Onderwijs- en Examenregeling Bacheloropleiding Technische ...

phys.tue.nl

Onderwijs- en Examenregeling Bacheloropleiding Technische ...

wordt bekendgemaakt, met dien verstande dat de interimperiode (herkansingenweek) voor deonderwijseenheden die onderdeel zijn van de propedeutische fase plaatsvindt voor aanvang vande INTRO van de TU/e en de INTRO van de studentenverenigingen.2. Het faculteitsbestuur kan in bijzondere gevallen tot uiterlijk twee maanden voordat deschriftelijke tentamens plaatsvinden, afwijken van het in het vorige lid bedoelde rooster. Debetrokken studenten worden door het faculteitsbestuur onder opgaaf van redenen onverwijld inkennis gesteld van de wijziging in het rooster.3. Mondeling en op andere wijze dan schriftelijk af te nemen tentamens worden op een door deexaminator zo veel mogelijk na overleg met de student te bepalen tijdstip afgenomen.4. Tot het afleggen van de tentamens van de opleiding wordt ten minste twee maal per studiejaar degelegenheid gegeven (zie bijlage 1 onder f).5. In afwijking van het vorige lid wordt tot het afleggen van tentamens, die als onderdeel van eengekozen minor worden gevolgd, tweemaal per studiejaar de gelegenheid gegeven.6. Indien een onderwijseenheid uit een studieprogramma vervalt, wordt in het eerste studiejaar dathet onderwijs in dat vak niet meer wordt verzorgd nog tweemaal de gelegenheid geboden hettentamen in dat vak af te leggen.7. In afwijking van het bepaalde in lid 4 wordt voor het afleggen van een tentamen van eenonderwijseenheid waarvan het onderwijs in een bepaald studiejaar niet wordt verzorgd, in datstudiejaar ten minste eenmaal de gelegenheid gegeven.8. De examencommissie kan besluiten in bijzondere gevallen af te wijken van het aantal malen dateen tentamen kan worden afgelegd, alsmede van de vorm en de volgorde waarin het tentamenwordt afgelegd zoals beschreven in bijlage 1 onder f, g en h.Artikel 1.2.2 Geldigheidsduur tentamens1. De geldigheidsduur van een tentamenresultaat is in beginsel onbeperkt.2. De examencommissie kan echter, wanneer een tentamenresultaat ouder is dan zes jaar, eenaanvullend tentamen of een vervangend tentamen opleggen.3. Voor tentamens die zijn afgelegd voor 1 september 2007 zijn de leden 1 en 2 vanovereenkomstige toepassing.Artikel 1.2.3 Mondelinge tentamens1. Bij een mondeling tentamen wordt niet meer dan één student tegelijk getentamineerd.2. Bij het afnemen van een mondeling tentamen is in de regel een tweede examinator aanwezig.3. Het mondeling afnemen van tentamens is openbaar.4. De examencommissie kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in de vorige leden.Artikel 1.2.4 Uitslag1. De examinatoren stellen de uitslag van een schriftelijk tentamen zo spoedig mogelijk dochuiterlijk binnen 10 werkdagen na afloop van een tentamen vast wanneer het onderwijseenhedenbetreft die onderdeel zijn van de propedeutische fase. Voor andere onderwijseenheden geldt datde uitslag zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 15 werkdagen na afloop van een tentamenwordt vastgesteld.2. In afwijking van de eerste volzin uit het eerste lid stellen de examinatoren de uitslag van eententamen gemaakt in de tentamenperiode van het vierde kwartiel en in de interim-periode zospoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 5 werkdagen na afloop van de tentamenperiode vast.3. De examinatoren stellen niet later dan één werkdag na het afnemen van een mondeling tentamende uitslag vast.4. In afwijking van het bepaalde in lid 1 stellen examinatoren de uitslag van een toets, die buiten detentamenperiode wordt afgenomen, zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 5 werkdagen naafloop van de toets vast.5. Indien de desbetreffende examinatoren door bijzondere omstandigheden niet in staat zijn tevoldoen aan het bepaalde in de voorgaande leden, melden zij dit met redenen omkleed aan deexamencommissie. De betrokken student(en) wordt (worden) door de examencommissieonverwijld van de vertraging op de hoogte gesteld, onder vermelding van de termijn waarbinnende uitslag alsnog bekend wordt gemaakt.Dit lid kan door examinatoren niet worden ingeroepen wanneer het onderwijseenheden betreft dieonderdeel zijn van de propedeutische fase.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-20103


6. Van de uitslag van een tentamen wordt door of namens de examencommissie aan de studentschriftelijk dan wel elektronisch een verklaring uitgereikt.7. Ten aanzien van een op andere wijze dan mondeling of schriftelijk af te leggen tentamen bepaaltde examencommissie vooraf op welke wijze en binnen welke termijn de student in kennis wordtgesteld van de uitslag.8. Bij de uitslag van een tentamen wordt de student gewezen op het inzagerecht, als bedoeld inartikel 1.2.5, en de mogelijkheid tot nabespreking, als bedoeld in artikel 1.2.6., alsmede op deberoepsmogelijkheid bij het college van beroep voor de examens.Artikel 1.2.5 Inzagerecht schriftelijke tentamens1. Gedurende ten minste 20 werkdagen na de bekendmaking van de uitslag van een schriftelijktentamen krijgt de student op zijn verzoek inzage in zijn beoordeelde werk. Indien de studentvoornemens is administratief beroep aan te tekenen tegen de beoordeling van zijn schriftelijkewerk, dan wordt hem tegen kostprijs een kopie van het beoordeelde werk verstrekt.2. Gedurende de termijn genoemd in lid 1 kan elke belanghebbende op zijn verzoek kennisnemenvan de vragen en opdrachten van het desbetreffende tentamen alsmede van de normen aan dehand waarvan de beoordeling heeft plaatsgevonden.3. De examencommissie maakt binnen 5 werkdagen nadat het desbetreffende verzoek is ontvangen,bekend op welke plaats en tijd de in de leden 1 en 2 bedoelde inzage of kennisneming geschiedt.4. Indien de student en/of belanghebbende aantoont buiten zijn schuld verhinderd te zijn of te zijngeweest op de vastgestelde plaats en tijd te verschijnen, wordt hem een andere mogelijkheidgeboden, zo mogelijk binnen de in lid 1 genoemde termijn.Artikel 1.2.6 Nabespreking1. Zo spoedig mogelijk na de bekendmaking van de uitslag van een mondeling tentamen vindt opverzoek van de student dan wel op initiatief van de examinatoren een nabespreking plaats tussende examinatoren en de student. Alsdan wordt de gegeven beoordeling gemotiveerd.2. Indien door of vanwege de examencommissie een collectieve nabespreking wordt georganiseerdna afloop van een schriftelijk tentamen, worden het tijdstip en de plaats van de nabespreking doorde examencommissie bekend gemaakt.3. Indien een student buiten zijn schuld verhinderd is of is geweest bij de collectieve nabesprekingaanwezig te zijn dan wel indien geen collectieve nabespreking is of wordt georganiseerd, kan eenstudent binnen 20 werkdagen nadat de uitslag van het schriftelijk tentamen aan hem is bekendgemaakt, de examinator (gemotiveerd) verzoeken om een individuele nabespreking.4. De examencommissie kan toestaan dat van het bepaalde in lid 2 wordt afgeweken.Paragraaf 1.3 Goedkeuring examencommissieArtikel 1.3.1 Vrijstelling1. Een verzoek tot vrijstelling van het afleggen van een of meer tentamens wordt schriftelijk bij deexamencommissie ingediend uiterlijk twee maanden voordat het tentamen wordt afgenomen. Eenverzoek tot vrijstelling van het afleggen van een praktische oefening wordt zo spoedig alsmogelijk is bij de examencommissie ingediend.2. Het verzoek gaat vergezeld van de bescheiden die redelijkerwijze nodig zijn voor de beoordelingof de desbetreffende student vrijstelling kan worden verleend.3. De gronden waarop de examencommissie vrijstelling kan verlenen voor het afleggen van eenbepaald tentamen hebben uitsluitend betrekking op het niveau, de inhoud en de kwaliteit van deeerder door de desbetreffende student behaalde tentamens of examens, dan wel van zijn buitenhet hoger onderwijs opgedane kennis, inzicht en vaardigheden.4. Een besluit om de vrijstelling niet te verlenen wordt door de examencommissie niet genomen dannadat de student in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.5. De examencommissie besluit binnen vier weken na ontvangst van het verzoek.6. Het besluit tot het verlenen van vrijstelling van het afleggen van een tentamen wordt gelijkgesteldmet de beoordeling “voldoende” en aangeduid met: VR.7. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder het afleggen van een tentamen tevens begrepenhet deelnemen aan een praktische oefening.8. Voorwaarden voor het verlenen van vrijstellingen zijn opgenomen in bijlage 1 onder m.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-20104


Artikel 1.3.2 KeuzevakkenDe opleiding heeft geen keuzevakken, behoudens keuzevakken opgenomen in de minoren.Artikel 1.3.3 Vrij programma1. Een met redenen omkleed verzoek tot toestemming voor het volgen van een vrijonderwijsprogramma als bedoeld in art. 7.3c, van de wet, wordt tenminste 3 maanden voor deaanvang van het desbetreffende onderwijs ingediend bij de examencommissie.2. Een besluit tot het niet verlenen van de toestemming wordt door de examencommissie nietgenomen dan nadat de student in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.3. De examencommissie besluit binnen vier weken na ontvangst van het verzoek.4. Het besluit vermeldt de opleiding waartoe het vrije programma wordt geacht te behoren.5. De examencommissie kan van de onder lid 1 gestelde termijn afwijken.Paragraaf 1.4 FunctiebeperkingArtikel 1.4.1 Studeren met een functiebeperking1. Een schriftelijk verzoek om aanpassing van het onderwijs, de tentamens of de praktischeoefeningen of om speciale faciliteiten op grond van een blijvende of tijdelijke functiebeperkingdient door de desbetreffende student zo mogelijk drie maanden voordat de student zal deelnemenaan onderwijs, tentamens of praktische oefeningen, te worden gericht aan het faculteitsbestuuren/of de examencommissie en te worden ingediend bij het STU.2. Het verzoek gaat vergezeld van de bescheiden die redelijkerwijze nodig zijn voor de beoordelingvan het verzoek. Daaronder wordt in ieder geval begrepen een recente verklaring van een arts ofeen psycholoog of van een BIG-, NIP-, of NVO- geregistreerd testbureau. Zo mogelijk geeft dezeverklaring een schatting van de mate en de duur van de functiebeperking.3. STU stuurt het verzoek van de student samen met haar advies aan het faculteitsbestuur voorzover het verzoek betrekking heeft op aanpassingen. In geval het verzoek betrekking heeft op hetverlenen van faciliteiten ten behoeve van het afleggen van een tentamen stuurt het STU hetverzoek van de student en haar advies aan de examencommissie, in afschrift aan hetfaculteitsbestuur.4. Het besluit omtrent aanpassing dan wel het verlenen van faciliteiten wordt binnen 4 weken naontvangst van het verzoek genomen door het faculteitsbestuur. Het draagt daarbij zorg voor debewaking van de kwaliteit en het niveau van het onderwijs, de tentamens of de praktischeoefeningen.5. De eventuele aanpassing is zoveel mogelijk afgestemd op de individuele functiebeperking. De teverlenen faciliteiten kunnen bestaan uit een op de individuele situatie afgestemde vorm of duurvan het onderwijs, de tentamens of praktische oefeningen, of het ter beschikking stellen vanpraktische hulpmiddelen.Paragraaf 1.5 ExamensArtikel 1.5.1 Tijdvakken en frequentie examenTot het afleggen van het propedeutisch en het afsluitend bachelorexamen wordt ten minste drie maalper jaar de gelegenheid gegeven. De data van de zittingen van de examencommissie worden aan hetbegin van het studiejaar door de examencommissie bekend gemaakt.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-20105


HOOFDSTUK 2 BEPALINGEN MBT STUDIEBEGELEIDING EN STUDIEADVIESParagraaf 2.1. Studiebegeleiding en studievoortgangArtikel 2.1.1 Studiebegeleiding1. Het faculteitsbestuur draagt zorg voor studiebegeleiding van de studenten, mede ten behoevevan de oriëntatie op studiewegen binnen of buiten de opleiding, zulks ondermeer door middelvan benoeming van één of meer studieadviseurs. Iedere bacheloropleiding heeft tenminste eenstudieadviseur.2. De studieadviseur adviseert de student gevraagd of ongevraagd over alle aspecten van zijnopleiding en draagt, mede aan de hand van de studievoortgang en indien daar aanleiding toeis, zorg voor adequate verwijzing naar bevoegde organen van de TU/e, naarstudentenadviseurs van STU of vertrouwenspersonen van de TU/e.3. De studieadviseur stelt samen met de student een studiecontract op, wanneer de student eenpositief advies heeft ontvangen maar nog geen 40 ects heeft behaald. Een dergelijkstudiecontract dient de studievoortgang te bevorderen. Zie bijlage 3 voor een nadere invullingvan dit studiecontract.4. Wanneer de student een negatief bindend studieadvies heeft ontvangen, kan de studieadviseurhem adviseren over een andere, beter passende opleiding.Artikel 2.1.2 Bewaking van de studievoortgang1. Het faculteitsbestuur draagt zorg voor registratie en tijdige bekendmaking van detentamenresultaten van de individuele studenten in het onderwijsinformatiesysteem van deTU/e.2. In voorkomende gevallen zorgt het faculteitsbestuur voor bespreking van de resultaten tussende student en de studieadviseur.3. Bij studievertraging wijst de studieadviseur de desbetreffende student op de mogelijkhedenvoor extra ondersteuning dan wel voor maatregelen die nodig zijn om verdere vertraging zobeperkt mogelijk te houden.Artikel 2.2 Bindend studieadvies in het eerste jaarArtikel 2.2.1 Bindend studieadvies1. Vanaf het studiejaar 2009-2010 geldt een bindend studieadvies voor studenten die zich per 1september 2009 voor de eerste keer inschrijven in de propedeutische fase van dezebacheloropleiding.2. Een schriftelijk preadvies over de studievoortgang van een student wordt afgegeven na afloopvan de tentamenperiode van het tweede kwartiel in het academisch jaar waarin de student zichvoor de eerst keer heeft ingeschreven voor een bacheloropleiding, met een uiterste termijn van15 werkdagen na afloop van bedoelde tentamenperiode. Dit preadvies is een waarschuwing ingeval van onvoldoende studievoortgang.3. Aan het einde van het eerste jaar van inschrijving voor de propedeutische fase van eenbacheloropleiding, ontvangt de student een schriftelijk positief of negatief bindendstudieadvies over de voortzetting van de bacheloropleiding:a) positief studieadvies: wanneer de student ten minste 30 ects of meer uit depropedeutische fase van het programma heeft behaald. De student mag debacheloropleiding voortzetten.b) negatief bindend studieadvies: wanneer de student 29 ects of minder uit de propedeutischefase van het programma heeft behaald. De student mag de opleiding niet voortzetten.Verder wordt de student gedurende drie jaar niet toegelaten tot dezelfde bacheloropleiding.4. Het faculteitsbestuur kan nadere eisen stellen aan de Bsa-norm van 30 ects. Dit kan peropleiding verschillen. Zie bijlage 2. Deze nadere eisen vervallen op het moment dat de student40 ects of meer heeft behaald.5. De student, aan wie een positief studieadvies is afgegeven, maar nog geen 40 ects heeftbehaald, wordt door middel van een studiecontract de mogelijkheid geboden om naast deresterende te halen propedeusevakken een aantal tweedejaarsvakken te volgen en deel teOER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-20106


nemen aan tentamens. De student krijgt daarmee een voorwaardelijke toelating tottweedejaars onderwijseenheden van de opleiding. Zie bijlage 3 voor nadere invulling van hetstudiecontract.6. Wanneer aan een student vrijstellingen zijn verleend binnen de propedeutische fase of als eenstudent reeds vóór het eerste jaar van inschrijving in de bacheloropleiding onderwijseenhedenuit die opleiding heeft behaald, ontvangt hij aan het einde van het eerste jaar van inschrijvingin de propedeutische fase van de bacheloropleiding een positief bindend studieadvies wanneerminimaal 50% van de overige ects uit de propedeutische fase zijn behaald. Wanneer er sprakeis van nadere eisen (zie het vierde lid van dit artikel) zal voor aanvang van het eerstestudiejaar door de examencommissie worden bepaald aan welke normen de student dient tevoldoen.7. Het bindend studieadvies is niet van toepassing op de student die zich op of na 1 februari, vanhet desbetreffende studiejaar voor de eerste keer heeft ingeschreven voor eenbacheloropleiding. De student ontvangt pas aan het einde van het volgende academische jaareen bindend studieadvies. Voor een positief bindend studieadvies moet de student minimaal50% van de, op 1 september van het volgend studiejaar, nog te behalen ects uit de propedeusehebben gehaald, met inachtneming van de nadere eisen zoals bedoeld in het vierde lid van ditartikel.8. Het bindend studieadvies is niet van toepassing op die student die zich voor 1 februari van hetdesbetreffende studiejaar uitschrijft voor zijn bacheloropleiding9. Wanneer er sprake is van erkende persoonlijke omstandigheden, zoals bedoeld in artikel 2.2.2,ontvangt de student aan het einde van zijn tweede inschrijvingsjaar een bindend studieadvies.Voor een positief studieadvies moet de student minimaal 50% van de, op 1 september van hetvolgend studiejaar, nog te behalen ects uit de propedeuse hebben gehaald, met inachtnemingvan de nadere eisen zoals bedoeld in het vierde lid van dit artikel.10. Het bindend studieadvies wordt namens de decaan van de faculteit door de examencommissievan die opleiding gegeven.11. Uiterlijk drie weken na afloop van de tentamenperiode van het vierde kwartiel, stelt deexamencommissie vast welke studenten wel, niet of voorlopig niet aan de Bsa-norm hebbenvoldaan.12. De studenten, die, na de termijn zoals vermeld in het elfde lid, voldoen aan de Bsa-normontvangen van de examencommissie uiterlijk één week voor de interim-periode een positiefstudieadvies.13. De studenten die, na de termijn zoals vermeld in het elfde lid, niet voldoen aan de Bsa-norm,maar daar nog wel aan kunnen voldoen door het behalen van tentamens in de interim-periode,ontvangen ook uiterlijk 1 week voor de interim-periode, een voornemen tot het verlenen vaneen negatief bindend studieadvies, waarin is opgenomen hoeveel ects nog moeten wordenbehaald om aan de Bsa-norm te kunnen voldoen en/of welke vakken nog moeten wordenbehaald om aan de nadere eisen, zoals bedoeld in het vierde lid, te kunnen voldoen.De studenten kunnen binnen één week na ontvangst van deze brief aangeven of ze na hetbekend worden van de resultaten van de interim-periode gehoord willen worden. Indien destudent van die gelegenheid gebruik wenst te maken, wordt de student door deexamencommissie gehoord en zal zij uiterlijk 31 augustus een definitief besluit nemen metbetrekking tot het bindend studieadvies.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-20107


14. Indien de student na het bekend worden van de relevante resultaten van de interimperiodebesluit dat hij op grond van deze resultaten alsnog door de examencommissie wil wordengehoord, kan de student dat binnen 24 uur kenbaar maken aan de examencommissie. Destudent zal door de examencommissie worden gehoord. Deze commissie zal uiterlijk 31augustus een definitief besluit nemen met betrekking tot het bindend studieadvies.15. De studenten, die na de termijn zoals vermeld in het elfde lid, niet voldoen aan de Bsa-norm,en daaraan ook niet meer kunnen voldoen door deelname aan de interim-periode, ontvangenuiterlijk één week voor de interim-periode, een voornemen tot het verlenen van een negatiefbindend studieadvies.De studenten kunnen binnen één week na ontvangst van deze brief aangeven of ze in degelegenheid willen worden gesteld om door de examencommissie te worden gehoord.Indien de student van die gelegenheid gebruik wenst te maken, wordt de student door deexamencommissie gehoord. Deze commissie zal uiterlijk 31 augustus een definitief besluitnemen met betrekking tot het bindend studieadvies.Artikel 2.2.2 Persoonlijke omstandigheden1. Bij het uitbrengen van een bindend studieadvies wordt rekening gehouden met erkendepersoonlijke omstandigheden.2. Erkende persoonlijke omstandigheden zijn:- ziekte, lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis of zwangerschap van destudent;- bijzondere familieomstandigheden;- lidmaatschap of voorzitterschap van de universiteitsraad, de faculteitsraad, eenopleidingsbestuur of de opleidingscommissie, alsmede het lidmaatschap van het bestuurvan een stichting die blijkens haar statuten tot doel heeft de exploitatie van voorzieningen,behorende tot de studentenvoorzieningen, dan wel van een daarmee naar het oordeel vanhet college van bestuur gelet op de taak gelijk te stellen orgaan;- of andere, door het college van bestuur aan te geven omstandigheden waarin betrokkeneactiviteiten ontplooit in het kader van de organisatie en het bestuur van de zaken van deinstelling;- het lidmaatschap van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang metvolledige rechtsbevoegdheid, dan wel van een vergelijkbare organisatie van enigeomvang, bij wie de behartiging van het algemeen maatschappelijk belang op devoorgrond staat en die daartoe daadwerkelijk activiteiten ontplooit.3. De in het vorige lid genoemde persoonlijke omstandigheden worden alleen in overweginggenomen voor zover deze zo snel mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken na het ontstaanvan de persoonlijke omstandigheid door of namens de student zijn gemeld bij destudieadviseur.4. Studenten die persoonlijke omstandigheden aanvoeren dienen met bewijsstukken aan te tonendat er sprake is of is geweest van persoonlijke omstandigheden.5. De studieadviseur meldt de persoonlijke omstandigheden bij de betreffendeexamencommissie.6. Ter beoordeling van de aangevoerde persoonlijke omstandigheden wint de examencommissieadvies in bij de centrale commissie persoonlijke omstandigheden.7. In het voornemen tot een negatief bindend studieadvies neemt de examencommissiegemotiveerd op of de persoonlijke omstandigheden kunnen worden erkend en welkeconsequenties dit voor de student heeft.HOOFDSTUK 3 BEPALINGEN MET BETREKKING TOT MINORENParagraaf 3.1 Vrije minor en HBO-minorArtikel 3.1.1 Vrije minorDit hoofdstuk gaat over minoren. Daarnaast zijn bepalingen opgenomen die expliciet gelden voor eenvrije minor.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-20108


Artikel 3.1.2 HBO-minorDit hoofdstuk is niet van toepassing op HBO-doorstroomminoren.Paragraaf 3.2 Minoren, vrije minoren en academische vormingArtikel 3.2.1 Minor1. Iedere bacheloropleiding omvat een minor van 30 ects. Ten behoeve van de academischevorming is vanaf het studiejaar 2009-2010 drie ects in iedere minor gereserveerd.2. Het bestuur van de aanbiedende faculteit(en) is (zijn) verantwoordelijk voor de kwaliteit vande minor.3. De besturen van de aanbiedende en afnemende faculteiten voeren overleg over de inhoud ende erkenning van de onderwijsprogramma‟s van de minoren (zie ook artikel 3.4.2).4. De besturen van de aanbiedende faculteiten stellen na overleg met de besturen van deafnemende faculteiten de inhoud van de minor vast.5. Het bestuur van de afnemende faculteit bepaalt welke minor(en) word(t)(en) opgenomen inhet programma van haar studenten.6. De student kan zich met vragen of onduidelijkheden wenden tot het bestuur van de afnemendefaculteit, zijnde de faculteit waar hij is ingeschreven voor een bacheloropleiding.7. Uiterlijk 1 maart van het studiejaar voorafgaand aan het studiejaar waarin de minor wordtaangeboden wordt de minormatrix gepubliceerd. Hieruit kan de student afleiden welkeminoren voor hem toegankelijk zijn.8. Het onderwijs in de minor wordt geprogrammeerd in het eerste semester van het derde jaarvan de bacheloropleiding: de zogenaamde blokminor.9. Iedere faculteit biedt ten minste één minor aan, die ook toegankelijk is voor studenten vanandere faculteiten.10. Er zijn vijf categorieën minoren:a. minoren ter verbreding van de opleiding;b. minoren ter verdieping van de opleiding binnen de eigen bacheloropleiding;c. minoren die de doorstroommogelijkheid naar een niet aansluitende masteropleidingmogelijk maken (schakelminoren);d. minoren die verzorgd worden door een andere universiteit, waarmee de TU/e eeninhoudelijke samenwerkingsovereenkomst heeft;e. vrije minoren, die door de student zelf worden samengesteld.Artikel 3.2.2 Vrije minor1. Het voorstel voor een vrije minor dient een samenhangend pakket te zijn, metgespecificeerde leerdoelen voor de minor als geheel.2. De vakken in de vrije minor bestaan zoveel mogelijk uit tweede- en derdejaarsvakkenvan andere opleidingen dan de opleiding waarvoor de student is ingeschreven.Eventuele eerstejaarsvakken dienen te worden beperkt tot vakken die alsvoorbereiding dienen op de overige in de vrije minor opgenomen vakken.3. De vakken moeten worden verzorgd door een Nederlandse of buitenlandseuniversiteit.4. De minor dient een verhouding te hebben van ongeveer 2:3 tussen praktisch werk entheoretisch werk.5. De minorvakken mogen niet of nauwelijks overlappen met de vakken die onderdeeluitmaken van het majorprogramma van de student.6. De motivatie van de student in relatie tot zijn plannen en ambities dient overtuigend tezijn en aan te sluiten bij de eindtermen van de bacheloropleiding en het werkveld vande ingenieur.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-20109


Artikel 3.2.3 Academische vorming binnen de minor en de vrije minor1. Het platform Academische Vorming is eindverantwoordelijk voor de inhoud en kwaliteit vanhet onderdeel academische vorming in de minor.2. Er zijn twee varianten om de academische vorming in de minor in te vullen:a. door het volgen van een „groot‟ universiteitscollege (drie ects)b. door het volgen van een „klein‟ universiteitscollege (twee ects), in combinatie met 14lezingen van Studium Generale (één ects).3. De lezingen van het Studium Generale kunnen gedurende het tweede en derde jaar van debacheloropleiding worden gevolgd. Voor het volgen van deze lezingen geldt niet detoegangseis, zoals geformuleerd in artikel 3.4.3., eerste lid.4. Het onderdeel academische vorming als omschreven in het tweede lid is een verplichtonderdeel van de minor voor alle studenten van de TU/e. Het is faculteitsoverstijgend vankarakter en komt niet in de plaats van andere elementen van academische vorming diespecifiek zijn voor een bepaalde opleiding.5. Het faculteitsbestuur kan een verzoek voor vervanging van de 3 ects aan academischevorming indienen bij het platform Academische Vorming. Een dergelijk verzoek dientuiterlijk 1 december voorafgaand aan het studiejaar waarin de minor wordt aangeboden, doorhet platform Academische Vorming te zijn ontvangen. Het platform Academische Vormingbeslist binnen vier weken.6. Wanneer een student een minor bij een andere universiteit in Nederland wil volgen, dient inoverleg met de examencommissie een vervangend vak aan de andere universiteit te wordengevolgd dat dezelfde kenmerken heeft als het onderdeel academische vorming aan de TU/e.Wanneer een student een minor bij een universiteit in het buitenland volgt, dan wordt daarmeevoldaan aan de eisen van academische vorming.7. Wanneer een student een schakelminor wil volgen, kan de student een verzoek tot vervangingvan het het onderdeel academische vorming, richten aan de examencommissie van zijnopleiding.8. De examencommissie beslist binnen vier weken nadat het verzoek is ontvangen.9. Een besluit om de goedkeuring niet te verlenen wordt door de examencommissie nietgenomen dan nadat de student in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.Paragraaf 3.3 De centrale minorcoördinatorArtikel 3.3.1 De centrale minorcoördinator.1. Er is een centrale minorcoördinator.2. De centrale minorcoördinator is lid van de Centrale Commissie Kwaliteitszorg Onderwijs.3. De centrale minorcoördinator wordt ondersteund door STU.4. De taken van de centrale minorcoördinator zijn:a. het beheren van het register Minoren;b. opstellen van een minormatrix, onder gebruikmaking van de gegevens zoals verkregen opgrond van artikel 3.4.2, vierde lid, van deze regeling.c. zorgdragen dat uiterlijk 1 maart van ieder studiejaar het register Minoren inclusief deminormatrix op de website van de TU/e is geplaatst;d. mede zorgdragen voor een goede minorvoorlichting, onder andere via eenminorenvoorlichtingsevenement;e. het bevorderen van een voldoende aanbod van minoren;f. toezien op een juiste uitvoering van deze regeling door de faculteitsbesturen;g. het al dan niet op verzoek bemiddelen bij interfacultaire problemen in verband met deuitvoering van deze regeling;h. het signaleren van problemen en waar nodig actie ondernemen;i. jaarlijks rapporteren aan het college van bestuur, waarbij de minorgegevenssets betrokkenzullen worden;j. ten minste tweemaal per jaar overleg voeren met de opleidingsdirecteuren.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201010


Paragraaf 3.4 Het register minorenArtikel 3.4.1 Het register Minoren1. Er is een register Minoren waarin de minoren van de faculteiten van de TechnischeUniversiteit Eindhoven zijn opgenomen.2. In het register Minoren is in ieder geval opgenomen:- de naam van de minor,- de leerdoelen en eindtermen,- de onderwijseenheden inclusief vakcodes van de minor (onderwijsprogramma),- de voertaal,- de taal waarin de tentamens worden afgenomen,- het instapmoment,- de vereiste voorkennis,- of er een minimum- of maximumdeelname is,- de overige instroomeisen,- de groep(en) studenten voor wie deze minor toegankelijk is,- een indicatie van de kosten van het studiemateriaal en eventuele andere kosten,- eventuele verdere informatie,- de naam van de aanbiedende faculteit(en).Artikel 3.4.2 Voorbereiding en opname in het register Minoren1. Uiterlijk 1 november, voorafgaand aan het studiejaar waarin de minoren zullen wordenaangeboden, dienen de faculteitsbesturen van de aanbiedende faculteiten deconceptonderwijsprogramma‟s van de minoren ten behoeve van het register bij de centraleminorcoördinator in.2. De centrale minorcoördinator stuurt alle conceptonderwijsprogramma‟s van de minorenbinnen twee weken naar iedere faculteit.3. De besturen van de aanbiedende faculteiten geven, na daarover overleg te hebben gevoerd metde afnemende faculteiten, uiterlijk 1 februari voorafgaande aan dat studiejaar de vastgesteldeonderwijsprogramma‟s van de desbetreffende minoren door aan de centrale minorcoördinatorvoor opname in het register Minoren. De faculteitsbesturen verstrekken de daartoe benodigdeinformatie gebruikmakend van de format in bijlage 4.4. De centrale minorcoördinator stuurt alle vastgestelde onderwijsprogramma‟s van de minorenper omgaande naar iedere faculteit.5. De faculteitsbesturen van de afnemende faculteiten maken een selectie van de minoren diebinnen de door hen verzorgde bacheloropleiding kunnen worden gekozen. Voor 15 februariinformeert het faculteitsbestuur van de afnemende faculteit de centrale minorcoördinator overde door hun geselecteerde minoren.6. In het minorregister worden vervolgens de minoren opgenomen, waarover de aanbiedende enafnemende faculteiten overeenstemming hebben bereikt.Artikel 3.4.3 Toelating tot een minor1. Als algemene toegangseis geldt dat een student op 1 september van het studiejaar waarin hijde minor wil volgen, aan de eisen voor het propedeutisch examen moet hebben voldaan.2. De verzorgende faculteit kan in uitzonderlijke gevallen een minimum- of maximum aantaldeelnemers voor een minor vaststellen. Ingeval van een maximum aantal deelnemers zal erdoor STU een loting dan wel een selectie op basis van motivatie door de verzorgende faculteitplaatsvinden.3. De examencommissie van de opleiding die de student volgt, beslist of een student toteen bepaalde minor kan worden toegelaten. De controle ten aanzien van de algemenetoegangseis is door de examencommissie aan STU gemandateerd. Bij twijfel zal STUadvies vragen aan de bevoegde examencommissie.4 Namens de examencommissie informeert STU de student uiterlijk 1 juni of hij voldoet aan dealgemene toelatingseis en tevens of een inschrijving leidt tot toelating tot de gevraagde minor.5. Indien de student op 1 juni nog niet voldoet aan de algemene toelatingseis, dan beslist deexamencommissie uiterlijk op 1 september of de student alsnog kan worden toegelaten tot deminor. STU brengt de student hiervan per omgaande op de hoogte.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201011


6. Indien van toepassing zal worden vermeld waarom een student niet kan worden geplaatst voorde eerste keus van de minor die hij heeft opgegeven.Artikel 3.4.4 Termijn en inschrijving1. Een student kan zich inschrijven bij de examencommissie van zijn opleiding tot uiterlijk 1 meivoorafgaande aan het studiejaar waarin hij de minor wenst te volgen.2. Een student is verplicht uit de voor hem toegankelijke minoren een eerste én een tweedekeuze op te geven.3. De inschrijving van een student voor een minor is definitief op het moment dat STU dit aande student heeft bevestigd.Artikel 3.4.5 Goedkeuring van en toelating tot de vrije minor1. Een schriftelijk verzoek tot goedkeuring van de door de student te volgen vrije minor, wordtuiterlijk op 1 mei van het studiejaar voorafgaand aan het studiejaar waarin de student de minorwil volgen, ingediend bij de examencommissie van de opleiding welke de student volgt.2. Op een verzoek van de student voor het volgen van een vrije minor neemt deexamencommissie van de opleiding waarvoor de student staat ingeschreven binnen vier wekeneen beslissing.3. Een besluit om de goedkeuring niet te verlenen wordt door de examencommissie nietgenomen dan nadat de student in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.Artikel 3.4.6 Taal1. Gelet op artikel 7.2 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek(WHW) kan de verzorgende faculteit in afwijking van de hoofdregel bepalen dat minorvakkenworden gegeven in het Engels.2. De taal waarin een minor wordt aangeboden wordt uiterlijk 1 februari voorafgaand aan hetstudiejaar waarin de minor kan worden gevolgd via de format zoals opgenomen in bijlage 4aan de centrale minorcoördinator bekendgemaakt.3. De student heeft de keuze uit meerdere minoren, waarvan er ten minste één in het Nederlandszal worden aangeboden.Artikel 3.4.7 Klachten/opmerkingenBij klachten/opmerkingen van de student over zowel de procedure rondom de minorvakken als deinhoudelijke aspecten van de minorvakken is de examencommissie van de opleiding die de studentvolgt, bevoegd om gevolg te geven aan de klacht/opmerking. De examencommissie van de opleidingdie de student volgt, neemt - indien zij dit nodig acht - contact op met de examencommissie van deaanbiedende faculteit.Paragraaf 3.5 KwaliteitszorgArtikel 3.5.1 Kwaliteitszorg van de minor1. De aanbiedende faculteit is verantwoordelijk voor de samenhang binnen de door haaraangeboden minoren, de kwaliteit daarvan, alsmede voor de uitvoering van die minoren. Deafnemende faculteit is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de door haar aangebodenbacheloropleiding, waarvan minoren van een andere faculteit onderdeel uit kunnen maken.2. De aanbiedende faculteit maakt jaarlijks een minorgegevensset, waarbij zij gebruik maakt vande format zoals als bijlage 3 gevoegd bij „Advies Instellingskwaliteitszorg‟ van januari 2008.Onderdeel van deze gegevensset is de kwaliteitstoets van de aangeboden minoren. Deminorgegevenssets worden aan de Centrale Commissie Kwaliteitszorg Onderwijsoverhandigd.3. De Centrale Commissie Kwaliteitszorg Onderwijs ziet toe op deze jaarlijkse verslagleggingen verzamelt de minorgegevenssets.4. Faculteiten kunnen elkaars minorgegevensset bij de Centrale Commissie KwaliteitszorgOnderwijs opvragen en vervolgens betrekken bij de kwaliteitszorg van de eigen opleiding.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201012


HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGENArtikel 4.1.1 Bezwaar en beroep1. Tegen een besluit van het faculteitsbestuur op grond van deze regeling kan binnen zes weken nadathet besluit aan betrokkene is bekend gemaakt, bezwaar worden aangetekend bij het faculteitsbestuur.2. Tegen een besluit door of namens de examencommissie op grond van deze regeling kan binnen vierweken nadat het besluit aan betrokkene is bekend gemaakt, administratief beroep worden aangetekendbij het college van beroep voor de examens.Artikel 4.1.2 Wijziging1. Een wijzing van deze regeling is niet van toepassing op het lopende studiejaar, tenzij de belangenvan de studenten hierdoor redelijkerwijze niet worden geschaad.2. Een wijziging van deze regeling kan niet met terugwerkende kracht een reeds ten aanzien van eenstudent genomen besluit beïnvloeden.Artikel 4.1.3 Overgangsregeling1. Indien deze regeling wordt gewijzigd, daaronder begrepen een wijziging van de bijlage, wordt doorhet faculteitsbestuur zo nodig een overgangsregeling vastgesteld. De overgangsregeling wordtopgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage.2. In de overgangsregeling wordt in ieder geval opgenomen:a. een regeling omtrent vrijstellingen die verkregen kunnen worden op grond van reeds behaaldetentamens, enb. de geldigheidsduur van de overgangsregeling.Artikel 4.1.4 Minorregeling 2008De Minorregeling 2008, zoals vastgesteld door het college van bestuur op 5 februari 2009,wordt met ingang van 1 september 2009 ingetrokken.Artikel 4.1.5 InwerkingtredingDeze regeling vervangt alle voorgaande versies en treedt in werking op 1september 2009Aldus vastgesteld door het faculteitbestuur bij besluit van 31 augustus 2009.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201013


Bijlage 1 bij artikel 1.1.2, eerste lid, van de Onderwijs- en Examenregeling BacheloropleidingTechnische Natuurkundea 1) Inhoud van de opleiding en de daaraan verbonden examens – studentengeneratie 2007en daarvoorDe inhoud van de opleiding en de studieprogramma‟s staan beschreven in deOnderwijs- en Examenregeling Bacheloropleiding Technische Natuurkunde met minor 2008.a 2) Inhoud van de opleiding en de daaraan verbonden examens – studentengeneratie 2008De opleiding omvat een propedeutisch examen en wordt afgesloten met een bachelorexamen.PropedeuseCode Onderwijseenheid ects __3AA20 Inleiding natuurkunde 53AA30 Elektromagnetisme 1 33AA32 Elektromagnetisme 2 33AA40 Mechanica 1 33AA42 Mechanica 2 33AA70 Golven en optica 32DN00 Vectorcalculus 1 32DN01 Vectorruimten 32DN02 Lineaire afbeeldingen 32DN03 Calculus 32DN04 Differentiaal- en integraalrekening 32DN05 Functies van meerdere variabelen 35GG80 Elektronische instrumentatie 43AA10 Inleiding experimentele fysica 43AA11 Elektrische meettechnieken 23AA12 Thermische effecten 23AA13 Optische meettechnieken 23AA50 OGO-project Fysische instrumentatie 43AA51 OGO-project Straling en levend weefsel 4Het postpropedeutische gedeelte studentengeneratie 2008 – met overgangsprogramma derde jaar- bestaat uit de volgende onderwijseenheden met de daarbij genoemde code (eerste kolom), naamvan de onderwijseenheid (tweede kolom), het aantal studiepunten (ects, derde kolom).Het postpropedeutische gedeelte voor de studentenCode Onderwijseenheid ects2DN07 Differentiaalvergelijkingen 32DN08 Numerieke methoden 42DN13 Vectorcalculus 33NB20 Computers in fysische experimenten 33NB30 Signalen en systemen 63NB40 Preview fysica 43NB50 Quantumfysica 1 43NB55 Quantumfysica 2 43NB60 Thermische fysica 1 53NB65 Thermische fysica 2 53NB70 Bouwstenen en interacties 43NB80 Theoretische klassieke mechanica 43NB90 Fysica van transportverschijnselen 53NB10 Geavanceerde meetmethoden 63NC10** Mathematische technieken in de fysica 43NC20** Gecondenseerde materie 43NC30** Elektromagnetisme 3 33NC40** Geschiedenis van de natuurkunde 3OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201014


3NS00/ Diverse bacheloreindproject 153NS11Minor 1) 30** Deze onderwijseenheden worden verzorgd in het derde jaar van de bacheloropleiding TechnischeNatuurkunde. Deze starten met ingang van het collegejaar 2009-2010.1) Zie ook onder j. van deze bijlagea 3) Inhoud van de opleiding en de daaraan verbonden examens – studentengeneratie 2009De opleiding omvat een propedeutisch examen en wordt afgesloten met een bachelorexamenPropedeuseCode Onderwijseenheid ects2DN05 Functies van meer variabelen 32DN10 Inleiding wiskunde 52DN11 Calculus 62DN12 Lineaire Algebra 63NA20 Inleiding natuurkunde 53NA30 Elektromagnetisme 1 33NA35 Elektromagnetisme 2 33NA40 Mechanica 1 33NA45 Mechanica 2 33NA10 Inleiding experimentele fysica 43NA50 Practicum 63NA60 OGO fysische instrumentatie 43NA70 Optica 55GN80 Elektronische instrumentatie 4Het postpropedeutische gedeelte studentengeneratie 2009 bestaat uit de volgendeonderwijseenheden met de daarbij genoemde code (eerste kolom), naam van de onderwijseenheid(tweede kolom), het aantal studiepunten (ects, derde kolom).Het postpropedeutische gedeelte voor de studentenCode Onderwijseenheid ects2DN07 Differentiaalvergelijkingen 32DN08 Numerieke methoden 42DN13 Vectorcalculus 33NB20 Computers in fysische experimenten 33NB30 Signalen en systemen 63NB40 Preview fysica 43NB50 Quantumfysica 1 43NB55 Quantumfysica 2 43NB60 Thermische fysica 1 53NB65 Thermische fysica 2 53NB70 Bouwstenen en interacties 43NB80 Theoretische klassieke mechanica 43NB90 Fysica van transportverschijnselen 53NB10 Geavanceerde meetmethoden 63NC10** Mathematische technieken in de fysica 43NC20** Gecondenseerde materie 43NC30** Elektromagnetisme 3 33NC40** Geschiedenis van de natuurkunde 33NS00/ Diverse bacheloreindproject 153NS11Minor 1) 30OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201015


** Deze onderwijseenheden worden verzorgd in het derde jaar van de bacheloropleiding TechnischeNatuurkunde. Deze starten met ingang van het collegejaar 2010-2011..1) Zie ook onder j. van deze bijlagea 3a)De opleiding biedt ook een combinatieprogramma propedeuse TechnischeNatuurkunde/Technische WiskundeHet propedeutische gedeelte van het combinatieprogramma Technische Natuurkunde/Technische Wiskunde bestaat uit de volgende onderwijseenheden met de daarbij genoemdecode (eerste kolom), naam van de onderwijseenheid (tweede kolom), het aantalstudiepunten (ects, derde kolom)Code Onderwijseenheid ects2F813 Practicum Mathematica 12WA20 Inleiding analyse 42IP70 Programmeren 1 42WA22 Inleiding wiskunde 32H003*) Wiskundepracticum 02WF07 Lineaire algebra A 63NA10 Inleiding experimentele fysica 42WA21 Analyse in 1D 52WF13 1) Algebra 32WH00 Inleiding modelleren 13NA30 Elektromagnetisme 1 33NA40 Mechanica 1 35GN80 Elektronische instrumentatie 42WA14 Analyse in nD 52WS13 2) Kansrekening 33NA35 Elektromagnetisme 2 33NA45 Mechanica 2 33NA50 Practicum 62WF08 Lineaire algebra B 32WA15 Vectoranalyse 53NA70 Optica 5*) Het wiskundepracticum betreft instructies bij de studieonderdelen:2WA20 Inleiding analyse2WA21 Analyse in 1D2WF07 Lineaire algebra A2WF13 Algebra1) 2WF13 is het tweede deel van de studieonderdelen 2WF06 Verzamelingenleer en algebra2) 2WS13 is de eerste helft van het studieonderdeel 2WS04 Kansrekening en statistiekb. Inhoud van de afstudeerrichtingenDe opleiding kent geen afstudeerrichtingenc. Studielast van de opleiding en van elk van de daarvan deel uitmakende onderwijseenheden:De studielast van de opleiding bedraagt 180 studiepunten – 60 studiepunten in de propedeusefaseen 120 studiepunten in de postpropedeusefase.De studielast van het propedeuse combinatieprogramma Technische Natuurkunde/TechnischeWiskunde is 73 studiepunten. De studielast van de onderwijseenheden is aangegeven onder a.d. Aantal en volgtijdelijkheid van de tentamens (inclusief toetsen) en praktische oefeningen:De opleiding kent, exclusief de onderwijseenheden behorende tot een van de minoren, 33tentamens* en praktische oefeningen.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201016


De opleiding in casu het propedeuse combinatieprogramma kent, 21 tentamens, toetsen, enpraktische oefeningen.*) De reguliere onderwijseenheden omvatten één of meerdere tussentoetsen en een afsluitendtentamen. De tussentoetsen maken integraal onderdeel uit van het totale tentamen.e. Vorm van de opleidingDe opleiding is voltijds en deeltijd ingericht.f. Vorm tentamens:De tentamens (inclusief tussentoetsen) van de onderwijseenheden genoemd onder a. wordenschriftelijk afgenomen, met uitzondering van de volgende tentamens die op de hieronderaangegeven wijze worden afgenomenDe tentamens van de studentengeneratie 2007 en daarvoor staan genoemd in de OERbacheloropleiding Technische Natuurkunde 2008-2009.Propedeutisch examenCode Onderwijseenheid Tentamenvorm___________________3NA10 Inleiding experimentele fysica schriftelijk, en proeven/experimenten3NA20 Inleiding natuurkunde schriftelijk3NA50 Practicum verslagen en proeven/experimenten3NA60 OGO fysische instrumentatie voordracht en proeven/experimenten3NA70 Optica schriftelijk en proeven/experimentenBachelor examenCode Onderwijseenheid Tentamenvorm___________________2DN08 Numerieke methoden schriftelijk en proeven/experimenten3NB10 Geavanceerde meetmethoden verslagen en proeven/experimenten3NB30 Signalen en systemen schriftelijk, verslagen en proeven/experimenten3NB40 Preview fysica scriptie en opdrachten3NC10 Mathematische technieken in de fysica tentamenvorm is nog niet bekend3NC20 Gecondenseerde materie tentamenvorm is nog niet bekend3NC30 Elektromagnetisme 3 tentamenvorm is nog niet bekend3NC40 Geschiedenis van de natuurkunde tentamenvorm is nog niet bekend3NS00/11 Bachelor eindprojectverslag, voordracht en proeven/experimentenPropedeutisch examen combinatieprogramma Technische Natuurkunde/TechnischeWiskundeCode Onderwijseenheid Tentamenvorm___________________3NA10 Inleiding experimentele fysica schriftelijk, en proeven/experimenten3NA50 Practicum verslagen en proeven/experimenten3NA70 Optica schriftelijk en proeven/experimenten2F813 Practicum mathematica opdracht2WA22 Inleiding wiskunde mondeling2WH00 Inleiding modelleren opdrachtg. Voorwaarde voor toelating tot de tentamensAan de onderwijseenheid 3NA50 Practicum, kan pas worden deelgenomen na afronding van depractica van 3NA10 Inleiding experimentele fysica en deelname aan het tentamen van 3NA10,mits voor het tentamen niet lager is gescoord dan het cijfer 4.Aan de onderwijseenheid 3NA60 OGO fysische instrumentatie kan pas worden deelgenomen nahet met goed gevolg afronden van de onderwijseenheid 3NA10 Inleiding Experimentele fysica.Aan de onderwijseenheid 3NB10 Geavanceerde meetmethoden kan pas worden deelgenomen nahet met goed gevolg afronden van de onderwijseenheden 3NA10 Inleiding Experimentele fysicaen 3NA50 Practicum.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201017


Aan de onderwijseenheid 3NS00/3NS11 kan slechts worden deelgenomen na het met goed gevolgafronden van de onderwijseenheid 3NB10 Geavanceerde meetmethoden.Een student die na twee jaar nog niet zijn propedeuse heeft afgerond, is noch gerechtigd deel tenemen aan onderwijseenheden van het tweede en derde jaar van de bacheloropleiding TechnischeNatuurkunde, noch aan de onderwijseenheden van de masteropleiding Applied Physics.h. Deelname aan praktische oefeningen:Aan het (herkansings)tentamen van de volgende onderwijseenheden kan niet wordendeelgenomen, dan nadat de bijbehorende praktische oefeningen met goed gevolg zijn afgelegd.Propedeuse examenCode Onderwijseenheid__________________3NA10 Inleiding experimentele fysica3NA70 OpticaBachelor examenCode Onderwijseenheid__________________2DN08 Numerieke methoden3NB30 Signalen en systemenPropedeutisch examen combinatieprogramma Technische Natuurkunde/TechnischeWiskundeCode Onderwijseenheid3NA10 Inleiding experimentele fysica3NA70 Opticai. De onderwijseenheden waaruit de student een keuze dient te maken voor de invulling van devrije ruimte van de opleidingNiet van toepassing voor de major. Keuzevakken maken alleen deel uit van de diverse minorenj. De minoren waaruit de student een keuze kan makenDe student kan een keuze maken uit minoren die vermeld staan in het minorregister dat door hetSTU openbaar gemaakt wordt.Informatie over de minoren is te vinden ophttp://w3.tue.nl/nl/navigatie/portals/onderwijs/, onder „opleidingen‟ (major-minor) enhttp://w3.tue.nl/nl/doelgroepen/student/student/, onder „onderwijsinformatie‟ (major-minor).k. De aansluitende masteropleidingenHet getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd bachelorexamen geeft rechtstreeks toegang toteen aantal masteropleidingen aan de TU/e, Technische Universiteit Delt en de UniversiteitTwente.De lijst van de desbetreffende masteropleidingen is vastgelegd in de 3TU doorstroommatrix.Zie de doorstroommatrix van de 3TU, te bereiken via de STU website: w3.tue.nl/nl/diensten/stul. OvergangsregelingenNiet van toepassingm. Aanvullende voorwaarden voor vrijstellingenDe student is verplicht om ten behoeve van de aanvraag voor een vrijstelling alle bescheiden teoverhandigen aan de examencommissie. De examencommissie zal op grond waarvan hij dezevrijstelling aanvraagt, besluiten of de vrijstelling verleend wordt.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201018


Bijlage 2 bij artikel 2.2.1, vierde lid, en artikel 2.2.1, vijfde lid, van de Onderwijs- enExamenregeling Bacheloropleiding Technische NatuurkundeDe examencommissie heeft de volgende aanvullende eisen met betrekking tot het BindendStudieadvies opgenomen:Propedeuse Bacheloropleiding Technische NatuurkundeDe studenten dienen minimaal 30 ects te behalen uit de studieonderdelen die aangeboden worden inhet eerste jaar van het bachelorcurriculum Technische Natuurkunde. De vier ects van hetstudieonderdeel 3NA60 OGO fysische instrumentatie mogen niet opgevoerd worden bij devoornoemde 30 ects.Combinatie propedeuse Technische Natuurkunde/Technische WiskundeDe studenten dienen minimaal 30 ects te behalen uit de studieonderdelen die aangeboden worden inhet eerste jaar van het combinatieprogramma. Een vereiste is dat een student minimaal negen ectsbehaalt uit de natuurkundevakken:- 3NA30 Elektromagnetisme 1 (3 ects);- 3NA35 Elektromagnetisme 2 (3 ects);- 3NA40 Mechanica 1 (3 ects);- 3NA45 Mechanica 2 (3 ects);- 3NA70 Optica (5 ects).OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201019


Bijlage 3 bij artikel 2.1.1, derde lid, en artikel 2.2.1, vijfde lid, van de Onderwijs- enExamenregeling Bacheloropleiding Technische NatuurkundeStudiecontract voor studenten Bacheloropleiding Technische NatuurkundeInleidingOp grond van artikel 7.30 van de WHW kan de examencommissie – met inachtneming van debepalingen daaromtrent in deze Onderwijs- en Examenregeling (OER) – een student die nog niet hetpropedeutisch examen van die opleiding met goed gevolg heeft afgelegd, reeds de toegang verlenentot het afleggen van een of meer onderdelen van het postpropedeutische programma.DoelgroepStudenten met een positief advies, die minder dan 40 ects hebben behaald, en hun studie willenvoortzetten, kunnen door middel van het afsluiten van een studiecontract voorwaardelijke toegangkrijgen tot een beperkt aantal tweedejaarsvakken, die in het studiecontract zijn vastgelegd.ContractverplichtingenStudent en studieadviseur, namens de examencommissie van de bacheloropleiding TechnischeNatuurkunde, spreken af dat de student bij aanvang van het tweede jaar van inschrijving, de eerste- entweedejaarsvakken zal gaan doen zoals aangegeven in de vakkenlijst van het studiecontract. Zolang destudent aan de hieronder vermelde voorwaarden voldoet, heeft de student het recht om detweedejaarsvakken die in het contract zijn opgenomen, te volgen. Voldoet een student niet aan devoorwaarden, dan mag de student geen enkel tweedejaarsvak meer volgen. De student mag dan noguitsluitend propedeusevakken doen, totdat het propedeusediploma is behaald.Algemene voorwaarden voor deelname aan postpropedeusevakkena) De student heeft dit contract uiterlijk twee weken vόόr aanvang van het academische jaaringediend.b) De student is in staat om met reguliere tentamenmogelijkheden de propedeuse binnen het tweedeinschrijvingsjaar af te ronden.c) De student is in staat om met reguliere tentamenmogelijkheden de in het contract vermeldetweedejaarsvakken, behoudens maximaal één vak, binnen het tweede afschrijvingsjaar af teronden.Wijzigingen in het contractWijzigingen in het contract kunnen uitsluitend betrekking hebben op het ruilen of verwijderen vantweedejaarsvakken uit het contract. Dit is alleen mogelijk in de volgende gevallen:1) Wanneer de student niet kan deelnemen aan de colleges van een van de vakken in hetstudiecontract omdat de colleges van andere vakken in het contract op hetzelfde moment wordengegeven, is het voor de student mogelijk een tweedejaarsvak te ruilen voor een andertweedejaarsvak dat op een moment wordt gedoceerd dat wel geschikt is.2) Indien zich gewichtige persoonlijke omstandigheden aan de student voordoen.Wijzigingen dienen vooraf te worden overlegd met en goedgekeurd door de studieadviseur.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201020


Bijlage 4: bij artikel 3.4.2, derde lid, en 3.4.6, tweede lid, van de Onderwijs- en ExamenregelingBacheloropleiding Technische natuurkunde – Format informatie t.b.v. opname van een minorin het register1. Leerdoelen en eindtermenIedere minor heeft een of meer leerdoelen, m.a.w. er wordt een compacte omschrijving gegeven vanwat de minor beoogt. De minor bestaat uit een samenhangend pakket aan vakken. Voor iedere minorgeldt dat minimaal generieke eindtermen van toepassing moeten zijn, zoals onder anderegeformuleerd in de academische criteria voor bachelor en master curricula (auteur: A. Meijers).Voorts dienen de eindtermen van schakelminoren gekoppeld te zijn aan de ingangseisen van debetreffende masteropleidingen.2 . Samenstelling van de minorAls richtlijn is: de verhouding theoretisch werk: praktisch werk = 3:2 geldt evenzeer voor de minor.Dat wil zeggen dat als richtlijn de minor voor 40% uit OGO gerelateerde activiteiten moet bestaan.Daarnaast bestaat drie ects van de minor uit academische vorming zoals bedoeld in artikel 3.2.3 vandeze Onderwijs- en examenregeling.3 . VoertaalDe voertaal van de minor is Nederlands.4. InstapmomentDe student kan op het moment dat hij zijn propedeutisch examen heeft behaald inschrijven voor eenminor, waarbij zij aangetekend dat het de voorkeur verdient dat de minor in het derde jaar van debacheloropleiding wordt gevolgd. In het tweede jaar is ruimte om te starten met het onderdeel van deacademische vorming, hetgeen onderdeel van iedere minor is.5. Vereiste voorkennisVoor elke minor moet gespecificeerd worden welke inhoudelijke voorkennis verondersteld wordt. Hetis de verantwoordelijkheid van de student om te bepalen of aan deze voorkennis voldaan wordt of nieten dus de minor gevolgd kan worden of niet.6. Overige instroomeisenVoor de student geldt dat hij/zij het propedeutisch examen moet hebben behaald, voordat met deminor gestart mag worden.7. Voor welke majorstudenten staat deze minor open?Een student mag in principe elke vastgestelde of aangeboden minor in 3TU verband volgen, mits dezeeen daadwerkelijke aanvulling vormt op het majorgedeelte van zijn bacheloropleiding. Deexamencommissie is de instantie die uiteindelijk goedkeurt; er mag echter uitgegaan worden van eenbrede goedkeuring.8 Verdere informatieAangegeven moet worden hoe de student ondersteund wordt bij het maken van de minorkeuze,bijvoorbeeld via:- TU/e-breed overzicht (via STU)- Minormiddag- Bijeenkomst major- Studieadviseur- 3TU matrix- Minorcoördinator van de aanbiedende dan wel de afnemende faculteitOER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201021


Toelichting Onderwijs- en ExamenregelingAlgemeenIngevolge artikel 9.15, eerste lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek(WHW) dient het faculteitsbestuur de onderwijs- en examenregeling (hierna: OER) vast te stellen,waarvan de inhoud onder andere wordt bepaald in artikel 7.13, tweede lid, van diezelfde wet. Met deonderhavige regeling wordt aan beide artikelen uitvoering gegeven.Voorts is in artikel 9.38, van de WHW, voorgeschreven dat het faculteitsbestuur voorafgaandeinstemming behoeft van de faculteitsraad voor de vaststelling of wijziging van de OER, metuitzondering van de onderwerpen genoemd in de onderdelen a. tot en met g., van het tweede lid vanartikel 7.13, van de wet. Dat betekent dat de faculteitsraad heeft ingestemd met de onderhavigeregeling met uitzondering van de onderdelen a. tot en met d. van de bijlage. Ook het advies van defaculteitsraad is door het faculteitsbestuur bij de vaststelling van de regeling ter harte genomen.Tevens heeft de opleidingscommissie conform het bepaalde in artikel 9.18, eerste lid, van de wetadvies uitgebracht. Ook dat advies is door het faculteitsbestuur bij de vaststelling in de overwegingenbetrokken.In de onderhavige OER is ten behoeve van de transparantie en helderheid, met name voor destudenten, gekozen voor zover als mogelijk opname van uitwerking en regeling van de bevoegdhedenvan en opdrachten aan de examencommissie, zoals die verspreid over een groot aantal artikelen van dewet voor deze commissie zijn opgenomen. Dat betekent dat het bij deze opleiding behorendeExamenreglement slechts regelingen bevat van de in artikel 7.12 van de wet aan deze commissietoegekende bevoegdheden en opdrachten en van die onderwerpen, die vanwege hun inhoud nietthuishoren in deze OER.De onderhavige regeling en het examenreglement, inclusief alle bijlagen liggen in elkaars verlengdeen dienen dan ook in samenhang te worden gelezen.Eind 2009 zal er een evaluatie plaats over de werking van het register Minoren en de taken van decentrale minorcoördinator. Afhankelijk van de uitkomsten van die evaluatie worden de bepalingen indeze OER voor het studiejaar 2010-2011 bijgesteld. Eind 2010 zal er een evaluatie plaats naar de gangvan zaken rondom het bindend studieadvies. Afhankelijk van de uitkomsten van die evaluatie wordende bepalingen in deze OER voor het studiejaar 2011-2012 bijgesteld.HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGENParagraaf 1.1. AlgemeenArtikel 1.1.1 BegripsbepalingenDe begripsbepaling van deze regeling is beperkt gehouden tot die begrippen die voor de opstelling vande regeling noodzakelijk zijn. Dat laat onverlet dat helderheid dient te worden verschaft over deexacte betekenis van de verschillende – soms wettelijk gedefinieerde – begrippen die in dit reglementworden gebruikt. Daartoe is een verklarende woordenlijst toegevoegd, die verschil van mening overde betekenis van de gehanteerde begrippen moet voorkomen.Artikel 1.1.2 De opleidingIn dit artikel wordt verwezen naar bijlage 1, die integraal onderdeel uitmaakt van deze regeling enwaarin de opleidingsspecifieke zaken wat betreft de opleiding nader zijn omschreven en geregeld. Hetbetreft die onderwerpen van de in artikel 7.13, tweede lid, van de WHW, voorgeschreven inhoud vande OER, die alleen betrekking hebben op de inhoud, vorm en omvang van het onderwijs en detentamens in de opleiding waarop deze regeling betrekking heeft.De overige voorschriften van deze OER zijn algemeen van aard en gelden niet alleen voor deonderhavige opleiding, maar hebben ruime TU/e-brede toepassing gevonden. Daarmee wordt eenheidvan regelgeving en zekerheid gewaarborgd. De studenten kunnen er van op aan dat de OER van elkeopleiding van de TU/e, voor zover die betrekking heeft op de niet opleidingsgebonden onderdelen,gelijkluidende voorschriften bevat.Behoudens de opleidingsgebonden onderwerpen genoemd in de onderdelen a tot en met j, bevat debijlage twee andere belangrijke zaken die de onderhavige bacheloropleiding betreffen en wel onder jen k: de verschillende minoren van de TU/e, waar de student een keuze uit kan maken en demasteropleiding die voor de onderhavige bacheloropleiding als aansluitende masteropleiding isaangewezen. Verder kunnen in bijlage 1 onder l de overgangsregeling zoals bedoeld in artikel 4.1.3.nader uitgewerkt en is onder m de mogelijkheid opgenomen om regels ten aanzien van het verlenenOER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201022


van vrijstelling door de examencommissie op te nemen. Denk bijvoorbeeld aan de voorwaarde datbinnen een bacheloropleiding niet meer dan 60 ects aan vrijstelling kan worden verleend.Artikel 1.1.3 KwaliteitenDe wet geeft in artikel 7.13, tweede lid, onder c aan dat in de OER dienen te worden opgenomen dekwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden, die een student zich bij de beëindigingvan zijn opleiding moet hebben verworven. Deze kwaliteiten hangen nauw samen met de academischecriteria zoals vastgelegd in de gezamenlijke uitgave „Criteria voor Academische Bachelor en MasterCurricula‟ van de Technische Universiteit Eindhoven, Technische Universiteit Delft en de UniversiteitTwente (uitgave 2005).Artikel 1.1.4 TaalDe hoofdregel is dat het onderwijs en de examens worden afgenomen in het Nederlands. Gelet op degedragscode buitenlandse talen TU/e, zoals vastgesteld door het college van bestuur op 3 april 2003,bestaat de mogelijkheid om ook de bacheloropleiding geheel of gedeeltelijk in het Engels te geven.Om die reden is, conform die gedragscode, in deze OER opgenomen of de opleiding in het Nederlandsdan wel het Engels wordt gegeven. Er gelden aparte regels voor de minoren. Zie artikel 3.4.6.Paragraaf 1.2 TentamensArtikel 1.2.1 Frequentie, vorm en volgorde van tentamensDoor het college van bestuur wordt jaarlijks aan het begin van het studiejaar bekend gemaakt in welkeperiodes de schriftelijke tentamens aan de TU/e worden afgenomen, zodat studenten ruim op tijd opde hoogte zijn van de data waarop tentamens worden afgenomen. De interim-periode voor deonderwijseenheden die onderdeel zijn van de propedeutische fase zal altijd voor de INTRO van deTU/e en de INTRO van de studentenverenigingen plaatsvinden. Dit in tegenstelling tot voorgaandejaren.Het tweede lid van dit artikel geeft het faculteitsbestuur de mogelijkheid om in bijzondere gevallen totuiterlijk twee maanden voordat de tentamens plaatsvinden, wijzigingen aan te brengen in het rooster.Een dergelijk bijzonder geval kan zich bijvoorbeeld voordoen bij langdurige ziekte van docenten ofwisseling in de personele samenstelling van de opleiding. In een dergelijk geval rust de verplichtingop het faculteitsbestuur de studenten onder opgaaf van de redenen waarom van het rooster wordtafgeweken, onverwijld in kennis te stellen van de wijziging.Voor de mondelinge tentamens geldt uiteraard, dat deze niet centraal kunnen worden vastgesteld,redenen waarom in het derde lid is voorgeschreven dat het tijdstip zoveel mogelijk in overleg tussenstudent en examinator wordt bepaald.Het vierde lid geeft aan wat voor alle opleidingen van de TU/e geldt: dat ten minste twee maal per jaargelegenheid wordt geboden om tentamens - schriftelijk, mondeling of op andere wijze - af te leggen.Zie artikel 2.1 van het Examenreglement van de opleiding voor wat betreft de regels van de drietentamenmogelijkheden.Het vijfde lid is een bepaling die afkomstig is uit de Minorregeling 2008, die vanaf 2009-2010onderdeel uitmaakt van de OER. Het is de bedoeling dat er geen ongelijkheid bestaat tussenverschillende studenten van verschillende opleidingen voor wat betreft het aantal herkansingen van devakken binnen een gekozen minor.Het zesde lid geldt voor alle vormen waarin het tentamen in een vak wordt afgelegd zoalsvoorgeschreven in de bijlage bij deze regeling onder g, dus zowel schriftelijk als mondeling als opandere wijze.De regels wat betreft frequentie, vorm en volgorde van de tentamens laten onverlet de bevoegdheidvan de examencommissie in bijzondere gevallen af te wijken van de regels (achtste lid). Deexamencommissie kan, desgevraagd of uit eigen beweging, besluiten dat in een bepaald studiejaar nogeen extra maal gelegenheid wordt gegeven een bepaald tentamen af te leggen, zowel ten aanzien vanalle studenten, als ten aanzien van individuele studenten. Ook kan de examencommissie in bijzonderegevallen besluiten – indien daar gegronde redenen voor zijn – een schriftelijk tentamen om te zettenin een mondeling tentamen of anderszins. Ten slotte kan de examencommissie in bijzondere gevallenook uitzonderingen maken wat betreft de volgorde van de tentamens, zoals die is neergelegd in bijlage1 bij deze OER. Het betreft daarbij ook uitdrukkelijk de bevoegdheid af te wijken van het wettelijkvoorschrift van artikel 7.30, eerste lid, van de wet, dat voor de inschrijving voor een opleiding na hetpropedeutisch examen als eis geldt het bezit van het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegdOER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201023


hebben van dat propedeutisch examen. Deze bevoegdheid is de examencommissie verleend in hetderde lid van artikel 7.30, van de wet (zie bijlage 3 in verband met de studiecontracten)Bij deze bevoegdheden af te wijken van de voorschriften in de OER, moet helder zijn dat eendergelijk besluit over wijziging van frequentie, vorm of volgorde van de tentamens niet ten nadele vande student kan plaatsvinden.N.B. Wanneer in dit artikel niet de volgorde van de tentamens is opgenomen, dan betekent dit dat deopleiding geen volgtijdelijkheid van tentamens kent.Artikel 1.2.2 Geldigheidsduur tentamensDit artikel bepaalt de geldigheidsduur van een met goed gevolg afgelegd tentamen, namelijk dat degeldigheidsduur onbeperkt is. In verband met de snelle ontwikkeling van de verschillendewetenschapsgebieden de laatste jaren komt aanpassing en herformulering van hetonderwijsprogramma zo veelvuldig voor, dat over het algemeen gezegd kan worden dat na eenperiode van zes jaren de onderwijsinhoud en daarom de eindtermen van een opleiding zodanig zijngewijzigd dat niet zonder meer uitgegaan mag worden van de actualiteit en waarde van zes jaar eerdermet goed gevolg afgelegde tentamens. Dat is de reden dat de examencommissie een aanvullend ofvervangend tentamen kan opleggen als een tentamenresultaat ouder is dan zes jaar.Artikel 1.2.3 Mondelinge tentamensIn dit artikel wordt bepaald dat mondeling niet meer dan één student tegelijk wordt getentamineerd.Voorts is in dit artikel voorgeschreven dat in de regel de mondelinge tentamens worden afgenomendoor twee examinatoren. Het een en ander om te garanderen dat de beoordeling van een mondelingtentamen volgens de daarvoor geldende regels en normen geschiedt en ter zekerstelling van de goedegang van zaken gedurende het mondelinge tentamen.Ten slotte is – in overeenstemming met het bepaalde ter zake in de wet - bepaald dat mondelingetentamens in het openbaar worden afgenomen. Daarop kan door de examencommissie in bijzonderegevallen een uitzondering worden gemaakt. Die uitzondering kan bijvoorbeeld zijn grond hebben inoverwegingen van de examencommissie op het punt van de orde tijdens het tentamen, dan wel in eenverzoek van de student die het tentamen aflegt.Artikel 1.2.4 UitslagDe termijnen waarbinnen en de manier waarop uitslagen van tentamens bekend worden gemaakt,worden in dit artikel vastgelegd. In alle gevallen krijgt de student een schriftelijke dan welelektronische verklaring door of namens de examencommissie uitgereikt.Met ingang van het studiejaar 2009-2010 wordt het bindend studieadvies (Bsa) ingevoerd. Dit Bsadient uiterlijk 31 augustus te worden uitgebracht. Om die reden worden de nakijktermijnen voor deonderwijseenheden die onderdeel uitmaken van de propedeutische fase verkort.Voor een toets (voorheen: deeltentamen) (vierde lid) geldt een kortere termijn dan 15 werkdagen,aangezien studenten belang hebben bij een snelle terugkoppeling. Een belangrijke extra voorwaarde iswel dat deze toets niet tijdens een reguliere tentamenperiode plaatsvindt. Terugkoppeling van detoetsresultaten is van belang voor de student bij de voorbereiding van het tentamen voor hetdesbetreffende blok of vak. De student krijgt dan de kans zich gedurende de rest van het blok of vak teverbeteren.Artikel 1.2.5 Inzagerecht schriftelijke tentamensHet inzagerecht van de student heeft tot gevolg dat de student zich een oordeel kan vormen over debeoordeling van zijn werk door de examinator. De student moet wel uitdrukkelijk een verzoek richtenaan de examinator voor een dergelijke inzage.De wet schrijft in artikel 7.13, tweede lid, onder q, voor dat in de OER moet worden geregeld opwelke manier en binnen welke termijn - in het algemeen kennis – kan worden kennisgenomen vanvragen of opdrachten, gesteld of gegeven in het kader van een schriftelijk tentamen alsmede van denormen aan de hand waarvan de beoordeling heeft plaatsgevonden. Dit voorschrift, dat iederebelanghebbende en niet alleen de student aangaat, is gegeven in het kader van de door de overheidvoorgeschreven openbaarheid en toetsbaarheid van beoordelingen. Het faculteitsbestuur heeft er voorgekozen deze openbaarheid vorm te geven in het kader van de regeling van het inzagerecht vanstudenten, en is derhalve geregeld in het tweede lid van dit artikel.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201024


De termijn waarbinnen een verzoek tot inzage aan de examinator dient te worden gericht, is opengelaten, maar in verband met het feit dat de examinator binnen 5 werkdagen nadat het verzoek ominzage is ontvangen, bekend dient te maken waar en wanneer de inzage zal plaatshebben, en het feitdat de inzage binnen 20 werkdagen, nadat de uitslag bekend is gemaakt, moet worden georganiseerd,ligt het in de rede dat de student (of belanghebbende) zo spoedig mogelijk na het bekend maken vande uitslag een dergelijk verzoek aan de examinator doet. Ook de wijze waarop een dergelijk verzoekmoet worden ingediend is hier niet geregeld, ook om het bijvoorbeeld mogelijk te maken dat eenmondelinge afspraak wordt gemaakt tussen student(en) en examinator of een en ander wordt geregeldvia e-mailverkeer tussen student(en) en examinator.Artikel 1.2.6 NabesprekingHet eerste lid van het onderhavige artikel regelt de nabespreking van een mondeling tentamen. Bij eendergelijke nabespreking zullen niet alleen de vragen en de daarbij behorende antwoorden aan de ordeworden gesteld, maar ook de wijze waarop de beoordeling van het door de student afgelegde tentamenheeft plaatsgevonden.Het tweede lid van dit artikel regelt de wijze waarop na het afnemen van schriftelijke tentamens eennabespreking wordt georganiseerd. Het is aan de examencommissie om te bepalen of een collectievenabespreking wordt georganiseerd dan wel of gekozen wordt voor individuele nabesprekingen opverzoek van de student.Indien de examencommissie een collectieve nabespreking organiseert maakt zij tijd en plaats van dezenabespreking bekend op grond van het bepaalde in het derde lid. Voor een dergelijke nabespreking isin het onderhavige artikel geen termijn aangegeven waarbinnen die nabespreking wordt gehouden ofbekend gemaakt, om de examencommissies in de gelegenheid te stellen zoveel mogelijk maatwerk televeren en rekening te houden met de omstandigheden en mogelijkheden ter plaatse. Het ligt wel in derede een dergelijke nabespreking tenminste binnen een termijn van 20 werkdagen te latenplaatsvinden.Alleen indien geen collectieve nabespreking wordt georganiseerd of indien een student kan aantonendat hij buiten zijn schuld niet in de gelegenheid is of is geweest om aan de collectieve bespreking deelte nemen, kan hij een verzoek indienen voor een individuele nabespreking. Hier is een termijn van 20werkdagen genoemd waarbinnen een dergelijk verzoek moet worden ingediend; niet is bepaald of datverzoek mondeling, schriftelijk dan wel elektronisch moet worden ingediend.Helder is dat een student, die niet in de gelegenheid is of was aan de collectieve bespreking deel tenemen, zijn verzoek om een individuele nabespreking schriftelijk of elektronisch indient, aangezienhij moet aangeven waarom hij niet in de gelegenheid is of was daaraan deel te nemen.Indien geen collectieve nabespreking is of wordt georganiseerd behoeft uiteraard het verzoek van destudent niet met redenen te worden omkleed en zal redelijkerwijs zijn verzoek om een individuelenabespreking worden gehonoreerd.Paragraaf 1.3 Goedkeuring ExamencommissieArtikel 1.3.1 VrijstellingIn het geval een student reeds eerder bij een andere opleiding aan de TU/e of een andere instellingvoor hoger onderwijs tentamens of examens met goed gevolg heeft afgelegd, of buiten het hogeronderwijs relevante kennis en vaardigheden heeft opgedaan, kan de desbetreffende student deexamencommissie verzoeken hem vrijstelling te verlenen van het afleggen van een of meer tentamensvan de onderhavige opleiding.De gronden waarop de examencommissie een vrijstelling kan verlenen hebben uitsluitend betrekkingop het niveau, de inhoud en de kwaliteit van de eerder behaalde tentamens of examens dan wel debuiten het hoger onderwijs opgedane kennis en vaardigheden. Een en ander is vastgelegd in het derdelid van het onderhavige artikel en ziet er op dat de examencommissie er in haar beslissing zorg voordraagt dat aan de eindtermen van de opleiding volledig recht gedaan wordt. De examencommissie kanalvorens te beslissen, advies vragen aan de examinator van de desbetreffende onderwijseenheid.Het vierde lid van het onderhavige artikel schrijft voor dat de examencommissie, indien zijvoornemens is de vrijstelling niet te verlenen, de desbetreffende student in de gelegenheid moetstellen te worden gehoord om zijn verzoek mondeling toe te lichten. De desbetreffende student kanuiteraard besluiten af te zien van deze mogelijkheid.In het vijfde lid wordt aangegeven, dat de examencommissie binnen vier weken een besluit dient tenemen op een verzoek om vrijstelling. Dat laat onverlet de bevoegdheid van de examencommissie omOER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201025


ijvoorbeeld in verband met de academische vakanties verzoeker tijdig te laten weten dat de termijnvan vier weken wordt verlengd. Uiteraard dient deze verlenging te worden gemotiveerd en te voldoenaan de eisen van redelijkheid en billijkheid.Het besluit van de examencommissie om de vrijstelling te verlenen wordt op grond van het zesde lidgelijk gesteld met de beoordeling voldoende en wordt aangeduid met de afkorting VR. Een en ander isvan belang voor de vaststelling van de uiteindelijke examenuitslag en het daarbij aan de student uit tereiken supplement.Het zevende lid van het artikel maakt duidelijk dat het niet alleen gaat om vrijstelling van het afleggenvan een bepaald tentamen, maar dat een vrijstelling ook betrekking kan hebben op alle vormen vanpraktische oefeningen die aan de opleiding verbonden zijn.Het laatste lid biedt de examencommissie de mogelijkheid om het verlenen van vrijstelling aanvoorwaarden te verbinden.Artikel 1.3.2 KeuzevakkenDe opleiding heeft geen keuzevakken, behoudens keuzevakken opgenomen in de minoren.Artikel 1.3.3 Vrij programmaDit artikel geeft aan hoe de procedure luidt voor een student die van de examencommissietoestemming wenst te krijgen voor het volgen van een zogenaamd vrij onderwijsprogramma. De wetbiedt studenten de mogelijkheid zelf een onderwijsprogramma samen te stellen uit de verschillendeonderwijseenheden die door de TU/e worden verzorgd, in plaats van het programma te volgen van eenin het Croho op naam van de TU/e opgenomen opleiding. In dat artikel is tevens opgenomen dat dedesbetreffende student zich dient te wenden tot de examencommissie “die daarvoor het meest inaanmerking komt”. In die gevallen waarin het niet helder is welke examencommissie het meest inaanmerking komt om goedkeuring te verlenen aan een vrij onderwijsprogramma, wijst het college vanbestuur een examencommissie aan.Een verzoek van een student voor het volgen van een vrij onderwijsprogramma dient volgens heteerste lid van dit artikel bij de examencommissie te worden ingediend uiterlijk drie maanden voordathet onderwijs dat hij wil volgen begint. Dat verzoek dient met redenen te worden omkleed; de studentmoet in dat verzoek uitleggen waarom het programma van de in het Croho geregistreerde opleidingniet aan zijn wensen tegemoet komt.Het tweede lid verplicht de examencommissie de student in de gelegenheid te stellen te wordengehoord, indien de commissie voornemens is negatief te besluiten op het verzoek van de student. Destudent kan afzien van die mogelijkheid.Het is aan de examencommissie te bepalen of zij toestemming verleent voor het volgen van een vrijprogramma. Helder is dat de examencommissie er van overtuigd dient te zijn dat het door de studentvoorgestelde vrije programma voldoet aan de eisen van een opleiding: het dient een samenhangendgeheel van onderwijseenheden te zijn, gericht op de verwezenlijking van welomschrevendoelstellingen op het gebied van kennis, inzicht en vaardigheden, waarover de student bij voltooiingvan zijn opleiding dient te beschikken. Voor het overige dient aan alle eisen die door de wet aan eenopleiding worden gesteld, te worden voldaan.Op grond van het derde lid neemt de examencommissie binnen vier weken na ontvangst een besluit ophet verzoek, onder vermelding van – lid 4 - de opleiding waartoe het vrije programma wordt geacht tebehoren. Een en ander is onder andere van belang voor de vraag welke OER op de desbetreffendestudent van toepassing is, en welk examenreglement. Voorts dient de studievoortgang van de studentte worden geregistreerd op naam van een in het Croho geregistreerde opleiding en zal op hetgetuigschrift van de student die naam van de in het Croho geregistreerde opleiding moeten wordenvermeld. Ook voor dit artikel geldt dat de examencommissie, indien zij voornemens is de vrijstellingniet te verlenen, de desbetreffende student in de gelegenheid moet stellen te worden gehoord om zijnverzoek mondeling toe te lichten. De desbetreffende student kan uiteraard besluiten af te zien van dezemogelijkheid.Wat betreft de termijn van vier weken geldt ook in dit geval dat de examencommissie bij voorbeeld inverband met academische vakanties de student - tijdig - kan laten weten dat het besluit niet binnendeze termijn kan worden genomen. Uiteraard dient deze verlenging te worden gemotiveerd en tevoldoen aan de eisen van redelijkheid en billijkheid.In het onderhavige artikel is niet geregeld dat het ook kan gaan om bepaalde onderdelen van deonderhavige opleiding die de student wil vervangen door onderdelen van andere opleidingen van deOER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201026


TU/e, omdat het voor zich spreekt. De examencommissie dient ook daarvoor toestemming te verlenenop grond van dit artikel.Paragraaf 1.4 FunctiebeperkingArtikel 1.4.1 Studeren met een functiebeperkingVoor studenten met een blijvende functiebeperking, waaronder begrepen worden alle aandoeningendie chronisch of blijvend van aard zijn en die de student structureel beperken bij het volgen vanonderwijs of het op de gebruikelijke wijze doen van tentamens of deelnemen aan praktischeoefeningen, is er een mogelijkheid het faculteitsbestuur te verzoeken om aanpassingen, dan welspeciale faciliteiten. Het gaat daarbij uitdrukkelijk om functiebeperkingen van blijvende aard.Een verzoek van de student om aanpassingen dan wel faciliteiten dient zo mogelijk drie maandenvoordat sprake is van deelname aan het desbetreffende onderwijs, praktische oefeningen of tentamen,te worden gericht aan het faculteitsbestuur en te worden ingediend bij het STU. De woorden “zomogelijk” in het eerste lid van dit artikel houden rekening met het feit dat studenten die zich voor deeerste maal willen inschrijven bij de TU/e hun verzoek over het algemeen eerst zullen indienen op hetmoment dat zij daadwerkelijk hun verzoek tot inschrijving doen. Ook die verzoeken worden uiteraardbehandeld. De termijn van drie maanden betekent daarmee dat de student niet kan verwachten dat ineen kortere termijn dan drie maanden speciale voorzieningen of faciliteiten door de faculteit kunnenworden gerealiseerd.Door een medewerker van STU wordt een gesprek gevoerd met de desbetreffende student over deinhoud van zijn verzoek, dat vervolgens, met een advies van het STU, wordt doorgestuurd aan hetfaculteitsbestuur of de examencommissie.Bij het verzoek dienen alle bescheiden te worden gevoegd, die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voorde beoordeling van het verzoek. In ieder geval valt daaronder een recente verklaring van een medicusof van een psycholoog, dan wel van een BIG-, NIB-, of NVO- geregistreerd testbureau. Het gaat erdaarbij om dat een ter zake formeel erkende deskundige op het gebied van de specifiekefunctiebeperking van de desbetreffende student een verklaring afgeeft omtrent de aard en de duur vande functiebeperking, die van invloed zijn op mogelijkheden van de student voor het volgen vanonderwijs en praktische oefeningen en het afleggen van tentamens.Het faculteitsbestuur beslist binnen vier weken nadat het verzoek om aanpassing en het advies vanSTU is ontvangen. Het faculteitsbestuur heeft in deze de taak om af te wegen of in redelijkheid aanhet verzoek van de student tegemoet kan worden gekomen, waarbij de kosten die de faculteit zoumoeten maken voor eventuele aanpassingen in verhouding dienen te staan met het doel dat daarmeebeoogd wordt. De examencommissie beslist eveneens binnen vier weken nadat het verzoek omfaciliteiten ten behoeve van het afleggen van een tentamen en het advies van STU is ontvangen. Deexamencommissie dient daarbij uitdrukkelijk te waarborgen dat de kwaliteit en het niveau van deonderwijsactiviteiten van de opleiding in stand blijven.Paragraaf 1.5 ExamensArtikel 1.5.1 Tijdvakken en frequentie examensWat betreft het propedeutische examen en het bachelorexamen worden de data van de zittingen van deexamencommissie aan het begin van het studiejaar bekend gemaakt. In ieder geval wordt gedurendehet studiejaar drie maal de gelegenheid gegeven het examen af te leggen.HOOFDSTUK 2 BEPALINGEN MBT STUDIEBEGELEIDING EN STUDIEADVIESParagraaf 2.1 Studiebegeleiding en studievoortgangArtikel 2.1.1 StudiebegeleidingIn de wet is, in artikel 7.13, tweede lid, onder u, aangegeven, dat in de OER dient te wordenvastgelegd hoe de studiebegeleiding van de individuele student is geregeld. Het onderhavige artikelmaakt duidelijk dat het faculteitsbestuur in dat kader dient te zorgen voor benoeming vanstudieadviseurs. Het is duidelijk dat het faculteitsbestuur daarbij tevens moet zorgen dat dezestudieadviseurs toegankelijk zijn voor studenten en dat ze berekend op hun taak kunnen zorgen voorindividuele studiebegeleiding. In het eerste lid van dit artikel, is aangegeven dat die begeleiding inieder geval is gericht op oriëntatie van de student op zijn studiemogelijkheden binnen of buiten deTU/e. Voor het overige is afgezien van formulering van specifieke doelstellingen, aangezien het gaatom begeleiding van individuen die zich met een scala aan vragen en verzoeken tot een studieadviseurkunnen wenden. Het dient helder te zijn dat een studieadviseur geen beslissingen kan nemen en datOER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201027


zijn werkzaamheden zijn beperkt tot het uitbrengen van advies aan de individuele student. De studentzal zich daar terdege van bewust moeten zijn.Het tweede lid maakt helder dat in ieder geval de studievoortgang van een student aanleiding kan zijnvoor contact tussen studieadviseur en student, maar het is daartoe niet beperkt. Tevens isvoorgeschreven dat een studieadviseur dient te zorgen voor adequate doorverwijzing van een studentnaar bevoegde organen. Een en ander uiteraard indien daar aanleiding voor bestaat en afhankelijk vande kwestie die de student aan hem of haar voorlegt.In het nieuwe derde lid wordt een studiecontract voorgeschreven in de situatie dat de student nog geen40 ects heeft behaald na het eerste jaar van de bacheloropleiding. Deze studenten hebben weliswaareen positief studieadvies ontvangen, maar kunnen nog extra coaching in het tweede jaar van deopleiding gebruiken. Het contract is gericht op het behalen van de resterende onderwijseenheden vande propedeutische fase en het optimaliseren van de studievoortgang. Een dergelijk studiecontract magniet studievertragend werken. Ook in het eerste jaar kan al met de student een studiecontract wordengesloten met als doel hun studeergedrag om te buigen, zodat zij een goede kans maken hun opleidingbinnen een acceptabele termijn te voltooien.Het studiecontract wordt dus pas ingezet als gebleken is dat een extra inspanning van student enopleiding noodzakelijk is om de student zijn studie tot een goed einde te laten brengen. Met hetnieuwe vierde lid wordt bedoeld dat de studieadviseur actieve ondersteuning verleent aan de studentbij het kiezen van een voor hem meer geschikte opleiding.Artikel 2.1.2 Bewaking van studievoortgangDe bewaking van de studievoortgang is noodzakelijk voor de student persoonlijk, onder andere inverband met het Bsa en zijn studiefinanciering, maar ook voor de opleiding als zodanig. Het is vanbelang voor de faculteit om zogenaamde struikelvakken in een vroeg stadium te identificeren enzonodig maatregelen te nemen. De studievoortgang van de studenten is een belangrijke aanwijzingvoor een dergelijke identificatie.In het eerste lid van dit artikel is geregeld dat centraal alle tentamenresultaten van de individuelestudenten worden bijgehouden en geregistreerd in het onderwijsinformatie-systeem van de TU/e. Ditsysteem is toegankelijk voor iedere individuele student. De student is derhalve gedurende zijnopleiding steeds op de hoogte van de actuele stand van zijn tentamenresultaten. Tentamengegevenskunnen naar aanleiding van een verzoek daartoe door een derde worden verstrekt, mits wordt voldaanaan de eisen die de Wet Bescherming Persoonsgegevens aan een verstrekking van gegevens stelt.Het tweede lid van het onderhavige artikel regelt dat in voorkomende gevallen, bijvoorbeeld bij eensignificatie studievertraging, de desbetreffende student wordt uitgenodigd voor een persoonlijkgesprek met zijn studieadviseur onder andere ter bespreking van de oorzaken van de studievertraging.Op grond van het derde lid van dit artikel wordt in dat gesprek de student in ieder geval op de hoogtegesteld van de mogelijkheden die er binnen de faculteit bestaan voor eventuele extra ondersteuning envindt overleg plaats over welke maatregelen nodig zijn om verdere vertraging te voorkomen. Het isuiteraard aan de student om te bepalen of hij een dergelijk gesprek wil aangaan en of hij van demogelijkheden gebruik wil maken.De begeleiding door de studieadviseur kan het volgende inhouden:- vroegtijdige signalering van dreigende studievoortgangsproblemen;- het actief oproepen van studenten met dreigende studievoortgangsproblemen voor begeleiding doorde studieadviseur;- het na elk tentamenblok uitbrengen van een overzicht van behaalde studievoortgang aan destudenten, gekoppeld aan een tussentijds advies ten aanzien van het vervolg van de studie;- het actief stimuleren van studenten van wie op grond van de behaalde resultaten verwacht magworden dat ze hun studie binnen een acceptabele termijn kunnen afronden;- het vroegtijdig stimuleren van studenten met achterblijvende studievoortgang om hetzij tot een meereffectief studeergedrag te komen hetzij te kiezen voor alternatieve opleiding.Paragraaf 2.2 Bindend studieadvies in het eerste jaarInleidingDe propedeuse heeft drie wettelijke functies: oriëntatie, selectie en verwijzing. Het eerste studiejaardient dus onder meer een antwoord op te leveren op de vraag of opleiding en student bij elkaar passenen of de student onder normale omstandigheden naar verwachting binnen een redelijke termijn deopleiding kan afronden.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201028


Het totale studiebegeleidingssysteem vervult een belangrijke rol bij deze functies. De aan de studentuitgebrachte adviezen komen gefaseerd en op een zorgvuldige wijze tot stand. Daarbij wordencategorieën gehanteerd die een onderscheid maken tussen enerzijds studenten die volgens de door deopleiding gestelde objectieve studievoortgangsnormen met geen of weinigvertraging de opleiding kunnen voltooien, en anderzijds studenten die dit naar verwachting niet zullengaan doen.Het bindend studieadvies is in deze visie het sluitstuk van een stelsel van maatregelen dat als doelheeft om elke student die begint aan een bacheloropleiding aan de TU/e op korte termijn op de voorhem juiste plek te behouden of te krijgen. Het Bsa is dus geen losstaand instrument met eigendoelstellingen, maar maakt deel uit van een groter geheel van instrumenten met betrekking tot destudievoortgang. De specifieke rol van het bindend studieadvies daarbinnen is eraan bij te dragen datdit voorspoedig gebeurt.Dit brengt met zich mee dat het bindend studieadvies niet vrijblijvend is. Het Bsa heeft een dwingendkarakter, en dat geldt zowel voor de student als voor de instelling. Voor de student, omdat hijgedwongen wordt een zodanige studievoortgang in het eerste jaar van inschrijving te boeken dat ereen gerede kans is de opleiding binnen redelijke termijn af te ronden (op straffe van het zich nietopnieuw mogen inschrijven voor dezelfde opleiding). Voor de instelling, omdat die de plicht heeftgoede voorwaarden te creëren voor het boeken van voldoende studievoortgang en om de studentenoptimaal te begeleiden met het oog op het voldoen aan de studievoortgangsnormen (op straffe van hetverliezen van beroepszaken en het oplopen van reputatieschade). De student die in deeltijd wenst testuderen, dient voor aanvang van de studie of direct daarna contact op te nemen met deexamencommissie om afspraken te maken over de voor hem geldende Bsa-norm.Ten slotte zij er nog op gewezen dat met een Bsa geen uitspraak kan worden gedaan over degeschiktheid van de student voor de studie. Geschiktheid vloeit voort uit vele factoren, waaronderbijvoorbeeld ambitieniveau. Veel van deze factoren zijn niet objectief meetbaar. Het Bsa doet daaromalleen een uitspraak over de vraag of de tot dan toe gerealiseerdestudievoortgang voldoende is om te kunnen verwachten dat de student de opleidingbinnen redelijke termijn zal voltooien.Artikel 2.2.1 Bindend studieadviesZoals in het eerste lid is aangegeven wordt het Bsa ingevoerd met ingang van het studiejaar 2009-2010 en geldt ook alleen voor die studenten die zich voor het studiejaar 2009-2010 voor de eerste keerinschrijven voor de propedeutische fase van deze bacheloropleiding.Na het tweede kwartiel ontvangt de student een voorlopig positief of voorlopig negatief advies, hetzogenaamde preadvies. Wanneer de student een voorlopig negatief studieadvies heeft ontvangen, ishem een redelijke termijn gegund om alsnog tijdig aan de Bsa norm te voldoen.Het derde lid geeft aan bij hoeveel ects de student een positief studieadvies ontvangt en wanneer eennegatief bindend studieadvies. Faculteiten hebben de mogelijkheid gekregen om nadere eisen testellen aan de Bsa-norm van 30 ects. Deze nadere eisen per opleiding zijn in bijlage 3 van de OERopgenomen. Aangezien het kan voorkomen dat studenten ruim 40 ects kunnen halen zonder aan denadere eisen van de Bsa-norm te voldoen, is toegevoegd dat bij het behalen van 40 ects of meer denadere eisen aan de Bsa-norm komen te vervallen.Met de student die minimaal 30 en maximaal 39 ects heeft behaald wordt een studiecontract geslotentussen student en opleiding met daarin wederzijdse rechten en plichten (vijfde lid). Kern hiervanvormt steeds een inspannings- of een resultaatverplichting, waarbij de student zich verplicht eenbepaalde studieinspanning te leveren dan wel bepaalde studieresultaten te behalen, waartegenover deopleiding dan bepaalde faciliteiten of rechten biedt, bijvoorbeeld recht op meer intensieve vormen vanbegeleiding, recht op (extra of versnelde) herkansingen, recht op deelname aan examenonderdelen ineen latere studiefase etc. Studenten die tekort schieten verliezen dan bepaalde rechten of faciliteiten.Dit moet het aantrekkelijk maken om goed te presteren.Voor studenten die in het eerste jaar in aanmerking komen voor vrijstellingen dienen te voldoen aaneen andere Bsa-norm. Deze studenten dienen aan het einde van het eerste jaar van inschrijvingminimaal 50% van de nog te behalen ects van de propedeutische fase te hebben behaald (zesde lid). Indeze situatie tellen vrijstellingen mee bij de vraag of een student de nadere eisen aan de Bsa-normheeft behaald. Studenten die zich op of na 1 februari van een studiejaar hebben ingeschrevenen dievoor die opleiding in dat studiejaar nog niet ingeschreven hebben gestaan - hebben te maken met eenOER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201029


andere Bsa-norm dan minimaal 30 ects behalen. Deze studenten dienen aan het einde van hetdaaropvolgende studiejaar eveneens minimaal 50% van de op 1 september nog te behalen ects van depropedeutische fase te hebben behaald (zevende lid).Om te voorkomen dat studenten zich op enig moment uitschrijven ten einde het bindend studieadvieste ontlopen, is in het achtste lid bepaald, dat aan iedere student die op 1 februari staat ingeschreven,een bindend studieadvies wordt verleend. Dus wanneer een student zich uitschrijft voor 1 februariheeft het Bsa geen betrekking op deze student.Het negende lid gaat over persoonlijke omstandigheden. Wanneer persoonlijke omstandighedenworden erkend, geldt dezelfde Bsa-norm als bij de verlate instroom op of na 1 februari zoals bedoeldin het zevende lid.De student die drie weken na het einde van het vierde kwartiel reeds aan de Bsa-norm voldoet,ontvangt uiterlijk één week voor de interimperiode, waarin de onderwijseenheden uit depropedeutische fase worden herkanst, een positief studieadvies (twaalfde lid).Wanneer de student door deelname aan de hertentamens in de interimperiode alsnog kan voldoen aande Bsa-norm ontvangt hij uiterlijk één week voor aanvang van de interim-periode waarin deonderwijseenheden uit de propedeutische fase worden herkanst een voornemen tot het afgeven vaneen negatief bindend studieadvies. In dit voornemen is opgenomen dat dit negatieve advies nog kanworden omgezet naar een positief advies, indien de interimperiode optimaal wordt benut. De studentkan binnen één week na ontvangst van het voornemen aangeven of hij na het bekend worden van deuitslagen van de hertentamens wil worden gehoord. Wanneer de student alsnog blijkt te hebbenvoldaan aan de Bsa-norm vervalt uiteraard de plicht om hem te horen. Zo snel mogelijk nadat decijfers van de hertamens bekend zijn, hoort de examencommissie student en zal uiterlijk op 31augustus een definitief besluit nemen (dertiende lid). In het veertiende lid is ook nog de mogelijkheidvoor de student opgenomen om binnen 24 uur nadat de cijfers van de interim-periode bekend zijngeworden aan de examencommissie te laten weten dat hij gehoord wil worden.De student die drie weken na afloop van de tentamenperiode van het vierde kwartiel niet voldoet aande Bsa-norm en ook door deelname aan de hertentamens van de interim-periode die norm niet kanhalen, ontvangt uiterlijk één week voor de interimperiode, waarin de onderwijseenheden uit depropedeutische fase worden herkanst een voornemen tot het afgeven van een negatief bindendstudieadvies. De student kan vervolgens binnen een week na ontvangst aangeven of hij gebruik wilmaken van de mogelijkheid te worden gehoord. Indien de student gehoord wil worden, zal deexamencommissie daartoe overgaan en uiterlijk uiterlijk 31 augustus een definitief besluit nemen(vijftiende lid).Vervolgens kan de student binnen vier weken na bekendmaking van dit besluit administratief beroepaantekenen bij het college van beroep voor de examens.Artikel 2.2.2 Persoonlijke omstandighedenDe persoonlijke omstandigheden, zoals die zijn gedefinieerd in het Uitvoeringsbesluit WHW wordenin dit artikel genoemd. Deze persoonlijke omstandigheden moeten bij de hantering van het Bsaworden betrokken. Andere omstandigheden mogen dus niet worden aangemerkt als persoonlijkeomstandigheden met het oog op het Bsa.Wanneer er sprake is van persoonlijke omstandigheden, dienen deze door of namens de student zosnel mogelijk doch uiterlijk binnen vier weken te worden gemeld bij de studieadviseur. Destudieadviseur meldt dit bij de examencommissie. De examencommissie wint vervolgens advies in bijde centrale commissie persoonlijke omstandigheden. Deze centrale commissie bestaat uit eenstudentendecaan, een studentenadviseur en een adviserend lid zijnde een medicus en is belast met debeoordeling van de persoonlijke omstandigheden. De commissie adviseert over de geldigheid, deverwachte duur en de ernst van de persoonlijke omstandigheden, zodat de examencommissie daarmeerekening kan houden bij de beoordeling van de behaalde studievoortgang.Studenten met andere soorten persoonlijke omstandigheden dan die genoemd staan in datuitvoeringsbesluit (te denken valt bijvoorbeeld aan studenten die actief zijn als topsporter) dienen ditin een zo vroeg mogelijk stadium te melden bij de studieadviseur, zodat er in overleg met deOER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201030


examencommissie een aangepaste individuele studieplanning kan worden opgesteld (met wellichttentamens op andere tijdstippen en/of andere tentamenvormen en/of extra herkansingen). Dezestudieplanning dient de betrokken student in staat te stellen aan de Bsa-norm te voldoen. Destudieadviseur verwijst studenten waar nodig door naar destudentenadviseurs van STU.HOOFDSTUK 3 BEPALINGEN MBT MINORENInleidingOp 5 februari 2009 is de Minorregeling 2008 vastgesteld. In deze regeling zijn alle bepalingen rondomde minoren opgenomen, mede om duidelijkheid te verschaffen voor zowel faculteiten als studenten.Aangezien het model OER van 2007-2008 wordt vervangen door het model OER van 2009-2010 inverband met de invoering van de Bsa, wordt ook de Minorregeling 2008 als onderdeel van de OERopgenomen. Sommige bepalingen zijn daardoor verplaatst naar een andere paragraaf of artikel binnende OER. Een enkele bepaling is verplaatst naar het Examenreglement.In de regeling zijn de rechten en plichten van de faculteiten die minoren aanbieden (de aanbiedendefaculteit) en de faculteiten die minoren afnemen (de afnemende faculteit) duidelijk aangegeven.Paragraaf 3.1. Vrije minor en doorstroomminorArtikel 3.1.1 en Artikel 3.1.2 behoeven geen toelichting.Paragraaf 3.2. Minoren, vrije minoren en academische vormingArtikel 3.2.1. MinorIn het kader van het flexibiliseren van de bacheloropleidingen is op de TU/e de major-minor structuuringevoerd. Dit houdt in dat de bacheloropleiding wordt verdeeld in een hoofd-richting (de major) eneen nevenrichting (de minor). Door deze structuur krijgt de student de gelegenheid om onderwijs tevolgen bij een andere bacheloropleiding ter verbreding van zijn kennis. Of om na het behalen van zijnbachelordiploma te kunnen overstappen van vakgebied en door te stromen naar een masteropleiding inde richting van de gekozen minor. Bij sommige bacheloropleidingen is het ook mogelijk om de minorsamen te stellen uit een samenhangend pakket vakken dat bij major past. Dit is een specialisatie in heteigen vakgebied van de student.De minor is een verplicht onderdeel van de bacheloropleiding. Een minor omvat 30 ects, waarvan 3ects zijn gereserveerd voor academische vorming.In het zevende lid is aangegeven tot het bestuur van welke faculteit een student zich dient te wendenwanneer hij vragen heeft. Dit is expliciet opgenomen, aangezien studenten in het verleden vaak nietwisten of de aanbiedende of de afnemende faculteit aanspreekbaar is.In tegenstelling tot voorgaande jaren is er vanaf het studiejaar 2009-2010 sprake van een blokminor inplaats van een lintminor (negende lid).Iedere faculteit heeft de verplichting ten minste één minor aan te bieden die ook toegankelijk is voorstudenten van andere faculteiten (tiende lid).Artikel 3.2.2. Vrije minorEen student kan een voorstel voor een vrije minor bij de examencommissie indienen. Derandvoorwaarden zijn in dit artikel opgenomen. Deze randvoorwaarden stonden voorheen in detoelichting op de OER en zijn thans, voor de duidelijkheid en compleetheid in de regeling opgenomen.De universiteit zal geen voorzieningen treffen bij de verroostering van de vrije minor. Destudeerbaarheid van de vrije minor is de volledige verantwoordelijkheid van de student.Artikel 3.2.3 Academische vorming binnen de minor en de vrije minorNa overleg met de opleidingsdirecteuren en na bespreking door de decanen, heeft het CvB beslotenom 3 ects in elke TU/e minor vrij te maken voor een extra impuls op het gebied van academischevorming. In dit artikel is aangegeven op welke wijze de academische vorming binnen de minor isingericht (tweede en derde lid). In het vierde lid is vermeld dat het onderdeel academische vormingeen verplicht onderdeel van een minor is, waarvan slechts in uitzonderlijke situaties kan wordenafgeweken. In het vijfde is geregeld dat het faculteitsbestuur een verzoek tot het platvormAcademische Vorming kan indienen om de academische vorming binnen de minor te vervangen. In deleden zes tot en met negen is de procedure vermeld wanneer de student een (schakel)minor bij eenandere universiteit in Nederland, dan wel in het buitenland wil volgen.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201031


Paragraaf 3.3 De centrale minorcoördinatorArtikel 3.3.1 De centrale minorcoördinatorDe centrale minorcoördinator vervangt de registerbeheerder die was ingesteld bij de Regelingregister minoren van 30 augustus 2007. De taken, die bij die regeling aan de registerbeheerderwaren toebedeeld zijn overgegaan naar de centrale minorcoördinator. Alle taken van decentrale minorcoördinator zijn in dit artikel opgenomen.Paragraaf 3.4 Het register minorenArtikel 3.4.1 Het register minorenDit artikel spreekt voor zich.Artikel 3.4.2 Voorbereiding en opname in het register minorenIn dit artikel is de procedure rondom de voorbereiding van de minoren opgenomen en welkerol de centrale minorcoördinator daarbij heeft. Pas wanneer de aanbiedende en afnemendefaculteiten overeenstemming hebben bereikt over de minoren, worden die opgenomen in hetminorregister.Artikel 3.4.3 Toelating tot een minorDe algemene regel is dat een student zijn propedeuse moet hebben behaald om te kunnenworden toegelaten tot een minor, mits deze minor voor studenten van zijn opleidingtoegankelijk is. In dit artikel zijn verschillende termijnen vastgelegd.Het kan in uitzonderlijke gevallen voorkomen dat de verzorgende faculteit een minimum of eenmaximum aantal deelnemers voor een minor voorschrijft. Om die reden wordt de student gevraagdeen eerste én een tweede keuze voor een minor op te geven. Wanneer er een minor is waaraan slechtseen maximum aantal deelnemers mag deelnemen, zal de selectie via een a-selecte loting door STU ofer kan in een aantal geschikte gevallen, zoals de opleiding ID, ook een motivatieselectie plaatsvinden.Artikel 3.4.4 Termijn en inschrijvingIn het eerste lid van dit artikel is bepaald dat een student zich voor het volgen van onderwijs van eenminor dient aan te melden bij de examencommissie. Dit in verband met de voorbereidingstijd die defaculteit die het onderwijs in de minor verzorgt, nodig heeft om adequate, op het aantal deelnemendestudenten afgestemde onderwijsvoorzieningen ter beschikking te kunnen stellen.Artikel 3.4.5 Goedkeuring van en toelating tot de vrije minorIn het geval een student geen keuze wil maken uit de in bijlage 1 onder j. aangegeven minoren, maardaarvoor in de plaats een ander samenstel van onderwijseenheden (vrije minor) wil volgen – van deTU/e of van een andere universiteit in Nederland of in het buitenland – dient de student daarvoor opgrond van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel goedkeuring te vragen aan deexamencommissie. De procedure die in een dergelijk geval moet worden gevolgd is identiek aan deprocedure voor goedkeuring van de keuzevakken.De examencommissie neemt bij de beoordeling van het verzoek van de student om een vrije minor tevolgen de binnen de TU/e geldende richtlijnen wat betreft de minoren in acht, zoals neergelegd in debrief van het college van bestuur van 29 april 2005, onder nummer CvB 2005/1007. Deze richtlijnenomvatten de voorwaarden waaraan alle minoren binnen de TU/e moeten voldoen, dus ook dezogenaamde vrije minor, die door een student zelf kan worden samengesteld.Ook voor dit artikel geldt dat de examencommissie, indien zij voornemens is het verzoek om een vrijeminor te volgen niet te verlenen, de desbetreffende student in de gelegenheid moet stellen te wordengehoord om zijn verzoek mondeling toe te lichten. De desbetreffende student kan uiteraard besluitenaf te zien van deze mogelijkheid.Artikel 3.4.6 TaalOok voor de taal waarin de minoren worden gegeven geldt de Gedragscode buitenlandse talenTU/e van 3 april 2003, maar ook het CvB besluit van 27 maart 2008. De student kan kiezenuit meerdere minoren, waarvan ten minste één minor in het Nederlands moet wordenaangeboden.Artikel 3.4.7 Klachten/opmerkingenOER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201032


Met dit artikel wordt voor studenten duidelijkheid geschapen welke instantie bevoegd iskennis te nemen van klachten over de procedure rondom de minor of de inhoud daarvan.Indien gewenst kan de centrale minorcoördinator een bemiddelende rol spelen.Paragraaf 3.5 KwaliteitszorgArtikel 3.5.1 Kwaliteitszorg van de minorOok in dit artikel worden verantwoordelijkheden van de aanbiedende en afnemende faculteitengeregeld. Nu hebben de verantwoordelijkheden betrekking op de kwaliteit van de minor.HOOFDSTUK 4 SLOTBEPALINGENArtikel 4.1.1 Bezwaar en beroepDit artikel behoeft geen nadere toelichting.Artikel 4.1.2 WijzigingHet artikel legt vast dat wijzigingen van deze regeling, daaronder begrepen wijzigingen van de inhoudvan het onderwijsprogramma, zoals neergelegd in de bijlage, niet gedurende een studiejaar kunnenworden ingevoerd, tenzij de studenten daardoor redelijkerwijs niet in hun belangen worden geschaad.Voor het overige is in dit artikel helder vastgelegd dat een wijziging van deze regeling nimmer eeneerder ten aanzien van een student genomen besluit kan beïnvloeden.Artikel 4.1.3 OvergangsregelingDeze bepaling garandeert dat het faculteitsbestuur zich er bij wijziging van de regeling van vergewistof een overgangsregeling noodzakelijk is teneinde de belangen van studenten zeker te stellen.In de meeste gevallen zal bij wijziging van het onderwijsprogramma een overgangsregeling moetenworden getroffen voor de zittende studenten ten behoeve van de voltooiing van hun opleiding. Daarbijbehoort tevens voor die studenten die besluiten over te stappen naar het nieuwe onderwijsprogramma,aangegeven te worden voor welke eerder met goed gevolg afgelegde tentamens in het nieuweprogramma vrijstelling wordt verleend.Een dergelijke overgangsregeling kan niet van onbeperkte duur zijn, reden waarom deovergangsregeling nadrukkelijk de duur daarvan van dient te bevatten.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201033


Verklarende woordenlijstBIGBsaCrohoECTSExamenExamencommissieExaminatorGetuigschriftKeuzevakkenMinorMinorgegevenssetMinormatrixNIPNVOBeroepen in de Individuele GezondheidszorgBindend studieadvies, waaraan een afwijzing kan worden verbonden,zoals bedoeld in artikel 7.8b van de WHW.Centraal Register Opleidingen Hoger OnderwijsStudiepunt volgens het European Credit Transfer System. Zie studielast enstudiepuntEen onderzoek door de examencommissie naar de vraag of de student detentamens van de opleiding met goed gevolg heeft afgelegd.De door het faculteitsbestuur voor elke opleiding (of groep van opleidingen)ten behoeve van het afnemen van examens en ten behoeve van deorganisatie en coördinatie van de tentamens benoemde commissie. (Artikel7.12, eerste lid, van de wet)Een door de examencommissie aangewezen lid van het personeel dat methet verzorgen van het onderwijs in de desbetreffende onderwijseenheid isbelast of een deskundige van buiten de universiteit, ten behoeve van hetafnemen van tentamens. (Artikel 7.12, derde lid, van de wet)1) Een door de examencommissie aan de student uitgereikt bewijsstuk tenbewijze dat het examen met goed gevolg is afgelegd. (Artikel 7.11, van dewet)2) Een door de desbetreffende examinator(en) aan de student uitgereiktbewijsstuk ten bewijze dat een tentamen met goed gevolg is afgelegd.(Artikel 7.11, van de wet)Een overzicht van onderwijseenheden, opgenomen in de bijlage 1 bij artikel1.2, waaruit de student een keuze moet maken ter invulling van de vrijeruimte binnen zijn opleiding. Die keuze behoeft de goedkeuring van deexamencommissie. (Artikel 1.3.2, van deze regeling)Een samenhangend geheel van onderwijseenheden ter verdieping dan welverbreding van de bacheloropleiding van in totaal maximaal 30studiepunten, dat door de student in zijn bachelorprogramma moet(hoofdstuk 3 van deze regeling)Een verzameling van gegevens over de minoren ten behoeve vankwaliteitszorg binnen de Technische Universiteit Eindhoven;Een overzicht van aangeboden minoren, waaruit de student kanafleiden welke minoren voor hem toegankelijk zijn;Nederlands Instituut van PsychologenNederlandse Vereniging van Pedagogen en OnderwijskundigenOpleidingOER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-2010Een samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht op deverwezenlijking van welomschreven doelstellingen op het gebied vankennis, inzicht en vaardigheden, waarover degene die de opleiding voltooit,dient te beschikken. (Artikel 7.3, tweede lid, van de wet)Dit geldt zowel voor de bachelor- als voor de masteropleidingen van de34


TU/e zoals die zijn opgenomen in het Centraal register opleidingen hogeronderwijs (Croho)OnderwijseenheidOnderwijsperiodeOnderwijsprogrammaRegister MinorenStudentStudielastStudiepuntTentamenToetsVakVrije minorWerkdagEen onderdeel van een opleiding waaraan een tentamen is verbonden, zoalsomschreven in de bijlage bij de OER van de opleiding. Ook aangeduid alsVak.De periode waarin het onderwijs in de opleidingen wordt verzorgd, zoalsvastgesteld door het college van bestuur bij de aanvang van ieder studiejaar.De onderwijseenheden, inclusief vakcodes, van de minor.Een verzameling gegevens over minoren, zoals bedoeld inartikel 3.4.1 van deze regeling.Een conform de Regeling inschrijving en beëindiging inschrijving van deTU/e formeel door het college van bestuur aan een opleiding van de TU/eals zodanig ingeschreven persoon.De studielast van elke opleiding en van elke onderwijseenheid van dieopleiding wordt uitgedrukt in (hele) studiepunten (Artikel 7.4, van de wet)Een studiepunt is gelijk aan 28 uren studie. 60 Studiepunten is gelijk aan1680 uren studie (Artikel 7.4 van de wet)Een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden van destudent, alsmede de beoordeling van de uitkomsten van dat onderzoek(Artikel 7.10, eerste lid, van de wet)Voorheen deeltentamen. Een toets is een onderdeel van een tentamen enwordt meegenomen bij de eindbeoordeling van een tentamen. Een toets isindividueel gemaakt en individueel beoordeeld.Zie onderwijseenheid.Dit is een minor die door de student zelf wordt samengesteld en dientte worden goedgekeurd door de examencommissie (zie artikel 3.2.2en artikel 3.4.5 van deze regeling);Maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van de door de Nederlandseoverheid als zodanig erkende feestdagen.OER BacheloropleidingTechnische Natuurkunde 2009-201035

More magazines by this user
Similar magazines