Dit zijn de namen…” en dan zien we dezonen van Jacob voor ons verschijnen,Ruben, Simeon, Levi, Juda en de anderen.Als ik de namen hoor krijg ik vanzelf deC.J. Rodenburgassociatie met de rijzige gestaltenvan stoere, sterke mannen, zoals jedie getekend vindt in kinderbijbels. Netzoals overigens ook de kring van leerlingenrond Jezus altijd lijkt te bestaan uittwaalf vrijwel gelijke mannen, die blakenvan vertrouwen en tevredenheid. Hooguitde kleur van de kleding van Simon,Andreas, Jakobus, Johannes en de anderenverschilt. De bijbelteksten geven een heelander beeld en maken duidelijk dat demannen net zoveel van elkaar verschildenals elke willekeurige groep mannen (mensen!)vandaag. Ieder met een eigen naam.Desondanks vormden ze een groep enwerd hen een belangrijke plaats en taakgegeven in opbouw en voortbestaan vanrespectievelijk het joodse volk en de kerk.Stad van DavidDwalend door Jeruzalem waan je je somsin de bijbelse tijd. Straten zijn genoemdnaar koningen en koninginnen, naarprofeten en wijzen, naar helden, rab-5


Vanuit Jeruzalembijnen en markante figuren uit verledenen heden. Dat geeft een merkwaardiggevoel van samenhang tussen toen en nuen brengt bijbelse personages dichtbij.Simson, Jonathan, Hizkia, ze zijn allemaalde volgende straat links of rechts. Doordatveel joden een bijbelse voornaam hebbenwordt dit nog verstrekt. David, Rachel,Esther, je komt ze overal tegen op straatnaambordjesof naast huisdeuren.Maar namen zijn onderhevig aan demode, ook in Israël. De kinderen waaronze kinderen bij in de klas zitten hetengeen Itzchak of Batsjeva meer, maar hebbennamen als Doron, Sjier, Kvier, Ronien Tom. En ook Maja’s kom je hier steedsmeer tegen.KindernamenVolgens een krantenartikel van enigetijd geleden zijn er in Israël drie groepenkindernamen. De eerste groep bestaatuit Bijbelse namen, zoals Sara, Sjimon,Rachel en Tamar. In de tweede groepkomen namen die zowel aan jongens alsaan meisjes worden gegeven, zoals Sjai(geschenk), Roni (mijn vreugde), Adi(mijn getuige). De derde groep bestaat uitnamen die Hebreeuws klinken en ook inhet buitenland voorkomen, zoals Keren,Sjaron, Gaja en uit namen die door ouderszelf bedacht zijn, zoals Kochav (ster), Chalom(droom), Stav (herfst).Het zal niet verbazen dat nog maar weinigkinderen bij de eerste groep horen. Als eral bijbelse namen gegeven worden dan ishet in verkorte vorm. In plaats van Estheren Mirjam, namen die een beetje ouderwetsgevonden worden, komen dan nuEsti en Mirrie. Aan de naam van iemandkun je zo’n beetje afleiden in welke tijdhij of zij geboren is!Jad vaSjemNamen geven iets van de aard van eenmens weer en verbinden het nu met het6


MonumentJad vaShemverleden. Tijdens de Tweede Wereldoorlogwerden om die reden Joden die geen‘erkende’ Joodse namen droegen verplichtde naam Israël of Sara toe te voegen. Denaam werd, mét de Jodenster en hetstempel in identiteitsbewijzen, middelom Joden af te zonderen en als een groepte zien en behandelen.De nagedachtenis van ieder afzonderlijkmens is de opdracht die het herinneringscentrumJad vaSjem (een gedenkteken en eennaam) zich heeft gesteld. Het probeertzoveel mogelijk namen te noteren vanmensen die zijn omgebracht tijdensde Sjoah en gegevens over hun levens teverzamelen.Naamgeving in Israël is soms nog sterkverbonden met de geschiedenis van defamilie. Een verhaal vertelt over de fellediscussie die in een familie plaatsvondover de naam die een kind moet krijgendat nog niet geboren is. De opa wil graagdat het kind Mendele zat heten, naarhet kleinkind dat tijdens de TweedeWereldoorlog is gestorven. In die naamziet hij de voortzetting van het leven zoalshet was. De kleindochter voelt er nietsvoor. Mendele is voor haar symbool vanhet oude leven dat voorbij is en denktdat de naam het leven van haar kind zalvergallen. Ze vindt de naam ook nogeens lelijk en verschrikkelijk. De moederprobeert te bemiddelen en stelt voor hetkind Menachem te noemen. De betekenisis gelijk, trooster, en de laatste naam is echtIsraëlisch. Opa is tevreden met de naam,maar de kleindochter vind dat Menachemde geur van de oude tijd oproept en jealleen een klein, zwak kind zo noemt.De aanstaande vader begrijpt al helemaalniets van de noodzaak om met de naameen verbinding te leggen met het verledenen iemand anders zo te gedenken. Hetverhaal eindigt zonder oplossing. Despanningen tussen de generaties blijven.HaSjemEen van de belangrijkste en indrukwekkendstegeschiedenissen in het bijbelboekSjemot, is de ontmoeting die Mozes heeftmet de God van de aartsvaders (Ex 3). Omde naam van deze God draait een grootdeel van het verhaal. “Zie, als ik tot dezonen van Israël kom en tot hen zeg “deGod van jullie vaders heeft me naar julliegestuurd” en ze tegen me zeggen “wat iszijn naam?”, wat zal ik tegen ze zeggen?”En dan volgen de verschillende namen: Ikben die Ik ben, Ik ben, de God van jullie7


Vanuit Jeruzalemvaders, de God van Abraham, de God vanIzaak en de God van Jacob. Met daartussende mysterieuze naam die alleengeschreven kan worden en uit de lettersJ H W H bestaat.In de Joodse traditie wordt deze heiligeNaam vervangen door Adonai, Heer,tijdens de gebeden en lezing uit de Tora.Maar in het dagelijks taalgebruik wordtook deze naam nog vervangen en dandoor ‘haSjem’, de Naam.Om de betekenis van deze naam te verklarenverbinden Joodse geleerden hemmet de naam, ‘Ik ben die Ik ben’ die metdezelfde letters wordt geschreven. Rashivertaalt de naam net anders en probeertte verklaren waarom in Ex 3:14 nogmaals‘Ik ben’ staat. Hij leest de naam als ‘Ikzal zijn die Ik zal zijn’, namelijk: Ik zalzijn met jullie in deze nood (in Egypte),zoals Ik met hen zal zijn in andere nood.Hier moet Mozes verontrust op hebbengereageerd. Waarom moet Israël al horendat er andere ballingschappen en tijdenvan nood zullen volgen; is de huidigenood nog niet genoeg? God stemt in metwat Mozes zegt en draagt hem op aan hetvolk te vertellen dat ‘Ik zal zijn’ hem heeftgestuurd, Hij die in deze nood nabij is.De Naam, haSjem, verwijst dus naar debarmhartigheid van God en naar Zijneeuwigheid. Op die manier kom je denaam ook op straat tegen. Nogal eens antwoordiemand op de vraag hoe het methem gaat met ‘baruch haSjem’, gezegend zijde Naam. Daaruit spreekt dankbaarheiden afhankelijkheid van de Barmhartige.De nabijheid die uit de Naam spreektneemt niet weg dat de onuitspreekbareNaam ook aangeeft dat Hij ver verheven isboven de mensheid. Hij kan niet wordeningezet in onze plannen.Tegelijkertijd is Hij het die zich verbindtmet onze geschiedenis door Zijn volk teleiden. De 19e eeuwse rabbi Hirsch legtuit waarom de drie aartsvaders met zoveelnadruk genoemd worden in dit gedeelte.Alledrie gingen zij door vele moeilijketijden heen, door grote successen, neergangen ballingschap werden hun levensgetekend. Maar God bleef steeds bij hen.Zo zal God ook bij hun nakomelingenzijn, ook als er weinig hoop lijkt op verbeteringof zelfs de kans op overleving.Voor mij als christen krijgt zo’n uitspraaknog weer een andere betekenis. In dekomst, het sterven en opstaan van Jeshua,Jezus, zien we de barmhartigheid vanhaSjem oplichten.De naam Jeshua hoor je in Israël alleen inMessiasbelijdende gemeenten. Daarbuitenwordt Hij ‘Jeshu’ genoemd. Onbewustwordt dan ingestemd met de herkomstvan de naam, die samengesteld is uitde eerste letters van de woorden ‘mogezijn naam worden uitgewist’ en de grotespanningen tussen Joden en christenenaanduidt. Een oude dame hoorde ikeens tijdens een dienst zeggen, dat metdezelfde letters kan worden gezegd ‘Zijnnaam zal worden verheerlijkt’!Zo zal het zijn. Door de tijden heen isGod Zijn volk nabij en ook Zijn Kerk leeftvan de belofte “Ik ben met u, al de dagen,tot aan de voleinding der wereld”. BaruchhaSjem.8


HebreeuwsA. BronsWe willen in een korte serie artikelenin Vrede over Israël aandacht geven aan“talen van Israël”, en wel: Hebreeuws,Jiddisch en Ivriet. We beginnen met“Hebreeuws”.Hebreeuws: de taal van het O.T.Bij “Hebreeuws” denken we vooralaan de taal waarin bijna de hele Tenach(de joodse aanduiding van het O.T.) isgeschreven. De naam “Hebreeuws” komtondertussen in het O.T. nog niet voor.Wel in (de tijd van) het N.T. In het O.T.komt wel de naam jehoediet (“Judees”)voor (2 Kon. 18:26-28, Neh. 13:24).Het Hebreeuws dat we in de Bijbel vindenwerd in het gewone leven gaandewegverdrongen door het Aramees, waaringedeelten van Daniël en Ezra al geschrevenzijn. Maar als religieuze, “heilige”taal bleef het Hebreeuws voortbestaan.Met name door het gebruik van de Tenachin de grondtaal. Maar ook in veel gebedenen latere joodse religieuze geschriften(bv. de Talmoed) vinden we Hebreeuws– zij het dan toch wel weer wat andersdan het “Bijbels” Hebreeuws.Hebreeuws – voorbelangstellendenMw. dr. A. Drint, docent Hebreeuws aanonze Theologische Universiteit, geeft ookeen cursus Hebreeuws voor belangstellenden.Eind augustus verscheen eenoproep in “De Wekker”, voor een beginners-of vervolgcursus. Inmiddels is éénen ander van start gegaan, en wordt erdoor diverse “leken” aan getrokken. Maarwat heb je daar nu eigenlijk aan?In “De Wekker” (jrg. 113 nr 34 blz. 542v)schreef prof. dr. H.J. Selderhuis over“Hebreeuws in Heidelberg”. Een quote9bij dat artikel: Een theoloog kan even goedzonder kennis van Hebreeuws als een vis zonderwater.” Selderhuis geeft een rede van eneHermann Rennecherus (uit 1594) weer.Die zegt dat het Hebreeuws wel iets heelbijzonders is: er is geen taal zo mooi enzuiver, en heilig. Heilig, omdat Goddie taal heeft gebruikt; Rennecherusmeent dat het Hebreeuws zal daaromblijven bestaan en op de nieuwe aardegesproken zal worden. Gelukkig is hetgeen moeilijke taal, want “het is een taalvan voor de zondeval en, zoals bekend,moeilijkheden zijn er pas na de zondevalgekomen.” (blz. 543)Dus: een theoloog kan niet zonder eneigenlijk moet iedereen maar naar eencursus Hebreeuws?!Of is dat inmiddels achterhaald?Er wordt gezegd dat het leren vanHebreeuws en Grieks wel uit de studieTheologie gehaald kan worden. We hebbenvandaag de dag zoveel mogelijkhedenom er van alles bij te halen. Onderandere computerprogramma’s die jebij elk woord van de Bijbel precies latenzien welke vorm van welk woord er in degrondtekst staat, welke betekenissen datStukjeperkament metde tekst vanDeut. 6:4-9 en11:13-21, voorin de mezoeza(kokertje datop de deurpostbevestigdwordt)


Hebreeuwswoord kan hebben, etc. Het lijkt dan tocheigenlijk onzin om nog rijtjes te stampen,de taal echt te leren. Zeker voor “leken”.En we hebben toch goede vertalingen!Het zal niemand ontgaan zijn dat eronlangs een nieuwe Bijbelvertaling (jazelfs meer dan één) is verschenen. Wehebben zo onderhand heel wat vertalingenen kunnen die met elkaar vergelijken.Is het dan nog nodig Hebreeuws(c.q. Grieks) te leren?En wat te denken van wat ik las in eenverslag in het Ned. Dagblad van eenstudiecongres van de GereformeerdeBijbelstudiebond, gehouden op 6 nov.j.l.? Onder de kop “Bijbelvertaling nietoverdoen” staat daar o.a.: Predikanten dieop de kansel zeggen ‘In de grondtekst staat eigenlijk…’proberen een bijbelvertaling te overtroeven,vindt prof. dr. J. van Bruggen. De vertaling die devoorganger geeft is “meestal slechts zijn subjectieveen soms beperkte inzicht, waaraan hij meerwaardeverleent door de kwalificatie ‘letterlijk’ toe te voegen.”Daar zit best wat in; we mogen hetons voor gezegd houden. Maar moeten– c.q. kunnen – we dan maar gewoonafgaan op de vertaling? Welke dan?Al moet je je, als je enige kennis hebtvan het Bijbels Hebreeuws, niet te veelverbeelden – dat is een valkuil! –; je kunttoch wel ervaren dat er dan een ander,eigen licht op de tekst valt.Totaal andere taalHebreeuws is duidelijk heel anders danbv.onze taal. Dat is al duidelijk in hetuiterlijk: het zijn heel andere letters, dieje moet lezen van rechts naar links, en depagina’s “van achteren naar voren”. Maarvooral is de structuur van de taal een heelandere dan bij ons.Het Hebreeuws behoort tot de Semitischetalen, waartoe ook het Arabisch behoort.Enkele kenmerken zijn: a) een paarbijzondere klanken, bv. opvallende keelklanken;b) woorden zijn af te leiden vaneen “wortel”, die meestal uit drie medeklinkersbestaat; c) de zgn. “tijden” vanhet werkwoord drukken eigenlijk nietecht tijden uit (tegenwoordige, verleden,etc), maar verschillende aspecten of wijzenvan handelingen; d) de nevenschikkingvan zinnen: zinnen worden vaak met “en”naast elkaar gezet, waar wij met allerleivoegwoorden de verbanden meer specificeren,en meer met bijzinnen werken.De consequenties van met name de laatstepunten krijg je niet in de vingers viade informatie van bv. een computerprogramma;daarvoor moet je toch echt welwat Hebreeuws leren!Aan het heel andere van de Hebreeuwsetaal is wel gekoppeld een heel eigen“Hebreeuws denken” – heel anders danbv. het “Griekse denken”. Daar zit welwat in. In elk geval leer je mét de taal ookmeer van de achterliggende cultuur kennenen aanvoelen.Zo zie je dat bv. een woord als “waarheid”in het Hebreeuws wat anderegedachten en gevoelens oproept danbij ons: wij denken eerder aan “hetobjectieve, feitelijk ware”, terwijl in hetHebreeuwse woord voor waarheid eerderklinkt “betrouwbaarheid”. Zo zou erveel meer te noemen zijn – waarbij jeook wel weer moet relativeren. Het eenheeft in dit geval natuurlijk wel met hetandere te maken, en binnen onze én deHebreeuwse en elke taal heeft een woordeen scala aan betekenissen en nuanceringen,afhankelijk van de context. Datgezegd zijnde blijven bepaalde verschillentoch opmerkelijk.Het “Bijbels Hebreeuws” van nuWie vandaag de dag Bijbels Hebreeuws10


Deze afbeelding heb ik van internet gehaald (http://bible.ort.org/books/torahd5.asp), van een sitevoor jongens die bar mitswa worden (13 jaar, en daarmee “religieus meerderjarig”). Zij moeten bijdie gelegenheid een stukje uit de tora hardop lezen. Hier kunnen ze leren hoe ze dat doen moeten.Als u naar de website gaat kunt u het ook horen, door op het luidsprekertje naast de versaanduidingte klikken.gaat leren krijgt de tekst wel op eenbijzondere manier voorgeschoteld. Datklinkt misschien wat gek: de tekst is tochal meer dan 2000 jaar oud? De “grondtekst”is toch niet gewijzigd? Ja, toch wel,in zekere zin. Of beter: wat wij hebben isniet direct en puur “de grondtekst”. Ikwil het duidelijk maken met de afbeeldinghiernaast.U ziet hier twee keer dezelfde tekst: deeerste vier verzen van Genesis.• De onderste versie, in zwarte letters, isde tekst zoals die in een tora-rol staat:met alleen de medeklinkers. Er staangeen klinkers bij, en zelfs geen puntenen komma’s en al helemaal geenversnummers. Wat dat betreft komtdit dicht bij de oorspronkelijke tekst(al was die in nog weer andere lettersgeschreven; daarover zo meteen meer).• Bij de bovenste versie zien we meer.Voor het gemak heb ik nog wat meerkleur aangebracht op het plaatje:– de blauwe tekens zijn weer de medeklinkers– dezelfde als de zwarteletters onderaan– in sommige medeklinkers staat eenpunt, die aangeeft dat die letter extrasterk of verdubbeld moet klinken– de rode tekens zijn de klinkers:meestal onder de letter waarná dieklinkt; alleen de “o” staat linksbovenaanbij de letter– de groene tekens zijn de “punten enkomma’s” en nog andere leestekens,voor de goede toon bij het reciterenDe Bijbeltekst is overgeleverd door de“Masoreten” (Hebr. masora = “overlevering”).Zij hebben zich zeer ingespannenom de tekst zuiver te bewaren.Omstreeks 100 na Chr. hebben ze demedeklinker-tekst vastgesteld metbehulp van oude handschriften. Hetoverschrijven ging zeer nauwkeurig:letters werden geteld, speciale tekentjesgezet, om fouten te voorkomen. Enkeleeeuwen later begon men met tekentjesvoor de uitspraak, steeds meer.Het zag er heel vroeger noganders uit…De Hebreeuwse letters die wij nu kennenzijn de “kwadraatletters” (de letters passenin principe in een vierkantje). Dezeschrijfwijze kwam vanaf 250 voor Chr.steeds meer in de plaats van een oudere.Dat ging niet overal zonder slag of stoot.De Samaritanen hebben de tora nog11


HebreeuwsGedeelte van een rol die bij Qumran gevonden is. Geschreven in kwadraatschrift, maar de naam HERE(die hier acht keer voorkomt) is nog in oud-hebreeuwse letters geschreven – bv. aan het begin (rechts!)van de 3e en 4e regel.altijd in het oud-hebreeuwse schrift. Enop de afbeelding hierboven ziet u eenstuk van een rol uit Qumran, met hetkwadraatschrift, maar met de naam vande HERE (JHWH) in oud-hebreeuwse letters(acht keer!).In de tijd van Jezus was het kwadraatschriftkennelijk ingeburgerd. Daarin isde jod (jota) de kleinste letter, en de titteleen klein streepje dat het verschil maakttussen letters gimel en noen.Een gewone taalHet is duidelijk dat het Hebreeuws nieteen eeuwige taal is in de zin van: onveranderlijk.De taal werd in verschillendedialecten gesproken, zoals blijkt uit degeschiedenis van Jefta, die de Efraïmietenkende aan hun spraak, met name hunuitspraak van sjibbolet (Richt. 12:6). HetHebreeuws heeft ook een hele ontwikkelingdoorgemaakt, vanuit “een tale Kanaans”naar een schijnbaar dode taal, dieechter toch bleef leven door het Woorddat daarin Schrift geworden is.Dat Woord kunnen wij gelukkig door(vele) vertalingen ook heel goed lerenkennen.Toch: “eigenlijk staat er…”Soms zal ik dat toch zeggen. Niet met degedachte dat ik een betere vertaling kangeven, maar wel vanuit de ervaring dateen vertaling heel vaak gebrekkig is, enniet alles weergeeft (traditore traduitore, heethet in het Italiaans; de vertaling daarvan– “een vertaler is een verrader” – is tochmeteen ook al een illustratie?!)Ik noem één voorbeeldje: Iets waar je meteen vertaling gauw overheen leest, terwijlhet in het Hebreeuws echt opvalt is: InGen. 12:1 krijgt Abram de opdracht: “Gauit uw land …”, en in Gen. 22:2: “Ga naarhet land Moria…” In beide gevallen staater iets wat niet goed te vertalen maar weldes te opvallender is: lèch lecha = “Ga vooru”. Het legt een sprekende link tussenhoe Abraham eerst zijn verleden en laterook zijn toekomst moest opofferen, mettwee keer zo’n bijzonder “Ga!”Zoiets is (gelukkig ook maar) niet vanlevensbelang – maar toch wel sprekend.Als u toch tijd over hebt, moest u maareens denken over een goede cursusHebreeuws…12


De collecte voorJeruzalemHarmonie tussen leer en levenbij PaulusC.C. den HertogAl eerder is in de kolommen van dit bladaandacht besteed aan de collecte voorJeruzalem die de apostel Paulus heeft georganiseerd1 . Dat ik er nu opnieuw aandachtvoor vraag, is niet zozeer omdat ik meenallerlei nieuws ten opzichte van de eerdereartikelen te kunnen brengen, maar meervanuit het besef dat – zoals mijn leermeester,prof. de Vuyst, ons in Apeldoorn altijdvoorhield – de herhaling de moeder van dewijsheid is.De collecte neemt een grote plaats in in debrieven van Paulus die bewaard geblevenzijn. Op vier plaatsen in zijn brieven (Rom.15, I Kor. 16, II Kor. 8&9, Gal. 2) besteedthij er uitgebreid aandacht aan. Wie echtereen theologie van Paulus opslaat, vindtover het algemeen weinig met betrekkingtot de collecte voor Jeruzalem 2 . Ik kan datalleen maar jammer vinden, want naarmijn inzicht worden dan al in de exegeseleer en leven uiteen gehaald. Juist inPaulus’ spreken over de collecte wordt duidelijkdat het evangelie dat hij verkondigtniet een zaak is van een nieuwe leer, eenaantal gedachten die iemand koestert. Nee– het evangelie dat Paulus verkondigt,heeft tot inhoud de levende Here JezusChristus die door zijn Geest mensen vernieuwten verandert naar zijn beeld, zó datzij in een nieuwe, levende verhouding totGod en de naaste komen.Het spreken over de collecte is niet eenrandverschijnsel, een aardig historischdetail waarmee we een blik kunnen werpenin het reilen en zeilen van de jongekerk, maar het voert tot in het hart vanPaulus’ evangelie. Kijk ook alleen maarnaar de manier waarop Paulus de collecteverankert in het heilswerk van Jezus Christus,‘die om uwentwil arm is geworden, terwijl Hijrijk was, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden’(II Kor. 8:9). D. Georgi heeft een prachtigboek geschreven over de collecte vanPaulus en hij zegt daarin: ‘De collecte werdvoor Paulus in de loop van haar geschiedeniseen typisch voorbeeld voor zijntheologie. Dat spreekt er omgekeerd voordat de theologie van Paulus, met inbegripvan de rechtvaardigingsleer, van meet afaan gericht is op de levende geschiedenisen even ver verwijderd is van mystieke alsvan apocalyptische speculatie.’ 3De collecte. We horen Paulus er met nameover tegen het einde van zijn laatste zendingsreis,vlak voor hij zijn laatste reis naarJeruzalem zal gaan maken.In I Kor. 16 gaat Paulus in op een vraagvanuit Korinte hoe men de zaak concreetgestalte moet geven. In II Kor. 8 en 9 lezenwe hoe de gemeente van Korinte wordt1Twee artikelen van M.W. Vrijhof gaan uitvoerig inop de collecte, een bijbelstudie en een besprekingvan S. Janse, Paulus en Jeruzalem, respectievelijk inVrede over Israël jaargang 41, nr. 1 februari 1997 enVrede over Israël jaargang 45, nr. 4 september 20012Ik heb gekeken in verschillende ‘Paulusboeken’.Van Bruggen spreekt heel kort over de collecte opblz. 230. In het schitterende boek van Ridderboszoekt men tevergeefs naar de collecte. Den Heyerbesteedt nauwelijks aandacht aan de collecte. OokEichholz heeft in zijn meeslepende Paulusboekweinig aandacht voor de collecte. Dunn daarentegenheeft in zijn hoofdstuk over de ethiek vanPaulus een aparte paragraaf over de collecte.3D. Georgi, Der Armen zu gedenken, S.7913


De collecte voor Jeruzalemopgeroepen de zaak nu te gaan afronden,zodat bij Paulus’ komst de gave voor Jeruzalemklaarligt. Daarbij wordt verteld hoemen in Macedonië royaal en soms zelfsbijna boven vermogen gegeven heeft.En vlak voordat Paulus de opbrengstvan de collecte naar Jeruzalem zal overbrengen,schrijft hij vanuit Korinte zijnbrief aan de Romeinen, waarin hij deRomeinen vraagt te bidden voor een goedeontvangst van de collecte in Jeruzalem. Dezaak concentreert zich dus in de periodevoorafgaand aan Paulus’ laatste reis naarJeruzalem. Paulus – de apostel voor de heidenen– zal naar Jeruzalem gaan, de moedergemeente.In die periode merken weook hoe Paulus nadrukkelijk bezig is devragen rond Kerk en Israël te doordenken(Rom. 9-11). Zijn werk onder de heidenenis rijk gezegend en in Jeruzalem zal hij nu‘rapport uitbrengen’.De verantwoording in Jeruzalem van zijnwerk onder de heidenen is dus aanstaande.In de vier brieven waarin de collecte tersprake wordt gebracht, merk je dat Paulushelderheid schept in de verhoudingen,hoe hij nogmaals vanuit het evangelienadrukkelijk bestrijdt dat gelovigen uit deheidenen besneden moeten worden en despijswetten moeten houden.Hoogst interessant is de gedachte van D.Trobisch die meent dat de apostel zèlfdeze vier brieven klaar gemaakt heeftvoor publicatie – zoals velen in die dagenzelf hun correspondentie voor publicatiegereed maakten –, juist ook met het oog4J. Jervell, ‘The Letter to Jerusalem’, p.56. Hij werkthierin gedachten van G. Bornkamm verder uit.Bornkamm heeft zijn gedachten neergelegd in zijnartikel ‘Der Römerbrief als Testament des Paulus’,zie met name 136-139.5Bijvoorbeeld K. Haacker (S.13) en U. Wilckens(I, S.46) in hun commentaren.op de discussiepunten tussen gelovigenuit de Joden en gelovigen uit de heidenen.Inderdaad vinden we met name in dezebrieven behoorlijk wat passages waarinde verhouding van gelovigen uit de Jodenen gelovigen uit de heidenen aan de ordegesteld worden. Maar – zo benadrukt Trobisch– het gaat niet enkel om een afgrenzingtegen het jodendom in deze brieven.De eenheid wordt ook vastgehouden engezocht, juist doordat in alle vier dezebrieven de collecte voor Jeruzalem aan deorde wordt gebracht.Ik ben de eerste om toe te geven dat hetwat speculatief is, maar het is wel eenmanier om goed te beseffen dat Paulusmet al zijn vezels verbonden is met de kerkvan zijn dagen en dus ook met de vragendie toen met grote kracht op de gemeentesaf kwamen. En ook als de gedachte vanTrobisch wellicht wat ver gaat – het is welduidelijk dat met name de Romeinenbriefgeschreven is aan twee adressen. Je kunt jegoed voorstellen dat Paulus bij het schrijvenvan deze brief niet enkel de gemeentevan Rome voor ogen heeft, maar zich ookricht tot de gemeente van Jeruzalem.J. Jervell heeft een belangwekkend artikelgeschreven, waarin hij beweert dat deRomeinenbrief de verdedigingsrede is diePaulus wil houden bij het overbrengenvan de opbrengst van de collecte. 4 En eenheel aantal exegeten volgt hem hierin. 5Nu dan naar de zaak van de collecte. Hoezat dat nou precies?Men had besloten tot die collecte ophet zogenaamde apostelconvent. Paulusbeschrijft dat in Gal. 2:1-10 en daarhoren we dat hij de verkondiging van hetevangelie onder de heidenen op zich zounemen – daarbij zou hij de armen blijvengedenken. En daarmee worden dan metname de armen in Jeruzalem bedoeld.Met die afspraak was Paulus aan het werk14


van de zending begonnen en we horenhem dan ook op verschillende plaatsenverschillende gemeentes opwekken totdeelname aan de collecte. En dat wasnodig: we weten dat er in die dagenarmoede was in Jeruzalem … niet voorniets wordt ons verteld dat men allesgemeenschappelijk had en dat er waren diehun bezit verkochten en dat ter beschikkingvan de gemeente stelden. Er wasarmoede. Daarmee zitten we bij één motiefvoor de collecte. Paulus schrijft erover inII Korinte 8: De collecte voor Jeruzalem iseen inzameling van christenen met wie hetgoed gaat voor broeders en zusters met wiehet niet goed gaat – zodat er gelijkheid zij,net zoals in de woestijntijd toen het volkleefde van het Manna dat de Here gaf: wieveel verzameld had, had niet over en wieweinig verzameld had, had niet tekort. Opdeze manier maakt Paulus het evangelieconcreet voor de Korintiërs, het gaat in jeleven werken als je God hebt leren kennenin Christus. Dan komen God en de naasteop de eerste plaats.Maar er zijn meer – en diepere! – dingenaan de hand bij de collecte. Na de machtigedaden van de Here God van Pasenen Pinksteren ging het evangelie door dewereld en werd gebracht aan een ieder,ongeacht of hij jood of heiden was. VanuitJeruzalem ging het evangelie de wereldin en mochten de volken gaan delen inhet heil dat tot dan toe slechts voor Israëlgeweest was. Zoals de profeten gezegdhadden dat het heil zou uitgaan van Sion.Maar de profeten hadden ook iets andersgezegd: dat de volken naar Sion zoudenkomen en hun schatten daarheen zoudenbrengen, omdat ze ontdekt hadden: ‘Alleenbij u is God, er is geen ander’ (Jes. 45:15, vgl.Jes.60). Zo wordt die collecte opgezet enwe mogen er dus vanuit gaan dat Paulusin iedere gemeente daarover gesprokenheeft. En er werd ook op gereageerd: Macedoniëdoet mee, Korinte geeft. En uit al diegemeenten moeten ook afgevaardigdenkomen die de opbrengst naar Jeruzalemzullen brengen. In het brengen van degaven vanuit de volken naar Jeruzalem zouiets te zien zijn van dank van de volkenvoor het heil dat uit de joden gekomen is(Rom.15:26v). Met deze collecte zoudenprofetieën in vervulling gaan uit het OTdie ervan spreken hoe de volken dankbaarhun schatten naar Jeruzalem brengen.Dankbaar dat voor hen ook plaats is bijIsraëls God.Zo is de collecte voor het Joodse volk eenteken dat de profetieën in vervulling aanhet gaan zijn. God is in Christus begonnenhet einde te brengen. In het OT wordt deverwachting van de opstanding gewekt– Jezus staat op en het overgrote deel vanhet volk negeert het. Paulus komt daaromgespannen met de collecte uit de volkeren.Zal Israël nu wel de vervulling van de profetieherkennen? Het is de belofte van Godwaar het Paulus om te doen is (zie ook zijnverdedigingsrede in Hand. 26:1-23). En ikzie hem Jeruzalem naderen met een hartbonzend van verwachting, omringd doorafgevaardigden uit de heidenen met hungaven. Zal Israël nu gaan zien dat inderdaadhet laatst der dagen is aangebroken?Twee punten dus bij de collecte: dearmoede in Jeruzalem en de vervulling vande profetieën. Volgens mij is er nog eenderde punt dat van belang is: in de Romeinenbriefmaant Paulus de gelovigen uitde heidenen zich niet te verheffen bovenIsraël (Rom. 11:17-24). De spits van de collecteis niet alleen naar Israël gericht, maarook naar de heidenen. De collecte is bijuitstek een middel waarmee de christenenuit de heidenen zichtbaar maken dat zijingelijfd zijn in Israël. Bovendien is heteen teken dat zij beseffen dat dit betekent15


De collecte voor Jeruzalemdat het laatst der dagen is aangebroken.Het is zo een erkenning van de gelovigenuit de heidenen dat zij geënt zijn op dewortel Israël. En dat zij er dus bij gekomenzijn – en nooit in plaats van Israël!Tenslotte: de collecte voor Jeruzalem is– voorzover bekend – eenmalig geweest.Snel erna heeft de verwijdering tussensynagoge en kerk doorgezet, op zo’nmanier dat de kerk kon vergeten en wegmoffelendat zij erbij gekomen is, met alleverschrikkelijke gevolgen van dien.De collecte voor Jeruzalem was een grendeldie Paulus geprobeerd heeft hiervoor teschuiven. Een grendel die in de kerk hetbesef levend had kunnen houden dat degeestelijke goederen waaraan wij deel hebbengekregen, komen uit Israël, en dat nuwij er deel aan gekregen hebben, het laatstder dagen is aangebroken: het gaat aan ophet einde!Wanneer de collecte een blijvendeinstelling zou zijn geworden, was de verwachtingvan Christus’ definitieve komstmisschien beter vastgehouden in hetgeloof van de gemeente. En was er wellichtmeer terecht gekomen van Paulus’ oproepaan de gelovigen uit de heidenen om hetJoodse volk tot jaloersheid te brengenenzo tot het inzicht dat al Gods belofteninderdaad in Christus ja en amen zijn!Aanbevolen literatuur:• J. Jervell, ‘The Letter to Jerusalem’ inK.P. Donfried (ed.), The Romans Debate,Peabody 20033, blz.53-64• D. Trobisch, Pauls Letter Collection.Tracing the Origins, Bolivar 2001• S. Janse, Paulus en Jeruzalem. Een onderzoeknaar de heilshistorische betekenisvan Jeruzalem in de brieven vanPaulus, Zoetermeer 2000.• K.F. Nickle, The Collection. A Study inthe Strategy of Paul.• D. Georgi, Der Armen zu gedenken. DieGeschichte der Kollekte des Paulus fürJerusalem, Neukirchen-Vluyn 1994• G. Bornkamm ‘Der Römerbrief alsTestament des Paulus’ in: G. Bornkamm,Geschichte und Glaube. Zweiter Teil(Gesammelte Aufsätze Band IV),München 1971, S.120-139.ColofonCommissievan redactieds. A. Bronsdr. G.C. den Hertogds. H.D. Rietveldds. M.W. VrijhofEindredacteurds. A. BronsZilverschoon 1028265 HC Kampentel.: (038) 33 13 262e-mail:a-brons@hetnet.nlInternetpaginawww.kerkenisrael.nlAdministratieadresLandelijk kerkelijk bureauvan de Chr. Geref. KerkenVijftien Morgen 13901 HA VeenendaalPostbus 3343900 AH Veenendaaltel. (0318) 58 23 50fax (0318) 58 23 51e-mail: lkb@cgk.nl16PenningmeesterH. van Braak’t Melkhuis 243902 CW Veenendaaltel.: (0318) 51 54 27e-mail:h.h.van.braak@hccnet.nlGironummer 365271,t.n.v. penningmeesterdeputaten Kerk & IsraëlCGK te VeenendaalVoor legaten en schenkingenkunt u contact opnemen met depenningmeester; hij geeft ookgaarne informatie over diverseaan te bevelen projecten.

More magazines by this user
Similar magazines