Oproep - Zoogdierwinkel

zoogdierwinkel.nl

Oproep - Zoogdierwinkel

in op de geschiedenis inNederland. Tegenwoordigis de moeflon als jachtwildte vinden in eengroot deel van Europa.Duitsland alleen al heefteen geschatte populatievan 20.000 dieren.Door hun hoge zelfredzaamheid ziJn moeflons goed In te zetten biJhet behee r. Foto: Dick Kl eesverslag van een onderzoek ter zake in Zoogdiervan juni 1991. Sindsdien is er aanvullend genetischonderzoek naar de verwantschap van diverse schapengedaan. Mede naar aanleiding daarvan heeft deInternationale CommÎssie voor de Nomenclatuurin 2003 een uitspraak gedaan over de juiste naam:de moeflons van Corsica en Sardinië en ookdie van Cyprus behoren tot de soort Ovis ories.Daarmee vervallen de in de At/os van de NederlandseZoogdieren (1992) gebruikte namen Ovis musimon,Ovis amman musimon en Ovis or;enta/is.Verbreiding in EuropaUit het 'oorspronkelijke' verspreidingsgebied zijnvan Corsica en Sardinië weer moeflons geëxporteerdnaar het vasteland van Europa. Als eerstewordt de dierentuin van Wenen genoemd, waar alin 1731 dierenzijn aangekomen. Van daaruit zijner dieren naar andere dierentuinen gebracht, maarvooral ook als jachtwild uitgezet in heel Europa.In Nederland wordt de moeflon vermeld in deannalen van Artis in 1851. Als jachtwild is er, naeen poging in 1909, een succesvolle uitzetting doorG.A Kröller op de Hoge Veluwe in 1921. In deeerste jaargang van Zoogdier gaat Litjens uitgebreidNu in Nederlanden BelgiëOp dit moment lopen ermoeflons in een viertalgebieden op de Veluwe.Het Nationale Park DeHoge Veluwe heeft degrootste groep met 150dieren in het voorjaar.Daarnaast zijn er ongeveerzestig dieren op hetnabijgelegen particulierelandgoed Hoog Deelenen evenzoveel in het Wekeromse Zand van hetGelders Landschap. Op het noordelijk deel vande Veluwe leven rond ElspeetlVierhouten ongeveerdertig dieren, waarvan een kleine twintig opparticulier terrein (Noorderheide). Op het aangrenzendeterrein van Staatsbosbeheer is ook nogeen kleine groep aanwezig. Een deel van die dierenloopt buiten het raster in de Elspeterstruiken enhet Vierhouterbos. Voorzover ze het nabijgelegenKroondomein binnenkomen, worden ze daar afgeschoten.Dat is in overeenstemming met de grofwildvisie van de Veluwe, waarin voor de moefloneen streefscand van nul dieren in de vrije wildbaan isafgesproken. Bij het verwijderen van het raster rondhet terrein van Staatsbosbeheer worden de overblijvendedieren gevangen en overgebracht naarde duinen, beheerd door het WaterleidingbedrijfNoord-Holland (PWN). Tenslotte is de moeflonin kleine aantallen te zien in de dierentuinen vanAmersfoort. Rhenen (Ouwehands) en Nuenen(Dierenrijk Europa) .In Vlaanderen zijn moeflons afwezig, in Walloniëzjjn ze volgens gegevens van Anciaux en Libois voorhet eerst uitgezet nabij Epioux in 1938. Daarnaastkomen ze ook voor rond Saint-Hubert en Bièvre.42005- 1 6(3) Zoogdier


Functie bij beheerZoals aangegeven moet de moeflon volgens denieuwste inzichten worden gezien als een ras vanhet gewone huisschaap, een van de meer dan zestigrassen die in Nederland voorkomen. Wel is het eenbijzonder ras, omdat het nakomelingen zijn van eenvroeg in de ontstaansgeschiedenis van het huisschaapafgesplitste tak. Ze zijn geschikt om bij hetbeheer van natuurgebieden in te zetten als grazers.Dat is ook hun functie bij het Gelders Landschap,bij de Hoge Veluwe en bij het PWN. Voor grotereterreinen met voldoende dekking is hun hoge matevan zelfredzaamheid een voordeel boven andereschapenrassen. Een bijzondere eigenschap is welhun schuwheid. Daarin komen ze overeen met'wild', De gebruikelijke methode om de aantallente reduceren is dan ook afschot. Die schuwheidkan overigens best samenhangen met de bejaging,De edelherten van de Oostvaardersplassen blijkennamelijk hun schuwheid te verliezen bij afwezigheidvan jacht. Diezelfde schuwheid maakt de moeflonminder geschikt bij het beheer van kleinere terreinen.Een proef van het Zeeuws Landschap, dateen groep moeflonrammen heeft ingezet bij debegrazing van eilandjes in het Volkerak. is om diereden afgebroken.StatusVan oudsher zijn moeflons opgenomen in de jachtwettenvan Nederland en België. Als niet inheemsedieren die alleen binnen rasters worden gehouden,zijn ze in Nederland niet opgenomen in de Floraenfaunawet van 2000, Moeflons worden dus aan deene kant als wild beschouwd (en ook als zodanigvoor consumptie aangeboden, bijvoorbeeld door deHoge Veluwe); aan de andere kant staan ze vermeldIn een boek over schapenrassen in Nederland, zijhet met de aantekening dat er weinig fokkers zijn endat er geen stamboek wordt bijgehouden.Met recht een zeldzaam wild huisdier.Verder lezen?• Anciaux. tvLR. & RoM. Libois, 191 I [1991 J.Le Mounon (Ovis ammon). In: Atlas des rnanJrni feresSJuvages de \ll/allonre. Cahiers d'Ethologie I 1(1):91-102.• Br-oekhuizen, 5 .. B. Hoekstra, V. Van Laa r. C. Smeenk& J.B.M.Thlssen. 1992. Atlas van de NededandseZoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht.• Bulletin of Zoological Nomenc:latun2, 2003.Volume 60, Part I. Opinion 2027, Case 30 I O.• Clason, AT.. 1995. Tienduizend jaar veeteeltBackhuys-Oegstgeest.• Lensink. R. & GJ. Spek 2004. Ruimte voor grofwildop een Eindeloze Veluwe - visie van de Stuul'groepEindeloze Veluwe.e Litjens. B., I 990. MoeOons op de Veluwe. Zoogdier1(3): 3-10.• Wijngaarden-Bakker: L. H. Van, 1992. De Europesemoefio r,: wild of verv"ilderd 1 Zoogdier 2(2): 3-5.Marius den BoerWeverstraat 1246862 OT OosterbeekVanaf 1731 een geregelde gast in dierentuinen.Hier een houtsnede uit /872 vanhet moef1onhuisje in Artis.Zoogdier2005-16(3)5


wergvinvis in Belgische waterenFrancis Kerckho(Tijdens een zeevogeltelling in de Belgische kustwateren werd een bijzonderewalvis waargenomen. Een dwergvinvis van meer dan vÎer meter en700 ki/o Jmaar toch een heel magere.Ornithologen van het Instituut voor Natuurbehoudtellen regelmatig vanaf een schip zeevogels in deBelgische kustwateren. Ze hebben bij hun onderzoekop zee niet enkel oog voor vogels. Zo namenEric Stienen en enkele collega-vogeltellers op 14december 2004 een ongewoon, wie drijvend voorwerpwaar tijdens onderzoek op enkele km's voorde kust van Nieuwpoort. De in de buurt rondvliegendemeeuwen waren een bijkomende indicatiedat hier iets ongewoons aan de hand was. Dichterbijgekomen zagen zij dat het om een onderstebovendrijvende dode walvis ging. Het kadaver werdaan boord van de 'Zeehond' gehesen en aan walgebracht. De identificatie was snel gemaakt: eenvrouwelijke dwergvinvis Balaenoptera acutorostratabovendien in een zeer verse toestand.Schoon aan de haak 700 IdJo. Let op dekenmerkende witte flippers. Foto: FrancisKerckhof BMM/KBINNader bekekenHet dier was 4,20 m lang en woog 700 kg. Het werdnaar de universiteit van Luik gebracht voor eenautopsie. De bevindingen over de doodsoorzaakwaren duidelijk. Zowel enkele uitwendige sporenals het inwendig onderzoek toonden aan dat hetdier in een visnet verdronken was. De maag bevattenog zo'n 27 kg verse vis (haringachtigen). Uit deautOpsie bleek echter ook dat dit dier niet gezondmeer was. De speklaag was zeer dun: slechts tweecm waar dit voor zo'n dier normaal 8 eot 10 cmhoort te zijn. De oorzaak van het vermageren -eenlangdurig proces- kon niet achterhaald worden.Het skelee van dier werd opgenomen in de verzamelingvan het Koninklijk Belgisch Instituut voorNatuurwetenschappen te Brussel.62005-16(3) Zoogdier


noorden, rond de Doggersbank, wordenze af en toe gezien. Noordelijker, voor deEngelse en Schotse oostkust, worden regelmatigdieren gezien.Close up van de baleinen, het zeefapparaat waarmeehet dier zijn voedsel, voornamelijk kleine visjes, uit hetwater filtert. Foto: Francis Kerckhof BMM/KBINVersp reid i ngDe dwergvinvis komt wereldwijd voor, maar is intropische gebieden minder algemeen dan in kouderewateren. Het is de op één na kleinste baleinwalvisen de enige walvis die frequent in de Noordzeevoorkomt. In de zuidelijke Noordzee is deze soortzeer zeldzaam. Het voedsel van de dwergvinvisbestaat in de Noordzee vooral uit kleine pelagischevis zoals haring, sprot en zandspiering.In BelgiëEr bestaan zeer weinig historische gegevens overdwergvinvissen in België. De recentste gedocumenteerdestranding vond plaacs op 24 juni 193 Ite Blankenberge. In 1865 werd in de Schelde teHemiksem een dwergvinvis gevangen, en in 1837strandde een dier te Blankenberge (De Smet, 1974).Het betrof in die drie gevallen nog levende dieren.Van twee ervan werd het skelet bewaard; het diervan Blankenberge (1837) in het Museum voorDierkunde van de Universiteit van Gent en het diervan Hemiksem in het Museum van het KoninklijkBelgisch Instituut voor Natuurwetenschappen teBrussel. In Nederland zijn meer gevallen bekend.Naar aanleiding van een waarneming in juni 2004in Nederland schreef Kees Camphuysen onlangsin Zoogdier een artikel over dwergvinvissen in deNoordzee. Op het Nederlands Continentaal Platis de dwergvinvis zeldzaam. Alleen in het uitersteBelgischeZeezoogdiere ndataba n kIn België coördineert de Beheerseenheid vanhet Mathematisch Model van de Noordzee,een departement van de Koninklijk BelgischInstituut voor Natuurwetenschappen(BMM) het onderzoek van zeezoogdierendie op het strand terechtkomen, die opzee gevonden worden of incidenteel invisnetten verdrinken. De BMM zorgt er ookvoor dat de kadavers beschikbaar zijn voorwetenschappelijk onderzoek Het onder-zoek kan de problemen waarmee de populatiesvan deze toppredatoren geconfronteerd wor~den aan het licht brengen. Verder houdt de BMMwaarnemingen en strandingen van zeehonden, walvisachtigenen zeeschildpadden bij in een databank.Daarin zijn gegevens opgenomen die teruggaan totde middeleeuwen. Een zeezoogdierendatabank metrecente strandingen en een aantal buitengewonewaarnemingen, is online raadpleegbaar op hup://www.mumm.ac.be/NUManagemenrJNature/strandîngs.phpVerder lezen?• CaI)'phuysen. CJ .. 2004. Dwergvinvissen in deNoor-dzee. Zoogdier 15 (3): 8-1 3• De Smet W.MA. 1974. Inventaris van dewalvisachtigen (Cetacea) van de Vlaamse kusten de Schelde. Bulletin Inst. 1: Sci. nat. Belg. (Biol.).50( I): 1- 1 56Francis KerckhofKoninklijk Belgisch Instituut voorNatuurwetenschappen3e en 23e Linieregimentplein8-8400 OostendeZoogdier2005-16(3)7


Hazelmuizen in Vlaanderen enNederland:grensove rschrij dend!Maurice La HayeDe verspreiding van de hazelmuis in Vlaanderen en Nederland is recent door deVZZ en de Zoogdierenwerkgroep van Natuurpunt Studie in kaart gebracht.In twee informatieve rapporten worden de resultaten van recente inventarisatiesop een rij gezet en aanbevelingen gedaan voor bescherming vande gevonden populaties. Wat in beide rapporten echter ontbreekt is eengrensoverschrijdend overzicht. Is er een samenhang tussen de Vlaamse enNederlandse populaties of zijn het geïsoleerde populaties zonder toekomst? Indit artikel wordt een compleet grensoverschrijdend overzicht gegeven, met verrassenderesultaten en conclusies.Het voorkomen van de hazelmuis Muscordinus oveJ/onoriusin Vlaanderen en Nederland hangt samen metde eisen die de soore aan zijn habitat stelt: bosrandenen struwelen op hellingen met structuurrijkemancel- en zoomvegecaties (Mercelis, 2003). Goedehazelmuisbiotopen bieden het gehele jaar veel dek-king en voedsel en bevinden zich op de overgangvan de droge naar de vochtigere hellingdelen. Zeliggen daardoor vaak precies op de grens tussenweiland en bos (Verheggen & Foppen, 2000).De bolvormige nesten worden bij voorkeurgemaakt În braamseruwelen, maar kunnen ookgevonden worden in lage struiken (hulse, hazelaar,ete.) en holle bomenVan belang is het heuvelachtigkarakter van het terrein, zodat overwinterd kanworden op vochtige noord- en noordwesthellingen.'s Zomers worden vooral de drogere zuidelijkehellingen bewoond. Deze conditÎes zijn met namete vinden in de löss- en leemgebieden van oostelijkVlaanderen en Nederlands limburg.Hazelmuizen zijn niet schuw en laten zichgoed bekijken. Foto: Ruud FoppenInventarisatie en monitoringHet is moeilijk de aanwezigheid van hazelmuizenmet zekerheid vast te stellen en de aantallen kunnenjaarlijks sterk fluctueren. Daarom moet in bossenwaar het diertje wordt verwacht of mogelijkkan voorkomen enkele jaren achtereen naar nestenen knaagsporen worden gezocht. Het ophangen vannestkasren om de aanwezigheid van hazelmuis aante tonen, zoals in Groot-Brittannië veel gebeurt,bliîkt in Vlaanderen en Nederland niet effectief. Denestkasten worden niet of nauwelijks gebruikt. Uit8 2005- 16(3) Zoogdier


Nieuwe inventarisatiesWanneer de nu bekende vindplaatsen van hazelmuisin de Voerstreek, aangrenzend Wallonië enNederlands limburg worden ingetekend op eenoverzichtskaart met de bosgebieden, valt op dat dehuidige verspreiding van de hazelmuis een groot 'gat'vertoont in het grensgebied van Nederland met deVoerstreek. Het is niet zeker dat de hazelmuis daarwerkelijk ontbreekt; het kan zijn dat de inventarisatiesin Vlaanderen en Nederland zich hebbengeconcentreerd op de reeds bekende vindplaatsen.Een onbevestigde waarneming van een hazelmuishalverwege de jaren negentig uit Altembrouck(Vlaanderen), dat midden in dit 'gat' ligt, komt danineens in een ander Jicht te staan. Wellicht bevindtzich in deze streek een verbindende schakel tussende hazelmuispopulaties in Tier de Lanaye, deVoerstreek en Nederland. Nieuwe inventarisatiesin geschikte bosgebieden in de grensstreek zoudenwel eens verrassend kunnen uitpakken. Het ookin Nederland zoeken naar knaagsporen zou eenwelkome aanvulling vormen op de inventarisatieswaarbij alleen naar nesten wordt gezocht. Hetaantal nesten kan immers per jaar flink fluctueren,waardoor kleine populaties over het hoofd gezienkunnen worden (Verheggen et al., 2004).ToekomstHet voortbestaan van de populaties hazelmuizen inVlaanderen en Nederland en hun groeimogelijkhedenzijn voor de lange termijn onzeker. De hazelmuispopulatiesin het zuidoosten van Nederlanden bij Teuven in de Voerstreek lijken van voldoendeomvang, maar ook die bestaan eerder uit honderdendieren, dan uit duizenden.Voor het behoud vandeze populaties is op de lange termijn uitwisselingaanwezig mogelijk aanwezig afwezigDe verspreiding van de hazelmuis in de grensstreek ;s onduidelijk. Nieuwe inventarisatieskunnen duidelijkheid geven.la 2005-16(3) Zoogdier


met andere gebieden essentieel. Het meest voor dehand liggend is, om mee gerichte beheermaatregelenhet 'gat' van de Voerstreek geschikt te makenvoor de hazelmuis.Voor het behoud van hazelmuis in de omgevingvan Neercanne is het van belang dat de aanwezigheidvan de soort definitief wordt bevestigd. Indienaanwezig moet deze populatie goed beschermdworden. Door de geringe omvang van het geschiktehabitat kan het niet om een groot aantal dierengaan en loopt de populatie groot gevaar te verdwijnen.Verdwijnt de populatie bij Neercanne, dan iseen unieke kans op een snelle natuurlijke herkolownisatie van het Vlaamse Plateau van Caestert en deNederlandse Pietersberg verkeken. Door de sterkgeïsoleerde ligging is herkolonisatie vanuit anderegebieden vrijwel uitgesloten. Herkolonisatie zou optermijn kunnen plaatsvinden vanuit de populatie bijTier de Lanaye, maar daarvoor moet eerst het bosgebiedten oosten van Riemst worden herbevolkten tot slot het Albertkanaal worden overgestoken.Het Albertkanaal vormt voor hazelmuizen voorlopigechter een te grote barrière, die op natuurlijkewijze niet te overbruggen is.ConclusieHet samenvoegen van de resultaten van hetVlaamse en het Nederlandse hazelmuisrapport laatzien dat het belangrijk is verder te kijken dan deeigen landsgrenzen. Vlak over de grens bevindenzich hazelmuispopulaties die van groot belangzijn voor het behouden van de SOOrt in het eigenland of in het buurland of zelfs populaties diekunnen dienen als natuurlijke bronpopulatie voor'lege' gebieden. Internationale samenwerking engrensoverschrijdende projecten lijken dan ook debeste aanpak om de hazelmuis in Vlaanderen enNederland duurzaam te behouden.Zuid-Limburg (Vla,mderen). Rappol't Natuurstudie2004/4. Natuurpunt ZO.ogdierenwerkgroep. Mechelen.• Vemeggen. LS.G.M., 2002. Hazelmuisinventarisatie2001 . Een onderzoek naar de verspreiding vanne~en in actuele en potentiele leefgebieden in Zuid­Limburg. VZ2 -ra pport 200 I .3 I. VZZ & AdviesbureauNatuurbalans-Limes Divergens. Arnhem & N i.imegen.• Verheggen. LS.G.M., 2003. Hazelmuisinventar'isatie2002. Aanvulling verspreidingsonderzoek Gulpdal.Westelijk Geuldal en Plateau van de Bahnerheide.VZZ-rapport 2003.19. Vil & AdviesbureauNatuuroalans-LÎmes Divergens, Amhem & Nijmegen.• Verheggen, L & Foppen. R., 2000. Zagen, grazen enrasters verplaatsen. Actie is noodzaak voor de hazelmuis.Zoogdier I 1(3): 7-13.• Verheggeil, L.S.G.M., Foppen. R.PB., Soldaat L &Daemen, B., 2004. Meetplan MonIToring Hazelmuis2004.VZZ-rapport 2004.3S,VZZ & CBS. Arnhem &Voorburg.Maurice La HayeDaalseweg 3146523 CA Nijmegenmlahaye@zonnet_nl~Verder lezen?• Mercelis. S .. 2003. HazelmUIS. In:Vel-kem. S., DeMaeseneer: j.. Vandendriessche. B., Verbe>'len. G. &Yskout. S. Zoogdieren in Vlaanderen. Ecologîe enverspreiding van 1987 tot 2002. Natuurpunt Studie &JNM-Zoogclierenwerkgmep. Mechelen & Gent.• Verbeylen, G .. 2004. Inventarisatie 2004 en beschermingvan de hazelmuis (Muscardinus ave//ana";us) inZonder de medewerking van de provincieLimburg en Likona had de inventarisatiein Vlaanderen niet uitgevoerd kunnenworàenZoogdier 2005-16(3)11


OproepMeetnet hazelmuis officieel van start.Doe mee!In september 2005 start het meetnet hazelmuis. Ditmeetnet wordt door de Zoogdiervereniging VZZgecoördineerd en is onderdeel van het NetwerkEcologische Monitoring (NEM). Het meetnet heeftals doel de aancalsontwikkeling van de hazelmuis inZuid-limburg (en daarmee Nederland) te volgen.Voor de uitvoering van dit meetnet is de VZZ opzoek naar vrijwilligers die tegen een reiskostenvergoedingmee willen helpen.vanDe zoogdiervereniging VZZ heeft in opdrachthet Ministerie van Landbouw Natuur enVoedselkwaliceit (LNV) in 2004 een analyse uitgevoerdvan telgegevens van hazelmuisnesten diesÎnds 1992 zijn verzameld. Daaruit blijkt dat hetaantal nesten langs een vaste route een goedegraadmeter is voor de populatiegrootte van dehazelmuis.Het tellen van nesten vindt nu nog plaatsdoor een kleine groep vrijwilligers langs 13 transecten(vaste routes). Om de hazelmuispopulatienog beter te kunnen volgen is uitbreiding vanhet aantal transecten en het aantal tellers nodig.Zoogdierliefhebbers in binnen- en buitenland wordendaarom opgeroepen zich bij ondergetekendeop te geven als (aspirant)teller.Eind september worde een instructieweekeindgegeven om nesten van hazelmuis te leren herkennenen om de telmethode onder de knie te krijgen.De telmethode houdt in dat nesten van de hazelmuisworden opgespoord langs vaste transecten.Deze transecten variëren in lengte van enkele honderdenmeters tot een paar kilometer. De eransectenliggen langs bosranden, bospaden, singels, hollewegen en graften in het buitengebied. In de periodehalf september-half november moet een trameetdrie maal overdag worden afgezocht op de aanwezigheidvan hazelmuisnesten. De telgebieden liggenin het zuidoosten van limburg in de omgeving vanVaals, Siena ken en Gulpen.Om mee te doen aan dit nieuwe meetnet iservaring met het opsporen van nesten van dehazelmuis niet nodig. Het is wel handig als tellersvogelnesten of nestjes van de dwergmuis kunnenherkennen. die soms erg op hazelmuisnesten lijken.Zonder ervaring op het gebied van nesten zoekenen herkennen, worden deelnemers aspirant-teller.Na één seizoen krijgt iedere aspirant-teller eenveldtest waaruit moet blijken ofhij/zij in staat is om hazelmuisnestente kunnen herkennen enom het daaropvolgende seizoenzelfstandig te kunnen tellen.Het is belangrijk dat(aspiranc)tellers zich realiserendat een telgebied meerdere jarenachtereen moet worden bezocht.ook als er géén of weinig nestenaanwezig zijn. Een ontmoetingmet een hazelmuis is echteronvergetelijk, dus heb je interesseof belangstelling om mee te doen?Geef je dan op bij ondergetekende!Ho%e/muis ligt op de loer in een voortpJantingsnest.Foto: Ludy VerheggenLudy VerheggenI. verheggen@vzz.nl0475-386435043-3641 16612 2005-16(3) Zoogdier


" ~ .ot he Ie r en nIet e v e r d er.En dat da voor de l~omend ehonderd jaar"A/iee PiJJotMartin Melchers (60), al ruim twintig jaar stadsecoloog vanAmsterdam, maakt zÎch zorgen over de toekomst van parken ennatuurterreinen van zijn stad op de lange termijn. Een interview.Wat doet een stadsecoloog?Dat kan sterk uiteenlopen. Hier in Amsterdamheeft mijn takenpakket zich nogal breed ontwikkeld,vanuit het als hobby inventariseren van floraen fauna. Het omvat het aanleveren van gegevensvoor beleidsdoeleinden, het geven van voorlichtingen het adviseren over het beheer van parken,natuurgebieden en 'm icro nacuurfragmenten', zoalseen boom met vleermuizen of een kademuur metde bijzondere schubvaren. En bij voorlichting moetje naast optreden voor de lokale en landelijke tvook denken aan het schrijven van en meewerkenaan artikelen en boeken. Hoewel il< dat schrijvenook op eigen initiatief doe.Hoe ben je er toe gekomen dit te doen?Zo lang ik me I


lijk aantal soorten muizen, spitsmuizen, ratten envleermuizen, behoren konijnen. vossen, hazen enwezels tot de vaste bewoners.Af en toe ook beverrattenen een enkele bever.Toevallig is onlangs weereen boommarter gevonden. Deze keer een 'echte',geen verstekeling uit een ander land, zoals vorigjaar (zie Zoogdier 16(2)). Hij is midden op de dagdoodgereden op de A I O. En dan zijn er natuurlijkveel soorten broedvogels, ook onverwachte zoalsbuidelmees, watersnip en kemphaan. Tenslotte hebje nog de 'kleine' fauna. We inventariseren hieralles, van libellen en sprinkhanen tOt miljoenpoten,pissebedden en mollusken. En niet te vergeten dedagvlinders, met onder andere het zwartsprietdikkopje.Bruine rat, naast de huismuis, het enigeniet-vliegende zoogdier dat tot de vastebewoners van het stadshart van Amsterdambehoort. Foto: Martin MelchersWat betekent natuur voor de stadAmsterdam?Het gemeentebestuur ziet de stad als een plaats omte wonen en te werken. De flora en fauna mogener zijn en worden ook als belangrijk gezien, maardan wel op 'menselijke' voorwaarden. Dat betekentdat het groen een directe of indirecte 'economischewaarde' moet hebben, bijvoorbeeld doordat mensenliever wonen in een 'groene buurt', of doordater een recreatieve functie is.De stadsparken en de natuurgebieden rond destad vormen dehoofdgroenso-uctuur, waar nietgebouwd mag worden. Verder start de gemeentemet een soortenbeleid. Zo komt in Waterland­Oost de noordse woelmuis voor tot aanscadsrand, doordat daar geschikte leefgebiedengecreëerd zijn.deSoms gaat het min of meer vanzelf. De aanlegvan de vijfde baan voor Schiphol heeft in deHaarlemmermeerpolder een uniek graslandnatuurgebiedopgeleverd. Met wulpen en patrijzen, dehoogste hazenscand van Nederland, veldmuizen enheel veel andere muizen. Dus ook muizeneters: 'snachts komen er kerkuilen, ransuilen en velduilen,overdag zie je wezels, buizerds en torenvalken. Zo'ngebied houdt zichzelf min of meer in stand als hetweinig betreden wordt en het gras hoog blijft.Hoe kun je zo goed mogelijk natuur instand houden in een grote stad?In het kader van soortenbeleid kun je veel doenaan beveiligen en creëren van biotopen. Dat hebbenwe hier gedaan voor onder ·andere de ringslang.de rugstreeppad, de noordse woelmuis ende blauwborst. En we proberen bij de planvormingvan grote projecten vanaf stap één de Flora- enfaunawet te integreren. Ter ondersteuning daarvanhebben we voor elk gebied een 'natuurwaardenkaart'gemaakt. Daarop is aangegeven welke dier- enplantensoorten er vóórkomen. met per soort eenpuntenwaardering die hoger is naarmate de soortzeldzamer is. Ook zijn er waarderingscriteria voorde 'natuurlijkheid', de vervangbaarheid en de ecologischestructuur. De natuurlijkheid heeft betrekkingop de mate van menselijk ingrijpen bij het beheer.Zo is voor de stadsparken de natuurlijkheid laag,maar is de waardering van de oude bomen die erstaan juist hoog wat de vervangbaarheid aangaat. Dewaardering voor ecologische structuur betreft dewaarde van het gebied als verbindingszone tussende natuurgebieden. Na vier jaar worden de natuurwaardenopnieuw bepaald en wordt gekeken of hetbeleid inderdaad tot hogere waarden heeft geleid.In hoeverre passen dieren in de stadzich aan?Heel interessant vind ik zelf het gedrag van stadsehazen. Ik heb gemerkt dat die een onderdruktevluchtreactie ontwikkelen als ze jarenlang in eengeïsoleerd gebied zitten en niet meer 'uitwisselen'met andere populaties. Het kan dan gaan omhazen in een 'verkeersoksel' of in een door wegenomgeven tuinstad. Zowel in Noord als in Zuid enWest planten hazen zich in dergelijke situaties al14 2005-16(3) Zoogdier


25 jaar voort. Ze zitten overdag in de stille delenin absolute rust en zijn nachtdieren geworden. Alsze overdag in hun terrein opgeschrikt worden, leidtvluchten nergens toe; ze steken de omringendeautowegen niet over. Dus vluchten ze niet, maarlopen hooguit een tiental meters weg. Het is afwijkendgedrag. Ik had het nog nooit gezien of er ietsover gehoord.Wat zou in, pakweg, 2030 bereikt moetenzijn?Op de eerste plaats moeten de steden begrensdworden, ze mogen niet aan elkaar groeien. Een stadmoet een 'deur naar buiten' hebben, een mogelijkheidom in de directe omgeving 'natuur zonderbordjes' en 'echte duisternis' te beleven. Ik maak mezorgen over de voortdurende uitbreidingsbehoefte.Je zou willen zeggen: tot hier en niet verder. En datdan voor de komende honderd jaar, met een optievoor de volgende honderd jaar. Dat kan niet, maarik hoop dat er iets meer zekerheid zal komen.Voor wat het groen in de stad betreft: hetis van belang dat er voldoende van over blijft envooral, dat het een duurzaam karakter heeft. In hetVondelpark, bijvoorbeeld, zijn op de koe- en schapenweidepoeltjes gegraven voor de kleine watersalamanderen groene kikkers. Er zitten nu onderandere de grote keizerlibel en dagvlinders, zoalshet icarusblauwtje. We verwachten dat dergelijkekleine ecologische elementen zichzelf min of meerÎn stand kunnen houden.Heb je nog wel tijd voor hobby's envoor je gezin?Ja hoor, zeker nu ik I oktober vorig jaar, na 35 jaar,gestopt ben als fysiotherapeut. Daarvóór trokkenwe er ook wel samen op uit. maar was de natuurvoor het gezin 'vijand nr. I '. Ik sta nog steeds ondercuratele van mijn vrouwen zoon. Op vakantie mager maximaal één inloopvalletje mee. En mijn vrouwgaat alleen mee wandelen of fietsen onder voorwaarden:geen aantekenboekje, verrekijker, schepnet,vallen of fototoestel! Maar als het zo uitkwam,wist mijn zoon me vroeger al te strikken om opde basisschool een verhaal te komen vertellen.Over snoeken, bijvoorbeeld, met een flinke snoekin een grote teil ter illustratie. Ik heb ook altijd tijdgereserveerd voor mijn fysieke conditie: tennis enhardlopen. Ik heb enkele keren een halve marathongelopen en éénmaal de hele, dat viel niet mee.Verder lezen?• Halm, H. van, G.Timmermans, H. Koningen. R.Bouman, M. Melchers & j. Kazus. (red), 200 I. Dewilde stad, ~ 00 jaar natuur van AmstelDam. een eeuwKNNV, afdeling Amsterdam 1901 - 200 I . KNNVUitgeverij, U trechL• Melchers, M. & G .Tïmmelmans. 1991. Haring inhet ij. de verborgen dierenwereld van Amsterdam.Stadsuitgeverij A msterdam.Het plukken van een appel werd eenhongerige vos fataal: hij gleed ujt en hingzichzelf op. Foto: Fred Nordheim• Melchers, M., 2004 . Diemerzeedijk zand erover.Lubbemuizen, Amsterdam.A/iee Pil/otZoogdier 2005-16(3)15


Hyperlink 3 - 2005WebsitesOm ziek van te wordenu rl: http://wildlife.var.fgov.betaal: EngelsBij elke vereniging hoort tegenwoordig een eigenwebsite. Het is niet anders met de kersverse BelgionWildlife Disease Society (BWDS). Niet dat je er stantepede naar toe moet of de site absoluut gezien moethebben. Het stokt momenteel nog op het niveauvan een digitaal mededelings- en presentatieblaadjemet verplicht literatuurlijst je. Maar toch goed omweten dat er belangstelling is voor ziekten bij inhet wild levende dieren en voor de belangrijkeconsequenties die deze ziekten kunnen meebrengenop ecologisch, zoönotisch en diergeneeskundiggebied. De website dient om beter zicht te krijgenop wat er in België allemaal te weten is over ziektenbij in het wild levende dieren. De verenigingwil dierenartsen, biologen, bio-ingenieurs, geneesheren,studenten, vrijwilligers en alle anderen dieprofessioneel of persoonlijk geïnteresseerd zijn indit onderwerp samenbrengen en helpen bij het uitwisselenvan informatie. Hondsdolle vossen, leverbotslakken,gebeten teken en myxomatosekonijnendienen zich evenwel te onthouden.Jn vergetelheid geraakturl : www.snh.org.ukJpublications/on-line/wildlife/voles/default.asptaal: EngelsDe waterrat is één van die zoogdîersoortenwaaraan zelden aandacht wordt besteed. Bij deze isdit verleden tijd. Ik doorbreek de stilte en verwijsu door naar een Schotse site die ruim aandachtbesteedt aan deze achteruitboerende knager. Bij5t~U.nd·G WUdlll :Conserving Scotland's Water Vo/esTh't Wiil!,' \'


Surf ook even naar:Huilen met de wolvenOmdat er een oververzadiging aan websites overwolven is. weerhouden ze enkel mijn aandacht wanneerze afwijken van het klassieke patroon. Vooreen keer maak ik echter graag een uitzonderingop mijn regel, omdat het een verdienstelijke pogingbetreft om de wolf in Duitsland opnieuw "beheimatet"te krijgen. Je leest er alles over op de gereserveerdepagina's van de Naturschutzbund Deutschland(NABU). www.nabu.de/mO l/mO 1_03/I~:!!DI .... ......... ~ .Om je tanden in te zetten_Het zal je maar overkomen: bij het begin van een'braakballenpluissessie' vaststellen dat je je braakballentabelvergeten bene. Geen nood. Met je mobieltjeinloggen op het internet en de determinatiesleutelvan Walravens of Erfurt binnenhalen. Enkel nog eenFrans of Duits woordenboekje opsnorren en klaaris Kees.http://site.voila.fr/bioafb/clemandiJclemandi.htmwww.geologie.uni-halle.de/igw Jpal/ocq/pdCErfurt_03_I .pdf.pdfVleermuizen met een eigen webstekJe bent als vleermuissoort pas echt belangrijkals je over een eigen website beschikt. Twee vanonze kleinsten hebben het klaargespeeld om eeneigen internetplek te veroveren: de ruige dwergvleermuisop www.nathusius.org.uk (Engels) ende dwergvleermuis op www.zwergfledermaus.de (Engels/Duits). Handig als je op zoek bent naarsoortspecifieke informatie.WalvÎssen scannenAls er ergens discussie over bestaat dan is hetwel over aantallen. U weet wel: volgens de organisatorenwaren er 10.000 betogers; volgens depolitie amper 2000. Met walvissen is het net zo.Om duidelijkheid te krijgen over hun getalsterktein de Europese Atlantische wateren is een tweedegrootschalige inventarisatie SCANS II deze zomeruitgevoerd. Het moet niet alleen een duurzaamkader voor opvolging creëren maar ook enkelediscussies opklaren, zoals deze over bijvangsten vanwalvissen en dolfijnen in visnetten. http://biology.st-an drews.ac. u kJ scans2/i ndex.htm IlI"·Vt~y I)r ti"",. VJr. "\ 'IIIII,..,.CI,. ' "II..Zoogdierwww.zwe.rgffe.derfMaus.de_ .~ _-.Uit de kunstEen beetje cultuur mag af en toe wel. AI was hetmaar om te vermijden dat we in vakidiotie vervallen.Ik geef alvast een zetje met Onlinekunstonder www.onlinekunst.de/ostern/hase en metde "Kunstcyclopedie" www.artcyclopedia.com/subjects/Animals.html waarmee je alvast enkeleuurtjes zoet bent. Uiteraard houden we het opdeze sites bij onze geliefde zoogdieren.Dirk CrieJ2005-16(3) 17


WaarnemingenHazelmuisnest met mosEind september 2004 troffen we in de Voerstreekeen jonge hazelmuis Muscardinus ovellanorius aan ineen nestje waarin mos verwerkt was. In de gangbareliteratuur staat te lezen dat het verschil tussennestjes van hazelmuizen en winterkoninkjes juist isdat hazelmuizen geen mos gebruiken. Misschien hadde hazelmuis hier een oud nestje van een winterkoninkjeomgebouwd? De relatief geringe hoeveelheidHazelmuisnestje met mos În Tongeren.Foto: Goedele Verbeylenmos liet echter vermoeden dat het hier een echthazelmui·zennest betrof, waarin mos was verwerkt.Ook in Tongeren was eerder een dergelijk nestjeaangetroffen dat toen niet aan hazelmuizen werdtoegeschreven, bij gebrek aan een zichtwaarneming.In oude literatuur (zie reeks 'uit de oude doos')staat mos dikwijls wel vermeld als nestmateriaal Înhazelmuizennestjes.Tijdens een inventarisatie in Geel Bel (ProvincieAntwerpen, België) op 19 juli 2005 vonden we bijde controle van boomholtes in een dreef enkelevleermuizen. Het bleek om franjestaarten te gaan.Telling van het aantal uitvliegers met behulp van eennachtkijker wees uit dat het om een kolonie van35 dieren ging. De dieren maakten nog een achttaldagen gebruik van deze holte in een zomereik. Op 2augustus vonden we de groep tijdens het zwermenterug in een holte 75 meter verderop.In het Lippensgoed-Bulskampveldbos te Beernem(Provincie WestNlaanderen, België) bleek eendrietal weken eerder al een kleinere kolonie franjestaartenaanwezig te zijn. Deze kolonie zat ineen scheur bij een zijtak van een dikke zomereikop ongeveer negen meter hoogte en werd gevondentijdens het inzwermen in de ochtend. Hetgaat wellicht om tien tot vijftien dieren. Vanuit deboomholte klonken duidelijke sociale roepen, ooklang na uitvliegtijd, die van jonge dieren kunnen zijn.Van de uitvliegende dieren was de witte onderbuikgoed te zien en ook maakten de ontdekkers enkelegeluidsopnames. De kolonie werd tot elf dagen nade eerste vondst in deze boom teruggezien.Kris Boeckx en Marc Van de Sijpekris. boeckx@pandora.beBob VandendriesscheBegoniastraat 26B-8020 OostkampNieuwe kraamkolonies franjestaart inVlaanderenDeze zomer bracht ons de ontdekking van tweenieuwe kraamkolonies franjestaarten Myotis noctereri.Voor Vlaanderen zijn deze vondsten zeerbijzonder. Voorheen waren slechts uit één gebiedenkele koloniebomen van franjestaarten bekend, inhet Zoerselbos. Hier vond een langlopende studienaar vleermuizen in boomholtes plaats.In de holte van deze zomereik te Geel Belhuisden franjestaarten. Foto: Kris Boeckx182005-16(3) Zoogdier


Raadselachtige dooddrie damhertenOp 24 juli 2005 hebben duinwachtersJooP Hilster en Hans Vader (namelding van een wandelaar) in deAmsterdamseWaterleid i ngduineneen opmerkelijke vondst gedaan: erlagen drie dode damherten Cervusdama bij elkaar in het buitenduin.Het betrof drie herten: een van tweejaar, een van drie á vier jaar en eenoude bok van zeven tot tien jaar.Aan de staat van ontbinding konworden afgeleid dat de dieren niettegelijkertijd zijn doodgegaan, maarwel vrij kort na elkaar.In de Amsterdamse Waterleidingduinen(AWD) is sprake van een gezonde. groeiendepopulatie damherten. Deze drie dieren warenbekend uit dit deel van de AWD, ze werden hier vakersamen gezien (mondelinge mededeling HansVader). Ze waren ogenschijnlijk in goede conditie.Het is niet duidelijk wat hun doodsoorzaak isgeweest. Vergiftiging door mensen lijkt uitgesloten.Ten eerste zijn de damherten in de AWD enigszinsschuw, ze eten niet wat je voor hen neerlegt (laatstaan uit de hand) en er is voedsel in overvloed. Tentweede was de vindplaats zeer afgelegenVergiftigingdoor het eten van giftige planten :zou theoretischkunnen, elders in de AWD komen giftige plantenvoor, zoals bilzekruid, gevlekte scheerling endoornappel. Dit lijkt echter onwaarschijnlijk, ook alomdat deze dieren in dit duingebied zijn opgegroeiden weten wat eetbaar is en wat niet.Een derde mogelijkheid is dat de dieren vergiftigdwater gedronken hebben: vlakbij de vindplek iseen poel. In dat geval is het vreemd dat er nietméér dieren zijn doodgegaan, want er drinken veledieren UÎt deze poel. De duinwachters hebben degehele omgeving van de vindplaats, zeker een vierkantekilometer, zeer grondig afgezocht, maar geenandere dode dieren gevonden.Speculatievere verklaringen kunnen gezochtworden in een virusbesmetting bij deze dieren(met VHS van de plaatselijke konijnen??), waarmeeze elkaar hebben besmet en waardoor de doodplotseling is ingetreden. Helaas waren de dieren alDrie damherten van versch.illende leeftijd vlak. bij elkaargevonden. Foto: JooP Hilsterte zeer vergaan om een monster ce nemen vooranalyse op VHS en andere mogelijke virussen.Zijn er wellicht lezers zijn die rets vergelijkbaarshebben waargenomen en/of een mogelijke verklaringweten?Antje EhrenburgVoge/enzangseweg 2 I2 I f 4 BA VogelenzangVangst van beloega in de Schelde in de18e eeuwTijdens een bezoek aan het stedelijk museum teDendermonde werd mijn aandacht getrokken dooreen schilderij op doek 'de kleine walvis'. Dit schilderijwerd in het begin van de 18e eeuw vervaardigdin opdracht van het plaatselijke stadsbestuur. Hetgeeft een beeld van de vangst van een witte dolfijnof beloega Delpinapterus leucos in de Schelde teGrembergen, tussen Moerzeke en Dendermonde.op 17 juli 1711. Het dier was 4,48 m lang en werdnadien in enkele steden tentoongesteld. Op 23augustus 171 1 werd het voor het eerst vertoond inde Dendermondse ommegang.De vangst in de Schelde kan verklaard wordendoor het feit dac deze arctische soort regelmatiggrote rivieren opzwemt; o.a. een exemplaar dat opI I januari 198 r werd waargenomen in de Scheldeter hoogte van de Zandvlietsluis en een exemplaardat in maart 1984 opnieuw in de Oosterscheldewerd waargenomen. De foto van het schilderijZoogdier200S-16(3) 19


Het schilderij van de beloega wordt rondgedragen inDendermonde. Foto: Pierre Mannaertwerd genomen tijdens de Ros Beiaardommegangvan 28 mei 2000, bijna 300 jaar later is de herinneringaan deze zeldzame vangst in Dendermondenog springlevend.Verder lezen?• De Smet,WM.A, 1974. Inventaris van dewalvisachtigen (Cetacea) van de Vlaamse kusten de Schelde. Bull.Kon. Belg. Inst. Nat.Wet.,Biol. 50 (I): 1-156Pierre MannaertLindestraat f 56B-9470 Dender/eeuwWat ik echter bovenhaalde. wasgestrîpte bast en droog gras:materiaal waarmee eekhoornshun nest maken . Het zat vlakbijde ingang van het hol en vlakonder het grondoppervlak. Toenik nog iets verder tastte, schootopeens een eekhoorn langs mijnarm naar buiten. Dus (Och nietdood ... Het was mijn eerste enenige waarneming tot nu toe vaneen eekhoornnest in de grond.Eekhoorns zijn solitaire dierendie elk voor zich een nestmaken. Vooral wijfjes zijn erg territoriaaltegenover elkaar. Enkelvlak voor de paring mag eenmannetje soms bij het wijfje slapen.In de koude winter van 1996/97 vond ik echterverschillende malen twee of drie eekhoorns samenin het nest, in alle mogelijke combinaties van aantallenmannetjes en wijfjes. Lekker warm! Ook warener twee wijfjes die het ganse jaar door regelmatigsamen in een nest kropen. Heel waarschijnlijk ginghet hier om moeder en dochter, wat wellicht verklaartwaarom ze niet agressief waren tegenoverelkaar.Goedele Verbey/enBurg Van GansberghelaQn I /2er 9820 MerelbekeBizar gedragTijdens de periode 1993-200 I heb ik in Sint­Katelijne-Waver en omgeving honderden eekhoornsSciurus vu/gods van een zender voorzien en-vaak wekelijks- opgespoord. Hierbij trof ik hen ookregelmatig in hun nest aan. De nesten zaten bijnasteeds minstens 2-3 m hoog in de boom. Een enkelekeer vond ik een eekhoornnest op 1,5 m hoogtein een koolmezenkastje waarvan een grote bontespecht de opening vergroot had, een andere keerin de bramen. Op een dag kwam het signaal vanuiteen hol in de grond.Àlweer eentje gepakt door eenbunzing. dacht ik. Ik stak mijn hand in het hol in deverwachting er een halfrotte eekhoorn uit te halen.Uit de oude doosDe Zoogdierengids van Van den Brink:oud, maar boordevol nieuws!Wie zich weinig of niet met vleermuizen bezighoudt.kan het zich wellicht niet voorstellen, maar de kennisover veel van onze Europese soorten vertoont,zelfs na jaren van onderzoek, nog opvallende hiaten.Stel het u even voor: van de duizenden laatvliegersdie we in de Lage Landen elke zomer opnieuwkunnen lokaliseren, vinden we in de winter maareen fractie terug. Het gaat om enkele individueledieren op plaatsen zoals zolders, kelders. groevenenzovoort. Die enkele vondsten per jaar leverenZ oogdier2005-16(3) 20


(Schob er & Grimmberger, 200 I) bij de laacvlieger"Gebouwbewonende vleermuis, ... zomerverblijvenvaak in de nok van zolders, meestal niet vrijhangend, maar vaker verstopt tussen balken, ookin spouwmuren en spleten achter gevelbekleding.In Zuidoost-Europa ook in karstgrotten." En verder:"Winterverblijven in grotten, groeven, kelders.spouwmuren, balkspleten van zolders, achter ornamentenin kerken en in houtstapels." Meer staater niet. Geen woord over bomen. We nemen ereven de Zoogdierengids van Van den Brink (1955)bij. Daarin lezen we: "Laatvlieger: 's Winters in hollebomen, gewelven, kazematten, schuren. kerken,zelden in groeven en kleine grotten. 's Zomers ingebouwen (meest zolders), muurspleten, ook hollebomen." Een treffend contrast. dacht ik zo.Het loont erg de moeite om na vijftig jaarde Zoogdierengids van Van den Brink er nogeens op na te slaan. Wat gedacht:. van deze frase:"Meervleermuis: '5 zomers meest in holle bomen,uiteraard geen voldoende beeld van de winterecologievan laacvliegers in onze streken. Dat geldetrouwens voor wel meer soorten. Waar zijn dieduizenden dieren gebleven? Trekken ze misschienweg? Het zijn vragen die vleermuisdeskundigen ookanno 2005 nog rode kaken bezorgen.Je ziet ze overal verschijnen in populairebrochures over vleermuizen: de lijstjes met onzeeenentwintig inheemse SOOl-een, gerangschikt metsymbolen over waar je kraamkolonies kunt vinden,op welk soort plekken de soort overwintert, enwelke afstanden ze gemiddeld aflegt tussen zomerenwinterverblijf. Omdat vleermuiswerkers dergelijkelîjstjes keer op keer onder de neus krijgen,worden ze dikwijls aangenomen als universeel,dus altijd en overal geldig. Toch voelen doorgewinterdevleerders aan hun ellebogen dat er ietsschort: het kan toch niet dat laatvliegers 's zomersalleen maar in gebouwen leven? En de afgelopen 60miljoen jaar dan?Als we er de recente literatuur even bijhalen,lezen we in de Gids van de vleermuizen van EuropaZoogdier200S-16(3) 21


soms in gebouwen."? Of: "Baardvleermuis: 's winterssoms in holle bomen.". Helemaal bizar is die:"Ingekorven vleermuis: 's zomers in boomholten,achter boomschors." Meer staat er zelfs niet! Ofwat gedacht van: "Franjestaart: minder aan geboomtegebonden dan beide vorige soorten. 's Wintersin grotten, soms in holle bomen, 's zomers in hollebomen, soms in gebouwen." Bij de Bechsteinsvleermuis lezen we o.a.:" 's Winters in groeven.holle bomen:'Hetzelfde verhaal bij de tweekleurige vleermuis." 's Winters in boom- en rotsholten,gebouwen (kelders);'szomers in holle bomen, achter boomschors,in rotsspleten, gebouwen." Bij de rosse vleermuislezen we: "Slaapt 's winters en 's zomers in boomholten,soms in houten woningen; 's winters ookwel in stenen gebouwen; bijna nooit in grotten."Idem bij de bosvleermuis.Voor wie zich vragen stelt bij de betrouwbaarheidvan de gegevens in de Zoogdierengids, even dit:F.H. van den Brink was de eerste voorzitter van deVZZ. Van de Zo ogdi ere ngids, die in 1955 voor heteerst verscheen, werd in 1978 de vierde en laatstedruk gemaakt. De gids werd in tien talen vertaald.Zelf schrijft Van den Brink in zijn woord vooraf:"Aan het boekje . .. heb ik ruim 30 jaar gewerkt.... ik heb onze zoogdieren veel bestudeerd en erveel over gelezen. In die lange jaren heb ik geleerd,dat er meer over is geschreven dan één persoonkan beheersen, maar ik vlei mij ook te hebbengeleerd rijp en groen uit die zoogdierenlitteratuurte kunnen onderscheiden. Eigen studie is dan ookmaar voor een gedeelte aan de gids ten grondslaggelegd - dit kan ook niet anders. Ik hoop echter devele en verspreid staande gegevens, die ik her enderwaarts heb verzameld, zo te hebben gezift, datwat hier wordt geboden, betrouwbaar is." Ik hadhet zelf niet beter kunnen verwoorden.Bob VandendriesscheBoekbesprekingenOverzicht van de N1ederlandsebeverpopulatiesIn de afgelopen vier jaar hebben zich behoorlijkeveranderingen voorgedaan in de aantallen beversCostor fiber en in de locaties waar ze in Nederlandvoorkomen. Daar zijn af en toe deelstudies en rapportenover verschenen, en nu is er dit rapport, dateen totaalbeeld geeft van de periode 2000-2004.Het vat de veelheid aan informatie samen, voegtdaar prettige kaartjes aan toe en geeft inzicht in hetverloop van de verschillende populaties vóór envanaf 2000. Besproken worden de ontwikkelingen inelk van de vijf vestigingsgebieden. evenals een aantalbijplaatsingen in Nederland en vlak over de grensmet Duitsland. In de laatste paar hoofdstukkenwordt bovendien aanvullende informatie aangereiktover voortplanting. sterite en dispersie, en overde wisselwerking van bevers met hun omgeving.Nieuw is met name de analyse van de wijze waaropdispersie uit bestaande populaties naar nieuwevestigingspiekken plaatsvindt: dat blijkt pas voor tekomen nu de kernpopulaties voldoende gegroeidzijn . Vermeldenswaardig is, dat de auteur duidelijkaangeeft dat alle benodigde vergunningen verkregenwaren: zowel voor het onderzoek van Alterra. alsvoor de bijplaatsingen die met medewerking vanAlterra hebben plaatsgevonden. Kortom, de auteur222005-16(3) Zoogdier


heeft goed werk afgeleverd, dat op termijn wellichteen bouwsteen kan vormen voor een herziene atlasvan de Nederlandse zoogdieren.Maar helaas is de redactie van het rapportbehoorlijk tekort geschoten. Er staan veel slordighedenin: ontbrekende of incomplete verwijzingen(zoals naar gebieden), spelfouten en optelsommenin tabellen die niet kloppen, en er komen regelmatigbegrippen uit de lucht vallen zonder toelichting(bijvoorbeeld de geometrische groeisnelheid). Ookis de informatie voor de wat minder deskundigelezer af en toe te impliciet geformuleerd. Hoeweldie er uiteindelijk wel uitkomt, wekt het tijdens hetlezen irritatie op. Jammer is eveneens, dat sommigeterloopse opmerkingen niet verder onderbouwdworden, zoals de mededeling dat kolonisatie buitenhet rivierengebied alleen door middel van verdereherintroducties zal kunnen plaatsvinden. Ook devormgeving had een stuk lezersvriendelijker gekund.Zo staan kaarten en tabellen stelselmatig op deachterkant van de pagina met de bijbehorendetekst. De bijschriften van de figuren en tabellen(met name van tabel I) zijn zeer onduidelijk en insommige tabellen staat informatie die voor de lezerniet relevant is.Door dit soort bijverschijnselen wordt dit zobruikbare en volledige rapport veel minder goedleesbaar dan het verdient.Als uitsmijter concludeert de auteur dat er watbetreft de bescherming van de bever in de praktijknog het nodige te verbeteren valt. Terecht noemt hijhet een schande, dat er bij een soort waar zo veelinspanningen voor verricht zijn om hem terug tehalen naar Nederland en die zelfs via de EuropeseHabitatrichtlijn beschermd is, nog slachtoffers vallentijdens de bestrijding van muskus- en beverratten.Hetzelfde geldt voor de door de auteur geconstateerdeverstoring van leefgebieden door waterbeheerderstijdens onderhoudswerkzaamheden en bijaanleg van infrastructuur waarvoor het zetten vandamwanden nodig was. In sommige gevallen zijn debevers zelfs geheel weggetrokken uit het gebied,met alle bijkomende risico's van dien (zoals verongelukkenin het verkeer). De vraag is natuurlijk, wiedit bij de juiste mensen aan wil kaarten. Juist nu zijnallerlei organisaties bezjg om in het kader van deFlora- en faunawet gedragscodes voor hun regulierebeheer op te stellen, met als doel om schade aanbeschermde soorten te voorkomen. Dit is een témooie samenloop van omstandigheden om te latenschieten. Wie neemt het voor de bever op?!Meta Rijks• FJ-J. Niewold. 2004. Ontwik.'eling va.n de beverpopulatiesin Nederland van 2000-200"1. Alterrarapport982. Alterra Wageningen. 62. pp.DiersporengidsDe derde druk van de bekende dîersporengids vanBang & Dahlstr0m is onlangs verschenen. In delangzamerhand gebruikelijke volgorde worden loopsporen,vraatsporen, allerlei uitwerpselen (keutels,urine, braakballen), legers, nesten, holen en anderestille getUigen van kenmerkend gedrag behandeld.De herzieningen in de derde druk betreffen slechtsincidenteel de oorspronkelijke tekst in de vertalingvan Anne van Wijngaarden. Dat is ook niet zoverwonderlijk want diersporen veranderen niet indertig jaar en de beschrijving was en is prima. Defoto's zijn echter deels door andere vervangen ende vormgeving is gemoderniseerd. Helaas is hethoofdstUk over verzamelen en conserveren daarbijverdwenen (overigens staat het nog wel op de achterflapen in het persbericht!).Het boekje ziet er goed verzorgd uit mooiefoco's en frisse kleuren. Jammer voor ons is weldat het geheel sterk georiënteerd is op Scandinavië.De afbeeldingen van de loopsporen zijn voor eenZoogdier2005-16(3) 23


elangrijk deel foto's in de sneeuwen daardoorin onze contreien minder bruikbaar. Ook de soor·tenselectie past niet zo geweldig bij onze breedte·graad: er zijn bijvoorbeeld vier plaatjes van keutelsvan hoenderachtigen, waarvan er drie (auerhoen,hazelhoen en alpensneeuwhoen) niet hier voor·komen en de kans om keutels van het korhoen tevinden is ook niet erg groot. Om aan het laatstepunt tegemoet te komen stonden er in de eerstedruk nog stipjes bij de soorten die in Nederland enBelgië voorkwamen, maar die zijn gesneuveld bij deherziening.Vergeleken met de andere diersporengidsenop de Nederlandse markt komt deze gids duidelijkop de tweede plaats, na de KNNV-uitgave VeldgidsDiersporen van Annemarie van Diepenbeek, dieuitgebreider isstreken.en meer toegesneden op onze• Preben Bang & Preben Dahlstmm. 2004.Marius den BoerDiersporengids. Sporen en kenme,'ken van zoog·dieren en vogels. Derde nel7iene drukTi,"ion ISBN90.5210.5685 Prijs €39.98Dood doet levenDe natuur van dode dierenNatuurlijke processen worden in het modernenatuurbeheer steeds belangrijker. Bosontwikkelingwordt natuurlijker, dood hout blijft in het bos lig.gen. Grote herbivoren beïnvloeden de vegetatie opmin of meer natuurlijke wijze. Maar ook die groteherbivoren gaan een keer dood.Twee onderwerpenzijn dan aan de orde: hoe gaan de dieren dood enwat gebeurt er met de kadavers. Het boekje Dooddoet leven is een bundeling essays over de aspectenvan het laten liggen van kadavers in natuurgebieden.Uitgebreid wordt beschreven hoe de natuur meteen dood dier omgaat; van de ontdekking ervandoor de eerste vleesvliegen tot het overblijven vande kale schedel. Er is een algemeen overzicht doorHarm Piek met een beschrijving van een onderzoeknaar dode dieren vanaf 1997 op de Veluwezoom,van de wettelijke aspecten, de confrontatie methet publiek en de plaats in het natuurbeleid. AIdie aspecten worden daarna door afzonderlijkeauteurs uitgewerkt. Bijzonder interessant is eenhoofdstuk van Bas Visser over de in de Flora· enfaunawet genoemde zorgplicht. Uit verschillendebeginselen van het dieren recht volgt, dat ookmicro- en afbraakorganismen behorende bij dodedieren onder de zorgplicht vallen. Als uitgangspun.ten neemt hij daarbij de in de Flora· en faunawetgenoemde beginselen van biodiversiteit, autono·mie en onvervangbaarheid en de duurzame instand·houding van natuurgebieden. En daaruit volgt weerdat je dode dieren helemaal niet zou mogen ver·wijderen. Uiteraard met afweging van de belangenvan andere dieren en de mens. Andere auteursgaan dieper in op de processen van afbraak, de psychologischemechanismen achter de gevoelens vanweerzin bij de confrontatie met kadavers in natUur·gebieden en de gezondheidsrisico's voor het vee.Het boekje ontpopt zich als een pleidooi voorhet laten liggen van kadavers. Het laat zien hoedaarmee kansen worden gecreëerd voor een grootaantal andere organismen, van aasvliegen eh aas·kevers tot zeearenden en zwijnen.Op diverse plaatsen gaan auteurs een stapverder en gaan ze niet alleen in op het laten liggenvan dode dieren, maar komt ook het proces vansterven aan de orde. Hierbij speelt de afwegingtussen de zorgplicht van individuen en de belangenvan het systeem een rol. Moet of mag je ingrijpenin natuurlijke processen als het dood gaan van eendier? De discussie gaat dan tussen de dierethische242005-16(3) Zoogdier


en de ecologisch-ethische stroming. De bijdragevan Ton Bade gaat alleen dáárover. Daardoor envooral door zijn ongenuanceerde stellingname pasthet slecht bij de rest van de inhoud.Dood doet leven is een levendige bijdrage aande discussie en een -aanrader voor wie interesseheeft in de complexe ecologische processen bijde afbraak van kadavers. maar ook voor wie zicheen mening wil vormen over de menselijke processendaaromheen. Het is rijk geïllustreerd. Eenminpuntje vormen de tientallen spel- en taalfouten.De aaskever Silpho wordt bijvoorbeeld binnen eenpaar bladzijden Sipha genoemd. behorende tot deSilpidae. Erger is het, als in een tekst over juridischeaspecten "een ziektegevaar" staat, waar "geen ziektegevaar"bedoeld wordt. Zo slordig zijn we het(gelukkig) niet gewend.Marius den Boer• RlJud Lardinois (red). Dood doet leven. D e natuurvan dode dieren. 2005. 128 pp. KNNV Urtgeverij.ISBN 90 501 1 211 O. Prijs € 19.95Het is lastig nieuws sprokkelen uit de werkgroepen.'s Zomers lijkt iedereen plots het land uit te moeten.Naar Slowakije, Ierland of Estland bijvoorbeeld,om maar lukraak enkele bestemmingen te noemen.Bij ons vale gelukkig ook nog wat te beleven.Zo ontdekten Marc Van de Sijpe en Kris Boeckxonlangs elk nog een kraam kolonie franjestaarten(zie rubriek waarnemingen). Het betreft respectievelijkde tweede en derde vondst voorVlaanderen. Dat zou voorpaginanieuwsmoeten zijn, maar de kranten staan bolvan komkommernieuws. De vleermuizenwerkgroepzoekt deze zomer naarstignaar vleermuizen op kerkzolders in deprovincie Limburg. Naarstig wordt ookgewerkt aan een voorstel tot een life-projectvoor vleermuizen in Vlaanderen. DeZoogdierenwerkgroep stoomt zich klaarvoor een speurtocht naar de laatste hazelmuizenin de provincie Vlaams-Brabant.Intussen lopen in Vlaanderen ook nog steeds boommartersrond, worden bevers geteld, hamsterburchtengemonitord. zeehonden gespot tijdensheuse zeehonden-safari's ... Hoezo niks te belevenin eigen land?Mag ik jullie allemaal warm maken voor hetproject 'Biodiversiteit in jouw stad of gemeente!'?Vraag die brochures snel aan en ga aan de slag voorzoogdieren in jouw buurt!Zomerse groeten,Biodiversiteit in jouw stadof gemeente!Bob VandendrÎesscheSamen met steden en gemeenten wil Natuurpunt oplokaal niveau concreet werken aan de beschermingvan bepaalde soorten planten en dieren, ook in eenstedelijke omgeving. Dat gebeurt via soortbeschermingstrajecten.In totaal gaaL het om 14 trajectendie betrekking hebben op vogels, planten, insecten,amfibieën en zoogdieren. Het uitvoeren van de trajectenhoudt in dat we de soorten gaan bestuderen,dat we ze gaan monitoren en dat we concretebeschermingsmaatregelen nemen. Om goede resultatente bereiken, moet vaak jaren intensief aaneen project gewerkt worden. Natuurpunt wil ditniet alleen doen: naast de steun van de Vlaamseoverheid en de hulp van steden en gemeenten zijnbepaalde doelgroepen zoals landbouwers, bedrijvenen scholen maar ook particulieren een belangrijkepartner in dit project.Zoogdier2005- 16(3) 25


Gemeenten of steden die dat willen, kunnen eenberoep doen op Natuurpunt om voor één of meersoorten een beschermingsplan uit te werken. Voorde verschillende trajecten heeft Natuurpum eenbrochure gemaakt met algemene informatie overde soort en over mogelijke beschermingsmaatregelen.Drie van de brochures betreffen zoogdieren.Vosen steenmarter komen in één brochureaan bod, voor de vleermuizen zijn twee foldersuit-gewerkc Vleermuizen in de kou en Vleermuizen opzolder. Die brochures kan je op onderstaand adresbestellen bij Natuurpum.NatuurpuntKardinaal Mercierplein2800 Mechelen0032/(0) I 5.29.72.20.biodiversiteit@natuurpunt.bewww.natuurpunt.be/biodiversiteitVZZ-nieuwsHet Europa van de zoogdieren:Veldwerkgroep in SlowakijeTijdens haar jaarlijkse zomerkampen inventariseertde Veldwerkgroep van de VZZ een stukje Europa opalle aanwezige zoogdiersoorten. Na onder andereItalië, Bulgarije, Spanje en Slovenië was het van 27juli tot 6 augustus 2005 de beurt aan Slowakije.Volgens traditie is de kamplocatie iets bijzonders,en ook dit jaar blijkt geen uitzondering: het verblijfbeslaat één verdieping van een enorme kolos uithet communistische tijdperk in het dorpje Látky.Dit plaatsje ligt in Midden-Slowakije ten oosten vande middelgrote stad Zvolen - spreek uit 'Zwollen'- en ten zuiden van het natuurreservaat Pol'ana. Deafgelopen jaren was het niet altijd makkelijk om vantevoren duidelijk te maken wat zoogdieronderzoekerster plekke hebben aan het potentieel van 25Nederlandse zoogdierfreaks. Maar onze gastheerPeter Kanuch, een vleermuisonderzoeker van hetInstitute for Forest Ecology (van de SlowaakseAcademie van Wetenschappen) heeft bij aankomstal verschillende onderzoeksplannen uitgedacht ....Van enige ontspanning is deze keer dus geensprake: alle deelnemers worden continu aan hetwerk gezet. Onze gastheer wil graag weten welkevleermuissoorten voorkomen in het Pol'ana-gebied,een oud gebergte tot 1450 meter hoog met riviertjes,moerasbos. kleinschalige landbouw, beukenbosen 'alpen'weides tussen het naaldhout. Elke avondvangen we vleermuizen op drie of meer locaties,er staan permanent een paar honderd live traps opscherp en overdag is het tijd voor het controlerenvan kerkzolders. Het hele kamp is ingeschakeld omeen buitengewoon fraai bosgebied vol eeuwenoudeeiken in de buurt van Zvolen eens goed af tezoeken op vleermuiskolonies, enom informatie te verkrijgen overde ruimtelijke verdeling van 1200vale vleermuizen die uitvliegen uiteen kerk in de buurt.De resultatenblijven dan ook niet uitEr vliegen bijna twintig vleermuissoortenin de netten, zoalsde mopsvleermuis, baardvleermuisen beide grootoorvleer~Drie keer per dag controleert de Veldwerkgroep alle live traps.Foto: Kamiel Spoelstramuizen. In de hogere delen vanhet gebied vinden we zelfs tweekleurige-en noordse vleermuis:soorten die vooral bekend zijnuit Noord-Europa. Ook wordenalle Europese Nyctalus-soortengevangen - inderdaad, ook26 2005-16(3) Zoogdier


de grote rosse vleermuis, totgrote vreugde van onze gastheer.De vondst van deze soort,pas de derde keer in Slowakije,haalt zelfs de nationale televisie.Verder ontdekken we nieuwekolonies vale vleermuizen enkleine hoefijzerneuzen, en cellenwe op Slowaaks verzoeksieselpopulaties door ze 's middagsmet een aantal mensenvanaf verschillende uitkijkpuntente observeren. Deze grondeekhoorngaat in veel gebieden achteruit,maar hier in Slowakijedoet hij het juist erg goed.Met alleonderzoeksmethodensamen stellen we hetvoorkomen van ongeveer vijftigsoorten zoogdieren vast in het gebied. De live trapsleveren daarbij leuke muizensoorten op, zoals tweesoorten waterspitsmuizen en een paar kleine-bosmuisachtigedieren. Uiteindelijk blijken dit bijzonderklein uitgevallen huismuizen te zijn. 's Nachts zienwe ook regelmatig een boommarter, steenmarter,edelhert, bunzing of een van de vele vossen. Schuwesoorten, zoals beer, wolf, otter en lynx verradenDe Slowaakse bioloog Peter Kanuch heeft een grote rosse vleermuisgevangen: de eerste voor het natuurreservaat Po"ana enpas de derde voor Slowakije. Foto: Joost Verbeekzich alleen door voet- en krabsporen of uitwerpselen.Toch laat een van hen zich bij wijze van uitzonderingzien: een moeder lynx steekt overdag mettwee jongen de weg over! Dat is in Slowakije eenzeel' riskante onderneming, maar het levert voorenkelen van ons een prachtige waarneming op.Het is leuk om te zien dat met dit succesvollezomerkamp de aanwezige veldkennis opnieuwistoegenomen. Opvallend is de opkomst vanhet gebruik van mistnetten gedurende de laatstejaren.Yeel mensen kunnen nuvleermuizen uit netten halen,determineren en opmeten.Technologische vooruitgangwordt eveneens benut: aande hand van digitale foto'skun je mogelijke vangstlocatiesbeoordelen of determinatiesverifiëren. De precisievan waarnemingslocatiesis sterk toegenomen doorGPS-apparatuur. En een infrarood-videocameraneemtinvliegende vleermuizen opvoor een nauwkeurige tellingachteraf.Uiteindelijk blijkt deze kleine 'bosmuis' een vorm van de huismuiste zijn. Foto: Jan BuysFroukje RienksKamief SpoefstraZoogdier 2005-16(3) 27


Van bestuur en bureauSamen met de bureaumedewerkers werkt hetbestuur aan de organisatie en de werkwijze vanhet bureau. De afbakening tussen Verenigingen Stichting blijkt in de praktijk lastiger dangedacht. Maar aan het eind van het jaar hopenwe alle structuren duidelîjk te hebben. Denaamsbekendheid en het vertrouwen in de kennisen kwaliteit van de ZoogdierverenigingVZZ zijngroeiende.• MeerjarenplanOp de komende ALV van 19 november zal het nieuwemeerjarenprogramma worden gepresenteerd.Het concept. waarvan een begin al te zien was opde laatste ALV, staat op de website.Surf naar www.vzz.nl en geef uw mening erover!• Noordse woelmuisTwee jaar geleden is het soorcbeschermingsplannoordse woelmuis verschenen. De daarin opgenomenacties moeten nu uitgevoerd gaan worden.De VZZ heeft van LNV de opdracht gekregendaarbij het initiatÎef te nemen en te coördineren.Dick Bekker werkt als coördinator nauw samenmet Richard Witte. Eind van dit jaar zal de websitewww.noordsewoelmuis.nl van start gaan met allerelevante informatie over de SOOrt en de lopendeprojecten.muizen. In verschillende provincies worden atlassenvoorbereid. In Limburg hebben VZZ en NHGLeen voorlopige atlas gepubliceerd. Hier moetende witte plekken worden ingevuld. In Noord- enZuid-Holland zjjn de eerste gezamenlijke kaartengemaakt door regionale werkgroepen en zijn deeerste conceptteksten geschreven en in Frieslandzijn samenwerkingsverbanden gevormd.• Konijnen het haasje?De vu. vraagt om meer aandacht voor de sterkeachteruitgang van het konijn in delen van Nederlanddoor het Rabbit Haemorrhagic DiseaseVirus.ln juniwerd een oproep meegestuurd met Zoogdier om decampagne 'Zijn de konijnen het haasje?' te steunen.Tot nu toe is € 171 0,-- aan giften binnengekomen,nog verre van voldoende om alle activiteiten uit tevoeren. Uw gift blijft dan ook welkom op ons gironummer203737 onder vermelding van 'Konijnenhet haasje?'QVerspreidingsonderzoekNa jaren van aandringen bij de Rijksoverheid lijktde zin van een structurele ondersteuning van degegevensbeherende organisaties door te dringen.Op dit moment zijn we nog in de fase van analysesvan LNV over wat nodig is. Maar de ontwikkelingengaan relatief snel en we zijn positief over dekansen van een landelijk verspreidingsonderzoek.Er is nu geld voor een inhaalslag voor een aantalbeschermde soorten. Bij zoogdieren gaat het omde boommarter en de hazelmuis en wordt hetverspreidingsonderzoek met behulp van braakbal~len uitgebreid. Daarnaast is een actie gestart metbetrekking tot de informatievoorziening en debeschikbaarheid van de gegevens.Op provinciaal niveau is nu in Flevoland eenonderzoek gestart naar het voorkomen van vleer-In augustus werd het derde nationale konijnen- enhazen-telweekend gehouden. In het najaar komende eerste resultaten. Mede op basis van de activiteitenwordt nu onderzoek gedaan naar het virusen naar mogelijkheden voor gerichte maatregelen.282005-16(3) Zoogdiet"


• ZeezoogdierenLeden van de VZZ hebben in juni/juli meegedaanaan een groot Europees projeCt (SCANS-lI) waarbijde hele ondiepe kustlone (tot 200m) van Gibraltartoe aan Noorwegen is geteld op de aanwezigheidvan dolfijnen en bruinvissen. In augustus is eenexcursie georganiseerd om leden kennis te latenmaken met dolfijnen en walvissen vanaf de veerboottussen Portsmouth en Bilbao. Daarnaastis actief deelgenomen aan workshops over hetstrandingsnetwerk van walvisachtigen. Samen metonder andere EcoMare. CML Leiden en Naturaliswordt gewerkt aan een informatiefolder. Nacuraliszal een pamflet verspreiden en heeft een landelijkmeldingsnummer voor gestrande walvisachtigengeopend: 0900-0400616.SCANS .. II waarnemers In actie op hetTracker platform. Foto: Steve Geelhoed• Rode lijst zoogdieren[ets meer dan tien jaar geleden verscheen de eersteRode lijst van de Nederlandse zoogdieren. Tijd omna te gaan wat er sindsdien veranderd is: met welkesoorten gaat het nu beter? De Zoogdierverenigingvz:z is door het ministerie van LNV gevraagd deveranderingen in de populatieontwikkelingen vande Nederlandse zoogdieren te analyseren en eenvoorstel te doen voor een nieuwe Rode lijst. Dezemoet in 2006 gepubliceerd worden. Richard Wittevoert dit onderzoek uit.Hans BekkerDennis WansinkWerkatlas Zoogdieren in LimburgIn het kader van het atlasprojecc Zoogdieren inLimburg is onlangs de Werkatlas Zoogdieren inLimburg uitgegeven. Deze werkatlas bevat 98.000waarnemingen uit de periode 1970-2004. Op dekaarten zijn op kilomecerhokniveau de waarnemingenvan de 68 in Limburg voorkomende zoogdiersoortenweergegeven. De soortkaarten zijn volledigin kleur uitgevoerd en bevatten informatie over dewaarnemingsperiode 1970-1993 en 1994-2004. Bijde vleermuissoorcen is daarnaast het onderscheidzichtbaar tussen de winter- en zomerverblijven.De kaartoverzichten dienen om een beeld teverschaffen van de aanwezige zoogdiersoorten inde verschillende periodes. Voor de meeste soortenbecekent het niet dat wanneer er in een kilometerhokgeen waarneming is gedaan de soort er ookniet zou voorkomen. De verspreidingsgegevensdienen als handvat om de witte gebieden bij dezoogdierwaarnemers in Limburg onder de aandachtte brengen. Voor een groot aantal soortenen gebieden is zeker nog extra onderzoek nodig.Met gericht onderzoek kunnen de hiaten in hetverspreidingsbeeld worden opgevuld.De werkatlas is toe stand gekomen door samenwerkingtussen het Natuurhistorisch Genootschapin Limburg en de Zoogdiervereniging VZZ.Leden van NHGL enVZZ kunnen de atlas bestellendoor € 12.95 (niet-leden betalen €27.95) overte maken op gironummer 429851 onder vermel-IWER~ATLASZOOGDIEREN IN LIMBURGINVENTARISATIEGEGEVENS PERIOJ:)E 1970 - 2004Zoogdier2005-16(3) 29


ding van van hee Publicatiebureau NatuurhiscorischGenootschap te Melick onder vermelding 'werkatlaszoogdieren'.De atlas kan na telefonische bestelling (0475-386470) worden afgehaald op het kantoor van hetNatuurhistorisch Genootschap in het GroenHuis,Godsweerderstraat 2 in Roermond. U bespaart dan€2,95 aan verzendkosten.Neeltje HuizengaAgenda15 - 17 oktober13th Meeting of the InternationalHamsterworkgroup, Wenen, OostenrijkMeer info volgt.19 - 22 oktober5e Internationale Moeflon SymposiumVoor gedetailleerde informatie over het symposiumen de registratieprocedure wordt gepubliceerd opwww.mouflonsymposium.infoOproepVrijwiIJiger redactie gezochtDe redactie beoordeelt de aangeboden stukken inde eersee plaats op de inhoud. Bij de contacten metde schrijvers gaan de manuscripten vaak een aantalkeren heen en weer tussen redacteur en schrijver.Daarbij raakt de leesbaarheid soms wat op deachtergrond.Het is gebleken dat die vergroot kan wordendoor een frisse kijk van een relatieve buitenstaander.De redactie is op zoek naar een enthousiastevrijwilliger met gevoel voor de Nederlandse taalom alle kopij kritisch door ee nemen op spelling,taalgebruik en stijl.Heeft u belangstelling? Neem contace op met:redactie.zoogdier@vzz.nl of bel naar 026-3336352.19 novemberVZZ Algemene Ledenvergadering26 novemberBelgian Wildlife Disease SocietyDe nieuwe vereniging Belgian Wildlife DiseaseSocieey (BWDS) organiseert haar eerste symposiumin het Militair Hospitaal Koningin Astrid teNeder-Over-Heembeek (Brussel) .Via het thema "emerging diseases" wil dit eersteBWDS-symposium een breed overzîcht biedenvan een aantal belangrijke ziekten bij de wildlevendefauna (zoals vossenlintworm, tbc, hamavirus, ... ).Binnen-en buitenlandse experts zullen diverseaspecten belichten van de internationale actualiteit.Meer informatie over de BWDS en het symposiumvind je op: http://wildlife.var.fgov.be. RegistratieÎs €30,-- (€ I S,-- voor studenten). Zie dus dat jeer snel bij bent!Aanwijzingen voor auteursArtikelen dienen populair-wetenschappelijk van aard te zijn en niet elders gepubliceerd. De voorkeurgaat uit naar stukken over de (in het wild levende) zoogdieren van de Benelux. Ook kortemededelingen en bijzondere waarnemingen zijn welkom. Tekst zonder opmàak ~anleveren pere-mail aan redactie.zoogdier@vzz.nl of op diskette. Zorg voor ruim illustratiemateriaal, maarhoud dit gescheiden van de tekst. In geval er copyright op de illustraties berust moet deauteur toe.stemming hebben voor het gebruik ervan. Beperk het aantal lite.ratuurverwijzingentot enkele essentiële. Per artikel kan van slechts één auteur het adres vermeld worden; vande overigen alleen de naam. Met vragen over inhoud en/of vorm kunt u altijd contact opnemenmet de redactie. Uitgebreidere aanwijzingen voor auteurs zijn te vinden op de VZZ-site:http://www.vzz.nl/zoogd30 2005-16(3) Zoogdier


AdressenZoogdiervereniging VZZOude Kraan 8, 681 I LJ Arnhem, Nederland,T: 026-37053 J 8, F: 026-3704038,E: zoogdier@vzz.nl,Website: www.vzz.nlWerkgroepen Zoogdiervereniging VZZVeldwerkgroep NederlandEric Thomassen,Middelsregracht 28, 23 12 TX Leiden,T: 071-5127761, E: ericthomassen@hetnet.nlMateriaaldepot VeldwerkgroepMenno Haakma, E: materiaal@vzz.nlVleermuiswerkgroep Nederland(VLEN-VZZ)Oude Kraan 8, 681 I LJ Arnhem,E: vJeermuiswerkgroepne.derland@vn.nlInformatiepunt ZeezoogdierenMarjan Addink, NaturaJis, Postbus 9517,2300 RA Leiden, E: addink@nnm.nlWerkgroep Boommarter NederlandBen van den Hom,Celsiusstraat 4, 3817 XG Amersfoort,T: 033-4625970, E: belise@freeler.nlBeverwerkgroepAnnemarieke van der Sluijs, Oude Kraan 8,681 I LJ Arnhem, tel. 026-3705318,E: a.vandersluijs@vzz.nlZoogdierwerkgroep OverijsselNico Drîessen, p/a Natuur & Milieu Overijssel,Stationsweg 3, 80 I I CZ Zwolle, T: 038-42 [ 7166,E: driessen@natUurmilieu.nlNatuurpuntKardinaal Mereierplein I, 2800 Mechelen, België,T: 015-297220. Website: www.natuurpunt.beContactpersonen NatuurpuntZoogdierenwerkgroepBob Vandendriessche, Begoniastraat 26,8020 Oosrkamp, België,E: bob.vandendriessche@nawurpunt.beVleermuizenwerkgroepAlex Lefevre, Klissenhoek 85, 2290 Vorselaar, België,E: vleermuizenalex@yahoo.comVZZ-I idmaatschapJNatuurpunt-abonnementVZZ-lidmaatschap met alleen Zoogdier € 15 per jaar.Lidmaatschap met tijdschriften Lutra en Zoogdier€25 per jaar.Overmaken op postbank 203737 of voor België oprekening 000-1486269-35, onder vermelding vanhet gewenste lidmaatschap.Leden van Natuurpunt kunnen zich op Zoogdierabonneren door €8,50 over te maken op 000-1486269-35 met vermelding: "lid Natuu rpunt' +lidnummer"OpzeggenUitsluitend schriftelijk, vóór I december, aan hetBureau van de VZZ.ZoogdierISSN 0925-1006RedactieadresRedactie Zoogdier, Oude Kraan 8, 681 I LJ Arnhem,T: 026-3705318, E: redactie.zoogdier@vzz.nlRedactieMarius den Boer (hoofdredacteur), Steve Geelhoed(eindredacteur), Maurice La Haye, Alice PiJlot,Froukje Rienks, Meta Rijks, Bob Vandendriessche,Sven VerkemMedewerkers Dirk Criel, Dick Klees, ThierryOnkelinx, Goedele Verbeylen, Rollin VerlindeOpmaakHan Halewijn - Music Design,ArnhemDrukTijl Offset, ZwolleLosse nummers ZoogdierLosse nummers kosten € 6, inclusief porto. Bestellenvia redactieadres, met vermelding van jaargang ennummer.KopijsluitingsdataNr 16 (4): I oktober 2005; nr 17 (I): I januari 2006;nr 17 (2) I april 2006; nr 17 (2): I juli 2006.UIT DE KUNSTTussen de Kunsthal en het Natuurmuseumin Rotterdam staan een paarbronzen konijnen van Tom Claassen.De kunstenaar is bekend van monumentaledieren (olifanten Almere, paardUtrecht, hond Tilburg). Tom Claassen(1964) volgde de Academie St. Joost inBreda en behoorde in 1992 tot de selectievan de Prix de Rome (Beeldhouwwerk/Beeldende kunst in de openbare ruimte).Zoogdier 2005-16(3) 31

More magazines by this user
Similar magazines