Ontwikkelingplan Leader+ - Meetjesland.be

meetjesland.be

Ontwikkelingplan Leader+ - Meetjesland.be

Mitteilungsblatt der Gemeinde Blindheimmit den Ortsteilen Blindheim, Unterglauheim, Wolpertstetten, Berghausen und WeilheimGemeindekanzlei: Weiherbrunnenstr. 9, 89434 Blindheim, Tel.: 09074/2028Amtsstunden: Blindheim: Donnerstag 19.30-21.00 Uhr Telefon Wohnung 1. Bürgermeister 09074/1367Samstag 10.30-12.00 Uhr Amtsstunden der VG im Rathaus HöchstädtUnterglauheim: 1. Samstag im Monat 9.30-10.00 Uhr Montag-Freitag 8.00-12.00 UhrWolpertstetten: 1. Samstag im Monat 10.30-11.00 Uhr Donnerstag 14.00- 18.00 Uhr04/2004 Blindheim, den 01.04.2004AMTLICHE BEKANNTMACHUNGENSchuleinschreibung für das Schuljahr2004/05Schuleinschreibung an der Volksschule Schwenningen(GS u. THS I): Montag, 19. April 2004, von15.00 - 18.00 Uhr, in den Schulgebäuden Blindheimund Unterglauheim. Gewünschte Schulreifetestswerden durchgeführt: Montag, 19. April 2004, von15.00 - 16.00 Uhr, zentral im SchulgebäudeSchwenningen für alle Gemeinden und Ortsteile desSchulverbandes Schwenningen.Bitte legen Sie bei der Schuleinschreibung folgendeNachweise vor:1. Bestätigung des Gesundheitsamtes über dieTeilnahme am apparativen Seh- und Hörtest.2. Die Bestätigung des Gesundheitsamtes über:- die Teilnahme des Kindes an der FrüherkennungsuntersuchungU9 und- die Teilnahme an der schulzahnärztlichenUntersuchung3. den Geburtsschein bzw. das Familienbuch.Bei Kindern, die keinen Kindergarten besuchen oderden Seh- und Hörtest im Kindergarten versäumthaben, müssen sich die Erziehungsberechtigten mitdem Gesundheitsamt in Verbindung setzen und beider Schuleinschreibung eine Bestätigung über einegesundheitliche Untersuchung zur Einschulung vorlegen.Neuerrichtung von zwei Putenaufzuchtställenin SonderheimDie Putenhof GmbH Sonderheim beabsichtigt, an derGemarkungsgrenze zu Blindheim eine neue Anlagezur Aufzucht von Geflügel mit 20 000 Putenmastplätzenzu errichten. Aufgrund der Ortsnähe zu Blindheimund Unterglauheim hat der Gemeinderat in derletzten Sitzung eine ablehnende Stellungnahme abgegeben.Es wird insbesondere auf die Geruchsbelästigungbei der Ausbringung der Düngung auf dieumliegenden Felder verwiesen. Teil des Beschlusseswar auch die Absicht, dieses Vorhaben den Gemeindebürgernzu erläutern. In der Immissionsschutz-Bekanntmachungdes Landratsamtes Dillingenin der Donau-Zeitung vom 6. März 2004 ist derStandort der Anlage auch nicht eindeutig hervorgegangen.Die Informationsversammlung findet amDienstag, 20. April 2004 um 20 Uhr in den Nebelbachstubenstatt.Vorschlagslisten für SchöffenDie Gemeinden haben in diesem Jahr wieder Vorschlagslistenfür das Amt eines Schöffen aufzustellen.Wie in der Wochenzeitung "extra" vom 04.03.2004näher beschrieben, können bis 15.04.2004 bei derGemeinde Bewerbungen um das Amt eines Schöffenabgegeben werden.Gastfamilien gesuchtWie bereits angekündigt, werden wir an ChristiHimmelfahrt Besuch aus unseren franz. Partnergemeindenerhalten. Da die Besucher auch diesesMal privat untergebracht werden, sucht das dtsch.-franz. Partnerschaftskomitee noch Gastfamilien, diebereit wären, vom 19. - 23. Mai 2004 (4 Übernachtungen)französische Gäste aufzunehmen. Die Besuchererwartet übrigens ein ausgefülltes Programm,so dass die Gastfamilien nicht allzu sehr belastetwerden. Bei Interesse möchten wir Sie bitten, sichmit Josef Stiegler, Tel. 1831 oder BernhardineLeinweber, Tel. 91919 in Verbindung zu setzen.Unterkünfte für Gäste gesuchtDa im Gedenkjahr der Schlacht von 1704 bei Blindheim/Höchstädtzahlreiche Anfragen aus dem In- undAusland zu erwarten sind, benötigen wir ein ausreichendesAngebot an Unterkünften. Vielleichtkönnen Sie mit nur geringem Aufwand ein Zimmerbzw. eine Ferienwohnung für Gäste bereitstellen.Nähere Auskünfte erhalten Sie bei der TouristikinformationsstelleReisetreff Point GmbH, Herzogin-Anna-Str. 4, Höchstädt, Tel. 09074/91200.Ablagerungen von Schutt und Grüngut auföffentlichen FlächenWilde Ablagerungen von Schutt, Grasschnitt und anderenGartenabfällen auf öffentlichen Flächen bittenwir zu unterlassen. Diese Abfälle sind ordnungsgemäßentweder beim Recyclinghof bzw. auf der Deponieam Hornberg (holzige Gartenabfälle) zu entsorgen.HundehaltungHundedreck auf öffentlichen Flächen ist immerwieder ein großes Ärgernis. Im Bereich der Grünanlagenwerden derzeit solche Belästigungen besondersbeklagt. Die Hinterlassenschaften sind vomHundehalter ordnungsgemäß zu entsorgen.- 1 -


2I. LEADER+ GEBIEDI.1. AFBAKENINGHet Meetjesland is een landelijke regio, gelegen tussen de twee verstedelijktegebieden van Brugge en Gent.FIGUUR 1: SITUERING MEETJESLAND IN VLAANDERENDe afbakening van het Leader+ gebied Meetjesland omvat volgende acht gemeenten:Aalter, Assenede, Kaprijke, Knesselare, Maldegem, Nevele, Sint-Laureins enZomergem. Het Leader+ gebied beslaat 499,94 km 2 .Sint-LaureinsKaprijkeMaldegem EekloWaarschootKnesselareZomergemLovendegemAalterNeveleFIGUUR 2: GEMEENTEN LEADER+ MEETJESLANDAssenedeVoor deze afbakening werd rekeninggehouden met bestaande netwerken(samenwerking i.h.k.v.streekontwikkeling, toerisme,landschap, …) en met het ruraalkarakter van de gemeenten.Van de elf gemeenten die deeluitmaken van het StreekplatformMeetjesland, werden Eeklo,Lovendegem en Waarschoot alskernen met meer dan 350 m 2 nietweerhouden. Al behoren de drie laatstgenoemde gemeenten niet tot hetLeader+-gebied, in de visievormingzal vanzelfsprekend deinterdependentie tussen de kleinedorpskernen, de centrumstad Eekloen de gemeenten Waarschoot enLovendegem niet ontbreken.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


3FIGUUR 3: DETAILKAART MEETJESLANDI.2. BEVOLKINGHet Leader+ programma richt zich formeel tot kleinere plattelandsgebieden die nietminder dan 10.000 inwoners en niet meer dan 100.000 inwoners tellen. Met 93.883inwoners ligt het Meetjesland binnen deze vork.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


4TABEL 1: INWONERS EN BEVOLKINGSDICHTHEID MEETJESLANDBevolking 1.1.2001Inwonersaantal Dichtheid (inw/km 2 ) Oppervlakte (km 2 )Aalter 18.543 226 81,92Assenede 13.597 156 87,22Kaprijke 6.127 182 33,71Knesselare 7.800 209 37,27Maldegem 22.075 233 94,65Nevele 10.986 212 51,89Sint-Laureins 6.524 88 74,50Zomergem 8.231 212 38,78Meetjesland Leader+ 93.883 188 499,94BRON: SOCIAAL-ECONOMISCHE SITUATIESCHETS VAN OOST-VLAANDEREN, 2002De bevolkingsdichtheid in het Leader+ gebied bedraagt 188 inwoners/km 2 .I.3. COHERENTIE VAN HET GEBIEDHet Meetjesland valt niet samen met administratieve omschrijvingen zoalsarrondissementsafbakeningen. Geografisch vormt het evenwel een aanéénsluitendgebied tussen Gent en Brugge.Ook socio-economisch is de regio vrij homogeen. Alle gemeenten beantwoorden aanonderstaand profiel (zie III.1.1, analyse):− De gemeenten zijn dunbevolkt;− Er is minder bebouwde oppervlakte dan gemiddeld in Vlaanderen;− Het inkomensniveau ligt lager dan gemiddeld in Vlaanderen;− Een relatief lage werkgelegenheidgraad 1− Het een KMO-regio, met kleine ondernemingen en relatief veel zelfstandigen;− Er is een uitgesproken concentratie van land- en tuinbouwactiviteit 2 envoedingsbedrijven.− Het aantal WIGW’s 3 ligt hoger dan gemiddeld in Vlaanderen, hoofdzakelijk dooreen hoger aantal ouderen met relatief laag inkomen;− De woningen hebben een lagere comfortgraad dan gemiddeld in Vlaanderen;De gemeenten herkennen zich bijgevolg in elkaars problemen, het streekoverleg ispraktisch te organiseren.I.4. RURAAL KARAKTERDe regio Meetjesland is een rurale regio. In het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen(RSV) wordt het Meetjesland ingedeeld als buitengebied en wordt het beschreven alseen ‘groot aanééngesloten gebied van het buitengebied’.In het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan (PRS) typologeert men het Meetjeslandals het ‘Westelijk Open Ruimtegebied’ in Oost-Vlaanderen.1 Werkgelegenheidsgraad = beschikbare arbeidsplaatsen in de gemeente /inwoners tussen 20 en 65jaar.2 Land en tuinbouw omvat alle activiteiten die voorvloeien uit het produceren van land- entuinbouwproducten (vee, groenten, fruit, sierplanten en boomkwekerij).3 Weduwen, invaliden, gepensioneerden en wezen met een beperkt inkomen.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


5Het aandeel van bebouwde oppervlakte en het aantal arbeidskrachten in de land- entuinbouw, geeft een cijfermatige uitdrukking van het ruraal karakter van de regio.TABEL 2: AANDEEL BEBOUWDE OPPERVLAKTE EN CULTUURGROND IN DE TOTALE OPPERVLAKTEtotaleoppervlakte(ha)bebouwdeoppervlakte(ha, 1995)% bebouwd oppervlaktecultuurgrond(ha, 2000)%cultuurgrondAalter 8.192 927 11,3% 4.845 59,1%Assenede 8.722 615 7,1% 7.081 81,2%Kaprijke 3.371 323 9,6% 2.713 80,5%Knesselare 3.727 346 9,3% 2.000 53,6%Maldegem 9.464 961 10,2% 5.808 61,4%Nevele 5.189 602 11,6% 3.187 61,4%Sint-Laureins 7.450 333 4,5% 6.139 82,4%Zomergem 3.878 365 9,4% 2.927 75,5%Meetjesland Leader+ 49.994 4.472 8,9% 34.699 69,4%Oost-Vlaanderen 302.089 46.531 15,4% 155.078 51,3%Vlaanderen 1.352.225 202.233 15,0%BRON: ADMINISTRATIE VLAAMSE GEMEENSCHAP, ADMINISTRATIE PLANNING EN STATISTIEK EN NIS-TELLING 2000, PROVINCIE OOST-VLAANDEREN, DIENST LAND- EN TUINBOUWHet Meetjesland Leader+ gebied is ongeveer 50.000 ha groot. Slechts 8,9% van deoppervlakte is bebouwd, terwijl dit voor Oost-Vlaanderen en Vlaanderen goed 15%bedraagt.Bijna 70% wordt door de land- en tuinbouw bewerkt, terwijl dit gemiddeld in Oost-Vlaanderen slechts 50% bedraagt.In het Meetjesland werken ruim 3.500 werkkrachten in de land- en tuinbouw (inhoofd- of nevenberoep). Dat is 3,7% van de totale bevolking. Ook hier is ditsignificant meer dan gemiddeld in de provincie, waar slechts 1,32% van de bevolkingin de land- en tuinbouw is tewerkgesteld.TABEL 3: AANDEEL WERKKRACHTEN IN DE LAND- EN TUINBOUW IN DE TOTALE BEVOLKINGbedrijfsleiders werkkrachten totaal % totale bevolkingAalter 300 222 522 2,8%Assenede 338 163 501 3,7%Kaprijke 168 123 291 4,7%Knesselare 141 99 240 3,1%Maldegem 421 333 754 3,4%Nevele 266 240 506 4,6%Sint-Laureins 284 163 447 6,9%Zomergem 170 85 255 3,1%Meetjesland Leader+ 2.088 1.428 3.516 3,7%Oost- Vlaanderen 4 17.958 1,32%BRON: NIS-TELLING 2000, PROVINCIE OOST-VLAANDEREN, DIENST LAND- EN TUINBOUW4 Voor Oost-Vlaanderen zijn de gebruikte cijfers van 2001.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


6Als men de bodembestemming op de gewestplannen 5 analyseert, stelt men vast dat80,1% van de bodem bestemd is als (waardevol) agrarisch gebied (geel) ofvalleigebeid.FIGUUR 4: BODEMBESTEMMING MEETJESLAND VOLGENS DE GEWESTPLANNENTABEL 4: ZONERING OP HET GEWESTPLAN, EXCLUSIEF LATERE WIJZIGINGEN (IN HA)GemeenteBodembestemming volgens de gewestplannenWoon- en woonuitbreidingsgebiedenIndustriegebiedenAmbachtelijkebedrijven & KMO'sAgrarische gebiedenen valleigebiedenBos, park, groen- ennatuurgebiedenRecreatieGemeenschaps- ennutsvoorzieningenOntginningsgebiedenAndereTOTAALAalter 935 170 22 5.676 1.205 20 93 3 67 8.191Assenede 510 0 6 7.913 259 2 20 12 0 8.722Kaprijke 384 0 4 2.785 147 4 46 0 0 3.370Knesselare 274 0 10 2.601 633 24 1 0 185 3.728Maldegem 922 89 38 7.533 751 17 25 18 51 9.444Nevele 471 4 0 4.579 53 0 0 83 0 5.190St-Laureins 215 0 2 6.878 358 4 0 0 0 7.457Zomergem 334 0 20 3.248 271 0 4 0 0 3.877Meetjesland Leader+ 5.410 401 189 45.815 4.343 95 275 183 412 57.123Meetjesland (%) 9,5 % 0,7 % 0,4 % 80,1 % 7,6 % 0,2 % 0,5 % 0,3 % 0,7 % 100 %BRON: ADM. VLAAMSE GEMEENSCHAP, AFDELING RUIMTELIJKE PLANNING5 Gewestplan Eeklo-Aalter (KB 24.03.1978) en Gewestplan Gentse en de kanaalzone (KB 14.09.1977).ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


7II. PLAATSELIJKE GROEPDe voorgestelde Plaatselijke Groep (PG) treedt op als denktank en forumPlattelandsontwikkeling voor het Meetjesland. In de voorbereiding van ditontwikkelingsplan werd de basis gelegd voor een plattelandstoekomstvisie.In de loop van het Leader+ programma zal deze visie bijgestuurd en verfijnd worden.De samenstelling van de groep is gebouwd op de aanwezige besturen, derepresentatieve organisaties en bestaande netwerken in de regio.De kerncompetenties en middelen van de respectievelijke leden van de PlaatselijkeGroep werden optimaal ingezet en met elkaar verbonden (zie II.5 organisatie PG)De groep kwam ter voorbereiding van het ontwikkelingsplan reeds een zestal keerbijeen, drie maal plenair (06/06/2002 - 26/06/2002 – 09/07/2002) en drie maal inbeperkte samenstelling (redactieteam).II.1. SAMENSTELLINGDe plaatselijke groep telt 16 leden, waarvan 6 vertegenwoordigers uit de publiekesector en 10 vertegenwoordigers uit sociaal-economische kringen en relevanteorganisaties en sectoren op het platteland.Er werd gestreefd naar een diversiteit van invalshoeken. Dit laat toe om innovatief enduurzaam te werken.Alle sectoren (economie, welzijn, land- en tuinbouw, cultuur,....) en disciplines(ruimtelijk, ecologisch, energie, ....) nodig voor een duurzameplattelandsontwikkeling, zijn met deze samenstelling direct of indirectvertegenwoordigd.Er werd over gewaakt dat in de lokale actiegroep voldoende jongeren en vrouwenaanwezig zijn.De plaatselijke groep vindt het belangrijk om, indien nodig, tijdens haarbesprekingen deskundigen te kunnen betrekken (zonder stemrecht).ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


Sector/bestuur Vertegenwoordiger Contactgegevens Rol/verantwoordelijkheidPUBLIEKE SECTORProvincie (3) Alexander Vercamer, gedeputeerde Gouvernementstraat 1, 9000 GENT,Tel 09/267.82.33alexander.vercamer@oost-vlaanderen.beDidier Huygens, hoofd land- en tuinbouwdienst Seminariestraat 2, 9000 GENTTel 09/267.86.78land-.en.tuinbouw@oost-vlaanderen.beSantina Driesen, coördinator plattelandsbeleid Seminariestraat 2, 9000 GENTTel 09/267.86.73platteland@oost-vlaanderen.beGemeenten (3) Annick Willems, schepen St-Laureins Hellenpolder 9, 9988 Sint-LaureinsTel 02/227.49.76annick.willems@skynet.beGuy De Neve, schepen ZomergemStoktevijver 50, 9930 ZomergemTel 09/372.56.30guy.deneve@pi.bePRIVATE SECTORStreekontwikkelingsorganisatiesStreekontwikkeling en welzijnsoverlegLandschapsontwikkelingOpbouwwerkToeristisch-recreatieve ontwikkelingRegina De Meyer, informatieambtenaar Nevele Cyriel Buyssestraat 15, 9850 NeveleTel 09/321.92.15regina.demeyer@publilink.beBart Van Herck, directeur StreekplatformMeetjesland – secretaris RWOMPiet Quataert, coördinator RegionaalLandschap MeetjeslandLuc Joos, coordinator Steunpunt OpbouwwerkMeetjeslandErik Hennes, secretaris Toerisme Meetjesland– regiocoördinator Meetjesland Toerisme Oost-VlaanderenOostveldstraat 1,9900 EekloTel 09/376.97.38,streekplatform@meetjesland.beBoelare 131, 9900 EekloTel 09/377.44.87piet.quataert@rlm.beBoelare 131, 9900 EekloTel 09/376.71.00som_meetjesland@hotmail.comTieltsesteenweg 2, bus 1, 9900 EekloTel 09/378 67 01 – Fax 09/378 67 02erik.hennes@oost-vlaanderen.beSocio-economische en socio-culturele organisatiesLand- en tuinbouw - jongeren Luc Van Ootegem, Groene Kring Smoutersdijkstraat 11, 9960 AssenedeTel 09/344.57.39Synergieën ondersteunen tussen Leader+ gebied enprovinciebestuurVernieuwende inzichten inzake land- en tuinbouw,procesbegeleider naar promotorenAfstemming met provinciaal plattelandsbeleidIdeeën en terreinkennis, communicatie naar bevolkingIdeeën en terreinkennis, communicatie naar bevolkingIdeeën en terreinkennis, communicatie naar bevolkingProcesbegeleiding naar promotoren – inzichten inzakestrategische planningProcesbegeleiding naar promotoren – Inbreng vanvernieuwende inzichten inzake plattelandsbeleid,ervaring met Leader methodiek (voorzitter LAG LeaderII Meetjesland)Procesbegeleiding naar promotoren – Inbreng vanvernieuwende inzichten inzake plattelandsbeleid,wonen en leefbaarheid in het bijzonderProcesbegeleiding naar promotoren – Inbreng vanvernieuwende inzichten inzake plattelandstoerismeInbreng terreinervaring, betrekken jonge land- entuinbouwers


van.ootegem.luc@online.beLand- en tuinbouw Norbert Van den Bossche, bestuurslid ABS Heulken 20, 9968 BasseveldeTel 09/373.82.45nvdb@skynet.beLokale economie Michel De Sutter, vertegenwoordiger UNIZO Tieltsesteenweg 36, 9900 EekloTel 09/377.11.82michel@eecloonaar.beWerknemersorganisaties Johan Roelandt, afgevaardigde ACLVB Voorstraat 35, 9970 KaprijkeTel 02/558.51.71johanroelandt@skynet.beLand- en tuinbouwvrouwen Annick Van De Walle, KVLV - Agra Kruipuit 12a, 9991 AdegemTel 09/378.42.07PlattelandscultuurADMINISTRATIEF EN FINANCIEEL BEHEERSecretaris (zonder stemrecht) Nog aan te wervenEddy Matthijs, beheerder PlattelandscentrumMeetjeslandannick.vandewalle@ping.beLeemweg 24, 9980 Sint-LaureinsTel 09/379.78.37Eddy_Matthys-Dezutter@boerenbond.beInbreng terreinervaring, kennis van land- entuinbouwsectorInzichten rond plattelandsontwikkeling vanuitwerkgeverszijdeInzichten rond plattelandsontwikkeling vanuitwerknemerszijdeInzichten vanuit vrouwenbeweging, ervaring metvermarkten van hoeveproductenErvaring met vorming en promotie rond land- entuinbouw-platteland, procesbegeleider naarpromotoren9ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


II.2. ADMINISTRATIEVE STRUCTUURVoor Leader II was de administratieve structuur verweven met het secretariaat van het5b-programma.Voor Leader+ zal de vzw Streekplatform Meetjesland optreden als administratieffinancieelbeheerder.Het Streekplatform Meetjesland, dat als vzw werd opgericht op 17/12/1995, heeft reedszeven jaar ervaring in geïntegreerd streekoverleg en heeft bijgevolg voldoende affiniteitmet processen en methodieken die door plaatselijke groep zullen worden gevoerd.De vzw Streekplatform Meetjesland functioneert onder het voorzitterschap van Luc DeBruyckere en met Bart Van Herck als directeur.Contactgegevens: vzw Streekplatform Meetjesland, Oostveldstraat 1, 9900 Eeklo, tel09/376.97.38, fax 09/376.97.39, streekplatform@meetjesland.be,www.meetjesland.be.In bijlage steken de statuten van de vzw (zie IV.5).Het Streekplatform zal de Plaatselijke Groep regelmatig bijeenbrengen en ervoorzorgen dat de kerncompetenties en middelen van de respectievelijke leden van dePlaatselijke Groep optimaal worden benut.II.3. BESLUITVORMINGSORGAAN: SAMENSTELLINGGezien de Plaatselijke Groep relatief beperkt is, treedt de voltallige groep op om deoperationele zaken te behartigen. We verwijzen bijgevolg naar de samenstelling, zoalsweergegeven onder II.1. 6Voor wat betreft de rol en verantwoordelijkheden van de respectievelijke ledenverwijzen we naar II.4.II.4. BESLUITVORMINGSORGAAN: WERKINGDe belangrijkste taken van de Plaatselijke Groep zijn de volgende:− Ontwikkelen van een langetermijnvisie op plattelandsontwikkeling in hetMeetjesland, gekaderd in Europese, Vlaamse, provinciale en regionale beleidsvisies.− Advies en begeleiding van initiatiefnemers van projecten− Beoordeling en selectie van projecten− Communicatie over Leader+ naar organisaties en bevolking− Evaluatie van projecten en programmaVoor de uitvoering van haar opdrachten zal de Plaatselijke Groep ervaringsuitwisselingorganiseren met andere Leader+ regio’s.De rol en de verantwoordelijkheden van eenieder in de groep werden vastgelegd. Ingrote lijnen komt dit hierop neer:− De provincie brengt expertise in m.b.t. land- en tuinbouw enplattelandsontwikkeling en ze ondersteunt waardevolle experimenten dieoverdraagbaar zijn naar ander regio’s;− De regionale streekorganisaties zorgen voor deskundigheid op hun terrein(landschap, toerisme, wonen, …) en ondersteunen projectpromotoren(procesbegeleiding)6 Onder Leader II trad de Plaatselijke Groep als communicatie-orgaan en als beoordelingsorgaan. EenManagementcomité trad op als Besluitvormingsorgaan (selectie van de projecten).


11− Gemeentebesturen en socio-economische actoren brengen ideeën enterreinkennis aan en helpen in de communicatie naar de bevolking.Voor meer detail verwijzen we naar II.1 (lijst van samenstelling), waar de rol van elk lidwerd geduid.In het besluitvormingsorgaan zijn alle noodzakelijke competenties aanwezig− Beheer van overheidsfondsen: er is een meerderheid van leden die uitsluitendof grotendeels werken met overheidsmiddelen. Zij zijn ervaring met het opstellenvan begroting, het verantwoorden en motiveren van uitgaven en bestedingen en hetopstellen van rekeningen.− Strategische planning: heel wat mensen uit het besluitvormingsorgaan warenbetrokken bij het tot stand komen van de streekvisie, de opmaak van een toeristischmasterplan, een ouderenbeleidsplan en een intergemeentelijk woonbeleidsplan.Stuk voor stuk processen waar vanuit een grondige analyse van de streek een missiewerd gedefinieerd en waaraan een concreet actieplan werd gekoppeld.− Algemeen management en leiderschap: in het besluitvormingsorgaan zittenverantwoordelijken van organisaties met verschillende jaren ervaring in leiderschapen management.− Plattelandsontwikkeling: in het besluitvormingsorgaan zijn verschillende ledenactief rond plattelandsontwikkeling. 7II.5. PLAATSELIJKE GROEP: ORGANISATIEDe Plaatselijke Groep komt ongeveer acht maal per jaar bijeen en kan geldigbeslissingen nemen zodra de helft + 1 van de leden aanwezig is of vertegenwoordigddoor schriftelijke volmacht.Voor alle beslissingen wordt consensus nagestreefd tussen alle leden van deplaatselijke groep. Kan deze niet worden bereikt, wordt beslist met 2/3 van deaanwezige of vertegenwoordigde stemmen.Elk lid heeft één stem. Een stemgerechtigd lid kan bij afwezigheid schriftelijk volmachtgeven aan een ander stemgerechtigd lid. Per lid kan slechts één volmacht wordenopgenomen.Alle regionale organisaties alsook de provinciale dienst land- en tuinbouw, tredennaargelang de aard van een project, op als procesbegeleiders naar de initiatiefnemersvan projecten toe.Tijdens de duur van Leader II in het Meetjesland, kon deze troef onvoldoende wordenbenut.Initiatiefnemers van projecten kunnen lokale besturen zijn, verenigingen, privatepersonen, regionale organisaties (inclusief leden van de plaatselijke groep).De vzw Streekplatform is de administratief-financiële beheerder van het Leader+programma en zorgt voor de regelmatige bijeenkomsten van de Plaatselijke Groep.Voor de ondersteuning van de werking en de coördinatie van het programma zal eencoördinator/staffunctionaris worden aangeworven.In bijlage steekt een functiebeschrijving met gewenst profiel van de kandidaat (IV.1).7 Piet Quataert en Luc Joos maken deel uit van de Vlaamse Stichting Plattelandsbeleid.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


12III. ONTWIKKELINGSPLANDe Plaatselijke groep wil Leader+ aangrijpen om te komen tot een integrale visie opplattelandsontwikkeling in het Meetjesland.Tijdens Leader II was de tijd daarvoor nog niet rijp. Vlaanderen en Oost-Vlaanderenhadden ook nog geen plattelandsvisie. 8In het kader van de opmaak van dit ontwikkelingsplan heeft de plaatselijke groeptrouwens al een behoorlijke aanzet gegeven van visieontwikkeling.III.1. ONTWIKKELINGSSTRATEGIE EN GEPLANDE ACTIVITEITENIII.1.1. Beschrijving en analyse Leader+ gebiedIII.1.1.1. BESCHRIJVINGIII.1.1.1.1. Ruimtelijke situering en verkeersontsluitingGeografische situeringGeo-economisch situeert het Meetjesland zich:− tussen de maritieme en verstedelijkte gebieden Gent-Terneuzen-Vlissingen enBrugge-Zeebrugge;− centraal binnen de Euregio Scheldemond. Door de aanleg van deWesterscheldetunnel wordt het Meetjesland in 2003 rechtstreeks verbonden metZeeland;− in het hinterland van de Vlaamse en Zeeuwse kust.FIGUUR 5: LIGGING MEETJESLAND BINNEN EUREGIOSCHELDEMOND8 Ondertussen werd in het kader van hervormingen in het Europese Landbouwbeleid en met het oog opde toekomst naast de eerste pijler van het marktbeleid een tweede pijler “plattelandsbeleid”toegevoegd. Op Vlaams niveau werd hiertoe het Programmeringsdocument voorPlattelandsontwikkeling (PDPO) goedgekeurd als eerste stap in de richting van een VlaamsPlattelandsbeleid. In het kader van de Geïntegreerde Ontwikkeling van het platteland hebben deVlaamse Provincies ondertussen een eerste visietekst ontwikkeld als basis van een echt geïntegreerdprovinciaal plattelandsontwikkelingsbeleid.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


13Het Meetjesland moet zich bewust zijn van het aanzuigeffect van sterke buren.Het zal naar de toekomst belangrijk zijn een complementaire strategie te ontwikkelenten aanzien van de verstedelijkte en geïndustrialiseerde gebieden in de flank enallianties aan te gaan met omliggende plattelandsgebieden als Zeeuws-Vlaanderen enhet Brugse Ommeland.VerkeersinfrastructuurHet verkeer maakt gebruik van verschillende infrastructuren: auto-, spoor-, water- enluchtwegen. Het Meetjesland is eerder gericht op automobiliteit. De regio wordtomzoomd door vier belangrijke en snelle verkeersassen: de N49 in het noorden, deN44 in het westen, de R4 in het oosten en de E40 in het zuiden. Ondanks de aanwezigheidvan deze wegenvoorzieningen, kan de physical distribution, de overslag tussenhoofdwegen en secundaire wegen of industrieterreinen en de overslag privaat/openbaarvervoer, verbeterd worden.Het openbaar vervoer in de regio was tot voor kort minder ontwikkeld en beperkte zichtot een vijftal goed uitgebouwde assen. Eeklo en Aalter beschikken over eentreinstation en drie geregelde buslijnen verbinden de grotere woonkernen met Gent enBrugge: buslijn 58 (Brugge-Gent-Eeklo), buslijn 96 (Eeklo-Zelzate) en buslijn 52(Gent-Assenede-Boekhoute).Recent introduceerde de Lijn evenwel de belbus, die ook de kleinere kernen van hetMeetjesland bedient. Met deze vorm van vraagafhankelijk vervoer werd de mobiliteitvan bewoners en recreanten aanzienlijk verhoogd.Het waterwegennet (kanaal Gent-Brugge, Leopoldkanaal en Schipdonkkanaal) heeftvoor het Meetjesland weinig belang op industrieel vlak (enkel Aalter), maar de belangstellingvoor waterrecreatie en -toerisme neemt toe.III.1.1.1.2. EconomischHet Meetjesland Leader+ gebied biedt werk aan 25.725 mensen. Twee derden zijnloon- en weddetrekkenden, één derde is zelfstandige. Dat is vrij veel. In Vlaanderen isslechts 17,1% van de werkenden zelfstandige.TABEL 5: AANTAL ARBEIDSPLAATSEN IN HET MEETJESLAND, 2000zelfstandigenarbeidsplaatsenloon- en weddetrekendenAalter 6.822 5.188 76,0% 1.634 24,0%Assenede 3.636 2.536 69,7% 1.100 30,3%Kaprijke 1.482 859 58,0% 623 42,0%Knesselare 1.639 967 59,0% 672 41,0%Maldegem 6.177 4.101 66,4% 2.076 33,6%Nevele 2.931 1.841 62,8% 1.090 37,2%Sint-Laureins 1.194 528 44,2% 666 55,8%Zomergem 1.844 1.140 61,8% 704 38,2%Meetjesland Leader+ 25.725 17.160 66,7% 8.565 33,3%Oost-Vlaanderen 497.968 404.373 81,2% 93.595 18,8%Vlaanderen 2.337.860 1.938.824 82,9% 399.036 17,1%BRON: RSZ EN RSVZONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


14Ruim 11% van de arbeidsplaatsen zijn voor rekening van de primaire sector(voornamelijk in land- en tuinbouw). Dit is 3,5 keer zoveel als in Vlaanderen.Ook de secundaire (industriële) sector is sterker vertegenwoordigd in het MeetjeslandLeader+ gebied dan in Vlaanderen. De tertiaire sector (handel) is met net geen 30%van de arbeidsplaatsen dan weer minder sterk vertegenwoordigd, evenals de quartairesector (verzorgingssector en openbare besturen).De inwoners van de Meetjesland Leader+ gemeenten zijn voor heel wat diensten engrotere (gespecialiseerde) handelszaken in eerste instantie aangewezen op Eeklo en intweede instantie op de steden Gent en Brugge.TABEL 6: AANTAL ARBEIDSPLAATSEN IN HET MEETJESLAND, NAAR SECTOR, 2000primaire sector secundaire sector tertiaire sector quartiaire sectorAalter 443 6,5% 3.234 47,4% 1.842 27,0% 1.310 19,2%Assenede 451 12,4% 1.574 43,3% 771 21,2% 836 23,0%Kaprijke 230 15,5% 582 39,3% 411 27,7% 259 17,5%Knesselare 179 10,9% 657 40,1% 539 32,9% 264 16,1%Maldegem 624 10,1% 1.970 31,9% 2.255 36,5% 1.328 21,5%Nevele 402 13,7% 794 27,1% 856 29,2% 882 30,1%Sint-Laureins 304 25,5% 248 20,8% 373 31,2% 269 22,5%Zomergem 218 11,8% 452 24,5% 572 31,0% 605 32,8%Meetjesland Leader+ 2.850 11,1% 9.513 37,0% 7.617 29,6% 5.753 22,4%Oost-Vlaanderen 16.019 3,3% 144.654 29,8% 167.954 34,6% 156.790 32,3%Vlaams Gewest 72.889 3,2% 640.053 28,1% 895.164 39,3% 669.664 29,4%BRON: SITUATIESCHETS OOST-VLAANDEREN 2002De werkgelegenheidsgraad ligt in het Leader+ gebied aanzienlijk lager dan inVlaanderen. Theoretisch gezien kan nog niet de helft van de actieve bevolking aan deslag in eigen streek, terwijl dit in Oost-Vlaanderen 60% is en in Vlaanderen 65%.Een kleine tachtig procent van de actieve bevolking in het Leader+ gebied isberoepsactief (werkend of werkzoekend); 4,1% is werkzoekend. Deze percentagesliggen in de lijn van de percentages die in Oost-Vlaanderen en Vlaanderen wordengenoteerd.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


15TABEL 7: ACTIVITEITSGRAAD, WERKGELEGENHEIDSGRAAD EN WERKLOOSHEIDSGRAADactiviteitsgraad 2000werkgelegenheidsgraad2000werkloosheidsgraad1/1/2001Aalter 74,7% 61,1% 3,6%Assenede 71,0% 44,7% 4,3%Kaprijke 73,6% 40,3% 4,5%Knesselare 71,6% 34,3% 4,3%Maldegem 71,8% 46,7% 4,9%Nevele 74,8% 45,1% 2,9%Sint-Laureins 71,3% 31,5% 4,6%Zomergem 73,9% 38,0% 3,8%Meetjesland Leader+ 72,9% 45,8% 4,1%Oost-Vlaanderen 73,1% 60,4% 4,8%Vlaanderen 71,2% 65,2%BRON: SITUATIESCHETS OOST-VLAANDEREN 2002, EROV, NIS-BEVOLKINGSSTATISTIEKEN EN VDAB, BEWERKING STREEKPLATFORMMEETJESLANDactiviteitsgraadwerkgelegenheidsgraadwerkloosheidscoëfficientaandeel aantal beroepsactieven (werkenden + werkzoekenden) in de bevolkingop actieve leeftijd (20-64j))aandeel van het plaatselijke arbeidsplaatsen t.o.v. de bevolking op actieveleeftijd (20-64j)het aantal niet-werkende werkzoekenden in verhouding tot de bevolking tussen20 en 64 jaarONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


16III.1.1.1.3. SociaalTABEL 8: KANSARMOEDEINDICATOREN 2000AalterAssenedeKaprijkeKnesselareMaldegemNeveleSint-LaureinsZomergemMeetjeslandLeader+Oost-VlaanderenVlaanderenK1kinderen geboren in kansarmegezinnen4 4 6 8 13 1 2 5 43 1.460** 5.750 **% t.o.v. aantal geboorten 0,94 1,52 4,76 5,93 2,70 0,42 1,52 3,13 2,19 5,04 4,60Indexcijfers 20 52 104 129 59 9 33 68 48 110 100K2* kinderen van alleenstaanden 223 234 110 123 312 113 94 146 1.355 23.420** 105.740 **% t.o.v. aantal inwoners 1,28 1,72 1,76 1,58 1,44 1,05 1,44 1,79 1,69 1,72 1,78indexcijfers 72 97 99 89 81 59 81 101 95 97 100K3 bijzondere jeugdbijstand 14 14 4 18 34 6 10 6 106 3.130** 14.260 **% t.o.v. aantal inwoners 0,08 0,10 0,06 0,23 0,15 0,05 0,15 0,07 0,13 0,23 0,24indexcijfers 31 43 27 96 64 23 64 30 55 96 100K4 aantal uvw's


17Op 7 van de 10 kansarmoede-indicatoren uit het decreet op het Sociaal Impulsfonds(SIF) scoort het Meetjesland Leader+ gebied beter dan Vlaanderen. De indicatorenwaar het Meetjesland Leader+ gebied slechter dan het Vlaamse gemiddelde scoort(index>100) zijn:• het aantal uitkeringsgerechtigde volledige langdurige werklozen (langer dan 1 jaarwerkzoekend).• het aantal woningen zonder comfort (cijfer voor 1991)• het aantal weduwen, invaliden, gepensioneerden en wezen met een beperktinkomen (WIGW's).InkomensniveauHet gemiddeld inkomen, zowel per inwoner als per aangifte, ligt in het MeetjeslandLeader+ gebied beduidend lager dan in Oost-Vlaanderen en Vlaanderen. In 1999verdiende een Meetjeslander gemiddeld 10.192 euro per jaar. Dat is maar 92% van wateen gemiddelde Vlaming verdiende.TABEL 9: GEMIDDELD INKOMEN, INKOMENSJAAR 1999 (AANSLAGJAAR 2000), EUROper inwonerper aangifteAalter 10.749 24.789Assenede 10.379 23.282Kaprijke 10.491 24.524Knesselare 9.745 21.728Maldegem 9.762 22.405Nevele 10.560 25.439Sint-Laureins 8.976 21.723Zomergem 10.451 23.823Meetjesland Leader+ 10.192 23.505Oost-Vlaanderen 11.319 24.051Vlaanderen 11.277 24.155BRON: NIS, BEWERKING STREEKPLATFORM MEETJESLANDONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


18WonenTABEL 10: AANTAL WONINGEN IN HET MEETJESLAND EN KWALITEIT VAN DE WONINGENaantal woningen1991 (1)eind2000 (2)woningen zonderklein comfortAantal slechte woningen1991 (1) 1991 (3) 2000 (3)Aalter 5.726 6.990 1.052 18,4% 794 13,9% 1.060 15,2%Assenede 4.906 5.488 1.140 23,2% 904 18,4% 1.113 20,3%Kaprijke 2.128 2.396 518 24,3% 370 17,4% 459 19,2%Knesselare 2.777 3.199 602 21,7% 432 15,6% 571 17,8%Maldegem 7.625 8.762 1.594 20,9% 1.204 15,8% 1.600 18,3%Nevele 3.711 4.185 832 22,4% 658 17,7% 815 19,5%Sint-Laureins 2.399 2.627 648 27,0% 501 20,9% 595 22,6%Zomergem 2.835 3.157 587 20,7% 463 16,3% 590 18,7%MeetjeslandLeader+32.107 36.804 6.973 21,7% 5.326 16,6% 6.803 18,5%Oost-Vlaanderen 498.127 559.933 85.211 20,1% 86.809 17,4% 111.811 20,0%Vlaanderen 2.141.557 2.430.460 296.211 13,8% 236.016 11,0% 314.406 12,9%BRON: (1) NIS, VOLKS- EN WONINGTELLING 1991, (2) EIGEN BEREKENINGEN WOONWIJZER MEETJESLAND, (3)WOONBEHOEFTENONDERZOEK 1991-2010 UFSIAIII.1.1.1.4. Culturele en landschappelijke diversiteitCultureel erfgoedHet Meetjesland telt 13 kleinschalige musea, met een heemkundige(Bardelaeremuseum, Rietgaversstede,…) of gespecialiseerde collectie (Visserijmuseum,Jeneverhuis, Bosinfocentrum, Canadamuseum, Stoomcentrum, …), die verwijzen naarhet rijke materiële en immateriële erfgoed in het Meetjesland.Minder overzichtelijk, maar groter in aantal zijn de sporen in het landschap en in dedorpen die naar het verleden verwijzen.Overblijfselen uit de Romeinse tijd (bv het Romeins kamp te Maldegem-Vake),versterkte hoeven, kerken, veldkruisen en kapellen, “hoven van Plaisance”, kastelen ensporen van de wereldoorlogen (vooral in de dorpen aan het Schipdonkkanaal). Ookverschillende standbeelden en monumenten herinneren aan historische figurenSpeciaal voor het Houtland zijn de typische kleine hoevetjes in een zeer karakteristiekestijl (langgeveltype). In het Krekengebied treft men nog authentieke dijkhuisjes aan.Van het “gebouwde” cultureel erfgoed is de binnenzijde vaak niet publiektoegankelijk.Dat probleem stelt zich niet ten aanzien van het landschap, dat men eigenlijk ook alscultureel erfgoed kan beschouwen. De langgerekte repelpercelen, de grote concentratieaan driesen en de talrijke dijken zijn unieke landschapselementen van deze streek.Natuur en landschapLandschappelijk gezien kunnen we het Meetjesland opsplitsen in twee delen: hetnoordelijke Krekengebied en het zuidelijke Houtland.Het Krekengebied in het noorden is een open polderlandschap met typische kreken enONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


19dijken, het Leopoldkanaal en een kenmerkende fauna en flora die aansluiting vindt inZeeuws-Vlaanderen en het uiterste noorden van de provincies West- en Oost-Vlaanderen. De botanisch meest waardevolle plekjes liggen bij de Boerekreek, deRoeselarekreek, de Rode en Grote Geul en soms bij veel onopvallende kreekarmen endeels verlande kreekuitlopers.Het zuidelijke Houtland wordt gekenmerkt door restanten van boscomplexen (Burkel -Drongengoed – Bellemse bossen - Het Leen - Lembeekse bossen) met vaak een groteverscheidenheid aan bomen, vogels en plantensoorten. Het Drongengoed is hetgrootste aaneengesloten boscomplex van Oost-Vlaanderen.Naast het krekengebied en de bosrelicten, vinden we in het Meetjesland nog anderewaardevolle landschappen en natuurgebieden terug zoals de Kraenepoel te Aalter(viskweekvijver), het Poekepark (circa 56 ha) en de valei van de Poekebeek, deVossenholse meersen, het historisch landbouwgebied ‘Ro’, …Ook langs de oevers van de kanalen (Kanaal Brugge-Gent, het Schipdonkkanaal en hetLeopoldskanaal) vindt men een grote verscheidenheid aan plantengroei en is het rustigwandelen of fietsen langs de trekwegen.Minder spectaculair, maar waardevol zijn tot slot de kleine landschapselementenverspreid over het Meetjesland zoals veedrinkpoelen, hagen, houtkanten enhoogstamboomgaarden. Dier- en plantensoorten die uit het zaai- en grasland zijnverdreven, overleven vaak nog op deze plekjes.Het noorden van het Meetjesland is sedert 1999 door het Vlaams Gewest erkend alswaardevol cultuurlandschap. Het draagt dan ook het label “Regionaal Landschap”.In de Landschapsatlas Vlaanderen 9 is het duidelijk dat het Meetjesland nog heel watcultuurhistorische landschappen bezit. De atlas maakt een onderscheid tussenrelictzones 10 , ankerplaatsen 11 , lijnrelicten, puntrelicten,....In bijlage steekt een lijst met de relictzones en ankerplaatsen in de Leader+Meetjesland omschrijving.9 ARHOM, afdeling Monumenten en Landschappen, Brussel, 2001.10 Relictzones zijn gebieden waar de historisch gegroeide landschapsstructuur tot op vandaagherkenbaar is gebleven. Ze zijn bijgevolg rijk aan erfgoedwaarden en bezitten een relatief hogelandschappelijke gaafheid.11 Ankerplaatsen zijn complexen van erfgoedwaarden die ofwel én een ensemble vormen én gaaf zijn énrepresentatief zijn ofwel uniek zijn. Dit zijn de landschappen van Vlaams belang die, vooral vanuitfysisch-geografisch, cultuurhistorisch en esthetisch gezichtspunt, beschermingswaardig zijn.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


20III.1.1.2. ANALYSE (SWOT 12 MATRIX)Uit de voorgaande beschrijving, uit vroegere analyses en op basis van de inbreng vande leden van de plaatselijke groep, kwamen we tot onderstaande synthese over hetMeetjesland.STERKTENZWAKTEN−−−−−−−−−Goede geo-economische ligging enbereikbaarheidDe sterke aanwezigheid van land- en tuinbouw envoedingsindustrieHet arbeidsvriendelijk karakter van de regioGrote landschapsdifferentiatie (ruimtelijke variëteit)Uitgesproken waardevolle cultuurlandschappen(ankerplaatsen en relictzones, agrarischwaardevolle landschappen, …) erkend doorEuropa en VlaanderenRegio met toeristisch-recreatieve potentiesAangenaam woonklimaatUitgewerkte streekvisie gericht op een duurzameontwikkeling, met gerelateerde deelvisies inzaketoerisme, wonen, ouderenDynamische plattelandsactoren−−−−−−−−−−Mindere woningkwaliteit en geringe comfortgraadvan de woningenAfname van tewerkstelling in de land- en tuinbouwZwak in toekomstgerichte sectoren en dienstenGeïntegreerde visievorming is nog niet af.Bepaalde deelvisies zijn nog te ontwikkelen(landschap, land- en tuinbouw, …)Geen beschikbaar aanbod van industrieterreinenNog te zwakke Meetjeslandse identiteit, regiosamenwerkingen marketingBeperkte bestuurskracht enmanagementcapaciteit binnen de lokale besturenHet wegvallen van commerciële engemeenschapsvoorzieningen in bepaalde kleinedorpskernenTekorten in aanbodzijde inzake landelijk toerisme(verblijfsmogelijkheden, attractiepunten,organisatie)Beperkt aanbod van openbaar vervoerKANSENBEDREIGINGEN−−−−−−−Europese middelen en methodiek inzakeplattelandsontwikkelingAandacht voor gebiedsgericht beleid in Europees,Vlaamse, provinciaal en lokaal niveauToenemende aandacht voor duurzaamheid bijbewoners en overheidMeer aandacht bij de burgers voor levenskwaliteitOntwikkeling kennissectorenMogelijkheden om relatie tussen land- en tuinbouwen voeding sterker uit te werkenStijgende vraag naar landelijk toerisme−−−−−Restrictief beleid door Vlaanderen ten aanzien vanhet ‘buitengebied’ (hypothekeert de vitaliteit vanhet platteland)VergrijzingLeegzuig door sterke, aansluitende economischeregio’s (brain drain)Land- en tuinbouw onder druk o.a. strengerebemestingsnormen, …Concurrentie van andere landelijke regio’s12 Strenghts, Weaknesses, Opportunities, Threats. Een SWOT-analyse brengt de sterkten en zwaktenvan de streek in beeld en inventariseert de kansen en bedreigingen die vanuit de omgeving op de streekaankomen.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


21III.1.2. Overzicht van het reeds gevoerde beleidIII.1.2.1. DE WEG NAAR EEN INT EGRALE VISIE OP PLATTELANDSONTWIKKELINGHet is goed om te definiëren wat we bedoelen met beleid inzakeplattelandsontwikkeling.Een plattelandsbeleid is dit beleid met respect voor de waarden en de eigenheid van hetlandelijk gebied.Het is een beleid dat zich bewust is van de diverse functies van het platteland voor deplattelandsbevolking enerzijds en voor de stedelijke bevolking anderzijds (bron: G.Henkel)FIGUUR 6: G. HENKELOp Europees en op Vlaams niveau onderscheidt men twee onderdelen inzakeplattelandsontwikkeling:- Enerzijds is er de steun voor investeringen in land- en tuinbouwbedrijven, vestigingvan jonge land- en tuinbouwers, opleiding in de land- en tuinbouwsector,vervroegde bedrijfsbeëindiging, land- en tuinbouw in probleemgebieden,milieumaatregelen in de land- en tuinbouw en verbetering van verwerking en afzetvan land- en tuinbouwproducten,....- Anderzijds is er de steun voor meer algemene factoren van plattelandsontwikkelingzoals de ontwikkeling van alle hulpbronnen in het gebied, met name regionaleproducten, toerisme en ambachtelijke activiteiten, het behoud van het landelijkerfgoed en de diversificatie van de activiteiten met het oog op alternatieve bronnenvan inkomsten, verbetering van de levensomstandigheden en milieubehoud.Beide onderdelen zijn belangrijk en werken op elkaar in.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


22Wij beperken ons hier tot het beschrijven van de steun van algemene factoren vanplattelandsontwikkeling. In het Vlaamse PDPO (ProgrammeringsDocument voorPlattelandsOntwikkeling) vinden we dit terug onder hoofdstuk 9.3.9 “Bevordering vande aanpassing en de ontwikkeling van het Platteland : op weg naar een geïntegreerdplattelandsbeleid in Vlaanderen.” Buitengoed, Goed Buiten is de provinciale vertalingvan hoofdstuk 9.3.9.Hier vinden we de grote ontwikkelingsthema’s in de plattelandsvisie van de ProvincieOost-Vlaanderen. Deze visie dateert van april 2002.Platteland als woon- en leefruimte- woonmogelijkheden van karakteristieke gebouwen- blijvende aanwezigheid van gemeenschapsvoorzieningen op het platteland- aanpakken van de verkeersproblematiek- kansen tot opwaardering van gebieden die stagneerdenPlatteland als werkgebied- ondernemerssteun voor het ruraal ondernemersschap- ontwikkeling voor plattelandsdeskundigheid- aandacht voor differentiatie en verbreding in de land- en tuinbouw- stimuleren van duurzaam ondernemenPlatteland als collectieve ruimte- goed beheer van de waterhuishouding op het platteland- omgaan met het beheer en ontwikkeling van het landschap- aandacht voor natuur- en milieuwaarde op het plattelandPlatteland als consumptieve ruimte- verbeteren van de recreatieve ontsluiting van het landelijk gebied- onthaal, begeleiding van bezoekers op het platteland verhogen- aandacht voor kleinschalige cultuurhistorische infrastructuur in hun samenhang- milieu-ecologisch ondernemen in toerisme stimuleren- nieuwe, symbolische economieAandacht voor identiteitsversterking van het platteland- gebiedsspecifieke identiteit vrijwaren en versterken- bevordering van nieuwe ontwikkelingen die de unieke waarde vanplattelandslandschappen onderlijnen en bevorderen- opbouwen nieuwe identiteit- omgaan met reservoirkwaliteitencommunicatie en imago-vorming met betrekking tot het plattelandondersteuning van de integratie van het Oost-Vlaams platteland in het veranderd tijdsenmaatschappijbeeldHet is duidelijk dat er in het Meetjesland een aanzet is gegeven tot het voeren vaneen dergelijk geïntegreerd plattelandsbeleid en dat dit de laatste jaren in eenstroomversnelling is gekomen.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


23Vanuit verschillende hoeken zijn er de voorbije tien jaar initiatieven ondernomen omde streek te ontwikkelen. Het is bijna onmogelijk om hier volledig te zijn.Misschien kan de visie-ontwikkeling “toekomstperspectief Meetjesland” van de vzwSteunpunt Opbouwwerk Meetjesland eind de jaren ‘80 misschien wel als de eersteaanzet beschouwd worden van een GE3-plattelandsbeleid. De zwakte is echter dat dezevisie nauwelijks gekend was en geen middelen had ter uitvoering.Dankzij Vlaamse, provinciale en Europese stimulansen in de jaren ‘90 komen heel watmiddelen vrij om daadwerkelijk een visie te ontwikkelen voor het Meetjesland én dezevisie om te zetten in de praktijk. In de visie is er aandacht voor de eigenheid van hetMeetjesland als plattelandsregio en worden er heel wat aanzetten gegeven totgeïntegreerde acties. We onthouden vooral het Interreg II, 5B-programma van deperiode 1994-2000 en het Leader II programma (uitvoering 1999-2001).De zwakte van deze stimulansen was dat ze terecht kwamen in een regio waar er noggeen gedragen en geïntegreerde streekvisie bestond.De vzw Streekplatform Meetjesland (1995) stond aan de wieg van een gedragenstreekvisie en maakte deze kenbaar eind 1999. 13De streekvisie vertrekt vanuit de intrinsieke kwaliteiten van de streek (identiteit).Het Meetjesland is een uitgesproken plattelandsregio met een 6-tal strategischekenmerken− De sterke landschapsdifferentiatie− De interessante geo-economische ligging− De sterke aanwezigheid van land- en tuinbouw en voedingsindustrie− Het arbeidsvriendelijke karakter van de regio− Een sterk uitgebouwd en gedifferentieerd aanbod van volwassenenvorming− Een regio met toeristisch-recreatieve potentiesVanuit deze strategische kenmerken werd een toekomstgerichte visie (Missie voor hetMeetjesland) geformuleerd op de verdere socio-economische ontwikkeling van hetgebied.Samengevat luidt deze missie als volgt:“Het Meetjesland stelt zich tot doel een duurzame socio-economischeontwikkeling te realiseren via de versterking van belangrijke socioeconomischeactiviteiten 14 in de streek en door de valorisatie van haarinteressante geo-economische ligging 15 .Deze ontwikkeling dient enerzijds te gebeuren binnen een kwalitatief versterkteruimte en wil anderzijds gebruik maken van de gunstige arbeidsomgeving 16 .”13 Op 28/06/2002 nam de Vlaamse Regering kennis van deze visie. In het verlengde daarvanonderschreef de voltallige Vlaamse Regering het Streekcharter Meetjesland.14 Het Meetjesland weerhield een vijftal sectoren als belangrijke bouwstenen in de verdere socioeconomischeontwikkeling van de regio, met name: de land- en tuinbouw, de voedingsnijverheid, desectoren recreatie en toerisme, de bouwsector en de brede sociale sector.15 Tussen de maritieme gebieden van Gent en Brugge, grenzend aan de Vlaamse kustregio en aanZeeland en op een boogscheut van de kunststeden A’pen, Brugge en Gent16 Het aanwezige arbeidspotentieel, het arbeidsvriendelijk klimaat en het aanbod vanvolwassenenvorming.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


24De schematische weergave van de missie geeft op zijn beurt verduidelijking bij debelangrijkste elementen eruit.FIGUUR 7: SCHEMATISCHE WEERGAVE VAN ‘DE MISSIE VOOR HET MEETJESLAND’Deze streekvisie berust op een algehele consensus tussen ‘de levende krachten’ van hetMeetjesland. De visie is gekend en wordt gewaardeerd door de beleidsactoren (politici,ondernemers, vakbonden, vertegenwoordigers van de milieubeweging en van deonderwijs- en welzijnssector, ....).De streekvisie dient als denkkader voor heel wat organisaties en acties. Er kangesproken worden van een geïntegreerde visie gezien de visie blijk geeft om ruimer tekijken dan het sociaal-economische. Er is aandacht voor sociaal-culturele enruimtelijk–landschappelijke aspecten van de streek (zie hoger).Heel wat deel-visies kunnen op die manier aan de visie gekoppeld (vb.krekenbeleidsplan, wonen...) worden of er uit ontwikkeld worden (vb. masterplantoerisme,....). Er kan gesproken worden van een plattelandsvisie in de zin dat de visievertrekt vanuit de socio-economische, socio-culturele en landschappelijke waarden vanhet gebied.Toch is het nog geen gebiedsgerichte vertaling van de Vlaamse en ProvincialePlattelands visie. Hoofdstuk 9.3.9 van het PDPO (Vlaanderen) en het document“Buitengoed, Goed Buiten” gaan duidelijk een stapje verder (breder en dieper). Demethodiek en ervaringen van Leader I en II worden nauwelijks toegepast in het beleid.De streekfora die actief zijn op het vlak van toerisme, landschap,wonen, natuur,platteland en opbouwwerk hebben visies en actieprogrammas uitgewerkt die hetnauwst aansluiten bij de actiedomeinen zoals geformuleerd in de Vlaamse enProvinciale Plattelandsvisie. Uiteraard ondernemen ook heel wat gemeentebesturen,bedrijven en hun vakorganisaties (in het bijzonder land- en tuinbouw) en sociocultureleorganisaties acties die in de lijn liggen van deze plattelandsvisie.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


25De Plaatselijke Groep Leader+ zal dan ook een gebiedsgerichte vertaling maken van deVlaamse en Provinciale visie. Uiteraard vertrekkende vanuit de globale streekvisie enandere visies met actieprogramma (toerisme, welzijn, wonen, natuur, landschap,.....)aanwezig bij verschillende (streek)organisaties en instellingen. Een geïntegreerdeplattelandsvisie met actieprogramma zal voorgesteld worden in 2004.III.1.2.2. INSTANTIES EN PROGRAMMA’S INZAKE PLATTELANDSONTWIKKELING INHET MEETJESLANDAl van eind de jaren '80 werden in het Meetjesland initiatieven en experimentenopgezet om de welvaart en de tewerkstelling in het Meetjesland te bevorderen.Er werd m.a.w. al heel wat ervaring opgedaan inzake streekontwikkeling enstrategische planning op verschillende niveaus en binnen verschillende organisaties.We proberen hieronder een zo volledig mogelijke opsomming te geven.III.1.2.2.1. gemeentenIn gemeentelijke structuurplannen, mobiliteitsplannen, natuurontwikkelingsplannen,e.d. zijn heel wat visie-elementen opgenomen die vertrekken vanuit de eigenheid vanhet Meetjesland als landelijk gebied.III.1.2.2.2. regionale werking van land- en tuinbouworganisaties enplattelandsorganisatiesHeel wat landbouw- en plattelandsorganisaties hebben uitgesproken visies op deverdere ontwikkeling van de landbouw en het landelijk gebied. Denken we maar aan:- Belgische Boerenbond- Landelijke Gilden- Agra- KVLV, landelijke vrouwenorganisatie- Groene Kring- Algemeen Boerensyndicaat (ABS)- Vlaams Agrarisch Centrum (VAC)- .....III.1.2.2.3. Streekorganisaties- vzw Steunpunt Opbouwwerk Meetjeslando eind jaren 80 : toekomstperspectief Meetjeslando 1993 : natuurontwikkeling en recreatie in het Meetjeslando 2002: methodiek “Dorp in Zicht”o 2002 – nog te verschijnen : intergemeentelijk woonbeleidsplan- vzw Streekplatform Meetjeslando 1999: globale streekvisie : socio-economische en welzijnsinvalshoeko 2002: Regionaal Welzijnsoverleg Meetjesland : ouderenbeleidsplano 2002: Ontwikkelingsstudie Voedingssector MeetjeslandONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


26- vzw Regionaal Landschap Meetjeslando 1999: landschapsvisie- vzw Toerisme Meetjeslando 2001: toeristische streekvisie (Masterplan Toerisme)- vzw Natuur en Landschap Meetjesland,- vzw Plattelandscentrum Meetjesland- Eduforum Gent-Eeklo- vzw Lokaal Gezondheidsoverleg MeetjeslandIII.1.2.2.4. Provinciaal- 1988 – 1990 Tewerkstellingsinitiatief Meetjesland (TIM)- 1990 – 1994 Tewerkstellingsinitiatief Meetjesland BeleidsOndersteuning- Beleidsverklaring van de Bestendige Deputatie 2001-2006- Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan- 2002 plattelandsontwikkelingsplan “Buitengoed, Goed Buiten”De Provincies vervullen een centrale rol in de 9 e maatregel van het VlaamseProgrammeringsdocument voor Plattelandsontwikkeling (PDPO), de “Ontwikkelingvan een geïntegreerd plattelandsbeleid”.Het is een geïntegreerde, gedifferentieerde en gebiedsgerichte maatregel steunendop vier basisprincipes: functieverandering op het platteland, duurzameontwikkeling, aangepaste beleidsvoering en het participatief karakter.In Oost-Vlaanderen werd daarom door de provinciale werkgroep als aanzet naareen Provinciaal Plattelandsbeleid een visietekst “Buitengoed, Goed buiten”ontwikkeld, goedgekeurd door de Provincieraad.Hierin wordt naar het platteland gekeken als woongebied, werkgebied, collectieveruimte en consumptieve ruimte. Met aandacht voor identiteitsversterking van hetplatteland en aandacht voor communicatie en imagovorming met betrekking tot hetplatteland.Voor 2002 had Oost-Vlaanderen recht op 195.668 Europese cofinanciering vanuithet Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor Landbouw (EOGFL). Voor dekomende jaren 2003-2006, gebaseerd op de indicatieve tabel uit het Vlaams PDPO,kan voor Oost-Vlaanderen ongeveer en onder voorbehoud 229 150 Euro EOGFLsteun bekomen worden. De Provincie Oost-Vlaanderen voorziet in 25%cofinanciering.III.1.2.2.5. Euregio Scheldemond- Opmaak van een gemeenschappelijk Ontwikkelingsconcept (GOC I - 1993) rondgrensoverschrijdende samenwerking tussen Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen enZeeland op de terreinen milieu, ruimtelijke ordening, recreatie en toerisme,verkeer en vervoer, gezondheidszorg en welzijn, sociaal-economischeaangelegenheden, onderwijs en cultuur.- Actualisatie van GOC I in 1999 (GOC II)ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


27III.1.2.2.6. Vlaamse ontwikkelingsinitiatieven- 1991-1993 Impulsgebied (acht Meetjeslandse gemeenten)- Vlaamse Land Maatschappij : Landinrichting (niet in het Meetjesland, metuitzondering van het project Schelde en Leie dat delen van Nevele omvat)- AROHM, Afdeling Monumenten en Landschappen : Relictenatlas Vlaanderen- Streekplatformen : socio-economische ontwikkeling van de regio- Regionale Landschappen : cultuurlandschappelijke ontwikkeling van de regioo ontwikkeling streekeigen karaktero natuurontwikkeling en ontwikkeling kleine landschapselementeno geotoerisme (recreatief medegebruik)o educatie en informatie- Programmeringdocument Plattelandsontwikkeling (PDPO)– hoofdstuk 9.3.9Het PDPO werd op 6 oktober 2000 goedgekeurd door de Europese Commissie envormt het beleidskader voor de planningsperiode 2000-2006 (2008). Het geeft aanop welke wijze belangrijke delen van het landbouwbeleid zullen worden ingevuld envoorziet in 10 maatregelen zijnde : investeringssteun, opleiding, vervroegdeuittredingsregeling, steun aan landbouwbedrijven in natuurgebieden,milieumaatregelen, verbetering van verwerking en afzet, steun aan bosbouw,ontwikkeling van een geïntegreerd plattelandsbeleid en afzet vankwaliteitsproducten.- Gewestplannen- Ruimtelijk Structuurplan VlaanderenIII.1.2.2.7. Europese streekontwikkelingsprogramma’s voor Noord-Meetjesland 17III.1.2.2.7.1. 1994-2000 doelstelling 5B-programmaDe maatregelen binnen het programmaeringsdocument:A. behoud en het versterken tewerkstelling in de regio- versterken van het economisch weefselo verder ontwikkelen van de economische bedrijfsinfrastructuuro ondersteunen en begeleiden van het ondernemingsklimaat,bedrijfs(investerings)strategie (bedrijfsanalyses), vestigings – en uitbreidingspolitiek,marketing, promotie en export, netwerkvormingo ontwikkelen van infrastructurele omgevingsfaktoren van economisch belang- bevorderen van de landschapsvalorisatie en de recreatief/toeristischeontwikkeling- bestendiging van de land- en tuinbouwactiviteito inventarisatie en waardering van het agrarisch produktiepotentieel en van de interne enexterne agrarische infrastructuuro demontratie en voorlichtingsprojecten inzake diversificatieo praktijkgericht onderzoek en bedrijfsvoorlichtingo uitbouw en ondersteuning van hoevetoerisme en natuureducatieve elementeno creatie van een land- en tuinbouwcentrum gericht op ondersteuning en begeleiding vande maatregelen en acties, punctueel omvattendo inplanting en uitrusting van een agro-bedrijvencentrum en een industrieelmestverwerkingsbedrijf ter ondersteuning van de sterk geconcentreerdevarkensproduktiebedrijvigheid- opleiding en vormingo arbeidsmarktonderzoek en specifieke opleidingen in de potentiële groeisectoren17 De gemeenten Assenede, Eeklo, Kaprijke, Maldegem, Sint-Laureins.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


28o verbeteren van de opleidingsinfrastructuurB. verhogen van de leefbaarheid van de plattelandskernenondersteunen van structurele initiatieven die het verzorgingsniveau en debruikbaarheid van de dorpen verhogen.III.1.2.2.7.2. 1994-2000 Leader II (uitvoering periode 1999-2001)Missie : versterken van de leefbaarheid van het plattelandsgebied van zowel de sociaaleconomischesectoren, de land- en tuinbouwsector in het bijzonder, als de leefbaarheidvan de dorpen in hun verzorgingsstructuur, als het behoud van het natuurkarakter enopen ruimte als kenmerkend voor het MeetjeslandEr werden 53 projecten goedgekeurd binnen volgende categorieën:A. begeleidingsprojectenB. agro-economische projectenC. economische projectenD. toeristische projecten en landschapsvalorisatieE. transnationale projectenIII.1.2.2.7.3. 2000-2006 5B phasing outPrioriteit 1 : ontwikkeling van economische initiatieven en werkgelegenheidMaatregel 1a : versterken, stimuleren en ontwikkelen van economische initiatievenMaatregel 1b : hergebruik voormalige industriële sites en verdere ontwikkeling vaneconomische bedrijfsinfrastructuurMaatregel 1c : bevorderen van de integratie op de arbeidsmarktPrioriteit 2 : verbetering van de leefbaarheid en van de levenskwaliteit in dekernenMaatregel 2a : kwaliteitsverbetering van het wonenMaatregel 2b : verbeteren van de leefomgevingMaatregel 2c : herstellen van het sociaal-cultureel weefsel en verhoging van hetverzorgingsniveau van de kernenPrioriteit 3 : bevorderen van de toeristische ontwikkeling in het phasing-outgebiedMaatregel 3a : verder in stand houden en ontwikkelen van de cultuurhistorische sites die vanregionaal belang zijnMaatregel 3b : promoten en verder ondersteunen van het hoeve- en plattelandstoerismeIII.1.2.2.8. Europese streekontwikkelingsprogramma’s voor deEuregio ScheldemondInterreg I (1988 – 1994)Eén van de belangrijkste projecten die binnen Interreg I werden uitgevoerd, betreft hetstudieproject ‘Grensoverschrijdend Krekengebied’, waar het noorden van hetMeetjesland in valt.Interreg II (1994 – 2000)Met het Interreg II programma werden heel wat projecten uitgevoerd die in hetKrekenbeleidsplan werden voorgesteld.Ook interessante projecten m.b.t. plattelandstoerisme.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


29Interreg III A (2000-2006)Prioriteit 1 : verbeteren van de fysieke infrastructuurmaatregel 1.1. Ruimtelijke Ordening en mobiliteitmaatregel 1.2. Ontwikkeling toeristisch en recreatief productPrioriteit 2 : bevorderen van economische en wetenschappelijk technologischesamenwerkingmaatregel 2.1.Versterking positie KMO/MKB en stimulering ondernemerschapmaatregel 2.2. innovatie en transferPrioriteit 3 : Bescherming van het leefmilieumaatregel 3.1. behoud en versterking gebiedseigen karaktermaatregel 3.2. Natuur- en MilieubeheerPrioriteit 4 : Ontwikkeling en benutting van het menselijk potentieelmaatregel 4.1. verbetering werking arbeidsmarktmaatregel 4.2. stimulering sociale economiePrioriteit 5 : Bevordering van de maatschappelijke Integratiemaatregel 5.1. versterking (culturele) identiteit en regionale samenhangmaatregel 5.2. sociale integratieInterreg III B (transnationale samenwerking)Interreg III C (interregionale samenwerking)III.1.3. Doelstellingen Ontwikkelingsplan (Missie)Vanuit de SWOT-analyse, de opgebouwde inzichten inzake plattelandsontwikkelingvan de voorbije jaren en een aantal belangrijke waarden stelt het Meetjesland zichzelfeen aantal belangrijke objectieven:− Het Meetjesland wil zich op een eigentijdse en duurzame manier ontwikkelen;− Het Meetjesland wil leefbare woonkernen, met aanwezigheid van of vlottebereikbaarheid van basisdiensten voor de plattelandsbevolking;− Het Meetjesland wil voldoende (openbare) mobiliteit voor éénieder in stad en dorpen naar de grotere steden toe;− Het Meetjesland wil het ruraal ondernemerschap aanmoedigen, waarinondernemers helpen in het versterken van de identiteit van de regio;− Het Meetjesland wil de open ruimte en de waarden van het typische Meetjeslandsecultuur-landschap (polder en houtland) als troeven behouden en versterken;− Het Meetjesland wil zich endogeen ontwikkelen door bepaalde uitgesprokensectoren te versterken: land- en tuinbouw, voeding, toerisme en recreatie, …;− Het Meetjesland wil haar ligging als troef gebruiken.III.1.4. Beschrijving ontwikkelingsstrategieDe strategie, in de lijn van de hierboven genoemde doelstellingen, is gericht op deverbetering van de leefkwaliteit in het Meetjesland. De keuze voor het tweedethema in Leader+ is dan ook evident.Met het thema ‘verbetering van de leefkwaliteit in het Meetjesland’ kiest de plaatselijkegroep voor een integrale benadering, die vertrekt vanuit de eigenheid van het gebied.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


30De strategie is er bijvoorbeeld niet op gericht de welvaart en het welzijn in zijnalgemeenheid te stimuleren, maar wel om vernieuwende initiatieven te stimuleren dievertrekken vanuit de eigenheid van het Meetjesland.Beoogde resulatenHet effect/de resultaten van deze strategie zullen zich laten voelen op diverseterreinen:− Het behoud en de verbreding van de werkgelegenheid in het landelijk gebieddoor:o Specialisatie en kennisaccumulatie inzake voeding;o Innovatieve bedrijfsvoering in de land- en tuinbouw en het verkennenvan aanvullende vormen van inkomen;o Vernieuwende initiatieven naar vrouwen en jongeren;o Het valoriseren van de culturele eigenheid naar recreanten en toeristen− Nieuwe dynamieken en perspectieven voor landelijke woonkernen die zichprofileren op basis van hun culturele eigenheid− Een grotere interne samenhang van het gebied op basis van een goed begrip vande potenties van het landelijk gebied en een hoge betrokkenheid van de plaatselijkeactoren bij de ontwikkeling van hun regio− Een grotere externe erkenning op basis van een eenvoudige en duidelijkcommunicatie van de identiteit van het gebied (voedingsregio met waardevollecultuurlandschappen).III.1.5. DoelgroepenMet het ontwikkelingsplan wil het Meetjesland vanzelfsprekend de welvaart en hetwelzijn van de gehele regio, van alle inwoners bevorderen.Niettemin zal de lokale actiegroep, in de lijn van de Europese voorschriften belangrijkeaccenten leggen naar vrouwen en jongeren. Op twee manieren:− Enerzijds door specifieke projecten ten aanzien van deze doelgroepen;− Anderzijds door toe te zien op een voldoende aanwezigheid van vrouwen enjongeren in het beheer of de coördinatie van de projecten.Daarnaast wenst de lokale actiegroep ook de lokale ondernemers (land- entuinbouwers en andere) als bijzondere doelgroep naar voor te schuiven. De groepwenst namelijk ondernemerschap aan te moedigen, dat vertrekt vanuit de identiteitvan het gebied.III.1.6. Voorgestelde acties en maatregelenMet het ontwikkelingsplan wil het Meetjesland haar economische en socio-cultureleeigenheid verdiepen en sterker valoriseren.Het ontwikkelingsplan wil kansen geven aan vernieuwende experimenten op dezeterreinen.De eigenheid of identiteit van het Meetjesland kan sensu strictu opgehangen wordenaan twee centrale thema’s, met name:− Het Meetjesland als uitgesproken voedingsregio (producent en verwerker);− Het Meetjesland als waardevol cultuur-landschap.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


31De thema’s zijn trouwens sterk verweven: de land- en tuinbouw bepaalt mee hetlandschap, voedingsbedrijven wensen en werken aan gezondeproductieomstandigheden, bepaalde producten bepalen mee de culturele identiteit vande regio, …In de lijn van auteurs als RAY 18 of THIRION 19 , lijkt het ons zinvol hetontwikkelingsplan op te bouwen rond deze sterk bindende thema’s. De doelstellingenvan het ontwikkelingsplan kunnen dan als volgt worden samengevat:− Het ondersteunen van toekomstgerichte ontwikkelingen inzake multifunctioneleland- en tuinbouw 20 en voeding;− Het valoriseren en communiceren van de culturele en landschappelijke identiteit,zowel naar de bewoners als naar buitenuit.Deze bindende thema’s mogen evenwel niet eng worden gedefinieerd.Ze vormen meer een middel, dan een doel op zich. Ze staan in een sterkewisselwerking met een heel aantal subthema’s (zie schema).Onderzoeken ontwikkelingSocialeCohesieLandschapOnderwijs enVormingCultuurVoedingOndersteunen vantoekomstgerichteontwikkelingen inzakemultifunctionele landbouwen voedingValoriseren encommuniceren van deculturele enlandschappelijkeeigenheidErfgoedLandbouwRuraalondernemerschapZorgRecreatie enToerismeLeefbaarheiddorpenFIGUUR 8: SCHEMATISCHE WEERGAVE VAN DE WISSELWERKING MET SUBTHEMA’SHet thema voedingsregio is gelinkt aan volgende subthema’s: land- en tuinbouw,voeding, ruraal ondernemerschap, onderzoek en ontwikkeling, volwassenenvorming,zorg (bv. zorgboerderij).− Het thema cultuurlandschap is gelinkt aan volgende subthema’s: cultuur,landschap, recreatie en toerisme, erfgoed, leefbaarheid van de dorpen en socialecohesie.Concreet willen we binnen de maatregel ‘Verbeteren van de leefkwaliteit van deplattelandsgebieden’ twee submaatregelen onderscheiden en 10 acties.18 RAY, C. (2001), Culture economies: A perspective on local rural development in Europe, Centre forRural Economy, Newcastle upon Tyne.19 THIRION S., Bindende thema’s gebruiken als hefboom voor ontwikkeling. IN: Leader II magazine,herfst 2000, nr. 24, p.4-10.20 Schema rond multifunctionele land- en tuinbouw (Ilbery, 1992) in bijlageONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


32LEADER+ MEETJESLANDACTIES ONTWIKKELINGSPLANMAATREGEL: VERBETEREN VAN DE LEEFKWALITEITIN HET MEETJESLAND (THEMA/MAATREGEL 2)Submaatregel 1: Het ondersteunen van toekomstgerichte ontwikkelingeninzake multifunctionele land- en tuinbouw en voeding (70% van demiddelen)− Actie 1.1. Stimuleren van innovatie van producten, afzetkanalen en processen inland- en tuinbouw of voedingsindustrie− Actie 1.2. Experimenten inzake samenwerking tussen de land- en tuinbouw en devoedingssector in het Meetjesland;− Actie 1.3. Ondersteunen van diversificatie in de land- en tuinbouw: vrijwilligeinschakeling van land- en tuinbouwers in landschapsbeheer, verkoophoeveproducten, alternatieve teelten, toerisme, zorg, … (jongeren als bijzonderedoelgroep);− Actie 1.4. Ondersteunen van experimenten in land- en tuinbouw en bedrijfslevenom zuiniger om te springen met energie, water en grondstoffen;− Actie 1.5. Studie, onderwijs en vorming rond toekomstgerichte ontwikkeling van deland- en tuinbouw in het Meetjesland− Actie 1.6. Initiatieven ter promotie van streekeigen productenSubmaatregel 2: Het valoriseren en communiceren van de culturele enlandschappelijke identiteit (30% van de middelen)− Actie 2.1. De vervreemding counteren tegenover het platteland en de componentland- en tuinbouw in het bijzonder (jongeren als bijzondere doelgroep)− Actie 2.2. Het erfgoed valoriseren, zowel materieel als immaterieel−Actie 2.3. Ondersteunen van landelijke kernen in een duidelijker culturelepositionering− Actie 2.4. Bekendmaking van de identiteit van het Meetjesland naar eigen inwonersen naar buitenuit.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


33III.1.7. Duurzaam karakterHet ontwikkelingsplan werd opgemaakt door de Plaatselijke Groep die evenwichtigsamengesteld is uit verschillende relevante economische, sociale en publiekeplattelandsactoren. Vanuit deze diversiteit, wordt een duurzame benaderingnagestreefd.De leden hebben in hun opdracht ook de opdracht om een langetermijnvisie teontwikkelen op plattelandsontwikkeling (zie II.4), gekaderd binnen de bestaande delangetermijnvisies die door de hogere overheden en de verschillende streekorganisatiesreeds werden ontwikkeld (PDPO, Buitengoed, goed buiten, integrale streekvisie,Masterplan toerisme, …)Projecten die zullen worden ontwikkeld en goedgekeurd door de Plaatselijke Groep zijngesitueerd binnen “het verbeteren van de leefkwaliteit in het Meetjesland”. Dezehoofdmaatregel wordt opgesplitst in 2 complementaire submaatregelen namelijk :- het ondersteunen van toekomstgerichte ontwikkelingen inzake multifunctioneleland- en tuinbouw en voeding- Het valoriseren en communiceren van de culturele en landschappelijkeidentiteit.Met ‘toekomstgericht’ wordt de link gelegd naar het omgaan met de hulpbronnenzodanig dat aan de mogelijkheden voor de toekomstige generaties geen afbreuk wordtgedaan en dat met de impact op het milieu rekening wordt gehouden bij de selectie vande projecten.III.1.8. Experimenteel karakterBinnen Leader+ vormt ‘vernieuwing’ een belangrijk element. Leader+ wordt immersbeschouwd als een experimenteel laboratorium voor nieuwe, geïntegreerde enduurzame benaderingen voor plattelandontwikkeling.Het experimenteel en innoverende karakter van de ontwikkelingsstrategie is ten eersteterug te vinden in de samenstelling van de Plaatselijke Groep die op een meerdynamische en geïntegreerde manier werd samengesteld dan in Leader II.Ten tweede wordt in de acties duidelijk verwezen naar nieuwe, nog niet ontgonnenideeën.Met experimenten rond samenwerking tussen de land- en tuinbouw en devoedingssector in het Meetjesland wordt gestreefd naar het vinden van nieuwemethoden waarmee het eigen potentieel (de aanwezigheid van voedings- en land- entuinbouwbedrijven) kan worden gebundeld en zodoende beter benut.Ook worden combinaties van en verbindingen tussen deze 2 economische sectorengezocht die door de technologische evolutie in beide sectoren onafhankelijk van elkaarhun functioneren kenden.In het ontwikkelingsplan is ook plaats voor innoverende acties die de typischeidentiteit van het Meetjeslandse platteland durven te valoriseren en te communiceren.Denken we aan de acties die de vervreemding van jongeren moeten counterentegenover platteland en de component land- en tuinbouw.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


34III.1.9. OverdraagbaarheidLeader+ stimuleert nieuwe benaderingen voor plattelandsontwikkeling.Projectpromotoren hebben de verplichting oog te hebben voor de overdraagbaarheidvan de methode die werd ontwikkeld binnen het project of waar het project opgefundeerd is. Zij hebben dan ook de plicht de nodige informatie (digitaal enschriftelijk) aan de plaatselijke groep ter beschikking te stellen. De Plaatselijke Groepzal deze methodes en resultaten ter beschikking stellen van de andereplattelandsgebieden.Samenwerking kan zowel tot stand komen op basis van gelijkenissen (geografischeeigenschappen, specifieke productie, culturele troeven, historische context,…) als opbasis van complementaire factoren (geografische troeven, complementaire kennis enknowhow,…).Projectpromotoren moeten er zich van bewust zijn dat samenwerking echter meer isdan een loutere uitwisseling van ervaringen; meer bepaald een bundeling van deaanwezige knowhow en/of menselijke en financiële hulpbronnen ter verwezenlijkingvan een gemeenschappelijke actie.De doelstellingen en impact van samenwerkingsinitiatieven zijn het verhogen vankennis over gebiedsgebonden plattelandsontwikkeling en ruimere verspreidingervaringen en knowhow.Voor de verspreiding van de informatie binnen de regio wordt verwezen naar III.2.2.III.1.10. ComplementariteitOm de beschikbare middelen zo goed mogelijk in te zetten is het belangrijk dat erafstemming plaatsvindt met de andere Europese programma’s die lopen op het Oost-Vlaamse grondgebied en meer bepaald in het Leader+ gebied.Bij de opmaak van het ontwikkelingsplan heeft de Plaatselijke Groep zich toeverbonden elke inhoudelijke of projectmatige overlapping met andere Europeseprogramma’s te voorkomen. De groep streeft wel naar complementariteit zodat deandere Europese Programma’s in het Meetjesland elkaar flankeren.Voor de periode 1994-1999 waren twee Europese programma’s bestemd voor deeltjesvan het Meetjesland. Zie bij het reeds gevoerde beleid onder punt III.1.2 voor deuitvoerige beschrijving.In dit deel geven we dan ook aan welke Europese programma’s verwantschap kennenmet het Leader + programma en hoe deze zich tot elkaar verhouden.Programmeringsdocument voor PlattelandsontwikkelingDe Europese Verordening (EG) nr. 1257/1999 van 17 mei 1999 kent als doelstelling hetbevorderen van de economische ontwikkeling van het platteland. Het Programma dathiertoe op Vlaams niveau werd opgesteld is het “Programmeringsdocument voorPlattelandsontwikkeling in Vlaanderen” (PDPO). Het document werd op 6 oktober2000 goedgekeurd door de Europese Commissie en vormt het beleidskader voor deplanningsperiode 2000-2006. Het geeft aan op welke wijze belangrijke delen van hetlandbouwbeleid zullen worden ingevuld.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


35Een aantal maatregelen binnen het volledige PDPO hebben een duidelijk raakvlak metactiviteiten waarin het Leader+ programma voorziet.In tegenstelling tot Leader+, wat van toepassing zal zijn in het afgebakend gebied,kunnen projecten in het kader van PDPO 9.3.9. voor het gehele Oost-Vlaamsebuitengebied.In het algemeen kan gesteld worden dat, voor het Leader+ gebied, de meer algemeneplattelandsontwikkelingsprojecten vanuit het PDPO gefinancierd kunnen worden,terwijl de meer specifieke, innovatieve en experimentele projecten een beroep op deLeader+ middelen kunnen doen.Overleg met coördinator van Leader+ en de Provinciale coördinatorplattelandsontwikkeling zal plaatsvinden om dubbelfinanciering te voorkomen.Doelstelling 5b Phasing Out MeetjeslandDoor de Europese Commissie is besloten de “doelstellingsregio’s” uit de periode 1994-1999 die niet in aanmerking komen voor een nieuwe bijstandsperiode, een overgangsofafbouwbudget toe te kennen.Het Programma loopt vanaf het jaar 2000 tot 2006 in een afgebakend gebiedbestaande uit vijf gemeenten van het Meetjesland : Assenede, Eeklo, Kaprijke,Maldegem en Sint-Laureins.Financiering voor het Programma komt uit het Europees Fonds voor RegionaleOntwikkeling (EFRO) en bedraagt in totaal 3 561 000 Euro.Geografische overlapping met Leader+ vind hier dus plaats.Tussen deze beide programma’s zijn er inhoudelijk raakvlakken. Zeker inzakeeconomische initiatieven. Het voorliggende ontwikkelingsplan daarentegen voorziet invernieuwende innovatieve acties de een groter deel van de bevolking ten goede zalkomen. Namelijk de inwoners van de gemeenten Aalter, Nevele, Knesselare,Zomergem. Bij het Leader+ zijn van de acht gemeenten slechts de gemeentenAssenede, Kaprijke, Maldegem en Sint-Laureins.opgenomen in het 5b Phasing Out Programma .Overleg met coördinator van Leader+ en de 5b Phasing Out coördinator zalplaatsvinden om dubbelfinanciering te voorkomen.Andere Communautaire initiatieven : InterregHet communautaire initiatief ‘Interreg’ heeft tot doel de economische en socialesamenhang van de Gemeenschap te versterken door grensov erschrijdende (A),transnationale (B) en interregionale (C) samenwerking en een evenwichtigeontwikkeling van het grondgebied van de Gemeenschap te bevorderen.Volgende geografische overlappingen tussen de Interreg Programma’s en Leader+kunnen voorkomen. Het Leader+ gebied voorgesteld in het ontwikkelingsplan komtvoor in volgende Interreg Programma’s en de desbetreffende gebieden :- Euregio Scheldemond- North Sea Area en North Western Europe (Interreg III B)- Vlaanderen (Interreg III C)ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


36De maatregelen die zijn uitgewerkt in het kader van de Interreg-programma’s zijn nietopgenomen in de initiatieven die werden ontwikkeld binnen dit ontwikkelingsplanLeader+.Door overleg met het Euregio-Scheldemond secretariaat zal er bij de tenuitvoerleggingvan Leader+ op toegezien worden dat geen dubbele financiering optreedt.III.1.11. Gelijke kansenGelijke kansen beginnen aan de basis.De Plaatselijke Groep onderschrijft het reeds gevoerde beleid inzake Gelijke Kansen opEuropees, Federaal, Vlaams en Provinciaal niveau.Bij de samenstelling van de Plaatselijke Groep werd rekening gehouden met deaanwezigheid van jongeren en vrouwen.Aan de projectpromotoren wordt gevraagd in hun projectvoorstel expliciet te verwijzennaar de doelgroepen en wat er specifiek voor deze zal worden gerealiseerd.Bij de selectie van de projecten zal voorkeur gegeven worden aan projecten die blijkgeven van initiatief in het kader het Gelijke Kansenbeleid.III.1.12. Medewerking aan het netwerkDe Plaatselijke Groep zal samen met de projectpromotoren actief deelnemen aan hetnetwerk ten behoeve van de uitwisseling van Leader+ ervaringen.Deze verbintenis houdt onder meer in dat alle noodzakelijke gegevens over de lopendeof voltooide acties en alle verkregen resultaten openbaar worden gemaakt (zie verderidee website, III.2.2).III.2. ADMINISTRATIEVE REGELINGENIII.2.1. Selectieprocedure en criteriaIII.2.1.1. SELECTIEPROCEDUREEerste projectidee en contact met het secretariaatElk project begint met een idee. Via communicatie zullen mensen met vernieuwendeideeën rond plattelandsontwikkeling aangemoedigd worden om contact te nemen methet secretariaat van Leader+.Dat idee mag zich in een embryonaal stadium bevinden.In deze fase kan één blaadje papier volstaan met de doelstelling van het project, deeventuele partners en een idee van de kostprijs van het project.Op basis daarvan zal het secretariaat, samen met de procesbegeleiders (regionaleorganisaties), nagaan of het project kan, welke voorwaarden dienen te worden vervulden hoe men het best het aanvraagformulier invult.Formele projectaanvraagOp basis van het eerste contact en suggesties, kan de promotor het project uitschrijven.Het project wordt aangevraagd aan de hand van een volledig ingevulde projectfiche.Deze kan bekomen worden op het secretariaat van Leader+.De projectfiche omvat :- Beschrijving van de projectaanvrager: indien deze een privaatrechtelijkeinstantie is moeten de statuten bij de aanvraag toegevoegd worden, wanneerdaarentegen de aanvraag uitgaat van een publiekrechtelijke instantie moet erONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


37een formeel besluit (bijvoorbeeld gemeenteraadsbesluit of besluit College vanBurgemeester en Schepenen) bijgevoegd worden- Omschrijving van het te subsidiëren project (inclusief de nodigevergunningen als die voor het project vereist zijn)- Doelstelling, situering en verantwoording van het project- Begroting en de financieringswijze van het projectEerste bespreking in de Plaatselijke GroepOp basis van de belangrijkste criteria die worden gesteld aan projecten, wijdt deplaatselijke groep een bespreking aan het ingediende projectvoorstel.De groep doet de promotor eventuele opmerkingen en voorstellen, wanneer hetonvoldoende past binnen de acties uit het programmeringsdocument, te weinigvernieuwing in zich heeft, te weinig inwerkt op de doelgroepen, …Eventuele bijsturing door de promotorDe indiener wordt op de hoogte gebracht van eventuele opmerkingen van deplaatselijke groep. Hij krijgt de kans zijn projectvoorstel bij te schaven.Definitieve besluitvorming binnen het besluitvormingsorgaan(=plaatselijke groep)De definitieve beoordeling gebeurt op basis van een beoordelingsfiche, opgesteld doorhet secretariaat.Besproken wordt of de dossiers haalbaar zijn en of het wenselijk is Europese, Vlaamseen Provinciale cofinanciering aan het project te verlenen.Nagegaan wordt of de ingediende projecten in overeenstemming zijn met het gevoerderegionale beleid.De Plaatselijke groep zal in zijn besluitvorming rekening moeten houden met hetduurzaam karakter van de projecten, de complementariteit, de overdraagbaarheid ende aandacht voor het gelijke kansenbeleid.De Plaatselijke Groep, in de hoedanigheid van Besluitvormingsorgaan, beslist op basisvan de procedure beschreven in II.5.Vanuit de Plaatselijke groep vertrekt nadien een gemotiveerde beslissing aaninitiatiefnemerIII.2.1.2. SELECTIECRITERIACriteria worden opgesteld om de beoordeling van de verschillende projecten op eengestructureerde en gefundeerde wijze te laten verlopen zodat de vooropgesteldedoelstellingen van het programma maximaal worden gehaald.Ieder project dient te voldoen aan een algemene doelstelling : geïntegreerd,gebiedsgericht, gedifferentieerd. Tevens ook aan een aantal specifieke doelstellingen.Een eerste selectie zal plaatsvinden aan de hand van een aantal algemene criteria:- Aard en doel van het project liggen binnen het kader van de geselecteerdemaatregel en draagt bij tot het realiseren van doelstellingen.- Het project past binnen de globale plattelandsvisie en draagt bij tot het verhogenvan de kwaliteit van het platteland. Deze bijdrage is expliciet in de projectaanvraagverantwoord.- De periode van uitvoering van het project ligt binnen de in de oproep vermeldeuitvoeringsperiode.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


38- De uitvoering van het project zal verenigbaar moeten zijn met het Europese,nationale en regionale overheidsbeleid. Bijzonder inzake mededinging, plaatsingvan overheidsopdrachten, duurzaamheid in relatie tot bescherming en verbeteringvan het milieu, en het creëren van gelijke kansen.Projectvoorstelling worden op zichzelf en zo nodig in verhouding tot andereprojectvoorstellen afgewogen op basis van de bijdrage aan het realiseren van de doelenvan het programma. Dit houdt in een beoordeling van de projecten op basis van dekwaliteit. Voorrang wordt gegeven aan de projecten die sterker scoren op de volgendemaatstaven :- De mate waarin projecten inhoudelijk innovatief zijn en een experimenteel karakterhebben.- De mate waarin projecten steunen op nieuwe partnerschappen ofsamenwerkingsverbanden tussen organisaties en gericht is tot de doelgroepen :jongeren, vrouwen, ondernemers.- De doelmatigheid van het project in termen van verwachte effecten in indicatoren.- De doelmatigheid van het projectvoorstel, de verhouding tussen het effect van hetproject ten opzichte van de gevraagde bijdrage.- De mate waarin het projectvoorstel invulling geeft aan doelstellingen te situerenonder de sub-maatregelen (multi-functionele land- en tuinbouw, voeding,cultuur_landschap)- Het geïntegreerd zijn van het projectvoorstel. De mate waarin het projectsectoroverschrijdend is.- De mate waarin projecten een kwalitatieve meerwaarde hebben voor het Leader+gebied- Meerwaarde van het project ten opzichte van bestaande voorzieningen enactiviteiten.- De mate waarin belanghebbende zelf uitdrukken gewicht te hechten aan het projectdoor de bereidheid om eigen financiële bijdrage te leveren.- De technische vereisten : Tijdschema, verantwoording, projectfiche, ed.- Aantonen hoe het project gebruik maakt van de kwaliteiten of hulpbronnen van hetMeetjesland en hoe de identiteit van de streek versterkt zal worden door het project.- Aangeven hoe de knowhow en de resultaten van het project ter beschikking zullengesteld worden van Meetjesland en haar bewoners.- Een sluitend financieel plan voorleggen.- Zich akkoord verklaren met de overdracht van de resultaten en de knowhow aan dePlaatselijke Groep met het oog op de overdraagbaarheid ervan naar andereplattelandsregio’s.III.2.2. Informatie en voorlichtingDe Plaatselijke groep is er zich ten zeerste van bewust dat het welslagen van hetprogramma samenhangt met een goede communicatie. De communicatie moet eropgericht zijn:- Goede projectideeën te verzamelen;- De bevolking te betrekken in het programma;- Een duidelijker identificatie van de bevolking met het gebied en haar identiteit;- Beleidsmakers in de regio te betrekken in het proces van duurzameplattelandsontwikkeling.- Andere Leader+ regio’s te informeren over het proces in het Meetjesland.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


39Reeds ondernomen acties Leader+- artikel in Meetjesland.be in 2001- Onder impuls van de Plaatselijke Groep is er een studiedag georganiseerd te Brusselin maart 2002 inzake Leader+ (vzw Stichting Plattelandsbeleid en ALT) voor allelandelijke regio’s in Vlaanderen.- info-avond te Maldegem naar alle gemeentebesturen over mogelijkheden vanLeader +Hier volgt nu een beschrijving van communicatie-strategie voor de komende jarenDaarbij maken we onderscheid naar drie verschillende doelgroepen- De inwoners (en socio-economische en socio-culturele verenigingen) wordengeïnformeerd over de mogelijkheden van Leader+ . Daarnaast wordt hen gevraagdnaar vernieuwde ideeën in het kader van het ontwikkelingsplan.Mogelijke acties in de periode 2002-2006:- info-avonden per gemeente : 1 x per jaar- periodiek verschijnen van een oproep in / op• doelgroep gerichte tijdschriften, dagbladen met regionaal katernvb. Eigen Aard (tijdschrift voor vrouwen op het platteland)• thema gericht tijdschriften van regionaal niveau of met regionaalkaternvb. Landschapskrant (verschijnt gratis twee maal per jaar op 30.000ex.)• Streek- en lokale bladenvb. streekkranten (1 X per jaar)vb. De Eecloonaarvb. gemeentelijke infobladen• regionale websites (permanent en af 2 x per jaar bijzondere oproep)vb. www.meetjesland.bevb. www.rlm.be• regionale televisie AVS (1 X per jaar)- De beleidsmakers in de regio worden vooral geïnformeerd over de plattelandsvisiein het Meetjesland en erbuiten (Oost-Vlaanderen, Vlaanderen, Europa) en deLeader methodiekMogelijke acties in de periode 2002-2006:- periodiek verschijnen in Meetjesland.be (minstens 1 x per jaar)- kenbaar maken van Leader (projecten, samenwerking, netwerking) en hetontstaan van een Forum Plattelandsontwikkeling Meetjesland naar breedbeleid aan de hand van een “doordenkdag Leader+”- systematisch behandelen van Leader in de Algemene vergaderingen van deverschillende streekfora- direct overleg met schepencolleges inzake Leader (1 x per jaar)- Andere landelijke regio’s in Vlaanderen en EuropaMogelijke acties in de periode 2002-2006:ontwerpen van een apart luik in de globale website www.meetjesland.be . Geziener onder Leader II reeds samenwerking en netwerking bestond tussen anderelandelijke regio’s in Vlaanderen en Europa zal er ook informatie in het Engels enFrans worden aangebracht (weliswaar in beperkte mate).ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


40De Plaatselijke Groep zal erop toezien dat bij alle gevoerde communicatie en publiciteitm.b.t. Leader+ rekening wordt gehouden met Verordening (EG) nr. 1159/2000 van deCommissie van 20 mei 2000 inzake door de lidstaten uit te voeren voorlichtings- enpubliciteitsacties met betrekking tot de bijstandsverlening uit de structuurfondsen.Deze verordening beschrijft o.m. de reglementering inzake de bekendmaking van EUfinancieringen het gebruik van het EU-logo.III.2.3. Toezicht en evaluatieDe uitvoering van het ontwikkelingsplan zal op twee manieren wordengeëvalueerd:- Intern door de plaatselijke groep op het einde van 2004 (tussentijdse evaluatie) enop het einde van het programma.- Externe audit, zoals voorzien door EuropaDe projecten zullen worden beoordeeld op basis van de doelstellingen, de verwachteeffecten en de voorgestelde resultaten in de projectfiche (model zie IV.4). Hetsecretariaat zal ‘scorekaarten’ bijhouden per project en de plaatselijke groep opregelmatige basis informeren over de voortgang van de projecten.Waar nodig zal de Plaatselijke Groep promotoren wijzen op hun verantwoordelijkheid.De werking van de Plaatselijke Groep zal jaarlijks worden geëvalueerd door degroep zelf.III.2.4. Financieel beheerGezien de vzw Streekplatform Meetjesland administratief beheerder is van hetprogramma, ligt de financiële verantwoordelijkheid binnen deze organisatie.De vzw Streekplatform Meetjesland zal een aparte financiële rekening openen en eenaparte boekhouding voeren m.b.t. Leader+ Meetjesland.Op die manier zullen zowel de plaatselijke groep, de vzw Streekplatform Meetjeslandals de subsidiërende overheden ten allen tijde toezicht kunnen houden op deinkomsten en uitgaven m.b.t. het beheer van het Leader+ programma.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


III.3. FINANCIEEL PLANDit plan werd opgemaakt in de veronderstelling dat er vijf Vlaamse Leader+ regio’s worden erkend, dat er 3.783.000 Euro vanuithet EOGFL wordt toegekend, met een evenwaardige cofinanciering van 3.783.000 Euro vanuit het Vlaams Gewest.III.3.1. financieel plan (per jaar)Plaatselijke Groep : Forum Plattelandsontwikkeling Meetjesland (Streekplatform Meetjesland)Gebied : Meetjeslandjaar EOGFL Vlaams Gewest andere overheden 21 Overheid/privé totaalbedrag(euro) % bedrag(euro) % bedrag (euro) % bedrag (euro) % (euro)200120022003 151.200 35 151.200 35 86.400 20 43.200 10 432.0002004 189.000 35 189.000 35 108.000 20 54.000 10 540.0002005 189.000 35 189.000 35 108.000 20 54.000 10 540.0002006 226.800 35 226.800 35 129.600 20 64.800 10 648.00020072008Totaal 756.000 35 756.000 35 432.000 20 216.000 10 2.160.00021 De plaatselijke groep wil dat de projecten minstens voor 30% cofinanciering krijgen uit de regio, waarvan minstens 10% eigen middelen van de promotor.


42III.3.2. financieel plan (per maatregel)Plaatselijke Groep : Forum Plattelandsontwikkeling Meetjesland (Streekplatform Meetjesland)Gebied : Meetjeslandmaatregel EOGFL Vlaams Gewest andere overheden privé totaal1bedrag(euro) % bedrag(euro) % bedrag (euro) % bedrag (euro) % (euro)2. Werkingskosten plaatselijke groep 100.000 33 100.000 33 100.000 34 0 0 300.0003.13.2. Verbeteren van de leefkwaliteit in deplattelandsgebieden3.2.1. Het ondersteunen vantoekomstgerichte ontwikkelingen inzakemultifunctionele land- en tuinbouw envoeding459.200459.200232.400151.2001.860.0003.2.2.. Het valoriseren en communicerenvan de culturele en landschappelijkeidentiteit3.3196.800196.80099.60064.8003.4TOTAAL 756.000 35 756.000 35 432.000 20 216.000 10 2.160.000ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


43IV. BIJLAGEN- Functiebeschrijving coördinator Leader+ Meetjesland- Relictzones en ankerplaatsen in Leader+ Meetjesland- Schema multifunctionele land- en tuinbouw (Ibery, 1992)- Formulier projectaanvraag Leader+ Meetjesland- Statuten vzw Streekplatform MeetjeslandONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


44IV.1. FUNCTIEBESCHRIJVING COÖRDINATOR LEADER+ MEETJESLANDLeader+ is een Europees initiatief dat impulsen wil geven aan vernieuwendeinitiatieven op het platteland. In het Meetjesland heeft een plaatselijke groep dezeopportuniteit aangegrepen om kansen te geven aan projecten die inwerken op deeigenheid van het Meetjesland als voedingsregio en als waardevol cultuur-landschap.De plaatselijke groep werkt juridisch-administratief binnen de vzw StreekplatformMeetjesland. Ter ondersteuning van de Leader+ werking zoekt de plaatselijke groepeen dynamischeCOORDINATOR LEADER+ MEETJESLANDUw opdracht- u ondersteunt de werking van de plaatselijke groep inhoudelijk en administratief. ubent het permanente aanspreekpunt voor de leden van de plaatselijke groep en voorinwoners uit het Meetjesland.- u bereidt de vergaderingen en beslissingen voor van de plaatselijke groep, verzorgthet secretariaat en staat in voor een accurate verslaggeving.- u verzorgt de communicatie van het Leader+ project naar de inwoners van de streeken adviseert mensen en organisaties met ideeën en/of projectvoorstellen.- u helpt in het tot stand komen van een gedragen plattelandsvisie, u volgt de Vlaamseen Europese ontwikkelingen m.b.t. plattelandsbeleid op de voet.Uw profiel- Sociaalvaardig, vlotte communicator, die zich in vergaderingen ontpopt tot sterkemoderator- Zelfstandig, autonoom- Vlotte schrijfstijl, kennis van tekstverwerking- Sterke organisator- Ervaring of kennis van Europese structuurfondsen, plattelandsbeleid, hetMeetjesland, strekken tot aanbeveling.- Universitair of hoger onderwijsWij bieden- Verloning op basis van diploma en ervaring- Een aangename werksfeer binnen een dynamisch regionaal netwerk- Flexibele uurregeling- Mogelijkheden tot bijscholingPlaats van tewerkstelling: MeetjeslandONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


45IV.2. RELICTZONES EN ANKERPLAATSEN IN LEADER+ MEETJESLANDRelictzonesR34006R34007R34008R40001R40004R40005R40006R40007R40008R40009R40010R40011R40012R40015R40018R40020R40039R40041R40042R40043R40044R40046R40047R40092R40093AnkerplaatsenA34001A34003A34004A34005A34006A34008A40001A40002A40005A40006A40008A40036A40065A40069A40070Open landschappen van het straatdorpengebiedWestelijk deel van de cuesta van Zomergem en MaldegemveldDonk-Kaleshoek-Sijseleveld en MaleveldKrekengebied St.-Jan-in-Eremo - Watervliet - AssenedePaddepoelenbosMeetjesland van St.-Laureins - KaprijkeMeetjesland Eeklo -LembekeHasseltstraat - VentKatte - DenderdreveKasteelkenLembeekse bossen - BellebargiebosHet LeenBekebosOostelijk deel van de cuesta van ZomergemVallei van de LievePachtgoederen, Geuzenhoek, DoornzeleVinderhoutse Bossen, Merebeek, OverpoekeKalevalleikouter Vosselare en Platte GrachtEiland Hansbeke en SpildoornMarketteMolenmeersen en Kasteel van PoekeLand van NeveleArcheologische zone Noordrand Cuesta van Oedelem -ZomergemArcheologische zone Oostrand Cuesta van Oedelem - ZomergemBulskampveld - St.-PietersveldSchoonbergbos -Vorte bossen -WantebeekBurkel, Kallekensbos en KoningsbosSchuurloHoogveldVallei van de Poekebeek met kasteeldomein van PoekeKrekengebied van Sint-Margriete - Sint-Jan-in-EremoDrongengoedbosKrekengebied AssenedeBellebargiebos en Lembeekse bossenKraenepoel en MarkettebossenVallei van de Oude Kale, Vinderhoutse Bossen en SlindonkDries van KaprijkeNoorddijk-LangedijkHet LeenBron: Landschapsatlas Vlaanderen, AROHM, 2001.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


46IV.3. SCHEMA MULTIFUNCTIONELE LAND- EN TUINBOUW (IBERY, 1992)ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


47IV.4. FORMULIER PROJECTAANVRAAG LEADER+ MEETJESLANDKarakteristieke foto (facultatief)NAAM VAN HET PROJECT: ____________________________________Datum van het project: ________________ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


1 PROJECTPROMOTORNaam:Adres:Rechtsvorm:Contactpersoon:Telefoon:GSM:Fax:Email:2 PROJECTBESCHRIJVING2.1 Projectnaam en –omschrijvingDe naam van het project waarvoor de cofinanciering wordt gevraagd.Beschrijving van de brede inhoud van het project.Eventuele technische plannen en bestekken worden bij het aanvraagdossier ofachteraf aan het dossier toegevoegd. Gelieve dit dan ook te vermelden.2.2 Maatregelen en acties waaronder het project zich situeertOpgave door letterlijke overname van de maatregelen en acties waaronder hetproject zich situeert uit het ontwikkelingsplan2.3 Timing van het projectOpgave van de startdatum van de uitvoering van het project, de werken, devoorziene termijn, de voorziene opleveringsdatum, etc...2.4 Lokalisatie van het projectLokalisatie van het project op in bijlage toe te voegen kaart.2.5 Bij het project betrokken partners en specifieke rol ervanOpgave van de in het project betrokken partners.Inclusief de beschrijving van hun specifieke rol als cofinancierder, beheerdervan de uitgevoerde werken, …2.6 Op welke ontwikkelingen en behoeften speelt het project in ?Beknopte beschrijving van ontwikkelingen en behoeften waarop het projectinspeelt.3 DOELSTELLINGEN, SITUERING EN VERANTWOORDING VANHETPROJECT3.1 Geef een duidelijke definitie van de doelstellingen en de verwachte effecten enresultaten van het projectOpgave van de doelstellingen, verwachte effecten en resultaten van de concretemaatregelen van het project. bijv. geschat aantal gebruikers, bezoekers,begunstigden, interacties, vragen, informatieantwoorden, ingrepen, …


49Indicatoren over de verwachte resultatenOpgave van indicatoren waaruit afgeleid kan worden of de verwachteresultaten daadwerkelijk worden gehaald.Geef aan hoe het project innovatief en experimenteel is.Beschrijving van de doelgroep(en) en wijze waarop deze zal (zullen) bereiktworden.Welke relatie heeft het project met initiatieven vanuit het Vlaams, provinciaal,subregionaal en lokaal beleid ?Opgave van de relaties met het Vlaams, provinciaal, subregionaal en lokaalbeleid.4. FINANCIERINGVerdeling van de financieringInvesteringsuitgavenOpgave van de totale investeringsuitgaven, eventueel opgesplitst perdeelinvestering, indien relevant.WerkingsuitgavenAls werkingskosten kunnen ingebracht worden:personeelskostenwerkingskostenreis/verblijfskostendienstenleveringeninvesteringskosten informaticahuisvestingskostenExterne prestatiesOpgave van de uitgaven voor ontwerp van de werken en voor het toezicht.BTWOpgave van de BTW.Gedaan te ………………………. op ………….2003Naam ondertekende (eindverantwoordelijke projectpromotor)ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


50IV.5. STATUTEN VZW STREEKPLATFORM MEETJESLANDN.11352 (98360-61197P)Streekplatform Meetjesland9900 EEKLOIdentificatienummer: 11352/96STATUTEN(gecoördineerd dd. 1/9/2001: de oorspronkelijke statuten, inclusief vijf wijzigingen)Op 17 december 1995 werd te Aalter, tussen ondergetekenden:Boone, Roger, landbouwer, Wulfhoek 7, 9850 Nevele, namens de gemeente Nevele;Blondeel, Albert, directeur, Kongostraat 7, 9000 Gent, namens het STC Gent-Eeklo;De Block, Charles, bruggepensioneerde, Molenstraat 87, 9950 Waarschoot, namensde gemeente Waarschoot;De Boever, Antoine, gepensioneerde, Markt 85/2, 9900 Eeklo, namens de sectortoerisme;De Bruyckere, Luc, afgevaardigd beheerder, Beke 1, 9950 Waarschoot, namens deKamer van Koophandel Gent-Eeklo en het verbond van Kristelijke Werkgeversen Kaderleden Oost-Vlaanderen;De Crem, Pieter, volksvertegenwoordiger, Bosvijverdreef 2, 9980 Aalter, namens degemeente Aalter;De Frenne, Marc, ambtenaar, Koning LeopoldII-laan 199, 9000 Gent, namens deadministratie van de Vlaamse Gemeenschap;De Lust, Robert, schoolhoofd, Leegstraat 29, 9960 Assenede, namens de sectormilieu;De Paepe Johan, afgevaardigd beheerder, Kunstdal 8, 9900 Eeklo, namens de Kamervan Koophandel Gent-Eeklo;De Roo Johan, Vlaams volksvertegenwoordiger, Harinkweg 14a, 9990, namens deCVP;De Sutter, Michel, drukker, Tieltsesteenweg 36, 9900 Eeklo, namens het NCMVv.z.w., Meetjesland.;De Vilder, Freddy, Vlaams volksvertegenwoordiger, Wachtebekestraat 121, 9060Zelzate, namens de SP;De Wispelaere, Chris, ambtenaar, Korfbalstraat 6, 9920 Lovendegem, namens degemeente Lovendegem;Foré Jürgen, parlementair medewerker, Oostveldstraat 124, 9900 Eeklo, namens degemeente Eeklo;Gyssels, Filip, advocaat, Lembeke-dorp 9, 9971 Lembeke, namens de gemeenteKaprijke;Kooyman, Mil, gewestelijk secretaris, Ankerslaan 82, 9050 Gent, namens het ABVV;Lambert, Paul, directeur, Kongostraat 7, 9000 Gent, namens het STC Gent-EekloLambert, Roger, secretaris, Kleitstraat 4, 9930 Zomergem, namens de gemeenteZomergem;Nuytinck, Daniël, gepensioneerde, Knikkerstraat 29, 9960 Assenede, namens degemeente Assenede;Ronsse, Walter, ambtenaar, Lodewijk de Raetstraat 13, 9051 Gent, namens deGomov;ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


51Rotsart de Hertaing, Jean, bediende, Brugsesteenweg 179a, 9990 Maldegem, namensde gemeente Maldegem;Sevenoo Arnold, psycholoog, Gravin Johannalaan 6, 9900 Eeklo, namens de sectorvorming-onderwijs;Tanghe, Freddy, bediende, Spanjaardstraat 6, 9910 Knesselare, namens de gemeenteKnesselare;Tavernier, Jozef, volksvertegenwoordiger, Keltenlaan 8, 9880 Aalter, namensAGALEV;Van Braekel, Jozef, leraar, Nieuwbedelf 14, 9980 Sint-Laureins, namens de gemeenteSint-Laureins;Vandewalle, Hans, directeur, Gentstraat 375, 9041 Oostakker, namens deintercommunale vereniging VENECO;Van de Woestyne, Geert, bediende, Draaitopstraat 1, 9940 Evergem, namens hetACV;Vanrumste, Jimmy, vakbondssecretaris, Markt 6/1, 9880 Aalter, namens het ACLVB;Vanwolleghem, Urbain, bediende, Lampertheimlaan 8, 9990 Maldegem, namens hetACV;Wille, Paul, bestuurder van vennootschappen, Oostveldstraat 192, 9900 Eeklo,namens de VLD;Willems, Jan, directeur, Kere 1, 9950 Waarschoot, namens de socio-non-profit sector,allen van de Belgische nationaliteit, is overeengekomen een vereniging zonderwinstoogmerk op te richten, overeenkomstig de wet van 27 juni 1921, waarvan destatuten hierna zijn bepaald:Artikel 1. De vereniging wordt opgericht onder de benaming "StreekplatformMeetjesland".De maatschappelijke zetel van de vereniging is gevestigd te 9900 Eeklo,Oostveldstraat 1.Artikel 2. De vereniging heeft tot doel strategische actieplannen en projecten teonderzoeken en dit enkel voor het omschreven gebied, met name: Maldegem, Eeklo,Kaprijke, Sint-Laureins, Assenede, Zomergem, Waarschoot, Knesselare, Aalter,Lovendegem en Nevele.Hierbij zal gewerkt worden conform het besluit van de Vlaamse regering van 20 juli1994 houdende erkenning en betoelaging van de streekplatformen in het kader vanhet regionaal economisch beleid en het afsluiten van de streekcharters.Artikel 3. De algemene vergadering bestaat uit alle leden. Alle leden hebben gelijkstemrecht. De leden zijn natuurlijke personen of rechtspersonen. Nieuwe ledenstellen hun kandidatuur bij de voorzitter, die ze ter aanvaarding voorlegt aan dealgemene vergadering. Het minimum aantal leden bedraagt vijftien. De leden zijngeen bijdrage verschuldigd.Het lidmaatschap vervalt bij niet herkiezing of bij schorsing voor het bekleden vaneen bestuurlijk orgaan waarvoor men verkozen was of wanneer het lid, de functie inhoofde waarvan het lidmaatschap werd bekomen, niet langer waarneemt.Ontslag dienst steeds schriftelijk aan de voorzitter te worden gegeven.Natuurlijke personen zetelen in de algemene vergadering te persoonlijke titel. Hetmandaat van de leden begint op de eerstvolgende vergadering na de verwerving vanONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


52het mandaat of functie, en loopt door tot de eerstvolgende algemene vergadering nahet verlies van hun mandaat of functie. Bij schorsing of afzetting van een lid door dealgemene vergadering, gaat het verlies van het lidmaatschap onmiddellijk in.Artikel 4. De algemene vergadering komt minstens tweemaal per jaar bijeen. Deuitnodiging tot de algemene vergadering gebeurt door een schrijven van de voorzitterof op verzoek van minstens de helft plus één van de beheerders of minstens één vijfdevan de leden. De uitnodiging vermeldt de dagorde en dient uiterlijk vijf werkdagenvoor de vergadering aan de leden overgemaakt te worden.De algemene vergadering beslist geldig wanneer het aantal aanwezigen de helft puséén bedraagt. Indien dit aantal niet is bereikt wordt een tweede algemenevergadering bijeengeroepen, met dezelfde agenda, ten vroegste binnen de acht dagenen uiterlijk binnen de veertien dagen volgend op de eerste vergadering. Deze tweedealgemene vergadering kan geldig beslissen, welke ook het aantal aanwezigen is. Debeslissingen worden genomen bij gewone meerderheid van de aanwezige envertegenwoordigde stemmen, behalve wanneer de statuten of de wet het andersvoorzien.Elk lid mag zich krachtens een schriftelijk gegeven volmacht op de vergadering latenvertegenwoordigen door een ander lid. Niemand mag houder zijn van meer dan éénvolmacht.Een lid dat twee opeenvolgende keren de algemene vergadering niet bijwoont, zondereen volmacht te geven aan een ander lid, wordt door de algemene vergaderinguitgesloten.De besluiten van de algemene vergadering worden opgenomen in een verslag datbinnen de veertien dagen aan alle leden toegezonden wordt. Belanghebbende derdenkunnen de besluiten van de algemene vergadering opvragen bij de voorzitter.Artikel 5. De algemene vergadering beraadslaagt in alle zaken die de verenigingaanbelangen en niet uitdrukkelijk aan de raad van beheer zijn voorbehouden.Tot de bevoegdheid van de algemene vergadering behoren, naast deze haar door dewet toegekend:Het wijzigen van de statuten;Het uitsluiten van leden;Het aanduiden, het ontslaan en het vervangen van de leden van de raad vanbeheer;Het goedkeuren van begrotingen en jaarrekeningen;Het vrijwillig ontbinden van de vereniging;De vaststelling van het beleid van de vereniging en het goedkeuren van destreekvisie;Het goedkeuren van de projecten en het vastleggen van de strategischehefbomen;Artikel 5 bis. de algemene vergadering kan over de wijzigingen in de statuten alleendan geldig beraadslagen wanneer het onderwerp daarvan bijzonder is vermeld in deoproepingsbrief en wanneer twee derden van de leden op de algemene vergaderingaanwezig zijn. Tot geen wijziging kan worden besloten tenzij met een meerderheidvan twee derden der stemmen.Echter, wanneer de wijziging een der doeleinden betreft, waarvoor de verenigingwerd opgericht, is zij slechts geldig wanneer zij door de ter vergadering aanwezigeleden eenparig goedgekeurd wordt.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


53Zijn twee derden van de leden op de eerste vergadering niet aanwezig of nietvertegenwoordigd, dan kan een tweede vergadering bijeengeroepen worden; deze kanberaadslagen, welk het aantal aanwezige leden ook zij; deze beslissing moet echterdoor de burgerlijke rechtbank bekrachtigd worden.Artikel 6. De algemene vergadering kiest onder haar leden of vertegenwoordigersvan de leden, een raad van beheer. Deze raad van beheer telt ten minste twaalf ledenen ten hoogste twintig leden en dit voor een duur van drie jaar.Bij de verkiezing van leden van de raad van beheer houdt de algemene vergaderingrekening met de eventuele reglementaire bepalingen inzake de samenstelling van deraad van beheer zoals thans omschreven in het besluit van de Vlaamse regering van20 juli 1994 houdende erkenning en betoelaging van de streekplatformen in het kadervan het regionaal economisch beleid en het afsluiten van streekcharters, en zijneventuele wijzigingen.De beheerders zijn herkiesbaar. Zij kunnen zich laten vervangen op een vergaderingdoor een schriftelijk gevolmachtigd beheerder. Elke beheerder kan drager zijn vanéén volmacht.Mandaten eindigen door verstrijken van bedongen termijn, overlijden, ontslag,afzetting.Artikel 7. De raad van beheer kiest uit zijn leden een voorzitter. De voorzitter van deraad van beheer is tevens voorzitter van de algemene vergadering. De raad vanbeheer kan één of meerdere ondervoorzitters aanduiden.Artikel 8. De raad van beheer vergadert op uitnodiging van de voorzitter. Deuitnodiging wordt verstuurd minstens vijf dagen op voorhand, en bevat de agendavan de vergadering.Indien drie leden van de raad van beheer dit wensen, dient een vergadering van deraad van beheer bijeengeroepen te worden. Indien een beheerder dit wenst, dienenpunten aan de agenda van de vergadering te worden toegevoegd.Mits de helft van de leden aanwezig is, worden de beslissingen bij gewonemeerderheid van stemmen genomen, waarbij eventueel blanco stemmen enonthoudingen niet meegerekend worden.De raad van beheer:Keurt de huishoudelijke reglementen goed;Stelt de streekcoördinator aan;Voert het dagelijks bestuur, inclusief het personeelsbeleid;Maakt plannen, nota's, visies en kan projecten benaarstigen;Legt de begroting en rekeningen voor aan de algemene vergadering;Verzorgt de notulen van de vergaderingen van de raad van beheer;Vertegenwoordigt de vereniging in rechte;Voert de briefwisseling;Stelt de werkgroepen samen;Stelt externe specialisten aan.De raad van beheer kan zich laten bijstaan door één of meerder externe adviseurs. Zijkunnen de beraadslagingen meevolgen en kunnen er actief aan deelnemen, doch zijhebben geen stemrecht.ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND


54Artikel 9. De streekcoördinator neemt met raadgevende stem deel aan devergaderingen van de raad van beheer en van de algemene vergadering.Artikel 10. Het boekjaar loopt van 1 januari tot 31 december. Uitzonderlijk loopt hetboekjaar 2000-2001 van 1 juli 2000 tot 31 december 2001. Rekening enverantwoording worden jaarlijks door de raad van beheer afgelegd conform aanartikel 13 van de wet van 27 juni 1921.Artikel 11. De vereniging kan ontbonden worden bij beslissing van de algemenevergadering, mits naleving van de bepalingen van de wet van 27 juni 1921. In gevalvan ontbinding zal, na aanzuivering van de eventuele passiva, het bezit van devereniging overgedragen worden aan een instantie met regionale socio-economischewerking in het Meetjesland.Artikel 12. Voor alles wat hierin niet uitdrukkelijk is voorzien blijft de wet van 27juni 1921 van toepassing.(volgende handtekeningen).ONTWIKKELINGSPLAN LEADER+ MEETJESLAND

More magazines by this user
Similar magazines