Zoogdieren op defensieterreinen - Zoogdierwinkel

zoogdierwinkel.nl
  • No tags were found...

Zoogdieren op defensieterreinen - Zoogdierwinkel

Z OOGDIERJAARGANG 22 • NUMMER 3 • HERFST 2011Beverdammen bufferen waterpeilHelpen konijnen bij het ontstaan van grijze duinen?Zoogdieren op defensieterreinenHoe fotografeer je zoogdieren in het wild?


Figuur 1 Links: Een 8 cm dikke boom halen bevers in een kwartier neer. Ze beitelen steeds horizontaal met hun tanden – die trouwens levenslangdoorgroeien. Rechts: Het horizontale beitelen geeft aanleiding tot de typische ‘potloodknaagsporen’. Foto’s Jolien Pontzeeleweer zijn met hout. Niet alleen als maaltijd,ook om dammen te bouwen en omburchten of oeverholen te maken. Bijsteile, lemige oevers graven ze bij voorkeureen oeverhol. Als de ondergrond tehard is of de oever te laag, dan construerenze burchten van takken en modder (figuur2). De hoofdreden voor hundambouw-activiteiten is veiligheid. Ze verhogenhierdoor het waterpeil, waardoor deingang van hun burcht of oeverhol onderwater blijft en enkel zwemmend bereiktkan worden. Dit leidt ook tot een vrij stabielwaterniveau en voorkomt zo het onderlopenvan de nestkamer. Omdat ze zichslechts moeizaam verplaatsen over land,graven bevers ook kanalen om veilig vanhet nest naar de foerageerplaatsen tekunnen zwemmen. Instinctief reageren dedieren op het geluid van stromend waterom dammen te bouwen. Vaak stoppen zenagenoeg alles dicht wat binnen hun mogelijkhedenligt, dus naast lekken in hundammen ook bruggetjes, drainagebuizen,roosters of andere door de mens aangelegdestructuren.Waterdichte beverdammen Beverdammenbestaan uit takken, twijgen,modder en soms stenen en plantenstengelsen worden gebouwd in rivieren meteen breedte van maximaal tien à vijftienmeter en een verval van minder dan tweeprocent (Gurnell, 1998). De dieren startensteeds met de bouw van een dam door enkelegrote takken in de bodem te verankeren,vrijwel verticaal onder een hoek tegende stroomrichting in. Hiertussen vlechtenze dan vanaf de oevers takken naar binnentoe. Dammen die worden onderhouden,evolueren bovendien vaak in de tijd. Zokunnen kleine dammen, die zich enkel binnende rivierbedding bevinden, stelselmatigworden verhoogd en verbreed tot zezich uitstrekken over de aangeslibde of denatuurlijke overstromingsvlakte langs derivier (figuur 3). Doordat beverdammen zogoed als waterdicht zijn, baant het waterzich bij te hoge waterdruk ook vaak eenweg om de beverdam heen en ontstaannieuwe lopen. Na verloop van tijd is de oorspronkelijkebedding niet meer zichtbaaren is er een brede bundel van kleinerebeekjes die kronkelen tussen en rond deFiguur 2 Constructie van een oeverhol (links) en een burcht (rechts). Bij fluctuerende waterniveaus houden bevers de ingang toch onder watermet behulp van takken en modder. Illustratie Wietse Bakker. (Bron: Fichefet & Manet, 2001)Zoogdier 22-3 pagina 2


Schaars begroeide duinen zijn voor konijnen een goede biotoop. Foto Marijke DreesHelpen konijnen bij hetontstaan van grijze duinen?De ‘grijze duinen’, de kalkarme duinen achter de zeereep, lijken in de Noordduinen tussenDen Helder en Callantsoog een optimale biotoop voor het konijn te zijn. Er zijn zelfs vermoedensdat konijnen een rol spelen bij het ontstaan van nieuwe ‘grijze duinen’.Ton Leentvaar & Marijke DreesIn de Noordduinen, de smalle zeereep tussenDen Helder en Callantsoog, komen konijnennog steeds talrijk voor, ondanks hetfeit dat het voor konijnen dodelijke VHSvirushier vanaf 1997/1998 rondwaart(Drees & van Manen 2004; zie ook kader).Dat konijnen zich in de Noordduinen tochredelijk hebben kunnen handhaven komtwaarschijnlijk door een oorspronkelijkhoge dichtheid, waardoor de populatie alsnel een zekere mate van weerstand tegenVHS kreeg (Drees & Dekker 2008). Kennelijkzijn de hier voorkomende ‘grijze duinen’,de kalkarme duinen direct achter dezeereep (voor definitie:zie www.natuurkennis.nl),een optimale biotoop voor het konijn.Zou omgekeerd het konijn op zijnbeurt een rol kunnen spelen bij het ontstaanvan nieuwe grijze duinen?Hoge dichtheid konijnen inNoordduinenEr zijn in Nederland nauwelijks dichtheidscijfersvan konijnen beschikbaar. Alletellingen die worden uitgevoerd in hetkader van de Nederlandse EcologischeMonitoring (NEM-gegevens, GegevensautoriteitNatuur), transecttellingen, en tellingenvan dagactieve zoogdieren wordenverwerkt tot trends. Gelukkig zijn er doorVermaas & Milder van het LandschapNoord-Holland in de Noordduinen in deperiode april-augustus 2006 tellingen metzoeklichten uitgevoerd vanaf het duin bij deGrote Kaap en bij de strandafgang DroogheWeert (figuur 1). Die tellingen publicerenwij hier voor het eerst, met toestemmingvan de tellers. Op grond van deze tellingenkomen wij tot de conclusie dat er in 2006minimaal 14,5 volwassen konijnen/havoorkwamen (figuur 2). Een dergelijkedichtheid kan tegenwoordig als relatiefhoog worden bestempeld (Cromsigt et al.2001).De vegetatietypen ter plekke van de zoeklichttellingenbestaan uit ‘helmduinen enbuntgrasduinen’, ‘buntgrasduin’ en ‘schapengrasduin’(Landschap Noord-HolllandZoogdier 22-3 pagina 5


1008060aantal4020027/4 4/5 11/5 18/5 25/5 1/6 8/6 15/6 22/6 29/6 6/7 13/7 20/7 27/7 3/8 10/8 17/8 24/8300200aantaldatum2004) en behoren tot de grijze duinen. Hetjaar 2006 was voor konijnen volgenstransecttellingen uitgevoerd in de Noordduinen(figuur 3) een topjaar.Grijze duinen versus konijnen?Een jaar later, in 2007, zag de eerste auteurdat in het deelgebied ‘Zandloper’ enin het Botgat op meerdere plekken nieuweholen werden gegraven aan de binnenrandvan de zeereep, in delen van het terreindie nog niet door konijnen warengekoloniseerd. Het betrof kleine nederzettingenop tamelijk grote afstand van elkaar,die bestonden uit groepjes van tweetot vier eenvoudige holen. Dit werpt devraag op of de migratie van konijnen naarde zeereep gaat leiden tot de ontwikkelingvan nieuwe grijze duinen. De bodem verandertimmers door een toenemende intensiteitvan activiteiten door konijnen,zoals begrazen, graafwerk waarmee dedikwijls samengekoekte bovenlaag vanGrote KaapVanaf het pad bij Drooghe WeertFiguur 2 Resultaten zoeklichttellingen in de Noordduinen in 2006 (Vermaas & Milder, ongepubliceerd).10002004 2005 2006 2007 2008 2009jaarFiguur 3 Aantalstrends (index) van konijnen langs een vaste route van 1200 m (nulpunt in 2004) in de Noordduinenin 2004-2009. Bron: Nederlandse Ecologische Monitoring, in opdracht van de Gegevensautoriteit Natuur.het zand wordt doorbroken, keutelen enurineren, en aanleg van latrines. Deze activiteitenbevorderen de groei van allerleikruidachtige planten die daar voorheenniet of slechts in kleine aantallen voorkwamen.Het al aanwezige of sluimerendeproces van opeenvolging in de vegetatiezou hierdoor geactiveerd of versterkt kunnenworden. Om deze veronderstelling tetoetsen, vinden vanaf voorjaar 2011 systematischetellingen en karteringen van konijnenholenin de Noordduinen plaatsdoor de eerste auteur.Met dank aan Landschap Noord-Holland,de beheerder van de Noordduinen.Ton Leentvaar is vrijwilliger bij LandschapNoord-Holland,t.leentvaar@quicknet.nlMarijke Drees is werkzaam bij deRijksuniversiteit Groningen,marijke.drees@kpnplanet.nl.Figuur 1 Zoeklichtlocaties in de Noordduinen bij de groteKaap (boven) en het pad bij de Drooghe Weert.Zoeklichttellingen Noordduinen De zoeklichttellingenin de Noordduinen (Vermaas en Milder,ongepubliceerd) vonden plaats op twee vaste punten(figuur 1), en bestreken twee homogene, aan elkaargrenzende, door konijnen bewoonde, grijze duingebieden.Er werd bij ieder zoeklicht geteld binnen eenhalve cirkel met een straal (r) van 120 m. De oppervlaktevan iedere halve cirkel bedraagt (Pi*r²)/2 =(3.1415*120 m*120 m)/2 = 22.619 m² (2,26 ha). Deoppervlakte van beide telgebieden is 4,5 ha. De aantalstoenamein april/mei (figuur 2) heeft waarschijnlijkte maken met een toenemend aantal urendat de konijnen foerageren en dus zichtbaar zijn, terwijlvanaf half mei halfwas jongen niet meer onderscheidenkunnen worden van volwassen dieren,althans niet meer op die afstand en lichtcondities.Daarom gaan wij uit van minimaal 66 volwassen konijnenop 25 mei in beide zoeklichtgebieden samen(dichtheid: 14,5/ha).VHS in de Noordduinen Het Viraal HaemorrhagischSyndroom (VHS) wordt net als myxomatoseveroorzaakt door een virus en is dodelijk voor konijnen.Het VHS-virus is afkomstig uit Australië enkomt sinds 1990 voor in Nederland. Van Dijk & Kelder(ongepubliceerd) constateerden in 2006 bij konijnenin de Noordduinen een goede immuniteittegen VHS, terwijl deze gering bleek in het wat zuidelijkergelegen natuurgebied Het Zwanenwater,waar de populatiedichtheid altijd veel lager was danin de Noordduinen. Toch is sterfte door VHS niet uitde Noordduinen verdwenen. Zo vond Leentvaar ermet name in 2007 nog tientallen dode konijnen. Inandere duingebieden heeft VHS de konijnenpopulatiegedecimeerd.Verder lezen?• Cromsigt, J.P.G.M., V.A.A. Dijkstra, D. Wansink& S.E. van Wieren, 2001. Estimating the qualityof Dutch mammal populations. Vereniging voorZoogdierkunde en Zoogdierbescherming, Arnhem.• Drees, M. & J. Dekker, 2008. Epidemieën inNederlandse konijnenpopulaties. Zoogdier19(2):19-21.• Drees, J.M. en Y. van Manen, 2004. De situatievan het konijn in Nederland. Rapport voorhet ministerie van LNV, www.marijkedrees.nl.Door de begrazing van konijnen blijft een rijke vegetatie met duinroos in stand. Foto Marijke DreesZoogdier 22-3 pagina 6• Landschap Noord-Holland, 2004. VegetatiekaartNoordduinen.


Grazers op de Leusderheide. Foto Fons BongersGevaren en kansen voor zoogdierenZoogdieren op defensieterreinenSinds het eind van de jaren tachtig staan defensieterreinen nadrukkelijk op de natuurkaartvan Nederland. Defensie slaagt er steeds beter in om, binnen haar formele taakstelling,het gebruik en het beheer van haar terreinen af te stemmen op de waarde voor natuur,landschap en openluchtrecreatie. Aan de vooravond van een nieuwe belegging van het vastgoedvan de Krijgsmacht, is het een goed moment voor een blik op het ruimtegebruik door Defensie.Een ding is zeker: hoe de herbelegging van de defensiefuncties over het land ook zal zijn,ruimte en aandacht voor zoogdieren zal er in ieder geval blijven.Fons BongersDefensie heeft de beschikking over ongeveer25.000 hectare Nederlands grondgebiedom haar taken uit te voeren. Dezeoppervlakte is verspreid over enkele honderdengrotere en kleinere objecten. Deterreinen zijn verdeeld over het land metals belangrijkste oorzaak de landbouwrevolutiein de tweede helft van de 19e eeuw.In die periode verloren veel ‘woeste gronden’hun laatste functie in de mineralenhuishoudingvan landbouwend Nederland.Het belang van schapenbegrazing en dewinning van heideplaggen viel binnenkorte tijd weg. Lokale bestuurders zochtennaar nuttige bestemmingen voor die grondenen vonden gehoor bij het leger. Diversegarnizoensplaatsen danken hun bestaanaan de oefenterreinen die zij het leger toenkonden aanbieden. Delen van de Veluwe,Brabant en de Utrechtse Heuvelrug kregeneen militaire functie, die ze tot op de dagZoogdier 22-3 pagina 7


van vandaag kennen. Daar ligt de oorzaakvan de concentratie van legerterreinen opde hogere zandgronden.Defensie en natuur Vanaf de 80’erjaren van de 20e eeuw is Defensie zichgoed bewust van de natuurwaarden vanhaar terreinen en de maatschappelijke betekenisdaarvan. Natuur op defensieterreinenis vaak anders dan die op terreinenvan andere terreinbeheerders. Om eengoed beheer te voeren moest worden gezochtnaar de mechanismen daarachter.Het bleek dat de situatie in Nederland nietop zichzelf stond. Uitwisseling van kennistussen beheerders verspreid over Europaleverde bijzondere inzichten op. Of het nuover Oostenrijk, Hongarije of Engelandging: veel defensieterreinen werden omhun bijzondere waarden onder de beschermingvan de Habitatrichtlijn gebracht.Wat waren de gemeenschappelijkekenmerken van de natuur in die terreinen?Overal in Europa neemt de dynamiek in dehalfnatuurlijke landschappen af: ze groeiendicht met bos. Dat is niet het geval opveel defensieterreinen. Een open landschapis een vereiste voor zowel het houdenvan oefeningen alsook voor het gebruikals schietterrein. De heides op deDe defensieterreinen verschillen in oppervlaktevan enkele vierkante meters voor een zendmastof steiger tot circa 5.000 hectare aaneengeslotenheide- en bosgebieden op de Noord-Veluwe.De 25.000 hectare defensieterreinen zijn globaalte verdelen in 7.000 hectare bossen, 7.000hectare heide, 2.000 hectare duinen en strandvlaktes,4.500 hectare graslanden en 4.500 hectaremin of meer bebouwde objecten zoalskazernes, havens, opslaglocaties en vliegbases.De betekenis van deze landschappen voor zoogdierenis erg verschillend, zoals zal blijken.Afgesloten duinreservaat op Texel. Foto Fons BongersVeluwe, de kalkgraslanden op SalisburyPlain in Zuid-Engeland, de heides in Denemarkenen Vlaanderen blijven open doorde dynamiek die er door Defensie wordtgebracht en het daarbij horende functionelebeheer. Brandbeheer van heide wordtalleen nog op defensieterreinen toegepast,met bijbehorende bijzondere waarden voorreptielen, broedvogels, dagvlinders,sprinkhanen en flora.Zoogdier 22-3 pagina 8Bossen en heide Door de ligging opde voormalige woeste gronden heeft eengroot deel van de defensieterreinen eenbosdek, of is het begroeid met droge heideof heischrale graslanden. Voor de betekenisvoor zoogdieren zijn daarmee de kadersgesteld: heidelandschappen vormenslechts voor enkele soorten zoogdiereneen belangrijk leefgebied. Edelherten,rosse vleermuizen, vossen en een enkelemoeflon foerageren er dagelijks. Maarvoor een deel van de dag zijn deze soortengebonden aan boslandschappen. Voorzoogdieren is heide een te schraal enstructuurloos leefgebied.Bosgebieden daarentegen vormen voorzoogdieren een veel aantrekkelijker biotoop,zeker als ze grenzen aan cultuurlandschappenwaar ook gefoerageerd kanworden. Vooral in de zuidelijke Veluwe leidtdit op defensieterreinen tot bijzondereconcentraties van das (Deelen, Schaarsbergen),wild zwijn en diverse soortenvleermuizen.Het derde voor zoogdieren relevante landschapstypedat gevonden wordt op defensieterreinenis meer urbaan van aard.Vooral als beboste gebieden parkachtigbebouwd zijn -zoals vele kazernes op deVeluwe, in Brabant en op de Heuvelrugdanvormen ze een aantrekkelijk leefgebiedvoor vele soorten zoogdieren. De omgevingvan vliegbasis Deelen, met kazernesin een bosrijke omgeving, vormt eenconcentratiepunt voor zoogdieren zoalsdas, gewone dwergvleermuis, laatvliegeren vier soorten marters. Ook reeën vindendeze gebieden aantrekkelijk, door de combinatievan rust en de beschikbaarheid vanhoogwaardig voedsel. Vliegbases vormendaarbij geen uitzondering.Functieveranderingen Het is eenbekend en wereldwijd fenomeen: verdedigingswerkenverliezen hun functie zodraze gebouwd zijn. Nederland ligt vol metforten, vestingsteden, bolwerken en inundatiewerkendie gebouwd zijn met de kennisvan een vorige oorlogsdreiging.Defensie heeft deze objecten in de laatstetientallen jaren massaal afgestoten. Demaatschappij heeft er nieuwe functies aangegeven: het zijn nu theehuizen en historischebinnensteden. Dit proces kent geeneinde. In deze tijd van bezuinigingen enverandering van internationale politiekeverhoudingen zullen in de komende jarendiverse terreinen hun defensiefunctie gaanverliezen. Ze worden overgedragen aannieuwe eigenaren en beheerders die erhun nieuwe functies aan zullen geven. Endaarmee eindigt het beheer van Defensiein deze terreinen met mogelijk ook de specifiekeflora en fauna die in deze gebiedenthuishoren. De fauna van de (voormalige)vliegbasis Soesterberg telde 28 soortenzoogdieren.Inventarisatie en monitoring In1993 hebben de terreinbeheerders van Defensieen de Landbouwuniversiteit Wageningengeconstateerd dat er onvoldoendegegevens beschikbaar waren van flora enfauna om een voldoende verantwoord beheerte voeren. In samenwerking met het


Personeelsschuilplaats op een militair vliegveld, een ideaal onderkomen voor vleermuizen.Foto Fons Bongerstoenmalige Ministerie van Landbouw enVisserij is een 10-jarig project gestart ominzicht te krijgen in de natuurwaarden vandefensieterreinen, en daarna door middelvan vervolginventarisaties de ontwikkelingente monitoren. Dit project was succesvol:op duizenden hectares zijn basisinventarisatiesgehouden van vegetatie,dagvlinders, broedvogels en libellen. Hetproject heeft zijn gevolg gekregen in eenstructurele natuur-monitoringsgroep die isondergebracht bij Alterra in Wageningen.Het inventarisatie- en monitoringsteam inventariseerten documenteert inventarisatiegegevensen geeft beheersadviezen aande terreinbeheerders.Zoogdieren worden bij de inventarisatiesniet gericht geïnventariseerd. De redendaarvan is dat betrouwbare populatiegegevensvan zoogdieren alleen tegen hogekosten zijn te verkrijgen en de uitkomstenonvoldoende sturende gegevens leverenvoor beheer van het terrein. Indien om watvoor reden dan ook specifieke gegevensover het voorkomen van zoogdieren aanwezigzijn, dan worden deze in de rapportagesen beheersadviezen betrokken. Viade wintertellers of de Zoogdierverenigingkomen telgegevens van vleermuizen beschikbaar.Jagers leveren gegevens overree, wild zwijn en edelhert, en fragmentarischgegevens over eekhoorn, egel, vos,boommarter, steenmarter, wezel, hermelijnen bunzing. Ook tijdens broedvogelinventarisatiesworden incidentelewaarnemingen van zoogdieren gedocumenteerd.Grote hoefdieren Alle defensiebossen,ook op vele bebouwde terreinen, wordenbewoond door reeën. De soort is zoverspreid dat het bijna geen soort meer isvan de grotere natuur. Dat ligt anders metde grote hoefdieren op de Veluwe. Daar iseen concentratie van defensieterreinenaanwezig, en het zijn ook nog eens degrootste terreinen die Defensie in gebruikheeft. De twee schietterreinen op de Veluwe(Harskamp en Oldenbroek) behorentot het vrije leefgebied van edelhert en wildzwijn.De ecologie van het edelhert op de schietterreinenis aangepast op het functionelegebruik. De lokale edelherten kennen hetgebruik van zware wapens en kennen deuitwerking van munitie in de doelengebiedenvan de schietterreinen. Op de OldenbroekseHeide foeragerende edelhertenverlaten het doelengebied als de schietoefeningenvanaf Doornspijk, 10 kilometerzuidelijker, aanvangen. Slechts uiterst zeldenvallen er onder het wild slachtoffers.Zowel de populatieomvang van wild zwijnals die van edelhert wordt beperkt door afschot.Dit beheer vindt plaats in samenwerkingmet de andere groteterreinbeheerders op de Veluwe. Defensiehanteert hierbij geen eigen beleidslijnen:er wordt aangesloten op het regionale beleidvan grote terreinbeheerders.Vleermuizen Voor deze soortgroepvormen defensieterreinen een belangrijkbolwerk. Sinds 1999 is onderkend dat defensieterreineneen belangrijk deel van dein Nederland overwinterende vleermuizenherbergen, tenminste voor zover deze bijEdelhert. Foto Maaike PlompZoogdier 22-3 pagina 9


wintertellingen worden gevonden. Sindsdienbeweegt het percentage van vleermuizendie tijdens wintertellingen opdefensieterreinen worden gevonden rondde 17% van het landelijke totaal.Wat hebben vleermuizen te zoeken op defensieterreinen?De belangrijkste reden isdat enkele soorten met een ruime landelijkeverspreiding (watervleermuis, baardvleermuis,franjestaart, meervleermuis engewone grootoorvleermuis) voor hun overwinteringzijn aangewezen op veilige, rustige,donkere ondergrondse bebouwing. Endie is in ruime mate voorhanden bij Defensie.Op een dertigtal terreinen (vliegvelden,oefenterreinen en kazernes) zijn in totaalongeveer 225 ondergrondse bouwwerkenaanwezig, zonder militaire functie. Hieroverwinteren jaarlijks tot 3.000 vleermuizenvan maximaal 8 soorten per jaar.Waarom kiezen deze dieren defensieterreinen?Het hierboven gegeven antwoordlijkt voor de hand te liggen: veel buiten gebruikzijnde ondergrondse bebouwing.Maar het antwoord is complexer en moetook worden gevonden in het sociale gedragvan vleermuizen die ondergronds overwinteren.Voor de ruime omgeving van devoormalige vliegbasis Soesterberg (vieruurhokken, 100 vierkante kilometer) isaangetoond dat het gemak waarmeenieuwe ondergrondse objecten in gebruikworden genomen als winterverblijf samenhangtmet de sociale functies die winterverblijvenhebben in het voortplantingsseizoen,in de herfst. Binnen enkelejaren zijn daar ongeveer 35 objecten(keldertjes, ondergrondse schuilplaatsen)beschikbaar gekomen als winterverblijfvoor vleermuizen. En ze zijn, soms zelfsbinnen één jaar allemaal daadwerkelijk ingebruik genomen. Door de beschikbaarheidvan een groot aantal, zij het kleine,winterverblijven is dit deel van de Heuvelrugin 10 jaar tijd ontwikkeld tot een waartrefpunt voor watervleermuizen, van 125jaarlijkse overwinteraars in 1997 tot ruim400 anno 2011. Het aantal gebruikte winterverblijvennam in die periode toe van 7tot ruim 40.Defensieterreinen vormen geen specifiekzomerleefgebied voor vleermuizen. De terreinenonderscheiden zich daarvoor nietvan andere natuurgebieden of urbane gebieden.Door het zwaartepunt op de hogerezandgronden is de betekenis van defensieterreinenvoor vleermuizen beperkt tot desoorten die bossen als leefgebied hebbenzoals franjestaart, baardvleermuizen,rosse vleermuis en de gewone grootoorvleermuis.Voor deze laatste soort vormende vliegvelden en kazerneterreinen methogere aantallen ondergrondse schuilplaatsenwel een aantrekkelijk leefgebied.Grootoorvleermuizen overwinteren bijvoorkeur op korte afstand van hun zomerleefgebieden.Als zich daar geschikte overwinteringslocatiesbevinden dan vormendeze bosgebieden een aantrekkelijk leefgebied,omdat ook winters met strengevorst kunnen worden overleefd. In de winter2010–2011 zijn 270 overwinterende gewonegrootoorvleermuizen aangetroffen opdefensieterreinen, vooral in winterverblijvenin of nabij bosgebieden (m.n. op DePeel, Gilze-Rijen, Soesterberg, Schaarsbergen,Apeldoorn en Woensdrecht).Vleermuizenonderzoek De VleermuiswerkgroepDefensieterreinen beoogtbescherming van en onderzoek aan vleermuizenop defensieterreinen te coördinerenen te faciliteren. Een accent ligt daarbij–historisch gezien- op wintertellingen.Sinds 2000 vinden er gelukkig ook veelvuldiginventarisaties plaats in zomerleefgebieden.Voorafgaande aan bouw- ofsloopwerkzaamheden worden geregeldvleermuisonderzoeken uitgevoerd, enerzijdsom gevolgen met betrekking tot wetgeving(Ffw) vast te kunnen stellen,anderzijds om meer inzicht te krijgen in deverspreiding van vleermuizen. Tijdens dezescans en inventarisaties worden regelmatigkolonieplaatsen gevonden van gewonedwergvleermuis, laatvlieger, gewonegrootoorvleermuis en rosse vleermuis.Toekomst In de komende jaren zal dedynamiek rond defensieterreinen voortduren.Aangenomen mag worden dat de nodigehectares natuurgebied door Defensiezullen worden overgedragen aan nieuweeigenaren. De Dienst Vastgoed Defensiezal ervoor zorgen dat bij overdracht ook debeschikbare beheersinformatie en natuurgegevensvoor het toekomstige gebruik enbeheer beschikbaar komen.Fons BongersDienst Vastgoed DefensieVleermuiswerkgroep DefensieterreinenVan boven naar beneden:Een schotse hooglander. Deze grote grazer is een natuurbeheerder die op defensieterreinen wordt ingezet.Een watervleermuis heeft een onderkomen gevonden in een schakelkast.Een kolonieboom van de rosse vleermuis op de Zwaluwenberg in Hilversum.Zoogdier 22-3 pagina 10


De favoriete biotoop van Martin Melchers. Foto Joke WinkelmanEen Amsterdams portretMartin MelchersAls er iemand is die weet wat er aan zoogdieren in Amsterdam is te halen, dan is het MartinMelchers wel. Melchers is op het moment van ons gesprek nog herstellende van een heupoperatieen dus wat minder mobiel. Het interview vindt daarom plaats op de bovenste verdieping van hetnaast het Amsterdamse Centraal Station gelegen bibliotheekgebouw, vanwaar je een wijdsuitzicht hebt over zijn favoriete biotoop. Daar vertelt deze stadsecoloog op een gure meimorgenenthousiast en onafgebroken over het wel en wee van de Amsterdamse zoogdieren.Joke WinkelmanVan fysiotherapeut tot stadsecoloog“Van huis uit ben ik fysiotherapeut.Pakweg dertig jaar terug begon ik in Amsterdammet natuurinventarisaties. Ikmerkte al gauw dat niemand iets overzoogdieren wist. Kwam ik bij de GGD om tevragen of zij gegevens over zwarte rattenhadden, keken zij mij verbaasd aan. Ook degemeente kon mij aan geen enkel gegevenhelpen. Gestimuleerd door mijn zwagerheb ik toen samen met Geert Timmermanseen boekje over de verborgen dierenwereldvan Amsterdam gemaakt: ‘Haringin het IJ’, met daarin ook een hoofdstukover zoogdieren. Dat boekje werd in1991 uitgegeven en bleek een hit. Bij hetgrote publiek, maar ook bij de gemeentedie mij steeds vaker vroeg om natuurgege-Zoogdier 22-3 pagina 11


Martin Melchers. Foto Annik KropmanMartin MelchersMelchers (1944) is geboren en getogen in Amsterdam.Hij combineerde van 1992 tot aanzijn pensionering in 2010 een loopbaan als fysiotherapeutmet een parttime functie alsstadsecoloog. Momenteel is hij als zzp’ervooral bezig in het Amsterdamse havengebied,waar hij voorafgaande aan werkzaamhedenrugstreeppadden en orchideeën opzoekt,salamanders afvangt, of wat maar nodig is.Zijn lievelingsdier is de haas. Hij is gefascineerddoor de van de buitenwereld afgeslotenAmsterdamse hazenpopulaties en zou graagwillen weten of daarin een genetische driftaan te tonen is. Melchers, wat natuurkennisbetreft autodidact, kan worden beschouwd alsde grondlegger van het Amsterdamse atlasprojecten vult deze atlas nog steeds.vens voor hen te verzamelen. Daarmeewerd dat boekje ook de onderlegger voorhet Amsterdamse atlasproject.”Hobby werd werk “Op een gegevenmoment zei mijn vrouw dat ik voor al datinventariseerwerk wat moest gaan vragen,want ik was wel heel veel voor de gemeentebezig. Er was toen net een afdelingstadsecologie gekomen, en daar konik in 1992 betaald terecht. Nou moet je vanje hobby nooit je werk maken, dus begonik met vier uur per week, later werd dat 16uur. Daarnaast bleef ik gewoon fysiotherapeut,maar iedereen dacht dat ik de afdelingstadsecologie was. Ik heb toen vanveel soortgroepen atlasjes gemaakt. Namijn pensionering ben ik als zzp’er doorgegaan.Dat paste mooi, want de afdelingstadsecologie was inmiddels opgehevenen alle natuurwerk is nu projectgebonden.Vorig jaar had ik het als zzp’er zo druk datik genoeg had verdiend om naar Afrika tegaan om daar eens rond te kijken. Fantastisch!”De Amsterdamse atlas “De Amsterdamseatlas is een ecologische atlasdie de gemeentegrenzen volgt en maarliefst 432 km² blokken beslaat. Naast staden haven heeft Amsterdam ook heel watbuiten- en recreatiegebied. Voor die atlasheb ik een netwerk opgebouwd dat mij beltals er ergens iets is gezien. Zo werd ik vorigeweek gebeld dat er een das was verdronkenin de haven. Het bleek een enormmannetje van 11,5 kilo. Ook treed ik op delokale televisie op met stadse natuurberichten.Een raar beest in de stad wordt alsgoed nieuws ervaren! Die optredens leidendan vanzelf weer tot meer meldingen.”Voorliefde “Ik ben als kind opgegroeidaan de Admiralengracht, waar ’s wintersbrood voor de meeuwen werd gestrooid. Ikzag toen dat de bruine ratten dat broodkwamen opeten, dat vond ik reuze interessant.In die tijd was ook het AmsterdamseBos in ontwikkeling. Mijn vader ging daarmet mij in het fietsstoeltje voorop kijken.Bij de Bosbaan stak toen een haas hetfietspad over, dat beeld staat diep in mijngrijze cellen gegroefd. De haas is echt mijnlievelingsdier. Op mijn briefpapier staatdan ook een haas.”Hazen in de stad “Binnen de grenzenvan Amsterdam is Schiphol het rijkste aanZoogdier 22-3 pagina 12


hazen. Er wordt daar jaarlijks teruggeschotentot 500 dieren, maar ik heb werkelijkgeen idee hoe je ze daar moet tellen.In het havengebied stikt het er ook van. Eris daar sprake van een optimale biotoopwaar niet geschoten mag worden. Maar erzijn ook stadse hazen die helemaal ingebouwdleven. Zo zit er al zeker 25 jaar eengroep in een bosplantsoen in Buitenveldert.Ze planten zich er al generaties voortzonder enige relatie met andere hazenpopulaties.Grappig is dat deze hazen eenonderdrukte vluchtreactie vertonen, zehuppen wat rond en kijken af en toe achterom.Vluchten betekent immers dat jeverkeersslachtoffer wordt. De menselijkebewoners vinden het bovendien hun hazenen sturen nieuwsgierige mensen weg.”Bijzonderheden en junkies “Doorde vele biotopen en verbindingen is Amsterdamenorm soortenrijk. Er is steedstoevoer van dieren via spoorlijnen, waterlopenen wegbermen. Ook worden er aande randen van de stad interessante biotopenaangelegd, zoals recreatiegebieden enIJburg. Maar in het hart van de stad, in de19e eeuwse wijken met gesloten bouwblokken,is de soortenrijkdom miniem enmoet je het vooral hebben van bruine rat,huismuis en vleermuizen. Incidenteelduikt er wel het een en ander op. Ieder jaarloopt er wel een vos rond, die dan door dedierenambulance wordt gevangen en elderslosgelaten. Twee jaar terug zwom erin de herfst zelfs een reebok in de Singelrond. Dat was een heel spektakel. Debrandweer haalde het dier uit het water ende dierenambulance bracht het op mijnadvies naar Almere, naar de dichtstbijzijndepopulatie. Maar ook buiten hetstadshart zie je van alles. Een beverrat opeen vlotje bij Carré, of een edelhert meteen enorm gewei in Noord. Ook zien wegeregeld damherten, dat zijn uitbrekers uitde duinen. Dat vind ik maar niks, dat uitzettenvan damherten in de duinen, wantdie verdrijven de daar van nature voorkomendereeën. Andere bijzonderheden zijndronkaards en junkies, die hier ook in hogedichtheden voorkomen, en je onderzoekhelemaal kunnen verstoren. Vooral de junkiesinspecteren op zoek naar verborgendrugs werkelijk alles en nemen je inloopvallendaarbij altijd mee.”Stadse zoogdieren in de lift “Binnende gemeentegrenzen zijn inmiddelsruim dertig soorten zoogdieren waargenomen.Vooral met de algemenere gaat hetbest goed. De vos heeft met 50-100 exemplarenzelfs een maximale bezetting. Inhet Amsterdamse Bos komt de vos overigensniet voor vanwege alle loslopendehonden, maar in Waterland vindt afschotplaats. Ook worden vaak doodgereden vossengevonden, vooral mannetjes, en metals echt drama ieder jaar wel een zogendwijfje. Wist je overigens dat jonge vosseneen heel hoog vogelachtig kefje hebben?Van konijnen barst het ook, vooral langs destadsranden en op begraafplaatsen. Datgeeft dan weer overlast want ze eten debloemen op de graven op. Maar konijnenschieten kan het daglicht echt niet verdragen.Voor vossen zijn zij hier het hoofdvoedsel.Het aantal soorten vleermuizenneemt ook toe. Zo is nu ook de rosse vleermuisvastgesteld, en dook de tweekleurigevleermuis op in het Diemerpark. Maarvleermuizen zijn niet mijn favoriete diergroep,die zijn voor echte experts. Bovendienhou ik er niet van om in het donkererop uit te gaan.”Toekomstige noden “Stadsecologieals aparte eenheid bestaat niet meer, ende nog in functie zijnde stadsecologenworden nu gedecentraliseerd. Maar natuurhoudt zich niet aan stadsdelen. Stadsdelenmoeten voor zoogdieren goed met elkaarverbonden blijven. Dat vraagt omonderlinge afstemming van beleid en beheer.Ook moet natuur niet de binnenstadworden ingelokt, want daar is niets voorze. Daarom ontmoedigen wij de natuurdoor in de punten van de groene banen dievanuit het centrum van Amsterdam naarde randen toelopen een zandbak, een kinderbadjeof een grasveld aan te leggen.Verder moeten de stadsecologen de trendsbijhouden en daarop tijdig anticiperen. DeAmsterdamse zoogdieren kennen veel dynamiekdoor hun steeds veranderendeleefgebieden. Dat betekent dat je veel kansenkan pakken maar ook nieuwe plannengoed moet volgen. Een nieuwe weg moetniet zomaar dwars door een verbindingszonegaan, want dan worden dieren daaropvervolgens doodgereden.”Waarneming.nl “De jonge generatienatuurwaarnemers is heel goed, maar zezijn wel erg boekhoudkundig gericht.Waarneming.nl is niets voor mij, ik besteedliever tijd aan voorlichting. Ik heb inmiddelszeven boekjes en een film gemaakt,en ik ben nu in het havengebied hazen aanhet filmen. Of ik maak mensen op een anderemanier warm voor de natuur. In deogen van leken kan je met inloopvallen toveren.Je maakt voor hen dan echt een ongrijpbarewereld zichtbaar.”Zoogdier gezien? Hoe hij zichzelfkenschetst? Het antwoord komt snel enbeslist: “Ik ben een romantisch natuurgenieter,geen onderzoeker!” Maar wel eennatuurgenieter waaraan Amsterdam heelwat kennis over haar zoogdieren en anderenatuur ontleent, mede dankzij zijn motto:“Zoogdier gezien: Melchers bellen!”De eerste gedocumenteerde steenmarter in Amsterdam,4 juli 2011. Foto Marina den Ouden,Laatste nieuwsDat de zoogdierwereld in Amsterdam nogsteeds in beweging is, blijkt wel uit de eerstewaarneming van een steenmarter op 4 juli2011. Het betrof een dood exemplaar in demiddenberm van de Johan Huizingalaan, gevondendoor Sandro Hooft en Frank Hoornhout,werkzaam bij groenvoorzieningen inStadsdeel Nieuw-West. De marter was toen alenkele dagen dood. Het dier werd begraven,maar is op verzoek van Geert Timmermans,collega van Melchers, weer opgegraven.Samen determineerden zij het dier als steenmarter,een determinatie die door GerardMüskens aan de hand van de foto’s werd bevestigd.Daarna werd het dier opnieuw begraven,maar nu in de tuin van Melchers, inafwachting van transport naar Müskens terverdere determinatie.Zoogdier 22-3 pagina 13


Verdwenen zoogdierenDe Brielse eikelmuisWelke zoogdieren kwamen in vroeger tijden in Nederland en/of Vlaanderen voor maarverdwenen uit de lage landen? Jelle Reumer, directeur van het Natuurhistorisch MuseumRotterdam, blikt in deze rubriek terug.Ooit ben ik begonnen met spits- en eikelmuizen.In mijn allereerste paleontologischepublicatie die ver in het vorigemillennium verscheen, beschreef ik eenendemische spitsmuis en een dito eikelmuisuit het Pleistoceen van Mallorca –een eiland waar ik als paleontoloog, bioloogen gastrofiel liefhebber van sobrassadaen olives trencatsnog altijd graag kom. Eikelmuizenzijn erg leukefossielen, althans: hunkiesjes zijn dat, want dat is meestal hetenige dat je kunt vinden. Eikelmuizen zijnoverigens altijd leuk, in de tijd dat ik veelbraakballen pluisde tijdens kampeervakantiesin Frankrijk was het telkens eenverrassing om tussen de duizenden Microtus-restenineens dat leuke geperforeerdeonderkaakje van een Eliomysaan te treffen. Ofeen los kiesje, zo’n platgeribbeld tafeltje metdrie of vier pootjes. Op deeen of andere maniervond ik het altijd buitengewoonesthetische dingetjes,niet alleen dus debeestjes zelf met hunharige pluimstaart enhun guitige boevenmaskertje,maar juist ook diekiesjes. Piepklein natuurlijk,maar onder eenbinoculair openbaartzich een wereld aan ribbeltjesen geultjes, netals bij de mammoetkieshaaks op de kaakrichting,maar dan zijn ze erglaagkronig en dus nietslijtagebestendig. Hetzijn duidelijk geen graseters,dat zie je al aan de kiesjes.Op sommige Middellandse Zee-eilandenkwamen in het Pleistoceen endemische eikelmuizenvoor, ze kregen aanvankelijkvaak andere genusnamen (zoals Hypnomysof Leithia), maar intussen is duidelijkdat het allemaal Eliomys-soorten waren.Onder andere op Mallorca, Menorca en‘Het zijn duidelijk geen graseters’Malta kwamen ze voor. Het waren typischeeilandknaagdieren, een beetje groter danhun neefjes op het vasteland, precies zoalsdat hoort volgens de evolutionaire IslandRule. Ze zijn allemaal uitgestorven, die eilandeikelmuizen,maar intussen zit Eliomysquercinus himself op veel van deMediterrane eilanden, al of niet opzettelijkingevoerd door de mens.Bij ons in Nederland is de eikelmuis eenzeldzame verschijning. In Limburg zitten afen toe wat eikelmuizen in de braamstruiken,maar veel stelt het allemaal niet voor.Dus wie schetste mijn verbazing dat er inde boring Zuurland ineens een paar eikelmuiskiesjesbleken te zitten.De boring Zuurlandis een zeer professioneleamateurboring in debuurt van Brielle, waar de heer Leen Hordijknaar fossielen boort en daarbij af entoe tot in het vroege Pleistoceen prikt. Inlagen op een diepte tussen 42 en 64 meterbeneden het maaiveld kwamen kiesjes tevoorschijnvan de laat-Pliocene en vroeg-Pleistocene hazelmuis Muscardinus pliocaenicusen van een nogonbekende en eveneens nietmeer bestaande soort eikelmuis.Deze laatste hebben wetoen Eliomys briellensis genoemd,naar de vindplaats. Inhet Nederlands: de Brielse eikelmuis.Het waren zeldzamevondsten, want ook in de Zuurlandboringenkwamen oneindigveel meer woelmuizen en anderklein knaagdierlijks te voorschijndan deze leuke slaapmuisjes.In Brielle waren ze er wel meeverguld. De soort is destijds (in2001) ten doop gehouden in hetvoormalige stadhuis op deMarkt van Brielle, waarbij deoriginele tekening van de fossieleBrielse kiesjes aan de burgemeesterwerd aangeboden.Die hangt daar vast nog wel ergens(de tekening, bedoel ik).Zoogdier 22-3 pagina 14


FOTO 1Maak voor elke foto een keuze uit drie strategieënHoe fotografeer jezoogdieren in het wild?Natuurfotografie is door de komst van digitale camera’s en betaalbare objectieven ongekend populair geworden.De meeste fotografen leggen zich toe op makkelijke onderwerpen als landschappen en macro.Zoogdieren laten zich minder eenvoudig benaderen en worden daarom, zeker in Europa, nog betrekkelijkweinig in het wild gefotografeerd. Dat is jammer, want deze diergroep is spannend en fotogeniek enmet wat kennis en geduld kun je er opzienbarende foto’s van maken.Edo van UchelenHoe pak je het aan? Grofweg zijn er driestrategieën om zoogdieren te fotograferen:besluipen in het veld, werken vanuit eenschuilhut, of het plaatsen van een ‘onbemande’cameraval. In dit artikel worden destrategieën met elkaar vergeleken, maarwordt eerst in het kort beschreven wat jenodig hebt om in Europa wilde zoogdierente fotograferen. We gaan ervan uit dat je detechnische begrippen kent wat betreft digitalefotografie.Foto 1 Ree in akker. Grote hoefdieren zijnop plekken waar ze gewend zijn aan mensengemakkelijk te besluipen. Deze reeliet zich zelfs vanuit een boom fotograferen.Foto Bart SiebelinkUitrusting Als je goede foto’s wiltmaken van zoogdieren heb je een spiegelreflexcameramet een teleobjectief van tenminste 400 mm nodig. Omdat zoogdierenvaak actief zijn onder slechte lichtomstandigheden(’s morgens vroeg en ’s avondslaat) worden de sluitertijden al snel te langom vanuit de hand scherpe opnamen temaken. Je ontkomt er meestal niet aan omeen statief te gebruiken en de ISO-waardete verhogen. Flitslicht als extra lichtbronis doorgaans geen optie, want de meestezoogdieren storen zich hieraan.Sluitertijd is doorslaggevendFotografie is een technische bezigheid.Zoogdier 22-3 pagina 15


FOTO 2Kennis van je camera en objectief is essentieel.Met name bij actieve onderwerpenals zoogdieren mis je kansen als ophet goede moment je camera niet datgenedoet wat jij wilt. Bij fotografie van zoogdierenis, anders dan bij landschappen ofmacro, de sluitertijd belangrijker dan hetdiafragma. De sluitertijd bepaalt of eenfoto van (bewegende) dieren scherp is ofniet. Grote stilstaande hoefdieren zijnvanaf statief met 1/30 s nog wel scherp tefotograferen, maar kleine bewegelijkesoorten (muizen, marterachtigen) vragenom veel kortere sluitertijden; ga uit van tenminste 1/250 s en maak veel opnames(dan zitten er meestal wel enkele scherpetussen). Als het je niet gaat om scherpeopnames dan kun je met lange(re) sluitertijdeninteressante effecten bereiken doorje camera tijdens het afdrukken mee tebewegen met een wegrennend dier.Foto 2 Experimentele foto van een rennendehaas, gemaakt door het meetrekkenvan de camera. 300 mm, 1/8s, f45,ISO 100. Foto Edo van UchelenHet cameramerk is niet zo belangrijk,maar kies bij voorkeur een (snelle) en‘stille’ camera. Het klikken van de sluiteren het opklappen van de spiegel kan eenzoogdier verontrusten. Dat kun je voorkomendoor je camerate voorzien van eengeluidswerend huis,te koop in de handelof zelf te fabriceren.Zoogdieren zien relatiefslecht maar kunnen(onnatuurlijke)contrasten heel goedwaarnemen. Draagdaarom net als jagersdonkere, weinig contrastrijke(camouflage)kleding en probeerals je gaat fotograferen in het veld je gezichten handen zo veel mogelijk te bedekken.Kennis en onderzoek Behalve eengeschikte uitrusting heb je nog iets nodigom succesvol zoogdieren te kunnen fotograferen:zoogdierkennis. Natuurlijk krijgje wel eens een gouden tip van een collega-fotograafof zoogdierkenner maarstudie, onderzoek en veldkennis zijn noodzakelijk.Met andere woorden: een goedefotograaf gaat pas het veld in om zoogdierente fotograferen als hij antwoord kangeven op de volgende vragen. Waar levenze? Wanneer zijn ze actief? En natuurlijk:hoe krijg ik ze voor de lens zonder ze teverstoren? Raadpleeg veldgidsen en gazelf op (sporen)onderzoek. Of ga eens hetveld in met een specialist die (veel) verstandheeft van de soort(en) die je wilt fotograferen.Hierbij geldt: het beste beperkje je tot één of twee soorten. Dat vergrootje kansen.Wanneer welke strategie? Zoogdierenzijn (meestal) schuw. Ze hebben onsvaak al in de gaten voordat wij hen zien. Zeruiken en horen veel beter dan mensen.Het zicht is minder ontwikkeld maar zereageren wel onmiddellijk op beweging.Het actief benaderen (besluipen) van zoogdierenheeft daarom alleen zin als je inschatdat de kans op succes reëel is. Opplekken waar dieren mensen gewend zijn(en waar niet wordt gejaagd) lukt dezetechniek het best. In andere gevallen kunje beter werken vanuit een schuiltent. Danzien (en ruiken) de dieren je nauwelijks enkomen ze vaak veel dichterbij. De derdestrategie, een cameraval, heeft alleen zinals je – het liefst tot op de decimeternauwkeurig – een plek weet waar bepaalde(schuwe) soorten regelmatig ’snachts (langs)komen. Je kunt ook metgeurstoffen werken. Maar voor alle strategieëngeldt: geduld en volharding vormende sleutel tot succes!Foto 3 Foeragerende bever, gefotografeerdvanuit een (opblaas)kano. Deze fotokwam tot stand door het dier heel langzaampeddelend actief te benaderen. Beverszijn vanaf het water beter tebenaderen dan vanaf de oever, omdat zeminder snel gevaar verwachten vanaf hetwater. 400 mm, 1/200s, f5.6, ISO 800.Foto Edo van UchelenBesluipen Het besluipen van (zoog)dierenlukt het best wanneer je werkt met eenniet te zware telelens. Het is alleen zinvolals je je tegen de wind in verplaatst, jezelfzo klein mogelijk maakt (‘tijgeren’ over degrond werkt vaak het beste!) en geluidloosbeweegt. Zorg ervoor dat je de vluchtroutevan dieren niet blokkeert, zodat ze zich veiligkunnen blijven voelen.Ten slotte: denk niet alleen aan je foto’smaar ook aan het dier. Dus als je klaarbent met fotograferen, ga dan niet roekeloosgokken hoeveel dichterbij je nog hadkunnen komen, maar sluip behoedzaamweer weg om het dier niet alsnog te verstoren.FOTO 3 FOTO 4


FOTO 6Foto 4 Alpenmarmotten zijn, als je gebruikmaaktvan bestaande dekking, goedte besluipen. De marmot ziet de fotograafniet, omdat zich tussen beiden een, opdeze foto moeilijk zichtbare, welving inhet terrein bevindt (Zwitserland, Engadin).Foto Edo van UchelenFoto 5 Alpenmarmot bij z'n hol, het resultaatvan de sluipactie (zichtbaar opfoto 4) 400 mm, crop, 1/640s, f5.6, ISO400. Foto Edo van UchelenSchuiltent of hut Behalve op beweging,geur en geluid, reageren zoogdierenop je silhouet. Door eeuwenlange vervolgingen jacht begint bij veel soorten instinctiefeen alarmbel te rinkelen bij hetzien van een menselijke gestalte, rechtopmet armen en benen. Met een schuiltentof hut los je dit probleem op en word jeals mens nagenoeg onzichtbaar.Cruciaal is de keuze van de locatie van jeschuiltent of hut. Observeer eerst goedvoordat je de moeite neemt een tent op testellen en er lang in te gaan zitten. Kijknaar sporen en wissels en maak een inschattingvan het activiteitenpatroon. Ishet dier wel actief in daglicht? Een eenvoudigeinfraroodcamera (zoals gebruiktbij zoogdieronderzoek) kan je hierbij veelFOTO 5informatie opleveren.Veel zoogdierenkennen hun omgevinggoed en als erineens een schuiltentverschijnt, zullenze daar deeerste tijd niet bij inde buurt komen.Dan is het beter omde tent pas te gebruikenna enkeledagen, wanneer dedieren eraan zijn gewend. Ten slotte: voorhet plaatsen van een tent of hut is in deregel toestemming nodig van de terreineigenaar.Foto 6 Bruine beer op een bevrorenmeertje, gefotografeerd vanuit een gereedstaandeschuilhut in Finland. Succesis hier vrijwel verzekerd: de beren wordennaar de fotolocatie gelokt met aas enverschijnen er vrijwel elke avond. 300mm, 1/80s, f6.3, ISO 1600, statief.Foto Edo van UchelenCameraval Een cameraval is een fotografischeopstelling waarbij een dier alshet ware zichzelf fotografeert, zonder datde fotograaf hierbij aanwezig is. Voor natuurfotografiezijn spiegelreflexcamera’s,verbonden met een geavanceerd infraroodsysteem,de beste keuze. Je hebt dan,anders dan bij de camera’s die gebruiktworden voor onderzoek, een betere controleover scherpte (diepte), compositie ende reactiesnelheid van je systeem.Een cameraval werkt volledig automatischwaardoor je er niet bij hoeft te blijven. Ditis vooral interessant voor nachtactieve ofvoor schuwe zoogdieren die niet regelmatigop een vaste plek tevoorschijn komen.Maar de praktijk is zeer weerbarstig. Jehebt immers maar weinig controle opbeelduitsnede en in het donker is flitslichtnoodzakelijk, wat verstorend kan werken.Andere risico’s zijn diefstal, vernieling(ook door de dieren zelf), neerslag envoortijdig lege batterijen.Veel fraaie opnamen van vliegende vleermuizenzijn met een cameraval gemaakt,waarbij ook nog eens rekening is gehoudenmet ultrakorte sluitertijden.Edo van Uchelen is bioloog en mede-oprichtervan het Centrum voor Natuurfotografie(www.centrumvoornatuurfotografie.nl),het kennis- en informatieplatform voornatuurfotografieHandboek NatuurfotografieMeer lezen over natuurfotografie enhet fotograferen van (zoog)dieren?Het Handboek Natuurfotografie gaat verderwaar andere fotoboeken ophouden. Het accentligt op niet eerder beschreven aspecten van denatuurfotografie zoals benadering van dierenin het veld, gebruik van een schuiltent en flitsfotografie.Ook gaat het boek uitgebreid in opcompositie, artistieke aspecten, kijkvaardigheiden idee-ontwikkeling. Foto’s tonen telkenshet mogelijke resultaat én welke methode defotograaf daarbij toepaste.Je leest over de mystieke sfeer van onderbelichtefoto’s en hoe je kunt fotograferen vanuitnieuwe ideeën. Vanuit hun educatieve achtergronddagen de auteurs Bart Siebelink en Edovan Uchelen de lezer uit met concrete opdrachtenom de kijkvaardigheid, compositie enfantasie te trainen. Het Handboek Natuurfotografieis te bestellen via www.centrumvoornatuurfotografie.nlof www.knnvuitgeverij.nl.


Bij wegbermen zonder dekking en in open gebieden ontbreken waarnemingen van vleermuizen. Foto Gerard SmitVerbreding onderzoek noodzakelijk?Randeffecten van snelwegenop vleermuizenIn Nederland wordt jaarlijks aanzienlijk geïnvesteerd in vleermuisonderzoek in het kader van de aanlegen verbreding van rijkswegen. Doel van dit onderzoek is het verminderen of voorkomen van schadeaan vleermuizen. Wanneer sprake is van verschillende tracé-opties moet gekozen worden voor de minstschadelijke optie. Maar weten we eigenlijk wel goed genoeg wat voor effect rijkswegen hebben op vleermuizen?Martijn Boonman en Gerard SmitRijkswaterstaat heeft in 2004 in samenwerkingmet de Zoogdiervereniging eenbrochure opgesteld over de aard van effectenvan wegen op vleermuizen en welkemaatregelen nodig zijn om schade te beperken(zie ‘Verder lezen’). Over de omvangvan effecten is echter nog weinig bekend.In de brochure staat de barrièrewerkingvan wegen door het doorsnijden van vliegroutescentraal. Het vleermuisonderzoekin het kader van de aanleg en verbredingvan rijkswegen lijkt zich in toenemendemate op dit aspect te concentreren. Medeomdat alleen essentiële foerageergebiedenvan vleermuizen beschermd zijn, krijgenrandeffecten als gevolg van verstoringminder aandacht. De vraag is of dit terechtis.Effecten van rijkswegen De effectendie rijkswegen hebben op vleermuizenworden overzichtelijk beschreven in eenEngels rapport uit 2008 (zie ‘Verder lezen’).Er is allereerst sprake van verlies van habitatomdat bijvoorbeeld bos gekapt wordtom plaats te maken voor asfalt (ruimtebeslag).Er worden vleermuizen doodgeredendoor het verkeer en rijkswegen vormeneen barrière waardoor leefgebieden vanvleermuizen versnipperen. Ten slotte zijner randeffecten te verwachten. Met randeffectenbedoelen we hier veranderingenin de geschiktheid van het leefgebied vanvleermuizen rondom rijkswegen door deemissie van geluid, wegverlichting, doorverkeer gevoerde verlichting, uitlaatgassenof (visuele) verontrusting. Net zoals dedichtheden van veel soorten broedvogelslager zijn op korte afstand van rijkswegenkunnen ook vleermuizen verjaagd wordendoor licht en geluid van rijkswegen. Terwijler over de barrièrewerking van rijkswegenZoogdier 22-3 pagina 18


op vleermuizen veel gepubliceerd is, is erover deze randeffecten op vleermuizennog weinig bekend. Wij hebben een verkennendeanalyse uitgevoerd van bestaandeonderzoeken met de vraag of ditmeer inzicht kan geven in mogelijke randeffecten(zie kader).Foeragerende vleermuizen Opgrond van de bestaande kennis lijkt hetwaarschijnlijk dat verkeerslawaai vooralinvloed heeft op vleermuissoorten die gebruikmaken van ‘passive listening’ (Bechstein’svleermuis, vale vleermuis en beidesoorten grootoorvleermuizen). Het effectvan verlichting is eveneens soortafhankelijk.Het kan bepaalde foeragerende vleermuissoortenverjagen en andere juistaantrekken. Of het aantal foeragerendevleermuizen daadwerkelijk lager is opkorte afstand van de snelweg is onbekend.Een effect van rijkswegen op het aantalfoeragerende laatvliegers en gewonedwergvleermuizen werd in onze verkennendestudie niet gevonden. Mogelijk is erwel een effect op de overige soorten, maardit kon door het lage aantal waarnemingenniet worden aangetoond.Positieve effecten? Langs rijkswegenbestaan vaak zeer waardevolle vegetaties.Wegbermen kunnen onder anderedoor het substraat, het ontbreken van bemestingen aangepast beheer veel bijzondereplantensoorten herbergen. Daarnaastis vaak sprake van een hoge dichtheidaan kleine zoogdieren. Of ook vleermuizenplaatselijk meer voorkomen inwegbermen is onbekend. Verlichting kaninsecten aantrekken en daarmee ookvleermuizen. Langs rijkswegen in bosgebiedenontstaan mogelijkheden voor soortenvan halfopen tot open omgeving die indichte bossen weinig voorkomen. Tenslotte kan langs rijkswegen die verhoogdliggen ten opzichte van het omringende,open landschap luwte ontstaan waardoorde insectendichtheid hoger is. Met namevan opportunistische soorten zoals de gewonedwergvleermuis is te verwachten datze gebruikmaken van deze positieve effecten.De verkennende studie geeft aan datalgemeen voorkomende soorten als gewonedwergvleermuis en laatvlieger frequentin de directe omgeving vanrijkswegen voor kunnen komen en sluiteen mogelijk positief effect voor dezesoorten dus niet uit.Verblijfplaatsen Er zijn geen literatuurgegevensdie aantonen dat het aantalVerkennend onderzoekIn de afgelopen jaren heeft Bureau Waardenburg meer dan 300 km rijksweg geïnventariseerd.Deze gegevens zijn gepresenteerd in tal van afzonderlijke projectrapportenen zijn daarmee weinig toegankelijk. Daarom hebben wij de achterliggendegegevens gebundeld en geanalyseerd.Methode De onderzoekstrajecten zijn geïnventariseerd met behulp van D240x batdetectors. Geluiden van moeilijk determineerbare soorten zijn opgenomen en geanalyseerdmet het programma BatSound. De afstand tot de weg is in GIS bepaaldvanaf de rand van de rijksweg in het onderzochte tracé. De onderzoeken zijn nietstandaard uitgevoerd, maar toegespitst op het type project. Het aantal veldbezoekenen de onderzoeksinspanning variëren. Het maken van vergelijkingen tussen onderzoekstracésis daarmee in het kader van deze verkennende studie niet aan de orde.Om een eventueel effect van rijkswegen op het aantal foeragerende vleermuizen tedetecteren, is het totaal aantal dieren dat in de binnenste helft (0-50 m afstand vande weg) van het onderzochte traject van bestaande rijkswegen is waargenomen, vergelekenmet het aantal in de de buitenste helft (50-100 m). Tevens is gekeken naarde soortensamenstelling rondom bestaande rijkswegen in vergelijking met de soortensamenstellingvan foeragerende vleermuizen op het tracé van nog niet bestaanderijkswegen (tracéstudies).Resultaten Van acht onderzoekstrajecten van bestaande rijkswegen waren deaantallen foeragerende vleermuizen groot genoeg om een vergelijking te kunnenmaken tussen het aantal dieren per km op 0-50 m versus 50-100 m afstand van derijksweg (tabel 1). Er was geen statistisch verschil in het aantal gewone dwergvleermuizenen laatvliegers per km tussen de binnenste en buitenste helft van hetonderzochte traject. Van de andere soorten was het aantal waarnemingen te laag omgetoetst te worden.Soort 0-50 meter 50-100 meterwatervleermuis 6 9meervleermuis 1 1myotis spec. 2 0gewone dwergvleermuis 370 289ruige dwergvleermuis 2 13rosse vleermuis 5 13laatvlieger 39 37grootoorvleermuis spec. 0 2Tabel 1 Aantal waargenomen foeragerende vleermuizen (N=789) op 0-50 meter en 50-100 meter afstandvan bestaande rijkswegen.De soortensamenstelling langs bestaande rijkswegen is nagenoeg identiek aan dievan tracés van toekomstige wegen. Op de tracés van toekomstige wegen werdenmeer soorten vastgesteld dan langs de bestaande wegen. Dit is echter terug te voerenop een enkele studie in Oost-Nederland waar de soortenrijkdom hoger dan gemiddeldis en er ook een hoge onderzoeksinspanning is verricht. De gemiddeldesoortensamenstelling is vergelijkbaar met de percentages berekend over het totaalaantal waarnemingen. De gewone dwergvleermuis wordt het meest rond rijkswegenen op tracés waargenomen, gevolgd door laatvlieger. Alleen grootoorvleermuizenzijn op tracéstudies vaker waargenomen.Verblijfplaatsen / paarplaatsen langs bestaande wegenHet aantal verblijfplaatsen dat langs rijkswegen is aangetroffen is zeer beperkt. Binneneen strook van circa 100 meter van de rijksweg zijn verblijfplaatsen aangetroffenvan rosse vleermuis (50 m, 70 m), laatvlieger (95 m) en gewone dwergvleermuis(104 m). Daarnaast werden paarplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuisen rosse vleermuis vastgesteld op korte afstand van rijkswegen.Zoogdier 22-3 pagina 19


Voorbeeld vleermuiswaarnemingen langs een rijksweg (rode lijn ligt hier op 100 m, stippellijn op 250 m van de weg)zomerverblijfplaatsen van vleermuizenlager is op korte afstand van rijkswegen.Er zijn zelfs veel verblijfplaatsen van vleermuizenaanwezig in bruggen van snelwegenwaaronder holle brugsegmenten vandrukke snelwegen in Duitsland of duikersonder snelwegen in Wales. Het gaat hierbijook om soorten die relatief gevoelig voorverstoring zijn zoals gewone grootoorvleermuisen kleine hoefijzerneus.In Nederland zijn maar weinig voorbeeldenvan zomerverblijfplaatsen in of onderbruggen van rijkswegen. In Noord-Brabanten Limburg zijn zomerverblijf plaatsen vanwatervleermuizen gevonden in een duikeronder een spoorlijn of in overkluisde bekenonder wegen. Voor zomerverblijven zal detemperatuur in of onder bruggen in demeeste gevallen echter te laag zijn.De gewone dwergvleermuis is een gebouw bewonendesoort die ook langs rijkswegen regelmatigjagend wordt aangetroffen.Foto Annelies KoopmanOverwintering van vleermuizen is vastgesteldin speciaal aangelegde winterverblijvenin geluidswallen van wegen. Het gaathierbij echter zelden om meer dan enkelegewone grootoorvleermuizen. De slechteacceptatie van deze objecten geldt voorvrijwel alle recentelijk aangelegde winterverblijven.Traditioneel gedrag van vleermuizenwaar het gaat om winterverblijven,een afkeur van vers beton, een te klein volumevan de nieuwe objecten met een beperktaantal wegkruipmogelijkheden endroogte zijn hiervoor waarschijn lijke verklaringen.Er is bovendien een negatiefverband gevonden tussen het aantal overwinterendevleermuizen en de lengte vanrijkswegen binnen een cirkelvormig oppervlak(straal 750 m) rondom de winterverblijven. Rijkswegen lijken dus in elkgeval op winterverblijfplaatsen een negatiefeffect te hebben.Winterverblijfplaatsen zijn van belang voorde paring. In de nazomer/herfst vliegenvele tientallen vleermuizen dagelijks naarde winterverblijven toe om deel te nemenaan het zwermgedrag voor de ingang. Debereikbaarheid van de objecten (het ontbrekenvan hindernissen als rijkswegen)speelt daarom waarschijnlijk een grote rol.Effecten van infrastructuur Hethuidige vleermuisonderzoek in het kadervan verbredingen of aanleg van rijkswegenbestaat voor een groot deel uit het verzamelenvan waarnemingen van foeragerendevleermuizen op en rond debestaande weg of het tracé. Maar doet heter werkelijk veel toe om te weten waar tijdensdie momentopnames de gewonedwergvleermuizen zich bevonden? Bij gebrekaan kennis over het effect van rijkswegenop het aantal foeragerende dierenkunnen we in ieder geval nog weinig metdie informatie. Wanneer we meer te wetenkomen over randeffecten van rijkswegenop vleermuizen kunnen we het vleermuisonderzoekin het kader van rijkswegenmeer toespitsen op de effecten die er werkelijktoe doen. We kunnen dan mogelijkbeargumenteerd afwijken van een volledigeinventarisatie van uitgestrekte akkersof graslanden.Mitigatie De mitigatie (het voorkomenen verzachten van negatieve effecten) richtzich momenteel grotendeels op het verminderenvan de barrièrewerking en veelminder op randeffecten. Om barrières opte heffen worden tunnels en ecoductenaangelegd, bruggen verhoogd en ‘hopovers’ aangelegd. Zou de mitigatie gerichtzijn op het verminderen van randeffecten,dan komen maatregelen als geluidswallen,een verdiepte ligging van de weg, geluidsarmasfalt of aangepaste wegverlichting inbeeld. Hoge geluidsschermen kunnenechter bijdragen aan de barrièrewerkingvan wegen. Veel vleermuissoorten kruisenZoogdier 22-3 pagina 20bij voorkeur niet hoog over wegen. Als ontsnipperingsmaatregelzijn tunnels voorvleermuizen dan ook over het algemeenveel effectiever dan bruggen. Tunnels zijnechter weer slecht toe te passen op eenverdiept aangelegde weg. Kortom, meerkennis over randeffecten kan de mitigatievan schadelijke effecten van rijkswegenverbeteren.Nader onderzoek Om een (negatieve)relatie tussen het aantal foeragerendevleermuizen en de afstand tot een rijkswegte bepalen dient in homogeen terrein opverschillende afstanden van een rijksweggelijktijdig het aantal passerende vleermuizengemeten te worden. Omdat hetverkeerslawaai in open terrein aanmerkelijkverder draagt, is het zinvol dit zowel inbos als in open terrein te onderzoeken. Defactoren die waarschijnlijk het meest vaninvloed zijn op het aantal foeragerendevleermuizen zijn de emissie van geluid enverlichting. De karakteristieken van rijkswegendie hierop van invloed zijn -hoeveelheidverkeer, type asfalt, ligging van deweg ten opzichte van maaiveld (verdiept,verhoogd), geluidsschermen en type verlichting–dienen ook in beeld te worden gebracht.Martijn Boonman (m.boonman@buwa.nl)en Gerard Smit (g.f.j.smit@buwa.nl) zijnwerkzaam bij Bureau WaardenburgVerder lezen?• Altringham, J. (2008). Bat ecology and mitigation.Public Inquiry into the A350 Westbury Bypass.• Limpens, H.J.G.A., P. Twisk 2004 & G. Veenbaas.Met vleermuizen overweg. Dienst Weg- enwaterbouwkunde, Ministerie van Verkeer en waterstaat/ Vereniging voor Zoogdierkunde enZoogdierbescherming, Arnhem• Meer informatie over effecten van verlichtingop vleermuizen staat op www.vleermuizenindestad.nl.• Een uitgebreide literatuurlijst en een overzichtvan de in de verkennende studie gebruikte onderzoekenkunnen worden opgevraagd bij de auteurs.


SPOREN HERKENNEN:keutels, drollen en druksels (1)Foto 1. Uitwerpsel van een dasKeutelogieIn de derde aflevering van de reeks Herkennen van diersporen gaat het over de uitwerpselendie vos, das en de grote marters achterlaten in het ‘veld’.Aaldrik PotHet leven van een keuteloog gaat niet overrozen, dat mag duidelijk zijn. Toch is heteen aangenaam tijdverdrijf om aan dehand van het drukwerk van dieren iets vanhun doen en laten te ontrafelen. Soms ziter achter de plek waar de keutel wordtachtergelaten een verhaal. De locatiemarkeert de grens van een territorium bijvoorbeeld.Daarnaast biedt een keutelsoms een blik op het menu van de voormaligeeigenaar. Dit fenomeen is goedzichtbaar bij dassendrollen. Dassendrollenzijn over het algemeen nogal vormelozehopen. De basiskleur is meestal grijsbruin,maar wanneer een das bijvoorbeeld veelmestkevers heeft gegeten, verandert datnaar blauwzwart (foto 1). Wanneer een daszich te goed heeft gedaan aan bijvoorbeeldmoerbeien levert dat weer een heel anderbeeld op (foto 2). Vooral de onverteerbarepitjes zijn nog goed zichtbaar. Bij het etenvan mais zijn de keutels vanzelfsprekendgeelachtig.Kenmerkend voor dassen is het gebruikvan zogenoemde latrines oftewel mestputjes.Mijn ervaring is dat die latrines vooralworden gemaakt als er sprake is van dichtbevolktedassengebieden. In deze gevallen,althans in Drenthe, worden de latrinecomplexenvaak aan de rand van een territoriumaangelegd. Bij burchten waar in wijdeomgeving geen andere burchten te vindenzijn, is het aantal latrines beduidend lagerof zelfs helemaal afwezig. De dassen keutelendan op ogenschijnlijk willekeurigeplaatsen.Echte keutel Het drukwerk van een vosheeft over het algemeen meer de vorm vaneen echte keutel. De grondkleur is meestalgrijs tot zwart. Bruine vossenkeutels bestaanwel, maar meestal zijn ze afkomstigvan hun gedomesticeerde familieleden.Bonzo zorgt voor glimmend bruine, viesstinkende, haarloze drollen. De gemiddeldehondenbrok bestaat immers over hetalgemeen voor 80 procent uit granen. Opfoto 3 is links een hondendrol te zien. Eenvos heeft daar een keutel bijgelegd.De meeste vossenkeutels bestaan uit eenaantal segmenten die onderling van kleuren textuur kunnen verschillen. Bij grotereprooien, zoals konijnen, kunnen de keutelsjuist verrassend eenvormig zijn (foto 4).Vaak genoemd als typisch vossenkeutel isZoogdier 22-3 pagina 21


het puntje. Maar ook marterkeutels kunnenzo’n puntje hebben. Niet echt een onderscheidendkenmerk dus.Net als dassen plaatsen ook vossen keutelsop de grenzen van hun territorium. Diegrenzen worden vaak gevormd door antropogenelandschapselementen zoalspaden, vaarten en afrasteringen.Het Marter-complex Is het soms allastig om een vossenkeutel van een marterkeutelte onderscheiden, het vaststellenof je met een uitwerpsel van een steen- ofboommarter te maken hebt is helemaalvoer voor specialisten. Als je het al kuntvaststellen… De keutels zijn meestal pinkdik,variërend in lengte en sterk getordeerd(gevlochten). Maar gelukkig zijn daar weertal van uitzonderingen op zoals foto 5 laatzien. Beide keutels zijn van een boommarter.De onderste is sterk getordeerd, de bovenstetotaal niet.Meestal zegt de plek waar je de keutelvindt meer dan de keutel zelf. Het spreektvoor zich dat een marterkeutel midden inde stad eerder van een steenmarter danboommarter afkomstig is (hier is ook verwarringmet een egelkeutel nog mogelijk).Maar andersom, een marterkeutel in hetbos is op veel plekken in Nederland nietper definitie van een boommarter. Opwaarneming.nl wordt zo’n waarnemingnog wel eens voorzien van het in mijn ogenonmogelijke stempel ‘zeker’.Boommarters (foto 6) die langere tijd eenvaste boom bewonen, zoals zogendevrouwtjes in het voorjaar, leggen vaak typischelatrines aan (foto 7). Boombewonendesteenmarters doen dat ook, maarover het algemeen minder geconcentreerd.Meestal liggende de keutels verspreidonder de boom.En dan is er nog de geur. Sommigen, en ikrekende daar mezelf ook toe, menen opbasis van geur het onderscheid tussenboom- en steenmarterdruksels te kunnenmaken. Een door mij, op basis van de keutelgeur,zeker geachte boommarter werddit voorjaar met de cameraval genadeloosontrafeld als steenmarter. Als een dingduidelijk mag zijn in de keutelogie, niets iszeker! Tot het tegendeel bewezen is natuurlijk.Volgende keer gaat het over drukwerk vanree, edelhert en wild zwijn.Van boven naar beneden:Foto 2. Dassenkeutel met resten van moerbeienFoto 3. Hondenkeutel (links) en vossenkeutelFoto 4. VossenkeutelFoto 5. Keutels van boommarterOnder links: Foto 6. Boommarter in boomholteOnder rechts: Foto 7. Latrine van boommarter in boomokselFoto’s Aaldrik Pot


WaarnemingenBijzondere waarnemingen van zoogdierenin Vlaanderen en Nederland.De Noordzee:méér dan een bak water“Van kinds af aan ben ik gefascineerddoor zeezoogdieren. Ditlijkt, met Nederland als thuisbasis,behoorlijk hopeloos. Hoevaak zie je nou dolfijnen vanafde Nederlandse kust? Tenminste,als je oppervlakkig kijkt.Sinds ik af en toe naar Scheveningenfietste om zeevogels tegaan kijken, werd het mij duidelijkdat je wel degelijk zeezoogdierenvanaf de Nederlandsekust kunt zien. Buiten grijzezeehonden en gewone zeehondenkun je met rustig weer ookregelmatig de kleine rugvin vaneen bruinvis boven het waterzien uitsteken.”Wesley OvermanBegin juni maakte Wesley Overman (28) deoversteek van Vlissingen naar Aberdeenmet Inezia tours op het expeditieschip M/VPlancius, een voormalig onderzoeksschipvan de Nederlandse marine. Een reisverslag:Het schip Plancius van Oceanwide Expeditions“Met vertrek op vrijdagavond,dient de eerstemogelijkheid om overzee te turen zich zaterdagaan. Voor dag endauw sta ik met nogeen enkele fanatiekelingop het dek. Er isweinig wind, met eenvlakke zee als gevolg.Het vroege opstaanwordt beloond. Al snelzien we de eerstebruinvissen. En er volgener meer en meer.Niet eerder zag ik zoveelbruinvissen in zo’nkorte tijd. Ze zwemmenin groepjes, waar weook kijken. Een eerstedwergvinvis duikt op,omringd door groepen bruinvissen. Alsook de dwergvinvissen zich in groepjes vantwee à drie laten zien is het feest compleet.Het hele tafereel, met ruim tweehonderdbruinvissen en tien dwergvinvissen,speelde zich af in minder dan een uur.Na het ontbijt hervat ik mijn post op hetdek. Helaas is het weer omgeslagen. Erstaat meer wind, hogere golven en het regent.Het zoeken naar rugvinnen is zo eenstuk lastiger en het aantal waarnemingenneemt af. Desondanks zien we een dwergvinvisen een ‘grote’ vinvis.Zoogdier 22-3 pagina 23


Van links naar rechts: Bruinvissen (Phocoena phocoena) vanaf de M/V Plancius, een dwergvinvis(Balaenoptera acutorostrata) glijdt voorbij, tuimelaar (Tursiops truncatus), acrobatische capriolenvan witsnuitdolfijnen (Lagenorhynchus albirostris). Foto’s Wesley OvermanSpeciale zoogdierreizenGezien het formaat gaat het waarschijnlijkom een gewone of noordse vinvis, maar hetdier is te ver en te snel uit het zicht. ’s Middagslaat een viertal witsnuitdolfijnen, datacrobatische capriolen uithaalt, zich aardigbekijken en noteren we de twaalfdedwergvinvis van de reis. Ook ‘s avonds zienwe nog twee witsnuitdolfijnen die heel evenmeeliften op de boeggolven en de dertiendedwergvinvis: een geslaagde eerstezeedag.Dankzij de verhalen van de dag ervoor, ishet zondagochtend rond vier uur Engelsetijd aanzienlijk drukker op het dek. Het onstuimigeweer zorgt echter voor weinigzeezoogdierwaarnemingen, op een enkelebruinvis en zeehond na. Ook voor vogelaarsis er gedurende de oversteek van alles tezien. We zien continu papegaaiduikers,alken, zeekoeten en af en toe een noordsepijlstormvogel. Het schip wordt vrijwelvoortdurend gevolgd door jan-van-gentenen noordse stormvogels. Vlak voor aankomstin Aberdeen wacht de waarnemersnog een verrassing. Een groep tuimelaarsbegeleidt het schip de haven in.Met meer dan 250 bruinvissen, zes witsnuitdolfijnen,tien tot vijftien tuimelaars,dertien dwergvinvissen, een grote vinvis(gewone of noordse) en een aantal gewoneen grijze zeehonden, is dit met recht eengeslaagde trip te noemen. Helaas wordt dereis van Vlissingen naar Aberdeen volgendjaar niet meer aangeboden, tenzij je aanboord blijft tot Spitsbergen. Ook niet vervelend.”In samenwerking met de Zoogdierverenigingstelt Inezia Tours jaarlijks verschillendereizen samen, in Europa en somsdaarbuiten, allemaal met de focus op een ofmeer bijzondere, zeldzame of bedreigdezoogdieren. Als deelnemer steunt u deZoogdiervereniging. Voor elke boeking vandeze speciale reizen maakt Inezia Tours eenbedrag over aan de Zoogdiervereniging.Leden van de Zoogdiervereniging en hunreisgenoten krijgen daarnaast korting op despeciale zoogdierreizen. Kijk op:www.ineziatours.nl/zoogdierverenigingTuimelaar. Foto Richard Witte van den Bosch


Waarnemingen vervolgEerste waarneming Prevosteekhoornin VlaanderenIn het gehucht ‘De Hees’ te Bocholt (Limburg)werd op 20 juni j.l. een uitzonderlijkkleurrijke, vrij grote eekhoorn waargenomenop een in de tuin aangelegde vogelvoederplaats.Handig zoals eekhoornsplegen te zijn, had hij zich meester wetente maken van een in een holle boomstamverborgen zakje met pinda’s. Het bleek alsnel dat het dier helemaal niet schuw wasen zich zeer dicht liet benaderen. Zodoendewist ik het nogal gemakkelijk meteen klein schepnetje te vangen. Door middelvan enkele ondertussen genomen digitalefoto’s kon ik het dier na enig zoekwerkop het internet als ‘Prevosteekhoorn’ of‘driekleureekhoorn’ (Callosciurus prevostii)determineren. Navraag bij de burenbracht aan het licht dat het dier al enkeleweken in de omgeving rondzwierf en regelmatigop voederplaatsen was waargenomen.Het bleek uiteindelijk om een dierte gaan dat door enkele jongeren aan eenbuurjongen gegeven was voor zijn 18deverjaardag. De eekhoorn, die als verrassingin een zak met hooi was verstopt, wistNog meer exotische eekhoornsin VlaanderenDeze Prevosteekhoorn is niet de enigeexotische eekhoorn die recent werd waargenomenin Vlaanderen. Op 12 mei j.l.werd een verkeersslachtoffer van deNoord-Amerikaanse grijze eekhoorn (Sciuruscarolinensis) gevonden in Wetteren(Oost-Vlaanderen). Op 8 juni werd in dezelfdebuurt nog een vrij tam mannetje gevangendat sindsdien in een kooi wordtgehouden. De nieuwe eigenaars werdeneveneens op de hoogte gesteld van hetverbod om deze soort te houden (Belgischewet van 1971 voor de bestrijding vanorganismen die schade kunnen toebrengenaan planten en plantaardige producten:verboden grijze eekhoorns te houden,te kweken, te vervoeren en te verhandelen).Enkele jaren geleden kregen we demelding dat een paar honderd meter hiervandaaneen aantal grijze eekhoorns ingevangenschap werd gehouden en menvan plan was deze vrij te laten, dus mogelijkkomen de dieren hiervandaan. Uiterstewaakzaamheid is geboden om te vermijdendat zich hier een vrijlevende populatiebij de overhandiging ervan te ontsnappenen koos onmiddellijk het hazenpad. Nadatik mijn waarneming op de site ‘Waarnemingen.be’had geplaatst, bleek dat dezesoort in Vlaanderen nog nooit in het wildwas gemeld. Als reactie op mijn meldingontving ik van Freddy Janssen (conservatorAabeekvallei) het bericht dat waarschijnlijkhetzelfde dier op 5 juni ergens inGrote Brogel (buurgemeente van Bocholt)in een perenleiboom was waargenomen, invogelvlucht ongeveer 4,5 km verder. Deeekhoorn werd onmiddellijk daarna teruggevangen, maar ontsnapte er opnieuw. Intussenhad ik de eekhoorn aan zijn nieuweeigenaar terugbezorgd, na hem op dehoogte te hebben gesteld van de wettelijkestatus van de soort in Vlaanderen en methet advies een dermate stevig hok te bouwendat het dier niet meer kan ontsnappen.De eekhoorn, die zich als eenbijdehandse opportunist snel aan zijn vrijheidaanpaste en die ogenschijnlijk zonderproblemen kan overleven op een bredewaaier van aan huisdieren en aan vogelsontwikkelt, gezien de economische en ecologischeschade die deze soort met zichmeebrengt (kijk o.a. maar naar het verdringenvan de inheemse rode eekhoorn inEngeland).En na de zeer waarschijnlijke waarnemingenvan een Pallas’ eekhoorn (Callosciuruserythraeus) in het Mariahof in Bree(Limburg) in de periode 2006-2009 kregenwe op 8 juni een nieuwe waarneming vaneen dier in buurgemeente Bocholt. Sindsde zomer van vorig jaar waren hier blijkbaarvier vrij tamme dieren aanwezig diein tuinen in de omgeving gevoederd werden.Na de winter werd er gelukkig nogmaar eentje waargenomen. Deze dierenzijn zeer waarschijnlijk afkomstig van depopulatie die zich ontwikkelt in de omgevingvan het Nederlandse Weert, na ontsnappinguit een dierenwinkel.De groep van de eekhoorns omvat velesoorten die zich gemakkelijk aan het levenin onze natuur en ons klimaat kunnenaanpassen, waardoor we het beste eraandoen te vermijden dat ze bij ons terechtkomen.Van het verbod dat de federale overheidin 2009 wilde instellen op de invoer,aangeboden voedsel, zit nu veilig opgeborgenin een stevig hok.Jacky Jacobs, voormalig conservatorBalkerbeemden te BocholtPrevosteekhoorn. Foto Jacky Jacobsde uitvoer, de doorvoer of het bezit van deThaise eekhoorn, Pallas’ eekhoorn enNoord-Amerikaanse grijze eekhoorn hebbenwe spijtig genoeg niets meer gehoord.Gelukkig mogen in Vlaanderen sinds 2002enkel de Aziatische grondeekhoorn en deOostelijke wangzakeekhoorn als huisdiergehouden worden. Desondanks duiken erregelmatig andere soorten op. Het nog welmogen houden van allerlei eekhoornsoortenin omliggende landen, het ontbrekenvan controle aan onze grenzen en het onvoldoendeof niet bekend zijn met de huisdierwetgevingen de problemen metexotische diersoorten door het brede publiekliggen vermoedelijk aan de basis vanhet invoeren en vrijlaten van allerlei aaibareeekhoornsoorten. Meer sensibilisatiedoor de overheid en direct ingrijpen bijmeldingen van exotische soorten die mogelijkinvasief zijn, zou heel wat problemenkunnen voorkomen.De waarnemingen van deze exotische eekhoornskunnen geraadpleegd worden viawww.waarnemingen.be.Goedele Verbeylen, Natuurpunt StudieZoogdier 22-3 pagina 25


HyperKORTDirk Criel bespreekt op eigen wijze onderwerpen over zoogdieren.De links waarmee Dirk Criel zijn korte stukjes afsluit zijn ook te vinden op www.zoogdiervereniging.nl.Vleermuizen bloggenBlogs dienen niet alleen om meningen tespuien maar dienen evenzeer om actiestoe te lichten of snel op de actualiteit in tespelen. Ze vormen dan ook een goede aanvullingop Twitter, Facebook, Google+ enandere snelle digitale media met minderdiepgang. Inmiddels hebben ook de eerstevleermuizenliefhebbers de weg naar devrije meningsuiting gevonden. De blog vanDavid Dodd bijvoorbeeld levert een persoonlijkekijk op het vleermuizenonderzoekwaarbij hij beroepshalve betrokken is,terwijl de blogspot van de Bat ConservationTrust een aanvulling vormt op dewebsite van de vereniging en nieuwtjesaanbrengt in de marge van het verenigingswerk. http://davidsbatblog.blogspot.com/ www.batconservationtrust.blogspot.comWalvissen kijken van dichtbijWalvissen observeren is niet zonder gevaar.Vooral wanneer dat gebeurt vanuiteen allerkleinst vaartuigje dat meermaalsin een walvis past. Het verhaal van MobyDick verwordt op zo’n moment wel levensecht.www.cetace.info/les-actualites/article/une-baleine-noire-attaque-un-bateau-un-voilier-photoet-video.htmlVlaamse bioloog en knaagdierendeskundigeHerwig Leirs helpt de Kazakken bij devoorspelling. In een interview verhaalt hijde historiek van de pest en alles wat daarbijhelpt, aangedikt met enkele straffe feitenen een Google Earth-oefening. Hetuitgebreide gesprek kan je beluisteren inde ‘Interne keuken’ van Koen Filet op deVlaamse zender Radio 1.www.radio1.be/programmas/interne-keuken/woestijnrat-en-pestPijnlijke maaltijdJe kan geen omelet maken zonder eierente breken. Dat weten kleine rovers maar alte goed. Als de eitjes smaken, doorstaanroofdieren elke pijn. Op deze website volgje de perikelen van een broedend koppeltjezwarte ooievaars. Op een nacht krijgt hetnest bezoek van een boommarter en diekiest eieren voor zijn geld.http://vimeo.com/23088895Lachende rat en zingende muisNiets des mensen is de dieren vreemd.Ratten lachen wanneer je ze kriebelt enmuizen piepen niet alleen maar zingenook. De eerste zingende muis kwam reedsin 1925 in de biologische annalen terecht,maar het onderzoek werd pas recent weeropgepikt . Wie een goed gehoor heeft,kan het gezang van de muizen horen. Rattenkan je zelf hoorbaar aan het schaterenbrengen . Maar doe geen moeite: zowelhet gezang als het gelach kan je ook op hetinternet beluisteren. www.freesciencelectures.com/video/ratslaugh-when-you-tickle-them/ www.smithsonianmag.com/sciencenature/The-Mystery-of-the-Singing-Mice.htmlBevers kijken vanuit de ruimteBevers bouwen dammen om water op testuwen en zo de leefomgeving aan hun be-Woestijnrat mag de pest krijgenDe builenpest bestaat nog steeds maar isniet langer aanwezig onder ons Europeanen.Als oorspronkelijke infectiebron wordtKazachstan met de vinger gewezen. Daarworstelen ze nog steeds met de ziekte. Biologentellen er sinds 1947 de populatieaantallenvan woestijnratten die alsbelangrijke overdrager bekend staan. Hungegevens kunnen mogelijk dienen ompestepidemieën vroegtijdig te voorspellenen snel gepaste maatregelen te nemen. DeZuidkaper landt op spectaculaire wijze op een passerend zeiljachtZoogdier 22-3 pagina 26


hoeften aan te passen. Sommige beverfamiliesgaan daarbij drastisch en overijverigte werk. Een van de meest opmerkelijkebeverdammen ligt in Canada & . Dedam is dermate groot dat hij vanuit deruimte zichtbaar is. Hij steekt daarmee deChinese muur naar de kroon. De beestjeshebben er 20 jaar over gedaan om de damte bouwen en hij overbrugt inmiddels eenafstand van ruim 850 meter. www.treehugger.com/files/2010/05/massivebeaver-dam-visible-from-space.php www.thesun.co.uk/sol/homepage/news/2958779/Beaver-dam-seen-from-space.htmlGeen land in zichtDierenreservaten liggen niet alleen op hetland maar ook in zee. Een overzicht van dezeezoogdierenreservaten wereldwijd krijgje als extraatje bij de aankoop van eenboek over mariene reservaten. Maar wiekrenterig is kan hem ook van internetplukken en zelf plotten of op het computerschermin detail bekijken.http://web.mac.com/erich.hoyt/www.erichhoyt.com/MPA.htmlDAMVaccin voor dassenHet heeft lang geduurd en vele dassenlevensgekost alvorens de Britten en Ierentot het besef zijn gekomen dat het dodenvan dassen geen oplossing is voor het rundertuberculoseprobleem,waarin deze cultuurvolgertenslotte maar een bescheidenaandeel heeft . Zonder een totale uitroeiingvan de soort blijken de verdelgingsactiesin geïnfecteerde gebieden nietvol te houden. Het een en ander leiddezelfs tot fraude . Onder druk van verhittediscussies, meervoudige petities en eenheuse boycot van de Ierse zuivelhandelwordt na Ierland, nu ook in Groot-Brittanniëeen dassenvaccinatie als oplossing beproefd. De Ieren hadden hun proefjereeds in 2001 opgestart maar dit werdniet uitgebreid omdat het niet efficiënt zouzijn . www.badgertrust.org.uk/_Attachments/Resources/534_S4.pdfen www.badgerwatch.ie www.wildlifeextra.com/go/news/tb-cattle.html www.fera.defra.gov.uk/wildlife/ecologyManagement/bvdp/ www.agriculture.gov.ie/animalhealthwelfare/diseasecontrol/bovinetbbrucellosiseradicationschemes/bovinetberadicationconference/vaccinationofbadgersthestorysofarlcorner/ www.farmersguardian.com/home/livestock/oral-badger-vaccine-plans-hit-by-major-setback/40320.articleBURCHTDe vanuit de ruimte duidelijk zichtbare beverdam die meer dan 850 meter lang is.Bruine ijsbeerDoor de opwarming van de aarde wetenijsberen niet meer waar gekropen. Doorhet smelten van de noordelijke ijskap gaande dieren noodgedwongen aan land waarze vroeg of laat hun bruine evenbeeldtegen het lijf lopen. Omdat dit alsmaarvaker gebeurt, is niet langer uit te sluitendat ijsberen zich met bruine beren kruisen.Niettegenstaande het verschillende soortenzijn, kunnen beide met elkaar paren envruchtbare nakomelingen voortbrengen. InCanada zijn al hybriden opgedoken &. Gaat de evolutie hierdoor een nieuwerichting uit? Europese ijsberen bezittenreeds een stukje DNA dat afkomstig is vaneen bruine beer die twintig- tot vijftigduizendjaar geleden in het huidige Engelanden Ierland leefde & .Das. Foto Richard Witte van den BoschVleermuizendorpVoor gemeenten die nog origineel uit dehoek willen komen, werken predicaten als‘bloemendorp’, ‘waterstad’ en ‘kunstenaarsoord’al lang niet meer. Om in hetoog te springen is meer nodig. Het Nederlandsebuitendorpje Neede zocht en vondinspiratie bij de vleermuizen. Voortaanheet het volmondig ‘vleermuizendorpNeede’. Aanleiding voor de naamgevingwas een vleermuizenexpositie met tal vannevenactiviteiten die eruit voortsproten.Deze hebben nu een permanent karaktergekregen, waardoor de zichzelf toegeëigendeeretitel geoorloofd is.www.vleermuizendorp.nl www.scientias.nl/kruising-tussen-ijsbeer-engrizzlybeer-gevonden/8321 www.cbc.ca/news/technology/story/2010/04/30/nwt-grolar-bear.html www.cell.com/current-biology/abstract/S0960-9822(11)00645-2?switch=standard www.kennislink.nl/publicaties/moderneijsbeer-heeft-ierse-rootsZoogdier 22-3 pagina 27


BOEKENVleermuizenalle soorten van Europaen Noordwest-AfrikaBob VandendriesscheZonder twijfel hebben heel wat vleermuizenonderzoekersin de Lage Landen jarenlanguitgezien naar de komst van ditboek, en dan vooral naar de Nederlandstaligeuitgave ervan. Velen hadden zichdan ook al de Duitstalige of Engelstaligeversie aangeschaft, toen het nieuws kwamdat er ook een in het Nederlands vertaaldeen bewerkte uitgave zou gedruktworden. Het is aan het monnikenwerk vanPeter Lina te danken dat we ons hier inons kleine taalgebied dergelijke gespecialiseerdeboeken met een relatief klein lezersbereikin het Nederlands kunnenaanschaffen, wat helemaal niet vanzelfsprekendis. Het woord ‘gespecialiseerd’hoeft niemand af te schrikken: in de Nederlandsevertaling staan nog nauwelijksmoeilijke woorden of overdreven vakjargon.Over de inhoud van het boek kangeen misverstand bestaan: de auteurs ende fotograaf hebben tijd noch moeite gespaardom alle beschikbare en nodige informatieen beeldmateriaal over debiologie, de kenmerken en de bedreigingenten aanzien van vleermuizen te verzamelenen te bundelen in een overzichtelijknaslagwerk. Daarbij moet gezegd dat deauteurs kunnen terugvallen op vele jarenvan eigen veldwerkervaring, waarvan eengroot deel in de Balkan. Zowat alle aspectenvan de biologie van vleermuizen wordenbehandeld, het ene uiteraarduitvoeriger dan het andere. De auteurszijn echter de eersten om aan te geven datheel wat informatie over soortenindelingen naamgeving onder impuls van hetvoortschrijdende genetisch onderzoekbinnen afzienbare tijd herzien zal moetenworden. De determinatietabel bevat voorhaast alle kenmerken heldere en duidelijkefoto’s. Vooruitstrevend en veelzeggendzijn in elk soortenhoofdstuk dezogenoemde ‘openstaande vragen’. Deauteurs claimen dus niet op alle vrageneen antwoord te hebben, maar gevendaarentegen duidelijk aan waar er nogmeer onderzoek nodig is. Dit voorbeeld uithet hoofdstuk over de laatvlieger laat niksaan onduidelijkheid over: ‘Waar overwinterenlaatvliegers?’ of bij de meervleermuis:‘Komt de soort langs de Donauvoor?’ Je moet haast buitenstaander zijnom te geloven dat zelfs in zo’n dik boek deantwoorden op deze ogenschijnlijk doodeenvoudigevragen niet terug te vindenzijn. Deze vraag tot slot, drukt ons nogeens met de neus op de feiten: ‘ Hoe beïnvloedthet gebruik van bestrijdingsmiddelenen groeiremmers voor de zogenoemdeschadelijke insecten (bosmeikevers, nonvlindersen spinners) in bossen de beschikbaarheidvan voedsel voor deMopsvleermuis?’ Daarmee stellen de auteursm.i. de juiste vragen. Ze zijn daaromniet eenvoudig te beantwoorden. Het aspect‘bescherming’ en daarmee samenhangend‘oorzaken van achteruitgang’zouden bij al onze acties en onderzoekenhet onderliggende leidmotief moeten zijn.Is dat wel altijd zo? Het helpt alvast alseen boek je ertoe aanzet om de juiste vragente stellen. Aanschaffen en helemaaluitlezen dus, dat boek!Dietz, C., Von Helversen, O., Nill, D.; Vleermuizen,alle soorten van Europa enNoordwest-Afrika. 2011, De Fontein/Tirionuitgevers B.V. Utrecht. 400 pag. Oorspronkelijkeuitgave: Handbuch der FledermäuseEuropas und Nordwestafrikas.Franckh-Kosmos Verlags GmbH & Co.KG, Stuttgart, 2007.Zoogdier 22-3 pagina 28


Jong geleerd is oud gedaanHet is ieder najaar weer onvermijdelijk: Sinterklaas en deKerstman zijn in aantocht. Voor alle (groot)ouders, ooms entantes die ook dit jaar weer de (dure) plicht hebben beidegulle gevers een handje te helpen, is er goed nieuws. De afgelopentijd verschenen er enkele leuke en tegelijkertijdleerzame kleuter- en jeugdboeken over zoogdieren.Joke WinkelmanVoor kleuters vanaf 4 jaarDe serie ‘Zeg kleine …’ zes boekjes met simpele tekeningenen teksten over bever, dolfijn, eekhoorn, egel, vleermuis en zeehond. Viade belevenissen van deze dieren leren kleuters op speelse wijze over het leven vandeze dieren. Houdt u niet van voorlezen? Geen nood. In elk boek is een CD bijgeslotenmet daarop niet alleen een meezingliedje (tekst Ivo de Wijs), maar ook hetingesproken verhaal.Zeg kleine bever wat bouw jij knap ISBN: 978 90 5011 387 8Zeg kleine dolfijn wat duik jij diep ISBN: 978 905011 386 1Zeg kleine eekhoorn wat spring jij dapper ISBN: 978 90 5011 388 5Zeg kleine egel wat slaap jij lang. ISBN 978 90 5011 346 5.Zeg kleine vleermuis wat eet jij veel. ISBN 978 90 5011 345 8.Zeg kleine zeehond wat zwem jij goed. ISBN 978 90 5011 344 1.Vera de Backker & Sabine Wisman, 2010 en 2011. KNNV Uitgeverij, ZeistBestel met korting!Leden kunnen de beschrevenmet 10% korting bestellen bij deZoogdiervereniging. De kostenper boek zijn dan (exclusiefverzendkosten):- Zeg kleine…:€ 13,50 per deeltje(winkelprijs € 14,95)- Ratjetoe:€ 16,20(winkelprijs € 17,95)- Dora ondersteboven:€ 8,95(winkelprijs € 9,95)- In de val:€ 11,65(winkelprijs € 12,95)- Vleermuizen:€ 53,95(winkelprijs € 59,95)Met aankopen bij deZoogdierwinkel steunt u deZoogdiervereniging!Kijk op www.zoogdierwinkel.nlVoor kinderen van 10-12 jaarIn de val is een spannend avonturenleesboek.Kaja is een echte waterrat en dol op otters. Als zij methaar moeder intrekt bij de vriend van haar moeder en zijndochter, maakt Kaja in het nabijgelegen natuurgebied nietalleen kennis met otters in het wild maar ook met een gemeneottervanger! Kaja ontpopt zich daarbij als een echteotterredder. Met tips over zelf otters kijken, een quiz, en nogveel meer via www.dierenredders.nlKaren van Holst Pellekaan, 2011. In de val. Uitgeverij Leopold,Amsterdam. ISBN 97890 258 5774 5Dora ondersteboven vertelt het levensverhaal van grootoorvleermuis Dora,die wordt geboren in een holle boom op een oud fort. Na ieder brokje levensverhaal volgen korte detailsover die levensfase en een opdracht. De bijbehorende prachtige tekeningen zijn gemaakt doorPeter Twisk. Natuurlijk ontbreken bouwtekeningen van vleermuiskasten niet. Als het boekje uit is enalle opdrachten zijn gemaakt, dan is de lezer een ware vleermuisexpert!Herman Limpens & Peter Twisk. 2011. Dora ondersteboven. Een jaar uit het leven van eenvleermuis. KNNV Uitgeverij, Zeist. ISBN 978 90 5011 401 1Voor jongeren van 10+Ratjetoe Dit van prachtige foto’s voorziene boek vertelt in 16 hoofdstukken waarom knaagdierenzo’n bijzondere diergroep zijn. Hoe zit het met tanden en kiezen, met man en vrouw, met moeilijkemuizen, wie zijn er bedreigd en beschermd? Het komt allemaal aan de orde in het eerste deel vanhet boek. Daarna volgt een encyclopedieachtig deel waarin 13 in Nederland en België veel voorkomendezoogdieren, drie Euroknagers en drie Wereldknagers uitvoerig worden behandeldGeert-Jan Roebers en Stefan Halewijn, 2011. Ratjetoe. Over muizen, ratten, hamsters en andere coole knagers.KNNV Uitgeverij, Zeist. ISBN 978 90 5011 371 7Eerder verscheen in deze serie van dezelfde auteurs ‘Struikrovers. Over wezel, hermelijn, otter,das en andere dappere marterachtigen’ (2007; ISBN 978 90 5011 247 5)Zoogdier 22-3 pagina 29


Kort nieuwsNieuws van de Zoogdiervereniging (Nederland) en van deZoogdierenwerkgroep en de Vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt (Vlaanderen).NEDERLANDNieuwsbrief en TwitterDe Zoogdiervereniging gaat met zijn tijdmee! Sinds een aantal maanden makenwij daarom, in aanvulling op Zoogmail,regelmatig een digitale nieuwsbrief.Hierin staan nieuwsberichten die ook opde website staan. Aanmelden kan viaeen speciale aanmeldknop opwww.zoogdiervereniging.nl. Daarnaasthebben wij ook een Twitter-account,met de laatste nieuwtjes. Zoek op@zoogdierverenig en volg ons!In linie onder de Zeelandbrug op zoek naar bruinvissen.Foto Stichting Rugvin / Wouter Jan StrietmanIN MEMORIAM RIE DE BOOISOp 16 november 2010 overleed Rie de Boois in haar 18de-eeuwse boerderij in Kerk-Avezaathin de Betuwe. Tot zijn dood in 2007 woonde Rie daar samen met de bekende kunstcriticusen museumdirecteur Pierre Janssen. Rie had een zwak hart, maar haar overlijdenop 74-jarige leeftijd kwam toch onverwacht.Rie had een groot hart voor natuur. In de jaren vijftig was zij als penningmeester lid vanhet hoofdbestuur van de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie, samen met ondermeer Sim Broekhuizen, die later voorzitter van de VZZ (nu Zoogdiervereniging) was. Laterwerden ze collega’s bij het Instituut voor Toegepast Onderzoek in de Natuur (ITBON), datin 1969 opging in het Rijksinstituut voor Natuurbeheer (RIN). Rie en Sim zijn altijd goedevrienden gebleven. Pierre organiseerde de tentoonstelling ‘Haas tussen de mensen’ inzijn Gemeentemuseum Arnhem, over het onderzoek van Sim.Rie was Tweede Kamerlid voor de PvdA van 1972 tot 1987. In deze functie zette zij zich invoor de natuur en dierenwelzijn. Bescherming van de Waddenzee was één van haar speerpunten.Bij de wijziging van de Jachtwet in 1977 stelde ze voor om de drijfjacht op wildezwijnen te verbieden, maar dat lukte toen niet. Pas in 2002 kwam dit verbod tot stand. In1986 werd Rie gekozen tot Dierenbeschermer van het jaar.Na haar vertrek uit de Tweede Kamer werd ze voorzitter van het Zuiveringsschap AmstelenGooiland en van 1996 tot 2004 was ze voorzitter van Vogelbescherming Nederland. Dathad ook de VZZ kunnen zijn, want Sim had bij zijn vertrek als voorzitter aan Rie gevraagdom voorzitter van de VZZ te worden. Maar zij had Vogelbescherming toen al in het vizier.Wij zijn Rie dankbaar voor wat ze heeft gedaan voor de natuur in Nederland. Tot na haardood, want de Zoogdiervereniging mocht een legaat van haar ontvangen.Record aantal bruinvissen inOosterscheldeOp zondag 26 juni telden vrijwilligersvan Stichting Rugvin minimaal 61 bruinvissenin Nationaal Park de Oosterschelde,een record.Met ruim veertig vrijwilligers vertrokkennegen schepen in linie richting het oostenvan de Oosterschelde. Tijdens detocht werden in het hele gebied 61bruinvissen waargenomen, ruimschootsmeer dan tijdens de scan in 2009, waarbij,onder min of meer gelijke weersomstandigheden,37 dieren werden geteld.Onder de 61 bruinvissen van 2011, zijnminimaal vier moeder-kalfparen gezien.Ook tijdens de scans in 2009 en 2010 zijner jonge dieren gezien.Wat deze groep volgens Stichting Rugvinuniek maakt is dat zij jaarrond in dit gebiedverblijven. Bruinvissen langs deNederlandse Noordzeekust trekken namelijkin de zomermaanden naar noordelijkerwateren. Over de bruinvissen inde Oosterschelde is echter nog maarweinig bekend, zoals of en hoe frequentde dieren de Oosterscheldekering passeren.Vrijwilligers van Stichting Rugvindoen hier sinds 2009 onderzoek naarmet behulp van onderwateropnameapparatuur.Zie ook www.rugvin.nl.Johan ThissenZoogdier 22-3 pagina 30


C O L U M NBevers en schadeHet gaat gelukkig goed met de beverstandin Nederland, zo goed zelfs datverwacht wordt dat ze her en der voorschade gaan zorgen.Het Faunafonds heeft hier recent onderzoeknaar laten doen. In het komende nummervan Zoogdier wordt aan dit onderzoek aandachtbesteed.Deltaplan voor reeDe Vereniging Het Reewild is één jaar ouderdan de onze en viert al in 2011 haar 60-jarigbestaan. Ter gelegenheid hiervan is een jubileumboekverschenen. Dit boek bevat nietalleen een terugblik op de ontwikkelingenbinnen de vereniging en de groei van dereepopulatie in Nederland, maar ook eenvisie op de toekomst. De Vereniging HetReewild doet hierin voorstellen voor eenander beheer van het ree. Zij constateert namelijksteeds meer conflictsituaties, nu zijhet aantal reeën in ons land schat op70.000-100.000. Het gaat onder meer om hetbeheer op het niveau van het leefgebied inplaats van de huidige WBE-grenzen. Kijkvoor meer informatie op www.reewild.nl.SamenwerkingDit is mijn laatste column als voorzitter van de Zoogdiervereniging. Tijdens deALV van november 2010 heb ik aangekondigd in november 2011 mijn voorzitterschapte zullen stoppen. Hiermee besluit ik een bestuurslidmaatschap van ongeveer10 jaar, waarvan 5 jaar als voorzitter.Zo lang deel uitmaken van het bestuur bewijst dat ik de Zoogdiervereniging eenmooie en afwisselende club vindt. Enerzijds is er de vereniging met haar leden enanderzijds de werkorganisatie met de medewerkers. Vrijwilligers en beroepskrachtendie samenwerken aan het ontwikkelen en verspreiden van kennis overzoogdieren en het op basis van feiten zoogdieren en hun leefgebieden beschermen.Dat laatste ‘fact based’ wordt steeds belangrijker in een samenleving diesteeds meer waarde lijkt toe te kennen aan ‘fact free’ informatie.Mijn besluit om te stoppen heeft ook niets te maken met het goede werk dat deZoogdiervereniging verricht, maar meer met mijn drukke werkzaamheden voormijn organisatie Stichting Klimaatlandschap Nederland. Hobby en werk laten zichniet goed meer combineren. Buiten dat is het een goede zaak om ook in bestuurlijkezin nieuwe gezichten en daarmee nieuwe inzichten te betrekken.De afgelopen jaren heeft de Zoogdiervereniging grote veranderingen doorgemaakt.Het kantoor is verhuisd, naamsbekendheid en ledental zijn toegenomen,tal van samenwerkingsverbanden zijn versterkt, de NDFF is van start gegaan en‘last but not least’ er is een professionele organisatie ontstaan. Helaas moestenwe door economische tegenwind recent afscheid nemen van meerdere medewerkers.Toch staat de Zoogdiervereniging weer voor een nieuwe grote uitdaging.Onze vestiging in Nijmegen had als doel om intensiever te kunnen samenwerkenmet collega-organisaties die ook in Natuurplaza gehuisvest zijn. Die samenwerkingis noodzakelijk, enerzijds om beter te kunnen overleven als projectenorganisatieen anderzijds om effectiever te kunnen opereren in een steeds zakelijkerwordende samenleving. Samen sta je immers sterker.Hoewel we al veel samenwerken met collega’s valt daar nog veel winst te behalen.Recent hebben de besturen van RAVON en de Zoogdiervereniging de intentieuitgesproken om binnen de werkorganisaties nauwer te gaan samenwerken.Beide organisaties kennen een ongeveer gelijke omvang en werkwijze. Waar hetproces precies op uitkomt, weten we nu nog niet, maar we zijn ervan overtuigd dater iets goeds uit zal ontstaan.Natuurlijk blijft de Zoogdiervereniging gewoon bestaan. In de afgelopen 60 jaarhebben we bewezen dat we een waardevolle functie hebben voor de leden en voorde inheemse zoogdieren en hun leefgebieden en dat zal zo blijven. Ik wens alleleden en medewerkers van de Zoogdiervereniging een uitdagende en succesvolletoekomst.Jacob van OlstVoorzitter ZoogdierverenigingZoogdier 22-3 pagina 31


VLAANDERENHamster dreigt binnen hetjaar uit te sterven in VlaanderenHet gaat erbarmelijk slecht met onzewilde hamsters! Het is vijf na twaalf ende middelen worden niet naar behorenaangewend. Actieve hamsterburchtenWilde hamster. Foto David Hermanworden vernield, er is onvoldoendevoedsel op de akkers aanwezig en beschermingszonesverdwijnen gestaag.De combinatie hiervan is nefast voor desoort. De soort was ooit talrijk in deleemstreken van België. Dit vooral waargraanakkers nog van degelijke kwaliteitwaren. In de periode van 1998-2002werden een 100-tal actieve burchten geteld.Door een lakse houding van deVlaamse regering en bevoegde instantieszakte dit aantal in de periode van2003-2007 naar slechts 15 burchten.Vandaag is dat aantal nog verder gezakten is de situatie op zijn minst gezegdschrijnend te noemen. Nochtans is de‘korenwolf’ een schitterende verschijningdie de belangrijke natuurwaardevan de landbouwgebieden garandeert.Daarom is opmerkelijk dat de maatregelenvan de Vlaamse regering en bevoegdeinstanties voor deze Europeesbeschermde soort zijn teruggedrongentot nihil.Nieuwe vleermuis ontdekt inWalloniëIn Wallonië is deze zomer een nieuwesoort vleermuis ontdekt. De vleermuiswerd aangetroffen in de regio van Rochefort,in de provincie Namen. Het gaatom de Nimfvleermuis (Myotis alcathoe),een vleermuis die in Frankrijk en Duitslandvoorkomt, maar bij ons nog nietwerd gezien. De nieuwe soort lijkt erg optwee andere vleermuizen die in de Belgischefauna voorkomen: de baardvleermuisen de Brandts vleermuis. Erbestonden al enige tijd vermoedens overde aanwezigheid van de soort op Belgischgrondgebied. Via onderzoek metbatdetectors kon het dier eerder al gehoordworden in de provincie Namen.Zijn boshabitat maakt de studie ervanechter moeilijker dan die van soortendie in grotten of gebouwen leven.Eerste kolonie bosvleermuisontdekt in VlaanderenIn Sint-Truiden werd deze zomer voorde eerste keer in Vlaanderen een bosvleermuisgevangen. Bovendien werdBosvleermuis. Foto Kamiel Spoelstraook reeds de eerste kolonie van dezevleermuizen ontdekt.Nieuwe website ZWGDe website van de Natuurpunt Zoogdierenwerkgroep(ZWG) is vanaf 1 septemberin een nieuw kleedje te zien. De lookvan de website werd gemoderniseerd,maar ook de structuur werd grondigvernieuwd.De website is nu volledig gericht op debezoeker met een vraag. Heb je eenvraag over het verzorgen van zoogdieren,wil je zoogdieren bestuderen, hebje hinder van zoogdieren of zoek je gewooninformatie over zoogdieren? Jevindt het nu allemaal overzichtelijkterug op de nieuwe website.Komende activiteiten van deZWGZie Zo Zoogdier (15-16 oktober 2011)Om de twee jaar organiseert de Zoogdierenwerkgroepeen zoogdierentelweekend.Ook dit jaar is het weer zover:de tweede editie van Zie Zo Zoogdier, numet speciale aandacht voor de eekhoorn.In iedere provincie van Vlaanderenwordt een activiteit rond Zoogdierengeorganiseerd en al je waarnemingenvan zoogdieren kun je doorgeven via dewebsite www.ziezozoogdier.be.ZWG weekend (21-23 oktober 2011)De Zoogdierenwerkgroep trekt dezekeer voor haar jaarlijkse weekend naarLuxemburg, en spitst zich toe op hazelmuizen,wilde katten en nog veel meerleuks! Voor meer informatie: www.zoogdierenwerkgroep.be.Zoogdier 22-3 pagina 32


Agenda & adressen1 oktober 2011 Symposium ‘Van waarneming naarnatuurbescherming’Dit symposium wordt georganiseerd door de KNNV en de VOFF.Door middel van lezingen en workshops worden waarnemers, onderzoekersen betrokken burgers gemotiveerd om hun werkterreinte verbreden naar praktische vormen van natuurbescherming.Locatie is Hogeschool Domstad Utrecht.Zie ook www.knnv.nl en www.voff.nl.NEDERLANDZoogdierverenigingPostadres: Postbus 6531, 6503 GA NijmegenBezoekadres: Natuurplaza, Mercator 3, Toernooiveld 1, 6525 ED NijmegenTelefoon 024-7410500 Fax 024-7410501info@zoogdiervereniging.nl www.zoogdiervereniging.nl15-16 oktober 2011 Zie Zo ZoogdierTijdens deze tweede editie van het zoogdierentelweekend van deZoogdierenwerkgroep besteden we speciale aandacht aan de eekhoorn.Meer info over activiteiten en hoe waarnemingen door tegeven vind je op www.ziezozoogdier.be.21-23 oktober 2011 Zoogdierenweekend 2011Wellicht zijn er bij het verschijnen van dit blad nog enkele plaatsenvrij voor het Zoogdierenweekend in het Groot Hertogdom Luxemburgvan 21-23 oktober. We helpen onder meer met onderzoek naarhazelmuizen. Wees er snel bij! http://www.zoogdierenwerkgroep.be> Activiteiten.29 oktober 2011 VLEN-dag en tweejaarlijks symposium vanZoogdiervereniging en NatuurpuntIn Naturalis in Leiden organiseert de Vleermuiswerkgroep Nederland(VLEN) haar jaarlijkse dag. De VLEN-dag zal dit jaar nog sterkerdan andere jaren ook Vlaamse sprekers kennen, in het kadervan de tweejaarlijkse symposia die de Zoogdiervereniging en deZoogdierenwerkgroep en Vleermuizenwerkgroep van Natuurpuntorganiseren. Meer informatie zal worden geplaatst op www.vleermuis.net.5 november 2011 Lezingendag Kleine MarterachtigenDe Werkgroep Kleine Marterachtigen organiseert een lezingendagdie geheel gewijd zal zijn aan wezel, hermelijn en bunzing. Locatie:Natuurplaza in Nijmegen.Meer informatie volgt op www.zoogdiervereniging.nl15, 22 en 29 november 2011 Cursus ‘Vleermuizen en Planologie’Hoe ga je om met vleermuizen en hun beschermde status in deruimtelijke ordening? Naast ecologie en wetgeving is er ruime aandachtvoor praktische handvatten. Inclusief vleermuisexcursie! Locatie:Natuurplaza in Nijmegen. Kijk voor meer informatie enaanmeldingen op www.zoogdiervereniging.nl/cursussen19 november 2011 Algemene LedenvergaderingTijdens deze najaarsledenvergadering komt onder meer de begrotingvoor 2012 aan de orde.Daarnaast worden er kandidaat-bestuursleden gepresenteerd.5 en 12 december 2011 Cursus ‘Potentiële vleermuiswaarden’Een praktische cursus waarin wordt geleerd hoe gebouwen enbomen kunnen worden beoordeeld op hun geschiktheid voor vleermuizen.Locatie: Driebergen. Kijk voor meer informatie en aanmeldingenop www.zoogdiervereniging.nl/cursussenGa voor actuele informatie naar onze websites:www.zoogdiervereniging.nlwww.zoogdierenwerkgroep.beVeldwerkgroep NederlandEric Thomassen, Middelstegracht 28, 2312 TX Leiden, 071-5127761,veldwerkgroep@zoogdiervereniging.nlMateriaaldepot VeldwerkgroepJan Alewijn Dijkhuizen, materiaal@zoogdiervereniging.nlVleermuiswerkgroep NederlandAnne-Jifke Haarsma, p/a Postbus 6531, 6503 GA Nijmegen, 023-5472583,vleermuiswerkgroepnederland@zoogdiervereniging.nlwww.vleermuis.netWerkgroep ZoogdierbeschermingMarijke Drees, p/a Postbus 6531, 6503 GA Nijmegen, 024-7410500,info@zoogdiervereniging.nlWerkgroep Boommarter NederlandBen van den Horn, Celsiusstraat 4, 3817 XG Amersfoort, 033-4625970,boommarterwerkgroep@zoogdiervereniging.nlWerkgroep ZeezoogdierenJan Willem Broekema, Brikkenwal 20, 2317 GT Leiden,jw@broekema.infoWerkgroep Kleine marterachtigenTim Hofmeester, p/a Postbus 6531, 6503 GA Nijmegen,werkgroep-kleine-marterachtigen@zoogdiervereniging.nlBeverwerkgroep NederlandGerrit Kolenbrander, Postbus 6531, 6503 GA Nijmegen, 024-7410500beverwerkgroep@zoogdiervereniging.nlZoogdierwerkgroep ZeelandNanning-Jan Honingh, Schoondijkse dijk 35, 4438 AE Driewegen, 0113-403259,nanning-jan.honingh@slz.landschapsbeheer.nlZoogdierwerkgroep OverijsselAnnelies van der Blij, p/a Natuur & Milieu Overijssel, Stationsweg 3,8011 CZ Zwolle, 038-4250979, blij@natuurmilieu.nlRedactie wetenschappelijk tijdschrift LUTRAp/a Postbus 6531, 6503 GA Nijmegen, 024-7410500, 026-3705318,lutra@zoogdiervereniging.nlVLAANDERENNatuurpuntNatuurpunt StudieGoedele Verbeylen, Coxiestraat 11, 2800 Mechelen,015/297244, goedele.verbeylen@natuurpunt.beNatuurpunt ZoogdierenwerkgroepPaul Van Daele, Rekkemstraat 144, 9700 Volkegem, 0494-401777,saripaul@skynet.be, www.zoogdierenwerkgroep.beNaast de overkoepelende Vlaamse Zoogdierenwerkgroep zijn plaatselijk ookheel wat lokale en regionale zoogdieren- en natuurstudiewerkgroepenactief rond zoogdieren. Hun contactgegevens vind je op de website.Natuurpunt VleermuizenwerkgroepAlex Lefevre, Klissenhoek 85, 2290 Vorselaar, 014-516201,vleermuizenalex@yahoo.com, www.natuurpunt.be/vleermuizenwerkgroepJNM ZoogdierenwerkgroepDaan Dekeukeleire, Polderdreef 37, 9840 De Pinte, 0474-488979,daan@jnm.be, www.jnm.beZoogdier 19-1 pagina 35


Het moment van...Harvey van DiekIn deze rubriek presenteren fotografen hun meest geliefde foto en het bijbehorende verhaal.Uw inzending is welkom. Stuur deze naar redactie.zoogdier@zoogdiervereniging.nl of per post naar deredactie op Postbus 6531, 6503 GA NijmegenPatrouillerende konik Ochtend in de Ooijpolder, bij Nijmegen. Een van de weinige ochtenden met optrekkendeflarden mist en een opkomende zon. Dan moet je er als fotograaf natuurlijk (vroeg) bij zijn. Meestal blijf ik dantoch liggen, maar nu ben ik op weg naar de Millingerwaard, want daar is de dag ervoor een duinpieper gemeld endie wil ik wel graag zien en fotograferen. Ik kom niet verder dan de Erlecomse Waard.Een mannetje konik staat te patrouilleren bij zijn kudde. Zij grazen rustig door, hij is alert. In de verte komt zijn rivaallangzaam dichterbij. Hij twijfelt. Blijven staan of actie ondernemen? Even later was de mist opgetrokken en hetmomentum voorbij. Soms moet je als fotograaf het moment pakken in plaats van volharden in het geplande foto-onderwerp.Die duinpieper ben ik al weer helemaal vergeten en tevreden ga ik naar mijn werk. Meer informatie opwww.harveyvandiek.nlP.S. In steeds meer (natuur)gebieden worden grote grazers zoals koniks en galloways ingezet om de vegetatie kortte houden. In de Millingerwaard in de Ooijpolder lopen al jaren koniks en galloways.

More magazines by this user
Similar magazines