Examenreglement TU/e 2009-2010 - Technische Universiteit ...

w3.bwk.tue.nl

Examenreglement TU/e 2009-2010 - Technische Universiteit ...

3. De vragen en opgaven van het tentamen zijn duidelijk en ondubbelzinnig, en zijn zodanigopgesteld of bevatten zodanige aanwijzingen dat de student in redelijkheid kan vaststellen hoeuitvoerig of gedetailleerd de antwoorden moeten zijn.4. De tentamenvragen en -opgaven kunnen door de student na afloop van het tentamenworden meegenomen, tenzij de examinator daartegen bezwaren heeft, dan wel de aard van detentamenvragen en -opgaven zich daartegen verzet.


:De opleiding heeft geen bijzondere kwalificaties voor het behalen van het getuigschrift voorde propedeuseArtikel 5.6 Bijzondere kwalificaties bacheloropleidingen1. De examencommissie reikt het getuigschrift “cum laude’ uit wanneer het rekenkundiggemiddelde, van de door student afgelegde onderwijseenheden (inclusief minorvakken) die totde opleiding behoren, 8 of hoger is. Verder mag geen van de afgelegde onderwijseenhedendie tot de opleiding behoren beoordeeld zijn met een cijfer lager dan een 6.2. Ten aanzien van het rekenkundig gemiddelde dient te worden opgemerkt dat alleenindividuele beoordelingen worden meegenomen bij de berekening van het rekenkundiggemiddelde. Groepsbeoordelingen tellen derhalve niet mee.3. Indien de bacheloropleiding wordt afgesloten met een afstudeerproject, kan deexamencommissie aanvullende eisen stellen ten aanzien van het resultaat van ditafstudeerproject.Artikel 5.7.Bijzondere kwalificaties masteropleidingenMasteropleidingen Architecture, Building and PlanningDe examencommissie reikt het getuigschrift “cum laude’ uit wanneer het rekenkundiggemiddelde, van de door de student afgelegde onderwijseenheden die tot de opleidingbehoren, 8 of hoger is, met uitzondering van het afstudeerproject, dat met een cijfer 9 of hogeris beoordeeld. Verder mag geen van de afgelegde onderwijseenheden die tot de opleidingbehoren beoordeeld zijn met een cijfer lager dan een 6.Masteropleiding Construction Management and Engineering (3 TU-verband)Het gewogen gemiddelde van de cijfers bedraagt tenminste 8,0 waarbij voldoendes (VO) envrijstellingen (VR)buiten beschouwing worden gelaten.Het aantal onderdelen waarvoor het resultaat VO is behaald of waarvoor een VR is verleend,mag tezamen nietmeer dan 1/3 van het totale aantal onderdelen bedragen.Er mag geen cijfer lager dan 7,0 voorkomen.Voor het afstudeerwerk moet tenminste het cijfer 8,0 zijn behaaldParagraaf 6 SlotbepalingenArtikel 6.1 BeveiligingDe examencommissie draagt zorg voor een zodanige verwerking van schriftelijke en, voorzover van toepassing, op andere wijze afgenomen tentamens dat deze tentamens voldoendeworden beveiligd tegen verlies, diefstal of onrechtmatig handelen.Artikel 6.2 Beroep CBETegen een besluit van de examencommissie dan wel van examinatoren op grond van ditexamenreglement kan de belanghebbende binnen vier weken nadat het besluit aan hem ofhaar bekend is gemaakt, beroep aantekenen bij het College van Beroep voor de Examensbedoeld in artikel 7.60, van de wet.Artikel 6.3Wijziging reglement


Wijzigingen van dit examenreglement kunnen slechts gedurende het lopende studiejaar vankracht worden voor zover de belangen van studenten hierdoor redelijkerwijs niet wordengeschaad.Artikel 6.4. Overgangsregeling/bepalingDe judicia zoals opgenomen in artikel 5.6 en 5.7 geldt voor de studentengeneratie die op of na1 september 2007 zijn begonnen met het eerste jaar van een bacheloropleiding dan wel heteerste jaar van een masteropleiding.Voor studentengeneraties van daarvoor gelden de Regels en Richtlijnen van het jaar waarin zijmet een opleiding zijn begonnen.Artikel 6.5. Afwijkingen van het bepaalde in dit reglement1. De examencommissie kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in ditreglement.2. De examencommissie kan de studieadviseur van de opleiding of een studentenadviseurvan het STU hierover om advies vragen.Artikel 6.6 InwerkingtredingDit examenreglement vervangt alle vorige versies en treedt in werking op 1 september 2009.Aldus vastgesteld door de examencommissie van de faculteit Bouwkunde op 16 juli 2009.


Bijlage 1Werkwijze van de ExamencommissieArtikel 1.2 Werkwijze examencommissie1. De examencommissie bestaat uit tenminste zeven leden met stemrecht:- een voorzitter, zijnde een hoogleraar of UHD van de faculteit; uit het midden van de ledenwordt een vicevoorzitter benoemd.. de leden van de commissie zijn afkomstig uit het wetenschappelijk corps van de faculteit datbelast is met het onderwijs . Er wordt een spreiding nagestreefd naar capaciteitsgroepen.- tenminste een lid, zijnde een examenbevoegde vertegenwoordiger afkomstig van de faculteitWiskunde & Informatica.- de Master Building Services wordt vertegenwoordigd door een examenbevoegd lid van decapaciteitsgroep waartoe Building Services behoort.- de Master Construction Management and Engineering wordt vertegenwoordigd door eenexamenbevoegd lid van die opleiding.- in haar oordeelsvorming kan de examencommissie zich laten bijstaan door ter zake relevanteadviseurs, zoals onder andere studieadviseur(s) en opleidingsdirecteur. Adviseurs hebbengeen stemrecht.- als ambtelijk secretaris fungeert een afgevaardigde van het opleidingsinstituut.2. De examencommissie kan uit haar midden commissies van tenminste twee leden aanwijzenten behoeve van de ‘dagelijkse” werkzaamheden (dagelijks bestuur DB) en/of specifieketaken. Het dagelijks bestuur wordt gevormd door de voorzitter en de vice voorzitter,aangevuld met de ambtelijk secretaris en een studieadviseur.De vice-voorzitter heeft zitting voor ten hoogste twee jaar. Daarna rouleert deze functie.3. Tot de taken van de examencommissie worden o.a. gerekend:a. beslissingen omtrent de goedkeuring van gemaakte keuzes binnen de opleiding, zoalsbedoeld in artikel 3.2 van de OER;b. beslissingen omtrent vrijstellingen, zoals bedoeld in artikel 3.1 van de OER;c. beslissingen omtrent tussentijdse en vervangende tentamens, zoals bedoeld in artikel 2.1,lid 7 van het examenreglement 2007-2008;d. het treffen van maatregelen bij inbreuk op de orde tijdens een tentamen, zoals bedoeld inartikel 3.1 en 3.2 van dit reglement;e. het treffen van maatregelen bij inbreuk op de procedures van aanmelden en terugtrekkenvoor de tentamens en examens;f. vaststelling van de uitslagen en bijzondere kwalificaties van examens, zoals bedoeld inartikel 5.2, 5.5, 5.6 en 5.7 van dit reglement;g. voorbereiding en organisatie van de uitreiking van diploma’sh. beslissingen omtrent regelingen die in afwijking van de geldende bepalingen op verzoekvan de student kunnen worden getroffeni. beslissingen over het bindend studieadvies rekening houdende met bijzondereomstandigheden;4. Besluiten van de examencommissie worden:a. bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Bij stemmenstaking heeft de voorzitter eendoorslaggevende stem.b. besluiten van de examencommissie hebben geen precedentwerking.


c. schriftelijk vastgelegd in de notulen van de vergadering waarin het besluit genomen is; destukken zijn in te zien in het archief waarvoor de leden van de ex.cie zijn geautoriseerd.d. schriftelijk aan de student medegedeeld, als het besluit een reactie betreft op een door destudent ingediend verzoekschrift.e. gepubliceerd via de Bouwpers en websites indien het van toepassing is op tenminste ééncategorie vanstudenten; indien dit voor een snelle en meer indringende vorm van communicatienoodzakelijk wordt geacht,wordt het besluit bovendien ook per email naar betreffende categorie(ën) van studentenverstuurd en/of worden studenten attent gemaakt op voornoemde publicatie; desalniettemin,wordt van studenten verwacht datzij tenminste eenmaal per week nagaan of er voor hen relevante informatie is gepubliceerd.5. Vergaderfrequentie en zittingsduur- De examencommissie komt 11 keer per jaar bij elkaar, de laatste dinsdag in de maand.- Het DB komt met eenzelfde frequentie tussentijds bij elkaar.- De zittingstermijn van de voorzitter is 4 jaar met een mogelijke verlenging van 4 jaar


Bijlage 2 bij artikel 3.1, derde lid, van het Examenreglement voor de opleidingenBouwkunde, Architecture, Building and Planning, Building Services en ConstructionManagement and Engineering, vastgesteld op 24 juni 2009.Aanwijzingen bij schriftelijke tentamens1. Gedurende 15 minuten na aanvang van de zitting kunnen nog studenten wordentoegelaten. Aan deze studenten wordt geen extra tijd ter beschikking gesteld.2. De student kan niet eerder dan na 15 minuten na aanvang van de zitting de zaalverlaten.3. De student vult bij aanvang van het schriftelijk tentamen op de uitgereiktepresentiekaart zijn identiteitsnummer, zijn opleiding en zijn volledige naam en adresin. Ter controle door de examinator of surveillant legt de student de ingevuldepresentiekaart met zijn collegekaart en zijn bewijs van inschrijving zichtbaar op tafel.De examinator kan in bijzondere gevallen akkoord gaan met legitimatie aan de handvan een ander officieel legitimatiebewijs in plaats van de collegekaart.4. De student vult op elk door hem in te leveren vel papier de bovenaan gevraagdegegevens duidelijk, met blokletters en volledig in. Bij de naam dienen alle voorletterste worden vermeld. De vellen papier worden doorlopend genummerd.5. De TU/e verstrekt alle benodigde papier; de student draagt zelf zorg voor schrijf- entekenmateriaal. Gebruik van liniaal, passer en driehoek, met hoeken van 30 en 45graden, bij het maken van tekeningen is toegestaan.6. Het is de student niet toegestaan andere dan de ter plaatse uitgereikte papieren,boeken, rekenapparaten etc te gebruiken of te raadplegen, tenzij zulks nadrukkelijk ophet uitgereikte tentamenformulier is vermeld.7. Het is de student niet toegestaan een mobiele telefoon of andere elektronischapparatuur ter plaatse te gebruiken tenzij een en ander uitdrukkelijk door of vanwegede examencommissie is toegestaan.8. De student dient bij het einde van de zitting te wachten totdat al het schriftelijk werkdoor de surveillanten is ingenomen, voor hij zijn zitplaats mag verlaten of onderlingegesprekken mag voeren.9. De student zorgt er voor dat hij al het schriftelijk werk dat hij wil inleveren persoonlijkaan de surveillanten in handen geeft.


Bijlage 3 bij artikel 5.2., vierde lid, van het Examenreglement voor de opleidingenBouwkunde, Architecture, Building and Planning, Building Services en ConstructionManagement and Engineering.Afstudeerregeling.Voorafgaand aan het afstudeerproject vindt het schrijven van een afstudeerplan plaats.Het doel van het afstuderen is het bereiken van de eindtermen van de masteropleiding. Destudent dient zich te laten registreren als afstudeerder door middel van de daartoe strekkendeformulieren die verkrijgbaar zijn aan de balie van het Opleidingsinstituut (VRT 2.11).Alvorens aan het afstuderen te beginnen dient de student de volgende onderdelen van demasteropleiding met een voldoende te hebben afgerond:- de twee projecten uit het eerste jaar van de masteropleiding alsmede het project uit het eerste semestervan het tweede jaar van de masteropleiding,- alle verplichte vakken van het master-programma.Gedurende het afstudeerproject houdt de student openbare colloquia:- het is denkbaar dat er gedurende het afstudeertraject meerdere keren evaluatieve momentenplaatsvinden. Deze worden vastgelegd in het afstudeerplan.- de student houdt ìn ieder geval het eindcolloquium: ter afronding van het afstudeerproject worden debehaalde resultaten gepresenteerd.Eindcolloquia dienen vooraf aangekondigd te worden en openbaar te zijn.De afstudeerbegeleidingscommissieDe student dient bij aanvang van het afstudeerproject een afstudeerbegeleidingscommissie inte stellen die bestaat uit minimaal drie examenbevoegde leden, waarvan tenminste twee ledenvan het wetenschappelijk personeel van de faculteit Bouwkunde van de TechnischeUniversiteit Eindhoven. Tenminste één lid van de afstudeerbegeleidingscommissie ishoogleraar of universitair hoofddocent en bezetter van een voor het afstudeerprojectcompetente leerstoel/UHD/-plaats. Voor een overzicht van de voor afstudeerbegeleidingcompetente leerstoelen/UHD/-plaatsen wordt verwezen naar bijlage 5 van hetexamenreglement inzake het leerstoelen overzicht en UHD-plan. De hoogleraar of universitairhoofddocent is voorzitter van de afstudeerbegeleidingscommissie. De voorzitter ziet toe op desamenstelling van de begeleidingscommissie. De uiteindelijke goedkeuring van debegeleidingscommissie ligt bij de examencommissie.Eén extern deskundige kan lid zijn van de afstudeerbegeleidingscommissie. De externdeskundige is ter zake deskundig en werkt niet bij de faculteit Bouwkunde van de TU/e.Normaliter heeft de extern deskundige een universitaire opleiding voltooid. Echter, inbijzondere gevallen is een Hogere Beroeps-Opleiding ook mogelijk indien de externdeskundige over een aantoonbaar hoge mate van deskundigheid beschikt. De voorzitter van deafstudeerbegeleidingscommissie ziet erop toe dat de extern deskundige aan deze kwalificatiesvoldoet. Hij dient een verzoek in bij de examencommissie door middel van een daartoestrekkend formulier.


De leden van de afstudeerbegeleidingscommissie beoordelen het afstudeerproject. Personendie eventueel bij het afstuderen zijn betrokken, zijn adviseur. Zij hebben formeel geen invloedop de beoordeling.Bij afstudeerprojecten van de master opleidingen Building Services en ConstructionManagement and Engineering kan één van de leden van het wetenschappelijk personeel vande faculteit Bouwkunde vervangen worden door een lid van het wetenschappelijk personeelvan één van de andere relevante faculteiten van de Technische Universiteit Eindhoven.Verzoeken om van het bovenstaande af te wijken dienen gemotiveerd en met goedkeuring vande voorzitter van de afstudeerbegeleidingscommissie ingediend te worden bij deExamencommissie van de faculteit Bouwkunde TU/eBij de beoordeling van het afstudeerproject worden de volgende aspecten in beschouwinggenomen:- het product: de inhoudelijke kwaliteit van het project,- het proces: de (planmatige) opzet en uitvoering van het project,- de presentatie: de wijze van presentatie en rapportage.Als er ten aanzien van deze aspecten weegfactoren worden gehanteerd zullen deze van tevoren kenbaar worden gemaakt en worden vastgelegd in het afstudeerplan. Als dat nietgebeurd is, is er geen sprake van weegfactoren bij de beoordeling van genoemde aspecten.Elk lid van de afstudeerbegeleidingscommissie heeft eenzelfde gewicht in de beoordeling. Deafstudeerder wordt op de hoogte gesteld van de argumenten die aan de beoordeling tengrondslag hebben gelegen.Eisen m.b.t. de behandeling in de vergadering van de examencommissie:- de student dient zich uiterlijk 4 weken voor de examenvergadering aan te melden via internet:http://owinfo.tue.nl/ ; zie de sluitingsdata die hier vermeld zijn voor de aanmelding voor het examen,- alle beoordelingen van vakken, projectwerk (inclusief het afstudeerproject) en portfolio-onderdelenmoeten bij het opleidingsinstituut uiterlijk 2 weken voor de examenvergadering ingeleverd zijn,- aan alle eisen van het afstudeerproject dient te zijn voldaan, d.w.z. er dient een beoordeeld eindverslagte zijn, een tussen- en eindcolloquium te zijn gehouden en er is een beoordeeld (samenvattend) artikelbeschikbaar,- het voor akkoord getekende afstudeerverslag alsmede het artikel moet bij het opleidingsinstituutuiterlijk 2 weken voor de examenvergadering ingeleverd zijn.Volgens artikel 5.1 van de Onderwijs- en Examenregeling is er tenminste 3 keer per jaargelegenheid voor het afleggen van het examen. De examencommissie belegt in principe opéén van de laatste vijf werkdagen van elke maand, de academische vakanties niet meegeteld,een vergadering waarop zij de uitslag vaststelt van het afsluitend examen van de studenten diezich daartoe volgens de regels hebben aangemeld. De data van deze vergaderingen wordennamens de examencommissie voor aanvang van het studiejaar centraal bekend gemaakt.Alleen als de student zich heeft aangemeld en de examencommissie zich heeft uitgesprokendat de student is geslaagd, verkrijgt de student het afsluitend getuigschrift (Nederlands- enEngelstalig).Richtlijnen m.b.t. het afstudeerverslagVan het afstudeerproject wordt verslag gedaan door middel van een schriftelijkafstudeerverslag, eventueel aangevuld met tekeningen of andere media.


De afstudeerverslagen kunnen behalve als ‘hard copy’ (op papier) ook digitaal wordeningeleverd via een daartoe strekkende software omgeving.Aan het afstudeerverslag worden de volgende eisen gesteld.1. TitelpaginaHet afstudeerverslag dient voorzien te zijn van:- een titel (de (onder)titel moet nauwkeurig aangeven waarover het verslag gaat; via trefwoorden die aande titel ontleend worden, wordt het verslag toegankelijk voor andere geïnteresseerden),- naam en voorletters van de student en het studentnummer,- datum van afstuderen,- namen van de leden van de afstudeerbegeleidingscommissie,- naam van de opleiding en de universiteit.2. SamenvattingDe samenvatting moet de hoofdzaken uit het verslag in het kort weergeven. De samenvattingdient onafhankelijk van het rapport gelezen te kunnen worden.3. InhoudsopgaveDe inhoudsopgave geeft de structuur van het verslag weer, ingedeeld naar hoofdstukken enparagrafen. Ook bijlagen, tekeningen, schema’s e.d. dienen in de inhoudsopgave vermeld teworden.4. InleidingIn de inleiding wordt weergegeven:- wat de probleemstelling/doelstelling van het afstudeerrapport is,- wat het praktisch/maatschappelijk en/of theoretisch/wetenschappelijk belang is van hetafstudeerrapport,- de opbouw van het afstudeerverslag.5. AanpakIn het afstudeerverslag wordt een beschrijving gegeven van de gehanteerde werkwijze. Welketheorie(ën)/methoden/technieken zijn gebruikt om het doel van het onderzoek en/of ontwerpte bereiken en hoe deze theorie(ën)/methoden/technieken zijn toegepast tijdens hetafstudeerproject.6. WerkzaamhedenDe werkzaamheden die tot het uiteindelijke resultaat geleid hebben, worden besproken.7. ResultatenDe behaalde resultaten worden ordelijk in het afstudeerrapport weergegeven.8. Conclusies, aanbevelingen en/of discussie/reflectieIn geval het afstudeerproject zich hiertoe leent, dienen de belangrijkste conclusies naaraanleiding van het project weergegeven te worden en dienen aanbevelingen voor mogelijkevervolgprojecten gegeven te worden. In ieder geval dient het project kritisch geëvalueerd teworden (is de doelstelling gehaald, wat had beter gekund, enz.)9. LiteratuurHet verslag bevat een overzicht van de gebruikte literatuur en andere geraadpleegde bronnen(zie ook de regels voor citeren en refereren).


Regels voor citeren en refererenHet gebruik van andermans werk is toegestaan, mits de bronnen duidelijk vermeld worden.Indien een student de geraadpleegde bronnen niet vermeld, maakt hij zich schuldig aanplagiaat. De volgende regels gelden bij citeren en refereren.1. Overnemen van een mondeling uitgesproken tekstIn geval van een ‘quote’ kan de aangehaalde tekst cursief worden weergegeven, geplaatsttussen aanhalingstekens, met vermelding van de naam van de geciteerde en indien bekend hetjaar waarin de desbetreffende uitspraak is gedaan.2. Overnemen van een schriftelijke tekstIn dit geval wordt de tekst (eventueel cursief weergegeven) aangehaald onder vermelding vande volgende gegevens (afhankelijk van de bron):- naam auteur(s), voorletter(s), titel van het boek, jaar van uitgave (tussen haakjes), uitgever (naam +plaats) en betreffende pagina’s (pp ..-..),- naam auteur(s), voorletter(s), titel van het artikel, naam van het tijdschrift, nummer en jaargang enbetreffende pagina’s (pp..-..),- naam auteur(s), voorletter(s), titel van het rapport of verslag, jaartal (tussen haakjes), uitgever (naam +plaats) en betreffende pagina’s (pp ..-..),- naam auteur(s), voorletter(s), titel van het artikel, naam van de krant, datum en betreffende pagina,- titel van brochure/documentatie, jaar van uitgave, naam van uitgever (fabrikant, leverancier, organisatiee.d.),- internet-website: http-adres en datum, auteur(s), voorletter(s), titel van de site, naam van bedrijf ofinstelling (voor zover bekend).Voor de vermelding van bronnen in de tekst zijn de volgende twee methoden het meestgangbaar:nummers tussen vierkante haken die verwijzen naar de literatuurlijst aan het eind van hetwerkstuk,naam/namen van auteur(s) en jaartal tussen ronde haken (naam, jaartal) die verwijzen naar deliteratuurlijst aan het einde van het werkstuk.3. Overnemen van tekening of fotoIn dit geval dient direct onder de overgenomen tekening of foto de naam van de tekenaar, c.q.fotograaf vermeld te worden. Bij publicatie van het werkstuk dienen rechten te wordenvergoed aan deze derden. Dit geldt dus ook voor afbeeldingen die gekopieerd worden vaninternet als er copyright op rust.Deze regels zijn ontleend aan: Herwijnen, F. van, (2003) Plagiaat= fraude, Bouwpers,nummer 10, jaargang 19, pp 9-10Het inleveren van het afstudeerverslagElk afstudeerverslag dient voorzien te zijn van een handtekening van de voorzitter van deafstudeerbegeleidingscommissie.Bij elk afstudeerrapport dient een samenvattend artikel als aparte bijlage gevoegd te worden(2 bladzijden A4), waarin een kort overzicht wordt gegeven van:- het doel van de afstudeeropdracht,- de methoden/middelen die gehanteerd zijn om dit doel te bereiken,- de resultaten/conclusies in relatie tot de oorspronkelijk gestelde doelen.


Het afstudeerplan (7..41)Alvorens aan het afstuderen te beginnen, dient de student (in overleg met de beoogdeafstudeerhoogleraar/UHD) een afstudeerplan op te stellen. In dit afstudeerplan dient aan deorde te komen:- eventuele weegfactoren- het onderwerp en motivatie voor de keuze van dit onderwerp,- een globale doel- en probleemstelling,- het maatschappelijke en/of wetenschappelijke belang van het project,- een globale opzet van het project (welke activiteiten dienen verricht te worden?),- een globale tijdsplanning,- een voorstel voor de samenstelling van de afstudeerbegeleidingscommissie,- afspraken over de evaluatiemomenten tijdens het afstudeertrajectHet afstudeerplan dient goedgekeurd te worden door de afstudeerhoogleraar/UHD.


Bijlage 4FraudeWanneer terzake van het afleggen van een tentamen fraude wordt geconstateerd of vermoed(zoals spieken, plagiëren etc.) wordt volgens artikel 3.2 van het Examenreglement dit zospoedig mogelijk vastgelegd. De examencommissie kan de student voor ten hoogste één jaaruitsluiten van verdere deelneming aan het desbetreffende tentamen. Onder een tentamenwordt daarbij niet alleen verstaan een schriftelijk of mondeling tentamen, maar ook elkebeoordeling van kennis, inzicht en vaardigheden van een student, dus ook een werkstuk,projectwerk en een doorlopen practicum = praktische oefening.Voordat de examencommissie enige beslissing neemt stelt zij de student in gelegenheid teworden gehoord.Ook plagiaat wordt als fraude bestempeld. Het aanhalen van iemands werk, woorden ofgedachtegoed is citeren. Dit is toegestaan, mits dit wordt gedaan met bronvermelding: eenopgave van de bron waaruit geciteerd wordt.Indien teksten, gedachten, redeneringen of afbeeldingen van derden worden overgenomen(bijvoorbeeld uit digitaal beschikbare informatiebronnen, ontleend aan internet-websites ofgescand uit boeken en tijdschriften) en deze door laat gaan voor eigen werk, wordt vanplagiaat gesproken. De plagiator pleegt bedrog en daardoor is men fraudeur.Een aantal aanwijzingen om te citeren uit andermans werk om plagiaat te voorkomen zijnvermeld in de afstudeerregeling.


Toelichting Examenreglement van de opleidingen Bouwkunde, Architecture, Buildingand Planning, Building Services en Construction Management and Engineering.AlgemeenDe Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek draagt in artikel 7.12, vierdelid de examencommissie op regels vast te stellen met betrekking tot de goede gang van zakentijdens de tentamens en met betrekking tot de in dat verband te nemen maatregelen. Voortskan volgens dezelfde bepaling de examencommissie richtlijnen en aanwijzingen geven aan deexaminatoren met betrekking tot de beoordeling van degene die het tentamen aflegt en metbetrekking tot de vaststelling van de uitslag van het tentamen. Het onderhavige reglementstrekt tot uitvoering van deze wettelijke opdracht en bevoegdheden.Bij de vaststelling van het reglement is rechtstreeks verband gelegd met de ten aanzien van deopleiding door het faculteitsbestuur vastgestelde onderwijs- en examenregeling (hierna:OER), waarin een groot aantal onderwerpen wordt geregeld op grond van de door de wet aanhet faculteitsbestuur voorbehouden bevoegdheden. Dit Examenreglement moet dan ookgelezen worden in samenhang met de OER, die op deze opleiding van toepassing is, en - waarhet de toegang tot de opleiding betreft - met de Regeling toelating masteropleidingen TU/e.Paragraaf 1 Algemene bepalingenArtikel 1.1 BegripsbepalingenDe begripsbepaling van dit reglement is beperkt gehouden tot die begrippen die voor deopstelling van het reglement noodzakelijk zijn. Dat laat onverlet dat helderheid dient teworden verschaft over de exacte betekenis van de verschillende – soms wettelijkgedefinieerde – begrippen die in dit reglement worden gebruikt. Daartoe is als bijlage eenverklarende woordenlijst toegevoegd, die verschil van mening over de betekenis van degehanteerde begrippen moet voorkomen.Artikel 1.2 Werkwijze ExamencommissieBij de werkwijze van de examencommissie kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het uit haarmidden benoemen van commissies, onder andere ten behoeve van de dagelijksewerkzaamheden.Paragraaf 2 TentamensArtikel 2.1 Deelname en aanmeldingIn het eerste lid van dit artikel is voorgeschreven, dat een student alleen rechtsgeldig kandeelnemen aan een tentamen, indien hij is ook ingeschreven bij de opleiding. Voorts geldenvoor de student de regels die in de bijlage bij de OER onder e, h en i zijn opgenomen: devolgtijdelijkheid van tentamens en de verplichting tot de deelname aan bepaalde praktischeoefeningen, voordat een tentamen kan worden afgelegd.Het tweede lid bepaalt dat een student die aan een centraal georganiseerd schriftelijk tentamenvan de opleiding wil deelnemen, zich daarvoor bij het STU moet aanmelden en wel uiterlijk 5werkdagen voorafgaand aan de desbetreffende tentamenperiode. Die aanmelding dient tegeschieden op de door het STU bepaalde wijze, namelijk via http://owinfo.tue.nl.Het college van bestuur van de TU/e heeft aangegeven het belangrijk te vinden dat studentenzich terdege voorbereiden op een tentamen. Vandaar dat een student die reeds drie keer eententamen heeft afgelegd, zonder daarvoor te zijn geslaagd, voorafgaand aan de daaropvolgende keer dat hij aan dat tentamen wil deelnemen, met de docent van het desbetreffendevak/studieadviseur (doorstrepen wat niet van toepassing is) afspraken dient te maken over zijnof haar studieaanpak aan de hand van een door hem of haar opgesteld studieplan. Deze vormvan verplichte studiebegeleiding heeft tot doel met de student te overleggen over zijn of haar


studieaanpak, die mogelijk tot ernstige studievertraging kan leiden. De docent van het vak ofstudieadviseur ziet .erop toe dat afspraken worden gemaakt over de studieaanpak aan de handvan het door de student opgestelde studieplan en verleent de desgewenste assistentie aan destudent. Dit is weergegeven in het derde lid. Studenten kunnen zich niet aanmelden voor eententamen als ze reeds drie keer een onvoldoende tentamenresultaat voor het zelfde vak hebbengehaald. Dit betekent dat een student die al twee onvoldoendes heeft behaald en éénvoldoende (een puntverbeteraar), zich voor een volgende keer mag aanmelden voor hettentamen. Ook voor een puntverbeteraar geldt dat wanneer hij drie onvoldoendes heeftgehaald en één of meer voldoendes, hij contact dient op te nemen met de docent van het vakof studieadviseur.Teneinde te bewerkstelligen dat studenten zich serieus voorbereiden op de tentamens van deopleiding schrijft het vierde lid van dit artikel voor dat het zich aanmelden voor een tentamen,maar niet verschijnen of vroegtijdig vertrekken zonder het werk in te leveren wordtbeschouwd als het niet met goed gevolg hebben afgelegd van het tentamen. Het zich al tegemakkelijk aanmelden voor tentamens wordt op deze wijze door de examencommissieontmoedigd, mede in verband met een gedegen voorbereiding op de tentamens. . Dezetentamenpoging telt mee als een tentamenpoging zoals bedoeld in het derde lid.Het vijfde lid van dit artikel maakt de studenten duidelijk dat zonder aanmelding voor eencentraal schriftelijk tentamen, dat tentamen niet afgelegd kan worden. Het werk van destudent die zich niet heeft aangemeld volgens de voorgeschreven procedure wordt nietbeoordeeld en kan dus niet van invloed zijn op de uitslag van zijn examen. Dezetentamenpoging telt eveneens mee als een tentamenpoging zoals bedoeld in het derde lid.In het zesde lid wordt de examencommissie aangewezen als het orgaan, dat vaststelt of destudent voldoet aan alle voorwaarden om aan een tentamen te mogen deelnemen.Bij bijzondere omstandigheden zoals bedoeld in het zevende lid valt te denken aan eenovermachtssituatie voor de student, zoals ziekte of het overlijden van een familielid. Destudent kan tot uiterlijk 5 dagen na het tentamen, ondersteund met een schriftelijk bewijsstuk(bijv. een verklaring van een arts waaruit blijkt dat de student op datum x met klachten y bijde dokter is geweest of een overlijdensbericht, niet zijnde een krantenbericht).Het laatste lid regelt de aanmelding voor bijvoorbeeld praktische oefeningen en collegesvanwege organisatorische of educatieve redenen. Als organisatorische redenen geldenbijvoorbeeld: beschikbaarheid lokalen, capaciteit laboratoria, beschikbaarheid begeleiders,beperkt aantal meetapparaten. Bij educatieve redenen gaat het erom dat een bepaald practicumof project pas kan worden gevolgd of gedaan als wordt voldaan aan bepaalde eisen metbetrekking tot voorkennis. Aanmelding is dan nodig om bijtijds te kunnen vaststellen ofiemand aan deze eisen voldoet of zal gaan voldoen.Artikel 2.2 TerugtrekkingEen student kan zich terugtrekken voor een tentamen nadat hij zich heeft aangemeld, maar datdient wel uiterlijk vijf werkdagen voordat het tentamen plaatsvindt te gebeuren bij het STU,ook hier weer op de door het STU te bepalen wijze, namelijk via http://owinfo.tue.nl.Wanneer een student zonder duidelijke opgaaf van redenen zich later terugtrekt dan vijfwerkdagen voorafgaand aan het tentamens, wordt het tentamen als niet met goed gevolgafgelegd en daarmee ook meegenomen voor de vaststelling van de vraag of de student al driekeer een tentamen heeft afgelegd zonder daarvoor geslaagd te zijn.Het is in het derde lid van dit artikel aan de examencommissie overgelaten om te bepalen ofde redenen die de student aanvoert voor het late terugtrekken van het tentamen zodanig vanaard zijn dat van toepassing van het tweede lid wordt afgezien. Het vierde lid geeft aan dat deexamencommissie desgewenst over de omstandigheden van de desbetreffende student advieskan vragen aan de studieadviseur of aan de studentenadviseur van het STU.


Artikel 2.3 Vragen en opgavenDit artikel dient opgevat te worden als een instructie van de examencommissie aan de doorhaar aangewezen examinatoren waar het de vragen en opgaven van de tentamens van deopleiding betreft. De leden 1 tot en met 3 geven aan, waar de examinatoren rekening meedienen te houden bij de opstelling van vragen en opgaven voor een tentamen.Het betreft in de eerste plaats het voorschrift dat de vragen en opgaven betrekking dienen tehebben op de tentamenstof. Het studiemateriaal van de onderwijseenheid waar het tentamenbetrekking op heeft wordt in grote lijnen bij de aanvang van het onderwijs dat voorbereidt ophet tentamen, bekend gemaakt. De precieze inhoud van de tentamenstof dient uiterlijk 1maand voor het tentamen aan de studenten bekend gemaakt te worden. Tentamenstof vaneerdere onderwijseenheden van de opleiding wordt verondersteld bekend te zijn. Uiterlijk 1maand voor het tentamen dient ook bekendgemaakt te worden welke hulpmiddelende studentbij het tentamen mag gebruiken en in hoeverre hij daarvoor zelf zorg dient te dragen. Dehulpmiddelen die de student zou mogen gebruiken zijn bijvoorbeeld een zakrekenapparaat,notebook, collegedicaten of boeken.In de tweede plaats wordt door de examencommissie voorgeschreven dat de leerdoelen vanhet vak vooraf duidelijk moeten zijn en dat de vragen en opgaven van het tentamen dezeleerdoelen niet te buiten gaan. Verder is het in de regel niet de bedoeling dat het tentamenalleen een specifiek gedeelte van de tentamenstof omvat.In het derde lid is voorgeschreven dat de vragen en opgaven duidelijk en ondubbelzinnigdienen te zijn; ze moeten zodanig opgesteld worden of van zodanige aanwijzingen wordenvoorzien dat de student in redelijkheid kan vaststellen hoe uitvoerig of gedetailleerd deantwoorden moeten zijn. Het moet voor de student helder zijn welk (soort) antwoord van hemwordt verwacht.Het vierde lid van dit artikel geeft de student tenslotte het recht de tentamenvragen en -opgaven na afloop van het tentamen mee te nemen, tenzij de examinator daartegen bezwarenheeft, of de aard van de tentamenvragen en -opgaven zich daartegen verzet. Wat betreft datlaatste kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een tentamen in een laboratorium.Paragraaf 3 Gang van zaken tijdens de tentamensArtikel 3.1 Orde tijdens tentamensHet eerste lid van dit artikel schrijft voor dat de examencommissie voor elk tentamenexaminatoren, en zo nodig ook surveillanten aanwijst. Het betreft een aanwijzing voor zowelschriftelijke als mondelinge als op andere wijze af te nemen tentamens. De examinatorendienen voorafgaand, tijdens en na het tentamen namens de examencommissie zorg te dragenvoor een goede gang van zaken.De door de examencommissie aan te wijzen examinatoren zijn in het algemeen docenten diemet de verzorging van het onderwijs, waarop het tentamen betrekking heeft, zijn belast. Datbetekent dat de examencommissie voor het afnemen van tentamens in de door de studentgekozen minor of keuzevakken dan ook examinatoren aanwijst die met de verzorging van hetonderwijs in de desbetreffende minor of keuzevakken zijn belast. Het zijn de examinatoren,die beoordelen of een student de tentamens of praktische oefeningen met goed gevolg heeftafgelegd, het bewijsstuk daarvan wordt namens de examencommissie uitgereikt. Deexamencommissie blijft zelf eindverantwoordelijk.Wat onder een goede gang van zaken moet worden verstaan is omschreven in de volgendeleden van dit artikel.In de eerste plaats dient de student zich voorafgaand aan of tijdens het tentamen op verzoekvan de examinatoren dan wel surveillanten te legitimeren met het voor dat studiejaar geldigbewijs van inschrijving en zijn collegekaart (tweede lid). Een en ander is voorgeschreven omte voorkomen dat de student niet zelf aan het tentamen deelneemt, maar een ander vraagt voor


hem het tentamen af te leggen. De uitslag van een tentamen moet onbetwistbaar op naam vande juiste student kunnen worden bijgeschreven.In de tweede plaats dient de student voorafgaand aan, tijdens of direct na het tentamen deaanwijzingen van de aanwezige examinatoren of surveillanten op te volgen. Dezeaanwijzingen kunnen bijvoorbeeld een verbod op het gebruik van hulpmiddelen inhouden ofinstructies om rust en stilte tijdens het tentamen te garanderen. In bijlage 2 bij dit reglement iseen aantal aanwijzingen opgenomen, die daar in ieder geval onder vallen.Indien een student niet voldoet aan het verzoek om zich te legitimeren of weigert deaanwijzingen van de examinator of surveillant op te volgen kan de examinator dedesbetreffende student op grond van het vierde lid van dit artikel opdragen te vertrekkenzonder mogelijkheid van verdere deelname aan het tentamen.Een dergelijke uitsluiting van verdere deelname door de examinator betekent volgens hetvijfde lid van dit artikel dat voor de student geen uitslag van het betreffende tentamen wordtvastgesteld en dat het tentamen als door hem afgelegd wordt beschouwd, voor de toepassingvan het derde lid van artikel 2.1Het laatste lid maakt duidelijk dat de bovengenoemde voorschriften niet alleen gelden voormondelinge, schriftelijk of op andere wijze afgenomen tentamens, maar, indien zulks vantoepassing is, ook voor deelname door de student aan praktische oefeningen.Artikel 3.2 Fraude en fraudemaatregelenIn het eerste en tweede lid is aangegeven wat fraude kan zijn. Dit artikel schrijft voor welkebevoegdheden en mogelijkheden zowel de examinator als de student hebben in het geval deexaminator of de surveillant voorafgaand aan, tijdens of na het tentamen fraude constateert ofvermoedt.Het derde lid verplicht de examinator in een dergelijk geval het gebeurde zo spoedig mogelijkin een schriftelijk verslag vast te leggen. De student dient daarbij op verzoek van deexaminator eventuele bewijsstukken aan hem beschikbaar te stellen. Indien de student datweigert wordt daarvan in het verslag van de examinator melding gemaakt.De student heeft op grond van het derde lid de mogelijkheid om zijn schriftelijk commentaartoe te voegen aan het verslag van de examinator.Het vierde lid verplicht de examinator het verslag samen met het eventuele schriftelijkecommentaar van de student terstond voor behandeling aan de examencommissie toe te sturen.Het is vervolgens aan de examencommissie overgelaten om die maatregelen te nemen die zijin het desbetreffende geval passend acht. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat eenexaminator die fraude constateert of vermoedt het fraudegeval zelfstandig afdoet. Op grondvan het bepaalde in artikel 7.12, vierde lid van de wet kunnen die maatregelen onder andereinhouden dat de examencommissie de student het recht ontneemt gedurende ten hoogste eenjaar de bij dat besluit aan te wijzen tentamens of het examen van de opleiding af te leggen..Het zevende lid bepaalt dat de examencommissie de student in de gelegenheid dient te stellenter zake te worden gehoord voordat zij een beslissing neemt over de aan de student op teleggen maatregelen.Het laatste lid van dit artikel bepaalt dat onder tentamens tevens wordt begrepen de tot deopleiding behorende praktische oefeningen.Paragraaf 4 Beoordeling tentamens en praktische oefeningenArtikel 4.1 BeoordelingDit artikel bevat aanwijzingen van de examencommissie voor de examinatoren ter zake vande beoordeling van tentamens en praktische oefeningen waaraan door studenten wordtdeelgenomen. In het eerste lid is vastgelegd dat deze beoordeling dient plaats te vinden doorde aangewezen examinator(en). Om te garanderen dat de kwaliteit van de toetsing door de


examinator(en) aan de maat is en dat de normen voor beoordeling steeds op dezelfde manierworden gehanteerd, is het raadzaam beoordeling door meerdere examinatoren te latenplaatsvinden.Het tweede lid bepaalt dat de vaststelling van het resultaat van een tentamen altijd deindividuele student betreft. Dat betreft in ieder geval mondeling afgenomen tentamens - ziedaarvoor artikel 2.3 en de daarbij behorende toelichting van de bij dit reglement behorendeOER – en de beoordeling van praktische oefeningen. Dat betekent dat bij beoordeling vanbijvoorbeeld groepswerk het feitelijke tentamen bestaat uit het door de examinator vaststellenen beoordelen van het aandeel - en het niveau daarvan - dat de individuele student aan hetgroepswerk heeft geleverd, eventueel met een weging van de verschillende componenten, enaan de hand daarvan vaststellen of de individuele student het tentamen met goed gevolg heeftafgelegd.De beoordeling van toetsen (voorheen deeltentamens) kan op tienden plaatsvinden. Een toetsis een onderdeel van een tentamen.Het derde lid bepaalt dat de beoordeling van tentamens wordt uitgedrukt in hele getallen. Hetis dus niet mogelijk om een student voor een tentamen bijvoorbeeld een 7,4 of een 5,8 tegeven. Hetzelfde geldt voor het onderzoek dat de examencommissie op grond van artikel7.10, tweede lid, van de wet, kan instellen voorafgaand aan het uitreiken van het getuigschriftvan het examen, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, van het onderhavige reglement. Eendergelijk onderzoek dient te worden opgevat als een tentamen in de zin van de wet.Wat betreft de beoordeling van praktische oefeningen gaat het vierde lid van dit artikel uit vandrie mogelijkheden naast de in het vorige lid bedoelde cijfers: voldoende of onvoldoende ofgedaan. Alleen praktische oefeningen kunnen ook met halve cijfers worden beoordeeld.Andere beoordelingen door de examinatoren zijn niet mogelijk.Voor de helderheid is in het vierde lid tevens opgenomen wanneer een tentamen en eenpraktische oefening met goed gevolg is afgelegd. Dit geldt ook voor de tentamens van deonderwijseenheden van de gekozen minor. Een en ander is van belang voor deexamencommissie om, waar volgtijdelijkheid van tentamens en praktische oefeningen isvoorgeschreven, te kunnen vaststellen of een student wordt toegelaten om aan een tentamendeel te nemen. Het vijfde lid bepaalt de beoordeling van een tentamen wanneer een studentniet verschijnt op een tentamen, doch zich wel heeft aangemeld. Het zesde lid bepaalt wat ergebeurt wanneer met de beoordeling van een tentamen wanneer de student heeft gefraudeerd.Het zevende lid van het onderhavige artikel schrijft voor dat de normen aan de hand waarvande beoordelingen plaatsvinden tijdig voordat het tentamen wordt afgenomen dan wel bijaanvang van een praktische oefening, bekend dienen te worden gemaakt. Dit betekent dat pervraag of onderdeel wordt aangegeven hoe zwaar die vraag of dat onderdeel meeweegt in debeoordeling. De student behoort immers tevoren te weten wat van hem wordt verwacht.Tenslotte is in het achtste lid bepaald dat beoordeling op een zodanige manier moetplaatsvinden dat het voor de student helder is hoe de uitslag van zijn tentamen tot stand isgekomen.Paragraaf 5 ExamensArtikel 5.1 Aanmelding en terugtrekkingIn de bij dit reglement behorende OER is in artikel 5.1 (OER Master) en artikel 1.5.1 (OERBachelor) aangegeven dat de data van de drie zittingen van de examencommissie, wanneerhet afsluitend examen kan worden afgelegd, aan het begin van ieder studiejaar bekend wordengemaakt. Het onderhavige artikel verplicht de student die het afsluitend examen wil afleggenom zich uiterlijk 20 werkdagen voor de datum van het examen daarvoor aan te melden bij hetSTU.


Een student kan zich alleen voor het afsluitend examen aanmelden indien hij of zij alle tot hetexamen behorende tentamens met goed gevolg heeft afgelegd, zodat het examen in hetalgemeen zal bestaan uit het uitreiken van het getuigschrift. Immers, de wet bepaalt in artikel7.10, tweede lid, dat het examen is afgelegd indien de tentamens van de tot de opleidingbehorende onderwijseenheden met goed gevolg zijn afgelegd. Echter, de examencommissieheeft op grond van diezelfde bepaling in de wet, de bevoegdheid om voordat het getuigschriftwordt uitgereikt de examinandus te onderwerpen aan een door de examencommissie zelf teverrichten onderzoek. In het tweede lid van artikel 5.1 van dit reglement wordt aangegevendat de examencommissie aan de desbetreffende student tijdig dient te laten weten dat eendergelijk onderzoek zal plaatsvinden.In de onderhavige bepaling is afgezien van nadere regelingen ten aanzien van terugtrekkingvoor het examen of het verschijnen zonder aanmelding, zoals in artikel 2.3 van dit reglementzijn opgenomen, omdat de examencommissie van oordeel is dat dergelijke gevallen zichzelden zullen voordoen. Indien een dergelijk geval zich evenwel zou voordoen, is het aan deexamencommissie overgelaten te oordelen hoe te handelen.Artikel 5.2 Beoordeling en uitslagIn het onderhavige artikel wordt vastgelegd hoe de examencommissie dient te oordelen in hetgeval een student een bepaald tentamen meer dan een keer heeft afgelegd. Dat geval kan zichvoordoen indien een student, mede met het oog op de compensatieregeling van artikel 5.3 vanhet onderhavige reglement, zijn studieresultaten wil verbeteren. De examencommissie zal opgrond van het eerste lid in dat geval het hoogst behaalde resultaat in aanmerking nemen voorde vaststelling van de uitslag van het afsluitend examen.Het tweede lid bepaalt dat de uitslag van het afsluitend examen niet anders kan luiden dan‘geslaagd’ of ‘afgewezen’.Voor de volledigheid en helderheid is in het derde lid van dit artikel opgenomen dat devaststelling of een student het examen heeft afgelegd niet alleen is gebaseerd op de vraag ofde student alle tot de opleiding behorende tentamens met goed gevolg heeft afgelegd. Deexamencommissie houdt bij die vaststelling tevens rekening met de compensatieregeling vanartikel 5.3 van dit reglement, met de eventueel aan de student verleende vrijstellingen opgrond van het bepaalde in artikel 3.1 van de bij dit reglement behorende OER, en met devraag of het door de examencommissie zelf ingestelde onderzoek als bedoeld in artikel 5.1,tweede lid, met het cijfer 6 of hoger is beoordeeld.Artikel 5.3 Compensatieregeling en/of bonusregelingDit artikel biedt de mogelijkheid om een compensatie en/of bonusregeling op te nemen.Artikel 5.4 Getuigschrift en supplementHet eerste lid van dit artikel geeft aan dat de uitreiking van een getuigschrift in het openbaarplaats vindt, tenzij de examencommissie in bijzondere gevallen anders bepaalt.Het tweede lid bepaalt dat – in overeenstemming met artikel 7.11, tweede lid van de wet - ophet getuigschrift dient te worden vermeld:welke opleiding het betreft, zoals die is opgenomen in het Centraal register opleidingen hogeronderwijs (Croho). Dit betekent dat op het getuigschrift de naam van de opleiding overeendient te komen met de naam zoals die in het Croho is opgenomen;welke onderdelen het examen bevatte, zulks in overeenstemming met de OER van deopleiding;welke graad door het instellingsbestuur wordt verleend op grond van het getuigschrift;op welk tijdstip de opleiding voor het laatst is geaccrediteerd, of op welk tijdstip de opleidingde toets nieuwe opleiding met goed gevolg heeft ondergaan.


Voorts wordt in het derde lid aangegeven dat aan de afgestudeerde student tevens eensupplement wordt uitgereikt.Op dat supplement worden in overeenstemming met het bepaalde in artikel 7.11, derde lid vande wet, mede met het oog op de internationale herkenbaarheid van de opleiding, vermeld:de naam van de opleiding en de naam van de TU/eof het een opleiding van wetenschappelijk onderwijs dan wel hoger beroepsonderwijs betreft,een beschrijving van de inhoud van de opleiding, ende studielast van de opleiding.In het zelfde artikel 7.11, derde lid van de wet is tevens aangegeven dat – vanwege hetinternationale aspect - het supplement in het Nederlands of in het Engels moet wordenopgesteld.Voorts wordt door de examencommissie op het supplement opgenomen de cijferlijst van destudent, maar eventueel ook de niet tot het examen van de opleiding behorendeonderwijseenheden, die door de student met goed gevolg zijn afgelegd. Het kan zijn dat destudent delen van andere TU/e-opleidingen heeft gevolgd en de daarbij behorende tentamensmet goed gevolg heeft afgelegd en er prijs op stelt dat ook deze tentamens op het supplementvermeld worden. De desbetreffende student zal daarvoor wel een verzoek tot deexamencommissie moeten richten en daarbij aan de commissie bewijsstukken moetenoverleggen van de eerder aan de TU/e behaalde tentamens. De examencommissie heeft er vanafgezien voor een dergelijk verzoek een procedure op te nemen in dit reglement, het wordtaan de student overgelaten tijdig een dergelijk verzoek aan de examencommissie te richten.Voorwaarde voor vermelding op het supplement is wel dat de desbetreffendeonderwijseenheden door de student zijn behaald, voordat de examencommissie de uitslag vanhet examen vast stelt.De onderhavige bepaling betekent dat op een eenmaal uitgereikt getuigschrift of supplementgeen aanvullende gegevens worden opgenomen. Indien een student na uitreiking van eengetuigschrift met supplement andere tentamens of examens met goed gevolg aflegt, heeft datgeen consequenties voor eerder uitgereikte getuigschriften of supplementen.Artikel 5.5 Bijzondere kwalificaties propedeuseVoor de propedeuse zijn geen bijzondere kwalificaties vastgesteld.Artikel 5.6 en artikel 5.7 Bijzondere kwalificaties bacheloropleidingen/masteropleidingenBij het besluit van 27 februari 2007 heeft het college van bestuur voor zowel de bachelor- alsde masteropleidingen voor de TU/e geldende judicia vastgesteld. Met betrekking tot artikel5.6, tweede lid, waarin is opgenomen dat groepsbeoordelingen niet meetellen voor deberekening van het rekenkundig gemiddelde, geldt dat de beoordeling van een toets wel bijdie berekening kan worden meegenomen, mits er sprake is van een individueel gemaakte toetsmet een individuele beoordeling.Paragraaf 6 SlotbepalingenArtikel 6.1 BeveiligingIn dit artikel is bepaald dat de examencommissie adequate maatregelen dient te treffen terbeveiliging van het door studenten in het kader van schriftelijke tentamens gemaakte werktegen verlies, diefstal of onrechtmatig handelen. De ter zake door de examencommissie tetreffen maatregelen zijn gegoten in de vorm van een richtlijn aan de examinatoren metbetrekking tot de beoordeling en de vaststelling van de uitslag van een tentamen.Artikel 6.2 Beroep CBE


Tegen alle besluiten van de examencommissie dan wel van examinatoren op grond van dezeregeling kan de student beroep aantekenen bij het college van beroep voor de examens van deTU/e. De termijn voor indiening van een dergelijk beroep bedraagt vier weken nadat hetbesluit van de examencommissie waartegen betrokkene beroep instelt, aan hem bekend isgemaakt. Het verdient aanbeveling dat de student binnen zeven werkdagen na de beslissingvan de examencommissie zijn eventuele beroep bij het College van beroep voor de examensbespreekt met de examencommissie. Afhankelijk van de uitkomsten van dit gesprek is het aande student om alsnog te beslissen of hij zijn beroep bij het College van beroep voor deexamens wil indienen. Let op, de termijn van vier weken gaat in op het moment dat het eerstebesluit van de examencommissie aan de student bekend is gemaakt. De termijn wordt dus nietmet zeven werkdagen opgeschort!Artikel 6.3 Wijziging reglementDeze bepaling garandeert dat de examencommissie zich er bij wijziging van het reglementvan vergewist of de belangen van studenten redelijkerwijs niet worden geschaad bijinwerkingtreding van een wijziging gedurende het studiejaar. Indien dat het geval is, kan eenwijziging pas in werking treden met ingang van het volgende studiejaar.Artikel 6.4 OvergangsregelingIn verband met de aanpassing van de judicia met ingang van 1 september 2007 is eenovergangsregeling opgenomen. Eventuele andere opleidingsspecifieke overgangsbepalingenkunnen hieraan worden toegevoegd.


Verklarende woordenlijstECTSExamenExamencommissieExaminatorGetuigschriftMinorOpleidingOnderwijseenheidOnderwijsperiodeStudentStudiepunt volgens het European Credit Transfer System. Ziestudielast en studiepuntEen onderzoek door de examencommissie naar de vraag of destudent de tentamens van de opleiding met goed gevolg heeftafgelegd.De door het faculteitsbestuur voor elke opleiding (of groep vanopleidingen) ten behoeve van het afnemen van examens en tenbehoeve van de organisatie en coördinatie van de tentamensbenoemde commissie. (Artikel 7.12, eerste lid, van de wet)Een door de examencommissie aangewezen lid van hetpersoneel dat met het verzorgen van het onderwijs in dedesbetreffende onderwijseenheid is belast of een deskundigevan buiten de universiteit, ten behoeve van het afnemen vantentamens. (Artikel 7.12, derde lid, van de wet)1) Een door de examencommissie aan de student uitgereiktbewijsstuk ten bewijze dat het examen met goed gevolg isafgelegd. (Artikel 7.11, van de wet)2) Een door de desbetreffende examinator(en) aan de studentuitgereikt bewijsstuk ten bewijze dat een tentamen met goedgevolg is afgelegd. (Artikel 7.11, van de wet)Een samenhangend geheel van onderwijseenheden van in totaalmaximaal 30 studiepunten, dat door de student in zijnbachelorprogramma kan worden opgenomenEen samenhangend geheel van onderwijseenheden, gericht opde verwezenlijking van welomschreven doelstellingen op hetgebied van kennis, inzicht en vaardigheden, waarover degenedie de opleiding voltooit, dient te beschikken. (Artikel 7.3,tweede lid, van de wet)Dit geldt zowel voor de bachelor- als voor de masteropleidingenvan de TU/e zoals die zijn opgenomen in het Centraal registeropleidingen hoger onderwijs (Croho)Een onderdeel van een opleiding waaraan een tentamen isverbonden, zoals omschreven in de bijlage bij de OER van deopleiding. Ook aangeduid als Vak.De periode waarin het onderwijs in de opleidingen wordtverzorgd, zoals vastgesteld door het college van bestuur bij deaanvang van ieder studiejaar.Een conform de Regeling inschrijving en beëindiginginschrijving van de TU/e formeel door het college van bestuuraan een opleiding van de TU/e als zodanig ingeschrevenpersoon.


StudielastStudiepuntTentamenToetsVakWerkdagDe studielast van elke opleiding en van elke onderwijseenheidvan die opleiding wordt uitgedrukt in (hele) studiepunten(Artikel 7.4, van de wet)Een studiepunt is gelijk aan 28 uren studie. 60 studiepunten isgelijk aan 1680 uren studie (Artikel 7.4 van de wet)Een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardighedenvan de student, alsmede de beoordeling van de uitkomsten vandat onderzoek (Artikel 7.10, eerste lid, van de wet)Voorheen deeltentamen. Een toets is een onderdeel van eententamen en wordt meegenomen bij de eindbeoordeling van eententamen. De beoordeling van een toets staat niet op zich zelf.Zie onderwijseenheid.Maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van de door deNederlandse overheid als zodanig erkende feestdagen.

More magazines by this user
Similar magazines