Zaak Antonius van der Waals

hkloosdrecht

Een gedeelte uit het boek over Van der Waals m.b.t. Loosdrecht, de NSB en het verzet in de Tweede Wereldoorlog.

S'lVVM 1IHG NVA SniNO.LNV )lVYZ HG


FRANK VISSER

DE ZAAK

ANTONIUS

VAN DER WAALS

foriln

boekerij

AD. M. C. STOK

ZUID-HOLLANDSCHE UITGEVERSMAATSCHAPPJJ B.V. -

DEN HAAG


JiJZ.IiJtt iJp!fvuoq 3!JVUI.IOOtt

JiJlf uvv uiJ3v.1piJ&Io


DANKBETUIGING

Een woord van bijzondere dank aan allen, in het bijzonder

aan de ex-rechercheur Jan van den Ende en eveneens aan

het Genootschap van Engelandvaarders, die tot het tot

standkomen van deze uitgave hebben bijgedragen en vele

authentieke foto's en documenten ter reproductie hebben

afgestaan. ·

Een inhoudsopgave en een uitvoerig naamregister vindt men

achterin het boek opgenomen.

Mage deze documentaire voor iedereen zijn duidelijke taal

spreken.

De uitgever


(

Ter begeleiding

Waarom dit boek?

Waarom ,De Zaak Antonius van der Waals'?

Waarom deze, tot in de kleinste belangrijke details uiteengerafeld, in woord en

beeld?

Waarom deze ontstellende documentaire over een der grootste landverraders

die Nederland ooit heeft gekend, 25 jaar nadat Anton van der Waals - tegen wie

de doodstraf werd geeist en werd uitgesproken, waarbij H.M. de Koningin

meende geen gratie te mogen verlenen - de kogel kreeg? Waarom dit nu in onze

Forum Boekerij voor het forum van het Nederlandse volk gebracht?

Waarom ... Waarom ... Waarom? ? ?

Omdat hiermee allereerst een ereschuld moet worden voldaan, die nog steeds

niet is afgelost. De ereschuld tegenover de 83 van onze mede-vaderlanders

(waarvan er 38 de dood vonden), wier arrestatie tijdens de Tweede Wereldoorlog

in 1948 door het Bijzonder Gerechtshof bij proces-verbaal onomstotelijk bewezen

werd als te zijn veroorzaakt door de verrader Antonius van der Waals.

Bovendien de ereschuld tegenover de vele andere mede-vaderlanders (in deze

documentaire worden er maar liefst n6g 44 genoemd), waaromtrent in de jaren

1946-1948 door het rechercheapparaat van de Politieke Recherche aan de

Procureur-Fiscaal toen nog geen volkomen afdoend bewijs van verraad door Van

der Waals kon worden geleverd. In dat stadium van grote emotionele roerselen

onder de Expoge's en aile andere nauw bij de Zaak Antonius van der Waals

betrokken vaderlanders, kon de Procureur-Fiscaal zich uiteraard niet de minste

twijfels of onzekerheden permitteren.

Omdat er vervolgens nu eenmaal in het Ieven van ons mensen dingen voorkomen,

die niet vergeten m6gen worden en die - aan de vergetelheid onttrokken

- de jonge generaties duidelijk waarschuwen voor wat landverraders kunnen

aanrichten, opdat zij in de toekomst, indien nodig, hun ogen wijd zullen open

houden!

Maar dan ook een documentaire, deze documentaire, zonder de franje van het

sentiment, zonder niet bewezen feiten, uitsluitend gebaseerq op de nuchtere

realiteit, zoals deze zich zo keihard manifesteerde in de jaren van onderdrukking

door de nazi's. Het is een stuk fel bewogen recente historie, dat door de

samensteller Frank Visser kon worden opgebouwd tot een beklemmende climax

uit die enorme chaos van processen-verbaal, documenten, nieuwe getuigenverklaringen

en uitvoerige correspondenties, steeds gecontroleerd en her-


gecontroleerd door de mannen, die destijds deel uitmaakten van het Politieke

Rechercheapparaat. Dat stuk historie begint zo ogenschijnlijk achteloos en

simpel . . . enige Rotterdamse verzetslieden besluiten de zogenaamde ,geheime

agent' Anton van der Waals uit de weg te ruimen, als in het late voorjaar van

1941 onomstotelijk komt vast te staan, dat deze Vander Waals de verrader is

geweest van de illegale organisatie ,Vrij Nederland' en rnisschien ook van ,De

Geuzen'. Maar die- verzetslieden worden door de SD gepakt en de SD-beambte

Van der Waals, geprotegeerd door zijn politiechef Joseph Schreieder van de

Sicherheitsdienst op het Binnenhof te Den Haag, begint zijn rnisdadige Judaswerk

dan pas goed. Hoe ,droog' het soms lijkt om al die koele, feitelijke

verklaringen van de nabestaanden door te nemen over wat werkelijk gebeurd is,

daaronder en daarachter trilt iets huiveringwekkends, iets zo pervers en duivels,

dat de sprekende feiten aileen de enorme draagwijdte hiervan scherp kunnen

bepalen.

En dan, als zovele ontelbaren in nazihanden de dood hebben gevonden, maar

66k als zovelen uit kampen en kerkers naar hun dierbaar bevrijd Nederland in

vaak vreselijke lichamelijke en geestelijke toestand kunnen terugkeren, doch

intens bezield van hemieuwd verlangen naar een betere wereld, komt aarzelend

die grote vraag op: waar is Antonius van der Waals? ... Als men in mei en juni

1945 weer een beetje orde op zaken kan gaan stellen, blijkt de verrader

spoorloos verdwenen ... Waarheen en waarom? Daar komen de ex-illegalen

terug, waarvan er velen gezworen hebben zich op Van der Waals te wreken, uit

naam van het bonafide verzet. Van der Waals wordt gezocht en gevonden. Ja,

hier wordt deze documentaire in al z'n objectiviteit (al is de auteur om verdachte

redenen enkele malen sterke betrokkenheid bij het onderwerp verweten! ) een

regelrechte thriller, die men werkelijk adernloos en met stijgende verbazing leest.

Hier botsen belangen op tegenbelangen, menselijke kleinheid op menselijke

grootheid, onrecht op mensenrecht. Zo bleek mijzelf nu ook pas goed wat de

SD-chef Joseph Schreieder, die kleine scherpe schaakspeler met mensenlevens,

aan verantwoordelijkheden op zich heeft geladen: regelrechte provocatie van

fatsoenlijke Nederlanders, die in het goede geloof verkeerden dat de Nederlandse

Regering te Londen hen opdrachten gaf tot sabotage en spionage, teiwijl al die

zogenaamde opdrachten pure verzinsels waren van de Sicherheitsdienst met geen

ander doel dan om in principe totaal onschuldige burgers tot daden aan te

zetten, waarop zij door het Deutsche Gericht bij voorbeeld ter dood konden

worden veroordeeld. Voor dat rnisdadige doel werd Anton van der Waals ingezet,

zich voordoende als ,goede verzetsman' en/of ,agent van de Britse Geheime

Dienst'. Dat hij bovendien in de winter 1944-45 nog twee moorden pleegde, om

zich met de papieren van deze vermoorde mannen veilig te stellen voor talloze

dreigende wraaknemingen, zal wei niemand verbazen. De verrader poogde daarmee

op ander werkterrein zijn slag te kunnen slaan, maar ... kreeg uiteindelijk

het (Russische) lid op de neus.

Er zullen in dit omvangrijke stuk nog wei hiaatjes zijn.

Soms kon een getuige onder de enorme emotionele stress van het moment

zich bepaalde bijzaken niet goed meer herinneren. Waar mogelijk heeft de auteur

dat aan de hand van andere verklaringen pogen aan te vullen en dit steeds


vermeld in vergelijking met wat oorspronkelijk werd verklaard. Mocht u, Iezer en

lezeres, wat ter zake doet om een bepaalde momentopname te ,verscherpen'

kunnen aanvullen, dan ben ik u uiteraard zeer dankbaar. Dit alles dient immers

de waarheid en niets dan de waarheid, die nu eenmaal ingewikkelder, bizarder en

altijd verbazingwekkender is dan welke ,fiction' dan ook.

Gij moogt wei weten dat ik v66r alles heb gevraagd, gewenst en geeist: laat

uitsluitend de feiten spreken en leg deze vast in een nuchter en koel ,Van der

Waals-requisitoir' zonder meer. Een documentaire, die ik na totstandkoming in

woord en beeld heb Iaten verifieren door enige van onze meest integere vaderlanders

... die erbij waren.

Moge deze documentaire zijn ophelderend, zuiverend en waarschuwend werk

verrichten.

~


XXVII:

ALIAS VANVEEN

De echte Hendrik Jan van Veen werd als Nederlands staatsburger op 25 april

1912 geboren in Bitterfeld a/d Mulde, ten noorden van Leipzig. Over zijn ouders

is ons niet meer bekend dan dat zij in goeden doen verkeerden. Van Veen

doorliep het gymnasium te Leipzig en ten tijde van Hitler's Machtiibemahme (30

januari 1933) studeerde hij aan de Rijksuniversiteit te Berlijn, waarschijnlijk

rechten. Dejonge Van Veen, die een politieke loopbaan ambieerde, kantte zich

fel tegen het nieuwe regime. Op disputen liep hij in de gaten. Hij is niet door zijn

studiegenoten verraden, maar door een politiespion. Hij werd door de Gestapo

gearresteerd, losgelaten, weer gearresteerd en ten slotte naar Sachsenhausen

gezonden. Naar het zich laat aanzien is Van Veen aldaar eind 1942 of op zijn

laatst begin 1943 aan gevolgen van mishandelingen overleden. Hij was ongehuwd.

Na het krantebericht, dat Van der Waals op 19 juli in een Rotterdamse straat

's avonds om 11 uur door illegalen zou zijn vermoord, kon Schreieder Van der

Waals aan een uitstekend alias helpen. De baron van Lynden-cover beviel Schreieder

niet, want dat kon niet aan de hand van documenten worden aangetoond. In

overleg met een hoofdambtenaar van het RSHA te Berlijn ontving Schreieder een

in Duitsland uitgeschreven geboorteakte van de overleden Nederlandse staatsburger

H. J. van Veen, die in hetzelfde jaar was geboren als Van der Waals.

Bovendien werden in Berlijn twee ontslagbewijzen uit Duitse concentratiekampen

vervalst op naam van Hendrik Jan van Veen. Schreieder overhandigde

Van der Waals deze papieren v66r zijn vertrek naar Zweden, maar hij maakte er

geen gebruik van, waarschijnlijk om eerst zekerheid te hebben dat Schreieder

hem niet in een val wilde Iaten !open.

De dag waarop Van der Waals Hendrik Jan van Veen werd, is 29 oktober

1943, toen hem in Den Haag op die naam een persoonsbewijs (natuurlijk met

foto en vingerafdruk van Van der Waals) werd uitgereikt. Vervolgens liet dr. ir.

H. J. van Veen zich door gemeentesecretaris Klaas van Walderveen inschrijven in

de gemeente Loosdrecht, op 9 december 1943. Diezelfde secretaris voltrok op

28 juni 1944 het huwelijk in Loosdrecht tussen dr. ir. H. J. van Veen en mej.

Cornelia Johanna den Held, geb. 14 november 1924 te 's Gravenhage, afkomstig

uit Wassenaar (Rijksstraatweg 300), waarna mevrouw C. J. van Veen-Den Held

op 3 juli 1944 eveneens in Loosdrecht werd ingeschreven, adres Nieuwedijk

D 286 te Loosdrecht.

De jonge ,echtgenote' van Vander Waals (zij was op haar trouwdag 19 jaar)

kan met hetzelfde recht slachtoffer van hem genoemd worden als de door hem

verraden illegalen en, vanzelfsprekend, als de voorgaande vrouwen Geigerseder en

Van Looi. Ook na het al spoedig ontbonden schijnhuwelijk bleef Corrie den Held

door zijn chantages onontkoombaar in zijn macht, was genoodzaakt hem tot in

de Russische sector van Berlijn te volgen en als zij bepaalde bedenkelijke dingen

373


deed was dat onder zijn dwang en in feite buiten haar verantwoording. Evenals

Nelly van Looi na het verraad van haar ouders, leefde Corrie den Held a! kort na

haar huwelijksdag in de voortdurende angst dat hij haar, haar moeder, haar

zuster Kitty, haar broer Jimmy en anderen hetzij eigenhandig, hetzij met behulp

van de SO (Van der Waals had ook betrekkingen aangeknoopt met Willy Lages)

zou vermoorden.

Van der Waals kende Corrie den Held a! van v66r zijn reis naar Zweden. Haar

zes jaar oudere broer, de ftlmtechnicus Simon W. den Held (,Jimmy'), zat voor

een ,economisch delict' in de gevangenis te Scheveningen. Het is waarschijnlijk

dat Van der Waals haar aldaar heeft gezien, op een bezoekuur bij voorbeeld. Zijn

flat in ,Boschzicht' aan de Benoordenhoutseweg lag in feite tussen haar moeders

huis in Wassenaar en de kruising Van Alkemadelaan naar Scheveningen. Hij

woonde daar onder de naam Baron van Lynden, a! zat er geen naambordje op de

deur. Van der Waals kwam er achter dat zij een zusje was van S. W. den Held,

die, afgezien van een verraden zwarte handeltje, relaties onderhield met een

Haagse kring zakenlui en semi-verzetslieden. Daarin speelde de destijds nog aileen

lokaal bekende Reinder Zwolsman, toen 32 jaar, een rol. Als Baron van Lynden

benaderde Van der Waals de 18-jarige Corrie. Hij stelde voor door middel van

zijn machtige relaties haar broer te bevrijden. Corrie nam hem mee naar haar

moeder. Deze was onder de indruk. Citaat uit verklaring d.d. 25 oktober 1947

van Cornelia Johanna Penters, weduwe van Arie den Held, oud 61 jaar, wonende

Kon. Wilhelminalaan 80 te Voorburg:

,In het najaar van 1943 heb ik door mijn dochter Cornelia Johanna leren

kennen de man, die u mij hebt vertoond en die u Antonius van der Waals noemt.

Hij stelde zich aan rnij voor als genaamd te zijn Van Lynden en ik begreep dat hij

Baron Van Lynden was, omdat hij een zeer keurige indruk ma*te.

,Nadien is hij verschillende malen bij mij thuis geweest en in de loop van die

tijd deelde hij rnij o.a. mede dat hij spion voor de Engelsen was, dat hij daarvoor

een reis naar Zweden had gemaakt, dat zijn ouders, toen hij kind was, steeds op

reis waren geweest en dat hij een Pool was. (Dit vertelde Van der Waals later,

nadat H. W. A. Mossinkoff bij hem als huisknecht in dienst was gekomen. Red.)

Van rnijn dochter hoorde ik, dat Van Lynden zijn ouders had verloren bij een

auto-ongeluk in Amerika. Eerst op 28 juni 1944, toen mijn dochter te

Loosdrecht met hem in het huwelijk trad, heb ik vemomen dat zijn werkelijke

naam dr. ir. VanVeen was.'

Er waren al trouwplannen, toen Vander Waals begin december 1943 zijn flat in

,Boschzicht' verliet en daarmee definitief uit de huid van Baron Van Lynden

kroop. Het was voor hem een geringe moeite geweest om gevangene S. W. den

Held verdere kwijtschelding van zijn vrijheidsstraf te Iaten verlenen. Van der

Waals hoefde nu aileen maar af te wachten tot zich een gunstig moment

voordeed om Jimmy den Held voor het een of het ander te misbruiken.

Voorlopig zette Jimmy zijn (zwarte) handelspraktijken op de oude voet voort. Je

hebt relaties of je hebt ze niet!

In Loosdrecht kreeg Van der Waals het bar druk. AI in het voorjaar van 1943

(overbrengen van de zeilboot van Nelly van Looi naar Jachthaven ,De Uitkijk',

374


waama Van der Waals de boot als zijn eigendom beschouwde) had hij er de

nodige kennissen opgedaan, maar een Duitse Verwalter, die ,vijandelijk vermogen'

op Loosdrecht beheerde, d.w .z. voomamelijk onroerend goed, gaf hem

pas echt de waardevolle inlichtingen. Aldus was de aandacht van Vander Waals

gevallen op het adres Nieuwedijk D 286. Deze woning, eigendom van makelaar

Bouman in Hilversum, werd vee! gebruikt door de aannemer J. T. van Splunteren,

Sumatralaan 19 te Hilversum, compagnon van de eveneens vaak in

Loosdrecht verblijvende aannemer De Reuver. De heer De Reuver woonde

tegenover de kunstschilder Henk van Galen (Oud Loosdrecht C 149), een man

voor wie Van der Waals direct veel belangstelling had, omdat hij al een tijd van

plan was zijn geld o.a. in schilderijen te beleggen.

Van der Waals meende aanvankelijk dat Van Splunteren de eigenaar van het

huis was. Over Van Splunteren had hij slechte verhalen van Duitse zijde gehoord.

Deze Hilversummer had zich destijds bereid verklaard barakken voor de Duitsers

in Duitsland te bouwen, maar de Gestapo kwam er achter dat Jacob van

Splunteren fraude pleegde met de z.g. ,Grenzpassierscheine'. Hierdoor kon de

aannemer zo'n kleine honderd man naar believen tussen Duitsland en Nederland

heen en weer Iaten reizen, zonder dat de Duitsers daar enige controle op hadden.

Schreieder noemde Van Splunteren ronduit een ,Gauner' (bedrieger). Dat was

Vander Waals heel welgevallig. Hij vemam dat Van Splunteren al een keer ofwat

straf had uitgezeten in een Duits kamp of tuchthuis. Dus was de aannemer niet

aileen bruikbaar voor klusjes, maar ook chanteerbaar.

In januari 1944 liet Van der Waals eerst in Amsterdam door een beedigde

vertaler MO Duits vertalingen maken van de geboorteakte en het inschrijvingsbewijs

aan de Rijksuniversiteit te Berlijn uit 1931 van Hendrik Jan van Veen. Op

diezelfde dag maakte hij bij de SD in de Euterpestraat fotocopieen van het

vervalste ontslagbewijs uit kamp Dachau op naam van de politieke Hiiftling H. J.

van Veen en van het in- en uitschrijvingsbewijs uit Sachsenhausen. Diezelfde

maand of begin februari plaatste hij een advertentie onder een valse adellijke

naam voor een huisknecht. Van de reflectanten vie! zijn keus op Hendrikus

Wilhelm us Anne Mossinkoff, geb. 29 juni 1902 te Haarlem die op kamers

woonde in Den Haag bij de familie Abels, Toussaintkade 23. Bij het plaatsen van

de advertentie had Vander Waals het plan om in eventuele noodsituaties gebruik

te maken van de personalia van de in dienst genomen knecht. Plannen om

Mossinkoff te vermoorden had Van der Waals in dat stadium nog niet; dat is een

van de weinige dingen die we uit zijn verklaringen als juist kunnen aannemen.

Mossinkoff hielp opgeruimd en vlijtig mee bij de inrichting van het nieuwe

huis en kon het best met zijn nieuwe baas vinden. Minder soepel ging het tussen

Mossinkoff en Corrie den Held, misschien ook omdat zij niet gewend was met

huispersoneel om te gaan, maar zeker omdat Van der Waals niet bepaald de

indruk wekte dat zij de nieuwe Hausmeisterin ging worden. Integendeel: aan

verschillende van zijn nieuwe relaties vertelde hij dat Corrie zijn dienstmeisje

was. Corrie liet zich de eerste maanden, zo lang Van Splunteren en De Reuver

nog aan het huis werkten, maar nauwelijks op Loosdrecht zien. Dat betekende

ook een steeds nauwere samenwerking tussen Mossinkoff en Van der Waals. In

maart of april vertelde Vander Waals zijn huisknecht in diep vertrouwen, dat hij

375


eigenlijk illegale werker was in dienst van de Nederlandse Regering te Londen.

Mossinkoff, hoe wei politiek zonder kennis van zaken of belangstelling, had daar

zo zijn twijfels over (hij sprak die o.a. uit tegen zijn broer P. J. Mossinkoff in

Den Haag), maar hij was zeer zeker bereid zijn baas in bepaalde omstandigheden

te helpen. Het kon, zei Van der Waals, wei eens nodig zijn dat hij en Mossinkoff

zich voor broers uitgaven onder de naam Mossinkoff.

De koop van het huis werd gesloten. Makelaar Bouman was tevreden over de

gang van zaken en hij vertrouwde dr. ir. VanVeen volkomen. Wei heeft Bouman

zich op de bruiloft enigszins verbaasd over het feit dat er niet een familielid van

de bruidegom te bekennen was. Geen nichtje of neefje, geen ouwe aangedane

tante of wat ook. Maar goed, dacht Bouman, Van Veen had zo zijn diepere

achtergronden en hij wist kennelijk wei wat hij deed. De bruid was in elk geval

de moeite waard.

Dr. ir. H. J. van Veen maakte zich dat voorjaar en die voorzomer bijzonder

populair op Loosdrecht. Als een soort Neerlands hoop in bange dagen verstrekte

hij aan alle bruikbare relaties jenever, boter, Engelse sigaretten en wat niet al. Er

werden betrekkingen aangeknoopt met de kunstschilder Henk van Galen en

diens jonge vrouw Maria, waarmee ook Corrie het uitstekend kon vinden. De

schoonvader van Van Galen woonde toevallig tegenover Van Veen, zodat het

contact algauw gelegd was toen Van Veen te kennen gaf schilderijen te willen

kopen. In de loop van de zomer kocht VanVeen bij Van Galen aan schilderijen,

antieke voorwerpen en oude wapens voor een bedrag van f 10.000,-. Hij

betaalde duizend gulden contant en gaf de zeilboot van Nelly van Looi, getaxeerd

op f 7.500,-, in onderpand. De resterende vijftienhonderd gulden heeft

Van Galen nirnmer gezien.

De oude Adam begon al hoven te komen, toen Van Splunteren een elektrisch

fomuis, dat hij de heren Van Veen en Mossinkoff in bruikleen had gegeven,

kwam terugvragen. Kalm zei de weledelgeleerde en weledelgestrenge heer Van

Veen: ,Maak dat je weg komt, schooier, ofik laatje oppakken wegens fraude."

Toen Van Splunteren zei dat hij de Duitsers nooit anders dan benadeeld had en

er op bleef staan zijn mooie fomuis terug te krijgen dat niet van hem, maar van

zijn vrouw was, werd de heer VanVeen echt vervelend. Die avond of de volgende

avond werd Van Splunteren door de SD gearresteerd en naar Vught gezonden.

De Reuver zweette bloed van angst. Ook hem moesten de Duitsers maar liever

niet op de verhoorstoel zetten. Aangezien hij het altijd beter met de heer Van

Veen had kunnen vinden dan Van Splunteren (tot nog toe wel, ten minste) ging

hij onmiddellijk naar VanVeen toe, mede op advies van Bouman, die zei dat Van

Veen toch zeker niet van normale rede en gevoel verstoken was. De Reuver

soebatte en smeekte onder het aanbieden van flessen wijn en het gebruik van zijn

vrachtwagen, of de heer Van Veen zijn enorme invloed bij de Duitsers niet kon

aanwenden. Knorrig zei de heer VanVeen dat hij er over zou nadenken. Eind

augustus was Van Splunteren weer thuis. Z6 dankbaar was hij de heer VanVeen

nu, dat hij onverwijld een cheque uitschreef bij de Nederlandsche Middenstands

Bank a f 50.000,- waar de heer Van Veen om vroeg onder het mom dat het de

illegaliteit ten goede zou komen.

Inmiddels had de heer VanVeen zijn huis in augustus alweer verkocht aan een

376


zekere Van Mourik. Van Veen maakte enige winst bij de verkoop, maar de heer

Van Mourik bleef verder buiten schot. Deze zou de woning begin september

betrekken. VanVeen verkocht alles in huis weer even snel als hij het had gekocht

en trok nu in (derde week augustus) bij zijn grote vriend Henk van Galen, die

nog steeds geen achterdocht koesterde. Hij hielp Van Veen juist met het

omzetten van geld in waardevolle voorwerpen, die niet al te veel bergruimte

opeisten. In die periode kwam Joseph Schreieder eens kijken wat zijn ,V-Mann in

ruste' toch allemaal uitvoerde. Hij belandde bij Van Galen, waar hij zich weinig

op zijn gemak voelde en probeerde Van der Waals weer aan zich te trekken. Het

was de tijd van de ,Attentat' op Adolf Hitler en Schreieder wilde Vander Waals

vooral politiek een beetje bijscholen. ,We hoeven ons geen zorgen te maken," zei

Schreieder. ,De geallieerden zullen zich met ons verenigen. De werkelijke vijand

ligt achter de Poolse grens! "

Dit gesprek, waarbij Van Galen niet aanwezig was, had in zijn althans futuristische

juistheid nogal wat invloed op de gedachtengangen van Van der Waals.

Stel je voor ... spion voor de geallieerden in Rusland! Of ... spion voor de

Russen! Het hing er maar van af wat in de gegeven omstandigheden (dit jaar,

volgend jaar) het beste uitkwam. Maar voorlopig had hij genoeg zorgen en zorgjes

aan zijn kop oin zich in Holland te handhaven.

Heel agressief en kwaadaardig betoonde hij zich, nog altijd als dr. ir. Van

Veen, in het begin van augustus tegen twee ondergedoken jongemannen uit het

Gooi, die zich door meneer Van Veen niet op hun kop wilden Iaten zitten. Een

van hen heette Will em J. A. Bleekemolen, een toen 25-jarige uitgever uit Laren.

Bleekemolen had op de Plassen vriendschappelijke betrekkingen met ,Henk van

Veen' en diens aardige vrouwtje aangeknoopt. De vriend van Bleekemolen heette

Bernard M. Aders, een jonge vertegenwoordiger uit Hilversum. Aders bezat een

zeilboot, waarop VanVeen een welgevallig oog sloeg. Bij een borrel op het terras

van Boeschoten (,De Driesprong') te Loosdrecht stelde dr. Henk van Veen de

twee vrienden voor de boten te ruilen, waarbij hij, Van Veen, bereid was een

bijbetaling te doen. Aders ging akkoord. Henk mocht de boot van Aders

uitproberen. Dat gebeurde. Meneer Henk ramde de boot eerst met de zijkant

tegen een dukdalf en liep vervolgens met de nodige schade vast in een beschoeide

kant. Natuurlijk beweerde meneer Henk dat die schade al aan de boot aanwezig

was geweest en als Aders niet zorgde dat de boot niet op zijn kosten gerepareerd

werd, dan kreeg Aders zijn boot niet terug. Gevolg: Aders en Bleekemolen

troml!Jelden een stuk of acht sterke zeilmakkers van de Plassen op om de boot

met geweld terug te halen. Meneer Henk had inmiddels a) 66k enkele sterke

jongens gehaald en b) de politie te Loosdrecht Iaten waarschuwen. Daar kwam

opperwachtmeester der staatspolitie Jan Ploeger, geen mannetje om mee te

spotten. Meneer Henk zei dat hij liever agent Goedhart had gewild om de kwestie

te regelen, maar Ploeger besliste dat hij de zaak wei zou afdoen. ,Die slampampers,"

zei meneer Henk, ,willen mijn boot stelen." De slampampers barstten

uit in hoongelach, maar dat was gauw over, want meneer Henk trok een

levensgrote revolver en duwde de loop tegen de blote borst van Aders. Nu kwam

Ploeger in het geweer en verlangde van meneer Henk diens vergunning te zien tot

het dragen van een vuurwapen. Prompt toonde meneer Henk een door de SD

377


uitgeschreven vergunning op naam van dr. ir. H. J. van Veen. Op hoge toon

gelastte meneer Henk dat Aders en Bleekemolen in arrest zouden worden

genomen en vervolgens uitgeleverd aan de Feldgendarmerie te Utrecht. Ploeger

had geen andere keus dan de twee jongemannen mee te nemen. Deze smeekten

Ploeger hen alsjeblieft te Iaten gaan. Ploeger kon die dag geen risico's nemen,

maar het is hem inderdaad gelukt de twee jongemannen in Utrecht hun vrijheid

te Iaten geven. Er kwam een hele papierwinkel aan te pas wie nu wei wie had

opgelicht, waar we verder maar aan voorbij zullen gaan. In ieder geval kostte het

Aders vee) geld, ook nog f 750,- aan de scheepsbouwerij ,Het Anker', anders

kon hij zijn boot niet meekrijgen, aangezien meneer Henk daar nog schulden

had.

Op 31 augustus, de verjaardag van de koningin, hielden een aantal watersportvrienden

een feest bij Boeschoten in ,De Driesprong'. De heer en mevrouw Van

Veen waren er, Jimmy den Held met zijn nieuwe vriendin Annemarie (,Ankje')

Voerman uit Amsterdam, de Van Galens, het echtpaar Benders uit Utrecht en tal

van anderen. De heer Benders, schatrijke bioscoopeigenaar en lid van de NSB,

bezat op Loosdrecht een huisje en een grote zeilboot. Henk van Galen had in de

Utrechtse ,Old Dutch' kennis gemaakt met ,Bill' Benders en had hem een zeer

joviale kerel gevonden. Echt iemand om aan dr. ir. Van Veen voor te stellen.

Nou , dat vond meneer Henk van Veen ook. Het boterde best, er kwamen

invitaties over en weer en het werd allemaal druk beklonken. Toen werd er op de

deur van het cafe gebonsd. Twee Duitse officieren, een van de SD en een van de

Feldgendarrnerie, heiden in uniform, wilden weten wat dit te betekenen had. De

spertijd was a! ingegaan en hier zat men maar te feesten alsof er geen oorlog

bestond. Het werd snauwen en algauw klonk het: , Ausweise! " De heer

Boeschoten werd ter plaatse een boete van vijfhonderd gulden opgelegd, de

onthutste gasten moesten elk van vijf tot tien gulden dokken.

Maar daar ging het niet om. ,lemand' (Van Splunteren? ) had de tip gegeven

dat de papieren van dr. ir. Van Veen vals waren en dat hij verrnoedelijk een

illegale werker was. Bij de controle had Corrie haar Ausweis niet bij zich, dus die

werd meteen bij de zwarte schapen gezet. Prompt stapte Henk van Veen naar

voren en maakte zich bekend als de echtgenoot van die dame daar. Hij droeg een

flanellen broek en een Iicht shirtje, zodat de Duitsers hem niet op wapens

hoefden te fouilleren. Een kwartier later werden aileen de heer en mevrouw Van

Veen afgevoerd en door de Duitsers merkwaardigerwijs overgebracht naar het

hoofdbureau van politie te Utrecht. Was het dan toch doorgestoken kaart? ...

Wie anders hadden daar namelijk nachtdienst dan twee volkomen bonafide

agenten, brigadier J. Kuik en hoofdagent D. van Bart. Deze laatste vooral gaf

altijd inlichtingen door aan en trad ook op als verbindingsman voor de Utrechtse

commandant der illegaliteit, Siem de Man. Mevrouw VanVeen werd op een stoel

gezet, terwijl haar echtgenoot in de gang van het bureau nog het een en ander te

besmoezen had met de twee Duitsers. Daama kwarnen ze terug en de SD-er zei

tegen Kuik: ,Deze mensen in bewaring houden tot morgenochtend en om negen

uur overbrengen naar de Feldgendarrnerie in Utrecht."

Van Veen moest afgeven wat hij bij zich had en de twee agenten bekeken o.a.

de papieren uit Duitsland op naam van H. J. van Veen, drie persoonsbewijzen,

378


een bankcheque a f 50.000,- op de NMB te Hilversum en enige kwitanties en

schuldbekentenissen, waarbij het om zeer grote bedragen ging.

,Bent u dat 66k? " vroeg Kuik en toonde de arrestant persoonsbewijzen van

Antonius van der Waals, Anton de Wilde en Anton Cranendonk.

,Dat zijn inderdaad enige van mijn schuilnamen, ja," zei de heer Van Veen.

Hij wees op een fotokopie van het ontslagbewijs uit Dachau. ,Mag ik u vooral

verzoeken dat dit niet in handen van de Duitsers komt? "

Hoofdagent Van Bart was inmiddels achter een schrijfmachine gaan zitten en

tikte een verklaring uit de mond van dr. ir. Hendrik Jan van Veen. Dat ging als

volgt:

,lk ben genaamd Hendrik Jan van Veen en de vrouw, die in mijn gezelschap is,

is mijn echtgenote Cornelia den Held. Hedenavond ben ik in Loosdrecht, waar ik

een huisje heb gehuurd, tijdens een feest aldaar in een cafe, dat werd gegeven ter

ere van de verjaardag van de koningin, met aile bezoekers door de Duitsers

overvallen, waama aile bezoekers en de kastelein boete moesten betalen en

waarna mijn vrouw en ik naar hier zijn overgebracht. Ik kon een betrekking

krijgen van de Duitsers als leraar aan een of andere instelling, aangezien ik

ingenieur ben, maar nu zij mij z6 behandelen, zie ik daarvan af.'

,Kan dat niet morgen, Henk? "vroeg Corrie gefrriteerd.

De twee agenten wisselden veelbetekenende blikken, toen de heer VanVeen

fluisterde: ,Jullie snappen toch wei dat ik een gedropte Engelse agent ben? !

Verduiveld, moet ik dan in het gezicht van de haven stranden? ! "

Er waren nogal wat mensen in het gebouw en in verschillende gangen werd

druk gelopen en gepraat. Van Bart nam een snel besluit. Hij stelde voor Corrie

naar een vrije eel te brengen, een wachtcel. Daar zouden nog meer mensen heen

gebracht kunnen worden, in afwachting van het opmaken van processen-verbaal.

Dan zou Corrie zogenaamd flauw vallen. In de toestand die dat zou geven, kon

Corrie even naar buiten worden gevoerd, waarbij gelegenheid bestond dat meneer

VanVeen op de toiletten aan Van Bart en Kuik snel juiste uitleg gaf.

Dat verliep volgens plan. Corrie viel prachtig flauw en zij en haar man werden

onder ruime belangstelling even naar de binnenplaats gebracht. Eenmaal terug in

het gebouw vertelde de heer Van Veen aan Van Bart op de toiletten water aan

de hand was. Over acht dagen moest hij naar Engeland terug met spionagemateriaal.

Daarvan had hij nog lang niet genoeg. Nu wilde hij eerst weten of hij

morgen door een ,goede' dan wel een ,verkeerde' agent naar de Feldgendarmerie

zou worden gebracht. Een ,verkeerde' agent kon hij wei knock-out slaan, want

hij was ten slotte jiu-jitsu expert, maar daar stond tegenover dat zijn vrouw drie

maanden zwanger was en dus niet hard kon lopen. Daarom liever een ,goede'

agent. Verder moest Van Bart hem beloven zo snel mogelijk twee koffers met

wapens en een zendapparaat weg te halen bij de heer Henk van Galen, v66r de

Duitsers daar huiszoeking kwamen doen.

Van Bart beloofde het en ging nog diezelfde morgen in aile vroegte naar de

illegale werker Aart Ligterink, Mamixlaan 124 te Utrecht, directe medewerker

van Siem de Man. Ligterink zou er voor zorgen dat de koffers met wapens en de

zender werden weggehaald. Daartoe kreeg Ligterink van Van Bart twee briefjes

in het handschrift van meneer Van Veen: het ene met het adres van de

379


kunstschilder Henk van Galen en het andere met het adres van een wijnhandel in

Hilversum, tegenover de Nederlandse Seintoestellen Fabrieken. Daar moest de

boel heen. (De heer Ligterink bewaarde deze briefjes en ze kwamen later in

handen van de Politieke Recherche). Ook vroeg Van Bart aan Ligterink of deze

een auto zou kunnen verzorgen, waarmee de geheime agent en diens zwangere

vrouw zouden kunnen vluchten. Volgens Ligterink heeft hij geprobeerd die

morgen een auto te krijgen, maar dat lukte niet.

Het h6efde trouwens ook niet, want toen de ,goede' agent, die de heer en

mevrouw Van Veen naar de Feldgendarmerie bracht, een vluchtkans bood, zei

Van Veen: ,Nee, ik denk dat ik me er wei uitpraat. Dit is in aile opzichten

beter! "

En dat lukte. De ,goede' agent bleef anderhalf uur wachten en zag de heer Van

Veen en zijn vrouw toen triomfantelijk naar buiten komen. De schildwacht

presenteerde het geweer voor de Duitse officier, die Van Veen naar buiten

geleidde. Grinnikend zei de heer Van Veen tegen de agent: ,Ze zijn er in

getrapt! Mijn papieren zijn ,echt' gebleken! " De agent, niet precies op de

hoogte van de hele toestand, begreep niet dat dit nu juist ,verkeerd' was en

feliciteerde Van Veen. Daarna bracht hij hen terug naar Van Bart, die inmiddels

naar huis was gegaan. (Op het bureau van de Feldgendarmerie werd met Schreieder

gebeld, die zich in Zeist bevond).

Van Veen was net te laat om te verhinderen dat zijn wapens en zender werden

weggehaald, zoals hij ten minste tegen Van Bart zei. In feite was dit de hele

opzet. Aannemer Ligterink en zijn vriend W. J. Lens, eveneens lid van de

,Landelijke Illegale Organisatie Utrecht' ( destijds op initiatief van Theo Dobbe

opgezet), fietsten die ochtend van 1 september 1944 naar Loosdrecht. Van

Galen gaf de koffers en de zender direct mee, bij het zien van het door VanVeen

geschreven briefje. De twee mannen brachten de koffers niet zonder moeite en

levensgevaar via binnenwegen naar het adres in Hilversum. Daar kwam VanVeen

de koffers diezelfde middag met de wagen van Van Splunteren weer ophalen.

Tot zijn vreugde zag hij dat er een grote Amerikaanse Colt ontbrak. Het plan had

gewerkt!

Kalm belde Van Veen de heer Ligterink op, allereerst om hem het heuglijke

nieuws van zijn vrijspraak te melden (ook de heer Ligterink had geen argwaan)

en vervolgens zei hij : ,Die Colt moet ik echt terug hebben, hoor. Breng me die

morgen, dan krijg je een modemer en veel beter wapen. Dat gaat het begin

worden van een hele leverantie aan jullie." Nu was Ligterink die volgende dag,

zaterdag 2 september, verhinderd en hij vroeg of hij zondag dan mocht komen.

Dat werd hem genadiglijk toegestaan.

Die zondag 3 september gebeurden er een heleboel vermeldenswaardige

dingen. Allereerst waren Vander Waals alias VanVeen alias dr. ir. Mossinkoff en

zijn ,broer' Willem Mossinkoff op de fiets, met hengelstokken en schepnetten

aan de stangen gebonden om niet op te vallen, in aile vroegte naar Aalsmeer

gereden. Daar lag het nieuwe uitverkoren onderduikadres van Vander Waals: een

woonschuit, achter de woning van de tuinder Jacob Spaargaren, Uiterweg 109.

Die woonschuit was het eigendom van de Amsterdamse makelaar in effecten A.

Sauveplanne uit de Niersstraat. De boot werd nog steeds gehuurd door de

380


Amsterdamse rijwielhandelaar J. W. Duiker en diens vrouw uit de Watteaustraat

29, maar Van der Waals had al van zijn bediende Mossinkoff gehoord dat deze

mensen wei bereid zouden zijn verdere huur in verband met de oorlogssituatie te

Iaten schieten. Nu was Van der Waals in het stadium om aankoop te overwegen.

Hij bekeek de onbewoonde schuit weer vanaf diverse punten met een vishengel

in zijn hand en hij liet zich door Mossinkoff (die in feite keek naar zijn laatste

wereldse verblijfplaats) de jachthavenexploitant, de heer Anton Kroger, aanwijzen.

Terug in Loosdrecht bij Henk van Galen, waar Corrie en Maria nog sliepen,

ging Van der Waals naar het atelier van Van Galen op het erf. Van Galen was

daar aan het werk. Terwijl Mossinkoff een ontbijt-lunch ging maken, bracht Van

der Waals het gesprek op Benders en vervolgens op zijn nieuwe illegale contacten.

Van der Waals was te weten gekomen dat Benders enige tijd geleden bij een

zeilpartij aan Van Galen een bedrag van vijfendertigduizend gulden in bewaring

had gegeven, aangezien Van Galen een kluis had en Benders niet met zo'n bedrag

los in zijn zak op Loosdrecht wilde rondlopen.

,Luister eens, Henk," zei Van der Waals alias Henk van Veen. , Die illegale

jongens zitten in schreeuwende geldnood. Ze moeten wapens hebben, munitie,

explosieven, fietsen, ga maar door. lk heb ze flinke steun beloofd, maar ik heb

zoals je weet momenteel al mijn contante geld gei"nvesteerd. Van de bank durf ik

ook geen groot bedrag op te nemen zonder verantwoording, want dat wordt

tegenwoordig allemaal gecontroleerd door de SD. Over een week ofwat krijg ik

minstens een halve ton in handen. Maar ik wil die jongens nu helpen. Doe me een

lol en geef me twintig mille van het geld dat je van Benders hebt gekregen. Ik

geef jou natuurlijk een schuldbekentenis. Je weet dat je me kunt vertrouwen."

Van Galen vond daar geen kwaad in steken. Hij opende de kluis en telde

twintigduizend gulden uit. Hij stopte de schuldbekentenis van dr. ir. H. J. van

Veen in de kluis en dat was dat.

In de voormiddag kwamen Ligterink en Lens uit Utrecht aangefietst. Vander

Waals had al een tijd op hen staan wachten. Hij hield de mannen zorgvuldig uit

de buurt van Van Galen, die trouwens druk bezig was en niets merkte. Aileen de

dames Corrie en Maria, zonnebadend in de omgeving van het huis, zagen Henk

druk en bepaald nerveus aan het praten met de twee illegalen, forse Hollandse

mannen met leren jassen aan, petten open grote fietszijtassen. Die tassen bleven

leeg. Dr. ir. Van Veen legde uit dat hij momenteel nog geen wapens kon missen;

Engeland had hem een dropping toegezegd. Daar kon hij niets over vertellen nog;

morgen had hij misschien het een en ander en dan zou hij het zelf bij Ligterink

komen brengen. Ligterink en Lens af.

Van der Waals maakte nu een van hem onvoorstelbare fout. Hij belde op naar

Schreieder in Zeist, want Schreieder had hem in augustus toch maar een aantal

nummers gegeven, waar hij gewoonlijk altijd bereikbaar was. Het was misschien

een oude macht der gewoonte, dat Van der Waals naar de eerste de beste

telefoon greep om Schreieder in te lichten, als hij met een vrraadbare illegale

groep contact had. Hij belde in de gang van Van Galens woning, zonder zich te

realiseren dat Van Galen op dat moment niet in zijn atelier zat, maar juist naar

de keuken liep om iets te drinken te halen. Van Galen hoorde zijn huisgenoot in

381


het Duits mompelen en meende iets te verstaan van ,kleine maar belangrijke

illegale groep uit Utrecht." Was het nu nog Nederlands geweest, dan had Van

Galen er waarschijnlijk niet eens acht op geslagen.

Diezelfde namiddag liep Van der Waals, niet zonder toeval, Evert Bregonje

tegen het lijf, nog altijd de particuliere chauffeur van Schreieder, hoewel in

allerlaatste stadium. Bregonje had opdracht gehad om te proberen Vander Waals

mee te krijgen naar Zeist, waar Schreieder en Ortmann wei met hem praten

wilden. Van der Waals weigerde mee te gaan en zei boudweg dat hij niet meer

voor Schreieder werkte. Wist Evert dan niet dat hij, Vander Waals, in feite voor

de tegenpartij werkte en de chef was van de Ondergrondse in de provincie

Utrecht? ,Wees toch niet zo'n stomme werkezel, jongen! " zei Van der Waals.

,Hier is je kans! Je kunt deze wagen van Schreieder z6 verdonkeremanen! Duik

onder en kom bij ons! "

Maar Bregonje durfde niet. Wei was hij bereid voor Van der Waals een klusje

op te knappen. Van der Waals wist dat de vrouw van Benders (mw. G. S.

Benders-Raayen) naar Utrecht wilde en allerlei dingen te transporteren had.

Mevrouw Benders was opgetogen dat meneer VanVeen, ofHenk, zoals ze hemal

mocht noemen, zo attent "as. Zo'n mooie auto nog wei en zo'n keurige

chauffeur. Als een comtesse liet zij zich in de schone vooravond naar Utrecht

rijden en had voor Bregonje nog menig goed betaald snabbeltje. Alleen op ,Dolle

Dinsdag', 5 september daarop volgend, kon zij hem niet meer vinden: Evert

Bregonje dook als de bliksem onder.

Utrecht ... NSB-bolwerk bij uitstek, maar 66k een stad van toegewijde

illegalen. Daarheen reed Van der Waals de volgende dag, maandag 4 september,

in de bestelwagen van Van Splunteren, de wagen die hij zich langzamerhand

toeeigende. Hij was, in de gegeven omstandigheden en zo lang het nog duurde,

een rijk man te noemen, ook al smeet hij op het laatst met geld en deed hij zaken

met het instinct daarvoor van een rinoceros. Loosdrecht had hem in korte tijd

bijna een ton opgeleverd: vijftigduizend gulden uit chantage van Van Splunteren,

twintigduizend gulden diefstal van Benders, de winst op het huis en tal van

andere zwendeltjes en diefstalletjes. Rechercheur Jan van den Ende, die het

weten kan, heeft steeds gezegd: als Van der Waals op dat moment zijn geld

bijeen had gegaard, alles in de steek had gelaten, zich met zijn relaties een

doortocht had gekocht naar Noord-Brabant om daar als de monteur Piet Jansen

bij Philips te gaan werken, dan had geen politiemacht ter wereld, tenzij bij

toeval, hem ooit kunnen opsporen. Maar nee, Vander Waals bouwde vlijtig voort

aan zijn ondergang, wat nog heel wat mensen het Ieven kostte.

In Utrecht zocht Van der Waals o.a. Ligterink op en vertelde hem dat hij de

wapens wei had, maar ze zaten verborgen op een plaats waar hij nu niet bij kon

komen. Morgen, dan zou het zeker gebeuren. Er werd een trefpunt afgesproken

in Groenekan. Steeds vroeg Van der Waals meer inlichtingen over de organisatie,

maar Ligterink, toch al geen prater, was daar heel zuinig mee.

De volgende dag, ,Dolle Dinsdag', kwam de bevolking van het nog niet

bevrijde dee! van Nederland in grote emotionele opwinding. Een ietwat verkeerde

interpretatie van een legerbericht via Radio Herrijzend Nederland was

daar wei in hoofdzaak debet aan. Het werd van het ene huis naar het andere

382


geschreeuwd tot in Groningen toe: ,Ze zitten in Breda! " ,Dordrecht bevrijd! "

,Officieus is Rotterdam al door de Duitsers opgegeven, nog niet officieel! " In

de grote steden stroomden honderdduizenden wenend en lachend, bevlagd en

besjerpt, de straten op, in de zekerheid dat de Heiden kwamen. Duizenden

Duitse militairen haastten zich uit Zeeland via Bergen op Zoom oostwaarts, om

niet in een saljant te worden gevangen. Dat terugtrekken van troepen bracht ook

het massale vluchten van NSB-ers op gang.

In deze ,kritieke toestand' reden Van der Waals en Corrie met de bestelwagen

eerst naar Zeist, om te horen wat Schreieder er van dacht. Deze hield zich wei

paraat om eventuele Wehrmachtorders op te volgen, maar hij zag verder nog

helemaal geen reden tot paniek. Vander Waals sprak nu uitvoerig over de illegale

Utrechtse groep, waarbij ook Schuhmacher aanwezig was. Schuhmacher zou

eventueel het overvalcommando leiden. De bedoeling van Vander Waals was om

eerst de twee mannen in de val te Iokken, die hij vandaag zou spreken. Vander

Waals en Corrie keerden terug naar Loosdrecht, waarbij Vander Waals door aile

emoties vergat dat hij naar Groenekan zou gaan.

Terwijl hij zich afvroeg wat te doen, herinnerde Mossinkoff hem er aan dat hij

nog naar Amsterdam moest voor het kopen van de woonboot. ,Ga jij maar vast

aileen naar die meneer Duiker toe," zei Vander Waals. ,Vraag of de huur van de

boot op dr. ir. Van Veen kan worden overgeschreven. Dan fiets je naar de

makelaar en bereid je de koop voor. Zeg dat je mijn secretaris bent en dat we

broers zijn."

Kort daama verscheen een nogal gebelgde Ligterink, nu niet met Lens, maar

met de medewerker A. Hazevoet. Ligterink was zo nuchter als een glas water en

moest eerst nog eens zien of de geallieerden wei konden doorstoten. Maar of ze

vandaag kwamen of niet, wapens waren er no dig. Bij dat gesprek was toevallig de

aannemer De Reuver aanwezig. Weer putte Van der Waals zich uit in allerlei

verontschuldigingen en voorwendsels om de wapenleverantie nog uitgesteld te

krijgen. Wacht, aangezien Ligterink niet betaald wilde worden voor het koffertransport,

wilde Van der Waals een ander mooi gebaar maken. Hij praatte even

met De Reuver, er werd een ontvangstbewijsje gekrabbeld en De Reuver telde

tien briefjes van honderd uit voor de illegaliteit. Daarop nam Van der Waals

Ligterink even mee naar buiten, want de anderen waren ,niet te vertrouwen'.

Buiten ontvouwde hij een mooi plan: een zekere Benders, bulkend rijke NSB-er

uit Utrecht, liep altijd met hele pakken geld op zak. Er kon een plan worden

gemaakt om Benders uit de weg te ruimen, wat de illegaliteit zeker veertigduizend

gulden kon opleveren. Ligterink zou het eens bespreken met Siem de

Man. Daarmee wilden de illegalen maar weer eens opstappen, onverwachts

duizend gulden rijker en nu weer heel wat vriendelijker en onderdaniger jegens

de ondoorgrondelijke dr. ir. VanVeen.

Deze was nog lang niet klaar met zijn behulpzaamheid. Hij stond erop de

heren Ligterink en Hazevoet persoonlijk in de bestelwagen van De Reuver naar

Utrecht te brengen. De fietsen konden achterin. De twee mannen namen dat

aanbod gretig aan, maar nu gebeurde er iets vervelends: de heer De Reuver wilde

mee. Ten slotte was het zfjn auto. Tot verbazing van Ligterink en Hazevoet werd

de heer Van Veen half hysterisch van woede om de halsstarrigheid van De

383


Reuver. Vijf dagen later begreep Ligterink dat de hulpvaardige Van Veen hen

regelrecht aan de SD had willen uitleveren. De aanwezigheid van getuige De

Reuver had dit verhinderd. Afgesproken werd nu dat VanVeen ,uiterlijk donderdag'

de beloofde wapens bij Ligterink thuis zou komen afleveren.

Op woensdag 6 september reed Van der Waals in gezelschap van Corrie en

Mossinkoff naar Amsterdam. Voor Mossinkoff werd een kamer gevonden in

,Huize Maria', De Lairessestraat 115, bij mej. Anna Stoffel. Onder de naam

Versteeg huurde Van der Waals een zit-slaapkamer en mej. Stoffel kreeg de

stellige indruk dat de heer Versteeg deze kamer zou betrekken. Behalve deze

grote kamer huurde de heer Versteeg nog twee kleinere kamertjes. De ene was

voor zijn bagage, de al)'dere om ,nu en dan' zijn secretaris ( diens naam werd niet

genoemd) aldaar te Iaten ovemachten. Inderdaad hebben Van der Waals en

Mossinkoff aldaar enkele nachten doorgebracht. Toen zei de secretaris tegen mej.

Stoffel dat zijn baas door de Duitsers werd gezocht en daarom niet meer kon

komen. Mossinkoff betrok de grote kamer.

Voor Corrie en zichzelf vond Vander Waals pension bij de PTT-ambtenaar H.

Masselink en echtgenote, Emmaplein 33, vlak bij Huize Maria. Ook daar noemde

Van der Waals zich Versteeg. Corrie noemde zich Corrie en werd als zijn

verloofde voorgesteld. Op beide adressen werd een maand kostgeld vooruit

voldaan. Levensmiddelenbonnen had Versteeg genoeg. Ook de heer Masselink

kreeg de stellige indruk dat Versteeg een belangrijke illegale werker was en hij

vroeg geen details.

In de narniddag had Van der Waals een afspraak met de commissionair

Sauveplanne om te gaan betalen. Op I september was de koop van de woonboot

in principe al gesloten. In totaal betaalde Van der Waals f 28.000,- contant,

waarbij f 20.000,- voor de aankoop van obligaties.

Verklaring d.d. 4 oktober 1947 van Antoine Sauveplanne, 48 jaar, wonende te

Zandvoort, na vertoon van verdachte Antonius van der Waals en een foto van

H. W. A. Mossinkoff:

,De man wiens foto u rnij hebt vertoond is dezelfde, die in augustus 1944 zich

bij mij vervoegde om voor zijn patroon, genaamd dr. ir. VanVeen, de bedoelde

woonschuit te huren. Enige tijd later vervoegde zich bij mij de man die u mij

hebt vertoond, en die zoals u zegt genaamd is Antonius van der Waals. Deze

deelde mij mede dat zijn schuilnaam VanVeen was, doch dat hij in werkelijkheid

genaamd was dr. ir. Mossinkoff en dat de man, die aanvankelijk bij mij was

geweest, een broer van hem was en als zijn secretaris dienst deed. De man die u

Van der Waals noemt is nadien enige malen bij mij geweest en ik heb in de

maand september 1944 voor hem voor f 20.000,- aan obligaties 4% Nederland

1940 ter Amsterdamse beurze gekocht. De aflevering en betaling van deze

stukken heeff plaats gehad te mijnen kantore; ik had het geld vooruit van hem in

contanten ontvangen.'

Omdat Van der Waals er absoluut op stond de Landelijke Illegale Organisatie

Utrecht onschadelijk te maken, keerde hij diezelfde avond nog met Corrie en

Mossinkoff bij' Van Galen terug. Daar vemam hij dat die dag bij Van Galen een

zekere Hekking was verschenen (de koopman L.A. Hekking, vriend van Benders)

384


om in opdracht van mevrouw Benders uit Utrecht de vijfendertig mille te halen.

De schilder had Hekking de vijftienduizend contant gegeven plus de door dr. ir.

Van Veen getekende schuldbekentenis van twintigduizend gulden. Aangezien

Henk van Veen nu zo goed bevriend was met de heer Benders, verzocht Van

Galen hem het resterende geld dus maar zelf te gaan brengen. VanVeen beloofde

dat. Nu kreeg vooral Maria van Galen-Bode het heel moeilijk. Na het verdwijnen

van dr. ir. Van Veen, vrouw en huisknecht bleef mevrouw Benders driftig

aandringen op teruggave van het geld en in eerste instantie verdacht Benders zijn

oude vriend Van Galen van handige verduistering, door de schuld op de verdwenen

Van Veen te schuiven. Maria van Galen moest steeds op en neer naar

Utrecht om het allemaal uit te leggen. Zij werd geloofd. Kort na de Bevrijding

zag mevrouw Benders de haar als Henk van Veen bekende man in battle-dress

met officierstekens op de Maliebaan !open. Zij klampte hem aan onder de kreet:

,He, Henk! Ik krijg nog twintigduizend gulden van je! " Van der Waals rukte

zich los en rende weg.

Op donderdag 7 september kwam Henk van Veen maar weer eens bij Ligterink

vertellen dat de wapens nu beslist morgen geleverd zouden worden. Ligterink en

diens vrouw waren van mening dat Van Veen de boel verdacht op sleeptouw

hield. Ligterink hakte de knoop door en belde de commandant Siem de Man

(Simon Paul Pieter de Man, geb. 1908, na de oorlog Hoofd Gemeentewerken van

Naaldwijk, in 1944 woonachtig in Zeist). De Man vertrouwde het voor geen cent.

Wie was die onbekende wapenleverancier dan wei? Dr. ir. VanVeen? Heel even

dacht Siem de Man nog aan een familielid van de inmiddels helaas toch gepakte

en gefusilleerde Gerrit-Jan van der Veen, maar Ligterink was positief: hij heette

Van Veen en dat was waarschijnlijk nog een schuilnaam ook. De vrijdag daarop:

hetzelfde liedje. Geen Van Veen te bekennen, terwijl in huis bij Ligterink al

mannen van de organisatie zaten te wachten. In overleg met De Man werd nu

bepaald dat als Van Veen zich de volgende dag v66r twaalf uur niet had

vertoond, dan zou er naar Loosdrecht worden gegaan.

Zaterdag 9 september. Ligterink en Siem de Man op de fi~ts naar Loosdrecht.

In huis bij Van Galen waren aanwezig: Corrie, Maria en Van Galen zelf. Meneer

Henk zat in cafe Boeschoten en Corrie repte zich er heen om hem te gaan halen.

Van Galen zag zijn kans schoon. Hij vroeg of Ligterink even mee ging ,om een

paar schilderijen te kijken'. In het atelier liet Van Galen een bij Henk van Veen

gevonden brief zien van Rauter aan Schreieder, waarin gesproken werd over het

oprollen van de groep Pahud de Mortanges. ,Die Schreieder is hier geweest! " zei

Van Galen. ,Een mof met een kale kop. En ik heb Van Veen nu al twee keer

door de telefoon Duits horen smoezen. Gisteren zei hij: ,lk heb een grote zaak in

han den, spoedig heb ik aile draden te pakken', of woorden van die strekking."

,Dat moet De Man weten! " zei Ligterink. Siem de Man werd naar het atelier

geroepen en hoorde hetzelfde verhaal aan. Van Galen vemam nu ook dat de

organisatie nooit twintigduizend gulden van Henk van Veen had gekregen.

Op dat moment kwam Henk van Veen met Corrie het huis instuiven. Op hoge

toon gaf hij Ligterink de uitbrander, dat hij maar met allerlei wildvreemde kerels

hier in huis kwam. Siem de Man bekeek de geheime agent en zei koel: ,Luister,

als je maandag niet met die wapens afkomt, dan weten we dat je fout bent."

Vander Waals 25 385


Enkele afdrukken van de door rechercheur J. van den Ende van de Politieke Recherche opgespoorde

film bij een Hilversumse fotograaf van het op 28 juni 1944 te Loosdrecht gesloten

huwelijk tussen dr. ir. Hendrik Jan van Veen (Antonius van der Waals) en mej. C. J. den Held.

Voor de sluiting van dit huwelijk, dat in november 1944 weer werd ontbonden, had Vander

Waals zich een geboortebewijs en twee ontslagbewijzen uit Duitse concentratiekampen toege·

eigend van een overleden Nederlander.


Ook de Hilversumse

makelaar Bouman was

bij de trouwpartij, van

wie Vander Waals alias

dr. ir. Hendrik Jan van

Veen het huis kocht.

De heer Bouman vroeg

zich op de receptie wei

af waarom er helemaal

geen familieleden van

de bruidegom aanwezig

waren ...

,Met jou heb ik niks te maken! " snauwde de heer Van Veen. ,Ligterink is

mijn contactman. Maar ais jullie niet geioven dat ik wapens heb, kom dan maar

eens mee! " Hij ging de mannen voor naar het kamertje waar zijn bed stond.

Daaronder lagen: een bren, twee stenguns en een automatisch pistool. Het pistooi

en een van de stenguns waren geiaden.

Dat maakte toch wei indruk op Siem de Man. Hij had nog nooit een bren

gezien, een gemakkelijk hanteerbare mitrailleur, zo Iicht ais een kinderfietsje!

Hij gaf toe dat Van Veen toch wei wist waar Abraham de mosterd haaide. De

afspraak Iuidde: maandag II september, om twaaif uur bij Ligterink thuis. De

Man zou de bren krijgen met munitie ( dertig ban den van elk vijftig patronen), op

voorwaarde dat hij zou vertellen wat de organisatie precies met de vuurwapens

ging doen. Maandag, op papier.

Zondagmorgen bracht Van der Waals Corrie naar Zeist in een huis op de

Siotlaan, een van de door de SD gevorderde villa's om eventueei vanuit centraal

Nederland oostwaarts (Zwolle) te kunnen uitwijken. Hij besprak het arrestatiepian

van de Landelijke Illegaie Organisatie Utrecht voor de voigende dag.

In de middag reed hij aileen naar Aaismeer, parkeerde de besteiwagen op een

onopvallend punt en roeide vanuit de jachthaven naar de woonschuit, waar

387


Pogingen van Anton van

der Waals, alias dr. ir.

VanVeen, zich ook in de

fotografie te bekwamen.

De foto's zijn gemaakt in

september 1944, t~

Loosdrecht.

De schilder

HENK VAN GALEN

Mw. M. VAN GALEN­

BODE (,Rietje") en

Corrie van Veen-Den

Held.

De Utrechtse bioscoopeigenaar

,Bill" BEN­

DERS en (rechts) Van

Galen.


CORRIE

Huis van Van Galen:

de Van Galens en Corrie.

Rechts met grijs haar:

,Bill" Benders, voorgrond:

Van Galen.


De door Vander Waals in oktober 1944 vermoorde huisknecht H. W. A. MOSSINKOFF.

Foto's genomen op de trouwdag, 28 juni 1944.

Anton van der Waals, zich bedricgelijk voordocnd als dr. ir. H. J. van Vecn, op zijn.huwelijksdag"

(28 iuni 1944) te Loosdrecht met de familie Den Held. Corrie's moeder op voorgrond,

daarachter haar zoon Jimmy en links de twee oudere zusters van Corrie.


Mossinkoff en de heer Kroger druk bezig waren. Alles liep daar op rolletjes. Met

de nodige hulp kon de boot binnen veertien dagen bewoonbaar zijn.

Wat Van der Waals, zich nog noemende Van Veen, maar al door Mossinkoff

aangeduid als zijn broer dr. ir. Henk Mossinkoff, nog wilde van Kroger was de

plaatsing van een windgenerator. De oude generator werd op kosten van dr. ir.

Mossinkoff door Kroger door een nieuwe vervangen en Kroger mocht de oude

hebben. Daar had Van der Waals een bedoeling mee: hij wilde bij de insiders de

indruk wekken dat hij een generator nodig had voor zijn 12-volts illegale zender

aan boord. De vrouw van Kroger was zo vriendelijk voor de gebroeders

Mossinkoff, die kennelijk helemaal zonder vrouwelijke assistentie zaten, een

goede en bonloze maaltijd te bereiden van verse tuingroenten, aardappelen en

een echt stukje braadworst. Die nacht sliepen Van der Waals en Mossinkoff in

Huize Maria. Corrie bleef in Zeist bij de SD-secretaresses. De volgende dag

keerden Vander Waals en Mossinkoff terug.

Tegen twaalf uur zaten Hazevoet, Lens, De Man en nog andere mannen van de

Utrechtse organisatie bij Ligterink te wachten. Juist op een moment waarop Aart

Ligterink even de straat op ging om nog iemand te halen, belde Van Veen op.

Mevrouw Ligterink nam aan. Van Veen vroeg of Ligterink even een bepaald

nummer wilde bellen. Dat deed Ligterink, maar ,het was kennelijk een verkeerd

nummer, want: ,er luisterde wei iemand, maar daarop werd de verbinding verbroken

.' Om kwart over twaalf was Van Veen weer a an de lijn. Hij stond met een

kapotte a).lto in De Bilt. Of de heren om precies half twee op een bepaald punt in

De Bilt konden zijn, om aldaar tien revolvers in ontvangst te nemen. Aktentas

meebrengen.

Het waren vooral Hazevoet en De Man, die er nu helemaal niets meer van

geloofden. Ze wilden baring of kuit. Hazevoet en twee vrienden fietsten richting

De Bilt en beslopen het afgesproken punt. Dat was nogal moeilijk te overzien.

Hazevoet beloofde een passerende jongen van een levensmiddelenbedrijf met een

bakfiets vijf gulden, als hij eens ging kijken. Binnen enkele minuten was de

jongen terug en meldde: ,overal Duitsers in uniform! " (De SD moest na de

Invasie in opdracht van de Befehlshaber der Sipo nu altijd in uniform zijn). Een

van de illegalen had trouwens al een Duitse overvalwagen zien rijden, gevolgd

door een grote luxewagen en een wagen van De Reuver-Van Splunteren.

Ligterink, onmiddellijk gewaarschuwd, dook direct onder. Hij was nog bezig

te pakken, toen Van Veen belde en verontwaardigd vroeg waarom de mannen

niet gekomen waren. Ja, goed, vanavond dan maar. Die avond werd op verschillende

adressen door de SD en Nederlandse politieambtenaren huiszoeking gedaan.

Geen arrestaties, geen spoor van wapens of ander belastend materiaal.

In zijn verklaringen over de ,zaak Siem de Man', verward, heel onlogisch en

steeds nerveuzer in zijn pogingen de tegengestelde verklaringen te weerleggen,

probeerde Van der Waals het voor te stellen alsof John Verhagen hem opdracht

had gegeven Schreieder ter liquidatie in handen van Siem de Man te spelen. Dat

Siem de Man c.s. zo onnozel waren geweest dat niet te begrijpen, tja, daar kon

hfj niets aan doen. (Merk op dat Van der Waals alias Van Veen de naam

Schreieder nooit tegen de Utrechtenaren genoemd heeft.)

Nog een wonderlijke escapade van Van der Waals uit zijn Loosdrechtse

391


periode. Hij kende in Rotterdam een verzetsman, die ,Oom Frits' genoemd werd.

Oom Frits heeft in niet nader bekende opdracht, maar ongetwijfeld van regeringswege,

spionage verricht om te zien hoe het stond met in Limburg (bij

Maastricht) veilig gestelde schilderijen uit diverse Nederlandse musea. In augustus

poogde deze Oom Frits iets te organiseren om de schilderijen veilig te stellen

voor oorlogshandelingen of voor diefstal door de Duitsers. Vander Waals wrikte

er zich tussen in de hoop een mooie slag te kunnen slaan. Het mislukte, omdat

het door de Amerikaanse penetratie van Zuid-Limburg al niet meer hoefde en

bovendien had Oom Frits wantrouwen jegens Van der Waals gekregen. Naar een

getuige kon meedelen is medio september 1944 een poging gedaan Vander Waals

in Brabant te liquideren. Dat mislukte. Oom Frits heeft Vander Waals daama tot

in Amsterdam achtervolgd, tot hij zijn spoor geheel kwijt raakte en nog een

verkeerde man wilde pakken. Dat bleek ... een gereformeerde dominee uit

Dren te te zijn!

392

More magazines by this user