13.07.2015 Views

digitalisering nederlandse filmsector - Nederlands Film Festival

digitalisering nederlandse filmsector - Nederlands Film Festival

digitalisering nederlandse filmsector - Nederlands Film Festival

SHOW MORE
SHOW LESS

Create successful ePaper yourself

Turn your PDF publications into a flip-book with our unique Google optimized e-Paper software.

DIGITALISERING NEDERLANDSE FILMSECTORInleiding beleidsdiscussie Nederlands Filmfestival, 27 september 2009drs. G. YlstraVoorafHet Filmmuseum heeft – als één van de fusiepartners van het toekomstige Filmsectorinstituut - in overleg met hetFilmfonds het initiatief genomen om een analyse te maken van de digitalisering in de Nederlandse filmsector.Doel van de analyse is om inzicht te krijgen in de stand van zaken van de digitalisering in relatie totontwikkelingen in het buitenland. Daarnaast willen de initiatiefnemers in goed overleg met betrokkenentoekomstscenario's uitwerken voor het digitaliseringproces in de filmsector. Gesprekspartners zijn o.m. deoverheid en brancheorganisaties zoals de NVB, NVF en NVS. De opdracht wordt uitgevoerd door Gamila Ylstra.Tijdens het Nederlands Filmfestival 2009 komt de digitalisering in de filmsector uitvoerig aan de orde tijdens dejaarlijkse beleidsdiscussie, ditmaal op 27 september a.s.. De initiatieven van de NVB en het project Dutch MediaHub worden toegelicht; de vraag staat centraal: hoe moet de digitalisering van de filmsector in Nederland op dekorte termijn concreet worden aangepakt. Wie zijn de partijen, waar liggen knelpunten, en hoe lossen we die op?InleidingOverschakeling van analoge naar digitale technologie in de filmsector is een gegeven. Digitalerepresentatie van data vormt inmiddels de basis van informatiesystemen met als essentieel kenmerkdat kopiëren van inhoud snel, vrijwel foutloos en kosteloos is. In de filmsector leidt dit tot een kleineaardverschuiving in bestaande verhoudingen tussen producenten, distributeurs en vertoners; erverschijnen nieuwe spelers op de markt en onderdelen van de waardeketen versmelten. Op dit momentgaat digitalisering (inter)nationaal vooral nog over financiering van de transitieperiode van analoognaar digitaal, over welk aandeel verschillende partijen in het veranderingsproces hebben en over destroomlijning van de proces zelf.De voordelen van digitalisering van films zijn legio:• nieuwe esthetische en creatieve uitdagingen• – mogelijke - kwaliteitsverbetering van o.m. archivering;• snelle distributie naar nieuwe vertoningplekken en gebieden.• grotere diversiteit en variëteit in het aanbod: meer vertoningmogelijkheden voor Europese,onafhankelijke en historische films (i.e. cultuur politiek belang).• multifunctionaliteit bioscopen: niet alleen 'first run' films, maar ook andere, nieuwe content,zoals opera's en ballet.• grotere winstgevendheid, doordat programmering efficiënt kan worden afgestemd opwisselende doelgroepen, bijvoorbeeld middagvoorstellingen voor bejaarden, trainingen,evenementen voor kinderen etc. Bioscoopeigenaren kunnen zich verder ontwikkelen alscultureel ondernemer.• Grotere flexibiliteit dankzij de beschikbaarheid van grote catalogi on line en on demand.Nieuwe management systemen maken een geïntegreerde aanpak van de programmering inbioscopen mogelijk. 1Overschakeling van analoog naar digitaal is echter duur; twee systemen naast elkaar, is voor allepartijen extra kostbaar. Alles moet dubbel, zonder dat de voordelen van het nieuwe systeem volledigkunnen worden benut. Het adagium voor de transitieperiode is daarom vanuit praktisch en financieeloogpunt: 'hoe korter, hoe beter'. Ook is er een netwerk effect: investeringen renderen mits en naarmatemeer partijen onderdeel uitmaken van het nieuwe systeem.1 Silvana Molino, Microcinema, juni 2009Inleiding beleidsdiscussie Nederlands Filmfestival, 27 september 2009 1


Het digitaliseringproces is in principe mondiaal en verloopt sinds 2000 in stadia: tot ongeveer 2006stagneerde het digitaliseringproces vooral door gebrek aan een technische standaard. Zonder standaardzijn de (investering-) kosten van een transitie nauwelijks te overzien, dus niet te financieren. Deimpasse werd doorbroken door het initiatief van de grote Amerikaanse studio’s, de majors, die dehanden ineensloegen en DCI (Digital Cinema Initiatives) oprichtten. Medio 2005 leverde DCI detechnologische specificaties, die inmiddels – gegeven de macht van de studio’s tezamen – als normvoor de markt gelden (2K/4K). 2Tussen 2006 en medio 2007 zijn verschillende businessmodellen uitgekristalliseerd (over hoetransitiekosten over verschillende partijen kunnen worden verdeeld) en speelde de vraag of ervoldoende digitaal aanbod zou komen. Ook hier waren het uiteindelijke de grote Amerikaanse partijendie de knoop doorhakten: de majors ontwikkelden het zgn. Virtual Print Fee (VPF) model. 3 Er werdendeals gesloten met nieuwe spelers op de markt, zgn. integrators die de feitelijke digitale transitie voorhun rekening willen nemen (zowel financieel als installatie van de digitale systemen). In toenemendemate leverden de majors ook digitale content. Drie dimensionale cinema (3D) is de stuwende krachtachter deze ontwikkeling. Het wordt gezien als dé kans om bioscopen weer een voorsprong te gevenop concurrerende manieren waarop digitale content inmiddels – via verschillende platforms – wordtgeconsumeerd. Bovendien is 3D niet gevoelig voor piraterij, wat voor de filmsector de grootstebedreiging is, die digitalisering heeft gebracht.Tussen 2007 en 2008 krijgt de digitalisering internationaal vorm en begint ongelijkheid in devertoners- en distributiemarkt zich af te tekenen. In Amerika worden bioscopen sinds 2005 in hoogtempo gedigitaliseerd, hoewel de financiële crisis tot enige vertraging leidde. In Europa is dedigitalisering vooral afgelopen jaar, in 2008 goed op gang gekomen. 4 Belangrijk punt is dat deintegrators slechts een beperkte capaciteit hebben (doordat het aantal VPF-deals met majorsgelimiteerd is) voor digitalisering in Europa. Wie het eerst komt, die het eerst maalt. En dat zijn tochvooral de grote nationale, commerciële bioscoopketens. Bovendien zijn de VPF-kosten relatief hoogvoor de onafhankelijke, vaak kleinere marktpartijen.Franse en Duitse filminstituties hebben medio 2007 een verklaring opgesteld over de noodzaak omdigitalisering (ook) te zien als cultuurbelang. Dit markeerde het begin van een serieuze discussie opEuropees niveau over de noodzaak van samenwerking tussen belanghebbenden in de filmsector eninterventie door overheden om marktfalen bij digitalisering te corrigeren. De Europese filmcultuur zouop het spel staan als onafhankelijke distributeurs en filmhuizen niet mee kunnen komen met hundigitale commerciële broeders. De Europese Commissie en diverse filminstellingen in buurtlandenontwikkel(d)en subsidiemaatregelen in een poging om de lead, die commerciële partijen lijken tenemen in het digitaliseringproces, in te halen. De legitimatie voor subsidie is kortweg: behoud van dediversiteit van de programmering, die ernstig te lijden zal hebben als het Amerikaanse marktaandeelnog verder groeit. De vrees is dat de Europese film – en het onafhankelijk vertoningcircuit - hetnakijken heeft wanneer het met een verouderd analoog systeem blijft zitten. De regels die de EUhanteert t.a.v. nieuwe nationale steunmaatregelen blijken hier niet in de weg te zitten. Mits getoetstdoor de Europese Commissie, is er ruimte voor beleid en subsidie.2 De SMPTE is het internationale orgaan dat de feitelijke technische standaarden (ISO) voor de filmindustrie ontwikkelt.3 VPF is een bedrag dat de distributeur aan een tussenpartij (integrator) betaalt – op grond van het feit dat digitaal kopiëren entransport besparingen opleveren, vergeleken met 35mm; de VPF's worden aangewend om bankleningen terug te betalen,waarmee de aanschaf van digitale bioscoopapparatuur wordt gefinancierd.4 Het eerste kwartaal 2009 groeide het aantal digitale doeken met 35% tot circa 12.000 wereldwijd; 67,4% hiervan in Europa enruim 90% is 3D. Voor 2010 zijn circa 33 Amerikaanse 3D-titels in ontwikkeling ( D. Hancock, Screen Digest, september 2009)Inleiding beleidsdiscussie Nederlands Filmfestival, 27 september 2009 2


NederlandNederland was er in 2002 vroeg bij met Docuzone en later CinemaNet. Het Filmfonds nam hier hetvoortouw. Helaas is achteraf gezien geïnvesteerd in een te lage standaard (1.4K). Een mogelijkneveneffect is dat bij de filmhuizen het verwachtingspatroon is gecreëerd dat digitalisering eensubsidieaangelegenheid is. CinemaNet, sinds 2006 los van het fonds, dreigt inmiddels bij gebrek aanmiddelen de apparatuur eind dit jaar bij de filmhuizen weg te halen. Het Filmfonds wil de apparatuurvoor de filmhuizen behouden totdat een oplossing is gevonden voor de vernieuwing en upgradingervan.Het goede nieuws is dat betrokken partijen – NVB en NVF 5 – inmiddels op één lijn liggen in eenpoging de digitalisering van de filmsector in Nederland vlot te trekken. De NVB heeft een voorzetuitgewerkt, gebaseerd op het Duitse 100 mln. plan van de Filmförderungsanstalt (FFA, de DuitseFederale Filmbond). Voor Nederland zou dit betekenen dat er een speciaal fonds wordt gecreëerd vanongeveer € 40 mln. voor een gecoördineerd digitaliseringproject van de gehele Nederlandsefilmsector. Hierin zouden de filmsector en overheid gezamenlijk moeten participeren.Relevante ontwikkelingenNaast piraterij en het omvangrijke digitale archiveringsproject Beelden voor de Toekomst, is er nogeen derde relevante ontwikkeling, die een aanknopingspunt biedt met economisch beleid. De provincieNoord-Holland en de gemeenten Amsterdam, Almere en Hilversum hebben in nauwe samenwerkingmet het ministerie van Economische Zaken een plan ontwikkeld om een content hub te creëren: TheDutch Media Hub. De infrastructurele omstandigheden (AMS-IX) zijn uitstekend en de economischeeffecten – ook internationaal – zijn naar verwachting substantieel. Vooral (noodlijdende) facilitairebedrijven in Nederland zouden een enorm boost krijgen van een dergelijke ontwikkeling.Dit voorjaar is een eerste tender georganiseerd voor projecten die door EZ zullen wordengesubsidieerd. Het project Dutch Media Hub doet mee en lijkt prioriteit te krijgen in de selectie.Binnen dit project is een pilot voorzien die betrekking heeft op de digitalisering van de Nederlandsebioscoopsector. Hier ligt een - mogelijk - cruciale koppeling tussen OCW beleid en EZ-activiteiten ophet terrein van de digitalisering van de filmsector.ConclusieDe tijd lijkt rijp om ook in Nederland te komen tot een gecoördineerde aanpak van de digitalisering inde filmsector. In Europees verband zijn sinds 2008 in verschillende landen beleidsinitiatievenontwikkeld, die kunnen dienen als voorbeeld. Daarbij is er een zekere druk op de markt vanintegrators die – in de nabije toekomst - slechts een beperkt aantal doeken kunnen of willendigitaliseren. Hierdoor ontstaat vooral voor het commerciële bioscoopcircuit druk op de ketel.Daarnaast is in het Nederlandse filmhuizencircuit de nood hoog, omdat de 1,4K apparatuur dringendmoet worden vervangen. Daarbij wordt in het project Beelden voor de Toekomst op grote schaalcontent gedigitaliseerd met overheidsmiddelen. De exploitatie hiervan veronderstelt een up-to-datedigitaal vertoningcircuit. Ook een ander meer economische belang speelt op. Om Nederland tot MediaContent Hub van Europa te maken, moeten er nu pilotprojecten worden opgezet om te voorkomen datandere kapers op de kust het momentum benutten om elders een hub te ontwikkelen en/of om tevoorkomen dat buitenlandse integrators het gras voor de voeten van de Nederlandse facilitairebedrijven wegmaaien. Er ligt inmiddels een voorstel voor een business pilot, gericht op digitaliseringvan het Nederlandse bioscoopcircuit als bijdrage aan het creëren van deze Content Hub. Hier ligt eenmooie kans op samenwerking en afstemming tussen cultuurbeleid van OCW en infrastructureeleconomisch beleid van EZ.5 Resp. de brancheorganisatie voor alle film- en bioscoopexploitanten van Nederland (NVB) en de Nederlandse Vereniging vanFilmdistributeurs (NVF).Inleiding beleidsdiscussie Nederlands Filmfestival, 27 september 2009 3


Inleiding beleidsdiscussie Nederlands Filmfestival, 27 september 2009 4

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!