05.01.2015 Views

BP Medewerker sociaal beleid

BP Medewerker sociaal beleid

BP Medewerker sociaal beleid

SHOW MORE
SHOW LESS

Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!

Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.

STUDIE 74BEROEPSPROFIELmedewerker <strong>sociaal</strong> <strong>beleid</strong> (m/v)


BEROEPSPROFIELmedewerker <strong>sociaal</strong> <strong>beleid</strong> (m/v)sector : sociale zorgstudiegebied : <strong>sociaal</strong>-agogisch werkopleiding : <strong>sociaal</strong> werkoptie : syndicaal werkberoep : medewerker <strong>sociaal</strong> <strong>beleid</strong>Werkgroep beroepsprofiel van de Vlaamse Hogescholenin opdracht van de Vlaamse OnderwijsraadD/1998/6356/13De leden van de werkgroep beroepsprofielen zijninhoudelijk verantwoordelijk voor het beroepsprofiel.De Vlor heeft enkel ingestaan voor een uniforme en toegankelijke lay-out.


2BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEID2 VOORONDERZOEKDecretale benaming : syndicaal werker.2.1 Socio-economische structurele ontwikkelingen in de sector2.1.1 Macro-economische situering van de sectorHet betreft hier zowel particuliere organisaties in de non-profitsector als overheidsdiensten.De eerste worden in de literatuur vaak omschreven als de klassieke en de nieuwesociale bewegingen, behorende tot het maatschappelijk middenveld.2.1.2 Beschrijving van ontwikkelingen in de sectorTal van organisaties binnen het maatschappelijk middenveld hebben bestaansrechtverworven en zullen zich allicht ook in de toekomst weten te handhaven.Relatief recente maatschappelijke probleemstellingen zoals 'de kloof tussen burgeren bestuur', 'de nieuwe sociale kwestie' en 'de nood aan maatschappelijke controle',geven sociale bewegingen een geactualiseerde bestaansreden.Sommige van deze organisaties verwerven inkomsten door in onderaanneming'overheidsopdrachten' uit te voeren.Op een aantal maatschappelijke domeinen treden de verschillende overheden subsidiërendop.Daarnaast stellen we ook de uitbouw vast van een aantal nieuwe overheidsdienstenop het vlak van milieu, jeugd, migranten, ..Opvallend hierbij is dat de federale en regionale overheid in haar <strong>beleid</strong>svoering(cf. veiligheidscontracten, Sociaal Impuls Fonds, ...) toenemend belang toekent aanhet mesoniveau in de overheidsorganisatie.2.2 Analyse van de arbeidsmarkt2.2.1 Gegevens over werkgelegenheid in de sectorOnderstaande tabel geeft een zicht op de werkgelegenheid in de sector.De gegevens werden door de auteurs verzameld via bevoorrechte getuigen.Voor vele subsectoren ontbreken echter cijfers.Verder onderzoek terzake is noodzakelijk.


BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEID 3Vakbeweging − Algemeen Christelijk Vakverbond 2700 werknemers,waarvan een belangrijkdeel profiel MSBsector/subsector aanduiding organisaties aanduiding werkgelegenheidSamenlevingsopbouwHuisvestingMilieuwelzijn en gezondheidOntwikkelingssamenwerkingJeugdmigranten en politiekevluchtelingenandere maatschappelijkegroepen :− senioren− middenstand− landbouwers− gezinnen− 4de wereld− Vlaams Instituut en Regionale Institutenvoor Samenlevingsopbouw− huurdersbonden en sociale verhuurkantoren− gemeentelijke huisvestingsdiensten− particuliere organisaties− overheidsdiensten− Christelijke Mutualiteiten (dienstenledenverdediging, bestuurlijke werking,welzijnsdiensten)− preventiediensten (particulier enoverheid)− OCMW 's− gemeentelijke welzijnsdiensten− <strong>beleid</strong>sgerichte NGO's− overheidsdiensten− gemeentelijke jeugddiensten− particuliere organisaties (JEMP, Uitde marge, ..)− locale en regionale integratiecentra− particuliere organisaties (OCIV,Steunpunt Uitgeprocedeerden)− Kristelijke Beweging van Gepensioneerden− NCMV− Boerenbond− BGJG− ATD 4de Wereld− Beweging Mensen met Laag Inkomen1501002001201200✗✗✗✗40✗150✗✗✗✗✗✗✗✗✗2.2.2 Gegevens over het beroepOnderscheid kan gemaakt worden tussen de beroepsuitoefening− in kleine of grote organisaties− in particuliere organisaties of overheidsdiensten− naargelang doel en strategie van de organisatieDe grootte van de organisatie zal in grote lijnen bepalen in welke mate de beroepskrachtverschillende opdrachten opneemt, dan wel een beperkt aantal specifiekeopdrachten.Het laatste geval kan leiden tot een uitsplitsing van het beroep 'syndicaal werker' inverschillende beroepen.Tevens kan in grotere organisaties onderscheid gemaakt worden tussen 'medewerkersvan diensten' (relatief uitvoerend niveau) en 'dienstverantwoordelijken' (bijkomendaccent op managementsopdracht).


4BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEIDDe aard van de organisatie zal mede bepalen in welke mate en ten aanzien van wiede beroepskracht verantwoording dient af te leggen over zijn werkzaamheden enhoe ruim zijn initiatiefrecht is.2.2.3 Gegevens over de functies verbonden aan het beroepHet beroep omvat 5 hoofdfuncties− collectieve probleemaanpak− studie- en onderzoekswerk− educatie− sociale dienstverlening− organisatie- en bewegingsuitbouwDe hoofdfuncties, ook hoofdopdrachten genoemd, worden verder toegelicht onderpunt 5.3.1.2.2.4 Relateren van de functies aan het beroepIn punt 2.2.2 gaven we reeds aan dat in bepaalde situaties beroepskrachten 5 voormeldefuncties combineren in hun beroepsuitoefening, en dat in andere situaties beroepskrachtenminder functies combineren.


BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEID 53 VASTLEGGING VAN DE BEROE-PENSTRUCTUUR EN DE BEROEPEN-CLUSTERSVastgesteld wordt dat in verschillende organisaties zich een beroepsuitoefening aftekent(voor verschillende benamingen van dit beroep verwijzen we naar punt 5.1) gekenmerktdoor de gerichtheid op maatschappelijke problemen.Werkgevers vertrouwen deze beroepsuitoefening bij voorkeur toe aan medewerkers met eendiploma hoger onderwijs - humane wetenschappen.Deze beroepsuitoefening kan onderscheiden worden van andere beroepen zoals maatschappelijkadviseur, personeelswerker, ...Dit kan aan de hand van de 5 hoofdfuncties die hierboven werden aangegeven (cf. 2.2.3).Schematisch geeft dit het volgende resultaatBeroepMaatschappelijk adviseurMaatschappelijk werkerPersoneelswerkerSociaal-cultureel werker<strong>Medewerker</strong> <strong>sociaal</strong> <strong>beleid</strong>Centrale functieHulpverlening - sociale dienstverleningHulpverlening - psychosociale begeleidingOrganisatieuitbouw - personeelsvoorzieningEducatieCollectieve probleemaanpak


6BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEID4 IN KAART BRENGEN VAN DERELATIE BEROEPEN ENOPLEIDINGENVoor het uitoefenen van beoogd beroep eisen werkgevers een diploma hoger onderwijs:− hetzij HOBU - 1 cyclus : opleiding <strong>sociaal</strong> werk− hetzij universitair, humane wetenschappen.Sommige werkgevers laten beginnende medewerkers starten in de opdracht 'sociale dienstverlening'en na enige tijd doorstromen naar de opdracht 'collectieve belangenverdediging'.Voor meer coördinerende en leidinggevende functies binnen betrokken organisaties wordteveneens een aantal jaren beroepservaring gevraagd.


BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEID 75 HET EIGENLIJKE BEROEPSPROFIEL5.1 BenamingDiverse termen worden gebruikt om binnen al deze organisaties het beoogde beroepof de beoogde functie aan te duiden :− vrijgestelde− propagandist− stafmedewerker− opbouwwerker− <strong>beleid</strong>smedewerker− secretaris− consulent− animator− adviseur− ...Het gaat telkens over medewerkers die het in deze tekst beschreven beroep uitoefenen.Als globale benaming kan 'medewerker <strong>sociaal</strong> <strong>beleid</strong>' gebruikt worden.5.2 Beschrijving van het beroepDe medewerker <strong>sociaal</strong> <strong>beleid</strong> organiseert en begeleidt agogische processen waarbijbelanghebbenden een antwoord op maatschappelijke situaties en problemenproberen te realiseren.Hiertoe verricht hij o.a. studie- en onderzoekswerk en organiseert hij educatieveactiviteiten.Daarnaast is hij bezig met sociale dienstverlening.Tenslotte neemt hij verantwoordelijkheid op in het uitbouwen van de organisatie enis hij veelal de eerste contactpersoon tussen publiek/leden en deze organisatie.5.3 Beschrijving van de activiteiten5.3.1 TakenDe medewerker <strong>sociaal</strong> <strong>beleid</strong> is actief op de domeinen van collectieve probleemoplossing,studie en onderzoek, vorming, sociale dienstverlening en bewegingsuitbouw.5.3.1.1 Collectieve probleemaanpakDe kern van zijn optreden vinden we in het aanpakken van collectieve problemen.Hij organiseert en begeleidt processen waarbij belanghebbenden collectieve problemen(bv. inzake verkeer, huisvesting, arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden,


8BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEIDwerkloosheid, ruimtelijke ordening, inkomen, toegang tot gezondheidsvoorzieningen,...) proberen tot een oplossing te brengen.Afhankelijk van de setting zal de groep 'belanghebbenden' verschillend zijn; hetkan gaan om leden, om burgers en soms is de groep beperkter.Het proces van probleemoplossing veronderstelt eerst een zekere analyse (eventueelvia diepgaand onderzoek - zie verder), vervolgens het bepalen van doel enstrategie, en de realisatie hiervan.Aangezien het gaat om collectieve problemen zal de benadering in sterke mate <strong>beleid</strong>sgerichtzijn : er worden contacten gelegd met <strong>beleid</strong>sverantwoordelijken binnenoverheid en andere maatschappelijke instanties, er wordt overlegd, er wordtonderhandeld.Soms dienen actiemiddelen (perscampagne, manifestatie, staking) ingeschakeld omde vooropgestelde doelen te bereiken.Het optreden van de beroepskrachten zal verschillen naargelang zij werken voorparticuliere organisaties, dan wel voor de overheid.In het laatste geval zal de methodiek van sociale planning (bv. bij de opmaak vaneen gemeentelijk jeugd<strong>beleid</strong>splan) gemakkelijker gehanteerd worden dan de opbouwwerkmethodedie in principe eerder binnen de particuliere sector zal gebruiktworden.Op een bepaald moment kan dit optreden zich vertalen in de geïnstitutionaliseerdevertegenwoordiging van een maatschappelijk belang.De medewerker <strong>sociaal</strong> <strong>beleid</strong> zetelt op vraag van de overheid en namens zijn organisatiein een participatieorgaan (bv. Minaraad).5.3.1.2 Studie- en onderzoekswerkIn functie van het <strong>beleid</strong>sgerichte optreden is de beroepskracht dikwijls bezig metstudie- en onderzoekswerk.Op deze wijze worden collectieve problemen grondig bekeken en wordt systematischdenkwerk geleverd i.f.v. probleemoplossing.♦ Taken binnen deze opdracht zijn− ontwikkelen van probleemstelling en onderzoeksmethode (evt. in overleg metinterne opdrachtgevers)− verzamelen van gegevens via bronnenstudie (wetgeving, literatuur, kwantitatievegegevens) en eigen onderzoek (observatie, enquête, interview, ...), waar mogelijkgebruikmakend van informaticatoepassingen− verwerking van gegevens− interpretatie van gegevens− schriftelijke en mondelinge tussentijdse - en eindrapportage aan interne opdrachtgeveren belanghebbenden5.3.1.3 EducatieTen derde neemt de beroepskracht ook vormingsinitiatieven .♦ Mogelijke doelstellingen hiervan zijn− het vergroten van de dossierkennis bij belanghebbenden− sensibilisering van betrokkenen− betrokkenen in staat stellen op te komen voor belangen (emancipatieaspect)− de algemene ontplooiing van betrokkenen


BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEID 9♦ Concrete taken hierbij zijn− vaststellen van noden en behoeften via observatie, gesprek en evt. studie en onderzoek− ontwerpen van initiatieven gericht op bepaalde doelgroepen (persoonlijk bereikbaregroepen, enkel via media te bereiken groepen, …)− bespreking met interne opdrachtgevers− organisatie en uitvoering van initiatieven (opmaak teksten, publicatie, aanmaaktransparanten, desktoppublishing, lezingen geven, ...)5.3.1.4 Sociale dienstverleningVerder is de werker actief op het domein van de sociale dienstverlening.Op deze wijze brengt de beroepskracht het resultaat van <strong>beleid</strong>sgericht werken,m.n. bepaalde voorzieningen, bij de burger.Hij blijft een zicht houden op de actuele wetgeving en bovendien krijgt de werkervia deze dienstverlening een zicht op concrete noden.♦ Concrete taken zijn− voeren van intakegesprek− informatie- en adviesverstrekking− dossiervorming− bemiddeling− verwijzing− nazorg en opvolging− ...5.3.1.5 Organisatie- en bewegingsuitbouwDaarnaast levert hij ook een bijdrage tot de uitbouw van de eigen organisatie m.b.t.volgende elementen : doelbepaling/interne <strong>beleid</strong>sopbouw/organisatiestructuur/financiering/werkorganisatie/programmatie/evaluatievan doel- en doelgroepbereik/PublicRelations/relaties met andere organisaties en instanties.Binnen ledenorganisaties krijgt deze laatste opdracht een specifieke betekenis : debegeleiding van bestuursploegen, het animeren en motiveren van vrijwillige medewerkers,... .Een aantal medewerkers <strong>sociaal</strong> <strong>beleid</strong> worden (evt. na verloop van tijd) belast metcoördinerende en leidinggevende opdrachten t.a..v. andere personeelsleden. Zijnemen de positie van een middenkader in.5.3.1.6 BesluitDe combinatie van opdrachten op deze vijf domeinen kan heel verschillend zijn,afhankelijk van de organisatie waar de medewerker <strong>sociaal</strong> <strong>beleid</strong> tewerkgesteld is.Essentieel is dat de verschillende opdrachten in functie staan van de collectieveprobleemaanpak.5.3.2 BeroepscontextWe herkennen dit beroep binnen− particuliere organisaties die opkomen voor de belangen van :• werknemers


10BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEID• middenstanders• landbouwers• gezinnen• migranten en politieke vluchtelingen• maatschappelijk achtergestelde jongeren• bejaarden• vierdewereldburgers• huurders• ...− particuliere organisaties actief m.b.t. een bepaald maatschappelijk thema :• milieu• mobiliteit• noord-zuid problematiek• vrede• huisvesting• ...• particuliere opbouwwerkorganisaties en inspraakbegeleidingsdiensten− overheidsdiensten belast met de <strong>beleid</strong>svoorbereiding en -uitvoering inzake :• milieu• huisvesting• jongeren• migranten• ontwikkelingssamenwerking• ...Het betreft hier dus zowel particuliere organisaties in de non-profitsector als overheidsdiensten.De eerste worden in de literatuur vaak omschreven als de klassieke en de nieuwesociale bewegingen.De werksituatie van de beroepskracht kan sterk verschillen.Soms werkt hij in teamverband, soms alleen.Ook de grootte van de organisaties is verschillend.Dit heeft tot gevolg dat de ene beroepskracht een groter pakket taken i.f.v. de organisatiemoet opnemen dan de andere.In grote organisaties worden bepaalde opdrachten (bv. studie- en onderzoekswerk)toevertrouwd aan gespecialiseerde medewerkers, terwijl deze opdrachten in kleinereorganisaties integraal deel uitmaken van de opdracht van de syndicaal werker.5.4 Ondersteunende kennisWe kunnen stellen dat de beroepskracht moet beschikken over een aantal basiscompetenties:− inzicht in communicatieprocessen− vaardigheid in lees-, schrijf-, spreek-, beeld- en mediatechnieken− vaardigheid in individuele contacten en in het werken in en met groepen− vaardigheid in schriftelijke en beeldcommunicatie− vaardigheid in het gebruik van computerprogramma's m.b.t. voorgaande en volgendekwalificaties : tekstverwerking, gegevensbeheer, eenvoudige statistischeprogramma's, berekeningsprogramma's inzake sociale wetgeving (bv. Prosoc),gegevensraadpleging (bv. Sokadata), ...


BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEID 11Ten tweede moet hij beschikken over methodische competentie op volgende domeinen:− studie en onderzoek (verzamelen, verwerken en presenteren van gegevens)− sociale dienstverlening− vorming− <strong>beleid</strong>sgericht optreden (cfr. opbouwwerk, sociale planning)− werken binnen en met organisatiesDeze competentie sluit aan bij de opdrachten en taken zoals geformuleerd in punt5.3.1.Voorgaande eerder methodische kwalificaties dienen samen te gaan met een aantalmateriedeskundigheden.We denken hierbij aan volgende domeinen :− arbeid en inkomen− huisvesting− milieu− onderwijs− burgerschap− werknemers/werkgevers− jeugd− migranten en politieke vluchtelingen− 4de wereldDeze materiedeskundigheden behelzen :− sociologische inzichten (situatie- en positieanalyse)− inzicht in overheidsorganisatie− inzicht in sociale bewegingen, belangengroepen, politieke partijen− inzicht in overheids<strong>beleid</strong>− juridische kennis5.5 BeroepshoudingenAls een belangrijk element zien we de ingesteldheid om blijvend te werken aan deeigen deskundigheidshandhaving en -bevordering.Daarnaast en samenhangend met de voorgaande dienen een aantal houdingskwalificatiesvermeld.5.5.1 HoudingskwalificatiesDemocratische ingesteldheidDe medewerker is gericht op de participatie van deelnemers, leden, bestuursleden,in de besluitvormingsprocessen binnen de organisatie waarvoor hij werkt.Dankzij deze ruime inbreng op de verschillende momenten van besluitvorming ontstaanbeslissingen die door alle betrokkenen worden gedragen en uitgevoerd.Gerichtheid op emancipatie van maatschappelijke groepen


12BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEIDDe medewerker streeft naar een volwaardige maatschappelijke participatie van demaatschappelijke groep waarvoor hij werkt.Dit betekent dat bv. werknemers, migranten, zich kunnen realiseren (kansen krijgenen benutten) op de verschillende maatschappelijke domeinen : arbeid, inkomen,cultuur, gezondheid, politiek, ...InitiatiefnameDe medewerker neemt initiatief om zijn algemene opdrachten te concretiseren inspecifieke opdrachten en dagelijkse taken.ZelfstandigheidBinnen de krijtlijnen van de organisatie, het medewerkersteam en de afgesprokenopdrachten werkt de medewerker zelfstandig taken af en rapporteert hierover waarnodig.EngagementDe medewerker is persoonlijk gemotiveerd om zijn opdrachten uit te voeren infunctie van de collectieve belangen die hij mee behartigt.In zijn contacten met deelnemers, leden, instanties, straalt hij deze gedrevenheiduit.Hij probeert zijn opdrachten uit te voeren met de hoogst mogelijke kwaliteit.Objectieve en kritische ingesteldheidDe democratische ingesteldheid, de gerichtheid op emancipatie en het engagementweerhouden de medewerker niet personen en situaties op een objectieve en kritischewijze te benaderen.De medewerker analyseert op basis van zoveel mogelijk gegevens (objectieve ensubjectieve) en communiceert zijn bevindingen t.a.v. bestuur, medewerkers, leden.LuisterbereidheidAansluitend bij voorgaande houdingen luistert de medewerker actief naar de inbrengvan anderen.GrondigheidDe medewerker streeft in de uitvoering van zijn opdrachten grondigheid na, dit wilzeggen dat hij probeert binnen het voorziene tijdsbudget de verschillende aspectenvan zijn opdrachten te behartigen.OpenheidDe medewerker communiceert zijn doelstellingen en zijn verwachtingen t.a.v. hetbestuur en de medewerkers van zijn organisatie.Hij communiceert ook de informatie waarover hij beschikt t.a.v. alle belanghebbenden,de deontologische regels in acht nemend.Hij staat open voor personen, ideeën en kritische reacties.Stiptheid - nauwkeurigheidDe medewerker voert zijn werkzaamheden stipt en nauwkeurig uit.SystematiekDe medewerker tracht zijn werkzaamheden zo efficiënt en effectief mogelijk te organiseren.


BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEID 135.5.2 Niveau van het beroepHet beroep Syndicaal Werker wordt gekwalificeerd als niveau 5.Van de beroepsuitoefenaar wordt in de regel verwacht dat hij zijn opdrachten zelfstandiguitvoert en hiervoor de volle verantwoordelijkheid draagt.De aanwijzingen die hij van hiërarchische oversten en bestuurders krijgt zijnmeestal summier en in elk geval wordt van de beroepskracht verwacht dat hij deplanning van zijn werkzaamheden ontwerpt.De uitvoering van opdrachten gebeurt zelfstandig.Wel wordt van de medewerker <strong>sociaal</strong> <strong>beleid</strong> verwacht dat hij zijn opdrachten uitvoertbinnen de krijtlijnen gevormd door de doelstellingen en visie van de organisatie.Deze planning en uitvoering van activiteiten veronderstellen :− de synthese van waarnemingen over personen, organisaties en situaties− de selectie van relevante kennis− het hanteren van hypothesen inzake beïnvloeding− sterke administratieve, organisatorische, communicatieve en agogische vaardighedenDe beroepskracht kan hierbij niet terugvallen op steeds geldende routines.De beroepskracht heeft een werknemersstatuut.5.5.3 Controle interne consistentie en realistisch karakterVoorliggend beroepsprofiel werd ontwikkeld op basis van :− meer dan 20 jaar waarneming van de praktijk binnen voormelde organisatiesdoor de medewerkers van de Sociale Hogeschool KVMW bij de begeleidingvan stages− de ervaring van medewerkers van de Sociale Hogeschool KVMW als vrijwilligebestuursleden en medewerkers van voormelde organisaties− de voortdurende feedback vanwege medewerkers van deze organisaties betrokkenbij de Sociale Hogeschool KVMW als organisator van stagemogelijkheden,als stageleider en als eindwerkondervrager− de feedback van studenten en oud-studentenDe tekst van het beroepsprofiel werd voorgelegd aan een ruime groep vertegenwoordigersvan de sector (zie verder).


14BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEID6 BIBLIOGRAFIE♦ BROECKMAN, H. Beroepsprofiel opbouwwerker. Den Haag, Dr. Gradus Hendrikstichting,1990, 111 p.♦ HINNEKINT, H. Functies, taken en taakvereisten van beroepskrachten in de <strong>sociaal</strong>culturelesector, het jeugdwerk, het opbouwwerk en de basiseducatie voor volwassenen.Mechelen, VCVO, 1992, 125 p.♦ MESSIAEN, P., red. Leren en werken als maatschappelijk assistent. Leuven/Apeldoorn,Garant, 1996, 101 p.♦ OOSTERLINCK, R. Over beroepsprofielen, opleidingsprofielen en basiscompetentiesin het <strong>sociaal</strong> werk. In : Sociaal, 1996/9, p. 13-14.♦ PAQUET, M. Programmastudie Sociaal <strong>beleid</strong>. Gent, Sociale Hogeschool KVMW,1990, 8 p., Interne nota.♦ PAQUET, M. Beroeps- en opleidingsprofiel van de opleiding Syndicaal werk en <strong>sociaal</strong><strong>beleid</strong> binnen de opleiding tot maatschappelijk assistent. Gent, Sociale HogeschoolKVMW, 1996, 4 p., Interne nota.♦ PROJECTGROEP BEROEPSVRAAGSTUKKEN MAATSCHAPPELIJK WERK,Beroepsprofiel van de maatschappelijk werker. Utrecht, Landelijke Vereniging vanMaatschappelijk Werkers, 1992, 80 p.♦ STANDAERT, R., red. Handleiding voor het schrijven van beroepsprofielen. Brussel,DVO, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs, 1995, 70 p.♦ TEMMERMAN, J. Nota praktijk 3de jaar Syndicaal werk en <strong>sociaal</strong> <strong>beleid</strong>. Gent, SocialeHogeschool KVMW, 1996, Interne nota.♦ VAN DER SYPT, M. Nota 'praktijk 2de jaar Syndicaal werk en <strong>sociaal</strong> <strong>beleid</strong>'. Gent,Sociale Hogeschool KVMW, 1996, Interne nota.♦ VAN ENDE, A. Profiel van de opbouwwerker. Brussel, VIBOSO, 1995, Eindwerk.♦ VAN POUCKE, A. Beroepsprofielen, opleidingsprofielen, eindtermen. Anderlecht,VVKHO, 1993, 5 p.♦ VANSEVENANT, S. De opleiding tot syndicaal werker in het <strong>sociaal</strong>-agogisch studiegebied.Heverlee, KHL Departement Sociale Hogeschool Heverlee, 1996, Interne nota


BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEID 157 MEDEWERKERSVoorliggend document werd ontwikkeld door♦ Pâquet Mark, directiemedewerker Sociale Hogeschool KVMW : ontwerpteksten eneindredactie♦ Bogaert Dirk, medewerker Sociale Hogeschool KVMW : feedback♦ Catthoor Nicole, medewerkster Sociale Hogeschool KVMW : feedback♦ Spitaels Raf, optiecoördinator Syndicaal Werk en Sociaal Beleid Sociale HogeschoolKVMW : feedback♦ Temmerman Johan, medewerker Sociale Hogeschool KVMW : feedback♦ Van Der Sypt Marian, medewerkster Sociale Hogeschool KVMW : feedbackDe tekst werd door de medewerkers van de optie Syndicaal Werk en Sociaal Beleid voorgelegdaan een 50-tal bevoorrechte getuigen.Hieronder vindt u een lijst van de personen die reageerden op de ontwerptekst.De meeste bevoorrechte getuigen onderschreven expliciet de herkenbaarheid van het profiel.Zij vulden op verschillende punten de ontwerptekst aan, en wezen op het belang van degeformuleerde ondersteunende kennis en beroepshoudingen in functie van een kwalitatieveberoepsuitoefening.♦ Dhr. Luc Baekeland, <strong>Medewerker</strong> van het Stedelijk Migrantencentrum te Gent♦ Dhr. Jef Cattebeke, Secretaris van de Christelijke Centrale Voeding & Diensten (ACV)te Kortrijk♦ Dhr Rudy De Belie, Directeur van het home voor demente bejaarden "De Wingerd" teLeuven♦ Dhr. Patriek Delbaere, Adviseur Hoofd van Dienst bij het Onderwijssecretariaat van deSteden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap (OVSG) te Brussel♦ Mevr. Karin De Roo, Medewerkster op het Centrum voor Milieurecht aan de RUG teGent♦ Mevr. Rein De Tremerie, Nationaal Secretaris van de Christelijke Centrale voor Textielen Kleding (ACV) te Gent♦ Dhr. Luc Desmedt, Voorzitter van de Bond voor Trein-, Tram-, en Busgebruikers teGent♦ Dhr. Bram Dousselare, Stafmedewerker van de BTTB te Gent♦ Dhr. Luc Dries, Programmaverantwoordelijke van het WWF te Brussel♦ Dhr. Roland Messiaen, Secretaris van de C.M. te Gent♦ Dhr. Stijn Suys, <strong>Medewerker</strong> van "Uit de marge"♦ Dhr. Jo Van Cauwenberghe, Projectcoördinator van het WWF te Brussel♦ Dhr. Emmanuel Van Daele, Secretaris van het ACW te Gent


16BEROEPSPROFIEL MEDEWERKER SOCIAAL BELEID♦ Dhr. Gust Van Dongen, Secretaris-generaal van de Christelijke Onderwijscentrale(ACV) te Brussel♦ Dhr. Alexander Vercamer, Bestendig Afgevaardigde bij de Provincie Oost-Vlaanderente Gent.♦ Dhr. Stefaan Vercamer, Secretaris ACW te Oudenaarde.♦ Dhr. Jan Verheeke, Waarnemend Directeur van het MiNa-secretariaat te Brussel.De nationale leiding van de Landelijke Bedienden Centrale (ACV) vertegenwoordigddoor:♦ Dhr. Ferre Wyckmans, Dhr. Michel Bemong en Mevr. Greet Overmeer

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!