Tussen Vecht en Eem 1997 - LOOSDRECHT

hkloosdrecht

Tijdschrift voor regionale geschiedenis van de Stichting Tussen Vecht en Eem m.b.t. Loosdrecht

TVE 15e jrg. nr. 2, mei 1997

Tussen Vecht en Eem

L oosdrecht

o » .

►sbkjl

»' t s w a

■ !

Tijdschrift voor regionale geschiedenis


GOOIS MUSEUM

Stichting tot bevordering van de belangen van

“H et G oois M useum ” te Hilversum.

/Ui □ [U\

O ntw ikkelingen gaan snel. Een deel van wat er vorig ja a r nog was, is d it jaar al verdw enen.

Een duidelijker voorbeeld dan de K erkbrink is n iet te geven; wij allen k u n n en ons nog

levendig voor de geest halen hoe de K erkbrink er uitzag voor de kaalslag, m aar voor de

lagere schooljeugd van over tien ja a r zal d at iets zijn uit een ver verleden, waar ze geen associaties

m eer bij hebben.

H et is één van de taken van h e t Goois M useum de karakteristieken van voorbije perio d en

vast te leggen en te bew aren. H ierbij heb b en wij zowel m orele als uw financiële steun hard

nodig.

Als d o n ateu r van h et G oois M useum verleent u deze steun en w ordt u tevens op de hoogte

g eh o u d en van alle activiteiten en tentoonstellingen en krijgt u korting bij een aantal specifieke

activiteiten en uitgaven van h et m useum .

De m inim um bijdrage is ƒ30,-. U k u n t u opgeven bij h et Goois M useum , telefoon 035-

6292826.

U k u n t h et Goois M useum ook g edenken in uw testam ent. U kunt kiezen uit twee form u­

leringen:

a. Ik legateer vrij van rechten en kosten aan de Stichting tot bevordering van de belangen van het

Goois Museum te Hilversum een bedrag van ƒ ....... o f

b. ik benoem als mijn erfgenaam voor een...... gedeelte de Stichting tot bevordering van de belangen

van het Goois Museum te Hilversum.

De Stichting is erk en d als instelling van algem een n u t en betaalt d aard o o r m in d er (slechts

11%) o f zelfs in h et geheel (to t ƒ15.866,-) geen successierecht.

Indien u voornem ens b e n t een schenking te d o en aan de Stichting, is een schenking tot

ƒ7.933,- (p er 2 jaar) onbelast.

M ocht u ovenvegen een volledig aftrekbare lijfrente te schenken, dan w ordt u verzocht

schriftelijk contact op te nem en m et h et b estu u r van de Stichting, p er adres Goois

M useum , K erkbrink 6, 1211 BX H ilversum .

STEUN HET GOOIS MUSEUM


TVE 15e jrg. nr. 2. mei 1997

Tussen Vecht en Eem

Tijdschrift voor regionale geschiedenis

jpfjjp

...

^ :


Colofon

In h o u d

Het tijdschrift Tussen Vecht en Eem is een uitgave van

de Stichting Tussen Vecht en Eem. H et tijdschrift verschijnt

3 maal per jaar als “gewoon” num m er (48 pagina’s) en

éénm aal per jaar in de vorm van een dubbelnum m er

(96 pagina’s) dat gewijd is aan één van de gem eenten

binnen het werkgebied van de Stichting Tussen Vecht

en Eem. In 1996 was dat de gem eente Muiden.

De Stichting TVE is een samenwerkingsverband van

m eer dan 25 lokale en regionale organisaties op historisch

en aanverwant gebied. De Stichting bevordert en

verbreidt de kennis op historisch gebied betreffende de

streek. Voorts ijvert zij voor het behoud van cultuur- historische

en karakteristieke waarden. D onateurs van de

Stichting TVE ontvangen het tijdschrift gratis.

D onatie/abonnem ent

Donateurs kunnen zich aanm elden bij:

T. Kruijmer-Vos, Botterstraat 7a, 1271 XL Huizen, 035-

5251713

F.H. Bos, Stargardlaan 10, 1404 BD Bussum, 035-

6941382

Voor opgave als donateur kunt u ook gebruik maken

van de antw oordkaart die in dit tijdschrift is bijgesloten.

Bij bovengem elde adressen kunnen eveneens losse

num m ers van het tijdschrift worden aangevraagd.

De m inim um donatie bedraagt ƒ27,50 per jaar.

G irorekeningnum m er Postbank 3892084.

Extra num m ers van het tijdschrift te bestellen onder

A ntw oordnum m er 549, 1400 VB Bussum (portvrije enveloppe).

Redactie

E.E. van Mensch (voorzitter), I..R. Huese-Rommerts (secretaris),

mw C.M. Abrahamse, drs Maria W.J.L. Boersen,

drJ.D.C. Branger, D. Dekema en dr P.H.D. Leupen.

Redactieadres

Van Gelderlaan 74, 1215 SP Hilversum, 035-6219279.

Inleverdatum voor het volgende num m er is uiterlijk 21

juli 1997.

Produktie

Uitgeverij Verloren, Hilversum

Druk

Drukkerij Spieghelprint, Bussum

©TVE 1997. Gedeeltelijk overnem en van artikelen is

slechts toegestaan m et uitdrukkelijke bronverm elding.

Geheel overnem en is pas mogelijk na schiftelijke toestem

m ing van het redactiesecretariaat.

ISSN 0169-9334

J.J. Gieskens

Voorwoord 51

Ghr. de Bont

M odderen aan de voet van het Gooi. 52

De betekenis van het topografisch archief van de

middeleeuwse veenontginning

H. B runekreef f, bewerking R. Loenen

De heren Van Amstel en Van Amstel van Mijnden 61

F. Brand

Mijnden: de am bachtsheerlijkheid en haar bevolking 70

A. A. M anten

Plannen tot het inpolderen van de Oostelijke 82

Vechtplassen

H. Kosman, bewerkingJ. Mol

Waterwinning uit de Loenderveense Plas 94

P. Bakker

De buitenplaats Eikenrode {het Bos van Hacke) 103

te Loosdrecht

C.L. van der Leer

Jonkheer Henri van Sypesteyn en het oude hek 109

van Hoekenburg

M. Eerelm an en A.P. Hanselman

Jonkheer Catharinus H enri Cornelis Ascanius 117

van Sypesteyn

B. de Ligt

Johannes Bodecheer Benningh (1606-1642). 121

Zijn gedichten als bron voor genealogische gegevens

C. van Aggelen 126

De groene geschiedenis van het Vliegveld Hilversum

Activiteiten van de Stichting Tussen Vecht en Eem 135

De Historische Kring Loosdrecht 137

Bestuur en redactie Tussen Vecht en Eem 138

Varia 139

Van het bestuur

Dit voorjaar is de heer d r J.D.C. Branger tot de redactie

toegetreden. Gezien zijn belangwekkende

staat van dienst zal de heer Branger zeker bij het redactionele

werk een belangrijke bijdrage leveren.

Omslag: Tekening, Jan de Beijer, O ud-Loosdrecht, 18e

eeuw.

Titelpagina: Luchtfoto Jachthavens te Loosdrecht, 1922.

50 TVE 15e jrg. 1997


Voorwoord

A lgem een w ordt aangenom en d at Oud-I.oosd

recht o u d e r is dan N ieuw -Loosdrecht. W aarschijnlijk

is dat ook zo. De eerste schriftelijke

bewijzen van h et bestaan van L oosdrecht dateren

uit h e t jaar 1300 m aar h ebben betrekking

op N ieuw -Loosdrecht, o f zoals h e t toen heette:

Ter Sipe.

Eerst n ad at deze buurtschap in navolging

van (O ud-) L o o sd rech t een zelfstandige

parochie was gew orden (± 1400), kw am en de

nam en N ieuw -Loosdrecht (nieuw e kerk) en

O ud-L oosdrecht (oude kerk) in zwang.

Bijna 700 ja a r h ebben beide d o rp en , hoewel

verenigd o n d e r één bestuur, zich apart

ontw ikkeld m et ieder zijn eigen karakter en

structuur. Zal h ier b in n en k o rt ab ru p t een

eind aan kom en? Die vrees schijnt h ier en

d aar in d erdaad aanwezig te zijn in h et licht

van de gem eentelijke herindelingsvoorstellen

van de provincie U trecht.

In die voorstellen zal L oosdrecht p e r 1 januari

2000 ófwel sam engaan in een nieuwe

gem eente m et de U trechtse b u ren B reukelen,

L oenen en A bcoude, dan wel m et hel N oord-

H ollandse 's-Graveland en N ederhorst den

Berg.

H et is h ier niet de gelegenheid stil te staan

bij de voor en tegcus van gem eentelijke h erin ­

deling o f de voor- en nadelen van beide varianten.

Van één ding ben ik ech te r overtuigd.

Wat het ook m oge w orden, N ardincklant of

N iftarlake, de beide L oosdrechten m ogen

hun zelfstandigheid m isschien verliezen, zeven

eeuw en eigen ontw ikkeling en cultuur

zullen zich niet laten verloochenen.

De Stichting Tussen Vecht en Eem , in h ech ­

te sam enw erking m et de H istorische Kring

L oosdrecht, organiseert na negen ja a r opnieuw

h aar jaarlijkse o p en dag in L oosdrecht,

ter gelegenheid waarvan ook dit th em an u m ­

m er van TVE, geheel gewijd aan L oosdrecht,

verschijnt, lie t gem eenteb estu u r is m et beide

bijzonder gelukkig.

M isschien de laatste open dag in een zelfstandig

Loosdrecht? Voor L oosdrecht geen reden

de toekom st niet m et vertrouw en tegem

oet te zien; ik ben er dan ook van overtuigd

d at h e t succes van deze dag d at van de vorige

zo m ogelijk nog zal overtreffen.

J.J. Gieskens

burgemeester van de gemeente Loosdrecht

l ' - f c ..

I

t. *

M ill * 3

* - !

i| || I I Él > m

m i

.

3

Ned. Henmrmde kerk in Oud-

Loosdrecht, ca 1910.

TVE 15ejrg. 1997 51


M odderen aan de voet van het Gooi

De betekenis van het topografisch archief

van de middeleeuwse veenontginningLoosdrecht

Chris de Bont

Inleiding

Dat de kern van h et Gooi uit een aantal beste

heuvels bestaat, zal een ie d er die d aar wel ecus

fietst, vanuit de kuitspieren bek en d zijn. Deze

zo g en aam d e stuw w allen h e b b e n dezelfde

o n tstaan sg esch ied en is als b ijvoorbeeld de

U trechtse H euvelrug en de Veluwe: ze zijn in

de een na laatste ijstijd (h et Salien) d o o r de

n aar h et zuiden opschuivende ijskap op hun

plaats gebulldozerd. De com binatie van een

afwisselend reliëf, bodem s die redelijk vruchtb

aar w aren en w ater in de nabijheid, bleek in

de vroege m iddeleeuw en een relatief kleine

g roep b o eren een bestaan te k u n n en g aranderen

'. N aast naam kundige aanw ijzingen u it en ­

kele sporadische schriftelijke verm eldingen,

kom t dit beeld vooral vanuit de archeologische

vondsten n aar voren2. Daarbij is h et veelzeggend

d at een deel van deze o u d e bewoningssporen

is teruggevonden in - o f beter

gezegd o n d e r - de heidevelden die de verschillende

G ooise d o rp en al vele eeuw en van

elkaar scheiden'. Klaarblijkelijk zijn de o o r­

sp ro n k elijk g u n stig er bew o n in g sco n d ities

d aar in de late m iddeleeuw en veranderd. H ier

zien we trouw ens d at de - vaak als vanzelfsprekend

gep resen teerd e - tegenstelling ‘n atu u r

versus c u ltu u r’ zo h ard nog n iet is.

Tot in de late m iddeleeuw en w aren de g ro n ­

d en ro n d o m h et Gooi n iet bew oonbaar. In de

loop van enkele duizen d en ja re n h adden zich

in een g ro o t deel van w est-N ederland, tussen

de kust en h e t G o o i/d e H euvelrug, m oerassen

en venen gevorm d. Dit zogenaam de Hollandveen

kon op som m ige plaatsen m eer dan

tien m eter dik zijn4. H oewel zom pig veen niet

to t bew oning n o o d d e en zeker een g ro o t deel

van h et jaar m oeilijk b egaanbaar was, w erd er

in drogere perio d en h o u t gesprokkeld, voor

eigen gebruik op kleine schaal tu rf gestoken

en w erd e r wat vee geweid. In de late m iddeleeuw

en is d it veranderd. In relatief korte tijd

is h et hele W estnederlandse veengebied o n t­

g o n n en 5. O ok de G ooiers kregen buren , m aar

d at ging wel gedeeltelijk ten koste van de bew

o o n b aarh eid van h u n h o g e re g ro n d en .

D oor de ontw atering ta n de venen aan de

voet van het Gooi daalde de grondw aterspiegel

in de stuwwallen te veel. De red en van vertrek

van de boerd erijen hoog op de heide is

h e t verhaal van w aterschaarste en verdroging".

In dit artikel wil ik, aan de h an d van enkele

voorbeelden uit de ontginnings- en bewoningsgeschiedenis

van L oosdrecht en om geving,

twee zaken aan de o rd e stellen. Eerst

g eef ik aan wat voor oude sporen in het h e­

dendaagse landschap nog aanwezig zijn, spoten

die hun oorsprong vinden in de m iddeleeuwse

agrarische v een ontginning en in de latere

turfw inningsperiode. D aartoe neem ik u

m ee naar h et ruige landschap in de kite m iddeleeuw

en, een landschap dat de ontginners

vele beperkingen oplegde, m aar ook kansen

bood, zoals d at tegenw oordig in m anagem entterm

en heet. M et wat voor landschap had d en

de ontginners rekening te h o u d en en hoe

m oesten zij hierin h et m eest optim ale netwerk

van afw ateringssloten uitgraven en kaden

aanleggen? O m dit b eter te begrijpen verplaatsen

we ons tils het ware in de huid van die

oude ontginners. Daarbij p re te n d e e r ik niet

een volledig beeld van de o n tg in n in g te geven.

D aar is recentelijk h et nodige over geschreven.

Toch zal de discussie - gelukkig

m aar - voorlopig nog niet zijn uitgew oed7.

D aarna kom t een tw eede belangrijke fase uit

de L oosdrechtse landschapsgeschiedenis aan

de orde: de landvernietigende turfw inning.

K unnen we - ook w eer vanuit de historischlandschappelijke

benaderingsw ijze, dus m et

gebruikm aking van de kennis over de landschapsopbouw

ro n d h et ja a r 1000 - begrijpen

w aarom h et en e deel van h et gebied wel is uitgeveend

en een a n d e r deel niet?

In h e t tw eede deel van dit artikel stel ik de

52 TV E 15e jrg. 1997


Weesp

LEGENDA

RONDE VENEN

Vecht

Breu kolen»

G avoland

O ud-U osdredT»

Veenkoepel/veenmg

(voedselarm veen)

Veenvlakte

(voedselrijk veen)

Dracht’vallei’ (overgang van

voedselarm naar voedselrijk

veen)

Oevetwallen

Stuwwalkoppen

Kwelogen

Rivier, veen riviertje

VENEN

Oude stads- en dorpskern

Vereenvoudigde topografie

Fig. 1. Situatie rond Loosdrecht ca 1000 na Clir.

'

_________

Tekening: Chris de Bont 1997

vraag wat we m et deze inform atie eigenlijk

aanm oeten. V oor de zogenaam de toegepaste

historische geografie staat vooral de vertaling

van gegevens voor planologisch gebruik centraal.

Planologie is: h et m aken van keuzes

over hoe we de kom ende d ecen n ia onze

woon- en w erkom geving willen gebruiken en

inrichten. De planoloog m o et daarbij vele belangen

tegen elkaar afwegen. O ok de historisch-gegroeide

omgeving, als d rag er van de

regionale geschiedenis, speelt daarbij een rol.

Wij m oeten aangeven wat voor w aarden daarbij

in het geding zijn. Im m ers, alleen dan kan

een evenw ichtige afweging van belangen, op

provinciaal en gem eentelijk niveau, plaatsvinden.

Pas nad at de ontginning- en bewoningsgeschiedenis

is geschetst is h et m ogelijk de

oude sporen van eeuw enlange m enselijke activiteit,

voor zover nog in h e t huidige kindschap

aanwezig, van een w aardeoordeel te

voorzien.

Modderen in het laatmiddeleeuwse landschap

R ond 1000 na Chr. w aren in de om geving van

L oosdrecht de oeverw allen langs de V echt en

de hogere g ro n d en van h et Gooi - zeker al

vanaf de R om einse tijd - bewoond". Langs de

V echt was de strook m et bew oning in vergelijking

m et de K rom m e en O u d e Rijn overigens

m aar sm alletjes. M eer n aar h et n o o rd en waren

de oeverw allen van de Vecht zelfs (gedeeltelijk)

o n d e r h et veen verdw enen. De bew oonde

g ro n d en langs de Vecht lagen ingeklem d

tussen twee grote onbew oonde m oeras- en

veengebieden, die n aar sam enstelling en reliëf

onderlin g sterk verschilden'' (lig. 1).

Veen ontstaat in een n at zurig m ilieu, waarin

de vegetatie na afsterving niet volledig vergaat.

V uistregel bij nog levend - dus o n o n t­

g o n n en - veen is dat voedselrijk (eutroof)

veen altijd vlak blijft, terwijl voedselarm (oligotroof)

veen to t enkele m eters hoogte kan

doorgroeien. De m ate van voedselrijkdom

w erd bepaald d o o r de herkom st en aanwezigheid

van voedingsstoffen van h et w ater waarm

ee de vegetatie werd gevoed.

Ten w esten van de V echt lag een m in o f

m eer cirkelvorm ige, to t een flauwe heuvel o p ­

gegroeide, veenkoepel: de latere R onde Venen.

Het veen was h ier dus voedselarm , wat

b etek ent dat h et zo hoog was opgegroeid dat

de vegetatie alleen nog d o o r arm regenw ater

w erd gevoed. Tussen deze veenkoepel en de

O u d e Rijn lag een praktisch vlak veengebied.

Telkens als de O u d e Rijn bij overstrom ingen

7 l /; /ic/ig. 1997 53


Begin Holoceen

Stuwwal

Vrije kweluittreding

Drecht = veen rivier

Circa 1000 na Chr.

V eendek

Door veendek tegengehouden kweluittreding

Drecht = veen-/kwelrivier

Circa 1500 na Chr.

Door terugtrekkend veen weer vrije kweluittreding

Fig. 2. De loop van het kwelwater vanuit de stuwwal in drie perioden.

buiten zijn oevers trad, w erd er een kleilaagje

over h e t veen afgezet. Dit d aard o o r voedselrijke

(eutrofe) veen kon dus n iet hoog opgroeien.

De venen ten oosten van de V echt waren

lithotroof. D at wil zeggen d at de w ateraanvoer

vanuit de gro n d kwam: h et was kwelwater vanuit

de hogere g ro n d en van h e t Gooi en de

U trechtse H euvelrug. In de Stichtse V enen,

pal ten zuiden van L oosdrecht, kon dit veen

alsnog uitgroeien to t een voedselarm e veenrug.

H et hoogste deel van d it veengebied liep

als een kam parallel aan de Vecht, ongeveer

ter hoogte van T ienhoven-W estbroek. De uittreding

van kwelwater was nu d o o r een dik

pakket veen afgedekt: de veenm osveenvegetatie

op de kam w erd slechts gevoed d o o r regenw

ater. Bij de H orster- en N aard erm eer ten

n o o rd en van L oosdrecht is h et n o o it tot veengroei

k u n n en kom en. D aar was de u ittred in g

van kwel zo g ro o t d at e r geen vegetatie kon

groeien. H et w aren zogenaam de kwelogen:

open m eren in een venige om geving.

H et historisch landschap van L oosdrecht

zelf had een tw eeslachtig karakter. H et bevatte

zowel voedselarm - om hooggegroeid - veen,

als ook voedselrijk - lager gelegen - veen.

Langs de westelijke ran d van hel Gooi en de

U trechtse H euvelrug lag - zoals we al zagen -

een bred e strook oligotroof, dus relatief hoog

opgegroeid veen. D it veendek wigde u it tegen

de hogere zandgronden. O orspronkelijk zal

de D recht - o f b eter gezegd een voorloper

daarvan - gestroom d h ebben vanaf de uittredingszone

van kwelwater vanuit de stuwwal

(fig. 2 A). T ijdens de veengroei is in de loop

van vele eeuw en de D recht als h et ware m ee

om hoog gegroeid ". D oor dil in dikte to en

m en d e veendek w erd de u ittred in g van kwel

bem oeilijkt (fig. 2 B): de D recht w erd een

p u re veenrivier, im m ers: levend veen is praktisch

volledig m et w ater verzadigd - de g ro n d ­

w aterstand is bijna h et gehele ja a r gelijk aan

maaiveld - w aardoor bijna alle neerslag via

hel veenoppervlak direct in de D recht terech t

kwam en vervolgens via de V echt w erd afgevoerd.

In deze situatie volgde de loop van de

D recht de helling van dit veendek, m aar lag

wat lager - in een voedselrijken- om geving -

dan h et om rin g en d e veen (fig. 1). N iet vrij

van overdrijving k u n n en we spreken van de

1h echt 'vallei . H oewel in historische tijd de

D recht dus een veenriviertje was, w erd er latei,

als gevolg van m aaivelddaling, ontstaan

d o o r een natuurlijke ontw atering, d o o r de

54 TVE 15e jrg. 1997


laatm iddeleeuw se ontginning, of d o o r een

com binatie van beide, w eer kwelwater d o o r al1

gevoerd. D e/e kwel is dan o n d e r het, zich vanaf

de hogere g ro n d en terugtrekkende veendek

vandaan gekom en, om e r vervolgens overh

één af te strom en. De D recht werd van een

oorspronkelijke veenstroom een veen-/kw elstroom

(fig. 2 C). H oe dit ook zij, door de aanw

ezigheid van de D recht is de o n tg in n in g van

L oosdrecht anders verlopen dan in de aanpalende

gebieden.

Loosdrechts ontginning geschetst

O ver de ontg in n in g van L oosdrecht zijn ons

n iet al te veel oude b ro n n en overgeleverd. In

deze - deels hypothetische - ontginningsschets,

co m b in eer ik dan ook de ideeën over

h et historische landschap dat de ontginners

aantroffen, n aar hartelust, m aar in zekere vrijheid",

m et de schaarse historische gegevens1-.

Daarbij is voor de historisch geograaf het cultuurlandschap

m et zijn vele sporen van ontginning

en bew oning zélf ook een belangrijke

inform atiebron. O ok h et hierboven beschreven

- g ereco n stru eerd e - oorspronkelijke

landschap ten tijde van de o n tg in n in g laat zich

als bro n voor de ontginningsw ijze gebruiken,

w ant wie de aard van het oorspronkelijke veen

kent, heeft de sleutel tot h et begrijpen van de

m iddeleeuw se ontginningsw ijze in h a n d e n 13.

Bij een m iddeleeuw se agrarische v eenontginning

speelden altijd dezelfde factoren een

rol". M ensen m aakten o n d erlin g afspraken

over de m anier w aarop zij de o n tg in n in g van

h et veen gingen aanpakken. Sterker nog, dit

was een noodzakelijke voorw aarde om tot o n t­

ginning over te gaan. De o ntginners m oesten

d o o r een uitgekiend ontw aterings- en afwateringssysteem

te graven, h et veen begaanbaar,

bew erkbaar en bew oonbaar m aken en het vervolgens

ook zo zien te houden . Dit ging als

volgt in z’n werk: eerst werd een zogenaam de

ontginningsas bepaald van w aaruit de ontg in ­

ning kon gaan plaatsvinden. Dit kon zowel

een w aterloop, een weg o f een a n d e r m in o f

m eer rech tlo p en d elem ent aan de ran d van

(o f in) h e t veengebied zijn. H aaks op deze lijn

w erden op regelm atige afstand van elkaar sloten

gegraven (regelm atige strokenverkaveling).

H ierd o o r kon h e t veen w orden ontw a­

terd. H et resultaat was een ontginningsblok

m et reg elm atig e strokenverkaveling, b e­

grensd d o o r dijkjes o f kaden (zij- en achterkad

en). H ierd o o r kwam h et afstrom ingsw ater

van de nog m aagdelijke, o n o n tg o n n en venen

niet m eer op de nieuw e landerijen b in n en het

ontginningsblok. Was een blok eenm aal o n t­

g o n n en dan kon een aanwezige achter-, o f zijkade

latei als nieuw e secundaire ontginningsas

fungeren.

Evenals in de zuidelijker gelegen Stichtse

V enen15 h e t geval was, is niet lang na 1000 h et

L oosdrechtse veengebied vanaf de oeverwal

van de V echt volgens h et genoem de ontginningsprincipe

in gebruik genom en. De Loenerveense

en M ijndense Polders zijn h et eerst

aan snee gekom en en voor agrarische gebruik

geschikt gem aakt. Als arg u m en ten voor deze

w est-oostgerichte ontg in n in g k u n n en w orden

g enoem d h et feit dat in de aangrenzende

veenontginning Dursker Vene, d at vlak achter

de oeverwal ligt, een zodanig lage tijns bij de

zogenaam de cope-overdracht w erd b e d o n ­

gen, dat h et h ier een vroege o n tg in n in g betreft.

‘C ope’ wijst op de overeenkom st die nam

ens de lan d h eer m et de ontginners w erd gesloten,

w aarin o.a. w erd bepaald o n d e r welke

juridische condities m et de o n tg in n in g kon

w orden aangevangen en hoe het nieuw e land

in de bestaande territoriale verhoudingen

kon w orden ingebed"’. D aarnaast wijst de

naam L oosdrecht op naam geving vanuit het

V echtgebied en op m ogelijk oudste ontg in ­

ningen en bew oning in het veen vlak achter

de ocverw allen van de Vecht. Drechten waren

oorspronkelijk plaatsen waar een veenriviertje

m oest w orden gepasseerd m iddels een vonder

o f b ru g 17. De naam van deze oversteek is vervolgens

overgegaan op h et over te steken water,

o f h an g t er in ied er geval direct m ee sam

en. De enige d o o rg aan d e route ten tijde van

de o n tg in n in g liep over de oeverwal van de

V echt, of, als de naam n iet u it de eerste m aar

de tweede ontginningsfase d ateert, over de

achterkade van de eerste veenontginningen

vanuit de Vecht, de tegenw oordige Veendijk

en H orndijk. De v o nder zou dan tussen het

L oenerveen en M ijnden-, o f M uijeveldse Veld

h ebben gelopen.

O orspronkelijk liep de D recht nog in een

b red e bed d in g tussen de twee zijkaden van

deze oudste ontginningsblokken ach ter de oe-

/ 17. /5r/>g. 1997 55


verwal - de noordelijke m et de toepasselijke

naam Bloklaan. De Nieuwe Kaart van Mynden

en de Loosdrecht uit 1734, gemaakt door J.

Spruytenburg18, toont dat tussen beide oude

ontginningen een duidelijk jongere ontginning

direct achter het Huis te Mynden, langs

de Drecht aanwezig was: deze relatief jongere

noord-zuid gerichte verkaveling, die gericht is

op de Drecht, wijkt af van de verkavelingsstructuur

in de omgeving. Deze verkaveling

diende om dit oorspronkelijk te natte stuk

voedselrijk —dus lager gelegen - veen alsnog

te ontwateren.

Toen het veen direct achter de oeverwallen

was ontgonnen, zag men zich spoedig genoodzaakt

om de hoger gelegen venen open

te gaan leggen. Dit hangt samen m et het feit

dat de oorspronkelijke agrarische bedrijfsvoering

op jo n g ontgonnen veen gem engd was:

veeteelt èn akkerbouw19. H et voor de ontginning

ontwaterde veen begon te oxyderen, of

te veraarden. Hierbij kwam stikstof vrij, een

goede meststof voor graan teelt. Door deze veraarding

daalde het maaiveld echter, zodat de

natuurlijke afwatering van het hele veengebied

op de Vecht gaandeweg verslechterde:

het gebied vernatte en akkerbouw werd steeds

moeilijken Uiteindelijk verdween dat geheel.

In de Enqueste van 1494 verwoordden de pastoor,

de schout en andere ‘gedeputeerden van

Losdrecht’ het als volgt'-": We houden ons bezig

met

...turfJ te delven, oock metten coeyen (.. en) met een weynich

lantelinge....

Deze lanteling zou dus spoedig geheel verdwijnen;

op de turfwinning kom ik nog terug.

Deze jongere ontginning heeft zich in enkele

fasen voltrokken. Aan weerszijden van de

Drecht liep de ontginning op tegen de oligotrofe

veenrug van respectievelijk K ortenhoef

en de Stichtse Venen. De situatie in het noorden

blijft wat onduidelijk. Delen van de ‘Kortenhoefse’

venen waren zeker voedselarm,

dus hoger opgegroeid. Onzekerheid bestaat

over de werkelijke vorm van dit reliëfrijke

landschap21. Zowel het noordelijke Oud-Loosdrecht,

als de (nu praktisch verdwenen) Oude

Dijk tussen de Drecht en Nieuw-Loosdrecht,

vorm den hier de oudste ontginningsassen.

Vanwege een vernattend milieu heeft de bewoning

aan de O ude Dijk zich verplaatst naar

de oorspronkelijke achterkade van deze oude

veenontginning: de Nieuwe Dijk. In het oosten

lag de jongste veenontginning, die uitwigde

tegen de hogere gronden van het Gooi.

Deze karakteristieke waaiervormige afronding

van de ontginning (Nieuw Loosdrecht) is in

de 15e eeuw nog in volle gang. Nog in het begin

van de 16e eeuw is er strijd over de rechtspositie

van de nieuw tot stand gekom en Loosdrechtse

ontginningen in het Goois territoir”.

Evenals in het nabijgelegen Westbroek, waar

sprake was van een laatste ontginningsfase

met opschuivende bcwoningsasscn”, dateren

de oudste delen van de toren van Nieuw-Loosdrecht

uit de 15e eeuw. Hiermee is de afronding

van de Loosdrechtse agrarische veenontginningsactiviteit

gemarkeerd.

Turf gew onnen, land verloren

Al op het eind van de 15e eeuw bleek er in

Loosdrecht sprake te zijn van turfwinning, zoals

ook al in 1494 was gemeld. Vanaf de 16e

eeuw komen de begrippen turftrekken en

slagturven in de bronnen voor’’. In enkele

eeuwen is het westelijk deel van het Loosdrechtse

agrarische cultuurland in de kachel

verdwenen. Wat maakte sommige gronden

wel geschikt voor turfwinning en andere juist

niet? Met het beantwoorden van deze vraag

geef ik als hel ware achteraf een onderbouwing

van de eerder aangenom en middeleeuwse

landschapskarakteristieken. In het kort

komt het er op neer dat voedselrijk (cutroof)

veen niet voor turfwinning geschikt was: het

kleine aandeel brandbare stof maakte dat de

zich warmende mens bij gebruik om zou komen

in een allesverstikkende rookvorming,

zonder dat er ooit veel warmte vrij kon komen.

Uit voedelarm (oligotroof) veen werd

de beste turf gestoken, of gebaggerd. De dikke

pakketten oligotroof veen, die tot veenkoepels

of -ruggen waren ‘o p ’gegroeid, zijn in

deze omgeving praktisch geheel met baggerbeugels

weggebaggerd. Wat eens hoog lag,

veranderde in relatief korte tijd in grote waterplassen,

zoals op figuur 3 is aangegeven.

Over de turfwinning zelf kan ik kort zijn. De

turf werd met behulp van baggerbeugels tot

op de pleistocene zandondergrond weggehaald.

Eerst ontstonden de karakteristieke

petgaten en legakkers: de turf werd uit de pet-

56 71 'V. /5r/rg. 1997


Weesp

LEGENDA

RONDE VENEN

mm

Veenkoepet/veenrug

(voedselarm veen)

Veenvlakte

(voedselrijk veen)

Drecht'vallei’ (overgang van

voedselarm naar voedselrijk

veen)

OeverwaJIen

Stuwwalkoppen

Kwelogen

Breukeli

m

Uitgeveende, of in vervening

zijnde gebieden in het begin van

de 19e eeuw

Rivier, veenriviertje

Oude stads- en dorpskern

: .V ~ ir ■

Vereenvoudigde topografie

Tekening: Chris de Bont 1997

Fig. 3. Situatie rond Loosdrecht na de turfwinning.

gaten gehaald en op de legakkers te drogen

gelegd. De vraag n aar steeds nieuw e bran d sto f

leidde er uiteindelijk toe, d at ook deze landschappelijke

ribben grotendeels w erden verturfd:

de L oosdrechtse plassen bleven over.

H et topografisch archief: het derde wiel

aan de cultuurhistorische wagen

H et verhaal van de agrarische v eenontginningen

en hun o ntginners ligt voor een groot

deel verborgen in de geschiedenis: er zijn erg

w einig schriftelijke gegevens van overgeleverd.

Toch is flit verhaal ook te lezen in de

sporen die de m ens - al o n tg in n en d - in het

landschap heeft achtergelaten. Wij n oem en

de sporen die nü nog in onze leefom geving

aanwezig zijn: relicten. Deze vorm en sam en

h et zogenaam de ‘topografisch archief. Historisch-geografen

vinden eigenlijk de ontginnings-

en bew oningsgeschiedenis van een

streek, o f van een heel land, de basis van alle

geschiedenis. Im m ers, z o n d e r o n tg o n n e n

g ro n d geen b oeren, geen burgers, laat staan

koningen, keizers en adm iralen en h ier in het

Sticht: bisschoppen.

N aast h et topografisch arch ief k ennen we

h e t ‘ hodemarchief van de archeologen en de

‘historische bebouwde omgeving van de m onum

entenzorgers. Zoals ik h et h ier h eb verw

oord lijkt het alsof archeologie, historische

geografie en h istorische bouw k u n d e drie

hoofdrolspelers op één toneel zijn. De werkelijkheid

is anders: de eerste en de laatste kennen

een wettelijke bescherm ing en spelen dus

een hoofdrol. A rcheologica en oude b ebouwing

vallen o n d e r de M onum entenw et van

1988; liet topografisch archief kom t daarin

niet voor: het is h et d erd e wiel aan de wagen.

H et topografische archief van Loosdrecht

We h eb b en de ontw ikkeling van h et Loosdrechtse

cultuurland in sneltreinvaart aan ons

voorbij laten gaan, zo n d er ons al te veel in de

details te heb b en verdiept. We zagen d at m enselijke

activiteiten sporen h eb b en nagelaten

in h et huidige L oosdrechtse c u ltu u rla n d ­

schap: het topografisch archief. Als we de sporen

en h u n ontstaanswijze systematisch in beschouw

ing nem en k u n n en we er m et gebruikm

aking van de beg rip p en ‘gaafheid’ en ‘historisch-geografïsche

inform atiew aarde’ direct

een w aardeoordeel aan hechten. We vragen

ons nam elijk af in welke m ate er sporen van

o n tg in n in g (verkavelingsstructuur, kaden) en

TVE 15e jrg. 1997 57


ew oning (dorpsstructuur), van de oude d ro ­

ge en natte infrastructuur (wegen en w aterlopen)

en van de historische o p en h eid tot op de

dag van vandaag h erk en b aar (gaaf) zijn gebleven.

M et an d ere w oorden, zijn er in h e t huidige

landschap nog genoeg aan knopingspunten

om de geschiedenis van h et gebied te kunnen

vertellen; heeft h et L oosdrechtse nog historisch-geografische

inform atiew aarde?

W at er aan ingericht L oosdrechts land nog

aanw ezig is kan als redelijk gaaf w orden aan ­

gem erkt. De overgebleven verkaveling w eerspiegelt

qua stru ctu u r (regelm atige stroken)

en richting (die bijzondere w aaiervorm ) nog

grotendeels de m iddeleeuw se ontginningsw ijze

die zich g edurende vele eeuw en goed h eeft

k u n n en handhaven. H oewel h et n u n o g aanwezige

wegen- en d ijkenpatroon ten opzichte

van de m iddeleeuw se uitgangssituatie n iet

veel is gewijzigd, is een deel hiervan d o o r h et

slagturven verloren gegaan. De oorspronkelijke

bebouw ing, die deel uitm aakte van de

oude o ntginning, is deels verdw enen en deels

verplaatst. D oor oxydatie als gevolg van ontw a­

tering van h et veen heeft zich al vrij snel na de

o n tg in n in g in h et oostelijke deel van de gem

eente een om slag in h et natuurlijk substraat

voorgedaan: h et natte, tegen de hogere gro n ­

d en uitw iggende veen heeft zich gedeeltelijk

teruggetrokken: h e t o n d erliggende reliëf is

als h et ware d o o r h e t verdw ijnend veen aan

h e t oppervlak kom en te liggen. De oorsp ro n ­

kelijke o p en h eid van h et o n tg o n n en veengebied

is h ierd o o r verloren gegaan. N og op de

19e-eeuwse topografische kaart25 is te zien dat

de drooggevallen sloten voor een deel zijn opgegaan

in h e t akkerland. In sloten die geen

w ater m eer voerden, kreeg spontan e houtopslag

een kans. Deze houtige randen gingen

ook als veekering functio n eren . Was de grote

nieuwbouwwijk van L oosdrecht nog niet aangelegd,

d an h adden we k u n n en concluderen

d at hier, ondanks h e t droogvallen van de sloten

en h e t teloor gaan van de historisch gegroeide

o p enheid van h e t landschap, h e t topografisch

arch ief toch nog verrassend veel

inform atie bevatte. M aar - p an ta rhei - de

nieuw bouw heeft w einig van de onderliggende

historische landschapsstructuur heelgelaten,

laat staan van de historische open h eid .

H et zijn in h e t centrale veenw eidegebied,

naast de oude verkavelingsstructuur, de oude

lintvorm ige bebouw ing en de m ate van o p en ­

heid, vooral de natte verveningsactiviteiten

die sporen in h et L oosdrechtse landschap

h ebben getrokken. In een studie in o pdracht

van de provincie U trecht kon ik in 1991 concluderen®,

dat - globaal gezien - de regio

L oosdrecht een hoge historisch-geografische

inform atiew aarde bezit. E r liggen nog heel

wat sporen in h et landschap, die de belangrijkste

ontw ikkelingen uit de L oosdrechtse

landschapsgeschiedenis w eerspiegelen. Zelfs

de L oosdrechtse plassen, w ant die vorm en

voor de historisch geograaf de echo van h et

slagturven.

Voer voor planologen

De provincie U trech t heeft n aar aanleiding

van h e t verschijnen van en als logisch vervolg

op de ‘B eleidsnota M onum enten en A rcheologie’27

laten onderzo ek en o f h et m ogelijk is

een gedetailleerde cultuurhistorische waard

en k aart sam en te stellen, w aarin archeologie,

historische geografie en historische bouwk

unde elk h u n eigen w aarden k u n n en tonen,

m aar w aarop ook geïn teg reerd e cultuurhistorische

ensem bles zijn aangegeven. W ant zeg

nou zelf, een o u d veenarbeidersw oninkje aan

de ran d van een petgaten en legakkerlandschap

is toch veel in teressan ter, dan als

F rem d k ö rp er m idden in een post-m oderne

woonwijk. Zo’n kaart kan een goed handvat

bieden bij h et m aken van gem eentelijke bestem

m ingsplannen en h et toetsen daarvan

d o o r de provincie. Als eenm aal h et V erdrag

van M alta is geratificeerd - waarbij de verstoorder

van h e t b o d em arch ief w ordt geacht

te betalen voor onderzoek, o f veiligstelling -

zal zo’n kaart alleen nog m aar aan belang winnen.

D at ik daarbij de historische geografie

een volwaardige plaats naast de archeologie

en de historische bouw kunde wil zien in n e­

m en, zal duidelijk zijn. In een snel veranderen

d land als N ederland is h et topografisch

archief n u nog te vaak h et kind van de rekening.

W ant weet, verloren cultu u rlan d kom t

n o oit w eerom .

58 TVE 15ejrg. 1997


Literatuur

D.E.H. de Boer, Graaf en grafiek; sociaal en economische ontwikkelingen

in het middeleeuwse ’Noordholland’ tussen ± 1345 en

± 1415 (Leiden 1978).

Blok, D.P., Nogmaals het bestanddeel Drecht. In: Mededelingen

Naamkunde (1959) 12-16.

Chr. de Bont, Het historisch-geografische gezicht van hel Nedersticht;

een cultuurhistorische landschapsverkenning van de

provincie Utrecht. DLO-Staring Centrum, rapport 133

(Wageningen 1991).

Chr. de Bont, Reclamation paterns of peat areas in the

Netherlands as a mirror of the mediaeval mind. In: 1’Avenir

des paysages rureaux européens entre gestion des heritages

et dynamique du changement (Lyon 1994) 61-68.

G.J. Borger, Draining-digging-dredging; the creation of a

new landscape in the peat areas of the low countries. In:

J.T.A Verhoeven (ed.) Fens and Bogs in the Netherlands: Vegetation,

History, Nutrient Dynamics and Conservation (Dordrecht/Boston/London

1992) 131-171.

A.L.P. Buitelaar, De Stichtse ministerialiteit en de ontginningen

in de Utrechtse Vechtstreek (Hilversum 1993).

Cultuurnota, Cultuurnota 1995-1998 van provincie Utrecht,

deel III ‘Beleidsnota Monumenten en Archeologie

(Utrecht 1994).

J. Daams Jzn, De ontwikkeling van het landschap in het

Loosdrechtse gebied. Tussen Vecht en Eem (1988) 52-65.

G. H.P. Dirkx en J.A.J. Vervloet, ‘Oude Leede’; een historischgeografische

beschrijving, inventarisatie en waardering van

het cultuurlandschap. DLO-Staring Centrum, rapport 2

(Wageningen 1989).

M. Donkersloot-de Vrij, 1985. De Vechtstreek; oude kaarten en

de geschiedenis van het landschap (Weesp 1988).

A. van Duinen, De archeologie van de Loenderveense Plas; een

rapport over ontgronding van de waterleidingplassen van de

Gemeentexoaterleidingen Amsterdam (Amsterdam 1994).

Enqueste ende Informatie 1494, bezorgd door R. Fruin

(Leiden 1876).

M.K.E. Gottschalk, De ontginning der Stichtse venen ten

oosten van de Vecht. Tijdschrift KNAC (1956a) 207-222.

M.K.E. Gottschalk, De waterbeheersing in het Stichtse

veengebied ten oosten van de Vecht tijdens de ontginningsperiode.

Tijdschrift KNAC (1956b) 311-317.

K. van de Graaf, R. Datema en K. Anderson, Landschapsplan

en archeologie in de Provincie Utrecht. RAAP-rapport 43

(Amsterdam 1990).

J. Kwantes, Opmerkelijkheden over ontstaan en begrenzing

van Kortenhoef. Tussen Vecht en Eem (1995) 20-26.

H. van der Linden, De Cope; bijdrage tot de rechtsgeschiedenis

van de openlegging der Hollands-Utrechtse laagvlakte (z.p.

1956).

H. van der Linden, History of the reclamation of the western

fenlands and of the organization to keep them

drained. In: H. de Bakker óf M.W. van den Berg. Proceedings

of the symposium on peat lands below sea level. ILRI-publication

30 (Wageningen 1982) 42-73.

R. Loenen, Grensgeschillen te Loosdrecht. Tussen Vecht en

Eem (1989) 3-14.

J. van Loon, Naschrift: de namen Berendrecht en Ossendrecht.

In: Mededelingen Naamkunde (1996) 78-83.

H.H.M. Meyer, Het Tweede Blok. Bijdrage tot de historische

geografie van een Goois grensgebied. Tijdschrift

Holland (1981) 46-57.

H.H.M. Meyer, Amsterdamse ontginningen in het westen

van Gooiland. Een bijdrage tot de historische geografie

van een Goois grensgebied. Tussen Vecht en Eem (1984)

60-78.

R. van de Noort, De Utrechtse Heuvelrug en Het Gooi in de Vroege

Middeleeuxven; een archeologisch perspectief. Doctoraalscriptie

Instituut voor Pre- en Protohistorie van de Universiteit

van Amsterdam (Amsterdam 1988).

W. van Osta, Drecht en drechtnamen. In: Mededelingen

Naamkunde (1996) 51-77.

L.J. Pons, De veengronden. In: De bodem van Nederland; toelichting

bij de Bodemkaart van Nederland, schaal 1:200 000.

Stichting voor Bodemkartering (Wageningen 1965).

L.J. Pons, Holocene peat formation in the lower parts of

the Netherlands. In: J.T.A Verhoeven (ed.) Fens and Bogs in

the Netherlands: Vegetation, History, Nutrient Dynamics and

Conservation (Dordrecht/Boston/London 1992) 7-129.

S. Pos, Loosdrechtse bodemvondsten en het ontstaan van

Loosdrecht. Tussen Vecht en Eem (1988) 67-68.

G. van de Ven, (red.), Leefbaar laagland, geschiedenis van de

waterbeheersing en landaanwinning in Nederland (Utrecht

1993).

J.A.J. Vervloet, en J.R. Mulder, Cultuurhistorisch onderzoek

landinrichting Amstelland. Rapport nr. 1681. Stichting

voor Bodemkartering (Wageningen 1983).

R. van Zweden, E. Jansma en K.J. Steehouwer, Archeologische

inventarisatie van de Vechtstreek. Intern rapport Instituut

voor Pre- en Protohistorie van de Universiteit van Amsterdam

(Amsterdam 1985).

F.D. Zeiler, Onder de hei; archeologische en historisch-geografische

landschapselementen in het Gooi (Utrecht 1994).

N oten

1. Van de Noort (1988) geeft voor deze periode een maximale

bewoningsomvang van zo’n 500 personen voor

het Gooi èn de Utrechtse Heuvelrug samen.

2. De Graaf et al. 1990.

3. Zeiler 1994.

4. Pons 1965, 1992.

5. Van der Linden 1956 en 1982; Gottschalk 1956. De

meest recente samenvatting met literatuurverwijzingen:

Borger 1992 en Van de Ven 1993.

6. De putten die men op de hei moest slaan om de dalende

grondwaterspiegel aan te kunnen tappen zijn steeds

dieper uitgegraven, totdat het technisch niet verder

ging (Zeiler 1994).

7. Zie bijvoorbeeld: Buitelaar 1993 en voor toch weer lokale

verfijningen in het daarin geschetste beeld: Kwantes

1995.

8. Van Zweden et al. 1985; De Graaf et al. 1990; Van Duinen

1994; Zeiler 1994.

9. Deze landschapsreconstructie en de beschrijving daarvan

is gebaseerd op De Bont 1991 voor het Utrechtse

deel en op een bewerking van Vervloet en Mulder 1983.

De topografie op dit kaartje is alleen ter oriëntatie opgenomen,

want daarvan was rond 1000 natuurlijk nog

geen sprake!

10. Voor een vergelijkbaar verschijnsel bij het riviertje de

Leede bij Delft: Dirkx en Vervloet 1989.

11. Bij de toegepaste historische geografie is er altijd het

spanningsveld welke verhouding er idealiter moet zijn

tussen wetenschappelijke informatie en toepassingsmogelijkheden

van deze kennis. De meningen kunnen

hierover verschillen.

TVF: 15e jrg. 1997 59


12. Zie noot 7 en Pos 1988.

13. De Bont 1994.

14. De Bont 1991, p. 50 e.v.

15. Gottschalk 1956, p. 207-222.

16. Van der Linden 1956, p. 302-305. De opmerkingen van

Van der Linden over de ontginningen van het venen

oostelijk van de Vecht moeten overigens met enige terughoudendheid

worden bekeken, omdat hij bij zijn

veronderstellingen over het verloop van de ontginning

van de Stichtse Venen de geografische landschapsdynamiek

niet in zijn redenering betrekt.

17. Het blijkt dat de oude drecht- en voordenamen niet

naast elkaar voorkomen. De drechtnamen hangen samen

met een (voormalig) veengebied; de voordenamen

komen meestal voor in dié omgeving waar het natuurlijk

substraat het doorwaden van een waterloop

ook toestaat (Blok 1959 en mondelinge mededeling).

In een zeer recente publicatie wordt het verband tussen

‘drecht’ met het Latijnse ‘trajectum’ in de betekenis

van rivierovergang in twijfel getrokken. Drecht zou duiden

op een ‘...water(loop) waar vaartuigen van op de

oever door het water werden voortgesleept. (...) Dergelijke

namen konden overgaan op een nabijgelegen nederzetting,

terwijl nederzettingen ook genoemd konden

worden naar een nabijgelegen drecht.’ (Van Osta

1996). Met Van Loon (1996) ben ik van mening dat

met het artikel van Van Osta de discussie nog geenszins

is gesloten.

18. Donkersloot-de Vrij 1985, p. 93-95, afbeelding van deze

kaart op p. 94.

19. In de veenontginningsgebieden werden oorspronkelijk

aanzienlijke graanpachten geheven (De Boer 1978).

20. Lnqueste 1494, p. 109 e.v.

21. Hier speelt de nog lang niet uitgewoede discussie over

het evenwicht tussen lithotroof veen, kwel, ontginning

en oxydatie, verandering van het uittredingspunt van

kwel en zelfs mogelijke aanzuigende werking vanuit de

Zuiderzee via de Vecht vanuit het noorden.

22. Meyer 1981 en 1984; Loenen 1989.

23. Gottschalk 1956a; De Bont 1994.

24. Daams 1988, p. 58.

25. Grote historische Atlas 1850, 46-47.

26. De Bont 1991.

27. Cultuurnota deel III.

S tr a a t

D y t,n

Vnrtfiattcn

Som t (itd a c h t

&*> fn ',

(daaklaat

O r lin t

N ltët'W - LOtJj

*»«■* h e rt

IHtKCHT

P o l tl e r

w

[tin de

(hut.

'SÊÊÊk

Imm

m m .

S c h a a l t : 5 0 .0 0 0

.

S t d t r l .Hifi,

60 TVE He w . 1997


De Heren Van Amstel en Van Amstel van

M i j n d e n

ƒƒ. BrunekreeJ f, bew erkingR . Loenen

Inleiding

In de 10e eeuw b eh o o rd e wat thans N ederland

is, tot h et grote D uitse Rijk. O ns land was opgedeeld

in gew esten, in die tijd gouw en genaam d.

De naam voort ’.ooiland was toen N ardinckland,

voor de Betuwe Teisterbant, en voor de V echtstreek

N iftarlake. In elke gouw resideerde een

hoge functionaris, m eestal een graaf, tevens vazal

van de Duitse keizer, die dikwijls tot de hoge

adel behoorde. V anaf h e t begin van de 10e eeuw

b eg o n n en som m ige gouw graven n aar zelfstandigheid

te streven. M aar de keizer had in zijn bisschoppen

trouwe steunpilaren van het centrale

gezag. In ons gebied was dat de bisschop van

U trecht. Deze w erd een rijksvorst, d at wil zeggen

dat hij naast zijn geestelijke taak als bisschop in

en rondom l tree fit d o o r de keizer ook m et bet

grafelijk gezag w erd bekleed. B innen dit wereldlijk

territoriu m , d at d o o r de verlening van

nieuw e privileges steeds g ro ter w erd (het ( h e r ­

sticht, D renthe, de stad G roningen) steunde de

bisschop voor bestuur, rechtspraak, m ilitaire en

financiële zaken op zijn eigen dienaren, dienstm

annen o f m inisterialen genaam d, /ij hielden

van de bisschop bepaalde delen van zijn territorium

in leen. Tot deze gebieden h o o rd e in

het begin van de 12e eeuw d at van W olfert van

Amstel (afgeleid van A m estelle, is A m stelland).

A m stelland is h et gebied ro n d O uder- en

Nieuwer-Amstel.

De latere h e re n ra n Amstel w aren dus

dien stm an n en van de U trechtse bisschop. Zij

m oesten betn onvoorw aardelijk steunen en

m et hem ten strijde trekken. O ver de Van Atnstels

gaat dit artikel.

De Heren van Amstel

Wolfert

Van de eerste leden van h et geslacht Van Amstel

is n iet veel bekend. W olfert w ordt als stam ­

vader genoem d en kom t voor b et eerst voor in

de annalen van bisschop B urchard. Hij gold

als een vrij aanzienlijk m an. G rote stukken

van de gouw N iftarlake w aren aan A m stelland

toegevoegd. Daarbij ook g o ed eren , aan weerszijden

van de Vecht gelegen. W olfert bad o n ­

d er m eer als taak te zorgen dat de bisschop er

zijn inkom sten uit ontving. Na 1126 kom t zijn

naam niet m eer voor.

Egbert

Zijn oudste zoon. E gbert, zette het werk voort.

Van een overdracht van o n ro eren d e goederen,

zeker als het aanzienlijke bezittingen of personen

betrof, m aakte een klerk de stukken op. Bij

geschillen m oesten soms p ersonen borg staan.

De nam en van getuigen o f borgen w erden op

deze stukken, charters o f brieven genaam d, vermeld.

Tevens m oesten deze personen de stukken

voorzien van een 'h an tm erek ' o f een ‘handteyk

e n ’. Adellijke personen gebruikten hiervoor

h u n zegel, afgedrukt in was. Dat d ed en ook de

Van Amslcls. Zo komt E gbert acht k eer als getuige

voor: bij de bisschop, m aar ook bij keizer

F rederik Bat bat ossa. M et deze laatste kreeg Egbert

b e te rlite r aan de stok. Hij had nam elijk niet

alle inkom sten aan de bisschop afgedragen en

deze laatste sprak de ban ui tover Egbert. De keizer

bekrachtigde dit m et de zogenaam de rijksban.

De aartsbisschop van K eulen trachtte te bem

iddelen en to en was E gbert zo verstandig water

in de wijn te doen. Wel was hij zo han d ig dat

hij in ied er geval zich van een rech t van opvolging

in am bten en bezittingen voor zichzelf en

zijn nageslacht verzekerde. Egbert m o et tussen

1172 en 1176 zijn overleden. Zijn oudste zoon,

G ijsbrccht I, volgde hem op.

Gijsbrerhl I

Veel is er over hem niet bekend. I lij had nauwe

banden met U trecht, w ant hij trad vierm

aal op voor zijn bisschop. G ijsbrecht werd

TVE 15e jrg. 1997 61


ook d o o r zijn oudste zoon opgevolgd, Gijsb

rech t II. O ok was e r een zoon Egidius (Aegidius,

Gillis). Egidius kreeg bij de deling van

zijn vaders gebied de streek M ijnden (aan de

V echt gesitueerd, vlakbij L oenen) en de ten

oosten daarvan gelegen w ildernis in bezit. Hij

w erd de stam vader van h e t geslacht Van Amstel

van M ijnden, w aarover later meer.

Gijsbrecht II

G ijsbrecht II speelde als rid d er een actieve rol

in h et leger van de bisschop, bijvoorbeeld in

de L oonse successie-oorlog (1203-1213).

G raaf Dirk VII van H olland was in 1203 gestorven

zo n d er een zoon na te laten. Zijn

d o ch ter A da wilde m et h aar m an, de graaf van

Loon, in de rechten van h aar vader treden.

M aar ook Dirks broer, W illem, m aakte aanspraak

op de opvolging. D at betek ende d at de

w apens m oesten beslissen. De K ennem ers, directe

b u re n van de Van Amstels, kozen voor

W illem. De bisschop en zijn leenm an Gijsb

rech t kozen voor Ada. O m d at er gevaar voor

ontvoering dreigde, wist G ijsbrecht m et zijn

m an n en de graaf van L oon en zijn schoonm

o ed er n aar U trech t over te b rengen. H ierover

m aakten de K ennem ers zich erg kwaad

en zo n n en op wraak. V roeg in 1204 vielen ze

G ijsbrechts gebied b in n en , staken de Amsteldijk

d o o r en in u n d eerd en h e t om liggende

land. Ze staken ook zijn huis (kasteel?) in

brand. Rovend en b ra n d e n d trokken zij via

M uiden en W eesp langs de Vecht, to t B reukelen.

Bisschop D iederik was een goed rid d er en

kwam zijn dienstm an G ijsbrecht te hulp. De

vijand w erd m et gelijke m u n t betaald. De dijk

w erd w eer hersteld en m ogelijk is ook Gijsbrechts

kasteel w eer opgebouw d.

H et ja a r 1226 was belangrijk voor G ijsbrecht.

De toenm alige bisschop, O tto II van Lippe,

schonk M uiden, W eesp en D iem en, m et h u n

tollen en h e t visrecht, voor 30 p o n d e n p e r

ja a r als leen aan de h eren Van Amstel. M aar

G ijsbrecht wilde m eer. A an de overzijde van

de V echt lag een g ro o t gebied, G ooiland,

eigendom van de abdis van h e t klooster in Elten.

Hij kreeg van h aar ro n d 1230 een stuk

van G ooiland in leen voor h e t leven, dus niet

erfelijk. Er zijn aanw ijzingen dat d it h e t gebied

N aarden en L aren om vatte.

Bisschop O tto was m eer soldaat dan geestelijke.

Hij ging diverse keren ‘in de slag’, bijvoorbeeld

in 1227 m et de kastelein (kasteelb

eh eerd er) van C oevorden, ook een van zijn

d ienstm annen. O ndertussen h adden dienstm

an n en als de Van Amstels en ook de kasteleins

van C oevorden zich een ridderlijke status

aangem eten. Zij w erden steeds m eer gezien

als een verlengstuk van de adel, die dikwijls

ook tot de ridderschap toetrad. In O tto ’s militiare

gevolg w aren veel edelen en ridders, o n ­

d e r hen ook G ijsbrecht II. De bisschop overleefde

de strijd m et zijn trouw eloze d ienaar

niet, evenm in als diverse edelen. G ijsbrecht

w erd “ter d o o t toe” gew ond en d o o r de kastelein

van C oev o rd en gevangen g e /e t. Hij

m o ch t daar tijdelijk uit om aan de verkiezing

van een nieuw e bisschop deel te nem en. D aarom

w erd hij “op bed d e liggende b in n en ged

rag h en in ’t generael capittel.” De opvolgerbisschop

ontsloeg G ijsbrecht van zijn plicht

w eer n aar de gevangenis terug te gaan. Hij

d eed de kastelein in de ban en daarm ee was

volgens h et recht van die tijd de gevangenh

o u d in g onw ettig g ew orden. N ad at Gijsbrech

t nog als getuige w ordt g enoem d in

1228 en 1230, is hij k o rt daarn a overleden.

Gijsbrecht III

O pvolger werd zijn zoon G ijsbrecht lil, die

zich aan de bisschoppelijke dienst- en leenband

trachtte te ontw orstelen. Hij zocht aansluiting

bij de graaf van H olland, Floris IV.

Deze w erd g edood tijdens een toernooi in

C lerm ont aan de Maas en zijn zoon Willem

nam , zodra hij 18 ja a r oud en volwassen was

gew orden, de taak van zijn vader over. Nauwelijks

20 ja a r oud, in 1247, werd hij tot koning

van h et Room se (D uitse) rijk gekozen. Hij

m oest in Aken gekro o n d w orden, m aar som ­

m igen verzetten zich tegen de keuze voor Willem

van H olland en w aren in A ken aan de

m acht. O m g ekroond te k u n n en w orden,

m oest W illem dus eerst A ken in n em en . De belegering,

waarbij G ijsbrecht m et zijn m an n en

aanw ezig was, d u u rd e vijf m aanden. Toen

eerst kon de feestelijke in tocht plaatsvinden.

O ndanks de hulp die G ijsbrecht aan de jo n ­

ge W illem had verleend, was h u n verstandh

o u d in g niet best. M et argusogen bekeek Willem

de g roeiende m acht van de Van Amstels.

62 TVE 15e jrg. 1997


De verkiezing van de proost van St. Jan in

U trecht, Gozewijn van Amstel, tot bisschop,

d roeg bij aan d e /e angst. H et Inkte koning

W illem, tevens dus graaf van I Iolland, om sam

en m et a n d e re n deze nieuw e bisschop

Gozewijn terzijde te schuiven, ten gunste van

H endrik van V ianden; ook de paus keu rd e dit

goed. Gozewijn legde zich hierbij niet neer:

hij bleef nog e e n ja a r lang op zijn bisschopszetel

zitten. W aarschijnlijk gedw ongen d o o r de

pauselijke legaat, gaf hij in 1250 zijn verzet op.

G ijsbrecht accep teerd e deze verandering niet.

Hij brach t m et zijn b o n d g en o ten een leger op

de b een om de nieuw e bisschop te bestrijden.

H et liep slecht af voor hem : hij verloor de slag

en bisschop H endrik van V ianden keerde terug

n aar U trecht, waarbij hij G ijsbrecht en

h e e r H erm an van W oerden, ter w eerszijden

aan zijn paard g eb onden, ten aanschouw en

van ied ereen de stad in bracht.

Toch h ad koning W illem wel zoveel m acht,

dat hij de bisschop dw ong de twee gevangenen

vrij te laten. Voor G ijsbrecht bleef de nederlaag

en de koninklijke voorspraak m oeilijk

te verteren.

De bisschop liet G ijsbrecht overigens n iet

m et rust. Hij liet een sterk kasteel in V reeland

bouw en. D at betek ende een directe bed reiging

van G ijsbrechts gebied. W aarschijnlijk

overleed G ijsbrecht al voordat h et kasteel gereed

was. Hij werd opgevolgd d o o r zijn zoon

G ijsbrecht IV.

w orden, m aar besloot vooraf de lastige Westfriezen

een afstraffing te geven. In de strenge

w inter van 1255-1256 trok h et geharnaste legertje

b ra n d e n d en m o o rd en d h et w aterrijke

w oongebied van de W estfriezen b innen. D aar

zakte de zwaar geharnaste W illem m et zijn

paard bij H oogw oud d o o r h et ijs. De Friezen

w aren er als de kippen bij om hem af te m a­

ken. E en roem loos einde van een d apper

m an, nog m aar 22 jaar oud. W illems zoontje

Floris (de latere Floris V) was slechts E ó ja a r

oud. D aarom w aren er opeenvolgende voogden,

die h et b estu u r in H olland voor hem

w aarnam en. Toen Floris V twaalf ja a r was, vonden

de H ollandse edelen hem oud en wijs genoeg

om zelf h et heft in h anden te k unnen

nem en. 18 Jaar oud, ging hij de W estfriezen

een afstraffing geven voor de dood van zijn vader,

m aar dit draaide opnieuw op een sm adelijke

nederlaag uit.

De b o eren van K ennem erland w aren hun

horigheid, h u n arm oede en de steeds zwaarwmm

mm

Gijsbrecht IV

Deze G ijsbrecht had d e zijde van koning Willem

gekozen: de bisschop zat te dich t bij zijn

bezittingen. V oor een belediging die de koning

in U trech t was aangedaan, m oest de bisschop

gestraft w orden. M et zijn m an n en bevond

G ijsbrecht zich in het leger van de koning.

Dit leger w erd d o o r h e t bisschop verslagen

en G ijsbrecht m oest - dat was een van de

vredesvoorw aarden - in U trech t kom en, om

d aar als boeteling in de St. M aartenskerk de

bisschop k n ielend om vergiffenis te bidden.

O m dat hij ais leenm an van de bisschop de eed

van trouw gebroken had, m oest hij deze opnieuw

afleggen. Tevens m oesten alle achterstallige

schulden uit zijn leengebied voldaan

w orden.

W illem zou in R om e tot keizer gekroond

Afb. 1. Zegel van Gijsbrecht TV van Amstel: een ridder te

paard, met het wapen van Amstel, te weten vier balken en

een geruit St. Andrieskruis daarboven. Het randschrift is:

‘S. guiselberti militis dni: de amstel’. Op het tegenzegel

staat een schild met hetzelfde wapen en de tekst: ‘S. guiselberti

de amstel’. Ook bij de tak van Amstel van Mijnden

werd dit xvapen gebruikt en zodoende als gemeentewapen

van Loosdrecht ingevoerd.

T V E l5 ejrg . 1997 63


dere belastingen m eer dan beu. Een opstand

brak uit en m et hooivorken, zeisen en knotsen

gewapend, trokken zij het Hollandse gebied

binnen, onder de leus: “Dood aan de

adel”. Vele edelen vluchtten, zo niet Gijsbrecht:

hij sloot zich als hun hoofd bij de opstandelingen

aan. Hij trok naar Vreeland en

het Vechtgebied. H et leger groeide snel in

omvang en menige burcht werd m et de grond

gelijk gemaakt. Ook Eem land en Amersfoort

kwamen in opstand. Zelfs U trecht werd bezet

en de nog niet gewijde (elect) bisschop Jan

van Nassau vluchtte de stad uit. H ierna overtuigde

Gijsbrecht zijn opstandelingen dat het

beter was naar huis terug te keren. Graaf Kloris

V was toen 20 ja ar en Gijsbrecht 40 jaar.

Spoedig zouden zij elkaar treffen.

In 1276 zat de elect Jan van Nassau in geldnood

en Gijsbrecht schoot hem een grote som

geld voor. In ruil daarvoor kreeg hij eindelijk

het slot Vreeland in leen, m et de heerlijkheid

van Maarssen en Everzeele. Jan van Nassau

had ook misbruik gemaakt van gelden, bestemd

voor de kruisvaart en hij wist niet hoe

hij dit weer kon aanzuiveren. Floris V hielp

hem en ‘kocht’ van hem het hele Nedersticht.

Zodoende werd hij —in plaats van de bisschop

- de feitelijke heer van de edelen en ook van

Gijsbrecht van Amstel en H erm an van Woerden.

Zij weigerden echter Floris te gehoorzamen

en Gijsbrecht werd gevangen genom en,

terwijl Herm an van W oerden wist te ontsnappen.

Floris nam ook hun goederen over, totdat

zij hem zouden hebben erkend. O m dat de

overdracht van kasteel Vreeland door de bisschop

aan Gijsbrecht destijds schriftelijk geregeld

was, kon Floris dit niet zomaar afnemen.

Wel kon hij het kasteel m et geweld innem en.

Hij sloeg het beleg voor Vreeland op. Toen de

Zeeuwse troepen, opgeroepen door Floris, bij

Loenen aankwamen, trachtte Gijsbrecht hen

te verjagen. Hij werd echter verslagen, gevangen

genom en en moest Vreeland aan Floris

overgeven. H erm an van W oerdens kasteel te

M ontfoort viel ook in handen van Floris.

Van de abdis van Elten wist Floris te bereiken

dat Gooiland aan hem werd afgestaan.

Ook daarbinnen raakte Gijsbrecht dus zijn bezit

kwijt. Pas na ruim zes jaar werd Gijsbrecht

vrijgelaten. O nder vernederende voorwaarden

kreeg hij een deel van de leengoederen

weer terug. Er moest een groot bedrag aan

‘oorlogsschuld’ betaald worden en als garantie

moesten er niet m inder dan 30 borgen gesteld

worden, die m et lijf en goederen garant

stonden voor de stipte nakom ing van alle

voorwaarden. Gijsbrecht was nu zo vastgenageld,

dat hij geen kant m eer op kon.

Floris verloor in die tijd de goodwill van de

edelen. In de geschiedschrijving wordt dit toegedicht

aan zijn slechte reputatie op zedelijk

gebied. Nieuw onderzoek heeft uitgewezen

dat het verhaal van de verkrachting van de

vrouw van Van Velzen een fabeltje is. Omdat

ook Gijsbrecht van Amstel aan de samenzwering

en de daaropvolgende m oord op de

graaf had meegedaan, vervielen zijn bezittingen

nu definitief aan het Hollandse huis. Gijsbrecht

overleed in ballingschap.

De Heren Van Amstel van Mijnden

De naant Van Amstel zou nog een tijdlang

voortleven in het geslacht van de heren van

Amstel van Mijnden. O nder deze familie ressorteerde

het gebied van ‘Mijnden en de beide

Loosdrechten’, zoals de ambachtsheerlijkheid

werd genoem d. Ook Loenen en kasteel

K ronenburg hoorden hier later bij en in de

kerk van Loenen zijn m eerdere heren Van

Amstel van Mijnden begraven.

Egidius (Gilles)

Eerder werd al aangehaald, dat Gijsbrecht II

van Amstel een broer, Egidius of Gilles had.

Deze kreeg van zijn vader rond het jaar 1200

het gebied van Mijnden in bezit. Hij en zijn

opvolgers noem den zich dan ook Van Amstels

van Mijnden. Aan de oever van de Drecht, een

veenriviertje dat dicht bij Loenen in de Vecht

uitm ondde, liet hij een kasteel bouwen. Uit

die begintijd is weinig bekend. In 1227 en

1233 trad Egidius op als getuige voor de bisschop

van U trecht en in 1235 blijkt hij ridder

te zijn. Egidius en zijn nakom elingen moeten

veel gedaan hebben om de aan hen toebehorende

gronden vruchtbaar te maken. Door de

brede opzet van de ontginning verliep de ontsluiting

van de wildernis zeer langzaam. Na de

aanleg van dijken, paste Egidius een zogenaam

de veerverkaveling toe. De Drecht was

de centrale waterlozing: daar loosde men het

64 TVE15ejrg. 1997


overtollige water in de Vecht. De naam

‘D recht’ betekent oorspronkelijk een plek

waar men overgezet kon worden, een overzetveer

dus. Met de hier vooral in de winter drassige

grond en daardoor dikwijls slechte wegen,

was zo’n riviertje ook erg belangrijk: men

kon personen en goederen gemakkelijk van

de ene naar de andere plaats vervoeren.

Rond 1300 kreeg Loosdrecht een eigen parochiekerk.

Deze kerk was waarschijnlijk een

afscheiding van de kerk van Loenen. Ter Sype

kreeg pas 100 jaar later een eigen kerk. De bewoners

aldaar waren dus op (Oud-) Loosdrecht

aangewezen.

Willem

Na Egidius dood volgde zijn zoon Willem hem

op. Deze leefde in de tijd van Rooms koning

Willem II. Hij was ridder. Van 1235 tot 1283

wordt niem and uit dit geslacht genoemd. Als

opvolger van Willem wordt Amelis van Amstel

van Mijnden genoemd.

Amelis I

Deze opvolger kan Willems zoon, maar mogelijk

ook zijn kleinzoon geweest zijn. Vanaf

128.5 werden de heren Van Amstel van Mijnden

tot de Stichtse edelen gerekend. Rond

deze tijd hebben zij ook het gebied van Ter

Sype tot hun bezit gerekend, waarmee hun

eigendom dus reikte van de Vecht tot aan de

hoge gronden van het Gooi. En niem and betwistte

deze aanspraken. In deze voor een

groot deel nog woeste gronden was niem and

geïnteresseerd. In Gooiland had de familie

Van Amstel een belang en derhalve sloten

deze geruisloos op elkaar aan. Over ‘Ter Sype’

zegt Brunekreef dat het ten noordwesten van

de Nieuwloosdrechtsedijk kan hebben gelegen.

Later onderzoek heeft aangetoond, dat

de oorsprong van ‘Ter Sype’ in het (zuid)oosten

en dus richting Gooiland gezocht m oet

worden.

Omdat Amelis I borg voor Gijsbrecht IV van

Amstel was, werd na de m oord op Floris V het

vrije en allodiaal gebied van Mijnden (= vrij

van leenrecht, hij had het van zijn vader gekregen)

nu onderhorig aan het huis van Hol-

| —

WMwWi

:- L ~ T v

■ : & ! '; v%

mm . j f . ti

g c v . ' p j ui

? • 1

mm ,

:- "

5. . ...... -— yi j»

AJb. 2. Ets / . Schijnvoet, Huis te Ruwiel bij Breukelen, 18e eeuw.

I'VE 15ejrg. 1997

65


land en hijzelf leenm an van de H ollandse

g raaf Ja n II. V anaf d it m o m en t m ochten zij de

naam Van Amstel niet m eer dragen en werd

h e t eenvoudig: h e e r van M ijnden. Amelis is

jong gestorven, slechts 32 ja a r w erd hij.

Wouter I

Zoon W outer (I) volgde Amelis op. Toen

W outer de g oederen overnam , m oest hij zijn

bezit aan de graaf van H olland opdragen. Na

een eed van trouw ontving hij de heerlijkheid

w eer in leen van de H ollandse graaf terug. In

een o o rk o n d e van 1317 staat d at de graaf in

geval van oorlog de beschikking zal krijgen

over h e t kasteel van W outer. Ter zekerheidstelling

w aren borgen vereist: de h eren van Nyenrode,

van IJsselsteyn, van Zuylen, van L oenreslooth

en van Ruwiel tek en d en hiervoor. H ieru

it k u n n en we opm aken d at W outers kasteel

in geval van oorlog een belangrijk bezit was en

d at hij - gezien de belangrijke vriendenschaar

- in hoog aanzien stond. Toen W outer in 1326

jong overleed werd D irk van de D oes tot

voogd over de nog jo n g e kinderen benoem d.

Zijn salaris hiervoor b edro eg 130 p o n d en per

jaar.

Amelis II

Amelis II w erd de opvolger van zijn vader. Hij

trouw de o p twaalfjarige leeftijd en hertrouw de

later m et Luitgarde van derM erw ede. Pas 14 jaar

oud, ontving Amelis de ridderslag. Hij m o et in

een goed blaadje gestaan heb b en bij de strijdlustige

bisschop van U trecht J a n van Arkel. Amelis

verkreeg kasteel Ruwiel, om d at zijn neef ald

aar overleden was zo n d er nakom elingen. Ruwiel

was een bisschoppelijk leen en Amelis had

n u twee h e re n te dienen: de graaf van H olland

en de bisschop van U trecht. Kon d at goed gaan?

H et o n tg in n en van woeste g ro n d en brach t

h e t p robleem van grensscheiding m et zich

m ee. Amelis kreeg d aar ro n d 1343 m ee te m a­

ken. In de o o rk o n d en b o ek en kom t een beschrijving

voor, g e d a te e rd P inksteravond

1343, w aarboven staat: “R ascheiding van Loosd

rech t d o o r Amelis van M ijnden.” D aarin

w ordt gesproken over een “vriendelicke sceydin

g h e tusschen den g o eden luden van Goeyland

an die een e zijde, en d e mij [Amelis II]

en m inen luden van L oesdrecht an die a n d e­

re sijde.” Hij beloofde de scheiding te zullen

h o u d en voor wettig, “ten w aare d at m ijn lieve

h eere van H o llan d [de graaf] d it an d ers

scheyden w oude.” Amelis m oest dus wel degelijk

rekening h o u d en m et zijn leenheer. M aar

ook m et de bisschop ...

Toen er een oorlog op gang kwam tussen de

H ollandse g raaf W illem IV en de U trechtse

bisschop, en eerstgenoem de een beleg opsloeg

voor de stad U trecht, m oest Amelis kiezen

aan welke kant hij stond. Hij koos hoogst

waarschijnlijk voor de graaf en was daarm ee

de bisschop ontrouw gew orden. Toen W illem

bij W arns sneuvelde (1345), kreeg de bisschop

de gelegenheid de afvallige leenm an te

straffen. Hij trok “m et groot volck van w apenen,

m et ontw onden b an ieren n aar Eem nes,

stack d aer ’t tater in en sloech er m et alle veel

d o o t en nam een en g roten ro o f en vele ghevanghenen."

De H ollanders w ilden de burgers van Eem ­

nes een handje help en en Amelis was zo overm

oedig om de leiding over d it legertje op zich

te nem en. “O p een groot, groen velt, ghehetcn

kapers, nabij Eem nes" o n tm o etten de

tro ep en elkaar. De H ollanders verloren en

h u n aanvoerder, Amelis van M ijnden, ridder,

w erd daar gevangen genom en. H et kostte

hem “een grote som m e van p e n n in g e n ”, waarna

hij w eer vrijgelaten werd. Amelis overleed

in 1352, slechts 26 jaar oud.

IIouter II

Amelis liet drie zoons na: W outer, zijn opvolger;

Willem, latei schepen van U trecht en

G ijsbrecht, b eh e e rd e r van de financiën van

U trecht. De zoons stonden, gezien h u n jo n g e

leeftijd, aanvankelijk o n d e r voogdijschap.

H oewel jong, w erd W outer II d o o r de bisschop

zowel in 1353 als in 1357 b eleend m et

Ruwiel. W outer van zijn kant beloofde h et kasteel

te zullen o n tru im en , als de bisschop h et

voor een oorlog nodig zou heb b en . Toch was

W outer geen trouw e gezel van de bisschop.

Hij raakte Ruwiel een tijdlang kwijt, w ant toen

de bisschop W oudenberg belegerde gaf W outer

geen o f te w einig steun en w erd daarvoor

gestraft. L ater h eeft W outer het kasteel van de

bisschop gekocht. Hij b eh o o rd e tot de belangrijkste

U trechtse ridders. O p 28 ju n i 1375 o n t­

ving W outer van h e t kapittel van St. Pieter te

66 TVE 15e jrg. 1997


A melis lil

Afb. 3. Zegel van Wouter van Mijnden, 1362.

U trecht g ed u ren d e tien jaar in p ach t "de tienden

van B roeckelervene en van T yenhoeven

op M aersenvene.”

In L oosdrecht kreeg W outer b ek endheid

bij de stichting van de kerk van Nieuw-Loosdrecht.

Hij bezat h et collatiereclit, d.w.z. h et

rech t om pastoors te ben o em en, in Oud-Loosdrecht.

Bij de stichting van de nieuw e kerk

vergunde bisschop F rederik van B lankenheim

hem ook hetzelfde rech t aldaar en “ten eeuwigen

daage.” Als am bachtsheer had W outer

ook h et rech t van voorofferen: hij m ocht tijdens

de dienst h et eerst een gift voor de priester

op h et altaar leggen. O p 28 m ei 1412 w erd

W outer b en o em d tot baljuw van M ijnden en

L oosdrecht. Dit recht betekende d at W outer

h et rech t kreeg om een schout en de schepenen

aan te stellen. W outer heeft ook de eerste

k oren m o len in L oosdrecht gebouw d, op de

M olenm eent. Dit is de weg die vanaf h et gem

eentehuis in de richting H ilversum loopt.

E euw enlang h e e ft deze m o len g efu n ctio ­

neerd. H et m alen van het k oren m ocht dooide

L oosdrechters alleen bij deze m olen plaatsvinden;

overtreders w erden bestraft. Deze m o­

len zorgde voor een deel van de inkom sten

van de am bachtsheer.

In het conflict tussen de H oeksen en Kabeljauwen

koos W outer de kant van de H oeken.

O p 82-jarige leeftijd streed hij nog in h et leger

van Jacoba van B eieren. Tussen 1422 en 1424

is hij overleden, zijnde” ‘seer out."

W outers zoon Amelis lil was m idden veertig

toen zijn vader overleed. Hij was toen al baljuw

van Amstel- en W aterland en in 1415 volgde

zijn benoem ing tot schepen van U trecht.

Al in 1394 werd deze Amelis d o o r h erto g Albrecht

van B eieren b eleend m et “h et dobbelschool

en q u ak b o rd in d e L o o sd re c h t.”

Q uaken is de benam ing van een oud spel dat

m et dobbelstenen gespeeld werd; dit spel

m oet m en dus ook in L oosdrecht beoefend

hebben.

O ok Amelis III koos de zijde van de H oeken

en dien d e in 1398 m et vijftien m an in een

krijgstocht tegen de Friezen. In 1405 nam hij

m et zes glaviën (glavie: een ijzeren spits van

een lans, m et zes lansknechten dus) aan een

gevecht deel. Toen Philips van B ourgondië,

de tegenpartij, de m acht kreeg in G ooiland

en L oosdrecht, raakte Amelis al zijn bezittingen

h ier kwijt. E r w erden bew aarders van de

kastelen M ijnden en Ruwiel aangesteld. Pas

toen zeven jaar later Jacoba van B eieren volledig

afstand d eed van h aar aanspraken, kreeg

Amelis zijn oude bezittingen w eer terug.

Uit de periode 1432-1439 d ateren een aantal

o v ereen k o m sten m et de bisch o p van

U trecht, w aaruit blijkt d at zowel de bisschop

als de am bachtsheer h et uitgraven van de venen

h ebben bevorderd. Voor de geschiedenis

van L oosdrecht is de belangrijkste overeenkomst

die van 21 ja n u a ri 1439, w aaruit gereco

n strueerd kan w orden, dat h et riviertje de

Sype - w aaruit de nam en Sypekerk en Sypesteyn

afgeleid zijn - o n tsp ro n g in de venen op

de grens tussen de am bachtsheerlijkheid en

W estbroek en w aar aan L oosdrechtse zijde

een kleine nederzetting van boeren w oonden.

Deze ned erzettin g is waarschijnlijk vanuit h et

Gooi daar gekom en.2

B runckreef m eldt d at Amelis in 1424 eigen

aar van het slot K ronenburg werd. Dit is een

m isverstand; zoals h ie ro n d e r nog zal blijken,

m oet dit toegeschreven w orden aan zijn zoon.

In 1434 stelde Philips van B ourgondië Amelis

aan tot baljuw over M ijnden en Loosdrecht.

Als zodanig oefende hij de hoge rechtspraak in

d it gebied uit. O m streeks deze tijd telde Loosdrecht

ongeveer 100 huizen. M en leefde van

de landbouw , de veeteelt en de visserij. M aar

ook de turfstekerij vorm de een belangrijke

TVE 15e jrg. 1997 67


o n van inkom sten. Amelis is in 1436 overleden.

Zijn zoon, Amelis IV, w erd de opvolger.

Amelis TV

In de am btsperiode van Amelis IV was h et kasteel

M ijnden langzam erhand vervallen geraakt.

Veel m ooier was h et nog onlangs w eer

opgebouw de kasteel K ro n en b u rg , aan de

overzijde van de V echt gelegen. H et w erd bew

oond d o o r een n e e f van Amelis, h e e r H en ­

drik van K ronenburg. O m dat de kerk van

L oenen - w aar ook de h eren Van M ijnden ter

kerke gingen - in H endriks g erecht stond,

had deze h et privilege om altijd als eerste de

kerk te m ogen binnengaan. D aarna pas de

h e e r Van M ijnden. Zo ook bij h e t u itd elen van

de heilige hostie: deze w erd eerst aan H endrik

van K ronenburg gegeven, daarn a pas aan

Amelis. D at was de laatste een d o o rn in h et

oog. Toen H endrik in grote problem en raakte

vanwege een en o rm e schuld, zag Amelis zijn

kans schoon en kocht de heerlijkheid K ronenburg.

D aar ging hij ook w onen en niet alleen

was hij een m ooi en sterk kasteel rijker geworden:

voortaan was hij de belangrijkste h e e r in

dit gebied.

Amelis stond in de gunst van Philips van

B ourgondië. Zo m ocht hij van d e herto g de

oude fam ilienaam Van Amstel van M ijnden

w eer gaan voeren. O ok w erd hij raadgever van

Philips van B ourgondië. O m d at intussen een

bastaardzoon van Philips, David, bisschop van

U trech t was gew orden, was er ook van die

kant w einig gevaar m eer te duch ten . Amelis

w erd in 1458 ook raad van de bisschop. Amelis

had een g root gezin: m aar liefst d ertien

kin d eren en hiervan kw am en zes meisjes in

een klooster terecht. O p 28 februari 1465

kreeg hij toestem m ing om zijn len en over zijn

kin d eren te verdelen. U iteraard kreeg de o u d ­

ste zoon, A nthonis, het leeuw eaandeel. Zoon

W outer kreeg Ruwiel toegew ezen.

Anthonis I

Deze zoon noem d e zich h e e r van M ijnden,

L oosdrecht, C ro n en b u rch , L oenen en Loenersloot.

In de tw eede helft van de 15e eeuw

verarm de L oosdrecht d o o r de vele oorlogen

van de vorsten, w aarvoor steeds opnieuw betaald

m oest w orden. Tweem aal tijdens de re-

gering van h erto g Karei de Stoute (1647-

1477) b randde L oosdrecht geheel af. Een

g ro o t deel van d e bevolking w erd n a a r

U trecht geb rach t als gijzelaar en m ocht pas

w eer lerug keren n ad at een losprijs van 450

koeien aan de stad was betaald. De verarm ing

had tot gevolg d at h e t turfw inning een grotere

om vang ging aannem en. O m d at de kwaliteit

goed was, kwam er ook veel vraag vanuit

de grote steden. A nthonis is overleden in

1494 en w erd, evenals zijn vader, begraven in

de kerk van L oenen.

Amelis V

Amelis d roeg dezelfde naam als zijn vader,

m et de toevoegingen O ucoop en Ter Aa. Het

gebied van deze h eren had zich dus w eer uitgebreid.

De strijd voor een zelfstandige N ederlandse

staat zal gaan beginnen, m et als bijkom end effect

vele en grote veranderingen voor de'edelen.

De belasting ging steeds zw aarder op hen dru k ­

ken. ( )ok Amelis o n d ervond dit aan de lijve.

Hij is tw eem aal getrouw d gew eest m et meisje

s u it vooraanstaande geslachten: Van M athenesse

en Van den Boetzelaer. H ij is in 1542

overleden.

Anthonis II

L uther had in 1517 zijn 95 stellingen bekend

gem aakt. O ndanks de d o o r de Rooms-Katholiekc

kerk gen o m en m aatregelen - o f misschien

juist d aard o o r - kregen de hervorm ers

grote aan h an g o n d e r de bevolking. O ok Loosd

re c h t w erd vrijwel geheel protestants. A nthonis

en zijn gezin bleven echte r de oude kerk

trouw. D oor de vervolgingen van o n d e r an d e­

re Alva, zuchtten ook de d o o r Amelis b estuurde

gebieden o n d e r de grote druk. H et w erd

voor A nthonis m oeilijk zijn gebied goed te besturen,

hij had de tijd niet m ee. Van A nthonis'

kin d eren w erd A nthonis III zijn opvolger.

Anthonis III

A nthonis was in 1570 vertegenw oordigd in de

ridderschap van H olland. Hij kreeg zes kinderen,

w aaronder een zoon, Amelis. Een veelbelovende

zoon, die al in 1570 zitting had in de

Staten van I lolland. 1Ielaas overleed hij in

68

TVK 15e jrg. 1997


1572 en de vader was troosteloos. In 1573

werd K ronenburg door de Spanjaarden bezet.

Dit leen was een zogenaamd ‘zwaardleen’,

hetgeen betekende dat het alleen in mannelijke

lijn voortgezet kon worden. En er was dus

geen opvolger. Als enige mogelijkheid riep

Anthonis de hulp in van Philips II om er een

'onversterflijk' leen van te maken. Dal wilde

Philips wel, mits hij er goed voor betaald

werd: 4172 ponden van 40 groten elk, een bijna

niet op te brengen bedrag voor Anthonis.

Al zijn goederen werden bezwaard. Al deze tegenslag

kon Anthonis niet m eer aan en zijn

goederen werden onder zijn kinderen verdeeld.

Hij overleed in 1580, als laatste heer

Van Amstel van Mijnden. Via zijn dochters

kwamen de goederen in bezit van de jonkheren

van Li nden van Hem m en en daarm ee was

een lang en roerig tijdperk voor Mijnden en

Loosdrecht afgesloten.

V erantw oording

De heer H. Brunekreef heeft bovenstaande

m eer uitgebreid gepubliceerd in het periodiek

van de Historische Kring Loosdrecht, de

num m ers 53 t/m 57, 1985-1986.

B ron n en

|. Ter Gouw, Geschiedenis van Amsterdam. (Amsterdam 1879)

W.A. Rijksvrijheer van Spaen, Historie der Heeren van Amstel,

van IJsselstein en van Mynden. (Den Haag 1807)

I)e Geschiedkundige Atlas van Nederland, Martinus Nijhoff.


Mijnden

De ambachtsheerlijkheid en haar bevolking

F. Brand

Aan de oever van de Vecht, in het uiterste westen

van het gehied tussen Vecht en Eem, ligt

de buurtschap Mijnden. De betekenis van het

woord Mijnden - Minden, Miinden, Mynen of

Mynde werd er ook wel geschreven - is onbekend.

Deze voormalige heerlijkheid is lange

tijd nauw verbonden geweest m et de beide

Loosdrechten en ze is dat - afgezien van een

korte onderbreking - nog steeds.

De heerlijkheid Mijnden grensde in het

noorden aan de Drecht, in het oosten aan

Nieuw-Loosdrecht, in het zuiden aan Breukeleveen

en in het westen aan de Vecht. In 1750

werd de oppervlakte begroot op 296 m orgen

en 100 roeden, voornamelijk bestaande uit

laag wei- en hooiland.' Er heerste zulk eene buitengnuoone

stilte (...) dat een stedeling, aan het

drokke gewoel gewoon, er zig weldra verveelt.2 Mijnden

werd m et Loosdrecht vaak als één geheel

beschouwd, m aar het is lang een op zichzelf

staande ambachtsheerlijkheid gebleven. H et

gebied behoorde in de twaalfde eeuw aan het

geslacht Van Amstel. De m eer dan honderd

goederen (landerijen), die bij deze heerlijkheid

hoorden —de zogenaamde ‘lenen’ —lagen

in Loosdrecht, Oud-Over, Loenderveen,

Nieuwersluis, Loenen, Portengen, Oucoop,

Vreeland, Kortrijkerveld, Horstwaard, Nichtevecht

en zelfs in Schalkwijk en Leersum.

Slechts voor een klein deel in Mijnden zelf.3

Krcnenhut

11

„ f ,Buv„ #

mmwi

* - tfontfoijl J

. O R N p E .

Sfgm

■ p c e C d 'c

* - - -

rr I - scheidt.

AJb. 1. Fragment Nieuwe Kaart van Baljuwschap van

Gooyland, haak Tirion, Amsterdam 1750.

Het Huis te Mijnden

De heerlijkheid was militair een belangrijk gebied

wegens de strategische ligging op de

plaats waar de D recht in de Vecht uitm ondde,

met als achterland een goede bron van inkomsten:

de nog te ontginnen (veen)landen.

Het zou ridder Egidius, zoon van Gijsbrecht

van Amstel, geweest zijn, die rond 1200 het gebied

in zijn bezit kreeg en die in 1227 het kasteel,

ook wel het H u is te M ijnden genoemd,

bouwde en vandaar als heer van Mijnden de

wijde omgeving beheerste.

Na de m oord op Floris V (1296) werden de

heren Van Amstel onderw orpen aan de graaf

van Holland. Ook de heer van Mijnden moest

trouw beloven aan het Hollandse huis om de

heerlijkheid weer als leen van de graaf te mogen

ontvangen. Dat gebeurde door middel

van een bijzondere akte, gedateerd in 't Jaar

dertien hondert seventien des Sonnedaghs na Sint

Victors dagh, dat was 17 oktober 1317. Tot

m eerdere zekerheid voor de naleving van zijn

belofte van trouw zou Wouter (1) van Mijnden

zijn huis en goed beschikbaarstellen, m eende

Voogsgeerd.' Maar W outer beloofde, volgens

Renaud in 1966, dat ingeval hij een huis timm

erde (= bouwde) hij dit aan de graaf in leen

zou opdragen. Zijn vroege dood heeft hem

dat belet. Pas een goede veertig jaar later

droeg Amelis (11) van Mijnden, de zoon van

Wouter, zijn pas gebouwd huis aan de graaf

op, zo blijkt uit een oorkonde in het Grafelijk

archief van H olland.5 Renaud verwees hiermee

het verhaal over een mogelijke stichtingsjaar

1227 naar het rijk der fabelen. H et kasteel

stond er dus pas rond het m idden van de veertiende

eeuw en een eeuw later was het alweer

door oorlog verwoest. Dit blijkt uit een brief

uit de vijftiende eeuw van Amelis (IV) van

Mijnden, die zich inmiddels ook heer van het

nabijgelegen Kronenburg m ocht noem en. Hij

schreef namelijk: zoe is ’t dat 't vornjoemde] huys

deur oeloch ende anders vergaen ende vervallen is.1’

70 TVE 15e jrg. 1997


De Ruïne van Mijnden

Een aardige plattegrond van het tot ruïne vervallen

kasteel is te vinden op een kaart uit liet

begin van de achttiende eeuw.7 Plannen voor

wederopbouw zijn er, voorzover wij weten,

niet geweest. Volgens de schrijver van de His

tonische aanteekeningen: heeft men voor gehail deez ’

puijnhoopen te ontdekken [blootleggen] en te

graaven in derselver fondamente, om oudhee.de en

de nette grondslag, die niet, noch ook den opstal bekend

is (ons weetens), te ontdekken. Welke archeoloog

of oudheidkundige dit plan koesterde

staat niet vermeld. H et ging ook niet door. De

belangstelling om opgravingen te verrichten

bij de ruïne ontbrak door d ’wijnig liefde ter kennis

der vaderlandse oudhijdd

Geen enkele afbeelding van het kasteel is

ons bekend. We zullen het m oeten doen met

de kale berg op een achttiende-eeuwse gravure

uit Ludolf Smids’ Schatkamer der Nederlands

sche Outheden. De tekst daarbij luidt: Ten Noorden

van den Drecht, niet verre van de Mijnder

Sluis, door welke alle vaartuigen van de Loosdrechten

naar de Vecht moeten, is ten oosten deezer rivier,

een ruig begroeide puinheuvel, die, gelijk men noch

eenigszins kan ontdekken, met graften omvangen is

geweest. Deeze is het eenig overblijfsel van het Huis

te Mijnden, dat vrij groot schijnt geweest te zijn en

volgens de gedaante der steenen, die men hier weleer

vond, doch merkelijk verminderen en verdwijnen,

een hooge oudheid moet gehad hebben.' In 1795

vinden we in de Stad- en Dorpsbeschrijver van

Lieve van Ollefen ditzelfde verhaal terug, alleen

de laatste zin is veranderd in het vermoeden

dat het kasteel eene hooge rondheid moet

gehad hebben.- Een schrijffout? Gezien de

plattegrond van de fundam enten wél. Gezien

de bestaande gravure niet. Men zou op deze

puinheuvel een groot rond kasteel kunnen

denken. Van der Aa kan daardoor ook misleid

zijn. Hij vermeldt in het m idden van de vorige

eeuw daarover in zijn aardrijkskundig woordenboek:

Aan de ruige heuvel kan men zien, dat

het door grachten omgeven is geweest. Het gebouw

schijnt vrij groot geweest te zijn en moet, volgens het

maaksel der stenen, welke men er weleer vond, een

ronde gedaante gehad hebben.9

De laatste resten van de m et gras en ruigt

begroeide puinhopen werden omstreeks 18(i()

geheel met de grond gelijk gemaakt. De grote

kloostermoppen, waaruit de fundam enten be-

jj

&

....

•! -'lm .

■ s T v A

SS

w

;>

Afb. 2. Plattegrond ruïne kasteel Mijnden op de Nieuwe

Koert van Tomen, door Van Bloemswaerdt.

stonden, werden afgevoerd en hier en daar

weer als bouwmateriaal gebruikt. Het enige

wat overblcel was een vage afdruk in het kindschap,

waar ooit de grachten hebben gelegen.

Van het Huis te Mijnden was niets m eer zichtbaar.

Momenteel rest ons alleen nog een nabijgelegen

woonhuis, in de achttiende eeuw

gebouwd door een Amsterdamse familie, m et

daarop de naam: Van ouds de Ridderhofstad

Mijnden. De Rijksdienst voor O udheidkundig

Bodemonderzoek te Amersfoort heeft in verhand

met het aanleggen van het recreatiegebied

Mijnden in d ejaren 1964,"65 een onderzoek

verricht naar de overblijfselen van het

verdwenen kasteel. Er werden resten van een

brug aangetroffen, rijen paaltjes van een beschoeiing,

die de begrenzing van de gracht

aangaven, resten van een broodoven en een

stuk bestrating. Uit grondboringen was een

plattegrond samen te stellen. Men kwam tot

de conclusie dat het kasteel geen rond, maar

een rechthoekig gebouw is geweest. H et fundam

ent had de afmetingen van 25,5 bij 16,5

meter. Het gevonden aardewerk (steengoed)

dateerde uit het m idden van de veertiende

TVE 1 v jrg. 1997 71


B S ld

■ÊÉtc***.-*

ü »

h m

:

- * • -----"

M^v---rr

S»ib « P «

'T.

HlBSliP

^ *

ü l l l ! l 111 IIH

De R U ÏN E van het HIJIS te MYIfDEN

van vooren ,tle ft inker iVtie naar de "Vecht gekeerd

Ajb. 3. Gravure naar tekening van Rochman uit Ludolf Smids’ Schatkamer der Nederlandsche Oudheden, ca 1640.

eeuw en u it latere perio d en . R enaud, die h et

onderzoek leidde, stelde tenslotte d at h et huis

eigenlijk m aar een goede h o n d e rd jaar h eeft

bestaan en d at de eerste h eren van M ijnden

dus w ittop h e t kasteel h ebben gew oond."’

De M ijnder molen

In M ijnden heeft heel lang een w aterm olen gestaan

aan de w etering die ten oosten van Nieuwersluis

in de V echt u itm o n d d e, schuin tegenover

h e t huis Ouder Hoek. De eerste berichten

spreken over h e t ja a r 1420." U it een akte van

1544 blijkt, d at A ntonius van A mstel van Mijnd

en alle ingezetenen o p d ro eg te zorgen voor

h e t o n d e rh o u d van de toen alw eer vernieuw de

m olen om hem te h o u d en gaande, malende, zeilgansch

ende watergansch. D at alles op kosten van

de bew oners.12 H et zal deze bew oners veel kopzorgen

gegeven heb b en de w aterm olen gaande

te h o u d en . U it een lijst van belastinge van dyckaegien

uit 1557 w ordt duidelijk, dat de m olen

to entertijd volledig verw oest was deur ongheval

ende. storm van winde lestleden. En d at m en verzocht

de wint watermoelen weder te doen rechten

dien alsdoen int geheel gedestrueert es. De inw oners

van M ijnden verklaarden: dat wy ons voorsz land

niet en hebben mogen gebruke ofte genot daer van te

crigen sonder daer op te doen stellen enen nywen

windt, watermolen om dat water uut onsen landen te

meden. Zij verklaarden verder, kennelijk om de

hoge h eren te overtuigen dat ze niet veel belasting

k onden o p b rengen, d at wy gemeen buerliede.n

die muelen mit mencanderen becostigt totprofyt

des landts, ende (...) wel gecast heeft vierdenhalf

houderI g l.''

In 1570 w erd er een reglem ent opgesteld

w aarin o n d e r an d ere bepaald was d at de m o­

lenaar altijd aanwezig m oest zijn b in n en veertig

ro eden van de m olen an d ers w erd hij gestraft

m et zes stuivers boete. C ornelis Anssem

was toen de m olenaar. Hij kreeg een jaarlo o n

van negen gulden en 7,5 stuiver. D at kwam

72 TVE 15e jrg. 1997


n e e r op 2,5 cent p er dag! Een boete van /es

stuivers /.ou dus een zware straf voor hem geweest

zijn.14 V erder bepaalde de am bachtsheer,

dat de inw oners van M ijnden de m olen

w eer m oesten laten m aken als die d o o r wind,

onw eer o f a n d e r geweld defekt raakte. D at arider

geweld’ \ie \ voor in 1577, toen d o o r een

zware storm de m olen geheel nederviel ende gedestrueert

w eid. H et m eeste houtw erk werd

d o o r Spaanse (Waalse) soldaten, die verblijf

hielden op K ronenburg, opgehaald om ervan

te stoken. H et ijzerwerk werd d o o r hen te gelde

gem aakt. In m ei 1577 w erd h et overschot

van de m olen publiekelijk verkocht.12

N iettem in was bem aling van de p o ld er

M ijnden zeer noodzakelijk, dus werd weeleen

nieuw e m olen gebouw d. O ok d e /e is in later

jaren nog vele m alen d o o r geweld beschadigd.

Dat blijkt o.a. uit een archiefstuk van

1712, w aarin w ordt geschreven over de nieuwe

m olen te M ijnden.15 L atere restauraties en reparaties

w erden de en e keer gegund aan de

L oenense tim m erm an •'m olenm aker L ourens

Krook, de andere keer aan m olenm aker H.

G riffioen uit B reukelen. O m streeks 1926 w erd

h e t werk van de m olen overgenom en d o o r

een m achinegem aal. De m olen zelf w erd van

zijn kap o n td aan en de overgebleven rom p

werd in 1971 gesloopt.

De bevolking

Van de oorspronkelijk aan de Vechtdijk won

en d e bew oners zal het grootste gedeelte m et

de ontg in n in g zijn m eegetrokken om zich

blijvend te vestigen op de plek waar we n u de

k ern van O ud-L oosdrecht vinden. A lleen zij

die in M ijnden een bestaan k o nden vinden

bleven d aar w onen. Zij gen o ten de bescherm

ing van de am bachtsheer op h et nabijgelegen

kasteel m aar w aren tevens afhankelijk van

hem . Zo w aren ze bijvoorbeeld verplicht jaarlijks

de gracht om h et kasteel schoon te m a­

ken.

We w eten vrijwel niets van die bew oners af.

In ied er geval h ebben zij m eer dan latere generaties

h et landschap bepaald, de plaats van

de m olen en de sluis, de ligging van w egen en

sloten. W anneer we m eer over hun bezigheden

te w eten willen kom en d enken we in de

eerste plaats aan de m olenaar en de sluiswach-

A/h. 4. Tekening F. Roodschild-Koning van de plattegrond

van het Huis te Mijnden.

ter. O ver het ontstaan van de M ijndense sluis

is niets bekend. In een archiefstuk uit 1432

k u n n en we lezen dat burgers van H aarlem en

A lkm aar toestem m ing kregen om aan deze

sluis tu rf te h a le n .16 W aar handel in tu rf was

en een sluis kon tol geheven w orden en w oonden

en w erkten m ensen. Zo groeide deze gem

eenschap in h et m idden van de vijftiende

eeuw uit to t zestien haardsteden’ (w oningen).

Deze gegevens zijn te vinden in de Enqueste

ende Informatie van 1494 en die van 1514.17 Dit

w aren onderzoeken op last van de overheid

van H olland om inzicht te krijgen in de financiële

toestand van de plaatsen vanwege herziening

van de belastingen.

In 1494 lieten de com m issarissen een gedeputeerd

e uit M ijnden voor zich verschijnen:

de 61-jarige Ja n Eggertsz. Deze m oest o n d er

ede verklaren hoe de toestand van de b u u rtschap

M ijnden was. Jan Eggertsz vertelde dat

ten tijde van het overlijden van H ertog Karei

(1477) ei' zestien haardsteden in M ijnden waren,

doch nu (1494) nog slechts tien. De bew

oners h ielden zich bezig m et een weynich koeyen

en h et verbouw en van h e n n e p in de nabijheid

van h u n huizen, zo n d er hoogere of beter nennge

te hebben. O ver de algem ene w elstand -

den staet van heuren faculteyt int generael- vertelde

hij, dat ze in 1477 hadden: 50 kerven; te weten,

die rijck was twee kouyen met een huysken hadde

een kerff ende zoe voort, m aar d at ze in 1494

n o g m aar vijfentwintig kerven h adden. (Kerven

w aren een aan d u id in g voor de om slag van

de belasting. Iem and die vijf koeien had was

goed voor één k erf op de ‘kerfstok’ van h et

gezam enlijke verm ogen). D at zij zo ach teru it

geboerd h adden kwam d o o r de U trechtse en

TVE 15e jrg. 1997 73


!«>'«, \ c 'M y k id ttt

vis- en vogelvangst, m et wat landbouw en mit

de grave (de veenderij). Er waren geen geesteliche

luyden, die aldaer lant gebruycken. De reden

was dat ’limit te snoode es. Het zal hun moeite

hebben gekost om de belastingen op te brengen.

Die voor onderhoud van dijken en sluizen

werd door hen opgebracht samen met de

bewoners van Tekkop aan de andere kant van

de Vecht maar de samenwerking werd door

de Mijndense bevolking niet op prijs gesteld

waarop die van Mijnen begeren van Teecoop geseheyden

te wesen.

‘Schamele Luiden

Afb. 5. Detail met ruïne en Mijnder molen op de Nieuwe

Kaart van Loenen van J. Covens en C. Mortier, 1734.

Gelderse oorlogen en de krijgs- en strooptochten

van Utrecht, M ontfoort en Woerden,

door wie ze verbrandt ende geschat zijn geweest.

Ook de Hoekse en Kabeljauwse twisten gingen

niet ongem erkt aan Mijnden voorbij. H et

gerecht Mijnden werd samen m et dat van

Loosdrecht in 1481 gebrandschat voor 2047

pond. Dit was bijzonder zwaar als we het vergelijken

met Hilversum (994 pond), Nigtevecht

(877 pond) en Breukelen (513 pond)."

Tijdens de Informatie van 1514 werden gehoord

Eewout Clemenszoon, schout, 41 jaar,

Gijsbrecht Jacopszoon, 54 jaar, Jan I lubertszoon,

53 jaar, Pieter Huygenzoon, 49 jaar, Gijsbrecht

Dircxzoon, 44 jaar, Claes Meliszoon, 40

jaar, fan Anssenzoon, 32 jaar, en Willem Janszoon,

28 jaar, alle buyrluyden’ (ingezetenen) te

Mijnden. Zij vertelden dat voorheen door de

rijksten de tiende penning werd betaald, maar

omme dat de rijcke wech zijn gevaeren, zoe moet de

rijcxste, die gebleven es, nu geven den 5' penninck

an de ommeslagen. Er waren nog steeds tien

haardsteden, waarvan er één bewoond werd

door een arm e zieke man. In de andere huizen

woonden 23 com m unicanten (de kinderen,

die nog niet ter com m unie gingen, dus

niet m eegerekend).

In feite waren de bewoners dus nog arm er

dan in 1494. Van de 350 m orgen land in Mijnden

gebruikten ze er 254. Slechts 13,5 m orgen

waren eigendom van de bewoners. Ze

voorzagen in hun levensonderhoud m et de

Lezen we in de hierboven beschreven Informatie

van 1514 de nam en van acht inwoners van

’ tdorp Mynden onder Loenen, in een lijst van

ruim veertig jaar later worden ze (waarschijnlijk)

allemaal genoem d. Toen, in de jaren jaar

1557-1558, werd op last van de Staten van Holland

een lijst opgem aakt ten behoeve van de

inning van het morgen- en huisgeld, een belasting

op de in gebruik zijnde grond (per

m orgen) en over het huisbezit.18 Daarin worden

genoemd: Lueger fan Hubertsz, Gerrit

Dircksz, Dirck Jansz, H ubert Cornelisz, Claes

Jans/, Ansem Willemsz (*), Peter Willemsz

(*), Dirckgen Willem Ansems Wed', Cornelis

Willemsz (*), Willem Ghysbertsz, W iggen

Gherritsz (*), Lueger Willem Ansems/ (*),

Claes Ghysbertsz (*) en Dirck Ghysbertsz ghebroeders,

Cornelis Simonsz, Grietgen Ghysbert

Dircksz (*), Dirck Cornelisz Bon, Vrerick Horm

ens/ (*) en Heyndrick Claesz. De met een

asterisk (*) gem erkte personen hadden een

eigen huis. Vt erick Hermensz kreeg een aparte

aantekening. Zijn huis was staende opler Vechten

op een aengewonne stuxken uterlants', het

stond dus op een stukje voorland aan de

Vechtzijde.

We tellen in totaal achttien m anspersonen,

achttien Ghebtinren van Mijnden. De grond die

door hen gehuurd werd was eigendom van

verschillende personen en instellingen. We lezen

niet alleen de nam en van rijke edelen zoals

de jonkvrouwe van Nyenrode en de ambachtsheer

Anthonis van Amstel van Mynden,

m aar ook die van verschillende burgers, o.a.

te Naarden en Utrecht. Het grootste gedeelte

was in eigendom bij kerkelijke instellingen zo-

74 TVE 15e jrg. 1997


Afb. 6. Watermolen te Mijnden.

W ÏBÉ1

L

* ^:v.

als de Wicarius Sinte Peelers tUtrecht, de vicarij

Sinte Sebastiaens altaar tot Poenen, Sint Lysbeth

Gasthuys, Sint Gheertruwen kerck binnen Utrecht,

vand Domkerck tUtrecht, van Onsen Vrouwe altaar

tot Vrelant, van ’t clooster genaemt Sonnenberch,

van ’l Capittel binnen Vuytrecht, van het Baghyn

hof binnen Utrecht, van die kerck tot I wonen, etc.

H et was nauwelijks de m oeite waard om voor

deze kleine gem eenschap een aparte schout

en secretaris aan te stellen, alhoew el de am ­

bachtsheer het recht had deze te benoem en.

D aarom bepaalde hij dat de schout en de secretaris

van de heide L oosdrechten ook m oesten

d ien en in M ijnden. De schout w erd bij hel

rech tsp rek en geassisteerd d o o r M ijndense

schepenen. Terwijl een schepenbank vaak tot

zeven leden telde, waren e r in M ijnden slechts

drie. U it de M ijndense bew oners w erden ja a r­

lijks drie h eem rad en gekozen die gem achtigd

w aren de dijken en w atergangen te schouw en.

Deze drie w erden tevens beëdigd als schepen.

Deze dubbelfuncties kadden sinds 1567 de

goedkeuring van h et H o f van H olland. De reden

ervan lag in h et lage inw onertal: er waren

nog m aar elf volwassen m an n en w aaronder

vier broers. Eén van die elf was ook buurm eester.

Een volledige schepenbank vond de am ­

bachtsheer in M ijnden m aar overbodig. H et

w aren tenslotte m aar schamel Luiden, die dagelijks

hun, brood moesten gaan winnen, en derhalven

op de Rechtdagen niet konden passen.'

M ijnden heeft in 1573 veel geleden van

krijgsvolk dat tijdens de tachtigjarige oorlog

langs de Vecht trok. De V echtdijken w erden

streng bew aakt d o o r tro ep en van D on Frederik.

De S panjaarden bij H aarlem w erden nam

elijk langs de Vecht van m unitie en eten

voorzien. Toen de G euzen uit G orkum trachtten

zich van de V echt m eester te m aken om

h aar af te dam m en werd h en dat d o o r Spaanse

ruiters uit U trecht b elet.19G een w onder dat

er van de huizen w einig overbleef. W agenaar

sch reef dat in de oudste verpondingslijsten

m elding w erd gem aakt van slechts drie huizen

te M ijnden. De lijsten van 1494 en 1514 w aren

hem kennelijk o n bekend; hij bed o eld e waarschijnlijk

de lijsten uit h e tja a r 16327"

Wederopbouw

De weg d o o r M ijnden was lange tijd n iet m eer

dan een karrespoor. In 1600 w erd een jaag p ad

(h e t Sandt-padt) aangelegd. D at liep van

U trech t to t N ieuwersluis aan de oostzijde van

de Vecht. In 1628 w erd h e t doorgetrokken tot

aan de H inderdam . D oor voorbijtrekkende

tro ep en w erd h et zodanig beschadigd dat in

1638 w erd gesproken over de aanleg van een

nieuw e weg aldaar.21 M et onze m o d ern e o p ­

vattingen zijn we dan geneigd te den k en aan

het bestraten m et klinkers er was ech te r hooguit

sprake van d at het pad van een nieuwe

zand- o f kleilaag w erd voorzien. De gewone

rijweg van A m sterdam n aar U trech t liep aan

de w estkant van de Vecht. Deze Herenwagenweg

was een kleiweg. G ed u ren d e de zom er verkoos

m en de kleiweg m aar bij n at w eer en in

de w inter was h e t zandpad b eter begaanbaar.19

TVE 15e jrg. 1997 75


fri'IDc-rl. [A^Oc ■'-'(Vw w 4 i rn, w t-C tU ^ ri^j

(P dh.

w e» / c , . ^

t}Yl. iu P Z ts ^ , a* *Xa CsrtêZ^r. L’U-v*njJ p j^ n1

A .14 S t& A Z C i> l~ \4 * r—> a ^ w . ' S t - r f i .........

T

svlj-t-r .

!z u p>

f

L

IS

£

( J b lc k ii

*jA. c£.+- a l ihrac-*s i* in5*ï , i n w S ^ j ^ a (.Vi eiekv*.

U-cV-v- V

n -c o -irC t^ , 1n m ^ q t~ y C e ^a S ro u , c L e ^ ^ i

s*4.!A.ht-< r~i>^ < ^ ' ~

J & £ t ~ r

rzi

\*J7*&>*^ê {'•* ■^1^ h i t

■L It i cLc .

Ajh. 7. Tekening kauri van de sluis te Mijnden en omgeving, ca 1700.

fa

^cjc-Tkrra, ^rp#,t #y."X »,

_y.:

In de zeventiende eeuw - de ‘Gouden

eeuw’ - kwam er verandering in de bewoning

van Mijnden. Steeds m eer rijke kooplui hadden

de Vechtstreek uitgekozen om aan de

boorden van de rivier te kunnen wonen. Zo

werd rond 1630 bij de schutsluis van de Weer,

de scheiding van de provincies Holland en

Utrecht, ’t Huys te Weereslein gebouwd.-2 Dit

buiten werd in 1672/’73 volledig verwoest en

pas rond 1700 herbouwd. H et lag op een buitengewoon

strategisch punt. Vanuit het huis

was de Vecht in beide richtingen ruim drie kilom

eter te overzien. H et kwam in de belangstelling

toen in 1760 achter het huis een zware

natuurstenen doodskist werd ontdekt, waarin

behalve resten van beenderen ook delen van

een mijter en een bisschopsstaf werden aangetroffen.

Met enige zekerheid kon worden vastgesteld

dat deze kist uit het m idden van de

twaalfde eeuw stamde. H ieruit blijkt hoe oud

de bewoning in Mijnden was.

Een eeuw later vinden we m eerdere buitens

aan de Mijndense kant: Dover Slicht, Lixboa

(een fraai buiten, in 1730 gebouwd door Jacob

Balde). Angola (later genaam d Gelder Rust

en bewoond door de excentrieke Gustaaf

Adolf Pechlin), Veenvegt, Sluis-Nae (in de zeventiende

eeuw een zeer groot buiten, later

Hunthum genaamd, naar de eigenaar P. Hunthum.

Het is rond 1850 afgebroken.) en Schans

Sight. Al deze ‘Lustplaatsen’ lagen in het gebied

tussen de Weersluis en Nieuwersluis. Ook

was er een groep huisjes, De Warme Hand, gebouwd

in de tijd dat er langs de Vecht gejaagd

werd en waar de jagers, die m et hun paarden

de trekschuiten verplaatsten, konden uitrusten

en zich verwarmen.

76 TVE 15e jrg. 1997


3E t

# 4;

« i b f ;.d w .'4 .'

m m l i l S i l l

p-im ,p

?11PI

ipi® mmn

5$ï'

I M t .

Afb.


Gemeente Loosdrecht.

Wijk A No. 99 en 30.

BULAGE VI.

L a a g s t e v e r d i e p i n g .

Hoogte in verhouding tot een persoon, lang M. 1.74.

Afb. 9. Tekening van een man in huisje le Mijnden uit

het Rapport over de woningonderzoek, 1903.

k erktoren van L oenen d o o r de bliksem w erd

getroffen, m oesten ook de ingezetenen van

M ijnden h u n steentje bijdragen aan h e t h e r­

stel daarvan.25 Deze lasten kw am en bovenop

h u n verplichtingen ten aanzien van de bekostiging

van herstelw erkzaam heden aan de sluis

en de b ru g over de uitw atering. V erplichte

betalingen die zwaar op de bew oners drukten.

Veel b u urspraken zijn er g eh o u d en om de

am bachtsheer te bew egen de kosten daarvan

op zich te nem en wegens h e t gevaar van d o o r­

braak en in u n d atie van Loosdrecht.® D at gevaar

w erd w erkelijkheid in 1747 bij d e d o o r­

braak van de Lekdijk. O m M ijnden te bescherm

en m oest e r een kade aangelegd word

en tegen deze overstrom ing.27

B elastinginners, de gaarders, hielden goed

zicht op de financiële han d el en w andel van

de bevolking. Toen in 1732 de w oningen geteld

w aren bleek d at er, van de tw intig w oningen

die op d at m o m en t te M ijnden stonden,

vier bew oond w erden d o o r perso n en die een

beh o o rlijk verm ogen h a d d e n . D at w aren:

Dirk B ruynenburg, ren ten ier; A braham H a­

g endoorn , bouw m an; G ijsbert van G ogh, koehouder,

en M eijer A artse M eijers, koehouder.

Zij w erden dan ook in de hoogste belastingschaal

in g edeeld.28

Pruisen te Mijnden

Na de strijd tegen Spanjaarden en Fransen

volgde in 1787 een burgeroorlog, waarbij

prinsgezinden en p atriotten elkaar h et leven

m oeilijk m aakten. De Staten van H olland besloten

tot h et in staat van verdediging b ren ­

gen van de U trechtse linie. Deze liep van Gorkum

, via V ianen en Vreeswijk, n aar U trech t en

langs de V echt n aar de Zuiderzee. H et patriotse

leger verschanste zich te N ieuwersluis. De

Pruisen vielen m et drie divisies op 13 septem ­

b er 1787 ons land b innen. Via A m ersfoort

w erden h et fo rt H inderdam en de schans bij

U itcrm eer ingenom en. Zij p ro b eerd en ook

via L oosdrecht en T ienhoven n aar N ieuw ersluis

te kom en m aar vonden de M ijndense

p o ld er g eïn u n d eerd . Toen p ro b eerd en zij via

O ud-L oosdrecht de schans bij N ieuwersluis te

bereiken. De p atrio tten , die naast de schans

ook de M ijndense sluis h ad d en bezet en de

bru g h adden afgebroken, h adden deze post

verlaten en zich op de schans teruggetrokken

m et achterlating van drie k an o n n en . Von

K alkreuth, die h et com m ando voerde over de

Pruisen, had inm iddels van een aantal deserteurs

g eh o o rd dat de schans voornam elijk bezet

w erd g eh o u d en d o o r g eh u u rd e troepen

en burgers, die bij aanvang van een gevecht

de w apens wel zouden neerleggen. Hij zond

een officier m et tro m p etter n aar het fort m et

de m ededeling aan de co m m an d an t zich over

te geven. V oldeed deze daaraan, dan zouden

de tro ep en vrij m ogen vertrekken. De com ­

m an d an t w eigerde hiero p in te gaan, m aar

d o o r de om singeling van h et fort bleek er een

groot gebrek aan levensm iddelen te ontstaan.

H ierd o o r m oest hij hij op 21 septem ber, toen

hij nogm aals gesom m eerd w erd zich over te

geven, toch voldoen aan die eis. De patriotten

trokken m et m ilitaire eer u it h et fort. M et

twee kan o n n en , w apens en vaandels voorop,

vertrokken zij n aar een buitenplaats in de om ­

geving w aar zij de w apens neerleg d en en waar

vandaan als krijgsgevangenen w erden overgebracht

naar U trecht. De Pruisen - 260 soldaten

- konden op deze m an ier 761 m an uit de

schans gevangen nem en. De oorlogsbuit bestond

uit vijftig kan o n n en , een aantal Coeh

o o rn m o rd eren , gew eren, m unitie, vaandels,

enzovoort. Een prinsgezinde com m andant,

luitenant-kolonel De H artog, werd de nieuw e

78 TVE 15e jrg. 1997


iSÉiaBS

■ n g

■ : « s m

safsp-Si

B S K »

■ S & s

B 1 P 1 S É SM*

m iÊ L ,_ ;.J

PSAx

ia

r a

i S i l E S

S ^ S i^ h a

Afb. 10. Gewassen tekening Mijnderse sluis door L.I’. Serrurier, 1729.

sastoezichthouder

op het fort. Oranjevlaggen

konden weer van de torens w apperen.'' De

Pruisen, eerst bondgenoten, bleken een plaag

voor de omgeving. Zij bleven acht jaar heer en

meester in Nieuwersluis.

Arm oe troef!

In 1795 werd de schans door Daendels, namens

de Bataafse republiek, weer in bezit genomen.

In Loosdrecht nam schout Blanke de

leiding om Loosdrecht te verlossen van de tirannie

van Oranje. Ook in Mijnden werd het

bestuur vernieuwd. In die tijd (1798) woonden

er negentig mensen in Mijnden, grotendeels

arm e boeren of arbeiders. Dit is vele jaren

zo gebleven. De arm oede blijkt ook uit de

administratie van Steun aan armen, in het leven

geroepen door een testamentaire bepaling

van mevrouw Elias onder andere ten behoeve

van de arm en te M ijnden.3"

In 181(1 verloor Mijnden zijn zelfstandigheid.

Samen m et Muijeveld, Oud-Over en

Oud- en Nieuw-Loosdrecht werd het één gemeente:

Loosdrecht. Mijnden werd ingedeeld

als Wijk A van de gem eente Loosdrecht. Het

aantal inwoners bleef stijgen. In 1870 waren

dat er 198 en twintig jaar later 529! Dit had temaken

met de werkgelegenheid in de glasfabriek

te Oud-( )ver en m et de leerlingen van de

al eerder genoem de Pupillenschool. H et is dus

een vertekend beeld. Nog steeds was er bittere

armoede. Vanwege de in 1901 in werking getreden

Woningwet bracht de commissie van

woningonderzoek in 1903 een bezoek aan

Mijnden om de daar heersende slechte woonom

standigheden in ogenschouw te nem en.

Het grootste deel van de 206 zielen werd door

hen gekwalificeerd als arme lieden. F.r was in al

die jaren dus niet veel veranderd. Men telde

veertig woningen waarvan er drieëntwintig van

hout waren. Dat hield verband m et de ligging

binnen de verboden kring van het fort Nieuwersluis.

O p veel van die woningen stond het

m erkteken {01080) wat betekende dat deze in

oorlogstijd moesten worden afgebroken.

De commissie constateerde dat, doordat de

Vecht m eerdere malen per jaar buiten zijn

oevers trad en de woningen dan onderliepen,

de houten beerputdeksels om hoog kwamen

en de inhoud daarvan zich overal verspreidde.

Aangezien het ongezuiverde Vechtwater

door de bewoners gedronken werd was het

niet verwonderlijk dat er veel mensen m et typhus

werden besmet en de sterfte hoog was.

Veel huizen waren éénkam erwoningen met

een lage zoldering. Kr was er zelfs een waarvan

het plafond op 1,57 m lag bij een oppervlakte

van 20 m l In die woning leefde een gezin:

man, vrouw en twee kleine kinderen.31

Wie waren de m ensen die daar aan het be-

TVE 15e jrg. 1997 79


gin van deze eeuw woonden? Daarvoor hebben

we tot onze beschikking een kiezerslijst

van de gem eente Loosdrecht uit 1915. “ Hierin

staan alle kiesgerechtigde m annen met hun

geboortejaar en huisnum mer. In Mijnden waren

op dat m om ent 61 huisnum mers. Van de

inwoners waren er maar weinig die in Loosdrecht

geboren waren. De meesten waren afkomstig

uit Breukelen, Loenen, Loenersloot

of elders. Mijnden was ook weinig ‘Loosdrechts’.

Dat zal één van de redenen geweest

zijn dat het in 1952 is overgegaan naar de gem

eente Loenen. Op 1 januari 1989 werd Mijnden

echter alweer bij Loosdrecht gevoegd. De

beide oude rechtsgebieden zijn thans weer bij

elkaar.

N oten

ARA Algemeen Rijks Archief te Den Haag

GAA Gemeente Archief Amsterdam

SAGV Streekarchief voor het Gooi en de Vechtstreek te

Hilversum

HKL Archief van de I listorische Kl ing Loosdrecht

RAU Rijks Archief in Utrecht.

1. J. Wagenaar, Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden,

dl. 8, p. 47-53 (Amsterdam, 1750).

2. L. van Ollefen, De Nederlandsche Stad- en Dorpsbeschrijver,

deel III ( 1795).

3. W.A. Rijksvrijheer van Spaen, Historie der heren van Arnstel,

van IJselstein en van Mijnden, Den Haag, 1807, [>.171,

noemt ca. 100 lenen.

4. W. Voogsgeerd, Een akte uit denjare 1317, waarin Wouter

van M ijnden voor zich en zijn nakomelingen trouw belooft

aan den G raaf van Holland, in Niftarlake, jrg. 1917, pp.

23 - 29.

5. J.G.N. Renaud, Varaties op het thema kasteel, bibbliotheek

ROB, Amersfoort.

6. ARA, Den Haag, 3e Afdeling, coll. 1902, stuk nr. 30.

7. Nieuxve kaert van Loenen, getekend door C.C. van

Bloemswaerdt en opgedragen aan Jacob Balde, Heer

van Loenen en Nieuwersluis. Uitgegeven door J. Covens

en C. Mortier te Amsterdam (begin 18' eeuw).

8. Archief kasteel-museum Sypesteyn, C. Cooten van

Blomswaard, Historische aanteekeningen, 1737..

9. A.J. van der Aa, Aardrijkskundig xuoordenboek, (Gorinchem,

1846).

10. J.G.N. Renaud, Nieuwbulletin K.N.O.B. 64, 1965, all. 7,

р. 82, en J.G.N. Renaud, De Openbare Les, 1966, (Amersfoort,

1966).

11. S. van der Linde, 1000Jaar dorpsleven aan de Vecht, (Loenen

aan de Vecht, 1954).

12. RAU, Archief heerlijkheid Kronenburg, inv. nr. 3.

13. ARA, Den Haag, Archief Staten van Holland 1445-1572,

Administratie van de 10' penning, inv. nr. 701.

14. HKL, W. Voogsgeerd, Geschiedenis van Loosdrecht, manuscript

1928.

15. SAGV, archieven gemeente Loosdrecht, 1592-1945, inv.

nr. 51, fol. 351'", d.d. 29.5.1712.

16. RAU, Regesten Kapittel St. Pieter, inv. nr. 2704.

17. R. Fruin, Enqueste ende informacie upt stuck van der reductie

ende reformatie x>an den schiltaelen, voertyts getaxeert ende geslelt

gexueest over de landen van H olland ende Vriesland. Gedaen

in denjaere MCCCGXCIIII, Maatschappij der Nederlandsche

Letterkunde, Leiden, 1876 en Informacie up

den staet faculteyt ende gelegentheyt van de steden ende dorpen

van Hollanl ende Vriesland om daernae te reguleren de nyeuwe

schiltaele, gedaen in den jaere MDXTV, Maatschappij der

Nederlandsche Letterkunde, (Leiden, 1866).

18. ARA, Archief Staten van Holland 1445-1572, Adm inistratie

van de 10' penning, inv. nr. 701.

19. Isaac le Long, Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Outheden,

(Amsterdam, 1732).

20. ARA, Archief Financiën van Holland, Lyst o f 't Quohier

der Verpondinge van alle de Huysen en Landeryen, mitsgaders

de verdere onroerende Goederen, van geheel Hollandt en Westxrrieslandt,

sedert het redres Generaal van den Jaare 1632, inv.

nrs 463, 466, 467, 586.

21. GAA, PA 76 (De Graeff), Appendices III, nr. 665, missive

van Mr. Ploos van Amstel uit Utrecht gericht aan Symen

van der Does te Mijnden d.d. 28.4.1638.

22. E. Munnig Schmidt en A.J.A.M. Lisman, Plaatsen aan de

Vechten deAngstel, (Alphen aan den Rijn, 1985) p.8.

23. Beknopte beschryving der Provincie U TRECH T, (Utrecht,

1799)

24. RAU, oud rechterlijk archief Loosdrecht, inv. nr. 1201.

25. RAU, Archief Mijnden, inv. nr. 221.

26. HKL, collectie Voogsgeerd, inv. nrs, 69, 254 en 259

27. RAU, Archief Mijnden, inv. nr. 215.

28. ARA, Den Haag, Kohier van het redres der verpondingen op

de huizen van 1732, Archief Financiën van Holland, inv.

nr. 502.

29. E. van Beusekom, De innam e van het Port Nieuxversluis, in

jaarboekje Niftarlake, 1940, p. 1-6.

30. RAU, archief Mijnden, inv. nr. 114, administratie Steun

aan armen, 1873-1888.

31. HKL, Rapport over het xvoningonderzoek in de gemeente Loosdrecht.

Uitgebracht door de gezondheidscommissie voor Loenen,

с. a. (Utrecht, 1903).

32. HKL, Kiezerslijst met suppletoire lijsten voor de gemeente Loosdrecht.

1914-1915, 1915-1916, 1916-1917 en 1917-1918.

80 TVE 15ejrg. 1997


x;

(huie

tes®»* ...........

mr.r,

■ (lx S n j|;.* ;

S I M

fHÉÉ i& a-* J

7//W tvui-\tfil\

«

#

i

S

a

*

H B 3BI

K * a

i^fp:

•. . j a K a »

(k&lAtód

- w

' r-

wmmm

mm»

8^& ag?

w

a s i

-ftfilui

raid

'"■ïï'é&ët

f,

L 'f/-' •“# v

#r''~ ■,

v\ p

r r e a r

Muidev^Jkl

e v ,y - / i .1 &‘l

4 e n t d

t e r i> *

«^4 1 ? L

**$*«4 ^ec. . - Sa^" -. v

f

• ^ 'n t/^ s o h a /i.

JJ reu

,4® «

:iT£È

- 1 M

.Irlrtrcat'

rh '

fctixw» nrsevÓk

■ ^ M l l ®

*&*&*&, re. 44^^*'

&**#*'lijke 4. W j'

p p ^ j % k ^ ; d j

/

| M *:

■: ■

f f 'W e.yiS H

. M*» 'U..

.....: :

M .ïju -to n sd jj

t ï . *'■ •:

Detail Topografische kaart, uitgave 1924.

TVE 15c jrg. 1997 81


P lannen tot h et inpolderen van de

Oostelijke Vechtplassen

a.a. Manten

Inleiding

Als brede kringen in het verleden hun zin

hadden gekregen, zouden de tegenwoordig

bij zo velen populaire Oostelijke Vechtplassen

er nu niet m eer zijn geweest. Daarover wil ik u

het een en ander vertellen.

Als achtergrondinform atie geef ik u eerst

een heel beknopte samenvatting van de voorgeschiedenis.

Oorspronkelijk lag er ten oosten van de

Vecht een groot, vooral uit veenmos opgebouwd

moerasgebied. In de loop van de 12de

tot 15de eeuw werd dat natuurgebied in fasen

door de mens omgezet in landbouwgrond.

Aanvankelijk werd die jonge cultuurgrond

hoofdzakelijk benut voor akkerbouw. Door inklinken

en oxydatie van de bodem en een bescheiden

turfwinning daalde echter langzaam

m aar zeker het landoppervlak. D aardoor

moest noodgedwongen in sterke mate op veeteelt

worden overgegaan. Ook de weilanden

hielden echter geen stand. Geleidelijk verschoof

de econom ische betekenis van de

grond steeds m eer naar de turfw inning.

Schuiten die tu rf uit Breukeleveen of Tienhoven

naar de stad U trecht brachten en turfschuiten

die uit Loosdrecht naar Amsterdam

voeren, brachten op hun terugreis vaak stadsvuil

mee, dat als “vulling” en meststof op de

landbouwgronden werd gebracht. (Daardoor

vinden we op allerlei plaatsen zoveel oude pijpekoppen

en -stelen.)

Toen m en in de 17de-19de eeuw land ten

behoeve van de turfwinning tot onder de waterspiegel

wegbaggerde, waardoor uiteindelijk

de Oostelijke Vechtplassen ontstonden,

was het nooit de bedoeling dat die plassen

een blijvend elem ent in het landschap zouden

worden. Daarvan getuigen onder m eer de

consignatiefondsen, die op last van de overheid

door de ontgronders w erden opgebouwd.

Deze geldm iddelen, die werden belegd

in het Grootboek der Nationale Schuld,

waren bedoeld voor de bekostiging van later

in een veenderij noodzakelijk geachte waterstaatswerken,

inbegrepen bem aling en drooglegging.

Dat deze fondsen uiteindelijk verre

van toereikend zouden blijken te zijn, doet

aan de intentie niet af.

In 1790 bepaalden de Staten van U trecht

dat voor nieuwe verveningen pas een vergunning

gegeven zou worden nadat er een uitgewerkt

en goedgekeurd plan lag voor de latere

bedijking en droogmaking. Men wilde verder

blijvend landverlies voorkomen. In 184S werd

de plicht tot bedijking ook ingevoerd voor de

reeds ingestoken polders die nog voor drooglegging

vatbaar waren.

In dit verhaal wil ik nader ingaan op de

plannen om uit het Oostelijk Vechtplassengebied

ook m etterdaad agrarisch land terug te

winnen.

O penluchtrecreatie speelde tot een eindje

in de 20ste eeuw geen rol . Spelevaren deed

men op de plassen en trekgaten niet. Baden

in de openlucht begon in de 19de eeuw aan

de zeekusten en toen vooral om dat het heilzaam

heette te zijn voor talloze kwalen, niet

zozeer voor ontspanning.

Eerste plan tot het droogleggen van de

L oenderveense Plas

H et oudste mij bekende plan tot landaanwinning

in een van de Oostelijke Vechtplassen dateert

al uit 1800. In datjaar nam en twee inwoners

van Loosdrecht het initiatief tot het

droogleggen van de polder Loenderveen.

Daaraan voorafgaande zou dan eerst nog een

verdere ontvetting van dat gebied moeten

plaatsvinden. Vermoedelijk was dit laatste, ten

behoeve van de turfwinning, een belangrijker

motief achter het voorstel dan de voorgestelde

drooglegging. De gem eentebestuurders

van Loosdrecht vonden het plan belangrijk

genoeg om er een extra vergadering voor te

82 TVE 15e jrg. 1997


eleggen.' Die vond op 1 decem ber 1800 in

het R echthuis plaats.

In deze vergadering deeld en de initiatiefnem

ers m ee d at hun plan al de goedkeuring had

verkregen van de weduwe van M r Zacharias

Alewijn. Dat was Sara M aria van de Poll, die

toen nagenoeg alle taken w aarnam van de

toenm alige am b achtsh eer van L oosdrecht,

h aar n c e fja c o b Alewijn.

Na dit eerste succes w erd toen aan de gem

eenteb estuurders gevraagd eveneens h u n

instem m ing m et h et plan te betuigen en daarna

de belan g h ebben d en bij h e t L oenderveen

in vergadering bijeen te roepen. Die instem ­

m ing en m edew erking kregen ze, m et uitzondering

van die van Jacob de Vries; deze laatste

was van m en in g dat h et h ier veel m eer ging

om een zaak die h et p o ld erb estu u r zou m oeten

b ehandelen.

Dit initiatief uit 1800 leidde uiteindelijk toch

niet tol het beoogde doel. Vooral de elkaar

snel o p v olgende politieke ontw ikkelingen

speelden daarbij een belangrijke rol.

Plan tot drooglegging van de Tienhovense

en M aarsseveense Plassen

H et d u u rd e to t kort na 1850 voordat in de

veenderijen nieuw e plan n en voor h et terugw

innen van landbouw grond aan de o rd e kwam

en.

De eerste w aarvoor een concessie w erd verleend

- hoew el d at niet de eerste was waarvoor

een concessie w erd aangevraagd - b etro f

de “D roogm akerij van T ienhoven en Maarsseveen”.

O n d e r de initiatiefnem ers tot het

plan voor de droogm aking van de T ienhovense

en M aarsseveense Plassen bevonden zich

Jhr M r J. H uvdccoper van M aarsseveen, b u r­

gem eester van M aarssen, en Jacob Bastert, lid

van de Tweede Kamer. Zij vorm den een com ­

missie, die op 31 oktober 1855 te T ienhoven

in een vergadering van gro n d eig en aren en

h ouders van w aterbrieven een ontw erp to o i­

de droogm aking ter tafel bracht. H et plan betrof

een gebied van 315 hectare o n d e r T ienhoven

en 225 hectare o n d e r M aarsseveen.

I Iet initiatief verw ierf b red e steun.

De koninklijke goedkeuring op dit plan

w erd aangevraagd en bij besluit van 22 januari

1858 verleend aan de V ereeniging tot D rooglegging

d e r T ienhovensche en M aarsseveensclte

Plassen, o n d e r voorzitterschap van de

h e e r 1 Iuvdecoper van M aarsseveen.

D e Staatscom m issie Conrad

In 1853 - dus enkele jaren e erd er - w erd al

een concessie aangevraagd om de H orsterm

eer en de K ortenhoelse Plas droog te m a­

ken. D at verzoek verried een zekere gretigheid,

w ant op d at m o m en t w aren d aar de laatste

te vervenen akkers nog niet eens weggebaggerd.

Deze concessie werd ech ter geweigerd,

om dat die plassen deel uitm aakten van

de Nieuwe H ollandse W aterlinie en de overheid

h e t nationale belang van een goede defensie

een hogere p rioriteit gaf.

Toch bleef m en blijkbaar van diverse an d ere

zijden d ran g u ito efen en ten gunste van inpolderingen.

Dat leidde in 1858 tot h et besluit,

dat een Staatscom m issie de m ogelijkheden

van droogm aking van het hele plassengebied

m aar eens m oest bestuderen, m et in ach tn e­

m ing evenwel van de m ilitaire belangen.

Bij besluit van de koning van 1 ju n i 1858

w erd daaro p een com m issie o n d e r voorzitterschap

van Ir F.W. C onrad ingesteld. In 1860

bracht ze h aar verslag uit.

D at rapport begon m et de constatering dat

reeds m eerm alen, en sedert ja re n , de droogm

aking van de plassen ten oosten van de

V echt tet sprake was gekom en. M aar iedere

keer was ook vastgesteld dat het h ier niet om

een gew oon geval van droogm aking kon gaan,

om d at de streek deel uitm aakte van een inundatic-linie

in het kader van de landsverdediging,

de Nieuwe H ollandse W aterlinie. De

voorw aarden, gericht op h et b eh o u d van die

verdedigingslinie, m aakten de prijs p e r b u n ­

d e r van in g e p o ld e rd p lassengebied extra

hoog. D aaraan schreef de Com m issie h et totdat

m et uitzondering van de bij Koninklijk Besluit

geconcessioneerde droogm akerij van de

T ienhovense en M aarsseveense Plas tot dan

toe geen enkel deel van deze zo uitgebreide

watervlakte voor agrarisch gebruik was teruggew

onnen.

De Com m issie C onrad stelde ook vast, dat

het hele gebied tussen de T ienhovense en

TVE 15e jrg. 1997 83


’s-Gravelandse Vaart en de V echt d o o r een

d o o rgaande dijk verdeeld was in een oostelijk

en westelijk gebied. M en doelde h ier op de

B reukeleveense H erenw eg, de (thans verdwenen)

Schinkeldijk (tussen de D erde en Tweede

L oosdrechtse Plas), de V eendijk en H orndijk

(L oosdrecht) en h et M oleneind (Kortenh

o e f). W aterstaatkundig sto n d en de gebieden

aan w eerszijden van d e /e landverbinding zodanig

m et elkaar in verbinding dat de oostelijke

delen m et dezelfde w aterw erktuigen bem a­

len w erden als de westelijke. De w aterbeheersing

zou na inpold erin g echte r best zo geregeld

k u n n en w orden d at bij in u n d atie van de

linie in tijden van oorlogsgevaar de westelijke

delen niet en de oostelijke wel o n d e r w ater

zouden kom en te staan. D at betek ende dat na

in p oldering de Vijfde, V ierde en D erde Plas,

de L oenderveense Plas en de W ijde Blik niet

langer deel zouden uitm aken van de Nieuwe

H ollandse W aterlinie. D aarentegen zouden

de B reukeleveense Plas, de Tweede en Eerste

Plas, de V untus en H et H ol na eventuele

drooglegging zonodig, in geval van oorlogsgevaar,

w eer snel g e ïn u n d eerd m oeten k unnen

w orden.

Als h e t gehele gebied zou w orden drooggem

aakt, zouden 5170 h ectaren land k unnen

w orden gew onnen. H oewel de C om m issie

niet m et zekerheid kon voorspellen, d at de

polders u it vruchtbare g ro n d zouden bestaan,

achtte m en d at wel w aarschijnlijk. Daarbij

w erd er ook op gewezen d at “de in de diepte

d e r plassen verzam elde slibbe opgebaggerd

en n aar elders vervoerd w ordt, om als bem esting

te d ie n e n ”.

De Com m issie kwam tot de conclusie dat

h e t voor h et Rijk en de provincies N oord-H olland

en U trech t wenselijk zou zijn de plassen

ten oosten van de V echt in v ruchtdragend

land te herscheppen. D aardoor zou tevens

een eind gem aakt w orden aan de “aanzienlijke

verliezen, w aaraan de kanker van d en af1

slag de om liggende streek b lo o tstelt”. De

droogm aking zou zeer wel te verenigen zijn

m et de “algem eene R ijksbelangen van defensie

en m et de plaatselijke belangen d e r streek,

w aarin zij gelegen is”. M aar zo n d er geldelijke

hulp van de Staat zou h e t plan niet uitvoerb

aar zijn, zodat “o f aan bijzondere o n d ern e­

m ers hoogst aanzienlijke subsidiën zullen

m oeten verstrekt w orden, o f wel, d at de Staat

zelf tot de droogm aking zal d ien en over te

g aan”. H et rapport d ro n g er tenslotte op aan

dat de regering m et spoed duidelijk zou m a­

ken aan welke eisen van lan d sb elan g de

droogm aking zou m oeten voldoen, zodat belangstellende

o n d e rn e m e rs k o n d en w eten

waar ze aan toe waren.

B éthunepolder een tegenvaller

M et h et droogleggen van de gecom bineerde

Tienhovense-M aarsseveense Plassen zat het

intussen niet m ee. R ond h et gebied w erd een

ringdijk gelegd. Een stoom gem aal w erd geplaatst

en van dat stoom gem aal n aar de V echt

w erd een ontsluitingsw eg aangelegd, de Machinekade,

m et daarnaast een afw ateringskanaal

voor h et opgep o m p te polderw ater. Toen

deze infrastru ctu rele w erken w aren uitgevoerd,

kon h e t leegm alen aanvangen. D aarm

ee begon de ellende: m en had niet gerekend

m et h et o p tred en van kwelwater, afkom ­

stig van h et Gooi. H et kwelwater kon in deze

pold er o m hoog kom en, d o o rd at in dit gebied

geen w aterw erende kleilaag boven de zandond

erg ro n d aanw ezig is. De capaciteit van de

geïnstalleerde pom p en bleek te gering om de

kwel de baas te kunnen; ze k o nden h et w ater

m aar to t op een zekere diepte verw ijderen; de

plas kwam n iet leeg! Een decen n iu m latei

kochten M.A. M arquis de B éthune en G raaf

d ’E nnetières, beiden uit Brussel, de concessie.

Nieuwe m achines w erden gebouw d. Beide

concessionarissen staken voor die tijd reusachtige

som m en geld in de o n d ern em in g en

w erden ook nog eens gesteund d o o r forse

subsidies van provincie en Rijk. In 1880 kwam

h e t inm iddels tot B éth u n ep o ld er h ern o em d e

plassengebied eindelijk droog.

H et resultaat viel tegen. De agrarische kwaliteit

van de p o ld erg ro n d was m in d er dan gedach

t en de bem alingskosten vanwege de

v o o rtd u ren d e kwel d ru k ten zwaar op de exploitatie.

D iezelfde kwel m aakte ech ter dat in

enkele d u izenden h ectaren land grenzend

aan de B éth u n ep o ld er de w aterstand daalde,

w aardoor d aar voorheen bijna w aardeloze

g ro n d veran d erd e in goede w eilanden o f

veenakkers. Toen in 1896 de bem aling van de

B éthune wegens gebrek aan fondsen dreigde

te w orden stopgezet, kwam de om geving dan

K4 TVE 15e jrg. 1W 7


ook te hulp, eerst m et directe financiële steun

en in 1902 structureel d o o r de oprichting van

het G rootw aterschap B eoosten de Vecht.

G em eentebestuur van Breukelen-

St.Pieters hoopte op inpoldering van de

Breukeleveense Plassen

De gem eente Breukelen-St. Pieters had d o o r

de turfw inning heel wat land in w ater zien veran

d eren . H et gebied van de B reukeleveense

o f Stille Plas. van de Vijfde en V ierde Plas en

grote delen van de Zuidelijke en N oordelijke

K ievilsbuurt w aren zo tot “o n la n d ” gew orden,

oppervlakten, die nauwelijks enig econom isch

ren d em en t m eer afw ierpen. H et gem eentebestuur

h o o p te dat zich ook voor hun territo ir

gegadigden zouden m elden, die bereid waren

tot in p olderingen over te gaan.

Toen de M arquis de B éthune en zijn com ­

pagnon in 1876 bij de provincie U trecht een

subsidie aanvroegen voor de kosten van het

droogleggen van hun concessiegebied, o n d ersteunde

de g em eenteraad ta n Breukelen-St.

Pieters d at verzoek. De overw eging daarbij

was dat het m islukken van de in p oldering van

de Tienhovense- en M aarsseveense plassen de

kansen op een latere, d o o r hun zeer gew enste

drooglegging van de B reukelerveense plassen

zou v erm inderen.-

Verm inderende turfwinning vergrootte de

arm oede

Voor een goed begrip van de historische achtergrond,

w aartegen de h ier b esproken gebeurtenissen

m oeten w orden gezien, is het

goed ook iets te zeggen over de econom ische

ontw ikkelingen in de streek.

Ik noem enkele feiten uit de gem eenteverslagen

van de gem eente L oosdrecht.3

T urfw inning vond k o rt na het m idden van

de 19de eeuw voornam elijk nog in L oenderveen

plaats, in veel m in d ere m ate ook nog

h ier en d aar in O ud-L oosdrecht. De produktie

aan tu rf van de eerste kwaliteitsklasse bedroeg

in h et jaar 1859: 80 000 to n n en , in

1861: 72 000 to nnen, in 1863: 52 000 to n n en

en in 1865: 49 200 to n n en . O n d e r to n n en

m oeten h ier de hij het tu rfm eten gebruikelijke

vaten w orden verstaan. De gem iddelde

prijs p er ton was in 1859: 60 cent, in 1865: 40

cent. In 1859 w aren 31 van elders kom ende

arbeiders in de turfw inning w erkzaam , in

1866 nog Ki, die p er week van ƒ 8 ,- tot ƒ 14,-

verdienden. In het verslag over 1859 w erd opgem

erkt dat de arm oede toenam n aarm ate de

veenderij verm inderde en de arm oedige gezinnen

de gem eente niet verlieten; in de visserij

m aakten de vele vissers de verdiensten sober.

In h et verslag over 1866 m eldde h et gem

een teb estu u r dat ook in L oenderveen de

toestand van de veenderij van ja a r tot jaar verm

inderde. I lel verslag over 1873 verm eldt: "er

w ordt weinig veen m eer gevonden”. De t o e ­

stand is dan ook nog ongunstiger dan in v orige

ja ren.

H et is dus niet zo verw onderlijk dat de veran

tw oordelijke b e stu u rd e rs b elan g stellin g

h adden voor iedere m ogelijke vervangende

bron van econom ische welvaart.

De H orsterm eer drooggelegd

In 1612 verkreeg G erard van R eede, van de

Staten van U trech t octrooy tot bedijking en

droogm aking van de H orsterm eer. Deze eerste

drooglegging w erd een m islukking dooide

a a n h o u d en d e kwel.

In 1880 w erd een concessie voor h et droogleggen

v an de H o rsterm eer gew eigerd. Defensiehelangen

gaven daarbij de doorslag. N ader

onderzoek leerde echte r dat D efensiebelangen

(vooral in verband m et fort Kijkuit) niet

geschaad w erden en dat de H orsterm eer, volgens

het provinciaal bestuur, een w aterschap

was in de zin van de Wet. Dit betek ende dus

dat een concessie niet noodzakelijk was, alleen

provinciale goedkeuring; deze w erd door

g ed ep u teerd e staten grif gegeven, m ede dooide

o n d ersteu n in g van de besturen van de om ­

liggende polders. Deze steun is te verklaren

d o o rd at de eigenaar van de H orsterm eer,

H.G. van d e r H ouven van O o rdt, bereid was

ook de- bem aling van o n d e r m eer de M eeruiterdijkse

p o ld er en de Stichts-Ankeveense pold

er over te nem en. De drooglegging was in

1882 een feit.

In deze nieuwe polder, die in 1895 w erd gereg

lem enteerd kreeg m en eveneens m et kwelp

roblem en te m aken. De overheid m oest bijrvi:

15e j>fg. 1997 85


springen m et renteloze voorschotten voor

m odernisering van de bem aling. De H orsterm

eer kreeg vooral een belangrijke rol als tuinbouw

gebied.

Lobby van ir A.L.H. Obreen

In de persoon van ir A.L.H. O b reen , voorzitter

van h e t b estuur van de H orsterm eerpolder,

kregen de voorstanders van verdere inpold

erin g en vanaf 1907 een warm pleitbezorger.

Zijn vaste uitgangspunt was, d at “de geheele

V echtstreek, eenm aal droog-gem aakt,

zoowel in econom ischen, als in hygiënischen

zin van d en nach t in den dag zou tre d e n ”.

H et w ater van de B éthunepolder, d at op de

V echt w erd uitgeslagen, vorm de een forse extra

belasting voor deze kleine boezem . H et

poldergem aal m oest als gevolg van de sterke

kwel p e r etm aal gem iddeld 100 000 kubieke

m eter w ater uitm alen om die B éth u n ep o ld er

d ro o g te h o u d en , d at was m aar liefst vijftien

m aal de neerslag op de polder.12 De kwelproblem

en w aren h ier dus nog heel wat erger

dan in de N aarderm eerpolder. O m d at bij verd

ere in p olderingen nog m eer polders d an de

B éth u n e op de V echtboezem aangew ezen

zouden zijn, lag een g ro o t probleem in het

verschiet. In een adres, d at O b reen in 1907

aan de K oningin richtte, w erden een b eter

kw antitatief en kw alitatief b e h e e r van h et

V echtw ater en de droogm aking van de plassen

op elkaar betrokken. Bijna d ried u izen d hoofd

en van in de streek gevestigde huishoudens

schaarden zich ach ter dit adres. N adat h et was

ingediend, betuigden ook zeker zeven gem

e e n te ra d e n adhesie, w aaro n d er die van

L oosdrecht en Breukelen-St. Pieters.

H et Vecht- en Plassengebied zelf w enste dus

nog steeds op overtuigende wijze d at er landschappelijk

h e t een en a n d e r zou geb euren.

M aar de anim o buiten h et Vecht- en Plassengebied

zelf was niet erg groot.

H et college van g ed ep u teerd e staten van

U trech t stelde in 1909 voor een nieuw e staatscom

m issie in te stellen.

O b reen d eed al h et m ogelijke om d ru k op

de ketel te houden . Hij w erkte m ee aan de oprichting

van de V ereeniging voor de B elangen

d e r U tre ch tsch e-N o o rd h o llan d sch e V echtstreek.

In de eerste vergadering van deze vereniging,

op 30 januari 1909, gaf hij een m ooi

staaltje van zijn redenaarskunst en red en eertran

t weg. Hij ging er van uit dat “e r over de

droogm aking d e r plassen beoosten de Vecht

een zonderling w anbegrip bestaat”. “M en verbeeldt

zich, dat de plassen, nu zij uitgeveend

zijn, d aar zoo m aar m ogen blijven liggen en

d at m en in het beste geval eens d enken zal

aan hun droogm aking, w anneer er tijd en

geld teveel zijn. . . W elnu, ik aarzel n iet te zeggen,

d at de overheidspersonen die zoo spreken

h u n plicht niet k ennen. . . . De bodem

van het V aderland is heilig. V roegere geslachten

h ebben h u n bloed vergoten om dien bodem

vrij te m aken uit de dw ingelandij van den

vijand, en dan m ogen wij uit lo u ter loom heid

hem n iet ten prooi laten aan h et water.”

O b reen hoopte, dat zijn p lannen nog in 1913,

bij h e t eeuw feest van h et K oninkrijk d e r N e­

d erlan d en , gerealiseerd zouden zijn. “Dan

zullen wij ons k u n n en verblijden, d at in de

tw eede eeuw van ons onafhankelijk volksbestaan

die schandelijke rom m el van poelen en

m oerassen niet m eer zal w orden aanschouw d,

welke thans de V echtstreek onveilig m aakt

voor de gezondheid van m ensch en dier.”

De Staatscommissie van 1911

In 1911 w ord een nieuw e Staatscom m issie ingesteld,

die zich over h et vraagstuk van de inp

oldering van de O ostelijke V echtplassen zou

buigen. Pas in 1920 kwam zij m et een advies

n aar buiten. De conclusies w eken niet w ezenlijk

af van die van de Staatscom m issie C onrad,

60 ja a r eerder. Ze to o n d en aan, d at inpoldering

van de plassen veel geld zou kosten. De

com m issie h ech tte ech ter sterk aan h e t bevorderen

van h et “algem een belang”, w aarvoor

m en die hoge kosten dan m aar over m oest

h ebben. W ant “de m ogelijkheid welke d aard

o o r w ordt gesch ap en om de b etro k k en

streek tot gro o tere w elvaart te b ren g en ” verdien

d e b en u t te w orden. Als een bijkom end

voordeel zagen de com m issieleden "de verm

in d erin g van h e t kwelbezwaar in de H orsterm

eer en de B éth u n e”.

In h e t slot van h aar overw egingen stelde de

commissie: “W anneer de plassen eenm aal zijn

drooggelegd en de aldus verkregen g ronden

in cu ltu u r zijn gebracht, dan zal er - ook in

86 TVE 15ejrg. 1997


aanm erking genom en h et verlies van n atu u r­

schoon en het verlies van een gunstig gelegen

sportgebied - waarschijnlijk n iem and w orden

aangetroffen, die de droogm aking m et dit verlies

en h e t hierboven bed o eld e geldelijke

offer te d u u r gekocht ach t”.'

Ontwikkelingen in Loosdrecht

V oor de voortgang van m ijn verhaal is h et zinvol

nogm aals kort stil te staan bij de ontw ikkelingen

in het gebied in een wat algem ener zin.

Ik p u t d aartoe opnieuw u it de gem eenteverslagen

van Loosdrecht.

In de laatste d ecen n ia van de 19de eeuw

m aakte h e t L oosdrechtse g em eenteb estu u r regelm

atig m elding van de verdere “achteruitgang

d e r turfin d u strie”. Gelijk opgaande d aarm

ee nam de arm oede in de gem eente voortd

u ren d toe. M et betrekking tot de twee in

L oosdrecht aanwezige scheepsw erven w erd bij

h erhaling opgem erkt, dat deze ''ach teru itgaande”

w aren en nog slechts wat werk vonden

in h et herstellen van kleine vaartuigen. In h et

verslag over 1905 lezen we "De veenderij loopt

alhier ten einde. A lleen w ordt nog d o o r eeltige

p ersonen voor eigen gebruik een w einig

tu rf gem aakt”. O ver 1913 w erden nog slechts

35 op- en 35 afgaande vaarbew egingen d o o r de

sluizen van de gem eente geregistreerd.

De Eerste W ereldoorlog brach t ech te r veranderingen.

W elgestelden, die gew oon waren

geweest vakanties te h o u d en in h e t b u iten ­

land, w erden genoodzaakt h u n recreatie binnenslands

te zoeken en o n td ek ten langzam erh

an d ook de m ogelijkheden, die h et plasscngebied

bood. Volgens de gem eentelijke ja a r­

verslagen w erden in 1915 op de scheepsw erven

in L oosdrecht twee “kleine pleziervaartuig

en ” gebouw d, in 1916 w aren dat 10 “luxe

vaartuigen”, in 1917 “20 kleine luxe zeiljachte

n ” en in 1918 eveneens “20 kleine luxe vaartuigen”.

De “toestand d e r behoeftige klasse”

in L oosdrecht w erd in die jaren stationair genoem

d.

Na de oorlog zakte de openluchtrecreatie

als nieuw e m oto r van econom ische groei lijdelijk

in. In 1919 w erden vijf luxe vaartuigen gebouw

d, in 1921 “twee pleziervaartuigen”, in

1924 geen. V anaf 1925 ging h et ech ter w eer in

opgaande lijn. In 1926 w erden vier pleziervaartuigen

afgeleverd en stonden er aan h et

eind van h et jaar ook nog vier op stapel. In

1927 w erden e r zeven afgeleverd en w aren er

bij h et jaareinde negen in aanbouw . Na 1925

zijn er geruim e tijd geen klachten m eer over

to en em en d e arm oede. In 1928 w aren er 1600

vaarbew egingen d o o r de sluizen d e r gem eente,

“m eerendeels pleziervaartuigen”.

Groeiende Amsterdamse behoefte aan

drinkwater uit de plassen

O m streeks 1920 begon in A m sterdam de gedachte

te leven dat b in n en afzienbare tijd de

capaciteit van h et z


M «J*ÖK

«ORTENMOEF

' VVA Jy :

WWDE BUK

1® # .

fa Jj r

LOENEN

10EN06RVEÊNSE

Pt. AS

LOOSE

PLAS

NiEUWERSLUIS

1’

.OOSOR€C*VSf.

NIEUW LOOSOREE

Pi AS

*■■'

/ .r-rsg

TREKÖATEN

ie PIAS

fi’ <

SREukeiERvEENSfc PLAS

(smpUf

- -

TIENHOVI

Waterkaart Loo.sdrecht.se Plassen, ca I960.

sie van 1911 noodzakelijk vond. De gem eente

stuurde een adres aan de Koningin. D aarin w erd

gewezen op de toegenom en w erkloosheid in de

streek, h e t w egspoelen van g ro n d d o o r de watergolf

in de plassen, de hoge onderhoudskosten

aan kaden en w aterkeringen en de verw

achtingen die gewekt w aren d o o r plannen vóór

droogm aking van de (overigens n iet m et nam e

genoem de) Staatscom missie.

B innen zeer korte tijd m aakte h et adres van

K o rten h o ef adhesiebetuigingen los van zeven

andere g em eentebesturen - te w eten die van

A nkeveen, N ed erh o rst d en Berg, s-Graveland,

B reukelen-N ijenrode, B reukelen-St. Pieters,

L oosdrccht en V reeland - en drie p o ld erbesturen

- die van dit Stichts A nkeveense Polder,

de H ollands A nkeveense P older en de

I lorstei m eerpolder.7

K8 7’\ /; 15e j,g. 1997


De m inister van W aterstaat besloot tot het

inw innen van nadere adviezen. Zijn eigen

am b ten aren stelden zich pro-drooglegging

op, ook al zou d at gepaard gaan m et verlies

van viswater en natuurschoon. De m inister

van O orlog liet na twee ja a r bedenktijd w eten

dat droogm aking u it o o g p u n t van deiensie

niet wenselijk was en dat, indien dit toch

noodzakelijk w erd geacht, h et liever zolang

m ogelijk uil te stellen.

Dat uitstel w erd uiteindelijk een definitief

afstel. H et tijdperk w aarin serieus over h et inpolderen

van de O ostelijke V echtplassen gedach

t kon w orden, was verstreken. Wel zou

nog even een plan om plassen te d em pen m et

huisvuil de kop opsteken, m aar ook die d reiging

ging voorbij.' De plassen w erden recreatie-

en natuurg eb ied.

N oten

1. Archieven gemeente Loosdrecht 1592-1945, inv. nr.

195, deel 1. Dag Register of Notulen Boek van de Municipaliteit

Daarin fol. 141v.

2. Archief Gemeente Breukelen-St. Pieters (Gemeentehuis

te Breukelen). Notulen van de vergaderingen van

de gemeenteraad van Breukelen-St. Pieters van 30 oktober

1876 en 27 november 1876.

3. Archieven gemeente Loosdrecht 1592-1945 (Streekarchief,

Hilversum), inv. nr. 271, gemeenteverslagen.

4. Archief Ministerie van Waterstaat 1906-1930 (Algemeen

Rijksarchief, ’s-Gravenhage), inv. nr. 2747 en 2748.

5. A.A. Manten, 1995. Plannen tot het dempen van de

Loenderveense Plas. Vechtkroniek - Uitgave van de

Historische Kring Gemeente Loenen, nr. 4, blz. 3-14.

Literatuur

H. Kosman, Drinken uit de Plas, 1888-1988 - Honderd Jaar

Amsterdamse Piassenwaterleiding. Uitgave Gemeentewaterleidingen,

Amsterdam, 1988.

J.P. de Jeu, De veenpiassen ten oosten van de Vecht: de perikelen

rond de droogmakingsplannen. Scriptie, Universiteit

van Amsterdam, 1984.

E. J. Rinsma, De 100 lentes van de Bethune. Nederlandse

Historiën,jaargang 14 (1980), nr. 4/5, blz. 3-63.

H.W. Lintsen e.a. (Red.), Geschiedenis van de Techniek in

Nederland. De wording van een moderne samenleving

1800-1890. Walburg Pers, 1994.

F. W. Conrad (Voorzitter), Verslag aan Zijne Majesteit den

Koing, uitgebragt door de Commissie tot Onderzoek

omtrent de Droogmaking der Plassen beoosten de

Vecht, ingesteld bij ’s Konings besluit van 1Junij 1858.

’s-Gravenhage, 1860.

m M m

* > •* - 4'

w

‘m È Ê M k

w m $

'tmm

WmÊ,

. - f j

I s t e i

w m ■ m m m

LK.C.flan»

Tekening L.K.C. Prins, Boerderij aan de Loosdrechtse Plas.

TVE lïejrg. 1997 89


JACHTHAVEN

HET A N K E R

de m oo iste ja c h th a v e n v a n L o o s d re c h t

O a ra ge W . Hoveling

Nootweg 36 - 1231 CV Loosdrecht - Tel. 035-5823920

• In en verkoop automobielen nieuw en gebruikt

! • Reparatie alle merken

! • AVIA pompstation handbediend

Kroon's Verfhandel

BOOTVERVEN, TEERPRODUKTEN, ENZ.

SIKKENS DEALER

OUD-LOOSDRECHTSEDIjK 244

R.V.S. SCHROEVEN / BOUTEN

1231 NH LOOSDRECHT TABAKSARTIKELEN

TEL. 035-582 30 29

CAMPING GAS

In het Waterrijke Loosdrecht,

zfn wf Spedaist in ^ l i Y D R O C X n J T J U R ^ voor H iis en Kantoor

Dit alles gesitueerd in onze sfeervolie Bloemisterij.

ê

b to o n sa rku rat

n fy J ro c e n tru w /

Tel: 035-5821317 Tel: 035-5821317

Oude Molenmeent 5, 1231 BD Loosdrecht.

90 TVE / v jrg. I 997


nv energieproduktiebedrijf una

*»prqducent

vark

elekkiciteit

Voor inlichtingen:

afdeling In- en Externe Betrekkingen

tel. 030 2472211

Keulsekade 189, 3534 AC Utrecht

TVElSejrg. 1997 91


.

Wie op een platbodem verder wil, kan wel

een diepgaand advies gebruiken.

Ieder mens maakt plannen voor zijn

toekomst. Allemaal verschillend, gebaseerd

op de eigen situatie. Plannen die waarschijnlijk

geld kosten om ze ook echt te

realiseren.

Een gesprek met de financieel adviseur

van de Rabobank kan u hierbij behulpzaam

zijn. Hij kan u namelijk precies ver-

tellen hoe u het beste uw financiële reserves

kunt opbouwen.

Samen met u werkt hij aan een plan

waarmee u zonder financiële zorgen de

toekomst tegemoet kunt varen.

Met de financieel adviseur van de Rabobank

sta je er niet alleen voor.

Rabobank

92 TVE 15ejrg. 1997


Vliegreizen:

Naar Parijs f 30.- Rome f 162.-

Amsterdam - Vlissingen £ 11.75

(Advertentie uit “Het Vliegveld” 1934)

Ja, er is een hoop veranderd!

•uT t D

Het Vliegveld Hilversum wenst de

Historische Kring Loosdrecht veel

geluk met het 25-jarig bestaan en

hoopt het 50-jarig jubileum met u

samen te vieren!

[°XRyinöi£

boekhandel EGBERTS

BOEKEN

TIJDSCHRIFTEN

WENSKAARTEN

KANTOORARTIKELEN

CD - ROMS

VIDEO'S

(KLEUR-)FOTOKOPIEREN

OOK VOOR UW SCHOOLBOEKEN

NOOTWEG 59, LOOSDRECHT

TELEFOON 0 3 5 -5 8 2 5 6 1 7

Egt W aar

Exclusieve kado’s,

woon- en tuindecoraties

vindt u bij

Egt Waar

waar?

Oud-Loosdrechtsedijk 184

1231 NG LOOSDRECHT

tel. (035) 582 4741

Open:

woensdag t/m vrijdag

10.30-18.00

zaterdag 10.30-17.00

zondag 13.00-17.00

Egt Waar

I'VE I V //£'. 1997 93


Waterwinning uit de Loenderveense Plas

H. Kosman, bewerkingJ. Mol

Het onderstaande artikel is, met toestemming van Gemeentewaterleidingen

te Amsterdam, gebaseerd op het

boek “Drinken uit de Plas, 1888-1988 Honderd jaar

Amsterdamse Piassenwaterleiding”, geschreven doorH.

Kosman en in 1988 te Amsterdam uitgegeven.

L oosdrecht, eens de ’w atertu in ’ van N ederland,

is d at al lang niet m eer. De plassen h eb ­

b en veel van h u n schoonheid verloren. De

oevers zijn bijna alle bebouw d, h e t w ater is vervuild.

H eel anders ligt dit bij de L oenderv eense

Plas. De oevers zijn nog o n g erept en h et gebied

is n iet opengesteld voor recreatie. A an de

noordzijde w ordt de L oenderveense Plas begrensd

d o o r de L am bertszkade, die lo opt van

de H o rndijk n aar O udover en alleen voor voetgangers

en fietsers toegankelijk is. De w eldadige

rust van deze plas valt op. S chitterend is het

uitzicht vanaf de L am berstzkade op de kerktoren

en de twee m olens van L oenen m et op de

voorgrond tientallen aalscholvers op palen.

D at de L oenderveense Plas tot nu toe zo ong

erept is gebleven, is te d anken aan een sam

enloop van om standigheden w aardoor de

plas m om enteel dienst d o et als w aterreservoir

m et natuurlijke zuivering voor G em eentew a-

terleidingen A m sterdam .

Ontstaan van de plassen

lie t huidige landschap in h et veenplassengebied

is ontstaan d o o r m enselijk ingrijpen.

D oor verbinding van zoetw aterplassen was

h ier in de loop d e r eeuw en een hoogveengebied

ontstaan. Ten oosten van de Vecht kon

... ^

pss:

Vl:

I » ;

Loenderveense Plas, ca 1990.

94 TV E 15e jrg. 1997


*» «,»* * t*

r r i j i

| «ter O VKN * * * * * * *

..irlfti

• V ^

>*****%•«

nty

* ÉSi / / ) / /«i

; ƒ ~

U O m S e F -

^ - - f c r *

jt


gels bij het vervenen zijn er toch, door

’qualijk venenen afslag, grote waterplassen

ontstaan. Ook de Loenderveense Plas is op

deze wijze ontstaan.

Dempingsdreiging

O m dat de mens altijd weer nieuwe bestemmingen

zoekt voor onbebouwde gebieden en

plassen zijn er verschillende keren dempingsplannen

gelanceerd. Al in 1860 had een

staatscommissie droogm aking van de plassen

ten oosten van de Vecht aanbevolen. O m dat

deze echter deel uitm aakten van de Hollandse

waterlinie ging dat toen niet door. In 1907

pleitte ingenieur O breen, dijkgraaf van de

Horsterm eerpolder, opnieuw voor droogm a­

king van alle plassen. Volgens hem zou “de geheele

Vechtstreek, eenmaal drooggemaakt,

zoowel in economischen, als in hygiënischen

zin van den nacht in den dag treden.”

In 1911 kwam er opnieuw een staatscommissie,

die pas in 1920 verslag uitbracht. Hoewel

m en er geen rechtstreekse voordelen inzag,

adviseerde men toch over te gaan tot

droogmaking. H et advies werd niet opgevolgd;

de Horstermeer- en de Bethunepolder,

die eind negentiende eeuw wel waren drooggemaakt,

werden niet als gunstige voorbeelden

beschouwd.

In 1927 doem de er een nieuwe bedreiging

op voor de Loenderveense Plas door de dempingsplannen

van de industrieel J.W. Bronwasser,

die 164 van de 500 hectare plas had gekocht

om vol te storten met afval van de grote

steden. Tegen deze plannen kwamen organisaties

van natuurvrienden in het geweer. De

strijd tussen de voor- en tegenstanders van het

dem pen werd in de kranten op rijm gevoerd

(zie artikel Plannen tot dempen van de Oostervechtplassen

door dr A.A. M anten).

Door het vele rum oer achtte het provinciaal

bestuur van Utrecht behoud van de Loenderveense

Plas uit oogpunt van bewaring van natuurschoon

van algemeen belang. H et Waterschap

Loenderveen kreeg de vereiste goedkeuring

voor de dempingsconcessies niet. De

gem eente Loosdrecht maakte bekend geen

gemeentelijk bezit te zullen verkopen, terwijl

burgem eester en wethouders van Hilversum

zich uitdrukkelijk uitspraken tegen elke poging

tot dem pen. Deze ontwikkelingen hebben

er wel toe geleid dat de Loosdrechtse

Plassen zijn blijven bestaan, m aar van het behoud

van het natuurschoon is weinig terechtgekomen,

de Loenderveense Plas uitgezonderd.

O f dit altijd zo zal blijven is de vraag. Enu

^

^

■. f .

955*

OST’ -■''

S e M ^ X l - Ï - D A M h r t |«W « u ©**fe*TTtt m « W n la » .r * M 4.J, De stad Amsterdam anno 1342.

96 TVl- Prji%. IW 7


Hat U

Amsterdam

D iem ea

Maiden

>*r»eei

ÜVeeep

A m sttt

t G«i»

Nmiferilj»

MfMVMÉt

Het plan van 'I'. Smet voor een leiding van de Vecht naar een fontein hij hel Stadhuis te Amsterdam, 1660.

kele jaren geleden nog zijn er w eer ideeën geo

p p erd om een deel van de oever langs de

V eendijk te bebouw en en ’eilan d en ’ aan te

leggen voor casino’s, een zw em paradijs en

p ark eerterrein en .

Tot nu toe ligt de plas er nog steeds vrij o n ­

gerep t bij. En d at heeft vooral te m aken m et

de geschiedenis van de drinkw atervoorziening

van A m sterdam .

Rondom water en toch dorst

H oewel tw eederde van de aarde m et w ater bedekt

is, is zoet w ater toch schaars. Van de 1370

m iljoen kubieke kilom eter w ater op aarde bestaat

slechts neg en m iljoen kubieke kilom eter

uit zoet w ater en daarvan is m aar n e t de helft

voor de m ens bereikbaar. O ok N ederland

heeft gebieden waar drinkw ater schaars is. Zo

kam pte A m sterdam sinds de m iddeleeuw en

m et een n ijp en d drinkw aterprobleem . Amsterdam

is ontstaan aan de oostelijke oever

van de A m stel w aar ro n d 1270 een dam in de

rivier w erd gelegd. De dam b escherm de h et

achterland tegen opstuw end w ater uit de Zuiderzee.

Ten n o o rd en van de dam was h et water

zout, ten zuiden ervan zoet. D aar p u tten

de A m sterdam m ers h u n drinkw ater u it de

Amstel. Lange tijd ging dat goed, m aar d o o r

liet storten van afval in de grachten vervuilde

h et w ater zo dat de bierbrouw ers in 1480 besloten

w ater m et schuiten uit de H aarlem m erm

eer te laten kom en. O ndanks strenge straffen

op grachtenvervuiling en de uitvaardiging

in 1530 van een strenge keur voor h et “suyverh

o u d en van het costelijcke stadsw ater” verbeterde

de situatie niet erg. D at blijkt u it h et feit

dat keizer Karel V in 1540 zijn periodieke

audiënties afbrak en verder in H aarlem hield

“om te b eh o eden die gezondheyt van Syne

Majesteyt ende d en geenen die hem volgen

en d e w ater drilleken willen, 't welck t’A m sterdam

nyet en d o ech t (niet deu g t - redactie),

en d e veel sieck, ja de doed t d rineken souden

m o g en .” H et stadsbestuur ging vervolgens in

1541 toezicht u ito efen en op de invoer van

drinkw ater. Alle w aterhalers m oesten h e t water

innem en bij het Huis te A bcoude w aar ze

als bewijs een loodje kregen. Z o n d er /o 'n

loodje m ochten de portiers van de Reguliersp

o o rt geen w aterschuit b in n en laten kom en.

Toch bleef A m sterdam nog drie eeuw en na

keizer Kareis uitspraak w orstelen m et een ge-

TVE He jig. 1997 97


ek aan goed drinkwater, waardoor vaak cholera-

en tyfusepidemieën uitbraken. En dat in

een door water om ringde stad, grenzend aan

een gebied dat Waterland heet! Dat de vele

epidem ieën een gevolg waren van verontreinigd

drinkwater werd pas in de negentiende

eeuw onderkend.

Plannen voor waterleidingen

O m dat de bevolking van de stad alsmaar toenam,

moest men steeds m eer water per schuit

aanvoeren, onder andere uit de Vecht en het

Gein. Tussen 1624 en 1687 zijn er wel veel

plannen gem aakt om water van de Vecht via

een buisleiding naar de stad te leiden, maar

geen van die plannen is uitgevoerd, waarschijnlijk

door de hoge kosten. In een van de

plannen werden de kosten geraam d op twee

miljoen gulden, een enorm bedrag voor die

tijd. Ook geen van de plannen uit de achttiende

eeuw werd verwezenlijkt.

O m dat Napoleon, die in 1811 de hoofdstad

van het bij Frankrijk ingelijfde Nederland bezocht,

de benarde drinkwatersituatie van Amsterdam,

“de derde stad van zijn keizerrijk”,

onwaardig vond, kreeg een commissie van

deskundigen de opdracht een plan uit te werken

voor de aanvoer van Vechtwater door in

aquaducten gelegde stalen buizen. Door de

noodlottige veldtocht naar Rusland kwam ook

hier niets van terecht. Een in 1816 door Cornells

Lanckamp ingediend plan om water op

te pom pen uit de duinen bij Santpoort en

door houten buizen naar Amsterdam te voeren

werd afgewezen. In 1845 diende ingenieur

C.D. Vaillant zowel een plan in voor een

Vechtwaterleiding als een plan voor een buizennet

vanuit de K ennem er Duinen. Voor dit

laatste plan werden geldschieters gevonden

en in 1851 werd de N.V. Duinwater Maatschappij

opgericht. O p 6 ju n i 1853 spoot het

eerste duinwater uit een fontein aan de Amsterdamse

Willemspoort.

O m dat de Amsterdamse bevolking snel

groeide, kon de Duinwater Maatschappij niet

voldoende water leveren. In 1881 waren de

problem en zo groot geworden dat het stadsbestuur

de stadsingenieur J.G. van Niftrik opdracht

gaf een “hoogdruk Drink- en Werkwaterleiding”

te ontwerpen van de Vecht naar

ipsasai1;

' ■ '"TT;

5 ” I

■p w mmym m

f— P » 1

'(r -,

*

Boven: De twee putdeksels, LINKS voor VECHTwater

(schoonmaken), RECHTS voor DUINwater (drinkwater).

Amsterdam. Na veel strubbelingen kon de

door de Duinwater Maatschappij aangelegde

Vechtwaterleiding op 1 mei 1888 in gebruik

worden genom en. H et pom pstation m et watertoren

werd te Weesperkarspel gebouwd

om dat daar een hooggelegen zandrug tem idden

van veengronden een goed bouwterrein

opleverde. Van het innam epunt te Niglevecht

stroom de het water onder natuurlijk verval

naar Weesperkarspel, vanwaaruit het doorgepompt

werd naar Amsterdam. O m dat de Ge-

98 TVE 15e jrg. 1997


zondheidscom m issie ech te r had uitgesproken

dat de V echt als drinkw aterbron ongeschikt

was, w erd h e t w ater in de stad via een apart

buizennet gedistribueerd als 'spoel- en industriew

ater’.

G em eentelijke waterleidingen

O m d at de D uinw ater M aatschappij technische

problem en ondervond bij de levering

van drinkw ater aan de tot m eer dan 400.000

inw oners gegroeide hoofdstad w erd in 1889

in de gem eenteraad gepleit voor een gem eentelijk

w aterleidingbedrijf. Na het nem en van

vele hobbels kwam dat er ook en op 30 april

1896 w erden de Duin- en V echtw aterleiding

m et alle to eb eh o ren voor twaalf m iljoen gulden

overgedragen aan h et nieuw e bedrijf, de

G em eentelijke W aterleidingen.

E r was echte r nog geen oplossing gevonden

voor de slechte kwaliteit van h et Vechtwater.

H et zoutgehalte nam toe w aardoor het ook

ongeschikt w erd als voedingw ater voor de industrie.

De chloriden in het zout tasten nam e­

lijk de pijpen van de stoom ketels aan. E en o p ­

lossing w erd gevonden d o o r w ater uit het tussen

1889 en 1893 gegraven M erw edekanaal te

betrekken. O m dat dit kanaal een van E uropa's

drukst bevaren binnenvaartroutes werd,

w aarop bovendien veel afvalwater d o o r de steden

werd geloosd, vervuilde ook dit w ater zo

sterk dat m en opnieuw op zoek ging n aar een

betere w aterbron.

O p zoek naar een betere waterbron

De verzilting van h et M erw edekanaal was voor

de d irectie van G em eentew aterleid in g en

(ro n d de eeuwwisseling is deze naam in de

plaats gekom en van G em eentelijke W aterleidingen)

aanleiding om in 1921 contact op te

nem en m et de d irecteu r van Rijkswaterstaat.

E r w erden niet alleen w aterm onsters genom

en u it h e t M erw edekanaal en zijn voedingsbron,

de I.ek, m aar ook uit de L oosdrechtse

Plassen, de L oenderveensc Plas en zelfs de

Inrichting van de Waterleidingplas, ca 1955.

I'VE Hejrg. I ‘EI? 99


Luchtfoto Loosdrechtse Plas met

fpllpl rechts het wa teil ei dingka n a a I.


SI .

•** .

& •

r% m§ m t£M i

• • • '

• • -

& £ £ :• "

»-•* * -•>••••••

Bethunepolder, een in 1880 drooggemalen

veenpias die ten zuiden van de Loosdrechtse

Plassen ligt. Deze droogm aking is echter geen

succes geweest want door de poreuze zandondergrond

welt zo’n grote hoeveelheid water

op dat per dag 100.000 kubieke m eter water

uitgemalen m oet worden. Dat is vijftien maal

de neerslag in de polder! Veel kwelwater komt

uit de Loosdrechtse Plassen. Het onderzoek

naar de plassen en de Bethune werd in de

tweede helft van de jaren twintig opgevoerd

en leverde veelbelovende resultaten op.

In 1928 werd ook op grote schaal de waterkwaliteit

van de Rijn en de Waal onderzocht.

O m dat het water van het Merwedekanaal te

zout bleef en steeds m eer zwevend slib ging

bevatten, werd de keuze voor een nieuwe waterbron

steeds urgenter.

In 1925 had de directie van Gemeentewaterleidingen

h et provinciaal bestuur van

U trecht en het Grootwaterschap Beoosten de

Vecht gepolst om te zijner tijd een regeling te

treffen voor het gebruik van de plassen als

drinkwaterbron. Maar ook anderen hadden

hun oog laten vallen op de Loenderveense

Plas, zoals Bronwasser die, reeds eerder vermeld,

in 1927 het plan opvatte om de Plas te

dem pen met vuilnis uit de grote steden.

#*4as

Bij de beslissing de Loenderveense Plas niet

te dem pen speelde naast natuurbehoud ook

de sinds 1925 bekende plannen van Amsterdam

voor het winnen van drinkwater uit deze

plas een doorslaggevende rol.

Piassenplan

In 1929 kwant Gemeentewaterleidingen met

een klein en een groot plassenplan. Het kleine

plan voorzag in de onttrekking van zes miljoen

kubieke m eter water per jaar, het grote

in dertig miljoen. In beide gevallen zouden de

Loosdrechtse Plassen en Loenderveense Plas

de functie krijgen van opslagreservoir voor

ruwwaler (onbehandeld drinkwater - redactie)

en worden aangevuld m et water uit de

Bethunepolder. Zonodig zouden de plassen

op peil worden gehouden door het inlaten

van water uit de Vecht of het Merwedekanaal.

Na onderhandelingen tussen Amsterdam en

het Grootwaterschap Beoosten de Vecht, de

waterschappen van Breukeleveen, Tienhoven,

Loenderveen en de Bethune en het gem eentebestuur

van Loosdrecht werd op 25 juni

1930 het Piassencontract getekend, dat garandeerde

dat geen van de betrokkenen nadeel

100 TVE I v /ȣ. / 997


zou ondervinden van de onttrekking van water

aan de L oosdrechtse Plassen. A m sterdam

was al in 192'.) beg o n n en m et de uitvoering

van het grote piassenplan, w aarvoor o n d e r and

ere aan de L oenderveense Plas een pom pstation

gebouw d werd m et een leiding naar

W eesperkarspel. Deze Plas was afgesloten voor

de scheepvaart en d aard o o r uiterm ate geschikt

om als inlaatp u n t te d ienen. In februari

1932 kwam de installatie in b edrijf en de overgang

van V echtw aterleiding n aar Piassenwaterleiding

betekende het einde van h et zoulprobleem

voor de A m sterdam se w atervoorziening.

In d at jaar bedroeg de w aterleverantie

van W eesperkarspel aan de ruim 760.000 inw

oners van A m sterdam m eer dan elf m iljoen

kubieke m eter. H ierm ee nam de Piassenwaterleiding

bijna een d erd e van de A m sterdam ­

se w atervoorziening en een kwart van het

drinkw ater voor zijn rekening.

M et de vervanging van V echtw ater d o o r Piassenw

ater had de gem eente A m sterdam er op

gro n d van h et Piassencontract een om vangrijke

taak bijgekregen: de kw aliteitsbewaking van

de nieuwe bron. Sinds 1990 is G em eentew aterlcidingen

behalve w aterleverancier ook beh

eerd e r en exploitant van een g root aantal gem

alen, sluizen, duikers, dijken en w aterkeringen

die handhaving van h et w aterpeil in het

L oosdrechtse gebied verzekeren.

Uitbreiding Piassenwaterleiding

In de oorlogsjaren heeft G em eentew aterleidingen

m et kunst en vliegwerk de w atertoevoer

gaande k u n n en h o u d en . D oor de inundaties

in 1939 en 1945 kwam vervuild Vechtw

ater in de plassen. De oplossing werd gevond

en d o o r w eer w ater uit h et M erw edekanaal

te betrekken.

Na de oorlog w erkte G em eentew aterleidingen

verder aan h et uitb reiden en verbeteren

van de Plassen w aterleiding. In 1948 kwam er

een plan om een deel van de L oenderveense

Plas uit te diep en en d o o r een om dijking af te

scheiden om h e t w ater te bescherm en tegen

v ero n trein ig in g en uit de om geving. Deze

nieuw e W aterleidingplas zou d o o r een kanaal

rechtstreeks w orden v erbonden m et het gemaal

in de B ethunepolder. In 1957 w erden

deze 123 hectare grote en acht m eter diepe

W aterleidingplas en het bijb eh o ren d e W aterleidingkanaal

in gebruik genom en. Dat was

precies op tijd, w ant de Piassenw aterleiding

w erd steeds belangrijker voor A m sterdam . Al

in 1956 w erd, via h et in 1954 vernieuw de

pom pstation te W eesperkarspel, een recordhoeveelheid

w ater geleverd van bijna 25 miljoen

kubieke m eter, voor h et eerst m eer dan

de helft van de totale w aterbehoefte van de

hooldstad. D oor diverse oorzaken kon er in

de navolgende ja re n veel m in d er drinkw ater

w orden geproduceerd.

O ndanks de isolatie van de ruw w aterbron

bleef m en m et problem en kam pen. D o o re e n

hoog fosfaatgehalte van het w ater uit de Béth

u n e steeg de algengroei in de W aterleidingplas,

w aardoor de filters steeds vaker gereinigd

m oesten w orden. D oor aanvulling m et

slecht V echtw ater vervuilden de L oosdrechtse

Plassen steeds m eer. Tussen 1958 en 1971 werden

vele proeven gedaan om de kwaliteit van

het w ater te v erbeteren en de algen te bestrijden.

O m dat ook de w aterlevering d o o r alle

p roblem en was teruggelopen tot circa twintig

m iljoen kubieke m eter p e r jaar, w erd besloten

een nieuw b edrijf voor de Piassenw aterleiding

te bouw en voor een efficiëntere w aterbehandeling

en m et een gro tere capaciteit.

In okto b er 197.3 werd de eerste paal geslagen

en op 7 februari 1977 w erden de nieuw e

installaties te I.oenen en W eesperkarspel in

gebruik genom en. D oor de vergrote capaciteit

was aanvulling m et nog m eer piassenw ater

nodig. O m d at de V echt nog steeds m eer vervuild

was dan h e t A m sterdam -R ijnkanaal werd

een transportleiding n aar dit kanaal aangelegd.

O m de L oosdrechtse Plassen van goed

w ater te k u n n en voorzien m oest h et kanaalwater

wel eerst gezuiverd w orden. In 1983 kwam

h et inlaatpom pstation voor h et A m sterdam -

R ijnkanaal in bedrijf. De jaarcapaciteit van de

W aterleidingplas kon d aard o o r w orden opgevoerd

tot 31 m iljoen kubieke m eter drinkw a­

ter.

Nieuwe plannen

O m d at h e t drinkw aterverbruik nog steeds

stijgt, is G em eentew aterleidingen al w eer bezig

m et nieuw e p lan n en om de capaciteit te

vergroten wat, o n d e r an d ere de realisatie van

TVE 15e jrg. 1997


toekomstige situatie

Uitslagwater van de polder

gebruikt voor de drink

watervoorziening

i

i

Grotendeels water, geen

(directe) functie voor de

drinkwatervoorziening

loenen

(Reservoir) ten

behoeve van de

drinkwatervoorziening

x

Windmolen

assen

Gemaal/'pompstation

Breukel

N.fl.P. -4.00 ra

Maarssen

een tweede W aterleidingplas in de Loenderveense

Plas inhoudt. In 1994 is hierover een

rapport verschenen en in 1996 is de Milieu Effecten

Rapportage (MER) afgerond. Er is een

voorkeursalternatief ontwikkeld dat rekening

houdt m et de aspecten: natuurontwikkeling,

winning van zand, het maken van een depot

voor m eerm olm , het uitzicht op de plas en de

kosten.

Als deze plannen gerealiseerd worden zal

de gehele Loenderveense Plas nog lange tijd

zijn weldadige rust behouden.

Bronnen

Toekomstige situatie waarbij

al hel water u it de Béthunepolder

naar de eerste

én de tweede waterleidingplas

wordt gepompt.

H. Kosman, Drinken uit de Plas, 1888-1988 Honderd jaar Amsterdamse

Piassenwaterleiding. (Amsterdam 1988, Stadsdrukkerij

Amsterdam)

A. van Duinen, De archeologie van de Loenderveenseplas, (Amsterdam

1994, Gemeentewaterleidingen Afdeling Natuur

en Terreinbeheer)

102 I'VE 15e jrg. 1997


De buitenplaats E ikenrode

( ‘het Bos van H acke’) te Loosdrecht Piet Bakker

Bescherm de buitenplaats

De buitenplaats E ikenrode ligt in de bebouw ­

de kom van Nieuvv-1 .oosdrecht tussen het gem

eentehuis en de Sypekerk. H et com plex

w ordt om sloten d o o r het Sint-A nnepad, de

E m tinckhof, het zogenaam de Zwarte Pad en

de Nieuw I.oosdrechtsedijk. T er plaatse is het

terrein beter bek en d als 'h et Bos van H acke”.

H et in h et bos gelegen landhuis bezat reeds

de status van rijksm onum ent. In 1996 zijn de

overige gebouw en en het park aangew ezen als

bescherm d rijksm onum ent. Dankzij de inzet

van de Rijksdienst voor de M onum entenzorg,

de Stichting H istorisch G oed L oosdrecht en

de H istorische Kring L oosdrecht is nu de buitenplaats

in zijn geheel bescherm d. A rchitect

P.D. van Vliet en o n d erg etek en d e adviseerden

de plaatselijke organisaties. Dit leidde tot het

opstellen van een toekom stvisie op de b u iten ­

plaats, die d o o r de Stichting I listorisch G oed

L oosdrecht g ep resen teerd w erd aan de gem

eenteraad en een g root aantal belangstellenden

uit de plaatselijke bevolking.

De Stichting H istorisch G oed L oosdrecht

stelt zich o n d erm eer ten doel cultuurhistorisch

belangrijke goed eren in L oosdrecht te

beh o u d en .

In de visie w ordt een beeld geschetst van de

w aarde van E ikenrode, de k n elp u n ten , de gew

enste eindsituatie en de activiteiten die nodig

zijn om die te bereiken. In een plan van aanpak

zijn deze activiteiten uitgesplitst in een

deelplan voor de gebouw en, een landschapsplan

en een n atu u rb eh eerp lan . D aarnaast zijn

m aatregelen nodig in h et kader van de w aterhuishouding

en h et recreatieve gebruik (ontsluiting)

. U iteindelijk zal dit m oeten leiden tot

een integraal b eh eerp lan voor het gebied. P er

deelplan w ordt aangegeven welke partij voor

de uitvoering ingeschakeld zou k u n n en wand

en en welke p lanning m ogelijk g eh an teerd

zou k u n n en w orden. Voor h et hele plan is een

financiële onderbouw ing opgestelcl.

A chtereenvolgens is h et buiten d o o r vier geiteraties

van de fam ilie H acke van M ijnden bew

oond geweest. In 1975 h eelt de fam ilie haar

landgoed verkocht aan BV G oördinatiebouw

te N aarden, m et uitzondering van de grafkapel

die in 1992 is overgedragen aan de Stichting

H istorisch Cioed L oosdrecht. O p de aan

h et parkbos grenzende w eilanden, die tot het

landgoed b eh o o rd en , heeft B ouw m aatschappij

Verwelius te H uizen w oningbouw uitgevoerd.

De g em eente L oosdrecht w erd in 1994

eigenaresse van h e t resterende gedeelte van

h et landgoed.

U itgangspunt is d at de buitenplaats E ikenrode

na m eer dan 20 jaar ernstige verw aarlozing

nog steeds zeer de m oeite w aard is in cu ltu u r­

historisch en natuurw etenschappelijk opzicht.

In cultuurhistorisch opzicht is het vroegere

b u iten van de fam ilie H acke van M ijnden zelfs

van nationale betekenis. D oor het nem en van

m aatregelen, gebaseerd op een goed doordacht

plan, is h et m ogelijk de belangrijkste

w aarden te herstellen.

H uidige situatie

1let gehele com plex m aakt thans een verpaup

erd e indruk. Een duidelijke visie op de toekom

stige functie van de diverse gebouw en en

h et b eh eer van het park ontbreekt. Sinds 1975

zijn de gebouw en en h et bos d o o r de vorige

eigenaar verw aarloosd. D oordat er geen toezicht

was zijn delen van h et terrein aan vandalisme

ten prooi gevallen. Zowel h et landhuis

als h et koetshuis verkeren bouw kundig in

slechte staat; een deel van h et landhuis is zelfs

ingestort. O ok de grafkapel heeft ernstig geleden

van inbraak en vandalism e. De ijskelder is

in 1975 m et zand dichtgegooid. Zelfs de klinkers

van een deel van de oprijlaan zijn verdwenen.

H et bos v ertoont vele tekenen van achter-

TVE 15ejrg. 1997 103


I

7

Voorzijde van de buitenplaats, ca 1958.

stallig o n d erh o u d . D oor storm en om gew aaide

bom en zijn n o oit opgeruim d. Een deel van de

w andelpaden is d o o r gebrek aan o n d e rh o u d

verdw enen. Vele g ro ep en struiken en bom en

zijn te sterk uitgegroeid (o.a. alle rhododend

ro n g ro ep en ). Plaatselijk is een alles overw

oekerende begroeiing van esdoorn, am erikaanse

vogelkers en hulst ontstaan. Enige

zichtassen zijn dichtgegroeid. De gazons zijn

reeds vele ja re n niet gem aaid, w aardoor de

bloem enrijkdom is verdw enen en de vegetatie

sterk is verruigd. De vijvers en enkele sloten

zijn gedeeltelijk dichtgeslibd m et blad. O p

hellende gedeelten (op de ijsberg en langs de

slingervijver) is plaatselijk erosie o pgetreden.

De familie Hacke van Mijnden

_________

H et landhuis is gebouw d in 1845-1846 in o p ­

d rach t van d r ja n C onrad H acke (1814-1873).

D aarna w oonden er: C onrad Jan H acke van

M ijnden (1847-1924), die b urgem eester van

L oosdrecht was, Ja n Elias H acke van M ijnden

(1888-1969), die van ca. 1910 tot 1914 in Heidelberg

bosbouw stu d eerd e en zestien orchidceënkassen

o p E ikenrode bouw de, en R.

Feenstra die gehuw d was m et de jo n g ste dochter

van Jan Elias.

Jan C onrad H acke stam de uit een Duitse familie;

hij was de zoon van een p redikant die in

B urgsteinfurt geboren was. D oor zijn huwelijk

m et de g efo rtu n eerd e jkvr. J.C.S. Elias o n t­

stond een connectie m et de tegenover Eikenrode

gelegen buitenplaats N ooit G edacht. In

de fam ilie van jkvr. Elias kom en ook de nam

en G eelvinck, Alewijn en Van de Poll voor.

Tevens was er een connectie m et huize Bouwzicht,

dat stond op de plaats w aar nu h et zusterhuis

van de B eukenhof staat. Zowel N ooit

G edacht als Bouwzicht zijn later eigendom geweest

van de fam ilie H acke. Ja n C onrad w oonde

op Bouwzicht voordat E ikenrode w erd gebouw

d en hij trok er zich w eer terug na h et

huwelijk van zijn zoon. Dooi het hoog o p ­

gaande geboom te vorm en deze drie aan elkaar

gren zen d e voorm alige buitens in landschappelijk

opzicht nog steeds een opvallend

en sam en h an g en d geheel in de bebouw de

kom van L oosdrecht.

104 'I'VE I 5e jrg. 1997


De eerste steen van het landhuis werd op 1I

m aart 1845 gelegd d o o r jkvr.J.C.S. Elias; h et h u ­

welijk vond plaats op 13 m aart 1845. O p 1 novem

ber 1846 was de bouw van het huis voltooid.

In 1856 koopt Jan C onrad H acke de am bachtsheerlijkheid

van M ijnden en de beide Loosd

rech ten . Sindsdien noem t hij zich H acke van

M ijnden. Tot de aan de am bachtsheerlijkheid

verbonden rechten b e h o o rd en tolheffingen,

de b enoem ing van p red ik an ten en am btenaren,

twee banken in de kerk en viswater in de

Vecht. Tot de plichten b e h o o rd en bestuurlijke

taken, o.a. h et h o u d en van rechtspraak.

Jan C onrad H acke was d o cto r in de letteren.

Hij had een grote liefde voor Italië en bew

ondering voor D ante. Hij m aakte lange reizen

n aar Italië (o.a. een studiereis in 1835) en

verrichtte in 1854/1855 kunstaankopen in Italië

ter verfraaiing van E ikenrode. Hij had een

verzam elingen schilderijen u it de oud-Italiaanse

school. Zijn vrouw kocht veel antiek in

N ederland.

Jan C onrad H acke nodigde in de theekoepel

(Turkse tent) zijn literaire vriendenkring

uit en trok zich h ier teru g om te w erken aan

zijn vertaling van D an te’s Divina C om m edia.

Hij was op aansporing van J.L. ten Kate beg

o n n en m et deze vertaling. H et werk is uitgegeven

in drie delen en geïllustreerd m et h o u t­

gravures van Gustave D oré.

Tot zijn gasten b eh o o rd en o.a. de rom ansch

rijfster G c c rtru id a (T ruitje) B osboom -

Toussaint en h aar echtgenoot de schilder Johannes

B osboom (die veel in L oosdrecht

schilderde; H aagse School), Nicolaas Beets,

E.J. Potgieter, prof. D o n d ers (oogarts te

U trecht), m r G. van T ienhoven (burgem eester

van A m sterdam , was gehuw d m et de d o ch ­

ter van J.C. H acke) en de Italiaanse kolonel

C.A. Vecchi (letterkundige en adjudant van

G aribaldi). Truitje Bosboom -Toussaint karakteriseerde

E ikenrode als "een allerheerlijkst

aangelegd b u iten ”.

In 1860 w erd in het park een eigen grafkapel

gebouw d; de laatste H acke is h ier in 1969 bijgezet.

H et “begrafenispad”, w aarover de familieleden

hun laatste gang m aakten, liep vanaf

h et huis via de oranjerie langs de n o o rd rand

van het park in oostelijke richting n aar de

grafkapel.

y m

* W ”

&.-V 1

• •

i :

WÊÊÊ

Ajb. 2. De ruin de Nieuw Loosdrechtsedijk gelegen Turkse

tent is in 1930 afgebroken. De verticale banen van het

tentdoek waren afwisselend oud rose en witgekleurd.

Cultuurhistorische waarde

L andhuis en park zijn als eenheid ontw orpen,

m ogelijk d o o r de befaam de J.D. Z ocher jr.,

die zowel arch itect als landschapsarchitect

was. Z ekerheid bestaat hierover niet d aar er

geen tek en in g en zijn teruggevonden. Mevrouw

E.D.M . Plooij-C uipers, a c h te rk le in ­

d o ch ter van (tin C onrad Hacke, schreef in

1990 een artikel m et de titel “H erinneringen

aan E ikenrode”. Zij verm eldt in dit artikel uitdrukkelijk:

“H et park w erd d o o r de tuinarchitect

Z ocher ontw orpen." H et landhuis vertoont

een opvallende gelijkenis m et h et landhuis

M olenbosch in Zeist, dat tussen 1836 en

1838 d o o r J.D . Z ocher jr. w erd gebouw d, en

een presentatietekening van een klein landhuis

o f villa in neoclassicisische stijl uit h et archief

van J.D. Z ocher jr. Volgens de eerste

steen was de “bouw m eester” J. Streefkerk. Verm

oedelijk slaat deze aan duiding op de aan n e­

mer, h e t tim m erbedrijf Streefkerk, d at ja re n ­

lang in L oosdrecht gevestigd was. De hypothesen

dat h et landhuis een kopie zou zijn van

een huis dat J.C. H acke op een van zijn reizen

TVE 15e jrg. 1997

105


,-i.A - i f i ' * ' V 'i

"V.-

Grajkapel op Eikenrode.

it-...*

riiafejj

v- . r1/ r ?#1 y & i **l*

. ; ■ ? » • • • • 1

in Italië had gezien dan wel van een afbeelding

in een Italiaans o f A m erikaans tijdschrift

zijn niet bevestigd.

Behalve h et landhuis w aren op de b u iten ­

plaats de volgende bouw w erken aanwezig:

oranjerie (vóór 1871 uitgebreid m et koetshuis,

koetsiersw oning, paardenstal en m achinekam

er), theekoepel (Turkse ten t), m oestuin

m et zestien kassen en tuinm uur, enige

bruggen, grafkapel, ijskelder annex wijnkelder,

tuinm answ oning, boerderij, diverse m arm

eren b eelden en tuinvazen die U acke in Italië

had gekocht en een fontein m et beeld engroep.

C urieus was de luchtw achttoren, die na

1950 op E ikenrode gebouw d is in h et kader

van de K oude O orlog. Deze van geprefabric

e erd e b e to n n e n raatb o u w -elem en ten gebouw

de toren fungeerde als w aarnem ingspost

voor laagvliegende vliegtuigen u it h et oosten.

In 1964 w erd de to ren afgebroken.

M etuitzonderingvan hetlandhuis, o ran jerie/

koetshuis en fam iliegrafkapel zijn alle bouw ­

w erken verdw enen. H et m arm eren C hristusbeeld

is in 1984 uit de grafkapel overgebracht

n aar de oud-katholieke kerk te H ilversum .

Het park bezit een verrassende stru ctu u r en

vele bijzondere oude bom en. De aanleg wijst

op een m eesterhand. H et park is in h et m idden

van de 19e eeuw aangelegd in landschapsstijl.

H et rechthoekige landhuis ligt

centraal in hel park: o ran jerie/k o etsh u is en

grafkapel liggen terzijde. Zowel aan de voorals

aan de achterzijde van het landhuis liggen

o p en ruim ten die d o o r coulissen zijn om geven.

Aan de voorzijde (westzijde) bestaat de

o p en ruim te uit een glooiend gazon m et een

kleine ronde vijver. De open ruim te aan de

achterzijde (oostzijde) bestaat uit een grote

slingervijver m et eilandje, die aan de oostzijde

w ordt begrensd d o o r twee heuvels. In de bij

de grafkapel gelegen heuvel bevindt zich een

ijskelder. Ten n o o rd en van de ijskelder ligt

een derd e kleine ro n d e vijver. De coulissen

bestaan uit g ro ep en rh o d o d en d ro n en coniferen.

Een d erde, d o o r loofbom en begrensde

o p en ruim te ligt aan de zuidzijde van het huis.

Deze ligt in h et verlengde van de B rem laan in

de aan grenzende nieuwbouw. O ver alle drie

genoem de o p en ruim ten lopen zichtlijnen.

B ovendien was e r een zichtas in noordw estelijke

richting n aar de oranjerie.

De h o o fd in g an g vanaf de N ieuw Loosdrechtsedijk

bestaat uit een slingerende oprijlaan.

V anaf de ingang kon m en langs een

g roep eiken en een m ajestueuze g roep van vijf

bru in e beuken over hel gazon m et de kleine

ro n d e vijver kijkend m eteen de voorgevel van

h et huis zien. T hans is deze zichtlijn dichtgegroeid.

De m et klinkers bestrate oprijlaan bevatte

een lus: hierover konden de koetsen

voorrijden. Van h et zuidelijk deel van de lus

zijn de klinkers na 1975 verdw enen, w aardoor

h et pad vrijwel o n begaanbaar is gew orden.

De lanen bestaan uit zom ereik, beuk en linde.

O pvallend is een slingerende beukenlaan die

vanaf de hoofdingang d o o r h et bos in de richting

van h et huis loopt. Bij een grote groep

van ach t linden aan de zuidwestzijde van h et

huis kom t deze beukenlaan sam en m et de zuidelijke

lus van de oprijlaan en een recht eikenlaantje

dat afbuigt n aar h et Zwarte Pad.

In h et park zijn vele oude bom en aanwezig.

Daarbij k u n n en drie leeftijdsklassen w orden

o n d erscheiden, die co rresp o n d eren m et de

aktiviteiten van drie generaties van de fam ilie

H acke. De leeftijdsklassen van de bonten zijn

106 TVE 15e jrg. 1997


a l P ? * - . a , ; *.*■ - .



- * V > -‘ .r.

‘V * > •‘•:

" i a

jaf, ekster, vlaamse gaai, koolmees, pimpelmees

en zwartkoptuinfluiter. Tot voor enkele

jaren bloedde er een kleine kolonie blauwe

reigers op Eikenrode. In een aangrenzend

bos broeden o.a. ook havik, goudvink en wielewaal,

vroeger ook nachtegaal.

Van de hier voorkom ende zoogdieren zijn

eekhoorn en vos vermeldenswaard; soms

wordt een ree waargenomen.

Op Eikenrode is in 1994 de aanwezigheid

van vijf soorten vleermuizen vastgesteld: rosse

vleermuis (twee kraamkolonies in oude beuken),

watervleermuis (kraamkolonie in oude

eik), laatvlieger, ruige dwergvleermuis en gewone

dwergvleermuis. Eventueel kan de ijskelder

geschikt gemaakt worden als winterverblijfplaats

voor vleermuizen.

In 1994 zijn diverse exem plaren van de

ringslang waargenomen. Voorts kleine watersalamander,

bruine kikker en pad. Boven de

vijvers vliegen regelmatig libellen. Bovendien

fladderen hier verscheidene vlindersoorten

rond, die nog niet op naam zijn gebracht.

Voorzijde Eikenrode.

- "'■■ * '* -

Besluit

zijn indertijd 10.000 bollen van een kleinbloemige

gele narcis aangeplant), bonte crocus,

sneeuwklokje (deels met gevulde bloem en),

groot sneeuwklokje, blauw druifje en Siberische

sterhyacint. Lelietje-van-dalen is vermoedelijk

ook deels aangeplant.

Eikenrode vervult een oasefunctie voor verscheidene

bijzondere diersoorten. Vele vogelsoorten

die kenm erkend zijn voor oud parkbos

broeden hier, o.a. bosuil, buizerd, grote

bonte specht, groene specht, boomklever,

boomkruiper, heggemus, winterkoning, roodbotst,

vink, merel, zanglijster, tortelduif, tjift-

Uit de gang van zaken rond de buitenplaats

Eikenrode blijkt hoe historische verenigingen

invloed kunnen uitoefenen op de bescherming

van het erfgoed in hun eigen omgeving.

Nadat hel complex was aangewezen als rijksmonument

heeft de gem eente Loosdrecht

opdracht verleend aan het adviesbureau Mas

koning voor het opstellen van een plan voor

restauratie van landhuis en koetshuis, een

nieuwbouwlokatie in de voormalige moestuin

en de herinrichting van het park. Nadat dit

plan is uitgevoerd zullen de Loosdrechtse bevolking

en ongetwijfeld ook vele bezoekers

van elders kunnen blijven genieten van dit

waardevolle cultuur- en natuurm onum ent.

108 TVE 15e jrg. 1997


J o n k h e e r H e n ri van Sypesteyn

en het oude hek van Hoekenburg

C.L. van der Leer

Een korte pelgrimage vooraf

D en Haag, juli 1995. Een lom e w arm te rust

doodstil op de verw eerde, h ier en d aar scheefgezakte

zerken van de m eer dan zes eeuw en

oude begraafplaats O ud Eik en D uinen. Een

enkele hoge, krom gegroeide eik pro b eert tevergeefs

de verw eerde g rafm onum enten te bescherm

en tegen h et o n b arm h artig helle zonlicht.

Z onlicht dat nieuw sgierig klim t over elke

steen en onbeschaam d b in n en d rin g t d o o r ied

ere spleet in de bijna uiteenvallende graftom

ben. E en eeuw enoude k ap elru ïn c die

sinds het ein d van de 1(>e eeuw als een verstild

d eco r aan de ran d van deze d o d en ak k er staat

heeft toch nog een belangrijke laak. Als een

postunie troost verdeelt hij zorgvuldig zijn weldadige

schaduw over de w eggesleten opschriften

op de liggende zerken. Die h adden de h e r­

in n erin g levend m oeten h o u d en aan degenen

die h ier aan de aarde w erden loevertrouw d.

En daar, bijna aan d e rand van die steeds vager

w ordende schaduw ligt h et doel van m ijn

korte pelgrim age. Een ogenschijnlijk vergeten

plekje: de sobere grafzerk van jo n k h eer Catharinus

H enri C ornells Ascanius van Sypesteyn.

O ok zijn naam is nog slechts m et veel

m oeite te lezen. V erder vet raadt niets d at hier

de m an ligt die tijdens zijn leven bezeten was

van eerbied voor h et verleden en dus een verw

oed verzam elaar w erd van o u d h ed en . Zo

kwam het dat uiteindelijk hij h et oude hek

van de V oorburgse buitenplaats H oek en b u rg

red d e van de sloop. Dat g ebeurd e in 191 E

Jonkheer Henri van Sypesteyn

Jonkheer C atharinus H enri C ornells Ascanius

van Sypestevn w ordt op 14 d ecem b er 1857 geb

o ren in een deftig huis te Den Haag. I lij was

h e t d erd e kind m aar de enige zoon van

ouders die beiden uit een respectabel geslacht

stam m en: jo n k h eer Jan W illem van Sypesteyn

en jonkvrouwe A driana W ilhelm ina van Vredcn

b u rch . Van zijn vader erfde hij de bevlogenheid

voor h et verleden en voor zijn fam i­

liegeschiedenis in h et bijzonder. Hij trad al

jong in de voetsporen van zijn vader toen hij

zich ging toeleggen op h et verzam elen en orden

en van handschriften, p o rtretten , oude

curiosa en zeldzaam heden. Van zijn m oeder

erfde hij plichtsbesef en een ijzeren doorzettingsverm

ogen dat w einig ruim te liet voor and

eren die zijn idealen doorkruisten. Dat d o o r­

zettingsverm ogen kwam hem goed van pas,

w ant al snel w erd zijn leven volledig beheerst

d o o r één grote passie w aaraan hij zijn hele leven

zon opofferen: de herbouw van zijn voorvaderlijke

kasteel.

Dit kasteel stond in lang vervlogen tijden in

de drassige Sype te L oosdrecht, aan de rand

van de laaggelegen gro n d w aar h et w ater

d o o rh een 'sijpelde' om zo de slotgracht van

voldoende w ater te voorzien. O m streeks 1400

werd het kasteel verwoest d o o r een vijandelijke

overval vanuit h et naburige M ijnden. H et

werd herbouw d, w eer verwoest, w eer h erbouw

d en nogm aals verwoest. In de 17e eeuw

w aren de ruïnes van het verw oeste kasteel

voorgoed van de aardbodem verdw enen en

daarm ee de laatste zichtbare h erin n erin g aan

het stamslot. Vanwaar die herbouw visioenen

na bijna drie vervlogen eeuw en? H et besef

stam h o u d er te zijn, dru k te zwaar op Jonkheer

H enri. M aar de tijd verstreek, hij bleef ongehuwd

en dus kinderloos. W ilde hij als stam ­

h o u d er toch een duidelijke daad stellen? Een

daad die iets tastbaars zou terughalen uit de

fam iliehistorie, en tegelijkertijd zijn geslacht

zichtbaar kon d o en voortleven in de h erin n e­

ring van de k om ende eeuwen?

In het voorjaar van 1884 had Jonkheer H enri

een bezoek gebracht aan (Nieuw-) Loosdrecht.

D aar h o o rd e hij hoe in de volksverhalen

het oude slot Sypesteyn nog voortleefde.

En in de kadastrale leggers op h et g em eentehuis

bleek h e t terrein w aar h et oude kasteel

TV F, I ïejrg. 1997 109


m m I

NsüK

m é p :

begin was veelbelovend. Bij de onmiddellijk

begonnen opgravingen bleken de fundam enten

van de kasteelgebouwen en de duidelijke

sporen van de oorspronkelijke grachten, beschoeiingen,

bruggen en terreinen nog verrassend

gaaf in de grond aanwezig te zijn. De

herbouw kon op basis van de oude fundam enten

gerealiseerd worden.

Maar voordat die herbouw van het kasteel

zelf begon, zag de jonkheer kans om op de teruggevonden

terreinen zijn andere ideaal te

verwezenlijken: de reconstructie van een

‘Oud-Nederlandsche tuin’. En daarm ee komen

we dan op het spoor van het oude Voorburgse

Hoekenburghek.

Van Sypesteyn en de ‘O ud-N ederlandsche

tuinkunst’

m

e w-

iSPSi

i■ i

De ruïne van de kerk van Eik en Duinen in de 18e eeuzu.

Linksvoor de ruïne vindt een begrafenisplechtigheid

plaats, rechtsonder knielen bedevaartgangers.

vermoedelijk had gestaan gemakkelijk terug

te vinden. Weliswaar was de grond inmiddels

gesplitst in verschillende percelen en bebouwd

m et boerenwoningen, m aar het geheel

was goed herkenbaar. De mooiste verrassing

vorm den echter de w apenstenen die zijn voorvader

Cornelis Ascanius in 1664 had laten maken.

Die voorvader had in die tijd ook plannen

gem aakt om het kasteel weer in oude gedaante

te herbouwen. De vernielingen door

plunderende Franse troepen in 1672 hadden

dat echter verhinderd. Maar die wapenstenen

waren er nog, in het bezit van burgem eester

Hacke van Mijnden. En die gaf de stenen

zomaar spontaan cadeau aan jonkheer Henri.

De jonkheer besefte dat hij op dat m om ent de

eerste stenen van zijn herbouwvisioen concreet

in beide handen hield. Het duurde nog

tot 1901 voor de hij de voorvaderlijke grond

vrijwel geheel had aangekocht en de realisering

van zijn droom ter hand kon nem en. H et

Omstreeks 1902 begon de jonkheer met de

aanleg van een park en een tuin in de stijl van

de 16e en 17e eeuw. Op zijn voorvaderlijke

grond wil hij, rondom het nog te herbouwen

kasteel, laten zien hoe zo’n Oud-Nederlandse

tuin n u nog had kunnen zijn als het met piëteit en

veel liefde zo goed doenlijk in stand gehouden was.

Bij de reconstructies maakte Van Sypesteyn

gebruik van zijn grote collectie 16e- en 17eeeuwse

afbeeldingen die hij inmiddels had

verzameld.

Als eerste werd het park aangelegd, direct

buiten de kasteelgracht, in 17e-eeuwse stijl

met rechte paden, een lindelaan die uitlopend

op een bos, en veel bijzondere boomsoorten.

Daarna volgde de aanleg van voorplein

en slottuin. H et voorplein kreeg het 16eeeuwse

uiterlijk m et vierkante grasvlakken,

een waterput en enkele schaduwrijke bomen

als kastanje, linde en eik. De 16e-eeuwse slottuin

kwam uiteraard binnen de bescherm ing

van de kasteelgracht te liggen. Deze tuin werd

ontgeven door hagen en loofgangen, met

daarbinnen symmetrische bloemvakken omrand

door buxushaagjes. Ook de kunstig geknipte

buxusvormbomen zijn symmetrisch in

deze tuin aangebracht. Van de geplande kruidentuin

en middeleeuwse boom gaard met

(gras)zodenbank en bron of fontein werd

echter niet veel gerealiseerd. Op de bedoelde

plek naast het kasteel werden nog wel enkele

oudere appel- en peersoorten geplant, maar

110

TVE 15e jrg. 1997


....

jonkheer Henri van Sypesteyn in

zijn ‘Oud-Nederlandsehe tuin ’

met zijn twee honden, ra 1930.

d aar is h et hij gebleven. Een d o o lh o f kwam er

wel,-in 17e-eeuwse trant, opgebouw d uit beukenhagen,

aangelegd op een eilandje naast

het park.

In 1907 waren de voornaam ste tuindelen

aangelegd en kon de jo n k h eer zich even in

alle rust gaan w ijden aan het schrijven van een

boek over de N ederlandse tuinhislorie. Z o’n

boek vond hij d rin g en d nodig. W ant, zo

schreef hij: is het met verwonderlijk Aal in tie Nederlanden,

die eeuwenlang een zoo voorname //laats

innamen bij tie beoefening van den tuinbouw, wier

tuinarchitectuur steeds de bewondering mm de naburige

landen opwekte die hen navolgden, dat hier

geen enkel boekwerk bestaat, dat, zel/s onvolledig,

een beeld geep van de geschiedkundige ontwikkeling

van deze beide zoo belangrijke uitingen van kunst

en nijverheid, in de. Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden?

(...) Nog een reilen bestond er voor mij om

het uil te geven. En die was om de kennis omtrent de

oude Nederlandsche hunen wat meer in ons land te

verlooiden. Het boek, getiteld 'O ud-N ederlandse

T uinkunst' kwam in 1910 gereed. H et bleek

een tinieke publicatie: h e t eerste boek in N e­

derlan d d at op deskundige en boeiend-helder

geschreven wijze een geschiedkundig overzicht

geeft van de Nederlandsche tuinarchitectuur

van de 15de lot de 19de eeuw. V erder bevat het

111 afbeeldingen bijna alle genomen naar nog

niet eerder gereproduceerde Nederlandsche schilderijen,

miniaturen, leeheningen, prenten of voorwerpen

en in origineele opnamen. Veel tuin-hislorische

inzichten die de Jonkheer in zijn boek beschreef,

h ad d en inm iddels concrete vorm gekregen

in zijn eigen tuin. M aar de kroon op

zijn tuinreconstruclie ontb rak nog. Dat m oesten

de hekken w orden die, zoals hij in zijn

boek schreef, een wezenlijk o n d erd eel vorm

en van een historische tuin.

Van Sypesteyn en de hekken in de

tuinkunst

Een om h ein in g b esch erm t een tuin tegen de

buitenw ereld en geeft het zijn gew enste beslotenheid.

Z o’n o m heining bestond aanvankelijk

uil een aarden wal, h o u ten palissade,

d o o rn h aag o f dicht vlechtwerk van takken.

H et is niet toevallig dat het w oord tuin afkom

stig is van 'tu n e ', een oud w oord dat uiteindelijk

o m heining van w ilgentenen betekent.

Van Sypesteyn b eschreef in zijn boek

hoe zo'n om heining in de loop d e r eeuw en

zijn verdedigende noodzaak verloor, zoals dat

m et kastelen ook h et geval was. Wel behield

h et hek zijn functie van afscheidingsm ogelijkheid,

een aan duiding w aar h et eigen e rf begon

en d at van een an d er ophield. O ok werden

hekken geplaatst b in n en het eigen gebied,

bijvoorbeeld om de toegang tot verschillende

tu in o n d erd elen te m arkeren. E r o n t­

stond bij d it alles m eer behoefte aan ruim te

en open h eid ; de tuinafscheiding w erd ‘doorzichtiger’,

liet uitzicht op de buitenw ereld,

m aar g unde ook een blik naar b innen. Een

open hek gaf daarbij visueel d iepte aan wat er

ach te r lag w aardoor h e t ook een perspectivi-

TVE 15e jrg. 1997 I I 1


** u ,/ j+t. tfWtAmW'

d 's m ^nte-f,

4t*~es .***»***« ^ r r x

i! j n-fk+4-***' JCZZTZ &&4*+r

. i '{ '£ * > K ^ 'f < r* * i c t i i * . z * ■ £ ■ f ö y -

| % ***£*».

■p*VWr -& S?/U^

S~£t-£

j»>-s -4^1.._ ■'Zü


s s a t

/


Het oude tolhuis, de

voormalige portierswoning

aan de oprijlaan

-aan Hoekenburg.

Tussen de boomstammen

door is direct

naast het huis nog net

een gedeelte zichtbaar

van het openstaande

hek, ca 1900.

S jj*-; ’J**

■ è . l , '

tolhuis) aan het hek der oprijlaan. Ju ist die toevoeging

tussen haakjes leidde h e t spoor naar

h e t definitieve antw oord. W ant van d at tolhuis

is een o u d e ansichtkaart bew aard gebleven.

Een kaart, verstuurd in augustus 1901, m et de

Prinses M ariannelaan gezien vanaf de G eestbrug.

Tussen de bom en is rechts h e t tolhuis te

zien, de voorm alige portiersw oning van H oekenburg.

De eerste blik op de kaart is teleurstellend.

G een hek te zien, lijkt het. M aar een

vergrootglas geeft een andere, zeer verrassende

kijk. W ant d at glas o n th u lt tussen de bom

en, de vage conto u ren van een openstaand

hek. En in die co n to u ren is duidelijk de krul

te zien die zo ken m erk en d is voor h e t oude

H oekenburghek.

Zo heeft die oude ansichtkaart h e t geheim

ontsluierd van de plek w aar eertijds h e r hek

stond. In 1911 m oest dit hek plaats m aken

voor een nieuw, d at de toenm alige eigenaar

van H oekenburg, Ja n D aniël M artinus de

Voogt, k ort daarvoor had gekocht op de were

ld te n to o n ste llin g te B russel. G elukkig

w achtte h e t o u d e hek een m ooie nieuw e bestem

m ing toen Jo n k h e e r Van Sypesteyn h e t in

hetzelfde ja a r overbracht n aar zijn kasteelg

ro n d in N ieuw -Loosdrecht. D aar staat h et

nog steeds als een bewijs h oezeer h e t de m oeite

w aard is om zuinig te zijn op onze historische

kostbaarheden.

S y p estey n e n h e t o u d e h e k van

H o e k e n b u r g

A ugustus 1995. R ond kasteel Sypesteyn in

N ieuw -Loosdrecht h eerst de vredige stilte van

een O ud-H ollandse slottuin. R iddersporen,

k attek ru id , kam ille en lavendel p ro b e re n

sch u ch ter h u n tere kleuren te verbergen achter

de b escherm ende haagjes. M aar h u n bed

w elm en d e h o o g z o m e rg e u r v e rra a d t h en

keer op keer. D aarom w orden ze een geliefde

landingsplek voor de h o n d e rd e n over elkaar

buitelen d e vlinders. De zon speelt u itbundig

m et h aar vrolijke licht over de vele koningsblauwe

hekken, die ieder een stukje tuingeschiedenis

uitbeelden. Elk hek heeft een belangrijke

functie in de tuin en h e t park: de

één m arkeert de ingang, enkele andere de

overgang n aar een nieuw tuingedeelte, een

volgende vorm t een verrassend e in d p u n t van

een laan, o f o m kadert een bijzonder verge-

114 TVE 1 Ie jrg. 1997


■.. V \ -

.

f >




'

#9$ ÉS®

; ■

; .S *

: * - r - ,* •» -. ÜÜ

..,= .V"

Het Hoekenburghek met de contouren van kasteel Sypesleyn, 1996.

zicht bij de bosrand. Van d aaru it is nog goed

te zien hoe diep de w eilanden ach ter het bos

in de verte verdw ijnen. O ok is te zien hoe,

d o o r diezelfde w eilanden, lange sloten h et

eertijds sijpelende w ater vanuit die verre h orizon

richting Sypesteyn brengen.

H et oude H o ekenburghek heeft een m ooi

centrale plaats gekregen in de hoofdas van de

tuin. H et staat fraai op de bru g over de gracht

die hel park afscheidt van de slottuin, aan het

begin van de lange lindenlaan. Het is een karakteristiek

hek, verm oedelijk d a te re n d uit de

vroege ach ttien d e eeuw, geheel in ijzer uitgevoerd,

m et sierkrullen, bollen, zijvleugels en

korte tussenspijlen. Die tussenspijlen d ienden

om ongew enste dieren b u iten te houden . De

beide zijvleugels h eb b en aan de b u iten k an t

drie-dim ensionale pijlpunten. De naam H oek

en b u rg die bij de aankoop in 1911 nog gedeeltelijk

aanwezig was in de bovenkant van

h et hek, n et o n d e r de bollen, w erd d o o r Van

Sypesteyn verw ijderd. In 1987 kwam tijdens de

TVE 15c jrir. 1967 115


estauratie van het hek het hekm erk op de

hoofdspijlen weer duidelijk te voorschijn.

Zo’n hekm erk is het m erkteken van de ijzerfabrikant.

Het H oekenburghek draagt als hekmerk

de bekroonde initialen WR.

W andelend in het park komt vanzelf de vraag

naar boven hoe de tuin van Hofwijck eruit zou

hebben gezien als Van Sypesteyn zijn werk

daar had kunnen afmaken. Van Sypesteyn, die

een bewonderaar van Huygens was, woonde

op 16 juli 1916 de oprichtingvergadering bij

van de Vereniging Hofwijck. H et doel was

Hofwijck van de sloop te redden. Van Sypesteyn

werd bestuurslid en voorzitter van de

restauratiecommissie. Hoewel het herstel van

het Huis voorrang kreeg, wijst genoem d voorzitterschap

van Van Sypesteyn er op dat reeds

toen de restauratie van de Hofwijcktuin minstens

zo belangrijk werd gevonden. Door een

fundam enteel meningsverschil met de tamelijk

tactloze en autoritaire Hofwijckvoorzitter,

Hofstede de Groot, stapte Van Sypesteyn echter

in 1918 uit die restauratiecommissie en bedankte

uiteindelijk ook voor het lidmaatschap

van de Vereniging. Van een historisch goed

doordachte reconstructie van de Hofwijcktuin

kwam daardoor niet veel terecht. Wellicht zou

de jonkheer er ook voor gezorgd hebben dat

in de Hofwijcktuin veel m eer ‘open-deurenwerck’

waar Constantijn Huygens reeds over

schreef was gekomen . Dat zou ongetwijfeld

het Huis, de beelden en de tuin een betere

bescherm ing hebben geboden dan de kwetsbare

situatie van nu.

De terugtocht uit het park voert weer door

het oude hek van H oekenburg. H et voelt als

de herleving van een stukje lang vervlogen

Voorburg. Zo maar binnen handbereik. Maar

op het m om ent dat ik het hek een laatste keer

wil aanraken, flitst opeens de schim van de

jonkheer door mij heen. Alsof hij ten afscheid

nog eenm aal over de brug komt aangelopen,

zoals hij dat, tot zijn overlijden in 1937, honderden

keren m oet hebben gedaan. Uiteraard

is hij vergezeld van zijn trouwe honden.

Die liggen hier dichtbij het H oekenburghek

begraven op het hondenkerkhof, diep onder

het gras van de langgerekte singel. Een verstild

plekje achter de mooiste vormboom uit

de tuin en vlakbij het oude beeld van Nimrod,

de bescherm god van de jacht. Als tenslotte

het hek voorzichtig dichtvalt liggen drie

eeuwen tuingeschiedenis achter mij. Gelukkig

weet ik die nu veilig bescherm d door de tien

eerbiedwaardige hekken. Die hebben het nu

al drie eeuwen trouw volgehouden. Ze zullen

hier zeker nog eeuwenlang hun dankbare

taak kunnen vervullen.

Opgedragen aan Jeannette van Schaik, Jose fine

Boers, H enk Boers, H a n s van Roon en al die andere

vrijwilligers die in de tachtiger jaren de tuin van

Sypesteyn hebben gered uit de verwaarloosde en diep

vervallen staat, en die met veel piëteit, deskundigheid

en noeste arbeid de tuin weer hebben teruggebracht

lol de Oud-Nederlandse bloemenhof die de

naarn Sypesteyn weer met ere kan dragen.

Bronnen

Oud-Archief Ciemeente Voorburg; Archief Huygensmuseum

I Iofwijck, Voorburg; Archief kasteel-museum Sypesteyn,

Nieuw-Loosdrecht.

C.H.C.A.van Sypesteyn, Oud-Nederlandsche tuinkunst (I)en

Haag 1910)

A.l). Wumkcs, Jhr Catharinus Henri Cornells Ascanius van Sypesteyn.

Kleine kroniek van zijn leven (Nieuw-Loosdrecht

1971)

Irene Dankelman, ‘Jonkheer van Sypesteyn. Aanleg terrein.

Onderdelen van de aanleg’ in: Irene Dankelman, Tammo

Smith en André van der Goes (ed), I)e Sypesteyn. 16e

eeuwse tuin uit de 20e eeuw (Loosdrecht 1977)

Josef me Boers en Jeannette van Schaik, ‘De hekwerken van

kasteel Sypesteyn. Symbiose van tuinarchitectuur en

smeedkunst’, Groen nr 7/8 (1988)

J.M.van Schaik, Een rondgang door de tuinen van kasteel Sypesteyn

(Nieuw-Loosdrecht 1993)

A.J.A.M.Lisman, ‘Toegangshekken in de Vechtstreek’, Jaarboekje

van het Oudheidkundig Genootschap Niflerlake (1994)

Kees van der Leer, ‘Constantijn Huijgens op Hofwijck. Een

hoveling als hovenier’, Historisch Voorhurg jrg 2 nr 2

(1996)

116 TVE 15ejrg. 1997


Jonkheer Catharinus Henri Cornells

Ascanius van Sypesteyn

A l Eerelman en A.P. Hanselman

De meeste mensen in deze regio toeten tegenwoordig

wel dat het middeleeuws aandoende Kasteel-Museum

Sypesteyn in Nieuw-Loosdrecht pas aan het begin

van deze eeuw is gebouwd door de Haagse jonkheer

Van Sypesteyn. In het voorgaande artikel zijn

reeds vele gegevens over zijn leven vermeld. Maar

wie was hij eigenlijk, met wie had hij contact en hoe

zag hij eruit? Dit zijn slechts een klein aantal vragen

die over deze fascinerende en gedreven man te

stellen zijn.

De jo n k h eer kwam aan h et einde van de vorige

eeuw als een vreem deling n aar het geïsoleerde

L oosdrecht m et een uitzonderlijke missie;

h et bouw en van een kasteel. H oe keken

de bew oners van h et d o rp tegen hem aan?

Velen van hen hebben aan h et begin van

deze eeuw voor hem gew erkt, m et hem sam

engew erkt o f zijn op een an d ere m anier

m et hem in aanraking gekom en. De jo n k h e e r

had bijvoorbeeld nauw contact m et dom inee

Vellenga en de schoolm eester V oogsgeerd,

die heiden interesse h adden in de geschiedenis

van het d o rp L oosdrecht en zodoende ook

zeer geïnteresseerd w aren in de bouw van het

kasteel en van de geschiedenis van de fam ilie

Van Sypesteyn. B eiden hielpen m et de aankoop

van de grond, zij d ed en historisch onderzoek

en o n d erh ield en een intensieve briefwisseling

m et de jonkheer. H et leek er echter

op d at er co n cu rren tie was tussen deze twee

‘volgelingen’, m et nam e van de k ant van

V oogsgeerd. Toen hij h o o rd e d at de dom inee

een boek over de geschiedenis van Loosdrech

t wilde schrijven, stuurde hij een felle

b rief n aar de jonkheer: Het eerste en het laatste

w oord m oet aan ons. Wij schrijven h ier de

geschiedenis.' V oogsgeerd was waarschijnlijk

bang zijn bevoorrechte plaats te verliezen. Hij

liet geen gelegenheid voorbij gaan om zijn

sym pathie voor de jo n k h eer en de bouw van

zijn kasteel te tonen, waarbij hij veelal hoogdravende

taal uitte: Een tienjarige helden onderneming.

Het groote publiek weet niet en beseft niet,

wat hel is geweest; maar ik kan er wat beter over oordelen

en daarom kan ik ook beter waarderen. Het is

een geschiedk undige herovering; een historische overwinning,

zichtbaar en lastbaar voor de gehele wereld.?...).

Zo schreef hij tien ja a r n ad at de jo n k ­

h e e r b eg o n n en was m et de bouw van h e t kas­

teel.-

Van Sypesteyn was een echte aristocraat van

de oude stem pel, zijn fam ilie en zijn stand waren

erg belangrijk voor hem . De contacten

m et m ensen die hij als zijn gelijke zag, waren

dan ook over h et algem een goed, hij kon zeer

hoffelijk en charm ant zijn. Toch was er sprake

van een zekere afstandelijkheid van zijn kant.

Hij schiep geen afstand maar er was afstand en op

die afstand was hij beminnelijk en liet hij ook zijn

hart sjnehen B uiten de vriendschappen

Jonkhen C.H.C.A. van Sypesteyn (1857-1937).

TVE 15e jrg. 1997

117


Opgravingen in 1911 van de fu n ­

damenten van het huis Sypesteyn.

m et de notab elen van h et d o rp h ad Van Sypesteyn

natuurlijk ook contact m et zijn w erknem

ers. Hij gedroeg zich ook tegenover hen

over h e t algem een vriendelijk, m aar hij liet

wel m erken d at hij de m eerd ere was. E r was

een duidelijke kloof, de w erknem ers m oesten,

als zij bij hem b in n en kw am en, blijven staan

en vooral de pet afnem en. Hij d u ld d e geen tegenspraak

en wilde zeker n iet als h u n gelijke

b eh an d eld w orden. Een arb eid er die eens opm

erkte als ik zoveel geld had als u wou ik niel in

zo’n oud pak lopen, kon onm iddellijk vertrekken

en hoefde niet m eer terug te kom en.'

O ok was hij vrij w antrouw end. Als hij m erkte

d at een van zijn w erknem ers iets verkeerd had

gedaan, gaf hij h en een boete, dan hield hij

bijvoorbeeld een rijksdaalder van h e t loon in.5

Aan de an d ere kant m aakten de werklui

ook wel gebruik van zijn vriendelijkheid. Als

zij iets interessants vonden tijdens h e t o n d erzoeken

van de g ro n d en d it aan de jo n k h eer

gaven, kregen zij van hem een borrel. En zo

geb eu rd e h e t d at w erknem ers een gevonden

voorw erp, bijvoorbeeld een oude kruik, in

tw eeën brak en en hem d it o p verschillende

dagen gaven, om op die m an ier twee drankjes

in de w acht te slepen.6 O ok verrasten zij hem

wel eens m et een stuk (semi-) antiek uit eigen

huis, d at zij o n d e r de aarde sm eerden om h et

zo een o u d e r uiterlijk te geven, w aarvoor zij

w eer een borrel kregen.

E én van de w erklieden m et wie Van Sypesteyn

regelm atig onen ig h eid had, was de m etselaar

H arm sen. Hij had in 1902 o p d rach t gekregen

de oude grachten uit te graven en te herstellen.

H ierbij m aakte hij ech te r volgens de jo n k ­

h e e r grove fouten. Hij verzweeg d at hij fundam

enten had gevonden, om dat h ierd o o r vertraging

op zou treden. In zijn contract stond

dat hij in zo 'n geval al h et werk stil zou m oeten

leggen. O ok m aakte hij een fout in de

loop van de g rachten, vroeg hoge lonen voor

niet n ad er toegelichte karweitjes en sloopte

zo n d er overleg oude, belangrijke delen van

de huizen die voorheen op h et terrein stonden.

Zo w erden een fraaie oude m u u r m et

glas-in-lood raam en een kelder m et m iddeleeuwse

kloosterm oppen niet voor het nageslacht

bew aard. Van Sypesteyn was een m an

die zijn bevelen tot o p de letter opgevolgd wilde

zien en was zodoende zeer ontevreden

over deze w erkm an. Door deze handelingen, in

verband met andere bedriegerijen was deze persoon

weliswaar gelukkig dadelijk ontmaskerd en voorgoed

verwijderd, doch er was toch belangrijke schade (...)

toegebracht, zo schreef de jonkheer.8 H arm sen

heeft, n ad at hij in ongen ad e was gevallen,

n o o it m eer op h et kasteelterrein gewerkt.

G ed u ren d e de bouw was H arm sen geenszins

de enige m et wie Van Sypesteyn in de clinch

lag. In 1911 gaf de jo n k h eer De V rind jr., een

1laagse architect, de opdrach t een ontw erp te

m aken voor de bouw van h et kasteel. Zij waren

h et ech ter vaak oneens. De jo n k h e e r wilde

zo veel m ogelijk oude m aterialen in het

kasteel verw erken, om dat d at n aar zijn me-

I IS

TVE I V jrg. 1997


ning dc au th en ticiteit van het kasteel ten goede

kwant. De V rind stond er echte r op de d eu ­

ren, kozijnen en dergelijke o n d erd elen gewoon

in oude stijl n a te m aken. H ierdoor

voelde de jo n k h e e r zich nogal tegen het zere

heen geschopt en schreef hij verscheidene

m alen m o p p eren d in de kantlijn van de brieven

die hij van De V rind kreeg: “o nnodige bem

oeiing'." O ok vond de jo n k h eer dat De

V rind niet snel genoeg werkte. O ndanks dit alles

was hun persoonlijke contact in de beginjaren

van de bouw redelijk goed: de jo n k h eer

gaf de architect zo nu en dan een geschenkje,

vaak in de vorm van eten o f d ran k en zij hadden

een intensieve briefwisseling. De spanningen

b eg o n n en ech ter steeds m eer op te lopen.

De brieven van De Vrind w erden steeds

korter en m in d er vaak verstuurd, wat uiteraard

ook te m aken had m et de Eerste W ereldoorlog.

M aar in 1918 barstte de bom . Van Svpestcyn

beschuldigde De Vrind ervan geen

belangstelling te hebben voor de herbouw van

een gebouw tje op h e t voorplein. Deze o n tk en ­

de. en lichtte toe dal hij vanuit D en H aag we i­

nig kon doen om dat de jo n k h eer geen inform

atie o pstuurde, m aar dit hielp niets. In

augustus van dat jaar w erd de laatste brief geschreven

en het contact verbroken. V anaf die

datum liet Van Sypesteyn de bouw tekeningen

m aken d o o r de L oosdrechtse tim m erm an

H en n ip m an en was hij w eer volledig eigen

baas. In 1927 w erd de bouw d o o r geldgebrek

gestopt, h e t kasteel is h e d e n te n d a g e nog

steeds niet afgebouw d. Dit is o n d e r m eer te

zien is aan de blinde m u u r aan de tuinzijde

van h et kasteel.

We w eten nu iets m eer over de contacten van

de jo n k h eer m et de bevolking van Nieuw-

L oosdrecht. M aar wat vond m en van hem , van

zijn verschijning, hoe zag hij eruit? B ekend is

dat hij zich vervoerde m et een ezelwagentje.

De ezel was nogal koppig en w eigerde zo nu

en d an elke dienst, zo w eigerde hij over bruggen

zo n d er leu ningen te lopen. H et beest

m oest dan m et de w agen n aar de overkant getrokken

w orden, waarbij h et eens gebeurde

dat de jo n k h eer m et zijn vervoer in h et w ater

belandde. De k in d eren uit h et d o rp vonden

de ezelwagen een fraaie nieuw igheid, zeker

als zij eens m ee m ochten rijden. Een aantal

van hen speelden een spelletje m et de jo n k ­

h e e r en zijn wagen. Als hij m et zijn ezel het

d o rp in ging, wat zo’n drie keer p e r week gebeurde,

stonden zij hem op te w achten. Dan

grep en zij de teugels b eet om de wagen te

stoppen en vroegen vriendelijk doch d rin ­

gend om een noot. H ierop gooide Van Sype-

K uaiiSJ

/•rr

k 1

emmm

mf:

>■’ ba*

i», _Ksstdff

fSesleyn?

....... . ; * \ *7 .............. : mm.

Luchtfoto Kasled-museum Sypesteyn, ca I960.

TVE 15e jrg. 1997

1I!)


Interimr benedenzaal.

I» —

yv

, -*KSlgi

, i “V'X. i

steyn een handvol noten op straat, die de kinderen

snel opraapten, waarna ze hetzelfde

trucje nog eens probeerden." Ook reed de

jonkheer het (voormalige) schoolplein tegenover

het kasteel wel eens op en deelde daar

appels en andere dingen uit de tuin uit aan de

kinderen."1

Behalve door zijn ezelwagen viel de jonkheer

op door zijn kleding en zijn honden. Hij

wandelde vaak met zijn honden door de tuin

en zij vergezelden hem vaak tijdens het thee

drinken. Gesuggereerd wordt wel dat deze

huisdieren het gemis aan een echtgenote opvulden;

de jonkheer bleef zijn leven lang ongehuwd.

Hel staat in ieder geval vast dat hij

zeer aan zijn honden gehecht was, in de tuin

is dan ook een apart hondenkerkhof te vinden.

Jonkheer van Sypesteyn zag zichzelf wel als

een aristocraat, m aar zo zag hij er, wat zijn kleding

betreft, in anderm ans ogen zeker niet

uit. Hij droeg een oude jas, een donker pak,

handschoenen met gaten en een deftige donkere

hoed, waar vaak een scheur in zat. Hij

was erg m ager en had een grote, grijze snor.

Hij zag er altijd slordig uit, maar was desalniettem

in een indrukwekkend figuur, (...) wel

iemand waar, in mijn oog, iedereen een beetje tegenop

keek." Hij was een m arkante man, m et

een m arkante missie, waar nu nog over gepraat

wordt en wiens nalatenschap nu nog te

zien is!

In h e t k ad er van zijn stu d ie geschiedenis aan de

U niversiteit U trecht h e e ft A rth u r H anselm an in o p ­

d rach t van K asteel-M useum Sypesteyn onderzo ek

gedaan naar h et leven, de contacten en de doelstellingen

van jo n k h eer C .H .C .A . van Sypesteyn. H ierv

oor h eeft hij in fo rm atie uit h et arch ief van h e t kasteel-m

useum en uit interview s verw erkt. Dit artikel

is geschreven d o o r M artine E erelm an en A rthur

H anselm an m et m edew erking van K asteel-M useum

Sypesteyn en g eeft een k o rte im pressie van h et onderzoek.

N oten

1. Archief Kasteel-Museum Sypesteyn, brief van Voogsgeerd,

gedateerd 10-12-1904, inventarisnummer ISO.

2. Archief Kasteel-Museum Sypesteyn, brief van Voogsgeerd,

gedateerd 14-8-1909, inventarisnummer 180.

?>. A.D. Wumkes, jhr Catharinus Henri Cornells Aseanius van

Sypesteyn. Kleine kroniek van zijn teven (Nieuw-I.oosdrecht,

Van Sypesteyn Stichting 1971), 78,

4. Ibidem, 79.

5. Ibidem, 52.

0. Ibidem, 87.

7. Archief Kasteel-Museum Sypesteyn, inventarisnummer

171.

8. Archief Kasteel-Museum Sypesteyn, brief van De Vrind,

gedateerd 25-9-1912, inventarisnummer 185.

9. 111lot tnalie afkomstig uit een interview van A.P. Hanselman

met mevrouw van der Vliet, 26 november 1990.

10. Informatie afkomstig uit een interview van A.P. Hanselman

met mevrouw Doets, 10 december 1996.

11. Informatie afkomstig uit een interview van A.P. Hanselman

met de heer Lamme, 18 november 1990.

120 I'VE 15e jrg. 1997


Jo h a n n e s B o d e c h e e rB e n n in g h (1606-1642)

Zijn gedichten als bron voor genealogische gegevens

B. de Ligt

O p ongeveer zesjarige leeftijd verhuisde Jo ­

hannes B odecheer B enningh m et zijn ouders

van zijn geboorteplaats L oosdrecht n aar Alkmaar.

Dat was in 1611. In L eiden en A m sterdam

ontw ikkelde hij zich tot d ich ter en geleerde.

Quotidie morimurvms zijn lijfspreuk: Dagelijks

sterven wij. In 1642 overleed hij daadwerkelijk,

m isschien wel tot zijn eigen verbazing.

N u is hij bijna vergeten.

Behalve dich ter en geleerde was hij als zoon,

kleinzoon, broer, zwager en neef, onderd eel

van een fam ilienetw erk dat zich vooral in Amsterdam

en het Gooi m anifesteerde o n d e r de

nam en B odecheer en B anning (of B enning)

natuurlijk, en ook Stachouw er en C oppit. Dan

gaat h et over pred ik an ten , rijke kooplui en invloedrijke

am btenaren. In Enkele aantekeningen

betreffende vroege Amsterdammers in het Goot heeft

P.M. Vrijlandt over h en geschreven.' O ver de

Stachouw ers d eed C.A. van W oelderen d at al

eerder.2 A anvullingen hiero p gaven onlangs G.

A dem a en F.j.j. de G oover.'

Veel van B odecheers poëzie is gelegenheidswerk.

In dat soort gedichten figureren m ensen

natuurlijk net een beetje anders dan in de officiële

stukken. I loewel het over het algem een gevaarlijk

is gedichten te gebruiken als b ro n voor

biografische o f soortgelijke doeleinden, lijkt d at

in dit geval niet zo’n waagstuk: de door Bodecheer

verm elde persoonsgegevens zijn m eestal

volstrekt ondubbelzinnig . De verslaggever w int

het in deze p< lëzie regelm atig van de dichter. O m ­

dat die v erslaggeving o n d e r an d ere betrekking

h eeft op een aantal m ensen die in h et vroeg zeven

tiende-eeuwse Loosdrecht en in h et Gooi een

rol o f rolletje h ebben gespeeld, is h et m isschien

aardig h ier aan enkele van zijn gedichten wat

m eer b ek endheid te geven.

Levensloop

H et leven van Johannes was enerverend. In 1606

w erd hij geb o ren als waarschijnlijk de o p e e n na

oudste zoon van Nicolaas B odecherus. In 1620

w erd hij als 14-jarige ingeschreven als letteren ­

s tu d e n tin L eiden en in 1624 prom oveerde hij.

Tussen 1629 en 1638 was hij er h o ogleraar in de

ethica en sinds 1635 ook in de physica. In 1631,

hij was toen ongeveer 25 jaar oud, hekelde hij

de verdorven zeden v an zijn studenten in een geschrift

m et de titel: Satyricon in anruptaejuventutis

mores corruptos. In die tijd was h et Latijn de voertaal

in academ ische kringen. De senaat van de

Lcidse universiteit m oest er aan te pas kom en om

een stu d en tenopro c r de kop in te drukken; de

jonge professor kreeg een berisping. In 1638

vroeg hij aan curatoren verlof om als politiek raad

in dienst te tred en van de W estindische C om ­

pagnie. Als zodanig vertrok hij n aar Brazilië. Bij

die gelegenheid gaf C onstantijn H uygens als getuigen

is over hem dat hij een knappe jonge m an

was en goed schreef.Vin 1640 blijkt hij krankzinnig

te zijn en in 1642 w ordt gem eld, dat hij is

overleden.

Behalve w etenschappelijke geschriften heel t

Johannes B odecheer B enningh een aantal letterkundige

w erken gepubliceerd. In 1634 verscheen

zijn treurspel I)tdo. O ft’Heylloo.seMinnetocht

over de tragische liefdesgeschiedenis van

deze Carthaagse vorstin en de Trojaanse held Aeneas.

In zijn GoudeMuntgoddinhad hij al eerd er

de geldzucht gehekeld. Van 1639 dateren de Epigrammata

Americana ad (...) comiteml. Mauritium,

dat zijn de A m erikaanse p u n td ich ten , opgedragen

aan graaf Johan M aurits van Nassau, ‘de

Braziliaan’, die de N ederlandse expansie in Brazilië

leidde. B odecheers baas dus. In h et kader

van dit artikel zijn echte r twee andere bundels

gedichten belangrijken

Vader Nicolaas

De eerste is Leydsche Oorlofdaghen: O f Nederduytselie

Gedichten, uitgegeven te A m sterdam in

1630 bij Jacob Acrtsz. Golom. De bundel is opgedragen

aan de Leidse stadsregering, want

TVE 15e jrg. 1997 121


]:3M

\éti


Een familie van baljuws

Interessant ook is het Grafschrift Van mijn Gom

Stans Benningh, Baljuw van de Loosdrecht, Mijnden,

ende Teckop uit decem ber 1(127. Voor een

goed begrip: ‘rechtevoort’ betekent ‘zojuist’

en ‘nosen’ is ‘verdriet d oen’.

Verrotte beenen van ons schier gedoelde stom,

Welch lang een Ha nnings noem gedroegen heeft met eeren,

Wilt doch uw nae-neef niet uyt uwe grafstee weeren;

Ontfanght m 7 donckre hol, dat yeder een maeckt lam,

Hem wien de strenghe dood het lieve leven neem

In 7 midden van sijn tijd, en indien u de zeereu

Van oase quaelen noch een weynigh kunnen deeren,

Weent dat ons rechtevoort dit onheyl over-quam.

Enghy ooek blanche Dracht, die in de Loosdrechts wij eken

De vollen over-vloed niet volle vloeden loost,

7 Is recht, dat desa dood u op het hooghste noosl

Dat ghy de golfjes heet wat loomer heen te strijeken

Voor-bij de kanten van uw vette boter-wey.

En luystert in het oor der glaasjes droef geschrey.

Het geslacht Benning of Banning was een

zeer voornaam Amsterdams geslacht, dat daar

eeuwenlang de schepenbank en de burgemeesterszetel

bezet heeft gehouden. Het had

belangrijke bezittingen in h et Gooi, met

nam e in Blaricum. In Loosdrecht, Mijnden en

Teckop (bij Cockengen) hebben leden van familie

Banning tientallen jaren achtereen hel

baljuwschap uitgeoefend. De hier beweende

Stans wordt ook vermeld als Stans Banning

Texel. Blijkbaar hechtte de dichter er aan, dat

de relatie tussen de Bannings en de Bodecheers

naar buiten toe goed zichtbaar was: ik

ken geen andere Bodecheer die zich Bodecheer

Banning noem de. Hoe de relatie precies

was heb ik niet kunnen nagaan. Het ambt

zou wel in de familie blijven, waarover later. 1

Van juli 1630 dateert een gedicht in de Leydsche

Oorlofdaghen dat nog wat m eer informatie

geeft over de familieverhoudingen. H et is in Leiden

geschreven en heeft dit opschrift: Voor-spoedighe

Reys Aen mijn Neef de E. Heer Albertus Conradus

van der Burch (...) als hy voor Ambassadeur nae

Moscovien trock, ende mijn broeder Adriaen Bodecheer

in syngeselschap medegingh. In het exemplaar 505

E 24 van de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek

zit onder deze tekst een strookje geplakt

m et de mededeling: voor Secretaris.

Van der Burgh verbleef van juli 1030 tot oktober

1631 aan het hof van de tsaar van Moscovië.

Hij was bevriend met die andere bekende

baljuw, van Gooiland dit keer, P.G. Hooft,

m et wie hij via diens eerste vrouw Ghristina

van Erp ook verwant was. Hooft hield Van der

Burgh gedurende diens verblijf in Rusland

per brief op de hoogte van wat er in de rest

van de wereld zoal plaatsvond, waarbij hij en

passant Rusland (d a t drabbigh water) uitsloot

van de besc haafde volken.7Hoe precies de familierelatie

met de Bodccheers was moet nog

uitgezocht worden. In een ander verband

spreekt de dichter Bodecheer over Albert

Coenraedsz Burgh als over zijn ‘bloedverwant',

wal de relatie ook niet veel duidelijker

maakt. Van Neptunus wordt in liet gedicht beweerd,

dat hij Van der Burghs naam verhoest

dickw ils heeft hooien dondren, S e lf in B rasilien

Voor broer Adriaen had hij nog deze wens:

Ghij Broeder, oudste lack van beyd ’ ons ouders telghen,

Noch dood, noch holle Zee zal uwe siel verswelghen,

In het geselschap is alleen uw veyligheyd.

De Hemel slijp uw breyn en wil uw jonghe jaeren

Voor uw geboortens plaats in rijper tijd bewaeren!

Die plicht is yeder in 7 besonder op-geleyt.

En zeker om hem gerust te stellen volgt dan

weer de eerder genoem de lijfspreuk Quotidie

morimur.

Nederduytsche GedichtenXmdde de overbodig lijkende

ondertitel van de bundel Leidsche Oorlofdaghen

van 1630. De lijfspreuk maakt echter al

duidelijk, dat voor deze dichter het Latijn een

net zo voor de hand liggend medium was als zijn

moedertaal. In zijn milieu schreef m en alleen in

het Nederlands gedurende zijn ‘oorlofdagen’.

De bundel Poëmata die Janus Bodecherus Banningius

in 1637 in Leiden liet verschijnen diende

waarschijnlijk vooral een public-relationsdoel.

Bijna driehonderd bladzijden Latijnse

gedichten, opgedragen aan zo ongeveer alle

grote schrijvers en geleerden van die tijd: Daniël

Heinsius en Jacob Gats (aan wie ook de

Oorlofdagen opgedragen waren geweest), Vossius,

Barlaeus, Schriverius, Huygens, Hugo de

Groot en Anna Maria van Schuurman, om alleen

m aar enkele van de bekendste te noem en,

die op hun beurt weer lofdichten voor Bodechecrs

bundel produceerden. Een kleine dertig

jaar later zou de Amsterdamse dokter-dichter

Willem Godschalk van Focquenbroch zijn

bundel Thalia opdragen aan een aap.

Behalve de intellectuele en artistieke elite

van zijn tijd komen in de Poëmata ook de familieleden

van de dichter aan bod. Zo is er een

T V E 15e jrg. 1997 123


Xenium Ad Nicolaum Bodecherum, Putrem, een

nieuwjaarsgedicht aan vader Nicolaas Bodecherus,

dat verder geen bijzonderheden over

personen of gebeurtenissen bevat. Dat is wel

het geval bij het gedicht Ad Joannem Bodecherum,

Patruum, Senern Octuagenarium aan de

tachtigjarige grijsaard oom Johannes Bodecherus.

Deze broer van vader Nicolaas was

predikant in Cothen, ook rem onstrantsgezind,

m aar m et hem liep het m inder dram a­

tisch af."

Dat het baljuwsambt in de familie bleef blijkt

uit het gedicht Ad Adrianum Bodecherum, Fratrem,

Bailivum in Loosdrecht, Mynden, & Teckop:

Aan Adriaan Bodecheer, mijn broer, baljuw in

Loosdrecht, Mijnden en Teckop. Ik geef van

de Latijnse gedichten hier alleen de vertaling.

Het, ambt datje grootvader en je oom eerder verkregen

hebben bezit jij, broer, nu, teruggekeerd uit de ko ude

van Skythië [Rusland], Wees vasthoudend aan de

wetten en het rechtvaardige, beteugel de gewelddadigen;

laatje leven blij vervlieten met je echtgenote uit

de familie Stachouwer; het platteland zal geven wat

de met muren omsloten steden niet kunnen geven; de

landelijke eenvoud kent geen ijverzucht.“

Om nu een massale trek naar het platteland

te voorkomen kan ik m eedelen, dat de dichter

in zijn laatste regel een vergissing maakte. Op

15 juli 1641 schreef het H of van Holland aan

de baljuw van Gooiland, P.G. Hooft, dat

Adriaan Bodecheer en nog iem and geklaagd

hadden over t’groot gewelt, ende outrage [grove belediging],

twelcke sij te kennen geven haer aengedaen

te sijn bij Johan Stachouwer swager vanden voors.

Bailliuw [Adriaan B.], ende drie van sijne Dienaers.

O f Hooft er maar wat aan wilde doen.1" Een

stuk van Johan Stachouwer aan het H of van

Holland in een geschil m et Adriaen Bodecherus

en A erlandt Stachouwer, echtelieden, over

het huis te Ruysdael bij Blaricum van een mij

niet bekende datum zal ook wel niet gehandeld

hebben over de geluckige rust van licht-vernoechde

sielen, Wiens sorgen wijder niet en weyden

dan haer vee (Hooft, Granida)

Aerlandt of Aerlandia Stachouwer komt

voor in het artikel van Adema. Een andere bevestiging

van haar bestaan is te vinden in een

acte van overdracht van een huis en hofstede

met toebehoren aan Aarlandia Stachouwer,

huisvrouw van de baljuw Adriaen Bodecheer(1648).12

Haar broer Johan (1598-1655)

was een vermogend koopm an m et grote belangen

in de Westindische Compagnie. Hij

had bezittingen in het Gooi, onder andere het

al genoem de huis Ruysdael hij Blaricum. Sinds

1640 was hij heer van Schiermonnikoog. Ook

in Brazilië had hij belangen. Zijn broer Jacob

Stachouwer was daar politiek raad, net als de

dichter Johannes Bodecheer Benningh sedert

1638. In Blaricum herinneren aan Johan Stachouwer

nu nog de weg van die naam en zijn in

de kerk opgestelde grafsteen.

Broer Gerardus

Uit het voorafgaande is wel duidelijk geworden,

dat de familie Bodecherus in de eerste

helft van de zeventiende eeuw op allerlei wijzen

sterk betrokken was bij het reilen en zeilen

van de republiek op veel terreinen en in

alle windstreken. Voor Gerardus, waarschijnlijk

de jongste zoon van dom inee Nicolaas

Bodecherus, was deze betrokkenheid van tragische

aard. De bijzonderheden kennen we

uit een gedicht in de Poëmata: Ad Nicolaum

Bodecherum, Putrem, De Obitu Gerirdi Bodecheri,

Fritris (Aan vader N.B. over het sterven van

broer G.B.). Ik neem het hier grotendeels

over.

Uil het kamp, op ren schokkende zware wagen,

Nabij Venlo, kwam hij terug, ziek,

Ziek van lichaam, maar met krijgshaftig gemoed.

En zich toevertrouwend aan een rustiger Waal

- Hoewel de rivier bruisend zwol

Wegens de bergtoppen van Hessen -

Totdat het trage schip de Rotte naderde,

Om Leiden van meer nabij te zien,

Om zijn ouders van meer nabij te zien,

Liggend in een doodzieke slapte

Van een uitputtende scheurbuik; kort daarna een lijk

Toen hij te Delft aankwam. Aan de Amstel ligt hij

- Gelukkig wel door deze zaligheid -

Verbonden met zijn voorvaderen in het graf.

Moge het u slecht vergaan, kwade onderwereldduistemis

Die mij mijn broer ontnomen hebt.

Verdiende die krachtige geest dus, hij die

De lans zwaaide va n de prins van Oranje,

De bevrijder van het vaderland en vader van de zoon,

Verdiende hij zo te sterven, kwade duisternis ?

Verdiende hij zo te sterven, van wie

Het baarddons en de lichte baard nauwelijks eenmaal

Van de km was geweest, en de huid glad ?

Jullie, Deventer en Brantius,

Onder wier leiding de oefenschool keurt,

Zijn getuigen van een edel en goed hart

124 TVE 15e jrg. 1997


En wat voor een Bataaf waarli jk past.

En allen die in de cohorte dezelfde wapens

Hebben gedragen, hekelen hierom

En verachten gezamenlijk de misdaad.

Moge die troost voldoende zijn en ‘moge die uw

/achten stopzetten, vader; dat voor ieder

De levensdagen vastgesteld zijn en aan Gvd bekend —

. Zo leert het lot van tie natuur en dat afkomstig van God.

Omdat voor u. als ingewijde, toegankelijk zijn

Het lol van de natuur en dat van God beide

En omdat nu nog twee zoons over zijn, een dochter; en

moeder zelf nog leeft

Zuil ge uw verdriet kwijt kunnen raken, ziende

Dat kwee zoons nog over zijn, een doelde); en

moeder zeil nog leeft.

In 1632 gafVenlo zich over aan Frederik H endrik.

Waarschijnlijk speelde het hierboven beschrevene

zich af tijdens de veldtocht langs de

Maas in mei van datjaar. Gerardus Bodecherus

m oet toen ongeveer vijfentwintig zijn geweest.

In het Leidse studentenalbum werd hij

in augustus 1627 ingeschreven als twintigjarige

zoon van dom inee Nicolaas.

Een kluwen van verwantschappen

Met de voorvaderen in het graf verbonden te

zijn noem t de dichter een zaligheid. Ook in

het grafschrift van zijn oom Stans Benningh

kwam dat denkbeeld al voor. Opnieuw stelt hij

het aan de orde in een Epitaphium Margaretae

Banningiae Constantini Filiae, Cognatae, sepultae

Loosdmht (Grafschrift van M argareta Banning,

dochter van Constantijn, bloedverwant,

begraven te Loosdrecht): Hier rust, niet samengevoegd

met haar doelen, het meisje Banning, in

haar geboortegrond begraven. Ofschoon de grond

van Amstelland de grootvader en de vader van de

dode bewaart, ze kon nauwelijks door een passender

steen neergedrukt worden. Als deze Margareta de

dochter is van de in 1627 overleden baljuw

Stans Benningh voor wie Bodecheer het hiervoor

afgedrukte grafschrift vervaardigde, dan

is met dit sterfgeval de in 1627 schier gedoelde

stam misschien wel helemaal onder het Loosdrechtse

maaiveld verdwenen.

De gedichten van Johannes Bodecheer Benningh

maken niet m inder dan de aantekeningen

van Vrijlandt duidelijk, dat men in bepaalde

kringen in de vroege zeventiende

eeuw graag ‘onder ons' bleef. Ze vormen ook

een aanvulling op die aantekeningen. Het geslacht

Bodecherus blijkt binnen dat netwerk

verwant te zijn aan de Bannings en Stachouwers.

Blijkens enkele hier niet besproken gedichten

bestond er ook verwantschap met de

in het Gooi niet onbekende Coppits en daarbuiten

met de voorname geslachten Van der

Burch en Broekhoven. Hel beschrijven van

die kluwen laat ik graag aan m eer bevoegden

over, en het ontwarren er van nog veel liever.

Intussen is de mens en de dichter Johannes

Bodecheer Benningh bij deze behandeling

van zijn poëtisch werk natuurlijk schromelijk

te kort gedaan. Daar zal hij zich 350 jaar later

in de wereld aan gene zijde wel niet m eer over

opwinden. Misschien ook wel, want een anonieme

auteur verzekert ons in een gedicht dat

De geest van Matthaeus Gansneb Tengnagel, die

sinds 1652 in d ’andre werelt by de verstorven Poëten

verkeerde het volgende waarnam:

'K zie Bodecher aen d 'een zijde

Met zijn Diclo afgedwaelt,

En zijn Munt-Godin, O lijden!

Heeft ook ramp zijn bijt bepael.t:

Zy storf om Eneas wille,

Vol van wanhoop in de /< .

Hy van razerny ’er grillen,

Was haer lot quad, 7 zijne mee.”

N oten

1. T.V.E., 5, afl. 3 (1975) 65-83.

2. De Nederlamlsche l.e.niw, 32 (1914) kolom 300-306 en

332-340.

3. In: Mededelingenblad van de Historische Kring Blaricum, nr.

22 (1995) 10-12.

4. (■ Brandt, ll/storie der Reformatie, deel 4 (Rotterdam

1704) 800-802.

5. J.A. Worp, De briefwisseling van Constantijn Huygens, II,

355.

6. Zie ook B. de Ligt, ‘Loosdrechts Poezie Album’(I),

HKL, nr. 56 (1986) 18-20.

7. De briefwisseling van Pieter Comeliszoon Hooft, deel 2 (Culemborg

1977) nr. 402.

8. Zie daarvoor: B. de Ligt, ‘Joannes Assueri Bodecherus,

predikant te Cothen’. Het Kromme-Rijngebied 30-2 (1996)

29-30.

9. Vertaling Ben Wolken; alle andere vertalingen uit het

Latijn zijn van dr. Willem Kraak, classicus te Bussum.

10. De briefwisseling van Pieter Comeliszoon Hooft, deel 3 ( Culemborg

1979) nr. 1076.

11. W.J. Formsma, Archieven Heren van Schiermonnikoog. Monumenta

Frisii a, nr. 3. Im. nr. 264.

12. Idem, im. nr. 205.

13. Mattheus Gansneb Tengnagel, Alle Werken (Amsterdam

I960) 5 13.

TVE 15e jrg. 1997 125


De Groene Geschiedenis van het

Vliegveld Hilversum

c . van Aggetm

In 1989 verscheen er een artikel (in TVE 7e jaargang,

nr.4, december 1989) over het 50 jarige bestaan

van het Vliegveld Hilversum. Inmiddels is de

toekomst van het vliegveld zó in de belangstelling,

dat de redactie mij verzocht om voor dit Loosdrechtnummer

een nieuw artikel te schrijven.

Ligging

H et Vliegveld Hilversum ligt in de zuid-west

hoek van het Gooi en dus in de provincie

Noord-Holland.

H et gebied ligt tussen de Vecht en de hogere

zandgronden van het Gooi en de Utrechtse

Heuvelrug. In dat gebied vormde zich zo’n

10.000 jaar geleden veen. Dat hoogveen werd

afgegraven. De ontginningspatronen zijn zeer

duidelijk op kaarten terug te vinden. Vooral

na de vroegmiddeleeuwse regressiefase, waarbij

het lange tijd zeer droog was en de zeespiegel

daalde, werd het goed mogelijk om het

veen te ontginnen. De omgeving van het vliegveld

was grensgebied. Op velerlei gebied.

H et was de grens van hoge en lage gronden;

van intensieve en extensieve landbouw en, last

but not least, van U trecht en Holland.

H et was ook een wild en ruig gebied. Floris

V, graaf van Holland en Zeeland, heer van

Friesland was uitgenodigd voor een jachtpartij

door de edelen Gijsbrecht van Amstel, H erman

van W oerden en Gerard van Velzen. Men

heeft lange tijd gedacht dat die jachtpartij in

de omgeving van Einde Gooi heeft plaats gevonden.

H et lot van Floris V is bekend. Ter nagedachtenis

heet de grensweg van de Egelshoek

naar Hollandsche Rading: Floris V-weg.

De naam Egelshoek zou ook relatie hebben

m et die gevangenneming: Egelshoek = Ekelige

= akelige hoek !

Volgens Albertus Perk kom t de naam van

Ekelshoek is gelijk Eikelshoek, wat weer een

relatie heeft m et het voormalige Eikenbos

(Eikbosserweg). Andere bronnen duiden op

de meest voor de hand liggende theorie, namelijk

die van een dier.

Kerkelanden, Eerste en Tweede Blok

De gronden ten westen van Hilversum waren

bezit van de kerk van Naarden. Al in 1387 en

1430 waren deze gronden aan de kerk geschonken.

Inkomsten daaruit dienden voor

het onderhoud van de kerk. H et gebied was

bekend onder de naam Kerkelanden. Het bestond

uit 240 m orgen venen en vullinglanden

(afgegraven hoge venen, die weer opgevuld

werden). I.oosdrechtse boeren hadden delen

van de Kerkelanden in pacht.

Het gebied in het zuiden van het Gooi was

eigendom van de staat (landsheer). De Erfgooiers

hadden daar de gebruiksrechten.

V V ■ •1

A y N I T

A \ Vrtsdebeit

V/iegve/t

E g e lsh o e k

Hilversum

f-.-vV* ] Vj

Q} 'M m

if * - » ■

Ajb. 1. Ligging Vliegveld Hilversum tussen Hilversum en

Loosdrecht.

126 TVE lór lig. 1997


AJb. 2. De aanleg van het Vliegveld

Hilversum vond in de crisistijd

plaats in het kader van de

werkverschaffing.

r l - ,

mm ....

Veelal lieten ze er schapen grazen. V anaf 1625

kw am en er grootschalige p lan n en om heide

te ontginnen.

H et “E erste Blok” w erd na felle strijd pas in

1634 verkaveld. D aar o n tstond ’s-Graveland.

H et “Tweede Blok” (in h et zuiden van het

Gooi) w erd n iet ontg o n n en . Pas na de heideverdeling

t an 1836 w erden de kavels van het

Tweede Blok verkocht en o n tg o n n en . Daar

o n tstond later o.a. h et lan dgoed E inde Gooi.

R ond 1840 w aren er verschillende grondtransacties

in de om geving van het vliegveld. Dat

is vrij bijzonder en had te m aken m et de eigendom

s-verhoudingen. Veel gro n d was in eigendom

van de staat (“D o m einen”), terwijl Erfgooiers

de gebruiksrechten hadden. Een an d er

deel was in bezit van de kerk van N aarden, waarvan

Loosdrechtse b o e re n d e g ronden pachtten.

In 1886 was er een scheiding m et D om einen.

De g ro n d en “toegescheiden ” aan de Erfgooiers,

kw am en in h u n vol bezit. De gebied

en die D om einen verkreeg, w'erden p ro m p t

in 1837 geveild.

De percelen 62 t/m 66, 74 t/m 79 alsm ede 80

t/m 83kw am en in bezit van de bekende heer Sinkei

uit A m sterdam . Hij betaalde daarvoor in totaal

ƒ6710,-. O verigens zou Sinkei zijn g ro n d en

spoedig w eer verkopen. Bij de overzichten, te

zien op de “ingekleurde kaart van Perk” (1845),

blijken Six van H illegom , Van de Poll en Van d er

L inden eigenaar te zijn gew orden. Dit b etro f h et

gebied tussen het huidige vliegveld en T ienhovensche

Kanaal.

In 1939 w erd d it gebied d o o r D efensie in

gebruik genom en. A ldaar zou in de m obilisatie

tijd een g root deel van de Ie V erkenningsg

roep van h et L uchtvaart R egim ent o n d erg e­

bracht w orden.

O verigens w erd in 1840 één achtste deel

van de K erkelanden ook geveild. In totaal betro

f h et ruim 47 bunder. De eerste 5 percelen,

ruim 16 bunder, w erden aan de Kerk van

N aarden “toegescheiden". Deze g ro n d werd

gekocht voor ƒ3350,-. De overige percelen

kw am en in bezit van L oosdrechtse boeren.

U iteraard b leef de rest van de K erkelanden

in vol bezit van de Kerk van N aarden. Zo ook

h et terrein van h e t vliegveld H ilversum .

Vliegveld in het G ooi

In de jaren dertig nam de belangstelling voor

luchtvaart enorm toe. V erschillende groeperingen

kwamen m et plan n en voor een vliegveld.

In januari 1934 was de N.V. Sportparken Vliegveld

’t Gooi opgericht. Aan de L oosdrechtsew

eg/R aaw eg zou een sportcom plex m et w ielerbaan,

tennisbanen, cricketkooien, m otor-racebaan,

voetbalveld, polobad, twee café-restaurants,

clublokalen, servicestations, stallingen en

... een vliegveld w orden aangelegd. Dit m iljoen

en p ro ject (crisis-tijd!) w erd n iet uitgevoerd.

O verigens viel h e t an tec ed en ten o n d erzo ek van

enkele syndicaatleden negatief uit.

V anaf m aart 1934 zou h e t G ooisch Vliegveld

TVli 15ejrg. 1997 127


' ' -

* C v

Nf

- ; " ‘ -

j

^ N » *

^mggatfgS&+

A/5. 5. Overzicht Vliegveld bij de heropening in 1948.

Actie Comité met verschillende plannen tot

aanleg van een vliegveld komen.

De eerste locatie lag tussen de Noorderbegraafplaats

en de Craailoosche brug. H et bestuur

van het Gooisch Natuurreservaat weigerde

om de zeven ha grond te verhuren. Als

tweede optie had men het landgoed Einde

Gooi op het oog. Eigenaar Insinger had al een

strook van 500 bij 700 m eter gereserveerd.

Helaas was dat te weinig, zodat Einde Gooi

niet doorging. Ook een eenvoudig vliegveld

bij de Raaweg zou er niet komen.

Hoewel dit plan wel door het college van

B&W gesteund werd, weigerde de minister

van Verkeer en Waterstaat het terrein “aan te

wijzen als luchtvaartterrein in den zin van de

Luchtvaartwet”.

Vliegveld De Oude Renbaan

l)e belangstelling voor de luchtvaart nam

zienderogen toe. In het toenmalige hotel Hof

van Holland vond in 1934 de Eerste Hilversumschc

Luchtvaart Tentoonstelling plaats.

Een jaar later was de oprichting van de

Stichts-Gooische Kleine Luchtvaartclub een

feit. Men organiseerde lezingen en tentoonstellingen.

Van vliegen kwam nog echter weinig

terecht. Uiteindelijk vond de eerste vlucht

van die club plaats vanaf vliegveld Teugel

Ook nadat de Hilversumsche Zweefvlieg- en

Kleine Luchtvaartclub was opgericht, moest

m en vliegen vanaf Teuge. Eindelijk lukte het

om een locatie voor een Goois vliegveld te vinden:

op de heide tussen Hilversum, Bussum

en Laren. Deze paardenrenbaan was van 1880

tot 1893 in gebruik. In 1928 werd de renbaan

en omgeving wederom gebruikt. Notabene bij

de ruiterspelen van de Olympische Spelen van

dat jaar.

H et vliegen vanaf de “renbaan” stelde nog

niet veel voor. Met het zweefvliegtuig van het

type Zögling haalde m en vluchten van tientallen

seconden.

128 TVE 15e jrg. 1997


Ajb. 4. Op 9 mei 1940, één dag

voor het uitbreken van de oorlog,

sloeg een Fokker C.V van de le

Verkenningsgroep over de kop.

7

Vliegveld aan de Noodweg

Mobilisatie

_________

Inm iddels was de Stichting Vliegveld het Gooi

op 26 oktober 1937 opgericht. De o nderhandelingen

m et de instanties en tegenstanders

verliepen traag. Pas op 21 februari 1938 w erd

de huurovereenkom st m et de N ed. H ervorm ­

de kerk te N aarden gesloten. De volgende dag

trok een groot gezelschap n aar de N oodweg.

D aar verrichtte burgem eester Lambooy. oudm

inister van O o rlo g e n M arine, een plechtige

openingshandeling: de eerste spade ging in

de g ro n d en werd m et een versierde kruiwagen

w eggereden.

Deze feestelijke gebeurtenis eindigde bijna

in een ongeluk. Een tweetal vliegtuigen gaf op

deze feestdag een vliegdem onstratie. M en wilde

zelfs landen op h e t daarvoor totaal ongeschikte

terrein. Een op de g ro n d aanwezige

piloot kon d o o r arm bew egingen het landen

van de vliegeniers verhinderen.

D oor “w erkverschaffing” w erd de aanleg

van het vliegterrein uitgevoerd. Er w aren verschillende

tegenslagen. Zo was h et n odig veel

m eer sloten te d em p en d an m en gepland

had. M en had m eer g ro n d nodig. Na h et egaliseren,

ploegen, eggen en rollen, w erd de

g ro n d ingezaaid. H elaas verstoof een groot

deel in de k o u d e schrale w in ter van

1938/1939.

In het voorjaar van 1939 was de grasm at in

redelijke conditie. Een h an g ar en clubgebouw

w erden gebouw d. Ter viering van deze feiten

m ocht b urgem eester I.am boov op 27 mei

1939 een gedenksteen plaatsen.

O p 30 sep tem b er 1939 zou h e t vliegveld feestelijk

w orden geopend. Dat feest ging d o o r de

m obilisatie niet door. H et vliegpark w erd overgenom

en d o o r defensie. Er kw am en zeven

Fokker C.V en vijf K oolhoven FK.51 toestellen

van de le V erk en n in g sg ro ep '2 e Luchtvaart

R egim ent. In okto b er (tijdelijk) aangevuld

m et jachtvliegtuigen van h et type Fokker

D.XVII van de 2e Ja.V.A. O p 1 m aart 1940

kwam er een aanvulling voor de le Verk.gr.

nam elijk twee Fokker C.X. vliegtuigen.

Er w erden verschillende m obilisatie oefeningen

g eh ouden. Zo w aren er in oktober

1939 nachtvluchten m et de D.XVU’s. O ok

w erden vliegtuigen regelm atig verdekt opgesteld.

Dit g ebeurde in de bossen ten zu id o o s­

ten van Z onnestraal en ook in de om geving

van de Z onneheide. M en sleepte de vliegtuigen

m et de h an d o f m et b eh u lp van a u to ’s

n aar h u n schuilplaatsen. O p het vliegveld werden

tenten en een n o o d h angar neergezet.

In de m eidagen van 1940 nam de dreiging

toe. H et vliegveld werd om geploegd, zodat de

voren h et lan d en van vijandelijke vliegtuigen

m oest voorkom en. B oer V eldhuizen was er

een hele nach t m ee bezig geweest. De paarden

w aren doodop en niet m eer vooruit te

b ran d en . D efensie vroeg hem rustig d o o r te

gaan m et h et werk. Hij kon m akkelijk verse

p aarden lenen bij an d ere boeren.

O ok kwam er versperring, waarbij m en beto

n n en rioolbuizen, rijtuigen en an d ere rom ­

mel gebruikte. A lleen een landingsbaan was

vrijgehouden.

l'VE 15ejrg. 1997

129


W, T W

."Fm

Ajl). 5. Resten onderkomen Duitse

vluchtleiding uit de oorlogstijd.

C a

: L-

In de nacht van 9 op 10 mei werd al het personeel

om 1.00 uur gewekt. Men moest om

3.00 uur aanwezig zijn en een kwartier later

“gevechtsgereed” zijn. De Duitsers vielen om

4.00 uur aan, waarbij het veld met Me-109

aangevallen werd.

Duitse uitbreiding van het vliegveld

De Duitse bezetters zorgden voor een flinke

uitbreiding van het vliegveld. Ook de natuur

en de bebouwde omgeving kregen in ernstige

mate te maken met de Duitse aanwezigheid.

Toch is het vliegveld, zeker in vergelijking

m et bases zoals Soesterberg, Deelen, Leeuwarden

of Venlo relatief klein gebleven. Wel

vormde het vliegveld een belangrijke schakel

in het productieproces van de Bücker Bü-181

Bestmann vliegtuigen. Deze werden bij Fokker

in Amsterdam-Noord gebouwd, volgens

Duitse bronnen 708 stuks. De toestellen gingen

per dieplader naar Hilversum voor m ontage

en invliegen.

Op het terrein van Zonnestraal, niet ver van

het bodenhuis “De Koepel”, was een grote

m ontagehal gebouwd. Hiervandaan liep een

rolbaan (taxibaan voor de vliegtuigen) in zuidelijke

richting naar het vliegveld. In de nabijheid

van de hal kwam een ondergrondse

schuilplaats voor bewaking. (Thans nog aanwezig

op het terrein van de kinderboerderij

van De Zonnehoeve).

Tussen Zonnestraal en Loosdrecht werden

11 bunkerwoningen gebouwd. Eén daarvan

was het casino. Dit complex kreeg de naam:

H erm ann Göring Lager; genoem d naar de

Reichsminister der Luftwaffe en later Reichsmarschall

H erm ann Göring.

In het zuidelijke deel van het Loosdrechtse

Bos kwam de wapenmakerij. Op het natuurgebied

Zonneheide verrezen gebouwen ten behoeve

van reparatie en onderhoud van vliegtuigonderdelen,

zoals kompassen, m otoren

en elektrische installaties. En in Loosdrecht

kwamen m unitiedepots (in woningen!) en gevechtstorens.

Ook deden schuren dienst als

opslagplaatsen van onderdelen.

In de periode eind 1944/begin 1945 werden

betonnen banen aangelegd. Eén liep in

de richting van Nieuw-Loosdrecht richting

Einde Gooi. Pal ten zuiden van de begraafplaats

passeerde de baan de Rading. Haaks op

deze baan waren parkeerplaatsen of opslagplaatsen

aangelegd. Spionagerapporten van 2

februari 1945 spreken van een “drietal banen

die van het vliegveld aflopen naar de bosrand

waar zomerhangaars zijn gebouwd. Veel benzine,

grote voorraad bom m en.”

In de noordwest hoek bevond zich de verkeersleiding

van het vliegveld. Thans zijn daar

nog enkele bunkers (tegenover de Boni-superm

arkt). Aan de noord-zijde, nabij de

Noodweg, werden hangars gebouwd.

De grootste uitbreiding vond echter plaats

in oostelijke richting. Tussen het Tienhovensch

Kanaal, de Noodweg en het oorspronkelijke

vliegpark liet de bezetter een grote kazerne

bouwen. Daar zetelde de com mandant.

Er bevonden zich verschillend boerderij-achti-

130 TVE 15e jrg. 1997


A/b. 6. Hangar en havenkantoor,

1994.

X

■Mjpi ■■ ■

; J

H H IH H

ge bunkerwoningen. Een ziekenhuis, m unitiedepot

en cantine maakten deel uit van het

complex. Dit complex zou na de oorlog overgaan

naar de Koninklijke Marine, die daar het

M arine O pleidings Kamp zou stichten.

(Thans Korp. Van O udheusden kazerne)

In het natuurgebied richting H oorncboeg

werden m unitiekuilen aangelegd. Naast bommen

van 1000 kg konden daar ook brandstol1

vaten worden opgeslagen. G edurende de periode

januari t/m maart 1945 is er nog hard

gewerkt aan de uitbreiding. Men kapte bomen

bij Einde Gooi en Nederlandse werklieden

waren bezig met de nieuwe startbanen.

Op 12 april 1945 eindigden de werkzaamheden

terwijl op de 17e van die m aand een

“Sprengkom m ando” van 40 man begon met

vernielen van de militaire installaties.

Na de oorlog

Tijdens de nadagen van de Tweede Wereldoorlog

werd veel materiaal en gebouwen opgeblazen

of onklaar gemaakt (in Loosdrecht

moesten bij het opblazen van hangars of bunkers

de ram en open gezet worden).

Na de bevrijding hadden Canadese troepen

een plekje gevonden op "het militaire kam p”

(later Marine Opleidings Kamp). Het hoofdkwartier

van het Engelse 657 (Army)

squadron kwam op 1 juni 1945 met Auster

AOP.5 vliegtuigen naar het vliegveld. De geallieerden

gebruikten het vliegveld of gebouwen

nog totjanuari 1946.

:

t :

Het opruim en en afvoeren van materiaal

duurde enige tijd en de grasmat van het vliegveld

moest hersteld worden. Ook vond er een

herkaveling plaats van de landbouwgronden,

die in de oorlogstijd of mobilisatie gevorderd

waren.

De boerderij van Roel Veldhuizen, pal ten

zuiden van het vliegveld gelegen, was in de

oorlog gesloopt. Hij verhuisde naar de Rading.

De boerderij van Freek Groen, aan de

Rading, bleef evenwel nog lange tijd staan.

Pas begin jaren zeventig zou bij verhuizen en

zou bet terrein gekocht w orden door

J.Daams, waar het bedrijf Skylight domicilie

zou vinden.

In mei 1947 m ochten de zweefvliegers van

de Gooische Zweefvlieg Club het veld weer gebruiken.

De Gooisch-Stichtsche Aero Club,

met voorzitter Klaas de Geus van den Heuvel,

kreeg het voor elkaar dat op 4 en 5 oktober

1947 een vliegweekend, m et verschillende

motorvliegtuigen, georganiseerd werd.

Inmiddels had de Gemeente Hilversum het

vliegveld gekocht en verhuurde deze het aan

de Stichting Vliegveld Het Gooi. Op 10 juli

1948 werd het vliegveld officieel geopend

door Prins Bernhard met het hijsen van de

Nederlandse vlag. Bernhard kwam in zijn

eigen vliegtuig: de Stinson Sentinel PH-PBB.

Vanaf 1950 werd de Nationale Luchtvaart

School (NTS) een belangrijke gebruiker van

het vliegveld. Na de oorlog was er grote behoefte

aan vliegers. De NES verzorgde de

voorselectie van de aspirant-militaire vliegers.

Later kwamen er ook verschillende bedrij-

TVE 15c jrg. 1997

131


A/b. 7. Busje voor i'luchtleiding

Gooische Zweefvlieg Club.

ViÉk

mmWÊmÈ

________

ven, waaronder NV M eteor (luchtfotografie

en landbouw vluchten), h et N ederlands

Luchtreclame Bedrijf van Martin Schröder en

Skylight van johan Daams.

Woningbouwplannen

E in d jaren vijftig had Hilversum een zeer actief

vliegveld. De G em eente Hilversum had

evenwel plannen voor woningbouw. Daardoor

hing in de lente van 1959 de toekomst van het

vliegveld aan een zijden draadje. De Gem eente

Hilversum presenteerde het uitbreidingsplan

“Egelshoek” en het was niet uitgesloten

dat het vliegveld zou m oeten verdwijnen.

Zowel de Koninklijke Nederlandse Vereniging

voor Luchtvaart (KNVvL) die in 1954 de

NLS had overgenomen als G edeputeerde Staten

van Noord-Holland spraken zich uit tegen

de plannen. Pas in 1963 werd de Gemeente

Hilversum in het ongelijk gesteld.

Hoewel de KNVvL de NLS al in 1968 had

verkocht, moest zij de exploitatie tot 1975 uitdienen.

Sinds 28 februari 1975 is deze overgenom

en door de Stichting Vliegveld Hilversum.

Ook de Gem eente Loosdrecht kwam na de

Tweede W ereldoorlog tot uitbreiding. In 1945

ging de bebouwing slechts tot aan de Nootweg

(de Loosdrechtse Nootweg, met een t) en tot

aan de Rading. In d ejaren 50 t/m 90 ging de

uitbreiding verder, zelfs tot aan de Tjalk en

Vrijheid, waarbij men m et de bebouwing voorbij

het industrieterrein aan de Industrieweg

kwam.

Uit het uitbreidingsplan “Ter Sype” blijkt

dat de Gem eente Loosdrecht wil uitbreiden.

Echter één van de drie uitgezette start- en landingsbanen

loopt over het uitbreidingsgebied.

Dit is de baan 13-31. De Stichting Vliegveld

Hilversum heeft aangegeven dat er mogelijkheden

zijn om baan 13-31 op te geven. Dit

kan bijvoorbeeld door de huidige “preferente”

baan 07-25, die 540 m eter lang is, te verlengen

tot 600 meter. Een andere optie is

draaiing van de baan met tien graden tot (ten

06-24 baan. Verlenging is Ook dan gewenst. Er

blijft steeds sprake van grasbanen. Van verharding

van de banen is geen sprake.

Toekomst van het vliegveld

In 1987 verlengde de Gem eente Hilversum

het huurcontract tot 1997. Dat was evenals in

de jaren ervoor slechts voor een relatief korte

periode. De Gem eente Hilversum zag, met

het jaartal 1997 dichterbij komend, dat door

verdwijning van het vliegveld er woningen of

bedrijven gebouwd zouden kunnen worden.

De afloop van het huurcontract bood schijnbaar

de gelegenheid voor een andere bestemming

dan luchtvaartterrein.

In de afgelopen ja re n verschenen zeer veel

stukken in de pers over de toekomst van het

vliegveld. Het bestuur van de Stichting Vliegveld

Hilversum onderhandelde met de gem

eente om het huurcontract langdurig te ver-

132 TVE 15ejrg. 1997



• -?

wam

i

t • * a t ‘M


«sSBlfc

AJb. 8. Grens tussen het vliegveld en de Egels hoek, vastgelegd in 1948.

R '

--^j

lengen. O f tot een an d ere overeenkom st te

geraken. O ok gaf h et b estu u r voorlichting aan

gebruikers en bew oners, zoals op 27 novem ­

b e r 1995 in bet restaurant Vliegveld Hilversum

. A ldaar werd inform atie verstrekt om ­

tren t de historie, h et eigendom , h et h u u rco n ­

tract, de stru ctu u u r van de huidige b eheerd er

alsm ede h aar financiële positie. Tevens kwam

de relatie van h et vliegveld m et h aar om geving

aan de orde. D eskundigen gaven inform

atie over h e t luchtruim structuur, geluidszon

erin g en -productie.

O pvallend was ciat in de discussie o m trent

h et voortbestaan van h et vliegveld de bewoners

van L oosdrecht, verschillende natuur- o f

m ilieugroeperingen en bew oners van H ilversum

(inclusief de Egelshoek) zich voorstander

noem en m et betrekking tot het voortbestaan

van h et vliegveld.

Contract verlengd

H et h u u rcontract tussen de g em eente H ilversum

en het Vliegveld H ilversum werd in novem

ber 1996 verlengd, in elk geval voor een

periode van vijf jaar. E ventueel kan de h u u r

daarn a m et nog eens vijf jaar w orden verlengd.

Dit besluit kwam globaal overeen m et

h et voorstel van het college van burgem eester

en w ethouders, u it h e t begin van 1996.

E ventuele herbestem m ing van h et terrein is

vooralsnog niet aan de orde geweest. H et huidige

college m een d e dat eerst een integrale

toekom stvisie op I Iilversum m o et w orden o n t­

wikkeld.

En nu verder

De d o o r de RED ( Rijks L uchtvaart Dienst)

ontw orpen geluidszonering had het voordeel

dat er voor een bepaald gebied w erd vastgesteld

hoe hoog de geluidsbelasting m ag zijn.

In dat voorstel was sprake van 76.000 vliegtuigbew

egingen. De voorzitter van de stichting

Vliegveld H ilversum had e r wel wat m eer

willen h ebben. O ok om d at veel overlast van

vliegtuiglaw aai h elem aal n ie t v ero o rzaak t

w erd d o o r vliegtuigen van Vliegveld H ilversum

, m aar d o o r h et steeds m aar d ru k k er word

en d e vliegveld Schiphol.

Het vliegveld nam al m aatregelen. Bijvoorbeeld

ten aanzien van de openingstijden; alleen

tussen 08.00 u u r en 20.00 u u r m ag er gevlogen

w orden. O ok zijn er strakke aanvlieg-

TV E 15e jrg. 1997

133


--t»g {

" * S f l

m il

AJb. 9. Werkplaats voor zweefvliegtuigen van de Gooische Zweefvlieg Club.

en vertrekroutes vastgesteld. Bovendien worden

er nu steeds m eer stillere vliegtuigen gebruikt.

Al beëindigde in 1996 het beroem de bedrijf

van J. Daams: “Skylight” haar activiteiten, het

weerhield andere bedrijven en clubs niet om

in 1997 er flink tegen aan te gaan. Zo vierde

de Gooise Zweefvlieg Club haar 60-jarig jubileum

m et als afsluiting de ingebruik nam e van

een nieuw clubhuis.

De toekomst van het vliegveld Hilversum is

thans voor een aantal jaren zeker. H et blijft

echter, ook voor Loosdrecht, spannend wat

uiteindelijk die integrale toekomstvisie zal

brengen. Een woon- of industriewijk van Hilversum

zal een ernstige aantasting worden van

het groene gebied; de overgangsfase tussen

Holland en Utrecht.

Bronnen

Streekarchief voor Gooi en Vechtstreek: Archief Gemeente

Hilversum, dossiers 1.814.2 (Oude Renbaan), 1.814.12

(Noodweg), 1.858.3 VIII, Villa en VlIIb

Knipselarchief Bibliotheek ’s-Gravelandseweg Hilversum:

O.a. knipsels uit: De Gooi- en Eemlander, jaargangen

1934, 1973, 1975, 1989, 1991 t/m 1997; De Arbeid, jaargang

1938.

Goois Museum: Dossiermap van de voorbereidingscommissie;

Tentoonstelling “Vliegveld Hilversum 1934-1993”,

gehouden van 3 juli t/m 12 september 1993.

Sectie Luchtmachthistorie: Dossier vliegvelden “I lilversum”

Verzetsgroep “Albrecht”: Aantekeningen, kaartjes en overige;

(geheime) informatie verzameld in 1943-1945.

Publicaties

Van Aggelen, C., Vliegveld Hilversum 50 jaar; Een jubileum dat

niet gevierd werd. In Tussen Vecht en Eem, 7e jaargang,

nr.4, december 1989. (Ook verschenen in Eigen Perk

1989/4).

De Bruin, e.a., Illusies en incidenten. De militaire luchtvaart en

de neutraliteitshandhaving tot mei 1940. Z.p., z.j.

Gemeente Hilversum, Verslag over de jaren 1939-1949.

Molenaar, F. J., De luchtverdediging Mei 1940. Den Haag, 1970.

Roundel, uitg. British Aviation Research Group, Vol 6,

No.6, november 1982.

Van der Stroom-Toren, R. e.a. GOZC 1936-1986, Hilversum

1986.

Wesselink, T. Vliegveld Hilversum. In Luchtvaart, 1le jaargang,

nr.7/8 (juli/augustus 1994).

134 TVE 15ejrg. 1997


Activiteiten van de Stichting

Tussen Vecht en Eem

O PEN DAG 1997 op zaterdag 24 m ei te L oosdrecht

Kerk en kerkzaal “het Lichtbaken” van de

H ervorm de G em eente Oud-Loosdrechtsedijk

230 Oud-Loosdrecht.

De O pen Dag wordt georganiseerd door de

Stichting Tussen Vecht en Eem in samenwerking

m et de Historische Kring Loosdrecht.

Op deze dag kunnen contacten met vele

organisaties worden gelegd of hernieuwd en

allen, die in het Gooi en de Vechtstreek zijn

geïnteresseerd, kunnen elkaar daar ontm oeten.

Deze dag is voor iedereen toegankelijk,

dus ook voor belangstellenden die geen lid

zijn. Het maximale aantal plaatsen is 200.

Daarom is inschrijving vooraf aan te bevelen.

Een inschrijvingsformulier treft u aan als

losse bijlage in het tijdschrift.

PROGRAMMA

Vanaf 9.30 uur

- ontvangst deelnem ers m et koffie en koek

in de kerkzaal

- registratie deelnem ers en regeling ntiddagexcursies

- boek-, tijdschrift- en informatietafels kunnen

worden geraadpleegd

10.00 uur

welkom door de de heer J.J. Gieskens, burgemeester

van Loosdrecht

10.10 uur

openbare vergadering TVE (art. 10 statuten)

geleid door de waarnemend voorzitter, mevrouw

drs Maria W.J.L. Boersen

10.20 uur tot 12.00 uur

voordrachten m et muzikale intermezzi

1. Loosdrecht in vogelvlucht, een historisch-geografische

verkenning met dia's door de heer

drs Chr. de Bont, medewerker van het Staring-Instituut

te W ageningen

2. Het interieur van Kasteel-museum Sypesteyn,

dooi' mevrouw Conny G. Bogaard, museumconservator

van Sypesteyn

3. Het landgoed Eikenrode (in de volksmond

het Bos van Hack genoem d), een dia-presentatie

door de heer Piet A. Bakker, bioloog en

wetenschappelijk medewerker van de Vereniging

van N atuurm onum enten N ederland

12.10 tot 13.15 uur

aperitief en lunch.

Tevens de verdere regeling van de excursies

13.15 tot 15.15 uur

excursies (er kan slechts aan één excursie

worden deelgenom en)

1. Rondvaart naar de “Ster" van de Loosdrecht;

met toelichting op de veenontginningen en

het huidige landschap onder leiding van de

heer P. Honig

2. Bezoek aan het atelier van mevrouw Christel

van der Korst, boek- en papierrestaurator en rondleiding

op het landgoed Eikenrode onder leiding

van de heren Piet A. Bakker (bosgebied) en

Adriaan Doets (m onum enten)

TVE 15e jrg. 1997 1.35


3. Bezoek en rondleiding kasteel en historische tuin

van Sypesteyn

15.15 uur

terugkom st van excursies en feestelijk slotconcert

in de Ned. H ervorm de Kerk van

Oud-I.oosdrecht

ca. 15.30 uur

afsluiting van de O pen Dag 1997

N.B. H et is voor sommige excursies aan te

bevelen om waterdichte schoenen mee te

nem en.

O p de excursies kunnen fotografen van

natuur en landschap hun hart ophalen dus

een advies: neem uw fototoestel mee!

Bereikbaarheid:

per auto:

volg de aanwijzingen van de

parkeerwachters voor en op

het kerkplein

per trein/bus: vanaf hoofdstation Hilversum

met buslijn 121; vertrektijden

8.22 of 9.22 uur.

Uitstappen bij Jachthaven

van Dijk).

Trein taxi-vervoer vanaf hoofdstation Hilversum

is mogelijk.

*.%>-**■ fJ

*

W M :

'U.*

mmm

-■■■

-•. -


-

m ó t - j m -

spy

4 * 4

‘ ....

* ** »* »

- 3 * \

7 ' -yf-lA»;

uit £ooódrecht

Luchtfoto Loosdrecht richting Veendijk-Homdijk, ca 1960.

136 TVE 15e jrg. 1997


De Historische Kring Loosdrecht

J. Mol

L oosdrecht kan bogen op een lange geschiedenis.

Al vroeg begon m en m et h et in cultuur

b ren g en van h et veengebied om er b o erenbedrijf

te k u n n en uitoefenen. In de twaalfde

eeuw was er een kleine d orpsgem eenschap op

de plaats waar n u O ud-L oosdrecht ligt. R ond

1300 w ordt Ter Sype genoem d, een b u u rtschap

op de plaats van de hervorm de kerk van

N ieuw -Loosdrecht. T urfw inning heeft geleid

tot het ontstaan van de plassen, w aardoor de

gem eente L oosdrecht nu uit 1758 ha w ater en

1517 ha land bestaat. G ed u ren d e eeuw en

w erd er geschiedenis gem aakt, die belangrijk

genoeg was om o n d e r de aandacht van een

b reed publiek te b rengen. D aartoe w erd op 22

sep tem b er 1972 de H istorische Kring Loosd

re c h t (HKL) opgericht. W at in 1972 begon

als een K ringetje m et 50 leden is in vijfentwintig

jaar gegroeid tot een bloeiende Kring m et

bijna 700 leden, niet gering voor een g em eente

m et ongeveer 9000 inw oners.

De HKL stelde zich ten doel de geschiedenis

van Loosdrecht te onderzoeken, te docu m en ­

teren en bek en d te m aken. En d at h ebben en ­

thousiaste en hardw erkende vrijwilligers waar

gem aakt. In de achterliggende jaren hebben

/.ij een gedegen d o cu m en tatiecen tru m opgezet

op het gebied van archeologie, genealogie,

kartografie en fotografie. D aartoe zijn een om ­

vangrijke bibliotheek en een knipselarchief ingericht,

een foto- en diacollectie aangelegd en

vele geluids- en videobanden gem aakt. Tevens

bezit de K ring een grote verzam eling gebruiksvoorw

erpen. Er is zoveel onderzoek gedaan

d at een reeks boekjes en ruim h o n d erd p eriodieken

k onden w orden uitgegeven.

O m d at in onze tijd d o o r de welvaart veel historie

verloren is gegaan en nog dreigt te gaan,

im m ers w aar geld is w ordt ou d vervangen d o o r

nieuw, m oet erovercle resterende m onum enten

gew aakt w orden. D aarom o n d erh o u d t de 11KL

zeer goede contacten m et tic Stichting Historisch

G oed Loosdrecht, die zich inzetvoorhet behoud

van L oosdrechtse m o n u m en ten .

Dat de O pen Dag van de Stichting Tussen

V echt en Eem in mei 1997 in L oosdrecht w ordt

geh o u d en is geen toeval. Al in 1995 heeft h et bestuurvan

de H istorische K ring L oosdrecht TVE

gepolst over hel h o u d en van deze dag. Im m ers

een vijfen twintigjarig bestaan is de m oeite waard

om iets extra te doen. Met hetsucces van de O pen

D ag in 1988 voor ogen k onden we de uitdaging

wel aan. Bovendien is h et de laatste keer dat het

in de gem eente L oosdrecht kan; wij m oeten binn

enkort sam en m et an d ere do rp en een nieuwe

gem eente vorm en o f onderdeel w orden van een

b u u rg em een te. De H istorische K ling Loosd

rech t m o et dan alleen verder en zich zien te

handhaven. Wij zijn erv an overtuigd dat h et wel

lukken zal. De HKL heeft zich zo’n plaats in de

L oosdrechtse sam enlevingverw orven datzij niet

m eer weg te d en k en is, ook al zou L oosdrecht

een an d ere naam krijgen.

Historische

Kring

Loosdrecht

* >

22e jaargang nummer 104 - september 199S

TVE 15e jrg. 1997 137


Bestuur en redactie

Tussen Vecht en Eem

Leden dagelijks bestuur

drs Maria W.J.L. Boersen (wnd voorzitter)

A. Paulownalaan 5

1412 AK Naarden

035-6946926

T. Kruijmer-Vos (secretaris)

Botterstraat 7a

1271 XL Huizen

035-5251713

F.H. Bos (penningmeester)

Stargardlaan 10

1404 BD Bussum

035-6941382

L. Lankreyer-van Eijle, Eemnes

035-5389198

drs K. Loeft, Laren

035-5380474

P.j. Timmer, Loosdrecht

035-5823412

Het algemeen bestuur bestaat uit vertegenwoordigers

van:

Historische kring “Baerne”

Historische kring Bussum

Historische kring Blaricum

Historische kring Eemnes

Historische kring “In de Gloriosa” Ankeveen, 's-Graveland,

Kortenhoef

Hilversumse historische kring “Albertus Perk”

Historische kring Huizen

Historische kring Laren

Historische kring Loosdrecht

Historische kring Muiden

Stichting “Comité Oud Muiderberg”

Vereniging Werkgroep Vestingstad Naarden

Historische kring Nederhorst den Berg

Historische kring Weesp

Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland,

afdeling Naerdincklant

Streekarchief voor het Gooi en de Vechtstreek, Hilversum

Stadsarchief Naarden

Stadsarchief Weesp

Vereniging Curtevenne, ’s-Graveland

Dudok Stichting, Hilversum

Nederlandse Genealogische vereniging, afdeling

Gooi en Eemland Stichting NIVON

Geologisch Museum Hofland, Laren

Stichting tot bevordering van de belangen van het

Goois Museum, Hilversum

Stichting “Hilversum, Pas Op!”

Stichting Huizer Museum

Werkgroep klederdrachten Eem en Gooiland

Singer Museum, Laren

Stichting Vrienden van het Nederlands Vestingmuseum,

Naarden

Redactie

mw C.M. Abrahamse

Diependaalselaan 294

1215 KH Hilversum

035-6292646 (kantoor)

drs Maria W.J.L. Boersen

A. Paulownalaan 5

1412 AK Naarden

035-6946926

dr J.D.C. Branger

Postiljon 56

1251 TM Laren

035-5310823

D. Dekema

Drossaard 30

1412 NS Naarden

035-6940760

L.R. Huese-Rommerts (secretaris)

Van Gelderlaan 74

1215 SP Hilversum

035-6219279

dr P.H.D. Leupen

Burg. Lambooylaan 15

1217 LB Hilversum

035-6245704

E. E. van Mensch (voorzitter)

JHB Koekkoekstraat 26

1214 AD Hilversum

035-6292826 (kantoor), 035-6234913

138 TVE 15e jrg. 1997


Varia

C. van Aggelen (geb. 1954). G roepsleraar aan

de D altonschool De M eent. B estuurslid van

de H ilversum se historische kring “A lbertus

Perk ”. Publiceert over u iteen lo p en d e o n d e r­

w erpen. S tudeerde aardrijkskunde aan de

VL/VU te A m sterdam . W oont in Hilversum.

Piet Bakker (geb. 1937). Sinds 1963 als bioloog

werkzaam bij de V ereniging N atuurm o­

n u m e n te n ie A m sterdam en s-Graveland.

T hans belast m et h et beleid t.a.v. cultuurhistorie

en landschap in de terrein en van N atuurm

o n u m en ten . Adviseert via zijn A dviesbureau

voor cultuurhistorie ‘Verweving” over historische

buitenplaatsen, traditionele b o eren tu i­

nen en oude cu ltuurplanten.

Chris de Bont (geb. 19 5 1) is sinds 1982 als historisch

geograaf w'erkzaam bij h et DLO-Staring

C entrum te W ageningen, waar hij zich

voornam elijk bezighoudt m et zogenaam de

toegepast historische geografisch onderzoek.

In opdrach t van rijk, provincies en m inisteries

verricht hij onderzoek n aar de geschiedenis

van h et hedendaagse cultuurlandschap ten

behoeve van provinciale streekplannen en

landinrichtingsprojecten, m aar ook om bij

grootschalige ingrepen in het landschap de

cultuurhistorische betekenis een rol te laten

spelen. M om enteel werkt hij in o p dracht van

h et M inisterie van L andbouw aan een landelijk

geografisch inform atiesysteem w aarin de

cultuurhistorische w aarden van het landschap

zijn opgenom en.

F. Brand (geb. 1941). H oofd-geluidstechnicus

bij h e t N ederlands O m ro ep p ro d u k tie B edrijf

(N O B), voorheen de N OS te H ilversum . Als

film geluidstechnicus in 1961 in dienst gekom

en bij de NTS te Bussum. Vele jaren bestuurslid

(penningm eester) geweest van de

H istorische Kring L oosdrecht. Vanaf 1974 redactielid

van h et periodiek van de kring.

Drs Martine Eerelman (geb. 1973) is in 1996

afgestudeerd in de studie A lgem ene L etteren

aan de U niversiteit U trecht, m et als specialisatie

C ultuureducatie. Zij heeft in hel m ededelingenblad

nr.4 1996 van de Stichting U trechtse

Kastelen n aar aanleiding van h aar doctoraalscriptie

een artikel gepubliceerd over de

presentatie van het verleden in vijf U trechtse

kastelen.

Arthur Hanselman (geb. 1971). S tudeerde geschiedenis

aan de U niversiteit U trecht.

Hans Kosman is publicist en PR-adviseur te

W assenaar.

Drs C.L. van der Leer (geb. 1944). S tudeerde

econom ische w etenschappen aan de Erasmusuniversiteit

te R otterdam . Is docen t en conrector

bij de H aagse S cholengem eenschap

Zandvliet. Publicaties: ‘De tu in en van Meerdervoort.

Van ridderlijke H ofstede tot luisterrijke

b u itenplaats’, in Zivijndrecht.se Wetenswaardigheden

(1994); ‘G edrieën alleen voor h et geluk

g eb o re n ’ een historische vertelling over

drie zusters Pom pe van M eerdervoort in de

verzam elbundel Alleenstaanden (1995); ‘Constantijn

H ugens en V oorburg. E en hoveling

en zijn hofstede', 'G onslantijn H uygens op

Hofwijck. Een hoveling als hovenier’ en ‘Constantijn

H uygens in D en Haag. Een hoveling

in de h ofstad’, drie artikelen in de reeks Historisch

Voorburg (1996)

B. de Ligt (geb. 1934). V ervroegd uitgetreden

leraar N ederlands. Is lid van de redactie van

h e t tijdschrift van de historische K ring Loosdrecht.

R. Loenen (geb. 1935). Was werkzaam als d o ­

cent luchtvaart In tern e bedrijfsschool H olland-International,

Rijswijk. Publicaties in het

tijdschrift van de H istorische K ring Loosdrecht.

W oont te Austerlitz.

TVE 15e jrg. 1997 139


Dr A.A. Manten (geb. 1933). Studeerde geologie

en biologie. Trad in 1960 in dienst van de

W etenschappelijke Uitgeverij. Richtte in 1985

de historische kring Breukelen op en is tot op

heden voorzitter van deze kring. Tevens voorzitter

van het provinciaal steunpunt “Stichting

Stichtse Geschiedenis. Vele publicaties op historisch

gebied, speciaal in het huisorgaan van

de historische kring Breukelen.

Verantwoording illustraties

Omslag: p. 49 - Rijksmuseum, Amsterdam

Titelpagina: p. 50 - Goois Museum

Voorwoord: p. 51 - Goois Museum

Modderen aan de voet van het Gooi: p. 53, 54, 57 —Coll.

van de auteur

p. 60 —Coll. Goois Museum

Heren van Amstel: p. 63 - W.A. Rijksvrijheer van Spaen,

Historie der Heeren van Amstel, van Ysselstein en van Mynden,

Den Haag 1807.

p. 66, 69 - Ludolf Smids, Schatkamer der Nederlandsche

oudheden, Amsterdam 1711.

p. 68 - Periodiek Historische Kring Loosdrecht, 13ejrg,

nr. 56, p. 22, februari 1986.

Mijnden: p. 70, 71, 72, 74, 75, 76, 78 - Coll. Historische

Kring Loosdrecht

p. 73 - J.G.N. Renaud, Variaties op het thema kasteel,

1966.

p. 77 - P.J. Lingers, Gezigten aan de rivier de Vecht,

1836.

p. 79 - A. Becker-Jordens, Een kabinet van Utrechtse

gezichten, 1973.

Plannen tot inpolderen: p. 81 - Topografische Dienst, coll.

Goois Museum.

p. 88 - VW-Loosdrecht, coll. Goois Museum

p. 89 - Foto coll. Goois Museum

Waterwinning: p. 94 - Foto J. Mol

p. 95, 96, 97, 98, 99, 100, 102 - H. Kosman, Drinken uit

de plas, 1988.

Eikenrode: p. 104, 105, 106, 107, 108 - Coll. Historische

Kring Loosdrecht

H. van Sypesteyn en het oude hek: p. 110 - Gravure F. van

Bleyswyck 1729, coll. van de auteur

p. 111, 112, 113a-A rchief Kasteel-museum Sypesteyn

p. 113b - Archief Instituut Effatha, Voorburg

p. 114 - Coll. van de auteur

p. 115 - Foto H.C. Popijus

C.H.C.A. van Sypesteyn: p. 117, 118 - Archief Kasteel-museum

Sypesteyn

p. 119, 120-C oll. Goois Museum

J.B. Benningh: p. 122 - Iconografisch Bureau, Den Haag

Vliegveld Hilversum: p. 126 - Topografische Dienst

p. 130, 131, 132, 133, 134-van de auteur

p. 127, 128-Stevens, Hilversum

p. 129-Sectie Luchtmachthisterie

Activiteiten TVE: p. 136 - Coll. Historische Kring Loosdrecht

Varia: p. 140 - Coll. Goois Museum

F V *

1r^r

« k i i * '«

*

Foto A. van den Enden, Loosdrechtse Plassen, ca. 1930.

140 TVE 15e jrg. 1997


J& L

Geen b edrijf in Nederland kan bogen op zo’n

ervaring in het over de weg transporteren van

jachten. Zeilschepen en motorjachten van elk

formaat koersen op de speciale diepladers van

Van de Wetering, de Internationale Boottransporteurs

uit Loosdrecht, naar elke denkbare haven in

Europa en zelfs daarbuiten. Aan het stuurwiel

mannen die thuis zijn in Europa, mannen die

weten dat zij een kostbare lading vervoeren die

piekfijn en onbeschadigd moet worden afgeleverd

in de haven van bestem m ing. 20 Im posante

trucks-met-dieplader zijn continu op de weg in

heel Europa.

Van d e W etering

In te rn a tio n a le B oottran sporten

Tjalk 2, Postbus 8 5 ,1 2 3 0 AB Loosdrecht.

Tel.: 035 582 55 50, Fax: 035 582 62 24.

cXtttsfLcsttxt

Partycenter, Capitainerie, café

öbarbecue-terras aan de

Loosdrechtse Plassen o.a. voor:

Familiefeesten

Bootverhuur

Aktieve arrangementen

Zakelijke bijeenkomsten

Puzzeltochten

Barbecue partys

I Vraag vrijblijvend onze informatieset aan.

Oud lootdrtctadijk 107 -1131LW Loosdrecht

tel. fax o $ - $ 3 0 7 2

D e h is to rie van L o o s d re c h t v in d t U in één p ro d u c t:

De Loosdrechtse Turf

N a tu u rlijk van E chte b a k k e r Jacques Maas

Bakkerij

|Jcicque/ fïloo/

Nootweg 22 • Nieuw Loosdrecht

Tel. 035 - 5823847 • Fax 035 - 5821288

TVE 15e jrg. 1997 141


Christman Smit Qfl

Makelaars

Met Christiaan Smit

verkopen betekent

meer kans op

een succesvolle verkoop

HILVERSUM: HUIZEN: LAREN: ; '

1 Stationsstraat 6a Kerkstraat 42 Brink 34

I !

035-6 24 08 51 035-6 25 25 34 035-5 38 37 00 1#

R

V >

M eyer 8c S t e in s B is s c h o p

NOTARISSEN

RIJKSWEG 2

1412 BA NAARDEN

tel. (035) 6943331

fax (035) 6944324

142 TVE 15e jrg. 1997


S T A A LK O N S T R U K T IE Tevens verhuur van:

A A N HANG W AGEN VERHUUR

IWAGENBOUW

Diepladers

Ambulances

Opleggers

Dieplaad Kippers

Schamelwagens

Gesloten wagens

^Idhym VBthuiif

BART VELDHUIZEN bv

Voor partikulier

en bedrijfsleven

voor lange of

korte periode

Tijdig reserveren voorkom t teleurstellingen!!!

Nieuw-Loosdrechtsedijk 40, Loosdrecht, tel. (035) 5821411

v/d Bunt

Voor al uw

dagelijkse

boodschappen!

Cafetaria

DE SCHAKEL

Nootweg 53 • Loosdrecht Telefoon 035 - 582 3774

Nieuw Loosdrechtsedijk 26

Loosdrecht

Tel. 035 - 58 25 377

TVE 15e jrg. 1997 143


m

Electro-apparatuur die U bij ons

aanschaft heeft een naam en is dus

van de beste kwaliteit.We doen

alleen zaken met de bekende

merken. En omdat we dat in het

groot doen (met 5000 Europese

collega’s tegelijk) krijgen we de

prijzen van de grote merken klein.

Zodat U voor de beste kwaliteit

nooit teveel betaalt.

Anton van Melsen

audio/video

VERKOOP EN REPARATIE V A N R ADIO

TELEVISIE, AFSPEELAPR, KLEIN HUISHOUDELIJK

N ootw eg 20

1231 CV Loosdrecht Telefoon (035) 582 3 7 1I

s »d W ilt bv

COMPLETE

WONINGINRICHTING

NOOTWEG 11 TEL.: 035 - 582 3428 WIJ HEBBEN ALLES

LOOSDRECHT

VOOR UW W O NING

bouwbedrijf aalberts bv

postbus 18, 1230 AA Loosdrecht

Nieuw-Loosdrechtsedijk 105, 1231 KN Loosdrecht

Telefoon 035 - 582 32 89

144 TVE 15e jrg. 1997


Uitgeverij Verloren:

MAAKT GESCHIEDENIS

Larenseweg 123 - 1221 CL Hilversum - ®03 5-6859856 —®o 35-6836357

UITGEVER VAN DE NODIGE BOEKEN OVER HILVERSUM

EN VELE ANDERE HISTORISCHE UITGAVEN. UIT DE CATALOGUS:

P a u l v a n d e r V l ie t , Onno Zwier van Haren (1713-1779).

Staatsman en dichter.

Een beschuldiging van incest maakte in 1760 een abrupt einde aan de politieke carrière van de

Friese edelman Onno Zwier van Haren. In zijn literaire oeuvre weet hij zijn val aan een politieke

samenzwering vanwege zijn goede relaties met de Oranjes. Deze interessante biografie

beschrijft leven en werk van staatsman èn dichter.

470 blz., g e ïllu s tre e rd , ISBN 90-6550-550-4, ƒ79,-

Van tresorier tot thesaurier-generaal. Zes eeuwen financieel

beleid van een hoge Nederlandse ambtsdrager.

In 1387 werd voor het eerst het woord ‘tresorier’ gebruikt als aanduiding voor de centrale

financiële ambtenaar in Den Haag. Ruim 50 ambtenaren hebben sindsdien deze functie bekleed.

In dit royaal geïllustreerde boek wordt een beeld gegeven van de geschiedenis van dit onderbelichte,

oude beroep. Onder redactie van J.Th. de Smidt, R.H.J.M. Gradus, G.A. Kaatee e.a.

576 blz., geïllustreerd, ISBN 90-6550-542-3, ƒ59,-

Onno Zwier van Haren

(1713- 1779)

Staatsman en „dichter

V tresorier

TOT

TH ESAURI ER- GENERAAL

V -. ,*w ,

f e p

Slllifl

CTftStj

P i in n van rit » Vu lt

Uw boekhandelaar kan U informeren over onze uitgaven, ook over

de Hilversumse geschiedenis. Als U dat wilt zetten wij U graag op

onze verzendlijst.


C $ t ,


iom w yth er

BK

*

More magazines by this user
Similar magazines