Aan de voorzitter van de Sociaal- Economische Raad De heer dr ...

docs.szw.nl

Aan de voorzitter van de Sociaal- Economische Raad De heer dr ...

Ons kenmerkSV/R&S/06/88418wat er reeds aan oplossingen van eerder geconstateerde knelpunten bij participatie in regulierearbeid in gang is gezet. Niet bekend is hoe groot het deel is van de Wajongpopulatie dat zoukunnen en willen werken in reguliere arbeid en dat desondanks niet aan het werk is of geenondersteuning krijgt bij het verkrijgen van deze arbeid. In bijlage 1 wordt cijfermateriaal metbetrekking tot de Wajong weergegeven. Bijlage 2 bevat een lijst met knelpunten uit eerdergedane onderzoeken. Bijgevoegd is tevens een lijst met onderzoeken en adviezen die (mede)betrekking hebben op de participatie van Wajonggerechtigden in reguliere arbeid (bijlage 3).Deze adviesaanvraag heeft betrekking op het deel van de Wajongpopulatie dat kan werken ineen regulier dienstverband. Diegenen die op grond van de Wsw zouden kunnen en willenwerken wil ik, gelet op het wetsvoorstel modernisering Wsw dat binnenkort naar de TweedeKamer gestuurd wordt, buiten beschouwing laten.Ik verzoek u daarom mij te adviseren over welke mogelijkheden u ziet om de participatie vanWajonggerechtigden in reguliere arbeid op een doelmatige wijze verder te bevorderen, naasthet huidige instrumentarium en de reeds ondernomen initiatieven. Daarnaast verzoek ik u mijaan te geven wat de sociale partners kunnen doen om de arbeidsparticipatie vanWajonggerechtigden te bevorderen?De overgang van school naar werk is in verschillende rapporten, zoals het rapport‘Jonggehandicapten aan de slag’, geduid als knelpunt bij de arbeidsparticipatie vanWajonggerechtigden. Mede naar aanleiding van deze signalen heeft er interdepartementaaloverleg plaatsgevonden tussen mijn ministerie en het ministerie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap. In dit overleg zijn de verantwoordelijkheden van beide ministeries ten aanzienvan de Wajonggerechtigden verduidelijkt. Een blijvend knelpunt is het volgen en het vindenvan stageplekken voor Wajonggerechtigden en de uiteindelijke plaatsing al dan niet dooromzetting van de stageplaats in een arbeidsovereenkomst op de reguliere arbeidsmarkt. Ik wilu daarom vragen om mij te adviseren hoe de overgang van school naar werk van (potentiële)Wajonggerechtigden nog verder verbeterd kan worden om zo op een positieve manier bij tedragen aan een grotere arbeidsparticipatie. Bij de verdere oordeelsvorming maakt het kabinetook graag gebruik van uw eventuele opmerkingen bij de toename van het aantal Wajongers.Ik verzoek u om mij uw advies medio 2007 te doen toekomen.De Minister van Sociale Zakenen Werkgelegenheid,(mr. A.J. de Geus)2


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418Toelichting1) Beschrijving WajongDoelDe Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (hierna: Wajong) is eenregeling voor jonggehandicapten die voorafgaand aan de leeftijd van 17 jaar en voorstuderenden die na die leeftijd tijdens de studie arbeidsongeschikt zijn geworden. EenWajonggerechtigde kan tot zijn 65 e jaar in de Wajong blijven, indien hij nog steeds voldoetaan de criteria voor de Wajong. De Wajong vormt daarmee een wettelijke(inkomens)voorziening tegen het risico van langdurige arbeidsongeschiktheid voor personendie arbeidsongeschikt zijn geworden op een tijdstip dat zij vanwege de jeugdige leeftijd nogniet konden deelnemen aan betaalde arbeid. Gekozen is voor een afzonderlijke wettelijkevoorziening, omdat bij jonggehandicapten en studerenden, anders dan bij werknemers, geensprake is van feitelijke inkomensderving, maar van veronderstelde inkomensderving.Financiering door betrokkenen zelf via premieheffing is niet aan de orde, daarom wordt deWajong gefinancierd uit de algemene middelen.De Wajong neemt een bijzondere positie in binnen het huidige stelsel vanarbeidsongeschiktheidswetten. In tegenstelling tot de WAO en de Wet WIA kent de Wajong inde praktijk vrijwel nooit een arbeidsplicht en worden aan Wajonggerechtigden in de meestegevallen geen eisen gesteld met betrekking tot het aanvaarden van betaalde arbeid op dereguliere arbeidsmarkt. De meeste Wajonggerechtigden zijn volledig arbeidsongeschiktverklaard. Dit houdt in dat zij in principe niet in staat worden geacht het wettelijkminimumloon te verdienen.Voor die Wajonggerechtigden die nu of op termijn benutbare arbeidsmogelijkheden hebben,bestaan er faciliteiten die gericht zijn op de bevordering van de (re)integratie. Een goedwerkend re-integratie-instrumentarium garandeert niet dat alle Wajonggerechtigden aan hetwerk komen. Het re-integratie-instrumentarium dient er wel voor om voor hen hiertoe kansente scheppen. Daarnaast kan over het algemeen niet gesteld worden dat het aan het werk zijnook betekent dat iemand ook uit de uitkering is.Naast de Wajonggerechtigden zijn er eendere jongeren die nog niet of in het geheel niet inaanmerking komen voor een Wajonguitkering, maar die wel een handicap of chronische ziektehebben. Door opleiding en ondersteuning door school, het UWV, de gemeente of anderebetrokkenen rond de jongeren kunnen velen toch in betaald werk aan de slag en is eenuitkering niet nodig.Aantallen/cijfersMomenteel zijn er ruim 150.000 Wajonggerechtigden. Dit aantal neemt jaarlijks toe. Eenbelangrijk kenmerk van de Wajong-populatie is dat slechts 2% van de totale populatiegedeeltelijk arbeidsgeschikt is. De overige 98% is volledig arbeidsongeschikt. Ter3


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418vergelijking: van de WAO-populatie is 68% volledig arbeidsongeschikt en van de instroom inde WAO was 55% volledig arbeidsongeschikt.Het bestand van de Wajonggerechtigden kent een gestaag stijgende groei. Er is van eendemografische uitstroom nauwelijks sprake en de instroom groeit sterk. Structurele oorzakenvoor de groeiende instroom zouden kunnen zijn: meer bekendheid van de Wajong-regelingdoor toegenomen voorlichting vanuit UWV, meer bekendheid door een intensieveresamenwerking tussen UWV en het speciaal onderwijs en daarnaast dor de vooruitgang van de(toepassing van de) medische wetenschap en adaptieve technologieën waardoor delevensverwachting van de arbeidsgehandicapte jongeren stijgt. Hierdoor neemt de instroom ende verblijfsduur toe.Ook bij de regeling Tegemoetkoming Onderhoudskosten thuiswonende Gehandicapte kinderen(TOG) van 3 tot en met 17 jaar is een groei te zien. Bij aanvang van de huidige TOG-regelingin 2000 werd de totale doelgroep geschat op 27.000 kinderen. Inmiddels (stand van zaken april2006) zijn er 38.000 tegemoetkomingen toegekend. De groei komt volgens onderzoek van Apein 2006 vooral voor rekening van kinderen met psychiatrische aandoeningen (zoals ADHD,PDD-NOS en autisme). Deze ontwikkeling bij de TOG komt overeen met de ontwikkelingenbij de Wajong-populatie.KeuringssystematiekHet hoge percentage volledig arbeidsongeschikten wordt veroorzaakt door dekeuringssystematiek van de Wajong en het type aandoeningen van de Wajong-populatie. Voorde Wajong wordt op dezelfde wijze arbeidsongeschiktheid vastgesteld als voor de WAO en deWet WIA: hetgeen betrokkene had kunnen verdienen als hij niet arbeidsongeschikt wasgeworden (maatmaninkomen) wordt vergeleken met hetgeen betrokkene na het intreden vanziekte of gebrek nog kan verdienen (resterende verdiencapaciteit). Bij Wajongers die in hetalgemeen geen arbeidsverleden hebben, wordt (meestal) het minimumloon alsmaatmaninkomen gebruikt. Bij de keuring wordt dan bepaald of de jonggehandicapte ditminimumloon nog kan verdienen met gangbare arbeid. In het geval van Wajongers is hetminimumloon feitelijk in het algemeen zowel de ondergrens (lager betaald werk is geengangbare arbeid) als de bovengrens (de maatman). Doordat het merendeel van de Wajongpopulatiegeen reguliere arbeid kan verrichten en dus niet het maatmaninkomen (= veelalminimumloon) kan verdienen mondt de keuring uit in volledige arbeidsongeschiktheid ofvolledige arbeidsgeschiktheid. Het is in bijna alle gevallen een alles of niets systeem.Het maatmaninkomen kan in een beperkt aantal gevallen hoger worden vastgesteld, te wetenindien de jonggehandicapte: 1) arbeidsongeschikt is geworden binnen een jaar onmiddellijkvoorafgaande aan het behalen van een diploma, aan een beroepsgerichte opleiding die opleidtvoor een beroep waarvan het aanvangssalaris ten minste gelijk is aan anderhalf maal hetbedrag dat voor een werknemer van dezelfde leeftijd geldt als minimumloon of 2) tijdens dearbeidsongeschiktheid doch uiterlijk op de dag dat hij de leeftijd van 30 jaar bereikt, een4


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418diploma behaalt van een beroepsgerichte opleiding die opleidt voor een beroep waarvan hetaanvangssalaris ten minste gelijk is aan anderhalf maal het bedrag dat voor een werknemer vandezelfde leeftijd geldt als minimumloon.Uit de keuringssystematiek van de Wajong volgt dus dat het merendeel van de Wajongpopulatievolledig arbeidsongeschikt is. In de uitzonderlijke situatie dat jonggehandicaptengedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn, gaat het om de volgende categorieën:1. Jonggehandicapten die wat hun capaciteiten betreft wel in staat zijn om het minimumloonper uur te verdienen, maar een aandoening hebben waardoor het aantal uren waarin zijkunnen werken wordt beperkt.2. Jonggehandicapten die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn op grond van een hogermaatmaninkomen; dit komt evenwel zeer zelden voor.Het betekent echter niet dat Wajongers niet tot enige vorm van arbeid in staat zijn; 26% vanhet huidige Wajong-bestand (eind 2005) is op een of andere manier werkzaam, waarvan 9% inreguliere arbeid. Volgens informatie van UWV heeft deze 9% een wisselende samenstellingdoordat veel Wajonggerechtigen slechts voor beperkte tijd werk hebben of houden. Naarverwachting kan een deel van het niet-werkende Wajong-bestand eveneens werken. Een goedeindicatie van dit deel is op dit moment echter niet te geven. Op grond van nu bekendegegevens van het UWV wordt aangenomen dat ca. 40% van de Wajonggerechtigden in hetgeheel geen mogelijkheden heeft tot het verrichten van arbeid.DiagnosesDe Wajong-populatie is, wat betreft diagnose, onder te verdelen in 3 verschillende categorieënmet hun eigen kenmerken en hun eigen beperkingen bij deelname aan het arbeidsproces.1. De jonggehandicapten met psychische aandoeningen vormen een heel diverse groep. Demensen in deze groep bezitten meestal geen mindere begaafdheid maar ondervinden doorhun psychische aandoeningen gedragsproblemen, die van invloed zijn op hun vermogenom te functioneren in een baan. Een groot deel van deze groep stroomt pas na het 18 e jaarin, omdat de handicap pas op latere leeftijd ontstaat, maar wel tijdens studie en voordat erooit gewerkt is. Voor deze groep geldt dat er bij het verrichten van werk veel begeleidingnodig is.2. De verstandelijk gehandicapten, zijn mensen met verstandelijke beperkingen waardoor zevaak geen reguliere opleiding hebben kunnen volgen en geen werk kunnen doen waarvoorenige kennis vereist is. Ook bij ongeschoold werk ondervinden zij beperkingen. Hunwerktempo ligt laag en ze hebben meestal begeleiding nodig bij het verrichten vanwerkzaamheden.3. De laatste groep bestaat uit jonggehandicapten met lichamelijke beperkingen. De aard ende ernst van deze beperkingen kan uiteen lopen. Door de fysieke beperkingen is hetmogelijk dat er sprake is van geen duurzaam benutbare mogelijkheden, of van bijvoorbeeldeen medische urenbeperking omdat de betrokkene extra tijd nodig heeft voor zijndagelijkse verzorging.5


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418De groepen met psychische en verstandelijke beperkingen omvatten samen ruim 65% van detotale populatie van de Wajong en van de instroom in 2005 zelfs ruim 80%.Werkende WajongersUit cijfers van het UWV valt op te maken dat, ondanks het feit dat Wajongers bijna allemaalvolledig arbeidsongeschikt zijn verklaard, toch een relatief groot deel van hen, te weten 26%van het bestand, werkzaam is in een betaald dienstverband. Het gaat echter in het merendeelvan deze gevallen niet om werk in een regulier dienstverband, maar om werk in een Wswdienstverband,of om werk in een regulier dienstverband met gebruik van loondispensatie 1 . 2/3van de werkende Wajongers werkt in een Wsw-dienstverband. Ook is gebleken dat naarmatede Wajong-uitkering langer duurt steeds vaker in Wsw-verband wordt gewerkt en steedsminder in een regulier dienstverband. Meer dan 75% van alle werkende Wajongers die werktvia de Wsw, heeft langer dan 5 jaar een uitkering. Een aantal Wajongers verrichtarbeidsmatige activiteiten in het kader van dagbesteding AWBZ. De omvang daarvan is nietbekend.Inkomsten uit Wsw-arbeid worden in de Wajong niet als gangbare arbeid gezien en daaromworden Wajongers niet geschat op de inkomsten uit een Wsw-baan. De inkomsten worden welop de Wajong-uitkering geanticumuleerd (de Wajong-uitkering wordt niet of gedeeltelijkuitbetaald). Het oorspronkelijke arbeidsongeschiktheidspercentage blijft echter in destatistieken genoteerd. Door deze systematiek kan het voorkomen dat een Wajonger jaren langinkomsten uit Wsw-arbeid verdient en toch in de Wajong-statistieken als volledigarbeidsongeschikt staat geregistreerd. Het werken in Wsw-verband kan echter voor debetrokkenen in de meeste gevallen de best haalbare en geslaagde vorm van arbeidsparticipatiezijn.Wajongers die werken in een regulier dienstverband met loondispensatie behouden deWajong-uitkering en ontvangen daarop een aanvulling. Wajongers die werken in een regulierdienstverband zonder loondispensatie, ontvangen doorgaans nog geruime tijd de Wajonguitkeringvoordat de arbeidsongeschiktheid wordt vastgesteld mede op basis van de inkomstenuit de arbeid. Het ontvangen loon wordt in mindering gebracht op de uitkering. Ook dezewerkende Wajongers staan dus in de statistieken als volledig arbeidsongeschikt geregistreerd.2) Participatiemogelijkheden (in werk) WajonggerechtigdenEr zijn verschillende participatiemogelijkheden voor Wajonggerechtigden, te weten in dienstbij een reguliere werkgever (al dan niet met Begeleid Werken Wajong/Wsw, loondispensatie,1 Waarbij minder wordt betaald dan het functieloon en doorgaans minder dan het wettelijk minimumloon (sinds29 december 2005 wordt loondispensatie alleen nog toegepast bij verlaging tot onder het wettelijkminimumloon).6


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418werkplekaanpassingen, proefplaatsing, no-riskpolis en premiekorting), werken op grond vande Wsw (beschut, gedetacheerd of begeleid werken), dagbesteding AWBZ ofvrijwilligerswerk.Hieronder worden de verschillende vormen beschreven.Werken bij een reguliere werkgeverProefplaatsingEen werkgever kan een Wajonger voor maximaal drie maanden op proef laten werken. In dieperiode werkt de Wajonger met behoud van uitkering en ontvangt dus geen loon. Dewerkgever moet in principe bereid zijn om de Wajonger na de proefperiode in vaste dienst tenemen voor hetzelfde werk. Een garantie daarvoor krijgt de Wajonger echter niet; het is eenproef.Terugvallen op de uitkeringIn de eerste vijf jaar dat de Wajonger aan het werk is, wordt het uitkeringspercentage niet inverband met dat werk aangepast. De uitkering wordt wel verrekend met het loon. Dit isgeregeld in artikel 50 van de Wajong. Wanneer binnen de afgesproken periode blijkt dat deWajonger het werk niet aankan, wordt de oude uitkering weer doorbetaald. Tijdens dezeperiode wordt de Wajonger niet herbeoordeeld. Zodra na vijf jaar duidelijk is dat de Wajongerhet nieuwe werk kan blijven doen, stopt de regeling en wordt de Wajonger opnieuwbeoordeeld en het arbeidsongeschiktheidspercentage (eventueel) officieel aangepast.Persoonlijke ondersteuning/Begeleid werkenVoor Wajongers bestaat de mogelijkheid van begeleid werken (de regeling PersoonlijkeOndersteuning). Deze vorm van intensieve begeleiding wordt voornamelijk toegepast bijpsychisch en verstandelijk gehandicapte Wajongers. In een deel van de gevallen betreft het danpersonen die tevens met toepassing van loondispensatie werkzaam zijn bij een regulierewerkgever. De subsidie voor de begeleiding kan op grond van de Wet werk en inkomen naararbeidsvermogen (Wet WIA) worden verleend voor een aantal werkuren tegen een door hetUWV vastgesteld tarief per uur (in 2006: € 74,-). In beginsel is de omvang van de persoonlijkeondersteuning in het eerste jaar niet meer dan 15%, het tweede jaar 7,5% en het derde envolgende jaren niet meer dan 6% van het aantal werkuren.Bij het begeleid werken Wsw komen personen met een Wsw-indicatie in dienst bij eenreguliere werkgever, onder de daar geldende CAO, maar onder aangepaste omstandigheden enmet een jobcoach. De Wajonger ontvangt net als de overige Wsw’ers het bij de functiebehorende functieloon over de gehele werktijd, ongeacht zijn daadwerkelijke productiviteit.De werkgever ontvangt vervolgens van de gemeente op grond van de Wsw een forfaitairesubsidie voor begeleiding, loonkosten en aanpassingen/voorzieningen.7


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418LoondispensatieWerknemers die vanuit een Wajong-uitkering aan het werk gaan bij een reguliere werkgeverhebben recht op dezelfde beloning als werknemers zonder handicap of ziekte die werkzaamzijn in dezelfde functie. Indien de Wajonggerechtigde toegang wil krijgen tot de regulierearbeidsmarkt, zal hij ten minste het wettelijk minimumloon moeten kunnen verdienen. Is hijdaartoe niet in staat, dan zal hij veelal aangewezen zijn op arbeid in het kader van de Wsw.Om de Wajonggerechtigde die niet in staat is het wettelijke minimumloon te verdienen tocheen plaats te geven op de reguliere arbeidsmarkt, kan aan de werkgever ontheffing wordenverleend van de verplichting om ten minste het wettelijke minimumloon te betalen. Het UWVkan aan een werkgever ontheffing verlenen van deze verplichting indien de arbeidsprestatievan de Wajongere als gevolg van ziekte of gebrek duidelijk minder is dan de arbeidsprestatiedie een geldelijke beloning van het voor hem geldende wettelijk minimumloon rechtvaardigt.Het instrument van de loondispensatie is een belangrijk instrument voor Wajonggerechtigdenom toegang te krijgen tot de reguliere arbeidsmarkt en om de beperkte arbeidscapaciteiten tebenutten. Daarmee kan de werkgever de loonkosten in overeenstemming brengen met deproductiviteit van de werknemer. De werknemer die werkt met loondispensatie en die tevenspersoonlijke ondersteuning krijgt op het werk, kan op grond van de Regeling samenlooparbeidsongeschiktheidsuitkering met inkomsten uit arbeid een aanvulling krijgen op zijnWajong-uitkering. Daarmee kan zijn inkomen gelijk worden aan het functieloon, echter meteen maximum van 120% van het wettelijke minimumloon.No-riskpolis ZWDe no-riskpolis is een instrument ter compensatie van de eventuele kosten voor werkgevers dieoptreden bij uitval van mensen die arbeidsgehandicapt zijn. Het houdt het volgende in: eenwerkgever die een persoon met een arbeidshandicap in dienst neemt, loopt geen risico opbetaling van de kosten van loondoorbetaling en verhoogde Pemba-premie. Voor personen dievóór het ontstaan van de handicap reeds een arbeidsverleden hadden opgebouwd, vormt dezeduur van de no-riskpolis (in principe vijf jaar) een goede basis voor een stabiel vervolg van dearbeidsrelatie. Wajonggerechtigden en hun potentiële werkgevers bevinden zich, juist door deafwezigheid van een arbeidsverleden, in een andere situatie dan ‘gewone’ werknemers. Vooraanvang van het dienstverband is het daarom moeilijker in te schatten hoe de persoon zich inde werksituatie zal ontwikkelen. Daarom is met de zgn. Verburggelden de duur no-riskpolisZW voor de Wajonggerechtigde uitgebreid van in principe vijf jaar naar de duur van hetarbeidzame leven van de Wajonggerechtigden (zie paragraaf 3).Starten als zelfstandigeEen Wajonggerechtigde kan ook besluiten om te starten als zelfstandige. Alleen op hetmoment dat het bedrijf daadwerkelijk winst maakt, heeft dat gevolgen voor de hoogte van deuitkering. Het UWV zal bij startende ondernemers artikel 50 van de Wajong toepassen. Datbetekent dat pas na vijf jaar definitief wordt gekeken naar de mate van dearbeidsongeschiktheid. Er wordt dan een gemiddelde berekend van de winst over drie jaren en8


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418op grond daarvan bepaalt het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid voor de toekomst.Wanneer iemand, gedurende de eerste vijf jaar, een jaar bijvoorbeeld minder goed kan werken,kan diegene terugvallen op zijn/haar oorspronkelijke Wajongpercentage. Zo wordt voorkomendat een startende ondernemer bij een jaar van winst direct minder arbeidsongeschikt is, terwijlhet maar de vraag is of hij het kan volhouden.Werken op grond van de WswEen groot deel van de werkende Wajong-populatie, namelijk 17% van het Wajong-bestand,werkt via de Wet sociale werkvoorziening (Wsw). De Wsw is een voorziening bedoeld voorpersonen die vanwege hun lichamelijke, verstandelijke of psychische handicap niet ondernormale (onaangepaste) omstandigheden kunnen maar desondanks wel willen werken endaardoor uitsluitend op de Wsw aangewezen zijn. Iemand kan in aanmerking komen voor eendienstbetrekking op grond van de Wsw indien hij/zij hiervoor een positieve indicatie van hetCWI heeft gekregen. Binnen de Wsw bestaan twee hoofdvormen van permanentgesubsidieerde arbeid, de dienstbetrekkingen en het begeleid werken. Bij dedienstbetrekkingen kunnen werknemers beschut werken in een sw-bedrijf, of individueel ofgroepsgewijs gedetacheerd worden naar een regulier bedrijf. Bij het begeleid werken komenpersonen met een Wsw-indicatie in dienst bij een reguliere werkgever, onder de daar geldendeCAO, maar onder aangepaste omstandigheden, met loonkostensubsidie en een jobcoach.Dagbesteding AWBZOm in aanmerking te komen voor voorzieningen uit de AWBZ is een indicatiebesluit nodigvan het Centrum Indicatiestelling Zorg (vroeger Regionaal Indicatie Orgaan). Mensen kunneneen indicatie krijgen voor één of meerdere functies, waaronder activerende begeleiding. Deactiverende begeleiding kan in de vorm van dagbesteding ook inhouden dat arbeidsmatigeactiviteiten worden verricht. Betrokkene wordt hierbij begeleid door een begeleider ofjobcoach van de zorginstelling. Mensen die arbeidsmatige activiteiten verrichten in het kadervan dagbesteding AWBZ ontvangen hiervoor geen loon, hoogstens wordt eenvrijwilligersvergoeding verstrekt. Hun arbeidsproductiviteit is niet dusdanig dat loonvormendearbeid tot de mogelijkheden behoort (de Wsw wordt beschouwd als een voorliggendevoorziening op de AWBZ).VrijwilligerswerkOnbetaald werk is mogelijk voor Wajonggerechtigden en is in principe niet van invloed op deWajong-uitkering. Het is mogelijk om € 150 per maand en € 1.500 per jaar voorvrijwilligerswerk te ontvangen, zonder dat dit wordt belast en zonder dat dit wordt gekort opde uitkering. Als betrokkene in staat is vrijwilligerswerk te verrichten, kan het UWVaanleiding zien om te beoordelen of ook arbeid in dienstbetrekking mogelijk is en dus of eraanleiding is tot een herbeoordeling en verlaging of intrekking van de uitkering.9


Ons kenmerkSV/R&S/06/884183) (Door het kabinet) in gang gezet beleid/ initiatievenDoor het veld en door de Tweede Kamer zijn knelpunten geconstateerd bij de re-integratie vande Wajonggerechtigden. Om deze reden is bij de behandeling van de Begroting SZW 2003 eenamendement ingediend waardoor er jaarlijks € 11,5 miljoen aan de begroting t.b.v. de reintegratievan Wajonggerechtigden wordt toegevoegd (de zgn. Verburggelden).In 2003 is de Commissie het Werkend Perspectief (hierna: CWP) voor vier jaar aangestelddoor zowel de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid als de Minister vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport. De Commissie heeft tot doel de arbeidsintegratie en reintegratievan mensen met een (arbeids)handicap en chronisch zieken te stimuleren.In 2004 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid advies over de besteding vande middelen van het amendement gevraagd aan de CWP. Dit advies is in juni 2004 verschenenen bevatte een analyse van de knelpunten met betrekking tot de arbeidsparticipatie vanjonggehandicapten.Naar aanleiding van dit rapport is het kabinet met een reactie gekomen waarin nadere invullingwordt gegeven aan de besteding van de € 11,5 miljoen. Deze middelen zijn neergelegd bij hetUWV. Het UWV legt middels de reguliere verantwoordingsinformatie verantwoording af overde besteding van de middelen. Hieronder wordt aangegeven welke acties in gang zijn gezetnaar aanleiding van het CWP-advies.AnticumulatiebepalingDe Wajong kent een anticumulatiebepaling. Dit houdt in dat de uitkering van eenuitkeringsgerechtigde die gaat werken bij een reguliere werkgever niet wordt ingetrokken ofherzien zolang niet vaststaat of die arbeid als algemeen geaccepteerde arbeid kan wordenaangemerkt. Uiterlijk nadat de betrokkene de desbetreffende arbeid gedurende 3 jaar heeftverricht, wordt het werk aangemerkt als algemeen passende arbeid en vindt een afschattingplaats. Mede op basis van het advies van de CWP is de anticumulatiebepaling voorWajonggerechtigden uitgebreid tot 5 jaar. Daarnaast is er reeds een onbeperkt recht op eenWajong-uitkering indien de Wajonggerechtigde in Wsw-arbeid gaat werken. Op de uitkeringworden wel de inkomsten die de Wajonggerechtigde uit Wsw-arbeid ontvangt in minderinggebracht. Het gaat hier dus om anticumulatie voor onbepaalde tijd. Deze mogelijkheid is erook indien de Wajonggerechtigde werkt met toepassing van Begeleid Werken enloondispensatie.10


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418Verantwoordelijke partijenHet UWV is verantwoordelijk voor (re)integratie in arbeid van mensen met een Wajonguitkeringen schoolverlaters met een handicap. Voor de periode dat mensen nog op schoolzitten en er nog geen toegang naar betaalde arbeid aan de orde is, is OCW verantwoordelijkvoor het onderwijs en de in verband daarmee benodigde voorzieningen. Het UWV is in dieperiode wel al verantwoordelijk voor het verstrekken van individuele materiële voorzieningendie belemmeringen bij het volgen van onderwijs in verband met een handicap wegnemen. Metbetrekking tot de onduidelijkheid over de begeleiding bij stages is vastgesteld dat OCWdaarvoor de verantwoordelijkheid draagt tijdens de onderwijsperiode.Arbeidsdeskundige jonggehandicapte (AD-J)Van oudsher kennen de UWV-kantoren zogenaamde ‘Wajongteams’. Deze functies waren inhet verleden gemeengoed, maar zijn na de inwerkingtreding van de Wet SUWI wat op deachtergrond geraakt. Hierdoor is specialistische kennis over Wajonggerechtigden verlorengegaan. Op die kantoren waar deze kennis wel behouden is gebleven, is te zien dat er meergedaan wordt aan de (re)integratie van Wajonggerechtigden. Naar aanleiding van het pleidooivan de CWP voor het versterken van deze jonggehandicaptenteams en voor het aanstellen vanarbeidsdeskundigen die zijn gespecialiseerd in de problematiek van Wajonggerechtigden (AD-J) bij het UWV is de AD-J inmiddels geherintroduceerd.ExperimentenDe positie van Wajonggerechtigden is gebaat bij kennisvergaring en -verspreiding eninnovatieve ideeën voor het doen van experimenten en uitvoeren van projecten. Dezeexperimenten en projecten kunnen de re-integratie van Wajonggerechtigden zeker bevorderen.Een deel van de middelen uit het amendement Verburg c.s. is derhalve ter beschikking gesteldvoor de financiering hiervan. Om in aanmerking te komen voor financiering uit het extrabudget, worden plannen getoetst op haalbaarheid en kwaliteit. Het UWV heeft hiervoor criteriageformuleerd en heeft een grote reeks aan aanvragen hierop beoordeeld en toegewezen.Een van de producten die gemaakt zijn vanuit de Verburggelden is de websitewww.vanwajongnaarwerk.nl. Deze website geeft alle experimenten en projecten (en voorzover al beschikbaar, hun resultaten) weer die zijn gedaan met de Verburggelden met als doeldat professionals hier lering uit kunnen trekken.Daarnaast is het Breed Platform Verzekerden en Werk het afgelopen half jaar bezig geweestmet het project informatievoorziening Wajong. Aanleiding voor dit project was de constateringdat veel Wajongeren niet weten waar / bij wie ze moeten zijn voor wat en de constatering datde informatie voor Wajongeren heel versnipperd is. Het project heeft twee productenopgeleverd, te weten een brochure Wajong en verandering (via cliëntenorganisaties, UWV enBPV&W opvraagbaar) en een sociale kaart (www.wajongwegwijzer.nl).11


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418Bijlage 1 CijfersUit Bijlagenboek UWV jaarverslag 2005Nieuwe uitkeringen Wajongt/m 4 e kwartaal 2004 t/m 4 e kwartaal 2005Nieuwe uitkeringenDeels arbeidsongeschikt 341 (3,6%) 285 (2,7%)Volledig arbeidsongeschikt 9.033 (96,4%) 10.139 (97,3%)Totaal 9.374 (100%) 10.424 (100%)Nieuwe uitkeringen naardiagnosePsychische stoornissen 2 7.152 (76,3%) 8.477 (81,3%)Hart- en vaatstelsel 43 (0,5%) 31 (0,3%)Bewegingsapparaat 187 (2%) 172 (1,65%)Overig 1.992 (21,2%) 1.744 (16,7%)Totaal 9.374 (100%) 10.424 (100%)Nieuwe uitkeringen naarleeftijd15-24 jaar 7.247 (77,3%) 8.215 (78,8%)25-34 jaar 1.274 (13,6%) 1.359 (13%)35-44 jaar 544 (5,8%) 550 (5,3%)45-54 jaar 219 (2,3%) 221 (2,1%)55-64 jaar 90 (1%) 79 (0,8%)Totaal 9.374 (100%) 10.424 (100%)Lopende uitkeringen Wajongt/m 4 e kwartaal 2004 t/m 4 e kwartaal 2005Lopende uitkeringenDeels arbeidsongeschikt 3.275 (2,3%) 3.315 (2,3%)Volledig arbeidsongeschikt 139.164 (97,7%) 143.846 (97,7%)Totaal 142.439 (100%) 147.161 (100%)Lopende uitkeringen naardiagnosePsychische stoornissen 3 86.820 (61%) 92.612 (62,9%)2 De diagnose psychische stoornissen omvat ook personen met een verstandelijke handicap: de verdeling overpersonen met een verstandelijke handicap en personen met (overige) psychische stoornissen is ongeveer gelijk.12


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418Hart- en vaatstelsel 826 (0,6%) 804 (0,5%)Bewegingsapparaat 3.374 (2,4%) 3.302 (2,2%)Overig 51.419 (36,1%) 50.443 (34,3%)Totaal 142.439 (100%) 147.161 (100%)Lopende uitkeringen naarleeftijd15-24 jaar 30.939 (21,7%) 33.105 (22,5%)25-34 jaar 36.264 (25,5%) 36.658 (24,9%)35-44 jaar 34.350 (24,1%) 35.020 (23,8%)45-54 jaar 26.353 (18,5%) 27.038 (18,4%)55-64 jaar 14.533 (10,2%) 15.340 (10,4%)Totaal 142.439 (100%) 147.161 (100%)Beëindigde uitkeringen t/m 4 e kwartaal 2004 t/m 4 e kwartaal 2005naar reden eindeHerstel/herbeoordeling 1.223 (24,7%) 2.256 (40%)Pensionering 1.004 (20,3%) 994 (17,6%)Overlijden 1.046 (21,1%) 1.056 (18,7%)Detentie 519 (10,5%) 644 (11,4%)Overige redenen 1.157 (23,4%) 689 (12,2%)Totaal 4.949 (100%) 5.639 (100%)Verdeling instroom nieuwe rechten naar diagnosegroepDiagnose 2001 2002 2003 2004 2005Verstandelijkgehandicapt2.170(35,3%)2.406(35,2%)2.717(36,3%)3.193(39,2%)3.895(42,6%)Overigpsychisch2.298(37,3%)2.724(39,9%)3.000 (40%) 3.036(37,3%)3.639(39,8%)Lichamelijk 1.687(27,4%)1.698(24,9%)1.777(23,7%)1.912(23,5%)1.616(17,7%)Totaal 6.155(100%)6.828(100%)7.494(100%)8.141 (100%) 9.150 (100%)Bron: gegevens SZW ontleend aan bestanden UWVGedeeltelijk AOAantallen Percentages3 Zie voetnoot 3.13


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418Geen werk 1.158 0,81%Regulier dienstverband 1.987 1,39%Wsw-dienstbetrekking 134 0,09%Subtotaal 3.279 2,30%Volledig AOAantallen PercentagesGeen werk 103.341 72,52%Regulier dienstverband 11.762 8,25%Wsw-dienstbetrekking 24.088 16,72%Subtotaal 139.191 97,67%TotaalGeen werk 104.499 73, 33%Regulier dienstverband 13.749 9,64%Wsw-dienstbetrekking 24.222 16,79 %Totaal 142.505 100,00%14


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418Bijlage 2 Knelpunten uit onderzoeken 4Voor werkgevers• De beeldvorming van werkgevers over de doelgroep kenmerkt zich door terughoudendheiden angst voor mogelijke risico's. Pas na indiensttreding van de gehandicapte wordenwerkgevers enthousiast. Door Wajongers te laten meewerken in het bedrijf wordt duidelijkdat er handvatten zijn om de jongere te begeleiden.• Werkgevers zijn veelal niet goed op de hoogte van regelingen en instrumenten die hetrisico voor de werkgever zoveel mogelijk verkleinen en de toegankelijkheid op het werkvergroten. Het beschikbare financiële instrumentarium wordt door de werkgevers en deWajongers als onoverzichtelijk ervaren.• Werkgevers ervaren een te zware administratieve belasting (zeker bij kleine bedrijven waarhet om één werknemer gaat).• De werkgever kan van plaatsing afzien omdat hij voorzieningen/meerkosten moetvoorfinancieren. Het UWV geeft zelf aan dat de behandeling van de aanvraag van reintegratie-instrumentenbij het UWV lang kan duren. Juist voor moeilijk plaatsbarejonggehandicapten is snelheid belangrijk: door tijdverlies raakt de jonggehandicapteimmers vaardigheden kwijt en bestaat het gevaar der er een gat valt tussen school in werk.• Het blijkt dat leidinggevenden en werknemers zich afhankelijk van de situatie in meerdereof mindere mate onzeker voelen over hoe ze zich in contacten met gehandicapten moetengedragen. Deze handelingsonzekerheid is overigens afhankelijk van persoonlijkeervaringen. Zowel leidinggevenden als werknemers die (jong)gehandicapten in hun directeomgeving (familie en gezin) hebben, zijn doorgaans minder handelingsonzeker en staangemiddeld ook positiever tegenover (jong)gehandicapten als medewerker of collega.Voor de WajonggerechtigdeInkomensgerelateerde problemen:• M.i.v. 29 december 2005 is de regeling over de loondispensatie gewijzigd op tweeonderdelen: loondispensatie wordt alleen verleend ten behoeve van jongeren onder 18 jaaren voor Wajongers, en alleen als de waarde van de arbeidsprestatie lager is dan hetwettelijke minimumloon. De vaststelling van het loon van (andere) personen boven hetniveau van het wettelijke minimumloon is geen taak van de overheid is een zaak tussenwerkgevers en werknemers, op het niveau van CAO-partners en van de onderneming.Verschillende organisaties, zoals Borea, de CG-Raad en de Federatie vanOuderverenigingen hebben hier bezwaren tegen aangevoerd . Bij loondispensatie voorjongeren met een Wajong-uitkering kan het loon worden aangevuld met Wajong-uitkeringtot ten hoogste 120% van het wettelijke minimumloon. Als de waarde van dearbeidsprestatie van een jongere echter ten minste het wettelijke minimumloon is, maaronder de 120% van het wettelijke minimumloon, dan is er geen grond voor deloondispensatie en dus ook niet voor de aanvulling. Deze jongere verdient dus, als het4 Uit: CWP-rapport ‘Een werkend perspectief voor jongeren met een arbeidshandicap’ (2004) en Verwey-JonkerInstituut ‘Jonggehandicapten aan de slag’ (2005) en Research voor Beleid ‘Onbekend maakt onbemind’ (2004).15


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418CAO-loon hoger is dan 120%, minder dan de jongere wiens arbeidsprestatie lager is, maarwaarvan het loon kan worden aangevuld tot 120% van het wettelijke minimumloon.• Werk in deeltijd loont volgens de Landelijke cliëntenraad niet voldoende: Wajongers diedoor hun beperkingen slechts in deeltijd kunnen werken, ontvangen een inkomen datminder is dan het wettelijke minimumloon. Zij krijgen immers een loon uitdienstbetrekking dat per maand minder is dan het wettelijke minimumloon omdat erimmers gewerkt wordt tegen een laag loon en slechts voor een beperkt aantal uren. DeWajong-uitkering die naast het loon wordt ontvangen is onvoldoende om het loon aan tevullen tot een inkomen van ten minste het wettelijke minimumloon.• Vervoersvoorzieningen kennen een inkomensgrens waarboven een gehandicapte hetvervoer zelf moet betalen, behoudens indien er sprake is van strikt aan de handicapgerelateerde kosten. Overschrijding van de inkomensgrens leidt tot een daling van hetbesteedbaar inkomen. Bij die inkomensgrens telt het gezinsinkomen.• Het is niet helder wie verantwoordelijk is voor de financiering van ADL-hulp op het werk.Overgang van school naar werk• Een belangrijk knelpunt is het volgen van stages. Alle betrokkenen uit het onderwijsveldzijn het er over eens dat stages belangrijk zijn om werkervaring op te doen. Stagesfungeren als een belangrijke stap naar een baan. In de praktijk blijkt het echter moeilijkvoor leerlingen met een handicap of beperking een stageplaats te vinden en na het vindenvan een stage plaats is geen begeleiding door een jobcoach mogelijk. Ook het omzettenvan een stageplaats in een dienstverband is niet altijd vanzelfsprekend.• Het speciaal onderwijs zelf is te weinig arbeidsgericht en zou meer gericht kunnen zijn ophet maken van plannen voor arbeid. Het speciaal onderwijs vormt een eigen wereld dieweinig raakvlakken en ervaring heeft met de arbeidsmarkt.• Informatie over de overgang school - werk is zeer verspreid beschikbaar en daardoor voorvelen ontoegankelijk.• Betrokkenen uit het onderwijs en arbeidsdeskundigen jonggehandicapten (AD-J’ers)vinden dat er voor deze moeilijke doelgroep geen gat moet vallen tussen school en werk.Plaatsing van Wajonggerechtigden kost veel tijd. Het is dus van belang dat voor dejongeren zo snel mogelijk ondersteuning bij het verkrijgen van arbeid wordt geboden.Ondersteuning bij het verkrijgen van werk• Met invoering van marktwerking in de sociale zekerheid zijn re-integratiebedrijvenmarktgericht gaan denken. Het gevaar bestaat dan dat re-integratiebedrijven de begeleidingvan zogenoemde moeilijke doelgroepen te duur vinden en cliënten gaan selecteren aan depoort. Om dit te voorkomen gaat UWV bij aanbesteding uit van specifieke doelgroepen(waarvoor bijvoorbeeld niet het principe no cure no pay geldt, maar no cure less pay). Eenaantal gesprekspartners geeft aan dat ondanks gerichte aanbestedingsprocedures voorWajongers, moeilijk bemiddelbare Wajongers buiten de boot kunnen vallen. De groep dieonder de Wajong valt is zeer divers van samenstelling en groepen binnen de Wajongersvereisen specifieke vormen van trajectbegeleiding.16


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418• Re-integratiebedrijven geven zelf aan dat het moeilijk is specialistische kennis teontwikkelen. Het kan gebeuren dat in het ene jaar een re-integratiebedrijf een gunningontvangt voor een groep Wajongers en het jaar erop niet meer. Voor het re-integratiebedrijfis het dan vanuit bedrijfseconomisch motief niet gunstig om specialistische kennis overspecifieke groepen jonggehandicapten te ontwikkelen.• Wachtlijsten bij Wsw kunnen oplopen tot drie jaar. Dit is te lang voor een doelgroep diesnel opgebouwde kennis kwijtraakt. Er is een beperkte doorstroom vanuit het SW-bedrijfnaar reguliere arbeid.• Dove mensen kunnen niet altijd aanspraak maken op de PO-regeling.17


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418Bijlage 3 Overzicht van onderzoeken gedaan op het terrein van de WajongOnderzoek Wajong/jonggehandicaptenAfgeronde onderzoeken en aanbevelingen voornamelijk gericht op Wajong of mede vanbelang voor WajongJaar2006-10Opdrach Uitvoerdtgever erSZW Ape “Onderzoek TOG 2000”Titel en toelichting2006-SCP“Liever thuis dan uit”06indicatiestelling rond zorg op afroep en intramurale zorg centraal staat.Locatie:http://www.scp.nl/publicaties/boeken/9037702783/Liever_thuis_dan_uit.pdf2006-UWVRegiopla“Re-integratie hoogopgeleide jonggehandicapten”05nOnderzoek naar de noodzaak voor een integratie aanpak op maat voorhoog opgeleide jonggehandicapten.Locatie:http://www.vanwajongnaarwerk.nl/projecten_details.asp?ID=322006 SBCM Research voorBeleid2006-SCP03“Verkenning arbeidsmarkt voor sociale werkvoorziening”“jeugd met beperkingen”Rapportage over gehandicapte jongeren. Er wordt met name ingegaanop de leefsituatie van jeugdigen met een lichamelijke beperking.2006-NIZW,BPV&W“Met informatie aan het werk”03BPV&WHandreiking ter verbetering van de informatievoorziening aanjonggehandicapten2006 UWV NIZW “Wederzijds genoeg(en)”Een verkennend onderzoek naar een mogelijke uitruil van dienstentussen de vrijwilligerssector en begeleidwerkenorganisaties.Locatie:http://www.vanwajongnaarwerk.nl/attachments/algemeen/NIZWwederzij18


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418ds%20genoegen/Wederzijds%20genoegen%20Omsl+BWmei%202006.pdfVerweyBPV&W“De eenmalige herbeoordelingen: het verhaal achter de cijfers”.2006-Jonker,Onderzoek van (cliënten)organisaties naar de bevindingen van02FNV,arbeidsongeschikten met de eenmalige herbeoordelingNFK,ME,Pandora,WAOcafe,BPV&W2006-MinisteriResearc“Arbeidsmatige dagbesteding”02e vanh voorAan de hand van een definitie van arbeidsmatige dagbesteding wordtVWSBeleidde aard en omvang van de dagbesteding bepaald.Locatie:http://www.researchvoorbeleid.nl/_resources/reportcenter/B3047/B3047eindrapdef.PDF“Toegang tot onderwijs en arbeid voor mensen met een verstandelijkebeperking”.“Overgang van school naar werk”“Startnotitie Participatiebudget”“Arbeidsgehandicapten 2004”.Arbeidssituatie van mensen met een langdurige aandoening2006 OpenSocietyInstituteOpenSocietyInstitute2005 SZW Verwey-Jonker2005 Per AnderssoSaldo n ElffersFelix2005- SZW CBS,12TNO2005-12NIZW“Arbeidsintegratie voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel.”Stand van zaken en instrumenten voor sluitende aanpak, werkwijze enfinanciering.Locatie:http://www.vanwajongnaarwerk.nl/projecten_details.asp?ID=182005-BPV&W,BPV&W“Jonggehandicapten aan het woord”.12NIZWInventarisatie van de informatiebehoefte op het gebied van werk eninkomen19


Ons kenmerkSV/R&S/06/884182005-BPV&W,BPV&W“Jonggehandicapte, werk en inkomen”.09NIZWEen analyse van de contacten van de helpdesk van het BPV&W overWAJONG2005 UWV APE “Protocol job coach”2005 UWV NIZW “Kenniscentrum jongeren met arbeidshandicap en werk”Contourennotitie2005 Patiënten Arcon “Onbegrepen jongeren”consumentenOnderzoek naar behoefte aan opvang en begeleiding van jongeren meteen autistische aandoening en een normale intelligentie en hun oudersplatformTwente2005-06CWP StichtingDe“Hoezo zielig?!”Beeldvormingsonderzoek Arbeidsgehandicapten onder media, politiekUitdaging en prominente arbeidsgehandicapten en deskresearchvoor2005- BPV&W BPV&W “Rapportage Helpdesk 2004”062005-05NIZW "Arbeidsintegratie voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel.”Stand van zaken en instrumenten voor sluitende aanpak, werkwijze enfinanciering.Locatie:http://www.vanwajongnaarwerk.nl/attachments/algemeen/NIZW-NAH/Notitie-inventarisatie.pdf2005-04CBS CBS “Dynamiek in de WAO, WAZ en WAJONG”Een longitudinale analyse van personen met eenarbeidsongeschiktheidsuitkering, 1999-20022005-SZW enVerwey-“Jonggehandicapten aan de slag”.01OC&WJonkerEen onderzoek naar de stand van zaken met betrekking tot deinstituutovergang school-werk van wajong-gerechtigden, knelpunten en goodpractices.Locatie:http://www.verwey-jonker.nl/images/dynamisch/D352440_DEF.pdf20


Ons kenmerkSV/R&S/06/884182004-05SZW CWP “Een werkend perspectief voor jongeren met een arbeidshandicap”.Onderzoek over hoe de regierol bij de (re)integratie van jongeren meteen arbeidshandicap moet worden vormgegeven, alsmede eeninventarisatie en oplossing van knelpunten bij de (re)integratie vanjongeren met een arbeidshandicap. Tevens wordt er advies gegevenover de schakeling tussen onderwijs en werk en advies over de nazorgen de persoonlijke begeleiding op de werkplek.2004-CWPResearc“Onbekend maakt onbemind”01h voorAttitude onderzoek naar de positie van arbeidsgehandicapten op deBeleidarbeidsmarktLocatie:http://www.werkendperspectief.nl/Documents/Onbekend%20maakt%20onbemind%20eindrapport.pdf2003-CNVCNV“WAJONG talent”.12JongerenVisie van WAJONGeren op de arbeidsmarkt. Beeldvormend onderzoekuitgevoerd door CNV Jongeren2003-062004-12SZW APE “Evaluatie REA-scholingsinstituten”SZW CBS, “Arbeidsgehandicapten 2003”TNO Arbeidssituatie van mensen met een langdurige aandoening2004-SZWCBS,“Arbeidsgehandicapten 2002”02TNOArbeidssituatie van mensen met een langdurige aandoening2004- CBS CBS “De reïntegratiepopulatie van Nederland”012003 UWV “onafhankelijke arbeidsadviseur”.Een evaluatieonderzoek naar de latente arbeidsbehoefte van de groepjonggehandicapten en het effect van een onafhankelijk arbeidsadviseurop de kwaliteit van de arbeidstoeleiding.2003-SZWCBS,“Monitor Arbeidsgehandicapten 2001”03TNO2002-BVE-Cinop“Financiering onderwijs aan deelnemers met een handicap in het Bve12raad,veld”CG-raad,Onderzoek naar de naar de mogelijkheid van integrale financiering vanUWVonderwijs aan gehandicapten in het veld van beroepsonderwijs21


Ons kenmerkSV/R&S/06/88418volwasseneducatie.2002-12GAK APE “Evaluatie pilot wajong”.Pilot naar mogelijkheden voor ondersteuning bij het zoeken naar werk,dagactiviteiten of scholing voor jonggehandicapten.2002 NIZW “Nieuwe wegen naar werk”Regionale pilots naar jongeren met een lichamelijke beperkingLocatie:http://www.nizw.nl/Docs/Gehandicapten/Werk/PDF/NieuweWegenNaarWerk.pdf2002-RWIAStri,“Wsw: Het proces van aanmelding tot en met plaatsing”04SEOR2001-SZWCBS,“Arbeidsgehandicapten 2000”12TNO2001-NIZW“Arbeidstoeleiding binnen het VSO-onderwijs”12Resultaten van een inventarisatie onder VSO-scholenLocatie:http://www.nizw.nl/Docs/Gehandicapten/Werk/PDF/definitieve%20versie%20arbeidstoeleiding2.pdf2001 Lisv “Ontwikkelingen in de wajong”.Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de instroom, deuitstroom en de populatie van jonggehandicapten vanaf 1994 en eenprognose van instroom, uitstroom en populatie vanaf 20002000- UWV UWV “Hoe beoordelen jonggehandicapten een aantal aspecten van deuitvoering van de claimbeoordeling en de bemiddeling?”2000 UWV Aarts, “Kosten van coachen”Been2000 Lisv GAK b.v. “Onderzoek onder cliënten met een Wajong-uitkering”Hoe beoordelen jonggehandicapten een aantal aspecten van deuitvoering van de claimbeoordeling en de bemiddeling door het lisv.22

More magazines by this user
Similar magazines