Concept-Reglement op de Veenderijen in de provincie Utrecht

hkloosdrecht

Artikelenreeks van het voorlopig reglement op de veenderijen in de provincie Utrecht

CONCEPT-REGLEMENT

...

VEENDERIJEN

....

PROVINCIE UTRECHT.


Het was de wensch van UEd., mijne heeren!

dat wij het bestaande reglement op de verveeningen

zouden gadeslaan, en dit wei met het doel,

om ten opzigte van hetzelve die verbeteringen voor

te slaan als ons doelmatig zouden voorkomen; -

eene vereerende, doch moeijelijke taak, en wei daardoor

verzwa1·end, dewijl men in het stuk der

verveening twee lijnregt tegen elkander loopende

belangen on tmoet: a an de eene zijde, die der verveeners

, - a an de keerzijde, de aangelegenheid

van het gewest.

Ieclere voet veenland heeft voor den veenman

waarde, zoodat zijn streven is, zoo vee! doenlijk

het verveenen uit te strekken.

De Iandman tracht zij nen akker te verhete1·en en

tot hooge waarde te hrengen ; de veenman vindt

zijn voordeel om den grond in een moeras te herscheppen.

De akkerman en veehouder ziet op zijn graan

en wei land als eene bezitting, ook voor zijne naza-

1


2

ten helangrijk; - de veenman geeft zijne veenakkers,

na al het niogelijke daarv an getrokken te hehhen ,

aan de golven prijs, en verlaat veelal dan met

zijn verzameld vermogen zijnen vroegeren geboortegwnd,

denzelven aan de schamele .gemeente ten

heste latende.

Het spreekt wei van zelve, dat hier geen sprake

is van zoodanige hooge veenen, alwaar door het

afnemen van de hovenkorst goede gronden verkregen

worden , maar alleen van de lage veenen in

dit gewest, zoodat ook, zoodra het verveenen daar

ernstig plaats greep , de staatkunde wei tusschenheide

moest komen, om het eigendomsregt eenigermate

ten nutte van derden en in het helang van

de provincie in handen te knellen ; voornamelijk in

de omstandigheid, wanneer de te groote vrijheid

anderen zoude henadeelen of hinderlijk voor het

algemeen welzijn worden: van hier dan de oorsprong

der wetten, betreffende de ontginningen en

verveeningen.

Vooral dit laatste onderwerp heeft van oude

tijden af de aandacht der hooge regering hezig

gehouden , met het doel , om soortgelijke ondernemingen

wettiglijk te besturen en te heperken, om

deze industrie zoo voordeelig mogelijk voor de ondernemers

, doch voor het algemeen zoo min mogelijk

schadelijk te maken.

Tot dit oogmerk was strekkende de wet op het

stikturven en ontgronden , door de staten van Hoi-


3

land en West Friesland op den 20 November 1595

vastgesteld.

Ook de Staten van ons gewest meenden ten

dien opzigte werkzaam te moe ten zijn, en regelden

deze gewigtige aangelegenheid , hij heschikkingen

en verordeningen van den 18 Augustus 1592 , 11

Julij 1594 en 21 April 1695, en voornamelijk

door de generale ordonnantie op de ontgrondingen

der veenlanden, van den 19 J ulij 1767. Laatstgenoemde

wet werd als eene grondwet voor de verveeningen

heschouwd en was in vele opzigten doelmatig;

zij zorgde, dat zij, die land tot water maakten,

ten minste verpligt hleven, door horgstelling

de grond- en polderlasten, op den verveenden

grond rustende, te verzekeren.

Deze door den tijd geeikte wet werkte dienaangaande

zoo doelmatig , dat in eene lange reeks

van jaren gedeputeerde Staten zich niet genoodzaakt

hehben gezien van hunne hevoegdheid gehruik

te maken, om deze ten opzigte van vele

artikelen te wijzigen.

Ook hehield meergezegde ordonnantie hare kracht,

wanneer de revolutie-stormen de eeuwen hestaan

hebbende inrigtingen deden instorten.

Nogtans was na het jaar 1811 de wetgeving

dienaangaande onhestemd; het was aan tegenspraak

onderworpen , of gezegde verordeningen nog wet

konden genoemd worden , dan '"el of men wegens

dit onderwerp de fransche wetgeving moest raad­

't•


4

plegen, en de wet van 16 September 1807 (Bulletin

des Lois n•. 162) moest volgen, bevattende

I'Oorschriften en hepalingen , ten einde moerassen

en soortgelijke waterplassen tot hruikbaar land te

herscheppen, of de wet van 21 April 18 tO (Bulletin

des Lois, n•. 285), waarin hetreffende de veenanden

gezegd wordt: »Geen ontgraving van turf

»kan plaats hehben, dan door den eigenaar van

»den grand of met zijne toestemming." -

en hij artikel 84:

nleder eigenaar, tegenwoordig veenende, of welke

»hegeert op nienw te veenen, kan noch voortllgaan,

noch beginnen te veenen, op eene boete

»van 100 francs , zonder te voren daarop de goed­

»keuring van den onder-prefect gevraagd en ver­

» kregen te hebben." -

En hij artikel 85:

Dat een reglement moet worden vastgesteld,

waarin algemeene bepalingen wegens de verveeningen

en de daarop volgende droogmaking der uitgeveende

plassen en maatregelen tot afloop van het

watet· worden vastgesteld; alsrnede, welke verpligtingen

den veenlieden werden opgelegd door het

Koninklijk hesluit van den 17 Februarij 1819

(staatshlad n•. 6), hoofdzakelijk hepalende, dat geene

verveeningen van hooge of lage gronden zouden

mogen worden ondernomen zonder 's Konings toestemming

, - nogtans bij artikel 5 aan de hand ge.

vende , dat de Staten of gedeputeerde Staten in de


5

gewesten uitzonderingen in betrekking van kleine

veenderijen zouden ku nnen voorslaan.

Het was zeer begrijpelijk , dat de Staten van dit

gewest in

dit doolhof van wetgeving de heste

uitkomst meenden te vinden, door zel ven eene vernieuwde

wetgeving dienaangaande vast te stellen.

Van bier de oorsprong van het reglement, den

24. Januarij 1834 ontworpen.

Zij volgden in deze de hepalingen der wetgeving

van het jaar 1767 , welke, zoo al niet als wet, ten

minste als usantie, nageleefd werd; docb jammer

dat niet de Staten,· maar gedeputeerde Staten, zonder

medewerking van de Staten, deze wetgeving als

het ware in bet Ieven geroepen hadden; hierdoor

was deze wetshepaling reeds hij hare geboorte verstorven.

Immers, eene wet, tot heteugeling van het

kwade vastgesteld, werd eene doode letter, zoo

deze wegens gehrek aan heginsel niet door de regthanl


6

wetten m te voeren op het oogenblik, dat

zoo vele volken . zich van alle maatschappelijke

handen ontslagen rekenden; evenwel den 12. Fehruarij

kon men nog niet voorzien, dat in dezelfde

maand een staatsstorm geheel Europa zoude heroeren.

Deze omstandigheid werkte al dadelijk ongunstig

op dit reglement; dan, hehalve deze geheurtenissen,

was gezegd reglement hij velen niet welkom ; ten

eerste, dewijl het algemeene hepalingen hevattede,

waarvan het doel velen niet geschikt voorkwam,

te meer daar het verzuim van de voorgaande verordeningen

nu ten laste der tegenwoordige eigenaars

van veenlanden werd gehragt;

ten andere , daar men niet altijd onder het oog

had gehouden, dat hier hijna uitsluitend van oude

veenderijen sprake is, en hij gevolgtrekking hepalingen,

die hij eene nieuw ingestokene veenderij den

grootsten lof zouden inoogsten, op de onderhoorigen

altijd niet geheel konden worden toegepast;

ten derde, daar eene veengemeente (te weten

Loosdrecht) a an de provincie was toegevoegd, welke

veenderij op eene wetgeving gegrond was, geheel

vreemd aan die van bet gewest Utrecht, en daar

nu bet tegenwoordige reglement op dit fundament

was opgetrokken , moesten er wei bier en daar

hotsingen hestaan.

Tot voorheeld van de eerste stelling: in dit reglement

wo~den

consignatiepenningen tot wederdroogmaking

van polders voorgeschreven; vroeger


7

is aan deze nuttige zaak niet gedacht , of, zoo er

aan gedacht is, heeft dezel ve geene uit voering

erlangd; thans deze zaak met kracht doorgezet wordende,

zoude dit natuurlijk drukken op de nog a an•

wezige veenlanden, welke hij voorheeld in den polder

Loosdrecht hun einde naderen.

Ten opzigte van het tweede hezwaar: zoo men

eenen nieuwen polder, waarin nimmer geveend is,

octrooi tot verveening verleent, zoo is het voor

de regering pligt, zoodanige heperkende, vooruitziende,

heschermende en waarhorgende maatregelen

te nemen , als maar eenigzins de zaak gedoogt;

maar hier zijn het veenderijen, welke in zeker

opzigt op nieuw worden aangegeven, maar welker

oorsprong en strekking zich aan het oude

aansluiten;

ten laatste : Loosdrechts verveeningen zijn gegrond,

zoo op hollandsche als hoog-ambachtsheerlijke

heginselen en wetgeving, zoodat de commissie

het voor uitgemaakt houdt, dat eene geheele

naleving van bet tegenwoordige reglement en zulks

wei zonder oogluiking, bijna eene onmogelijkheid

zoude zijn. - Maar een voorheeld!

IIet reglernent hepaalt , dat de waterhrieven bij

den grond moeten blijven; dit is een wijze maatregel,

op de heginselen, in bet gewest Utrecht na·

geleefd, gehouwd.

Te Loosdrecht zijn dezelve sedert eeuwen van

de veenakkers gescheiden , en zoude de hereeniging


8

door inkoop (zoo doenlijk) aileen door hetaling van

de duhbelde waarde kunnen worden verkregen.

Mijne heeren! U we commissie heeft de zaak met

naauwkeurigheid en met overleg van de meeste de

kundigen in dit vak gadegeslagen , en ook ten dien

· opzigte de veenderij-hesturen geraadpleegd, en dit

heeft haar tot de overtuiging geleid , dat bet tegenwoordige

reglement overal hlijken draagt, van

door hekwame mannen te zgn zamengesteld, doch

gehukt gaat onder de drie reeds opgegevene h~zwa·

ren, - moeijelijkheden, welke sedert hare invoering

tot gestadige klagten hehhen aanleiding gegeven.

Bijvoegingen van artikelen zouden mogelijk hiet·

en daar duisterheid achterlaten. Eene geheel nieuwe

redactie a an U we vergadering a an te hied en, k warn

Uwe commissie het doelmatigst voor, - dit nogtans

in den geest van het thans hestaande reglement,

met uitzondering van het hovenaangegevene,

en met die wijzigingen, welke eene driejarige

ondervinding heeft aangetoond , in het helang der

veenderijen wenschelijk te zijn.

Vervolgens is Uwe commissie van het denkheeld

uitgegaan, dat het onmogelijk is met kleine, alhoewel

voor de veenlieden drukkende middelen,

immer de zoo groote waterplassen tot vruchtbare

grondeu te herscheppen. Dan, dit beg rip is uit den

aard der zaak ontsproten en niet uit mindere helangstelling

voor de droogmaking voortgekomen.

Neeu! Zij wenscht, dat het eemuaal met uationale


9

en provinciale krach ten doenlijk zal zijn , deze

groote waterplassen in vruchtaanhrengende Ianden

berschapen te zien, en daardoor vele thans in vel··

val zijnde dorpen tot den staat van luister te ver·

heffen, waarop deze in vroegere eeuwen konden

hogen, doch meent, dat de hijdragen , om dit wit

te treffen , door den tegenwoordigen veenman niet

kunnen gedragen worden, en heeft van daar in

het algemeen de consignatiepenningen tot de hehoefte

van bet oogenhlik heperkt, en de grondstelling

vastgehouden , om de veenderijen in de heschouwing

van bet algemeen welzijn te regelen,

zonder den veenman meer dan gevorderd wordt

te drukken, - de veenderijen a an de zorg der

veenderij- hesturen toe te vertrou wen, nogtans

dit alles onder hooge controle van gedeputeerde

Staten;

den toestand van elke veenderij zoo te hepalen,

als voor ieder derzelve doelmatig schijnt, nogtans

met inachtneming , dat zulks voor de provincie

niet ten verderve Jeide;

den opziener der reenderijen in eene positie te

stellen, waarin hij voor het gewest nuttig, voor de

veenderij-hesturen niet belemmerend en voor gedeputeerde

Staten in deze werkzaamheden hoogst

belangrijk kan zijn.

Uwe commissie hiedt met dit doe] thans aan Uwe

vergadering , als de uitvloeiselen van hare door

U opgelegde werkzaamheid, aan:


10

Ten eerste: het project van een herzien reglement

op het stuk der veenderijen.

Te1t andere: eene memorie van toelichting op

het genoemde herziene project-reglement.

Zti zal hare }Jemoeijingen dubbeld beloond schatten,

zoo

de toekomst aantoont, dat zti daarin

tot nut van de provincie en in het belang der

veenlieden is werkzaam geweest, en ten dien opzigte

den vrede heeft gesticht.

H. A. LAAN,

Voorzitler en llapporteur.

W. G. STOUY VAN BLOKLAND.

J. c. VAN DER HEYDEN.

P. VAN DE POLL.

H. SCHOENMAKEU.


CONCEPT-REGLEMENT

OP

DE

VEENDERIJEN

IN DK

PROVINCIE UTRECHT.

Art. 1.

Het zal aan niemand veroorloofd zijn , veneeningen

van eenig land of Ianden in de pl'Ovincie

Utrecht te ondernemen of aan te vangen, zonder

daartoe vooraf octrooi of vergunning te hehhen

hekomen.

Bij het vragen van octrooi voor een' geheelen

polder of zoodanig aanmerkelijk gedeelte daarvan,

hetwelk van het overige gevoegelijk zoude kunnen

worden afgescheiden en voor afzonderlijke omringing

vathaar is, zal daarhij tevens een hehoorlijk

plan tot hedijking en droogmaking moeten worden ·

overgelegd.

Art. 2. '

De hepalingen van het voorgaande art. zijn niet

toepasselbk op zoodanige verveeningen, welke aan-


12

gevangen zijn en voortgezet worden overeenkomstig

reglementen of ordonnantien, hetzij algemeene provinciale

of plaatselijke - in zoo verre die reglementen

of ordonnantien als wettig zijn erkend -

met dien verstande echter, dat de overige hepalingen

van dit reglement op de laatstgenoemde

verveeningen zullen worden toegepast, voor zoo

verre die verveeningen zullen plaats hebhen, nadat

hetzel ve reglement van de Koninklijke goedkeming

zal zijn voorzien.

De bij dit artikel bedoelde en krachtens wettig

erkende reglementen aangevangen veenderijen

zijn:

Ten oosten van de rivier de Vecht.

In de gemeenten

Achttienhoven.

Westbroek.

Maarssenveen.

Tienhoven.

Breukelen St. Pieters.

Loosdrecht.

Polders

Achttienhoven.

Westbroek.

Oud-Maarssenveen.

Tienhoven.

Breukelenveen.

Loosdrecht.

Loenderveen.

Ten westen van de rivier de Vecht.

In de gemeenten

Wilnis.

Polders

Westveen.

Bewesten Heinoomsvaart.

Beoosten Heinooms vaart,

aan de veenzijde.


13

In de gemeenten

Wilnis.

Oudhuizen.

Vinkeveen en

Waverveen.

Mijdrecht.

Polders

Bewesten Heinoomsvaart.

Beoosten Heinoomsvaa1·t,

zoo vee! betreft den kring

der verveening en bedijking

tot droogmaking.

Bewest6n het Bijleveld en

heoosten het Bijleveld aan

de veenzijde.

Bewesten het Bijleveld en

heoosten het B91eveld,

zoo veel ·hetreft den kring

tot verveening en hedijking

tot droogmaking.

Waverveen.

Zuiderpolder.

Noorderpolder.

Vinkeveen.

Veenzijde Vinkeveen.

Veldzijde »

Demmerik veenzijde.

» veldzijdo,

7 ) ''/ /,.-. .C..:" ·:

Bosenhoven, zoo veel hetreft

den kring der hedijking

tot droogmaking.

Hofland, zoo veel hetreft

den hing der 2• hedijking

tot droogmaking.

Hofland en Bosenhoven aan

de veenzijde.


In de gemeenten

Abcoude Proostdij

en Aasdom.

veen­

14

Polders

Proostdijerpolder,

en veldzijde.

De verveeningen onder de hooge gronden hebben

tegenwoordig plaats in de navolgende gemeenten:

Amerongen.

de Bilt.

Le~sum.

Leusden.

Maarn.

Renswoude.

Rhenen.

So est.

Stoutenburg.

Veenendaal (Stichtsch.)

Woudenberg.

lndien onder de opgenoemde lage veenen zich

verveeningen bevinden, welke, uit hoofde van

haren nog weinig gevorderden staat van ontgronding,

vathaar zijn om door de verveeners met den

hovengrond naar een te maken geregeld plan te

worden bedijkt en vervolgens, na ·geheele verveening

, met de consignatiepenningen droog gemaakt,

I

zal, op last van gedeputeerde Staten, door de

veenderij-besturen, binnen een jaar na de bekrachtiging

van dit reglement, een afzonderlijk reglement

tot bedijking en droogmaking moeten worden opgemaakt

en, door tusschenkomst van gedeputeerde Staten,

aan Z. M. ter bekrachtigip g aangeboden worden.


15

Bij nalatigheid in de indiening van reglementen

tot bedijking en droogmaking, zullen gedeputeerde

Staten de magt hebhen om het droogen van turf

op de leg-akkers, even als op de voorlanden, te

interdiceren , met toepassing van de poenaliteiten ,

tegen het verboden droogen van turf op de voorlanden

vastgesteld.

Bepalingen op de verveeningen der lage gronden.

Art. 3.

De eigenaars van de Ianden, hij art. 1 van dit

reglement vermeld, zullen hunne verzoeken, tot het

ondernemen of aanvangen van verveeningen, v66r

den eersten Januarij van ieder jaar aan het collegie

van gedeputeerde Staten moeten indienen, die de·

zel ve, behoudens de gevallen , voorzien in art. 5

van nagemeld hesluit, met hunne consideratien en

hun advies aan het ministerie van binnenlandsche

zaken zullen opzenden , ten einde daarop, volgens

art. 1 en 2 van bet hesluit van 17 Fehruarij 1819

(staatsblad n•. 6), des Konings toestemming te verkrijgen.

Art. 4.

De gemelde verzoeken ( op zegel moetende worden

geschreven) zullen naauwkeurig moeten inhouden :

a. den naam en voornaam, het heroep of hedrijf

en de woonplaats van den ve·rzoeker.

b. de gemeente, waaronder de polder, waarin

h et perceel of de percelen , welke men verlangt te

veenen, zijn gelegen ; de grootte van derzel ve1· op-


perv lakte ; de

16

naaste belendingen of scheidingsteekenen

en de gemiddelde diepte van het veen.

c. de sectie en het nummer van het kadaster.

Voorts zal daat·bij moe ten worden overgelegd:

d. een hewijs, dat op het te verveenen perceel

of percelen geenerlei hypotheek of verband gevestigd

is, of reele regten van derden , zoo vene dit

bekend is, rusten, ten zij de regthebhende hypotheekhouder

daarin toestemme.

e. een hewijs, dat de overschrijving van het te

verveenen gedeelte op de registers van eigendomsovergang,

voor lands-, polder-, hinnenlandsche en

andere reele last en aangehouden wordende, ten

. name van den verzoeker als eigenaar is geschied.

f. eene verklaring, waarhij domicilie gekozen

wordt hinnen de gemeente, alwaar de te verveenen

landen gelegen zijn, indien de eigenaar daarhuiten

is wonende.

Art. 5.

Verzoeken, waat·aan de opgenoemde aanwijzingen

of gevorderde hewijzen onthreken , zullen ter rectificatie

aan de adressanten worden teruggezonden.

Art. 6.

Van aile verleende octrooijen en vergunningen

zal aan de daarhij hetrokkene veendet·ij-hesturen

worden kennis gegeven, met alle zoodanige inlichtingen

als zullen worden noodig geacht.

Art. 7.

Degenen , die, zonder vergunning of octrooi te

hebhen verkregen , zich zullen onderstaan eenige


17

verveening te ondernemen , aan te vangen of voort

te zetten, zullen, behalve dat op hen de boete,

ten bedr·age van een honderd gulden' bij art. 1

uit 's Konings besluit van den 17 Fehruarij 1819

(staatsblad n°. 6) vastgesteld, zal worden toegepast,

op de eerste aanzegging, van wege gedeputeerde

Staten aan hen gedaan, de ondernomene, aangevangene

of voortgezette verveening dadelijk moeten

staken en het reeds uitgegravene, verveende of uitgebaggerde,

binnen een' door dit collegie te bepalen

tijd, wederom digt maken of gedoogen, dat dit

ten hunnen koste worde gcdaan.

Art. 8 .

Zij , die octrooi of vergunning bekomen hebben

en bevonden worden te veenen tegen de speciale

voorwaarde , aan hun octrooi of hunne vergunning

verhonden , hetzij veenende binnen den bij art. 21

verhoden afstand van 45 ellen , of wel op eene

wijze, afwijkende van dit reglement, zullen deswege

verheuren eene boete van 75.-, onverminderd

de verpligting om het alzoo wederregtelijk

verveende weder digt te maken binnen eenen doot·

gedeputeerde Staten te hepalen tesmijn.

De overtreding en ?.reke blijving der herstelling

zal wordenllewezen door een proces-vet·baal

van bevi~ --------

Art. 9 .

Niemand zal vermogen Ae

Maart en na den 15 A u/ustus

op eene hocte van f 75.- .

veenen voor den 1

in elk jaar, en zulks

2

1: /;-k

""" '

/rek..-f.-, "~


18

Deze overtreding zal worden hewezen door een

proces- verbaal~vinding, heboorlijk opge·

m~ -

De schuiten of haggerbokken , tot bet veentrekken

of vervoeyJer specie gehruikt wordende, zul­

]en in elke gemeente van bet nummer voorzien

moeten zijn, dat de veender op bet kobier der

verveeningen beeft, of hetwelk door bet veenderijhestuur

als volgnummer wordt aangegeven. -

Dit

nummer moet op de scbuiten daar geplaatst worden,

waar dit door bet veenderij-hestuur zal worden

hepaald.

Zij,

gemaakt

die he von den worden gehruik te hehhen

van scbuiten of hokken, van zoodanig

numme1· niet voorzien,

zullen vcrvallen in eene

hoete van f 10.- voqr iedere scbuit of hok.

Gelijke hoeten zullen diegenen heloopen, welke zicb

''an een hun niet toekomend nummer hedienen.

De 4/0orme.l.d.e__QYerlll.!li.ng zal worden hewezen

doo-r--een pl'UC"es-verh;al van he-vinding.

Art. 10.

Zij, die verlangen eenige Ianden in te steken, of,

reeds ingestoken zijnde, daarin met veenen voort

te gaan, zullen jaarlijks daarv an aangifte moeten

doen aan bet veenderij-besluur, met preciese opgaaf

der Ianden of percelen , met derzel ver kadastrale

nummers, en (des gevorderd) de overblijvende

grootte van het stuk, uit hetwelk zij voornemens zijn

dat jaar te veenen , -

tevens met opgave der opperv

lak te in D ellen en der hoe\•eelheid , welke


19

zij voornemens zUn te veenen, en of zti ~ j..c_/-, "j.e 7 , ... ~

eigene rek~ of als huurders zullen veenen.

Het veenderij-bestuur zal tot dat einde jaarlijks,

gedurende de maand Februarij of in het begin van

de maand Maart, in het bijzijn van den penningmeester,

tot het ontvangen en aanteekenen dier

aangiften

in de daartoe bestemde registers, ten

minste eenen bepaalden zitdag moeten houden' en

zulks zoo wei des voor- als des namiddags, en dit,

bij publica tie en aanplakking van billetten, 14 dagen

bevorens ter kennis van de belanghebbenden

rnoeten brengen.

Het bewijs dezer aanteekening tevens dienende

tot consent ter verveening voor dit jaar, zal aan

de belanghebbenden niet worden afgegeven , dan

nadat al vorens zal gebleken zijn , dat d;/vervee- j.t .. " ,7"''--''CJ#..

ning zal geschieden volgens de voorschriften van

dit reglement, en ook dat al de land-, polder-,

binnenlandsche en andere reele lasten' mitsgaders

de waat·horg- en consignatiepenningen, over het

afgeloopen jaar, zijn aangezui verd, en zulks valgens

de laatst plaats gehad hebbende uitzettingen

of omslagen, naar welke dit bedrag der waarborgpenningen

en consignatiegelden van het land of Je

percelen, waartoe het consent wordt aangevraagd ,

over dat jaar is geregeld. "'~ "'r A / 7~,.,..,. . r/;e. /l:, " .c>u.--N-:-:·;

D d• • b k bJ•• d d', /. r.---r·. 4 ,11'//.

e vef'l"eeners , 1e m ge re e uven eze a an- . / -, 7

gifte te doen, en nogtans, zonder deswege consent

1'7/L·.t,/.r~--t'

te hebben verkregen •/~ veeucQ eenen a an- 1 ""? _., r 1 J!;.#/,;.

vang maken of daarmede voortgaan, zullen we- .1. -4-. uh.:·· - ~-

J .,.,.... h~ ... .?-~ if.

c7

2• ', F •

-j IP-4' _u.""' ,..._

/


20

gens dit verzuim verbeureu eene boete van r ':10.-'

onverminderd de verpligting om alsnog die aangifte

te doen.

De overtredingen in deze zullen door een procesverbaal

worden geconstateerd.

De secretaris zal van de aangiften tot verveening,

waarover hiervoren is gehandeld , een behoorlijk

register moe ten aauhouden, met aanteekening

tevens ran het gedeelte des termijns der waarborg-

of consignatiepenn.ingen , die de verzoekers

hebben aangenomen in dit jaar te voldoen, en een

afschrift daarvan aan den ·penningmeester ter hand

moeten stellen, ten einde daarop de geregelde Illvordering

kunne geschieden; welk register na de

sluiting moet worden geteekeud.

De secreta !'is zal voor ieder af te geven hew ijs of

consent, en zulks voor aile percelen te zamen,

van de verzoekers kunnen vordercn 30 cents.

De aanvragen na den afloop van den zitdag geschiedende,

zal hij daat·voor lj cents mogen vorderen.

Bij aanvrage tot insteking van een nieuw

stuk land, waarvoo1· nog geene consignatie of rerwaarborging

heeft plaats gehad, zal de penningmeester

voor de uit te geven acte van aanbreng

mogen rekenen 40 cents, behalve restitutie van

zegel- en registratieregten. - Voor het aanhouden

van registers en voor de verdere werkzaaml1eden,

de veenderij specterende, wordt aan den secretaris

voor belooning toegekend 11- cent per I 00 0 ellen

aaugegeven turf.

ft7


21

Art. 11 .

1.'ot zekerheid der lands-, veenderij-, polde1·- en

ander·e las ten, reeel geheven worden de, zal, onder

den naam van w aarborgpenningen, moeten worden

gestort eene som, waarvan het hedrag ,;oor elken

polder afzonderlijk zal worden uitgedrukt, -

bovendien, onder den naam van consignatiepenningen,

eene

en

som , almede voor iederen polder

te bepalen , en dit wei hij bunders, minde1· of

meerder naar evenredigheid, mede in eens of in

termijnen, om te dienen tot vinding der huitengewone

kosten, die tot versterking, verbre/ding of j e

verzwaring van ringkaden , dijken of wegen zullen

worden noodig geacht, en zulks als de gewone

middelen ontoereikende zu1len worden be von den,

of de kade-, dijk- of wegpligtigen daartoe onvermogen~

zijn, en eindelijk tot diejhedijking en droog- / .b.rmaking,

waar zulks uitvoerlijk te achten is, a lies

ter heoordeeling van heeren gedeputeerde Staten,

na de veenderij-besturen en den opziener der veenderijen

daarop te hehben gehoord. -

Daar, waar

de betaling der waarborg- en consignatiegelden in

termijnen geschiedt, znllen dezel ve volgens het op

te geven tarief worden herekend.

Art. 12.

De OYer· bet loopende jaar verschuldigde waarhorg-

en consignatiepenningen zullen, volgens bet

gebruik, van iederen veenpolder in eens of in termUnen

kunnen betaald worden, doch in allen gevalle

voor 1 O Oc.t~• van elk jaar moeten voldaan L l'>-r

zijn. Nograns, indien het land of perceel, waaruit

.::-


22

de verveening wordt aangevraagd, tot een vierde

zal zijn uitgeveend, zal de betaling der waarborgen

consignatiegelden in eens en niet meer bij termijnen

moeten geschieden; "';.J f., ,.-' , "',t , , , h ""'.),. :~-;"/ ~ '~"·

Degen en, die nalatig blijven op de daartoe ge- ; ·;," .... ~: ·;,..~

stelde zitdagen hun verschuldigde te voldoen, zul- 7 ' ' " " · · ~'"

c: h . .. J? _;. :... ,

len daartoe door den penningmeester' op autorisatie /"'" n " ;?'

van het veenderij-hestuur, op de gehrnikelijke wijze ~ -v;; 1·~·

..i

0 A "-' /"

worden vervolgd. .t,_· ... ~ cr ~zt:

Art. 13.

De in art. 11 opgenoemde waarborg- en consignatiepenningen

zullen door de zorg van bet veenderij-Lestuur

op zijn !angst eene maand na de gehouden

zitdagen tot ontvangst moeten worden helegd

in inschrijvingen op een der groothoeken der

nationale schuld, en in twee afzonderlijke rekeningen

worden aangelegd, van welke belegging door inzending

van hew ijzen, door de administratie van

her grootboek afgegeven, aan gedt>puteerde Staten

zal moeten hlijken, en waarop van hunnentwege

door den griffier een visa zal gesteld worden. Doch

indien de gelden Jer consignatiepenningen voor

een gedeelte in het loopende jaar henoodigd waren,

zullen dezelve in de kas van bet veenderij-bestuur

kunnen verhlijven.

In dit geval zal daartoe eene

vergunning van gedeputeerde Staten noodig zijn.

Art. 14.

De renten der helegde waarhorgpenninge~J zullen

jaarlijks, of, waar dit gehruikelijk is geweest,

tweemaal 's j aars, op eenen daartoe hehoorlijk he-


23

kend te makeu zitdag of zitdagen, door den penningmeester

aan de houders der renversalen of

waterbrieven worden uitbetaald, of bij de beta ling

der polderlasten afgerekend, en zulks tot zoodanig

hedrag als bij de laatst gedane en goedgekeurde

rekening der veenderij is gehleken, dat uithetaald

hehoort te worden, waarvan de penningmeester

een kohier zal opmaken en hij de te doeue rekening

als hewijs overleggen.

De uithetaling der renten zal plaats hehhen na

vertoon van eene quitantie der hetaalde lands - ,

polder-, veenderij- en andere binnenlandsche lasten,

zoo gewone als huitengewone, van het laatst verschenen

jaar of van de laatst pia a ts gehad hebhende

uitzetting, op de personele verantwoordelijkheid

van den penningmeester, indien later mogt hlijken,

dat de uitbetaling was geschied, en de las ten \'an

het laatst verschenen jaar onhetaald waren gehleven

, nogtans met magtiging op denzel ven , om

deze las ten van de uit te beta len rente af te houden.

De consignatiepenninge(zullen tot vermeerdering , ~ .... .-£-, .uC-4.---

van het kapitaal worden aangelegd, ten einde ter /Vn. "-


~ -:-k ~ --; ;-r7r, ., A-I

')t!.1L'---r.nt' ;~ -fc.--/r

/f;.; r _....... 'L • ,i~..·

~_:.: ' "'(.'.' ::"'.!...!! . ....

24

Art. 15.

Bij de hetaling der waarhorgpenningen zullen

aan de veenlieden worden afgegeven een of meer

renversalen of waterhrieven , naar gelang der te

veenen percelen, welke renversalen ofwaterhrieven

telken reize hij de uitkeering der renten (na aftrek,

zoo noodig, der genoemde lands-, veenderij-, polder-

en andere reiHe lasten) zullen moeten worden

vertoond, ten einde de rentehetaling daarop kunne

worden afgescbreven.

De renversalen of waterhrieven zijn voor kapitaal

en renten onafscheidhaar van den grond of het

water, waarvoor de waarhorgpenniugen zijn gestort ,

en voor geene afzonderlijke en van dezel ve afgescheidene

v ervrcemding vathaar; zulks evenwel met

uitzondering vanjLoosdrecltt, waar dit niet uitvoerhaar

is en mmmer heeft plaats gehad.

Zij zullen onder een doorloopend volgnummer

letterlijk geschreven worden in het daat toe a~n

leggen of aangelegd re2ister, gekan tteekend en gewaarmerkt

door het hoofd van het veenderij·hestuur,

en moeten inhouden de grootte van het venvaarhorgd

perceel, met opgaaf van het kadastraal num-

Iner en sectie, ,-•A t~P"-(',; , r' {,/ /.1'-t·"JA'" ,.;)'/ 7/ A..A, r ( r/ /'--£-. r .'. •.{n

Onder ieder artikel zullen, aan de eene ziide

;) '

,/,.

,/.- ~ '!· ·,.,.,__.

;.·:'.

de j aarlijksche rentehetalingen geregeld worden -1:-;.-,,r,.,;

aangeteekend , en, a au de andere zijde, de cigen- ": ,J,,/' ,;

;l'!. .,.....,;>

doms-overgangen van land en water, waarvoor de 1 ·" f'pr,

waarborgpeuninseu zijn verstrckt. ·

Bii de stortiug der consignatiepcnniugeu , cheel .'-,,, ;f.,.

'I g /c,. h r

tfJ•fi.c.

e/'


25

of in termijnen , zal aan de verveeners een hewijs

der gedane hetaling worden afgegeven , met

aanduiding det· kadastrale percelen, waarop de

ontvangene hetalingen zullen worden aangeteekend,

tot dat de voile consignatie heeft plaats gehad.

Hiervan zal, in voege voorschreven, een afzon- /

derlijk regi~.ter worden aan~elegd, en de ..pennillg ,


26

Art. 17.

Het bestuur of de penniugmeester, met de inning

en belegging der waarborgpenningeu respectivelijk

helast, zal daarvoor van de inlegpenningen

genie ten 21 pCt. en voor de uitbetaling der ren ten

gelijke 2} pCt., voor de inning en be legging der

consignatiepenningen mede 2~

anders in rekening te mogen brengen.

Art. 18.

pCt. , zonder iets

Het veenderij-bestuur wordt, gelijk tot hier toe,

naar aanleiding der ordonnantie op de ontgrondingen

van 29 J ulij 1767, plaats had, zamengesteld

uit het hestuur der gemeente en van den polder,

waarin geveend wordt.

De burgemeester hekleedt daarhij het voorzitterschap;

het secretariaat word oor den polderschout ,J,. ~~

waargenomen, deze nie tevens hurgemeester en ;-.-.,..., ~/- d

. .. d I d l d 1 . /r~/ ~ ... -..,

secretans ZIJn e. n geva wor t 1et secretanaat ,.::;..,/'«,,,

aan een der led van het hestuur of aan den

penningmeest)! opgedt·agen.

Tot penningmeester wordt een geschikt persoon

door het veenderij-hestuur uit of buiten hun midden

aan gedeputeerde Staten ter henoeming voorgedragen

.

Daar, waar die functien tegenwoordig anders zijn

verdeeld of worden waargenomen, zal men dezelve

blijven hehouden, tot dat, in geval van vacature,

daarin anders kan worden voorzien ; doch in den

polder Loosdrecht is het veenderij- bestuur zamengesteld

uit het gemeente hestuur van Loosdrecht


27

. ,;... t ("' }

) r7

(hurgemeester en raden) welke hevoegd zijn zich te

gedragen als polder-bestuur in den polder Loosdrecht.

In den polder Loenderveen is het veend'erij-Lestuur

zamengesteld uit het gemeente-bestuur van

Loosdrecht (hurgemeester en raden of leden van

Let gemeente-hestuur) en het polder-hestuur van

Loenderveen ; -

tot tijd en wijle bij nadere wettelijke hepalingen ~;;;

hlijvende di' hesturen hestaan i~a""h'~ C

hierin anders zal zijn voorzien.

De leden van het veenderij-bestuur en het gemeente-hestuur

van Loosdrecht zijn en blijven te

zamen en ieder in het hijzonder verantwoordelijk

voor de hewaring, bel egging en verrekening der

gelden en effecten.

De penningmeester wordt verantwoordelijk gesteld

voor de inning en het heheer der aan hem

toevertrouwde gelden, waaromtrent het veenderijhestuur

hevoegd en gehouden is, onder goedkeuring

van gedeputeerde Staten, van denzelveu zoodanige

~ te vorderen , als zij zullen noodig achten,

De gel den, effecten, eigendoms bewijzen, registers,

hoek en en papieren , de veenderij betreffende,

zullen, als gewoonlijk, worden hewaard in eene

ijzeren kist , vom·zien van drie verschillend werkende

sloten' van welke eeu der sleutels zal herusten

hij het hoofd van het bestuur' een onder den

penningmeester en een onder een der !eden van

het hestuur.

Art. 19.

Aan het veenderij-bestuur hlijft in het bijzonder

du-.­


28

opgedragen het toezigt over de verveeningeu binnen

deszelfs gemeente en polders en over de rigtige

uitvoering der hepalingen, bij dit reglemeut voorgeschreven.

Het veenderij-hestuur is niet aileen gehouden,

door a lie middelen, onder deszelfs hereik, daaraan

de hand te houden , maar bovendien verpligt om,

ten minste drie malen 's jaars, gedurende den veentijd,

op zoodanige tijden als bet in het belang der

zaak meest dienstig oordeelen zal, zich door locale

inspectien van de overtredingen tegen dit reglement

te verzekeren en daarvan proces-verhaal op te maken

en een afschrift aan gedeputeerde Staten toe te

zen den.

Indien die inspectien tevens zullen dienstbaar

zijn om werken, die gemaakt zijn of uit de schouw

gehouden moe ten worden, op te nemen, zal daarvan,

ten minste 8 of 14 dagen bevorens, op de

gebruikelijke wijze bekendmaking moeten geschieden.

- Het hestuur zal zich daarbij in commissien

kunnen verdeelen, die echter uit niet minder dan

drie leden zullen mogen hestaan.

De belooningen daarvoor, alsmede voor aile

werkzaamheden verder toe te kenneo, zullen door

gedeputeerde Staten, naar aanleiding van het reglement

op de polder-administratien van 26 November

1826, in billijkheid worden geregeld.

Art. 20.

Het veenderij-hestuur zorgt, op zijne verantwoordelijkheid,

dat jaarlijks en (zoo doenlijk) ten tijde


29

der sluitiug van de rekening der poldedasten , behoorlijke

rekening en verantwoording door den

penningmeester worde opgemaakt van alle ontvangsten

en uitgaven, ten behoeve der veenderij en

veeuderij -fondsen gehad en gedaan, afgedeeld in

drie afdeelingen, waarbij, in de eerste, de ontvangene

en helegde waarhorgpenningen worden

verantwoord; in de tweede, de daarvan gei:ncasseerde

en uitbetaalde renten en verdere administratie-kosten

, en in de dede, de ontvangene en belegde

consignatiepenningen, de renten, mitsgaders

de daarop gedane hetalingen.

Dat die rekening, na door het veenderij-hestuur

of eene commissie uit hetzelve voorloopig te zijn

opgenomen, openlijk worde afgehoord, ten langste

in de maand Mei, in eene vergadering van het

veenderij-hestuur en al de geerfden en verveeners,

die daarhij zullen will en tegenwoordig zijn, daartoe

bij publica tie en aanplakking van bill etten 14 dagen

hevorens te convoceren.

Dat, behalve het verslag van den staat der veenderij-fondsen,

achter de rekening te stellen, een

blijk worde gevoegd, dat de bewijzen van inschrijvingen

ter griffie van gedeputeerde Staten zijn geviseerd,

en deze met dit visa aan de vergadering

zijn vertoond, en daarvan, zoo wei als van de

zuivering der r~kening van het vorige jaar, door

overleg der quitantien, bij bet slot van rekening

worde melding gemaakt, en de rekening door de

!eden van het bestum· en verdere presente geerfden


30

l/''.-r:-t~,. •'" -

!f'-'71""-'nk ·

'' ~.

/t;o:t';_-t--e-~~'

//(.,, />..., IV r>< r >-"

/ ..Lrr.A- 1 J.r< 1'-7~~1 r 1'

7r-p./- :7'(4-) ~.:·,?-~

'

I

'r /....~~jL -'1.

en verveeners worde onderteekend, aan w1e hij

die gelegenheid, zoo veel doenlijk, de gevraagde

inlichtingen zullen moeten worden gegeven.

Dat voor 1 •. Julij van ieder jaar , of, zoo reel

mogelijk, te gelijk met die van de polders, de

afgehoorde rekening met een duhbel van die, aan

gedeputeerde .Staten ter goedkeuring worde ingezonden,

die de originele, met het appointement

van approhatie voorzien, aan het hestuur terugzenden

en het duplicaat in het proYinciaal-archief

doen deponeren; -

zijnde gedeputeerde Staten

niettemin verpligt, om van tijd tot tijd door eene

commissie uit hun midden inzage te nemen van de

gehoudene administratie en al de registers en geschriften

der veenderij-hesturen te do en nazien.

Art. 21 .

Aile verveeningen, binnen den afstand van 45

ellen van/ puhlieke of gemeene wegen , kaden ,

dijken en 1 waterkeeringen , of tot algemeene dienst

strekkende vaarten, mitsgaders molenwerven, meen.

ten en zuwen, zijnf'verboden op eene hoete van

f 100.-, te verbluren niet alleen door de veenof

haggerlieden, die hevonden worden daartegen

te handelen, maar ook door den eigenaar van het

perceel, waarin zoodanige v~enderij

wordt gedoogd,

hehalve staking van aile verveening op dat punt

en herstelling van hetgeen daaraan zal hevonden

worden verkort of heschadigd te zijn, te constate•

ren

en te do en herstellen, zoo als v roeger is

opgegeven. -

Nogtans wordt voor den polder


31

Loosdrecht de voot·sz, afstaud van 45 ellen teruggebragt

op 11 ellen 3 palmen, onder voot·waarde

evenwel , dat de nu genoemde afstand alleen op

verzoek van de veenlieden toegestaan wordt, -

derhalve dat hij, die van deze vergunning gebruik

wil maken, eene aanvraag daartoe aan het veenderij-bestuur

moet doen, welk verzoek moet behelzen:

1°, het nummer, de sec tie en de inhoudsgt·ootte

van het perceel, waanoor dit verlangd wordt;

2°, een blijk, dat werkelijk dit percee\ of die

percelen de eigendom van den verzoeker zijn , of

zij eigenaars daarin toestemmen; -

.zullende in

allen geval1e dit verzoek niet worden toegestaan

dan nadat a an het veenderij-bestuur is gebleken ,

dat genoemde aanvrage zonder benadeeliog van

dijken, het dorp of derden kan worden verleend.

In den polder Loenderveen en de W€.JHjens onde

..

Loosdrecht zullen de ven·eeoingen mogen plaats

hebben op den voet van het octrooi en naar de

hepalingen van het Kooioklijk besluit van den 10

.J 1!~:, t ,J

September 1815 , D 0 • 12, di t nogtans onder de

daarin gestelde voorwaarden; - zullende wijders

de afwijkingen, die van de artikelen 9.( en J{ det'

generale ordonnantie van 29 Julij 1767 doot· latere

dispensatien in onderscheidene districten mogten

zijn verleend, worden gerespecteerd, in zoo \'ene

de eigenaars dier percelen zullen k unnen aantoo·

nen die dispensa tien wettig verkregen te hehben

en de daarbij voorgeschreven bepalingen naauw ·

_,!_J',.-Z'J

I


32

l

I •

/

I

' /t'a" r• /1 u /LL-.

keurig te hebben nagekomen. -

B\j gebrekc daaraan

, zullen de verveeningen binnen den verboden

kring op de aanzegging van gedeputeerde Staten

of het veenderij-bestuur moeten worden gestaakt,

tot dat aan de gestelde voorwaarden , in overeenstemming

met de overige hepalingen, bij dit

reglement voorgeschreven, ten genoegen van gedepu

teerde Staten zal zijn voldaan,- 7· ;/-"h-1r ;trru,_.,_-,.."" A

Z d • d . , z-.nv


33

breedte van 35 ellen of minder heeft, en zoo het

veenland breeder is, zal de genoemde akker zoo

breed moeten zijn als doot· het veenderij-bestuur

noodig zal worden gerekend , of, bij tegenspraak ,

door gedeputeerde Staten zal worden hepaald , en

ten opzigte van Loosdrecht 3.76 en onder Loenderveen

4.71 breed moeten zijn. Nogtans blijft

bet ter heschikking van bet veenderij-hestuur en ,

bij verschil , ter beslissing van gedeputeerde Staten,

dat er twee of meerdere leg-akkers op een' kamp

moeten blijven liggen en wel ingeval deze kamp

huitengewoon breed is, of het verveenen van een'

kamp zonder deze hepalingen nadeelige gevolgen

voor den polder kon hebben.

Deze leg-akkers moeten, zoo veel doenlijk , van

den bovengrond of van aarde gelegd worden , en

in allen gevalle daar, waar het veenderij-bestuur

het mogelijk acht , zullende anders de veenlieden

verpligt zijn dezelve van het veenland te laten

blijven (plaatselijk gebruik daarhij altijd onder het

oog houdende) zullende f 50.-· boete verheurd

I

worden voor elken leg-akker, die smaller wordt

hevonden dan hoven is aangegeven. 1

Art. 24.

Ten einde meer sterkte aan de voorgronden en

leg-akkers te geven, zullen zij tot zulk eene hoogte

uit den bovengrond der pu tten, zwetten en dohhers

worden aangehragt, dat derzelver kanten gelijk

zijn met het winterpeil det· polders en verder

het midden van den akker. ten minste een palm '

3

/ / /-~IJ~ 4-~w &.- ~

~ .;-; "


34

i

hoven dat peil boog zg ; -

znllende daar, waat·

zulks door gedeputeerde Staten, tot beboud der

gemeente-dijken, wegen, vaarten en kaden noodig

mogt worden geoordeeld, dezelven moeten versterl,t

worden met rijsbout, puin of zand.- Bet is te,•ens

op eene boete van (50.- verhoden den hovengrond

van den leg- akker of bet voorland af te graven of

wel te verlageu.

Art. 25.

Jndien mogt hevonden worden, dat de veneeners

het veen van een' leg-akker wegbalen, zal deze telkens

verheuren eene boete van f 75.-. Deze hoete

zal verscllllldigd zijn, niet alleen door de veen- of

haggerlieden, die hevonden worden daartegen te

handelen, maar ook door de eigenaars der legakkers,

zoo ontdekt kan worden, dat zoodanige

eigenaar van het perceel deze wegbaling heeft gelast

of ten minste stilzwijgend gedoogd.

Art. 26.

De slooten, tot scheiding der eigendommen, zul-

1en ter plaatse, waar veenlanden zijn, die niet

geveend mogen worden , niet wijder mogen zUn

dan 7 ~ el.

De overtreder dezer hepaling zal verheuren eene

hoete van r 75.-' onverminderd de verpligting

om bet wederregtelUk vergravene of verveende

weder te moeten aandammen binnen eenen door

gedeputeerde Staten te bepalen termijn, op poene,

dat, zulks niet gescbied zijnde, ten Iwste van den

geLrekige publiek of uit de hand zal worden aan-


35

hesteed. -'Van het stellen in gehreke en van de

hevinding der overtreding zal moeten hlijken op

de wijze als vroeger is bepaald.

Art. 27.

De genoemde slooten, tot afscheiding der eigendommen'

zullen niet dieper mogen zijn dan eene

el onder het zomerpeil , op de straffe en onder de

hepalingen, hij het vorige artikel vermeld.

t

Art. 28~

Genoemde slooten zulle/ de wegen, kaden , . ~ -tf~~

dijken of waterkeeringen, meenten en zuwen niet .-M..,~;.c... ~/ d~

/ :n.P>/. d..-~ /~,.4t'7

verder mogen naderen dan op 4 ellen afstands' err .e.n :1-'-,.,....--,.,..k_

zulks op straffe en onder de hepalingen , hij art.

26 opgenomen.

Op dezen afstand van 4 ellen zal de vaste grand,

door ophrenging van aardspecie en aanberming tegen

de opgemelde wegen, kaden , dijken, waterkeeringen,

meenten en zuwen, zoodanig moeten

worden verhoogd en versterkt , dat dezel ve voor

den slag ran het water beschut hlijven. -

Waar

zulks niet is geschied , zullen de eigenaars diet·

gronden verpligt zijn , op aanzegging van gedeputeerde

Staten, hinnen eenen door de2:e heerea te ~A---A!. rc:~

hepalen termijn, zulks ten uitvoer te hrengen, op

poene van publieke of onderhandsche hesteding,

ten hunnen koste ten uitvoer te hrengen op de

wijze als hij art. 26 is gestatueerd.

Art. 29.

In de bij het voorgaande artikel genoemde slooten

tot afscheiding zal niet mogen worden geveend ,

a•


36

I~

zelfs niet voor e1gen gehruik, 'op de boete van

honderd gulden voor elke overtreding.

Art. 30.

Het is verhoden eenig slik , veenzoden of veenaarde

buiten den polder te verv~en; men zal

integendeel gehouden ziju- het siiJftot turf binnen

den polder te droogeu. Evenmin is het geoorloofd

den hovengrond van die veenlanden af te gmven,

waarvoor aanvrage tot verveening is gedaan, doch

nog niet is verleend.

Het is almede verhoden eenige zoden of veenaarde

te plompen of in het water te werpen; men

zal gehouden z\jn, dezel ve, voor zoo verre zij tot

aanleg en verhooging der leg·akkers niet volstrekt

bcnoodigd zijn , te vervoeren naar en aan te wenden

tot versterking der dijken , kaden, dam men en

wegen, alles ter plaalse waar zulks door het veenderij-bestuur

zal worden aangewezen,- dit tegen

behoorlijke betaling, welke nogtans niet meer dan

eene schadeloosstelling voor de specie en den arbeid

zal mogen bedragen.

De overtreders dezer bepalingen zullen telken

reize en voor ieder geval afzonderlijk verbeureu

eene boete van f 50.- Dez

worden geconstateerd door ee

proces-verbaal, opgemaakt,

hetzij door een lid va

overtredingen zullcn

het veenderij-bestuur,

hetzij door den veldw achte of den gemeenteof

polder bode, op den eed, bij

hunner bedicning gedaan, houdend

daadzaken hebben gezien , welke de

e aanvaarding

grondslag

\


37

dezer overtreding 'tmaken, met aanduiding van den

werkman of van de huit of hok, daartoe gehezigd,

of wei van het land, aaruit de specie is gehaald.

Ar 31.

artikelen vastgestelde hepalingen

wegens de sloot , tot afscheiding der eigendom·

men, bezwaarlijk op aile ver~eeningen in deze

provincie toepasselij te maken zijnde, zoo wordt

aan heeren gedeputee e Staten O\'ergelaten, om

in het vervolg met de v nderij-besturen in iederen

polder zoodanige maatreg len, onder de noodige

voorzorgen, te hepalen, a genoemde heeren het

meest geraden zullen achte'"',

zoodagelijke

nige hepalingen worden hes

kracht en waarde te zijn, als

in dit

reglement waren opgenomen.

Art. 32.

llet ter ,·erveening \'erhuren van landen ofgedeelten

Jaarvan zal, op daartoe door den verhuurder

en huurder aan gedeputeerde Staten gezamenlijk te

doen verzoek, ingerigt als Lij artikel 4 is gezegd,

kunnen worden toegestaan.

lngeval de verhuring is toegelaten, hetzij van een

geheel perceel 1 hetzij van een gedeelte daa !'Van 1 zullen

de waarborg- en consignatiepenningen, voo1· een

of &nder verschuldigd, in eens hij het insteken van bet

perceel of gedeelte daarvan moeten worden voldaan,

en het renversaal of de waterh1·ief en bet bewijs van

betaling daarvan ten name van den verhuurderen niet

ten name van den buurder , moeten worden afgegeven.


38

Art. 33.

Ieder verveener zal gehouden zij.n , om op of

langs zijne landen, bereids ter verveening: ingestoken

of daartoe aangegeven, op last van gedeputeerde

Staten en onder aanwijzing van het veenderijbestuur,

zoodani9e palen te moeten stellen als

zullen l un nen dienen om den afstand a an te duiden,

waarop men met alle verveeningen of het

) ~'~.~~A.-;,__...-..._'? vergraven vao/publieke wegen , kaden, dijken of

~~,_, p-~' . dr>J k .

, water ·eenngen, meenten, vaarten en zuwen moeten

~ff· t---~.; .-~

I' ~man ;{c..- venvijderd blij ven

Hierin nalatig zijnde, zullen dezelve palen op

zijne kosten door de zorg van het veenderij-bestuur

gesteld worden.

Zij , die bevonden zullen worden deze palen te

h ehben uitgegraven, verzet of '\\'eggehaald, zullen

gestraft worden met eene geldhoete van r 25.-

De eigenaar of verveener zal in ieder geval verpligt

zijn de palen op zijne kosten te herstellen,

terwijl, ingeval

van nalatigheid, het veenderijbestuur

Levoegd zal zijn deze herstelling op zijne

kosten te doen plaats hebben.

Bepalingen op de verveening der lwoge gronden.

Art. 34.

Tot het uit de hooge gronden, ten noord-oosten

eu ten oosten der provincie, steken van veenstukken

, onder de heideschalen of de bovenkorst zich

b eviudende,


39

geren van slik of veen, zal door de eigenaars

vooraf de vergunning van gedepuleerde Staten

moeten zijn verkregen , welke vergunning zal moeten

worden aangevraagd binnen den tijd en de

wijze, als hij art. 3 en 4 van dit reglement is

voorgeschreven.

Art. 35.

Dezelfde eigenaren, llH' t permissie op dien voet

veenende, zullen gehouden zijn te zorgen, dat het

regenwater zoo veel mogelijk worde afgeleid of afgegreppeld

, zoodanig dat die gronden v66r den

zomer niet dras hlij ven liggen en tot ongezonde

uitdampingen aanleiding geven, maar zoo veel

doenlijk tot cultuur worden gebragt.

Art. 36.

Van alle toegekende vergunningen tot bet baggeren

van veen uit hooge gronden, zal aan de

plaatselijke hesturen en het polder-bestuur (daal'

waar he.t aanwezig is), die geacht worden aldaar

het Jagelijksch toezigt over deze verveeningen te

houden , worden kennis gegeven , met die inlichtingen,

welke ter zake voorsz. noodig zullen worden

geacht.

Art, 37.

Degenen, die, zonder vergunning van gedepu·

teerde Staten, uit de hooge gronden veen baggeren,

of zulks doen huiten de percelen, waarvoor de

vergunning is toegekend, zullen vervallen in eene

boete van {75.- voor iedere overtreding. - Van de

gedane overlreding zal blijken bij proces-verbaal ,


40

/j)

(/1 u-,.._.~ £~ t. l(,.t,-

fn->--...4-e-.,k -

./c-{c: vf-~., 'J {.., ./

opgemaakt door hurgemeester en .assessonm of een

lid van het gemeente-hestuur, op den eed, hij den

aanvang hunner hediening gedaan.

Art, 38.

Bij het verleenen dezer vergunningen zullen gedeputeerde

Staten , naar den aard der verveening

en de hijzondere Jigging der gronden , de navolgende

hepalingen voorschrijven:

1°. dat , tot instandhouding van wateringen,

togt- en schouwslooten, derzelver hoorden of kanten

niet zullen mogen worden verveend, maar

gelaten tot eene breedte van 2 nederlandsche ellen;

2°. dat alle hestaandywegen en voetpaden zullen

moeten hehouden hlljven , en men, hij de verveeningen

, dezelve .niet verder zal mogen naderen

dan tot op eenen afstand van 5 nederlandsche ellen;

3•. dat de omtrek der percelen, voor zoo verre

die grenzen aan den eigendom yan anderen, zal

worden in stand gelaten' ter hreedte van eene

uederlandsche el ;

4°. dat, hij verveening, de Ianden niet dieper

dan eene nederlandsche el onder de oppervlakte

van het maaiveld zullen uitgehaggerd worden;

5°. dat, hij de verveening, aan de veen- of

trekgaten geene grootere uitgestrektheiJ dan 50

nederlandsche vierkante roeden zal gegeven wor­

' den ; terwijl de grenzen derzelve veen- of trekgaten

tot geene mindere breedte dan 2 nederlandsche

ellen zullen in stand gelaten worden ;

6°, dat de hij de verveening voorkomende on ~


41

hruikbare specie regelmatig zal aangewend worden

tot demping en aanmaking van de uit te graven

veengaten, terwijl in die landen, alwaar de veenstukken

zich onder de zandlagen mogten bevinden ,

zal worden gezorgd, dat onmiddellijk na de uitdelving

derzelve veenstukken, de gemaakte gaten ter

hoogte van het omliggende land worden digt gemaakt.

De overtreders van bovengemelde hepalingen

zullen vervallen in eene hoete van f 75.-, onverminderd

de verpligting tot herstelling der gebreken,

hinnen eenen door gedeputeerde Staten, op aanzegging

van het hoofd van het plaatselijk hestuur,

waarondcr het land gelegen is, te bepalen termijn.

De overtreding en in gebreke hlijving der herstelling

zal worden bewezen door een proces-verhaal

van bevinding. Nogtans zullen gedeputeerde

Staten geene vergunning verleenen, zonder al vorens

de besturen en polder-directien gehoord te hebben ,

zoo deze aanwezig zijn, en bij verschil zich overtuigd

te hebben , dat deze veenderijen niet tot nadeel

van de provincie, gemeente of derden verstrekken.

Art. 39.

Aan de gedeputeerde Staten wordt overgelaten,

om op de hooge gronden, waarin reeds gehaggerd

wordt, de in het vorige artikel vermelde maatregelen

toe te passen en zoodanige omtrent den waarhorg

voot· de hetaling der lasten, van hoedanigen

aard ooJ, , welke op die gronden zouden mogen


42

drukken, voor te schrij ven , als het belang der

zaak vordert, wordende gedeputeerde Staten gemagtigd

de gemeenten , waarin de hooge veeneu

gelegen zijn , mede te doen dragen in het tractement

van den opzigter der veenderijen, waarvan

later zal gemeld worden.

ALGEMEENE BEPALINGEN.

Art. 40.

De hoeten, uit kracht van dit reglement te

verbeuren , zullen komen, ten aanzien der !age

veenen, ten profij te der veenderij-kas (~eel.Wg

&~ consignatiepenningen), en , ten aanzien der

hooge veenen, ten voordeele der gemeen te-kas ,

respectivelijk ter plaatse , waar de overtredingen

plaats hebhen.

Art. 41.

Uet toezigt oHr de in deze te doene verveenin

~ en wordt, hehalve aan de veenderij-L~sturen· ,

opgedragen aan de amhtenaren der plaatselijke

policie, welke, hij overtreding, bevoegd zijn proces-verbaal

op te maken ; doch hijzonder wordt

de zorg dienaangaande toevertrouwd aan een' daartoe

door gedeputeerde Staten aan te stellen ambtenaar,

en dit onder eene nader door Jezel ve te

hepalen insti'Uctie en onder de henaming van opzigter

der veenderijen.

Art. 42.

Gezegde opzigter zal eene nader te regelen he·


43

zoldiging erlangen, te voldoen

de provinciale mid de len e.Il-\COOl' .de- weder.lle-!it

door de gemeenten , alwaar zoodanige

gen plaats vinden , en volgens een~oor gedeputeerde

Staten vast te stellen s~ op te maken in

verhouding van de uir~dheid der verveening,

welke in elke g_ern{ente plaats heeft; evenwel zal

deze heloo;Hllg niet meet• dan r 1000. - en niet

m7r dan r 600.- kunnen hedragen.

Art. 43.

De gemeente- en veenderij-besturen zullen al

die narigten, hewijzen en inlichtingen aan den

opzigter der veenderijen mededeelen, welke kunnen

strekken tot rigtige uitoefening van zijne hetrekking.

Zoo, ten opzigte van het gevorderde,

tusschen een veenderij-hestuur en den opzigter

verschil mogt ontstaan, zullen gedeputeerde Staten

in deze beslissen.

Art. 44.

De instructien en de reglemen ten, waarnaar de

veenderij-hesturen voortaan werkzaam zullen zijn,

moeten door dezelve in overeenstcmming met dit

reglement worden daargesteld, en zulks onder

goedkeuring van gedeputeerde Staten.

Art 45.

Bij aile zaken , de belangen der veenderij hetreffende,

waaromtreut het noodig zal zijn de ingelanden

te raadplegeu, zal met~ meerded1eid

van ~stemmen worden hesloten.


Art. 46.

· De veenderij hesturen der lage veenen en de

plaatselijke . hesturen, alwaar zich hooge veenen

hevinden , zijn gehouden , om , zoo veel in hun

vermogen is en door alle middelen, welke onder

hun hereik staan, de naauwkeurige uitvoering van

dit reglement te hevorderen.

Zij zullen telkens na den afloop hunner gedane

inspectien, aan gedeputeerde Staten verslag doen ,

ook proces-verbaal opmaken van de ontdekte overtredingen

of afwijkingen van het reglement of van

vroegere nog van toepassing zijnde ordonnantien,

reglementen of hijzondere concessien, daarvan een

afschrift aan meergenoemd collegie inzendende.

Art. 47 .

De overtredingen op dit reglement zullen op de

gewone wijze voor den hevoegden regter worden

vervolgd.

Bij nalatigheid in de betaling der waarhorg· en

consignatiegeklen, zullen de vorderingen daartoe,

ten name van het veenderij-hestuur , voor den gewonen

regter worden gehragt.

x. . ... /!.u-70. ;.y--p-, de, :?'.:.~, 4.-vk.e-;:) ,.4 ..

c/,-.r;, PC .-. /£?v-, ~ ... ~ ,.{r/./Ar~., . Z ..

,f

a"_,... ., /"r'"' ~- - '-~_r-,- - , c/. /C --.J


45

Art. 4,

Tarief der waarborg- en consignatiepenningen per

bunder voor de onderscheidene polders.

In de gemeenlen:

Ten ooslcn de rivicr de Vechl.

Polders:

Achllienhoven. '/ Achttienhoven.

Wcstbroek. Westbrock.

Maars.senveen. \ Oud-Maarssenveen.

Ticnhovcn. Tienhovcn.

Breukelen S1• Pic- Breukelenvccn.

(ters.

Loosdrccht.

'

~ w aarborg . . . . • • r 200 .»

~ Consignaliepenningen -4-e6:n

Waarborg f 210.» off 350.»

2! pCt. Werkelijke Schuld.

Waarborg f 280.» off 410.>>

2~ pCt. Werke\ijkc Schuld.

toostlrecht.

De consign3liepenningen voor

Loenderveen.

bcide polders 18 cenlen per

l

100 D ellen vecnslik, overecnkomende

mel f 100.n per

bunder, hij doors lag der

diepte van het \'cen.

Ten westen de rivier de Vecht:

;7'.."

In de gcmeenlen:

Wilnis.

Oudhuizen.

Polders:

l Westvcen , (

beweslen Heinoomsvaarl

f en beoosten Heinoumsvaarl

aan de veenzijde.

Bewesten Heinooms - /

vaarl en beooslen Hein- Waa~·borg. · · ·: · · f 350.n

oomsvaarl, zoo vee\ be- \Cons•gnaLicpenmngen -175,>>

\

lreft den !!ring dcr

veneening en bedijking

, tot droogmal


In de grmcenlen : Polders :

46

Waverveen.

Zuiderpolder.

N oorderpolder.

I W aarborg . . . . , • f 350.»

\ Consignatiepenningen -175.>>

Vinkeveen en Wa- Vinkcveen.

verveen. Veenzijde Vinkcveen.

Veldzijde »

Demmerik veenzijde.

I

» veldzijdc.

Bosenhoven,

Mijdrecht.

Waarborg ....•. (250.>> ~

Consignatiepenningen • 175.>>

zoo vee!~

beLrefl den kring der

bedijking lot droogmaking.

Holland, zoo vee! be- Waarborg . . . • . • f 350.>>

~ treft den kring der 2•1 Consignatiepenningen - 175.>>

bedijking tot droogma­

J

. king.

, Holland en Bosenl

hoven aan de veenzijde.

Abcoude Proostdij ) Proostdijerpolder, veld-hVaarborg .•..•• {...2f1o:;; .3

en Aasdom. ( en veenzijde. ~Consignatiepenningen- 175.»

~ ---


MEMORIE VAN TOELICHTING.

Art. 1.

Art. 1 is beschouwd te moeten blijven; immers

tegen hetzel ve zijn geene bezwaren opgeworpen.

Tegen art.

Art. 2.

2 heeft de bijvoeging «Demmerik

veldzijde" bezwaren uitgelokt.

Twee leden meenden, dat deze bijvoeging niet

behoorde plaats te hebben.

De meerderheid is

.daartoe overgegaan, omdat ook aan dien polder bij

octrooi (waarvan eene copie als bijlage is gevoegd)

het veenen was vergund.

De bijvoeging, >l de verveeniugen onder de hooge

gronden hebben tegenwoordig plaats'' - het woord

»tegenwoordig" is er hijgevoegd, om de mogelijke

ruimte te laten, om ook aan andere gemeenten dit

toe te staan.

Eindelijk wilden twee leden in dit artikel de

mogelijkheid hehouden , om ook uit de waarhorgpenningen

de polders vervolgens droog te maken.

De meerderheid hegreep, dat, daar dezelve uitsluitcnd

ter rerzekering der lasten van oudshe1·

waren gefourneerd, nimmer de wetgever de be-


48

voegdheid had Jezel ve eene andere bestemming te

geven.

Art. 3.

Dit artikel heeft geene aanmerking opgeleverd.

Art. 4.

Bij art. 4 begreep men, dat, zoo de hypotheekhouder

er in toestemde , het bezwaar, bij paragraaf.

A. bedoeld, ophield te bestaan.

Art, 5 en 6.

Beide deze artikelen hebben geene aanleiding tot

aanmerkingen gegeven.

Art. 7.

Dit artikel is, eenigermate verkort, gebleven.

Slechts is aldaal' geheel uitgelaten, wie de aanzegging

doen moet.

Het moet uit den aard geschieden,

zoo als de wet bij soortgelijke exploiten

voorschri.jft. Men vreesde, door te vee! hier te bepal

en, inderdaad de zaak te bederven en in het

gezag der uitvoerende magt te dringen.

Art. 8,

Dit artikel is gebleven; aileen is uitgelaten wat

hoven reeds is opgegeven.

Art. 9.

Men heeft begrepen, dat de termijn voor het

veenen te laat was gesteld, en dat dezelve zonder

schroom op 1 • Maart van ieder j ~r kon bepaald

worden.

Bet nummeren der schuiten en baggerbokken

heeft een aantal reclames sedert het aanwezen van

het vigerende reglement uitgelokt. -

Met de ver-


49

anderde redactie meent men de hezwaren voo1· te

komen en niet minder doel te treffen.

Ook heeft

men gedacht al de verpligtingen van en ten hehoeve

van den opzigter de1· veenderijen nader in

een artikel te moeten opnemen.

Als een

Art. I 0.

gevolg van de gestelde heschouwing

moest wei van zelf de tijd van aangifte vervroegd

worden. Men heeft duidelijkheidshal ve gewild,

dat bij de aangifte ook de oppervlakte van het te

verveenen land in vierkante ellen zoude worden

opgegeven.

Ook heeft men de beloouing van gadermeester

en secretaris hepaald op dit hedrag als in evenredigheid

de1· werkzaamheid kan heschouwd worden ,

en ook eerder plaats greep.

Art. 11.

Even als in Friesland geschiedt, heeft men gedacht

veel bezwaar te hoven te komen , zoo men,

in plaats van overal gelijke bedragen van waarborg·

en consignatiepenningen te stellen , deze hij iederen

polder bijzonder vaststelde.

lmmers, daardoor

hefte elk slechts zoo vee! als en niet meer dan de

hehoefte vorderde, en verviel daardoor de klagt

van meer lasten te moeten dragen dan noodig was

en hij het octrooi werd geeischt.

Nogtans konden twee leden daarin niet toestem·

men, doch wilden bet hij het laatste reglement

hepaalde hehouden.

4


50

Art. 12.

JJit artikel vereischte, naar bet oordeel der commissie,

eene meer duidelijke redactie.

Art. 13.

Men heeft bij dit artikel nog meer dan thans de

ontvreemding van consignatie- en waarborgpeuningen

trachten ondoenlijk te maken , en dit zoo wei

in het belang der gadermeesters als van de consignatie-

en waarborg-kas.

Art. 14.

Men heeft dit artikel ten eerste verduidelijkt ,

en ten andere bepaald, dat daar, waar de rentebetaling

tweemaal in het jaar altijd plaats greep ,

deze gewoonte zoude kunnen voortduren ; - ook

gezorgd, dat de mogelijkheid niet bestond de renten

te ontvangen en de daarvoor ve1·waarborgde

lasten onbetaald te Iaten. Ook de betaling van

rente der consignatiepenningen is in zoo verre ge·

wijzigd, dat deze uitbetaling ad 2~ pCt. jaarlijks

beperkt blijft en tot de daarvoor bestaande octrooijen

en tot die polders , waarvoor deze ,gelden on·

aangeroerd blijven liggen tot eventuele droogmaking,

en derhalve slechts uit voorzorg werden ingevorderd.

Art. 15.

Dit artikel is verduidelijkt. De commissie was

algemeen van gevoelen, dat in den regel de waterbrieven

onafscheidbaar van den grond moesten zijn,

doch evenwel bepaald, dat ten opzigte van Loosdrecht

wei eene uitzondering moest plaats grijpen,

.en zulks dewijl het ondoenlijk kon worden gerekend


51

m betrekking van oude veenderijen dit in te voeren,

voornamelijk ook, daat· geene wet eene terugwerkende

kracht bezit, - ook te meer daartoe overgaande,

dewijl de veenderijen van Loosdrecht, wat

de toekomst betreft, van geene groote beteekenis

zijn. Evenwel was ten dien opzigte het gevoelen

niet eenparig en verklaarden twee leden deswege

niet te kunnen toestemmen.

Art, 16.

Zoo de commissie heeft gemeend te moeten toegeven

a an den wensch der veenlieden, om de voorlanden

niet aan waarhorg- en consignatie-betaling

te ondenverpen, he eft . dezel v e het misbruik van

die stelling willen tegengaan door de bepaling, dat

het geheel voor aile lasten verbonden blijft, eu

derhalve hetzelve niet op het soms weinig waard

zijnde voorland kan worden overgehragt. Door het

droogen van veen op de voorlanden in den regel te

verbieden, houdt men dezelve in hun geheel, en

wordt de bestendigheid daarvan meer gewaarhorgd.

Uitzonderingen met lwogere toestemming blij ven

nogtans mogelijk.

Art, 17.

Deze belooning is de gehruikelijke.

Art. 18.

De hesturen zijn dezelfde, zoo als in het oogenblik

bestaan. De gemeente-wet en eene latere regeling

der polderzaken kan mogelijk verandering

dienaangaande hrengen ; doch dit is eene Iatere zorg.

Art. 19.

Dil artikel heeft bijna geene verandering onder-

4"'


gaan. -

52

De commissie oordeelde, dat een getal

van drie leden tot bet voeren van eene schouw

werd vereischt.

Twee leden kwamen baar daartoe

niet talrijk geuoeg voor. Ook is. bij verschil, bet

getal van drie boyen dat van twee verkieslijker.

Art. 20.

Di t artikel is meer uitgebreid , ten einde, zoo

mogelijk, de adm inistratie der veenderijen meer en

meer in orde te doen toenemen. Hiertoe zal vooral

strekken de inspe.ctie van gedeputeerde Staten. -

Konden de polder- en de veenderij-rekening op

denzelfden dag gesloten worden , zulks zoude vooral

veel toebrengen om meer belang~bbenden

tegenwoordig te zien .

Art. 21.

daarbij

Bij dit artikel heeft men getracht bet beschermende

met bet mogelijke en het thans bestaande

te vereenigen, en daardoor de tegenwoordig dagelijks

ontstaande botsingen voor te komen. De

commissie wenscbt hierin te zijn geslaagd.

Art 22.

Dit artikel is in bet belang van bet dorp Loosdrecbt

er ingelascbt.

Zonder deze bijvoeging, op

de vroegere bollandsche ve~nreglementen

gegrond,

is bet te ducbten, dat bet gebeele dorp te niet ga.

Art. 23.

Met dit artikel heeft meu gemeend aan de niet

ophoudende klagten der veenlieden te gemoet te

komen, zonder de nuttige strekking der leg-akkers

te verzwakken. De gelegenbeid en de toestand van

iedeTen polder regelt hier de helangen, en bet


,a

voordeel der veenlieden wordt behartigd, zonder

hooger doe I ten offer te brengen; gedeputeerde

Staten en de veenderij-besturen waken daarvoor.

Art. 24 tot en met 29.

Deze artikelen zijn met het J'eeds aangegeven

doel ontworpen,

Art. 30.

Men heeft getracht voor te komen, dat de aarde

uit den polder worde verveend , en tevens zoeken

te bevorderen, dat dezelve doelmatig worde gebezigd

Hiertoe is niets beter strPkkende dan door

eene billijke schadeloosstelling den afstand van deze

voor te stellen , - eene schadeloosstelling, welke

dien naam niet mag ofte ook nu niet kan te hoven

gaan.

Art. 31.

Dit artikel is in oude veenderijen ee ne behoefte;

daarin is alles te voren geenszins te voorzien.

Was het tegen woordige reglement inderdaad

overal volgens deszelfs geheelen inhoud ingevoerd,

sedeputeerde Staten hadden ongetwijfeld reeds

dikwijls van deze magtbeschikking gehruik gemaakt ,

en dit zoude nu veel Iicht verspreid hebben.

Tegenwoordig is het noodzakelijk gezegd artikel in

wezen te Iaten blijven.

Art 32.

Dit artikel is zoodanig ontworpen, dat de huurder

gebonden is en de polder geene schade kan

beloopen.

Art. 33.

Dit artikel hepaalt regels en orde. Het geheele


5-i

concept 1s zoodanig ingerigt , dat het veenderijhestuur

regeert, even wei dat dit altijd geschiedt

onder toevoorzigt van gedeputeerde Staten, die,

hij verschil , scheidslieden zijn.

Art. 34 tot en met 37.

De hooge veenen zijn voor het gewest minder

schadelijk dan de lage. Nogtans kunnen dezelve

zonder hehoorlijke toestemming niet gedoogd, noch

zonder toezigt toegestaan worden. Deze artikelen

zijn hiertoe strekkende .

.Art. 37 tot en met 39.

Dit zijn artikelen van orde, gesteld om schade

en moeijelijkheden voor het gewest en de gemeenten

voor te komen. - Een' amhtenaar, die hijzonder

helast is om voor deze aangelegenheden te

waken, is men verpligt eenige helooning daarvoor

uit te reiken.

.Art. 40.

Men rekende het nu hestaande artikel te moeten

hehouden.

.Art. 41.

Een opzigte1· der veenderije!l is een noodzakelijk

amhtenaar: hij staat gelijk met een' ingenieur van

den waterstaat of kameraar der wegeo; zijne hetrekking

is toezigt en zorg ; - bij is de hulp van

gedeputeerde Staten en van de veenderij-besturen,

alhoewel niet geheel ondergeschikt aan dezelve;

hij maakt, als bet ware, een op zich zelf staand

hestuur uit, hetwelk het geheel kan overzien,

doch slechts wegens het collegie van gedeputeerde

Staten werkt , en zulks op eenen lastbrief, volgens


55

bet reglement opgesteld , doch desniettegenstaande

in bet reglement niet beschreven , en wei uit oorzake,

dat hetzelve ten allen tijde zoude kunnen

worden uitgebreid, ingetrokken en naar omstandigheden

veranderd, zonder dat bet daarom een vereischte

zoude zijn bet gebeele reglement te herzien.

Art. 42.

Is de opzigter een provinciaal ambtenaar en staat

bij deswege met de heeren ingenieurs en kameraars

gelijk, dan schijnt bet billijk, dat bet gewest hem

ook beloone; want als zij, die van wegen en wateren

gebruik maken, niet kunnen gerekend worden

diegenen te moeten beloonen, aan wie de zorg over

wegen en wateren is toevertrouwd, kan bet even

min den verveeners worden opgelegd degenen te

voldoen , welke bunne gedragingen gadeslaan.

Vandaar heeft de commissie gemeend het tractement

te mogen verdeelen tusschen degenen, welke

er belang bij hebben , dat de verveeningen volgens

de gestelde baken beperkt blijft.

Deze zijn, in de eerste plaats, de provincie,

wegens algemeen provinciaal belang; en in de

tweede plaats, de dorpen, waarbij en waaronder

veenderijen gelegen zijn

Een gedurig toezigt is voor deze allerweldadigst

en strekt tot hun hehoud.

De vroeger bepaalde belooning is aan de commissie

billijk voorgekomen.

Door dit artikel (hetzel ve aangenomen wordende)

zullen een aantal bezwaren, tegen de betaling van

den opzigter in de vergadering gebragt , vervallen,


56

en daardoor, naar het oordeel der commissie , hillykheid

getoond en tevredenheid aangehragt worden.

Art. 43.

Dit artikel is gesteld, om alle mogelijke verwikkelingen

tusschen den opzigter en de veenderij-besturen

voor te komen en (waar deze zijn gerezen) te beslechten.

At·t. 44.

Sommige veenderijen hestieren zich naar hepaalde

verordeningen; andere zyn daarvan verstoken. Het

was de wensch der commissie , dat in de toekomst

al de besturen zich in hepaalde voorschriften hewogen.

Art. 45.

Volgens hepalingen in deze provincie in vigueur.

Art. 46 en 47.

Deze ar.tikelen wijzcn op nieuw, wat het doel

van dit concept is.

Het toezigt over de veende·

rijen gaat van gedeputeerde Staten uit, doch wordt

door de veenderij-hesturen uitgevoerd.

Met veel zorg -

Art. 48.

en na de veenderij-besturen in

het breede gehoord te hebben en a lies zel ve te

hebben gadeslagen - is de commissie tot dit resultaat

gekomen, zich overtuigd houdende, dat hetzel

ve

voor verzekering det· las ten en het doel,

waarvoor de invordering geschiedt , genoegzaam is.

--------

More magazines by this user
Similar magazines