Monumentendag 2004 - Historische Kring Haaksbergen
Monumentendag 2004 - Historische Kring Haaksbergen
Monumentendag 2004 - Historische Kring Haaksbergen
- No tags were found...
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
ColofonOpdrachtgever:Belangengemeenschap BuurseHeimatverein Alstatte <strong>Historische</strong><strong>Kring</strong> <strong>Haaksbergen</strong>Auteurs:Hubert Breuers JaapKluitenbergVertaling Duits-Nederlands:Jaap KluitenbergCorrectie:Jan Heerink en Bram van LeeuwenNederlands-Duits:Wilhelm Bengfort, Heinrich Holters,Christian Termathe, Antonius WinterCorrectie:Annette BrunnerFoto's:Indien niet anders aangegeven, zijn de foto's afkomstig uit de collectiesvan de <strong>Historische</strong> <strong>Kring</strong> te <strong>Haaksbergen</strong> en de Heimatverein te AlstatteFotobewerking:Alfons ter HuurneEindredactie:Heinrich Holters, Alstatte JaapKluitenberg, <strong>Haaksbergen</strong>Druk en layout:Hassink Drukkers <strong>Haaksbergen</strong>Gegevens uit deze publicatie mogen worden gebruikt mits de bron wordt vermeld.ISBN 90-76837-14-7Oktober <strong>2004</strong>
InhoudsopgaveVoorwoordlHandelswegen in de omgeving van Alstatte 3Inleiding 3De Hessenweg 3De wegen in het Munsterland 8De Deventer of (in dialect) de Demter Weg 9De economische betekenis van de Hessen- enDeventerweg voor de burgers van Alstatte 13De kwaliteit van het wegdek in de Hessen- en Deventerweg 15De strategische betekenis van de Hessenweg,het erve Lanwermann en de Galgenbult 18Hessenweg - Munster - Deventer 27Wat is een Hessenweg 27De verbinding Deventer -Munster 28Geologische structuur en archeologische vondsten 29Buurse 29Dorp <strong>Haaksbergen</strong> 31<strong>Haaksbergen</strong>-Goor 31Goor 32De economische betekenis van de weg 32De Hanze-tijd 1100-1400 32Oorlogsgeweld / Een tijd van grote woelingen /1500 tot 1600 35De Gouden Eeuw / Herleving van de handel - 1600-1800 36De Franse tijd - 1800-1900 39Het traject van de Hessenweg aan Nederlandse zijde/Een reconstructie 39Cartografie 39De grens bij de Haarmühle 40Het erve Harmolen 41Van de grens naar de Braambrug 44Landweren 44De Galgenbulten 45De Hanenbulten 47De Braam 47De Douanepost 48De Korte Garde 48
Het traject Braambrug naar Laakmors 49De Schans 51Van de Schans naar het Dorp 53Door het dorp 53Open <strong>Monumentendag</strong> 11 september <strong>2004</strong>. Een terugblik 56Open <strong>Monumentendag</strong> 11 september <strong>2004</strong>. Een beeldverslag 58
VoorwoordToen het thema voor de <strong>Monumentendag</strong> <strong>2004</strong> "Grenzen en verdediging" bekendwerd, kwam direct bij de organiserende werkgroep "Monumenten en archeologie"o.l.v. Clemens Wentink het idee op hier een grensoverschrijdende aanpak voor uitte werken. Omdat er via Hendrik Scholten van de <strong>Historische</strong> <strong>Kring</strong> <strong>Haaksbergen</strong>en de Belangengemeenschap Buurse reeds nauwe banden bestonden met deHei-matverein in Alstatte werd daarmee kontakt opgenomen en een afspraakgemaakt. Hier bleek de werkgroep "Ons dorp" onder leiding van Klemens Hilbringeen adequate tegenhanger te vormen van de Haaksbergse werkgroep. Tijdens deeerste gezamenlijke bijeenkomst kwam al spoedig de oude Hessenweg Deventer-Goor-<strong>Haaksbergen</strong>-Buurse-Alstatte-Heek-Münster centraal te staan en werd ondermeer besloten om samen de geschiedenis van deze weg uit te zoeken. Deze studieis opgepakt door Jaap Kluitenberg en Nico Spit van de <strong>Historische</strong> <strong>Kring</strong><strong>Haaksbergen</strong> en door Hubert Breuers en Josef Löhring van de HeimatvereinAlstatte.Het onderzoek werd uitgevoerd op basis van de in onze archieven en bibliothekenaanwezige stukken en literatuur, maar ook van een interessante nieuw ontdektelandkaart uit het Landesarchiv in Munster.De open monumentendag <strong>2004</strong> op 11 september begon met een fietstocht langsmarke- en grenspalen en door heide- en veengebieden aan beide zijden van degrens.Het geheel werd besloten met een grote manifestatie bij de zgn. "Galgenbulten".De burgemeesters van <strong>Haaksbergen</strong> en Alstätte, drs. K. B. Loohuis en dr. D.Korte,onthulden hier een prachtige op initiatief van Buurse en Alstatte gemaakte bronzenplaquette met daarop het bekende gedicht van J. J. van Deinse, dat begint metde alleszeggende regel:Oons Twenthe und 't Münsterlaand, dee sünd van eenen stamm,De Overijsselse gedeputeerde G. Ranter en de Landesrat G. Wiesman van de KreisBorken stelden vervolgens een bijzonder fraai informatiebord over de geschiedenisvan onze Hessenweg in gebruik.Ook werd de jaarlijkse Haaksbergse Monumentenprijs uitgereikt; dit keer aan dedirecteur van de vereniging Natuurmonumenten, Theo Wams, voor al 75 jaargrote zorg en goed beheer van de natuurgebieden het Buurserzand, het Witte Veenen het Grintenbosch.Het werd een unieke presentatie van grensoverschrijdende samenwerking, die nogeens aangetoond heeft, dat in het Europa van nu de grens vrijwel geen functie meerheeft. Het ontmoeten van burgers van beide landen is weer van elke dag en zonderl
moeite. Door deze contacten en de vele vormen van samenwerking is het weer,zoals het in het verleden eeuwenlang geweest is. Hier groeit de samenwerking inEuropa uit tot een realiteit.De aanpak en organisatie van deze dag viel op door originaliteit en samenwerkingen werd door de landelijke stichting "<strong>Monumentendag</strong>" onderscheiden met eeneervolle vermelding.Dit boekje, waarin het resultaat van de zoektocht naar de geschiedenis en de achtergrondenvan onze Hessenweg werd geschreven en waarin een fotoreportage vande <strong>Monumentendag</strong> op 11 september <strong>2004</strong> is opgenomen, kwam tot stand door desamenwerking van de schrijvers met fotografen en vele leden van de genoemdeverenigingen.De uitgave, waarin een specifiek hoofdstuk van de gezamenlijke Euregionalegeschiedenis is beschreven, werd financieel ondersteund door de gemeenten<strong>Haaksbergen</strong> en Ahaus en de Euregioraad.<strong>Historische</strong> <strong>Kring</strong> Belangengemeenschap Heimatverein<strong>Haaksbergen</strong> Buurse AlstatteG. Jan Leppink Johan Rupert Heinrich HaltersVoorzitter Voorzitter Vorsitzender2
Handelswegen in de omgevingvan Alstättedoor Hubert BreuersVerhalen en legendes over de historische wegverbinding tussen Munster enDeventer.InleidingVoor ons burgers uit de 21° eeuw is het slechts met moeite voor te stellen wat onzevoorouders aan kunstgrepen en hindernissen hebben moeten overwinnen als heterom ging meer dan normale afstanden over de weg af te leggen. Slechts weinigenwas het gegeven om de afstand te paard of met paard en wagen af te leggen, laatstaan per koets.Deze manier van reizen was alleen voorbehouden aan de adel, hoge ambtenaren,rijke kooplieden en soms misschien aan kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders.Deze kwamen meestal qua afstamming overigens al voort uit adellijke kringen ofwelgestelde burgerfamilies. Keuterboeren, horigen, handwerkslieden of daglonerswaren in hun actieradius echter sterk beperkt. Voor hen gold in de waarste zin deswoords het gezegde 'Zover de voeten dragen kunnen/ Doch ook deze wijze vanverplaatsen was, gegeven de catastrofale toestand van de wegen, zeker in regenachtigetijden en in de winter, als we die vergelijken met ons huidige wegennet,met onvoorstelbare problemen verbonden. Er waren slechts weinig weggedeeltendie een bovenlokale betekenis hadden. Meestal dienden deze tracés een strategischdoel maar ze werden ook benut voor handelsverbindingen tussen de grote steden.In dit artikel zal geprobeerd worden de situatie in Alstätte uiteen te zetten. Metname wordt daarbij aandacht besteed aan bovenlokale wegverbindingen uit tijdvakken,die vele honderden jaren achter ons liggen. Er is daarbij gebruik gemaaktvan oude landkaarten, van kenmerken in de bodemstructuur, van mondelingeoverlevering en niet in de laatste plaats van beschrijvingen van een eerwaardezoon van onze gemeente, tevens excellent geschiedvorser, de decaan FriedrichTenhagen (1854/1940), in de volksmond beter bekend als "Hogers Hiar".De HessenwegIn Alstatte is het meest bekende tracé dat van de Hessenweg. Ze was feitelijk deenige verbinding van ons dorp naar het Oosten en liep over Graes, Ahle, Heek,Scheppingen, Horstmar en Laer naar Munster. Bij het Hof Lasker aan de kant vanGraes, in dialect 'de Niengraven' genoemd, kruiste de Hessenweg dezgn.'Nien-graven' i.c. de nieuwe Landweer van de Heerlijkheid Ahaus. Hierbevond zich ook een tol. Heinrich ten Nienhaus (oorspronkelijk Hendrik teNijenhuis, afkomstig van de Braem in Buurse) bouwde daar in 1650 een 'Kotten'.Op een later tijdstip3
kreeg deze Heinrich tolrecht en was daar tolgaarder voor goederen, vee en voertuigendie van deze weg gebruik moesten maken. Een andere verbinding, bijvoorbeeldom de tol te omzeilen, was er namelijk niet.De landweren waren met behulp van natuurlijke hindernissen zoals riviertjes, moerassenof veengebieden zo geraffineerd aangelegd, dat de doorgang alleen op voorbestemdeplekken, waar hekken of slagbomen waren geplaatst, mogelijk was'. Inde directe omgeving van het Erve Niengraven ligt het Erve Lentfort/Strevel, datvan nog oudere datum is. Tussen beide hoven in komt de 'Hessenweg' op Alstättergrondgebied. Het verkeer over deze weg moet ooit van een behoorlijke omvangzijn geweest, gegeven het feit, dat beide erven, die toch slechts op steenworpafstand van elkaar verwijderd liggen, toch beiden over een tap en een eetgelegenheidbeschikten. Het erve Latker 'Niengraven' had zelfs een mogelijkheid tot logiesen een uitspanning om de trekpaarden een rustdag te gunnen. Tot op de dag vanvandaag is op een zorgvuldig bewaarde gevelsteen de volgende inscriptie te lezen:Gevelsteen bij het erve Latker-Niengraven:,, Hir is gut Losiment un te bekomen beir un fusel vandage vor gelt morgen umme niet. 1774" - Vertaald: 'Hier is goed logement, bier en jenever tekrijgen, vandaag voor geld, morgen voor niet(s)'De eerste vermelding van de nieuwe landweer "de Niengraven" stamt uit 1543.Ze was in feite niet anders dan een afkorting van de kilometers lange oudelandweer die liep tussen de Aa in de buurtschap Mahne en het Aamsveen in debuurt van het erve Vennekotter. Gezien vanuit het erve Latker-Lentfort liep deHessenweg door de oude Tannenallee (Dennenweg) tot de oude kalkoven bij hetKlunvenneken. Hij ging dan dwars door de weide van boerderij Hagemann,waarvan het noordelijk deel destijds nog braakliggende grond met heide en eenspaarzaam bestand aan vurenhout moet zijn geweest. Ik herinner me nog goeddat men deze< Verloop van de Landweer ten Noordwesten van Ahaus, uit Tenhagen, „Die Landwehren derHerrschaft Ahaus "'' in rood gemarkeerd: Landweren, Hessenweg en Deventerweg5
vlakte vroeger de "Dannenkamp" noemde. Voorbij de 'Dannenkamp', die op eenzandige verhoging ligt, kwam het karrenspoor op de 'Hüwelswall'. Waaromnoemt men dat honderd meter lange weggedeelte, dat als een soort wal boven hetveld loopt, de 'Hüwelswall'? Daar is een plausibele verklaring voor. In het dialectvan onze streek noemt men de ijzeren banden om de wielen van de oudeboeren-stortkarren, 'Hüwels' of' Wagenhüwels’. Hier op de 'Hüwelswall' hebbende ijzeren banden van de Hessenwagens en andere grote karren zich in dezandbodem ingegraven en daar hun diepe sporen achtergelaten. Hessensporenworden ze genoemd of 'Hessenspörs', zoals een weggedeelte ten zuidoosten vanGraes, eveneens onderdeel van de historische Hessenweg, genoemd wordt.Achter de Hüwelswall loopt de historische handelsweg dicht langs een stuk gronddat Hagemanns Nieland heet en gaat dan in westelijke richting langs de behuizingenvan Steffen, van Backs en van Blinden Menken, allemaal lijftochten vanHagemann, tot de zgn.'Rottbohm' een markant punt in de buurtschapSchwiepinghook. In 1645 werd bij deze boom een keuterplaats gebouwdwaarvan de bewoner zich 'Rottbömer' noemde. Voordat de Hessenweg echter ditpunt bereikte kruiste ze op 'het Nieland' al een landweer. Tot in de jaren zestig vande vorige eeuw kon men in de buurt van 'het Nieland' nog een machtig stuk vandeze monumentale oude wallen bewonderen.In de huidige straatweg Ahaus-Graes-Enschede was ze verdubbeld. Deze landweermaakte deel uit van de zgn.'Alte Landwehr' van de Heerlijkheid Ahaus enmoet daarom al voor 1406 zijn ontstaan, omdat Ahaus in dat jaar haar zelfstandigheidaan het bisdom Munster verloor. In hoeverre Rottbömer tolrecht bezat of opandere wijze bij de tol betrokken was, onttrekt zich aan mijn waarneming. Interessantin deze samenhang is dat men de hoeve Nabers, die daar ligt in dialekt"Peters " noemt. Een duidelijke aanwijzing dat hier vroeger een tol met slagboommoet zijn geweest. Immers we weten uit andere bronnen dat mensen die bij zo'nslagboom woonden, soms "Peters" of "n'Peter" werden genoemd met verwijzingnaar de (heilige) Petrus, die zoals we weten met een sleutel de hemelpoortbewaakt.Van de 'Rottbohm' liep de weg vervolgens westelijk langs de boerderij vanFeldjan-Witte, ging dicht langs het huidige erf Menker-Niemeyer waar hijuitmondde in een nauwe steeg, die net breed genoeg was om een span paardendoor te laten. Vervolgens liep de weg naar de boerderij van Terhaer-Kiwit. Dezeweg bestaat niet meer als gevolg van ruilverkaveling. Totdan stond hij echterbekend als Hessenweg. Ter hoogte van boerderij Terhaer-Kiwit bereikt ons objectde buurtschap Brink.Via de 'Hessenstiagge' loopt hij hier langs boerderijRensing-Kuckuck. Ook op het traject tussen de boerderijen Kiwit en Kuckuckmoest een landweer gepasseerd worden. De betekenis hiervan is echter niet zondermeer vast te stellen. Volgens Friedrich Tenhagen maakte ze echter deel uit van de'Alte Landwehr Ahaus', een verdedigingssysteem dat zich uitstrekte van hetAamsveen tot hetHet vermoedelijke tracé van de Hessenweg op Alstätter grondgebied >6
Witteveen. Terug naar de Hessenweg. Over dit thema en dan met name over hetverloop van de weg in de Brink en de Gerwinghook sprak ik eens met JosefRensing-Leuinger. 'Leuings-Jop', zoals hij in het dorp bekend is, zelf amateurgenealoog, geboortig Brinker en geworteld in een oud Alstatter geslacht, wistverbazingwekkend veel details te vertellen. Met behulp van oude landkaarten enakten, die ons door de Heimatverein ter inzage zijn gegeven zijn we in staatgebleken ook de laatste vraagtekens over het traject van de Hessenweg opAlstatter gebied op te lossen. Vanaf Rensing-Kuckuck liep het tracé in westelijkerichting verder. De weg passeerde de boerderijen Terhaar-Drop enHeijnk-Gramman (Gravemann) aan de zuidkant en ging over "Grammans Kamp"langs "Schücks Gaoren' naar het 'grooten Binnenrott'. Vervolgens maakte deHessenweg een flauwe bocht in Zuidwestelijke richting om uit te komen bij de'Haarbohm'. Friedrich Tenhagen noemt hem "Rensings Haarbohm". Ook hier zalhet zo geweest zijn dat de Goedsheer, Rensing-Renschker, momenteel Wolferingeen sleutel bezat om de slagboom te openen. Net als bij de Rottbohm in debuurtschap Schwiepinghook het geval was, moesten ook de bewoners van debuurtschap Brink de mogelijkheid hebben om hun landbouwgronden aan beidekanten van de landweer via de Hessenweg te bereiken. Over het heffen van tol isnoch bij de Rottbohm noch bij Rensings Haar-bohm iets bekend. Langs hethuidige "Bessier Ströwer" en ten Noorden van de boerderijen Gerwing/Gerwer enRolver kwam de Hessenweg dan in de "Kraanen-riete" op de oude 'Möllendiek'.Hier in de Gerwinghook gaat het dan verder over de Möllendiek langs het erveHolters / Bültert en boerderij Helmert / Lanwermann en komt dan tenslotte bijHelmert / Lanwermanns Kamp op de Markslagweg. Na ongeveer 100 meterbereikt hij dan bij grenssteen 22 de Nederlandse grens.De wegen in het MunsterlandIn een uitgave van de "Hansischen Geschichtsverein" 1967, dat in een aantal Bandenis gebundeld en is uitgegeven door Bohlau Verlag Köln en Graz, schildertFriedrich Brunz in een hoofdstuk over "Den Hessenweg' het verloop van dezewegen. We beginnen daarbij in de stad Hamm, die in het Zuiden van het Munsterlandligt: De voor de handelsbetrekkingen tussen Soest en de Overijsschelse Hanzestedenbestemde weg had volgens de in 1638 in de "Nieuwe Atlas ofte WereltBeschryvinge' afgedrukte kaart 'Westfaliae ducatus' het volgende verloop. VanuitHamm liep de weg volgens de 'Ducatus Westfaliae nova repraesentatio' uit 1757evenals volgens een kaart uit 1828 van het Gewest Arnsberg, over Bockum,Herbern, Kappelle en Nordkirchen naar Ludinghausen, waarna hij volgens dekaarten van Stiel, over Seppenrade, Duimen en Lette naar Coesfeld ging. ViaHoltwick en Legden bereikte hij dan de Stad Ahaus bij de in 1685 ingestorte'Coesfelder Tor' 3 , klaarblijkelijk dicht langs het zuidelijk hiervan gelegen" Siechenhauses' (Ziekenhuis).In 1379 zijn hier burgers van de stad Deventer gearresteerd en gevangen gezet 4 .Een volgende halte op dit traject is Wessum. Bewijs hiervoor is een uit 1393 stammendbezwaarschrift van de stad Dortmund gericht aan Jonkheer Giselbert van8
Borculo, waarin deze wordt aangeklaagd voor het feit dat zijn knechten "tuschenden Ahaus und Wessem" een burger uit Dortmund gevangen hebben genomen enhem zijn handel ter waarde van 16 Gulden afhandig hebben gemaakt 5 . FriedrichTenhagen is, afwijkend van het gestelde in dit document, van mening dat de wegkomend uit Wessum aan de Westzijde van Ahaus over Wüllen heeft gelopen 1 . Hijbaseert zich daarbij op een mededeling van een pastoor uit Wessum die daarbij uit'oude verhalen' citeerde. Daar staat echter tegenover dat bij het' Siechenhaus' aande Zuidoostkant van Ahaus tol geheven werd.Vervolgens liep de weg naar Deventer ongeveer een kilometer ten noordwestenvan het kerkdorp langs de keuter 'Buddendieck', ging vervolgens in de richtingvan de Galgenberg vlakbij het erve Humkampf en liep zo naar de hof Hackfort.Twee kilometer ten westen van het dorp Alstatte kruiste hij dan bij het erveHaveloh en de 'Havelerbaum' de Landweer van de Heerlijkheid Ahaus enoverschreed vervolgens bij de Haarmühle de grens van het bisdom Utrecht, diedaar in de onmiddellijke nabijheid lag, en liep verder in de richting <strong>Haaksbergen</strong>.De ligging van het kerkdorp Alstatte aan de Heirweg wordt bevestigd door een in1369 in de Kameraarrekeningen van Deventer geboekte uitgave voor een paard,dat door een Raadsheer naar Denemarken gereden moest worden maar daar nietaankwam omdat het onderweg, toen het aan een andere Raadsheer uitgeleendwerd, door diens vijanden to Hakesbergen' buitgemaakt werd 6 . Bij Goor tenslottevoegde de weg zich bij de route, die komend uit Osnabruck, naar Deventervoerde. Vanuit Coesfeld was er ook een verbinding met Deventer en wel viaGroenlo. Tot zover de aanwijzingen uit de algemene literatuur. Maar voor hetvervolg keren we toch maar weer terug, hoe kunnen we ook anders, naar deuiteenzettingen van onze eigen lokale historicus Friedrich Tenhagen. Hij noemthet tracé van de hierboven beschreven weg expliciet de 'Demterweg'(Deventerweg).De Deventer of (in dialect) de Demter WegIn verhouding tot de 'Hessenweg' die de noordelijke buurtschappen van Alstättedoorkruiste zijn er over de 'Deventer Weg', die door de buurtschappenSchmainghook en Beslinghook dus door het zuidelijk deel van ons dorp liep,maar weinig concrete zaken overgeleverd. Ook de onderzoeken die FriedrichTenhagen naar de Deventer Weg heeft ingesteld leveren hooguit een bescheidenbeeld op. Niettemin zal ik hier de bevindingen van Friedrich Tenhagenweergeven: 'Van Soest over Hamm naar Gescher kwam de weg in noordelijkerichting door het bosgebied de 'Bröke' en moest dan ten oosten van de erve Vossin de buurtschap Quantwick door een Landweer. Ten noorden van het erve Lefertliep de Deventer Weg vervolgens door de Ahauser Aa, die op deze plek misschienslechts een dubbele slootbreedte had en daardoor geen hindernis van betekenis zalhebben gevormd. Door de buurtschap Ortwick liep het tracé oostelijk langs dedorpskern van Wüllen en bereikte dan al spoedig het grondgebied van Wessum.Dicht langs de dorpskern van Wessum gaat het dan in noordwestelijke richtingverder door de buurtschap Averesch, loopt in de nabijheid van het erve Roseopnieuw door een9
Landweer van de Heerlijkheid Ahaus en bereikt kort daarna in de buurtschapSchmainghook het grondgebied van Alstatte.Daar kruist de 'Demter Weg\ zoals ze in de volksmond hier genoemd wordt, deFlörbach. Daarna loopt hij de hele buurtschap door en bereikt even ten zuiden vanhet erve Haveloh, dat voor het eerst 1219 in een Oorkonde wordt vermeld, debuurtschap Besslinghook. Iets meer naar het Westen ligt het agrarisch bedrijf vanVoss-Dodt. Aan de zuidkant van dit erve lag een geduchte voor een deel dubbeleLandweer. Hier liep de 'Demter Weg' doorheen. Deze doorgang, waar beslist eentol gevestigd was, heette de 'Havelerbaurrf. Friedrich Tenhagen vermoedde dathier ook een wachtpost was gevestigd. Dat vermoeden wordt versterkt door hetfeit dat zich niet ver van deze plek het zogenaamde 'Swatte Hues' (Zwarte Huis)bevindt, dat volgens overlevering reeds in de tijd van Napoleon als douanekantoordienst deed. In de jaren vijftig van de vorige eeuw is hieraan in een krantenartikelexpliciet aandacht besteed.Iets verderop verliet de 'Demter Weg' het (Duitse) grondgebied van deVorstbis-schop van Munster en kwam ze op het (Nederlandse) territorium van deBisschop van Utrecht in de provincie Overijssel. Hier werd de weg Hellweggenoemd.10
'Hogers Hiär' i.c Tenhagen beschrijft de 'Demter Weg' als de 'Hoofdlandstraataan deze kant van de Aa'. De vraag is of deze beschrijving niet te hoog gegrepenis en eerder de Vader van de Gedachte moet zijn geweest. Met zekerheid niet! Deonderzoekingen van Tenhagen worden door de navolgende onderzoeksresultatenten volle bevestigd:De cartograaf Christiaan Groten tekent in 1573 het wegtracé Deventer - Holten-Goor - <strong>Haaksbergen</strong> - Buurse - Alstatte - Graes - Ahle - Heek(Nienborg) -Scheppingen - Horstmar - Laer - Munster en noemt deze weg langs de Schipbeekalthans als zomerweg, de kortste verbinding tussen Deventer en Munster. Datbetekent een bevestiging van het tracé Amersfoort -Deventer - Holten - Goor -<strong>Haaksbergen</strong> - Alstatte - Graes - Ahle - Heek(Nienborg) - Scheppingen -Horstmar - Laer -Munster.Een uitgesproken Oost-West verbinding 7 . De 'Deventer Weg' wordt in hetzelfdetracé Amersfoort-Deventer-<strong>Haaksbergen</strong> door Tenhagen als Noord-Zuid verbindingbenoemd en loopt dan vanaf Alstatte naar Wessum-Wüllen en Gescher. DeNederlander le Coq beschrijft in 1816 een doorgaande route Coevorden-Keulenwaarin zowel onze 'Hessenweg' als de 'Deventerweg' geweldig worden opgewaardeerden in een heel ander licht worden geplaatst. Deze weg liep vanuitCoevordenoverHardenberg-Itterbeck-Ootmarsum-Enschede-Gronau-Nienborg-Gescher-Borkenen Wesel naar Keulen.Dat het tracé over Buurse-Alstatte van bijzondere betekenis was, leert een opmerkingin samenhang met de reis die de Nederlandse afgezanten in 1646 maakten11
naar de Vredesconferentie in Munster. 'Bekend is dat de kortste weg....leide an deSchipbeek... Richting Alstätte naar Munster* 15 .De steden Deventer, Munster en Keulen maar ook andere steden en dorpen zoalsCoesfeld of Vreden, Bentheim en Bocholt waren ongetwijfeld handelspartners inHanzeverband. Er zijn bewijzen van ruilhandel en ook van handel in grote proporties.Daarmee is de cirkel gesloten en staat de meer dan lokale betekenis vanbeide wegen buiten kijf.Hoewel de wegen in economisch opzicht voor het Kerspel Alstatte weinig betekenishadden, zullen we in het volgende hoofdstuk toch de gevolgen voor onzegrensregio belichten. Het feit dat beide routes niet door de dorpskern gingen maaralleen aan de zuid- en de noordkant door de buurtschappen liepen zal daarbij zekereen rol hebben gespeeld.Aanvullend wil ik hier gewag maken van een uittreksel van een kaart uit het jaar1842. Deze kaart, gemaakt door ene luitenant Gaffron, is ongetwijfeld voor militairedoeleinden vervaardigd, (de betreffende kaart werd jaren geleden door deKreissparkasse Borken welwillend ter beschikking gesteld van deHeimatverenigingen). De lezer, die ter plaatse goed bekend is, zal zich snel kunnenoriënteren en in staat zijn interessante vergelijkingen met de huidige situatie temaken. Het tracé door de buurtschap Besslinghook is aangegeven als "Strassenach <strong>Haaksbergen</strong>".De economische betekenis van de Hessen- en Deventerweg voor de burgersvan AlstatteEr is maar weinig bekend over profijt of over meer handel die aan beide handelswegente danken zijn. Alstatte was daarvoor in die tijd ook te onbeduidend.Bovendien, als puur agrarisch dorp met slechts enkele ambachtslieden, die op deboerderijen in de omgeving niet eens genoeg werk konden vinden, zal vaak demoed en zeker het geld ontbroken hebben om de zaken groot aan te pakken. Vaak,in feite veel te vaak vinden we in oude Bevolkingsregisters achter de voor- en achternaamhet woord 'Pauper', dat armlastig betekent. Er zal ongetwijfeld zo nu endan een rol linnen van eigenaar gewisseld zijn maar de opbrengst van zo'n handeltjekon zelden als extra opzij worden gelegd omdat het hard nodig was voor deaanschaf van het allernoodzakelijkste voedsel of kleding. In veel families klapperdein de winter de weefstoel en dat was geen teken van welstand of overmoed.Meestal was er sprake van bittere armoede en vormde de opbrengst van het wevenslechts een zuur verdiend extraatje. Er is wel sprake van het opkopen van vee uitHolland. Men kocht dan in het voorjaar als de boeren het vee gingen opweidenmagere beesten die dan vervolgens gedurende de zomermaanden op de weelderigeweiden van het Munsterland werden vetgemest. Dit mestvee bracht dan in deherfst goed geld op.Wat waren nu de typische producten die als vracht over deze wegen vervoerd werden.In de richting Nederland ging hoofdzakelijk houtskool, rogge, bijenraten< Uittreksel kaart Alstätte 1842 Gaffron13
(voor de bijenwas) en leem (potaarde) voor een steenfabriek in Deventer. Op deterugweg kwamen dan koloniale waren, gezouten-, stokvis en vooral kaas naarMunster terug. Hildegard Schlutius weet in het boek 'Koopman, Handel enKarrenspoor' over de inkopen van een adellijke familie uit het Munsterland hetvolgende te berichten: kleding uit kostbare stoffen, zoals oude velours met groterol-kragen en spits toelopende reverskragen, laarzen voor meneer en mevrouw,geborduurde gewaden, gestikte handschoenen van hertenleer, zwarte rozen, vanbinnen bekleed met gouden kant, een met goud- en zilverdraad beslikt lerenzadel, veel portepees (verzilverde of vergulde kwasten, die aan sabel of degenwerden gehangen) van kostbaar materiaal, goudbedrukt schrijfpapier, pommadeuit Spanje om de haren zacht en glanzend te krijgen, een edele poederdoos uitCyprus en wandtapijten van verguld leer voor de vertrekken in de Wasserburg inNordkirchen. Allemaal prachtige kostbare goederen die in den Haag werdengekocht en met paard en wagen naar Slot Nordkirchen vervoerd werden. Eenniet alledaagse vracht voor de karrenvoerders en al zeker niet voor de geldbuidelvan de burgers uit Alstatte.In het boek 'Uit het land van katoen en heide' 9 vertelt J.J. van Deinse over zijnbezoek aan de familie Nienhaus-Latker. Hier heeft hij oude stukken gevonden diebevestigen dat er een levendige inkoop van hout door Hollandse houthandelaarsheeft plaatsgevonden. Deze in het Westen van Holland zeer begeerde eiken stammenwerden hier aan de Buurserbeek (Ahauser Aa) in de directe omgeving van deHaarmühle op- resp. overgeslagen, van Deinse citeert uit 1650: "twee bergsrohdenaan J. verkoft dee Stoffer un ik van Geskeman gekaft hadden, so vor RolvingsLandewer lagen \ Stoffer is waarschijnlijk Christoffel Smidt, gehuwd met Johannater Kuile van de Koelboer te Buurse. De houten stammen zijn waarschijnlijkslechts voor een klein deel over de weg, dus met paard en wagen, naar Hollandvervoerd. Voor het merendeel van het transport maakte men gebruik van de Aa(Buurserbeek). Zowel met houtvlotten als in vrachtboten met geringe diepgangging het richting Deventer.Was de Aa bevaarbaar te maken? Er zijn pogingen in die richting geweest en weluit de hoogste kringen, met name van Christoph Bernhard von Galen. In onderhandelingenmet de stad Deventer heeft hij ermee ingestemd het waterpeil in deAa te verhogen als aan Hollandse zijde de Aa (Buurserbeek) tot aan de Haarmühlebevaarbaar zou worden gemaakt. Het Verdrag hiertoe werd in 1652 getekend.Korte tijd later liet de Vorstbisschop een sloot van 15 voet breed en 5 voet diepaanleggen, die van Ottenstein naar Alstatte liep, de voorganger van de Flörbach.Uiteindelijk kon het project echter niet verwezenlijkt worden. Tot zover de korteuitweiding over de scheepvaart.In een humoristisch verhaal vertelt de eerdergenoemde en door mij hooggeachteEnschedeeër J.J. van Deinse het succesverhaal van de gebroeders van der Sluis.Van Deinse ontdekte dit verhaal in het boek ' Geschiedenis van het land vanBerkel en Schipbeek' van meester H. W.Heuvel. Volgens dit verhaal hadden debroers van der Sluis overal in het bosrijke Munsterland grote partijen hout vaneerste14
kwaliteit bij voorkeur eikenhout opgekocht voor een spotprijs. Om medelijden tewekken hadden ze daarbij een absoluut niet aanwezige armoede voorgewend doorrond te lopen in versleten kleren die met een stroband om hun middel warengebonden. Vaak had daarbij een extra pond koffie geholpen om het waardevollehout ver onder de reële prijs te kunnen kopen. Tegelijkertijd werd dan het minderwaardevolle kromme hout door de slimme Hollanders er voor een appel en een eibij gekocht. Dat kromhout vond in die tijd gretig aftrek in de scheepsbouw. Zewerden rijk, zeer rijk, en bouwden voor eigen gebruik nog een sluis en een weduwevan de ijverige broers kocht in 1719 het Slot Westerflier bij Diepenheim. Eenzichtbare bijdrage aan de Alstätters leverden beide wegen dus niet. Pas aan hetbegin van de 20 e eeuw, toen de Hessenweg en de Deventerweg allang tot hetverleden behoorden en nog slechts een legende waren, ontwaakte Alstätte uit deslaap van Doornroosje. Voor de steden Munster en vooral Deventer waren devoordelen van dergelijke verbindingen wel degelijk meetbaar. Munster alsBisschopszetel en stad met relatief veel hooggeplaatste burgers, stad van deWederdoper Jan van Leijden, van Krechting en Knipperdollink, van de architektConrad von Schlaun en van de Vrede van Munster was zeker in die tijd al eenstad van landelijke allure, een metropool.De positie van Deventer in het Oosten van Nederland was bepaald door de handel.In het boek waarin de Stadsrechten zijn opgetekend staat de volgende passage:'dat deze stad al vóór de Oorlog met de Koning van Spanje onder andere sederthonderd en onheuglijke jaren langer een Vrije stad is geweest, die ook steeds denaam van Vrije Rijksstad gedragen heeft en daardoor onderdeel van het Rijkwas... \ Wat een trots en zelfbewustzijn in een paar zinnen. Deventer was een handelsmetropoolen had reeds in 1200 verbindingen met Vreden en Coesfeld. In1386 waren er elk jaar al 5 markten die in totaal 11 weken duurden.De kwaliteit van het wegdek in de Hessen- en DeventerwegOm maar gelijk met de deur in huis te vallen, beide wegen waren onverhard duszonder steenslaglaag of plaveisel (kinderkoppen). In het gunstigste geval waren eraan beide zijden sloten aangelegd, die voor een geregelde waterafvoer zorgden.Op plekken echter waar het tracé door een bosgebied ging of aan beide kantendoor struikgewas en wallen liep, waar geen zonlicht door het weelderige bladerdekkon doordringen, verhinderde dit een snel opdrogen van de weg. Men hoeftweinig fantasie te hebben om zich de toestand van deze wegen voor te stellen alser regelmatig karren van verschillende spoorbreedte over reden, die met hun metijzer beslagen wielen diepe sporen trokken door de onverharde en vaakomgewoelde ondergrond. Hessenwagen hadden een spoorbreedte van l meter 90cm, terwijl de voerlieden in het Munsterland aan karren met een spoorbreedte vanl meter 30 cm de voorkeur gaven. Dat gaf natuurlijk, vooral na perioden van langdurigeregenval als de wegen bijna onbegaanbaar waren, steeds weer aanleidingtot onenigheid tussen de Hessenlui en de plaatselijke bevolking, die deze wegenimmers ook gebruikte om hun akkers en weiden te bereiken.15
Zo zou een Hessenkar er uitgezien kunnen hebben; Transportkar van kolenhandelaar Blenker uitGescher. Bron: Koetsmuseum Gescher", bh. 19De Hessenlui namen het met de wegbreedte ook niet zo nauw. Als ze de kans kregenreden ze naast de eigenlijke weg, zo veel mogelijk de grootste kuilen en moddervermijdend. Als dat in het 'gemeene' veld van de Marke gebeurde kraaide ergeen haan naar maar anders werd het natuurlijk als ze over bewerkt akkerlandreden of omheiningen wegtrokken en vernielden. Dan was de ergernis te voorspellenwant de voerlui, vaak rauwe lieden die vaak ook nog bewapend waren, lietengeen visitekaartjes achter. Zo zag Moorrijden na een ongeluk" eeuwen geledener dus uit. Er zijn ook pogingen ondernomen om de gespannen weg te houden vanhet eigen erf en de bijbehorende bewerkte stukken grond. Nog vandaag de dag zijner in de Schwiepenhook resten te vinden van een uitholling in de weg met daaropeen wal met een hoge haag. Hier '(ge-)leide' men de Hessenweg een paar honderdmeter lang van de 'Niengraven' naar de oude kalkoven en verhinderde op diemanier dat er uitgeweken kon worden over het grondgebied van het erveHage-mann.Jaarlijks probeerde de Vorstbisschop de burgers aan te spreken op het onderhoudvan de wegen. Waarschijnlijk hebben deze oproepen weinig resultaat gehad, hoewelhet voorgekomen schijnt te zijn dat er sloten langs de weg schoongemaakt zijnen de diepste gaten zijn gemaakt.De toestand van de wegen in Munsterland worden treffend beschreven doorJohann Nepomuk von Schwerz in een bericht uit 1816: 'Angst en beven opwekkendzijn de wegen in de kleigebieden van Westfalen. Bij ongunstige weersom-16
„droge "Hessenweg met verschillende wagensporen, bron: zie \ blz. 22/Landesbildstelle Rheinland...en zo 's winters?, Bron: zie", blz. 23 /Staring Instituut te Doetinchem17
standigheden zit iedere bewoner dan thuis opgesloten en verliest daardoor demogelijkheid met zijn gespan te rijden, zijn akkers op tijd te bewerken en de productenmet winst te verzilveren. In Westfalen verenigen Natuur en onverschilligheidzich met elkaar om de slechts denkbare wegen op te leveren. De klei in hetMunsterland heeft een hoog leemgehalte dat bij vochtig weer zodanig doorweektraakt dat men met een wandelstok vaak zonder moeite 3 voet diep in de grond kansteken. Zulke plekken, tot holle wegen uitgereden, zonder sloten aan de zijkant enzonder uitwijkmogelijkheid geven een getrouw beeld van een groot deel der wegentussen Rijn en Weser. Op de heide van de Marken waar de weg net zo breed als deMarke is, gaat het wat beter, tenminste als men op de hogere stukken blijft. Komtmen in de dalen dan rijdt men zich opnieuw vast als men niet de beschikking heeftover een dubbel gespan paarden \.... door de heide, Bron: zie 8 , bh. 26De strategische betekenis van de Hessenweg, het erve Lanwermann en deGalgenbultIn de Middeleeuwen trokken de legers over de wegen, dus ook over de Hessen- ende Deventerweg, om zich te verplaatsen naar hun garnizoenen, standplaatsen ofeen oorlogsgebied. Er zijn dan ook schriftelijke overleveringen bekend van militairebewegingen over de Hessenweg. J. J. van Deinse schrijft: 7n allerijl trok BisschopChristoph Bernhard von Galen op 8 december van het jaar 1665 bijWessum troepen bij elkaar en brak twee uur voor zonsopgang het kamp op. Zetrokken over de Braam in Buur se door de buurtschap het Rutbeek en wel over deoude weg18
die van Heek langs Alstätte naarDelden voerde’ 10 . Wat was er aan dehand? Nauwelijks was de 30-jarigeOorlog voorbij en met de Vredevan Munster in 1648 beklonken ofhet gehate wapengekletter klonkopnieuw. Het leger van destrijdbare Vorstbisschop hieldtussen Enschede en Delden eenStaatse strijdmacht tegen, sloeg zeuit elkaar en doodde vele soldaten.Het staat vast dat men de stichtingvan het Erve Lanwermann ook insamenhang hiermee moet zien. Zolezen we opnieuw bij FriedrichTenhagen, die daarbij uit een oudkerkboek uit Alstätte citeert: Yn1662 heeft Vorstbisschop vonGalen een grondstuk uit deGemeente alsmede een lening van100 Reichstaler toegewezen aanluitenant van Uelsen bestemd voorde bouw van een nieuwe “kotten"(huis) naast Rolvings Landweer enbeneden de beek. Gevolgd door deaanbeveling om jaarlijks 5Reichstaler rente daarvan als dankvoor de goedheid van de Eerwaarde ten behoeve van de Heilige Olie aan de Kerk inAlstätte af te dragen. Deze bijdrage voor het onderhoud van het Eeuwige Lichtwerd in 1707 door Schulze Varwerck, Herkert-Orthus en Duis, allen bestuursledenvan het Kerspel Alstatte, verhoogd tot jaarlijks 8 Reichstaler en een paar kippen \"Het staat wel vast dat de Vorstbisschop niet uit sociale overwegingen op deze uitgesprokenplek een onderkomen heeft laten bouwen en deze heeft laten bezettendoor een luitenant uit de Bisschoppelijke Strijdkrachten, de Boerenleider en hoofdvan het Kerspel Wüllen, Heinrich van Uelsen. Deze verpachtte zijn huis in Wüllen enbouwde in de buurtschap Gerwinghook bij de grens het zgn/Uelserkotten', vandaaghet erve Lanwermann-Helmert. Luitenant van Uelsen was getrouwd met een dochtervan gevangenbewaarder Rolving. Deze Rolving was ook bewaker bij de oudeLandweer van de Heerlijkheid Ahaus en had dus de verantwoordelijkheid voor eengeordend verloop van het verkeer door de Landweer in beide richtingen. Om de'Lanwehrbohm' (slagboom) te kunnen openen maakte hij gebruik van een 28 cmlange ijzeren sleutel. Deze sleutel is door de familie Lanvermann in 193219
geschonken aan streekonderzoeker van Deinse. De sleutel bevindt zich momenteelin de openbare collectie van het van Deinse Instituut, de voormalige "Oudheidkamer",in Enschede 12 . Uit andere aantekeningen kunnen we afleiden dat dit erve tijdensde schermutselingen tussen de Bisschop van Munster en de Republiek derNederlanden het slachtoffer van overvallen is geweest.Vorstbisschop Christoph Bernhard von Galen probeerde bij iedere gelegenheidzijn machtsgebied uit te breiden. Van 1663 tot 1677 heeft hij in totaal 3 veldtochtentegen de Hollanders gevoerd zonder ook maar een vierkante meter te winnen.Het enige resultaat: talloze doden en veel ellende. Niet bepaald het ideaalbeeldvoor een Godsdienaar en het vijfde Gebod (Gij zult niet doden) zal hem dan ookniet vertrouwd zijn voorgekomen. In Nederland kende men hem vooral onder descheldnaam 'Bommenberend'. Von Galen werd als onderdiaken op 14 november1650 tot Bisschop gekozen. Na zijn benoeming werd hij tot priester gewijd en op17 september 1651 in de Dom van Munster tot Bisschop geconsecreerd. Al op 4oktober van dat jaar hield hij zijn feestelijke intocht in Ahaus. Naast zijn strijdlust,om niet te zeggen begerigheid tot vechten, was hij een goede Herder in zijn bisdom.Tot het jaar 1674 heeft hij 900 priesters gewijd, waarvan de feestelijkhedendrie keer in Ahaus plaatsvonden.Hij consecreerde 30 nieuwe kerken en meer dan 100 door de 30-jarige Oorlog ontwijdekerken werden door hem opnieuw ingewijd. Maar zijn hart ging vooral uitnaar de opleiding van jonge priesters. Daarnaast was hij een groot ijveraar vooronderwijs en voerde hij de schoolplicht in. Bekend werd hij ook door het veelvuldiggeven van aalmoezen. Uit oude rekeningen blijkt dat hij van l april 1677 totzijn dood op 29 september 1678 uit zijn privé-vermogen 8000 Taler heeftgeschonken aan liefdadigheidsdoelen. Het is moeilijk om ons vanuit onze huidigedenktrant te verplaatsen in de gedachtewereld uit die vervlogen tijd en dan eenjuist oordeel te vellen. Immers in zijn gehele regeringsperiode was er ook Oorlog.Hoewel in harde tijden van een Regent harde en eenzame beslissingen wordenvereist kunnen we in onze tijd zijn handelwijze toch niet meer doorgronden.Persoonlijk ben ik er zeker van dat zijn wijze van handelen ook op zijn beschermelingengeen positieve invloed heeft gehad.Van zijn overwonnen tegenstanders kon men geen achting voor von Galen verwachten.Men kan zich voorstellen dat het op de handelswegen niet altijd evengemakkelijk toeging. Het recht van de sterkste zegevierde. Dit 'recht' werd zelfsbestempeld met het woord 'Faust-und Kolbenrecht' oftewel 'Vuist-en Kolfrecht'.Tenhagen spreekt over overvallen en berovingen op de handelsstraten. Op andereplaatsen wordt ook gewag gemaakt van rooftochten door de inwoners, die daar uithonger en nood toe gedreven werden. Op eenzame plaatsen in de uitgestrekte heideveldenwas straatroof van betekenis aan de orde van de dag. 'Hotspots' in dietijd waren de omgeving van Vreden, Groenlo, Borculo en Zutphen. De overvallenwaren realiteit aan beide zijden van de grens. Gerard Dumbar, die in de eerste helft< De situatie aan de grens op een kaart uit 1690 "21
van de 18e eeuw secretaris van de stad Deventer was, meldt dat bij 'het doorsnuffelenvan oude Schriften'over een Landweer werd opgetekend: '...aengetekent voornaemelijck aengelegt te zijn tot merder beveiliging van denkoophandel en tot dekking van stats omlegende en onderhoorige landen samtderzelfder Bewooners tegens de geduurige strooperien en roverien vanzommige quataerdige en toomelooze menschen dier tyden, inzonderheit uitMünsterlant die het Recht vermeinde te hebben, um ieder eenen naer hungoetdunken zonder redenen te mogen aentasten, te berooven en als vyand tehandelen’.Tot zover Dumbar.Ook aan Münsterse kant werden maatregelen getroffen. In 1630 werden detolgaarders (bijv. Nienhaus aan de Niengraven) evenals de onderdanen:'gemaand om loslopende lieden, die straten en passen afschuimen, kooplieden enwandergezellen afzetten en beroven, evenals klaplopers, nachtdieven enzwervers, geen onderdak te bieden en strooptochten en eigenmachtige optredensvan dit soort landlopers en bedelaars naar beste kunnen zelf af te weren'. Het wasgebruikelijk aan de gemeentegrenzen met name langs hoofdwegen, voornamelijkuit een oogpunt van afschrikking galgen op te richten. De straf door de stropbestond in de 16e, 17e en 18e eeuw voor zware 'missethaten'. Men liet alsafschrikwekkend voorbeeld de misdadiger hangen tot alleen het skelet overbleef,waarna het gebeente in de omgeving van de houten galg in de grond werd gestopt.In Alstatte zijn twee plekken waar zo'n galg stond (Galgenbulten) uit overleveringbekend ". De ene stond in de buurtschap Averesch in de buurt van het reeds bij deDeventerweg genoemde erve Humkamp en de andere in de buurt van het erveLanvermann. De laatste zullen we wat nader bekijken.Kopergravure uit de Middeleeuwen met een voorstelling van folteringen22
Situatie rond 1827, Uittreksel uit het oorspronkelijke Kadaster '"23
Het bestaan van deze galg is vastgelegd in Oorkonden. In het Staatsarchief teMunster bevinden zich zowel Oorkondes als Landkaarten van de Münsterselandmeter Claessen en de Gelderse landmeter van Hassel die in 1769, toen dedefinitieve loop van de Duits-Nederlandse grens werd vastgesteld,verantwoordelijk waren voor de correcte nummering van de grensstenen en dekarthografische vormgeving van het grensgebied. In deze akten vinden we in1685 de volgende aantekening: ‘een Steen bij de omgevallen galg in het KerspelAlstätte, dicht bij de Braem werd in 1773 genummerd 22 bij de Haarmühle '.Zowel de grenssteen als de Galgenbult staan anno <strong>2004</strong> nog aan de zogenaamdeMarkslagweg. Zoals uit oude aantekeningen blijkt schijnt de galg ook bijNederlanders aan de andere kant van de grens zo nu en dan tot ergernis tehebben geleid. Vermoed wordt dat de huidige plaats van de galg, die zo'n 200meter van de grens verwijderd is, op grond van Nederlandse bezwaren gekozenis.In de buurt van de Galgenbult vindt men ook het ' Schafottfeldeken' (Schavotveldje).Het ligt voor de hand aan te nemen dat beide plekken met elkaar in verbandstaan maar zeker is dat niet. Misschien werden op het Schavotveldje hetgebeente van de gehangene begraven.Welke betekenis deze grensovergang had laat zich het beste uitleggen aan de handvan een mondelinge overlevering opgetekend uit de mond van een vroegere bewonervan het erve Lanwer. Hij verklaarde van zijn voorouders gehoord te hebbendat er destijds serieuze plannen hebben bestaan om het douanekantoor op dezeplek te bouwen en niet in de buurtschap Besslinghook.Er bestaan veel verhalen en legendes over dit stuk grensgebied. Het is daarom nietverwonderlijk dat de romanschrijfster Mani Beckmann uit Alstätte enige jarengeleden dit thema heeft opgepakt en het op spannende wijze heeft verwerkt in haarhistorische roman Mie Kapelle im Moor' (de kapel in het Veen)." Het boek is inheel Duitsland een succesnummer geworden. Wij willen u de bijbehorende Landkaart,die niet helemaal met de werkelijkheid overeenkomt, niet onthouden. Ermoet echter nog over een ander persoon bericht worden, die de vrede lief had enmet een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid over de Hessenweg gekomenis dan wel met een eigentijdse koets over de weg van Alstatte naar Deventergereisd is. We praten over niemand minder dan Alexander Hegius, groot geleerde,priester en humanist en naamgever van het gymnasium in Ahaus. Omstreeks 1433in Heek (anderen denken 1439/1440 in Burgsteinfurt), geboren als zoon van eenwelgestelde Scholte (Herenboer), werd hij in 1469 benoemd tot Rector van de'Grote School' in de stad Wesel en in 1474 aan de Stiftsschool in St.Martin bijEmmerik. Van de herfst in 1483 tot aan zijn dood werkte hij in Deventer als Rectoraan de School van de Heilige Lebuinus, die hij in humanische zin omvormde.Erasmus, de grote Rotterdamse geleerde, behoorde daar tot zijn leerlingen. Hetstaat vast dat hij bij bezoeken aan zijn familie in Heek of in Burgsteinfurt de wegover Alstätte genomen heeft.Zowel de Hessenweg als de Deventerweg beleefden goede en slechte tijden. In hetbegin van de 19e eeuw maakten de Hessenlui nog één keer een krachtige opleving24
Fantasy landkaart 'Alstätte omstreeks 1668' (uit het boek 'Die Kapelle im Moor')van hun handel mee. Het bleek slechts enkele jaren te duren. Spoorlijnen enstoomschepen traden in hun voetsporen en begonnen hun zegetocht in hettransportverkeer. De 75 jarige J.A.J Baron Sloet merkt daarover in 1859 hetvolgende op: 'Menigmaal heb ik mij verlustigd met het zien passeren derzogenaamde Hessenkarren, kolossale karren door vier of vijf hengsten getrokken.Vroeger voerden zij waardevolle artikelen aan, oa. Zijden stoffen uit Italië; maarin latere tijd brachten ze slechts zwartsel naar Amersfoort. Nog hebben dezewagens niet opgehouden te rijden, te Arnhem zag men ze nog wel eens (1859!)Het bedrijf liep op zijn eind. Het waren vennootschapjes, die deze Karrenuitrustten; de voerman met paard en hond leefde vrijwel geheel van meegevoerdproviand en bij gemis aan retourvracht verkocht hij wagen en paarden hier ommet de hond als gezelschap te voet huiswaarts te keren \Het einde van een beroepsgroep stond voor de deur. Aan een tijdperk, dat op zijnvroegst aan het einde van de Middeleeuwen was begonnen, kwam een einde. Zohier en daar in een dorp of stad herinneren straatnamen nog aan deze min of meerglanzende periode. En waarom heb ik nu dit verhaal aan het papier toevertrouwd?Welnu, daarop is maar één antwoord mogelijk: het is zo jammer dat dit alles metde mantel der vergetelheid wordt bedekt. De geschiedenis van vele dorpen isrijkgeschakeerd. De Hessenweg behoort tot de geschiedenis van Alstatte. Zolangze25
vredig in geordende banen grensoverschrijdend verliep was ze een zegen voor demensen, voor iedereen die er mee van doen had, zowel zakelijk als vervoerder alsin de kwaliteit van bewoner langs de internationale weg. Macht en geld en vooreen deel religieus fanatisme waren altijd al een vijand van vrede en gerechtigheiden kende geen grenzen. We kennen daar ontelbare voorbeelden van. Ook hedenten dage nog. Wat zou het een zegen voor de mensen aan beide zijden van de grensgeweest zijn, wanneer er in de loop der tijden minder Christoph Bernhard vonGalen en meer Johannnes Jacobus (Ko) van Deinse zou zijn geweest. Het prachtigeonderstaande gedicht is van zijn hand.De grenssteen staat in 't heideveldHij scheidt er land en landDaarover echter reike steedsDe mens de mens de hand.Johannes Jacobus (Ko) van Deinse 1867-1947 Enschede.26
Hessenweg - Munster - Deventerdoor Jaap KluitenbergEen onderzoek naar oude handelsroutes tussen Deventer en Munster incl. eenpoging tot reconstructie van de Hessenweg.Wat is een HessenwegDe benamingen Hessenweg, Hessenstegge, Hellweg, Heirweg, Deventerweg,Munsterstraat of Munsterdij k om er maar een paar te noemen komen niet uitsluitendin deze omgeving voor. Integendeel, men vindt ze overal in onze regio en ookverderop naar het westen tot aan Utrecht toe. Altijd echter in samenhang met eendoorgaande route. Voor een goed begrip moeten we dus nu eerst een uitstapjemaken naar het begrip "Hessenweg".De naam Hessenweg is in het spraakgebruik een doorgaande oost/west handelsroute,die in onze contreien laat in de 17e eeuw na afloop van de 80-jarige Oorlogin zwang kwam. De weg werd benut door handelslieden uit Duitsland met nameuit het land Hessen, die rijdend in grote huifkarren vol handelswaar naar de LageLanden in het westen vice versa trokken. Internationaal transport avant la lettrezouden we kunnen zeggen. De centra voor goederenvervoer lagen in die tijd in debuurt van Kassel in Hessen.In die tijd kwamen ook de regelmatige postdiensten en het vervoer van personenop. Niet de overheid trok hier aan de touwtjes, maar particulieren. In het personenvervoerwas het de Oostenrijkse familie Turn und Taxis, die het monopoliekreeg. We hebben er de naam taxi's aan overgehouden.De Hessen onderscheidden zich van lokale vervoerders met name door hetgebruikte materiaal. Ze reden met grote huifkarren, vaak met een gespan vanmeerdere paarden. Over de Hessenwegen werd een grote verscheidenheid aangoederen vervoerd. Sleurink en Rondeboom' schrijvend over de grote handelsroutesvan Arnhem naar Amersfoort, vermelden: Uit Duitsland kwamen wijnen,geschut, kogels vanuit Keulen en Frankfurt, vloerstenen en leien uit Keulen, lijnzaad,lint, garen en borstels uit Düsseldorf, glaswerk uit Heilbronn en Hanau,kramerijen uit Neurenberg, garens uit Hamburg, blikwaren uit Leipzig, spiegelglasen ruiten voor koetsen uit Berlijn en Hongaars koper en kwikzilver uit Wenen.Als retourvracht naar Duitsland gingen specerijen, kruiden, ver/waren, koffie,thee, haring, stokvis en vele andere artikelen, waaronder uit Oost- en West-Indië.Of een dergelijke verscheidenheid aan goederen ook in Buurse over de grenskwam is ons niet bekend.En dan was er nog een ander onderscheid. De spoorbreedte van de Hessenkarrenweek met een breedte van ca 1.75 meter sterk af van de in ons land gebruikelijkebreedte van karren, die op smalle wegen berekend waren. In 1588 voerde het27
Gewest Holland het zogenaamde "Hollandse Spoor" in met een asbreedte vanongeveer 1.30 meter. Later volgens de andere gewesten. Wegen waren tot ver inde 19e eeuw niet geplaveid. Het waren zandwegen en hadden een eigen ingeslepenkarrenspoor, berekend op de lokale karren.De Hessenkarren reden al die sporen stuk en namen het volgens de overleveringbovendien niet zo nauw met de route. Het waren veelal ruwe avontuurlijke lieden.Ze namen de kortste en meest comfortabele weg en aarzelden niet om soms, als deweg slecht was, dwars door bouwland te rijden. Dat zette natuurlijk kwaad bloedbij de lokale bevolking en leidde er toe, dat ze na verloop van tijd alleen nog opspeciaal aangewezen wegen mochten reizen. Dat waren doorgaans de bestaandedoorgaande wegen. Vandaar de naam Hessenwegen.Het principiële verschil met normale doorgaande wegen was, dat Hessenwegenstelselmatig de grote nederzettingen vermeden en om de steden heentrokken.Waarschijnlijk om oponthoud te vermijden. Ook uit het feit dat sommige gemeentengeweigerd hebben mee te betalen aan het onderhoud en herstel van de wegenpleit voor de opvatting, dat het geen gewone viae publica of openbare wegenwaren, maar Koningswegen of via regiae, aangelegd van hogerhand voor bepaaldestrategische of administratieve doeleinden.De verbinding Deventer -MunsterDe doorgaande wegen in onze gemeente uit Deventer in de richting Munster zijnwaarschijnlijk al zeer oud. Of ze zo oud zijn als de weg naar Rome, om maar eenseen beeldspraak te gebruiken, weten we niet. Feit is dat in Twente de uitdrukking:"Zo aold als de weg noar Deêmter" beter bekend is. Dr. F. Leijden 2 , die het verschijnselvan de Hessenwegen heeft onderzocht, komt tot de conclusie, dat deHessenweg van Deventer naar het oosten van zeer hoge ouderdom moet zijn.Rekening houdend met het feit, dat Deventer niet alleen de oudste der drieOverij-selsche hoofdsteden was, maar ook al tijdens de invallen der Noormannende tijdelijke Residentie der Bisschoppen van Utrecht heeft gevormd, maaktaannemelijk, dat deze weg uit de vroege Middeleeuwen moet dagtekenen. Hijstond immers ook bekend als de grote doorlopende weg van Utrecht naarMunster. Ook Jansma 3 geeft als zijn mening, dat de weg Deventer-Münster eendeel moet zijn geweest van een handelsroute tussen Utrecht en de Romeinsenederzettingen in het Munsterland. Hij gaat er vanuit, dat bij Goor Twente wordtbereikt en dat hier een doorgang door de Regge is geweest. Van daaruit liep deweg over Delden, Hengelo en Enschede verder naar het oosten.Bij Goor takte ook een weg af naar <strong>Haaksbergen</strong>, die vandaar via Alstatte eveneensnaar Munster liep. We weten uit schriftelijke bronnen 4 dat omstreeks 1250 deeerste Duitse kooplieden met hun wagens in Deventer verschenen. Getuige eenverdrag tussen Deventer en Coesfeld uit 1293 ter beveiliging van de wegverbindingis het niet onwaarschijnlijk, dat de over <strong>Haaksbergen</strong> lopende weg isgebruikt. Zeker is dat echter niet. Immers de verbinding Coesfeld, Vreden,Borculo en Lochem voerde over Gelders gebied en daarmee had Deventer, alsconcur-28
ent van het Gelderse Zutphen, voor zover bekend geen goede betrekkingen.Toch weten we dat de verbinding vele eeuwen ouder is. Dit valt af te leiden uit degeologische structuur van het gebied en uit archeologische vondsten.Geologische structuur en archeologische vondstenHet landschap in Twente is gevormd na de laatste ijstijd. De loop van de beken isbepaald door de plaats van de stuwwallen uit de ijstijden en dit samen heeft debodem in Twente gevormd. Het landschap bestaat dan ook uit een lappendekenvan zandgronden, klei-afzettingen en venen. Op de hogere droge zandkoppen zijnde mensen gaan wonen en zijn de essen gemaakt en op de plaats waar het waterniet afliep werd veen gevormd. De kleigronden bestaan voor een deel uit achtergeblevenzeeklei en voor een deel uit jonge beekafzettingen. We moeten ons voorstellendat de wegen vroeger ontstaan zijn op de droge gedeelten van het landwaarover men kon lopen en waarover wagens konden rijden. Omdat op de oevervan een beek het water direct wordt afgevoerd is een beekoever een natuurlijkeplaats om een weg te verwachten.<strong>Haaksbergen</strong> heeft een beek, maar deze Buurserbeek-Schipbeek is anno <strong>2004</strong>zoveel vergraven dat het zinvol is om de oude beekloop na te gaan. We komendaar op terug. Eerst volgen we het traject van de weg richting Deventer.BuurseDe oudste sporen van wegen zijn gevonden bij Buurse waar in het veen resten zijngevonden van zgn. knuppelwegen. Om een doorgang te krijgen in natteveenachtige gebieden werd er een wegdek gelegd van een serie aan elkaar gelegdeboomstammetjes. De oudste van deze wegen stammen uit de bronstijd (1500-700voor Chr.) Lang voor onze jaartelling dus.Sporen van bewoning in deze contreien zijn jonger. We kunnen dit afleiden uitarcheologische vondsten. Zo zijn in 1991 door J.Overbeek in de Buurscher Esch,tussen beide kernen naast het dal van de oude beek, scherven gevonden uit deijzertijd (dus ca.650 v Chr-100 na Chr.), waarna een groep amateur-archeologeneen 3-tal boerderijplattegronden heeft getraceerd, die evenwijdig of dwars op dehuidige Haaksberger-Alsteedse weg lagen. 5 Uit het feit dat in de afvalkuilen eenscherf is gevonden van hoogwaardig Romeins aardewerk (terra sigulata) heeft dearcheoloog Verlinde voorzichtig geconcludeerd dat er een weg moet zijn geweest.Dit aardewerk is te dateren op de tweede eeuw na Chr., uit de tijd van de Romeinendus. Het is afkomstig uit Zuid-Gallië, het tegenwoordige Zuid-Frankrijk. Erzijn echter geen aanduidingen, dat de Romeinen ook feitelijk in deze contreien zijngeweest.Meer waarschijnlijk is, dat de Franken met in hun spoor zendelingen als Lebuinis,Ludgerus e.a. de doorgaande routes op weg naar Westfalen hebben gebruikt in hunstrijd ter Kerstening van de Saksen rond de 9 e eeuw.Schriftelijke bewijzen ontbreken echter. Dat kan ook haast niet anders, omdat deschriftelijke vastlegging pas rond het jaar 1000 ontstond bij de invoering van het29
leenstelsel. En dan ging het nog uitsluitend over het vastleggen in oorkondes vanbezittingen of verkoop daarvan. Andere zaken werden niet opgeschreven, al washet maar, omdat papier een schaars en duur artikel was en schrijven alleen wasweggelegd voor enkelingen, die het Latijn, de taal van de provincie Latium en dekerk van Rome, machtig waren.Kijken we verder, dan zien we dat de wegen steeds de loop van de beken hebbengevolgd. Komend uit Duitsland stuit de Buurserbeek ter hoogte van de Braambrugop de hoge Buurser Esch. Oorspronkelijk splitste de beek zich hier in een deel datlinks langs de Esch als "Oude Beek" in de richting van de Oldenhof stroomde. Zewaterde ter hoogte van het Laakmors afin een moeras. De andere tak stroomde alsUlre (of Oelerbeek) rechts langs de Esch via de Morsbrug naar de Rutbeek en deHagbeek, waarna ze uiteindelijk in de Regge kwam. Bij boerderij Grobbink (anno<strong>2004</strong> de kaasboerderij) was een stuw, waarmee men de waterloop kon reguleren.Ter hoogte van de Braambrug zijn de laagtes en het oude beekdal ook nu nog goedin het landschap te herkennen.Aan beide zijden van deze beken liep een doorgaande weg. Ten zuiden volgde deMünsterdijk als het verlengde van de Duitse "Demterweg " (Deventerweg) debedding van de "Oude Beek" westwaarts tot waar deze bij de Oldenhof, waar ooiteen tol was, op de huidige Haaksbergerweg komt. Aan de noordzijde van de beekvinden we de Hessenweg, die bij de Haarmühle de grens oversteekt en via boerderijde Aam uiteindelijk bij Laakmors op de huidige Buurserstraat uitmondt. Terverduidelijking: de doorgaande weg van <strong>Haaksbergen</strong> naar de Duitse grens anno<strong>2004</strong> verandert drie keer van naam. Van <strong>Haaksbergen</strong> tot de Koekoeksbrug heetde weg Buurserstraat, daarna tot de Hervormde kerk iets voorbij de afslag naarhet dorp Buurse heet ze Haaksbergerweg en tenslotte vandaar tot de Duitse grensAlsteedseweg.De wegenloop aan beide zijden van de beken heeft voortbestaan tot ca 1600 toenop last van Deventer in de Buurserbeek een vaarroute werd gerealiseerd ende bekenloop werdgewijzigd. Een andereaanwijzing voor hetbestaan van een doorgaande route van<strong>Haaksbergen</strong> naar deDuitse grens is tenslotte de vondst in 1989van een compleet pijlgewicht door A. Weegerink"langs eenvoormalige zandwegnaar Duitsland".Deze zandweg blijktde Hessenweg te zijnPijlgewicht30
ter hoogte van de Schans, zo liet de heer Weegerink desgevraagd weten. Zo'n pijlgewichtwerd gebruikt door handelslieden voor het wegen van goederen tussen lgram en l kilo en bestond uit 4 in elkaar passende bakjes, een stop en eenstaaf-vormig afsluitpennetje. Het bronzen exemplaar dat in <strong>Haaksbergen</strong> werdgevonden, is gedateerd ca. 1300 6 . Het was een voor die tijd kostbaar exemplaarwaaruit valt af te leiden, dat het niet is verloren door een lokale inwoner.Dorp <strong>Haaksbergen</strong>Uit de Karolingische tijd, ca.750 na Chr., stamt ook de nederzetting op de hoge es,de Hones. Het dorp <strong>Haaksbergen</strong> is begonnen als nederzetting rond de Pancratius.Deze kerk is gezet op een zandheuveltje (Höcke) aan de noordzijde van de oudebeek. De plaats waar nu het dorp ligt is ook een nat, veenachtig gebied geweestzoals veel plekken in Twente. Aan de afzettingen van de beeklopen zien we datdeze venen langzaam en grillig gevormd zijn. Vlechtende beeklopen wordt dit welgenoemd. Veel wegen worden in Twente nog steeds "dijken" genoemd. Dezewegen zijn oorspronkelijk als eenvoudige dijk aangelegd door zo'n veenachtignat gebied. In het dorp <strong>Haaksbergen</strong> vinden we bijv. de Zeedijk. Het voorvoegsel"Zee" is in dit verband afgeleid van Side dat "laag" betekent. Een dijk door eenlaag deel dus. Ook de Blankenburgerstraat heette vroeger 'In de dijk' en zo zijn ernog veel meer dijken te vinden.Er is nog een aanwijzing voor het bestaan van een oude doorgaande weg en wel inhet wegdek in het centrum van het dorp. Bij het vernieuwen van de riolering in devon Heijdenstraat werden ca. 2 meter onder het huidige wegdek enkeleaangepun-te vierkante eiken palen en planken gevonden, die duiden op een oudwegdek. 7 In het boek "Verleden land" uit 1981 * wordt vermeld, dat in Dorestad(u weet wel, van de Noormannen) houten straten van een soortgelijke constructiewaren, stammend uit de 10 e en 11° eeuw. Het is dus niet ondenkbaar dat ook deOostenstraat, zoals de von Heijdenstraat vroeger heette, zo'n straat is geweest. Ookin de Spoorstraat kwam in 1935 bij werkzaamheden op 1.25 meter onder hetmaaiveld een paalweg tevoorschijn van dwarsgeplaatste stammen. Ook hiervanweten we dat deze in elk geval van vóór 1638 zijn omdat ons uit de markeboekenbekend is dat <strong>Haaksbergen</strong> in dat jaar al keienstraten had, waarvan het onderhoudwas opgedragen aan de omwonenden.'<strong>Haaksbergen</strong>-GoorRichting Goor, bij Hengevelde, zijn bij twee erven resten gevonden van vroegeijzerindustrie, gedateerd rond het jaar 1000. Hier hebben primitieve hoogovensgestaan waar uit ijzeroer ijzer werd gehaald. Hiervoor is vervoer nodig om degrondstoffen, ijzeroer, houtskool, kalk en leem aan te voeren en de productie af tezetten.31
GoorGoor wordt bereikt op een plek die de Blankenvoort wordt genoemd. Een voort ofvoorde is een doorwaadbare plaats. Denkt u maar aan namen als Amersfoort,Bredevoort, Lichtenvoorde, Steinfurt, Frankfort en Oxford. Op dit punt aan deRegge voegt de weg zich bij de route, die over Delden, Hengelo, Enschede enGronau, waar een gedeelte nog steeds Koningsstraat heet, verder naar Munsterloopt. Richting Deventer voert de weg naar de zgn. Bandijk in de weg naar Holten.Deze dijk werd zo genoemd, omdat ze behoorde tot de ban cq het gebied van deBisschop van Utrecht en op last van deze vermoedelijk al rond het jaar 1000 isaangelegd in het stroomgebied van de Regge tussen de Herikerberg en het Schild.De dijk was ongeveer 1,5 km lang en aangelegd om geen last te hebben vanoverstromingen, die in dit moerassig gebied regelmatig voorkwamen. Eenbetrouwbare verbinding met het Twents/Münsterse achterland was voor deBisschop van groot belang met het oog op de controle van zijn bezittingen, hetinnen van belastingen en het afdwingen van trouw bij de leenmannen, telkens alser een wisseling van Bisschop plaatsvond.Jaarlijks werd door de richter van Redingen de "bandijkcedule" voorgelezen.Deze luidde: De dijck sall soo hooch sijn wan het water opt hoochste is, dat daerniet over kan gaen, ende soo breed sijn, dat mijn Heer selffs derde (twee mannaast de Bisschop) daarover kan rijden en dat oock twie waegens tegen den anderewelle wijcken konnen ". Het onderhoud van deze dijk werd door de landsheeropgedragen aan Goor en verschillende buurschappen van Twente met uitzonderingvan de Heerlijkheden Almelo en Diepenheim, waar de Bisschop toen noggeen zeggenschap had.Om onbekende redenen waren ook de Ootmarsumse buurschappen, behalveDenekamp en de Haaksbergse buurschappen Langelo en Brammelo niet totonderhoud verplicht. Al voor 1350 is in Goor sprake van de "Novum Aggerum",in 1370 van de Nyendijke en de Steynstrate. De dijk was dus toen al bestraat,vermoedelijk met veldkeien.'°De economische betekenis van de wegHebben we met het voorgaande enig licht geworpen op de waarschijnlijke loopvan de doorgaande route, het economisch belang van de weg is in de loop der tijdenook sterk wisselend geweest. Wij pakken er enige bepalende perioden uit.De Hanze-tijd 1100-1400Het dorp <strong>Haaksbergen</strong> wordt voor het eerst genoemd in het j aar 118 8 als in degoederenlijst van de Heer van Diepenheim en Dalen de naam Blanckenborghopduikt. Dit jaartal wordt gezien als het begin van de geschiedenis van ons dorpen vormde de aanleiding voor de viering van het 800-jarig bestaan in 1988. Hetis de tijd van het leenstelsel en we weten uit die tijd dat er toen al verkeer was tussenDeventer en het Westfaalse Achterland. De Twentse landbouw was buiten deproducten voor eigen gebruik slechts op graanproductie gericht. Door de uniekeTwentse32
landbouw op de essen kon ieder jaar rogge geproduceerd worden op dezelfde es.Dit graan was het hoofdvoedsel voor de stedelingen, zeker in de tijd dat Deventerde grootste stad van Nederland was. De Twentse wagens met graan kwamen inrijen Deventer binnen.Vervoer met paard en wagen, Gravure uit Vergil 1520Bekend zijn de zgn. Deventer Voeren, een verplichte dienst, opgelegd aan horigepachtboeren, die twee keer per jaar ten dienste van de Heer van veelal een Stift ofeen klooster, rogge naar Deventer brachten en terugkwamen met schaarse goederenals zout, vis, azijn en later ook specerijen.De zouthandel gaat heel ver terug. Bekend is dat de Romeinen zout zelfs alsbetaling gebruikten. Beweerd wordt dat uit de benaming "sel" het woord salaris isontstaan. Men verbaasde zich bij opgravingen van een Oldenzaals klooster over dehoeveelheid visgraten die daar gevonden zijn. Een ander vroeg product was hetaardewerk. Potten voor de huishouding moesten vaak aangevoerd worden uitandere streken. De economie draaide dus voor een groot deel op deze ruilhandel.Vaststaat dat Deventer in de Hanzetijd groot belang hechtte aan een goede verbindingmet het Münsterse achterland via <strong>Haaksbergen</strong> en daar ook in heeft geïnvesteerd.Niet in de aanleg en beveiliging van wegen, maar, zoals gezegd, in hetbewerkstelligen van een vaarroute van Deventer tot aan de Duitse grens bij deHaarmühle. Vanwege de vele overstromingen in de wintertijd waren de zandwegenimmers alleen begaanbaar van april tot oktober en bovendien was het vervoerover water goedkoper dan per as. De vele tolheffingen op de wegen zullen hierbijzeker ook een rol hebben gespeeld.33
Tussen 1400 en1600 is de beddingvandeBuurserbeekdaartoe op eenWflflRtweetal plaatsenOört-jess/uii /verlegd. Zo is er inOO/ 7het dorpGO'<strong>Haaksbergen</strong> eendoorsteek gegravenvan deKlaashuisbrug,waar de beekdestijds nog via debrink het dorpbinnenstroomde,naar deMolenveldbrug inLangelo waarhetriviertje de Vedder stroomde. En voorts is in Buurse een doorsteek gegraven vande Oortjesbrug, een verbastering van de voornaam Aornd (Gakinck, die bij debrug woonde) naar de Koekoeksbrug, waar de Zoddebeek, die uit Lünten kwam,in de Buurserbeek uitmondde en de "oude beek" van de Braam afwaterde. Volgensde Cameraarsrekeningen van de stad Deventer uit het begin van de 15 eeuwis de stad onophoudelijk in de weer met het uitkeren van loon aan gravers. Weweten echter niet of dat graafloon betrekking had op het traject in Buurse. Nog in1466 gingen Regeringsleden van Deventer naar <strong>Haaksbergen</strong> en Diepenheim terinspectie. "Stroink ' 2 meldt dat ter verbetering van de handel tussen Deventer en het Munsterlandin 1602 in Diepenheim is begonnen met het graven van een verbinding tussende Oude Sluis in de Schipbeek bij Westerflier en de (nieuwe) sluis bij de Molenbeekaldaar. Dit houdt in dat er toen dus nog geen scheepvaart mogelijk was. In1685 is ook het traject in Buurse gereed. Het gevolg was dat de Buurserbeek nietlanger door het dorp stroomde, zodat men daar droge voeten hield en, wat minstenszo belangrijk was, er een doorgaande vaarverbinding ontstond met de Schipbeekin Diepenheim en vandaar naar Deventer.We weten dat, omdat het Markeboek van Buurse op 13 september 1685 vermeldt:"de Stouwe bij Grubbincksal op Martine (11 november) toegedaen worden tot 20april daeraenvolgende van jaer tot jaer". Door de stuw in de Buurserbeek bijGrobbink ter hoogte van de Braambrug af te sluiten kwam er in het winterseizoenvoldoende water in de Schipbeek.Het is duidelijk ook dat deze verbinding ook consequenties heeft gehad voor dewegenloop in dit gebied.34
Oorlogsgeweld / Een tijd van grote woelingen/1500 tot 1600De geschiedenis van Twente en Westfalen staat natuurlijk niet op zichzelf maar isonderdeel van de algemene geschiedenis. In die context mag niet onvermeld blijven,dat er ook in deze grensregio eeuwen lang conflicten zijn uitgevochten tussenkeizers, koningen, bisschoppen, ridders en andere machthebbers over bezit, landen landsgrenzen. Uiteraard hebben de doorgaande wegen daarbij een grote rolgespeeld. Met name de strijd tussen de Bisschop van Utrecht en Hertog Karel vanGelre, de 80-jarige Oorlog tussen de katholieke Spanjaarden en de protestantseOranjes en de strijd tussen de Bisschop van Munster (Bommenberend) en de StatenGeneraal der Verenigde Nederlanden, die in de 16' en de \1' eeuw woedden,vallen daarbij het meest in het oog.Zoals altijd was de bevolking het kind van de rekening. Het waren ellendige tijden,waarin verwoesting, moord en doodslag en armoede de boventoon voerden. Nietalleen werd de bevolking door de machthebbersuitgeknepen met belastingen om deoorlogen te kunnen bekostigen, het was ookde tijd dat de soldaat nog niet werd betaaldmet soldij maar met buit, die uit de veroverdegebieden werd gehaald. Hoe de toestand inhet land en de situatie op de wegen in dieperiode is, blijkt uit de Rekening derConfiscatien ' 3 : "Rouwenhorst, vermitzhet35
gerichte van Haecksbergengeheel gevaerlyck op te stratevan Locchum gelegen ende desontfanghers executeur, soealleen als oeck met assistentievan soldaten, ettelycke maelen metgroet peryckel daer geweest soevan wegen den vyandt als diebueren (boeren) zelffs, heftnyemant meer des oerts kunnenseynden, ende hoewel hij middelertijtverscheydentlijck an denofficier aldaar heft geschreven, teneynde hy die pachters tot betalingesolde holden, dan is daerop nyetgevolget, dus alhyer-nyet." Eenbijbehorend marginaal houdt in:"Bij attestatie van Reyndt Wevers,verwalter des gerichtsHaexberghen indate den 21 enMartii 1583 bij hem geteekentblijkt, dat vermitz die dagelycxschegewalt met overfal van frundt undvyant, de meyerluyden moesten met wiff, kinderen en wes si sunst liggendenhadden, in bosschen en broecken vertrocken und sich aldaer beschanzten,wairdeur sy nyet en hebben konden betaelen ".In de strijd tegen de Spanjaarden wordt door de soldaten de tactiek der verschroeideaarde toegepast. Huizen worden verbrand, landerijen verwoest zodat devijand er geen baat van heeft. Aan het eind van de 16 e eeuw is Twente grotendeelsverlaten. Alles lag woest, de bomen groeiden in de huizen, de mensen warengevlucht.De Gouden Eeuw / Herleving van de handel -1600-1800Hoewel de schermutselingen in deze contreien ook tijdens het 12-jarig bestandvan 1609 tot 1621 nog doorgingen mag uit het feit, dat Oldenzaal in 1626 van deSpanjaarden is bevrijd, worden afgeleid dat de ergste verschrikkingen in Twentevoorbij waren. Allengs drong ook hier de nieuwe tijd door, die zich hier vooralkenmerkte door een nieuwe handelsgeest. Deze periode is bekend geworden alsonze Gouden Eeuw.Uit de Voluntaire en Contentieuze Zaken van het Gericht <strong>Haaksbergen</strong> uit deperiode 1628-1636 citeren we enkele zaken, die een beeld geven van deze oplevendehandel, de tolheffing en de strubbelingen onderweg:36
- 1630 - l februari. Gerrit ten Bussche bespreekt Henrich Hulszhoff in Buersevoor leverantie van 20 wagens wol, zoals aan zijn principalen verkocht enwaarvoor al 50 gulden betaald is. De goederen zijn nog niet geleverd.- 1631 - 3 januari. De veertiene van het Kerspel Haxbergen worden aangeklaagdvoor het feit dat de ingezetenen of buerlueden vier schippers, die 6 vlotten houtnaar Zwolle moesten brengen, het hout hadden afgepakt en hun wapens op soldaten van Con.Maj(= de Spaanse Koning) hadden gericht. Het wordt ontkend.- 1631 - 13 juni. Herman Goekinck zegt dat Braem Claesz hem heeft opgedragenom 3 vat honing naar de Schipbeek te brengen als vrij goed. Op die Vleerhaerhebben een partij soldaten van Orsoy hem de paarden uitgespannen, die klagerheeft moeten ransuneren (vrijkopen). Hij vraagt schadevergoeding.- 1636 - 16 maart. Johan Klein thoe Lintelo es. zeggen dat zij in de herfst van1628 hebben aanbesteed aan Groote Johan op die Schipbeeke 100 voer hout tevervoeren van de Schipbeek naar Deventer voor 25 stuiver per voer. Er is onenigheidover de afrekening.Duurdere luxe goederen zoals specerijen die voordien nog zeer zeldzaam warenkwamen nu in trek. Met de handel op Holland kwamen ook de koloniale warenvan de VOC. Een deel van het kromhout voor de bouw van de VOC-schepenkwam uit Westfalen en is over <strong>Haaksbergen</strong> vervoerd. In de zeventiende eeuwontstond er ook een begin met de handel in textiel. Fabrikeurs kochten de gewevenstoffen van de huiswevers en verkochten deze weer via Amsterdamse handelshuizen.Er zijn handelslijsten uit die tijd bekend met veel zaken die we laterkruidenierswaren zijn gaan noemen. Maar ook bouwmaterialen werden wederzijdsverhandeld. Zo kwamen baksteen en kalk uit de IJsselstreek terwijl zandsteenuit Westfalen werd ingevoerd. De handel bloeide als nooit tevoren en er werdenkapitalen verdiend.De weg van Deventer naar Munster kende vele pleisterplaatsen met gelegenheidtot overnachting. Waarschijnlijk lagen ze op een dagreis van elkaar. Ze waren allegelegen aan de doorgaande route en hadden aan de straatzijde een zgn. Niendeurwaardoor de wagens naar binnen konden worden gereden. De benaming "Uitspanning"die bij deze herbergen gebruikelijk was krijgt hierdoor een duidelijkebetekenis.Dat de handelslieden ook het dorp <strong>Haaksbergen</strong> niet links lieten liggen blijkt uithet grote aantal herbergen die we in het centrum kenden. In bijna alle panden aande noordzijde van de markt zijn herbergen gevestigd geweest en is bier gebrouwen.Deze herbergen hadden prachtige namen zoals 'de Krone', 'het Witte Paard','de Zwaan' en 'de Denneboom'. In <strong>Haaksbergen</strong> behoorde de familie Nijekercketot de oudst bekende bierbrouwers en herbergiers. Familieleden waren tevens richteren tolgaarder. Lucratieve bezigheden.37
Vermoedelijk traject van de weg op Nederlands grondgebied38
De Franse tijd -1800-1900Na de Franse tijd, als de Industriële Revolutie het begin van de Textielindustrieaankondigt, begint het belang van de doorgaande route via Buurse naar Alstättegeleidelijk in betekenis af te nemen.Dit is voornamelijk een gevolg van het feit dat elders de zandwegen worden vervangendoor (MacAdam)steenwegen en dat de douanefaciliteiten bij anderegrensovergangen, met name bij die in Gronau aan betekenis winnen. Het luidt heteinde in van het tijdperk van de Hessenwegen, ook in Twente.Het traject van de Hessenweg aan Nederlandse zijde/ Een reconstructieHoewel nergens in onze gemeente sprake is of was van een "Hessenweg" staat welvast dat de Hessenwagens komend uit Duitsland het dorp hebben gepasseerd. Indit hoofdstuk willen we proberen het tracé te reconstrueren vanuit de Duitse grensrichting dorp <strong>Haaksbergen</strong>. Eerst werpen we echter een blik op de geschiedenisvan de grens en op landkaarten uit die tijd.CartografieDe oudste kaart waarop wegen zijn getekend is een Münsterse kaart uit ongeveer1600. Deze kaart is niet gedateerd en er is geen auteur vermeld. Waarschijnlijk iseen bestaande kaart gebruikt om er de wegen op te tekenen. Hier vinden we Munsterals een spin in een web van wegen. Van de westelijke wegen lopen er tweerichting Nederland: één over Enschede naar Goor richting Deventer en één die deplaatsen Vreden, Borculo en Lochem richting Deventer volgt. We kunnen hieruitopmaken dat de weg die toen wel degelijk over <strong>Haaksbergen</strong> liep niet zo belangrijkwerd geacht als de beide andere wegen.De eerste kaart die de wegen in Overijssel laat zien is een kaart uit 1648, vervaardigddoor de cartograaf Nicolaas ten Have in opdracht van de Staten van Overijssel.Ook de wegen bij <strong>Haaksbergen</strong> staan vermeld. De weg van Goor naar <strong>Haaksbergen</strong>is getekend, maar deze houdt op bij de Braam voorbij Buurse. Feit is dat dekaart van Ten Have in detail bijzonder nauwkeurig is. Immers ook de wegen naarDiepenheim, Delden en Enschede zijn op de juiste plaats getekend evenals debeekloop en de weg naar het zuiden over Rekken/Mallum. Hieruit kan wordenafgeleid dat het tracé van de Munsterdij k tot de Braam (de huidige Alsteedseweg)toen nog niet als doorgaande weg bestond en dat het verkeer komend uit Duitslandde Munsterdijk volgde aan de zuidkant van de oude beek tot deze zich ter hoogtevan de tol bij de Oldenhof weer bij de doorgaande (Haaksberger-)weg voegde.Alles wijst er op dat het tracé vanaf de Braam langs de koelboer naar de grens eerstis ontstaan ten tijde van de afsluiting van de oude beek bij Grobbink en de oprichtingvan het douanekantoor, ergo tussen 1600 en 1640 of daaromtrent. Op degrenskaart uit Munster uit 1691 is de weg wel duidelijk als Helweg aan beide zijdenvan de grens getekend.Ook deze laatste kaart is bijzonder gedetailleerd en daardoor zeer waardevol. Infeite is ze een onderdeel van een serie landmeetkundige kaarten die de gehele39
Detail uit de kaart van Nicolaas ten Have uit 1648Münsterse grens omvat. De landmeters hebben in de periode 1696 tot 1790 meerderekeren langs de grens metingen verricht waarbij wijzigingen zijn vastgelegd.Op al deze kaarten staat de Hessenweg vanaf de grens aan de noordzijde van debeek niet getekend. We mogen daaruit afleiden dat deze weg er toen nog niet was.Waarschijnlijk leidde de route aanvankelijk dwars door de heide. Het is daardooraannemelijk dat de zware hessenwagens pas later in de geschiedenis <strong>Haaksbergen</strong>hebben aangedaan. In de Markeboeken worden ze eerst vanaf 1738 vermeld. DeHottinger kaart uit de 18e eeuw biedt ook geen duidelijkheid. De handelswegenworden er maar ten dele op vermeld. Zo is er bijv. wel een weg getekend langs degalg bij de Münsterse grens richting erve Markslag, maar zijn de wegen van deBraam richting erve Laakmors weggelaten. Ook de weg langs het erve Koelboer ismaar gedeeltelijk aangegeven. Op de kadasterkaarten vanaf 1830 staan de wegenwel duidelijk aangegeven.De grens bij de HaarmühleDe omgeving van Buurse vormt een knooppunt van grenzen. Oost-west ligt er dehuidige landsgrens tussen Duitsland en Nederland. Ze komt nagenoeg overeenmet de oorspronkelijke grenzen van de Bisdommen Utrecht en Munster. Bovendienligt op het raakvlak van Buurse met Rekken in noord-zuid richting deprovinciegrens tussen Gelderland en Overijssel, ooit de grens tussen hetHertogdom40
Gelre en het Bisdom Utrecht. Vaak onderwerp van twist en gekrakeel, zoals weeerder zagen.Van Deinse ' 4 schrijft daarover in 1923: "De plaats waar twee landen, twee rijkenelkaar ontmoeten, heeft altijd iets eigenaardigs. De lijn, die denkbeeldig is getrokkenover heidevelden en bouwland, door bossen en moerassen en die men "grens "heeft genoemd, maakt scheiding tussen veel en velerlei. Wetten die aan de ene kantder grenslijn sedert jaren worden geëerbiedigd, zijn aan de andere kant van geenkracht; woorden die aan deze zijde vrij mogen worden gesproken, mogen aangene zijde niet worden geuit. Koopwaar verandert bij overschrijding der grens insmokkelwaar. Verschil in taal, in kleding, in zeden en gewoonten; verschil inbelangen en denkwijzen, in godsdienst en ontwikkeling soms, dat alles valt in denabijheid van grenzen in het oog. "Grenzen zijn dus niet alleen de slagbomen, die het ene land van het andere scheiden.Ze markeren ook en vooral de verschillen in machtsstructuur, religie, taal,cultuur en economie. Dus ook even zovele bronnen voor conflict. En dat is terugte vinden in de geschiedenis van de wegen, die de grens passeren. De huidigeNederlands-Duitse grens, die in 1769 definitief is vastgesteld en is gemarkeerddoor grenspalen, is in feite het sluitstuk van een lange geschiedenis. Ze begint alin de 8 e eeuw als in het voetspoor van de Franken en hun koning Karel de Grotezendelingen onze regio binnentrekken om de bevolking te kerstenen.Willibrordus, Lebuinus en Ludger zijn namen, die tot in de huidige tijd voortlevenals stichter cq. bisschop van kerken aan deze en gene zijde van de "poal". Om hetenorme land te kunnen besturen voert Karel de Grote het leenstelsel in. Het hieldin dat personen, die hem geholpen hadden in de strijd of met financiën, beloondwerden met een stuk grondgebied in "leen".De begunstigde mocht daar belasting innen, rechtspreken, kreeg kortom de feitelijkemacht. Omdat zo'n "leen" erfelijk was, benoemde Karel de Grote, slim als hijwas, veelal Bisschoppen als leenman. Zij hadden immers geen nakomelingen,althans formeel niet, en zo kon het bezit dus niet versnipperen. Zo zijn ook de BisdommenMunster en (het Sticht) Utrecht ontstaan. De grens kwam te liggen inonze contreien en dat hebben de bewoners door de eeuwen heen geweten. Hetbleek een bron van conflicten.Het erve HarmolenOoit was het hele stroomgebied van de Aa /Buurserbeek/ Schipbeek van Ahaus totDiepenheim bestuurlijk waarschijnlijk één gebied, behorend aan de Heren vanDiepenheim. Rond 1100 treedt een zekere Bernardus naar voren als Heer van Diepenheimen Heer van Ahaus."Die selvige Bernardus heeft gehat twe Gastelen, dat Gasteel toe Diepenhem unddas Gasteel toe Ahauss; dan dat Gasteel toe Diepenhem is hem angeervet vansijnen voorolderen, averst dat Gasteel van Ahauss mit seinen toebehoer heeft dekeijser van Roeme hem vereert t wegen seinen ridderlicke daden; deze selve Bernardusheft gehat twee soons als Wolbertum en Lephardum, dese Lephardus is41
geworden Heer der Heerlicheijt Ahuijs, ein ehrlicken Adelleken verstendigenHeer....etc". 15 Hieruit komt naar voren dat Diepenheim, en daarmee het erveHarmolen in het kerspel Hockesbergen, een eigen allodiaal bezit was en geenBisschoppelijk Leen, zoals door Tenhagen ' 6 wordt gesteld. Het huis Ahausdaarentegen was wel een Leen van Diepenheim, n.l verkregen van de keizer vanRome. Wat de relatie van de Bisschop van Munster met het bezit van ditDiepenheimse Leen van Lephardus van Ahaus had, is dus niet duidelijk. Weweten dat Bisschop Herman van Munster in 1177, samen met de graaf vanTeckeneborch en Bernard van der Lippe, wegens ontrouw handelen jegens deBisschop tijdens diens afwezigheid op een kruistocht 17 , zowel het HuisDiepenheim als het Huis Ahaus heeft vernietigd.De HaarmühleHet eigendom bleef echter in handen van Ahaus, zoals in 1316 blijkt uit de verkoopvan de Loonse bezittingen aan de Bisschop van Munster. Tegelijkertijdonderhield Bernard van Ahaus betrekkingen met de Bisschop van Utrecht. Aanvankelijkwaren ook hier strubbelingen maar in 1326 werd Bernard door de Bisschopvan Utrecht tijdens diens afwezigheid voor eenjaar benoemd als bestuurdervan het gehele Oversticht. Een merkwaardige positie tussen twee grootmachten,die eikaars territorium betwistten. Eerst in 1406 wordt de Heerlijkheid Ahaus, uitgezonderdDe Blankenborg met toebehoren, aan de Bisschop van Munster verkocht18 . De Blankenborg zelve werd pas in 1449 verkocht aan de Bisschop vanUtrecht.42
Feit is dus dat De Blankenborg, met zo'n 20 bijbehorende erven onderDiepenheim cq Ahaus ressorteerde. In 1331 kwam de Heerlijkheid Diepenheim,inclusief o.a. de Hof te Langelo door verkoop in bezit van de Bisschop van Utrechtwaardoor diens machtsgebied opschoof van Diepenheim naar Buurse. De grensmet de Heerlijkheid Ahaus resp. met de Bisschop van Munster liep iets voorbij deBraam, oost-west, ongeveer langs het erve Koelboer, de bakermat van defabrikantenfamilie ter Kuile, aan de huidige weg van Buurse naar Alstatte. Er wasnog wel een probleem, want één afzonderlijk bezit van de Bisschop van Utrecht,het erve Haarmolen, lag nu tussen de Braam en Alstatte als een soort enclave inhet rechtsgebied van Ahaus resp. in dat van de Bisschop van Munster en er waseen molen aan het erve verbonden waar de boeren uit Buurse hun rogge maalden.Zij moesten dus steeds de grens over.In 1331 kwam het toen tot een verdrag tussen de Bisschop van Utrecht en de Bisschopvan Munster. In welke mate de Heer van Ahaus hierbij betrokken was is nietduidelijk. Het erve Haarmolen werd daarbij in tweeën gesplitst, gescheiden doorde Buurserbeek. Dit werd de nieuwe grens, die hierdoor zo'n 300 meter oostelijkeris komen te liggen.Aan Nederlandse kant heette het erve sedertdien Harmolle naar de molen, die eraltijd al deel van had uitgemaakt. Aan Duitse kant heette het erve Haarmann. Kennelijkis in het verdrag ook overeengekomen dat de Bisschop van Munster alstegenprestatie voor de grenswijziging een nieuwe molen mocht laten bouwen bijhet erve Haarmann, want omstreeks 1339 is de oude molen bij Mölleman onderAlstatte afgebroken en is een nieuwe gebouwd. Dat is de huidige Haarmühle bijhet erve Haarmann.Als in 1350 het (Nederlandse) erve Harmolle, de (Neder-)Harmolen, wordt verpandis er al geen sprake meer van een molen, zodat mag worden aangenomen datdeze dan al is afgebroken. Een exacte datum ontbreekt. Honderdvijftig jaar later,omstreeks 1500, verordonneert de Bisschop van Utrecht dat het de Buurser boerenverboden is om rogge te laten malen in de Haarmühle op Munsters grondgebied.Kennelijk is dan de Oosterdorper watermolen in Langelo, een Utrechts bezit, alvolop in bedrijf en mist de Bisschop van Utrecht zijn inkomsten. In Buurse restsedertdien niets meer van de oorspronkelijke Harmolen. Slechts de namenBoven-en Onderkolk in het weiland naast de Harmolenbrug (anno <strong>2004</strong> een ijzerenBailey-constructie) herinneren nog aan haar bestaan. De nieuwe grens leiddeoverigens niet tot een scheiding in de familiebetrekkingen tussen de beide erven,want nog eeuwenlang trouwen Münsterse leden van erve Haarmann metNederlandse leden van erve Harmolle en omgekeerd.Toch zal de grenswijziging consequenties hebben gehad voor het grensverkeer.De doorgang in de landweer komt nu westelijk van de Haarmühle te liggen bij,zoals de naam al aangeeft, het erve Lanwermann met de Lanweerboom. Oorspronkelijklag ze waarschijnlijk bij het erve Markslag. Feit is dat aan Münstersezijde bij de nieuwe grens een zware landweer is ontstaan met daarop een galg, dezgn. Galgenbulten.43
Van de grens naar de BraambrugHet verloop van het eerste stuk van de grens bij de Haarmühle langs het erveMarkslag staat buiten kijf, omdat er geen andere mogelijkheid was. De weg liepdaar aan Duitse zijde door de landweer bij het erve Lawerman, dat tevens eenpleisterplaats was voor de voerluien kwam dan aan Nederlandsekant langs het erve Markslag.Volgens van Deinse''' is de naameen aanduiding dat ook hier eenslagboom heeft gestaan. Er isook nog een stuk van de landweeraanwezig. Deze verwijzing lijktonwaarschijnlijk, omdat de naamMarkslag elders door Hek-ket 2 " inverband is gebracht met eenuitbreiding van ontgonnen grondin de Marke. Bovendien is dehuidige Markslagweg nietnoodzakelijk het oorspronkelijketracé van de Hessenweg. Immers,van Deinse schrijft ook dat men inde jaren twintig van de 20e eeuwde oude wagensporen daar nogvan alle kanten op de smalledoorgang van de Landweer konzien toelopen. Een aanwijzingdat er aan Nederlandse zijde geenweg als zodanig bestond en menzich destijds een eigen weg zochtdwars over de heide, die er toennog uitbundig en eindeloosvoorkwam. Friedrich Tenhagen 21 schetst ook dit beeld als hij in 1923 schrijft: "Dasanmutige, malerische Fleckchen Erde bei der Harmühle wird hinsichtlich derweiteren Umgebung nicht selten auch mit einer Oase der Wuste verglichen. ... Vonda sweift der Bliek stundenweit gegen Enschede und <strong>Haaksbergen</strong> über diebraune Heide und ihre Moore hinweg " We kunnen ons dat in de 21 eeuwnauwelijks meer voorstellen in het inmiddels uitgebreid gecultiveerde Twentseland.LandwerenOver landweren is veel onduidelijkheid. Dit komt omdat ze om verschillenderedenen zijn aangelegd. De oudste landweren zijn aangelegd als verdedigingsliniesom overvallen van legers tegen te gaan. Dit waren vaak dubbele wallen metdrie sloten beplant met ondoordringbaar struikgewas. De takken werden in elkaar44
gebogen en voor de beplanting werden meidoorn, sleedoorn, hondsroos maar ookde mispel en de vuilboom gebruikt. De vijandige legers en vooral het gevolg, dezgn. tros waarin vrouwen, etensvoorraad en roofgoed meegezeuld moest worden,werden daarom gedwongen om van de openingen in de landweren gebruik temaken.Hoe oud ze zijn is niet met zekerheid te zeggen. In elk geval waren ze er al in 1457blijkens een verordening van de Bisschop van Utrecht (toentertijd David vanBourgondie) luidend: "Idem, wie in de landweere brecke, schynnende offte darinhouwe, die sal sijn rechterhand gebrocken hebben... .Ende man sal die lantwerenin onzen lande van Twente holden ten schouwe en te beryden als in Sallandt endein eiken Kerspel sall men die allejaaren schouwen met twie van die Ridderschapende den Richter in den Kerspel dair onder dat gelegen is op zulke broecken (boeten)als in Sallandt dar op staan ". (In 1492 was Kemper de Richter in <strong>Haaksbergen</strong>).De landweren sloten een bepaald gebied (Marke, Gericht, Kerspel) af vooreen ieder die er niet thuishoorde, als beveiliging tegen het wegroven van het binnende landweer grazende vee en ook voor het heffen van tol- en weggeld. Opstrategische punten, meestal op plekken waar een aantal "wegen" bijeenkwamen,bijv. vlakbij doorwaadbare plaatsen (voordes), kon men eenvoudig tol heffen. Ditgebeurde dan ook veelvuldig. Er was dan in de landweer een doorgang gemaakt,afgezet met een slagboom met een hangslot, de zgn. Runneboom. Meestal was ereen boerenerf in de onmiddellijke nabijheid.De betreffende boer moest dan de doorgang bewaken en waarschuwen als eronraad dreigde. Het is opvallend hoeveel boerderij namen in onze contreien nogaan deze functie herinneren: Lan(de)weer, Lammers(man), Beumer, Boomkamp,de Wacht, Sluiter, n' Peter (vanwege de sleutel), Pasop, Kiek-oet, Ronneboom,Slagman, Slaghekke, Walmink, Tolkamp, Töllner, Pörtner.e.d. Vaak was de boertevens tolgaarder. Onbekend is echter of om deze reden speciale landweren zijnaangelegd. Van Deinse en Snuif hebben veel van deze landweren in kaartgebracht.Op of rondom de marken werden de veekeringen ook landweren genoemd. Dezelandweren waren eenvoudiger en hadden soms maar een enkele wal met twee sloten.In <strong>Haaksbergen</strong> liggen enkele van deze landweren om een deel van demarkegrond af te schermen voor het hoeden van schapen.De Galgenbulten"Een der hoogten op het heideveld bij de landweerboom draagt de naam "n Galgenbulten", schrijft van Deinse. 22"Hier stond nog voor 100 jaar (aan het begin van het oude gebied van de Herenvan Ahaus, waaronder Alstätte behoorde) de galg. De zware eikenhouten paal isnu verdwenen, doch diende nog jaren als vonder over een waterleiding, zodat dithout, waaraan zulke akelige herinneringen waren verbonden, toen, zoals iemandmij vertelde,zeer terecht "met veute wör etrèèèn ". Niet ver van de galgenbult ligteen hoogte, die de eigenaardige naam draagt van het "schavotveldken " en het is45
deze plek, die lang kenbaar was aan het gras, dat daar temidden van de heide opgroeide waaraan vele verhalen verbonden zijn. Van veel belang zijn deze geschiedenissenniet maar ik wil er toch het een en ander van mededelen, als een bewijs,hoe dergelijke verhalen door de jaren heen door het ene geslacht aan het andereworden doorverteld. ".Op zekeren dag kwam op het- erve Lanwerman iemand aan,die aan de vrouw, welke met haar kleine kind alleen thuis was, vertelde, dat dekoeien waren losgebroken en in de rogge liepen te grazen. De vrouw spoedde zichnaar buiten, doch zag al gauw dat ze door de man was beetgenomen. In huisterugkomende, was de bezoeker verdwenen, maar tot haar grote ontzetting zag ze,hoe haar zuigeling met het hoofd voorover in een pot met kokend water stond enreeds gestorven was. De bedrijver van deze wandaad werd gevat en terechtgesteldop de plaats, die daarnaar "schavotveldken "heet. Acht dagen lang voerden deboeren hout aan voor de brandstapel. Daarop staande om verbrand te worden,zag de onverlaat tussen de omstanders zijn moeder en voorgevende haar tenafscheid een kus te willen geven, verzocht hij haar nader te willen komen, doch inplaats van haar te kussen, beet hij haar in het oor. Later schijnt hij echter geheeltot berouw te zijn gekomen. Hij vertelde hoe zijn eerste diefstal een eend wasgeweest, voor welk vergrijp hij door zijn ouders niet was bestraft. Hij raaddedaarom de omstanders aan, nooit iets aan te nemen van kinderen, wat deze doordiefstal hadden verkregen. Ook ried hij de boeren aan, evenals de "watermulder"er een hond op na te houden want die had hem verhinderd daar zijn misdrijf46
te plegen. Daar hij volgens zijn zeggen nooit genoeg gestraft kon worden voor alzijn misdaden, werd hij telkens weer uit het vuur gehaald en aldus langzaam geroosterd,totdat hij zonder een schreeuw te hebben gegeven, was verbrand van"hoed tot bot". Zie daar het een en ander van wat men bij de watermolen over ditschavotveldken kan horen vertellen. ", aldus van Deinse.Een zelfde soort verhaal doet de ronde bij de galg op het Galgenslat onder <strong>Haaksbergen</strong>.Hier gaven de misdadigers vlak voor het opknopen aan de galg aanomstanders de raad een waakhond te houden "en dee gen hond kan hooien loatnog 'n hundeken nemmen, dee hebt ons vake verjag". aDe HanenbultenVlak langs de route bij de grens lag de Hanen- of Hunenbulten, een verhoogdeplek in het landschap die volgens een Sage is ontstaan toen de Hunen een nieuwebedding voor de beek groeven, "woar zee 's aovonds het zaand van hun grootespaaden streken ", aldus Cato Elderink. 24 Kennelijk heeft deze plek zeer tot de verbeeldinggesproken, want een ander verhaal wil, dat ene kapitein Haan die ooitmet zijn soldaten de grens moest bewaken, hier gedood is en begraven werd, waarnade plek naar hem zou zijn vernoemd. Het is echter niet gelukt zijn bestaan uitde vergetelheid te rukken en totnogtoe te verifiëren. Voorbij de Hanenbulten looptde weg over de (al)gemene grond van de Marke Buurse, waar nu camping deMeene nog zijn naam aan dankt, en komt uit bij de Braambrug.De BraamDe Braambrug is een belangrijke schakel in het verdere verloop van de doorgaandeweg. Met name vanaf het begin van de 17e eeuw toen er door de kersverseRepubliek der Verenigde Nederlanden een douanepost werd gevestigd en er eencompagnie soldaten ter bewaking was gelegerd En zo ontstond allengs op de plek,waar anno <strong>2004</strong> de kaasboerderij is gevestigd, de nederzetting de Braam. Uit hetfeit, dat in 1658 melding wordt gemaakt van een schoolmeester "op de Braam "enniet "te Buurse" kan geconcludeerd worden dat de Braam toentertijd het belangrijkstewooncentrum van het Buurser gebied was. Het zou van de Gouden Eeuwtot aan de Franse tijd een belangrijk centrum van handelsactiviteiten blijven. Dewoningen op de Braam zijn uitvoerig beschreven in "Aold Hoksebarge", hetperiodieke Orgaan van de <strong>Historische</strong> <strong>Kring</strong> te <strong>Haaksbergen</strong>.De DouanepostWanneer het kantoor voor Convooien en Licenten op de Braam, zoals de officiëlenaam van het douanekantoor luidde, precies werd opgericht, is nog onduidelijk.Gelet op vermeldingen in de Gerichtsprotocollen is het waarschijnlijk dat dittussen 1620 en 1630 zal zijn geweest. De heffing van rechten op alle in- en uitgaandegoederen stamt uit de periode aan het einde van de 80-jarige Oorlog en isrond 1580 als "placaet" ingesteld door de kersverse Republiek der VerenigdeNederlanden, onder leiding van Willem van Oranje, die geld nodig had voor de47
financiering van de oorlog tegen de Engelsen op wie men de heerschappij over dewereldzeeën wilde veroveren. Bij de Unie van Utrecht van 1579, waar de Republiekis geregeld, werd tevens bepaald dat in alle aangesloten Gewesten op een endezelfde voet belasting zou worden geheven. Omdat het geld was bestemd voor deoorlogsvoering ter zee, werd het beheer en de invordering opgedragen aan deAdmiraliteit, verantwoordelijk voor de Marine. Twente nu viel onder de Admiraliteitvan Hollands Noorderkwartier, ook Admiraliteit van West-Frieslandgenoemd. 25De Korte GardeHet bleef overigens niet bij de oprichting van een douanekantoor. De Staten vanHolland besloten ook een compagnie soldaten als bewaking bij de grens te stationeren,bevreesd als men bleef voor invallen vanuit het katholieke Westfalen, waarde Spanjaarden nog stand hielden en de bevriende Bernhard van Galen, Bisschopvan Munster, de scepter zwaaide. De soldaten werden gelegerd in de Korte Garde,een verbastering van het franse 'Corps-de-Garde' cq. Bewakingskorps. We wetenniet hoe het er heeft uitgezien. Het moet echter van beduidende omvang zijngeweest, want in 1638 is er sprake van een 70-tal verlofgangers. Het gaat voornamelijkom soldaten afkomstig uit het Duitse achterland. Dat het er kennelijk ooknogal ruig kon toegaan op de Braam kunnen we afleiden uit notulen van de Classisvergaderingen te Deventer waar in 1647 geklaagd wordt over ongewenstzwaarddansen van de soldaten op de Braam. Eerder, in 1646, vermeldt hetMarkeboek van Buurse dat het "corpus de guarde " is afgebrand en dat deBraambrug in ongerede is. Op de Nootholtinck (= ingelaste Markevergadering)van 30 juni dat jaar verordonneert de Landrentmeester nl. "om bij oculaireinspectie het leggen van seekere brugge tegens den Braam achter die verbrandecorpus de guarde over die beke t'examenieren als hebben d'heer Holtrichter enErfg. eenpaerlick geresolviertt en dese brugge vorders toe maeken en sonderbeswaer van die Markte voertan onderholden etc". Waar de soldaten in detussentijd gelegerd zijn geweest, vermeldt de historie niet; evenmin is duidelijkwat de consequenties zijn geweest voor het verkeer over de Braambrug.Naast de Korte Garde stonden nog twee huizen naast de Braambrug langs de beek.In het ene pand, het Commiezenhuis, later Mariekeshuis genaamd, was aanvankelijkhet Comptoir (Ontvangkantoor) van de douane gevestigd waar Claes vanBruinenborg woonde. Hij wordt in 1657 vermeld als "cherger op de Braam"(Fr.cherger = zoeken) terwijl in december 1681 in de Contentieuse Zaken van hetLandgericht <strong>Haaksbergen</strong> wordt vermeldt dat hij: "door orders van deAdmiraliteits Heeren doet arrestieren twee Hessenkarren ", een duidelijk bewijsdat er toentertijd al Hessenwagens vanuit Duitsland ons land binnenkwamen.Verder was er het huis Weerd, dat -de naam zegt het al- een herberg was. Aan deoverzijde van de weg stond het Kapiteinshuis, later de Braam geheten. Daarwoonde Gerrit Molenbarch, commandant van het Corps-de-Garde. Verder was erde boerderij de Knippe. Vermoedelijk diende dit huis eens als ontvangstkantoorvoor de douane, waar48
De woningen op de Braam rond 1620men "de knippe" moest trekken om de verschuldigde in- en uitvoerrechten te betalen.En tenslotte was er nog de boerderij Voogd. Deze werd bewoond doorHarmen Berentsen, "Voogd" op de Braam. Wat deze funktie inhield is nog onduidelijk.Vermoed wordt dat het een soort veldwachter is geweest, wiens taak hetwas om vreemdelingen te weren.Het traject Braambrug naar LaakmorsVaststaat dat zich omstreeks 1600 bij de Braam een knooppunt van wegen heeftgevormd. Het ligt voor de hand dat met de komst van een douane-kantoor dewegenloop dienovereenkomstig is aangepast. Waarschijnlijk stamt het traject vande Munsterdijk langs erve Koelboer, de bakermat van de bekende fabrikantenfamilieter Kuile, naar de douanepost bij de Braam dan ook uit die periode. Dezeweg staat daar ter plaatse bekend als de Hellweg. Een indicatie hiervoor vormt ookde herbouw van "de Kuhle" in 1728 door stamvader Engelbert ter Kuile. Dit pandwerd toen- heel ongebruikelijk voor een boerenbedrijf- onderkelderd, een tekendat er handelsvoorraden werden opgeslagen. Het tracé liep vervolgens via de huidigeweg verder naar <strong>Haaksbergen</strong>. Dit zal betekend hebben dat de Munsterdijkvanaf dat moment als doorgaande weg aan betekenis heeft ingeboet en dat de tolbij den Oldenhof overbodig werd. Bewijs hiervoor ontbreekt totnogtoe echter.Voor de wegverbinding van de Hessenweg heeft de afsluiting van de Oude beekbij de Braam waarschijnlijk weinig betekenis gehad omdat deze van oudsher altijdal aan de noordzijde van de beek is gebleven en waarschijnlijk steeds een spoor49
De Braambrug en omgevingdoor de heide heeft getrokken. Misschien liep het tracé oorspronkelijk iets oostelijker,daar waar nu de Meijersgaardenweg loopt. In elk geval liep het tracé vanafde Braambrug langs de noordzijde van de beek naar het erve de Aam, dat op dehoek van de Aamweg en de weg naar Broekheurne lag en die blijkens degericht-sprotocollen van 16 juni 1628 ook Hellweg heette. Volgens van Deinse n( 'lag hier ter hoogte van de Bosbrug ook een landweer die de oude(Broekheurner-) weg naar Enschede kruiste. Even verderop bij de Morsbrug moetde weg door de bedding van de oude (Ulre/Oeler) beek hebben gelopen, die daarafwaterde naar de Rutbeek en Oele. Van Deinse schrijft dat de zandwegen destijdseenvoudig in de beken afdaalden, waar boomstammen of rijshout met zodenbedekt, het passeren mogelijk maakten. Doorgaans heette zo'n plek voorde ofspicke. Een hierop gelijkende veldnaam is in deze omgeving echter niet te vinden.Vervolgens liep de weg met een bocht via wat nu de Langenbergweg heet in derichting van de Rietbrug (waar de belangrijke weg naar Beckum en Delden aftakte)en vervolgens langs het huidige Buursermeertje rechtdoor naar het Laakmors,waar een moeras de "loak" of grens van de Marke Buurse en Honesch zal hebbenbepaald. Interessant is in dit verband een notitie van burgemeester Schaepman van<strong>Haaksbergen</strong>, die op 22 november 1831 aan enkele café's in Buurse meedeelde,dat de Koekoeksbrug wegens reparatie enige dagen gesloten zou worden. Tijdelijkmoest men de oude en gewezen "herenbaan" (van Heirbaan/Legerweg) volgen. 21Bij herberg de Koekoek, voordien de Vogelzank, boog de weg vervolgens af naar<strong>Haaksbergen</strong> in de richting van de Schans, steeds de beekloop volgend.50
Boerderij de Koekoek v/h VogelzankDe SchansOp deze plek tussen de beek en de weg ontstond, zoals gezegd, op een later tijdstipde Schans. Ze staat bekend als de Harrevelder Schans of Waarvelder Schans,maar wordt ook wel Statenschans, Wakelvelderschans, Laakvelderschans ofTillyschans genoemd.Over haar ontstaan tasten we nog in het duister. Van Deinse :x meent dat het eenSchans uit de 80-jarige Oorlog moet zijn doch voegt er aan toe, dat over het ontstaannoch uit overlevering noch op basis van onderzoek iets bekend is. Er zijnslechts enkele 17e eeuwse munten gevonden en musketkogels. De eerste keer datde Schans genoemd wordt, is in het Broecken (boeten) protocol van Borculo uit1642. Dan wordt daar Jan Broekhuis uit Brammelerbroek beschuldigd: "datdieselve Tonnis Hoijckinck sijn peert, so het entvremdet was, aengespannen endedaermet holt van den Braem gehaelt, 't welck hem niet ende betaemde, soconcludiert fiscus dat hij daerover behoorlijk gestraffet dient te worden. TonnisHoijckinck secht dat hem het peerdt uht het velt des avonts en wech gehaaldtzij, ende dat hij op het spoor gekomen ende gevolgt achter die Haxbergscheschanse, alwaar Broeckhuis sohne voor den wagen gehad, ende als Hoijckinckhetselve weder wilde hebben, hebbe hem Broeckhuis sohne vuile woordengegeven ende knipmes voor geslagen ".Hieruit moet worden opgemaakt dat de Schans er toen al was. Feit is echter dat deSchans evenals de brug niet wordt vermeld op de kaart uit 1648 van Nicolaas tenHave, die de kaart tekende op bevel van de Staten van Overijssel. Dat is merk-51
waardig, gegeven de bewezen gedetailleerdheid van deze kaart. Het is evenminaan te nemen dat de Schans is gebouwd door de Staatse troepen onder PrinsFrederik Hendrik, omdat alle door hem gebouwde Schansen, ontworpen doorSimon Stevin te Leiden, uitvoerig zijn opgetekend in de annalen. De Schans van<strong>Haaksbergen</strong> ontbreekt daarin. Het zou erop kunnen duiden dat de Schans door deSpanjaarden is aangelegd, ergens tussen 1580 (het uitbreken van de 80-jarigeOorlog en 1626, de verovering van Oldenzaal cq Twente). Bewijs ontbreektechter.De SchansDe schans in <strong>Haaksbergen</strong> is een eenvoudige met rondom een gracht. Omdat deschans in een natuurgebied ligt, is ze prachtig bewaard gebleven. Enige tijd geledenis ze gerestaureerd.De resten van dit soort schansen vinden we overal in Nederland nog terug. Langstoevoerwegen vinden we er soms zelfs meerdere op rij. In dit verslag wordt verwezennaar de houthandel bij de Braam waar kromhout uit Westfalen werd overgeslagenom te worden verhandeld voor vervoer naar Holland. De functie van deschans lag dus waarschijnlijk in het controleren van de handel over de weg en overde Buurserbeek. Voor de aanduiding van dit soort schansen werd een groot aantalbenamingen gebruikt. Het type is dat van de veldschans met halfbastions. DeFranse benaming hiervoor is "Redoute". Doordat het ontwerp van dit type schansook in het boek van Adam Freitag 2 " te vinden is, werd ze ook wel de Duitse schansgenoemd. Het vierkant van de schans is opgebouwd uit zijden van 6 Rijnlandseroeden die de schans de afmeting geven van 22,5 meter per zijde.52
Van de Schans naar het DorpOp 17 juli 1738 werd in het Goedsherenboek van <strong>Haaksbergen</strong> aangetekend, datde straten in het dorp "bedorven" waren door het rijden van de Hessenwagens.Men besloot toen de weg "achter om de beek" weer in goede staat te brengen. Enop 25 oktober 1747 werd geschreven, dat de landhoofden van de Hessenbrug overde beek bij de Schans defect waren. De brug zou weer "vaarbaar"gemaakt worden.Helaas werd niet nauwkeurig genoteerd hoe de weg "achter om de beek" liep,maar gezien de situatie vanuit het dorp moet het ten zuiden van de Buurserbeekzijn geweest. 30Dit zou kunnen betekenen dat Hessenwagens, komend uit Duitsland op enig momentna 1738 uit het dorp geweerd zijn en gedwongen werden bij de Schans de doorgaandeweg te verlaten en over de Hessenbrug (de brug naast de Schans) zuidwaarts om het dorpte rijden. Waarschijnlijk om zich daar te voegen bij de bestaande weg, die via deHuttenweg richting Neede ging en vandaar naar Borculo, waar de Hessenweg vanuitVreden en Coesfeld liep. Blijft de vraag waarom de Hessenwagens dan niet reeds inAlstätte kozen voor de Deventerweg, die achter de Braam langs via de Munsterdijk ende oude landweer bij Laakmors en Huttenwelmer ergens de bedding van deZoddebeek kruiste en vandaar via de Huttenweg richting Neede liep. Vooralsnogbestaat hierover geen duidelijkheid. Volgens van Deinse 31 werd de handelsweg bij hetGalgenslat en het erve de Horst geducht afgesloten daar de landweer hier meerderewallen vormde en dus zeer versterkt was aan deze belangrijke doorgang. Bewijshiervan is echter niet te vinden. Wat het Galgenslat betreft, zoals de naam al aanduidt,stond hier de galg op de Landweer. Door de aanleg van dennenbossen is dezelandweer volgens van Deinse zo goed als verdwenen. De gracht loopt nog door naar deBuurserbeek bij de koepel (momenteel de villa) van de heer BJ. ter Kuile en aan deoverkant van de beek bestaat de landweer nog als een zware wal.Hoewel niet vermeld, is het niet uitgesloten, dat in deze contreien ooit een BisschoppelijkeTol is geweest. Bekend is uit de rentmeestersrekening van Johan vanReede, die van 1547-1548 namens de Landheer als Rentmeester van Twente fungeerde,dat er een tol was bij de Elderinksbrug. Deze was gepacht door richterHenrick Nijekercke voor 75 stuiver per jaar.Het tarief was 4 stuiver per "100 passeerende ossen ". De precieze plek van dezetol is onduidelijk. Misschien lag hij bij de Klaashuisstraat, zoals wordt vermeld oppagina 78 van deel III van de Historie van <strong>Haaksbergen</strong>. 32 Misschien was het bijdeze landweer waar later de Schans zou worden aangelegd en waar ook een doorgangover de beek was. Het blijft nog verborgen in de geschiedenis.Door het dorpIn het dorp is de weg meerdere keren van tracé gewijzigd. De oorspronkelijkeroute door het dorp liep van de tol op de Buurserstraat over de hoge Esch langs hetErve de Smitterie over de rondweg naar de Brink en de Oostenstraat (de huidigevon Heydenstraat) naar de Markt en vandaar via de Spoorstraat richting Goor.53
In een grijs verleden ontstond er met de komst van het kasteel de Blankenburg tussen1300 en 1500 nog een tweede tracé. Om het kasteel te bereiken werd er n.l.ook een weg met een tol op de Blankenburg- Blankenburgerstraat aangelegd,genaamd 'In de dijk'. Deze weg liep door tot op de huidige Enschedesestraat, stakdaar door naar de Veldkampstraat en voegde zich daar bij de bestaande weg. Hettracé buiten het dorp in de richting Goor is in het kader van dit artikel buitenbeschouwing gebleven.j,Oostenstraat (von Heijdenstraat)Bronvermelding:1 Harm Sleurink en Lodewijk Rondeboom: De Dellen; vanViersprong naar Tiensprong/Orgaan <strong>Historische</strong> Vereniging Ernst, Epe, Oene, Vaassennr. 147 -juni <strong>2004</strong>.2 dr. F. Leyden/De Hessenwegen en hun beteekenis voor den Plattegrond der IJsselsteden;Overdruk uit Verslagen en Mededelingen van de Vereniging tot beoefening van OverijsselsRegt en Geschiedenis - Stuk 56 - 1940.3 Klaas Jansma, Schroor, M en Abma, G/10.000 jaar geschiedenis der Nederlanden-Lisse/Rebo Productions 1996.4 Facetten uit de Historie van Ambt Delden/<strong>Historische</strong> Vereniging "Schoutambt Delden" -1992.5 Overijselsche <strong>Historische</strong> Bijdragen/nr.107 - 1993.6 Verslagen en Mededelingen van de Vereniging tot beoefening van Overijselsch Regt enGeschiedenis - Stuk 105 - 1990.7 Aold Hoksebarge/Orgaan van de <strong>Historische</strong> <strong>Kring</strong> <strong>Haaksbergen</strong> - blz. 90254
8 Bloemers J.H.F., Louwe Kooijmans L.P., Sarfatij H/Verleden Land, Archeologische opgravingenin Nederland - Meulenhoff Informatief, Amsterdam - 1981.9 Historie van <strong>Haaksbergen</strong>/<strong>Historische</strong> <strong>Kring</strong> <strong>Haaksbergen</strong>, deel III-1978, blz. 53.10 Zie6/1935-blz.69ev.11 Zie 5/mr. L van Hasselt - 1583/1584.12 dr. L.G.Chr. Grabandt - De Heerlijkheid Diepenheim tot 133 l/<strong>Historische</strong> Vereniging "OldDeepn"-1998.blz33/34.13 Snuffelaar - Grepen uit het Verleden/<strong>Historische</strong> <strong>Kring</strong> <strong>Haaksbergen</strong>, blz. 44-47.14 J.J. van Deinse/Uit het Land van Katoen en Heide - 1922.15 zie 12, blz. 60 dr. J.H. Nunningh.16 Friedrich Tenhagen/Dorf an der Grenze, Geschichte und Geschichten, Erlebtes und Erzahltes-Jubilaumsverein "850 Jahre Alstatte EV-2001; blz. 109.17 Zie 12, blz. 23.18 Historie van <strong>Haaksbergen</strong>/<strong>Historische</strong> <strong>Kring</strong> <strong>Haaksbergen</strong>, deel 1-1975, blz. 70.19 Zie 14, markslag.20 B.J. Hekket - Oost-Nederlandse familienamen, hun ontstaan en hun betekenis/UitgeverijW.G. Witkam - Enschede21 Zie 16, blz. 104.22 Zie 14, blz. 36, 37.23 Zie 13.24 Cato Elderink - Twènter Laand en Leu en Léven/van der Loeff - Enschede 1937.25 Henk Agterhof - de Grens in de Achterhoek: Staatsgrens-Douanegrens/Vereniging HetMuseum-Winterswijk 1991, blz. 122.26 Zie 14, blz. 388.27 Historie van <strong>Haaksbergen</strong>/<strong>Historische</strong> <strong>Kring</strong> <strong>Haaksbergen</strong>, deel II, blz. 58.28 Zie 14, blz. 433.29 Adam Freitag/Von Regulair Festungen.30 Zie 9, blz. 60.31 Zie 14, blz. 389.32 Zie 9, blz. 78.55
Open <strong>Monumentendag</strong> 11 sept. <strong>2004</strong>Een terugblikHet kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat de inzichten over het verloop van devroegere wegverbindingen, zoals die in de voorgaande artikelen naar vorenkomen, alleen voorbehouden zouden blijven aan een geselecteerd publiek. Integendeel,ook natuurliefhebbers, wandelaars en fietsers, die in de omgeving verblijvenmoeten ervan kennis kunnen nemen.Op grond daarvan waren de Belangengemeenschap Buurse, de HeimatvereinAlstätte en de <strong>Historische</strong> <strong>Kring</strong> <strong>Haaksbergen</strong> als organiserende partijen het ersnel over eens dat er op een centraal punt een opvallende publiekstrekker moestkomen. Daarbij lag het natuurlijk voor de hand om de 'groene grens' bij deHaarmühle, die bij uitstek rijk is aan historie, als locatie uit te kiezen. Met veelenthousiasme werd vervolgens door vrijwilligers aan beide kanten van de grens deGalgenbult op symbolische wijze weer tot leven gebracht en werd een, ook optischzeer aanprekend, informatiepaneel gemaakt waarop de geschiedenis van deHessenweg en de Galgenbult is weergegeven. De open <strong>Monumentendag</strong> waaropde officiële opening plaatsvond groeide uit tot een echte internationaleontmoeting. Naar schatting zo'n 500 belangstellenden uit beide landen waren aande grens bijeen om dit gebeuren te vieren. Met veel muziek en gloedvolletoespraken werd het resultaat, onder genot van speciaal gebrouwd 'Noaberbier',door een bekende Twentse brouwerij aangeboden, aan de openbaarheidprijsgegeven. Van deze happening is een fotocollage vervaardigd, die u hierbijaantreft. Maar eerst willen we nog kort stilstaan bij het prachtige gedicht van JJ.(Ko) van Deinse, dat, vereeuwigd op een bronzen plaquette, letterlijk midden opde grens zijn plek heeft gevonden.Van Deinse droeg het voor ter gelegenheid van de oprichting van deDuits-Nederlandse vereniging in 1932 in Munster. Dit gedicht werd onlangs doorJaap Kluitenberg tijdens het onderzoek naar de historie van de Hessenweg'herontdekt' in een proefschrift voor de Rijksuniversiteit Groningen over degeschiedenis van de Twentse Literatuur.' Daarom is ook het jaartal 1932 op deplaquette vermeld. Verdere onderzoekingen brachten overigens aan het licht datdeze tekst al eerder, als onderdeel van een zeer omvangrijk gedicht, tweetalig, isverschenen in een uitgave van de ' Ahauser Kreiskalender' uit 1927. 2 Hierin wordtaan veel plaatsen uit de toenmalige 'Kreis Ahaus' aandacht besteed. Omdat denauwe verwantschap in taal en cultuur tussen onze beide regio's hierin zo treffendnaar voren komt hebben we voor de geïnteresseerde lezer achter de fotocollage devolledige tekst van het gedicht opgenomen.Ko van Deinse vertoefde in het verleden kennelijk vaak op deze plek, zoals o.mblijkt uit het verhaal over de ijzeren sleutel van de Landweer van Erve56
Helmert/Lanwer. Bovendien had zijn boezemvriend van Heek in de aangrenzendeGerwinghook de jacht gepacht. Laten we het maar een speling van het lot noemen.Bronvermelding:1 Gerard Löwik, 'De Twentse Beweging, strijd voor modersproake en eigenheid/ProefschriftRijksuniversiteit Groningen 2003, blz. 63.2 Ahauser Kreiskalender 1927, blz. 108 en 109.Bronzen plaquette57