Floatlands in het Noordzeekanaal

joostdevree.nl

Floatlands in het Noordzeekanaal

Ministerie van Verkeer en Waterstaat opqMogelijkheden voorfloatlands in hetNoordzeekanaalFloatlands als ondersteuning van de EcologischeHoofd Structuur.19 november 2008


Ministerie van Verkeer en Waterstaat opqMogelijkheden voorfloatlands in hetNoordzeekanaalFloatlands als ondersteuning van de EcologischeHoofd Structuur.19 november 2008


Inhoudsopgave. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .1. Inleiding 41.1 Inleiding 41.2 Floatlands 41.3 Doelstelling project 52. Gebiedsomschrijving 62.1 Locatie 62.2 Probleemlocaties 73. Aanleg en constructie 93.1 Gebruikelijke constructie 93.2 Ervaringen met robuustere constructies 93.3 Conclusies constructie 114. Beheer en onderhoud 124.1 Gebruikelijk onderhoud en beheer 124.2 Ervaringen in dynamischer omstandigheden 124.3 Conclusies onderhoud 125. Monitoring 145.1 Monitoring van gebruikelijke floatlands 145.2 Monitoring van de floatlands onder de Plofsluis 145.3 Conclusies monitoring 156. Conclusies en Mogelijkheden 166.1 Conlusies bestaande Floatlandprojecten 166.2 Aanbevelingen floatlands rond Eiland Zeeburg 167. Bronnen 187.1 literatuur 187.2 Interviews, overleg en rondleidingen 19Bijlage A overzicht knelpunten Zeeburgereiland 20Bijlage B Overzicht Plofsluis 223 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


1. Inleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .1.1 InleidingVoor u ligt het rapport “Mogelijkheden voor floatlands in hetNoordzeekanaal”. Dit rapport is geschreven om de mogelijkheden teverkennen voor floatlands als ondersteuning van de EcologischeHoofdStructuur (EHS) rond de Zeeburger Eiland, een eiland in het(buiten)IJ. DNH wil samen met o.m. gemeente Amsterdam eenecologische verbinding uit de PEHS realiseren, die ligt tussen ZeeburgerEiland en de kust van Waterland. Deze verbinding maakt deel uit vandie tussen de Vechtplassen en Waterland. (Natuurproject van IJ totGouw, 2006). Doelsoorten daarbij zijn onder andere de otter en denoordse woelmuis, maar voornamelijk de ringslang. Door dekunstwerken om het eiland zoals tunnelbakken en kademuren zijn er teweinig rust- en oversteekplaatsen voor deze organismen. Wellicht kandoor de inzet van floatlands deze ecologische verbinding wordenondersteund, en een natuurlijker aanblik worden gecreëerd. Naastfloatlands zullen ook natuurvriendelijke oevers moeten wordenaangelegd om de verbinding te realiseren.1.2 FloatlandsArtificiële floatlands staan ook wel bekend als drijftuinen, drijftillen,aqua-flora floats of drijvende eilandjes. Het zijn vaak houten geraamtesbekleed met gaas, die beplant worden met waterplanten. Ze zijn vrijgemakkelijk te realiseren, en kunnen worden gebruikt voornatuurontwikkeling in wateren waar geen natuurlijke oevers mogelijkzijn. Ook geven ze een natuurlijker en groenere aanblik aan de kanalenof vaarten waar ze in zijn geplaatst.In vele gevallen worden floatlands ingezet op relatief rustige locaties,zoals in grachten. In dit rapport wordt onderzocht of floatlands aleerder zijn ingezet op dynamischer locaties, en met welke resultaten.(foto’s website Larenstein.net)4 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


1.3 Doelstelling projectDienst Noord Holland heeft de waterdienst gevraagd, uit te zoekenwelke ervaringen er tot op heden binnen RWS of aan RWS gerelateerdeprojecten is opgedaan op het gebied van floatlands. Dit project trachtdeze ervaringen boven tafel te krijgen, en hiervan een handzaamrapport te maken, dat gebruikt kan worden bij het schrijven van deverkenning voor de ecologische verbindingen voor onder meer deringslang rond Amsterdam.De rapportage zal een duidelijke weergave geven van de verzameldeinformatie, en zal kort en bondig de ervaringen met floatlands inandere projecten uit de doeken doen. Er zullen aanbevelingen wordengedaan op het gebied van beheer en constructie, zo mogelijktoegespitst op de specifieke locatie.5 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


2. Gebiedsomschrijving. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .2.1 LocatieHet gebied dat via een natte verbindingszone ontsloten moet worden iseiland Zeeburg, in het IJ bij Amsterdam. Dit eiland wordt opverschillende plaatsen doorkruist en omgeven door (snel)wegen,bruggen, sluizen en tunnels. Door de realisatie van IJburg is deverbinding tussen verschillende deelpopulaties van de ringslang tussenWaterlandse kust en Diemerzeedijk is verslechterd. Dit vraagt ominrichtingsmaatregelen om met name de problemen voor de ringslangte verminderen. Al in 2002 werd aangegeven dat deze doorkruising eenprobleem oplevert voor de kleine populaties omdat het uitwisselen vangenetisch materiaal niet of minder mogelijk is. Op het eiland zelf is ditprobleem moeilijk op te lossen, maar voor de oevers ziet men welkansen (Dienst Ruimtelijke Ordening, 2002) (luchtfoto google maps).De specifieke knelpunten worden aangegeven op de foto’s in bijlageA, en worden besproken in paragraaf 2.2.Het gebied is over het algemeen erg dynamisch. De scheepvaart in hetgebied zorgt voor zuiging en golfslag. Ook zijn er veel plekken waargrote schepen moeten kunnen aanleggen om bijvoorbeeld te tanken ofvoor de sluis te wachten. Behalve door de beroepsvaart wordt hetgebied ook gebruikt voor allerlei recreatievaart.6 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


ProbleemlocatiesHoewel op veel locaties al toegankelijke oevers zijn gecreëerd, zijn ereen aantal knelpunten. Hieronder vallen de tunnelbakken, die een steileonbegroeide oeverwand hebben, en de sluis- en brughoofden, waarhetzelfde voor geldt. Een overzichtsfoto met de locaties van dezeprobleempunten is te vinden in bijlage A. Met dank aan GeertTimmermans voor de duidelijke rondleiding en toelichting van deknelpunten van het gebied. (foto’s Martin Soesbergen).• Piet Heintunnel: tunnelbak langs ARKOp deze locatie verdwijnt de A10 via een tunnel onder water. Deovergang is beschermd door een betonnen oeverwand, waarstortsteen voor is gestort. Ook is er een grotemetalen drijver voor het geheel geplaatst. Dezeligt in één lijn met de oever. De oever om de bakheen bestaat uit begroeide stortsteen, en isgeschikt voor de ringslang om te rusten. Door dedrijver en de betonnen bak is de oever daaronderbroken. Dit is een barrière voor deringslang. In het PvE Waterkeringen (2006) wordtaangegeven dat de tunnelbak niet belast magworden, dus er mag hier geen grond of stortsteenworden aangebracht. (Dienst ruimtelijke ordening,2008)• Aanlegsteiger zuiderdijkAchter deze steiger is een poging gedaan, eennatuurvriendelijke oever aan te leggen. Ondanks het stortsteen is deplantengroei niet aangeslagen.• ZandstortsteigerDeze oude zandstortsteiger is recentelijk in onbruik geraakt. Door desteile oever en het feit dat de steiger een stuk uit de oever steekt,zorgt dit voor een kleine barrière.• Schellingwouderbrug (bruggenhoofd noord en zuid)Tussen de peilers van de Schellingwouderbrug groeit geenbeplanting. Dit kan voor de ringslang een barrière zijn. Bij deoplossing moet worden gedacht aan het feitdat de doorgangen nabij de wal frequentgebruikt worden door de recreatievaart.7 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


• Zeeburgertunnel: tunnelbak aan zuid- en noordzijdeDeze tunnelbak is verdedigd door stortsteen en een metalen drijver.De drijver is lang en heeft een licht gebogen vorm. Het probleemvoor de ringslang is hier, dat de afstand naar deandere kant van het kanaal te groot is. Ookzorgt de drijver voor een barrière haaks op hetkanaal.Samenvattend valt te concluderen dat floatlands in dit gebied alleenkunnen worden ingezet als ze robuust (bestand tegen de heersendedynamiek) en duurzaam zijn. Ze mogen geen gevaar opleveren voorberoeps- of recreatievaart of het milieu, ook niet bij losslaan of zinken,en moeten bijdragen aan een natte verbindingszone voor de ringslang.De vraag is of floatlands geschikt zijn voor dit doel. Niet allebovenstaande knelpunten lijken te kunnen worden opgelost doorfloatlands.8 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


3. Aanleg en constructie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .3.1 Gebruikelijke constructieOver het algemeen worden floatlands ingezet op locaties die minderdynamisch zijn dan het beoogde gebied. Hier volstaat een drijvendframe van hout en/of pvc, waartussen gaas is gespannen. Er wordthierbij verschil gemaakt tussen stijve en flexibele constructies van hetraamwerk. Bij een stijve constructie worden vooral de hoekpuntenzwaar belast. Bij een flexibele constructie bestaan delengtebalken van het raamwerk uit nylon koord metdrijvers. De floatlands worden beplant met oeverplantenen verankerd aan ofwel de oever, ofwel aan paaltjes diein de bodem zijn geslagen. (DHV water BV, 1991)Een voorbeeld van zulke floatlands is te vinden in deBoerenwetering van Amsterdam (zie foto, met dank aanMartin Soesbergen). De scheepvaart in deze grachtbestaat uit rondvaartboten en kleine recreatievaart, en dedynamiek van het water is redelijk laag. (pers. med.Martin Soesbergen)In een gebruikelijke constructie wordt het gaas gevuld met doodplantenmateriaal, met kokosmatten of wilgentenen, of met kunstmatigesubstraten zoals steenwol (Aquasense, 2000).3.2 Ervaringen met robuustere constructiesDe Plofsluis in Utrecht is eenoude sluis in hetAmsterdam-Rijnkanaal. (ziefoto volgende bladzijde)Hier zijn in 1998 floatlandsaangelegd (Nautilus, 1998)De aqua-flora floats warengemaakt van aluminiumframes en werden beschermddoor een drijver,die de golfslag moestremmen. De floatlandswaren tussen de sluishoofdenbevestigd metstaalkabels (Nautilus 1997).De constructie overspandede gehele Plofsluis, van waltot sluishoofd, ongeveer 279 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


meter. De frames waren twee bij twee en een halve meter. Helaas wasde constructie van de aluminium frames niet sterk genoeg om dedynamiek in het gebied te weerstaan. Vooral bij langsvarende schepenontstaat er een plotselinge kracht op de floats door de zuiging en deontstane golfslag. Hierdoor zijn binnen het jaar de frames gaanscheuren. Doordat deze gevuld waren met lucht (en niet metbijvoorbeeld schuim), zijn de frames gaan zinken en werd de float uitelkaar – en onder water getrokken (pers. med. Wim Schouten). Defloatlands hadden niet allemaal aan alle zijden een aluminium frame,sommigen hadden maar aan een enkele zijde een frame, en bestondenverder uit kokosmat. (B & D natuuradvies, 1998) (zie bijlage B).Verder bleek dat de drijvers die nog wel voorde floats lagen ook grote krachten uitoefendenop de floats, waardoor deze eerder eenverergerende werking hadden dan eendempende. De in de drijvers geïnstalleerdestabilisatoren hadden niet het gewenste effect.Hier had men alleen achter kunnen komen doorhet maken van een model waarin de stromingrond de plofsluis in combinatie met de aquaflorafloats en de drijvers had kunnen wordengetest. Hier is door de hoge kosten vanafgezien (archief firma Nautilus, de makers vande floats bij de Plofsluis). Zowel Nautilus als hetWL hebben in een briefwisseling met RWSaanbevolen, de golfbrekers (drijvers) teverwijderen (archief Nautilus, briefwisseling).Gebruikelijk wordt er in een dynamisch gebied aangeraden eenflexibele constructie te gebruiken (DHV water BV, 1991). Hierbijworden de lengtebalken van het raamwerk vervangen door nylonkoorden, waaraan eventueel extra drijvers worden bevestigd. Door degrotere flexibiliteit wordt de constructie geacht de golfslag beter tekunnen opvangen.De floatlands bij de Plofsluis zijn naanderhalf jaar verplaatst naar eenminder dynamische omgeving,namelijk naar de zuidersluis inNieuwegein. Daar liggen ze nogsteeds. Hoewel de floatlands nugezonken zijn en er van deconstructie niets meer te zien is,functioneren de floats nog steeds alsgroeibodem voor oeverplanten (ziefoto, met dank aan Wim Schouwen)Uit een inventariserend onderzoeknaar de constructie van de drijframenvoor de Plofsluis (Klaassen, 1997),bleek dat er bij hogere dynamiek ook10 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


ekening gehouden moet worden met de dikte van de wortellaag in defloats. Bij een dikte van 5-8 cm (een kokosmat) voorzag menproblemen bij het vergaan van de kokosmat. De planten zouden dan teweinig houvast overhouden om de omstandigheden te kunnenweerstaan. Dit is bij de plofsluis opgevangen door een extra kunststofgrid aan te brengen (Nautilus, 1996, 1997)Een ander punt is het drijfvermogen van de constructie. Deze moetgroot genoeg zijn om het toenemen van gewicht door het groeien vande planten op te vangen. Ook zal zich tussen de wortels en op de floatdood materiaal verzamelen. De float moet dus in staat zijn dit extragewicht in de loop der tijd op te vangen zonder te laag in het water tekomen te hangen. (Klaassen, 1997) Overigens lijkt dit in minderdynamische omstandigheden geen bezwaar, gezien het feit dat degezonken floats nu nog dienen als groeiplek voor vegetatie.Al met al is bij de Plofsluis een kostbare en ingewikkelde constructieaangelegd. Buiten de verschillende frames en de golfbrekers bevatte deconstructie allerlei spankabels en –banden om de floats bij elkaar in hetmidden van de watergang te houden (Nautilus, 1997). De golfbrekerswaren verankerd, en de floats waren met kabels aan de betonnen muurgezekerd. Hierbij kwam nog de constructie met tegenwichten waarmeede floats in de winter onder de plofsluis konden worden geparkeerd(Nautilus, 1997).3.3 Conclusies constructieDe constructie van floatlands in een dynamische omgeving vraagtvooral veel van de drijfconstructie. In het geval van de aqua-flora floatsbij de Plofsluis begaven de aluminium drijvers en frames het. Vooral deplotselinge zuiging bij het langsvaren van een schip zorgde voorscheuren. Het is aan te bevelen ofwel een hele sterke constructie tenemen, ofwel een soepele. Ook zouden de drijvers gevuld kunnenworden met een drijvend schuim, zodat de constructie niet meteenzinkt bij scheuren (suggestie Wim Schouten). Beter nog is eenconstructie waarbij er geen drijvers zijn aangebracht en de golfdemping(mits nodig) en het afvangen van drijfvuil op een andere wijze plaatsvindt.11 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


ovendien nodig om de geldende regelgeving van het gebied op een rijte zetten. (dienst ruimtelijke ordening, 2008)13 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


5. Monitoring. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .5.1 Monitoring van gebruikelijke floatlandsVeel van de aangelegde floatlands werden in de opvolgende jarengemonitord om de ontwikkeling van vegetatie en levensduur van defloats in de gaten te houden. Ook werd in sommige gevallen dewaterkwaliteit en het effect op de visstand gemonitord. Niet overal isduidelijk wat het doel van de monitoring is. In veel gevallen zijn hetofwel experimentele floatlands geweest, die puur voor het onderzoekzijn geplaatst, en die zijn redelijk goed gemonitord. Ofwel de floats zijngewoon in gebruik genomen, waarbij de monitoring geen duidelijkedoelstellingen heeft. De algemene conclusie uit onderzoek naarfloatlands is dat deze een positief effect hebben op macrofauna en devisstand, maar nauwelijks effect op de waterkwaliteit (DHVwater BV,1991). Een suggestie van Theo Vulink is, dat juist door maaien en hetafvoeren van materiaal de denitrificerende capaciteit van floatsafneemt.5.2 Monitoring van de floatlands onder de PlofsluisZolang de floatlands onder de Plofsluis lagen, zijn ze eens in het jaargemonitord om de vegetatie-ontwikkeling te volgen (B&Dnatuuradvies, 1998). Hierbij zijn de floats ingedeeld in 20 vakken vanongeveer drie bij vier. Van bovenaf de plofsluis is een inventarisatie vande aanwezige vegetatie gemaakt. Hieruit bleek dat de frames die eenbetere ondersteuning hadden (drijvers aan zowel de voor- alsachterkant) (zie bijlage B) hoger in het water lagen, en dit kwam devegetatiegroei ten goede. Het monitoren zelf bleek een lastige klusdoor de afstand van de floats en de beweging van het water. (pers.med. Bertien Besteman). Het monitoringsplan van de floats, opgestelddoor J.A. Kramer (1998) voorzag niet in een duidelijke terugkoppelingnaar het beheer. Wel was er een onderwatermeting van de visstandvoorgesteld, maar daarvan is niet bekend of deze is uitgevoerd.Uit de monitoring bleek dat opnieuw aanplanten van de floats bij dePlofsluis niet nodig was, omdat de natuurlijke aanwas van zaden enwortelstokken zorgde voor een divers en goed ontwikkeldsoortenbestand. De soorten van de initiële aanplant die zich goedhebben gehandhaafd zijn Gele lis, Hoge cyperzegge, Rietgras,Kattenstaart, Kalmoes en Grote waterweegbree. Deze lijken bestandtegen de hogere dynamiek. Dit geldt niet voor Riet, Grote lisdodde enLiesgras, die slecht bestand zijn tegen dynamiek. Er wordtgewaarschuwd tegen dominantie van Gele lis. Hierbij wordt gesteld datals deze dominantie ongewenst is, er wellicht na 2 jaar enkele plantengerooid kunnen worden (B&D natuuradvies, 1998)14 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


Er wordt aangeraden om een monitorings- en beheerplan op te stellenwaarbij duidelijke criteria worden opgenomen om een interventieniveauvoor maaien vast te stellen. (B & D Natuuradvies, 1998)5.3 Conclusies monitoringOok uit dit hoofdstuk blijkt weer dat veranderingen in het vegetatiebestanddoor maaien of aanplanten niet per sé noodzakelijk zijn, ensoms zelfs onwenselijk. Floats die verder boven water lagen leken beterbestand tegen de dynamiek, en meer frames zorgden dan ook voor eenbetere vegetatie. Een duidelijk monitoringsplan met criteria voor beheeris een pré.15 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


6. Conclusies en Mogelijkheden. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .6.1 Conlusies bestaande FloatlandprojectenDe aanleg van floatlands lijkt een goede oplossing voor sommigeknelpunten rond Eiland Zeeburg. Wel is het gebied dynamischer dan devoorbeelden die in de literatuur gevonden zijn. Dit stelt eisen aan hoede floats ontworpen moeten worden. Vooral de constructie van defloatlands is belangrijk, om de dynamische omstandigheden te kunnenweerstaan moet de floatland ofwel heel robuust zijn, ofwel behoorlijkflexibel. Bij het maken van aluminium drijvers, is de suggestie, deze tevullen met een drijvend materiaal, zodat bij scheuren de float niet zinkt.Het nut van dit soort drijvers als golfbrekers wordt echter doorverschillende partijen in twijfel getrokken.Het drijfvermogen moet in staat zijn de toenemende biomassa tekunnen dragen, en de float hoog genoeg in het water te laten liggenom de dynamiek op te vangen. Dit is voornamelijk afhankelijk van deconstructie, die meer gewicht moet kunnen laten drijven dan in eersteinstantie wordt aangebracht, maar als materiaal kan gedacht wordenaan aluminium dat is gevuld met schuim, een constructie van kunststofof hout.Bij de beplanting moet rekening gehouden worden met het beheer,soorten die minder vaak of helemaal niet gemaaid hoeven te wordenverdienen de voorkeur omdat het maaien op locaties verder van deoever vandaan vaak een kostbare zaak is. Wellicht is het mogelijk, hetmaaien volledig acherwege te laten. Qua soorten lijken Gele lis, Hogecyperzegge, Rietgras, Kattenstaart, Kalmoes en Grote waterweegbreeeen geschikte keuze omdat deze tegen dynamiek bestand zijn. Welmoet worden uitgezocht of deze in het gebied voorkomen en zich daarop andere plaatsen handhaven, en passen in het natuurbeeld.Als er wordt gemonitord moet van te voren goed het doel en de duurvan de monitoring in kaart worden gebracht, en het verdientaanbeveling om al voor meerdere jaren de monitoring vast te leggen inprojectplannen, zodat ook het kostenplaatje is gedekt.6.2 Aanbevelingen floatlands rond Eiland ZeeburgDe tunnelbakken van de A10 en de zeeburgertunnel lijken de bestelocatie om een pilot met floatlands te doen. Het zijn kleine gebiedenwaarbij de bestaande metalen drijvers al voor bescherming zorgen.Bovendien is het plaatsen van een natuurvriendelijke oever op dielocatie geen mogelijkheid omdat er geen materiaal op de bodem magworden aangebracht.16 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


Het verdient aanbeveling om te onderzoeken of de floatlandconstructieaan de binnenkant van de metalen drijvers bevestigd kanworden. Op die manier is er al een drijvend mechanisme aanwezig, enkunnen de floatlands een stevige constructie krijgen die zijndrijfvermogen ontleent aan de drijvers. Hierbij is verankering in debodem niet nodig.Een andere aanbeveling betreft het substraat voor de oeverplanten inde floatlands. Het zou interessant zijn om de mogelijkeheden teonderzoeken, drijfmatten van wilgetenen als substraat te gebruiken.(pers. med Theo Vulink) Deze zijn flexibel en natuurlijk, en bovendiengoedkoop. Bij dit onderzoek zou men rekening moeten houden met delevensduur van de floatlands , en de wijze van verankering in eendynamisch systeem.Het gebied is voor maaiboten vrij ontoegankelijk. De kosten kunnendus gedrukt worden door het maaien achterwege te laten. Mededaarom lenen floatlands in dit gebied zich uitstekend voor een proefwaarbij de floatlands niet gemaaid worden.17 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


7. Bronnen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .7.1 literatuurAquasense, Floatlands in de amsterdamse grachten, 1998 &1999,2000B & D Natuuradvies, Vegetatie op de “aqua-flora floats” in hetAmsterdam-Rijnkanaal bij Nieuwegein, 1998Das, M. & Mosselman, T. Het Buiten-IJ buitengewoon veelzijdig! 1999DHV Water BV, Floatlands, multifunctionele drijvendevegetatielelementen voor inrichting en beheer wateren. 1991Dienst ruimtelijke ordening, planteam openbare ruimte, groen enstadsecologie Zeeburgereiland: Natuurwaarden en potenties, , 2002Gemeente Amsterdam, stadsdeel Zeeburg, De oostelijke IJmeerdijkenals Natuurgebied 2005Klaassen, M, Aquadrijframen in het amsterdam-Rijnkanaal (locatieplofsluis), 1997Kramer, J. A. , Drijvende bloembakken, De aquafloats bij de ploslsuisin amsterdam-rijnkanaal, onderhouds- en monitoringsplan, 1998Nautilus Schanskorven b.v. Offerte voor het leveren en installeren vanaqua-florafloats nabij de Plofsluis te Nieuwegein, 1996Nautilus Schanskorven b.v. Berekeningen, detail ontwerp entekeningen aqua-flora floats nabij de Plofsluis, nieuwegein, 1997Nautilus Schanskorven b.v. Installatie aqua-flora floats nabij dePlofsluis te Nieuwegein, 1998Bovenstaande rapporten van Nautilus schanskorven b.v. zijnbeschikbaar via de Waterdienst.Planteam IJburg, Buitenwaterplan IJburg, 2001Stadsdeel Amsterdam Noord, Natuurproject van IJ tot Gouw,uitwerking in deelprojecten, 2006Tonkes, M Effecten van Floatlands op de waterkwaliteit. 199518 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


7.2 Interviews, overleg en rondleidingenGeert Timmermans, Stadsecoloog Amsterdam, verzorgde eenrondleiding langs de knelpunten rond het eiland de OostBertien Besteman, ecoloog van B & D Natuuradvies, stelde mij haarmonitoringsgegevens beschikbaar, en heeft deze mondeling toegelicht.Wim Schouten was behulpzaam bij het opdiepen van deprojectgegevens van de floats bij de Plofsluis, en verzorgde een kortetrip naar de Plofsluis en de Zuidersluis, waar de floatlands nu liggen.Ing. Jan de Jager van Nautilus Schanskorven b.v. heeft zijn archief,advies en geheugen beschikbaar gesteld waardor het mogelijk was dedetails van de constructie en aanleg van de aqua-flora floats nabij dePlofsluis te achterhalen.Theo Vulink is zo vriendelijk geweest het document door te lopen enheeft vele nuttige suggesties en opmerkingen gedaan.19 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


Bijlage Aoverzicht knelpunten Zeeburgereiland. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Aanlegsteiger zuiderdijkZeeburgertunnel: tunnelbak aan zuidzijdeZeeburgertunnel:tunnelbak aan noordzijdePiet Heintunnel:tunnelbak langs ARKZandstortsteigerBruggenhoofdenSchellingwouderbrug20 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


21 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal


Bijlage BOverzicht Plofsluis. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Hieronder een schematische tekening van de geïnstalleerde aqua-florafloats bij de Plofsluis te Nieuwegein. De drijframen zijn 2x2.5 meter, detotae overspanning is 27 meter.22 Mogelijkheden voor floatlands in het Noordzeekanaal

More magazines by this user
Similar magazines