Stageboekje animator in het jeugdwerk - Jeugd Rode Kruis

jeugdrodekruis.be

Stageboekje animator in het jeugdwerk - Jeugd Rode Kruis

Stageboekjeanimator in het jeugdwerkJeugd Rode Kruis vzwMotstraat 402800 Mechelenwww.jeugdrodekruis.bejeugdrodekruis@rodekruis.be1


Praktische gegevensVan mezelfNaam:Rode Kruisnummer:E-mailadres:Datum cursus Spellewaerde:Stageplaats(en):Startdatum stage:Einddatum stage:Van mijn stagebegeleiderNaam:Rode Kruisnummer:E-mailadres:Nummer attest hoofdanimator:3


Stage infoProficiatJe volgde de opleidingen Startkabels en Spellewaerde. Je bent nu nogmaar 1 stap verwijderd van je attest ‘animator in het jeugdwerk’. Watjou nog te wachten staat, is een stage. Dit boekje zal je daarbij helpen.AttestEen animatorattest is een blauw geplastificeerd kaartje. Zo’n attestoogt niet alleen mooi in je portefeuille. Het is ook de bevestiging datje een degelijke opleiding volgde en dat je een hoop praktijkervaringhebt. Dit attest is erkend door de Vlaamse Gemeenschap en je kan erbij eender welke jeugdwerking mee terecht. Het loont dus zeker demoeite om je stage af te ronden, en je attest aan te vragen.Wanneer je je stage volledig hebt gedaan, bezorgt je stagebegeleiderdit ingevulde stageboekje aan Jeugd Rode Kruis viajeugdrodekruis@rodekruis.be.Maximum drie maanden na ontvangst krijg je per post je attest.StageAAROMJe stage is meer dan een verplicht nummertje om je attest te behalen.Via de opdrachten in dit stageboekje krijg je uitgebreid de kans om,met vallen en opstaan, een nog betere animator te worden dan je nual bent.Natuurlijk staat het ook mooi op je CV, en bovendien hecht ook je gemeentebestuurer belang aan. Je afdeling kan immers extra subsidieskrijgen wanneer je een attest op zak hebt.Wat is eigenlijk een goede animator? Die kan vanalles: activiteitenbedenken, spelen begeleiden, knutselen, brainstormen, problemenoplossen, feedback geven … . Een animator heeft een heleboelcompetenties. Doorheen de stage opdrachten kan je aan al dezecompetenties sleutelen. Niemand is perfect. Ook jij zal dus nooit aldeze competenties volledig ‘bezitten’. Het ene zal je altijd beter kunnen4


dan het andere. Dat is normaal. Dit stageboekje zal je ook helpen omuit te vinden wat jouw grootste kwaliteiten zijn als animator, en watjouw minder sterke kant is.OEWe stellen voor je stage een aantal regels voorop:• Minimum 60 uur:• Elk uur dat je als animator aan het werk bent, telt mee. Welksoort activiteiten daarom in aanmerking komt, zie je in de lijstvan stage opdrachten, hieronder.• Ook je voorbereidingen mag je meetellen. Let op, voor eenvoorbereiding mag je nooit meer uren opgeven dan voor deactiviteit zelf.• Minimum 8 opdrachten:• Tijdens je stage doe je minimum 8 stage opdrachten. Dezevind je verder in dit boekje, vanaf pagina 8.• De eerste 5 opdrachten zijn verplicht. Ze omvatten immersjouw kerntaken als animator.• Van de volgende 6 kies je er minimum 3 uit. Zo kies je zelfwaar je de klemtonen legt tijdens je stage.• Elke opdracht die je doet moet betrekking hebben op eenandere activiteit. Je mag dus niet één activiteit gebruiken vooralle stage opdrachten.aar• Je stage doe je steeds in een erkende jeugdwerking. Twijfel je ofje gekozen stageplek wel erkend is? Doe dan een telefoontje naarhet Jeugd Rode Kruissecretariaat (015 44 35 70).• Je doet minimum één stage opdracht bij Jeugd Rode Kruis. Weetje zelf niet in welke afdeling je daarvoor terecht kan, bel dan evennaar het Jeugd Rode Kruissecretariaat (015 44 35 70).• Ben je enkel vrijwilliger bij Rode Kruisvakanties of bij de speelweken,en niet bij Jeugd Rode Kruis? Dan ben je niet verplicht oméén stage opdracht te doen bij Jeugd Rode Kruis. Toch raden weje sterk aan om ook eens een activiteit te doen bij Jeugd RodeKruis.5


StagebegeleiderJe stagebegeleider kies je zelf. Deze persoon bezit het attest ‘hoofdanimatorin het jeugdwerk’ of is afdelingsverantwoordelijke JeugdRode Kruis. Je kiest deze persoon voor je start met je stage. Jegeeft de naam en contactgegevens door aan het Jeugd Rode Kruissecretariaat.Je stage wordt begeleid door een vrijwilliger van Jeugd Rode Kruis ofdoor een hoofdmoni van de vakantiekampen.Bij voorkeur is dat iemand uit je eigen afdeling, maar het mag ook eenvrijwilliger zijn uit een andere afdeling, of iemand van het provinciaalteam.Vind je geen stagebegeleider? Geen nood! Contacteer het Jeugd RodeKruissecretariaat, dan zoeken we mee.Je spreekt minimum drie keer af met je stagebegeleider: één keervoor de start van je stage, één keer halverwege je stage en één keerna je laatste stage opdracht. Je stagebegeleider ziet je ook minimuméén keer aan het werk tijdens een stage opdracht.6


Voor de start van je stageTijdens de cursussen Startkabels en Spellewaerde kreeg je heelwat feedback, zowel van de cursusbegeleiders als van je medecursisten.Deze feedback is zeer waardevol en geeft aan waaraanje tijdens je stage extra aandacht kan besteden.Noteer hier zoveel mogelijk feedback die je kreeg.Noteer hier de aandachtspunten waaraan je zeker wil werkentijdens je stage. Noteer ook hoe je dat zal aanpakken.7


OVERZICHT Stage opdrachtenHieronder zie je alle stage opdrachten. De eerste vijf opdrachtenzijn verplicht. Van de laatste zes opdrachten kies je er minimumdrie uit. Elke opdracht moet betrekking hebben op een andereactiviteit die je doet. Je mag dus niet één activiteit gebruiken omalle stage opdrachten in dit boekje te doen.We raden je aan om de opdrachten te kiezen voor je start aan jestage. Zo kan je gericht oefenen.Verplichte opdrachten1. Maak en begeleid een spelactiviteit.2. Begeleid mee een spel dat iemand anders heeft voorbereid.3. Begeleid een activiteit voor een bepaalde leeftijdsgroep.4. Kleed een activiteit aantrekkelijk in.5. Pak een onverwachte gebeurtenis aan.Vrijblijvende opdrachten6. Begeleid een activiteit voor een specifieke doelgroep.7. Gebruik een creatieve techniek tijdens een activiteit.8. Gebruik een brainstormtechniek.9. Ga op zoek naar meer.10. Heb oog voor veiligheid en verleen eerste hulp.11. Begeleid een kamp van Jeugd Rode Kruis of van Rode Kruisvakanties.8


Overzicht stage urenDatum(dd/mm/jj)Korte omschrijving van de activiteitAantal stageuren9


Datum(dd/mm/jj)Korte omschrijving van de activiteitAantal stageurenTotaal aantal stage uren10


Stage opdrachtenVERPLICHTE OPDRACHTEN1. Maak en begeleid een spelactiviteit.Opdracht: je werkt een spel uit en begeleidt dit ook. Dat doe je aan dehand van het MORIS-schema dat je leerde tijdens de cursussen Startkabelsen Spellewaerde. De duur van de activiteit is niet belangrijk. Elkelement van MORIS moet je wel verwerken. Kies voor je activiteit éénvan deze thema’s:• Eerste hulp• Hulpverlening• Sociale werking• Internationale werking• Bloed• Jaarthema van Jeugd Rode Kruis• Kampthema van het vakantiekamp (enkel voor vrijwilligers van devakantiekampen van Sociale Hulpverlening).Titel van je spel:Vul onderstaand schema in voor de start van je activiteit:11


Materiaal:• Welk materiaal heb je nodig om het spel te kunnen spelen?Maak een duidelijke en volledige materiaallijst.Omgeving:• Waar speel je het spel? Beschrijf de omgeving zo concreet mogelijk.• Hoe baken je het terrein af?• Wat is de meest geschikte omgeving voor dit spel?Regels:• Wat is het doel van je spel?• Beschrijf, zo gedetailleerd mogelijk, de spelregels.12


• Hoe leg je deze regels uit aan de deelnemers? Doe je dat aan alledeelnemers samen voor de start van het spel, krijgt elk groepjedeelnemers een aantal andere regels/opdrachten en leg je dus allesapart uit, worden de regels stap voor stap uitgelegd tijdens hetverloop van het spel … .Inkleding:• Wat is het thema van je activiteit?• Waarom heb je dit thema gekozen?Spelers:• Beschrijf zo goed mogelijk de deelnemers van je spelAantal: Jongens: Meisjes:Leeftijd:Ken je de deelnemers al?Kennen de deelnemers mekaar al?• Wat doe je om het spel op maat te maken van de deelnemers?Denk hierbij aan doelgroep, leeftijd, leefwereld, … .13


• Worden de deelnemers voor jouw spel in groepjes verdeeld?Zo ja, hoe doe je dat?Vul na het spelen van je spel onderstaande vragen in:Materiaal:• Was je materiaallijst volledig of ontdekte je tijdens het spel dat eriets ontbrak? Zo ja, wat juist?• Wat zou je, achteraf bekeken, zeker behouden?• Welk materiaal zou je, achteraf bekeken, vervangen door iets anders?Omgeving:• Wat zou je, achteraf bekeken, zeker opnieuw zo doen?• Wat zou je, achteraf bekeken, anders doen?Regels:• Welke regels zou je, achteraf bekeken, zeker behouden?• Welke regels zou je, achteraf bekeken, aanpassen?14


Inkleding:• Wat heb je allemaal ondernomen om je spel in te kleden?• Was het thema op maat van de doelgroep?Vonden de deelnemers het thema leuk? Waarom wel/niet?• Wat zou je, achteraf bekeken, zeker behouden?• Wat zou je, achteraf bekeken, anders doen?2. Begeleid mee een spel dat iemand anders heeft voorbereidEen spel begeleiden doe je nooit alleen. Vaak zal je een spel mee begeleidendat één van je medebegeleiders heeft voorbereid.• Wat vond je van de activiteit die je mee begeleidde? Houd hetMORIS-schema hierbij in gedachten. Geef op een correcte manierfeedback over de activiteit, zowel positief als negatief.15


• Maakte je vooraf afspraken met je medebegeleiding over hetbegeleiden van deze activiteit? Zo ja, welke afspraken? Wat vondje van deze afspraken? Kon je je houden aan de gemaakte afspraken?• Hoe verliep de communicatie tussen de begeleiders? Richtvragen:hoe verliep het onderling overleg voor en tijdens de activiteiten?Was er soms een moeilijkere situatie? Zo ja, hoe pakte je dit aan?Gaven de begeleiders mekaar feedback? Zo ja, hoe voelde je je bijhet geven en krijgen van feedback?• Welke rol nam jij op als begeleider? (trekkend, ondersteunend,organisatorisch, …)16


Doe deze test en kom te weten welke begeleiderstijl jouw op het lijf isgeschreven.1. Wat past het best bij je?Ik wil de held zijn van alle kinderen in mijn afdeling. (10)Ik speel graag met de kinderen die braaf zijn en goed luisteren.(20)Ik hou wel van wat verantwoordelijkheid. (30)Ik ben blij als alle kinderen uit mijn afdeling ’s avonds met eenglimlach naar huis gaan. (50)Ik hang graag het beest uit met mijn medeleiding. (40)2. Je medeleider van 17 jaar staat tijdens een activiteit achter hethoekje te kussen met een deelnemer van 15 jaar. Wat doe je?Ik ga het feit melden aan mijn verantwoordelijke. Die moet hetmaar oplossen. (50)Ik laat hen rustig doen. Nadien pak ik bij de andere medeleidinguit met een nieuwe roddel. (10)Ik doe niets. Als ze zich er beiden goed bij voelen ben ik blijvoor hen. (40)Ik ga naar hen toe en zeg hen dat ze moeten stoppen. Ik brengop de volgende vergadering hoe we in de toekomst met zulkesituatie moeten omgaan. (30)Ik laat hen rustig doen. Ze storen toch niemand? (20)3. Onder je leidingploeg is er een koppeltje. Zo vaak als ze kunnen,kruipen de twee er vanonder. Op die manier nemen ze geen verantwoordelijkheidop als leiding, en hun gedrag is ook erg storendvoor de anderen. Wat doe je?Ik ga hen op heterdaad betrappen, wie weet kom ik wel meteen straf verhaal terug. (10)Ik spreek na een activiteit het koppeltje aan. Ik zeg hen dat ditniet leuk is voor de anderen, en dat ze zich thuis maar samenmoeten amuseren. (30)Ik zeg hen dat ze de sfeer in de leidingploeg bederven. (40)Ik ga naar de verantwoordelijke van mijn afdeling, en zeg hem/haar dat dit moet stoppen. (50)Ik doe niets. Ze moeten zelf hun verantwoordelijkheid maaropnemen. (20)17


4. Op een Jeugd Rode Kruisactiviteit maakt één van de deelnemershet te bont. Het begint met plagerijen, maar al snel verzamelt dejongen zijn vriendjes. De hele namiddag pesten ze het kind. Datgaat ’s avonds huilend naar huis. Wat doe je?Niets. Ik weet niet wat ik moet doen. (20)Ik straf de pesters. Ze mogen de rest van de namiddag nietmeer meespelen. (10)Ik haal het gepeste kind uit de groep en met een aantal medeleidersdoen we iets leuks in een klein groepje. (40)Ik bespreek tijdens de volgende vergadering met de hele leidingploegwat we best doen. (50)’s Avonds spreek ik de ouders van de pesters aan. Ik vertel henwat hun kind allemaal deed, en dat dit niet door de beugel kan.(30)Tel nu je punten op en deel deze door 4.10-15: Met jou valt er altijd iets te beleven. Jij brengt leven in de brouwerijen staat graag in de belangstelling.16-20: Jij bent een rustig type. Je houdt ervan dat alles vlotjes volgensplan verloopt. Als er iets misloopt, ga jij de confrontatie liever uit deweg.21-30: Verantwoordelijkheid is jou op het lijf geschreven. Als er zichsituaties voordoen ben jij de eerste om de situatie aan te pakken!31-40: Voor jou is de leidingploeg in de eerste plaats een vriendenkliek.Het belangrijkste voor jou is dat iedereen zich er goed voelten zich amuseert.41-50: Jij voelt goed aan wanneer iets mis is en maakt dit bespreekbaar.Je laat het wel liever over aan anderen om actie te ondernemen.18


3. Begeleid een activiteit voor een bepaalde leeftijdsgroep• Beschrijf kort de activiteit die je begeleidde.• Beschrijf zo goed mogelijk de deelnemers van de activiteitAantal: Jongens: Meisjes:Leeftijd:Kende je de deelnemers al?Kenden de deelnemers mekaar al?Beschrijf de leefwereld van de deelnemers (waar zijn ze zoal meebezig):• Hoe paste je jouw begeleidershouding aan deze leeftijdsgroepaan?• Hoe paste je de activiteit aan de leefwereld van de kinderen aan?Beschrijf bijvoorbeeld de inkleding, de inhoud van de activiteit,jouw houding als begeleider … .• Waar ben je, achteraf bekeken, trots op?19


• Wat zou je, achteraf bekeken, anders doen?4. Kleed een activiteit aantrekkelijk in• Beschrijf kort de activiteit die je begeleidde.• Rond welk thema was de activiteit opgebouwd?• Welk materiaal gebruikte je voor de inkleding?• Waar ben je, achteraf bekeken, trots op?• Wat zou je, achteraf bekeken, anders doen?20


5. Pak een onverwachte gebeurtenis aanTijdens een activiteit lopen dingen niet altijd zoals gepland. Soms loopthet zelfs wat uit de hand.• Beschrijf kort een onverwachte gebeurtenis. Enkele voorbeelden:een conflict met een medebegeleider, spelmateriaal dat niet aanwezigwas, een onverwachte regenbui, … .• Hoe heb je dit probleem aangepakt?• Heb je door deze gebeurtenis je begeleidershouding moeten aanpassen?Zo ja, hoe deed je dat?• Waar ben je, achteraf bekeken, trots op?• Wat zou je, achteraf bekeken, anders doen?21


• Waren er deelnemers die zeer positief of zeer negatief gedragstelden? Zo ja, beantwoord volgende vragen:• Beschrijf kort het gestelde gedrag• Hoe heb je hierop gereageerd?• Wat vond je goed aan je reactie?• Wat zou je volgende keer anders doen?VRIJBLIJVENDE OPDRACHTEN6. Begeleid een activiteit voor een specifieke doelgroepJeugd Rode Kruis richt speciale aandacht naar de meest kwetsbaren.Daarom proberen we kinderen en jongeren te bereiken die leven inkansarmoede, of die wonen in een opvangcentrum voor asielzoekers.Begeleid een activiteit waarbij (een aantal van) de deelnemers kinderenzijn uit één van deze doelgroepen. Het kan zijn dat er in jouw afdelingtijdens elke activiteit kinderen uit een opvangcentrum aanwezigzijn, of dat er een aantal kinderen deelneemt waarvan je weet dat ze22


7. Gebruik een creatieve techniek tijdens een activiteitGebruik (als onderdeel van een activiteit) een creatieve techniek.Welke techniek dat is en hoe je deze inzet, mag je volledig zelf kiezen.Gebruik bijvoorbeeld een knutseltechniek, drama, dans, schmink,circustechnieken … . Probeer niet alleen de deelnemers uit te dagen,maar ook jezelf! Jij kan zelf deze activiteit organiseren, of helpen metéén van je medebegeleiders.• Voor welke techniek heb je gekozen, en waarom?• Hoe heb je deze creatieve techniek ingezet tijdens de activiteit?• Wat vonden de deelnemers ervan? Hebben ze zich kunnen uitleven?• Als je deze techniek nog eens gebruikt, wat zou je dan zeker behoudenaan de activiteit? Waarom?• Als je deze techniek nog eens gebruikt, wat zou je dan veranderenaan de activiteit? Waarom?24


8. Gebruik een brainstormtechniekTijdens je animatoropleiding leerde je een aantal brainstormtechnieken.Gebruik, samen met je medebegeleiders, één van deze techniekenom een activiteit te bedenken.• Omschrijf hier de brainstormtechniek die je gebruikte.• Heeft het gebruiken van deze brainstormtechniek je goed geholpenbij het bedenken van een activiteit?Zo ja, hoe? Zo nee, waarom niet?• Wat vonden de anderen ervan om op deze manier een activiteit tebedenken?9. Op zoek naar meerJe hoeft niet steeds het warm water opnieuw uit te vinden! Er bestaanheel veel bronnen waar je inspiratie kan halen voor het maken vanactiviteiten. Gebruik je deze soms? Duid het hieronder dan aan en geefeen woordje uitleg.• Cursusboek ‘Startkabels’ of ‘Spellewaerde’.Waarvoor gebruikte je dit?Wat vond je ervan?• Spelenbundel ‘Startkabels’.In deze bundel vind je een heleboel kant-en-klare spelen, rond de verschillendeactieterreinen.Rond welke actieterreinen speelde je een spel?25


Wat vond je ervan?• InternetOp het internet zijn heel wat spelideeën te vinden, bijvoorbeeld opwww.jeugdwerknet.be/spelen.Hoe vaak maak je gebruik van het internet om een activiteit voor tebereiden?Wat zijn jouw favoriete websites daarvoor?Doe je soms aanpassingen aan een spel dat je vindt op het internet?Zo ja, welk soort aanpassingen?• Spelenbundel ‘Waahid doi tre … start!’.Dit is een spelenbundel die Jeugd Rode Kruis ontwikkelde samen metRode Kruis-Vlaanderen, speciaal om activiteiten te begeleiden voorkinderen in een opvangcentrum. Je kan hem hier downloaden:http://jeugdrodekruis.be/JRK/index/JRK_Aanbod/Waahid-doi-tre-start.html?opl=Wat vind je van deze spelenbundel?Wat vonden de deelnemers van de spelen?26


• AndereGebruikte je nog andere bronnen om inspiratie op te doen voor je activiteit?Zo ja, dewelke?10. Heb oog voor veiligheidNiet enkel wanneer er een accidentje gebeurt, moet je denken aanveiligheid en eerste hulp. Het is goed om tijdens elke activiteit oog tehebben voor veiligheid.• Beschrijf kort de activiteit• Op welke manier heb je gezorgd voor de veiligheid van de deelnemers,van jezelf en je medebegeleiders?• Waar had je geen rekening mee gehouden en zou je volgende keerwel aandacht aan schenken? Hoe zou je dat doen?27


11. Begeleid een kamp van Jeugd Rode Kruis of van RodeKruisvakantiesBegeleid je tijdens je stage mee een kamp? Dan is deze stage opdrachtiets voor jou!• Omschrijf zo goed mogelijk jouw functie en jouw taken op kamp.• Werd er aandacht besteed aan avondafsluiters of andere ‘kleinemomentjes’? Zo ja, noteer dan hier de ideeën die je zeker wil onthouden.• Kreeg je tijdens of na het kamp feedback? Zo ja, noteer dan hierde puntjes die je zeker wil onthouden.28


Evaluatie1. ZelfreflectieDuid steeds aan wat voor jou van toepassing is. Niets is juist of fout.Door deze vragen te beantwoorden, krijg je inzicht in jouw functionerenals animator.Ik ben een creatieve geest en kom vaak met vernieuwendeideeën.Ik brainstorm graag.Ik heb niet zo vaak zelf ideeën maar werk wel graag mee deideeën uit van de anderen.Activiteiten maken doe ik niet zo graag, ik begeleid ze liever.Ik ben steeds kritisch over de ideeën die we hebben.Ik hou de actieterreinen van Jeugd Rode Kruis in gedachten als ikeen spel bedenk.Ik zorg ervoor dat we verschillende soorten activiteiten doen, nietsteeds het zelfde.Ik weet goed wat de kinderen leuk vinden, voor wie mijn activiteitenzijn bedoeld.Ik treed graag op de voorgrond.Ik blijf graag op de achtergrond.Ik speel graag.Ik heb oog voor alle kinderen.Wanneer ik een activiteit uitleg, luisteren alle kinderen.29


Ik spreek niet zo graag voor een groep, dus laat liever iemandanders een activiteit uitleggen.Bij het voorbereiden en uitvoeren van activiteiten heb ik steedsoog voor veiligheid.Ik weet hoe ik een veilige speelomgeving kan creëren.Wanneer iemand gewond is, durf ik eerste hulp te verlenen.Onderstaande vragen beantwoord je enkel indien je ook een kampbegeleidde tijdens je stage:Ik ben op kamp voornamelijk bezig met het begeleiden van deverschillende activiteiten.Ik ben op kamp vaak bezig met ondersteunende taken: materiaalklaarleggen, afspraken maken, het uur in de gaten houden … .Ik heb veel oog voor de deelnemers.Ik heb veel oog voor mijn medebegeleiders.Tijdens de vrije momenten:ben ik aan het ravotten met de kinderen.overleg ik vaak met mijn medebegeleiders.bereid ik de volgende activiteit graag voor.neem ik graag even rust.Wanneer de kinderen naar bed gaan:is het tijd om te ontspannen.ben ik in de buurt van de kinderen tot iedereen slaapt.ga ik ook naar bed.30


xxDit onhoud ik uit de zelfreflectie:2. Mijn competentiesDenk eens na over onderstaande competenties. Duid op de pijl ernaastaan in welke mate jij deze competenties ‘bezit’. Opgelet: gebruik despatiebalk om je kruisje op een voor jou correcte plaats op de pijl tezetten.Onder elke pijl is er nog wat schrijfruimte. Hier kan je eventuele bedenkingenof opmerkingen schrijven.Bv: Ik kan kinderen en jongeren animeren tijdens activiteiten:Er is nog veelwerk aan dewinkel!Ik ben er bijna!Ik kan activiteiten voorbereiden.Opmerking:Ik kan kinderen en jongeren animeren tijdens activiteiten.31


Opmerking:Ik kan een gepaste begeleidershouding aannemen voor verschillendekinderen en jongeren.Opmerking:Ik kan goed samenwerken met de andere vrijwilligers binnen JeugdRode Kruis en Rode Kruis-Vlaanderen.Opmerking:Ik kan gepast omgaan met onverwachte gebeurtenissen.Opmerking:Ik kan activiteiten organiseren binnen de visie van Jeugd Rode Kruis(actieterreinen).32


Opmerking:Ik neem actief deel aan de werking binnen mijn afdeling.Opmerking:Ik ben kritisch tegenover mijn werking.Opmerking:Ik kan omgaan met eerste hulp en veiligheidspreventie.Opmerking:33


3. Het evaluatiegesprekIn dit evaluatiegesprek overloop je je stage, aan de hand van dit ingevuldestageboekje.• Neem de competentiepijlen op pagina 31 er opnieuw bij. Vraag nuje stagebegeleider om deze ook in te vullen, bijvoorbeeld met eenandere kleur. Wanneer er een groot verschil is tussen jouw meningen die van de stagebegeleider kan je dit best even bespreken.• Beantwoord zo goed mogelijk onderstaande vragen.• Wat zijn je kwaliteiten als animator?• Waarin ben je het sterkste gegroeid tijdens je stage?• Welke werkpunten neem je mee om nog verder aan te werken?Kwaliteiten:Gegroeid in:Werkpunten:34


4. EindevaluatieIn te vullen door de stagebegeleider.• Wat zijn zijn/haar kwaliteiten als animator?• Waarin is hij/zij het sterkst gegroeid doorheen de stage?• Welke werkpunten geef je graag nog mee?35


• Wat wil jij de stagiair-animator nog meegeven?Eindbeoordeling (de stagebegeleider vinkt aan wat van toepassing is)Geslaagd. De stagiair is voldoende competent om aan de slag tegaan als animator. Het attest kan bijgevolg worden aangevraagd.Niet geslaagd. De stagiair is onvoldoende competent om aan deslag te gaan als animator. Het attest kan bijgevolg niet worden aangevraagd.Let op: ofwel mailt de stagebegeleider dit boekje naar jeugdrodekruis@rodekruis.be,ofwel moet hij/zij zekerin cc staan.36

More magazines by this user
Similar magazines