21.07.2015 Views

Bestemmingsplan Tussen de Dijken - Ruimtelijkeplannen.nl

Bestemmingsplan Tussen de Dijken - Ruimtelijkeplannen.nl

Bestemmingsplan Tussen de Dijken - Ruimtelijkeplannen.nl

SHOW MORE
SHOW LESS

You also want an ePaper? Increase the reach of your titles

YUMPU automatically turns print PDFs into web optimized ePapers that Google loves.

A COMPANY OFHASKONING NEDERLAND B.V.RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGGeorge Hintzenweg 85Postbus 85203009 AM Rotterdam+31 (0)10 443 36 66 Telefoon(010) 4433 688 Faxinfo@rotterdam.royalhaskoning.com E-mailwww.royalhaskoning.com InternetArnhem 09122561 KvKDocumenttitel <strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>ToelichtingVerkorte documenttitel <strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>Status VoorontwerpDatum 1 september 2010Projectnaam <strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>Projectnummer 9M8059Opdrachtgever Gemeente Wij<strong>de</strong>merenReferentie 9M8059/R00008/902137/RottAuteur(s)Collegiale toetsir. W. Gulikermr. ing. J. <strong>de</strong> RijkeDatum/paraaf …………………. ………………….Vrijgegeven doorir. D. LobregtDatum/paraaf …………………. ………………….


INHOUDSOPGAVE1 INLEIDING 11.1 Aa<strong>nl</strong>eiding en doel 11.2 Plangebied 11.3 Planningsopgave 21.4 Vigeren<strong>de</strong> bestemmingsplannen 21.5 Planproces en procedure 31.6 Leeswijzer 32 BELEIDSKADER 52.1 Rijk 52.2 Provincie 102.3 Gemeente 142.4 Conclusie Beleidska<strong>de</strong>r 173 RUIMTELIJKE ANALYSE 193.1 Ruimtelijke structuur 193.2 Ontstaansgeschie<strong>de</strong>nis 203.3 Cultuurhistorie en archeologie 213.4 Bo<strong>de</strong>m 233.5 Ecologie 253.5.1 Wettelijk ka<strong>de</strong>r 253.5.2 On<strong>de</strong>rzoek 263.5.3 Conclusies 354 FUNCTIONELE ANALYSE 374.1 Wonen 374.2 Voorzieningen 374.3 Bedrijven en kantoren 384.4 Landbouw 384.5 Recreatie 384.5.1 Historie 384.5.2 Inventarisatie 394.5.3 Toekomst 414.6 Verkeer 435 WATER 455.1 Waterbeleid 455.2 Waterbeheersing 485.3 Grondwater 495.4 Oppervlaktewater 515.5 Verwachte ontwikkelingen 526 MILIEU 536.1 Milieubeleid 53Blz.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp 1 september 2010


6.2 Agrarische bedrijven 536.3 Bedrijven 536.4 Geluid 546.4.1 Wegverkeer 546.4.2 Luchtvaart 556.5 Luchtkwaliteit 556.6 Externe veiligheid 586.7 Kabels, leidingen en straalverbindingen 587 GEBIEDSVISIE 597.1 I<strong>nl</strong>eiding 597.2 Beleidskeuzes 597.2.1 Algemeen 597.2.2 Ruimtelijke structuur 597.2.3 Wonen 607.2.4 Bedrijven 607.2.5 Agrarische functies 607.2.6 Recreatie 607.2.7 Natuur 618 JURIDISCHE PLANOPZET 638.1 I<strong>nl</strong>eiding 638.2 Systematiek van <strong>de</strong> planregels 638.2.1 I<strong>nl</strong>ei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> regels 638.2.2 Bestemmingen 648.2.3 Algemene regels 648.2.4 Overgangs- en slotregels 658.3 Bestemmingen 658.4 Korte toelichting SvH 678.5 Handhaving 699 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 7110 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 7310.1.1 Overleg artikel 3.1.1 Bro 7310.1.2 Inspraak 73BIJLAGEN1. Ecoscan2. Lijst met gedoogbeschikkingen permanente bewoning recreatiewoningen9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


1 INLEIDING1.1 Aa<strong>nl</strong>eiding en doelDe gemeente Wij<strong>de</strong>meren heeft zich het actualiseren en uniformeren van alle gel<strong>de</strong>n<strong>de</strong>bestemmingsplannen ten doel gesteld. Het gel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> bestemmingsplan voor hetplangebied <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong> is meer dan tien jaar oud en moet daarom wor<strong>de</strong>n herzien.Daarnaast zijn er ook inhou<strong>de</strong>lijke argumenten om het plan te actualiseren. In hetvigeren<strong>de</strong> bestemmingsplan heeft een groot <strong>de</strong>el van het plangebied namelijk <strong>de</strong>bestemming 'Natuur'. Een <strong>de</strong>el van dit natuurgebied heeft echter inmid<strong>de</strong>ls eenrecreatieve functie, waardoor het vigeren<strong>de</strong> plan niet meer actueel is. In het nieuwebestemmingsplan dient een duurzaam evenwicht gevon<strong>de</strong>n te wor<strong>de</strong>n tussen <strong>de</strong>resteren<strong>de</strong> natuurwaar<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> recreatieve functie van het gebied <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong> teLoosdrecht.Sinds <strong>de</strong> inwerkingtreding van <strong>de</strong> nieuwe Wet ruimtelijke or<strong>de</strong>ning (Wro) gel<strong>de</strong>n ernieuwe regels voor het opstellen van bestemmingsplannen. On<strong>de</strong>rhavigbestemmingsplan voldoet aan <strong>de</strong> voorgeschreven standaar<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> StandaardVergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) en <strong>de</strong> InformatieMo<strong>de</strong>l RuimtelijkeOr<strong>de</strong>ning (IMRO).Het doel van het bestemmingsplan is het bie<strong>de</strong>n van een actueel juridisch-planologischka<strong>de</strong>r voor het plangebied dat voldoet aan <strong>de</strong> eisen die <strong>de</strong> nieuwe Wro ten aanzien vanbestemmingsplannen stelt.1.2 PlangebiedHet plangebied bevindt zich ten zuidwesten van Hilversum, op <strong>de</strong> overgang van <strong>de</strong>hogere, drogere en dichtbeboste gron<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Utrechtse Heuvelrug en het open,waterrijke Veenwei<strong>de</strong>- en Verveningslandschap ten noordwesten van Utrecht. Hetgebied maakt <strong>de</strong>el uit van het Loosdrechtse Plassengebied. Het gebied wordt in hetnoor<strong>de</strong>n begrensd door <strong>de</strong> Oud-Loosdrechtsedijk en in het zui<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> Weersloot.Ten oosten van het plangebied ligt het gebied 'De Ster' wat met het gebied daaromheeneen agrarisch gebied met overwegend laag groen is. De Eerste en Twee<strong>de</strong> LoosdrechtsePlas en <strong>de</strong> Breukeleveense of Stille Plas liggen ten westen van het plangebied.Het Plassengebied bestaat hoofdzakelijk uit water met daarin enkele verspreid gelegeneilandjes. Moeras met opgaand groen met daartussen nauwe watergangen bepalen hetbeeld binnen het plangebied.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 1 - 1 september 2010


1.3 PlanningsopgaveHet bestemmingsplan ‘<strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> dijken’ beschermt <strong>de</strong> aanwezige waar<strong>de</strong>n en maakt<strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> functies, voorzover <strong>de</strong>ze niet op ruimtelijke bezwaren stuiten, mogelijk.Het bestemmingsplan maakt enkele, relatief kleine, ontwikkelingen mogelijk.AdresOud Loosdrechtsedijk 105 a t/m cOud Loosdrechtsedijk 113 d t/m kNieuw Loosdrechtsedijk 212Oud Loosdrechtsedijk 117Oud Loosdrechtsedijk 103bOud Loosdrechtsedijk 79InitiatiefBestemmingswijziging van Bos naar WonenBouw 4 recreatiewoningenWijziging veran<strong>de</strong>ring recreatieterreinUitbreiding JachthavenNieuwe gebouwen voor watersportverenigingVerplaatsing woningNaast <strong>de</strong> genoem<strong>de</strong> ontwikkelingen speelt ook <strong>de</strong> ecologische verbinding <strong>de</strong> ‘Natte As’een rol in het plangebied. Doel is om <strong>de</strong> moerasgebie<strong>de</strong>n van Lauwersmeer totZeeuwse Delta met elkaar te verbin<strong>de</strong>n. Inmid<strong>de</strong>ls is <strong>de</strong> ‘Natte As’ in <strong>de</strong> Randstadopgenomen in <strong>de</strong> ‘Groene Ruggegraat’ waarin het ecologische aspect is verbon<strong>de</strong>n metan<strong>de</strong>re thema’s in het lan<strong>de</strong>lijk gebied als landschap en recreatie. Doel van <strong>de</strong> GroeneRuggegraat is het realiseren van een robuuste groene verbinding. Het is <strong>de</strong> bedoelingom in het plangebied dwars op <strong>de</strong> Oud Loosdrechtsedijk een natte verbinding terealiseren. Op dit moment is echter onvoldoen<strong>de</strong> dui<strong>de</strong>lijk wat <strong>de</strong> ruimtelijke impact van<strong>de</strong>ze verbinding is. In het bestemmingsplan kan dan ook geen rekening wor<strong>de</strong>ngehou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong>ze verbinding. Er wor<strong>de</strong>n geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die<strong>de</strong> realisatie van <strong>de</strong>ze verbindingszone kunnen frustreren.1.4 Vigeren<strong>de</strong> bestemmingsplannenHet vigeren<strong>de</strong> bestemmingsplan '<strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>' heeft vanaf 1974 tot 1987verschillen<strong>de</strong> stadia doorgemaakt. Op 22 januari 1974 is het plan door <strong>de</strong>Gemeenteraad vastgesteld. Op 15 mei 1975 is het door Ge<strong>de</strong>puteer<strong>de</strong> Statenbehan<strong>de</strong>ld en op 12 januari 1979 is het door <strong>de</strong> Kroon goedgekeurd. Reacties in dit <strong>de</strong>elvan het traject hebben aa<strong>nl</strong>eiding gegeven tot het vervaardigen van een 'Correctieplan'.Dit plan is op 28 april 1983 door <strong>de</strong> gemeenteraad goedgekeurd. Op 25 mei 1984 is hetdoor Ge<strong>de</strong>puteer<strong>de</strong> Staten goedgekeurd, en op 20 mei 1987 bij koninklijk besluit door<strong>de</strong> Kroon goedgekeurd.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Figuur 1: De ligging van het plangebied <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong> te Loosdrecht1.5 Planproces en procedureWanneer het bestemmingsplan wordt vrijgegeven voor inspraak en overleg metinstanties krijgt het <strong>de</strong> status van voorontwerp. De reacties uit <strong>de</strong> inspraak en hetoverleg wor<strong>de</strong>n verwerkt in het voorontwerp, waarna <strong>de</strong>ze <strong>de</strong> status krijgt van ontwerp.Het ontwerp gaat ter visie vóór <strong>de</strong> vaststelling door <strong>de</strong> gemeenteraad. Eventuelereacties uit <strong>de</strong>ze ter visie legging (zienswijzen) wor<strong>de</strong>n verwerkt in hetbestemmingsplan. Als er vervolgens geen rechterlijke stappen wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rnomen,krijgt het bestemmingsplan officieel rechtskracht.1.6 LeeswijzerDe toelichting dient ter on<strong>de</strong>rbouwing van het bestemmingsplan en is niet juridischbin<strong>de</strong>nd, zoals bij <strong>de</strong> planregels en <strong>de</strong> plankaart wel het geval is. De on<strong>de</strong>rbouwingbestaat uit een beschrijving van het plangebied en relevant ruimtelijk-planologischon<strong>de</strong>rzoek met betrekking tot <strong>de</strong> functies in het plangebied.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 3 - 1 september 2010


In <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> hoofdstukken wordt na<strong>de</strong>r ingegaan op het huidige beleidska<strong>de</strong>r, eenruimtelijk-functionele analyse (en in het bijzon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> thema’s water en bescherm<strong>de</strong>natuurwaar<strong>de</strong>n) en on<strong>de</strong>rzoek dat verband houdt met milieuhin<strong>de</strong>r.Ver<strong>de</strong>r wordt aandacht besteed aan <strong>de</strong> juridische regeling en <strong>de</strong> economische enmaatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


2 BELEIDSKADER2.1 RijkNota Ruimte (2006)De Eerste en Twee<strong>de</strong> Kamer hebben op respectievelijk 17 januari 2006 en 17 mei 2005<strong>de</strong> Nota Ruimte vastgesteld. De nota geldt als <strong>de</strong>el 4 van <strong>de</strong> planologischekernbeslissing (PKB-procedure). De Nota Ruimte is <strong>de</strong> vervanger van <strong>de</strong> niet afgeron<strong>de</strong>Vijf<strong>de</strong> nota van <strong>de</strong> ruimtelijke or<strong>de</strong>ning. Hiermee is zij <strong>de</strong> opvolger van <strong>de</strong> Vier<strong>de</strong> notaover <strong>de</strong> ruimtelijke or<strong>de</strong>ning Extra (VINEX) en <strong>de</strong> actualisering hierop (VINAC). Met <strong>de</strong>inwerkingtreding van <strong>de</strong> Nota Ruimte vervalt tevens het Structuurschema GroeneRuimte. De Nota Ruimte fungeert als (ruimtelijke) basis voor een aantalbeleidsuitwerkingen. Dat zijn met name <strong>de</strong> Nota Mobiliteit, <strong>de</strong> Agenda Vitaal Platteland,<strong>de</strong> Nota Pieken in <strong>de</strong> Delta, het Actieprogramma Cultuur en Ruimte en een aantalgebiedsspecifieke beleidsnota’s zoals <strong>de</strong> PKB Der<strong>de</strong> Nota Wad<strong>de</strong>nzee en <strong>de</strong> PKBRuimte voor <strong>de</strong> Rivieren.In <strong>de</strong> Nota Ruimte wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> hoofdlijnen van het nationaal ruimtelijk beleid voor <strong>de</strong>perio<strong>de</strong> tot 2020 aangegeven met een doorkijk naar 2030. De nota heeft als motto‘<strong>de</strong>centraal wat kan, centraal wat moet’ en stelt ruimte voor ontwikkeling centraal.Het Rijk hanteert in <strong>de</strong> Nota Ruimte vier doelen:• Versterking van <strong>de</strong> internationale concurrentiepositie van Ne<strong>de</strong>rland;• Krachtige ste<strong>de</strong>n en een vitaal platteland;• Borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waar<strong>de</strong>n;• Borging van veiligheid.Voor het bereiken van <strong>de</strong> gestel<strong>de</strong> doelen gaat Het Rijk uit van eenontwikkelingsgerichte bena<strong>de</strong>ring.In <strong>de</strong> nota wordt uitgegaan van een nationale Ruimtelijke Hoofdstructuur (RHS).Hiermee wordt het geheel van gebie<strong>de</strong>n en netwerken bedoeld die het Rijk vannationaal belang vindt. Daar streeft het Rijk naar meer dan basiskwaliteit alleen.Een on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> RHS zijn <strong>de</strong> nationale landschappen.De overheid wil het Nationaal Landschap Groene Hart in <strong>de</strong> toekomst ver<strong>de</strong>rontwikkelen als een gebied voor 'rust, ruimte en groen' en daarbij een goe<strong>de</strong> balansbewaren met landbouw en veeteelt. De rijksoverheid, provincies, gemeenten,hoogheemraadschappen en belangenorganisaties werken samen om dit doel tebereiken. Het ministerie van VROM heeft een regierol. Het ministerie geeft indocumenten als <strong>de</strong> Nota Ruimte <strong>de</strong> toekomstige ontwikkelingsrichting voor het GroeneHart aan.De bijzon<strong>de</strong>re landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten van <strong>de</strong>waar<strong>de</strong>n, plassen en venen in het Groene Hart dragen in belangrijke mate bij aan <strong>de</strong>kwaliteit van <strong>de</strong> Randstad als geheel. Daartoe behoren ook <strong>de</strong> kenmerken<strong>de</strong> elementenvan <strong>de</strong> Nieuwe Hollandse Waterlinie en <strong>de</strong> Stelling van Amsterdam.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 5 - 1 september 2010


Uitgangspunt voor <strong>de</strong> ontwikkeling van het Groene Hart als geheel is <strong>de</strong> invulling enuitwerking van een kwaliteitszonering. Dat houdt in dat verschillen<strong>de</strong> zones elk meteigen richting en snelheid ontwikkeld kunnen wor<strong>de</strong>n. Gebie<strong>de</strong>n waar vooral eengroen/blauwe ontwikkeling wordt voorgestaan zijn het Hollands-UtrechtsVeenwei<strong>de</strong>ngebied, <strong>de</strong> Waar<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> Plassen. De economische vitaliteit van hetgebied vraagt om nieuwe economische dragers. Die kunnen on<strong>de</strong>r meer wor<strong>de</strong>ngevon<strong>de</strong>n in functiecombinaties van <strong>de</strong> wateropgave met an<strong>de</strong>re opgaven. De reedslopen<strong>de</strong> strategische projecten zoals De Venen (kwaliteitszonering) wor<strong>de</strong>n versneldaangepakt.De provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht hebben in opdracht van het rijken in overleg met an<strong>de</strong>re betrokkenen (verenigd in het platform Groene Hart) een’Ontwikkelingsprogramma Groene Hart’ opgesteld dat uitwerking geeft aan hetontwikkelingsperspectief voor het Groene Hart. Het rijk zal als opdrachtgever inhou<strong>de</strong>lijken financieel actief betrokken blijven en op basis van <strong>de</strong> resultaten van hetontwikkelingsprogramma, afspraken maken over <strong>de</strong> financiering van <strong>de</strong> ontwikkelingenen <strong>de</strong> eventueel benodig<strong>de</strong> an<strong>de</strong>re instrumenten en het zal <strong>de</strong> ontwikkelingenmonitoren. Specifiek moet rekening wor<strong>de</strong>n gehou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> aanwezigecultuurhistorische en landschappelijke waar<strong>de</strong>n en het “ja, mits-regime” dat in hetGroene Hart geldt. Dit regime geldt voor alle nationale landschappen en houdt in datruimtelijke ontwikkelingen wel mogelijk zijn maar alleen als <strong>de</strong> kernkwaliteiten van hetbetreffen<strong>de</strong> landschap behou<strong>de</strong>n blijven of wor<strong>de</strong>n versterkt. De Kwaliteitsatlas GroeneHart is een website die met beel<strong>de</strong>n laat zien hoe <strong>de</strong> belangrijkste kernkwaliteiten er inhet veld uitzien. 1Specifieke opgaven:Duurzaam behoud van <strong>de</strong> kwaliteiten in <strong>de</strong> veenwei<strong>de</strong>ngebie<strong>de</strong>n. Er zijn scherpe enrobuuste keuzen nodig om <strong>de</strong> kwaliteiten van het veenwei<strong>de</strong>landschap duurzaam tebehou<strong>de</strong>n. Voor het beheer is behoud van grondgebon<strong>de</strong>n veeteelt is een voorwaar<strong>de</strong>;Goe<strong>de</strong> samenhang met <strong>de</strong> ontwikkeling van <strong>de</strong> Stelling van Amsterdam (gebaseerd op<strong>de</strong> internationale richtlijnen voor het Werel<strong>de</strong>rfgoed) en <strong>de</strong> Nieuwe Hollandse Waterlinie(uitgaan<strong>de</strong> van het zogenoem<strong>de</strong> ‘Linieperspectief Panorama Krayenhoff’).De economische vitaliteit van het gebied behou<strong>de</strong>n en versterken. Dit vraagt omontwikkeling van nieuwe economische dragers;• Benutting van <strong>de</strong> kansen die het water biedt. De <strong>de</strong>elstroomgebiedsvisies moetenwor<strong>de</strong>n uitgevoerd. Daarbij zullen functiecombinaties moeten wor<strong>de</strong>n gezocht met<strong>de</strong> overige opgaven;• Benutting van functiecombinaties met wateropgaven;• Integratie en snelle uitvoering van <strong>de</strong> lopen<strong>de</strong> strategische Groene Hartprojecten.Agenda Vitaal Platteland 2004Tegelijk met <strong>de</strong> Nota Ruimte heeft het rijk <strong>de</strong> Agenda voor een Vitaal Plattelanduitgebracht. Deze Agenda gaat uit van een integraal perspectief en richt zich op <strong>de</strong>economische, ecologische en sociaal-culturele aspecten van het platteland. De NotaRuimte omvat het ruimtelijk beleid voor het platteland.1 www.kwaliteitsatlas.<strong>nl</strong>9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


De Agenda bestaat uit een visie<strong>de</strong>el en een Meerjarenprogramma (MJP). In het MJPVitaal Platteland staan <strong>de</strong> beleidsopgaven die voortvloeien uit <strong>de</strong> visie uitgewerkt inoperationele termen (uitvoeringsgericht) en is <strong>de</strong> koppeling met <strong>de</strong> rijksbudgettenweergegeven. De opgave voor het platteland luidt als volgt: het op samenhangen<strong>de</strong>wijze combineren van een duurzame en concurreren<strong>de</strong> landbouw, een vitale natuur, eenvertrouwd platteland en een duurzaam beheer en gebruik van water, met <strong>de</strong> wensenvan <strong>de</strong> burger op het gebied van wonen, werken en vrije tijd.Voor <strong>de</strong> grondgebon<strong>de</strong>n sectoren als akkerbouw en melkveehou<strong>de</strong>rij wordt geenspecifiek ruimtelijk rijksbeleid ontwikkeld. Via <strong>de</strong> ruimtelijke or<strong>de</strong>ning kunnen an<strong>de</strong>reoverhe<strong>de</strong>n regelen in welke gebie<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze sectoren zich kunnen handhaven of ver<strong>de</strong>rontwikkelen.De overheid geeft ruimte aan on<strong>de</strong>rnemerschap op het platteland, on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re doorvermin<strong>de</strong>ring van regelgeving, door kennis, door het starten van eenon<strong>de</strong>rnemersprogramma, <strong>de</strong> inzet van plattelandsmid<strong>de</strong>len en door ruimtelijk beleid.Een vitaal platteland vereist een vitale landbouw. Boeren staan voor <strong>de</strong> opgave om inperio<strong>de</strong> van afnemen<strong>de</strong> inkomsten en toenemen<strong>de</strong> eisen (milieu, ruimtelijke e<strong>nl</strong>andschappelijke kwaliteit) een duurzame bedrijfsvoering te ontwikkelen. Groenediensten zullen voor een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rnemers een bijdrage kunnen leveren aaneen nieuw ontwikkelingsperspectief.De kwaliteitseisen voor water, natuur, bo<strong>de</strong>m (inclusief archeologie) en lucht, wor<strong>de</strong>n inbelangrijke mate bepaald door internationale verdragen en afspraken in Europeesverband. Voorbeel<strong>de</strong>n daarvan zijn <strong>de</strong> EU-Nitraatrichtlijn, <strong>de</strong> EU-Ka<strong>de</strong>rrichtlijn Water, <strong>de</strong>EU-Vogel- en Habitatrichtlijnen, het mondiaal Biodiversiteitsverdrag en het Verdrag vanValletta (Malta) inzake <strong>de</strong> bescherming van het archeologisch erfgoed. De daarinvastgeleg<strong>de</strong> normen zijn vertaald naar het nationaal milieubeleid.Waterbeleid voor <strong>de</strong> 21e eeuw/ Nationaal Bestuursakkoord Water (2003)Het kabinet is van mening dat een omslag in het waterbeleid en in het <strong>de</strong>nken overwater noodzakelijk is om Ne<strong>de</strong>rland <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> eeuw, wat betreft het water, voldoen<strong>de</strong>veilig, leefbaar en aantrekkelijk te hou<strong>de</strong>n. Dit kabinetsstandpunt heeft zij neergelegd in<strong>de</strong> notitie Waterbeleid 21 e eeuw en kan gezien wor<strong>de</strong>n als een ver<strong>de</strong>re concretiseringvan het thema veiligheid uit <strong>de</strong> vier<strong>de</strong> Nota Waterhuishouding.De volgen<strong>de</strong> uitgangspunten staan centraal in het waterbeleid voor <strong>de</strong> 21 e eeuw:• Betere bewustwording creëren on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> bevolking van gevaren en meer draagvlakvoor het waterbeleid;• Een an<strong>de</strong>r aanpak voor veiligheid en wateroverlast;- Anticiperen in plaats van reageren:- Anticiperen op toekomstige klimaatveran<strong>de</strong>ringen en bo<strong>de</strong>mdaling en daarbijrekening hou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> onzekerheid die hiermee is gemoeid;- Méér ruimte naast techniek om <strong>de</strong> gevolgen van zeespiegelstijging,bo<strong>de</strong>mdaling en klimaatveran<strong>de</strong>ring op te vangen;- Verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n niet afwentelen op bene<strong>de</strong>nstrooms gelegen regio’s/ <strong>de</strong>drietrapsstrategie “vasthou<strong>de</strong>n-bergen-afvoeren” is dan op het niveau vanstroomgebie<strong>de</strong>n en <strong>de</strong>elstroomgebie<strong>de</strong>n het lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> principe;<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 7 - 1 september 2010


• Ruimte voor water vergrotenZowel nu als in het licht van <strong>de</strong> toekomstige ontwikkelingen is in alle <strong>de</strong>len overlastte kunnen opvangen en afvoeren;• Ruimte voor water behou<strong>de</strong>nRuimte die nu beschikbaar is voor <strong>de</strong> bescherming tegen overstromingen enwateroverlast moet ten minste behou<strong>de</strong>n blijven. De aanwezige ruimte mag nietsluipen<strong>de</strong>rwijs verloren gaan bij <strong>de</strong> uitvoering van nieuwe ruimtelijke projecten.De watertoetsSinds <strong>de</strong> startovereenkomst Waterbeleid 21 e eeuw (WB21) in februari 2001 is <strong>de</strong>watertoets een actueel on<strong>de</strong>rwerp. Door het Rijk, <strong>de</strong> Vereniging van Ne<strong>de</strong>rlandseGemeenten (VNG), het Inter Provinciaal Overleg (IPO) en <strong>de</strong> Unie van Waterschappen(UvW) is afgesproken dat op alle ruimtelijke plannen, waaron<strong>de</strong>r bestemmingsplannen,<strong>de</strong> watertoets van toepassing is. Op 1 november 2003 is <strong>de</strong> wijziging in het Besluit op<strong>de</strong> ruimtelijke or<strong>de</strong>ning (Bro) van kracht, waarmee <strong>de</strong> watertoets een verplicht on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>elis gewor<strong>de</strong>n bij ruimtelijke plannen. Mid<strong>de</strong>ls <strong>de</strong> Handreiking watertoets (oktober 2001)en <strong>de</strong> Handreiking watertoets 2 (<strong>de</strong>cember 2003) is het proces van <strong>de</strong> watertoetsglobaal ingevuld.De watertoets is een procesinstrument en omvat <strong>de</strong> hele procedure van elkaarvroegtijdig informeren, adviseren, gezame<strong>nl</strong>ijk afwegen en uitein<strong>de</strong>lijk beoor<strong>de</strong>len van<strong>de</strong> waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten van zowel Rijk,provincies als gemeenten. Het laat zien welke gevolgen <strong>de</strong> plannen hebben voor hetwater en het waterbeheer. Uitgangspunten bij een watertoets zijn: het voorkomen vanwateroverlast en zorgen dat waterproblemen niet afgewenteld wor<strong>de</strong>n op an<strong>de</strong>regebie<strong>de</strong>n in ruimte en tijd. Conform het waterbeleid voor <strong>de</strong> 21 e eeuw (WB 21) gaat hetdaarbij om het op een goe<strong>de</strong> manier van vasthou<strong>de</strong>n, bergen en afvoeren van water enschoonhou<strong>de</strong>n, schei<strong>de</strong>n en zuiveren van water.Het voornemen van <strong>de</strong> overheid om <strong>de</strong> Wet op <strong>de</strong> ruimtelijke or<strong>de</strong>ning (Wro) tevernieuwen (voorstel mei 2003) gaat veel invloed hebben op onze wijze hoe we inNe<strong>de</strong>rland omgaan met ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets blijft eenbelangrijk adviestraject, maar zal min<strong>de</strong>r prominent <strong>de</strong> planologische besluitvormingbepalen. Waar het om gaat is dat water als één van <strong>de</strong> or<strong>de</strong>nen<strong>de</strong> principes bij hetopstellen van plannen en besluiten wordt gehanteerd, net als bijvoorbeeld bo<strong>de</strong>m,geluid en infrastructuur.Nationaal Waterplan 2009Het ontwerp Nationaal Waterplan is <strong>de</strong> opvolger van <strong>de</strong> Vier<strong>de</strong> Nota Waterhuishoudinguit 1998 en vervangt alle voorgaan<strong>de</strong> Nota's Waterhuishouding. Het NationaalWaterplan is opgesteld op basis van het wetsvoorstel Waterwet dat naar verwachting in2009 in werking zal tre<strong>de</strong>n. Het Nationaal Waterplan beschrijft <strong>de</strong> hoofdlijnen van hetnationale waterbeleid. Op basis van <strong>de</strong> Wet ruimtelijke or<strong>de</strong>ning heeft het NationaalWaterplan voor <strong>de</strong> ruimtelijke aspecten <strong>de</strong> status van structuurvisie. Belangrijkeon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len van het Nationaal Waterplan zijn het nieuwe beleid op het gebied vanwaterveiligheid, het beleid voor het IJsselmeergebied, het Noordzeebeleid en <strong>de</strong>Stroomgebiedbeheerplannen op grond van <strong>de</strong> KRW. Tevens bevat het NationaalWaterplan een eerste beleidsmatige uitwerking van <strong>de</strong> kabinetsreactie op het adviesvan <strong>de</strong> Deltacommissie9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Nota Belvedère, over <strong>de</strong> relatie cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting (1999)Het vecht- en plassengebied is aangewezen als Belvedèregebied. In <strong>de</strong> nota staat hetbeleid ten aanzien van het cultuurhistorisch en het (te verwachten) archeologischerfgoed beschreven. De directe omgeving rond Loosdrecht wordt getypeerd alsveenwei<strong>de</strong>landschap, waar zeer lange verkavelingen, soms in waaiervorm, enkarakteristieke lintbebouwing langs <strong>de</strong> ontginningsassen met waar<strong>de</strong>volle boer<strong>de</strong>rijenvoorkomen. Instandhouding van <strong>de</strong> cultuurhistorische waar<strong>de</strong>volle verveningsrestantenen petgaten en restanten van een<strong>de</strong>nkooien, jaagpa<strong>de</strong>n, ka<strong>de</strong>n en weteringen is vanessentieel belang. Het is wenselijk <strong>de</strong> cultuurhistorische i<strong>de</strong>ntiteit beter uit te dragen ente beschermen mid<strong>de</strong>ls bestemmingsplannen.De provincie Noord-Holland heeft <strong>de</strong>ze nota uitgewerkt in een provinciale cultuurnota.Hierin wordt na<strong>de</strong>r ingegaan op <strong>de</strong> cultuurhistorische en archeologische waar<strong>de</strong>n vanhet plangebied.Linieperspectief ‘Panorama Krayenhoff’De Nieuwe Hollandse Waterlinie wordt in <strong>de</strong> Nota Belvedère voorgesteld als NationaalProject en in <strong>de</strong> <strong>de</strong>r<strong>de</strong> Architectuurnota (2000) aangewezen als een van <strong>de</strong> tien‘Grote Projecten’. Panorama Krayenhoff bevat het Linieperspectief: <strong>de</strong> breed gedragenvisie op <strong>de</strong> uitvoering van het Nationaal Project Nieuwe Hollandse Waterlinie.De doelstelling van het Nationaal Project zijn om <strong>de</strong> Waterlinie te koesteren en terenoveren als collectieve geheugensteun, te beschermen en te ontwikkelen als groenblauwetegenhanger van het ste<strong>de</strong>lijk netwerk en in te zetten en uit te bouwen alsrelevant on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> Ne<strong>de</strong>rlandse waterbeheersing.Actieprogramma Ruimte en Cultuur (2005)In dit actieprogramma wor<strong>de</strong>n het architectuurbeleid en het Belvedèrebeleidgeactualiseerd en in één programma verbon<strong>de</strong>n. Het belangrijkste doel van hetActieprogramma Ruimte en Cultuur is <strong>de</strong> versterking van <strong>de</strong> ruimtelijke kwaliteit vanonze gebouwen, dorpen, ste<strong>de</strong>n en landschappen.Ten aanzien van ro<strong>de</strong> functies streeft <strong>de</strong>ze nota naar een aantrekkelijke woon- enwerkomgeving. Hiervoor moet gezocht wor<strong>de</strong>n naar betekenisvolle visies, eenbetekenisvolle relatie met het verle<strong>de</strong>n en een goe<strong>de</strong> bove<strong>nl</strong>okale samenhang.Het ontwerp dient <strong>de</strong> vorming van het karakter van <strong>de</strong> omgeving.In het lan<strong>de</strong>lijk gebied moet wor<strong>de</strong>n gezocht naar ruimtelijke kwaliteit gebaseerd opevenwicht tussen ecologische, economische en esthetische aspecten.De omvang van <strong>de</strong> wateropgave biedt <strong>de</strong> mogelijkheid een nieuwe betekenisvolle laagaan het Ne<strong>de</strong>rlandse cultuurlandschap toe te voegen. Dit kan wor<strong>de</strong>n bereikt doorsamenwerking tussen landschapsarchitecten, cultuurhistorici en technici in hetontwerptraject van waterprojecten.Infrastructuur dient te wor<strong>de</strong>n ingepast in <strong>de</strong> lan<strong>de</strong>lijke en ste<strong>de</strong>lijke omgeving.Daarnaast moet er meer aandacht wor<strong>de</strong>n besteedt aan <strong>de</strong> betekenis van infrastructuurals openbare ruimte.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 9 - 1 september 2010


Europese ka<strong>de</strong>rrichtlijn water (2000)De Ka<strong>de</strong>rrichtlijn Water geeft het ka<strong>de</strong>r voor <strong>de</strong> bescherming van landoppervlaktewater,overgangswater, kustwater en grondwater. Voor oppervlaktewater betekent dit dat eengoe<strong>de</strong> ecologische toestand en een goe<strong>de</strong> chemische toestand bereikt moet wor<strong>de</strong>n.Momenteel is DWR aan het uitzoeken hoe om te gaan met <strong>de</strong> Europese ka<strong>de</strong>rrichtlijnwater (KRW). Het streven is een stroomgebiedsbeheerplan in 2009 vast te stellen. Hetstroomgebiedsbeheerplan is een integraal plan waarin invulling is gegeven aan zowel<strong>de</strong> KRW als waterbeheer 21 e eeuw.Europese Vogel en Habitatrichtlijn (1999)Op basis van een aantal kwalificeren<strong>de</strong> vogelsoorten zijn <strong>de</strong> Oostelijke Vechtplassen,waar het plangebied zich in bevindt, bij besluit van 20 maart 2000 door het ministerievan LNV aangewezen als Speciale Beschermingszone on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Vogelrichtlijn, eenzogenaamd Vogelrichtlijngebied. Nieuwe plannen of projecten in en in <strong>de</strong> nabijheid vanSpeciale Beschermingszones wor<strong>de</strong>n getoetst aan <strong>de</strong> Habitatrichtlijn, die ook hetbeschermingsregime biedt voor vogelrichtlijngebie<strong>de</strong>n.2.2 ProvincieStructuurvisie Noord-Holland 2040Provinciale Staten van <strong>de</strong> provincie Noord-Holland hebben op 21 juni <strong>de</strong> Structuurvisie2040 aangenomen. Eind 2009 heeft <strong>de</strong> Structuurvisie Noord-Holland 2040 ter inzagegelegen. De provincie zet in op klimaatbestendigheid, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamruimtegebruik. In het ka<strong>de</strong>r van klimaatbestendigheid dient er ruimte gevon<strong>de</strong>n tewor<strong>de</strong>n voor bescherming tegen wateroverlast, voor voldoen<strong>de</strong> schoon drinkwater envoor duurzame energie. De ruimtelijke kwaliteit wordt operationeel gemaakt in hetbehoud van het Noord-Hollandse landschap door ver<strong>de</strong>re ontwikkeling van <strong>de</strong> kwaliteiten diversiteit van het landschap. Duurzaam ruimtegebruik wordt nagestreefd doorfuncties slim te combineren en te zorgen dat <strong>de</strong>ze goed bereikbaar zijn.In <strong>de</strong> Structuurvisie Noord Holland is in het beleid voor bun<strong>de</strong>ling van verste<strong>de</strong>lijking <strong>de</strong>term <strong>de</strong> term ‘Bestaand Bebouwd Gebied’ (BBG) geïntroduceerd. Het beleid betreffen<strong>de</strong>BBG volgt in feite het ro<strong>de</strong>-contourbeleid’ op. Uitgangspunt is dat verste<strong>de</strong>lijking alleenbinnen BBG plaatsvind. Buiten BBG is bij uitzon<strong>de</strong>ring (ontheffing) mogelijk en alleendan wanneer <strong>de</strong> landschappelijke kwaliteiten gewaarborgd blijven.Voor het plangebied zijn ten opzichte van het voorheen gel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> streekplan geeningrijpen<strong>de</strong> beleidsveran<strong>de</strong>ringen voorzien voor wat betreft het gewenste gebruik eninrichting van het gebied.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Provinciale Ruimtelijke veror<strong>de</strong>ning Structuurvisie (2010)Met <strong>de</strong> inwerkingtreding van <strong>de</strong> nieuwe Wet ruimtelijke or<strong>de</strong>ning (Wro) in 2008 hebbenprovincies <strong>de</strong> bevoegdheid gekregen een ruimtelijke veror<strong>de</strong>ning vast te stellen. In <strong>de</strong>zeveror<strong>de</strong>ning kan <strong>de</strong> provincie regels stellen met betrekking tot <strong>de</strong> inhoud vangemeentelijke bestemmingsplannen, projectbesluiten en beheersveror<strong>de</strong>ningen. Bij hetstellen van <strong>de</strong>ze regels moeten provinciale belangen in het geding zijn.In een provinciale veror<strong>de</strong>ning kunnen regels zijn opgenomen ter bescherming vanspecifieke waar<strong>de</strong>n (zoals natuur-, landschappelijke of cultuurhistorische waar<strong>de</strong>n) often behoeve van bepaal<strong>de</strong> ruimtelijke ontwikkelingen (bijvoorbeeld vestigingsregels voorintensieve veehou<strong>de</strong>rij of <strong>de</strong>tailhan<strong>de</strong>lsvoorzieningen). De gemeente heeft <strong>de</strong> plichtbestemmingsplannen aan te passen aan <strong>de</strong> provinciale veror<strong>de</strong>ning.De Provinciale veror<strong>de</strong>ning van Noord-Holland stelt regels voor on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re <strong>de</strong>on<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong> on<strong>de</strong>rwerpen (voor zover voor <strong>de</strong> gemeente Wij<strong>de</strong>meren van belang):• bun<strong>de</strong>ling van verste<strong>de</strong>lijking en locatiebeleid economische activiteiten;• rijksbufferzones;• ecologische hoofdstructuur• nationale landschappen (inclusief werel<strong>de</strong>rfgoedgebie<strong>de</strong>n Stelling vanAmsterdam en <strong>de</strong> Beemster);• het regionaal watersysteem.Het overgrote <strong>de</strong>el van het plangebied is in <strong>de</strong> veror<strong>de</strong>ning aangewezen als lan<strong>de</strong>lijkgebied. Dit betekent dat daar geen bestemmingen wor<strong>de</strong>n aangewezen die nieuweste<strong>de</strong>lijke functies of nieuwe niet-ste<strong>de</strong>lijke functies met aanzie<strong>nl</strong>ijke ruimtelijke effectenmogelijk maken.Figuur 3: Kaart lan<strong>de</strong>lijk gebied (bron: Provinciale ruimtelijke veror<strong>de</strong>ning)<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 11 - 1 september 2010


Op een aantal punten is aan Ge<strong>de</strong>puteer<strong>de</strong> Staten een ontheffingsbevoegdheidverleend.Provinciaal Waterplan Noord-Holland 2006-2010 “Bewust omgaan met water” (2006)In het Provinciaal Waterplan wordt <strong>de</strong> provinciale visie weergegeven op hetwaterhuishoudingsbeleid. Door <strong>de</strong> ontwikkelingen in het nationale en Europese beleid,is <strong>de</strong> beleidsaanpak weze<strong>nl</strong>ijk an<strong>de</strong>rs dan het vorige waterhuishoudingsplan.Klimaatveran<strong>de</strong>ring, zeespiegelstijging en bo<strong>de</strong>mdaling hebben steeds meer invloed ophet beheer van ons water. Veiligheid, wateroverlast en –tekort, waterkwaliteit en gron<strong>de</strong>ndrinkwater zijn <strong>de</strong> vier waterthema’s.Inwoners en bedrijven dienen te allen tij<strong>de</strong> optimaal beschermd te zijn tegenoverstromingen en wateroverlast. Uiterlijk in 2015 moet het watersysteem op or<strong>de</strong> zijnzodat het in staat is om <strong>de</strong> neerslaghoeveelhe<strong>de</strong>n op te vangen. De implementatie van<strong>de</strong> Ka<strong>de</strong>rrichtlijn Water (KRW) markeert een trendbreuk in het waterkwaliteitsbeleid.De streefbeel<strong>de</strong>n van voorheen zijn nu doelen met resultaatsverplichting. Dat vraagt omrealistische ambities en uitvoerbare en kosteneffectieve maatregelen. Gebie<strong>de</strong>n moetenmeer dan voorheen hun eigen karakteristieke waterkwaliteit behou<strong>de</strong>n.In <strong>de</strong> huidige ruimtelijke inrichting wordt te weinig rekening gehou<strong>de</strong>n met het schei<strong>de</strong>nvan waterkwaliteiten. De waterkwaliteit mag zeker niet meer verslechteren.Kosteneffectieve “altijd goed”-maatregelen wor<strong>de</strong>n uitgevoerd, gericht op het voorkomenvan voorkomen van verslechtering en het behalen van <strong>de</strong> waterkwaliteitsdoelen inbescherm<strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n, zoals Vogel- en Habitatrichtlijn gebie<strong>de</strong>n en gebie<strong>de</strong>n voordrinkwatervoorziening. Ook verdrogingsbestrijding blijft een speerpunt. Vooral inkarakteristieke natuurgebie<strong>de</strong>n.Het plan beschrijft op hoofdlijnen <strong>de</strong> functies van het oppervlaktewater en on<strong>de</strong>rscheidt<strong>de</strong> grondgebruikcategorieën die <strong>de</strong> waterschappen moeten faciliteren. Voor <strong>de</strong> liggingvan <strong>de</strong> grondgebruikcategorieën wordt verwezen naar e streek- enbestemmingsplannen en <strong>de</strong> sectorale beleidsplannen binnen natuur, landschap e<strong>nl</strong>andbouw.Provinciaal Milieubeleidsplan (2009 - 2013)Op 28 september 20009 is door Provinciale Staten het Provinciaal Milieubeleidsplan2009 – 2013 vastgesteld en in werking getre<strong>de</strong>n. Het plan biedt gemeenten enwaterschappen een ka<strong>de</strong>r voor hun beleid en geeft on<strong>de</strong>rnemers en burgers inzicht intoekomstige ontwikkelingen en maatregelen.Dit Milieubeleidsplan is gericht op <strong>de</strong> planperio<strong>de</strong> 2009 – 2013 en gericht op hetverbeteren van <strong>de</strong> milieukwaliteit met het oog op:1. het voorkomen van scha<strong>de</strong> aan <strong>de</strong> menselijke gezondheid;2. het stimuleren van duurzame ontwikkeling in Noord-Holland voor nu en in <strong>de</strong>toekomst, zon<strong>de</strong>r afwenteling van <strong>de</strong> milieubelasting naar el<strong>de</strong>rs.Cultuurnota Noord-Holland 2005-2008GS hebben op 13 <strong>de</strong>cember 2004 <strong>de</strong> Cultuurnota 2005 - 2008 vastgesteld. Deze richtzich vooral op twee zaken:• Een goe<strong>de</strong> toegankelijkheid van cultuur voor ie<strong>de</strong>reen, met speciale aandacht voor<strong>de</strong> schoolgaan<strong>de</strong> jeugd en daarmee voor cultuureducatie.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


• Culturele planologie: Integratie van cultuur met an<strong>de</strong>re beleidsterreinen, zoalsruimtelijke or<strong>de</strong>ning, ste<strong>de</strong>lijke vernieuwing, landschapbeheer, e.d.• De provincie stelt on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> prioriteiten: extra aandacht voorintegratie van cultuur en cultuurhistorie met toerisme en recreatie en ontwikkeling enuitvoering van gebiedsgerichte programma’s en projecten.• Twee instrumenten van <strong>de</strong> provincie voor cultuurbehoud en ontwikkeling zijn‘Cultuurhistorische Waar<strong>de</strong>nkaart Noord-Holland’ en ‘cultuurhistorischeregioprofielen’.Cultuurhistorische waar<strong>de</strong>nkaart Provincie Noord-HollandDeze kaart is een uitwerking van <strong>de</strong> nota Belvedère en geeft inzicht in <strong>de</strong>archeologische-, historisch-, ste<strong>de</strong>nbouwkundige- en <strong>de</strong> historisch-geografischewaar<strong>de</strong>n. Cultuurhistorische waar<strong>de</strong>n zijn van belang voor <strong>de</strong> i<strong>de</strong>ntiteit, <strong>de</strong>herkenbaarheid en het karakter van een gebied of een dorp. De cultuurhistorischewaar<strong>de</strong>n moeten in een vroeg stadium van planontwikkeling wor<strong>de</strong>n geïnventariseerd bijhet ontwerp wor<strong>de</strong>n gebruikt en bij <strong>de</strong> vaststelling wor<strong>de</strong>n meegewogen. Er moeton<strong>de</strong>rbouwd wor<strong>de</strong>n aangegeven op welke wijze het culturele erfgoed zoveel mogelijkbehou<strong>de</strong>n blijft, hersteld of als inspiratiebron gebruikt wordt voor nieuwe ontwikkelingen.Nota Cultuurhistorische RegioprofielenIn <strong>de</strong> nota wor<strong>de</strong>n verschillen<strong>de</strong> basisstructuren on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n die kenmerkend zijnvoor <strong>de</strong> landschappelijke en cultuurhistorische i<strong>de</strong>ntiteit van <strong>de</strong> provincie. Voor hetplangebied geldt dat het <strong>de</strong>el uitmaakt van een te versterken cultuurhistorisch gebied.Voor Loosdrecht wordt <strong>de</strong> lintbebouwing langs <strong>de</strong> dijk en <strong>de</strong> verkavelingstructuren als tebehou<strong>de</strong>n elementen aangemerkt. Het plangebied maakt <strong>de</strong>el uit van het Gooi- envechtstreek gebied. Het is een regio met grote contrasten die het gevolg zijn vannatuurlijke processen. Het plangebied valt in <strong>de</strong> zone van het linieperspectief. Dit is eenon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> Nieuwe Hollandse Waterlinie. Ook <strong>de</strong> Ruimtelijke en cultureleverbindingszone Stelling van Amsterdam valt hieron<strong>de</strong>r. Deze stelling loopt ten westenvan het plangebied. In <strong>de</strong> komen<strong>de</strong> jaren wordt er door <strong>de</strong> provincie het initiatiefgenomen voor ver<strong>de</strong>re ontwikkeling en uitvoering hiervan. Daarbij wordt er zoveelmogelijk aangesloten bij lopen<strong>de</strong> projecten en programma’s, zoals Noord-HollandMid<strong>de</strong>n, het Groene Hart en het nationaal project Nieuwe Hollandse Waterlinie. Hetlinieperspectief is hier een on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van.Economische Agenda (2008-2011)In <strong>de</strong> Economische Agenda staat het economische beleid van <strong>de</strong> provincie Noord-Holland. Er wordt on<strong>de</strong>rscheid gemaakt tussen Noord-Holland Noord en Noord-HollandZuid. Voor Noord-Holland Zuid is <strong>de</strong> doelstelling het versterken van <strong>de</strong> internationaleconcurrentiepositie. Dit speelt vooral een rol voor <strong>de</strong> economische centra buitenWij<strong>de</strong>meren (Schiphol, Aalsmeer, <strong>de</strong> Noordzeehavens, het Gooi). Over het algemeenhoudt <strong>de</strong> provincie vast aan drie thema’s:• Voldoen<strong>de</strong> en kwalitatief goe<strong>de</strong> vestigingsmogelijkhe<strong>de</strong>n van bestaan<strong>de</strong> bedrijvenen economische centra.• Het oplossen van knelpunten in <strong>de</strong> bereikbaarheid van werklocaties.• Het versterken van <strong>de</strong> kennisintensieve bedrijvigheid in Noord-Holland.De provincie geeft in <strong>de</strong> Agenda aan te streven naar <strong>de</strong> realisering van <strong>de</strong> RegionaalEconomische Stimulering Programma’s (RES-Programma’s). On<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re het<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 13 - 1 september 2010


programma voor <strong>de</strong> Gooi en Vechtstreek zal met een extra impuls wor<strong>de</strong>n voortgezet.Belangrijk project in dit programma is het project Toerisme en recreatie (Wij<strong>de</strong>meren).Nota Een goe<strong>de</strong> plek voor ie<strong>de</strong>r bedrijf, naar een nieuw locatiebeleid in Noord-Holland(2005)Met het voorgenomen rijksbeleid uit <strong>de</strong> Nota Ruimte is er voor het locatiebeleid eennieuwe richting ingezet. Hierbij ligt <strong>de</strong> nadruk meer op het regionaal bie<strong>de</strong>n vanvoldoen<strong>de</strong> vestigingsmogelijkhe<strong>de</strong>n voor ie<strong>de</strong>re activiteit met economische gevolgendan voorheen het geval was. Tegelijkertijd is het locatiebeleid door het rijkge<strong>de</strong>centraliseerd; aan provincies, ka<strong>de</strong>rwetgebie<strong>de</strong>n en gemeenten wordt gevraagd <strong>de</strong>globale rijksdoelstellingen en uitgangspunten uit te werken. Deze nota is <strong>de</strong> provincialeuitwerking van het locatiebeleid. Het beleids- en toetsingska<strong>de</strong>r zullen wor<strong>de</strong>nopgenomen in <strong>de</strong> Leidraad Provinciaal Ruimtelijk Beleid.Agenda Recreatie en Toerisme 2008 – 2011Het doel van het recreatiebeleid van <strong>de</strong> provincie is het tot stand brengen van (openbaartoegankelijke basis)voorzieningen voor recreatie op regionale en bovenregionale schaal.De provincie concentreert zich op twee thema’s. ‘Recreatie dicht bij huis’ en ‘Noord-Holland waterrijk van zee en meer’. De provincie geeft aan zo optimaal mogelijk gebruikte willen maken van natuur- en landbouwgebie<strong>de</strong>n. Ver<strong>de</strong>r dient voor het verbeteren van<strong>de</strong> waterrecreatie in <strong>de</strong> provincie het aantal ligplaatsen toe te nemen en <strong>de</strong> kwaliteit van<strong>de</strong> jachthavens verbeterd te wor<strong>de</strong>n.2.3 GemeenteHet beleid van <strong>de</strong> gemeente is gericht op het versterken van <strong>de</strong> positie van Wij<strong>de</strong>merenals toeristisch-recreatieve trekpleister in het Groene Hart.Voor het ruimtelijke beleid zijn <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> documenten van belang:Ruimtelijk-economische structuurschets (1986)De ruimtelijk-economische structuurschets voor Loosdrecht en <strong>de</strong> Loosdrechtse Plassenis door <strong>de</strong> voormalige gemeente Loosdrecht opgesteld. Hierin is ruim aandacht besteedaan het formuleren van een visie op <strong>de</strong> wenselijke en mogelijke ontwikkelingen inLoosdrecht, in het bijzon<strong>de</strong>r voor toerisme en recreatie. Dit laatste is vooral vantoepassing op <strong>de</strong> Loosdrechtse Plassen. De Loosdrechtse Plassen zijn één van <strong>de</strong> door<strong>de</strong> watersport meest intensief gebruikte plassengebie<strong>de</strong>n van Ne<strong>de</strong>rland.Welstandsnota Wij<strong>de</strong>meren (2008)Het hoofddoel van <strong>de</strong> nota is het inzicht verlenen in het welstandsbeleid. Eenwelstandstoets is (wettelijk) verplicht bij bouwaanvragen en wordt verricht door een(welstands)commissie. Deze heeft het recht een bouwplan – op basis vanwelstandscriteria – af te wijzen. In <strong>de</strong> welstandsnota staan <strong>de</strong> relevanterandvoorwaar<strong>de</strong>n en uitgangspunten voor het welstandsbeleid.In het plangebied is het volgen<strong>de</strong> welstandsbeleid van toepassing. Het plangebied wordtgekenmerkt door <strong>de</strong> vele variatie langs <strong>de</strong> plasse<strong>nl</strong>inten. De bebouwing is overwegendzorgvuldig ge<strong>de</strong>tailleerd. Nieuwbouw vergroot <strong>de</strong> variatie. Door <strong>de</strong> afwisseling is het bij<strong>de</strong> linten van belang dat hoofd- en bijgebouwen goed ingepast wor<strong>de</strong>n en9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


architectonische uitwerking en <strong>de</strong>taillering zorgvuldig blijven. Voor dit plangebied geldtgeen aanvullend beleid. Wel geldt het volgen<strong>de</strong> welstandsregime.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 15 - 1 september 2010


Door <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>r genoem<strong>de</strong> variatie is het van belang dat er in <strong>de</strong> plasse<strong>nl</strong>inten bijzon<strong>de</strong>rgelet wordt op <strong>de</strong> uitwerking, passend materiaal- en kleurgebruik en <strong>de</strong> juiste ligging op<strong>de</strong> kavel.Horecanota 2008In Wij<strong>de</strong>meren zijn veel horecagelegenhe<strong>de</strong>n gevestigd, aanzie<strong>nl</strong>ijk meer dan ingemeenten van vergelijkbare omvang. Recreatie en toerisme vormen eenbelangrijke basis voor horeca. Maar ook <strong>de</strong> bevolking uit Wij<strong>de</strong>meren en <strong>de</strong>omgeving vormen een pijler voor horeca.De afgelopen jaren heeft <strong>de</strong> horecasector in heel Ne<strong>de</strong>rland last gehad van <strong>de</strong>economische recessie. Bovendien heeft <strong>de</strong> sector met name in Wij<strong>de</strong>meren tekampen met concurrentie om <strong>de</strong> ruimte. Inmid<strong>de</strong>ls kruipt <strong>de</strong> sector uit het dal.Horeca is belangrijk voor Wij<strong>de</strong>meren, vanwege <strong>de</strong> relatie met toerisme enrecreatie, het belang voor <strong>de</strong> werkgelegenheid en het (karakteristieke)verblijfsklimaat. Daarom is <strong>de</strong> visie van Wij<strong>de</strong>meren: behoud en versterking vanhoreca, met inachtneming van <strong>de</strong> woon – en leefomgeving, openbare or<strong>de</strong> enveiligheid. Om hieraan uitvoering te geven wordt aangehaakt bij <strong>de</strong> visie Toerismeen Recreatie.Hierin wor<strong>de</strong>n zones voorgesteld, waarin product/ marktcombinaties beter profielkunnen krijgen. Daarnaast zet <strong>de</strong> visie Toerisme en Recreatie nadrukkelijk in opsamenwerking, marketing en promotie.De huidige visie op horeca betekent een trendbreuk met <strong>de</strong> voormaligebeleidspraktijk, die ten aanzien van horecaontwikkeling meer conserverend was.Deze nieuwe visie op horeca moet er toe lei<strong>de</strong>n dat in ruimtelijke plannen enbouwaanvragen meer ruimte wordt gegeven aan horecaontwikkeling.Voor het on<strong>de</strong>rhavige plangebied is geen apart horecabeleid opgenomen.Beleidsregels paar<strong>de</strong>nbakken (2006)De gemeente heeft in 2006 beleidsregels voor paar<strong>de</strong>nbakken vastgesteld. Vanwege <strong>de</strong>verbreding van <strong>de</strong> landbouw neemt <strong>de</strong> behoefte aan voorzieningen die te makenhebben met het hou<strong>de</strong>n van paar<strong>de</strong>n toe. De gevolgen van paar<strong>de</strong>nbakken voor hetlandschap, <strong>de</strong> woonfunctie en <strong>de</strong> agrarische bedrijfsvoering in het buitengebiedmaakten na<strong>de</strong>re beleidsregels gewenst. In <strong>de</strong> eerste plaats wor<strong>de</strong>n paar<strong>de</strong>nbakkenbinnen <strong>de</strong> ro<strong>de</strong> contouren niet toegestaan. De beperkingen die paar<strong>de</strong>nbakken hebbenop ste<strong>de</strong>lijke functies maken het ongewenst om <strong>de</strong>ze binnen <strong>de</strong> ro<strong>de</strong> contouren toe testaan. Uitbreiding van het aantal paar<strong>de</strong>nbakken is niet wenselijk nu dit leidt totversnippering en verrommeling van het buitengebied. De landschappelijke enecologische waar<strong>de</strong>n van het buitengebied wor<strong>de</strong>n op <strong>de</strong>ze manier gewaarborgd.Beleidsregels parkeernormen van <strong>de</strong> gemeente Wij<strong>de</strong>meren (2006)De gemeente heeft in 2006 beleidsregels voor parkeren vastgesteld. De parkeernormenzijn bedoeld voor:• het bevor<strong>de</strong>ren van een goe<strong>de</strong> verkeersafwikkeling;• het beperken van overlast in woongebie<strong>de</strong>n, kwetsbare gebie<strong>de</strong>n, aantasting openruimte en het waarborgen van ste<strong>de</strong>nbouwkundige kwaliteit;• het voorkomen van verkeersonveilige situaties;• het inzicht bie<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> te hanteren eisen zodat dui<strong>de</strong>lijkheid vooraf wordt gebo<strong>de</strong>n;• het juridisch vastleggen van parkeerbeleid.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Later in <strong>de</strong> toelichting wordt nog ingegaan op <strong>de</strong> parkeernormen.2.4 Conclusie Beleidska<strong>de</strong>rHet plangebied is on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> in <strong>de</strong> Nota Ruimte benoem<strong>de</strong> nationalelandschappen het Groene Hart en Hollandse Waterlinie. Daarnaast is het plangebiedon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van het Belvedèregebied ‘Vecht- en Plassengebied’ en is het on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van<strong>de</strong> Provinciale Ecologische hoofdstructuur (PEHS).De overheid on<strong>de</strong>rstreept naast <strong>de</strong> natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijkekwaliteiten van het gebied ook het belang van <strong>de</strong> recreatieve waar<strong>de</strong> van dit gebied. Alson<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van het Groene Hart is het plangebied namelijk van belang voor <strong>de</strong>leefbaarheid van <strong>de</strong> omliggen<strong>de</strong> ste<strong>de</strong>lijke regio’s. Ver<strong>de</strong>r moet <strong>de</strong> economische vitaliteitvan het gebied gewaarborgd blijven. Hiervoor kunnen nieuwe economische dragersnodig zijn die passen binnen of zelfs gebruik maken van <strong>de</strong> kwaliteiten van dit gebied.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 17 - 1 september 2010


9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


3 RUIMTELIJKE ANALYSE3.1 Ruimtelijke structuurHet plangebied maakt <strong>de</strong>el uit van het West-Ne<strong>de</strong>rlandse laagveengebied en ligt op <strong>de</strong>overgang van dit veengebied met <strong>de</strong> stuwwal van het Gooi. Daarnaast ligt hetplangebied in Nationaal landschap het Groene Hart en <strong>de</strong> Nieuwe HollandscheWaterlinie. Bei<strong>de</strong> overgangen komen tot uiting in opvallen<strong>de</strong> verschillen in open- enbeslotenheid, <strong>de</strong> bebouwingsdichtheid en <strong>de</strong> aanwezigheid van oppervlaktewater. Hethele plangebied behoort tot het veenontginningslandschap. Dit landschapstype wordtalgemeen gekenmerkt door een dicht en regelmatig slotenpatroon, waardoor langesmalle kavels ontston<strong>de</strong>n en langgerekte wegen- en bebouwingspatronen. Debebouwingslinten fungeren daarbij veelal als ontginningsbasis. Structuurbepalend voor<strong>de</strong> verschijningsvorm van het gebied is het gebogen lint van <strong>de</strong> Loosdrechtse dijk datals een dichtbebouwd hoefijzer (U-vormig) <strong>de</strong> omliggen<strong>de</strong> (half)open gebie<strong>de</strong>n vanelkaar scheidt.Structureren<strong>de</strong> elementenDe Oud-Loosdrechtsedijk verbindt het lintdorp Oud-Loosdrecht (gelegen op <strong>de</strong> rand vanhet Plassengebied) met het dorp Nieuw-Loosdrecht. Ter plaatse van Nieuw-Loosdrechtbuigt <strong>de</strong> U-vormige dijk af naar het zui<strong>de</strong>n en veran<strong>de</strong>rt van naam in <strong>de</strong> Nieuw-Loosdrechtsedijk. Uitein<strong>de</strong>lijk komt <strong>de</strong> dijk weer bij het Plassengebied (Breukeleveen)uit. De 'dijk' ligt overigens nauwelijks boven maaiveldniveau, en heeft geenbelemmeren<strong>de</strong> werking voor <strong>de</strong> visuele relatie tussen <strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n aan weerszij<strong>de</strong>n van<strong>de</strong> weg.Binnen het plangebied domineert <strong>de</strong> noord-zuidrichting het uiterlijk van het landschap.De smalle voormalige legakkers op <strong>de</strong> rand van het plassengebied zijn <strong>de</strong> zichtbareoverblijfselen van <strong>de</strong> vroegere occupatie van het gebied. Dwars op <strong>de</strong>ze richting staan<strong>de</strong> dijken en enkele grote watergangen, <strong>de</strong> Oostelijke Drecht en <strong>de</strong> Weersloot.Van noord naar zuid vin<strong>de</strong>n we in het plangebied:De Oud-Loosdrechtsedijk:De Oud-Loosdrechtsedijk bestaat uit een tweebaansweg voor gemotoriseerd verkeer,dat maximaal 50 kilometer per uur mag rij<strong>de</strong>n. De fietsers zijn voor het overgrote <strong>de</strong>elaangewezen op smalle fietssuggestiestroken. De trottoirs, die aan weerszij<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>rijbaan zijn aangelegd, zijn eveneens smal.Aan <strong>de</strong> Oud-Loosdrechtsedijk:Direct aan <strong>de</strong> Oud-Loosdrechtsedijk staan woningen en kleine bedrijven.De kleinschalige bedrijvigheid in het plangebied is voor een groot <strong>de</strong>el gekoppeldaan <strong>de</strong> recreatie in het gebied <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong> te Loosdrecht. Zo vindt erbijvoorbeeld reparatie, on<strong>de</strong>rhoud en opslag van boten plaats en wor<strong>de</strong>n er caravansverkocht. Maar ook vormen van horeca, zoals restaurants en cafés komen er voor.De woningen zijn groten<strong>de</strong>els vrijstaan<strong>de</strong> eengezinswoningen, op sommige plaatsenstaan twee-on<strong>de</strong>r-één- of drie-on<strong>de</strong>r-één-kapwoningen. Behalve <strong>de</strong> op het landgebouw<strong>de</strong> woningen, bevin<strong>de</strong>n zich in het plangebied enkele woonboten.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 19 - 1 september 2010


− Ten zui<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Oud-Loosdrechtsedijk:Ten zui<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>ze dijk bevindt zich een bre<strong>de</strong> strook met recreatieve voorzieningen.Water- en verblijfsrecreatie zijn hier <strong>de</strong> belangrijkste vormen van recreatie.De recreatiegebie<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n op enkele plaatsen gelar<strong>de</strong>erd met groene linten.De zui<strong>de</strong>lijke begrenzing van <strong>de</strong> recreatiegebie<strong>de</strong>n ligt even ten noor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>Oostelijke Drecht.− (Ten zui<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>) Oostelijke Drecht:De Oostelijke Drecht, een bre<strong>de</strong> watergang die <strong>de</strong> verbinding vormt tussen 'Pampus',het hart van 'De Ster' (in het oosten), en <strong>de</strong> Loosdrechtse Plassen (in het westen).Het gebied, dat even ten noor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Oostelijke Drecht begint, vormt <strong>de</strong> verbindingtussen het agrarische gebied bij Nieuw-Loosdrecht, <strong>de</strong> uitloper van <strong>de</strong> UtrechtseHeuvelrug enerzijds, en het Plassengebied an<strong>de</strong>rzijds. In zui<strong>de</strong>lijke richting sterkt ditnatuurgebied zich uit tot aan het recreatiegebied ten noor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Nieuw-Loosdrechtsedijk. In het vigerend plan heeft dit gebied <strong>de</strong> bestemming 'Natuurgebied'.− De Nieuw-Loosdrechtsedijk:Het wegprofiel van <strong>de</strong>ze dijk is wat bre<strong>de</strong>r dat die van <strong>de</strong> Oud-Loosdrechstedijk.Naast <strong>de</strong> rijbaan is geen apart fiets- of wan<strong>de</strong>lpad gemaakt. Een onverhar<strong>de</strong> zandbermis <strong>de</strong> enige ruimte die <strong>de</strong> fietsers en voetgangers hier hebben. Ook langs <strong>de</strong>ze dijkstaan woningen, vormen van horeca en kleine bedrijven.− Ten noor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Nieuw-Loosdrechtsedijk:Een grootschalig recreatiegebied met livingvans (stacaravans met een vastestandplaats en daarom zon<strong>de</strong>r wielen) en zomerhuisjes bepaalt het beeld ten noor<strong>de</strong>nvan <strong>de</strong> Nieuw-Loosdrechtsedijk. Ook bevindt zich in dit gebied een jachthaven.Op enkele plaatsen raken <strong>de</strong> groene uitlopers van het natuurgebied aan <strong>de</strong> dijk.− Ten zui<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Nieuw-Loosdrechtsedijk:Ook ten zui<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>ze dijk bevindt zich een grootschalig recreatiegebied metlivingvans en tuinhuisjes. Het (moerassige) natuurgebied zet zich ver<strong>de</strong>r naar hetzui<strong>de</strong>n voort. Ook hier reikt het groen op veel plaatsen tot aan <strong>de</strong> dijk.3.2 Ontstaansgeschie<strong>de</strong>nisHet landschap in <strong>de</strong>ze streek is in sterke mate beïnvloed en gevormd door <strong>de</strong> mens.Het plangebied en directe omgeving zijn ontgonnen vanuit het Gooi. De U-vormige'Nieuwe dijk' in Loosdrecht was <strong>de</strong> ontginningsbasis van waaruit <strong>de</strong> kavelsloten wer<strong>de</strong>ngegraven. Ook <strong>de</strong> inmid<strong>de</strong>ls verdwenen 'Ou<strong>de</strong> dijk', parallel aan <strong>de</strong> Drecht (ten noor<strong>de</strong>nvan 'Muyeveld' en 'Boomhoek'), was een ontginningsbasis. Het gehele gebied tussenWeersloot en Kromme Ra<strong>de</strong> werd ontgonnen. De kavelsloten water<strong>de</strong>n af op <strong>de</strong> Drecht,Weersloot en Kromme Ra<strong>de</strong>. Door <strong>de</strong>ze ontginning ontstond een veenwei<strong>de</strong>landschap,met <strong>de</strong> dorpen Oud-Loosdrecht en Nieuw-Loosdrecht langs één U-vormige dijk, tot in <strong>de</strong>18e eeuw <strong>de</strong> 'Nieuwe Dijk' geheten. De dorpen zijn ontstaan tussen 1000 en 1300 naChristus.Akkerbouw was <strong>de</strong> belangrijkste bron van inkomsten, direct na <strong>de</strong> ontginning. De grondwerd bruikbaar gemaakt voor akkerbouw (en veeteelt). Hierbij werd <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong>'droge vervening' toegepast, dat wil zeggen dat <strong>de</strong> grond na afgraving van het veenweer werd 'toegemaakt'. Bij dit toemaken werd <strong>de</strong> afgeveen<strong>de</strong> grond opgehoogd meteen mengsel van zand, klei, mest en <strong>de</strong> niet voor brandstof geschikte venige bove<strong>nl</strong>aagvan <strong>de</strong> grond (Daams, 1983).9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Een twee<strong>de</strong> bron van inkomsten voor Loosdrecht was <strong>de</strong> turfwinning. In <strong>de</strong> 14e en 15eeeuw was <strong>de</strong> turfwinning nog beperkt tot <strong>de</strong> droge vervening. Met <strong>de</strong> groeien<strong>de</strong> vraagnaar brandstof in <strong>de</strong> grote ste<strong>de</strong>n nam <strong>de</strong> vervening echter sterk toe. Niet al het landwerd na vervening weer geschikt gemaakt voor landbouw.Na introductie van <strong>de</strong> baggerbeugel in <strong>de</strong> 16e eeuw werd bovendien nat verveend. Hetveen werd uit trek- of petgaten gebaggerd en op <strong>de</strong> tussen <strong>de</strong> petgaten aanwezigelegakkers te drogen gelegd (Stol, 1991).Het gevolg van <strong>de</strong>ze metho<strong>de</strong> was dat het land langzaam maar zeker plaats maaktevoor plassen (petgaten) met daartussen gelegen legakkers (langgerekte smalle stukke<strong>nl</strong>and, waarop <strong>de</strong> turf te drogen werd gelegd). Regels voor breedte van legakkers enpetgaten mochten niet baten, veelal wer<strong>de</strong>n <strong>de</strong> legakkers te smal. Bij storm wer<strong>de</strong>n<strong>de</strong>ze legakkers weggeslagen, waardoor grotere plassen ontston<strong>de</strong>n. In Loosdrecht vielhet grootste <strong>de</strong>el van het grondgebied ten prooi aan het water in <strong>de</strong> loop van <strong>de</strong> 18eeeuw en in <strong>de</strong> 19e eeuw. Met name aan <strong>de</strong> westzij<strong>de</strong> van <strong>de</strong> plassen werd, in verbandmet <strong>de</strong> grotere kwetsbaarheid van <strong>de</strong> smalle legakkers, een groot <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> legakkersdoor golfslag weggeslagen (Barendregt en an<strong>de</strong>re, 1990).Veel van <strong>de</strong>ze verveningplassen wer<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> 18e en 19e eeuw ingepol<strong>de</strong>rd.De Loosdrechtse plassen zijn echter nooit drooggelegd. De belangrijkste re<strong>de</strong>n voor hetin stand hou<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> plassen is waarschij<strong>nl</strong>ijk <strong>de</strong> slechte ervaringen met <strong>de</strong> naburigeBethunepol<strong>de</strong>r, die sterke overlast had van kwel van <strong>de</strong> Utrechtse Heuvelrug.Een twee<strong>de</strong> re<strong>de</strong>n die meespeel<strong>de</strong> was <strong>de</strong> in <strong>de</strong> 20e eeuw belangrijk toegenomenwaar<strong>de</strong>ring voor <strong>de</strong> natuur in het plassengebied. Ook het feit dat <strong>de</strong> LoosdrechtsePlassen vanaf <strong>de</strong> Franse Overheersing tot aan <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> wereldoorlog tot <strong>de</strong> nieuweHollandse Waterlinie behoor<strong>de</strong>n, heeft waarschij<strong>nl</strong>ijk aan <strong>de</strong> instandhouding van <strong>de</strong>plassen bijgedragen (Daams, 1983).Rond 1900 bestond Loosdrecht uit <strong>de</strong> kernen Oud-Loosdrecht en Nieuw-Loosdrechtlangs <strong>de</strong> U-vormige dijk, met een bebouwing bestaan<strong>de</strong> uit boer<strong>de</strong>rijen enveenarbei<strong>de</strong>rswoningen. In <strong>de</strong> 20e eeuw krijgt het plangebied steeds meer eenrecreatieve functie. Dit wordt na<strong>de</strong>r toegelicht in <strong>de</strong> paragraaf recreatie.3.3 Cultuurhistorie en archeologieCultuurhistorieOmdat <strong>de</strong> landschappelijke patronen en verschijningsvormen in grote mate zichtbaarovereenstemmen met <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rliggen<strong>de</strong> bo<strong>de</strong>m en waterhuishouding en ook hetmenselijke gebruik van het landschap vanaf <strong>de</strong> eerste ontginning nog zichtbaar teherlei<strong>de</strong>n is, kan het plangebied aangemerkt wor<strong>de</strong>n als landschappelijk encultuurhistorisch zeer waar<strong>de</strong>vol. Het plangebied maakt dan ook <strong>de</strong>el uit van hetBelvedèregebied Vecht- en Plassengebied. Daarnaast is het plangebied van belangvoor het Nationaal Project Nieuw Hollandse Waterlinie.De cultuurhistorische waar<strong>de</strong>n moeten behou<strong>de</strong>n blijven en waar mogelijk wor<strong>de</strong>nversterkt.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 21 - 1 september 2010


Figuur 4: Uitsne<strong>de</strong> Digitale Cultuurhistorische waar<strong>de</strong>nkaart provincie Noord-HollandBij Loosdrecht zijn door <strong>de</strong> veenwinning in het verle<strong>de</strong>n uitgestrekte plassen ontstaan.Er zijn op <strong>de</strong> Loosdrechtse dijk diverse rijksmonumenten te vin<strong>de</strong>n, waarvan enkele vanarcheologische waar<strong>de</strong>. Enkele hiervan liggen in het plangebied (zie afbeeldinghierboven).MonumentenMonumenten zijn pan<strong>de</strong>n of objecten met een (officieel erken<strong>de</strong>) belangrijkecultuurhistorische waar<strong>de</strong>. Er wordt een on<strong>de</strong>rscheid gemaakt tussen rijksmonumentenen (provinciale en gemeentelijke) monumenten die <strong>de</strong>el uitmaken van het monumenteninventarisatieproject(MIP) en/of het monumenten-selectie-project. De gemeente kentslechts rijksmonumenten. Voor een overzicht wordt verwezen naar <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong>tabel.Monumenten en monumentaal waar<strong>de</strong>volle objectenAdres/locatieOud Loosdrechtse dijk 69, 71Oud Loosdrechtse dijk 75, 77Oud Loosdrechtse dijk 91Oud Loosdrechtse dijk 111, 113Bron: Monumente<strong>nl</strong>ijst Wij<strong>de</strong>meren.StatusRijksmonumentI<strong>de</strong>mI<strong>de</strong>mI<strong>de</strong>mVoor monumenten geldt in het algemeen bescherming van <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> situatie en eenstreven naar herstel in die gevallen waar sprake is van verval. Veran<strong>de</strong>ringen enuitbreidingen mogen uitsluitend van on<strong>de</strong>rgeschikte aard zijn. Rijksmonumenten vallenon<strong>de</strong>r <strong>de</strong> bescherming van <strong>de</strong> Monumentenwet.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


ArcheologieWij<strong>de</strong>meren is in het bezit van gebie<strong>de</strong>n waarbinnen bijzon<strong>de</strong>re archeologischewaar<strong>de</strong>n aangetoond zijn. Bij nieuwe ontwikkelingen is in <strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n waararcheologisch waar<strong>de</strong>volle zaken in <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rgrond aanwezig zijn, is verkennendarcheologisch prospectieon<strong>de</strong>rzoek vereist. De gemeente voert hiervoor een beleid datin eerste instantie gericht is op behoud, van waar<strong>de</strong>volle elementen en structuren.Bij het overige grondgebied van <strong>de</strong> gemeente wordt een beleid gevoerd waarbij <strong>de</strong>omvang van <strong>de</strong> bo<strong>de</strong>mverstoren<strong>de</strong> activiteit bepalend is. Dit betekent dat slechts bijwerkzaamhe<strong>de</strong>n die een bepaal<strong>de</strong> maat te boven gaan rekening hoeft te wor<strong>de</strong>ngehou<strong>de</strong>n met archeologische waar<strong>de</strong>n. Daarbij wordt een in<strong>de</strong>ling gehanteerd inverschillen<strong>de</strong> categorieën “Archeologisch waar<strong>de</strong>vol gebied”, elk met eigen criteria vanvrijstelling. Bene<strong>de</strong>n <strong>de</strong> in <strong>de</strong> criteria genoem<strong>de</strong> omvang hoeft met archeologischewaar<strong>de</strong>n geen rekening te wor<strong>de</strong>n gehou<strong>de</strong>n. Binnen <strong>de</strong> gemeente Wij<strong>de</strong>meren is éénarcheologievrij gebied vastgesteld. Het is niet uitgesloten dat voortschrij<strong>de</strong>nd inzicht in<strong>de</strong> toekomst tot het instellen van meer van <strong>de</strong>rgelijke gebie<strong>de</strong>n kan lei<strong>de</strong>n.Het gemeentebestuur geeft door mid<strong>de</strong>l van regimes aan welk niveau van hetarcheologiebeleid in een bepaald gebied als 're<strong>de</strong>lijk' kan wor<strong>de</strong>n beschouwd. Deregimes komen tot stand op basis van <strong>de</strong> beken<strong>de</strong> archeologische waar<strong>de</strong>n, <strong>de</strong> kennisvan <strong>de</strong> geschie<strong>de</strong>nis en <strong>de</strong> eventuele recente bo<strong>de</strong>mverstoringen. Gezame<strong>nl</strong>ijk lei<strong>de</strong>n<strong>de</strong>ze gegevens tot een verwachting met betrekking tot het aantreffen vanarcheologische sporen in <strong>de</strong> bo<strong>de</strong>m. Deze verwachting is op basis van ervaringomgezet in regimes met <strong>de</strong> bijbehoren<strong>de</strong> criteria. Indien een bouwplan kleiner is dan <strong>de</strong>voor het gebied aangegeven criteria, is geen afweging van het archeologisch belangnoodzakelijk.CategorieEersteTwee<strong>de</strong>Der<strong>de</strong>Vier<strong>de</strong>Rekening hou<strong>de</strong>n met archeologie vanaf planomvang van:Bij alle grondroeren<strong>de</strong> werkzaamhe<strong>de</strong>nBij plannen van 50 m2 en groter en grondroeren<strong>de</strong> werkzaamhe<strong>de</strong>n dieper dan 35 cmbene<strong>de</strong>n maaiveldBij plannen van 100 m2 en groter en grondroeren<strong>de</strong> werkzaamhe<strong>de</strong>n dieper dan 35 cmbene<strong>de</strong>n maaiveldBij plannen van 500 m2 en groter en grondroeren<strong>de</strong> werkzaamhe<strong>de</strong>n dieper dan 40 cmbene<strong>de</strong>n maaiveldVijf<strong>de</strong> Bij plannen van 2500 m2 en groter en grondroeren<strong>de</strong> werkzaamhe<strong>de</strong>n dieper dan 40cm bene<strong>de</strong>n maaiveldZes<strong>de</strong> Geen regimeIn het plangebied van bestemmingsplan <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong> komt <strong>de</strong> vier<strong>de</strong> en <strong>de</strong> vijf<strong>de</strong>categorie voor. Deze zijn op <strong>de</strong> verbeelding aangegeven en in <strong>de</strong> regels opgenomendoormid<strong>de</strong>l van <strong>de</strong> dubbelbestemmingen Waar<strong>de</strong> – Archeologie – 3 (voor <strong>de</strong> vier<strong>de</strong>categorie) en Waar<strong>de</strong> – Archeologie – 4 (voor <strong>de</strong> vijf<strong>de</strong> categorie).3.4 Bo<strong>de</strong>mDe provincie Noord-Holland heeft een checklist (bo<strong>de</strong>mtoets) opgesteld, waarin vijfbo<strong>de</strong>maspecten zijn opgenomen die in een bestemmingsplan aandacht moeten krijgen.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 23 - 1 september 2010


Deze aspecten wor<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> voorbereidingsfase bij het opstellen van het voorontwerpon<strong>de</strong>rzocht. Door <strong>de</strong> bo<strong>de</strong>mtoets als instrument voor ruimtelijke plannenmakers mee tenemen, wordt het plannen met “bo<strong>de</strong>m” gemakkelijker gemaakt. De bo<strong>de</strong>mtoets bestaatvoorlopig uit <strong>de</strong> hieron<strong>de</strong>r beschreven aspecten.1. Bo<strong>de</strong>mopbouwFuncties en/of bestemmingen dienen te wor<strong>de</strong>n afgestemd op <strong>de</strong> bo<strong>de</strong>mopbouw binnenhet plangebied.2. Bo<strong>de</strong>mkwaliteitEr dient minimaal een historisch bo<strong>de</strong>mon<strong>de</strong>rzoek te zijn gedaan en indien er sprake isvan een verdachte locatie, dan tevens een verkennend bo<strong>de</strong>mon<strong>de</strong>rzoek. In hetbestemmingsplan moeten <strong>de</strong> gevolgen van <strong>de</strong> bo<strong>de</strong>mkwaliteit voor <strong>de</strong> toegeken<strong>de</strong>functies wor<strong>de</strong>n aangegeven.Nieuwe bebouwing dient op een schone on<strong>de</strong>rgrond te wor<strong>de</strong>n gerealiseerd. Indien erter plaatse gebouwd gaat wor<strong>de</strong>n, zal <strong>de</strong> bo<strong>de</strong>mkwaliteit moeten voldoen aan <strong>de</strong>wettelijke normen. In het bestemmingsplan wor<strong>de</strong>n vooralsnog geen nieuwe functiesmogelijk gemaakt. Daarom hoeft vooralsnog geen bo<strong>de</strong>mon<strong>de</strong>rzoek uitgevoerd tewor<strong>de</strong>n.3. Bo<strong>de</strong>mbeschermingsgebie<strong>de</strong>nDe gemeente moet <strong>de</strong> ligging van grondwater- en bo<strong>de</strong>mbeschermingsgebie<strong>de</strong>nzichtbaar maken op <strong>de</strong> plankaart. De gel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> gebruiksbeperkingen in <strong>de</strong>ze gebie<strong>de</strong>nmoeten in het ruimtelijke plan wor<strong>de</strong>n opgenomen. In het plangebied zijn geengrondwater- en bo<strong>de</strong>mbeschermingsgebie<strong>de</strong>n gelegen.4. ArcheologieDe gemeente moet <strong>de</strong> ligging van <strong>de</strong> archeologische waar<strong>de</strong>n op <strong>de</strong> plankaartopnemen. In het ruimtelijke plan moet wor<strong>de</strong>n opgenomen of <strong>de</strong> toegeken<strong>de</strong>bestemmingen samengaan met <strong>de</strong> doelstelling ten aanzien van het in-situ (ter plekke)bewaren van <strong>de</strong> archeologische waar<strong>de</strong>n. Indien noodzakelijk wor<strong>de</strong>n hier specialeplanregels voor opgenomen. In paragraaf 3.3 Archeologie wordt na<strong>de</strong>r ingegaan op <strong>de</strong>bescherming van archeologische waar<strong>de</strong>n5. OntgrondingenZodra beton- en metselzand op land gewonnen gaat wor<strong>de</strong>n, moet in ruimtelijkeplannen rekening wor<strong>de</strong>n gehou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> bereikbaarheid van potentiële wi<strong>nl</strong>ocaties.Baggerspecie<strong>de</strong>potTer hoogte van <strong>de</strong> Oud Loosdrechtsedijk 93 en 95 bevindt zich een baggerspecie<strong>de</strong>pot.In het baggerspecie<strong>de</strong>pot wordt materiaal opgeslagen dat is vrijgekomen uit <strong>de</strong> bo<strong>de</strong>mvia het oppervlaktewater of <strong>de</strong> voor het water bestem<strong>de</strong> ruimte met een kwaliteitsklassevan ten hoogste B conform <strong>de</strong> regeling bo<strong>de</strong>mkwaliteit. Baggerspecie klasse B isbaggerspecie die niet helemaal schoon is maar nog wel kan wor<strong>de</strong>n toegepast opwaterbo<strong>de</strong>ms die eveneens in klasse B vallen oftewel hetzelf<strong>de</strong> verontreinigingsniveauhebben.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


3.5 Ecologie3.5.1 Wettelijk ka<strong>de</strong>rDe bescherming van natuur in Ne<strong>de</strong>rland is vastgelegd in Europese en nationale wetenregelgeving, waarin een on<strong>de</strong>rscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming engebiedsbescherming. De soortenbescherming is in Ne<strong>de</strong>rland geregeld in <strong>de</strong> Flora- enfaunawet en <strong>de</strong> gebiedsbescherming in <strong>de</strong> Natuurbeschermingswet.SoortenbeschermingHet doel van <strong>de</strong> Flora- en faunawet is het instandhou<strong>de</strong>n en beschermen van in het wildvoorkomen<strong>de</strong> planten- en diersoorten. De Flora- en faunawet kent zowel een zorgplichtals verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tij<strong>de</strong> voor alle in het wild leven<strong>de</strong>dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het‘nee, tenzij’-principe. Alle scha<strong>de</strong>lijke han<strong>de</strong>lingen ten aanzien van bescherm<strong>de</strong> plantenendiersoorten zijn in principe verbo<strong>de</strong>n, maar er kunnen vrijstellingen en ontheffingenwor<strong>de</strong>n verleend van <strong>de</strong> verbodsbepalingen. Het toetsingska<strong>de</strong>r voor <strong>de</strong>ze vrijstellingenis geregeld in een Algemene Maatregel van Bestuur, <strong>de</strong> AMvB artikel 75.Er bestaan drie beschermingsregimes voor drie verschillen<strong>de</strong> groepen van bescherm<strong>de</strong>soorten. Voor <strong>de</strong> algemeen bescherm<strong>de</strong> soorten (tabel 1) geldt een algemene vrijstellingvoor ruimtelijke ingrepen. Ook voor <strong>de</strong> overige bescherm<strong>de</strong> soorten (tabel 2) isvrijstelling mogelijk, mits wordt gewerkt volgens een goedgekeur<strong>de</strong> gedragsco<strong>de</strong>. Voorstrikt bescherm<strong>de</strong> soorten (tabel 3) kan enkel ontheffing wor<strong>de</strong>n verleend na eenuitgebrei<strong>de</strong> toetsing.GebiedsbeschermingDe natuurbeschermingswet biedt een beschermingska<strong>de</strong>r voor <strong>de</strong> flora en fauna binnenaangewezen bescherm<strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n. Hieron<strong>de</strong>r vallen <strong>de</strong> speciale beschermingszonesvolgens <strong>de</strong> Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, gebie<strong>de</strong>n die <strong>de</strong>el uitmaken van <strong>de</strong>Ecologische Hoofdstructuur (EHS), bescherm<strong>de</strong> natuurmonumenten enstaatsnatuurmonumenten.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 25 - 1 september 2010


Een belangrijk on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> Natuurbeschermingswet is dat er geen vergunninggegeven mag wor<strong>de</strong>n voor han<strong>de</strong>lingen of projecten die scha<strong>de</strong>lijk kunnen zijn voor <strong>de</strong>kwaliteit van <strong>de</strong> habitat van soorten, waarvoor een gebied is aangewezen. Wanneer nietop voorhand uitgesloten kan wor<strong>de</strong>n dat er scha<strong>de</strong>lijke effecten kunnen optre<strong>de</strong>n, dandient <strong>de</strong> initiatiefnemer een 'passen<strong>de</strong> beoor<strong>de</strong>ling' te maken. Dat betekent eenon<strong>de</strong>rzoek naar alle aspecten van het project en welke gevolgen die kunnen hebbenvoor datgene wat bescherming geniet.3.5.2 On<strong>de</strong>rzoekTen behoeve van het verkrijgen van een actueel beeld van <strong>de</strong> aanwezigenatuurwaar<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> effecten hierop tengevolge van <strong>de</strong> ruimtelijke situatie die hetbestemmingsplan mogelijk maakt, is in 2010 een ecoscan uitgevoerd. De ecoscan is alsbijlage 1 toegevoegd aan het bestemmingsplan. In <strong>de</strong> voorliggen<strong>de</strong> paragraaf is eensamenvatting gegeven van het on<strong>de</strong>rzoek.Een groot <strong>de</strong>el van het plangebied heeft een natuurfunctie. Daarnaast is recreatie eenbelangrijke functie in het gebied. Dit is grofweg on<strong>de</strong>rver<strong>de</strong>eld in waterrecreatie,verblijfsrecreatie en dagrecreatie. In het zuidoosten van het plangebied ligt een grootoppervlak met <strong>de</strong> functiebeschrijving “Natuurgebied met agrarisch gebruik. Een <strong>de</strong>el vandit terrein is in beheer bij Natuurmonumenten. Omdat aan <strong>de</strong> oostkant enkel open waterligt, vormt het gebied <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> dijken een belangrijke schakel voor verspreiding vansoorten van noord naar zuid. Een ecologisch knelpunt in het plangebied is <strong>de</strong>verspreiding van soorten van noord naar zuid of an<strong>de</strong>rsom.GebiedsbeschermingNatura 2000Een groot <strong>de</strong>el van het plangebied is on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van het Natura 2000 gebied ‘OostelijkeVechtplassen’. De status van Natura 2000 gebied is gericht op <strong>de</strong> bescherming van <strong>de</strong>on<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong>, in het plangebied aanwezige, habitattypen:• Meren met Krabbescheer, meest matig ontwikkeld.• Blauwgrasland, verzuurd.• Trilvenen, goed ontwikkeld.• Veenmosrietland, meest goed ontwikkeld.• Hoogveenbossen, goed tot matig ontwikkeld.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Figuur 5: Uitsne<strong>de</strong> ontwerpkaart met daarop <strong>de</strong> vogelrichtlijngebie<strong>de</strong>n, habitatrichtlijngebie<strong>de</strong>n en overige gebie<strong>de</strong>ndie samen Natura 2000 vormen. Bron: ontwerp aanwijzingsbesluit<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 27 - 1 september 2010


De in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen bevin<strong>de</strong>n zich allen buiten<strong>de</strong> begrenzing van <strong>de</strong> Natura 2000 gebie<strong>de</strong>n “Naar<strong>de</strong>rmeer” en “OostelijkeVechtplassen”, waardoor alleen sprake kan zijn van effecten veroorzaakt als gevolg vanexterne werking. Effecten van <strong>de</strong> overige storingsfactoren zijn dan ook op voorhand uitte sluiten.HabitattypenHabitattypen - een verzameling plantengemeenschappen - zijn niet gevoelig voor geluid,licht, trillingen en optische verstoring. Typische soorten die me<strong>de</strong> bepalend zijn voor <strong>de</strong>kwaliteit van <strong>de</strong> habitattypen kunnen hier wel gevoelig voor zijn, waarbij met namegedacht moet wor<strong>de</strong>n aan vogelsoorten. Aan dit aspect wordt aandacht besteed bijvogelrichtlijnsoorten, waardoor <strong>de</strong>ze aspecten hier buiten beschouwing blijven.Verzuring en vermestingOp dit moment wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> kritische <strong>de</strong>positiewaar<strong>de</strong> op basis van een worst-casebena<strong>de</strong>ring voor alle habitattypen overschre<strong>de</strong>n als het gaat om emissie van verzuren<strong>de</strong>en vermesten<strong>de</strong> stoffen. Daarmee vormen emissies van <strong>de</strong>ze stoffen eenaandachtspunt bij <strong>de</strong> uitein<strong>de</strong>lijke toetsing van <strong>de</strong> concrete initiatieven. Gekeken zalmoeten wor<strong>de</strong>n of er sprake is van een significant negatief effect op basis vanecologische gron<strong>de</strong>n.In <strong>de</strong> meeste gevallen gaat het om het vervangen of uitbrei<strong>de</strong>n van bestaan<strong>de</strong>bebouwing. Een toename van <strong>de</strong>positie als gevolg hiervan is niet te verwachten, omdat,zeker in geval van herbouw, betere isolatie en efficiëntere technieken wor<strong>de</strong>n toegepastin vergelijking met <strong>de</strong> verdwijnen<strong>de</strong> bebouwing. Waar <strong>de</strong> jachthaven uitgebreid gaanwor<strong>de</strong>n, heeft toetsing van eer<strong>de</strong>re initiatieven laten zien dat vergunning in ka<strong>de</strong>r vanNatuurbeschermingswet niet noodzakelijk is voor <strong>de</strong> beperkte aanvullen<strong>de</strong> emissie diedat met zich meebrengt 2 . Dit doet overigens niets af aan het gegeven dat elkafzon<strong>de</strong>rlijk initiatief getoetst zal moeten wor<strong>de</strong>n, waarbij cumulatie met an<strong>de</strong>reinitiatieven een belangrijk gegeven is.Omdat mogelijkhe<strong>de</strong>n beschikbaar zijn om <strong>de</strong>rgelijke effecten te mitigeren (<strong>de</strong>nkbijvoorbeeld aan het investeren in schonere technieken of beheer door eeninitiatiefnemer of het verhogen van <strong>de</strong> ruwheid tussen het plangebied en <strong>de</strong> Natura2000-gebie<strong>de</strong>n) zijn significant negatieve effecten -voor zover aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>- tevoorkomen als het gaat om het realiseren van <strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n in hetbestemmingsplan. Het is belangrijk op te merken dat een basisgedachte hierbij is dat <strong>de</strong>dalen<strong>de</strong> trend, zoals <strong>de</strong>ze uit voorgaan<strong>de</strong> informatie af te lei<strong>de</strong>n is, doorzet en op basisvan extra inspanning wordt versneld.Effecten als gevolg van verzuren<strong>de</strong> en vermesten<strong>de</strong> <strong>de</strong>positie zijn niet uit te sluiten,maar met passen<strong>de</strong> maatregelen kunnen significant negatieve effecten op het behalenvan <strong>de</strong> instandhoudingsdoelstellingen wor<strong>de</strong>n voorkomen. Dit bestemmingsplan isdaarmee wat betreft <strong>de</strong>ze aspecten uitvoerbaar vanuit <strong>de</strong> Natuurbeschermingswet.2Possen, B.H.J.M.; 2009 <strong>Bestemmingsplan</strong> Jachthaven Manten – Ecoscan; 9T9007/R00002/902430/1; RoyalHaskoning; ’s-Hertogenbosch.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Verzoeting, verzilting, verontreiniging, verdroging en vernattingDe beschikbare gegevens laten zien dat <strong>de</strong> grotere niet natuurgerelateer<strong>de</strong> initiatievengeen invloed hebben op <strong>de</strong> grondwaterstan<strong>de</strong>n in “Naar<strong>de</strong>rmeer” en “OostelijkeVechtplassen” (<strong>de</strong>nk aan reconstructie N336 en Bedrijventerrein <strong>de</strong> Boomgaard). Dekleinere niet natuurgerelateer<strong>de</strong> initiatieven vereisen, voor zover bekend, geenaanvullen<strong>de</strong> drooglegging.Daar waar het areaal natuur vergroot zal wor<strong>de</strong>n, zal ongetwijfeld sprake zijn vanvernatting. Verdroging is een van <strong>de</strong> knelpunten in het gebied, ook binnenbestemmingsplangebied Ankeveen en <strong>de</strong> relevante habitattypen hebben baat bijvasthou<strong>de</strong>n van gebiedseigen, niet te eutroof water. Negatieve effecten zijn dan ook niette verwachten.Effecten als verzoeting, verzilting, verontreiniging, verdroging en vernatting zijn dan ookuit te sluiten. Dit bestemmingsplan is daarmee wat betreft <strong>de</strong>ze aspecten uitvoerbaarvanuit <strong>de</strong> Natuurbeschermingswet.Habitatrichtlijnsoorten en VogelrichtlijnsoortenHabitatrichtlijnsoorten zijn niet gevoelig voor verzuring en vermesting. Zoals eer<strong>de</strong>raangehaald gaat het om een indirect effect via <strong>de</strong> habitattypen waarvan <strong>de</strong>ze soortenafhankelijk zijn. Deze effecten zijn in voorgaan<strong>de</strong> paragraaf behan<strong>de</strong>ld, waardoorhieron<strong>de</strong>r alleen aandacht wordt besteed aan verzoeting, verzilting, verontreiniging,verdroging, vernatting, licht, geluid, trillingen en optische verstoring. Visser (1996) enSmit (2001) geven overigens aan dat vrijwel alle habitatrichtlijnsoorten niet of nauwelijksgevoelig zijn voor optische verstoring, waarbij opgemerkt moet wor<strong>de</strong>n dat met namekleine zoogdieren als Noordse woelmuis niet of nauwelijks zijn on<strong>de</strong>rzocht (Zie Smit,2001 en Grift et al, 2008 3 ).Verzoeting, verzilting, verontreiniging, verdroging en vernattingDe beschikbare gegevens laten zien dat <strong>de</strong> grotere niet natuurgerelateer<strong>de</strong> initiatievengeen invloed hebben op <strong>de</strong> grondwaterstan<strong>de</strong>n in “Naar<strong>de</strong>rmeer” en “OostelijkeVechtplassen” (<strong>de</strong>nk aan reconstructie N236 en Bedrijventerrein <strong>de</strong> Boomgaard). Dekleinere niet natuurgerelateer<strong>de</strong> initiatieven vereisen, voor zover bekend, geenaanvullen<strong>de</strong> drooglegging.Daar waar het areaal natuur vergroot zal wor<strong>de</strong>n, zal ongetwijfeld sprake zijn vanvernatting. Verdroging is een van <strong>de</strong> knelpunten in het gebied, ook binnenbestemmingsplangebied Ankeveen, en <strong>de</strong> habitatrichtlijnsoorten hebben baat bijvasthou<strong>de</strong>n van gebiedseigen, niet te eutroof water en/of het terugbrengen van enigedynamiek in het gebied. Negatieve effecten zijn dan ook niet te verwachten.Effecten als gevolg van verzoeting, verzilting, verontreiniging, verdroging en vernattingzijn dan ook uit te sluiten. Dit bestemmingsplan is daarmee wat betreft <strong>de</strong>ze aspectenuitvoerbaar vanuit <strong>de</strong> Natuurbeschermingswet.3Grift, E.A. van <strong>de</strong>r, Foppen, R., Loos, W-B., Molenaar, H. <strong>de</strong>, Oomen, D., Reijnen, R., Sierdsma, H., Wegman,R.; 2008; Quick-scan verstoring fauna door laagvliegen; Alterra rapport 1725; Alterra; Wageningen.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 29 - 1 september 2010


Licht, geluid, trillingen en optische verstoringDe in “Naar<strong>de</strong>rmeer” en “Oostelijke Vechtplassen” bescherm<strong>de</strong> soorten zijn niet bekendbinnen een afstand van 500 meter van <strong>de</strong> voorgenomen initiatieven. Omdat het in <strong>de</strong>meeste gevallen gaat om uitbreiding of nieuwbouw van bestaan<strong>de</strong> woningen ofherbouwen van bestaan<strong>de</strong> woningen op locaties binnen reeds bebouwd gebied of daarnet aangrenzend, is uit te sluiten dat <strong>de</strong> emissie van geluid, licht en trillingen negatieveeffecten heeft op <strong>de</strong> relevante vogelrichtlijn- en habitatrichtlijnsoorten. Immers,<strong>de</strong>rgelijke habitats zijn nu al ongeschikt voor <strong>de</strong>ze soorten en <strong>de</strong> initiatieven zullen nietlei<strong>de</strong>n tot een belasting die afwijkt van <strong>de</strong> reeds bestaan<strong>de</strong> bebouwing. Wat betreft <strong>de</strong>grotere initiatieven (Reconstructie N236 en Bedrijventerrein Boomgaard) blijkt uit <strong>de</strong>beschikbare informatie niet dat nieuwe effecten op on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Natuurbeschermingswetbescherm<strong>de</strong> soorten aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> zijn.Zeker met het oog op Vogelrichtlijnsoorten (en typische soorten behorend bij <strong>de</strong>habitattypen) is optische verstoring een weze<strong>nl</strong>ijk knelpunt. Optische verstoring is metname relevant als het gaat om het uitbrei<strong>de</strong>n van jachthavens als gevolg van eentoename van <strong>de</strong> recreatievaart. Deze vaartuigen kunnen zich in principe ook begevenop plaatsen waar <strong>de</strong>ze Vogelrichtlijnsoorten tot broe<strong>de</strong>n kunnen komen of waarwintergasten foerageren of rusten. Uitbreiding van jachthavens is aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> binnenbestemmingsplan Plassengebied en het daaraan grenzen<strong>de</strong> bestemmingsplan <strong>Tussen</strong><strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>.In Loop & Hoffmann (2008) is aangegeven dat recreatievaart negatieve effecten kanhebben op vogelrichtlijnsoorten, hoewel Krijgsheld et al (2004 en 2008) geen eenduidigverband gevon<strong>de</strong>n hebben voor vogels van riet en moeras in relatie tot recreatie.Varen<strong>de</strong> boten zorgen met name voor optische verstoring in combinatie met geluid.De Loosdrechtse Plassen - waar bestemmingsplan Plassengebied en <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>aan grenzen - zijn van marginale betekenis voor overwinteren<strong>de</strong> vogels. Er zittennauwelijks overwinteren<strong>de</strong> vogels op <strong>de</strong> Plassen. An<strong>de</strong>re ge<strong>de</strong>elten van het Natura2000-gebied zijn van veel grotere betekenis voor overwinteren<strong>de</strong> vogels (zie Loop &Hoffmann, 2008). Daarnaast is in het winterseizoen het aantal vaarbewegingen veellager dan in het hoogseizoen (zie Loop & Hoffmann, 2008) en is <strong>de</strong> dichtheid van vogelsop het open water erg laag. Gezien <strong>de</strong> grote oppervlakte van <strong>de</strong> plas, <strong>de</strong> lage aantallenvogels op het water en het huidige aantal varen<strong>de</strong> boten in <strong>de</strong> winterperio<strong>de</strong> is door <strong>de</strong>uitbreiding van <strong>de</strong> jachthavens geen significant negatief effect te verwachten opoverwinteren<strong>de</strong> vogels (zie hoofdstuk 2 voor relevante soorten).De soorten die als broedvogel zijn aangewezen in “Oostelijke Vechtplassen” en“Naar<strong>de</strong>rmeer” maken zon<strong>de</strong>r uitzon<strong>de</strong>ring gebruik van rietlan<strong>de</strong>n en moerassen. Zijon<strong>de</strong>rvin<strong>de</strong>n alleen verstoring als het rietland of moeras betre<strong>de</strong>n wordt of door waterrietwordt gevaren. Voor recreatievaart is dit type habitat nagenoeg overal ontoegankelijkbinnen “Oostelijke Vechtplassen” en “Naar<strong>de</strong>rmeer”. De oevers met <strong>de</strong> breedsterietkragen hebben <strong>de</strong> bestemming natuur in <strong>de</strong> bestemmingsplannen. Zolang geennieuwe aa<strong>nl</strong>egplaatsen bij rietkragen wor<strong>de</strong>n aangelegd, vindt er geen verstoring plaatsen wordt <strong>de</strong> recreatievaart voldoen<strong>de</strong> goed geschei<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> bescherm<strong>de</strong>natuurwaar<strong>de</strong>n.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Effecten als gevolg van verzoeting, verzilting, verontreiniging, verdroging, vernatting,licht, geluid, trillingen en optische verstoring zijn dan ook uit te sluiten. Ditbestemmingsplan is daarmee wat betreft <strong>de</strong>ze aspecten uitvoerbaar vanuit <strong>de</strong>Natuurbeschermingswet.(Provinciaal) Ecologische HoofdstructuurHet plangebied bevindt zich ook in <strong>de</strong> Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS).Soorten van <strong>de</strong> Ro<strong>de</strong> Lijst zijn van belang bij <strong>de</strong> beoor<strong>de</strong>ling van eventuele effecten inhet ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> Ecologische Hoofdstructuur. Voor zover nog niet eer<strong>de</strong>r in <strong>de</strong>zeparagraaf aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong> gekomen als zijn<strong>de</strong> beschermd, wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong>ze hieron<strong>de</strong>r (tabel 1)weergegeven. Voor zover het vogels betreft zijn in tabel 1 alleen die soortenopgenomen waarvoor uit <strong>de</strong> beschikbare gegevens blijkt dat broedgevallen nietuitgesloten kunnen wor<strong>de</strong>n. Soorten die alleen foeragerend of overvliegend zijnwaargenomen, zijn buiten beschouwing gelaten.Tabel 1: Aanwezige of mogelijk aanwezige soorten van <strong>de</strong> Ro<strong>de</strong> LijstSoort Wetenschappelijke naam Taxonomische StatusgroepRo<strong>de</strong> Lijst*Krabbenscheer Stratiotes aloi<strong>de</strong>s Vaatplanten Algemeen voorkomendKoekoek Cuculus canorus Vogels Kwetsbaar*: Er is gebruik gemaakt van <strong>de</strong> Ro<strong>de</strong> Lijst uit 2004De initiatieven die binnen dit bestemmingsplan mogelijk wor<strong>de</strong>n gemaakt zijn nietbinnen <strong>de</strong> ecologische hoofdstructuur voorzien. De Ro<strong>de</strong> Lijst soorten uit tabel 1 zijn ookniet bekend uit <strong>de</strong> omgeving van locaties waar initiatieven mogelijk gemaakt wor<strong>de</strong>n.Toetsing aan <strong>de</strong> ka<strong>de</strong>rs van <strong>de</strong> EHS is daarmee niet noodzakelijk. Eventuele externewerking is voldoen<strong>de</strong> afge<strong>de</strong>kt door toetsing aan overig (rijks) ruimtelijk beleid.Het bestemmingsplan <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong> is uitvoerbaar binnen <strong>de</strong> ka<strong>de</strong>rs van <strong>de</strong>Ecologische Hoofdstructuur.Soortbescherming (Flora- en Faunawet)VaatplantenIn het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van (streng) bescherm<strong>de</strong>vaatplanten. Algemeen bescherm<strong>de</strong> soorten mogen hier wel verwacht wor<strong>de</strong>n.Voor effecten op vaatplanten binnen bestemmingsplan gebie<strong>de</strong>n Ne<strong>de</strong>rhorst <strong>de</strong>n Berg,Ankeveen, Kortenhoef, <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> dijken en Plassengebied kan zeker ontheffingverkregen wor<strong>de</strong>n.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 31 - 1 september 2010


ZoogdierenTabel 2: Aanwezige of mogelijk aanwezige on<strong>de</strong>r Flora- en faunawet bescherm<strong>de</strong> zoogdierenSoortWetenschappelijkenaamBeschermingDas Meles meles FF3 / HR IEekhoorn Sciurus vulgaris FF2Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus FF3 / HR IVLaatvlieger Eptesicus serotinus FF3 / HR IVMeervleermuis Myotis dasycneme FF3 / HR IV & NBNoordse woelmuis Microtus oeconomus FF3 / HR IVRosse vleermuis Nyctalus noctula FF3 / HR IVRuige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii FF3 / HR IVWaterspitsmuis Neomys fodiens FF3 / HR IWatervleermuis Myotis daubentonii FF3 / HR VIFFX: Flora- en faunawet Tabel 1, 2 of 3; HR X; Habitatrichtlijn bijlage I of IV; NB: NatuurbeschermingswetVoor effecten op <strong>de</strong> das, eekhoorn, Noordse Woelmuis en waterspitsmuis (<strong>de</strong>grondgebon<strong>de</strong>n zoogdieren) binnen bestemmingsplan <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> dijkenkan zeker ontheffing verkregen wor<strong>de</strong>n.Voor effecten op vleermuizen binnen het bestemmingsplangebied kan zeker ontheffingverkregen wor<strong>de</strong>n.ReptielenDe Ringslang (Natrix natrix) is het enige reptiel dat binnen het plangebied voorkomt enis beschermd door Tabel 3 (Habitatrichtlijn bijlage I) van <strong>de</strong> Flora- en faunawet. Omdat<strong>de</strong> Ringslang behoefte heeft aan hopen rottend plantenmateriaal kan hij ook voorkomenin bijvoorbeeld tuinen. Het is daarom niet uit te sluiten dat <strong>de</strong> ontwikkelingen zoals <strong>de</strong>zevoorzien zijn in <strong>de</strong> bestemmingsplannen lei<strong>de</strong>n tot effecten op <strong>de</strong> Ringslang. Omdat <strong>de</strong>soort op bijlage I van <strong>de</strong> Habitatrichtlijnstaat, kan wel ontheffing aangevraagd wor<strong>de</strong>nvoor Ruimtelijke Ontwikkelingen. Deze zal verleend wor<strong>de</strong>n, indien voldoen<strong>de</strong>maatregelen in acht wor<strong>de</strong>n genomen.AmfibieënTabel 3 laat zien dat in het plangebied een drietal streng bescherm<strong>de</strong> amfibieënvoorkomt. Uiteraard komen ook algemeen bescherm<strong>de</strong> soorten voor in het plangebied,waaron<strong>de</strong>r Bruine kikker, Gewone pad, Meerkikker en Kleine watersalaman<strong>de</strong>r.Tabel 3: Aanwezige of mogelijk aanwezige on<strong>de</strong>r Flora- en faunawet bescherm<strong>de</strong> amfibieënSoortWetenschappelijke BeschermingnaamHeikikker Rana arvalis FF3 / HR IVRugstreeppad Bufo calamita FF3 / HR IVFFX: Flora- en faunawet Tabel 1, 2 of 3; HR X; Habitatrichtlijn bijlage I of IV; NB: Natuurbeschermingswet9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


De Rugstreeppad is niet bekend van en wordt ook niet verwacht op locaties waarontwikkelingen zijn voorzien. Een ontheffingsaanvraag voor <strong>de</strong> Heikikker kanvoorkomen wor<strong>de</strong>n door effecten te voorkomen (bijvoorbeeld door waterlopen engeschikt landhabitat te ontzien of aa<strong>nl</strong>eggen van nieuw biotoop voorafgaand aanvernietigen van eventueel aanwezig biotoop).VissenTabel 4 laat zien dat in het plangebied streng bescherm<strong>de</strong> vissen voorkomen.Tabel 4: Aanwezige of mogelijk aanwezige on<strong>de</strong>r Flora- en faunawet bescherm<strong>de</strong> vissenSoortWetenschappelijkenaamBeschermingBittervoorn Rho<strong>de</strong>us cericeus FF3 / HR I &NBGrote mod<strong>de</strong>rkruiper Misgurnus fossilis FF3 / HR I &NBKleine Mod<strong>de</strong>rkruiper Cobitis taenia FF2 & NBRivierdon<strong>de</strong>rpad Cottus gobio FF 2 & NBFFX: Flora- en faunawet Tabel 1, 2 of 3; HR X; Habitatrichtlijn bijlage I of IV; NB: NatuurbeschermingswetIndien gewerkt wordt volgens een goedgekeur<strong>de</strong> gedragsco<strong>de</strong> hoeft voor Kleinemod<strong>de</strong>rkruiper geen ontheffing te wor<strong>de</strong>n aangevraagd. Voor <strong>de</strong> overige soorten kanontheffing aangevraagd wor<strong>de</strong>n voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze zal verleendwor<strong>de</strong>n, mits voldoen<strong>de</strong> mitigeren<strong>de</strong> maatregelen in acht genomen wor<strong>de</strong>n. Kortom,voor effecten op vissen binnen het bestemmingsplangebied kan zeker ontheffingverkregen wor<strong>de</strong>n.VogelsWat betreft vogels zijn alleen die broedvogels weergegeven waarvan <strong>de</strong> nesten on<strong>de</strong>r<strong>de</strong> Flora- en faunawet jaarrond beschermd zijn óf waarvan inventarisatie gewenst is. Inhet on<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong> zijn alleen soorten opgenomen waarvan broedgevallen ofnestindicerend gedrag daadwerkelijk zijn vastgesteld. Uiteraard zijn veel meer soortenter plaatse of overvliegend waargenomen26. Soorten relevant voor <strong>de</strong>natuurbeschermingswet wor<strong>de</strong>n in een aparte paragraaf besproken.Tabel 5: Aanwezige on<strong>de</strong>r Flora- en faunawet bescherm<strong>de</strong> broedvogelsSoortWetenschappelijke BeschermingnaamBlauwe Reiger Ar<strong>de</strong>a cinerea VR cat 5Boerenzwaluw Hirundo rustica VR cat 5Boomkruiper Certhia brachydactyla VR cat 5Boomvalk Falco subbuteo VR cat 4Bosuil Strix aluco VR cat 5Ekster Pica pica VR cat 5Gekraag<strong>de</strong> Roodstaart Phoenicurus phoenicurus VR cat 5Grauwe Vliegenvanger Muscicapa striata VR cat 5Grote Bonte Specht Dendrocopos major VR cat 5Huismus Passer domesticus VR cat 2<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 33 - 1 september 2010


SoortWetenschappelijkenaamBeschermingHuiszwaluw Delichon urbicum VR cat 5IJsvogel Alcedo atthis VR cat 5 & NBKoolmees Parus major VR cat 5Pimpelmees Cyanistes caeruleus VR cat 5Sperwer Accipiter nisus VR cat 4Spreeuw Sturnus vulgaris VR cat 5Zwarte Kraai Corvus corone VR cat 5VR: Vogelrichtlijn; cat 1: Nesten die, behalve geduren<strong>de</strong> het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen ingebruik zijn als vaste- rust en verblijfplaats;cat 2: Nesten van koloniebroe<strong>de</strong>rs doe elk seizoen op <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> plaats broe<strong>de</strong>n en die daarin zeer honkvast zijn ofafhankelijk van bebouwing van het biotoop;cat 3: Nesten van vogels, zijn<strong>de</strong> geen koloniebroe<strong>de</strong>rs, die elk broedseizoen op <strong>de</strong>zelf<strong>de</strong> plaats broe<strong>de</strong>n en diedaarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing;cat 4: Vogels die elk jaar gebruik maken van hetzelf<strong>de</strong> nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest tebouwen;cat 5: Nesten zijn alleen geduren<strong>de</strong> het broedseizoen beschermd, tenzij zwaarwegen<strong>de</strong> feiten of ecologischeomstandighe<strong>de</strong>n jaarron<strong>de</strong> bescherming rechtvaardigen.Voor effecten op vogels met een vast nest binnen het bestemmingsplangebied kanzeker geen ontheffing verkregen wor<strong>de</strong>n. Wel kan <strong>de</strong> noodzaak voor een ontheffingvoorkomen wor<strong>de</strong>n. Dit is mogelijk door beken<strong>de</strong> nestplaatsen bij ontwikkeling teontzien of voorafgaand aan <strong>de</strong> ingreep <strong>de</strong> vaste verblijfplaats met bijbehorendfunctioneel leefgebied te compenseren (bijvoorbeeld het aanbrengen van “mussenvi<strong>de</strong>s”of uilenkasten).Voor het verstoren van broe<strong>de</strong>n<strong>de</strong> vogels wordt geen ontheffing verleend, maarverstoring is uitstekend te voorkomen door <strong>de</strong> werkzaamhe<strong>de</strong>n buiten het broedseizoenuit te voeren of <strong>de</strong> werkzaamhe<strong>de</strong>n voorafgaand aan het broedseizoen aan te vangenen continu door te zetten. Ook kunnen <strong>de</strong> aanwezige habitats ongeschikt gemaaktwor<strong>de</strong>n voor broe<strong>de</strong>n<strong>de</strong> vogels. Hier is geen ontheffing voor nodig.Voor effecten op vogels zon<strong>de</strong>r vast nest binnen bestemmingsplan gebie<strong>de</strong>n Ne<strong>de</strong>rhorst<strong>de</strong>n Berg, Ankeveen, Kortenhoef, <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> dijken en Plassengebied kan zeker geenontheffing verkregen wor<strong>de</strong>n. Wel kan <strong>de</strong> noodaak voor een ontheffing voorkomenwor<strong>de</strong>n door mitigeren<strong>de</strong> maatregelen uit te voeren.Overige taxonomische groepenTabel 6: Aanwezige en mogelijk aanwezige on<strong>de</strong>r Flora- en faunawet bescherm<strong>de</strong> soorten behorendtot taxonomische groepen die nog niet in het bovenstaan<strong>de</strong> zijn benoemdSoortWetenschappelijke BeschermingnaamPlatte schijfhoren Anisus vorticulus FF3 / HR VI & NBGroene glazenmaker Aeshna viridis FF3 / HR IVRouwmantel Nymphalis antiopa FF3 / HR IFFX: Flora- en faunawet Tabel 1, 2 of 3; HR X; Habitatrichtlijn bijlage I of IV; NB: Natuurbeschermingswet9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Voor effecten op soorten behorend tot <strong>de</strong> overige taxonomische groepen in hetbestemmingsplangebied is geen ontheffing noodzakelijk of kan <strong>de</strong>ze zeker verkregenwor<strong>de</strong>n.Samenvatting Flora- en faunawetTabel 7: Synthese Flora- en faunawetSoortgroep Ontheffing noodzakelijk Ontheffing mogelijk Ontheffing voorkomenVaatplanten Nee - -Grondgebon<strong>de</strong>nMogelijk Ja -zoogdierenVleermuizen Mogelijk Ja -Reptielen Mogelijk Ja -Amfibieën Mogelijk Niet in alle gevallen voor Ja in geval van HeikikkerHeikikkerVissen Mogelijk Ja -Vogels met vast nest Vrijwel zeker Nee Ja, compenseren vooringreepVogels zon<strong>de</strong>r vast nest Ja Nee Ja, mitigeren<strong>de</strong>maatregelen uitvoerenOverige groepenMogelijk alleenRouwmantelJa -Tabel 7 laat conclu<strong>de</strong>ren dat effecten die <strong>de</strong> activiteiten die <strong>de</strong> vijf bestemmingsplannenmogelijk maken uitvoerbaar zijn op grond van <strong>de</strong> Flora- en faunawet. Waar noodzakelijkkan het aanvragen van een ontheffing voorkomen wor<strong>de</strong>n of kan een ontheffingverleend wor<strong>de</strong>n. Wanneer een initiatiefnemer daadwerkelijk overgaat tot het opvullenvan <strong>de</strong> ruimte die <strong>de</strong> bestemmingsplannen bie<strong>de</strong>n, zullen <strong>de</strong> initiatieven afzon<strong>de</strong>rlijk enin meer <strong>de</strong>tail aan <strong>de</strong> Flora- en faunawet getoetst moeten wor<strong>de</strong>n. Gesteld kan wor<strong>de</strong>ndat het bestemmingsplan <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong> uitvoerbaar is binnen <strong>de</strong> ka<strong>de</strong>rs van <strong>de</strong>Flora- en faunawet.3.5.3 ConclusiesDe toetsing op bestemmingsplanniveau kan een toetsing van <strong>de</strong> uitein<strong>de</strong>lijke ingrepenniet vervangen.Het bestemmingsplangebied bevindt zich binnen gebie<strong>de</strong>n waar <strong>de</strong>Natuurbeschermingswet en <strong>de</strong> ka<strong>de</strong>rs van <strong>de</strong> Ecologische Hoofdstructuur vantoepassing zijn. Ook komen on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> Flora- en faunawet streng bescherm<strong>de</strong> soortenvoor binnen <strong>de</strong>ze gebie<strong>de</strong>n.Nieuwe initiatieven wor<strong>de</strong>n met dit bestemmingsplan maar zeer beperkt mogelijkgemaakt.De toetsing laat zien dat <strong>de</strong> initiatieven die mogelijk wor<strong>de</strong>n gemaakt on<strong>de</strong>r hetbestemmingsplan uitvoerbaar geacht wor<strong>de</strong>n op grond van vigeren<strong>de</strong> natuur wet- enregelgeving.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 35 - 1 september 2010


Van <strong>de</strong> initiatieven welke in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt wor<strong>de</strong>n wordt geachtdat <strong>de</strong>ze uitvoerbaar zijn op grond van <strong>de</strong> vigeren<strong>de</strong> wetgeving. Afhankelijk van tijdstipen wijze van <strong>de</strong> daadwerkelijke uitvoering kan het voorkomen dat een na<strong>de</strong>re toetsingnoodzakelijk is en kunnen mitigeren<strong>de</strong> maatregelen noodzakelijk zijn om een ontheffingmogelijk te maken.Depositie van verzuren<strong>de</strong> en vermesten<strong>de</strong> stoffen is een algemeen aandachtspunt tenaanzien van Natura 2000. Van <strong>de</strong> initiatieven welke in <strong>de</strong> bestemmingsplannen mogelijkgemaakt wor<strong>de</strong>n wordt geacht dat significant negatieve effecten als gevolg vanverzuren<strong>de</strong> en vermesten<strong>de</strong> <strong>de</strong>positie te voorkomen. Omdat dit on<strong>de</strong>rwerp nog volopon<strong>de</strong>rwerp is van ontwikkelingen als <strong>de</strong> Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is hetraadzaam dit on<strong>de</strong>rwerp te blijven volgen.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


4 FUNCTIONELE ANALYSE4.1 WonenDe woonfunctie is geconcentreerd rond <strong>de</strong> Oud-Loosdrechtsedijk en <strong>de</strong> Nieuw-Loosdrechtsedijk en bestaat uit grondgebon<strong>de</strong>n woningen, al dan niet vrijstaand ofgeschakeld. Enkele van <strong>de</strong> woningen aan <strong>de</strong> Oud Loosdrechtsedijk zijnrijksmonumenten.Door een grote mate van verweving van functies in het plangebied is een situatieontstaan waarin (hin<strong>de</strong>r)gevoelige functies (vooral wonen) direct naast milieubelasten<strong>de</strong>functies voorkomen. Het gaat hier voornamelijk om bedrijven uit <strong>de</strong> toeristische sector.Langs <strong>de</strong> Oud Loosdrechtsedijk is tevens een aannemersbedrijf en eenbedrijfsverzamelgebouw te vin<strong>de</strong>n.In dit bestemmingsplan heeft een perceel aan <strong>de</strong> Nieuw Loosdrechtsedijk <strong>de</strong>bestemming wonen gekregen naar aa<strong>nl</strong>eiding van het wijzigingsbesluit dat hiervoor isgenomen.4.2 VoorzieningenIn het plangebied zijn verschillen<strong>de</strong> commerciële voorzieningen aanwezig. In <strong>de</strong>on<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong> tabel zijn <strong>de</strong>ze opgesomd:AdresNieuw Loosdrechtsedijk 211Nieuw Loosdrechtsedijk 217 aNieuw Loosdrechtsedijk 208bNieuw Loosdrechtsedijk 204b 204 cNieuw Loosdrechtsedijk 216Oud Loosdrechtsedijk 97Oud Loosdrechtsedijk 103bNieuw Loosdrechtsedijk 202Nieuw Loosdrechtsedijk 204/ 204bNieuw Loosdrechtsedijk 211 a211 (restaurant)Nieuw Loosdrechtsedijk 213Nieuw Loosdrechtsedijk 217aOud Loosdrechtsedijk 113Nieuw Loosdrechtsedijk 198Oud Loosdrechtsedijk 89bOud Loosdrechtsedijk 71 aActiviteitCafé Restaurant't SchippertjeCafé RestaurantDe Stille PlasJachtwerf van DusseldorpJachthavenJachthavenJachthavenJachthavenStacaravans/ huisjesStacaravans/ huisjesStacaravans/ huisjesStacaravans/ huisjesStacaravans/ huisjesen een restaurantStacaravans/ huisjesOok caravanbedrijf en scheepson<strong>de</strong>rhoud.Woning, tuin, tennisbanen en midgetgolfBotenBoten<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 37 - 1 september 2010


In het plangebied zijn geen niet-commerciële voorzieningen (zoals kerken en scholen en<strong>de</strong>rgelijke) aanwezig.4.3 Bedrijven en kantorenDe bedrijven in het plangebied zijn gelegen tussen <strong>de</strong> woningen. In het plangebiedbevin<strong>de</strong>n zich geen bedrijventerreinen. Het gaat hier om <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> bedrijven.AdresOud Loosdrechtsedijk 113Oud Loosdrechtsedijk 113bOud Loosdrechtsedijk 95Oud Loosdrechtse dijk 71BedrijfsactiviteitBotenbouwer (speedboten)Scheepsreparatie en on<strong>de</strong>rhoud (Hans HeikoopScheepstimmerwerk & On<strong>de</strong>rhoud)AannemersbedrijfBedrijfsverzamelgebouw(o.a. Ron van ’t Klooster)4.4 LandbouwAlgemeenIn het plangebied bevin<strong>de</strong>n zich enkele natuurgebie<strong>de</strong>n met beperkt agrarisch gebruik.De landbouwfuncties in het plangebied zijn beperkt tot extensieve begrazing tennoor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Drecht aangrenzend aan <strong>de</strong> ’s Grave<strong>nl</strong>andschevaart en extensievebegrazing ten zui<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Nieuw Loosdrechtsedijk. Er zijn geen agrarische bedrijvengevestigd in het plangebied.HobbyboerenOp een perceel ten zui<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Nieuw Loosdrechtsedijk wor<strong>de</strong>n op een hobbymatigewijze schapen gehou<strong>de</strong>n. Er zijn hier een aantal dierverblijven aanwezig.Productieomstandighe<strong>de</strong>nHobbyboeren zijn niet gericht op productie. Voor hen zijn <strong>de</strong> productieomstandighe<strong>de</strong>ndan ook niet relevant. De gron<strong>de</strong>n die in het plangebied extensief wor<strong>de</strong>n begraasdhebben primair een landschappelijke, ecologische en waterhuishoudkundige functie.4.5 Recreatie4.5.1 HistorieHet recreatieve gebruik van het Plassengebied kwam in het begin van <strong>de</strong>ze eeuwlangzaam op gang. De aanwezigheid van een groot wateroppervlak vorm<strong>de</strong> <strong>de</strong> directeaa<strong>nl</strong>eiding voor <strong>de</strong> ontwikkeling van watergebon<strong>de</strong>n recreatie. In 1900 wordt <strong>de</strong> eerstejachthaven aangelegd. Vooralsnog kan men er alleen roeiboten huren. In 1907verscheen <strong>de</strong> eerste loods, gevolgd door <strong>de</strong> oprichting van <strong>de</strong> eerstewatersportvereniging in 1912. In 1929 wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> plassen 'openbaar vaarwater'.Vanaf <strong>de</strong>ze tijd wor<strong>de</strong>n in Loosdrecht weekendhuisjes gebouwd. Deze huisjes wer<strong>de</strong>ndirect aan <strong>de</strong> plassen gebouwd, en wer<strong>de</strong>n meestal uit hout opgetrokken.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Vooral na <strong>de</strong> twee<strong>de</strong> wereldoorlog ontwikkel<strong>de</strong> <strong>de</strong> recreatie rondom het Plassengebiedzich sterk. Dit is zowel zichtbaar langs <strong>de</strong> ran<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> plassen als in het dorp Oud-Loosdrecht, dat na <strong>de</strong> oorlog is veran<strong>de</strong>rd in een toeristendorp. Het aantal van en hetoppervlak aan jachthavens en weekendhuisjes- of stacaravanterreinen is aanzie<strong>nl</strong>ijkuitgebreid.Momenteel speelt het Plassengebied een belangrijke recreatieve rol voor <strong>de</strong> ste<strong>de</strong>lijkegebie<strong>de</strong>n van Hilversum en Utrecht. Binnen het plangebied vin<strong>de</strong>n we <strong>de</strong> concentratiesvan recreatiegebie<strong>de</strong>n langs <strong>de</strong> bei<strong>de</strong> dijken. Door <strong>de</strong> groene inrichting van <strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>ntussen <strong>de</strong> recreatiegebie<strong>de</strong>n en <strong>de</strong> dijk zijn <strong>de</strong> stacaravans en tuinhuisjes vanaf <strong>de</strong> dijkmeestal niet waarneembaar.Aanvankelijk bleef <strong>de</strong> recreatieve ontwikkeling beperkt tot <strong>de</strong> zone nabij <strong>de</strong> dijken. In <strong>de</strong>loop van <strong>de</strong> laatste <strong>de</strong>cennia rukte <strong>de</strong> recreatieve ontwikkeling steeds ver<strong>de</strong>r op, richtinghet waar<strong>de</strong>volle natuurgebied, dat tussen <strong>de</strong> dijken ligt. In totaal wordt ruim één<strong>de</strong>r<strong>de</strong>van het plangebied voor intensieve recreatie gebruikt.Deze recreatiegebie<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>n ontsloten via <strong>de</strong> dijken. De pa<strong>de</strong>n op <strong>de</strong>recreatiegebie<strong>de</strong>n maken het inmid<strong>de</strong>ls mogelijk om veel ver<strong>de</strong>r het natuurgebiedbinnen te dringen dan alleen via <strong>de</strong> dijken mogelijk zou zijn.4.5.2 InventarisatieDe verschillen<strong>de</strong> vormen van recreatie die binnen het plangebied voorkomen, kunnen ingrote lijnen wor<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>rver<strong>de</strong>eld in <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> categorieën:• Stacaravans en zomerhuisjes;• Boten;• Jachthavens;• Sport en spel.Stacaravans en zomerhuisjesNieuw Loosdrechtsedijk 202Nieuw Loosdrechtsedijk 204/ 204bNieuw Loosdrechtsedijk 211 a211 (restaurant)Nieuw Loosdrechtsedijk 213Nieuw Loosdrechtsedijk 217aOud Loosdrechtsedijk 113Stacaravans/huisjesStacaravans/huisjesStacaravans/huisjesStacaravans/huisjesStacaravans/huisjesen een restaurantStacaravans/huisjesOok caravanbedrijf enscheepson<strong>de</strong>rhoud.De verblijfsrecreatie vindt in principe geconcentreerd plaats in <strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n waarstacaravans (zogenaam<strong>de</strong> living-vans) en zomerhuisjes zijn geplaatst. Daarnaast staatop enkele plaatsen in het plangebied een solitaire stacaravan. Deze staan aangegevenop <strong>de</strong> plankaart. Op <strong>de</strong> grotere stacaravanparken grenzen alle percelen aan het wateren bij veel stacaravans ligt een bootje. Behalve <strong>de</strong> stacaravans en huisjes zelf staan erop <strong>de</strong>ze terreinen gebouwen voor beheer en on<strong>de</strong>rhoud (ook voor boten), een kantine,een showroom, een kantoortje, bergruimte, wasruimten en toiletten. Het terrein is ver<strong>de</strong>ringericht met groen, een speelterrein, pa<strong>de</strong>n, parkeerplaatsen en vaarwater.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 39 - 1 september 2010


De grootte van <strong>de</strong> kavels voor <strong>de</strong> stacaravans en huisjes loopt uiteen van ongeveer 5 x10 meter (<strong>de</strong> meeste) tot 12 x 20 meter voor <strong>de</strong> grotere. De stacaravans en huisjes zijnongeveer 2 x 5 meter tot 4 x 8 meter groot.Concentraties van dit soort recreatieterreinen bevin<strong>de</strong>n zich aan <strong>de</strong> zuidzij<strong>de</strong> van <strong>de</strong>Oud-Loosdrechtsedijk (beperkt in omvang), en aan <strong>de</strong> noord- en zuidzij<strong>de</strong> van <strong>de</strong> NieuwLoosdrechtsedijk (bijzon<strong>de</strong>r grootschalig). Deze laatstgenoem<strong>de</strong> stacaravanparkenstrekken zich uit tot 500 à 600 meter het natuurgebied in.BotenDe twee<strong>de</strong> soort recreatieterreinen biedt ruimte aan veel kleinere bouwwerken. Ook <strong>de</strong>percelen waarop <strong>de</strong>ze 'tuinhuisjes' zich bevin<strong>de</strong>n, grenzen allemaal aan het water.Daar bevindt zich dan ook het bootje. Behalve <strong>de</strong> schuurtjes vin<strong>de</strong>n we op <strong>de</strong>zerecreatieterreinen weer een aantal gebouwtjes voor dienstverlening, beheer enon<strong>de</strong>rhoud, een bote<strong>nl</strong>oods, bergruimten, toiletten, wasruimten en een kantoortje.Het openbaar terrein is ver<strong>de</strong>r ingericht met groenvoorzieningen, pa<strong>de</strong>n enparkeerplaatsen. Voor <strong>de</strong> boten zijn steigers aanwezig.De grootte van <strong>de</strong> kavels van <strong>de</strong> tuinhuisjes bedraagt ongeveer 6 x 8 meter tot10 x 14 meter. De meeste tuinhuisjes zijn ongeveer 2 x 3 meter groot.Ten zui<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Oud-Loosdrechtsedijk bevin<strong>de</strong>n zich concentraties van gebie<strong>de</strong>n met<strong>de</strong>ze recreatieve functie. De terreinen lopen door tot bijna bij <strong>de</strong> Oostelijke Drecht,gelegen op een afstand van ruim 600 meter van <strong>de</strong> Oud-Loosdrechtsedijk.JachthavenEen <strong>de</strong>r<strong>de</strong> soort recreatiegebie<strong>de</strong>n is <strong>de</strong> jachthaven. Het grootste <strong>de</strong>el bestaat uit water,waarin zich aa<strong>nl</strong>egsteigers voor boten bevin<strong>de</strong>n. Op het land staan bote<strong>nl</strong>oodsen, eenkantoortje, een café, toiletten en wasruimten, alsme<strong>de</strong> groenvoorzieningen,parkeerplaatsen en pa<strong>de</strong>n. De jachthavens bevin<strong>de</strong>n zich ten zui<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>Oud-Loosdrechtsedijk en ten noor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Nieuw-Loosdrechtsedijk.AdresNieuw Loosdrechtsedijk 208bNieuw Loosdrechtsedijk 204b 204 cNieuw Loosdrechtsedijk 216Oud Loosdrechtsedijk 97Oud Loosdrechtsedijk 103bActiviteitJachtwerf van DusseldorpJachthavenJachthavenJachthavenJachthavenSport en SpelHet laatste soort recreatiegebied is bedoeld voor sportieve recreatie. Hetmidgetgolfterrein en <strong>de</strong> tennisbanen ten noor<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Nieuw-Loosdrechtsedijkbehoren hiertoe. Op dit terrein bevindt zich één gebouw, bedoeld voor bijvoorbeeld <strong>de</strong>kaartverkoop. Op het terrein is ook een parkeerplaats aanwezig.AdresNieuw Loosdrechtsedijk 198aActiviteitMidgetgolf9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


4.5.3 ToekomstIn <strong>de</strong>ze paragraaf komen <strong>de</strong> ontwikkelingen van <strong>de</strong> watersport en <strong>de</strong> verblijfsrecreatieaan bod, voorzover van toepassing voor dit plangebied.Watersport (watergebon<strong>de</strong>n recreatie)Watersport is in 'Ne<strong>de</strong>rland Waterland' een zeer belangrijke recreatievorm. Vooral hetIJsselmeer, het Deltagebied en <strong>de</strong> Wad<strong>de</strong>nzee zijn erg in trek bij <strong>de</strong> recreanten op eenzeilboot, motorboot, kano's en an<strong>de</strong>re vaartuigen.Uit het rapport 'Toekomstverkenningen watersport' van <strong>de</strong> VAROR blijkt een groeien<strong>de</strong>belangstelling voor actieve vormen van waterrecreatie. Voorbeel<strong>de</strong>n hiervan zijnplankzeilen op ruim water en in <strong>de</strong> branding, zee- en wildwaterkanovaren,catamaranzeilen, waterscooters en snelle motorboten voor toertochten, en trekvakantiesper kano of roeiboot.Veel van <strong>de</strong>ze vaartuigen maken gebruik van <strong>de</strong> voorzieningen die jachthavens hunbie<strong>de</strong>n. De vraag naar ligplaatsen lijkt, op nationaal niveau, te verschuiven van <strong>de</strong>ou<strong>de</strong>re watersportgebie<strong>de</strong>n in het Hollands-Utrecht Plassengebied naar grootschaligegebie<strong>de</strong>n als het IJsselmeer, <strong>de</strong> Noordzee en <strong>de</strong> Deltawateren.Het voorzieningenniveau in <strong>de</strong> waterrecreatiegebie<strong>de</strong>n is, lan<strong>de</strong>lijk gezien, veelalontoereikend voor een langer verblijf op <strong>de</strong> boot, hetgeen geen stimulans is voor hetmaken van een trekvakantie. Er zijn te weinig openbare aa<strong>nl</strong>egplaatsen, wat leidt totaa<strong>nl</strong>eggen in natuurlijke, oeverbeschermen<strong>de</strong> begroeiingen zoals rietkragen. Dit heefteen na<strong>de</strong>lig effect voor <strong>de</strong> natuurgebie<strong>de</strong>n.Tevens zijn, voor het kunnen maken van toertochten of trekvakanties, <strong>de</strong> verbindingentussen <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> wateren en waterwegen van belang. Een beperkte capaciteitvan sluizen, een ontoereiken<strong>de</strong> bediening en hoogte van bruggen, onvoldoen<strong>de</strong>doorvaartdiepte en het ontbreken van schakels vormen op een aantal plaatsenbelemmeringen voor <strong>de</strong> watersporters. Hierdoor is een optimale benutting van <strong>de</strong>bestaan<strong>de</strong> vaarwegen niet mogelijk. Het is <strong>de</strong> bedoeling <strong>de</strong> vaarverbindingen rondom<strong>de</strong> Loosdrechtse Plassen te verbeteren. In dit ka<strong>de</strong>r heeft reeds een verbeteringplaatsgevon<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> Mijn<strong>de</strong>nse sluis (aan <strong>de</strong> westzij<strong>de</strong> van <strong>de</strong> plassen), die <strong>de</strong>verbinding vormt tussen <strong>de</strong> plassen en <strong>de</strong> Vecht. In het noordoosten van hetplassengebied bestaan plannen voor <strong>de</strong> verbetering van <strong>de</strong> vaarmogelijkhe<strong>de</strong>n op <strong>de</strong>'s-Grave<strong>nl</strong>andse Vaart. Deze vaart vormt <strong>de</strong> verbinding tussen het Hilversums Kanaalen het plassengebied, maar is te ondiep en te smal voor <strong>de</strong> meeste vaartuigen. Behalvevia <strong>de</strong> 's-Gravelandse Vaart gaat <strong>de</strong>ze route ook via <strong>de</strong> Oostelijke Drecht, dwars doorhet plangebied '<strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong> te Loosdrecht'.Het provinciale beleid is gericht op een hoogwaardige inrichting van <strong>de</strong> vaarwegen en<strong>de</strong> plassengebie<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> toervaart, om daarmee on<strong>de</strong>r meer <strong>de</strong> recreatieve waar<strong>de</strong>te vergroten. Tevens is het beleid gericht op het behoud en verbeteren van <strong>de</strong>Loosdrechtse plassen, waarbij uitbreiding en verbetering van <strong>de</strong> voorzieningen en <strong>de</strong>ontwikkeling van dui<strong>de</strong>lijk herkenbare watersportkernen speciale aandacht krijgen.Het provinciale beleid geldt vooral voor <strong>de</strong> westzij<strong>de</strong> van <strong>de</strong> Loosdrechtse plassen.De oostzij<strong>de</strong> van <strong>de</strong> Loosdrechtse plassen (het westelijke ge<strong>de</strong>elte van hetbestemmingsplangebied), die onverveend is gebleven, is hierdoor, met uitzon<strong>de</strong>ring van<strong>de</strong> vaarwegen en jachthavens, niet beschikbaar voor <strong>de</strong> watersport. Bescherming vannatuur en landschap geniet daarom in dit gebied hoge prioriteit bij <strong>de</strong> provincie.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 41 - 1 september 2010


Wel wil <strong>de</strong> provincie <strong>de</strong> watersportkern in het westelijke ge<strong>de</strong>elte van Oud-Loosdrecht,stimuleren. Het provinciale beleid is erop gericht om <strong>de</strong>ze kern dui<strong>de</strong>lijker herkenbaar temaken. Daarbij moet een betere functionele en visuele relatie met het water tot standkomen.Daarnaast is <strong>de</strong> provincie voorstan<strong>de</strong>r van het uitbrei<strong>de</strong>n van bestaan<strong>de</strong> jachthavens,met als doel <strong>de</strong> havens te verbeteren. Het ontwikkelen van volledig nieuwe jachthavensis op basis van ruimtelijke ontwikkelingen ongewenst.VerblijfsrecreatieVerblijfsrecreatie is het buitenshuis verblijven voor recreatieve doelein<strong>de</strong>n met tenminste één overnachting, die niet bij familie of kennissen plaatsvindt.De laatste jaren neemt het aantal vakanties in verhuurbungalows sterk toe. Hetkamperen bij <strong>de</strong> boer groeit licht. Tevens is een groeien<strong>de</strong> vraag naar locaties aan <strong>de</strong>kust en het water. Ook beschikken steeds meer Ne<strong>de</strong>rlan<strong>de</strong>rs over een twee<strong>de</strong> woning.Het kamperen van jaar- en seizoensstandplaatsen neemt langzaam af, terwijl hettoeristisch kamperen en het natuur kamperen ongeveer gelijk blijft.Hoewel <strong>de</strong> vraag naar ruimte voor verblijfsrecreatie divers is en uiteen loopt van hetverblijven in luxueuze on<strong>de</strong>rkomens tot het zeer eenvoudig kamperen, kan over hetalgemeen wor<strong>de</strong>n gesteld dat <strong>de</strong> consument steeds hogere eisen stelt aan <strong>de</strong> kwaliteitop en in <strong>de</strong> omgeving van <strong>de</strong> verblijfsplaats. Goed sanitair, een restaurant, zwembad enwasserette is voor een <strong>de</strong>el van <strong>de</strong> vakantiegangers van belang. Natuurliefhebbers zienjuist kwaliteiten in kleinschalige verblijven in een natuurlijke omgeving.Vanuit <strong>de</strong> verblijfplaats wor<strong>de</strong>n steeds vaker tochten on<strong>de</strong>rnomen per fiets, te voet ofmet <strong>de</strong> kano en wor<strong>de</strong>n bezoeken aan musea of attracties gebracht.Met <strong>de</strong> toename van <strong>de</strong> verblijfsrecreatie zal ook <strong>de</strong> vraag naar terreinen voor <strong>de</strong>zevorm van recreatie stijgen. Bij <strong>de</strong> wens om een uitbreiding te realiseren hebbeneigenaren van recreatieterreinen vaak te kampen met planologische problemen. Aan <strong>de</strong>an<strong>de</strong>re kant is het ongewenst alle verblijfsrecreatieterreinen te laten uitgroeien totgrootschalige oor<strong>de</strong>n; hiermee zou namelijk <strong>de</strong> diversiteit van <strong>de</strong> terreinen in gevaarkomen. Veel verblijfsrecreatieterreinen liggen in of nabij natuurgebie<strong>de</strong>n. Dit kan naartwee kanten problemen opleveren. De recreatiegebie<strong>de</strong>n hebben mogelijk eennegatieve uitstraling naar het natuurgebied, terwijl <strong>de</strong> strikte natuureisen <strong>de</strong>ontplooiingsmogelijkhe<strong>de</strong>n voor het recreatiegebied beperken. Indien recreatiebedrijvenniet meegaan met <strong>de</strong> marktvraag, bestaat bij een aantal eigenaren <strong>de</strong> vrees vanfaillissement. Gevolg hiervan zou dan weer zijn dat het Ne<strong>de</strong>rlands toeristisch-recreatiefproduct zal verpauperen, wat een ongunstig effect zou hebben op <strong>de</strong> directe omgevingvan <strong>de</strong> recreatiebedrijven. De grootte van stacaravans en recreatiewoningen hangt afvan <strong>de</strong> kavelgrootte, zodat <strong>de</strong> bebouwingsdichtheid over <strong>de</strong> recreatiegebie<strong>de</strong>n alsgeheel aan ban<strong>de</strong>n kan wor<strong>de</strong>n gelegd. Zo wordt voorkomen dat <strong>de</strong>ze gebie<strong>de</strong>nhelemaal 'dichtgroeien'.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Er gel<strong>de</strong>n <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> toegestane oppervlaktes:Kavelgrootte Stacaravan /Recreatiewoning51-100 m² 20 m²101-105 m² 30 m²151-200 m² 35 m²201-300 m² 45 m²301-400 m² 55 m²>401 m² 70 m²De hierboven genoem<strong>de</strong> oppervlaktes zijn exclusief een berging van maximaal 6 m².De grootte van een perceel wordt slechts bepaald door <strong>de</strong> hoeveelheid grond. De gootennokhoogte van een recreatiewoning zijn maximaal respectievelijk 3 en 4,50 meter.Een recreatiewoning heeft één bouwlaag met een plat of lichthellend dak (dakhelling ismaximaal 30 gra<strong>de</strong>n). Een kel<strong>de</strong>r geldt als een bouwlaag; een verdieping geldt als eenbouwlaag als meer dan <strong>de</strong> helft van <strong>de</strong> vloeroppervlakte een stahoogte van 1.80 meterheeft.Een an<strong>de</strong>r signaal dat wordt opgevangen uit <strong>de</strong> markt, is <strong>de</strong> wens van een 'twee<strong>de</strong>woning'. Deze is bedoeld voor recreatief verblijf maar staat blijvend ter beschikking van<strong>de</strong> eigenaar/recreant, die el<strong>de</strong>rs zijn hoofdverblijf houdt en ook ingeschreven staat ophet adres van het hoofdverblijf en nergens an<strong>de</strong>rs. Hoewel <strong>de</strong> woning permanent aan <strong>de</strong>eigenaar ter beschikking staat, is het strijdig met het recreatieve doel van <strong>de</strong> woning om<strong>de</strong>ze daadwerkelijk permanent te bewonen. In dit plan wordt permanente bewoning vanrecreatiewoningen en stacaravans niet mogelijk gemaakt.Voor een aantal gevallen is een gedoogbeschikking afgegeven. Dit betreft vooralrecreatiewoningen op parken aan <strong>de</strong> Nieuw Loosdrechtsedijk. Een lijst met <strong>de</strong>betreffen<strong>de</strong> locaties is opgenomen in Bijlage 2.4.6 VerkeerBinnen het plangebied bevin<strong>de</strong>n zich wegen met een regionale functie voor hetdoorgaan<strong>de</strong> verkeer, wegen met een ontsluiten<strong>de</strong> functie voor <strong>de</strong> kernen enplattelandswegen met een functie ter ontsluiting van bedrijven en woningen.De Oud-Loosdrechtsedijk maakt <strong>de</strong>el uit van <strong>de</strong> N403, die <strong>de</strong> N201 (Hilversum-Haarlem) met <strong>de</strong> N402 (Loenen aan <strong>de</strong> Vecht-Maarssen) verbindt. Deze weg ontsluithet noor<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong>el van het plangebied. Het zui<strong>de</strong>lijk <strong>de</strong>el van het plangebied wordtontsloten door <strong>de</strong> Nieuw-Loosdrechtsedijk die Loosdrecht metUtrecht/Maarssen/Breukelen verbindt. Naast een ontsluiten<strong>de</strong> functie voor hetplangebied hebben <strong>de</strong> wegen een doorgaan<strong>de</strong> functie voor bove<strong>nl</strong>okaal verkeer. Op <strong>de</strong>N403 is zelfs sprake van sluipverkeer tussen Hilversum en <strong>de</strong> A2 als alternatief voor <strong>de</strong>congestiegevoelige N201.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 43 - 1 september 2010


9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


5 WATER5.1 WaterbeleidHet is dui<strong>de</strong>lijk dat het gebied gelegen tussen <strong>de</strong> Oud Loosdrechtsedijk en <strong>de</strong> NieuwLoosdrechtsedijk een gebied is dat een sterke relatie heeft met het water. Water speeltdaarom ook een belangrijke rol in het bestemmingsplan. Behalve een bufferzone langs<strong>de</strong> Drecht moeten ook <strong>de</strong> oevers beschermd wor<strong>de</strong>n. Het streven is om <strong>de</strong> oeverlijnente behou<strong>de</strong>n (<strong>de</strong> verhouding tussen land en water moet niet wijzigen). Als ergensverlegging van <strong>de</strong> oeverlijn nodig is, dan uitsluitend bij compensatie el<strong>de</strong>rs met water,geen <strong>de</strong>mping zon<strong>de</strong>r compensatie. Een an<strong>de</strong>re belangrijke factor in het behoud van <strong>de</strong>oeverlijn is <strong>de</strong> plaatsing van nieuwe beschoeiing. Nieuwe beschoeiing moet achter <strong>de</strong>bestaan<strong>de</strong> beschoeiing komen (dus niet ver<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> waterkant af).Europees beleidInternationaal wordt gestreefd naar duurzame en robuuste watersystemen. DeEuropese Unie heeft in 2000 <strong>de</strong> Ka<strong>de</strong>r Richtlijn Water (KRW) vastgesteld. Het doel van<strong>de</strong> KRW is verbetering van <strong>de</strong> (ecologische) kwaliteit van het oppervlaktewater. Bijontwikkeling dient het streven naar duurzame en robuuste watersystemen centraal testaan, waarbij een goe<strong>de</strong> ecologische en chemische waterkwaliteit wordt gerealiseerd.Voor het bestemmingsplan gel<strong>de</strong>n, in relatie met <strong>de</strong> KRW, diverse aandachtspunten:schei<strong>de</strong>n van schoon en vuil water, op diepte hou<strong>de</strong>n van wateren, eennatuurvrien<strong>de</strong>lijke inrichting en on<strong>de</strong>rhoud van oevers en het voorkomen en aanpakkenvan verontreinigingsbronnen van hemelwater.Lan<strong>de</strong>lijk beleidDe basisprincipes van <strong>de</strong> KRW zijn uitgewerkt in nationaal beleid (Waterbeleid 21 eeeuw, WB21). Centraal hierin staan ‘meer ruimte voor water’, ‘voorkomen vanafwenteling van <strong>de</strong> waterproblematiek in ruimte of tijd’ en ‘standstill situatie: geenachteruitgang in <strong>de</strong> huidige (peiljaar 2000) chemische en ecologische waterkwaliteit’. Ditdient bewerkstelligd te wor<strong>de</strong>n door <strong>de</strong> drietrapsstrategieën voor water: waterkwantiteit:vasthou<strong>de</strong>n-bergen-afvoeren en waterkwaliteit: schoonhou<strong>de</strong>n-schei<strong>de</strong>n-zuiveren.Binnen <strong>de</strong> WB21 strategieën zijn vier thema’s te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n voor het aanpakken van<strong>de</strong> lokale en regionale problemen:1. Veiligheid: waterkeringen.2. Verdroging: kwalitatieve en kwantitatieve eisen van natte natuur aan regionalewatersystemen.3. Emissies.4. Waterbo<strong>de</strong>ms: herstel van watersystemen vraagt om schoon water en bo<strong>de</strong>ms.Het realiseren van <strong>de</strong> doelen en uitgangspunten uit het WB21 is een gezame<strong>nl</strong>ijkeopgave. Dat is afgesproken in het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) door hetRijk, <strong>de</strong> Unie van Waterschappen, het Interprovinciaal Overleg en <strong>de</strong> Vereniging vanNe<strong>de</strong>rlandse Gemeenten. Per 1 januari 2009 staat alle regelgeving op het gebied vanwater in <strong>de</strong> nieuwe Waterwet.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 45 - 1 september 2010


Het Nationaal Waterplan wordt in 2009 <strong>de</strong> opvolger van <strong>de</strong> 4 e Nota Waterhuishouding.Voor ruimtelijke aspecten krijgt het Nationaal Waterplan <strong>de</strong> status van Structuurvisie,waarin water en ruimtelijke ontwikkelingen zijn geïntegreerd conform <strong>de</strong> WRO en <strong>de</strong>nieuwe Waterwet. Planning is dat het plan eind 2009 door het kabinet wordt vastgesteld.In <strong>de</strong> nationale wetgeving staat <strong>de</strong> doelstelling centraal dat in 2015 het water in eengoe<strong>de</strong> ecologische en chemische toestand moet zijn gebracht. In het Ontwerp NationaalWaterplan zijn algemene beleidsuitgangspunten opgenomen, waaron<strong>de</strong>r het strevennaar:• een duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer;• water ruimte geven en zo mogelijk meebewegen met en gebruik maken vannatuurlijk processen;• het in samenhang aanpakken van opgaven voor wonen, werken, mobiliteit,recreatie, landschap en natuur, water en milieu.Natura 2000 is een netwerk van natuurgebie<strong>de</strong>n dat een voorwaar<strong>de</strong> is voor <strong>de</strong>instandhouding van <strong>de</strong> Europese natuur. Daarom heeft <strong>de</strong> overheid een reeks vannatuurgebie<strong>de</strong>n aangewezen die van belang zijn voor het Europa. Flinke <strong>de</strong>len van hetplangebied zijn door <strong>de</strong> overheid on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> bescherming van <strong>de</strong> Europese Vogel- enHabitatrichtlijn gebracht op grond van <strong>de</strong> bijzon<strong>de</strong>re soorten en habitats die ervoorkomen. Voor <strong>de</strong>ze gebie<strong>de</strong>n wordt een gunstige staat van instandhoudingnagestreefd en geldt een ‘nee, tenzij’- regime voor activiteiten die mogelijk natuurscha<strong>de</strong>veroorzaken. Zie tabel. Het waterbeheer wordt geacht bij te dragen aan <strong>de</strong> gunstigestaat van instandhouding.GebiedLoen<strong>de</strong>rveense Plas West/Terra NovaWaterleidingplas, Loen<strong>de</strong>rveense Plas enBreukeleveensche PlasLoosdrechtse Plassen (muv Eerste Plas)TypeVogel- en Habitatrichtlijngebied en Beschermd natuurmonumentVogel- en HabitatrichtlijngebiedVogelrichtlijngebiedHet Plassengebied is on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> nationale landschappen Groene Hart en <strong>de</strong>Hollandse Waterlinie. Dit betekent dat <strong>de</strong> overheid <strong>de</strong> kwaliteiten van dit landschap wilinstandhou<strong>de</strong>n en versterken. Voor het waterbeheer belangrijke doelen zijn het zoveelmogelijk behou<strong>de</strong>n van het veen en daarmee van <strong>de</strong> vee<strong>nl</strong>andschappen en hetbo<strong>de</strong>marchief.Provinciaal beleidHet Provinciaal waterplan van <strong>de</strong> provincie Noord-Holland gaat in op <strong>de</strong> relatie tussenwaterbeheer en ruimtelijke omgeving. Op dit moment werkt <strong>de</strong> provincie aan een nieuwwaterplan voor <strong>de</strong> jaren 2010-2015. Totdat het nieuwe plan is aangenomen geldt hetProvinciaal waterplan Bewust omgaan met water (2006). Uitgangspunten zijn:‘problemen oplossen waar ze ontstaan’ en ‘water als me<strong>de</strong>or<strong>de</strong>nend principe bij <strong>de</strong>ruimtelijke ontwikkelingen’. In het Waterplan is een kaart opgenomen waarop voor eenaantal belangrijke wateren is aangegeven welke functies <strong>de</strong>ze voor het waterbeheerhebben.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


De Noord-Hollandse waterschappen hebben in beeld gebracht wat <strong>de</strong> wateropgave zalzijn om <strong>de</strong> provincie tegen wateroverlast te beschermen. Nu wor<strong>de</strong>n mogelijkemaatregelen on<strong>de</strong>rzocht. Momenteel zijn geen zoekgebie<strong>de</strong>n voor grootschaligewaterberging aangewezen. Waterberging wordt door mid<strong>de</strong>l van fijnmazige maatregelengerealiseerd.In het Provinciaal Milieubeleidsplan zijn milieubeschermingsgebie<strong>de</strong>n, categoriegrondwaterbescherming, aangewezen waarmee het bestemmingsplan rekening dient tehou<strong>de</strong>n.Beleid Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en VechtHet Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) geeft in het WaterbeheerplanAGV 2006-2009 een uitwerking van het waterbeleid van het Rijk en <strong>de</strong> provincies. Voorhet AGV is het Waterbeheerplan sturend voor <strong>de</strong> programmering van activiteiten en <strong>de</strong>ver<strong>de</strong>ling van geld en menskracht. Het Waterbeheerplan laat zien wat <strong>de</strong> toestand vanhet water is en wat nodig is om gewenste verbeteringen te bereiken. AGV wil <strong>de</strong> doelenin het plan bereiken op een samenhangen<strong>de</strong>, duurzame en integrale manier en waarmogelijk samen met an<strong>de</strong>re partijen.Recreatie heeft haar zwaartepunt op en rond <strong>de</strong> Plassen. Het gaat vooral omwatergerichte en in min<strong>de</strong>re mate natuurgerichte recreatie. AGV is geenvaarwegbeheer<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> Plassen en zij heeft ook geen wettelijke taken op hetrecreatieve vlak. Maar AGV ziet het als haar taak om goe<strong>de</strong> randvoorwaar<strong>de</strong>n tescheppen voor recreatie (Waterbeheerplan).Uitgangspunten over hoe om te gaan met water in ruimtelijke plannen zijn beschreven in<strong>de</strong> Keur. De Keur is een instrument waarmee het Hoogheemraadschap (een <strong>de</strong>el van)<strong>de</strong> doelen uit het Waterbeheerplan kan realiseren. In <strong>de</strong> Keur zijn verschillen<strong>de</strong> gebo<strong>de</strong>nen verbo<strong>de</strong>n vastgelegd. Met <strong>de</strong> Keur wil AGV <strong>de</strong> waterkwaliteit verbeteren, <strong>de</strong>doorstroming in sloten veilig stellen en <strong>de</strong> dijken sterk hou<strong>de</strong>n. AGV wijzigt <strong>de</strong> Keurvanwege <strong>de</strong> Waterwet.Een groot <strong>de</strong>el van het bestemmingsplangebied is door het Hoogheemraadschapaangewezen als KRW-waterlichaam. Het betreft hier het waterlichaam ‘Ster en Zod<strong>de</strong>n’.Momenteel is AGV bezig met <strong>de</strong> <strong>de</strong>tailuitwerkingen voor <strong>de</strong> KRW. Het streven is in 2009een stroomgebiedsbeheerplan vast te stellen. Het stroomgebiedbeheerplan is eenintegraal plan waarin invulling is gegeven aan zowel <strong>de</strong> KRW als WB21.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 47 - 1 september 2010


Het Watergebiedsplan Zui<strong>de</strong>lijke Vechtplassen (2008) is een integraal plan datgebiedsgericht en duurzaam een uitwerking geeft aan het Waterbeheerplan. In hetWatergebiedsplan is een inventarisatie van het watersysteem beschreven. Op basis van<strong>de</strong> inventarisatie zijn maatregelen ontworpen waarvan <strong>de</strong> effecten zijn verkend. HetWatergebiedsplan bevat 5 peilbesluiten en een waterinrichtingsplan. De uitvoering van<strong>de</strong> maatregelen zal plaatsvin<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> perio<strong>de</strong> 2009-2014. De hoofdopgave voor hetgebied is verbetering van <strong>de</strong> waterkwaliteit. De ambitie is om <strong>de</strong> Plassen weer hel<strong>de</strong>r temaken, rijk aan planten en dieren en met een hoge belevingswaar<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> recreant.De KRW en Natura 2000 maken verwerkelijking van <strong>de</strong>ze ambitie urgent.Het Plassencontract is een afspraak over <strong>de</strong> peilen, waterafvoer en wateraanvoer in <strong>de</strong>Pol<strong>de</strong>r Muyeveld, <strong>de</strong> Bethunepol<strong>de</strong>r, Pol<strong>de</strong>r Loen<strong>de</strong>rveen en <strong>de</strong> Bering<strong>de</strong> Lan<strong>de</strong>n vanPol<strong>de</strong>r Breukelen Proostdij, dat in 1963 voor het laatst is vernieuwd. HetPlassencontract stemt niet meer overeen met het feitelijke waterbeheer en voldoet nietmeer aan <strong>de</strong> veran<strong>de</strong>r<strong>de</strong> wetgeving. Het Plassencontract wordt beëindigd en <strong>de</strong> peilenwor<strong>de</strong>n juridisch vastgelegd in peilbesluiten/Watergebiedsplan Zui<strong>de</strong>lijke Vechtplassen.Een belangrijke aanmerking is dat alle afvalwatertransport en –zuivering naar/door hetHorstermeer wordt afgevoerd. Er is dus geen ongerioleer<strong>de</strong> bebouwing binnen en omhet bestemmingsgebied. De plassen wor<strong>de</strong>n gezien als recreatieplassen,watergebon<strong>de</strong>n recreatie in plassen met natuurwaar<strong>de</strong>n. Het gebied ten zui<strong>de</strong>n van <strong>de</strong>Drecht is natuurgebied, en rondom <strong>de</strong> dijken voornamelijk agrarisch grasland met nattenatuurwaar<strong>de</strong>n. Sommige van <strong>de</strong> laatst genoem<strong>de</strong> gebie<strong>de</strong>n komen in aanmerking voortoekomstige natuur, voornamelijk in het zui<strong>de</strong>lijke <strong>de</strong>el van het bestemmingsgebied.5.2 WaterbeheersingDe waterhuishouding in het plangebied is sterk gereguleerd. Een groot <strong>de</strong>el van hetgebied staat in directe verbinding met <strong>de</strong> Loosdrechtse Plassen en/of <strong>de</strong>Breukeleveense Plas. Het peilbeheer in het Loosdrechtse Plassengebied wordt gevoerddoor het Gemeentewaterleidingsbedrijf Amsterdam, op basis van het Plassencontract.Sinds 1984 fluctueert het peil volgens vastgeleg<strong>de</strong> afspraken, waarbij het peil in <strong>de</strong>zomer zakt tot NAP –1.17 m en in <strong>de</strong> winter stijgt tot NAP –1.07 m. In perio<strong>de</strong>n metwateroverschotten (winterseizoen) wordt het water op <strong>de</strong> Vecht uitgemalen. In perio<strong>de</strong>nmet watertekorten (zomerperio<strong>de</strong>) wordt Amsterdam-Rijnkanaalwater ingelaten in <strong>de</strong>Nieuw Pol<strong>de</strong>rplas, nabij Mijn<strong>de</strong>n. Nadat het water hier is ge<strong>de</strong>fosfateerd wordt hetafgevoerd naar <strong>de</strong> Loosdrechtse Plassen.Uit <strong>de</strong> Bethunepol<strong>de</strong>r wordt water gemalen voor <strong>de</strong> bereiding van drinkwater. Het waterdat niet wordt gebruikt voor drinkwaterbereiding wordt via het Tienhovenskanaal op <strong>de</strong>Loosdrechtse Plassen gepompt.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


5.3 GrondwaterKwantiteitDe grondwaterstroming in het plangebied is in het algemeen van oost naar west gericht.In het grootste <strong>de</strong>el van het plangebied vindt infiltratie plaats (zie figuur 4).Naast infiltratie staat een <strong>de</strong>el van het plangebied on<strong>de</strong>r invloed van (sub)regionaalkwel. Als gevolg van <strong>de</strong> grondwateronttrekking op <strong>de</strong> Utrechtse Heuvelrug en <strong>de</strong>grondwaterwinning bij pompstation Loosdrecht, is <strong>de</strong> kwelintensiteit <strong>de</strong> laatste <strong>de</strong>cenniasterk vermin<strong>de</strong>rd. De kwelintensiteiten in het plangebied variëren tegenwoordig van 0,01tot 1,00 mm/dag. Kwel is van groot belang voor <strong>de</strong> natuurwaar<strong>de</strong>n in het gebied en <strong>de</strong>natuurontwikkelingspotenties. Door <strong>de</strong> verstoring van <strong>de</strong> natuurlijke kwelpatronen zijn <strong>de</strong>(potentiële) natuurwaar<strong>de</strong>n on<strong>de</strong>r druk komen te staan. De verdroging heeft tevensnegatieve effecten op <strong>de</strong> landbouw.De aa<strong>nl</strong>eg van droogmakerijen in <strong>de</strong> omgeving van Loosdrecht heeft tot een toenameaan wegzijging van water tot gevolg gehad. Vanuit <strong>de</strong> Loosdrechtse Plassen en <strong>de</strong>Breukeleveense Plas zijgen grote hoeveelhe<strong>de</strong>n water weg in <strong>de</strong> richting van <strong>de</strong>diepgelegen Bethunepol<strong>de</strong>r. De bijbehoren<strong>de</strong> infiltratie snelhe<strong>de</strong>n liggen tussen 0,01 en<strong>de</strong> 2,00 mm/dag. Om <strong>de</strong> wegzijging te compenseren moet water vanuit het Amsterdam-Rijnkanaal wor<strong>de</strong>n ingelaten.Als gevolg van kwel afkomstig van <strong>de</strong> Utrechtse Heuvelrug zijn <strong>de</strong> grondwaterstan<strong>de</strong>n in<strong>de</strong> kwelgebie<strong>de</strong>n van nature hoog. Door regulering van <strong>de</strong> waterhuishouding enonttrekking van grondwater is het grondwaterpeil echter verlaagd. In <strong>de</strong> huidige situatiewordt in een grootste <strong>de</strong>el van het gebied <strong>de</strong> grondwatertrappen III en IV aangetroffen 4 .Dat wil zeggen dat <strong>de</strong> grondwaterstand in <strong>de</strong> zomer tussen <strong>de</strong> 80 en 120 centimeterbene<strong>de</strong>n maaiveld staat en dat het grondwater in <strong>de</strong> winter min<strong>de</strong>r dan 40 centimeter(grondwatertrap III) of meer dan 40 centimeter (grondwatertrap IV) is gelegen.Plaatselijk komt een hogere grondwaterstand voor (grondwatertrap II). Ondanks dat <strong>de</strong>grondwaterstan<strong>de</strong>n in <strong>de</strong> huidige situatie lager zijn dan in <strong>de</strong> natuurlijke situatie is hetgrondwaterpeil voor <strong>de</strong> landbouw toch relatief hoog. Hierdoor is het noodzakelijk dat hetplangebied actief wordt ontwaard.4De in<strong>de</strong>ling in grondwatertrappen vindt plaats op grond van <strong>de</strong> gemid<strong>de</strong>ld hoogste en gemid<strong>de</strong>ld laagstgrondwaterstan<strong>de</strong>n. Bij lagere grondwaterstan<strong>de</strong>n is er sprake van een slechtere ontwatering dan bij hogegrondwatertrappen.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 49 - 1 september 2010


Figuur 6: Overzicht van <strong>de</strong> waterhuishouding en grondwaterstromen in het gebied '<strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong> teLoosdrecht'.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Kwel, infiltratie en in-/wegzijgingIn <strong>de</strong>ze paragraaf wordt een aantal malen <strong>de</strong> termen kwel, infiltratie en in-/wegzijginggebruikt. Kwel is een opwaarts gerichte grondwaterstroming vanuit diepere bo<strong>de</strong>mlagen,waarbij het grondwater naar buiten komt aan het maaiveld of in greppels en sloten.Infiltratie is het indringen in <strong>de</strong> grond van water vanaf het grondoppervlak of vanuitsloten en drains of vanuit infiltratieputten. In-/wegzijgen betreft <strong>de</strong> neerwaartse stromingvan (grond)water.KwaliteitHet regionale kwelwater is in het algemeen van een relatief goe<strong>de</strong> kwaliteit en wordtgekenmerkt door een hoge zuurgraad, een groot bufferend vermogen en een hoogcalciumgehalte.5.4 OppervlaktewaterKwantiteitDe grenzen van het watersysteem vallen niet samen met <strong>de</strong> grenzen van hetplangebied. Het oppervlaktewaterstelsel in en rond het plangebied is in een aantalwaterhuishoudkundige <strong>de</strong>elgebie<strong>de</strong>n te on<strong>de</strong>rschei<strong>de</strong>n, namelijk: Stergebied,Drechtgebied, Vuntusgebied. Weerslootgebied (zie figuur 4). De <strong>de</strong>elgebie<strong>de</strong>n bezitteneen dicht netwerk van sloten, petgaten, en stroompjes.In het provinciaal waterhuishoudingsplan zijn aan <strong>de</strong>ze <strong>de</strong>elgebie<strong>de</strong>n functiestoegekend. Het watersysteem moet aansluiten bij <strong>de</strong> betreffen<strong>de</strong> functie. Het Drechtgebiedis <strong>de</strong>els aangemerkt als agrarisch grasland met natte natuur en <strong>de</strong>els als natuur.Het is <strong>de</strong> bedoeling dat een aantal gebie<strong>de</strong>n die nu zijn aangeduid als agrarischgrasland met natte natuurwaar<strong>de</strong>n op termijn <strong>de</strong> functie natuur krijgen. Het Drechtgebiedstaat in verbinding met <strong>de</strong> Loosdrechtse Plassen en <strong>de</strong> water aan- en afvoergaat via <strong>de</strong> Drecht.KwaliteitOp veel plaatsen wordt door <strong>de</strong> hoge gehalten aan nutriënten niet voldaan aan <strong>de</strong> MTRwaar<strong>de</strong>n(Maximaal Toegestaan Risico). Omdat in veengebie<strong>de</strong>n <strong>de</strong> natuurlijkenutriëntenconcentratie relatief hoog is, moet een gebiedsspecifieke MTR wor<strong>de</strong>nuitgewerkt. Deze gebiedsspecifieke invulling en toetsing aan die gebiedsspecifieke normheeft nog niet plaatsgevon<strong>de</strong>n. De verwachting is echter dat voor wat betreftnutriëntenconcentraties niet aan <strong>de</strong> norm zal wor<strong>de</strong>n voldaan. Op <strong>de</strong> meestverontreinig<strong>de</strong> locaties zijn tevens <strong>de</strong> zuurgraad en het bufferend vermogen zeer laag.De matige waterkwaliteit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door invloed van het water uit<strong>de</strong> Loosdrechtse Plassen. Dit water bezit (te) hoge nutriëntconcentraties. Het kwelwateris in het algemeen van goe<strong>de</strong> kwaliteit.Door <strong>de</strong> grondwateronttrekking op <strong>de</strong> Utrechtse Heuvelrug – waardoor er min<strong>de</strong>rkwalitatief goed kwelwater wordt aangevoerd – en <strong>de</strong> opmaling in <strong>de</strong> Ster – waardoornutriëntrijk Loosdrechtse Plassenwater tot ver in het plangebied doordringt – is <strong>de</strong>waterkwaliteit <strong>de</strong> afgelopen <strong>de</strong>cennia verslechterd. Sinds er, in perio<strong>de</strong>n metwatertekorten niet langer vervuild Vechtwater maar ge<strong>de</strong>fosfateerd Amsterdam-Rijnkanaalwater wordt ingelaten, is <strong>de</strong> waterkwaliteit licht verbeterd. De afname aanvoedselrijkdom van het oppervlaktewater gaat echter min<strong>de</strong>r snel dan gewenst.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 51 - 1 september 2010


Dit lijkt samen te hangen met <strong>de</strong> nalevering van nutriënten door <strong>de</strong> vervuil<strong>de</strong>waterbo<strong>de</strong>ms van <strong>de</strong> Loosdrechtse Plassen en <strong>de</strong> waterlopen in het plangebied (zieka<strong>de</strong>r).5.5 Verwachte ontwikkelingenAls gevolg van <strong>de</strong> diverse ingrepen in <strong>de</strong> waterhuishouding, voornamelijk ten behoevevan <strong>de</strong> landbouw, is het natuurlijk watersysteem verstoord. Dit heeft on<strong>de</strong>r meer totgevolg dat het gebied verdroogt en vervuilt, daarnaast moet er continu water wor<strong>de</strong>naan- of afgevoerd. Van een min of meer natuurlijk functionerend duurzaamwatersysteem is dus geen sprake. Het gebied biedt echter goe<strong>de</strong> potenties voorversterken van <strong>de</strong> reeds aanwezige natuur en het ontwikkelen van nieuwe natuur.Een meer natuurlijk functionerend duurzaam watersysteem moet <strong>de</strong> basis vormen voor<strong>de</strong>rgelijke ontwikkelingen.Om tot een duurzaam watersysteem te komen is het streven erop gericht <strong>de</strong>grondwateronttrekking op <strong>de</strong> Utrechtse Heuvelrug te vermin<strong>de</strong>ren. Als gevolg hiervanzal <strong>de</strong> kwelintensiteit – essentieel voor versterken en ontwikkelen van natuurwaar<strong>de</strong>n –toenemen. Door een toename van <strong>de</strong> kwel zal min<strong>de</strong>r gebiedsvreemd water hoevenwor<strong>de</strong>n ingelaten. Dit, in combinatie met <strong>de</strong> relatief goe<strong>de</strong> kwaliteit van het kwelwater,zal resulteren in een toename van <strong>de</strong> oppervlaktekwaliteit en een afname van <strong>de</strong>verdroging. Deze kwaliteitsverbetering zal wor<strong>de</strong>n versterkt door <strong>de</strong> effecten van hetmilieubeleid.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


6 MILIEU6.1 MilieubeleidDe activiteiten in het plangebied veroorzaken allemaal in meer of min<strong>de</strong>re mate(milieu)hin<strong>de</strong>r, zoals geluid, stank, stof en/of gevaar. Aan <strong>de</strong>ze vormen van hin<strong>de</strong>r zijn(al dan niet wettelijke) normen gesteld. In een bestemmingsplan moet aandacht wor<strong>de</strong>nbesteed aan <strong>de</strong> wijze waarop <strong>de</strong> gemeente hiermee omgaat. Het gaat hierbijvoornamelijk om het aanhou<strong>de</strong>n van voldoen<strong>de</strong> afstand tussen veroorzaker enontvanger.6.2 Agrarische bedrijvenIn het plangebied zijn geen hin<strong>de</strong>rlijke agrarische bedrijven aanwezig. Enige agrarischeactiviteit vindt plaats in het ka<strong>de</strong>r van natuurlijk beheer of is hobbymatig van aard en isextensief van aard. Deze activiteiten zijn mogelijk binnen <strong>de</strong> bestemming Natuur met <strong>de</strong>functieaanduiding agrarisch met waar<strong>de</strong>n.6.3 BedrijvenDe mate van hin<strong>de</strong>r die wordt veroorzaakt, verschilt van bedrijf tot bedrijf. Bedrijvenwor<strong>de</strong>n daarom opge<strong>de</strong>eld in diverse (hin<strong>de</strong>r)categorieën. Hierbij wordt gebruikgemaakt van <strong>de</strong> brochure "Bedrijven en milieuzonering" 2007 van <strong>de</strong> VNG.Milieuzonering wordt gebruikt om afstan<strong>de</strong>n aan te hou<strong>de</strong>n tussen hin<strong>de</strong>rveroorzaken<strong>de</strong>functies (bijvoorbeeld bedrijven) en hin<strong>de</strong>rgevoelige functies (bijvoorbeeld woningen) tenopzichte van elkaar.Bij milieuzonering wordt over het algemeen gebruik gemaakt van een Staat vanBedrijfsactiviteiten (SvB) die aan het bestemmingsplan wordt toegevoegd. Met <strong>de</strong> SvBwordt <strong>de</strong> toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten in bestemmingsplannen geregeld. DeSvB gaat uit van indicatieve afstan<strong>de</strong>n tussen een bedrijfscategorie en hin<strong>de</strong>rgevoeligefuncties.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 53 - 1 september 2010


In het plangebied zijn bedrijven aanwezig. Voor een overzicht wordt verwezen naaron<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong> tabel.Adres Bedrijfsactiviteit SBI -1993Oud Loosdrechtse dijk113Botenbouw(speedboten)SBI-2008351 301,3315Omschrijving sbi co<strong>de</strong>Scheepsbouw- enreparatiebedrijven:- metalen schepenCategorie3.1zietoelichtingon<strong>de</strong>r tabelOud Loosdrechtse dijk113bScheepsreparatieen on<strong>de</strong>rhoud351 301,3315Scheepsbouw- enreparatiebedrijven:3.1- houten schepen -Oud Loosdrechtse dijk95Aannemersbedrijf 45 41, 42,43Bouwbedrijven algemeen:b.o.


het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> Wet geluidhin<strong>de</strong>r, geluidsgevoelige functies mogelijk. Akoestischon<strong>de</strong>rzoek is <strong>de</strong>rhalve niet uitgevoerd.6.4.2 LuchtvaartTen zuidoosten van <strong>de</strong> kern Nieuw-Loosdrecht ligt het luchtvaartterrein Hilversum.Dit luchtvaartterrein valt on<strong>de</strong>r het Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart. De ministervan Verkeer en Waterstaat is voornemens <strong>de</strong> aanwijzing van het luchtvaartterreinHilversum te wijzigen in verband met <strong>de</strong> vaststelling van <strong>de</strong> geluidszone (brief ministerV&W aan <strong>de</strong> ge<strong>de</strong>puteer<strong>de</strong> staten van Utrecht over <strong>de</strong> ontwerpaanwijzing, DGL01.42136, 24-8-2001). De vigeren<strong>de</strong> aanwijzing bevat nog geen geluidszone.Op basis van berekeningen is getracht te komen tot een optimale geluidszone voor hetluchtvaartterrein, hierbij is zoveel mogelijk rekening gehou<strong>de</strong>n met bestaan<strong>de</strong> entoekomstige woonbebouwing en met <strong>de</strong> vliegveiligheid. Bij <strong>de</strong> zoneringsberekening is,ten gevolge <strong>de</strong> uitkomsten van het bestuurlijk overleg in <strong>de</strong> regio, uitgegaan van hetbestaan<strong>de</strong> banenstelsel en gebruik. In <strong>de</strong> ontwerpaanwijzing van <strong>de</strong> minister zijn <strong>de</strong>47 Bkl en <strong>de</strong> 57 Bkl-contour opgenomen 5 .De grenswaar<strong>de</strong> voor <strong>de</strong> maximaal toegestane geluidsbelasting die buiten <strong>de</strong> zone nietmag wor<strong>de</strong>n overschre<strong>de</strong>n is 47 Bkl. De contour van 47 Bkl vormt dus <strong>de</strong> grens van <strong>de</strong>geluidszone. Het stuk ten zui<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Nieuw Loosdrechtsedijk ligt ge<strong>de</strong>eltelijk binnen<strong>de</strong>ze zone.De procedure voor <strong>de</strong> aanwijzing van <strong>de</strong> geluidszone is nog niet afgerond, <strong>de</strong> gemeenteheeft tegen <strong>de</strong> ontwerpaanwijzing zienswijzen ingediend en beroep aangetekend.Een <strong>de</strong>finitieve geluidszone voor het luchtvaartterrein Hilversum is <strong>de</strong>rhalve nog nietbekend. Zodra <strong>de</strong> geluidszone van het luchtvaartterrein Hilversum bekend is, zal <strong>de</strong>contour op <strong>de</strong> plankaart wor<strong>de</strong>n opgenomen.6.5 LuchtkwaliteitOp 15 november 2007 is een nieuw wettelijk stelsel voor luchtkwaliteitseisen van krachtgewor<strong>de</strong>n. De hoofdlijnen van <strong>de</strong>ze nieuwe regelgeving zijn te vin<strong>de</strong>n in hoofdstuk 5,titel 5.2 van <strong>de</strong> Wet milieubeheer. Dit hoofdstuk wordt ook wel <strong>de</strong> ‘Wet luchtkwaliteit’(Wlk) genoemd. Door <strong>de</strong>ze wijziging zijn het Besluit luchtkwaliteit 2005, het Meet- enrekenvoorschrift bevoegdhe<strong>de</strong>n luchtkwaliteit 2006 en <strong>de</strong> regeling sal<strong>de</strong>ring komen tevervallen. Nieuw zijn, naast <strong>de</strong> wijzigingen in <strong>de</strong> ‘Wet luchtkwaliteit’, een aantal nieuweMinisteriële regelingen en Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s). Een van <strong>de</strong>zenieuwe AmvB’s is <strong>de</strong> AmvB ‘Niet in betekenen<strong>de</strong> mate' (NIBM).In algemene zin kan wor<strong>de</strong>n gesteld dat <strong>de</strong> Wlk bestaat uit in Europees verbandvastgestel<strong>de</strong> normen van maximumconcentraties voor een aantal stoffen. Hierbij gaathet om stoffen als zwaveldioxi<strong>de</strong> (SO 2 ), stikstofoxi<strong>de</strong>n (NO x als NO 2 ), fijn stof (PM 10 ),koolmonoxi<strong>de</strong> (CO), lood en benzeen. De Wlk geeft eveneens aan op welke termijn aan<strong>de</strong> normen voldaan moet wor<strong>de</strong>n en welke bestuursorganen verantwoor<strong>de</strong>lijkhe<strong>de</strong>n5Er is voor het vliegveld geen Ke-zone vastgesteld, vanwege het feit dat <strong>de</strong> bereken<strong>de</strong> Ke-contour ruimschootsbinnen <strong>de</strong> grenzen van het aangewezen luchtvaartterrein valt.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 55 - 1 september 2010


hebben bij het realiseren van <strong>de</strong> normen. De normen zijn gebaseerd op recenteinzichten van <strong>de</strong> WHO (World Health Organisation) in <strong>de</strong> mogelijke effecten va<strong>nl</strong>uchtverontreinigingen op <strong>de</strong> gezondheid van <strong>de</strong> mens.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Voor bovengenoem<strong>de</strong> stoffen zijn grenswaar<strong>de</strong>n geformuleerd. In <strong>de</strong> Wlk is eencorrectie opgenomen voor zweven<strong>de</strong> <strong>de</strong>eltjes (zeezout), die zich van nature in <strong>de</strong> luchtbevin<strong>de</strong>n en niet scha<strong>de</strong>lijk zijn voor <strong>de</strong> gezondheid van <strong>de</strong> mens. Dit betekent voor <strong>de</strong>toetsing dat <strong>de</strong> jaargemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> concentratie van fijn stof en het aantal overschrijdingenvan <strong>de</strong> 24-uursgemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> grenswaar<strong>de</strong> gecorrigeerd mogen wor<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> bijdragevan natuurlijke bronnen.In Ne<strong>de</strong>rland zijn twee stoffen van <strong>de</strong> eer<strong>de</strong>r genoem<strong>de</strong> stoffen die problemen kunnenopleveren met betrekking tot overschrijding van <strong>de</strong> grenswaar<strong>de</strong>n. Het betreft hierbijNO 2 en fijn stof. Fijn stof wordt beïnvloed door grote industriële bronnen (met name uithet buite<strong>nl</strong>and), diffuse bronnen zoals het totale wagenpark, natuurlijke bronnen en inmin<strong>de</strong>re mate door lokale bronnen. NO 2 wordt voornamelijk beïnvloed door hetwagenpark (verkeersbewegingen). De grenswaar<strong>de</strong>n voor bei<strong>de</strong> componenten zijnopgenomen in <strong>de</strong> on<strong>de</strong>rstaan<strong>de</strong> in figuur 11.Tabel 8: Grenswaar<strong>de</strong>n voor <strong>de</strong> concentratie fijn stof en NO 2ComponentFijn stof(PM 10)NO 2Concentratie Status[µg/m 3 ]40 Grenswaar<strong>de</strong> geldt vanaf200550 Grenswaar<strong>de</strong> geldt vanaf200540 Grenswaar<strong>de</strong> geldt vanaf2010200 Grenswaar<strong>de</strong> geldt vanaf2010OmschrijvingJaargemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> concentratie24 uurgemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> dat 35 keer per jaar magwor<strong>de</strong>n overschre<strong>de</strong>nJaargemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> concentratieUurgemid<strong>de</strong>l<strong>de</strong> dat 18 keer per jaar mag wor<strong>de</strong>noverschre<strong>de</strong>nEen belangrijke wijziging door <strong>de</strong>ze wet is het buiten beschouwing laten van eenberekening van <strong>de</strong> luchtkwaliteit bij <strong>de</strong> planvorming van ‘kleine’ projecten, <strong>de</strong>zogenaam<strong>de</strong> ‘projecten van niet beteken<strong>de</strong> waar<strong>de</strong>’. Maatregelen ter vermin<strong>de</strong>ring van<strong>de</strong> emissie van fijn stof vielen voorheen on<strong>de</strong>r <strong>de</strong> verantwoor<strong>de</strong>lijkheid van het Rijk,maar <strong>de</strong>ze verantwoor<strong>de</strong>lijkheid is (ge<strong>de</strong>eltelijk) verschoven naar <strong>de</strong> lagere overhe<strong>de</strong>n.Omdat er in Wij<strong>de</strong>meren geen projecten van ‘beteken<strong>de</strong> mate zijn’ hebben <strong>de</strong>zewijzigingen nog geen gevolgen. Op dit moment heeft een aantal gemeenten in <strong>de</strong> regiote maken met een overschrijding van <strong>de</strong> luchtkwaliteitsnormen.Burgemeester en wethou<strong>de</strong>rs van Wij<strong>de</strong>meren hebben besloten om <strong>de</strong>el te nemen aanhet Regionaal samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit Noord-vleugel (RSL-NV). In hetRSL-NV wordt regionaal samengewerkt aan maatregelen die lei<strong>de</strong>n tot een verbeter<strong>de</strong>luchtkwaliteit.Uitgaan<strong>de</strong> van <strong>de</strong> verkeerstellingen uit 2007/2008 is voor <strong>de</strong> meest relevante locatiesberekend bij welke wegverkeersintensiteit een overschrijding van <strong>de</strong> grenswaar<strong>de</strong>n voorNO2 en/of PM10 plaatsvindt. Dit wordt <strong>de</strong> kritieke toename van wegverkeer genoemd.Hierbij wordt uitgegaan van <strong>de</strong> berekeningsmetho<strong>de</strong>n van het mo<strong>de</strong>l CAR II versie 7.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 57 - 1 september 2010


In het plangebied is op <strong>de</strong> Oud Loosdrechtsedijk ter hoogte van huisnummer 90bekeken welke toename van verkeer voor overschrijding zou kunnen zorgen. Het zouhier moeten gaan om een toename van meer dan 20.000 voertuigen per etmaal voordat<strong>de</strong> grenswaar<strong>de</strong>n uit <strong>de</strong> Wet luchtkwaliteit wor<strong>de</strong>n overschre<strong>de</strong>n. Een <strong>de</strong>rgelijketoename is niet te verwachten. De Oud Loosdrechtsedijk heeft geen capaciteit voorzoveel voertuigen. Een overschrijding van <strong>de</strong> luchtkwaliteitsnormen is niet aannemelijk.6.6 Externe veiligheidBij externe veiligheid draait het om het aanhou<strong>de</strong>n van voldoen<strong>de</strong> afstand tussengevoelige functies en bronnen, om het risico voor <strong>de</strong> omgeving tot aanvaardbarenormen te beperken. Bronnen zijn inrichtingen (bijvoorbeeld een LPG benzinestation) enroutes (wegen) waarbij sprake is van werken met of vervoeren van gevaarlijke stoffen.Uit een risico-inventarisatie van <strong>de</strong> gemeente Wij<strong>de</strong>meren (Tebodin, 2005) blijkt dat er inen om het plangebied geen inrichtingen aanwezig zijn die invloed hebben op <strong>de</strong> externeveiligheidssituatie in het plangebied.6.7 Kabels, leidingen en straalverbindingenEr zijn in het plangebied geen kabels en leidingen aanwezig die planologisch-juridischebescherming behoeven.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


7 GEBIEDSVISIE7.1 I<strong>nl</strong>eidingIn voorgaan<strong>de</strong> hoofdstukken is een beschrijving gegeven van het beleidska<strong>de</strong>r en is eenanalyse van het plangebied gegeven. Tevens zijn <strong>de</strong> sectorale aspecten, zoalswaterhuishouding, ecologie, archeologie en milieu beschreven. Op basis van <strong>de</strong>zehoofdstukken wor<strong>de</strong>n beleidskeuzes gemaakt voor het plangebied. De beleidskeuzeszijn in paragraaf 7.2 beschreven en vin<strong>de</strong>n een doorvertaling naar <strong>de</strong> planregels (zieook hoofdstuk 8 juridische planbeschrijving).7.2 Beleidskeuzes7.2.1 AlgemeenHet plangebied is on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van <strong>de</strong> in <strong>de</strong> Nota Ruimte benoem<strong>de</strong> nationalelandschappen het Groene hart en Hollandse Waterlinie. Daarnaast is het plangebiedon<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van het Belvedèregebied ‘Vecht- en Plassengebied’.De overheid on<strong>de</strong>rstreept naast <strong>de</strong> natuurlijke, cultuurhistorische en landschappelijkekwaliteiten van het gebied ook het belang van <strong>de</strong> recreatieve waar<strong>de</strong> van dit gebied.Als on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>el van het Groene Hart is het plangebied namelijk van belang voor <strong>de</strong>leefbaarheid van <strong>de</strong> omliggen<strong>de</strong> ste<strong>de</strong>lijke regio’s. Ver<strong>de</strong>r moet <strong>de</strong> economische vitaliteitvan het gebied gewaarborgd blijven. Hiervoor kunnen nieuwe economische dragersnodig zijn die passen binnen of zelfs gebruik maken van <strong>de</strong> kwaliteiten van dit gebied.Het overheidsbeleid voor het plangebied is gericht op het weren van ste<strong>de</strong>lijke functiesbuiten <strong>de</strong> vastgeleg<strong>de</strong> ro<strong>de</strong> contour. Daarnaast is het beleid gericht op het versterkenvan <strong>de</strong> (in hoofdzaak watergerelateer<strong>de</strong>) toeristisch-recreatieve functie van (<strong>de</strong>len van)het plangebied. De toeristische en recreatieve functies zijn sterk aanwezig in hetplangebied. Dit heeft voornamelijk te maken met <strong>de</strong> natuurlijke en landschappelijkewaar<strong>de</strong>n van het gebied. De toeristisch-recreatieve functies in het gebied profiteren van<strong>de</strong> aantrekkelijke omgeving maar kunnen tegelijkertijd zorgen voor een verstoren<strong>de</strong>werking. Bij toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen op toeristisch-recreatief gebied zaldaarom rekening moeten wor<strong>de</strong>n gehou<strong>de</strong>n met <strong>de</strong> landschappelijke en natuurlijkewaar<strong>de</strong>n van het gebied.7.2.2 Ruimtelijke structuurVoor wat betreft <strong>de</strong> ruimtelijke structuur wordt ingezet op het behoud en het versterkenvan <strong>de</strong> aanwezige natuurlijke en landschappelijke waar<strong>de</strong>n. Dit gebeurt on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>redoor mid<strong>de</strong>l van het behoud van <strong>de</strong> smalle legakkers en het behoud van het gemengdgebied. De concentratie van <strong>de</strong> recreatie blijft behou<strong>de</strong>n ten behoeve van <strong>de</strong>bescherming van natuur.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 59 - 1 september 2010


7.2.3 Wonen7.2.4 BedrijvenGelet op rijks- en provinciale beleid met betrekking tot <strong>de</strong> waar<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> natuur e<strong>nl</strong>andschap, wor<strong>de</strong>n er buiten <strong>de</strong> ro<strong>de</strong> contour in beginsel geen mogelijkhe<strong>de</strong>nopgenomen voor <strong>de</strong> bouw van nieuwe woningen. Daarnaast zal bij <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong>bebouwing er mogelijke vraag bestaan voor uitbreiding van <strong>de</strong> woning dan wel vanbijgebouwen.In het plangebied zijn vijf bedrijven gevestigd. De bestaan<strong>de</strong> bedrijfslocaties mogenblijven behou<strong>de</strong>n en ten behoeve van een gezon<strong>de</strong> bedrijfsvoering op beperkte schaaluitbrei<strong>de</strong>n. Gezien <strong>de</strong> overwegen<strong>de</strong> recreatie en woonfunctie is het niet gewenst dat erbedrijven wor<strong>de</strong>n gevestigd uit een hogere bedrijfscategorie dan 3.1 uit <strong>de</strong> Staat vanBedrijfsactiviteiten. Ter plaatse van <strong>de</strong> Oud-Loosdrechtsedijk 95a is een bedrijfgevestigd dat niet binnen <strong>de</strong>ze algemene toelaatbaarheid past. Dit bedrijf blijftgehandhaafd maar bij bedrijfsbeëindiging mogen er uitsluitend soortgelijke bedrijvenwor<strong>de</strong>n gevestigd of bedrijven die vallen binnen <strong>de</strong> algemene toelaatbaarheid.7.2.5 Agrarische functies7.2.6 RecreatieDe in het plangebied aanwezige agrarische functies zijn hobbymatig van aard. Tevensvindt op enkele percelen agrarisch natuurbeheer plaats. Gezien <strong>de</strong> aard van het gebiedis het niet gewenst dat <strong>de</strong> agrarische functie wordt uitgebreid.De recreatieve functie in het plangebied moet blijven behou<strong>de</strong>n en waar mogelijkversterkt. Het is echter van belang dat uitbreiding van <strong>de</strong> recreatieve sector past binnen<strong>de</strong> aanwezige natuur en landschapswaar<strong>de</strong>. Uitbreiding van <strong>de</strong> recreatieve functie moetdaarom binnen <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> mogelijkhe<strong>de</strong>n plaatsvin<strong>de</strong>n.DagrecreatieDe midgetgolfbaan blijft behou<strong>de</strong>n. Gezien <strong>de</strong> ligging ten opzichte van <strong>de</strong> omliggen<strong>de</strong>natuur, is het niet wenselijk dat <strong>de</strong>ze functies zich ver<strong>de</strong>r uitbrei<strong>de</strong>n.De extensieve dagrecreatie in het plangebied is <strong>de</strong> laatste jaren bevor<strong>de</strong>rd door hetbeter bereikbaar maken van het gebied. De bereikbaarheid van het gebied versterkt <strong>de</strong>positie van <strong>de</strong> jachthavens en <strong>de</strong> verblijfsrecreatie in het plangebied en dient <strong>de</strong>rhalvebehou<strong>de</strong>n te blijven. Het is hierbij van belang dat natuur- en landschapswaar<strong>de</strong>n nietnegatief mogen wor<strong>de</strong>n beïnvloed.VerblijfsrecreatieVoor wat betreft verblijfsrecreatie wordt on<strong>de</strong>rscheid gemaakt tussen solitairerecreatieverblijven en recreatieverblijven op parken. Omdat <strong>de</strong> vraag naar recreatieon<strong>de</strong>rhevig is aan veran<strong>de</strong>ring, bestaat <strong>de</strong> behoefte aan flexibiliteit. Op <strong>de</strong>recreatieparken is uitbreiding mogelijk binnen <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> grenzen. Hierbij moetechter wel <strong>de</strong> ruimtelijke kwaliteit wor<strong>de</strong>n gewaarborgd. Voor <strong>de</strong> losstaan<strong>de</strong>recreatieverblijven geldt dat <strong>de</strong>ze niet ver<strong>de</strong>r mogen wor<strong>de</strong>n uitgebreid. Dit om <strong>de</strong>omliggen<strong>de</strong> natuur- en landschapswaar<strong>de</strong>n te beschermen.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


7.2.7 NatuurJachthavensWaterrecreatie is ruimschoots aanwezig in het plangebied en van invloed op an<strong>de</strong>revormen van recreatie. De wens bestaat om <strong>de</strong> kwaliteit van <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> jachthavenste verbeteren door uitbreiding mogelijk te maken. De bouw van een nieuwe jachthavenis echter niet mogelijk.Twee<strong>de</strong> woningEen an<strong>de</strong>r signaal dat wordt opgevangen uit <strong>de</strong> markt, is <strong>de</strong> wens van een 'twee<strong>de</strong>woning'. Deze is bedoeld voor recreatief verblijf maar staat blijvend ter beschikking van<strong>de</strong> eigenaar/recreant, die el<strong>de</strong>rs zijn hoofdverblijf houdt en ook ingeschreven staat ophet adres van het hoofdverblijf en nergens an<strong>de</strong>rs. Hoewel <strong>de</strong> woning permanent aan <strong>de</strong>eigenaar ter beschikking staat, is het strijdig met het recreatieve doel van <strong>de</strong> woning om<strong>de</strong>ze daadwerkelijk permanent te bewonen. Ook bewoning door verschillen<strong>de</strong>huishou<strong>de</strong>ns, het hele jaar door, moet hierbij wor<strong>de</strong>n gezien als 'permanente bewoning'.In dit plan wordt permanente bewoning van recreatiewoningen en stacaravans dan ookniet mogelijk gemaakt.Een groot <strong>de</strong>el van het plangebied bestaat uit gron<strong>de</strong>n met natuur- e<strong>nl</strong>andschapswaar<strong>de</strong>n. Deze gebie<strong>de</strong>n belangrijk voor <strong>de</strong> recreatieve sector. De gron<strong>de</strong>nzijn toegankelijk voor extensieve dagrecreatie. Om <strong>de</strong> extensieve dagrecreatie teon<strong>de</strong>rsteunen mogen voorzieningen wor<strong>de</strong>n gerealiseerd zoals aa<strong>nl</strong>egsteigers e<strong>nl</strong>igplaatsen. De natuur- en landschapswaar<strong>de</strong>n dienen echter te wor<strong>de</strong>n behou<strong>de</strong>n enwaar mogelijk versterkt.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 61 - 1 september 2010


9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


8 JURIDISCHE PLANOPZET8.1 I<strong>nl</strong>eidingIn het ka<strong>de</strong>r van <strong>de</strong> actualisatie van alle gel<strong>de</strong>n<strong>de</strong> bestemmingsplannen in <strong>de</strong> gemeenteWij<strong>de</strong>meren komt ook het bestemmingsplan <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong> aan bod.Dit bestemmingsplan is groten<strong>de</strong>els conserverend van aard, met uitzon<strong>de</strong>ring van eenaantal ontwikkelingen zoals genoemd in hoofdstuk 1.Het bestemmingsplan bestaat uit drie on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len: <strong>de</strong> juridisch bin<strong>de</strong>n<strong>de</strong> planregels enverbeelding, met daarbij een toelichting.De planregels regelen het gebruik van <strong>de</strong> gron<strong>de</strong>n en gebouwen. Ze bevattenbepalingen met betrekking tot <strong>de</strong> toegestane bebouwing en het gebruik van aanwezigeen/of op te richten bouwwerken. Het bestemmingsplan is opgesteld volgens <strong>de</strong>Standaard Vergelijkbare <strong>Bestemmingsplan</strong>nen (SVBP) 2008. De planregels zijnon<strong>de</strong>rver<strong>de</strong>eld in vier hoofdstukken (zie ook volgen<strong>de</strong> paragraaf).De verbeelding laat zien waar <strong>de</strong> bestemmingen die in <strong>de</strong> planregels staan, zichbevin<strong>de</strong>n. Verbeelding en planregels samen vormen het juridisch bin<strong>de</strong>n<strong>de</strong> <strong>de</strong>el van hetbestemmingsplan. Bij dit bestemmingsplan wordt <strong>de</strong> verbeelding mid<strong>de</strong>ls twee kaartenmet een schaal van 1:2000 gevisualiseerd. Op <strong>de</strong> kaarten is met lijnen, co<strong>de</strong>ringen enarceringen aan gron<strong>de</strong>n een bepaal<strong>de</strong> bestemming toegekend. Binnen eenbestemmingsvlak zijn op <strong>de</strong> kaart met aanduidingen na<strong>de</strong>re regels aangegeven. Deverbeelding is volgens IMRO 2008 (Informatiemo<strong>de</strong>l Ruimtelijke Or<strong>de</strong>ning) getekend.De toelichting is niet juridisch bin<strong>de</strong>nd, maar heeft wel twee belangrijke functies:• on<strong>de</strong>rbouwing van het plan;• uitleg van bepaal<strong>de</strong> bestemmingen en planregels.8.2 Systematiek van <strong>de</strong> planregelsDe planregels zijn on<strong>de</strong>rver<strong>de</strong>eld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I bevat <strong>de</strong> i<strong>nl</strong>ei<strong>de</strong>n<strong>de</strong>planregels voor het hele plangebied. Hoofdstuk II regelt <strong>de</strong> bestemmingen en hetdaarop toegestane gebruik. Hoofdstuk III biedt <strong>de</strong> nodige flexibiliteitsbepalingen in <strong>de</strong>vorm van wijzigings- en ontheffingsbevoegdhe<strong>de</strong>n en in hoofdstuk IV staan <strong>de</strong>overgangs- en slotregels. De hoofdstukken wor<strong>de</strong>n hieron<strong>de</strong>r toegelicht.8.2.1 I<strong>nl</strong>ei<strong>de</strong>n<strong>de</strong> regelsDit hoofdstuk bevat alle bepalingen die nodig zijn om <strong>de</strong> overige planregels goed tekunnen hanteren.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 63 - 1 september 2010


Begrippen (artikel 1)In dit artikel wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> begrippen ge<strong>de</strong>finieerd, die in <strong>de</strong> planregels wor<strong>de</strong>n gehanteerd.Bij <strong>de</strong> toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van <strong>de</strong> in dit artikel aan <strong>de</strong>betreffen<strong>de</strong> begrippen toegeken<strong>de</strong> betekenis. Voor zover in <strong>de</strong> planregels begrippenwor<strong>de</strong>n gebruikt die niet in het artikel staan vermeld, wordt aangesloten bij het normalespraakgebruik.Wijze van meten (artikel 2)Dit artikel geeft aan hoe <strong>de</strong> hoogtematen die bij het bouwen in acht moeten wor<strong>de</strong>ngenomen, bepaald moeten wor<strong>de</strong>n. Hieron<strong>de</strong>r valt tevens <strong>de</strong> wijze van peilbepaling.8.2.2 BestemmingenIn dit hoofdstuk van <strong>de</strong> planregels komen <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> bestemmingen aan <strong>de</strong> or<strong>de</strong>.Per bestemming is <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> in<strong>de</strong>ling gehanteerd:• BestemmingsomschrijvingEen omschrijving van <strong>de</strong> functies die bij <strong>de</strong> bestemming mogelijk zijn.• BouwregelsPlanregels die aangeven waar, wat en hoe hoog gebouwd mag wor<strong>de</strong>n.Daarnaast komen in sommige bestemmingsplanregels ook nog <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>lenvoor:• Specifieke gebruiksregelsUitsluiting van specifiek, met <strong>de</strong> bestemming strijdig gebruik van <strong>de</strong> gron<strong>de</strong>n engebouwen.• Na<strong>de</strong>re eisenBurgemeester en wethou<strong>de</strong>rs kunnen na<strong>de</strong>re eisen stellen aan <strong>de</strong> plaatsing,afmeting, kapvorm en nokrichting van gebouwen.• Ontheffing van <strong>de</strong> bouwregelsBurgemeester en wethou<strong>de</strong>rs kunnen ontheffing verlenen op on<strong>de</strong>rgeschikte puntenvan <strong>de</strong> planregels, mits binnen <strong>de</strong> grenzen van <strong>de</strong> bestemming wordt gebleven.8.2.3 Algemene regelsAnti-dubbeltelregelDeze bepaling wordt in elk bestemmingsplan opgenomen om te voorkomen dat in feitemeer kan wor<strong>de</strong>n gebouwd dan in het bestemmingsplan bedoeld is. Dit kan zichvoordoen bij woningbouw wanneer (on<strong>de</strong>r<strong>de</strong>len van) bouwpercelen van eigenaarwisselen. In een <strong>de</strong>rgelijk geval wor<strong>de</strong>n <strong>de</strong> nieuw verworven gron<strong>de</strong>n niet meegeteld bij<strong>de</strong> berekening van <strong>de</strong> bouwmogelijkhe<strong>de</strong>n als dat al voor een in het verle<strong>de</strong>n verleen<strong>de</strong>bouwvergunning gebeurd is.Algemene bouwregelsIn dit artikel is een aantal algemene regels opgenomen die gel<strong>de</strong>n voor meer<strong>de</strong>rebestemmingen. Zo geldt voor bestaan<strong>de</strong> bouwwerken dat <strong>de</strong>ze, voor zover <strong>de</strong>ze in strijdis met een in het bestemmingsplan voorgeschreven maximum dan wel minimum hoogte,mag wor<strong>de</strong>n gehandhaafd, veran<strong>de</strong>rd en/of vernieuwd, doch niet wor<strong>de</strong>n vergroot ofan<strong>de</strong>rszins gesitueerd.9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Algemene ontheffingsregelsDeze bevoegdheid geeft ontheffingsmogelijkhe<strong>de</strong>n die voor alle bestemmingen gel<strong>de</strong>n.Het gaat hier om het oprichten van nutsvoorzieningen tot 50 m3, het overschrij<strong>de</strong>n vanin <strong>de</strong> planregels voorgeschreven maatvoeringen en on<strong>de</strong>rgeschikte afwijkingen tengevolge van meetveran<strong>de</strong>ringen.Algemene wijzigingsregelsDeze bevoegdheid heeft betrekking op het aanbrengen van wijzigingen in <strong>de</strong> plaats,richting en/of afmetingen van bouwgrenzen.Algemene procedureregelsIn dit artikel is geregeld welke procedure gevolgd dient te wor<strong>de</strong>n indien toepassingwordt gegeven aan een in dit plan opgenomen bevoegdheid omtrent na<strong>de</strong>re eisen enontheffingen.Overige regelsIn dit artikel is on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re geregeld dat voor zover in <strong>de</strong>ze regels wordt verwezennaar an<strong>de</strong>re regelgeving, <strong>de</strong> an<strong>de</strong>re regelgeving geldt zoals die luidt dan wel van krachtis op het moment van tervisielegging van het ontwerp van bestemmingsplan <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong><strong>Dijken</strong>.8.2.4 Overgangs- en slotregelsOvergangsrechtIn dit artikel staan <strong>de</strong> regels van overgangsrecht die op grond van het Besluit ruimtelijkeor<strong>de</strong>ning in elk bestemmingsplan verplicht moeten wor<strong>de</strong>n opgenomen. Op <strong>de</strong>peildatum, te weten <strong>de</strong> datum van inwerkingtreding van het nieuwe plan, magbebouwing of gebruik in strijd met het nieuwe plan on<strong>de</strong>r bepaal<strong>de</strong> voorwaar<strong>de</strong>n wor<strong>de</strong>nvoortgezet of gewijzigd.SlotregelIn <strong>de</strong> slotregel staat op welke wijze <strong>de</strong> regels van het bestemmingsplan Buitengebied<strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong> kunnen wor<strong>de</strong>n aangehaald.8.3 BestemmingenBedrijfDe bestemming bedrijf is gegeven aan drie niet-agrarische bedrijven langs <strong>de</strong> OudLoosdrechtsedijk.GroenDiverse percelen langs <strong>de</strong> Ou<strong>de</strong> Loosdrechtsedijk en Nieuw Loosdrechtsedijk hebben<strong>de</strong> bestemming ‘Groen’.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 65 - 1 september 2010


HorecaDeze bestemming betreft twee horecagelegenhe<strong>de</strong>n aan <strong>de</strong> Nieuw Loosdrechtsedijk.Er is vastgelegd dat er zich in <strong>de</strong>ze bestemming een horeca-inrichting mag vestigen inmaximaal categorie 2 van <strong>de</strong> in <strong>de</strong> planregels opgenomen Staat van Horeca-activiteiten.Daar waar dat van toepassing is, zijn bedrijfswoningen met een aanduiding op <strong>de</strong>plankaart opgenomen.NatuurDeze bestemming is gegeven aan <strong>de</strong> gron<strong>de</strong>n die zijn aangewezen als beschermdnatuurmonument, in eigendom zijn van terreinbeheren<strong>de</strong> natuurbeschermingsorganisatiesen/of als natuurgebied wor<strong>de</strong>n beheerd. Om <strong>de</strong> natuurwaar<strong>de</strong>n tebeschermen, is in <strong>de</strong>ze bepaling een aa<strong>nl</strong>egvergunningenstelsel opgenomen.Ten zui<strong>de</strong>n van <strong>de</strong> Nieuw Loosdrechtsedijk ligt een groot gebied waar agrarischme<strong>de</strong>gebruik van <strong>de</strong> natuur is toegestaan. Ook op een tweetal percelen aan <strong>de</strong> OudLoosdrechtsedijk is agrarisch me<strong>de</strong>gebruik toegestaan. Omdat <strong>de</strong> doelein<strong>de</strong>nomschrijvingook hier het behoud, het herstel en/of <strong>de</strong> ontwikkeling van landschappelijkeen/of natuurlijke waar<strong>de</strong>n omvat, is in <strong>de</strong>ze bepaling een aa<strong>nl</strong>egvergunningenstelselopgenomen dat <strong>de</strong>ze waar<strong>de</strong>n beschermd.Recreatie – DagrecreatieDeze bestemming is gegeven aan <strong>de</strong> gron<strong>de</strong>n waar aa<strong>nl</strong>egplaatsen voor bootjes vandagrecreanten mogelijk zijn, maar waar geen nachtverblijf is toegestaan.Recreatie - JachthavenDe jachthavens in het plangebied zijn overeenkomstig het huidige gebruik ook alsjachthaven bestemd.Recreatie - VerblijfsrecreatieIn het plangebied bevin<strong>de</strong>n zich enkele locaties waar campings en bungalowparken zijngelegen. Hieraan is <strong>de</strong> bestemming recreatieve doelein<strong>de</strong>n, verblijfsrecreatie gegeven.SportDeze bestemming is gegeven aan <strong>de</strong> percelen waarop zich een midgetgolfbaan en eentennisbaan bevin<strong>de</strong>n.VerkeerDeze bestemming regelt <strong>de</strong> begrenzing van <strong>de</strong> openbare verhar<strong>de</strong> gron<strong>de</strong>n waar <strong>de</strong>verkeersfunctie overheerst.WaterDe Loosdrechtse plassen bevin<strong>de</strong>n zich in het westen van het plangebied.Water - WaterwegIn <strong>de</strong>ze bestemming bevindt zich <strong>de</strong> Oostelijke Drecht.Water - Woonschepe<strong>nl</strong>igplaats9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Op diverse plekken bevin<strong>de</strong>n zich woonschepe<strong>nl</strong>igplaatsen. Er is voor gekozen om <strong>de</strong>zeligplaatsen daar waar zij zijn gelegen buiten jachthavens of verblijfsrecreatieterreinendirect te bestemmen met een eigen bestemming.WonenDe woningen en bijbehoren<strong>de</strong> bijgebouwen en tuinen langs <strong>de</strong> Oud Loosdrechtsedijk en<strong>de</strong> Nieuw Loosdrechtsedijk in het plangebied hebben <strong>de</strong> bestemming ‘Wonen’gekregen. Er is gekozen voor het aangeven van het aantal wooneenhe<strong>de</strong>n in plaats vanbouwvlakken. Bedrijven aan huis zijn toegestaan zolang die zich maximaal in categorie1 van <strong>de</strong> Staat van bedrijfsactiviteiten bevin<strong>de</strong>n.Waar<strong>de</strong> – Archeologie – 3Deze dubbelbestemming is opgenomen voor <strong>de</strong> bescherming van archeologischewaar<strong>de</strong>n en is gegeven aan een aantal gron<strong>de</strong>n langs dan wel ter plaatse van <strong>de</strong>bebouwingslinten. In <strong>de</strong> regels is opgenomen wanneer een archeologisch on<strong>de</strong>rzoekdan wel een aa<strong>nl</strong>egvergunning is vereist. In ie<strong>de</strong>r geval is geen archeologischon<strong>de</strong>rzoek vereist bij plannen van 500 m²en groter en grondroeren<strong>de</strong> werkzaamhe<strong>de</strong>ndieper dan 40 cm bene<strong>de</strong>n maaiveld.Waar<strong>de</strong> – Archeologie - 4Deze dubbelbestemming is opgenomen voor <strong>de</strong> bescherming van archeologischewaar<strong>de</strong>n en is gegeven aan een groot ge<strong>de</strong>elte van het buitengebied van Ankeveen. In<strong>de</strong> regels is opgenomen wanneer een archeologisch on<strong>de</strong>rzoek dan wel eenaa<strong>nl</strong>egvergunning is vereist. In ie<strong>de</strong>r geval is geen archeologisch on<strong>de</strong>rzoek vereist bijplannen van 2500 m² en groter en grondroeren<strong>de</strong> werkzaamhe<strong>de</strong>n dieper dan 40 cmbene<strong>de</strong>n maaiveld.8.4 Korte toelichting SvHBepaal<strong>de</strong> horecabedrijven geven aa<strong>nl</strong>eiding tot klachten over on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>remuzieklawaai, rumoerig en vernielzuchtig optre<strong>de</strong>n, rondhangen van caféverlaters,parkeerproblemen en verkeersaantrekking. Ook kan het karakter van <strong>de</strong> buurt wor<strong>de</strong>naangetast wanneer horecabedrijven wor<strong>de</strong>n gevestigd in voormalige winkels ofwoningen. Evenals bij gewone bedrijfsactiviteiten is <strong>de</strong> overlast/hin<strong>de</strong>r van horecaactiviteitenniet alleen een zaak van <strong>de</strong> milieuwetgeving, maar is er tevens sprake vanaspecten van ruimtelijke or<strong>de</strong>ning. Immers, ook bij horeca-activiteiten is sprake van eenmeer of min<strong>de</strong>re mate van hin<strong>de</strong>r/overlast voor <strong>de</strong> (leef-) omgeving.In <strong>de</strong> regel wordt geen overlast on<strong>de</strong>rvon<strong>de</strong>n van hotels, restaurants, lunchrooms,ijssalons, broodjeszaken, snackbars en cafés, die qua exploitatie en openingstij<strong>de</strong>n zichrichten op <strong>de</strong> winkelactiviteiten. Overlast in <strong>de</strong> vorm van geluidsoverlast vanuitbedrijven, luidruchtig gedrag van bezoekers, <strong>de</strong> trek van grote groepen personen van ennaar horecabedrijven, verkeers- en/of parkeeroverlast, komt in <strong>de</strong> regel voor bij cafés,snackbars en shoarmazaken die zich richten op het in <strong>de</strong> avonduren en nachtelijke urenuitgaan<strong>de</strong> publiek, feestzalen, discotheken, dansscholen, dancings en coffeeshops.Met het bestemmingsplan heeft <strong>de</strong> gemeente een belangrijk instrument om vestigingvan horecabedrijven te reguleren (weren of sturen). In bestemmingsplannen is het bij <strong>de</strong>regeling van bestemmingsplannen ten behoeve van bedrijfsactiviteiten reeds jaren<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 67 - 1 september 2010


gebruikelijk om <strong>de</strong> toegelaten bedrijfsactiviteiten in <strong>de</strong> planregels te benoemen naarhin<strong>de</strong>rcategorie on<strong>de</strong>r verwijzing naar een van die planregels <strong>de</strong>el uitmaken<strong>de</strong> Staat vanBedrijfsactiviteiten.Die Staat is doorgaans gebaseerd op of afgeleid van <strong>de</strong> in <strong>de</strong> publicatie van VNG“Bedrijven en Milieuzonering” opgenomen categorale bedrijfsin<strong>de</strong>ling.Met betrekking tot horeca-activiteiten moet in planologische zin ook een a<strong>de</strong>quateregeling wor<strong>de</strong>n getroffen. Voor horeca-activiteiten is een categorale in<strong>de</strong>lingontwikkeld, vergelijkbaar met <strong>de</strong> hiervoor genoem<strong>de</strong> Staat van Bedrijfsactiviteiten.Op <strong>de</strong>ze wijze kunnen horeca-activiteiten in planologische zin wor<strong>de</strong>n gereguleerd.In specifieke woonbuurten en in verspreid voorkomen<strong>de</strong> beperkte winkelconcentratieskunnen horecabedrijven het karakter van <strong>de</strong> woonbuurt of het winkelgebied aantasten.Daarnaast kunnen horecabedrijven, afhankelijk van aard en aantal, overlastveroorzaken.Tenein<strong>de</strong> in bestemmingsplannen een differentiatie op te nemen van horecabedrijvenkan <strong>de</strong> volgen<strong>de</strong> categorie-in<strong>de</strong>ling in een Staat van horeca-activiteiten wor<strong>de</strong>ngemaakt:Categorie 1: lichte horecaHorecabedrijven die, gelet op <strong>de</strong> aard en <strong>de</strong> omvang ervan, zowel uit functionele als uitmilieuoverwegingen niet of nauwelijks storend werken op <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> en/oftoekomstige functies van <strong>de</strong> omgeving van <strong>de</strong>ze horecabedrijven.Vestiging in <strong>de</strong>ze categorie van horecabedrijven beperkt <strong>de</strong> omringen<strong>de</strong> functies niet;omringen<strong>de</strong> functies sluiten vestiging van horecabedrijven niet uit.Categorie 2: mid<strong>de</strong>lzware horecaHorecabedrijven die, gelet op <strong>de</strong> aard en <strong>de</strong> omvang ervan, zowel uit functionele als uitmilieuoverwegingen in geringe mate storend kunnen werken op <strong>de</strong> bestaan<strong>de</strong> en/oftoekomstige functies van <strong>de</strong> omgeving van <strong>de</strong>ze horecabedrijven.Vestiging van horecabedrijven in <strong>de</strong>ze categorie beperkt in geringe mate <strong>de</strong> omringen<strong>de</strong>functies; omringen<strong>de</strong> functies kunnen soms vestiging uitsluiten.Categorie 3: zware horecaHorecabedrijven die, gelet op <strong>de</strong> aard en <strong>de</strong> omvang ervan, zowel uit functionele als uitmilieuoverwegingen in min of meer ernstige mate storend kunnen werken op <strong>de</strong>bestaan<strong>de</strong> en/of toekomstige functies van <strong>de</strong> omgeving van <strong>de</strong>ze horecabedrijven.Vestiging van horecabedrijven in <strong>de</strong>ze categorie beperkt in ruime mate <strong>de</strong> omringen<strong>de</strong>functies; omringen<strong>de</strong> functies zullen in vele gevallen vestiging uitsluiten.Aan <strong>de</strong> hand van <strong>de</strong> criteria aard van <strong>de</strong> aangebo<strong>de</strong>n producten, bezoekersfrequentie,verkeersaantrekking, dag- en avondhoreca, omvang van <strong>de</strong> horeca-activiteiten en <strong>de</strong>daaruit voortvloeien<strong>de</strong> wel of niet verstoren<strong>de</strong> werking in relatie tot <strong>de</strong> functies in <strong>de</strong>omgeving kunnen <strong>de</strong> verschillen<strong>de</strong> horecabedrijven wor<strong>de</strong>n inge<strong>de</strong>eld in <strong>de</strong> driecategorieën. In <strong>de</strong> planregels wordt verwezen naar <strong>de</strong> bijlage Staat van Horecaactiviteiten(SvH).9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


Het komt in <strong>de</strong> praktijk voor dat een bepaald horecabedrijf als gevolg van een geringeomvang van hin<strong>de</strong>rlijke <strong>de</strong>elactiviteiten en/of een aangepaste werkwijze of bijzon<strong>de</strong>revoorzieningen min<strong>de</strong>r hin<strong>de</strong>r veroorzaakt dan in <strong>de</strong> SvH is veron<strong>de</strong>rsteld. In het/<strong>de</strong>betreffen<strong>de</strong> artikel(en) van <strong>de</strong> planregels is daarom bepaald dat een <strong>de</strong>rgelijk bedrijf viaontheffing één categorie lager kan wor<strong>de</strong>n inge<strong>de</strong>eld.Daarnaast is het mogelijk dat horeca-activiteiten die niet in <strong>de</strong> SvH voorkomen, maarkunnen wor<strong>de</strong>n gelijkgeschakeld aan volgens <strong>de</strong> SvH toegestane activiteiten, viaontheffing wor<strong>de</strong>n toegestaan.8.5 HandhavingDe nota Zichtbare handhaving bouwregelgeving (oktober 2007) beschrijft hethandhavingsbeleid voor <strong>de</strong> gemeente Wij<strong>de</strong>meren. De nota betreft <strong>de</strong> bouwregelgeving,inclusief <strong>de</strong> zogenaam<strong>de</strong> inrichtings- en gebruiksregels uit bestemmingsplannen. Methet handhavingsbeleid streeft <strong>de</strong> gemeente verschillen<strong>de</strong> doelen na:• inhou<strong>de</strong>lijke kwaliteit;• veiligheid;• duurzaamheid;• formele gelijkheid;• gezag;• sterkere positie bij <strong>de</strong> rechter.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 69 - 1 september 2010


9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


9 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEIDGelet op het bepaal<strong>de</strong> in artikel 6.12 van <strong>de</strong> Wet ruimtelijke or<strong>de</strong>ning dient in het ka<strong>de</strong>rvan een bestemmingsplan on<strong>de</strong>r an<strong>de</strong>re inzicht te wor<strong>de</strong>n verschaft in <strong>de</strong> economischeuitvoerbaarheid van het plan. Een exploitatieplan is niet vereist wanneer hetkostenverhaal an<strong>de</strong>rszins is geregeld of wanneer er geen ontwikkelingen zoals bedoeldin artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke or<strong>de</strong>ning mogelijk wor<strong>de</strong>n gemaakt.Het on<strong>de</strong>rhavige bestemmingsplan is hoofdzakelijk consoli<strong>de</strong>rend van aard. Dit betekentdat er in het bestemmingsplan geen ontwikkelingen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Besluitruimtelijke or<strong>de</strong>ning mogelijk wor<strong>de</strong>n gemaakt.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 71 - 1 september 2010


9M8059/R00008/902137/Rott<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>1 september 2010 Voorontwerp


10 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID10.1.1 Overleg artikel 3.1.1 Bro10.1.2 InspraakIn het ka<strong>de</strong>r van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro wordt hetvoorontwerpbestemmingsplan ter beoor<strong>de</strong>ling toegezon<strong>de</strong>n naar een aantalorganisaties en overhe<strong>de</strong>n.Deze paragraaf wordt ingevuld naar aa<strong>nl</strong>eiding van het overleg met instanties en <strong>de</strong>inspraakreacties op het voorontwerp bestemmingsplan.<strong>Bestemmingsplan</strong> <strong>Tussen</strong> <strong>de</strong> <strong>Dijken</strong>9M8059/R00008/902137/RottVoorontwerp - 73 - 1 september 2010

Hooray! Your file is uploaded and ready to be published.

Saved successfully!

Ooh no, something went wrong!