gids voor het programma Een Leven Lang Leren - Europa

epos.vlaanderen.be

gids voor het programma Een Leven Lang Leren - Europa

GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IALGEMENE DOELSTELLINGDe onderlinge uitwisseling, samenwerking en mobiliteit tussen de onderwijs- enopleidingsstelsels in de EU bevorderen, zodat deze tot een kwaliteitsreferentie op wereldniveauworden gemaakt.SPECIFIEKE DOELSTELLINGEN123Bijdragen tot de ontwikkeling van een leven lang leren van hoge kwaliteit en het bevorderenvan kwalitatief hoogwaardige prestaties, innovatie en een Europese dimensie in de stelselsen in de praktijken in het veldOndersteunen van de realisering van een Europese ruimte voor een leven lang lerenHelpen verbetering te brengen in de kwaliteit, aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van demogelijkheden in de lidstaten om een leven lang te leren4Stimuleren van de bijdrage van een leven lang leren tot de sociale samenhang, een actiefburgerschap, de interculturele dialoog, gendergelijkheid en persoonlijke ontplooiing5Helpen bevorderen van creativiteit, concurrentievermogen, inzetbaarheid en ontwikkelingvan de ondernemingszin6Bewerkstelligen van een intensievere deelname aan een leven lang leren bij mensen van alleleeftijden, met inbegrip van personen met speciale behoeften en kansarmen, ongeacht hunsociaaleconomische achtergrond7Bevorderen van het leren van talen en van de taalkundige verscheidenheid8Ondersteunen van de ontwikkeling van innovatieve, op ICT gebaseerde inhoud, diensten,pedagogische benaderingen en praktijken voor een leven lang leren9Versterken van de rol van een leven lang leren bij de totstandbrenging van het besef vaneen Europees burgerschap, gebaseerd op begrip en respect voor mensenrechten endemocratie, en stimuleren van tolerantie en respect jegens andere volkeren en culturen10Bevorderen van de samenwerking op het gebied van de kwaliteitsborging in alle sectoren vanonderwijs en opleiding in Europa11Stimuleren dat optimaal gebruik wordt gemaakt van resultaten, innovative producten enprocessen en uitwisselen van goede praktijken op de door het programma Een Leven LangLeren bestreken terreinen, ter verbetering van de kwaliteit van onderwijs en opleidinghttp://ec.europa.eu/llp 4


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IZoals aangegeven in artikel 12 van het Besluit over Een Leven Lang Leren moet hetprogramma er ook toe bijdragen dat de verdere ontwikkeling van het beleid van de EUten aanzien van horizontale vraagstukken ten volle wordt geschraagd door met name:a) de bevordering van het besef dat culturele en taalkundige diversiteit in Europavan groot belang zijn en dat racisme, vooroordelen en vreemdelingenhaat moetenworden bestredenb) de totstandbrenging van voorzieningen voor lerenden met bijzondere behoeften,in het bijzonder door steun bij de bevordering van hun opname in het algemeneonderwijs- en opleidingsstelselc) de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen, en door steun bij debestrijding van alle vormen van discriminatie op grond van geslacht, ras ofetnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuelegerichtheid.1.A. WAT IS DE STRUCTUUR VAN HET PROGRAMMA?Het programma Een Leven Lang Leren bestaat uit:‣ vier sectorale programma's, respectievelijk gericht op het schoolonderwijs(Comenius), het hoger onderwijs (Erasmus), de beroepsopleidingen (Leonardo daVinci) en de volwasseneneducatie (Grundtvig)‣ een transversaal programma, gericht op sectoroverschrijdende domeinen(beleidssamenwerking en innovatie op het gebied van een leven lang leren, talen, deontwikkeling van innovatieve ICT-content, de verspreiding en het gebruik vanresultaten)‣ een programma ter ondersteuning van onderwijs, onderzoek en bezinning overEuropese integratie en de belangrijkste Europese instellingen en verenigingen (JeanMonnet-programma)http://ec.europa.eu/llp 5


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IHet programma Een Leven Lang LerenSectorale programma’sCOMENIUSScholenERASMUSHogeronderwijsLEONARDODA VINCIBeroepsopleidingGRUNDTVIGVolwasseneneducatieTransversaal programmaKernactiviteit 1 Beleidssamenwerking & innovatie op het gebied van een leven lang lerenKernactiviteit 2 TalenKernactiviteit 3 Ontwikkeling van op ICT gebaseerde inhoudKernactiviteit 4 Verspreiding en gebruik van resultatenJean Monnet-programmaJeanMonnetActieExploitatiesubsidiesterondersteuning vangespecificeerdeinstellingenExploitatiesubsidies terondersteuning vanandere Europeseinstellingenhttp://ec.europa.eu/llp 6


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL ICOMENIUSprogrammaSchoolonderwijsERASMUSprogrammaHoger onderwijsLEONARDODA VINCIprogrammaBeroepsonderwijs en-opleidingGRUNDTVIGprogrammaVolwasseneneducatieKernactiviteit 1Beleidssamenwerking& innovatie op hetgebied van een levenlang lerenHet Comenius-programma is gericht op de eerste fase van hetonderwijs, met name het kleuter-, basis- en voortgezetonderwijs. Het is van toepassing op alle mensen uit deonderwijsgemeenschap: leerlingen, docenten, lokaleautoriteiten, ouderverenigingen, niet-gouvernementeleorganisaties, opleidingsinstituten voor docenten, universiteitenen alle andere leden van het onderwijzend personeel.Erasmus is het EU-programma voor onderwijs en opleidingmet betrekking tot mobiliteit en samenwerking op het niveauvan het hoger onderwijs in Europa. De verschillende acties vandit programma zijn niet enkel bedoeld voor studenten die inhet buitenland willen gaan studeren en werken, maar ook vooronderwijzend personeel uit het hoger onderwijs en uitondernemingen die van plan zijn in het buitenland college tegeven, en voor personeelsleden uit het hoger onderwijs die inhet buitenland een opleiding willen volgen. Daarnaastondersteunt Erasmus de samenwerking van instellingen voorhoger onderwijs via intensieve programma's, netwerken enmultilaterale projecten, en hun inspanningen voor een betereband met het bedrijfsleven.Het Leonardo da Vinci-programma koppelt het beleid aan depraktijk op het vlak van het beroepsonderwijs en deberoepsopleidingen. Het omvat erg uiteenlopende projecten:van projecten die individuele personen de kans bieden huncompetenties, kennis en vaardigheden te verbeteren door eenbuitenlands verblijf tot pan-Europesesamenwerkingsverbanden tussen belanghebbenden inberoepsonderwijs en -opleiding met het oog op hetaantrekkelijker maken en het verbeteren van de kwaliteit ende prestaties van beroepsonderwijsstelsels en -praktijken.Behandelt de onderwijs- en leerbehoeften binnen alle vormenvan volwasseneneducatie die niet in de eerste plaatsberoepsopleidingen zijn, evenals van de instellingen enorganisaties die dergelijke leermogelijkheden voorvolwassenen inrichten of mogelijk maken – van formele, nietformeleof informele aard – met inbegrip van die voor deinitiële opleiding of nascholing van personeel.Acties met betrekking tot beleidssamenwerking en innovatie:bieden ondersteuning voor studiebezoeken door specialistenop het vlak van onderwijs en beroepsopleidingen, alsook voornetwerken in deze domeinen op Europees niveau. Debelangrijkste doelstellingen zijn het ondersteunen vanbeleidsmaatregelen en samenwerking op het gebied van eenleven lang leren, en het zorgen voor voldoende vergelijkbaregegevens, statistieken en analyses.http://ec.europa.eu/llp 7


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IKernactiviteit 2TalenKernactiviteit 3Ontwikkelen van opICT gebaseerdeinhoudKernactiviteit 4Verspreiding engebruik vanresultatenJean Monnet-actieExploitatiesubsidiester ondersteuningvan gespecificeerdeinstellingenExploitatiesubsidiester ondersteuningvan andere EuropeseinstellingenTaalverscheidenheid maakt deel uit van het leven in Europa.Zij kan leiden tot meer economische groei, de intercultureledialoog bevorderen en bijdragen tot ieders persoonlijkeontwikkeling. De EU-acties hebben als doel het leren van talente bevorderen en de taalverscheidenheid in Europa teondersteunen.De EU-acties hebben als doel de informatie- encommunicatietechnologieën (ICT) in te zetten bij deontwikkeling van innovatieve onderwijs- enopleidingspraktijken, om de toegang tot een leven lang lerente verbeteren en om geavanceerde managementsystemen tehelpen ontwikkelen.Om het effect van de door het programma Een Leven LangLeren (of door de eraan voorafgaande programma's)gesubsidieerde activiteiten en projecten te maximaliseren,moeten deze bij zoveel mogelijk potentiële gebruikersbekendgemaakt worden. Daarom dient elk door de EuropeseUnie gesubsidieerd project te zorgen voor de verspreiding enhet gebruik van zijn eigen resultaten.Het Jean Monnet-programma bevordert wereldwijd hetonderwijs, het onderzoek en de bezinning over Europeseintegratie aan instellingen voor hoger onderwijs. Met projectenverspreid over de vijf continenten bereikt het programma elkjaar 250 000 studenten.Er worden subsidies toegekend ter financiering van bepaaldeoperationele en administratieve kosten van de hierondergenoemde instellingen met een doelstelling van Europeesbelang:- het Europacollege- het Europees Universitair Instituut- het Europees Instituut voor Bestuurskunde- de Academie voor Europees recht- het Europees Agentschap Ontwikkeling van onderwijsvoor leerlingen met specifieke behoeften- het Internationaal Centrum voor Europese Vorming(CIFE)Er worden subsidies toegekend ter financiering van bepaaldeoperationele en administratieve kosten van Europeseinstellingen of verenigingen die op het terrein van hetonderwijs en de beroepsopleiding werkzaam zijn.1.B. WELKE ACTIECATEGORIEËN WORDEN ONDERSTEUND?Het programma Een Leven Lang Leren ondersteunt de volgende actiecategorieën:http://ec.europa.eu/llp 8


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IFlankerende maatregelenExploitatiesubsidiesOndersteuning voor verschillende activiteiten die,hoewel zij niet in aanmerking komen voor dehoofdacties van de sectorale programma's, eenduidelijke bijdrage zullen leveren tot het bereiken vande doelstellingen van het programma Een Leven LangLeren.Financiële steun voor de dagelijkse werking vaninstellingen en verenigingen die actief zijn op dedomeinen van het programma Een Leven Lang Leren.Niet al deze actietypes zijn beschikbaar in ieder deel van het programma.1.C. WELKE LANDEN NEMEN DEEL AAN HET PROGRAMMA?Het programma is toegankelijk voor:• de 27 EU-lidstaten 3• IJsland, Liechtenstein, Noorwegen, Zwitserland (de "EVA-EER"-landen, m.a.w. delanden die lid zijn van de Europese Vrijhandelsassociatie en ook tot de EuropeseEconomische Ruimte behoren)• Turkije, Kroatië• "Overzeese landen en gebieden" zoals gedefinieerd in Besluit 2001/822/EG van deRaad (gewijzigd bij Besluit 2007/249/EG):— Groenland— Nieuw-Caledonië en Onderhorigheden— Frans-Polynesië— Franse Zuidelijke en Zuidpoolgebieden— Wallis en Futuna— Mayotte— Saint-Pierre en Miquelon— Aruba— de Nederlandse Antillen— Anguilla— de Kaaimaneilanden— de Falklandeilanden— Zuid-Georgië en de Zuidelijke Sandwicheilanden— Montserrat— Pitcairn— Sint-Helena, Ascension, Tristan da Cunha— de Britse Zuidpoolgebieden— Brits gebied in de Indische Oceaan— Turks- en Caicoseilanden— de Britse Maagdeneilanden3 Hieronder vallen ook de aanvragers afkomstig uit de volgende regio's: de Canarische Eilanden, Guadeloupe,Martinique, Frans-Guyana, Réunion, de Azoren, Madeira. De specifieke financiële bepalingen voor Overzeeselanden en Gebieden gelden ook voor deze regio's.http://ec.europa.eu/llp 10


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL ITen aanzien van mogelijke andere landen waarvoor het LLP in 2012 toegankelijk is, kuntu op de website van de Commissie, de Nationale Agentschappen (NA) of het UitvoerendAgentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur de actuele lijst van deelnemendelanden raadplegen.Volgens artikel 14, lid 2, van het besluit tot vaststelling van het LLP kunnen multilateraleprojecten en netwerken in het kader van Comenius, Erasmus, Leonardo da Vinci,Grundtvig en de kernactiviteiten van het transversale programma tevens toegankelijkzijn voor partners van andere ("derde") landen die niet deelnemen aan het LLP krachtensartikel 7 van het besluit, met andere woorden, die welke hierboven zijn genoemd. In deactiespecifieke fiches in deel II van deze Gids staat welke acties dit betreft. Potentiëleaanvragers kunnen op de website van het Uitvoerend Agentschap onderwijs,audiovisuele media en cultuur terecht voor nadere informatie over de regels voordeelname. Aanvragers worden aangemoedigd te overwegen partners uit de volgendederde landen op te nemen:- landen die volgens artikel 7 in de toekomst onder bepaalde voorwaarden kunnendeelnemen aan het LLP maar waarmee de desbetreffende overeenkomsten nog nietzijn gesloten;- landen waarop het Europees nabuurschapsbeleid 4 van toepassing is, en Rusland;- landen waaraan de EU bijzondere prioriteit heeft gegeven met het oog op het opgang brengen van een dialoog over een strategisch beleid inzake onderwijs enopleiding of meertaligheid 5 .Het staat aanvragers echter vrij om zich voor hun project of netwerk sterk te maken voorpartners uit andere landen indien de desbetreffende organisatie beschikt overaantoonbare deskundigheid die relevant is voor hun Europese collega’s. In dat gevalmoet de voorgestelde deelname van partners uit derde landen steeds wordenonderbouwd door duidelijk te maken wat zij zullen toevoegen aan de ervaring binnen deEuropese landen die aan het programma deelnemen.De Jean Monnet-actie is toegankelijk voor instellingen en verenigingen voor hogeronderwijs uit alle landen die deelnemen aan het programma Een Leven Lang Leren, maarook voor die uit andere ("derde") landen. Deze deelnemende instellingen en verenigingenuit derde landen moeten voldoen aan alle verplichtingen en moeten alle taken uitvoerendie worden beschreven in het programmabesluit met betrekking tot de instellingen enverenigingen in de lidstaten.1.D. WIE KAN DEELNEMEN?Het programma Een Leven Lang Leren is toegankelijk voor bijna iedereen die bijonderwijs of opleiding betrokken is:4 Het Europees nabuurschapsbeleid is opgezet voor de landen waarmee de Europese Unie een gemeenschappelijke land- ofzeegrens heeft: Algerije, Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Bezet Palestijns Gebied, Egypte, Georgië, Israël, Jordanië, Libanon,Libië, Marokko, Moldavië, Oekraïne, Syrië en Tunesië.5 Bij het ter perse gaan van deze Gids waren dat: Australië, Brazilië, Canada, China, India, Israël, Japan, Mexico, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Verenigde Staten.http://ec.europa.eu/llp 11


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I‣ Leerlingen, studenten, stagiairs en lerende volwassenen‣ Docenten, opleiders en andere personeelsleden die betrokken zijn bij een aspect vaneen leven lang leren‣ Mensen op de arbeidsmarkt‣ Instellingen of organisaties die leermogelijkheden verschaffen op welk onderwijs- ofopleidingsdomein ook‣ De personen en instellingen die verantwoordelijk zijn voor de stelsels en beleidsregelsmet betrekking tot specifieke aspecten van een leven lang leren op lokaal, regionaalen nationaal niveau‣ Ondernemingen, sociale partners en hun organisaties op alle niveaus, inclusiefhandelsorganisaties, beroepsorganisaties en Kamers van Koophandel‣ Organisaties die begeleiding, advies en informatiediensten aanbieden met betrekkingtot alle aspecten van een leven lang leren‣ Verenigingen die werkzaam zijn op het vlak van Een Leven Lang Leren, met inbegripvan verenigingen van studenten, stagiairs, leerlingen, docenten, ouders en lerendevolwassenen‣ Onderzoekscentra en organisaties die zich bezighouden met vraagstukken op hetgebied van onderwijs en opleiding‣ Organisaties zonder winstoogmerk, vrijwilligersorganisaties en niet-gouvernementeleorganisaties (ngo's)De rechtspersonen die optreden als Nationale Agentschappen voor het LLP en hunpersoneel komen niet in aanmerking voor acties in het kader van het programma EenLeven Lang Leren, tenzij uitdrukkelijk anders wordt vermeld.Raadpleeg de specifieke secties van deze Gids voor informatie over wie aan welk(sub)programma kan deelnemen.1.E. WIE DOET WAT?Het is de taak van de Europese Commissie (directoraat-generaal Onderwijs encultuur) om te zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het volledigeprogramma Een Leven Lang Leren. De Commissie wordt in haar taak bijgestaan door hetLLP-Comité, dat samengesteld is uit vertegenwoordigers van de lidstaten en anderedeelnemende landen en dat wordt voorgezeten door de Commissie.Het operationele beheer van het programma is in handen van de Commissie, in nauwesamenwerking met de Nationale Agentschappen (NA) (één of meerdere in ieder van dedeelnemende landen) en het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media encultuur in Brussel.Nationale Agentschappen (NA): De nationale autoriteiten van de deelnemende landenhebben Nationale Agentschappen opgericht om de zogenaamde"gedecentraliseerde" acties van het programma op nationaal niveau gemakkelijker tekunnen coördineren.De Nationale Autoriteiten houden toezicht op en controleren de NationaleAgentschappen en verzekeren de Commissie ervan dat ze de middelen die de EU terbeschikking stelt voor de gedecentraliseerde acties van het programma, goed beheren.http://ec.europa.eu/llp 12


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IDe Nationale Agentschappen spelen een belangrijke rol bij de praktische uitvoering vanhet programma. Zij zijn namelijk verantwoordelijk voor de bekendmaking van hetprogramma op nationaal niveau, het helpen bij de verspreiding en het gebruik van deresultaten en in het bijzonder voor het beheer van het begin tot het einde van deprojecten in het kader van de gedecentraliseerde programma-acties op nationaal niveau:• nationale oproepen tot het indienen van voorstellen uitschrijven of deadlinesbekendmaken als aanvulling op de Europese Oproep tot het indienen van voorstellenvoor het programma Een Leven Lang Leren• informatie over of reclame rond de programma-acties verstrekken, raad geven aanpotentiële aanvragers• subsidieaanvragen ontvangen, evalueren en selecteren• beslissen over het toekennen van subsidies voor goedgekeurde subsidieaanvragen• subsidieovereenkomsten sluiten met en de subsidie uitbetalen aan de begunstigden• contractuele rapporten van de begunstigden ontvangen en behandelen• toezicht houden op de begunstigden van het programma en hen ondersteunen• een grondige interne controle (zogenaamde 'desk check'), controles ter plaatse enaudits uitvoeren van de gefinancierde activiteiten• zorgen voor de verspreiding en het gebruik van de resultaten van de gesteundeactiviteiten• de uitvoering van het programma en het effect ervan in eigen land analyseren enfeedback verschaffenHet "Uitvoerend Agentschap" in Brussel: de opdracht van het UitvoerendAgentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur bestaat uit de uitvoering vaneen aantal onderdelen van programma's en acties die gesubsidieerd worden door deEuropese Commissie op het vlak van onderwijs en opleiding, actief burgerschap, jeugd,audiovisuele media en cultuur. De programmaonderdelen onder beheer van hetUitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur zijn allemaal"gecentraliseerd', wat wil zeggen dat aanvragen ervoor direct in Brussel ingediendworden en niet eerst naar een NA gaan.Op basis van het referentiekader dat door de Commissie is opgesteld, is het UitvoerendAgentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur in Brussel verantwoordelijk voorhet uitvoeren van de volgende taken:• specifieke oproepen tot het indienen van voorstellen en publieke aanbestedingenuitschrijven• subsidieaanvragen ontvangen, de evaluatie en de selectie van projecten organiseren• beslissen over de toekenning van de subsidie na raadpleging van de Commissie• subsidieovereenkomsten voor de projecten sluiten met en subsidies uitbetalen aan debegunstigden• contractuele rapporten van de begunstigden ontvangen en behandelen• toezicht houden op de begunstigden van het programma en hen ondersteunen• een grondige interne controle (zogenaamde 'desk checks'), controles ter plaatse enaudits uitvoeren van de gefinancierde projectenCedefop (het Europees Centrum voor de Ontwikkeling van de Beroepsopleiding)in Thessaloniki/Griekenland: beheert het Europese programma voor studiebezoekenhttp://ec.europa.eu/llp 13


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Inamens de Europese Commissie. Het programma voor studiebezoeken maakt deel uitvan kernactiviteit 1 van het transversaal programma en is één van de"gedecentraliseerde" acties, d.w.z. dat de aanvragen ingediend moeten worden bij deNationale Agentschappen.Europese Commissie (directoraat-generaal Onderwijs en cultuur)UitvoerendAgentschapNationale Agentschappen 6OOSTENRIJKBULGARIJEKROATIËDENEMARKENFINLANDDUITSLANDHONGARIJEIERLANDLETLANDLITOUWENMALTANOORWEGENPORTUGALSLOWAKIJESPANJEZWITSERLANDBELGIËCYPRUSTSJECHIËESTLANDFRANKRIJKGRIEKENLANDIJSLANDITALIËLIECHTENSTEINLUXEMBURGNEDERLANDPOLENROEMENIËSLOVENIËZWEDENTURKIJEVERENIGD KONINKRIJK6 De adressen van de NA's en links naar hun websites vindt u op onderstaande website:http://ec.europa.eu/education/lifelong-learning-programme/doc1208_en.htmhttp://ec.europa.eu/llp 14


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I1.F. ENKELE BASISBEGRIPPENWij raden u aan de volgende definities van termen die in het gehele document gebruiktworden, te bekijken voordat u de volgende hoofdstukken leest:Aanvragende organisatieActieBegunstigdeConsortiumCoördinerendeorganisatieGecentraliseerde actieGedecentraliseerde actieDe partnerorganisatie(s) die wettelijk verantwoordelijkis (zijn) voor een aanvraag. Na de goedkeuring van deaanvraag, wordt de aanvragende organisatie debegunstigde organisatie.Een algemene activiteit die gesubsidieerd wordt binneneen specifiek programma van het programma EenLeven Lang Leren (zie sectie I.B hierboven en artikel 5van het besluit tot vaststelling van het programma EenLeven Lang Leren).In financiële termen, de organisatie, de instelling of depersoon waarmee het "contract" (officieel: de"subsidieovereenkomst") voor het ontvangen van desubsidie wordt gesloten. Bij gedecentraliseerdepartnerschapsacties worden alle deelnemers van hetpartnerschap begunstigden.Bij gecentraliseerde acties kan de organisatie waarmeede subsidieovereenkomst wordt gesloten, wordenaangeduid als de begunstigde of de coördinator,afhankelijk van het type subsidieovereenkomst.Een groep van organisaties of personen die eengezamenlijk Europees samenwerkingsproject,partnerschap of netwerk uitvoeren.Die organisatie binnen een partnerschap, project ofnetwerk die verantwoordelijk is voor de algemeneleiding en het dagelijkse beheer van het project. Deverantwoordelijkheden van de coördinerendeorganisatie verschillen van actie tot actie. Bijgecentraliseerde projecten en netwerken is decoördinerende organisatie vaak ook de aanvragendeorganisatie.Bij gecentraliseerde acties kan de organisatie dieverantwoordelijk is voor de algemene leiding en hetdagelijkse beheer ook worden aangeduid als de"beheersorganisatie".Een actie in het kader van het programma Een LevenLang Leren die beheerd wordt door het UitvoerendAgentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur(EACEA) in Brussel.Een actie in het kader van het programma Een LevenLang Leren die beheerd wordt door het NationaalAgentschap dat door de nationale overheid van hetbetreffende land aangewezen wordt.http://ec.europa.eu/llp 15


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IWettelijkevertegenwoordigerDe persoon binnen de aanvragende organisatie diewettelijk gemachtigd is om de organisatie tevertegenwoordigen in juridisch bindendeovereenkomsten. Deze persoon moet zowel desubsidieaanvraag als de subsidieovereenkomstondertekenen (wanneer de aanvraag wordtgoedgekeurd).http://ec.europa.eu/llp 16


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I2. WAT IS DE LEVENSCYCLUS VAN EEN PROJECT?2.A. DE ADMINISTRATIEVE CYCLUSdIndienen vansubsidieaanvragenHet indienen vaneen subsidieaanvraagbij derelevante instelling(NationaalAgentschap ofUitvoerendAgentschap),afhankelijk van degekozen actie.Evaluatie vanvoorstellenDit gebeurt doorexperts, aan dehand van decriteria uit debetreffendeOproep tot hetindienen vanvoorstellen diezowel rekeninghouden metformele elementenals metkwaliteitsaspectenSelectieresultatenEr worden lijstenopgesteld vansuccesvollesubsidieaanvragen. Alleaanvragers van eensubsidie worden op dehoogte gebracht van debeslissing over hunaanvraag. Afgewezenaanvragers krijgen ookfeedback over deredenen waarom hunaanvraag is verworpen.ContractfaseAanvragers die geselecteerdworden, ontvangen eensubsidieovereenkomst(contract) van het UitvoerendAgentschap of het betreffendeNationaal Agentschap,afhankelijk van de actie inkwestie. Desubsidieovereenkomst legt detoegekende subsidie vast enbeschrijft de financiële regelsdie van toepassing zijn.De financiering gebeurtmeestal in termijnen.Verslag uitbrengen(Enkel voor bepaalde actietypes,voor projecten van langer dan 1 jaar)Indienen vantussentijdse rapportenHalverwege de duur vaneen project wordenaanvragers verzocht omeen tussentijds rapport inte dienen waarininformatie wordt verschaftover de uitvoering van hetproject en de uitgaven dietot dan toe zijn gedaan.Het rapport wordtgeëvalueerd. Pas nadathet rapport wordtgoedgekeurd, kan detweede termijnbetalingworden uitgevoerd (indienvan toepassing).Voortdurende monitoring vanprojectenDe Nationale Agentschappen en deEuropese Commissie / het UitvoerendAgentschap in Brussel zullen gedurendede volledige duur van het project toezienop de uitvoering ervan. In sommigegevallen vinden er projectbezoeken terplaatse plaats en worden er initiatievenrond thematische monitoringondernomen.Indienen van het eindrapportNa afloop van de contractueleperiode worden aanvragersverzocht om een eindrapport in tedienen waarin ze informatieverschaffen over de uitvoering vanhet project, de behaalde resultatenen de uitgaven die zijn gedaan. Deeindbetaling kan enkelplaatsvinden na goedkeuring vanhet rapport.ToekenningsperiodevoorprojectactiviteitenDe periode waarin eruitgaven kunnenworden gedaan diedoor de EU-subsidieworden gedekt (deduur van detoekenningsperiode isafhankelijk van deprojectduur) en waarinde geplandeprojectactiviteitenmoeten wordenuitgevoerd.Controle achteraf encontroles ter plaatse Eensteekproef uit de gesteundeprojecten zal wordenonderworpen aan meerdiepgaande controles om teverzekeren dat de Europesemiddelen correct besteedworden.http://ec.europa.eu/llp 17


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I2.B. DE FINANCIËLE CYCLUSDe hieronder beschreven financiële cyclus is van toepassing op alle acties in het kadervan het programma Een Leven Lang Leren. Sommige bepalingen zijn echter alleen opspecifieke actietypes van toepassing:1) indienen van een geschatte begroting: raadpleeg het hoofdstuk over de financiëlebepalingen om te weten te komen welke budgettaire informatie gevraagd wordtbij de aanvraag van de subsidie2) evaluatie van de begroting: dit gebeurt op basis van vaste en transparante criteriaen kan leiden tot een herziening (aanpassing / vermindering) van de begrotingom ervoor te zorgen dat ze voor subsidiëring in aanmerking komt en alleenelementen bevat die beschouwd worden als "nodig voor de uitvoering" van devoorgestelde activiteit. De regels die van toepassing zijn bij het evalueren van eenbegroting, worden toegelicht in het hoofdstuk over de financiële bepalingen3) sluiting van subsidieovereenkomst (het "contract")4) betalingsprocedures: deze verwijzen – in chronologische volgorde – naar aspectenzoals het stellen van een financiële waarborg (indien deze nodig is, zoals voorbegunstigde organisaties die geen publiekrechtelijke lichamen zijn), regelingen inverband met prefinanciering, saldobetaling, terugvorderingsprocedures, enz.5) wijzigingen van de overeenkomst: zijn mogelijk tijdens de uitvoering van hetproject. De instructies hiervoor zijn opgenomen in of gevoegd bij desubsidieovereenkomst6) rapporteringsvereisten: deze zijn van toepassing op het tussentijdse verslag(indien van toepassing) en het eindverslag. De instructies worden met desubsidieovereenkomst verstrekt7) vereisten met betrekking tot financiële controle en audits: financiële controles enaudits ter plaatse kunnen te allen tijde plaatsvinden tot 5 jaar na de laatstebetaling aan of terugbetaling door de begunstigde. De begunstigde moet dus allerelevante documenten gedurende deze periode bewaren.2.C. GELDENDE REGELSDe regels in deze Gids zijn van toepassing op alle acties die door de EU gesubsidieerdworden in het kader van het programma Een Leven Lang Leren.De regels die van toepassing zijn op de administratie en de financiering van deactiviteiten die gesteund worden door het programma Een Leven Lang Leren zijnvastgelegd in de volgende documenten:• Besluit nr. 1720/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15november 2006 tot vaststelling van een actieprogramma op het gebied van eenleven lang leren (het programma Een Leven Lang Leren);• Besluit nr. 1357/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16december 2008 tot wijziging van Besluit nr. 1720/2006/EG tot vaststelling van eenactieprogramma op het gebied van een leven lang lerenhttp://ec.europa.eu/llp 18


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I• Verordening van de Raad (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van 25 juni 2002 houdendehet Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van deEuropese Gemeenschappen, laatstelijk gewijzigd bij Verordening van de Raad (EG,Euratom) nr. 1995/2006 van 13 december 2006;• Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van Verordening (EG, Euratom)nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing opde algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, gewijzigd bijVerordening nr. 478/2007 van de Commissie van 23 april 2007.Het besluit tot vaststelling van het programma Een Leven Lang Leren prevaleert bovenalle andere geldende regels.Deze Gids moet samen met de tekst van de oproep tot het indienen van voorstellen ende formulieren voor de subsidieaanvraag gelezen worden. In het geval vantegenstrijdigheden tussen de teksten, moet voor de oproep tot het indienen vanvoorstellen de volgende orde van voorrang in acht genomen worden:(1) Besluit nr. 1720/2006/EG tot vaststelling van het programma Een Leven Lang Leren(2) De officiële aankondiging van de oproep tot het indienen van voorstellen in hetPublicatieblad van de Europese Unie(3) De tekst van de oproep zoals die werd gepubliceerd op de website van de Commissieover het programma Een Leven Lang Leren(4) Deze Gids(5) De aanvraagformulierenTermijnen voor de indiening: Elke actie van het programma heeft een eigen termijn.Raadpleeg de oproep tot het indienen van voorstellen voor de termijn van de actiewaarvoor u belangstelling hebt.In sommige gevallen, vooral bij gecentraliseerde acties, kan de procedure voor hettoekennen van een subsidie in twee fases georganiseerd worden. In dat geval zullen alleaanvragers gevraagd worden een deel van de informatie te verstrekken voor de termijnvan de eerste fase (zoals informatie over het consortium, de inhoud van het project ende begroting). In de tweede fase wordt alleen aan de op de shortlist vermeldeaanvragers gevraagd om alle overige documenten te bezorgen (intentieverklaringen,mandaatbrieven, boekhoudkundige en financiële documentatie, enz.).Levenscyclus van een project: De hoofdstukken over de afzonderlijke programma's enacties van deze Gids geven de mijlpalen in elke actie aan, gaande van het indienen vande subsidieaanvraag tot de aanvangsdatum en de maximale duur van de gesteundeactiviteit. Gelieve er rekening mee te houden dat deze mijlpalen indicatief zijn op hetmoment dat de oproep tot het indienen van voorstellen gepubliceerd wordt: eventueleaanpassingen zullen op de website van het relevante Agentschap bekendgemaaktworden. De laatste update zal beschikbaar zijn uiterlijk 10 werkdagen vóór de definitievetermijn voor het indienen van subsidieaanvragen, zoals aangegeven in deze Gids.Duur: Er zullen geen aanvragen aanvaard worden voor activiteiten die langer zullenduren dan de periode die deze Gids aangeeft.http://ec.europa.eu/llp 19


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IEinde van het project: Indien het voor de begunstigde, na het ondertekenen van desubsidieovereenkomst en de aanvang van het project / de activiteit, door overmachtonmogelijk wordt om het project binnen de geplande termijn af te ronden, kan eenverlenging van de subsidiabiliteitsperiode toegekend worden. Deze verlenging wordtevenwel niet automatisch gegarandeerd, maar wordt geval per geval bekeken. Bovendienkan de verlenging van de duur van een project nooit leiden tot een verhoging van detoegekende subsidie of van het percentage van de medefinanciering.Subsidiabiliteitsperiode: De subsidiabiliteitsperiode voor kosten en activiteiten gaat inen eindigt op de data die vermeld worden in de subsidieovereenkomst. In geen geval kande subsidiabiliteitsperiode voor kosten en activiteiten ingaan vóór de uiterste datum voorde subsidieaanvraag.http://ec.europa.eu/llp 20


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I3. WAARUIT BESTAAN DE INDIENINGS- ENSELECTIEPROCEDURES?3.A.PROCEDURE VOOR HET INDIENEN VAN SUBSIDIEAANVRAGENIndienen van de subsidieaanvraagSubsidieaanvragen voor financiële steun in het kader van de gedecentraliseerdeacties van het programma Een Leven Lang Leren moeten ingediend worden bij hetNationaal Agentschap van het land van de aanvrager. Subsidieaanvragen voorfinanciële steun in het kader van de gecentraliseerde acties van het programmamoeten ingediend worden bij het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuelemedia en cultuur (EACEA) in Brussel. Onderstaande tabel geeft een overzicht van deprocedures met betrekking tot de aanvraag en de toekenning van subsidies.Nationale-agentschapsprocedure 1 (NA1)Op de volgende acties, waarvoor de beslissing over de toekenning van subsidies door debevoegde Nationale Agentschappen genomen wordt, is de 'Nationaleagentschapsprocedure1' van toepassing:• mobiliteit van individuele personen• bilaterale en multilaterale partnerschappen• unilaterale en nationale projecten in het kader van het transversaalprogramma 7Voor deze acties moeten de subsidieaanvragen ingediend worden bij het NationaalAgentschap dat door de nationale overheid van het land van de aanvrager aangewezenwordt. De Nationale Agentschappen voeren de selectie uit en kennen de financiële steuntoe aan de geselecteerde aanvragers. De Nationale Agentschappen kennen subsidies toeaan begunstigden die in hun land gevestigd zijn.Deze procedure wordt ook gevolgd bij aanvragen voor Erasmus- en Leonardo daVinci-certificaten.Nationale-agentschapsprocedure (NA2)Op de volgende actie, waarvoor de beslissing over de toekenning van subsidies door deCommissie genomen wordt, maar waarvoor de evaluatie- en contractproceduresuitgevoerd worden door het relevante Nationale Agentschap, is de 'Nationaleagentschapsprocedure2' van toepassing:• multilaterale projecten: Overdracht van innovatie (Leonardo da Vinci)7 Artikel 33 van het besluit.http://ec.europa.eu/llp 21


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IVoor deze actie moeten de subsidieaanvragen ingediend worden bij het NationaalAgentschap van het land waarin de aanvrager gevestigd is. Dit Nationaal Agentschapneemt de evaluatie van de aanvragen op zich en legt de Commissie een shortlist metaanvragen ter goedkeuring voor. Om te vermijden dat een project dubbel gesubsidieerdwordt, worden de door de verschillende Nationale Agentschappen voorgestelde lijstenmet elkaar vergeleken voordat de Commissie een beslissing neemt over de toekenningvan de subsidies. Wanneer de Commissie beslist heeft aan wie ze de subsidies verleent,kennen de Nationale Agentschappen deze toe aan de geselecteerde aanvragers in hun inaanmerking komende/deelnemende landen. Deze zijn vervolgens verantwoordelijk voorhet verdelen van de financiering onder alle partners die aan de projecten deelnemen.Commissieprocedure (COM)Op de volgende acties, waarvoor de aanvragen voor projectsubsidies bij de uitvoerendeinstantie ingediend worden, is de 'Commissieprocedure' van toepassing:• multilaterale projecten en netwerken• flankerende maatregelen• exploitatiesubsidies• unilaterale en multilaterale projecten in het kader van het Jean MonnetprogrammaDeze procedure zal ook gevolgd worden bij aanvragen voor een Erasmus UniversityCharter.Normaal gesproken krijgen de aanvragers een ontvangstbevestiging van hun aanvraagbinnen de 30 dagen na het verstrijken van de indieningstermijn.Instructies voor het correct indienen van een aanvraag1. Voor alle acties moeten de aanvragen ingediend worden volgens de instructies diegepubliceerd worden door het relevante Agentschap (Nationaal Agentschap of UitvoerendAgentschap).2. Voor aanvragen per post geldt het poststempel als bewijs van naleving van determijn. We raden aanvragers daarom aan om een bewijs te vragen waarop de datumvan verzending en het volledig adres van de geadresseerde vermeld staan.3. Na het verstrijken van de termijn kunnen aanvragers geen wijzigingen meeraanbrengen in hun subsidieaanvraag.4. Voor acties waarvoor organisaties een subsidieaanvraag kunnen indienen, moetendie organisaties rechtspersonen overeenkomstig de nationale wetgeving zijn. Deaanvragen moeten ondertekend zijn door een persoon die wettelijk gemachtigd is om dierechtspersoon te vertegenwoordigen (bevoegde ondertekenaar) in juridisch bindendeovereenkomsten. 88 Indien een subsidieaanvraag wordt ingediend door een entiteit die krachtens het toepasselijke nationale rechtgeen rechtspersoonlijkheid bezit, moeten de vertegenwoordigers van die entiteit, overeenkomstig artikel 114,lid 2, onder a), van het Financieel Reglement, bewijzen dat zij bevoegd zijn om namens de aanvrager juridischeverbintenissen aan te gaan en, indien noodzakelijk, financiële garanties bieden die gelijkwaardig zijn met diehttp://ec.europa.eu/llp 22


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IAanvraagformulierenAfhankelijk van de actie in kwestie kunnen deze documenten verkregen worden:• op de website van het NA: Nationale Agentschappen per land• op de website van het Uitvoerend Agentschap :http://eacea.ec.europa.eu/llp/index_en.php• voor studiebezoeken – op de website van Cedefop:http://studyvisits.cedefop.europa.eu/van rechtspersonen. Overeenkomstig punt 7 ("Openbare instellingen of organisaties die leermogelijkhedenaanbieden") van de administratieve en financiële bepalingen die aan het LLP-besluit zijn gehecht, "worden alledoor de lidstaten gespecificeerde scholen en instellingen voor hoger onderwijs, alsmede alle instellingen oforganisaties die leermogelijkheden aanbieden die de laatste twee jaar meer dan 50% van hun jaarlijkseinkomsten van de overheid hebben ontvangen, of die onder het gezag staan van overheidsorganen of hunvertegenwoordigers, door de Commissie behandeld als beschikkend over de nodige financiële, professionele enadministratieve capaciteit, samen met de nodige financiële stabiliteit, om projecten uit hoofde van ditprogramma uit te voeren; zij hoeven geen verdere documentatie voor te leggen om dit aan te tonen. Dezeinstellingen of organisaties kunnen van de controlevoorschriften worden vrijgesteld overeenkomstig artikel 173,lid 4, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002."http://ec.europa.eu/llp 23


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IGEDECENTRALISEERDE ACTIESGECENTRALISEERDE ACTIESNationaleagentschapsprocedure1 –NA1Nationaleagentschapsprocedure2 –NA2Commissieprocedure - COMVantoepassingop(soort actie)Transnationale mobiliteitBilaterale en multilateralepartnerschappenUnilaterale en nationaleprojecten (transversaalprogramma)Multilaterale projecten:Overdracht van innovatie(Leonardo da Vinci)Multilaterale projecten ennetwerkenExploitatiesubsidiesUnilaterale enmultilaterale projecten -Jean MonnetFlankerende maatregelenNaar wiemoet deaanvraagwordenverstuurd?Het relevante NationaleAgentschap voor iedereinstelling of persoon die eenaanvraag indientHet Nationaal Agentschap vande coördinator van desubsidieaanvraagHet Uitvoerend Agentschaponderwijs, audiovisuele mediaen cultuurDebelangrijkstestappen vande procedurea. Evaluatie van devoorstellen, zowel op basisvan formele criteria(geschiktheids- enuitsluitingscriteria) als vankwaliteitscriteria (selectieentoekenningscriteria diein deze Gids wordenbeschreven)b. Goedkeuring van deselectielijst door hetNationaal Agentschapc. De toewijzing vanfinanciële subsidies door deNationale Agentschappenaan de geselecteerdebegunstigdena. Evaluatie van devoorstellen, zowel op basisvan formele criteria(geschiktheids- enuitsluitingscriteria) als vankwaliteitscriteria (selectieentoekenningscriteria),door het NationaalAgentschap. Samenstellingvan de shortlist vanaanvragen die hetAgentschap teraanvaarding voordraagt.b. Goedkeuring van deselectielijst door deCommissiec. Toewijzing van financiëlesubsidies door de NationaleAgentschappen aan degeselecteerde voorstellena. Evaluatie van devoorstellen, zowel op basisvan formele criteria(geschiktheids- enuitsluitingscriteria) als vankwaliteitscriteria (selectieentoekenningscriteria)b. Goedkeuring van deselectielijstc. Toewijzing van financiëlesubsidies aan degeselecteerde projecten3.B. PROCEDURE VOOR DE EVALUATIE EN SELECTIE VAN AANVRAGENBij het proces voor het toekennen van subsidies zijn verschillende actoren betrokken: deCommissie, het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur, deNationale Agentschappen, de lidstaten en de deelnemende landen en, via het relevanteProgrammacomité ook de nationale autoriteiten in de lidstaten en andere deelnemendelanden. In bepaalde gevallen hebben het Europees Parlement en de Raad "recht vancontrole" 9 op de beslissingen over het toekennen van subsidies.9 Over het recht van controle van het Europees Parlement en de Raad zie artikel 11 van Verordening (EU) nr.182/2011http://ec.europa.eu/llp 24


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IvoorstelexpertexpertEvaluatiecommissieZorgt ervoor dat er eerlijke procedures gebruikt wordenen dat alle aanvragers gelijk en eerlijk behandeld worden.Het Agentschap zal, met de ondersteuningvan experts, de volgende zakencontroleren:• Voorwaarden voor aanvragers enaanvragen• Uitsluitingscriteria voor aanvragers• Selectiecriteria in overeenstemmingmet de operationele en financiëlecapaciteit van de aanvragerEvaluatie aan de hand van detoekenningscriteriaScoresEvaluatie a.d.h.v. detoekenningscriteriaScoresScoresAanvragen dieniet voldoen aandeze criteriazullen nietaanvaard wordenAanvragen dieeen score behalendie onder devoorafvastgelegdekwaliteitsdrempelligt,zullen nietgeselecteerdworden• Voor de meeste Actieszullen minstens tweeexperts de kwaliteitevalueren• Definitieve scores bijconsensusRanglijst (voorbeeld)Scores Voorstellen85 Voorstel A84 Voorstel BBeschikbaarbudgeta• Er wordt een ranglijstopgesteld• Aanvragen waarvan dekwaliteit voldoende hoogis, worden in afnemendevolgorde goedgekeurdtotdat het totale budgetuitgeput is827875727069675853Voorstel CVoorstel DVoorstel EVoorstel FVoorstel GVoorstel HVoorstel IVoorstel JVoorstel KHet diagram geeft een overzicht van de basisprocedures voor de evaluatie vanaanvragen 10 . Indien een actie gepubliceerde prioriteiten bevat, kan deevaluatiecommissie besluiten een aanvraag te financieren met een lagere score dan eenaanvraag die binnen het beschikbare budget valt, teneinde een evenwichtige dekking van10 De procedure voor de evaluatie van steunaanvragen in verband met deelname door partnerorganisaties uit"derde" landen aan multilaterale projecten en netwerken in het kader van bepaalde acties van het programma(zie sectie 1.C) wordt beschreven op de website van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele mediaen cultuur.http://ec.europa.eu/llp 25


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Iprioriteiten tot stand te brengen. In de voorgaande illustratie zou dit bijvoorbeeld kunnenbetekenen dat voorstel I zou kunnen worden gefinancierd indien dit betrekking had opeen prioriteit die niet wordt gedekt door de voorstellen erboven. In dat geval zou voorstelH niet worden gefinancierd.DE GROEP VAN EXPERTSVoor alle programma-acties, behalve voor individuele mobiliteitsacties, zullen allesubsidieaanvragen normaal gesproken door minstens twee experts geëvalueerd worden.In de meeste gevallen gaat het om externe experts (dat wil zeggen experts die niet indienst zijn bij het Agentschap dat de toekenningsprocedure voor de subsidiesorganiseert). Zij voeren hun evaluatie uit aan de hand van een vooraf bepaaldscoresysteem, waarbij rekening wordt gehouden met de kwaliteit van de aanvraag en(indien van toepassing) de aandacht die is besteed aan de voor de actie beschrevenprioriteiten, en van gestandaardiseerde controlelijsten die ook betrekking hebben op dekwaliteitsaspecten. De definitieve score van een subsidieaanvraag wordt gezamenlijkbepaald door de experts die de afzonderlijke evaluaties uitvoeren.Uitgaand van de evaluatie door de experts stelt het organiserende Agentschap eenranglijst op van de subsidieaanvragen, waarbij een onderscheid gemaakt wordt tussenaanvragen die ter goedkeuring en aanvragen die ter afwijzing zullen wordenvoorgedragen, en een reservelijst. Voor de aanvragen die ter goedkeuring voorgedragenworden of die in de reservelijst staan, zal de ranglijst ook het geplande bedrag van desubsidie vermelden. De reservelijst van aanvragers kan gebruikt worden om bijkomendesubsidies toe te kennen indien middelen vrijkomen na het intrekken van een reedsgoedgekeurde projectaanvraag of bij een verhoging van het programmabudget (bv. alshet Europees Parlement extra middelen ter beschikking stelt).In het geval van multilaterale partnerschappen (Comenius, Leonardo da Vinci enGrundtvig) wordt de evaluatie van de aanvraag georganiseerd door het NA van hetcoördinerende land op basis van gemeenschappelijke kwaliteitscriteria die in alledeelnemende landen gehanteerd worden. Ook met de nationale prioriteiten wordtrekening gehouden (indien van toepassing).DE EVALUATIECOMMISSIEDe ranglijst van subsidieaanvragen die het resultaat is van de hierboven beschrevenevaluatieprocedure wordt overhandigd aan een zogeheten "Evaluatiecommissie". Degrootte en de samenstelling van de Evaluatiecommissie hangt af van het programma ende actie. Er kunnen leden van de Commissie of van het Agentschap zitting in hebben,naast externe experts en vertegenwoordigers van belanghebbenden. De rol van deEvaluatiecommissie is te waken over de evaluatieprocedure in haar geheel en over degelijke behandeling van alle aanvragen door een eerlijke en transparante toepassing vande procedures te garanderen. Verder bezorgt het een voorstel voor het toekennen vansubsidies aan de persoon die verantwoordelijk is voor het nemen van de beslissinghierover. Dit alles op basis van de volgende aspecten:i. een eerlijke en transparante toepassing van de gepubliceerde geschiktheids-,selectie-, uitsluitings- en toekenningscriteriahttp://ec.europa.eu/llp 26


ii.iii.iv.een coherente evaluatie en bepaling van de scoreseen correcte financiële analyse (indien van toepassing)GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Ieen gepaste evaluatie van bijkomende informatie verstrekt door externe actoren(zoals Nationale Agentschappen of delegaties van de Europese Commissie in"derde" landen die deelnemen aan het programma) (indien van toepassing)v. evenwichtige aandacht voor de prioriteiten binnen de actie (indien vantoepassing)en in overeenstemming metvi.vii.de doelstellingen van het programma / de actiehet beschikbare budget.DEFINITIEVE BESLISSING OVER HET TOEKENNEN VAN DE SUBSIDIEHet officiële beslissingsproces hangt af van het feit of het Europees Parlement debeslissing over de toekenning van de subsidie voor het betreffende programma / debetreffende actie controleert of niet. Indien niet, dan wordt de beslissing rechtstreeksdoor het bevoegde Nationaal Agentschap genomen (voor gedecentraliseerde acties) ofdoor de Commissie of het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media encultuur (voor gecentraliseerde acties), op basis van het voorstel van deEvaluatiecommissie voor het toekennen van de subsidie. Het Programmacomité en hetEuropees Parlement worden van een dergelijke beslissing over de toekenning van desubsidie op de hoogte gesteld.EvaluatiecriteriaAanvragen worden aan de hand van vier soorten criteria geëvalueerd:a. geschiktheidscriteria (voorwaarden)b. uitsluitingscriteriac. selectiecriteriad. toekenningscriteriaa. VoorwaardenAlleen aanvragen die voldoen aan de formele voorwaarden zoals hieronder gespecificeerdkomen voor een subsidie in aanmerking.ALGEMENE VOORWAARDENAanvragen moeten aan de volgende criteria voldoen:1. Naleven van de indieningsprocedures, vastgesteld in de relevante oproep tot hetindienen van voorstellen en in sectie 3.A, deel "Instructies voor het correctindienen van een aanvraag" van deze Gidshttp://ec.europa.eu/llp 27


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I2. Naleven van de termijnen zoals bepaald in de relevante oproep tot het indienenvan voorstellen. Ter informatie worden in Deel II van deze Gids voor iedere actiedata vermeld, maar de definitieve gepubliceerde oproep voor het indienen vanvoorstellen moet in elk geval geraadpleegd worden3. In acht nemen van de regels over de minimale/maximale duur van projecten enhet minimum-/maximumaantal betrokken partners en landen, zoals aangegevenin Deel II van deze Gids4. Indien een aanvraag wordt ingediend door een consortium, moet er minstens éénin een EU-lidstaat gevestigde organisatie bij betrokken zijn. Voor multilateraleprojecten zullen Europese organisaties met leden die gevestigd zijn inverschillende landen die deelnemen aan het programma Een Leven Lang Leren endie actief deelnemen aan het project, geacht worden te voldoen aan devoorwaarde inzake het minimumaantal landen, zonder dat er andere instellingenvan het consortium bij betrokken moeten worden, hoewel dit (waar vantoepassing) wel aangeraden wordt. Unilaterale projecten en multilateraleprojecten in het kader van Jean Monnet hoeven niet te voldoen aan devoorwaarde dat minstens één in een EU-lidstaat gevestigde organisatie moetdeelnemen11 12 13 145. Opgesteld zijn in één van de officiële talen van de Europese Unie.Aanvragen van een consortium moeten in de werktaal van het consortiumingediend worden6. Mogen uitsluitend ingediend worden via het juiste officiële aanvraagformulier voorde betreffende actie en moeten volledig elektronisch ingevuld worden 15 (niet metde hand geschreven)7. Subsidieverzoek, indien van toepassing, luidend in euro's.Als een aanvraag onontvankelijk verklaard wordt, zal de aanvrager een brief ontvangenmet de redenen daarvoor.IN AANMERKING KOMENDE LANDENAanvragers moeten gevestigd zijn in een land dat deelneemt aan het programma EenLeven Lang Leren 16 .VOORWAARDEN VOOR MOBILITEITOm in aanmerking te komen voor een mobiliteitssubsidie, moet een natuurlijk persoon:11Met uitzondering van aanvragen voor mobiliteitssubsidies ingediend bij de Nationale Agentschappenvan landen binnen de EVA-EER en kandidaat-lidstaten. Deze subsidieaanvragen mogen in de nationale taal vande aanvrager opgesteld zijn.12Aanvragers van een Erasmus University Charter zijn verplicht de Erasmus Policy Statement ook in hetEngels, Frans of Duits in te dienen.13Aanvragen voor het Jean Monnet-programma moeten in het Engels, het Frans of het Duits ingediendworden.14Aanvragers van studiebezoeken binnen het transversaal programma moeten het aanvraagformulier inde werktaal van een van de geselecteerde studiebezoeken indienen.15Voor bepaalde acties moeten de aanvragers een aanvraagformulier online invullen.16Behalve in het geval van het Jean Monnet-programma, dat wereldwijd toegankelijk is voor instellingenvoor hoger onderwijs.http://ec.europa.eu/llp 28


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I• ofwel staatsburger zijn van een land dat deelneemt aan het programma EenLeven Lang Leren• ofwel staatsburger zijn van een ander land en voor een reguliere opleiding staaningeschreven bij een school, een instelling voor hoger onderwijs ofberoepsopleiding, of een instelling voor volwassenenonderwijs in een deelnemendland, of werkzaam of woonachtig zijn in een deelnemend land, op de door elk vande deelnemende landen vastgestelde voorwaarden, een en ander metinachtneming van de aard van het programma (zie de website van hetdesbetreffende Nationaal Agentschap)In het geval van individuele transnationale mobiliteitsactiviteiten moet ofwel hetthuisland ofwel het gastland een EU-lidstaat zijn, behalve wanneer de subsidie wordttoegekend met als doel de begunstigde ervan in staat te stellen om deel te nemen aaneen leeractiviteit waarbij deelnemers van verschillende landen betrokken zijn. Dezeuitzondering is dus van toepassing op mobiliteitsacties die plaatsvinden in het kader vanmultilaterale partnerschappen en projecten, en van acties zoals bijscholing in het kadervan Comenius en Grundtvig, Intensieve Programma's in het kader van Erasmus,Grundtvig Workshops en Studiebezoeken in het kader van het transversaal programma.Raadpleeg de beschrijvingen van de specifieke acties in Deel II van deze Gids om tecontroleren of deze regel van toepassing is op de specifieke actie waarvoor u interesseheeft.In bepaalde uitzonderlijke gevallen kan ook mobiliteit binnen één land gesteund worden,in het bijzonder in het geval van subsidies voor voorbereidende bezoeken die toegekendworden met het oog op deelname aan een transnationaal contactseminar dat door hetNationaal Agentschap van het land in kwestie georganiseerd wordt.VOORWAARDEN VOOR AANVRAGENDE ORGANISATIESWanneer de aanvraag ingediend moet worden door een instelling of organisatie en nietdoor een natuurlijke persoon, moeten deze instellingen/organisaties rechtspersonen zijnin overeenstemming met de nationale wetgeving.Raadpleeg Deel II van deze Gids voor andere, bijkomende voorwaarden die gelden vooreen bepaald programma en/of een bepaalde actie.b. Uitsluitingscriteria voor aanvragersAanvragers zullen van deelneming aan het programma worden uitgesloten als zij zich inéén van de volgende situaties bevinden, als vastgesteld in artikel 114 van het FinancieelReglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie:1. zij verkeren in staat van faillissement, vereffening, akkoord of surseance vanbetaling, hun faillissement is aangevraagd, tegen hen loopt een procedure vanvereffening, akkoord of surseance van betaling, zij hebben hun werkzaamhedengestaakt of verkeren in een overeenkomstige toestand als gevolg van een soortgelijkeprocedure krachtens de nationale wet- en regelgeving;2. zij zijn bij een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde veroordeeld voor eendelict dat hun beroepsmoraliteit in het gedrang brengt;3. zij hebben in de uitoefening van hun beroep een ernstige fout begaan, vastgesteld opelke grond die de aanbestedende diensten aannemelijk kunnen maken;http://ec.europa.eu/llp 29


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I4. zij hebben niet aan hun verplichtingen voldaan tot betaling vansocialezekerheidsbijdragen of belastingen volgens de wetgeving van het land waar zijzijn gevestigd of van het land van de aanbestedende dienst dan wel van het landwaar de opdracht moet worden uitgevoerd;5. zij zijn bij een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde veroordeeld voorfraude, corruptie, deelname aan een criminele organisatie of enige andere illegaleactiviteit die de financiële belangen van de EU schaadt;6. zij zijn na de procedure voor de plaatsing van een andere opdracht of de procedurevoor de toekenning van een subsidie uit de EU-begroting ernstig in gebreke gesteldwegens niet-nakoming van hun contractuele verplichtingen.Aanvragers zullen geen subsidies krijgen als tijdens de procedure voor het toekennenvan de subsidie vastgesteld wordt dat:1. zij in een belangenconflect verkeren met de organisatie of de personen die direct ofindirect betrokken zijn bij de procedure voor het toekennen van de subsidie;2. zij valse verklaringen hebben afgelegd of de verlangde inlichtingen niet hebbenverstrekt.Aan begunstigden van een subsidie die schuldig worden bevonden aan misleiding of aaneen ernstige inbreuk op hun contractuele verplichtingen met betrekking tot een lopendcontract of een eerder toegekende subsidie, kunnen administratieve en financiëlesancties opgelegd worden, in overeenstemming met artikelen 93 tot 96 van hetFinancieel Reglement.c. SelectiecriteriaDe selectiecriteria maken het mogelijk te evalueren in hoeverre de organisatie/hetpartnerschap die/dat de aanvraag indient over de vereiste financiële en operationelecapaciteit beschikt om de voorgestelde activiteit uit te voeren. Onderstaandeselectiecriteria zijn niet van toepassing op natuurlijke personen die een subsidieaanvragen.Er kan aan aanvragende organisaties gevraagd worden om documenten overr te leggenom hun operationele en financiële capaciteit te bewijzen (zie hieronder). Indien hetAgentschap op basis van deze documenten besluit dat de operationele en/of financiëlecapaciteit niet voldoende bewezen of ontoereikend zijn, kan het de subsidieaanvraagafwijzen of om bijkomende informatie vragen.Organisaties die geacht worden over voldoende financiële, professionele enadministratieve capaciteit en financiële stabiliteit te beschikkenOrganisaties volgens de relevante nationale wetgeving gevestigd als "publiekrechtelijkelichamen" zijn vrijgesteld van de bepalingen die verder onder Operationele Capaciteit enFinanciële Capaciteit beschreven worden. Overeenkomstig punt 7 ("Openbare instellingenof organisaties die leermogelijkheden aanbieden") van de administratieve en financiëlebepalingen die aan het LLP-besluit zijn gehecht, "worden alle door de lidstatengespecificeerde scholen en instellingen voor hoger onderwijs, alsmede alle instellingen oforganisaties die leermogelijkheden aanbieden die de laatste twee jaar meer dan 50% vanhun jaarlijkse inkomsten van de overheid hebben ontvangen, of die onder het gezagstaan van overheidsorganen of hun vertegenwoordigers, door de Commissie behandeldals beschikkend over de nodige financiële, professionele en administratieve capaciteit,http://ec.europa.eu/llp 30


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Isamen met de nodige financiële stabiliteit, om projecten uit hoofde van dit programmauit te voeren; zij hoeven geen verdere documentatie voor te leggen om dit aan te tonen.Deze instellingen of organisaties kunnen van de controlevoorschriften worden vrijgesteldovereenkomstig artikel 173, lid 4, van Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002."Desalniettemin zijn deze aanvragers gehouden een verklaring op erewoord teondertekenen, die normaal gesproken deel uitmaakt van het aanvraagformulier, waarinzij bevestigen aan alle hierboven vermelde voorwaarden te voldoen, en kunnen zijworden verplicht bewijsstukken te leveren voor deze verklaring.Operationele capaciteitAanvragers zullen geëvalueerd worden met betrekking tot hun professionelecompetenties en kwalificaties die nodig zijn om de voorgestelde activiteit tot een goedeinde te brengen.Indien dit gevraagd wordt in de aanvraagformulieren, moeten de aanvragers de cv's vansleutelpersoneel dat betrokken is bij het project mee indienen, om aan te tonen dat ze derelevante professionele ervaring in huis hebben. Voor consortia geldt deze verplichtingvoor alle partners.Deze documenten moeten in één van de officiële talen van de Europese Unie terbeschikking gesteld worden, en de procedure voor het toekennen van de subsidie kanbepalen dat zij ingediend moeten worden in de taal die gebruikt wordt voor het indienenvan de aanvraag.Financiële capaciteitAanvragers dienen te beschikken over stabiele en toereikende bronnen van inkomstenom hun activiteit tijdens de volledige duur van het voorgestelde project te kunnenuitvoeren en om bij te dragen tot de medefinanciering ervan.Met uitzondering van de organisaties beschreven in de sectie over "Organisaties diegeacht worden over voldoende financiële, professionele en administratieve capaciteit enfinanciële stabiliteit te beschikken" hierboven, moeten aanvragers, indien zij daaromgevraagd worden in het aanvraagformulier, de volgende documenten indienen als bewijsvoor hun financiële capaciteit:• voor subsidieaanvragen voor een bedrag hoger dan 25 000 EUR, een kopie van hetofficiële jaarverslag van het recentste afgesloten boekjaar 17 ;• voor subsidieaanvragen voor een bedrag hoger dan 500 000 EUR, een externauditrapport opgesteld door een erkend accountant waarin de boekhouding van hetlaatste beschikbare jaar doorgelicht wordt.Voor subsidies van minder dan 25 000 EUR wordt gewoonlijk geen bewijs van financiëlecapaciteit gevraagd.Afhankelijk van het resultaat van de evaluatie van de aanvraag en de doorlichting van definanciële capaciteit van de aanvrager in verband met de subsidieaanvraag, kan aan deaanvrager een subsidieovereenkomst/besluit met de verplichting een garantie te gevenvoor de prefinanciering, een subsidieovereenkomst zonder prefinanciering of eensubsidieovereenkomst die voorziet in prefinanciering in termijnen aangeboden worden.17 "Officieel" betekent hier: gecertificeerd door een geschikte externe partij en/of gepubliceerd en/ofgoedgekeurd door de algemene vergadering van de organisatie.http://ec.europa.eu/llp 31


d. ToekenningscriteriaGIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IToekenningscriteria worden gebruikt om de kwaliteit van de subsidieaanvragen teevalueren.Aanvragen die in aanmerking komen, zullen geëvalueerd worden aan de hand van degepubliceerde toekenningscriteria voor de desbetreffende actie, rekening houdend metde prioriteiten beschreven in de relevante Oproep tot het indienen van voorstellen. Debeschrijving van de acties in deel II van deze Gids bevat de toekenningscriteria die bij deevaluatie gehanteerd zullen worden. Het scoremechanisme en de weging van detoekenningscriteria zullen respectievelijk op de websites van de Nationale Agentschappenof van het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur gepubliceerdworden. In het geval van gedecentraliseerde acties zal de weging desalniettemin vooralle Nationale Agentschappen hetzelfde zijn. De bijkomende nationale toekenningscriteriakunnen inhoudelijk van land tot land verschillen, maar hun totale gewicht zal hetzelfdezijn voor alle landen. Alle dergelijke bijkomende nationale toekenningscriteria zullengepubliceerd worden op de website van het relevante Nationale Agentschap.Om het risico van dubbele subsidiëring uit te sluiten, worden identieke of soortgelijkeaanvragen onderworpen aan een speciale evaluatie. De Commissie en de NationaleAgentschappen behouden zich het recht voor identieke of soortgelijke aanvragen vandezelfde aanvrager of hetzelfde consortium niet te subsidiëren.Het besluit tot vaststelling van het programma Een Leven Lang Leren moedigt natuurlijkepersonen of organisaties die voorheen nog niet deelgenomen hebben aan het programmaEen Leven Lang Leren of aan de daaraan voorafgaande programma's, aan om deel tenemen aan gedecentraliseerde acties (artikel 1, lid 3, onder f). De deelname van mensenmet speciale behoeften en minder bevoorrechte groepen wordt eveneens aangemoedigd.Subsidies worden toegekend op basis van het beschikbare budget, de relatieve kwaliteitvan de aanvragen en (waar relevant) de dekking van prioriteiten, rekening houdend metde maximumbijdrage van de Europese Unie (EU) en, waar van toepassing, het maximalepercentage medefinanciering waarin de EU voorziet.Alle aanvragers zullen schriftelijk op de hoogte worden gebracht van het resultaat van deevaluatie.De resultaten van de toekenning van subsidies zullen gepubliceerd worden op de websitevan het Agentschap in kwestie en dit zo snel mogelijk nadat de beslissingen genomenzijn maar in elk geval ten laatste zes maanden na het nemen van de beslissing. Dezepublicatie zal de naam van de begunstigde vermelden, de titel van het gesteunde projecten het maximumbedrag van de toegekende subsidie (en het percentage van demedefinanciering, indien van toepassing). Persoonlijke gegevens van natuurlijkepersonen die geselecteerd werden voor een individuele mobiliteitssubsidie zullen echterniet gepubliceerd worden.http://ec.europa.eu/llp 32


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I4. FINANCIËLE BEPALINGEN4.A. ALGEMENE FINANCIËLE VOORWAARDEN VAN TOEPASSING OP ALLEACTIESDe toekenning van een subsidie kan op twee manieren officieel gemaakt worden:enerzijds door de ondertekening van een subsidieovereenkomst door de twee partijen(het Agentschap en de begunstigde van de subsidie) en anderzijds door een unilateraalbesluit van het Agentschap waarvan de begunstigde van de subsidie op de hoogtegebracht wordt.Deze overeenkomst of dit besluit zal niet alleen de betalingsvoorwaarden bevatten maarook het bankrekeningnummer of de subrekening waarop de financiering overgeschrevenmoet worden.Voor elk project kan er maar één subsidie uit de EU-begroting worden toegekend. Desubsidie mag niet tot doel, noch als resultaat hebben winst te genereren voor debegunstigde. Bovendien kunnen subsidies niet met terugwerkende kracht toegekendworden voor activiteiten die al voltooid zijn op het moment dat de subsidieaanvraagwordt ingediend.Een subsidie mag onder geen enkel beding het aangevraagde bedrag overschrijden. Zekan echter wel lager zijn dan het aangevraagde bedrag.Subsidies dienen als aanmoediging om projecten of activiteiten uit te voeren die niethaalbaar zouden zijn zonder de financiële steun van de Europese Unie. Ze zijn gebaseerdop het principe van medefinanciering.In de subsidieovereenkomst worden de maatregelen en tijdsbestekken vastgelegd voorde wijziging, opschorting en beëindiging van de Overeenkomst of de Beslissing. Wanneerbegunstigden hun contractuele verplichtingen niet zijn nagekomen, is het mogelijk dathun overeenkomst wordt geannuleerd en/of dat hun een geldboete wordt opgelegd.Subsidieovereenkomsten of besluiten mogen alleen gewijzigd worden door bijkomendeschriftelijke overeenkomsten of besluiten. Zulke bijkomende overeenkomsten of besluitenmogen niet tot doel of als resultaat hebben wijzigingen door te voeren die het besluit omde subsidie toe te kennen in vraag stellen of de gelijke behandeling van de aanvragers inhet gedrang brengen. Een bijkomende overeenkomst of een bijkomend besluit kan nietopgesteld worden na de toekenningsperiode voor de kosten en activiteiten die in deoorspronkelijke overeenkomst of het oorspronkelijke besluit vastgelegd werden.http://ec.europa.eu/llp 33


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I4.B. SOORTEN FINANCIERINGENLet op: de term "project" verwijst in het kader van financiële steun door de EuropeseUnie (EU) en in heel dit document naar één van de activiteittypes beschreven in sectie1.B.EU-steun kan de vorm aannemen van een bedrag ineens 18 , een forfaitair 19 bedraggebaseerd op een schaal van kosteneenheden of de terugbetaling van een percentagevan de in aanmerking komende kosten. Afhankelijk van het type kan een subsidie alle ofenkele van deze financieringssoorten omvatten. De begroting voor een project moetdienovereenkomstig worden opgesteld.• Voor subsidies die als bedrag ineens worden toegekend, moet de begunstigde in staatzijn te bewijzen dat de activiteit waarvoor de subsidie wordt toegekend ookdaadwerkelijk plaatsgevonden heeft; hij kan dus niet volstaan met een opgave vanhet feitelijke bedrag van de uitgaven. Als de gefinancierde activiteit op eenbevredigende manier wordt uitgevoerd, wordt het volledige subsidiebedraguitbetaald. Is dit niet het geval, dan wordt er normaal gesproken verwacht dat (eendeel van) de subsidie terugbetaald wordt. Dit wordt bepaald op basis van criteria dievoor elke gedecentraliseerde actie vastgelegd worden.• In het geval van forfaitaire bedragen gebaseerd op een schaal van kosteneenheden(bijvoorbeeld maximale dagvergoedingen voor verblijfkosten) hoeft de begunstigdede daadwerkelijk gemaakte kosten niet te verantwoorden maar moet hij wel bewijzendat de activiteiten die leidden tot het toekennen van een bepaald subsidiebedraghebben plaatsgevonden (het maximale bedrag dat voor het verblijf toegekend wordt,wordt bijvoorbeeld berekend op basis van het aantal dagen dat hij of zij in hetbuitenland doorbrengt).• In het geval (een deel van) de subsidie wordt toegekend op basis van dedaadwerkelijk gemaakte kosten, zal de begunstigde alle bewijsstukken voor zijn/haaruitgaven die als werkelijke kosten vergoed worden, bewaren en op aanvraagvoorleggen.• In aanmerking komende kosten: de uitgaven die in aanmerking komen binnen eenbudget voor een project dat gesteund wordt met medefinanciering door de EuropeseUnie. De geschatte uitgaven die werden opgegeven in de aanvraag, wordengecontroleerd aan de hand van de regels uit deze Gids. In het geval de uitgaven nietin overeenstemming zijn met deze regels, worden ze volledig of gedeeltelijk als "nietsubsidiabel"beschouwd (d.w.z. niet in aanmerking komend voor medefinancieringdoor de Europese Unie) Na de controle zal het goedgekeurde budget alleen nog maarde in aanmerking komende kosten dekken.• Terugbetaling van een percentage van in aanmerking komende kosten: de aanvragerzal zijn uitgaven als daadwerkelijk gemaakte kosten opgeven (waarop mogelijks18 "De vaste bedragen (...) worden gebruikt om, in overeenstemming met het bepaalde in de overeenkomst enop grond van een raming, sommige uitgaven te dekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een actie ofvoor de gewone bedrijfsvoering van een begunstigde." (artikel 108 bis, lid 1, onder b), van het FinancieelReglement) en artikel 180 bis, lid 2, van de Uitvoeringsvoorschriften voor het Financieel Reglement. Zie:http://ec.europa.eu/budget/documents/financial_regulation_en.htm#expand_collapse19 "De forfaitaire financieringen (...) worden gebruikt om sommige van tevoren duidelijk omschreven specifiekecategorieën uitgaven te dekken, door toepassing van hetzij een vooraf bepaald percentage, hetzij een tabel vaneenheidskosten." (artikel 108 bis, lid 1 onder c), van het Financieel Reglement en artikel 180 bis, lid 3, van deuitvoeringsvoorschriften voor het Financieel Reglement.http://ec.europa.eu/llp 34


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Imaximumtarieven van toepassing zijn). De financiering door de Europese Unie zalberekend worden als percentage van de in aanmerking komende daadwerkelijkeuitgaven. De bijdrage zal pro rata verminderd worden als het project bij deeindrapportage niet of maar gedeeltelijk afgerond is of als er geld van de financieringwerd gebruikt voor "niet-subsidiabele" uitgaven. Wanneer er minder kosten werdengemaakt dan gepland, zal de bijdrage procentueel verminderd worden volgens depercentages uit de subsidieovereenkomst. Meer informatie hierover vindt u in dedocumentatie over het beheer van subsidieovereenkomsten.4.C. MOBILITEITSSUBSIDIES VOOR NATUURLIJKE PERSONENMobiliteitssubsidies worden toegekend op basis van verschillende kostenelementen. Dehieronder opgegeven tarieven, zijn maximumtarieven.De begroting voor mobiliteitsactiviteiten is gebaseerd op (een combinatie van)verblijfkosten, reiskosten en andere kosten. Voor kosten gebaseerd op een schaal vankosteneenheden of daadwerkelijk gedane uitgaven, gelden de algemene voorwaarden(zie hieronder).Voor een korte mobiliteit (behalve Erasmus Mobiliteit van studenten en GrundtvigWorkshops) worden de reiskosten berekend op basis van de daadwerkelijk gemaaktekosten. Voor een langer durende mobiliteit van 13 weken of meer en voor ErasmusMobiliteit van studenten en Grundtvig Workshops, wordt ervan uitgegaan dat dereiskosten gedekt worden door de subsidie voor verblijfskosten en wordt geenafzonderlijke subsidie voor het reizen zelf toegekend.A. VerblijfkostenVoor alle mobiliteitsacties bestaat de bijdrage voor de verblijfkosten uit een forfaitairesubsidie die wordt berekend op basis van een dag-, week- 20 of maandtarief. Onder deverblijfkosten vallen logies, maaltijden, lokaal vervoer, telecommunicatiekostenwaaronder fax en internet, verzekering en alle andere verblijfsgerelateerde kosten.De toegekende subsidies voor mobiliteitsacties van minder dan 13 volle weken, dat wilzeggen maximaal 90 dagen (behalve Erasmus Mobiliteit van studenten en GrundtvigWorkshops) dekken geen reiskosten. Deze worden terugbetaald op basis van dedaadwerkelijk gedane uitgaven. Voor mobiliteitsacties van minstens 13 volledige wekenworden de toegekende subsidies beschouwd als een algemene forfaitaire bijdrage vooralle kosten waaronder ook de reiskosten.De steun voor de verblijfkosten wordt berekend als een forfaitair bedrag op basis van deschaal van kosteneenheden van het gastland.Personen met speciale behoeften kunnen gebruik maken van specialefinancieringsmaatregelen. Voor het aanvragen van een subsidie in verband metgedecentraliseerde acties van het programma Een Leven Lang Leren, wordt onder eenpersoon met speciale behoeften verstaan een potentiële deelnemer met een zodanigelichamelijke, geestelijke of gezondheidsconditie dat zijn of haar deelname aan het projectof de mobiliteitsactie zonder extra financiële steun niet mogelijk zou zijn.20In deze context is een week gelijk aan een mobiliteitsperiode van zeven volledige opeenvolgendedagen, inclusief de heen- en terugreis.http://ec.europa.eu/llp 35


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IDe extra subsidie voor reis- en verblijfkosten zal individueel bekeken worden engebaseerd worden op de daadwerkelijk gemaakte kosten. In zulke gevallen is hetmogelijk dat de subsidie ook de reis- en verblijfkosten van een begeleider dekt indien ditgerechtvaardigd is. De aanvraag dient een beschrijving van de conditie van dedesbetreffende persoon en diens speciale behoeften te bevatten, evenals een specificatievan de extra kosten die daarmee samengaan. Op grond van deze toelichting, debeschikbare middelen, de nationale regelgeving en eventuele nationale prioriteiten zalhet Nationaal Agentschap vervolgens beoordelen of extra subsidie kan wordentoegekend.Voor sommige acties wordt er een maximumbedrag vastgesteld voor de subsidie dieonder deze omstandigheden kan worden toegekend.OPMERKING: Aanvragers moeten er rekening mee houden dat de bedragen in devolgende tabellen verwijzen naar de absolute maxima die toegestaan zijn in alle landendie deelnemen aan het programma. De werkelijke bedragen die door de specifiekeNationale Agentschappen worden toegekend, hangen af van land tot land en van actie totactie. In sommige gevallen kunnen ze dan ook aanzienlijk lager liggen dan demaximumbedragen die hier vermeld staan. Bij het bepalen van de toe te kennenbedragen, houden de Nationale Agentschappen vooral rekening met het totalebeschikbare budget, het aantal aanvragen in hun land en het feit dat ze allebegunstigden in hun land gelijk moeten behandelen. Daarom raden we alle aanvragersten stelligste aan de website van het relevante Nationale Agentschap in hun land teraadplegen om de werkelijke bedragen op te zoeken die ze waarschijnlijk zullenontvangen wanneer hun aanvraag goedgekeurd wordt.ComeniusAanvragers van steun voor mobiliteit voor initiële lerarenopleidingen binnen demultilaterale projecten van Comenius, vinden de maximaal in aanmerking komendeweekbedragen in de tabel Verblijfkosten op de website van het EACEA.http://ec.europa.eu/llp 36


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL ITabel 1a: Het programma Een Leven Lang Leren - Mobiliteit - Verblijf -Maximumtarieven (in euro) per gastland en verblijfsduur. (Voor mobiliteit vanErasmus-studenten, zie tabel 1b)Exclusief reis- en visumkostenInclusief reis- en visumkosten1dagTotaalbedragen eerste week2dagen3dagen4dagen5dagen6dagenTotaalbedragEénweek(7dagen)TweewekenBijkomendbedragper week(wkn 3 -12)*Totaalbedragvoor devolledige 13weken **Bijkomendbedrag perweek(wkn 14 -45)*BE 170 340 510 680 850 1.020 1.190 1.666 190 4.286 190BG 110 220 330 440 550 660 770 1.078 123 2.852 123CZ 150 300 450 600 750 900 1.050 1.470 168 3.796 168DK 230 460 690 920 1.150 1.380 1.610 2.254 258 5.806 258DE 160 320 480 640 800 960 1.120 1.568 179 4.023 179EE 130 260 390 520 650 780 910 1.274 146 3.342 146EL 160 320 480 640 800 960 1.120 1.568 179 4.064 179ES 170 340 510 680 850 1.020 1.190 1.666 190 4.293 190FR 200 400 600 800 1.000 1.200 1.400 1.960 224 5.033 224IE 190 380 570 760 950 1.140 1.330 1.862 213 4.766 213IT 190 380 570 760 950 1.140 1.330 1.862 213 4.793 213CY 150 300 450 600 750 900 1.050 1.470 168 3.788 168LV 130 260 390 520 650 780 910 1.274 146 3.382 146LT 130 260 390 520 650 780 910 1.274 146 3.348 146LU 170 340 510 680 850 1.020 1.190 1.666 190 4.294 190HU 140 280 420 560 700 840 980 1.372 157 3.607 157MT 140 280 420 560 700 840 980 1.372 157 3.539 157NL 180 360 540 720 900 1.080 1.260 1.764 202 4.528 202AT 180 360 540 720 900 1.080 1.260 1.764 202 4.538 202PL 130 260 390 520 650 780 910 1.274 146 3.301 146PT 150 300 450 600 750 900 1.050 1.470 168 3.775 168RO 120 240 360 480 600 720 840 1.176 134 3.104 134SI 160 320 480 640 800 960 1.120 1.568 179 4.055 179SK 140 280 420 560 700 840 980 1.372 157 3.539 157FI 210 420 630 840 1.050 1.260 1.470 2.058 235 5.293 235SE 210 420 630 840 1.050 1.260 1.470 2.058 235 5.295 235UK 230 460 690 920 1.150 1.380 1.610 2.254 258 5.829 258IS 180 360 540 720 900 1.080 1.260 1.764 202 4.756 202LI 260 520 780 1.040 1.300 1.560 1.820 2.548 291 6.560 291NO 260 520 780 1.040 1.300 1.560 1.820 2.548 291 6.563 291CH 260 520 780 1.040 1.300 1.560 1.820 2.548 291 6.507 291HR 160 320 480 640 800 960 1.120 1.568 179 4.056 179TR 140 280 420 560 700 840 980 1.372 157 3.693 157http://ec.europa.eu/llp 37


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I* Voor de weken 3-12 en 14-45, worden de bijkomende volledige weken berekend op basis van het bedrag in de kolommen'Bijkomend bedrag per week voor weken 3-12 en 14-45'.** Dit omvat een speciaal bedrag dat de reis- en visumkosten dekt, aangezien deze vanaf 13 volle weken inbegrepen zijn.De berekeningsmethode voor een "onvolledige" week bestaat erin het aantal dagen te vermenigvuldigen met 1/7 van hetbedrag uit de kolommen 'Bijkomend bedrag per week’ voor de weken 3-12 en 14-45. Er wordt een uitzondering gemaakt voorde tweede onvolledige week. Deze wordt berekend op basis van het aantal bijkomende dagen vermenigvuldigd met 1/7 van hetverschil tussen de bedragen voor één week en twee weken.In het geval van een verblijf van tussen 12 en 13 weken (m.a.w. een onvolledige dertiende week) wordt het bedrag als volgtberekend: het bedrag voor een verblijf van 12 weken plus voor elke extra dag 1/7 van het bedrag in de kolom "Bijkomendbedrag per week". Het aldus verkregen totaalbedrag is exclusief reis- en visumkosten.Tabel 1b: Het programma Een Leven Lang Leren - Erasmus - Mobiliteit VerblijfStudenten - Maximumtarieven (in euro) per gastland inclusief reiskosten 21GASTLANDMaandtariefBelgique/België/Belgien – BE 640Balgarija – BG 401Česká republika – CZ 539Danmark – DK 858Deutschland – DE 607Eesti – EE 484Ellas – EL 607España – ES 625France – FR 743Eire/Ireland – IE 698Italia – IT 682Kypros – CY 536Latvija – LV 476Lietuva – LT 464Luxembourg – LU 640Magyarország – HU 507Malta – MT 526Nederland – NL 666Österreich – AT 680Polska – PL 493Portugal – PT 544Romania – RO 445Slovenija – SI 573Slovensko – SK 512Suomi/Finland – FI 764Sverige – SE 759United Kingdom – UK 860Island – IS 648Liechtenstein – LI 939Norge – NO 939Schweiz/Suisse/Svizzera - CH 939Hrvatska – HR 591Türkiye – TR 52521 Voor intensieve programma’s binnen Erasmus zijn deze bedragen exclusief reiskosten die (deels) kunnenworden vergoed op basis van daadwerkelijke kosten.http://ec.europa.eu/llp 38


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IB. ReiskostenVoor mobiliteitsacties van minder dan 13 volle weken, dat wil zeggen maximaal 90 dagen(behalve Erasmus Mobiliteit van studenten en Grundtvig Workshops) zal het NA dereiskosten geheel of gedeeltelijk (aan de hand van een plafond of maximumpercentage)terugbetalen op basis van de daadwerkelijk gemaakte kosten inclusief waar nodig kostenvoor inreis-/uitreisvisa. Alle andere kosten in verband met de reis komen niet inaanmerking.Als de deelnemers in één van de overzeese landen of gebieden wonen die vermeld staanin het Besluit 2001/822/EG van de Raad (zie Landen) of een van deze gebieden alsbestemming hebben, zullen de daadwerkelijk gemaakte reiskosten – behalve in het gevalvan Erasmus Mobiliteit van studenten en Grundtvig Workshops – volledig terugbetaaldworden, ongeacht de duur van de mobiliteitsactiviteit.Wanneer steun voor reiskosten wordt toegekend op basis van de daadwerkelijkgemaakte kosten, gelden dezelfde regels als voor de reiskosten van multilateraleprojecten, netwerken en flankerende maatregelen, maar de kosten voor dereisverzekering en mogelijke annuleringskosten zijn inbegrepen in de verblijfkosten.C. Andere kostenNaast de hiervoor genoemde vergoedingen van reis- en verblijfkosten zijn voor bepaaldeacties van het programma de volgende subsidies beschikbaar:COMENIUSBijscholing voor onderwijzend personeel van scholen- Cursus- of seminarkosten: er kan een bijdrage worden betaald op basis van dedaadwerkelijke kosten, tot een op Europees niveau vastgesteld maximum van150 EUR per dag (deze limiet kan in sommige landen lager zijn)- Taalkundige voorbereiding: er kan een “bedrag ineens” worden betaald vanmaximaal 500 EUR per deelnemer (dit bedrag kan in sommige landen lager zijn).(Opmerking: een subsidie voor taalkundige voorbereiding wordt niet toegekendindien de opleiding zelf uitsluitend of overwegend gericht is op de verbetering vande taalvaardigheid).Assistentschappen- Pedagogische, taalkundige en culturele voorbereiding: er kan een “bedrag ineens"worden betaald van maximaal 500 EUR per deelnemer (deze limiet kan insommige landen lager zijn). In aanmerking komen de volgende activiteiten:inleidende bijeenkomsten, taalkundige voorbereiding en voorbereidingen inverband met Content and Language Integrated Learning (CLIL).LEONARDO DA VINCIhttp://ec.europa.eu/llp 39


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IMobiliteit (initiële beroepsopleiding, mensen op de arbeidsmarkt,beroepspersoneel binnen instellingen voor beroepsonderwijs en -opleiding)- Pedagogische, taalkundige en culturele voorbereiding: er kan een “bedrag ineens”worden betaald van maximaal 500 EUR per deelnemer (deze limiet kan insommige landen lager zijn).GRUNDTVIGBijscholing voor personeel in het volwassenenonderwijs- Cursusgeld: er kan een bijdrage worden betaald op basis van de daadwerkelijkekosten, tot een op Europees niveau vastgesteld maximum van 150 EUR per dag(deze limiet kan in sommige landen lager zijn).- Pedagogische, taalkundige en culturele voorbereiding: er kan een “bedrag ineens”worden betaald van maximaal 500 EUR per deelnemer (deze limiet kan insommige landen lager zijn). (Opmerking: een subsidie voor taalkundigevoorbereiding wordt niet toegekend indien de opleiding zelf uitsluitend ofoverwegend gericht is op de verbetering van de taalvaardigheid).Assistentschappen- Pedagogische, taalkundige en culturele voorbereiding: er kan een “bedrag ineens”worden betaald van maximaal 500 EUR per deelnemer (deze limiet kan insommige landen lager zijn).Bezoeken en uitwisselingen- Conferentie- of seminarkosten: er kan een bijdrage worden betaald op basis vande daadwerkelijke kosten, tot een op Europees niveau vastgesteld maximum van150 EUR per dag (deze limiet kan in sommige landen lager zijn).- Pedagogische, taalkundige en culturele voorbereiding: er kan een “bedrag ineens”worden betaald van maximaal 500 EUR per deelnemer (deze limiet kan insommige landen lager zijn).Workshops- Pedagogische, taalkundige en culturele voorbereiding: er kan een “bedrag ineens”worden betaald van maximaal 500 EUR per deelnemer (deze limiet kan insommige landen lager zijn).Vrijwilligersprojecten voor 50-plussers- De "Andere kosten" in verband met de diverse vrijwilligers die deelnemen aan deprojecten, worden behandeld in sectie 4.D hieronder.D SPECIFIEKE FINANCIËLE REGELS VOOR INDIVIDUELE MOBILITEIT VAN LEERLINGEN IN HETKADER VAN COMENIUSSubsidieaanvragen kunnen alleen worden ingediend door scholen in de landen diedeelnemen aan de actie. Zie voor een nadere beschrijving van de regels voor deelnamehttp://ec.europa.eu/llp 40


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Ihet gedeelte uit deel II van de LLP-Gids 2012 waarin een toelichting wordt gegeven op deactie voor individuele mobiliteit van leerlingen in het kader van Comenius.Subsidies voor uitzendende scholen en voor gastscholenInstellingen die optreden als uitzendende of als gastschool, ontvangen een subsidie in devorm van een "bedrag ineens" bestaande uit de volgende onderdelen:1. Uitzendende school:• Een "bedrag ineens" van 150 EUR per leerling voor organisatiekosten volgens detaken die zijn vastgelegd in hoofdstuk 2 van de Guide to Comenius Individual PupilMobility, "Roles and responsibilities" (Handleiding bij Individuele mobiliteit vanleerlingen in het kader van Comenius, Taken en verantwoordelijkheden).• Een "bedrag ineens" van 120 EUR per leerling voor taalkundige voorbereiding. Debehoefte aan taalkundige voorbereiding moet door de uitzendende school wordenonderbouwd in het aanvraagformulier.2. Gastschool:• Een "bedrag ineens" van 500 EUR per leerling voor organisatiekosten volgens detaken die zijn vastgelegd in hoofdstuk 2 van de Guide to Comenius Individual PupilMobility, "Roles and responsibilities".Het "bedrag ineens"-subsidiebedrag voor de uitzendende school en voor de gastschoolwordt aan de uitzendende school betaald door het Nationaal Agentschap. De uitzendendeschool wordt geacht het desbetreffende bedrag over te maken aan de gastschool naontvangst van een schriftelijk verzoek daartoe (het formulier voor dat verzoek isopgenomen in de Guide to Comenius Individual Pupil Mobility).Subsidies voor deelnemende leerlingenDe subsidie voor deelnemende leerlingen is bedoeld om de volgende kosten te dekken:• Retourticket (inclusief binnenlands vervoer) wordt volledig vergoed op basis van100% van de daadwerkelijke subsidiabele kosten. Het gebruik van de voordeligstevervoerwijzen en tarieven (toeristenklasse voor vliegtuig, tweede klasse voor trein) isverplicht. Het Nationaal Agentschap kan een plafond vaststellen om overdrevenkosten te vermijden.• De maandelijkse toelage wordt toegekend als bedrag ineens (als bijdrage in bijv.studiemateriaal en plaatselijk vervoer). Het bedrag voor de eerste maand is hoger inverband met de extra kosten die aan het begin van het verblijf in het andere landworden gemaakt. Onderstaande tabel 1c geeft een overzicht van het bedrag pergastland:Tabel 1c: Maandelijkse toelage (per gastland):Land 1ste maand Vogende maandenBelgië - BE 175 105Balgarija- BG 110 66Česká Republika - CZ 147 88http://ec.europa.eu/llp 41


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL ILand 1ste maand Vogende maandenDanmark - DK 235 141Eesti - EE 133 80Ellas - EL 166 100España -ES 172 103France - FR 203 122Italia - IT 187 112Latvija - LV 130 78Lietuva - LT 127 76Luxembourg - LU 175 105Magyarorszag - HU 139 83Malta - MT 144 86Nederland - NL 182 109Österreich - AT 186 111Polska - PL 135 81Portugal - PT 149 89România- RO 122 73Slovenija -SI 158 95Slovensko -SK 140 84Suomi - FI 208 125Sverige - SE 208 125Island - IS 177 106Liechtenstein – LI 257 154Norge - NO 249 154Schweiz / Suisse / Svizzera /Svizra - CH 257 154Hrvatska - HR 163 98Türkiye - TR 144 86Het bedrag aan reiskostenvergoeding en het bedrag van de maandelijkse toelage wordenaan de uitzendende school betaald door het Nationaal Agentschap van die school. Deuitzendende school maakt de maandelijkse toelage over aan de ouder(s)/voogd(en) vande leerling of aan de leerling zelf.4.D. SUBSIDIES VOOR ORGANISATIES DIE MOBILITEIT ORGANISEREN(ERASMUS, LEONARDO DA VINCI EN GRUNDTVIG)In het geval van mobiliteitsacties in het kader van Erasmus en Leonardo da Vinci en bijbepaalde Grundtvig-acties, worden de mobiliteitsactiviteiten georganiseerd doorinstellingen/organisaties zoals die voor hoger onderwijs, organisaties voorberoepsonderwijs en -opleiding en organisaties of consortia voor volwasseneneducatie.De uitzendende organisatie of gastorganisatie moet zich voor deze mobiliteitsacties tenvolle engageren om de kwaliteit te garanderen van alle aspecten (niet alleenpedagogische maar ook logistieke) van de mobiliteitsperiode. De organisaties zijn ookhttp://ec.europa.eu/llp 42


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Iverantwoordelijk voor het beheer van de mobiliteitssubsidies voor de afzonderlijkedeelnemers. De bedragen en regels die van toepassing zijn op deze subsidies zijnhierboven reeds beschreven. Daarnaast ontvangen de organisaties zelf ook een bijdragein hun kosten voor het organiseren van de mobiliteitsactiviteiten. Deze steun komt tengoede aan de organisatie zelf en dus niet aan de individuele deelnemers. 22ERASMUS EN LEONARDO DA VINCISubsidies voor uitzendende instellingen/consortia voor de organisatie van mobiliteitEr is een maximale schaal van kosteneenheden van toepassing voor de berekening vande subsidies voor uitzendende instellingen / consortia voor de organisatie van mobiliteit.De schalen zijn vastgesteld per bezoekersgroep en, in het geval van Erasmus, ook peraantal bezoekende uitgenodigde docenten uit ondernemingen. Voor de eerste 25personen van de totale in aanmerking komende mobiliteitsactiviteiten is schaal 1 vantoepassing. De volgende schaal is van toepassing op de 26e tot 100e persoon enz.Tabel 2: Erasmus en Leonardo da Vinci - Maximale schaal van kosteneenhedentoe te passen op de berekening van subsidies aan instellingen voor hogeronderwijs en stageconsortia om de kwaliteit te verzekeren van de getroffenregelingen voor de mobiliteit ten behoeve van studenten en personeel, inclusiefstudentenstages in het kader van ErasmusSchaal 1 (1e tot en met 25e persoon)Schaal 2 (26e tot en met 100e persoon)Schaal 3 (101e tot en met 400e persoon)Schaal 4 (> 400e persoon)€ 390/begunstigde€ 315/begunstigde€ 225/begunstigde€ 180/begunstigdeERASMUS EN GRUNDTVIGSubsidies aan instellingen voor het organiseren van Intensieve Taalcursussen in hetkader van Erasmus (EILC's), Intensieve Programma's van Erasmus (IP's) en GrundtvigWorkshopsDe subsidie wordt toegekend als bedrag ineens.22 Alle vermelde bedragen zijn in euro per persoon/begunstigde tenzij anders aangegeven.http://ec.europa.eu/llp 43


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL ITabel 3a: Erasmus en Grundtvig - Maximale bedragen ineens (in EUR) voor hetorganiseren van Intensieve Taalcursussen in het kader van Erasmus (EILC's),Intensieve Programma's (IP's) en Grundtvig WorkshopsLandErasmusEILC’sErasmusIP's enGrundtvigWorkshopsBelgique/België/Belgien BE België 6.160 7.180Balgarija BG Bulgarije 3.860 4.500Česká republika CZ Tsjechië 5.190 6.050Danmark DK Denemarken 8.260 9.630Deutschland DE Duitsland 5.840 6.810Eesti EE Estland 4.660 5.430Ellas EL Griekenland 5.840 6.810España ES Spanje 6.020 7.010France FR Frankrijk 7.150 8.340Eire IE Ierland 6.720 7.830Italia IT Italië 6.570 7.650Kypros CY Cyprus 5.160 6.010Latvija LV Letland 4.580 5.330Lietuva LT Litouwen 4.470 5.210Luxembourg LU Luxemburg 6.160 7.180Magyarország HU Hongarije 4.880 5.690Malta MT Malta 5.060 5.900Nederland NL Nederland 6.410 7.470Österreich AT Oostenrijk 6.540 7.630Polska PL Polen 4.750 5.540Portugal PT Portugal 5.240 6.100Romania RO Roemenië 4.280 4.990Slovenia SI Slovenië 5.520 6.430Slovensko SK Slowakije 4.930 5.740Suomi/Finland FI Finland 7.360 8.570Sverige SE Zweden 7.310 8.520United Kingdom GB Verenigd9.6508.280KoninkrijkIsland IS IJsland 6.240 7.270Liechtenstein LI Liechtenstein 9.040 10.530Norge NO Noorwegen 9.040 10.530Schweiz/Suisse/Svizzera/Svizra CH Zwitserland 9.040 10.530Hrvatska HR Kroatië 5.690 6.630Türkiye TR Turkije 5.050 5.890GRUNDTVIG –VRIJWILLIGERSPROJECTEN VOOR 50-PLUSSERSDe organisaties die vrijwilligers uitzenden en ontvangen, krijgen één enkele subsidie dieuit de volgende elementen bestaat:1. uitzendkosten:a) een forfaitaire subsidie op basis van het aantal uitgestuurde vrijwilligersdie de organisatiekosten van de gastorganisatie en de kosten die aan hetproject in zijn geheel zijn verbonden, dekt maar ook de culturele,taalkundige en persoonlijke voorbereiding van de uitgestuurde vrijwilligershttp://ec.europa.eu/llp 44


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Ien de kosten voor de follow-up van hun ervaringen na hun terugkeer (zieonderstaande tabel 3b)b) een variabele subsidie voor de reiskosten van de uitgestuurde vrijwilligersdie gebaseerd is op de daadwerkelijke reiskosten, die trouwens ookbewezen moeten worden (zie Sectie 4C hierboven)2. gastkosten:a) een forfaitaire subsidie op basis van het aantal inkomende vrijwilligers diede organisatiekosten van de gastorganisatie moet dekken en de kostenvoor het project in zijn geheel (zie onderstaande tabel 3b)b) een forfaitaire subsidie per vrijwilliger op basis van de schalen vankosteneenheden om de kosten van verblijf, verzekering, lokaal vervoer ensteun aan de inkomende vrijwilligers te dekken tijdens devrijwilligersperiode (zie tabel 1a hierboven).Tabel 3b: Grundtvig - Vrijwilligersprojecten voor 50-plussers – Maximaleschalen van kosteneenheden voor het organiseren van de mobiliteit vanvrijwillige 50-plussersPer vrijwilligerUitzendende organisatie € 800Gastorganisatie € 3904.E. PARTNERSCHAPPENPartnerschappen zijn (vaak kleinschalige) projecten rond een praktische samenwerkingtussen organisaties uit minstens 3 verschillende landen, met uitzondering van bilateralepartnerschappen in het kader van Comenius waarbij maar twee landen betrokken zijn.Per partnerschap is één instelling/organisatie "coördinator", de andereinstellingen/organisaties zijn gewoon "partners". De aanvraag voor het partnerschapwordt door alle deelnemende instellingen samen voorbereid maar elke instellingafzonderlijk ontvangt zijn subsidie van zijn eigen Nationaal Agentschap.Partnerschapssubsidies worden voor een periode van 2 jaar toegekend.De activiteiten binnen een partnerschap omvatten zowel lokale activiteiten in één vande partnerorganisaties zelf (leeractiviteiten, veldwerk, onderzoek, enz.) alsmobiliteitsactiviteiten om de buitenlandse partnerinstellingen te bezoeken(projectbijeenkomsten, studiebezoeken, uitwisselingen van personeel,klassenuitwisselingen, uitwisseling van leerervaringen enz.).De regels zijn grotendeels gelijk voor alle partnerschapsprojecten, ongeacht hetprogramma waaronder ze plaatsvinden (Comenius, Grundtvig, Leonardo da Vinci). Dehttp://ec.europa.eu/llp 45


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Itoegekende subsidies kunnen echter enigszins verschillen afhankelijk van het land of hetprogramma.Bedrag ineensElke deelnemende instelling ontvangt een projectsubsidie in de vorm van een bedragineens als bijdrage in alle projectkosten: reis- en verblijfkosten tijdens demobiliteitsperioden en kosten in verband met lokale projectactiviteiten. De subsidiesworden berekend op basis van het minimumaantal "mobiliteitsacties" dat dedeelnemende instelling van plan is uit te voeren tijdens de duur van de overeenkomst.Eén "mobiliteitsactie" komt overeen met één reis naar het buitenland door één persoon inhet kader van het partnerschap. De in aanmerking komende soortenmobiliteitsactiviteiten worden in de subsidieovereenkomst gedefinieerd. Bij deeindrapportage wordt de begunstigden niet gevraagd hun onkosten te bewijzen maar weldat de activiteiten die ze in hun aanvraag hadden vermeld, volledig en op eenbevredigende manier werden uitgevoerd.Let wel:Om rekening te houden met de behoeften van personeel of leerlingen/lerenden metspeciale behoeften of als een mobiliteitactiviteit gepland is van of naar partners in éénvan de gebieden uit de lijst "Overzeese Landen en Gebieden" (zie sectie 1.C "Welkelanden nemen deel aan het programma?"), is het mogelijk om het minimumaantalmobiliteitsacties met maximaal 50% te verlagen. Een instelling die hoge extra kostenverwacht voor de mobiliteitsactiviteiten van deelnemers met speciale behoeftenbijvoorbeeld, kan aan zijn Nationaal Agentschap vragen om het minimumaantalmobiliteitsacties dat gekoppeld is aan het aangevraagde subsidiebedrag, te verlagen. Alshet Nationaal Agentschap het verzoek inwilligt, krijgt de instelling hetzelfdesubsidiebedrag maar voor een kleiner aantal minimaal vereiste mobiliteitsacties.Tabel 4: Comenius, Leonardo da Vinci en Grundtvig – maximale bedragen ineensvoor partnerschappenIn de onderstaande tabel vindt u de maximale subsidiebedragen voor elkpartnerschapstype, gebaseerd op het aantal geplande mobiliteitsacties. Dedaadwerkelijke bedragen die door de Nationale Agentschappen worden toegekend,variëren van land tot land en kunnen in sommige gevallen aanzienlijk lager liggen dan dehieronder aangegeven maximumbedragen. Daarom raden we alle aanvragers tenstelligste aan de website van het relevante Nationale Agentschap in hun land teraadplegen om de daadwerkelijke bedragen op te zoeken die ze waarschijnlijk zullenontvangen wanneer hun aanvraag goedgekeurd wordt.http://ec.europa.eu/llp 46


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IPartnerschapstypeMinimumaantalmobiliteitsactiviteiten perpartner in een2 jaar durendpartnerschapMaximalesubsidie alsbedragineens perpartnerMaximalesubsidie alsbedrag ineensper partnerMaximalesubsidie alsbedragineens perpartnerMultilateralepartnerschappenBilateralepartnerschappenKlein aantalmobiliteitsactiviteitenBeperkt aantalmobiliteitsactiviteitenGemiddeld aantalmobiliteitsactiviteitenGroot aantalmobiliteitsactiviteitenBilaterale Comeniuspartnerschappen-Klassenuitwisseling inkleine groepen van 10tot 19 leerlingen.Bilaterale Comeniuspartnerschappen-Klassenuitwisseling ingrote groepen van 20leerlingen of meer.COMENIUSLEONARDO DAVINCIGRUNDTVIG4 € 10 000 € 10 000 € 15 0008 € 15 000 € 15 000 € 17 50012 € 20 000 € 20 000 € 20 00024 € 25 000 € 25 000 € 25 00012 € 20 000 - -24 € 25 000 - -Uitzondering: Regiosubsidies van Comenius:De regiosubsidies van Comenius bestaan uit een bedrag ineens voor demobiliteitsactiviteiten plus een subsidie op basis van de daadwerkelijk gemaakte kostenvoor de bijkomende activiteiten. De bijdrage voor deze bijkomende uitgaven is nietopgenomen in het bedrag ineens voor mobiliteit om het voor de regiopartnerschappenbinnen Comenius mogelijk te maken om verschillende activiteiten te organiseren, zoalsbijvoorbeeld grootschaliger conferenties of de uitvoering van onderzoeksactiviteiten enstudies.De subsidie voor bijkomende projectkosten is beperkt tot maximaal 25 000 EUR.De maximale bedragen ineens voor mobiliteit in het kader van Comeniusregiopartnerschappenvindt u in de onderstaande tabel. Zoals bij andere partnerschappenkomt één "mobiliteitsactiviteit" overeen met één buitenlandreis van één persoon diewerkt voor één van de in de aanvraag genoemde organisaties. Het daadwerkelijk vantoepassing zijnde bedrag wordt bepaald door de autoriteiten van de deelnemendelanden.http://ec.europa.eu/llp 47


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IComeniusRegiopartnerschappenPartnerschapscategorieënKlein aantalmobiliteitsactiviteitenBeperkt aantalmobiliteitsactiviteitenGemiddeld aantalmobiliteitsactiviteitenGroot aantalmobiliteitsactiviteitenLangeafstanden (>300 km)Korteafstanden(< 300 km)4 € 4 000 € 2 0008 € 8 000 € 4 00012 € 10 000 € 5 00024 € 20 000 € 10 000De aanvragers wordt gevraagd een begroting op te maken van alle bijkomende kosten.Op deze begroting zijn de volgende regels van toepassing.• Algemene voorwaarden voor de subsidiabiliteit van de kosten, zoals beschreven insectie 4.F van deze Gids.• Definitie van kostencategorieën (personeelskosten, uitbesteding, uitrusting enandere kosten) volgens sectie 4.F van deze Gids. In de desbetreffende sectiesstaat verder een uitgebreide beschrijving van de voorwaarden waaronder kostenworden geacht in aanmerking te komen voor subsidiëring.• Personeelskosten en indirecte kosten komen niet in aanmerking voor subsidiëringin het kader van Comenius Regio. Indirecte kosten zijn kosten die verbandhouden met het beheer van het project (bijv. algemene kosten, telecommunicatieen kantoorbenodigdheden).• Kosten voor uitbesteding kunnen worden vergoed tot een maximum van 30% vande totale projectkosten (met inbegrip van het "bedrag ineens" voor mobiliteit).• Kosten voor uitrusting kunnen worden vergoed tot een maximum van 10% van detotale projectkosten (met inbegrip van het "bedrag ineens" voor mobiliteit). Dekosten voor uitrusting moeten worden afgeschreven volgens de fiscale enboekhoudkundige regels die van toepassing zijn op de begunstigde die de kostenmaakt.• De begunstigde moet bewijsmateriaal verstrekken over de medefinanciering vanprojectactiviteiten. Deze medefinanciering dient ten minste 25% van debijkomende kosten te dekken.4.F. MULTILATERALE PROJECTEN, NETWERKEN, FLANKERENDEMAATREGELENBij de subsidieaanvraag moet een gedetailleerde geschatte begroting worden gevoegd,waarin alle prijzen in euro's worden opgegeven. Aanvragers uit landen van buiten deEurozone moeten de wisselkoers gebruiken die gepubliceerd werd in de C-serie van hetPublicatieblad van de EU op de datum van de publicatie van de oproep tot het indienenvan voorstellen.http://ec.europa.eu/llp 48


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IIn de geschatte begroting voor de aanvraag moeten de inkomsten en uitgaven inevenwicht zijn en moeten de kosten die in aanmerking komen voor financiering uit deEU-begroting duidelijk aangegeven worden.De toegestane subsidie zal maximaal 75% van de in aanmerking komende kostendekken.De aanvragers moeten de projectbegroting baseren:1. op de daadwerkelijke dagelijkse personeelskosten. Deze mogen onder geen enkelbeding de maximale tarieven uit onderstaande tabel 5a overschrijden. Allehogere bedragen worden als niet-subsidiabel beschouwd. De juistheid van dezekosten kan worden gecontroleerd aan de hand van een audit;2. op de daadwerkelijke dagelijkse verblijfkosten. Onder geen beding mogen deze demaximale bedragen vermeld op de website van het Uitvoerend Agentschaponderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA) overschrijden. Elke surpluswordt als niet-subsidiabel beschouwd.3. op de daadwerkelijke andere soorten kosten zoals aangegeven in hetaanvraagformulier.In aanmerking komende kostenBij het evalueren van de geschiktheid van de kosten, wordt rekening gehouden met hunalgemene context, aard en bedrag.De volgende criteria zijn van toepassing op de kostencategorie waarvoor de schattingwordt gegeven, hetzij het bijbehorende aantal eenheden (die aan de hand van degepaste formule leiden tot de geschatte kosten), hetzij de geschatte kosten op zich.Om in aanmerking te komen, moeten kosten voldoen aan de volgende algemene criteria:• Ze moeten verband houden met activiteiten voor landen die in aanmerking komenvoor deelneming aan het programma. Alle kosten die betrekking hebben opactiviteiten die plaatsvinden in andere landen of georganiseerd worden doororganisaties die niet geregistreerd zijn in een land dat in aanmerking komt, komenniet in aanmerking tenzij ze nodig zijn voor het voltooien van het project en naarbehoren worden toegelicht en gerechtvaardigd in het aanvraagformulier. Wijzigingenvan activiteiten waarbij andere landen betrokken zijn, moeten vooraf explicietworden goedgekeurd door het Uitvoerend Agentschap. Bepaalde kosten die zijngemaakt in, uit of ten behoeve van derde landen die deelnemen krachtens artikel 14,lid 2, van het besluit tot vaststelling van het LLP komen in aanmerking (zie hoofdstuk1.C hierboven);• Ze moeten gemaakt zijn door de rechtspersonen/instellingen van het officiëleconsortium 23• Ze moeten verband houden met het project (d.w.z. relevant en rechtstreeksverbonden zijn met de uitvoering van het project volgens het werkplan)• Ze moeten noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het project23 Het besluit tot vaststelling van het programma Een Leven Lang Leren gebruikt de term "multilaterale groep"voor projecten met een "projectcoördinator" en "projectpartners" als equivalent voor "consortium".http://ec.europa.eu/llp 49


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I• Ze moeten redelijk en gerechtvaardigd zijn en overeenstemmen met de principesvan gezond financieel beheer 24 , vooral wat betreft kwaliteit-prijsverhouding enrendabiliteit• Ze moeten gegenereerd worden tijdens de duur van het project 25• Ze moeten daadwerkelijk gemaakt zijn door de begunstigde en leden van hetconsortium en geregistreerd worden in hun boekhouding volgens de van toepassingzijnde boekhoudprocedures en voldoen aan de vereisten van de toepasselijkebelasting- en sociale wetgeving• Ze moeten identificeerbaar en controleerbaar zijn.De interne boekhoud- en controleprocedures van de aanvrager moeten het mogelijkmaken om de kosten en de opbrengsten die na afloop van het project wordengedeclareerd, rechtstreeks te koppelen aan de overeenkomstige boekhoudkundigeverklaringen en de ondersteunende documenten. Voor de schalen van kosteneenhedenbetekent dit dat het "aantal eenheden" geregistreerd moet worden in de relevantedocumenten (m.a.w. uurroosters, aanwezigheidslijsten, enz.).Wanneer de nationale belastings- en boekhoudregelgeving geen factuur vereist, betekenteen boekhoudkundig document van gelijke waarde welk document ook dat voldoet aande toepasselijke boekhoudwet en dat kan bewijzen dat de gegevens van de boekhoudingcorrect zijn.BELASTING OVER DE TOEGEVOEGDE WAARDEBtw komt alleen voor subsidiëring in aanmerking als de aanvrager kan bewijzen dat hijdeze niet kan terugvorderen.NIET IN AANMERKING KOMENDE KOSTENOnder geen enkel beding kunnen de volgende soorten kosten in aanmerking komen:• rendement van kapitaal• schulden en intresten• voorzieningen voor verliezen of potentiële toekomstige verplichtingen (voorzieningenvoor contractuele of morele verplichtingen, bekeuringen, geldboetes en juridischekosten)• verschuldigde rente• dubieuze vorderingen• wisselkoersverschillen• btw, tenzij de aanvrager kan bewijzen dat hij deze niet kan terugvorderen;openbare rechtspersonen, met inbegrip van die welke zijn gespecificeerd in artikel 7van het Besluit, kunnen geen btw vergoed krijgen24 Kosten worden gedefinieerd volgens het principe van gezond financieel beheer, m.a.w. volgens heteconomische principe en de principes van rendement en doeltreffendheid. Het economische principe vereist datde kosten op tijd gedefinieerd worden in de gepaste hoeveelheid en kwaliteit en tegen de beste prijs. Hetrendementsprincipe betreft de beste verhouding tussen de gebruikte middelen en de bereikte resultaten. Bij hetdoeltreffendheidsbeginsel tenslotte gaat het om het bereiken van de specifieke doelstellingen en de beoogderesultaten.25 Ze moeten m.a.w. gegenereerd worden door een activiteit die plaatsvindt tijdens de duur van het project / deactie. Activiteiten die plaatsvinden voor of na de periode die wordt aangegeven in de subsidieovereenkomst,komen niet in aanmerking voor financiering.http://ec.europa.eu/llp 50


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I• kosten die door de aanvrager aangegeven worden en die gedekt worden door eenandere actie of ander werkprogramma dat een subsidie of andere financiering van deEuropese Unie ontvangt• buitensporige of ondoordachte uitgaven• aankoop van kapitaalgoederen• in het geval van huur of leasing van uitrusting, de kosten van de aankoopoptie naafloop van de leasing- of huurperiode• kosten in verband met de voorbereiding van de aanvraag voor het programma EenLeven Lang Leren• kosten voor de opening en het beheer van een bankrekening (kosten voor hetoverschrijven van fondsen komen wel in aanmerking)• kosten in verband met documenten die samen met de aanvraag ingediend moetenworden (auditrapporten enz.)IN AANMERKING KOMENDE DIRECTE KOSTENDe in aanmerking komende directe kosten voor de actie zijn die kosten die, inovereenstemming met de geschiktheidsvoorwaarden die hierboven worden uiteengezet,geïdentificeerd kunnen worden als specifieke kosten die rechtstreeks verband houdenmet de uitvoering van de actie en die daarom als dusdanig geboekt kunnen worden. Ditdocument bevat de definitie van een aantal kostencategorieën die in aanmerking komenop voorwaarde dat ze voldoen aan de algemene voorwaarden die hierboven werdenuiteengezet.IN AANMERKING KOMENDE INDIRECTE KOSTENDe in aanmerking komende indirecte kosten zijn die kosten die, in overeenstemming metde geschiktheidsvoorwaarden die hierboven worden uiteengezet, niet identificeerbaar zijnals specifieke kosten die rechtstreeks verband houden met het project of rechtstreeks alsdusdanig geboekt kunnen worden, maar die toch gemaakt zijn voor het beheer van hetproject. Deze mogen geen in aanmerking komende directe kosten omvatten.De indirecte projectkosten die in aanmerking komen voor financiering door de EUbedragen maximaal 7% van het totale bedrag van de in aanmerking komende directekosten. Deze kosten hoeven niet gerechtvaardigd te worden met boekhoudkundigedocumenten.De indirecte kosten van een begunstigde organisatie die voor de periode in kwestie aleen exploitatiesubsidie ontvangt van de Commissie, komen niet in aanmerking voor eenprojectsubsidie.Enkele voorbeelden van indirecte kosten zijn:• Alle kosten voor de uitrusting die nodig is voor de administratie van het project (bijv.pc's, laptops, enz.)• Communicatiekosten (post, fax, telefoon, mailings, enz.)• Infrastructuurkosten (huur, elektriciteit, enz.) voor de gebouwen/terreinen waar hetproject wordt uitgevoerd• Kantoorbenodigdheden• Fotokopieënhttp://ec.europa.eu/llp 51


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IPersoneelskostenHet volgende is van toepassing op alle partners van een consortium, de regels voorpersoneelskosten bijvoorbeeld zijn van toepassing op alle partners (inclusief deaanvrager) van het consortium.1) De kosten met betrekking tot de volgende personeelscategorieën komen inaanmerking:• Statutair personeel, met een afzonderlijk tijdelijk contract of een contract vooronbepaalde tijd met een partner van het consortium. Om in deze categorie inaanmerking te komen, moet het personeelslid als werknemer ingeschreven zijnbij de relevante partnerorganisatie• Tijdelijke werknemers die via een gespecialiseerd extern agentschap wordenaangeworven door één van de partners uit het consortiumKosten in verband met personeel dat als onderaannemer werkt, vallen onder decategorie "Kosten voor uitbesteding" (zie hieronder)Werknemers van projectpartners mogen niet als onderaannemer werken voor hetproject.2) De aanvragers moeten de projectbegroting baseren op de daadwerkelijke dagelijksepersoneelskosten. Deze mogen echter de maximale in aanmerking komendedagtarieven uit onderstaande tabel 5a niet overschrijden. Elke surplus wordt alsniet-subsidiabel beschouwd. De juistheid van deze kosten kan worden gecontroleerdaan de hand van een audit.3) Alleen de tarieven van het land waarin de partnerorganisatie geregistreerd staat,zullen van kracht zijn - ongeacht waar de taken uitgevoerd worden - (eenmedewerker van een organisatie uit land A die voltijds of deeltijds werkt in land Bzal begroot worden op basis van de tarieven voor land A).4) De daadwerkelijke dagelijkse personeelskosten worden berekend aan de hand vande gemiddelde tarieven van het gebruikelijke beloningsbeleid van de aanvrager.Hierin zijn niet alleen het eigenlijke salaris maar ook de sociale bijdragen en anderewettelijke kosten vervat. Niet-verplichte kosten zoals bonussen, bedrijfswagens,onkostenvergoedingen, aanmoedigingspremies of programma's voor winstdelingworden uitgesloten.5) De aanvrager moet de personeelscategorie en het aantal dagen dat aan het projectbesteed zal worden, opgeven. Deze moeten in verhouding staan tot de aard van hetproject en het werkplan.6) De geschatte personeelskosten zijn het resultaat van de vermenigvuldiging van hetaantal dagen met de daadwerkelijke dagelijkse personeelskosten.Personeelskosten mogen voor alle programma's en alle soorten projecten en netwerkenopgevoerd worden. De personeelskosten die aan de actie worden toegewezen door debegunstigde of de partners van het consortium, omvatten niet alleen het eigenlijkesalaris maar ook de sociale bijdragen en andere wettelijke kosten die deel uitmaken vande beloning.http://ec.europa.eu/llp 52


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL ITabel 5a: Maximale in aanmerking komende dagelijkse tarieven (in EUR) voorPersoneelskosten – Multilaterale Projecten, Netwerken, FlankerendemaatregelenLand Manager OnderzoekerDocentOpleiderTechnischAdministratiefBelgique/België BE België 460 360 240 214Balgarija BG Bulgarije 40 26 22 15Česká republika CZ Tsjechië 134 88 72 53Danmark DK Denemarken 361 284 236 197Deutschland DE Duitsland 419 310 221 203Eesti EE Estland 102 73 59 42Ellas EL Griekenland 279 218 142 118España ES Spanje 321 212 163 117France FR Frankrijk 435 351 257 193Eire IE Ierland 309 328 239 178Italia IT Italië 454 298 200 174Kypros CY Cyprus 316 217 142 96Latvija LV Letland 78 63 50 38Lietuva LT Litouwen 75 55 42 34Luxembourg LU Luxemburg 496 331 282 197Magyarország HU Hongarije 107 79 57 44Malta MT Malta 119 99 74 58Nederland NL Nederland 305 262 212 170Österreich AT Oostenrijk 449 302 244 194Polska PL Polen 109 77 51 39Portugal PT Portugal 258 181 122 77Romania RO Roemenië 84 51 34 28Slovenia SI Slovenië 240 161 109 89SlovenskárepublikaSK Slowakije95 54 45 34Suomi /Finland FI Finland 368 255 196 163Sverige SE Zweden 360 256 226 176United Kingdom GB VerenigdKoninkrijk 355 334 231 153Island IS IJsland 338 219 193 151Liechtenstein LI Liechtenstein 449 302 244 194Norge NO Noorwegen 440 345 311 239Hrvatska HR Kroatië 141 102 66 49Schweiz / Suisse / CH Zwitserland 478 354 252 232Svizzera / SvizraTürkiye TR Turkije 86 60 42 36Partners in derde landenPersoneelskosten in derde landen die niet in bovenstaande tabel zijn opgenomen, moetenworden onderverdeeld in de categorieën 1 tot en met 4 van de internationalestandaardclassificatie van beroepen (ISCO). Deze kosten mogen de daadwerkelijkedagelijkse personeelskosten in de betrokken organisatie niet overschrijden. Verdergelden in alle gevallen de volgende maximumbedragen:• Personeelscategorie 1 (maximumbedrag 450 EUR/dag)• Personeelscategorie 2 (maximumbedrag 300 EUR/dag) – Universitair docenten• Personeelscategorie 3 (maximumbedrag 250 EUR/dag)• Personeelscategorie 4 (maximumbedrag 125 EUR/dag)http://ec.europa.eu/llp 53


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IVerblijfkosten(1) Verblijfkosten van personeel dat naar een ander deelnemend land reist in het kadervan Multilaterale projecten, Netwerken en Flankerende maatregelen komen inaanmerking. De begroting moet gebaseerd worden op het maximumtarief uitonderstaande tabel 5b voor Verblijfkosten. Elke surplus wordt als niet-subsidiabelbeschouwd. Het toepasselijke tarief is dat van het land van bestemming, m.a.w. hetland waar de kosten voor logies worden gemaakt.(2) Er mogen alleen kosten opgevoerd worden voor reizen die direct verband houdenmet specifieke en duidelijk identificeerbare projectgerelateerde activiteiten. Meerinformatie over het in rekening brengen van verblijfkosten voor nietpersoneelsleden,vindt u in de Secties ‘Andere kosten’ en ‘Kosten voor uitbesteding’.(3) Hoe de terugbetaling berekend wordt, hangt af van de reeds bestaande interneregels van de Partnerorganisaties. Deze kunnen een berekening op basis van dedaadwerkelijk gemaakte kosten (terugbetaling van reçu's) of op basis van eendagvergoeding voorschrijven. In beide gevallen is bewijs dat de activiteit werdbijgewoond en bewijs van de huisvesting nodig om de opgevoerde kosten bij derapportering te rechtvaardigen.(4) De verblijfstarieven dekken logies, maaltijden en alle lokale vervoerkosten op deplaats van bestemming in het buitenland (maar geen lokale vervoerkosten om vande plaats van herkomst naar de bestemming te reizen). Hou er bij het berekenenvan het aantal dagen waarvoor het dagelijkse verblijfstarief geldt, rekening mee dateen VOLLEDIGE dag normaal gesproken een overnachting inhoudt. In naar behorengestaafde gevallen, is het mogelijk dat ook een volledige dag zonder overnachtingtoegestaan wordt met een evenredige vermindering (kosten beperkt tot 50% vanhet maximum) voor de huisvesting.(5) Indien een derde partij voor logies, maaltijden en lokaal vervoer zorgt, moet ookeen pro rata vermindering toegepast worden.De in aanmerking komende verblijfkosten worden berekend op basis van de schalen vanin aanmerking komende kosteneenheden. De tabel voor verblijfskosten op de websitevan het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA) bevatde maximale in aanmerking komende dagtarieven. De aldus verkregen resultaten wordenin de begroting opgenomen en gebruikt voor de berekening van de bijdrage door deEuropese Unie.http://ec.europa.eu/llp 54


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL ITabel 5b: Maximale in aanmerking komende dagtarieven (in EUR) voorVerblijfkosten – Multilaterale Projecten, Netwerken, Flankerende maatregelenLandDagtarief(EUR)Belgique/België BE België 232Balgarija BG Bulgarije 145Česká republika CZ Tsjechië 195Danmark DK Denemarken 311Deutschland DE Duitsland 220Eesti EE Estland 175Ellas EL Griekenland 220España ES Spanje 227France FR Frankrijk 269Eire IE Ierland 253Italia IT Italië 247Kypros CY Cyprus 194Latvija LV Letland 172Lietuva LT Litouwen 168Luxembourg LU Luxemburg 232Magyarország HU Hongarije 184Malta MT Malta 191Nederland NL Nederland 242Österreich AT Oostenrijk 246Polska PL Polen 179Portugal PT Portugal 197Romania RO Roemenië 161Slovenia SI Slovenië 208Slovenská republika SK Slowakije 186Suomi/Finland FI Finland 277Sverige SE Zweden 275United Kingdom GB Verenigd312KoninkrijkIsland IS IJsland 235Liechtenstein LI Liechtenstein 340Norge NO Noorwegen 340Schweiz / Suisse /340CH ZwitserlandSvizzera / SvizraHrvatska - HR HR Kroatië 214Türkiye TR Turkije 190ReiskostenReiskosten worden toegekend op basis van de daadwerkelijke kosten.(1) Reiskosten voor personeel dat deelneemt aan het project zijn toegestaan opvoorwaarde dat ze overeenstemmen met het bestaande beleid voor reiskosten vanelke partner.(2) Er mogen alleen kosten opgevoerd worden voor reizen die direct verband houdenmet specifieke en duidelijk identificeerbare projectgerelateerde activiteiten.Meer informatie over het in rekening brengen van reiskosten voor nietpersoneelsleden,vindt u in de Secties "Andere kosten" en "Kosten vooruitbesteding".http://ec.europa.eu/llp 55


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I(3) De reiskosten moeten alle kosten omvatten en alle transportmiddelen van hetvertrekpunt tot de plaats van bestemming (en terug). Hierin mogen ook devisumkosten, reisverzekerings- en annuleringskosten zijn opgenomen.(4) De terugbetaling is gebaseerd op de daadwerkelijk gemaakte kosten, onafhankelijkvan de manier van reizen (trein, bus, taxi, vliegtuig, huurwagen). De partnersmoeten de goedkoopste manier van reizen kiezen (bijv. voordeligste tickets voorvliegreizen en profiteren van kortingen). Waar dit niet gebeurt, imoet een volledigerechtvaardiging worden verstrekt.(5) Uitgaven voor het gebruik van een eigen wagen (persoonlijke of bedrijfswagen) -wanneer naar behoren gemotiveerd en de prijs niet buitensporig hoog is - wordenals volgt vergoed (de goedkoopste optie wordt toegepast):• hetzij een kilometervergoeding in overeenstemming met de interne regels vande betreffende organisatie met een maximum van 0,22 EUR• hetzij de prijs van een trein-, bus- of vliegtuigticket (zie punt (3) hierboven).Er wordt maar één ticket vergoed, onafhankelijk van het aantal personen datmet datzelfde voertuig reist.(6) Voor huurwagens (maximum categorie B of evenwaardig) of taxi's: dedaadwerkelijke kosten als deze niet buitensporig zijn vergeleken met anderetransportmiddelen (bovendien moet hier rekening gehouden worden met anderebelangrijke factoren zoals tijd, veel bagage wegens de aard van het project). Deterugbetaling gebeurt onafhankelijk van het aantal personen dat met hetzelfdevoertuig reist.Voor Multilaterale projecten van Comenius worden de reiskosten (op basis van dedaadwerkelijk gemaakte kosten) met betrekking tot mobiliteitsactiviteiten tijdens deinitiële lerarenopleiding en verblijfkosten afzonderlijk geregistreerd onder Andere kosten.Ook hier zijn de regels voor reis- en verblijfkosten van toepassing.Uitrustingskosten(1) De aankoop, huur of leasing van uitrusting (nieuw of tweedehands), waaronder ookde installatie, het onderhoud en de verzekering ervan, komen in aanmerking:• alleen wanneer ze gedetailleerd en noodzakelijk zijn voor het bereiken van dedoelstellingen van het project/de actie. De voorgestelde uitrustingskostenmoeten altijd duidelijk uitgelegd en in detail gerechtvaardigd worden. Hieropzijn de regels voor aanbestedingen van kracht (zie “Kosten voor uitbesteding”hieronder)• op voorwaarde dat, uitsluitend in het geval van aankoop, de uitrusting wordtafgeschreven in overeenstemming met de belastings- en boekhoudregels dievan toepassing zijn op de begunstigde/consortiumpartner die de kosten maakten volgens de algemeen aanvaarde afschrijvingsperiodes voor dit soortartikelen. Alleen dat gedeelte van de afschrijving van de uitrusting datovereenstemt met de duur van de actie en het eigenlijke gebruik voor de actiemag opgevoerd worden. De aanvrager moet de toegepaste regels toelichten.Indien de aard en/of context van het gebruik een andere berekeningrechtvaardigen, moet dit naar behoren bewezen worden.http://ec.europa.eu/llp 56


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I(2) De kosten voor de uitrusting voor de administratie van het project (m.a.w. pc's,laptops, enz.) en de uitrusting die voor de aanvang van een project werdaangekocht, kunnen alleen opgevoerd worden als indirecte kosten van het project.(3) De totale uitrustingskosten mogen niet meer dan 10% bedragen van de inaanmerking komende kosten van het project.(4) Partners uit derde landen kunnen geen uitrustingskosten declareren.Kosten voor uitbesteding(1) De kosten als gevolg van aanbestedingen voor het uitvoeren van specifieke entijdelijke werkzaamheden voor het project, kunnen in aanmerking genomen wordenwanneer ze door een partner aan een externe autoriteit, organisatie of persoonworden toegekend (alleen indien deze geen dienstbetrekking heeft met een van departnerorganisaties van het consortium). Dit omvat werkzaamheden zoals26 27vertalingen, tolkwerk en drukwerk enz.(2) Om het concept van het projectpartnerschap niet in het gedrang te brengen, mogenhet management en de algemene administratie van het project niet uitbesteedworden.(3) De kosten worden gebaseerd op een controleerbare schatting of, indien deonderaannemer geïdentificeerd is in overeenstemming met de in de punten 4 en 5hieronder uiteengezette procedures, op basis van zijn offerte. De schatting/offertezal alle kosten bevatten (d.w.z. personeelskosten plus reiskosten, enz.).(4) De aanvrager zal het contract gunnen aan de offerte die de beste kwaliteitprijsverhoudingbiedt, dus aan de offerte die de beste kosten-batenverhoudinggarandeert in overeenstemming met de principes van transparantie en gelijkebehandeling van potentiële onderaannemers. Bovendien moet belangenverstrengelingworden vermeden.(5) De volgende specifieke regels van de Europese Unie in verband met aanbestedingenzijn van toepassing:• Contracten voor minder dan 12 500 EUR mogen na voorlegging van eenfactuur betaald worden• Voor contracten tussen 12 500 EUR en 25 000 EUR moeten minstens drieoffertes gevraagd worden• Voor contracten tussen 25 000 EUR en 60 000 EUR moeten minstens vijfoffertes gevraagd worden• Op contracten van meer dan 60 000 EUR zijn de nationale regels vooraanbestedingen van toepassing.(6) De totale kosten voor uitbesteding mogen niet meer dan 30% bedragen van detotale directe kosten van het project26 Dit slaat op personen die eventueel zelfstandige zijn, m.a.w. die verantwoordelijk zijn voor hun eigensocialezekerheidsbijdragen, pensioen en belastingen. Er moet altijd rekening gehouden worden met de definitievan de nationale wetgeving voor deze personen.27 Dit omvat ook consultants die een eenmalige dienst verlenen waarvoor een honorarium wordt betaald.http://ec.europa.eu/llp 57


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I(7) Partners uit derde landen kunnen geen uitbestedingskosten declareren.Andere kostenAndere kosten worden toegekend op basis van de daadwerkelijke kosten.(1) De categorie “Andere kosten” kan alleen kosten omvatten die door de partners zelfzijn gemaakt.(2) Kosten die rechtstreeks voortkomen uit:• vereisten die door de subsidieovereenkomst worden opgelegd, komen inaanmerking (verspreiding van informatie, gedetailleerde evaluatie van deactie, audits, reproductie, vertaling, enz.), inclusief de kosten van financiëlediensten (met name de kosten van financiële waarborgen)• de verwezenlijking van specifieke activiteiten of van producten/resultaten vanhet project, komen in aanmerking (bijv. de organisatie van seminars wanneerhet seminar voorzien is als product/resultaat en waarbij de kosten voor detaak gemakkelijk aan te wijzen zijn), het opstellen van seminarverslagen, deproductie van een video, de aankoop van verbruiksgoederen die nodig zijn omhet product tot stand te brengen (papier om publicaties op af te drukken, legedvd's), enz.(3) Alle kosten die zijn gemaakt via uitbesteding, moeten worden vermeld onder decategorie “Uitbesteding”.(4) Alleen gedetailleerde activiteiten die noodzakelijk zijn voor de doelstellingen van hetproject, worden aanvaard. De voorgestelde kosten moeten altijd naar behorengerechtvaardigd worden.(5) Wanneer reis- en/of verblijfkosten terugbetaald worden aan derden (d.w.z. voor dekosten van mensen die geen personeelsleden zijn van de partners in het consortiumen die geen onderaannemers zijn), gelden de regels die van toepassing zijn op devergoeding van kosten voor personeel van de partners in het consortium.(6) In bepaalde gevallen is het mogelijk dat ook andere kosten die niet gedekt wordendoor de bovenvermelde categorie "andere kosten", in aanmerking komen. Enkelevoorbeelden hiervan zijn: eenmalige kosten voor persberichten en publiciteit, deaankoop van auteursrechten en andere intellectuele eigendomsrechten, de aankoopvan informatiemateriaal (boeken, studies en elektronische gegevens);conferentiegelden; inschrijvingsgelden voor conferenties; huur vantentoonstellingsruimte, enz. Ook reiskosten en verblijfkosten voor multilateraleprojecten van Comenius met betrekking tot mobiliteitsactiviteiten tijdens de initiëlelerarenopleiding vallen hieronder.Alle kosten die verband houden met de administratie van het project (m.a.w.verbruiksgoederen, voorraden, fotokopieerkosten, telefoonkosten, papier, enz.) wordengedekt door de indirecte kosten van het project.4.G. JEAN MONNET-PROGRAMMA – KERNACTIVITEIT 1Subsidies in het kader van het Jean Monnet-programma voorzien in medefinancieringdoor de EU in de vorm van subsidies ter ondersteuning van onderzoek naar Europesehttp://ec.europa.eu/llp 58


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Iintegratie aan universiteiten wereldwijd. De subsidies zijn primair bedoeld om gedurendedrie academische jaren de kosten te dekken van de geboden onderwijsactiviteiten engedurende een of twee jaar de kosten die verband houden met de organisatie vanconferenties en seminars op het gebied van onderzoek naar Europese integratie.In het kader van deze oproep zullen twee financieringsstelsels naast elkaar wordengehanteerd, naargelang het type Jean Monnet-actie.Voor Jean Monnet-leerstoelen, Jean Monnet-leerstoelen ad personam, lespakketten eninformatie- en onderzoeksactiviteiten zal een nieuw stelsel van forfaitairefinanciering worden gehanteerd voor de toekenning van subsidies in het kader vanKernactiviteit 1 van het Jean Monnet-programma.Voor Jean Monnet-kenniscentra, verenigingen van hoogleraren en onderzoekers, enmultilaterale onderzoeksteams blijft de gebruikelijke financiering van subsidiabele kostenop basis van een begroting van toepassing.I.- FORFAITAIRE FINANCIERINGHet stelsel van forfaitaire financiering is bedoeld ter ondersteuning vanonderwijsactiviteiten (Jean Monnet-leerstoelen, Jean Monnet-leerstoelen ad personam enlespakketten) en de organisatie van conferenties, rondetafelgesprekken enz. (informatieenonderzoeksactiviteiten). Het forfaitaire subsidiebedrag voor onderwijsactiviteitenwordt toegekend op basis van het aantal lesuren voor Jean Monnet-leerstoelen,Jean Monnet-leerstoelen ad personam en modules, en op basis van het aantaldeelnemers in verband met de organisatie van conferenties en workshops voorInformatie- en onderzoeksactiviteiten.I.1 - Jean Monnet-leerstoelen, Jean Monnet-leerstoelen ad personam enlespakkettenHet forfaitaire subsidiebedrag wordt vastgesteld op basis van de berekende nationaleonderwijskosten per uur. Daarvoor wordt de volgende methode gevolgd:a. De berekende nationale onderwijskosten per uur worden vermenigvuldigd met het(minimum)aantal uren dat nodig is voor een lespakket (120 uur) of de Jean Monnetleerstoelen Jean Monnet-leerstoelen ad personam (270 uur).b. Voornoemde kostenbasis wordt verhoogd met een 'extra' percentage van 10% vooreen Jean Monnet-leerstoel en een Jean Monnet-leerstoel ad personam en van 40% vooreen lespakket. Deze verhoging is voor de aanvullende academische activiteiten in eenlespakket en een leerstoel (zoals personeelskosten, reis- en verblijfkosten, kosten vanverspreiding, kosten van lesmateriaal en indirecte kosten).Het extra percentage is hoger voor een lespakket dan voor een leerstoel omdat deverwachting is dat er voor dit type actie meer aanvullende (begeleidende) activiteitenzullen zijn waarbij mogelijk diverse docenten/hoogleraren betrokken zijn.Het definitieve subsidiebedrag wordt verkregen door toepassing van het maximum van75% EU-financiering van de totale projectkosten met inachtneming van hethttp://ec.europa.eu/llp 59


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Isubsidieplafond voor elk projecttype (45 000 EUR voor Jean Monnet-leerstoelen en21 000 EUR voor lespakketten).Tabel 6– Nationale onderwijskosten per uur voor Jean Monnet-leerstoelen, JeanMonnet-leerstoelen ad personam en lespakkettenEU-lidstatenAndere landenOnderwijskostenschaal(€)Onderwijskostenschaal(€)België 193 Antigua en Barbuda 94Bulgarije 80 Australië 200Cyprus 148 Bahrein 177Denemarken 200 Barbados 97Duitsland 196 Brunei Darussalam 200Estland 100 Canada 199Finland 182 Equatoriaal-Guinea 102Frankrijk 180 Hongkong, China 200Griekenland 151 IJsland 177Hongarije 98 Israël 143Ierland 176 Japan 176Italië 166 Koeweit 200Letland 87 Korea, Rep. 145Litouwen 89 Kroatië 101Luxemburg 200 Libië 87Malta 120 Nieuw-Zeeland 140Nederland 200 Noorwegen 200Oostenrijk 200 Oman 129Polen 98 Russische Federatie 97Portugal 121 Saudi-Arabië 127Tsjechië 125 Seychellen 89Roemenië 80 Singapore 200Slovenië 139 Trinidad en Tobago 133Slowakije 114 Verenigde Staten 200Spanje 167 Zwitserland 200Verenigd Koninkrijk 198Zweden 200 Alle overige landen 80I.2 - Voorlichtings- en onderzoeksactiviteiten (VOA) en voorlichtings- enonderzoeksactiviteiten voor Leren over de EU op school (VOA LEU)Het forfaitaire subsidiebedrag wordt bepaald op basis van een berekende toelageschaalvoor deelnemers, en wel als volgt:a. De berekende toelageschaal voor deelnemers, die de deelnamekosten van nietplaatselijkecontribuanten dekt, alsmede hun reis- en verblijfkosten, wordtvermenigvuldigd met het totale aantal deelnemers en met het aantal dagen dat hetevenement loopt.http://ec.europa.eu/llp 60


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Ib. De uitkomst van de hierboven genoemde berekening wordt verhoogd met een vastbedrag van respectievelijk 5 000 EUR (VOA) en 25 000 EUR (VOA LEU) voor productieenverspreidingskosten.De uiteindelijke toelage wordt verkregen door toepassing van het EU-maximum van 75%financiering van de totale projectkosten, met inachtneming van het plafond van detoelage voor dit type project (40 000 EUR voor VOA en 60 000 EUR voor VOA LEU).De tabel met de toelagen voor plaatselijke en niet-plaatselijke deelnemers, en de naderebijzonderheden over de berekening van afzonderlijke toelagen volgens het stelsel vanforfaitaire financiering, zijn te vinden op de website van het Uitvoerend Agentschap:http://eacea.ec.europa.eu/llp/funding/2012/call_jean_monnet_action_ka1_2012_en.phpDe toelageschaal voor niet-plaatselijke deelnemers (voor logies- en verblijfkosten) isgebaseerd op dagvergoedingen van de Commissie, evenwel verminderd met 35 EUR inverband met de lunchuitgaven die al zijn gedekt door de toelageschaal voor plaatselijkedeelnemers.II. – FINANCIERING VAN KOSTEN OP BASIS VAN BEGROTINGII.1 - Jean Monnet-kenniscentra, verenigingen van hoogleraren enonderzoekers, en multilaterale onderzoeksteamsVoor Jean Monnet-kenniscentra, verenigingen van hoogleraren en onderzoekers, enmultilaterale onderzoeksteams geldt de gebruikelijke benadering op basis van eenbegroting van subsidiabele kosten en dient in de subsidieaanvraag een gedetailleerdegeraamde begroting te zijn opgenomen waarin alle prijzen in euro's luiden. Aanvragersuit niet-eurolanden moeten de prijzen omrekenen volgens de in het Publicatieblad van deEU, C-serie, bekendgemaakte koersen op de datum van publicatie van de oproep tot hetindienen van voorstellen.De geraamde begroting voor de drie betrokken acties moet qua uitgaven en ontvangstenin evenwicht zijn en duidelijk laten zien welke kosten in aanmerking komen voorfinanciering uit de EU-begroting. De aanvrager dient de middelen en bedragen uiteventuele andere EU-bronnen te vermelden die zijn ontvangen of aangevraagd inhetzelfde boekjaar voor dezelfde actie of voor een andere actie en voorroutineactiviteiten.Het percentage eigen middelen dat in de geraamde begroting is opgenomen onderontvangsten wordt geacht een gegarandeerd minimum te zijn, dat in de eindafrekeningdient te worden gerespecteerd. De toegekende subsidie dekt nooit meer dan 75% van desubsidiabele kosten.PersoneelskostenDe kosten van personeel dat aan de actie is toegewezen, door de begunstigde of door demedebegunstigden, omvatten de daadwerkelijke salarissen verhoogd met de socialelasten en andere in de beloning opgenomen wettelijke kosten.http://ec.europa.eu/llp 61


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IDe personeelskosten zullen moeten worden onderbouwd door de aanvrager. Als dekosten de in bovenstaande tabel 5a aangegeven maxima overschrijden, wordt hetverschil niet in aanmerking genomen.Aanvullende criteria voor personeelskosten voor Jean Monnet-projectenVoor niet-EU-landen mogen personeelskosten de normale kosten per personeelscategoriein het betrokken land niet te boven gaan.Personeelskosten moeten worden onderverdeeld in de categorieën 1 tot en met 4 van deinternationale standaardclassificatie van beroepen (ISCO). In elk geval gelden devolgende maxima:• Personeelscategorie 1 (maximum 450 EUR per dag)• Personeelscategorie 2 (maximum 300 EUR per dag) – hoogleraren aan universiteit• Personeelscategorie 3 (maximum 250 EUR per dag)• Personeelscategorie 4 (maximum 125 EUR per dag)VerblijfkostenVoor alle typen project kunnen verblijfkosten worden opgenomen.De verblijfkosten zullen moeten worden onderbouwd door de aanvrager. Als de kosten dein bovenstaande tabel 5b aangegeven maxima overschrijden, wordt het verschil niet inaanmerking genomen. Voor niet-EU-landen dienen deze kosten te worden gebaseerd opde maximumvergoeding die op de website van het Uitvoerend Agentschap wordt vermeldin het gedeelte over Jean Monnet-projecten.ReiskostenReiskosten worden toegekend op basis van daadwerkelijke kosten. Hiervoor geldendezelfde criteria als voor multilaterale projecten, netwerken en flankerende maatregelen.UitrustingskostenUitrustingskosten worden toegekend op basis van daadwerkelijke kosten. Hiervoorgelden dezelfde criteria als voor multilaterale projecten, netwerken en flankerendemaatregelen.Andere kostenAndere kosten worden toegerekend op basis van daadwerkelijke kosten. Hiervoor geldendezelfde criteria als voor multilaterale projecten, netwerken en flankerende maatregelen.OnderwijskostenIndien dit gerechtvaardigd is, kan deze kostencategorie ook worden gehanteerd voorJean Monnet-kenniscentra. In dat geval dienen de in bovenstaande tabel 6 opgenomennationale onderwijskosten per uur te worden toegepast.Als de onderwijskosten hoger zijn dan de aangegeven maxima, wordt het verschil niet inaanmerking genomen. De kosten kunnen worden geverifieerd.http://ec.europa.eu/llp 62


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I5. VERSPREIDING EN GEBRUIK VAN RESULTATEN INHET PROGRAMMA EEN LEVEN LANG LERENHet programma Een Leven Lang Leren 2007-13 bevat een specifieke voorziening voor de‘verspreiding en het gebruik van resultaten van projecten en andere activiteiten dieworden gesteund in het kader van het programma en vorige verwante programma's envoor de uitwisselingen van goede praktijken’ (artikel 3, lid 2, onder d)). Voor dezeverspreidingsactiviteiten is de volgende steun beschikbaar:• Projecten in het kader van tal van acties in ieder van de vier sectoraleprogramma’s en de Kernactiviteiten 2 voor Talen en 3 voor ICT moeten een planvoor de verspreiding en het gebruik van de resultaten voorleggen en uitvoeren(ex-anteverspreiding en gebruik van resultaten)• De flankerende maatregelen binnen de vier sectorale programma’s en deKernactiviteit 2 - Talen zijn beschikbaar voor activiteiten om resultaten bekend temaken, te verspreiden en te gebruiken, evenals voor de thematische monitoringvan lopende projecten in vergelijkbare gebieden• Het programma bevat ook een innovatieve nieuwe Kernactiviteit 4 voor de‘verspreiding en het gebruik van resultaten’ binnen het transversale programmaDeze sectie van de Gids Een Leven Lang Leren biedt algemene informatie over deverspreiding en het gebruik van de resultaten en specifieke richtlijnen voorprojectcoördinatoren die steun willen aanvragen voor deze doeleinden binnen desectorale programma's en Kernactiviteiten 2 voor Talen en 3 voor ICT. Ze moeten samenmet advies over de specifieke actie gebruikt worden.Informatie voor aanvragers binnen Kernactiviteit 4 ‘Verspreiding en gebruik vanresultaten’ vindt u in de sectie Kernactiviteit 4 van deel IIa en IIb van deze gids.http://ec.europa.eu/llp 63


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I5.A. WAT WORDT VERSTAAN ONDER VERSPREIDING EN GEBRUIK VANRESULTATEN?Wat is de beweegreden voor de verspreiding en het gebruik van resultaten?De systematische verspreiding en het systematische gebruik van resultaten zijn cruciaalom de invloed te helpen maximaliseren van activiteiten onder dit en vorige onderwijs- enopleidingsprogramma's van de EU ter ondersteuning van de Europa 2020-strategie en teruitvoering van het werkprogramma ‘Onderwijs en Opleiding’. De mogelijke voordelenzijn:• de duurzaamheid van projectresultaten verbeteren in overeenstemming met debehoeften van eindgebruikers• besparingen realiseren door bestaande praktijken te hanteren (niet ‘het wiel opnieuwuitvinden’)• munt slaan uit investeringen• resultaten overdragen om systemen en praktijken om te vormen en op die manier deimpact van programma’s en projecten die door de EU worden gesubsidieerd, opsysteemniveau te verbeteren• de tijd die nodig is om beleid en processen te vernieuwen, in te korten• het beleidsproces stimuleren (peer learning, open coördinatiemethode).Wat wordt bedoeld met "verspreiding en gebruik van resultaten"?'Verspreiding en gebruik van resultaten' verwijst naar activiteiten die werden ontwikkeldom ervoor te zorgen dat de resultaten van het programma Een Leven Lang Leren opgepaste wijze en op grote schaal worden erkend, gedemonstreerd en toegepast. Binnende context van het programma Een Leven Lang Leren, moet er een onderscheid wordengemaakt tussen de volgende zaken:‣ Bevordering en bewustmaking: Deze term wordt hoofdzakelijk gebruikt in decontext van het bekendmaken van het bestaan van programma’s en initiatieven, hundoelen, doelstellingen en activiteiten en de beschikbaarheid van subsidies voorbepaalde doelen. Deze definitie omvat dus niet de publicatie van resultaten.Bevordering en bewustmaking vinden vooral plaats voor en tijdens de eigenlijkeuitvoering van de programma’s of initiatieven en worden ondernomen door het DGEAC in samenwerking met het Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele mediaen cultuur en de Nationale Agentschappen.‣ Verspreiding: Dit wordt gedefinieerd als een gepland proces vaninformatieverschaffing aan belangrijke actoren over de kwaliteit, de relevantie en dedoeltreffendheid van de resultaten van programma’s en initiatieven. De verspreidingvindt plaats naarmate en wanneer de resultaten van programma’s en initiatievenbeschikbaar worden gesteld. Deze activiteit vindt plaats op zowel het niveau van hetproject als van het programma en houdt de actieve deelname in van intermediaireinstellingen.‣ Gebruik bestaat uit 'mainstreaming' (veralgemenisering) en 'vermenigvuldiging'.'Mainstreaming' is het geplande proces van het overbrengen van succesvolleresultaten van programma’s en initiatieven naar de relevante beleidsmakers ingereguleerde lokale, regionale, nationale of Europese systemen. Hetvermenigvuldigen van resultaten is het geplande proces waarin individueleeindgebruikers ervan worden overtuigd om de resultaten van programma’s enhttp://ec.europa.eu/llp 64


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Iinitiatieven over te nemen en/of toe te passen. 28 Ook dit kan zowel op project- als opprogrammaniveau plaatsvinden.'Verspreiding' en 'gebruik' zijn dus twee verschillende concepten maar ze hangen welnauw met elkaar samen. De sleutels tot een succesvol gebruik van resultaten zijn:‣ het produceren van relevante resultaten uit projecten en programma's/initiatievenom te voldoen aan de vraag van leveranciers, beleidsmakers en ten slotte demaatschappij in het algemeen‣ ervoor zorgen dat dergelijke resultaten de juiste doelgroepen bereiken en wel ineen formaat en op een moment dat ze er voordeel uit kunnen halen door detoepassing van een doeltreffende verspreiding en efficiënt gebruik.Is dit hetzelfde als valorisatie?Ja. 'Valorisation' is het Franse equivalent voor 'de verspreiding en het gebruik vanresultaten'. De twee termen worden in het Engels soms door elkaar gebruikt in decontext van het programma Een Leven Lang Leren van de EU en zijn voorgangers.Wat zijn resultaten?De uitdrukking ‘resultaten van programma's en initiatieven’ dekt de resultaten vanindividuele projecten, evenementen, activiteiten, mobiliteitsperiodes, enz. Deze kunnenopgedeeld worden in vijf hoofdtypes: producten, methodes, ervaringen, beleidslessen enEuropese samenwerking.Meer informatie over de strategie van het DG EAC voor de verspreiding en het gebruikvan resultaten van projecten, programma's en aanverwante activiteiten vindt u op dewebsite van het directoraat-generaal Onderwijs en cultuur onder de rubriek'Dissemination and exploitation' ('Verspreiding en gebruik'):http://ec.europa.eu/dgs/education_culture/valorisation/index_en.htmlVoor wie is deze informatie bedoeld?• Kandidaten die een aanvraag indienen voor multilaterale projecten binnen desectorale programma’s moeten als onderdeel van hun aanvraag ook eengedetailleerd plan voor de verspreiding en het gebruik van resultaten bijvoegen.• Kandidaten die een subsidieaanvraag indienen voor andere acties van de sectorale entransversale programma’s moeten controleren of de specifieke vereisten ook plannenomvatten voor de verspreiding en het gebruik van resultaten. De algemenerichtsnoeren en de ‘checklist’ kunnen kandidaten in ieder geval en ongeacht hetonderdeel van het programma Een Leven Lang Leren helpen om zich meer te richtenop de projectresultaten en -impact.Belangrijke informatie voor de voorbereiding van een goed plan voor de verspreiding enhet gebruik van resultatenAlle aanvragen voor multilaterale projecten moeten een duidelijk, gedetailleerd enwelomlijnd plan omvatten voor de verspreiding en het gebruik van resultaten. Dit is éénvan de belangrijkste aspecten waarop een voorstel wordt geëvalueerd. Een slechte28 De definities van mainstreaming en vermenigvuldiging werden aangepast op basis van de Guide to AchievingImpact for Project Promoters; Gemeenschapsinitiatief WERKGELEGENHEID; DG Werkgelegenheid en socialezaken (1997).http://ec.europa.eu/llp 65


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Istrategie voor de verspreiding en het gebruik van de beoogde resultaten zal met anderewoorden de kansen dat het project geselecteerd wordt, doen afnemen.Een goed plan voor de verspreiding en het gebruik van resultaten moet in het bijzonderde volgende punten behandelen:• Een duidelijke en dynamische focus op de behoeften van de gebruikerVoorstellen moeten gebaseerd zijn op een duidelijke en goed onderbouwdepresentatie van de behoefteanalyse van de betrokken doelgroepen en van deresultaten die voorgesteld worden als antwoord op deze behoeften. Het plan voor deverspreiding en het gebruik van resultaten moet beschrijven hoe deze analyse tijdensde volledige duur van het project zal worden geëvalueerd en bijgewerkt om ervoor tezorgen dat de resultaten relevant blijven voor de vereisten van de beoogdeeindgebruikers. Het plan moet ook onderzoeksactiviteiten aangeven om brederedoelgroepen te identificeren met een mogelijke belangstelling voor de resultaten,evenals maatregelen om, waar mogelijk, de behoeften van deze bredere groepen vastte leggen en er gehoor aan te geven (mogelijke overdracht van de eindresultaten).• Gedeelde verantwoordelijkheid van alle partnersDe verantwoordelijkheid voor de verspreiding en het gebruik van resultaten ligt bijhet partnerschap in zijn geheel en in zijn hoedanigheid van bron/eigenaar van dezeresultaten. Alle projectpartners moeten daarom op actieve wijze betrokken zijn bij hetuitvoeren van de maatregelen die in het exploitatieplan worden uiteengezet. Hetgebruik van resultaten mag niet gezien worden als uitsluitend voorbehouden voor departners die specifieke marketingexpertise en vaardigheden om resultaten teverspreiden, aanbieden. Het plan moet duidelijk beschrijven welke specifieke takeniedere partner heeft tijdens de duur van het project en die moeten overeenkomenmet hun specifieke interesses en expertise.• Een voortdurend procesActiviteiten voor de verspreiding en het gebruik van resultaten moeten al vanaf hetbegin van het voorstel voor het project worden ontwikkeld en gepland, bijvoorbeeldals een hulpmiddel voor het uitwerken en testen van het ontwerp van het voorstel.Deze activiteiten moeten tijdens de volledige duur van het project plaatsvinden omervoor te zorgen dat de eindresultaten zo relevant, bruikbaar, zichtbaar entoegankelijk mogelijk zijn.• Het leven na het projectDe plannen voor de verspreiding en het gebruik van resultaten moeten activiteitenomvatten die zijn ontwikkeld om de voortdurende zichtbaarheid, toegankelijkheid entoepassing van de resultaten na afloop van het project te verzekeren, om een zogroot mogelijke impact en duurzaamheid te garanderen.5.B. HET OPSTELLEN VAN EEN STRATEGIE EN PLAN VOOR DEVERSPREIDING EN HET GEBRUIK VAN RESULTATENChecklist voor projectaanvragershttp://ec.europa.eu/llp 66


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IBehoefteanalyse• Bevat het project een analyse vooraf van de behoeften waaraan het project wilvoldoen?Het raadplegen van de bekende en potentiële toekomstige gebruikers/begunstigdenvan de projectresultaten is cruciaal op dit moment.• Bevat het project een nauwkeurige analyse van de stand van zaken in hetvoorgestelde activiteitenveld?Dit is belangrijk om de meerwaarde van het project aan te tonen en om te vermijdendat het overbodig is; hierbij kan een SWOT-analyse 29 nuttig zijn.• Wordt er zowel bij het plannen en ontwerpen van het project als tijdens het uitvoerenervan, rekening gehouden met de behoeften van de uiteindelijke begunstigden en depotentiële gebruikers van de resultaten? Worden ze van meet af aan op de hoogtegehouden van en betrokken bij de activiteiten?Partnerschap/consortium• Zorgt het project voor een stabiel partnerschap/consortium? Is hetpartnerschap/consortium gebaseerd op een bestaande/vroegere samenwerking?Maakt het deel uit van een samenwerking op middellange of lange termijn tussen departners? Wanneer het voornamelijk uit nieuwe partners bestaat, omvat het projectdan specifieke acties om hun samenwerking te ontwikkelen en te versterken?• Verschaft het partnerschap/consortium contacten (rechtstreekse of via betrouwbaretussenschakels en netwerken) met de meest representatievebeleidsmakers/belanghebbenden en beroepsbeoefenaren in de gebieden waar hetproject zich op richt?• Omvat het partnerschap/consortium organisaties waarvan verwacht wordt dat ze deresultaten van het project zullen opnemen in nationale, regionale en/of sectoralesystemen/praktijken op het vlak van onderwijs, beroepsopleidingen, cultuur of jeugd?• Kunnen de projectpartners aantonen dat ze in staat en bereid zijn om ervoor tezorgen dat de resultaten opgevolgd zullen worden na de voltooiing van het project?(d.w.z. updaten, toepassen, voortdurende verspreiding, overdracht, followupactiviteiten,enz.)• Hebben de partners professionele ervaring op het vlak van deverspreiding/publicatie/bekendmaking/marketing van resultaten?• Zijn er voorzieningen getroffen voor een overeenkomst tussen de partners over deintellectuele eigendomsrechten?Een dergelijke overeenkomst is niet verplicht, maar kan nuttig zijn. Ze mag echter ingeen geval verhinderen dat derde partijen in de toekomst gebruik kunnen maken vanhet product en mag het recht om het product te commercialiseren niet in de wegstaan.Verspreidings- en gebruiksactiviteiten• Vinden verspreidings- en gebruiksactiviteiten voortdurend plaats tijdens het project?Verspreidings- en gebruiksactiviteiten moeten al bij de start van het project beginnenen voortgezet worden tijdens de uitvoering van het project maar ook na afloop van29 SWOT = strengths, weaknesses, opportunities, threats m.a.w. een sterkte-zwakteanalyse (het plannen vanactiviteiten rekening houdend met de geïdentificeerde sterke punten, zwakke punten, mogelijkheden en risico’sdie verbonden zijn met het project, de partners en de externe omstandigheden).http://ec.europa.eu/llp 67


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Ihet contract. Op die manier ondersteunen ze de impact op langere termijn en deduurzaamheid van de projectresultaten.• Zijn de verspreidings- en gebruiksactiviteiten gedetailleerd, duidelijk en preciesomschreven?Voorbeelden: het aantal personen waarop de verspreidings- en gebruiksactiviteitenzich richten en die hier baat bij hebben, het percentage van de begroting datvoorbehouden is voor de verspreiding en het gebruik van resultaten, verspreidings-/gebruiksactiviteiten die op andere multiplicatoren gericht zijn, middelen omresultaten op lange termijn te verspreiden en te gebruiken zoals wetenschappelijkeartikelen, congressen, websites, commercialisering, overeenkomsten met gebruikersvan de resultaten voor een gebruik op lange termijn; en op korte termijn, de media,seminars, conferenties, tentoonstellingen, testen van prototypes door mogelijkegebruikers/begunstigden van het resultaat.• Zijn de verspreidings- en gebruiksactiviteiten aangepast aan en geschikt voor dedoeleinden van het project en de begunstigden? Zijn de verspreidingskanalengeschikt voor de doelgroep?• Worden de verspreidings- en gebruiksactiviteiten op verschillende niveausgeorganiseerd (d.w.z. op lokaal, regionaal, nationaal, Europees en sectoraal niveau)via doeltreffende tussenschakels zoals (transnationale) netwerken?• Delen alle projectpartners de verantwoordelijkheid voor de verspreiding en hetgebruik? Zo nee, waarom niet? Zijn de rollen van de partners duidelijk omschrevenen werden de taken op een duidelijke en gepaste wijze onder hen verdeeld?• Is er een voortdurende interactie tussen de projectpartners en de bekende enpotentiële eindgebruikers/begunstigden van de resultaten?De rechtstreekse begunstigden van het project zijn die waarop de projectresultatenrechtstreeks gericht zijn, maar er moeten ook voorzieningen getroffen worden voorverspreidings- en gebruiksactiviteiten binnen een bredere groep potentiëlegebruikers/begunstigden, politieke beleidsmakers en/of belangrijke spelers binnenhet activiteitenveld van het project.• Worden de eindgebruikers en potentiële begunstigden van de resultaten rechtstreeksbetrokken bij de verschillende fases van het project en worden ze in de loop van hetproject regelmatig geraadpleegd?Hun advies en vereisten zijn van essentieel belang met het oog op het producerenvan kwalitatieve resultaten die onmiddellijk bruikbaar zijn en die meer kans op impactgeven. De gebruikers kunnen in verschillende fases betrokken worden, bijvoorbeeldbij het bepalen en herzien van de vereisten, bij het testen van het prototype, en bijhet evalueren van de tussentijdse en eindresultaten. Deze betrokkenheid is belangrijkom de aanpassing van de resultaten en een mogelijke hervorming van bepaaldeprojectactiviteiten mogelijk te maken. De eindgebruikers en uiteindelijkebegunstigden kunnen betrokken worden via een officiële partnerovereenkomst, alsstille partners, als leden van een projectstuurgroep of focusgroep, enz.).• Omvat het project bijvoorbeeld voor zijn voltooiing een fase waarin het productgetest wordt door de uiteindelijke begunstigden/eindgebruikers?Bij het aanpassen en afronden van het product moet er rekening gehouden wordenmet de resultaten van deze test.http://ec.europa.eu/llp 68


http://ec.europa.eu/llp 69GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL IFollow-up• Wat gebeurt er wanneer het project afgelopen is? Zullen de resultaten wordenbijgewerkt na de voltooiing van het project? Hoe zal de toegang tot de resultatenworden verzekerd na de voltooiing van het project? Hoe zullen de noodzakelijkebijwerkingen gesubsidieerd worden? Indien er voor het product een soortklantenondersteuning nodig is, hoe zal deze dienst dan geleverd worden?• Zijn er voorzieningen getroffen om de projectresultaten door te geven aan anderepotentieel geïnteresseerde personen en organisaties en met name aan beleidsmakersen de belangrijkste belanghebbenden?Ideaal zou zijn dat de resultaten opgenomen worden in systemen en praktijken. Inhet geval van onderwijsmateriaal voor opleidingen/het onderwijs kan dit bijvoorbeelddoor het te laten erkennen/certificeren. Daarom is de betrokkenheid vanbeleidsmakers van essentieel belang voor de duurzaamheid van de resultaten.Ook de overdracht van de voor een project ontwikkelde resultaten en werkwijzennaar andere organisaties is cruciaal. Er wordt sterk aanbevolen om dit te doen viaopleidingen georganiseerd door projectpartners of andere geschikte organisaties.• Kunnen de verwachte resultaten (producten en processen) worden overgedragen open gebruikt worden door andere sectoren/doelgroepen/sociale en cultureleomgevingen? Kan deze overdraagbaarheid van de resultaten verbeterd worden?Voorbeelden – technisch gezien gebruiksvriendelijk product, het product omvatplannen voor onderhoud en follow-up na voltooiing van het project; een proces datnieuwe opleidingsbenaderingen aandraagt; resultaten die gericht zijn op eendoelgroep die momenteel niet wordt bereikt; een product dat zodanig is ontworpendat de inhoud en/of technologie ervan gemakkelijk kan worden aangepast; processendie problemen op Europese schaal oplossen; resultaten beschikbaar in verschillendetalen, enz.5.C. ALGEMENE KENMERKEN VAN PROJECTRESULTATENDe resultaten kunnen in vijf hoofdcategorieën verdeeld worden. De eerste drie zijndirecte projectresultaten, de andere twee indirecte projectresultaten en/of de resultatenvan programma’s en initiatieven.1) ‘Producten’ zijn tastbare en duurzame resultaten in de vorm van nieuweleerproducten, nieuwe curricula, nieuwe diploma’s, video’s, enz. Ze omvatten:• rapporten en (vergelijkende) studies• traditionele onderwijs- en opleidingsmodules zoals handboeken en andereonderwijsmiddelen• innovatieve onderwijs- en opleidingsmodules• nieuwe curricula en diploma’s• handleidingen voor nieuwe benaderingen en werkwijzen• materiaal voor onlineonderwijs en -opleiding (e-learning)• evenementen zoals conferenties, culturele evenementen, jongerenbijeenkomsten,bewustmakingscampagnes, seminars, debatten en symposia2) 'Methoden’ omvatten:• betere kennis van de deelnemers binnen een bepaald gebied en onderwerp• samenwerkingsprocessen en werkwijzen• getrokken managementlessen en knowhow


GIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL I• uitwisseling van ideeën en goede praktijken3) ‘Ervaringen’ zijn ontastbaar en mogelijk minder duurzaam dan producten enmethoden. Ze omvatten:• ervaring die is opgedaan door de projectpartners bij het beheren en uitvoeren van(transnationale) partnerschappen;• ervaring opgedaan door personen, bijvoorbeeld uit mobiliteitsperiodes in het kadervan de sectorale programma's van het programma Een Leven Lang Leren;• uitwisseling van ervaringen en beste praktijken door het opzetten van netwerken,vooral binnen de gecentraliseerde acties van het programma Een Leven LangLeren;• ervaring opgedaan door praktische projecten van het type "Partnerschap" in hetkader van de sectorale programma's van het programma Een Leven Lang Leren,enz.4) 'Beleidslessen’ ontstaan gewoonlijk uit de totaalervaring van een project binnen eenprogramma of initiatief (of een groep van programma’s of initiatieven) of uitindividuele projecten die bijzonder innovatief of doeltreffend zijn. Ze worden op eenuitgebreidere manier toegepast op het 'systeemniveau’ door multiplicatoren. Hetgenereren van beleidslessen is hoogst waarschijnlijk niet de belangrijkste zorg vanprojectcoördinatoren (en partners) noch hun belangrijkste reden om deel te nemenaan een EU-programma of -initiatief maar sommige kunnen toch erg relevant zijn enveel mogelijkheden bieden.5) 'Europese samenwerking’ deels als een middel om bewuster te worden van devoordelen van een samenwerking met Europese partners en de zichtbaarheid ervante vergroten maar ook om acties op EU-niveau te versterken. Dit omvat:• nieuwe of uitgebreide Europese partnerschappen;• transnationaal delen van ervaringen en beste praktijken;• dialoog en samenwerking tussen verschillende culturen, ontwikkeling vaninterculturele vaardigheden;• in sommige omstandigheden ook nieuwe dialogen en partnerschappen tussen EUenniet-EU-landen.5.D. PUBLICITEITAlle subsidies die in de loop van een boekjaar toegekend worden via de"Commissieprocedure" (gecentraliseerde acties) moeten binnen het eerste half jaar nahet afsluiten van het begrotingsjaar waarin ze toegekend werden, gepubliceerd wordenop de website van de EU-instellingen. Ze mogen ook via een ander geschikt mediumzoals het Publicatieblad van de EU bekendgemaakt worden. De namen van de personendie een subsidie ontvingen, zullen echter niet in het Publicatieblad of op de Europawebsiteverschijnen.Voor rechtspersonen die een subsidie ontvangen geldt:a) het volgende wordt gepubliceerd 30 :30 De aanvraagformulieren en partnerbrieven vragen het uitdrukkelijke akkoord van de aanvrager met depublicatie van de bovenvermelde gegevens door de Commissie of het Agentschap wanneer de subsidieaanvraaghttp://ec.europa.eu/llp 70


• naam en adres van de begunstigde• onderwerp van de subsidie• toegekend bedrag en financieringspercentage• de lijst van partnerorganisatiesGIDS VOOR HET PROGRAMMA EEN LEVEN LANGLEREN 2012 DEEL Ib) ze moeten de steun van de EU duidelijk vermelden in al hun publicaties of in deactiviteiten waarvoor de subsidie gebruikt wordt. Verder moeten ze de naam en hetlogo van de Europese Commissie in al hun publicaties, posters, programma's enandere producten die in het kader van de actie met medefinanciering wordengegenereerd, opnemen. Tot slot moeten ze ook een disclaimer publiceren waarinduidelijk staat dat het consortium verantwoordelijk is voor de inhoud en niet deEuropese Commissie of haar agentschappen. Als niet volledig voldaan wordt aan dezevereiste, kan de subsidie van de begunstigde verlaagd worden.c) ze moeten de beschrijving van de actie en haar tussentijdse en eindresultaten onlinebeschikbaar maken via een website die gedurende het project onderhouden wordtof/en via de informaticaplatformen die ondersteund worden door de EuropeseCommissie en gewijd zijn aan de projectverspreiding van het programma (EVE,ADAM, enz.), voor een vaste periode na de afronding. De gegevens van de websitemoeten aan het begin van de actie doorgegeven worden aan het voor de actierelevante Agentschap en bevestigd worden in het Eindrapport.5.E. BESCHERMING VAN DE PRIVACYDe subsidieaanvraag zal verwerkt worden door een computer. Alle persoonlijke gegevens(zoals namen, adressen, cv's, enz.) worden verwerkt in overeenstemming metVerordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en van de Raad van18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband metde verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen enbetreffende het vrije verkeer van die gegevens 31 . De informatie van de aanvragers dienodig is om hun subsidieaanvraag te evalueren, zal alleen voor dat doel gebruikt wordendoor het departement dat verantwoordelijk is voor het betreffende programma. Deaanvrager kan zijn/haar persoonlijke gegevens opvragen ter verbetering of aanvulling.Alle vragen in verband met deze gegevens moeten gericht worden aan het relevanteAgentschap waarnaar het aanvraagformulier gestuurd moet worden. Begunstigdenkunnen te allen tijde een klacht indienen betreffende de verwerking van hun persoonlijkegegevens bij de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming op:http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/.Meer algemene informatie en advies over de strategie van DG EAC voor de verspreidingen het gebruik van resultaten vindt u op:http://ec.europa.eu/dgs/education_culture/valorisation/index_en.htmlwordt goedgekeurd. Een begunstigde kan echter wel de vrijstelling van deze clausule aanvragen als depublicatie zijn veiligheid of financiële belangen in gevaar zou brengen.31 Publicatieblad L 8 van 12.1.2001.http://ec.europa.eu/llp 71

More magazines by this user
Similar magazines