WSN Leef! 06

burobinnen
  • No tags were found...

Zomereditie van WSNLeef! magazine zomer 2015

BANG VOOR JOUDE VOETEN LOPEN DE KINDEREN LANGS

HET WATER. KEES HOUDT HET NET OP KOERS.

zee die hem beschermt tegen het

koude water. Ook de kinderen voelen

nu dat het water best koud is, ze

trekken het net te veel naar de kant

omdat ze niet in de zee willen lopen.

Kees geeft een brul. Dat lijkt te helpen.

Voor even gaan de voetjes de zee in.

Een net vol vis

Het is tijd om het net binnen te halen.

De vangst lijkt mager maar bijna alle

soorten vis die je onder de kust kunt

vangen zit in het net, ook al is het nog

heel klein spul. Kees laat de verschillen

zien. Hij legt een schol en een sliptong

op zijn hand. ‘Hier zie je duidelijk het

verschil. De schol is rond en krijgt

oranje stippen. De sliptong is lang en

slank. Zijn naam heeft hij omdat hij

makkelijk door een net heen slipt.’

Kees pakt een krab. Legt hem op zijn

rug en laat

zien dat deze

dan niets meer doet.

Ook de kinderen proberen het en

het werkt. Ook een kwal wordt

bestudeerd. ‘Als een kwal van die

paarse strepen heeft of tentakels, dan

moet je oppassen. Die kunnen steken.

Net zoals een pieterman, al is de kans

dat je daar op trapt heel klein. Je voelt

het gelijk: het prikt enorm en het

enige wat je kunt doen is in zo heet

mogelijk water gaan zitten met je

voet. Hierdoor zal het gif snel

verdwijnen en de pijn ook.’ Als laatste

worden de garnalen bekeken. Kees

pakt er een aantal op en wijst op de

eitjes onder aan de buik. ‘Wie houdt er

van Sushi? Wist je dat je een garnaal

ook rauw kunt eten?’ Hij pelt er een en

steekt hem in zijn mond.

DE VANGST WORDT BEKEKEN.

SUZANNE EET EEN ROUWE GARNAAL.

Die gezichten van die kinderen.

‘Blehhh! Een rauwe garnaal is toch

vies?’ ‘Helemaal niet’, zegt Kees. ‘Een

beetje zoetig probeer het maar.’ En

een paar proberen het. Zonder

aarzelen steekt een van de kinderen

een gepelde garnaal in haar mond en

eet deze op. ‘Ja een beetje zout en

zoet, maar eigenlijk best wel lekker.’

Echte vis

Inmiddels heeft Kees Broekhof een

ouderwetse vismethode uitgezet, een

beug. Dat is een lange lijn met

allemaal haken om de dertig

centimeter. Meestal werd aan het

einde een hoefijzer of stuk staal

bevestigd en dat werd bij laagwater in

zee gegooid en natuurlijk het uiteinde

op strand vastgezet. Tijdens het vissen

met het net heeft hij een en ander

Schelpen op ons strand

De kokkel

Wordt ook wel hartschelp

genoemd door zijn hartvorm.

Strikt genomen zijn er veel

verschillende soorten maar

moeilijk te onderscheiden. Je

herkent hem onmiddellijk aan

zijn grove ribben. Op het strand

zijn de schelpen vaak donker

(blauw) van kleur en kunnen zes

centimeter groot worden. Hij leeft in

het zand en kan met een schepnet

opgevist worden. Vroeger werd hij

als aas gebruikt tijdens het vissen. Nu

is het een lekkernij.

Zwaardschede

Wist u dat deze schelp, ook wel

scheermes genoemd door zijn

vorm, oorspronkelijk uit Amerika

komt en pas in 1980 voor het

eerst op het Nederlandse strand

te zien was. Inmiddels is het de

meest voorkomende schelp op

ons strand. Hij kan zich tot wel

twintig centimeter diep ingraven

en heeft een soort voelspriet die

hij boven het zand uitsteekt. Als je

bij laagwater goed kijkt kan je

deze zien. Ook dit

weekdier is zeer

goed eetbaar en

wordt veel in

de zuidelijke

landen

gegeten.

Platte slijkgaper

Komen het meest voor in de

Waddenzee en Zeeland. Als ze in

Noordwijk aanspoelen zijn het alleen

de losse kleppen. Hun normale

kleud is grijswit of geelwit met

een geelbruine opperhuid. Op

het strand, als ze dood

aangespoeld zijn,

zijn ze vaak blauw,

wit of bruin

verkleurd. Het is

niet bekend of

deze gegeten

worden.

More magazines by this user
Similar magazines