Herrijzing (november 1944) nr. 1 - Vakbeweging in de oorlog

vakbewegingindeoorlog.nl

Herrijzing (november 1944) nr. 1 - Vakbeweging in de oorlog

17 November 1944Ao. 1 - 1e Jaargang.:TIE-COMMISSIE:A. HAGOORT (C.N V.)C. Z. DE VRIES (N.V.V.)J. J. DE Wïï (R. L W. V.)ORGAAN VAN DE DRIE SAMENWERKENDEVAKCENTRALEN TE EINDHOVENREDACTIE-ADRE'G.SNIEDERSLAAN6KIKT BIJ V.D.E. EINDHOVENHERRIJZINGDe drie plaatselijke vakcentralen teEindhoven besloten, zoolang dit door deomstandigheden wenschelijk wordt gemaakt,gezamenlijk een orgaan uit te ge-Ten ter voorlichting van de leden, die zichweer aansloten en van hen, die dit binnenkortzullen doen.Dit gemeenschappelijk orgaan, dat wijden symbolischen naam „Herrijzing" gaven,is de uitdrukking van den wil tot eenhechte samenwerking der drie centralen.De vakcentralen besloten, dit eerste nummerte doen verspreiden aan alle huizen,opdat alle inwoners van Eindhoven kenniskunnen nemen van de inzichten en plannender vakbeweging in dezen tijd.De Redactie van dit blad wordt gevormddoor een commissie van drie leden, van elkder vakcentralen èèn.Moge dit tijdelijk, maar gemeenschappelijkorgaan medewerken aan een spoedigetotale wederopstanding van de vakbewegingin ons vaderland. Laat ons hopen, datspoedig ons geheele land bevrijd zij en datin Nederland, als voorheen, eer* vrije vakbewegingwerkzaam zij tot heil der arbeidersen daardoor tot zegen van ons geheelevolk.DE REDACTIECOMMISSIE.DOOR SAMENWERKINGTOT EENHEIDIn het bevrijde deel van ons land zijn dedrie vakcentralen: Nederl. Verbond vanVakvereenigingen, Roomsch KatholiekWerkliedenverbond en Christelijk NatiotionaalVakverbond weer herleefd.Er rijn er, die zich hierover verbaasdhebben. Die zeggen: daaruit blijkt dat deoude verdeeldheid weer opkomt en dat onsvolk in de moeilijke jaren van 1940—1944niets geleerd heeft.Wie zoo denkt en spreekt, begaat eenradicale vergissing.Stellig zijn voor ons volk de jaren van1940—1944 een harde leerschool geweest.En even stellig moet de samenwerking, diehet gemeenschappelijk verzet tegen deDuitsche onderdrukking heeft gebracht, naden oorlog voortbestaan. -De mannen van de verschillende vakorganisaties,die thans tot nieuw leven kwamen,hebben dat ook nadrukkelijk overwogen.Van het begin af aan hebben zij zichdaarop ingesteld.Wat zij echter daarnaast ook beseften•was, dat die samenbinding geenszins behoeftte beteekenen, dat heel ons nationaleleven nu vervlakt wordt tot een egale eenheid.Ging het in die richting, dan zou ongetwijfeldaan het eigen karakter van onsvolksleven groote schade worden gedaan.Dan zou men, om een spreekwoord te gebruiken,met het badwater het kind naarbuiten hebben gegooid.Wie over deze zaak wil oordeelen, moetons volksleven in zijn historische ontwikkeling,moet ook de vakbeweging in haarhistorischen groei, goed bezien.Het is een niet te miskennen feit, dat inons volksleven zich altijd een aantal geestelijkestroomingen hebben afgeteekend.Reeds bij de grondlegging van het Nederlandschestaatsverband is dat te onderkennen.Het is de buitengewone veiJienste geweestvan den stamvader van ons Vorstenhuis,Willem van Oranje, dat hij dit duidelijkheeft gezien.Zijn levenswerk was juist van het beginaf aan gericht op tolerantie, op verdraagzaamheidtusschen, op samenwerking vande geesteïijks «troomingen. Tal van zijntijdgenoten en velen na heiü, i?bben ditniet begrepen. Zü hebben daarom gewerktin de richting van overheersching van eenbepaalde en dus onderdrukking van ëeh anderegeestelijke strooming.Toch bleven die stroomingen zich doorde eeuwen heen afteekenen.Eén van de goede dingen, die- de ontwikkelingvan uïis volksleven in Lei, Koninkrijkder Nederlanden — dus na 1813 —heeft gebracht, is, dat deze stroomingenop politiek zoowel als sociaal terrein, zichdoor eigen organisaties duidelijker afteekenden.In den aanvang ging dit meestalgepaard met onderlinge bestrijding, dochop den duur openbaarde zich een beterverstaan. Met name op het gebied der vakbewegingblijkt dat heel duidelijk.De wordingsjaren van de vakbewegingkenmerkten zich door een vaak feilen strijdtusschen de vakorganisaties van verschillenderichting.Reeds in die jaren van strijd echterkwamen zij meermalen op practisch terreintot goede samenwerking. Op den duurheeft beter begrip zich baan gebroken.De man van het N.V.V. leerde verstaan,dat het niet was om scheuring en tweedrachtte stichten, dat de Katholieke en deChristelijke arbeiders een eigen organisatievormden, doch dat hoogere beginselen hendaartoe dreven.Den mannen der Christelijke en der Katholiekearbeidersbeweging stond het duidelijkvoor oogen, dat zij hen, die niet uitde Christelijke en Katholieke beginselenleven, niet konden dwingen, in hun organisatieste treden en dat de „algemeene"organisaties ook door hoogere humanistischegedachten gedreven werden.Zoo groeide het onderling verstaan.Daardoor werd de samenwerking, reedsvoor den oorlog, steeds regelmatiger enhechter.Toen zijn de vier oorlogsjaren gekomen.De vakcentralen verdwenen.Wat hebben wij toen gezien?Dat de arbeiders, die bij honderdduizendtallenwaren aangesloten bij de drie vakcentralen,weigerden mee te gaan in dehun als ideaal voorgestelde eenheid van hetNed. Arbeidsfront. Dat N.A.F, speculeerdejuist op de „eenheidsgedachte", die, naarmen meende, een geneesmiddel zou zijntegen alle kwalen. De arbeiders hebben echterdit wondermiddel geweigerd.Nu Js. er de bevrijding.En zouden we nu moetêS £££S doen, \ratonder de Duitsche overheersching is geweigerd?Zouden wij nu moeten gaan zeggen:die instelling van het N.A.F, wastoch zoo gek niet?Het is wonderlijk, dat die gedachte inesn aantal hoofden schijnt te leven. Het iszonderling, dat, nu ons volk weer zichzelfkan zijn, en terwijl diezelfde mensehendaarover juichen, sommigen anderszijdszeggen, (want daar komt het op neer) en.nu moet er toch een grijze eenvormigheiden eentonigheid komen.De mannen der vakbeweging gaan er vanuit, dat deze opvatting bü eenig nader inzienzal worden verworpen.Wij zijn vrij.Wij zijn vrij, om weer te leven naaronze pricipieele opvatting.Dat beteekent, dat de Katholieke arbeiderzegt: en dus werk ik weer in mijn.''.oomseh-Katholieke vakorganisatie voorgezonde sociale toestanden in Nederland,•vereenkomstig de leer van mijn Kerk.Dat beteekent, dat de Christelijke arbeiderzegt: en dus werk ik weer in mijnChristelijke vakorganisatie voor gezondesociale toestanden in Nederland overeenkomstigmijn beginselen.Dat beteekent, dat da man der modernevakbeweging zegt: en dus werkik weer in mijn moderne vakorganisatievoor gezonde sociale toestanden in Neder-• >qfl over°pT!koTns'Mg mijn opvattingen.Hier vindt U de drie standpunten naastelkaar. Maar U leest juist daaruit: bijdrieërlei grondslag is er één doel:Gezonde sociale toestandenin Nederland.Welnu, ó,e mannen der vakbeweging hebbengezien: voor dal doel kunnen wij samenwerk,Het kan slechts aan dat doel bevorderlijkziji ; ils '-.j (is.t benaderen van ons drieërleistandpunt uit.Hoofdzaak is, dat wjj elkaar respec+ieren,elkaar vertrouwen en elkaar waardeeren.Als wij -; n dien geest met elkaar samenwerken,k?m onze krj? ,üt slechts te grooterzijn.Door samenwerking tot eenheid.Dat,~Qt t hechter en solieder, dandat men allen in een eenheidscorset perst,dat den één wellicht te nauw en den anderte wijd is.Dat is verstandiger, dan dat men voorallennat stelt en daartoe vanden èèn et. n stuk 5 f zaagt en den ander totop die lenige uit»In volledige erkenning van eikaars verprincipieëeleuitgangspunt, heb-.aroin de vakbeweg'ngsmannen in hetbevrijde gebied besloten tot hechte samenwerking.Zóó kor-.it het rijk gevarieerde geestelijkeleven in ons vrij s Nederland aan dendag.bundelen wij de krachten tot een"«•hoeve va.a deu 'wederopbouwvan ons vrije Nederland!A. HAGOORT.IETS OVER DENNIEUWEN ORGANISATIEVORMEen beslissende schrede naar de positieve samenwerkingSterke eenheidondanks verscheidenheidEr zijn, zoowel in de jaren van de bezettingals in de laatste weken sedert onzebevrijding, al heel wat vragen gesteld enmeeningen geuit met betrekking tot denvorm, waarin de organisaties in de toekomstzullen gaan optreden.Het valt niet te ontkennen, dat er eendrang naar vernieuwing is. Het oudeheeft afgedaan. Nieuwe tijden banennieuwe wegen en vragen veranderdemethoden.Ook op organisatorisch terrein.Dat is de meening, die men links enrechts hoort verkondigen.En het opmerkelijke daarbij is, dat velepropagandisten van den nieuwen organisatievormblijk geven, zelf niet te weten,welken kant zij uit willen en hoe zij hetprobleem van de hervorming der socialeorganisaties denken op te lossen.„Het moet anders worden" ,zegt de één.„Den ouden toestand van vóór 1940 wensehenwij onder geen voorwaarde terug",verkondigen anderen.Dat alles is slechts negatief, zoo langmen in gebreke blijft, aan te toonen, langswelke wegen men het gestelde doel denktte bereiken.Men dient hier positief te zijn.Er zijn er ook, die het pleit voeren voorde z.g. eenheidsorganisatie, daarbij in denwaan verkeerend dat met deze soort organisatiede oplossing van alle maatschappelijkekwalen wordt verkregen.Zoo loopen er verschillende meeningen,die alle met elkander deze eigenschap gemeenhebben, dat zij de vakorganisatiesin een gewijzigden vorm terugwenschen.Dat een z.g. eenheidsorganisatie eenutopie, een hersenschim is, wordt elders indit blad aangetoond.Wie ook maar eenig begrip heeft vande geestelijke waarden, dié in ons volkverankerd liggen, zai beseffen, dat hetvan het alergrootste belang is voor landen volk, dat de geestelijke stroomingen'an in het openbarelüv


Tot aan Mei 1940 was heï practischzoo gesteld, dat iedere vakcentrale met debü haar aangesloten vakorganisaties opeigen kompas voer. Er bestond ten aaneienVan bepaalde actiepunten wel een bepaaldcontact of overleg, doch lang nietin die mate als wel wenschelijk ware.Zoo kon het voorkomen, dar. door eenbepaalde organis'atie of vakcentrale eenactie werd gevoerd, terwijl fJen andersgeoriënteerde centrale of organisatie terzake van die actie niets ondernam of meteen geheel ander plan voor den dag kwam.Het gebeurde zelfs, dat bepaalde actiesonderling werden bestreden.Zelfs als volmaiakte vreemdet'ng in hetJeruzalem der vakbeweging zal men aanvoeren,dat dit niet de methode was. Ditlangs elkaar heen werken beteekende eenverkwisting van tüd, geld en nioeite.Zóó moest het niet.Hoe het dan wél moet worden 1 ?Dat is het, wat wij hieronder nader willentoelichten.leiders van de vakbeweging hebbeningezien, dat ingrijpende veranderingen inhet organisatiewezen moeten morden aancht.Ai'*8 dient, er op te worden fiezet, dat,erbiediging van de geestelijk* strooming«.lsn


De werknemer, die wachtgeld ontvangt, isverplicht, onmiddellijk zijn werkzaamhedente hervatten, zoodra de werkgever, die hetwachtgeld verstrekt, dit verlangt. Voortsis elk wachtgelder gehouden, arbeid teaanvaarden, voorzoover deze als passendis te beschouwen, b\j een anderen werkgever.Voorts vloeit de verplichting totwerkaanvaarding ook voort uit een oproepdaartoe, uitgaande van het openbare orgaander Arbeidsbemiddeling ,in dit gevaldus van het Gewestelijk Arbeidsbureau.Nu de stand van zaken in ons land zóóis, dat in een groot deel van ons land onzelandgenooten nog gebukt gaan onder hetBuitsche juk en wij hier berrijd zijn, rustop ons de plicht, alles te doen, wat maareenigszins mogelijk is, om onze landgenootenin het niet bevrijde deel van onsland te helpen.Directe militaire hulp kunnen wij nogniet geven. Wat wij wel kunnen, is: onzeGeallieerde vrienden al het werk uit handente nemen, wat hun taak verzwaart.Hoe minder wij hen met onze moeilijkhedenlastig vallen, des te beter. De vraag of ditmogelijk is, kan zonder meer bevestigendworden beantwoord.Een belangrijk punt, waar wij hen tegemoetkunnen treden, is onze voedselvoorziening.In en rondom Eindhoven zitten nog millioenenkilogrammen aardappelen in dengrond. Die moeten er uit, voordat de vorstkomt. Dit is een eerste eisch in het belangvan onze voedselvoorziening in de komendewinterdagen!Duizenden tonnen roge hebben de boerenbinnengebracht. Zij zijn —• gelukkig genoeg- tot onze bevrijding weigerachtiggebleven, deze te dorsenen. Dat moet thansgebeuren! Hierbij zijn vele handen noodig,daar ook op het platteland veelal electrisehestroom ontbreekt en de Duitschersonze dorschmachines geroofd hebben. Onsaller belang vraagt om directe hulp.Vele boerenhoeven en de daarbij behoorendeopstallen zijp door oorlogshandelingen,of door Duitsche vernielzucht somszwaar gehavend. Wanneer voldoende medewerkingwordt gegeven, kunnen zij bedrijfsklaargemaakt worden en kan het belangrijkewerk van den boer voor onzevoedselvoorziening worden voortgezet.Laat ons trachten, hier te helpen. Nietalleen wü, doch ook onze landgenooten,die het geluk der bevrijding niet deelachtigzijn, worden hierdoor geholpen. Als wg erin zouden slagen, ons op belangrijke puntenzelf te voorzien, kan de hulp vanonze Regeering en van onze Geallieerdevrienden zich meer direct richten op demeest noodlijdende gebieden. Toont Uwgoeden wil!Zoodra Gij er in slaagt, arbeid, waardan ook, te vinden, meldt het Uw werkgever.Binnen het raam der wachtgeldregelingis het mogelijk, elders werk teverrichten, waarvan een deel van de opbrengstU ten goede komt.Zet U heen over allerlei bezwaren,welke vaak niet ongegrond zijn. Laat onsbeseffen, dat wij door de Duitsche roofenvernielzucht al zooveel hebben verloren,dat wij alle krachten moeten inspannen,ook al zou het persoonlijke offers kosten,te redden, wat te redden, binnen te halen,wat binnen te halen is. Wü moeten ditdoen voor de bevrijding van ons geheelevaderland. Hoe eerder dit vrij is, hoe eerderde voorziening van kleeding en voedselin normale banen geleid kan worden.Eerst dan zal weer de tijd aanbreken,dat wij allen op onze normale plaats inhet productie-proces kunnen gaan werkentot heil van onze Nederlandsche Gemeenschap.G. K. JANSSEN.Werknemersvan allen rang en standschakelt U inbij den opbouwvan Uw NederlandDe algemeene positie, waarin ons landthans is komen te verkeeren door devernieling van een belangrijk deel vanons productieapparaat, haveninstallatiesenz., is zeer ernstig. Slechts metinspanning van alle krachten zal het mogelijkzijn, ons land weer dat aanziente geven, dat het in het verleden had.Voor de arbeidersbeweging ligt hiereen zware, doch schoone taak. Immers,door arbeid alleen, — en dan bedoeldin den ruimsten zin van het woord, duszoowel handen- als hoofdarbeid, — zalhet mogelijk zijn, de verloren positiesterug te winnen. De vakbeweging krijgthierdoor een zeer bijzondere taak.Straks ,als ons geheele land is bevrijden aan den dag zal treden, hoe veel eris verwoest, moet de opbouw op grootschewijze worden aangepakt. De problemen,waarmede de arbeiders te makenzullen krijgen, zullen legio zijn.Willen deze tot een goede oplossing wordengebracht, dan zal de nauwste samenwerkingnoodig zijn.Ons Volk, ons land, moet zich opnieuween plaats gaan veroveren. Hetzal dit alleen kunnen, wanneer aan dearbeid die plaats wordt gegeven, welkehaar krachtens haar onmisbare functietoekomt. Immers, de arbeid is de grondslagvan alle welvaart, en het is de taakder Vakbeweging, er zorg voor te dragen,dat de opbouw van ons land zalplaats vinden naar de beginselen der geleideeconomie. Dit brengt vanzelf metzich mede, dat daardoor de Vakbewegingin nieuwe banen moet worden geleiden de tijd van het „kleine gedoe"voorgoed moet zijn afgesloten.Doordrongen van haar groote verantwoordelijkheid,hebben de plaatselijkeVakcentralen zich beraden en vindt erthans de nauwst mogelijke samenwerkingplaats. Slechts op den grondslagvan volledige eerbiediging van elkandersprincipen is dit mogelijk.De verscheidenheid van het geestelijkleven in ons land, dat in de periode, dieachter ons ligt, van zoo'n enorme krachtis gebleken, aegt ons, dat het willenwegcijferen hiervan een hersenschim genoemdmoet worde».De veelheid van ons geestelijk leven,beleden hetzij i n kerk of partij, heeftondanks de gescheidenheid, die hieruitop organisatorisch gebied voortvloeide,ons land, wat betreft de sociale voorwaarden,waaronder gewerkt moest worden,aan de spits doen staan van Europa.In den komenden tijd zullen wijdeze positie willen behouden: wat in eenmensehengeneratie is opgebouwd, magniet verloren gaan!Wanneer w\j dit alles goed voor oogenhouden, dan sluit dit in, dat ieder vanons een deel van zijn bevoegdheden moetafstaan en overdragen aan de nieuweorganen, welke thans zijn geschapen.Het gaat daarbij om den geest, waarindit werk zal worden aangepakt.Welnu, onzerzijds aanvaarden wij denieuwe vormen, met het vaste voornemen,met inzet van onze geheele persoonlijkheid,mede te werken aan denopbouw van onze Vakbeweging, wat impliceertden opbouw van ons Vaderland.Dit Vaderland zal moeten worden eentehuis voor ons allen, waarin het goedis te Y, r onen en te leven en waarin bestaanszekerheidvoor allen is.Wij moeten echter nu van den grondaf beginnen: de huidige toestand is techaotisch en voor de werknemers te gevaarlijk.Slaan wij daarom gezamenlijkde hand aan de ploeg. Dan kunnen deSAMEN STERK!vooruitzichten verre van rooskleurigzijn, doch te zamen zullen wij de moeilijkhedenzeker overwinnen. Tot heil vanhet Vaderland.EIN.DHOVENSCHEBESTUURDERSBOND.Groote voldoening en dankbaarheidaan God zal ongetwijfeld alle leden envrienden van het Christelijk NationaalVakverbond vervullen, nu we ons, in samenwerkingmet het Nederlandsch Verbondvan Vakvereenigingen en het R.K.Werklieden Verbond, weer vrij tot onsvolk in het bevrijde deel van ons Vaderlandkunnen richten.Ruim vier jaar zijn we geknecht geweestdoor een niets ontzienden vijand.Veel en hard zal er gewerkt moetenworden, om ons land weer uit de puinhopente doen herrijzen, om onze industrieënweer tot bloei te brengen, kortom,om ons land en volk weer de plaatste geven waarop ze volgens hun traditieaanspraak kunnen maken.Daarvoor is noodig, dat we de handenineenslaan en met de grootst mogelijkeeensgezindheid aan den opbouw beginnen.Deze eensgezindheid is tusschen deVakcentrales te Eindhoven reeds toteen zoo groot mogelijke samenwerkinguitgegroeid. Met eerbiediging van elkandersbeginsel. Hoe kan het ook anders.Wat historisch gegroeid is, verandertmen niet met een begeestering,opwellende in een tijd van verwarringen ellende.De liefde tot ons land en volk gebiedtons, mede te werken aan alles, wat onsland tot nieuwen bloei kan brengen. Wezullen echter niet nalaten, bij dit alleste wijzen op de zeer moeilijke omstandigheden,waarin vooral onze arbeidersverkeeren. Met klem zullen we aandringenop een zeer behoorlijke regelingvan de arbeidsvoorwaarden en socialevoorzieningen.Indien onze arbeiders, zoowel hoofdalshandarbeiders, niet de plaats krijgen.waarop ze door het geven van hun.werkkracht recht hebben, is er voor onsland geen nieuwe toekomst mogelijk.Is het noodig, dit thans nog neer teschrijven? Hebben we in de afgeloopenoorlogsjaren door den druk van denoverweldiger dit niet allen gevoeld? Zalde werkgever het straks niet als een eerbeschouwen, om zijn personeel een zoogoed mogelijke sociale positie te geven?Allen moeten we aanpakken. Maar allenmoeien ook een positie hebben, zoogoed als de omstandigheden dit toelaten.In dezen gedachtengang heeft deChristelijke Besturen Bond zijn werkzaamhedenhsï •;;!;. Zjj wil meewerkenaan alles, wat tot verheffing van onsland en volk mogelijk is. HU zal zichhierbij richten naar de eeuwige beginselenvan Gods onfeilbaar Woord. In hetlicht van dat Woord n- zich op,om mede te werken, het leed en de verschrikkingvan den oorlog weer te bovente komen.De aangesloten bonden zijn druk bezig,hun oud-leden weer in te schrijvenen nieuwe te werven. Ze rekenen hierbijop de medewerking van alle vriendenvan het Christelijk Nationaal Vakverbond.Werkt allen mede! Meldt U aan!Weest paraat! Juist nu!DE CHRISTELIJKEBESTURENBOND.De R.K'. Arbeidersbeweging in hetbevrijde gebied van Nederland begroetde uitg:"it blad als het eersteproduct van gemeenschappelijk overlegen nauwe,: samenwerking tusschen dedrie plaatselijke vakcentralen.Na de , beëindiging der bezetting,waarin zpo veel werd afgebroken, watin jaren |van noesten arbeid werd totstand gebracht, verheugt zij zich thansover het tfeit, dat het zware doch tegelijkdankbare werk van den wederopbouwder j vakbeweging op zoo breed mogelijkebasis ter hand kan worden genomen.Op zoo breed mogelijke basis.Beteekfnt dit een afwijken van defundamenten waarop de R.K. Arbeidersbeweging;.vertegenwoordigd in het R.K.Werkliedcmverbond in Nederland, wasgegrond^Geen sprake van.Als katholieke beweging, omvattendede werknemers van hoofd en hand, steltzij zich op il^ onveranderlijke basis vande Katholieke beginselen; zij volgt daarbijonvoorwaardelijk de aanwijzingenen richtlijnen van haar KerkelijkeOverheid.Zij blijft in alles haar beginselen getrouw.Ook in den tijd, die komen gaat.Beginselvastheid is altijd haar kenmerkgeweest; daarvoor heeft zij gestreden;dalarvoor heeft zij ook geleden.Doch hst lijden en de tegenspoedhebben haar gelouterd en zij beschouwthet als haar roeping, haar aandeel ertoe bij te dragen, om de maatschappijte kerstenen. Anders gezegd: dat dekatholieke, de christelijke beginselenmeer en meer doordringen in het openbareleven.Vooral ook op sociaal en economischterrein.Want op den bodem van vele socialeen economische problemen speelt de wereld-en levensbeschouwing een grooterol.Is het dan wel juist gezien, den bandvan sanwnwerking met andersdenkendennauwer aan te halen?Ongetwijfeld.Men kan eigen beginselen handhavenen daarnaast, met erkenning ook vaneens anders denkbeelden en opvattingenten aanzien van wereld- en levensbeschouwing,practisch en vruchtbaar samenwerken.Dat hooft met een verloochening vanbeginselen niets te maken.', zoeken in onzen vakvereenigingsarbeiddie dingen, welke ons ten nauwstemet elkander- verbinden en trachtenJoo.i:ing tot hetbest bereikbare resultaat te komen.Tb.. • dan ooit te voren, heeftdie onderSinge samenwerking conc',en aangenomen.Da ordt, zonder het eigen beginselprijs te geven, een nodozakeljjkevoorwaarde geschapen voor een eensgezindoptreden naar buiten.De R.Kf. Arbeidersbeweging in het bevrijdedetel van ons land, in het bijzonderdie te Eindhoven, vertrouwt, dat dezesamenwerking steeds een oprecht karaktermjoge hebben, zoodat zij strekkenzal >tot ^oordeelhoofd er: hand.van alle werkers metDE R.K. ARBEIDERSBEWEGINGTE EINDHOVEN.

More magazines by this user
Similar magazines