Akkoord Samen werkt beter mei 2013 - Provincie Overijssel

overijssel.nl

Akkoord Samen werkt beter mei 2013 - Provincie Overijssel

AkkoordSamen werkt beterRuimte geven aan de versterking van deeconomie en de ecologie in Overijssel


Samen werkt beter, akkoord om ruimte te geven aan de versterking van de economie en deecologie in OverijsselWij, vertegenwoordigers van organisaties en bestuursorganen met verantwoordelijkheid voor natuur,water, landschap, cultuurhistorie en economie in Overijssel (in de tekst hieronder genoemd “de partners”),komen het volgende overeen:Algemene overwegingen1. Kroonjuwelen van Overijssel zijn de natuur, hetrivierlandschap, het Overijssels merengebied, hetagrarisch buitengebied, het cultuurlandschap, delandgoederen en buitenplaatsen, het erfgoed en deHanzesteden met hun historische centra. Overijsselheeft een bruisende en diverse economie, waarvande MKB-sector, vaak lokaal geworteld, een sterkecomponent is. Voor Overijssel is land- en tuinbouw eenbelangrijke sector die ook zorgt voor werkgelegenheidin de stad en die beeldbepalend is voor het landelijkgebied. De recreatie- en toerismesector is eenbelangrijke sociaaleconomische factor en vindt haarbasis voor een belangrijk deel in de schoonheid vanhet afwisselende en rijke landschap. Overijssel kentsterke sociale verbanden met ruime en intensievevormen van zelfredzaamheid en noaberschap.2. Wij hebben de ambitie de economische, ecologische,landschappelijke en sociaal-culturele waarden vanOverijssel te koesteren en te zorgen voor een toekomstbestendigperspectief. Speerpunten hierbij zijn:• natuur: de ontwikkeling van een rijke natuur en hetbehoud en de versterking van de biodiversiteit;• water: de ontwikkeling van een veerkrachtigwatersysteem;• economie: versterking van de concurrentiekracht ende duurzaamheid van de regionale economie;• landschap, cultuurhistorie en beleefbaarheid:behoud en versterking van de diversiteit aan en debeleefbaarheid van de Overijsselse landschappen;• behoud en versterking van de sociale kwaliteitTen aanzien van deze speerpunten willen wij in dekomende periode concrete resultaten behalen. Waardit meerwaarde heeft, doen wij dat bij voorkeurmet een integrale gebiedsaanpak. Overijssel is eenprovincie waar het goed wonen, ondernemen, werkenen recreëren is en dit willen we zo houden.3. Wij constateren dat de oude werkwijze voorde opgaven voor natuur, water en het landelijkgebied in de volle breedte niet meer volstaat. Dedecentralisatie van het beleid voor de natuur enhet landelijk gebied, economische ontwikkelingen,de druk op overheidsfinanciën, de veranderendeverhoudingen tussen overheid, burgers en bedrijvenen andere ontwikkelingen vragen om een aanzienlijkeheroriëntatie op inhoud, organisatie, samenwerking,realisatie, draagvlakontwikkeling en financiering vanhet beleid en de werkwijze in Overijssel. Dit alles vergteen andere manier van denken en handelen van allebetrokken partijen. Wij omarmen de decentralisatievan het natuurbeleid en gaan deze uitdagingaan. De ecologische kwaliteiten van de provinciehebben een intrin sieke waarde en zijn noodzakelijkerandvoorwaarden voor een toekomstbestendigvestigingsklimaat voor het bedrijfsleven en een goedeleefomgeving. Hierin zien wij de aanknopingspuntenvoor een nieuwe aanpak, waarin economische,ecologische, landschappelijke en sociaal-cultureleontwikkelingen hand in hand gaan.4. Stad en landelijk gebied zijn sterk verweven. Dezeverwevenheid vraagt om en biedt aanknopingspuntenvoor een samenhangende aanpak van de versterkingvan de economische, ecologische, landschappelijke ensociaal-culturele waarden in de stad en het landelijkgebied.5. De partners constateren dat een toekomstbestendigeontwikkeling met een balans tussen economie enecologie de verantwoordelijkheid is van veel partijen:bewoners, bedrijven, maatschappelijke partijen enoverheden. Wij erkennen dat een goede afstemmingen samenwerking tussen deze partijen belangrijkis voor het realiseren van onze eigen en onzegezamenlijke ambities.Afspraak6. Wij nemen gezamenlijk de uitdaging op tot het ontwikkelenen vervolgens uitvoeren van een toekomstbestendigekoers voor ecologie en economie. De decentralisatievan het natuurbeleid biedt goede kansen– meer dan in het verleden – voor een samenhangendeaanpak van de opgaven voor ecologie en economie opprovinciaal schaalniveau. Wij willen deze kans grijpen.Wij willen vooruit en zetten daarom gezamenlijk in –uitgaande van onze afzonderlijke en gezamenlijke ambities(zie punt 1 en 2 hiervoor) – op haalbare opgavenen een realistische en pragmatische aanpak. Onze focusligt hierbij voor de EHS in eerste instantie op de periodetot en met 2018. Maar wij kijken daarbij ook door – bijvoorbeeldvoor de opgaven voor de Natura2000-gebieden,de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en deKaderrichtlijn Water (KRW) – naar de periode daarna. Inhet verleden hebben we – vaak in samenwerking – alveel resultaten bereikt. Bij de uitwerking van onze koersbouwen we – waar mogelijk – hier op voort.3


– zowel voor onze ambities voor natuur als vooreconomie de PAS. In de loop van 2013 zullenhierover – voor zover wij nu kunnen inzien - devolgende belangrijke besluiten genomen worden:1. De zogenaamde opnametoets. In dit kaderwordt door het Rijk beoordeeld of degebiedanalyses van Natura 2000-gebiedenvoldoen aan de voorwaarden om debetreffende gebieden in de PAS op te nemen.Dit is voorzien voor juli 2013;2. De besluitvorming over de verdeling van deontwikkelruimte. Dit is voorzien voor beginoktober 2013;3. Op basis van onder meer voorgaande tweepunten vindt in Provinciale Staten middendecember 2013 besluitvorming plaats over deuitvoering van de PAS in Overijssel.Deze besluiten zullen sterk bepalend zijn voorde uitvoering van (een deel van de afspraken)voorliggend akkoord.12. De genoemde uitgangspunten geven weliswaar eenrichting aan, maar beschrijven geen uitgestippelderoute. Want de precieze route is nog niet bekenden wordt door ons gezamenlijke werkende wijsvorm gegeven, waarbij we in verschillende gebiedenvoor een andere route kunnen kiezen afhankelijkvan opgaven en kansen. Dit biedt ons de flexibiliteitom in te spelen op nieuwe ontwikkelingen enonverwachte kansen te grijpen. Bij de uitwerking enuitvoering van onze richting trekken we samen op.Wij - partijen die al langer een actieve rol hebbenin het landelijk gebied - nodigen ook nadrukkelijk‘nieuwe’ partijen uit om samen met ons vorm tegeven aan onze ambities. In gezamenlijkheid komenwe tot een realistische en gedragen uitvoering. Metals resultaat een Overijssel dat goed is voor plant,dier, bewoner, bezoeker en ondernemer!Speerpunten en uitdagingen13. We erkennen dat wij in een dynamische contextwerken en dat als gevolg hiervan er sprake is vanonzekerheid op diverse gebieden – waaronderde beschikbaarheid van middelen. Ookmaatschappelijke inzichten en opgaven kunnenhierdoor veranderen. In deze dynamische contextwillen wij in de komende jaren – waarbij de focusligt op de periode tot en met 2018 – ten aanzienvan de volgende speerpunten resultaten behalen:• natuur en biodiversiteit;• veerkrachtig watersysteem;• economie;• landschap, cultuurhistorie en beleefbaarheid;• versterking synergie economie en ecologie.14. Voor elk van deze speerpunten zien wij één of meeruitdagingen. Een eerste uitwerking hiervan hebbenwij opgenomen in het kader “Speerpunten en uitdagingen”(zie hieronder). Wij constateren dat in sommigegevallen de opgaven al scherp in beeld zijn, inieder geval voor de korte termijn. Dit betreft de bijv.de realisatie van de EHS, de PAS en de opgaven voorde KRW. Voor andere onderwerpen vraagt dit nogom nadere uitwerking. Overigens constateren wij dater al veel goede initiatieven lopen en of in ontwikkelingzijn. Op deze willen wij voortbouwen.15. Voor de uitvoering van de afspraken in dit akkoordhebben de partners overeenstemming bereikt over:• de herijking van de ecologische hoofdstructuur ende ontwikkelopgave EHS tot en met 2018;• de ontwikkelopgave Natura 2000/PAS ende aanduiding hiervan in de geactualiseerdeOmgevingsvisie;• het ruimtelijke regiem voor de zone ONW;• de uitwerking van de afspraken van 2 april 2012tussen Staatssecretaris Dijksma, de waterschappenen de gedeputeerden over de uitvoering vanNatura 2000/PAS;De afspraken hierover zijn opgenomen in bijlage 1bij dit akkoord. Deze opgaven zijn afgestemd op dehuidige financiële kaders. Indien er meer middelenbeschikbaar komen stellen wij de opgave bij.Andersom ook.Financiële kaders16. Partners constateren dat voor een goedevoortvarende uitvoering duidelijkheid over debeschikbaarheid van financiële middelen belangrijk is.Dit betreft de omvang van de beschikbare financiëlemiddelen, maar ook de voorwaarden waaronderdeze voor concrete uitvoeringsprojecten in gebiedenbeschikbaar komen. Dit is van belang om middelenvan publieke en private partners slim te kunnencombineren. Partijen spreken af hiervoor op kortetermijn een “transparant mechanisme” uit te werkenen hierover transparante afspraken te maken. Hierbijbehoren ook afspraken over hoe om te gaan met deeventuele extra middelen die van Europa en/of hetRijk naar Overijssel komen voor het natuurbeleid.17. Bij de vaststelling van de geactualiseerdeOmgevingsvisie zal de provincie haar uitgangspuntenen kaders voor de realisatie van de EHS inclusiefde ontwikkelopgave Natura2000/PAS vaststellen.Onderdeel hiervan zijn de financiële kaders.Uitgangspunt hierbij is – conform voorliggendakkoord - dat opgaven en middelen in balans zijn.Mede op basis van deze uitgangspunten en kaderszullen de partners de afspraken over de uitvoeringin overleg nader concretiseren. In punt 11, laatstebullet, is ingegaan op de landelijke traject voor debesluitvorming over de PAS. Deze is van grote invloedop de nadere uitwerking van de uitvoering van dePAS in Overijssel.6


SPEERPUNTEN EN OPGAVENDe speerpunten zijn vertaald in concrete uitdagingen– waaraan partners vanuit hun eigen rol, verantwoordelijkheiden invloedsferen – hun bijdrage leveren.Speerpunt 1: natuur en biodiversiteitUitdagingen:• De versterking van de EHS door de realisatie vande ontwikkel opgave EHS van indicatief 8500 ha.Zie bijlage 1 voor toelichting op de opbouw en deomvang van de ontwikkelopgave.• De versterking van de natuurkwaliteit door deuitvoering van Natura 2000-beheerplannen en deProgrammatische Aanpak Stikstof .• De ontwikkeling van natuur- en waterwaardenin de zone ONW door slimme combinaties vannatuur, water en maatschappelijke en economischesectoren, waaronder landbouw en recreatie entoerisme.• Vorm geven aan toekomstbestendig beheer vande natuurwaarden en biodiversiteit in de EHS,overige zone ONW en daarbuiten. In dit kader ookvorm geven aan de omvorming van het agrarischnatuurbeheer (mede afhankelijk van de met het Rijkaf te spreken kaders hiervoor).Speerpunt 2: veerkrachtig watersysteemUitdagingen:• De realisatie van de doelstellingen en opgaven vanhet programma Waterbeleid voor de 21ste eeuw(WB-21) en de KRW inclusief de realisatie van eenklimaat bestendig watersysteem.• Het realiseren van een programma zoetwaterbeleidvoor oost Nederland (ZON).• Het doorvoeren van het Deltaprogramma agrarischwaterbeheer.Speerpunt 3: economieUitdagingen:• Goed vestigingsklimaat en goedeontwikkelingsmogelijkheden voor de hetbedrijfsleven, waaronder:- een goede verkaveling van de landbouw;- goede ontwikkelingsmogelijkheden voorde ontwikkeling van recreatie- en toerismebedrijven en andere bedrijven in de nabijheid vannatuurgebieden;- goede bereikbaarheid;- duurzame bedrijventerreinen.• Creëren van ontwikkelingsruimte voor de landbouwen het overige bedrijfsleven door de uitvoering vande PAS.• Bevorderen van innovatie, ondernemerschapen duurzaamheid in de landbouw, de recreatieen toerisme sector en de overige sectoren.Onder meer ondersteund vanuit het provincialeuitvoeringsprogramma voor de regionaleeconomie, met de deelprogramma’s “agrofood”en “vrije tijdseconomie (toerisme en recreatie)”en de landelijke Uitvoeringsagenda DuurzameVeehouderij.Speerpunt 4 Landschap, cultuurhistorie enbeleefbaarheid.Uitdagingen:• Op grond van de evaluatie van het beleidvoor Groene en Blauwe Diensten en mogelijkin aansluiting op de vergroening van hetGemeenschappelijk Landbouwbeleid, vormgevenvan een toekomstbestendige aanpak voorlandschapsbeheer. Dit in samenhang met hetvormgeven van het toekomstig agrarischenatuurbeheer.• Toekomstbestendige ontwikkeling van delandgoederen.• Versterken van het zelforganiserend vermogenvan de samenleving op het gebied van deontwikkeling van natuur-, water-, biodiversiteits- enlandschapswaarden.Overkoepelende uitdagingen• Versterking van de synergie tussen economie enecologie (o.a. natuur, biodiversiteit, water).Het ontbreekt op dit moment aan een visie envooral aan een operationele strategie voor deversterking van de synergie tussen economie enecologie. Partners nemen de uitdaging op deze uitte werken en vorm te geven in innovatieve actiesen projecten.• De vergroting van de uitvoeringskracht.- Realiseren meer synergie in de uitvoering;- Maar mogelijk en nodig: gezamenlijkeprogrammering van de uitvoering. Dit op diverseniveaus;- Vormgeven van goede uitvoering en faciliteringvan gebiedsprocessen.7


Aan de slag18. Met de ondertekening van dit akkoord verbinden weons aan de genoemde inhoudelijke speerpunten enuitdagingen en nemen we de verantwoordelijkheidop ons om:a. de speerpunten en uitdagingen samen verder uit tewerken en te concretiseren;b. hiervoor uitvoeringstrategieën uit te werken (zieook bijlage 3 voor onderwerpen waarover partnersin het kader van de uitvoering nadere afsprakenwillen maken);c. afspraken te maken over de uitvoering en deverantwoordelijkheidsverdeling tussen de partnershierbij. Onderdeel hiervan is de programmering vande gebiedsprocessen voor onder meer de opgavenvoor de EHS, de PAS en het waterbeleid;d. de voortgang op de hierboven genoemde actiesminimaal 4 keer per jaar aan de orde te stellen ineen breed/gezamenlijk bestuurlijk overleg om tebepalen of we op koers liggen en of er aanvullendeacties nodig zijn.Op grond hiervan stellen wij een uitvoeringsagendaop. Na ondertekening van dit akkoord werkenwij de uitvoeringsagenda binnen drie maandenuit en stellen deze vast in het bestuurlijkoverleg. De uitvoeringsagenda zullen wij regelmatigbijstellen. In punten 5 tot en met 9 en van ditakkoord en in bijlage 3 is beschreven hoe wij ditproces willen organiseren. Jaarlijks evalueren we ookde werking van dit akkoord.Tot slot19. Een goede uitvoering van dit akkoord vraagt oponderdelen om aanpassing van de provincialebeleidskaders. Gedeputeerde Staten zullenbij de behandeling van de actualisatie van deOmgevingsvisie en het uitvoeringskaders voor derealisatie van de EHS (inclusief Natura 2000/PAS) aanProvinciale Staten hiervoor voorstellen doen.8


Aldus overeengekomen aldus overeengekomen op 28 mei 2013Landschap OverijsselVertegenwoordigd door dhr. H. Hengeveld:Natuurlijk Platteland Oost (NPO)Vertegenwoordigd door dhr. J. Roemaat:LTO Noord OverijsselVertegenwoordigd door dhr R. Steenbeek:Overijssels Particulier Grondbezit (OPG)Vertegenwoordigd door mevr. C.Y.A. Blijdenstein-van der Does:NatuurmonumentenVertegenwoordigd door dhr. J. Gorter:Provincie OverijsselVertegenwoordigd door mevr. W.H. Maij en dhr. E. Boerman:Natuur en Milieu Overijssel (NMO)Vertegenwoordigd door mevr. G.M.L. Wijffels:RECRONVertegenwoordigd door dhr. M.M.C. Maassen:10


StaatsbosbeheerVertegenwoordigd door dhr. P. Winterman:Waterschap Reest en WiedenVertegenwoordigd door mevr. M.M. Kool:Vereniging Nederlandse Gemeenten Overijssel (VNGOverijssel)Vertegenwoordigd door A.C. Hofland:Waterschap Regge en DinkelVertegenwoordigd door dhr. H.A. Meek:VNO-NCW Midden (Overijssel)Vertegenwoordigd door dhr. C.J. Netjes:Waterschap Rijn en IJsselVertegenwoordigd door mevr. A.E.H. van Helvoirt-Looman:Waterschap Groot SallandVertegenwoordigd door dhr. J.F. de Jong:Waterschap Velt en VechtVertegenwoordigd door J.W.A. Bosman:11


Bijlage 1Afspraken over de Zone ONW, de EHS en de PAS1. Afspraak over de Zone Ondernemen metNatuur en WaterIn de ontwerp Omgevingsvisie is de Zone Ondernemenmet Natuur en Water (ONW) omschreven als hetsamenhangend stelsel van natuurgebieden enlandbouwgebieden met natuur- en landschapswaarden.Het voorstel van LTOnoord, Landschap Overijssel,Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten uit 2012 voorde ambities, de beleidsprincipes en het sturingsregimevoor het deel van de Zone Ondernemen met Natuuren Water buiten de EHS en de bestuurlijke afsprakenhierover gemaakt in het kader van het proces van deherijking van de EHS zijn het uitgangspunt voor deactualisatie van de Omgevingsvisie.Kern hiervan is dat er in de Zone ONW ruimte voor economischeontwikkelingen is onder de voorwaarden vanhet beleid voor de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving.2. Afspraak over de aangepaste EHS en deontwikkelopgave EHS.De EHS in Overijssel omvat 55.500 ha bestaande natuur.In de ontwerp-Omgevingsvisie is de aangepaste EHSopgenomen. Om deze te realiseren dient 8200 ha EHS(dat is de ontwikkelopgave) gerealiseerd te worden.Partijen onderschrijven het belang om aanvullend hieropkansen te benutten de EHS uit te breiden en robuusterte maken, waarbij de Europese doelen van de vogel- enhabitatrichtlijnen (VHR) leidend zijn, en zijn hierover hetvolgende over een gekomen.a) De ontwikkelopgavePartners stemmen in met de initiële ontwikkelopgave van8200 ha. Deze is als volgt opgebouwd en gedekt:• De realisatie van de EHS in het kader van de afrondingvan de zgn. bestuurlijke verplichtingen. Dit betreft1100 ha. Dit wordt gefinancierd door de provincie.De kosten bedragen bijna € 40 miljoen, te realiserenuiterlijk 2018;• De realisatie van de EHS in het kader van de zgn. “juridischeverplichtingen pMJP”. Dit betreft 2800 ha. Ditwordt gefinancierd door het Rijk. Dit is afgesproken inhet bestuursakkoord natuur tussen het Rijk en de provincies.De financiering vindt plaats op basis van hetprincipe ‘grond-voor-grond’ te realiseren uiterlijk 2018;• De ontwikkelopgave Natura 2000/PAS. Deze heefteen omvang van 4300 ha. Bij nadere uitwerking (ziepunt 3 hierna) kan blijken dat een deel deze 4300 hageen EHS wordt. Vooralsnog maakt deze 4300 hadeel uit van de ontwikkelopgave. Deze opgave wordtdeels gedekt vanuit de afspraken met het Rijk vanuithet bestaande bestuursakkoord. De provincie zetzich in om afspraken te maken met het Rijk over definanciering van het overige deel.Met de realisatie van de ontwikkelopgave wordt deomvang van de natuur in de EHS uitgebreid tot maximaal63.700 ha. In het kader van het bestuursakkoord over dedecentralisatie van het natuurakkoord akkoord is met hetrijk afgesproken ruim 5200 ha EHS in te richten. Hiermeezou de totale omvang van de EHS op 60.700 ha komen.Met de huidige voorgenomen ontwikkelopgave wordt deEHS tot ca. 3000 groter.b) Aanvullingen op de EHS en op de ontwikkelopgavePartners onderschrijven het belang van het verdereversterking van de EHS. Het toevoegen van gebiedenkan de EHS toekomstbestendiger maken. Belangrijkevoorwaarden voor het toevoegen van gebieden aan deEHS zijn:• ecologische meerwaarde, waarbij de Europese doelenvan de vogel- en habitatrichtlijnen (VHR) leidend zijn;• lokaal draagvlak;• beschikbaarheid van middelen.De eerste aanvullingenNa de ter inzage legging van de ontwerp Omgevingsvisiehebben de partners in overleg een aantal gebieden aande ontwikkelopgave toegevoegd en voorgedragen bijhet Rijk in het kader van de aanvullende Rijksmiddelenvoor natuur van € 200 miljoen voor 2013. Hetgaat hierbij om de gebieden Reestdal, Lankheet,Schultenwolde en Reggedal (deels). Deze hebbeneen gezamenlijke oppervlakte van 165 ha. Deze zijninmiddels gehonoreerd. Het Rijk draagt hieraan € 5miljoen euro bij, aanvullend op de bijdragen van degebiedspartners. Met deze aanvulling komt de totalehuidige ontwikkelopgave op 8365 ha.Toekomstige aanvullingenIndien er concreet zicht is op aanvullende middelen,zullen de partners gezamenlijk afspraken maken over hettoevoegen van gebieden aan de EHS en de hiervoor uitte voeren gebiedsprocessen.Partners onderschrijven het belang van het toevoegenaan de EHS van de gebieden voorgesteld door departners en opgenomen in de categorieën 1a en 1bin de bijlage van de brief van Gedeputeerde Statenaan Provinciale Staten van 1 november 2012, metuitzondering van die gebieden die geen bijdrage leverenaan de VHR-doelen. 2 In een deel van deze gebieden gaathet om de ontwikkeling van nieuwe natuur. Daarnaastgaat het het in een deel van de gebieden om hettoevoegen aan de EHS van bestaande natuur.die bij deherijking buiten de aangepaste EHS is komen te liggen(zie ook hieronder).Indien er in de toekomst aanvullende middelenbeschikbaar komen hebben deze gebieden prioriteit.Dit laat onverlet dat partijen andere gebieden kunnenagenderen en dat in gezamenlijk overleg de prioriteitenbijgesteld kunnen worden. Met het toevoegen van dezegebieden komt de ontwikkelopgave EHS op ca. 8680 ha.Terreinen in bezit van terreinbeherende organisatiesEen aantal reeds verworven en aan terreinbeherendeorganisaties doorgeleverde natuurgebieden zijn12


uiten de aangepaste EHS – zoals opgenomen in deontwerp Omgevingsvisie - komen te liggen. Partnersonderschrijven dat deze gebieden in beginsel eenbijdrage kunnen leveren aan de versterking van de EHS.Partners onderschrijven het belang van het opnemenin de EHS als bestaande natuur van een deel van dezegebieden. Het gaat om gebieden die zijn opgenomenin de lijst verbetervoorstellen voor de EHS in de bijlagevan de brief van Gedeputeerde Staten van 1 november2012 voor zover gelegen binnen de oude EHS, metuitzondering van die gebieden die geen bijdrage leverenaan VHR-doelen. Dit betreft in totaal ca. 240 ha 1 .Partners constateren dat meer van dergelijke gebiedenbuiten de EHS zijn komen te liggen. Op dit momentontbreekt de informatie om te bepalen of het toevoegenvan deze gebieden aan de EHS ecologische meerwaardeheeft en of hiervoor draagvlak is. In het kader vande uitvoering van dit akkoord zullen de partnersonderzoeken of het alsnog toevoegen van (een deel vandeze) gebieden ecologische meerwaarde heeft en of erdraagvlak voor is.3. Afspraken over de ontwikkelopgave Natura2000 / PAS in de beleidstekst van deOmgevingsvisieDe partners onderschrijven met het oog op een goedeuitvoering van de ontwikkelopgave Natura 2000/PAS enhet draagvlak hiervoor het belang om in de Omgevingsvisiein plaats van de tekst van de ontwerp-Omgevingsvisie(bladzij 102/103) de volgende tekst op te nemen:“Binnen de EHS-begrenzing ligt het “UitwerkingsgebiedOntwikkelopgave Natura 2000”. In ditgebied worden maatregelen genomen die nodigzijn om de achteruitgang van natuurwaarden inNatura 2000 gebieden te voorkomen en op langeretermijn de doelen voor de Natura 2000 gebiedente realiseren. Deze opgave vloeit voort uit deNatuurbeschermingswet 1998. Dit gebied heeft eenomvang van 4300 ha.De (nog af te ronden) beheerplannen voor deNatura 2000-beheerplannen en de zogenaamdegebiedsanalyses van de Programmatische AanpakStikstof – die naar verwachting in te tweede helftvan 2013 vastgesteld zullen worden - zijn leidendvoor de inrichting van dit gebied. De te nemenmaatregelen zullen gericht zijn op het realiseren vande in de gebiedsanalyses beschreven na te streveneffecten. De PAS richt zich op na te streven effectenvoor de korte termijn (te realiseren binnen zes jaar nainwerkingtreding van de PAS) en langere termijn (terealiseren in de tweede en derde periode van zes jaar).Om de economische ontwikkelingsruimte die dooruitvoering van de PAS beschikbaar komt te kunnenbenutten zullen we de ons beschikbare instrumentenmaximaal inzetten.Er zijn op voorhand geen natuurdoelen vastgesteldvoor het Uitwerkingsgebied. Wel is de verwachting datdoor de uitvoering van de Natura 2000-beheerplannenen de PAS een deel van de begrensde 4300 hectareeen meer natuur gerelateerde bestemming zal krijgenen hiervoor ingericht wordt. De overige hectaresblijven agrarisch en worden uit de EHS gehaald.Het is op voorhand onmogelijk om dit in een exactpercentage aan te geven of de exacte locaties tebepalen. In de gebiedsgerichte uitwerking van dePAS-opgaven wordt bepaald welke natuurwaardenop welke locatie nagestreefd worden opdat optimaalgebruik kan worden gemaakt van de kansen voornatuur en landbouw.De gebiedsgewijze concretisering gebeurt insamenwerking tussen de direct betrokken enverantwoordelijke partijen met als doel een optimaalgezamenlijk resultaat. Uitvoering vindt waar nodiggezien de aard van de opgaven plaats in integralegebiedsprocessen .Voor het realiseren van peilaanpassingen zullen wemet de waterschappen bezien waar en hoe hetinstrument van Peilbesluiten ingezet zal worden. Opde maatregelen ten behoeve van de waterconditieswordt ingegaan in hoofdstuk 4.6. Zolang grondenbinnen de Uitwerkingsgebieden OntwikkelopgaveNatura2000 niet zijn ingericht, blijft agrarisch gebruikmogelijk binnen gebiedskenmerken en binnen overigevigerende regelgeving”.4. Afspraak over de uitvoering van hydrologischemaatregelen ten behoeve van Natura 2000/PASOp 2 april 2013 hebben Staatssecretaris Dijksma, dewaterschappen en de provincies afspraken gemaakt overde samenwerken en rolverdeling bij de uitvoering vanhydrologische maatregelen t.b.v. Natura2000/PAS . Dezebetreffen onder meer:a. het obstakelvrij maken via het ruimtelijkeordeningsspoor;b. de nadeelcompensatie/schaderegelingen;c. financiering van de hydrologische maatregelen;d. de borging van de rol van de waterschappen via eennader uit te werken juridisch bindende overeenkomst.Partners spreken af deze afspraken voor Overijsselnader uit te werken met het oog op een voorspoedigeuitvoering van de PAS.1Het betreft de volgende gebieden:- IJsseluiterwaarden, Bovenloop Dinkel, IJsseluiterwaarden/Fabrieksweg,Ten noorden van Reutum, Zalk Wilsum, Zwarte WaterUiterwaarden (gebieden in de categorie 1a in de brief van GS aanPS van 1 november 2012);- Cellemuiden, de Ruiten (gebieden in de categorie 1b in de briefvan GS aan PS van 1 november 2012);- Kloppersblok, Vogelpoel onder Ageler- en Voltherbroek, Engbertsdijkvenen,Luttenbergerven (gebieden in de categorie 2 in de briefvan GS aan PS van 1 november 2012).2Afgesproken is het gebied Ottershagen in de EHS op te nemen alszoekgebied. Op grond van een uit te voeren quick scan zullen departners z.s.m. een voorstel doen voor de definitieve begrenzingvan de EHS.13


Bijlage 2Uitvoering akkoord landelijk gebied: organisatie encommunicatieInleidingIn punt 18 van het akkoord is opgenomen dat metde ondertekening de partners zich verbinden aande genoemde speerpunten en uitdagingen en deverantwoordelijkheid op zich nemen, ieder vanuit deeigen rol en verantwoordelijkheid, om:a. de opgaven en uitdagingen samen verder uit tewerken en te concretiseren;b. hiervoor uitvoeringstrategieën uit te werken;c. afspraken te maken over de uitvoering. Ditinclusief de opstelling van een provinciedekkendprogramma voor gebiedsprocessen en deverantwoordelijkheidsverdeling tussen de partnershierin;d. de voortgang op de hierboven genoemde actiesminimaal 4 keer per jaar aan de orde te stellen in eenbreed/gezamenlijk bestuurlijk overleg om te bepalenof we op koers liggen en of dat er aanvullende actiesnodig zijn.Op grond hiervan stellen de partners eenuitvoeringsagenda op. Dit uitvoeringprogramma zalop basis van de voortgang regelmatig geactualiseerdworden. In deze agenda wordt opgenomen wat ergebeuren moet en wie dat doet. In de punten 6 toten met 10 en van dit akkoord is beschreven hoe wijdit gezamenlijke proces willen organiseren. Hierondereen korte omschrijving van hoe dit praktische vormgegeven kan worden. Dit vraagt om nog wel om nadereuitwerking.CommunicatieEr kan veel verwarring ontstaan als er verschil ininformatie tussen (gespreks)partners bestaat, onbedoelde(verkeerde) beeldvorming ligt op de loer. Bewusteafspraken over wat gezamenlijk gecommuniceerdwordt (over de uitvoering van dit akkoord) zijndaarom belangrijk – zowel voor de uitstraling van degezamenlijkheid ‘naar buiten’, naar niet-ondertekenaars,als voor de uitstraling en doorwerking ‘naar binnen’,naar de achterbannen en medewerkers van deondertekenaars. Een communicatie-voorstel hoortdaarom bij bestuurlijke overleggen op de agenda testaan (dat kan b.v. zijn in de vorm van een conceptpersbericht)OrganisatieHet uitgangspunt in het akkoord is geen nieuwe zwarestructuur op te tuigen. De partners zetten nadrukkelijkniet een gezamenlijk uitvoeringsstructuur neer. Departners vormen een “licht maar bindend bestuurlijknetwerk” om een gezamenlijke koers te ontwikkelenen van hieruit de eigen activiteiten op elkaar af testemmen. De uitvoering van de activiteiten van deuitvoeringsagenda vindt plaats onder aansturing vande afzonderlijke partners of – indien aan de orde – insamenwerkingsverbanden van partners.Voor de uitvoering van de activiteiten zoals opgenomenin dit akkoord worden een (a) bestuurlijk overleg en een(b) ambtelijke regiegroep ingesteld.Het bestuurlijk overleg komt 4 keer per jaar bijeen ofvaker indien nodig.De ambtelijke regiegroep bereidt de bestuurlijkoverleggen voor, en komt zo vaak bijeen als nodig is.Elk van de partners kan een samenroepende rol daarinvervullen, binnen het bestuurlijk overleg en de regiegroepworden daar praktische afspraken over gemaakt.14


Bijlage 3Onderwerpen waarover partners in het kader vande uitwerking van de uitvoeringsagenda nadereafspraken willen makenIn het akkoord spreken de partners af gezamenlijkeeen uitvoeringsagenda op te stellen en dit kaderspeerpunten, opgaven en uitvoeringstrategieën naderuit te werken. In aanvulling op wat is opgenomen in hetkader op bladzijde 7, zijn in deze bijlage onderwerpenopgenomen die één of meerdere partners voor deuitvoeringsagenda willen agenderen. Bij de uitwerkingvan de agenda bepalen de partners gezamenlijkof en op welke wijze deze onderwerpen wordenopgenomen in de agenda en wie hierbij welke rolheeft. De onderwerpen zijn verdeeld over twee (deelsoverlappende) categorieën: (1) realisatiestrategie EHS en(2) overige. Deze lijst is niet limiterend.Realisatiestrategie EHS (inclusief Natura2000/PAS)en hiermee samenhangend de realisatiestrategievoor wateropgaven1. De regievoering over uitvoeringsprocessen,inclusief de rollen en de verantwoordelijkheden vanbetrokken partijen bij de planning, de uitvoering ende monitoring;2. De ruimte voor en de wijze waarop “bottom-up”gebiedsprocessen gefaciliteerd worden;3. De spelregels voor de aanbesteding van gronden inde EHS;4. De (mate) van integraliteit van gebiedsprojecten;5. Verbetering van de verkaveling en aandacht voorrecreatie en toerisme in gebiedsprojecten;6. Afspraken over koopplicht en schadeloosstelling enbedrijfsverplaatsingen;7. Aanpak voor gezamenlijke monitoring vande ontwikkeling van de habitats in de Natura2000-gebiedenOverige onderwerpen8. Afspraken over het beheer van de natuur in de EHS;9. Tijdelijke aanvulling beheervergoeding rietteelt in deWeerribben;10. Afspraken over ontwikkeling en het beheer vannatuur- en natuurwaarden buiten de EHS;11. Het beleid ten aanzien van collectieven in het kadervan agrarisch natuur- en landschapsbeheer en deinstitutionele versterking van deze;12. De versterking van het toekomstbestendig netwerkvan natuurgebieden door de groenblauwedooradering van omliggende gebieden;13. Een gezamenlijke kennisagenda ‘groen en blauw’;14. De ontwikkeling van nieuwe verdienmodellen natuur.15. De verduurzaming van de landbouw en deontwikkeling van een groene economie16. Ruimte voor innovatie17. De monitoring en evaluatie van desamenwerkingsagenda15

More magazines by this user
Similar magazines