NHA UITGELICHT mei 2016 / nummer 6

nharchief

NHA Uitgelicht nummer 6 / mei 2016.

Mei 2016 / Nummer 6

UITGELICHT

06

Het

is een schatkamer | De

boeken van de Bijzondere Collecties

hebben een bijzondere vormgeving

of druk. Sinds kort zorgt het NHA

voor de conservering van dit

kostbare materiaal.

14

De tekeningen van Pieter Saenredam

Hij schilderde vooral kerken en hun

interieurs, maar kon ook fantastisch

tekenen. Een blik op de totstandkoming

van die tekeningen.


Mei 2016 / Nummer 6

Colofon

inhoud

Eindredactie:

Christine Tinssen, Ilse Kaldenbach,

m.m.v. Wim de Wagt

Aan dit nummer werkten mee:

de beeldmarketeers/Marc Vreuls

Alexander de Bruin

Helen van der Eem

Frederike Leffelaar

Paul Maessen

Jan van der Male

Rob Plasschaert

Wim de Wagt

Lieuwe Zoodsma

Vormgeving:

Michael Kolf, bno – PICADIA

Druk:

Lenoirschuring – Amstelveen

Oplage:

750

ISSN:

2352-0671

Voorzijde omslag:

Gijsbrecht van Aemstel, Joost van den

Vondel m.m.v. H.P. Berlage, A.J. Derkinderen

en Bern-Zweers, Haarlem, Erven F. Bohn,

1894-1901.

Wordt als startpunt voor de Nederlandse

bibliofilie gezien.

5

14

Uitgelicht

Een woord vooraf van directeur Lieuwe Zoodsma.

36

Het verhaal

achter de

tekeningen

van Pieter

Saenredam

De 34 tekeningen van Pieter

Saenredam die het NHA bezit,

behoren tot zijn beste werk.

Hoe ging deze kunstenaar nu

precies te werk bij het maken

van deze prachtige tekeningen?

26

Topstuk

Marianne Hamersma kiest haar

favoriete foto uit de enorme

collectie van Fotoburo De Boer.

Haarlem bestaat

niet of een stad

vol mythen

Bibliothecaris Rob Plasschaert

laat nog eens een aantal onware

verhalen, mythen en mysteries

uit de geschiedenis van Haarlem

de revue passeren.

6

Een

30

boek dat

niet ontsloten is,

bestaat niet

Onlangs werd de afdeling Bijzondere

Collecties van de Bibliotheek Zuid-

Kennemerland verenigd met de Oude

Boekerij in het NHA. Conservator

Anneke van den Bergh vertelt over

dit bijzondere materiaal.

20

Mooi

geweest

Terugblik op activiteiten.

Evacuatie per

trein

Een reconstructie van de evacuatie

tijdens de Tweede Wereldoorlog

van psychiatrische patiënten van

Provinciaal Ziekenhuis Meer en Berg

in Bloemendaal.

12 Prikbord

Interessant nieuws.

40

22

Op de huid

van het

kunstwerk

De tekeningen van Pieter

Saenredam zijn vorig jaar

door de restauratieafdeling

behandeld. Daarbij viel

restaurator Frederike

Leffelaar een aantal

bijzonderheden op.

Nieuwe archieven

en collecties

Aandacht voor diverse

nieuwe archieven die

de afgelopen maanden

bij het Noord-

Hollands Archief zijn

binnengekomen.

3


Uitgelicht ...

Natuurlijke

bondgenoten

Het Noord-Hollands Archief werkt al jaren nauw samen met de Bibliotheek

Zuid-Kennemerland, de voormalige Stadsbibliotheek Haarlem.

De nieuwe directeur van de bibliotheek, Roxane van Acker, drukte het

tijdens een presentatie van de Haarlemse cultuurinstellingen voor de

nieuwe wethouder van Cultuur onlangs kernachtig uit met de opmerking

dat het Noord-Hollands Archief en de Bibliotheek Zuid-Kennemerland

natuurlijke bondgenoten zijn. De samenwerking vindt onder meer plaats

bij de conservering en restauratie van kwetsbare boeken en documenten.

Maar gezamenlijk zijn er ook al diverse zeer succesvolle educatieve

projecten voor basis- en middelbare scholen opgezet.

In 2009 werd de omvangrijke en zeer kostbare collectie boeken, de Oude

Boekerij, van de bibliotheek in beheer ondergebracht bij het Noord-

Hollands Archief. Dit voorjaar volgde het resterende deel van de

collectie, de Bijzondere Collecties, waarmee de OBBC (Oude Boekerij

en Bijzondere Collecties) nu integraal zijn ondergebracht

in de veilige en geklimatiseerde depots van het Noord-Hollands

Archief. In het kielzog van de collecties kwam ook de conservator,

Anneke van den Bergh, mee naar het Noord-Hollands

Archief. In dit nummer van Uitgelicht vertelt Anneke meer over

deze mooie en belangrijke collecties.

De zomertentoonstelling van het Noord-Hollands Archief is volledig gewijd

aan de zeer waardevolle en omvangrijke fotocollectie van Fotoburo

De Boer. Een aantal jaren geleden verwierf het Noord-Hollands Archief

deze zeer complete verzameling van circa 2 miljoen persfoto’s over de

periode 1945-2004. De zomertentoonstelling geeft onder meer een

beeld van de veelzijdigheid en diversiteit van de collectie, maar vraagt

tegelijkertijd aandacht voor de ontsluiting hiervan. Met moderne digitale

en interactieve middelen is het tegenwoordig mogelijk om vrijwilligers

en geïnteresseerden in te schakelen om personen, gebeurtenissen en

situaties nader voor ons te beschrijven. Wij rekenen op UW hulp!

Portret van Arthur Rimbaud, door:

Louis Favre, in Une Saison en Enfer,

1948, Bijzondere Collecties.

Ik wens u allen een zonnige en fijne zomer toe en veel leesplezier bij dit

nieuwe nummer van Uitgelicht.

Lieuwe Zoodsma,

directeur Noord-Hollands Archief

5


# 6 | Een boek dat niet ontsloten is, bestaat niet

Tekst: Wim de Wagt / beeld: de beeldmarketeers (portret) en Noord-Hollands Archief

Een boek dat niet ontsloten

is, bestaat niet

Onlangs is de afdeling Bijzondere Collecties van de Bibliotheek Zuid-Kennemerland overgebracht

naar het Noord-Hollands Archief, waar deze verzameling is verenigd met de Oude

Boekerij die al in 2009 verhuisde naar de Jansstraat. Gevoegd bij de verzamelingen van Museum

Enschedé en die van het archief zelf, beschikt het NHA nu over een zeer omvangrijke

en gevarieerde collectie boeken, manuscripten, periodieken en andere gedrukte werken.

Samenwerking

als een warm bad

Rechts Conservator Anneke van den Bergh.

De conservator van beide collecties,

Anneke van den Bergh, is erg

blij met de verhuizing. Ze legt uit

dat het NHA de beste voorzieningen

heeft voor de conservering.

‘Het bibliotheekdepot had tegen

zeer hoge kosten moeten worden

verbouwd om hetzelfde te kunnen

bieden.’ De Bibliotheek Zuid-

Kennemerland blijft overigens wel

eigenaar van het materiaal.

Kwetsbaar

Anneke was al bij de bibliotheek

hoofd van de afdeling Oude

Boekerij en Bijzondere Collecties.

Het NHA, dat al sinds 2002 restauratiewerkzaamheden

voor de

bibliotheek verrichtte, ontving haar

en haar twee collega’s met open

armen. ‘De samenwerking heeft

altijd als een warm bad gevoeld,’

zegt ze. ‘Dit is een instelling waar

ze gewend zijn om met historisch,

kostbaar materiaal om te gaan. De

bibliotheek is in de eerste plaats

een uitleenbibliotheek, met behalve

boeken zoveel andere vormen

van informatieverstrekking. De

focus daar ligt nu op digitalisering,

niet op het ter beschikking stellen

van oud en kwetsbaar materiaal.

Die werelden gingen steeds meer

uit elkaar lopen.’ Overigens heeft

Anneke van haar twee collega’s

inmiddels afscheid moeten nemen

vanwege bezuinigingen.

Kloosterboeken

De Oude Boekerij en Bijzondere

Collecties hebben elk hun eigen

karakter. Anneke: ‘De Oude Boeke-

6 7


# 6 | Een boek dat niet ontsloten is, bestaat niet

Links Holland in de atlas van

Abraham Ortelius, Theatrum orbis

terrarum, 1570.

Onder De Gaper, ets van Kees

Okx in: In eigen nest (1985) met

teksten van Lennaert Nijgh.

Blz 9

Spieghel der Schrijfkonste, door:

Jan van den Velde, 1605 (links).

Blad uit de driedelige Johannieter

Bijbel, handschrift (rechts).

rij is op twee pijlers gebouwd. Het

begin ligt midden in de Tachtigjarige

oorlog, in 1596. Omdat tijdens

het Spaans beleg (1572-1573)

veel materiële schade was geleden,

besloot het stadsbestuur om

ter compensatie ongeveer twintig

kloosters in Haarlem en omgeving

te sluiten en alle bezittingen te

confisqueren. Behalve huisraad en

schilderijen werd de stad ook de

inhoud van de kloosterbibliotheken

rijker. Haarlem zette zich net

als de andere Hollandse steden

hiermee op de kaart als centrum

van cultuur en wetenschap.’

Vanzelfsprekend was de collectie

kloosterboeken voornamelijk

religieus van aard. Maar de Librije,

zoals de stadsbibliotheek aanvankelijk

heette, veranderde geleidelijk

van karakter. ‘Het beheer werd

uitbesteed aan de leraren van de

Latijnse School in Haarlem,’ aldus

Anneke. ‘Die schaften nieuwe werken

aan, al naar gelang hun eigen

wetenschapsgebied en interesse:

juridische en literaire werken,

geografie, astronomie – toen

nog astrologie genoemd –, noem

maar op. Op die wijze groeide het

kernbezit van 500 stuks aan tot de

40.000 banden die we nu hebben.

Bij elkaar 1.500 strekkende meter.’

Costermanie

Dan de andere pijler waarop de

Oude Boekerij is gebouwd. ‘Iedere

zichzelf respecterende stad ging

aan het begin van de negentiende

eeuw op zoek naar zijn eigen

historische held,’ vertelt Anneke.

‘In Haarlem was dat Laurens Jansz

Coster (ca. 1370-ca. 1440), die

zoals bekend gezien werd als de

uitvinder van de boekdrukkunst.

De toenmalige bibliothecaris,

Abraham de Vries, kreeg van

het stadsbestuur opdracht om

daarvoor de bewijzen te verzamelen.

De Vries ging op zoek naar

incunabelen (wiegendrukken) en

blokboeken, die deze aanspraak

konden ondersteunen. Geen van

deze werken is gedrukt door

Coster, maar de moeite die ze

zich getroost hebben om dat toch

maar te bewijzen!,’ zegt Anneke

lachend. ‘Ze gingen zelfs zover er

een nieuw colofon of portret van

Coster in te plakken. Cultuurhistorisch

is deze Costermanie een

heel interessant verschijnsel. Het

gevolg was dat bij de collectievorming

het zwaartepunt kwam

te liggen op boekvormgeving

Een brug slaan

tussen techniek

en inhoud

en typografie. Daar is Haarlem

uniek in vergeleken met andere

stadsbibliotheken. Onze collectie

blokboeken en incunabelen is van

internationale allure.’

Bijzondere boekvormgeving

De afdeling Bijzondere Collecties,

die een omvang heeft van 250

meter, ontstond vanaf 1900. Anneke:

‘Eigenlijk is die een uitvloeisel

van de aandacht die de

bibliotheek vanwege de Costermanie

besteedde aan bijzondere

boekvormgeving. Want de werken

van de Bijzondere Collecties zijn

verzameld omdat ze qua vormgeving

of druk bijzonder zijn. De

bibliofiele edities bijvoorbeeld,

die zijn uitgevoerd met bijzonder

papier of in een bijzondere

letter. Vaak gaat het om kleine

oplagen. Zoals De Zingende Zaag,

het literaire tijdschrift van George

Moormann. Of de bibliofiele edities

van de firma Enschedé, waar

de typograaf Jan van Krimpen veel

aan heeft gedaan. Van hem zijn er

brieven bewaard, waarin hij heel

duidelijk aangeeft hoe de typografie

van bepaalde uitgaven eruit

moet zien. Dit zegt zoveel over hoe

er gedacht werd over publiceren,

over de leesbaarheid van teksten.

Van de Haarlemse schrijvers en

illustratoren zijn er ook bijzondere

uitgaven, zoals van Lennaert

Nijgh.’

Grootmoeders kookboek

Een belangrijk punt is de ontsluiting

van het boekenbezit. Anneke

legt uit dat het bibliotheeksysteem

zal moeten worden geïntegreerd

in het digitale archiefsysteem. ‘En,

even belangrijk, we moeten ervoor

zorgen dat er aansluiting ontstaat

met algemene zoekplatformen,

zoals Delpher. Daar moet het ook

‘in’. Dat geldt voor álle gedrukte

collecties in het NHA. Maar dat is

lastig. Je moet een brug zien te

slaan tussen de techniek en de

inhoud. Ik weet alles van het beschrijven

van een boek. Maar dan

moet je dat over zien te brengen

op iemand die alles weet van databases,

maar die niet weet waar

8

9


# 6 | Een boek dat niet ontsloten is, bestaat niet

Konst-thoonende Iuweel, bundel van Trou

Moet Blycken, 1607 – de intocht van de

Vlamingen.

de specifieke vragen zitten. Wat

willen mensen? Waarop zoeken

ze? Waaróm willen ze iets weten?’

‘Het frame van alleen het NHA,

of van het bibliotheeksysteem, is

mij niet breed genoeg. Mensen

moeten ook gewoon via Google

Ontzuring is

onbetaalbaar

bij ons terecht kunnen komen. Er

is een verschil tussen mensen die

gewend zijn om te zoeken in een

bibliotheek- of archiefsysteem, en

mensen die zelfs niet weten dat

er zoiets bestáát. Maar die toch

wel dat oude kookboekje van hun

grootmoeder nog eens willen lezen.

Of dat oude kinderboek. Maar

die er niet meteen aan denken om

via onze website te gaan zoeken.

Het moet laagdrempeliger. Mijn

motto is: “Een boek dat niet ontsloten

is, bestaat niet. Dat is een

waardeloze hoop papier.”’

Slecht papier

Iets anders dat haar aandacht

vraagt is de fysieke staat van de

collecties. Anneke: ‘Aan de werken

van perkament of papier gemaakt

vóór 1840 hoeft niet zoveel te

gebeuren. Maar alles vanaf 1840 is

gedrukt op papier dat hout bevat,

en dat is gewoon slecht papier.

Daar zit een stof in die ervoor

zorgt dat het papier langzaam tot

verval over gaat. Dergelijk papier

is gebruikt tot ongeveer 1950, wat

betekent dat je een hele eeuw

van boekproductie dreigt kwijt te

raken. Helaas valt er niet zoveel

tegen te doen. Ontzuring is onbetaalbaar.

Dat betekent dat we alles

moeten digitaliseren. Maar zijn we

er wel op tijd bij? En wat moet je

dan doen met het materiaal zelf?’

Perkament

Wat is eigenlijk het alleroudste

item in de collectie? De conservator

laat een strookje perkament uit

de elfde eeuw zien. Het strookje

bevat een stukje handschrift met

teksten van psalmen, daartussen

zijn regels opengelaten, waarin

aantekeningen in oud-Engels

zijn aangebracht. ‘Perkament was

kostbaar omdat het moeilijk was

om te produceren. Er werd geen

snipper weggegooid. Wanneer

manuscripten werden ingebonden,

verstevigde men de ruggen met

een stukje versneden perkament.

En daarom vinden we strookjes

ouder perkament terug in de ruggen

van middeleeuwse handschriften.

Overigens zijn er strookjes

met ditzelfde handschrift aangetroffen

in Engeland en Duitsland.

Dat zegt wel iets over de verspreiding

van die handschriften,’ aldus

Anneke.

Het oudste complete handschrift

is het zogeheten ‘Linnenweversmissaal’

uit 1410, dat in 1470

werd aangekocht door dit gilde.

‘Het deed dienst op een altaar

in de Grote Kerk, dat gesponsord

werd door het linnenweversgilde.

Vandaar die naam. Het heeft een

heel mooi canonblad en de hele

aankoopgeschiedenis staat er in.’

IJzeren klampen

Anneke torst een andere leren

band uit een archiefkast. De band

heeft klampen om hem bij elkaar

te houden. ‘Een overblijfsel uit

de tijd dat men op perkament

schreef,’ verklaart ze. ‘Perkament

heeft de neiging om uit te gaan

staan, en om dat tegen te gaan

werden er slotjes op gemaakt.’

Ze opent de band, die dateert

uit 1480 en van het Regulierenklooster

was. ‘Kijk,’ wijst ze, ‘dit

ziet eruit als handschrift, omdat

de letters geënt waren op handgeschreven

letters. Ook toen men

al lang op papier was overgegaan

zie je toch nog dat die traditie van

het handschrift wordt doorgezet

in de boekvormgeving. Er werden

ijzeren klampen aangebracht, terwijl

dat eigenlijk niet meer nodig

was. Soms zie je ook nog de ogen

waarmee ze aan de ketting lagen.’

Ogen waarmee

ze aan de ketting

lagen

Ontwikkeling van eeuwen

‘En het oudste gedrukte boek dat

we hebben is het Abcedarium,

uit 1470. Het bevat onder andere

gebeden voor de kloosterscholen.

Ooit gevonden door Johannes

Enschedé, en op een veiling voor

1000 gulden aangekocht door de

heren van Teylers, die het vervolgens

schonken aan de stad. Toen

Roodmarokijnen hoes (links) van het Abecedarium

(rechts).

het een aantal jaren geleden op

een tentoonstelling in Duitsland

werd geëxposeerd, werd het verzekerd

voor anderhalf miljoen.’

‘Weet je wat het mooie is van

de Oude Boekerij? Omdat hij is

opgebouwd vanaf 1596, maar ook

werken bevat die vóór die tijd zijn

gemaakt, zie je de ontwikkeling

van eeuwen erin weerspiegeld.

Wij hebben de grote atlassen van

Mercator, Ortelius, Blaeu, noem

maar op. We hebben de werken

van Vesalius, waarin je de ontwikkeling

van de anatomie ziet. We

hebben een vroege uitgave van

Shakespeare. Eerste drukken van

Coornhert. Ja, het is een schatkamer.’

10

11


Prikbord

Henriette Adema (@Hendrikje01)

Adresboeken staan nog in de kelder maar de

digitale versie van @NHArchief is zo fijn! Ik heb al

familie gevonden. 11 maart 2016 11:11 uur

Agenda

•22 mei: Bierwandeling met

proeverij

•30 mei: Historisch Café

•2 juni: Opening tentoonstelling

Bommel in balloons

•3 juni t/m 24 juni: tentoonstelling

Bommel in balloons

•7 juni: voorouderspreekuur

•18 juni: voorouderspreekuur

•9 juli: opening tentoonstelling

2.000.000 x Fotoburo De Boer.

Een halve eeuw persfotografie

•10 juli t/m 17 september:

tentoonstelling 2.000.000 x Fotoburo

De Boer. Een halve eeuw

persfotografie

Kijk voor een compleet en

actueel overzicht van onze

activitieten op onze website:

www.noord-hollandsarchief.nl.

Tentoonstelling: Bommel in Balloons.

Van 3 juni t/m 24 juni 2016

Locatie: Jansstraat 40, Haarlem

Openingstijden: ma t/m vrij van

9.00 tot 17.00 uur / Extra geopend:

4, 5, 11 en 12 juni van 11.00 tot

17.00 uur / Toegang: gratis

2.000.000 x Fotoburo De Boer.

Een halve eeuw persfotografie

Een sportevenement, koninklijk bezoek, protest, missverkiezing

of popconcert? De persfotografen van Fotoburo De Boer stonden

altijd vooraan om het nieuws te verslaan.Tussen 1945 en 2004

produceerden ze duizenden foto’s van regionaal en nationaal

belang, afgedrukt in vele kranten en tijdschriften. Het resultaat

is een collectie van maar liefst 2.000.000 negatieven, inmiddels

opgeslagen in de depots van het Noord-Hollands Archief. Het is

de hoogste tijd om deze unieke collectie te delen met het grote

publiek. Raak in het Noord-Hollands Archief in de ban van De

Boer en bezoek tussen 10 juli en 17 september 2016 de grote

overzichtstentoonstelling 2.000.000 x Fotoburo De Boer.

Locatie: Jansstraat 40, Haarlem / Openingstijden: ma t/m vrij

van 9.00 tot 17.00 uur / Extra geopend: zo 10 juli, za 16 juli, zo

31 juli, za 20 aug, zo 28 aug, zo 4 sept, za 10 sept, zo 11 sept en

za 17 sept van 12.00 tot 17.00 uur / Toegang: gratis

Bommel in balloons

Tom Poes en Heer Bommel van tekenaar Marten Toonder zijn in

Nederland nog steeds een begrip. Vijfenveertig jaar lang, van

1941 tot 1986, stonden hun avonturen in NRC en andere kranten,

waardoor Toonders stripfiguren tot het Nederlands cultuurgoed

zijn gaan behoren. Tom Poes en Heer Bommel verschenen ook in

tijdschriften (Donald Duck, Revue, Wereldkroniek, Tom Poes weekblad),

zowel in Nederland als in vele andere Europese landen.

Hierin verschenen ze als ballonstrips, met de tekst geplaatst in

tekstballonnen in de tekening zelf. Deze vorm krijgt alle aandacht

in de tentoonstelling in het kader van de 13e editie van de

Stripdagen Haarlem en 75 jaar Tom Poes. In dit jubileumjaar verschijnt

er zelfs een nieuwe ballonstrip! Het is een bewerking van

het oude krantenverhaal Heer Bommel gaat vereeuwen, gemaakt

door Dick Matena, die zijn carrière in 1960 begon bij de Marten

Toonder Studio’s en een geroutineerd Tom Poes-tekenaar is.

Kaarten en tekeningen Rijkswaterstaat vóór 1850 online

Onze Beeldbank is aangevuld met de volledige collectie kaarten en technische tekeningen van Rijkswaterstaat

vóór 1850. De collectie bestaat uit ca. 1.195 prachtige gekleurde kaarten en tekeningen van

havens, sluizen, vaarwegen en gebouwen, en is van groot belang voor de kennis over de waterstaatsgeschiedenis

en de ontwikkeling van het Noord-Hollands landschap.

Jubileumcongres KVAN

In 2016 bestaat de Koninklijke

Vereniging van Archivarissen in

Nederland 125 jaar. Dit jubileum

van de oudste beroepsvereniging

van archivarissen ter wereld wordt

gevierd tijdens een speciaal internationaal

jubileumcongres waarbij

de toekomst van het vak van archivaris

en andere informatieprofessionals

centraal staat. Het jubileumcongres

vindt plaats van 15-17

juni in de Philharmonie in Haarlem,

de stad waar de vereniging op

17 juni 1891 werd opgericht. Het

Noord-Hollands Archief is gastheer

van het congres.

Prins en Patriot (@PrinsEnPatriot)

Soowee, dat is wel een heel mooie collectie!

Hulde! 5 maart 2016 11:25 uur

Duizenden afbeeldingen

gratis beschikbaar

Sinds begin maart is het mogelijk

om afbeeldingen gratis in hoge

resolutie uit de Beeldbank van het

Noord-Hollands Archief te downloaden.

In de Beeldbank op de

website van het Noord-Hollands

Archief zijn meer dan 260.000

afbeeldingen te vinden, zoals

foto’s, kaarten, plattegronden en

topografische tekeningen. In de

Beeldbank kan worden gezocht op

bijvoorbeeld onderwerp, plaats, periode

of documenttype. Sommige

afbeeldingen mogen niet worden

gedownload in verband met auteursrechten.

Indien dit het geval

is, staat dit aangegeven.


# 6 | Het verhaal achter de tekeningen van Pieter Saenredam

Rechts Constructietekening van de Grote of

St.-Bavokerk met een doorzicht vanuit de

Kerstkapel naar het koorhek, 1936.

Tekst: Alexander de Bruin / beeld: Noord-Hollands Archief

Het verhaal achter de

tekeningen van Pieter

Saenredam

Het Noord-Hollands Archief bezit van Pieter Saenredam maar liefst 34 tekeningen, die alle

behoren tot zijn beste werk. Vanaf dit najaar zijn drie van zijn tekeningen op twee grote

internationale exposities te zien in Washington en Parijs. Waarom zijn de tekeningen zo

bijzonder?

Soms noteerde hij

ook een kleuraanduiding

zoals ‘oker’

Boven Portret van Jan Saenredam op 37-jarige

leeftijd, gravure door Pieter Holsteyn

(II) met Latijns onderschrift van Theodor

Schrevelius (1633-1673).

Wie kent ze niet, de prachtige

verstilde kerkinterieurs van Pieter

Saenredam (1597-1665), met het

zachte gefilterde licht en de zachte

gouden okerkleur? Dat Saenredam

eveneens een zeer begenadigd tekenaar

was, is minder bekend. Het

grootste deel van de collectie in

het Noord-Hollands Archief, twintig

bladen, betreft in- en exterieur

tekeningen van de Nieuwe Kerk en

de Grote of St.-Bavokerk. De andere

zeven tekeningen hebben het

Beleg van Haarlem in 1572-1573

als onderwerp. En dan zijn er nog

de tekeningen die hij in opdracht

van derden heeft gemaakt.

De jonge Pieter

Pieter Saenredam, geboren in

Assendelft, was de zoon van de

bekende kunstenaar graveur Jan

Saenredam en Anna Pauwelsdr,

beiden afkomstig uit de gegoede

Zaanse burgerij. In 1607 overleed

Pieters vader, wat voor de

14 15


# 6 | Het verhaal achter de tekeningen van Pieter Saenredam

Links Geroete achterzijde van de tekening

op blz. 15, met linksonder een stempel van

Teylers Museum.

Rechts Grote of St.-Bavokerk, gezicht

vanuit het laagkoor op het zuidertransept

en de zuidbeuk, 1635.

jonge Pieter een dramatische en

emotionele gebeurtenis moet zijn

geweest. Zijn moeder vertrok een

jaar later met de elfjarige Pieter

van Assendelft naar Haarlem.

Hier ging hij in 1612 in de leer bij

de kunstenaar Frans Pietersz. de

Grebber (1573-1649), waar hij de

kneepjes van het vak leerde.

Vernieuwer

Saenredam wordt beschouwd als

de vernieuwer en nestor van het

schilderen van kerken en hun interieurs.

Als eerste manipuleerde hij

zijn composities door het combineren

van observaties met exacte opmetingen.

Deze werkwijze opende

nieuwe mogelijkheden, zonder

dat de werkelijkheid geweld werd

aangedaan. Aan alle schilderijen

van Saenredam met kerkinterieurs

liggen gedetailleerde tekeningen

ten grondslag. Als eerste stap

schetste hij uit de losse hand de

situatie ter plaatse. Op deze tekeningen

noteerde hij vervolgens de

afmetingen en afstanden van de

belangrijkste beeldobjecten, zoals

zuilen en bogen, soms voorzien van

geschreven opmerkingen. Van dit

soort tekeningen heeft het NHA er

drie. In zijn atelier verwerkte Saenredam

deze opmetingstekeningen

tot een zogenaamde ‘constructietekening’,

die dezelfde afmeting

had als het uiteindelijke schilderij.

Meettechniek

Als hij aan de hand van de opmetingstekening

had vastgesteld welk

deel hij wilde afbeelden, bepaalde

hij de breedte van de onderrand

aan de hand van zijn opmeting.

Was dat zes meter, dan verdeelde

hij de onderrand in zes gelijke

delen. Op dezelfde wijze bepaalde

hij vervolgens een van de staande

zijden. Daarna bracht hij op ooghoogte

de horizon aan. Dat deed

hij door op de tekening een stip

aan te brengen met daarbij veelal

de handgeschreven annotatie

‘oog’. Bij een hoge horizon stond

Saenredam op een ladder tegen

een van de zuilen. Lag de horizon

laag, dan zat hij op een stoel.

Had hij de horizon eenmaal getekend,

dan bepaalde hij het centrale

vluchtpunt, waar alle lijnen samenkomen,

én het distantiepunt. Met

deze parameters kon hij volgens

vastgestelde maatverhoudingen

overal op het beeldvlak voorwerpen

neerzetten, op voorwaarde dat

hij de afmetingen kende van de

objecten. Het is vrijwel zeker dat

Saenredam deze meettechnieken

heeft geleerd van de Haarlemse

landmeter en cartograaf Pieter Wils.

Kleuraanwijzing

Nadat Saenredam op deze manier

de constructietekening had gecomponeerd,

bracht hij met blauw,

grijs en lichtbruin wassingen aan,

bedoeld als kleuraanwijzing voor

het schilderij. Soms noteerde hij

ook op de tekening een kleuraanduiding,

zoals ‘oker’. Nu volgde de

fase waarin de constructietekening

vertaald moest naar een schilderij,

waarbij de hele perspectiefconstructie

exact werd overgenomen.

Daartoe combineerde hij een reeds

bekende techniek uit het grafische

vak met een tot dan toe in de

schilderkunst nog niet eerder gebruikte

techniek: het zogenaamde

‘calqueren’. In de collectie zit één

tekening die is gebruikt als ontwerptekening

voor de prent met

het interieur van de St.-Bavo, die

is gemaakt voor Samuel Ampzing’s

Beschryvinge ende lof der stad

Haerlem. Op de achterzijde van

deze ontwerptekening is duidelijk

te zien dat hij de perspectieflijnen

met een stomp voorwerp heeft

doorgegriffeld in de etsgrond van

de koperplaat. Op die manier wist

hij het perspectief exact over te

brengen.

Roet

Bij de constructietekeningen voor

de schilderijen paste hij een variant

toe op deze techniek, namelijk

door de achterzijde eerst in te

wrijven met roet. Op die manier

creëerde hij een soort carbonpapier.

Vervolgens legde hij de

tekening op een geprepareerd

paneel en griffelde hij met een

stomp voorwerp alle perspectieflijnen

over op het paneel. Alle

constructietekeningen uit het bezit

van het NHA hebben deze geroete

achterzijden.

Boekhouder

Bijzonder interessant is dat

Saenredam zijn constructietekeningen

voorzag van uitgebreide,

geschreven informatie. In een strak

en gelijkmatig handschrift schreef

hij minutieus op wanneer hij een

constructietekening had gemaakt

en vervolgens wanneer hij het

schilderij naar de tekening had geschilderd.

Ook geeft hij informatie

16

17


# 6 | Het verhaal achter de tekeningen van Pieter Saenredam

Opmetingstekening van de Grote of

St.-Bavokerk, detail van de zuidmuur

(binnenzijde), 1635.

Constructietekening van het interieur van

de Nieuwe Kerk vanuit het noordwesten

naar het zuidoosten, 1651.

over het formaat van het schilderij.

Op basis van al deze informatie

weten we dat de oudste constructietekening

van Saenredam uit de

collectie van het NHA dateert uit

1629. Een jaar later is het schilderij

ook afgerond: In Jullijus 1629

is dees teijckening [g]emaeckt, en

de 1630 geschildert soo g[r]oot

als deese teijckeningh is. Is een

gesight inde groote kerck binnen

Haerlem in Hollant, lezen we. De

meest recente constructietekening

stelt het interieur voor van de

Nieuwe Kerk en dateert van 1651.

Een jaar later, op 23 mei 1652,

legde hij de laatste hand aan het

schilderij, aldus het opschrift.

Tijdsverschil

Het komt ook voor dat tussen de

afronding van een constructietekening

en het schilderij jaren

tijdsverschil zat. Zo beëindigde

Saenredam op 15 december 1635

een constructietekening met een

gezicht op de zuidelijke transeptarm

van de St.-Bavo, waarvan hij

pas in 1648 een schilderij maakte.

Bovendien meldt hij dat het

schilderij groter is dan de tekening,

namelijk breet vijff voet ende

2 duijmen; ende is hoogh 6 voet

ende 3 duijmen. Naer kermer ofte

kennemer voetmaet.

Beterschap

Vrijwel alle interieurtekeningen van

de St.-Bavo en de Nieuwe Kerk,

inclusief de constructietekeningen,

zijn in de tweede helft van

de negentiende eeuw verworven

door het Gemeentearchief Haarlem,

hetzij door aankoop, hetzij

door schenking. De eerste schenking

van Saenredams tekeningen

is afkomstig van de Haarlemse

textielindustrieel Thomas Wilson

en dateert van 1852. Wilsons

fabrieken stonden bepaald niet

bekend als ‘milieuvriendelijk’. Door

het lozen van allerlei chemicaliën,

gebruikt voor het bedrukken van

katoen, was het water in de stad

behoorlijk vervuild. Op last van het

gemeentebestuur beloofde Wilson

beterschap. Deze belofte vergezelde

hij van een omvangrijke en

kapitale schenking aan de gemeente

van 565 werken op papier,

waaronder twee Saenredams.

Bijzondere fase

In 1857 wordt Mr. Adriaan Justus

Enschedé door het gemeentebestuur

aangesteld als de eerste

stadsarchivaris van Haarlem.

Enschedé was telg uit het beroemde

drukkers- en uitgeversgeslacht.

Met zijn aanstelling als archivaris

begint een bijzondere fase wat betreft

de acquisitie van Saenredams

tekeningen. Tussen 1874 en 1878

schonk Enschedé privé maar liefst

negen Saenredamtekeningen aan

het archief. Daarnaast kocht hij

als archivaris ook nog eens twee

tekeningen.

Een bijzondere schenking

Vier constructietekeningen van

Saenredam hebben op de achterzijde

een zeer opmerkelijk stempel,

namelijk dat van Teylers Museum.

Deze tekeningen maakten deel uit

van een van de meest bijzondere

schenkingen aan het Gemeentearchief.

In het jaarverslag over 1876

meldt Enschedé namelijk, dat Aan

den Stedelijken Atlas […] werd vereerd

door […] Heeren Directeuren

van Teylers Stichting een schenking

van zestien tekeningen uit hun

eigen collectie. Deze zestien tekeningen,

waaronder de vier constructietekeningen

van Saenredam,

Hij griffelde met

een stomp voorwerp

alle perspectieflijnen

over

worden in het verslag nauwkeurig

beschreven. Pas onlangs is dit

verslag teruggevonden in het NHA.

Waarom de directeuren deze tekeningen

hebben geschonken is niet

bekend. In het archief van Teylers

Stichting is alleen een dankbetuiging

van de gemeente te vinden.

Vermoedelijk zijn ze geschonken

vanwege de specifieke topografische

Haarlemse voorstellingen. Het

feit dat A.J. Enschedé lid was van

Teylers Tweede Genootschap kan

zeker een rol hebben gespeeld.

Onopgemerkt

Wat betreft de door Enschedé

verworven Saenredamtekeningen

is er een boeiende relatie met de

collectie van zijn overgrootvader

Johannes I Enschedé (1708-1780),

de oprichter van de drukkerij/

uitgeverij, een verband dat tot nu

toe onopgemerkt is gebleven. Alle

‘Haarlemse’ tekeningen van Saenredam

maakten oorspronkelijk deel

uit van Johannes’ I omvangrijke

kunstverzameling, misschien wel

een van de belangrijkste kunstverzamelingen

van Nederland. Uitgebreid

onderzoek van de beeldcollecties

van het NHA leert ons dat

A.J. Enschedé stelselmatig werken

op papier uit de collectie van zijn

overgrootvader heeft teruggekocht

als de mogelijkheid zich voordeed.

Vervolgens schonk hij de tekeningen

aan de stad, waarna ze in het

Gemeentearchief belandden.

Tentoonstelling

De drie tekeningen van Saenredam

zijn te zien op de tentoonstelling

‘Drawings for Paintings

in the Age of Rembrandt’ in The

National Gallery of Art, Washington,

van 2 oktober 2016 tot 2

januari 2017 en vervolgens in de

Fondation Custodia/ Frits Lugt

Collection in Parijs. Alle Saenredamtekeningen

zijn voor deze

gelegenheid op hoge kwaliteit

gedigitaliseerd.

18

19


MOOI

GEWEEST

# 6 | Mooi geweest

Unie Van (Vrouwelijke)

Vrijwilligers draagt archief

over op Vrouwendag

Verjaardag van de

stad Haarlem

Op maandag 23 november 2015 was het precies

770 jaar geleden dat Haarlem stadsrechten kreeg.

Deze bijzondere gebeurtenis kon het Noord-Hollands

Archief niet zomaar voorbij laten gaan! ’s Ochtends

was er een feestelijk ontbijt in de Janskerk voor alle

inwoners van Haarlem die – net als de stad – jarig

zijn op 23 november. Tijdens dit ontbijt onthulde

burgmeester Bernt Schneiders een nieuwe vitrine

met daarin het stadsrecht van Haarlem. Het Ampzing

Genootschap zorgde voor een muzikale omlijsting van

het geheel. Vanaf tien uur waren alle inwoners van

Haarlem welkom in de Janskerk om het stadsrecht

te komen bewonderen. De eerste 770 bezoekers

kregen koffie of thee met een petit four. Ook de

winnende klassen van de ontwerpwedstrijd ‘Wapen

van de stad’ van de gemeente Haarlem kwamen op

verjaardagsvisite bij het Noord-Hollands Archief. De

feestdag werd afgesloten met het Historisch Café

‘770 jaar Haarlem!’.

Green Key certificaat

Op dinsdag 26 januari jl. heeft het Noord-Hollands

Archief het felbegeerde Green Key Certificaat voor

duurzame bedrijfsvoering in ontvangst genomen,

samen met zeven andere Haarlemse culturele

instellingen. Het Green Key Certificaat is in drie

gradaties te behalen: brons, zilver en goud. De

beide locaties van het Noord-Hollands Archief

hebben het zilveren niveau behaald.

Leerlingen van de

Kinderuniversiteit

Haarlem zijn bezig

met een opdracht in

het Noord-Hollands

Archief,

9 november 2015.

Op Internationale Vrouwendag, 8 maart 2016, heeft

de Stichting Unie Van Vrijwilligers Haarlem e.o.

(UVV), vroeger Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers,

haar archief over de periode 1940-1990 officieel

overgedragen aan het Noord-Hollands Archief. ‘Wij

vinden dat informatie over onze geschiedenis voor

iedereen toegankelijk moet zijn en zijn verheugd

dat het Noord-Hollands Archief hiervoor zorgdraagt.

Als eerbetoon aan de oprichting en initiatieven in

het verleden vond de officiële overdracht plaats op

Internationale Vrouwendag,’ aldus drs. Lida Veen,

voorzitter van het bestuur van de UVV. Het Noord-

Hollands Archief heeft het archief van de UVV

geïnventariseerd en beschreven. De inventaris van het

archief is beschikbaar op de website van het Noord-

Hollands Archief. Het archiefmateriaal kan worden

geraadpleegd op de locatie Jansstraat.

Historisch Café ‘Terug

naar de schoolbanken’

Het Historisch Café op maandagavond 21 maart

2016 had als thema ‘Terug naar de schoolbanken’.

Dick van Gijlswijk van de Historische Vereniging

Haerlem hield een lezing over de stads(armen)

scholen in Haarlem in de achttiende en

negentiende eeuw, het thema van de aankomende

tentoonstelling in de Hoofdwacht in Haarlem.

Aansluitend gaf Anneke van den Bergh, conservator

van de Oude Boekerij en Bijzondere Collecties

bij het Noord-Hollands Archief, een lezing over

leermiddelen voor lezen en schrijven in dezelfde

periode. Het trio Bijlsma²Hooglugt wisselde de

sprekers af met toepasselijke historische liedjes.

Emeritus-hoogleraar Piet de Rooy sloot de avond af

met een gesproken column.

RHC Vecht en Venen (@RHCVV)

@NHArchief Van harte gefeliciteerd met

jullie nieuwe website! Ziet er goed uit :-)

01-12-2015 09:46 uur

20 21


# 6 | Op de huid van het kunstwerk

Tekst: Frederike Leffelaar / beeld: Noord-Hollands Archief

Op de huid van het

kunstwerk

De beeldcollectie Kennemer Atlas van het Noord-Hollands Archief bevat 34 tekeningen die

toegeschreven zijn aan de zeventiende-eeuwse kunstenaar Pieter Saenredam. Deze prachtige

tekeningen zijn veelal voorstudies voor zijn schilderijen. Voordat ze vorig jaar konden

worden gedigitaliseerd, zijn ze eerst door de restauratieafdeling van het NHA behandeld

zodat ze tijdens het digitaliseren veilig te hanteren waren. Restaurator Frederike Leffelaar

deed daarbij interessante ontdekkingen.

Met een strook

archiefplakband

op het steunkarton

geplakt

De tekeningen van Saenredam

waren vastgezet in mappen van

museumkarton. Omdat bij de

digitalisering voor het eerst ook

de achterkanten van de tekeningen

gefotografeerd werden – die

geven namelijk informatie over de

werkwijze van de kunstenaar –,

is de bevestiging losgehaald.

Meestal is dit een kwestie van het

voorzichtig doorsnijden van de

aangebrachte scharnieren. Maar

een aantal tekeningen was in het

verleden met een strook archiefplakband

op het steunkarton

geplakt. Deze zelfklevende tape

is volgens de huidige inzichten

niet geschikt voor permanente

conservering. Op den duur zakt de

lijm namelijk in het papier en kan

verkleuring ontstaan. De tape is

verwijderd met gebruik van een

föhn en een spateltje.

Japans papier

Na het loshalen van de oude

bevestiging zijn de tekeningen

voorzien van een marge die is

vastgezet met een kraalrandje tarwestijfsel.

Deze marge van Japans

papier beschermt de randen van

de tekening en zorgt ervoor dat de

tekening zelf niet meer aangeraakt

hoeft te worden. Bovendien kan de

marge van de tekening gebruikt

worden om het object in een map

of passe-partout te bevestigen.

Details

Deze conserverende behandeling,

het zogeheten ‘klaarmaken

voor digitalisering’, was een goede

gelegenheid om de tekeningen

nauwkeurig te bekijken. De mogelijkheid

om op de huid van een

kunstwerk te zitten is een van de

bijzondere kanten van het vak van

restaurator. Daarbij let ik vaak niet

zozeer op de afbeelding zelf maar

meer op details die op schade of

verval kunnen wijzen. Maar ook

kijk ik naar gebruikssporen en

sporen van de maker, die vertellen

immers veel over de geschiedenis

van een object.

Oude restauraties

Aan de sporen te zien, hebben

Saenredams tekeningen een heel

verleden van ingrepen en reparaties

achter de rug. Zolang deze

oude reparaties en restauraties

geen schade veroorzaken aan het

object of esthetisch niet storend

zijn, wordt meestal besloten ze te

laten zitten. Ze horen immers bij

de gebruiksgeschiedenis. Bovendien

geven ze een beeld van hoe

met de tekeningen is omgegaan in

het verleden.

Sommige sporen zijn van oude

restauraties. Op de achterkant van

deze tekening bijvoorbeeld zijn

meerdere lagen oude reparaties

te zien. Verschillende lagen papier

zijn op elkaar geplakt. [1]

Op deze beelden is te zien dat op

de achterkant een reparatie van

blauw gekleurd papier is aangebracht.

[2] Op de voorzijde is deze

reparatie ook te zien, maar valt hij

minder op dan een witte reparatie

zou doen. [3]

22 23

1

2

3


# 6 | Op de huid van het kunstwerk

4

7

Degene die deze reparatie heeft

aangebracht, heeft de lijnen van

de vloer doorgetrokken om het

beeld aan te vullen. [4]

Fantasie

Sommige tekeningen zijn met meer

fantasie geretoucheerd. Op deze

tekening is het ontbrekende stuk

handschrift aangevuld. Maar omdat

niet duidelijk is wat er staat, is dit

door middel van handschriftachtige

vlekjes gedaan. In de

hedendaagse restauratie-praktijk

zou dit niet meer zo gedaan

worden. [5]

Op dezelfde tekening zijn ook delen

van de bogen aangevuld. [6]

5

6

8 10

Andere sporen zijn van Saenredam

zelf.

Op de achterzijde van deze

tekening is te zien hoe twee vellen

papier aan elkaar geplakt zijn.

Door de rand te scheuren ontstaat

een geleidelijke overgang. [7]

Op de achterkant van deze tekening

staat een curieuze schets.[8]

Vieze vingers op de achterkant van

dit exemplaar. [9]

En, zou dit een vingerafdruk van

Pieter Saenredam zelf kunnen

zijn? [10]

9

In de Beeldbank van het NHA zijn

de tekeningen nu aan beide zijden

te bekijken en kan iedereen details

ontdekken.

24

25


# 6 | Topstuk

Tekst: Wim de Wagt / beeld: de beeldmarketeers (portret) en Noord-Hollands Archief

Topstuk

Het lijkt onbegonnen werk, uit de enorme collectie van Fotoburo De Boer een favoriet kiezen.

Alleen al de onlineverzameling telt meer dan 9.000 foto’s. Toch is Marianne Hamersma

hierin geslaagd. Het werd een verstilde foto van een wel heel originele protestactie.

Sneue dingen

spreken me altijd

aan

Rechts Marianne met haar topstuk.

26

De foto werd in november 1997

gemaakt door Edwin Heeremans

van Fotoburo De Boer, dat toen

nog United Photos De Boer heette.

Heeremans was naar Zandvoort

gereden om de installatie van

een beeldend kunstenaar, Victor

Bol, vast te leggen. ‘Actie tegen

vliegeiland’ noemde Bol zijn

ludieke installatie, waarmee hij

protest aantekende tegen het idee

om voor de Zandvoortse kust een

complete luchthaven te bouwen. In

die tijd waren er namelijk serieuze

plannen om de uitbreiding van

Schiphol in zee te realiseren. Dit

tot grote ergernis van de liefhebbers

van een lege horizon en het

onverstoorde ruisen van de golven,

zoals deze Zandvoortse kunstenaar,

die ook wel bekend staat als

de oprichter van het ‘Juttersmu-

ZEE-um’ in de badplaats.

Contradictie

‘Ik vind het een supermooi beeld,’

zegt Marianne. ‘Die man die daar

zo eenzaam op dat eilandje staat

en die boom moet vasthouden. De

twee vrouwen, die verbaasd staan

te kijken wat hij aan het doen is.

Zijn protest is heel rustig. Terwijl je

rust en protest niet zo gauw aan

elkaar koppelt. Die contradictie,

daar hou ik wel van. Dat heeft Bol

hier heel mooi neergezet. Poëtisch

en sfeervol. Het is natuurlijk wel

een tijdelijk beeld, want terwijl je

ernaar kijkt weet je dat de zee dat

eilandje al weer gauw zal wegspoelen.

Daarom is het ook zo leuk

dat het op de foto is vastgelegd.’

Grasduinen

Marianne, die zelf kunstenares is,

werkt anderhalve dag per week

achter de balie van het Noord-

27


# 6 | Topstuk

Protest van kunstenaar Victor Bol tegen

plannen voor een luchthaven in zee,

door: Edwin Heeremans / United Photos

de Boer, Zandvoort, 1997.

Hollands Archief aan de Jansstraat.

Daarnaast houdt ze de Facebookpagina

van het NHA bij en sinds

kort grasduint ze daarvoor in de

collectie van Fotoburo De Boer.

Omdat de zomertentoonstelling

gewijd zal zijn aan de collectie van

dit fotopersbureau, maakt ze voor

de Facebookpagina iedere week

een keuze uit deze rijke verzameling

nieuwsfoto’s. Het NHA hoopt

op die manier het publiek al vroeg

bij de tentoonstelling te betrekken

en reacties naar aanleiding van de

foto’s los te maken.

Coach

Marianne: ‘Wat me ook aanspreekt

in deze foto is dat Victor Bol net

als ik kunstenaar is. Ik zie er ook

wel elementen van mijn eigen

werk in terugkeren: die paalachtige

dennenboom doet me denken aan

Dit was toen

het nieuws

de paaltjes en hekjes waar ik zelf

door geboeid word. Sneue dingen

spreken me altijd aan.’

De in Damwoude (Friesland) geboren

kunstenares woont sinds twee

jaar in Haarlem. Ze kreeg haar

opleiding als beeldend kunstenaar

in Enschede en Gent. Haar atelier

heeft ze in de Nieuwe Vide, het

ateliergebouw met tentoonstellingsruimte

in de Waarderpolder.

Daar werkt ze ook als coach bij de

zogeheten Nieuwe Vide Academy,

waar jongeren van 15 tot en met

19 jaar begeleid worden bij het

kijken en maken van kunst. Verder

is ze bij Sugar Pop Institute, een

nieuw pop-up kunstinitiatief in

Haarlem, betrokken bij de organisatie

van exposities.

Tragisch

Ze wordt getroffen door ‘de knulligheden

op straat’, zegt ze. Zoals

rare elektriciteitshokjes, scheve

verkeersborden, loshangende

leidingen. Of weggegooide Golden

Powerblikjes van de Aldi: ‘Helemaal

verkreukeld, alle energie

van het drankje eruit geperst. Die

tegenstelling!,’ roept Marianne uit.

‘Een tragisch drama, vind ik dat.’

Ze fotografeerde tachtig van die

afgedankte blikjes op straat en

maakte van de verzameling een

grote fotoprint. Behalve met prints

werkt ze ook graag met stoffen en

keramiek.

Ongelukken

De maar liefst twee miljoen afdrukken

en negatieven omvattende

verzameling van het fotobureau,

dat bestierd werd door achtereenvolgens

Cees en zijn zoon

Poppe de Boer, kwam in 2013 in

eigendom van het NHA. Marianne:

‘Om een paar foto’s per week uit

te zoeken bekijk ik er op mijn

scherm soms wel driehonderd op

een ochtend. Degene die ik mooi

vind zet ik apart en geef ik door

aan de tentoonstellingsmakers. De

tentoonstelling wordt ingedeeld in

verschillende rubrieken, zoals protestfoto’s

en ongelukken. Dus als ik

een ‘leuk’ ongeluk tegenkom mail

ik die foto door. Het komt ook wel

voor dat ik beelden tegenkom die

me zelf op nieuwe ideeën brengen.’

Actievoerders

Ze laat nog wat foto’s zien die haar

aandacht trokken bij het zoeken

naar een favoriet. Eentje van een

protestactie tegen isoleercellen in

het Provinciaal Ziekenhuis bijvoorbeeld,

gemaakt in 1987. Een

gezelschap actievoerders houdt

in een zaal in het Provinciehuis

aan de Dreef bordjes omhoog met

woorden als ‘Kul’ en ‘Lulkoek’. ‘Daar

moest ik vreselijk om lachen. Echt

woorden van toen.’

‘Eigenlijk hou ik van heel andere

fotografie, maar door mijn

werk hier in het archief en voor

de Facebookpagina leer ik er op

een andere manier naar kijken.

Nieuwsfoto’s geven een goed

tijdsbeeld, daarom is het belangrijk

om ze te bewaren. Dit was toen

het nieuws. En aan sommige foto’s,

zoals deze van Edwin Heeremans,

merk je dat de fotograaf net even

iets meer heeft willen doen met

het onderwerp.’

Betoging Anti Isolatie Aktie Provinciaal

Ziekenhuis, gehouden in het Provinciehuis,

door: United Photos de Boer,

Haarlem, 1987.

De tentoonstelling 2.000.000 x

Fotoburo De Boer. Een halve

eeuw persfotografie, is te zien

van 10 juli t/m 17 september

2016 in het NHA, Janssstraat 40.

28 29


# 6 | Evacuatie per trein

Tekst: Jan van der Male / beeld: Noord-Hollands Archief

Evacuatie per trein

De evacuatie van psychiatrische patiënten van

Provinciaal Ziekenhuis Meer en Berg in Bloemendaal

in de winter van 1943

Vorig jaar was het zeventig jaar geleden dat ons land werd bevrijd van de Duitse overheersing.

Daarbij was er ook aandacht voor het oorlogsleed van psychiatrische patiënten,

onder andere met een tv-uitzending over de evacuatie van patiënten en personeelsleden

van psychiatrische ziekenhuizen in het westen van het land naar veiliger oorden. Ook het

Noord-Hollands Archief leverde een bijdrage aan deze uitzending. 1 Een van de ziekenhuizen

was Meer en Berg in Bloemendaal. Een spoorlijntje tussen het ziekenhuisterrein en station

Santpoort speelde bij deze evacuatie een belangrijke rol.

Het grootste deel

kon lopend vanaf

Meer en Berg

door Santpoort

naar het station

Boven Een tekening van station Santpoort

(nu Santpoort-Zuid) met op de voorgrond

de spoorlijn naar het ziekenhuisterrein,

1903.

In 1849 werd in de bosrijke omgeving

van Bloemendaal, vlak bij de

grens met Santpoort, een psychiatrisch

ziekenhuis geopend: Meer

en Berg (ook wel ‘Meerenberg’

genoemd). Een rustige omgeving

verdiende voor de genezing van

patiënten immers de voorkeur

boven een druk stadscentrum. 2

In eerste instantie konden er een

kleine 300 patiënten worden

opgenomen, rond 1900 was dat

aantal uitgebreid tot circa 1.300,

en in 1930 verbleven er maar liefst

1.475, plus ongeveer 300 personeelsleden.

Compleet dorp

Meer en Berg was dus een dorp op

zichzelf en het is dan ook niet verwonderlijk

dat in het oorspronkelijke

ontwerp van de spoorverbinding

vanuit Haarlem richting Staatslijn

K (de lijn Den Helder-Amsterdam)

een station werd gedacht bij de

Brederodelaan, vlak bij de ingang

van het Provinciaal Ziekenhuis, en

niet bij de dorpskernen Bloemendaal

of Santpoort. Met toen

ongeveer 1.100 patiënten en personeelsleden

en het nodige bezoek

was Meer en Berg nu eenmaal een

drukker bevolkingscentrum dan

een dorp als Bloemendaal, waar

het inwoneraantal op ongeveer

800 bleef steken.

De De Hollandsche IJzeren

Spoorweg-Maatschappij (HIJSM)

kon het waarschijnlijk niet met

grondeigenaren eens worden en/

of de grote hoogteverschillen in

de duinen zorgden voor problemen.

In elk geval werd de spoorlijn

Haarlem-Uitgeest niet ten westen

van Bloemendaal, maar aan de

oostrand aangelegd. Een halte bij

Meer en Berg kwam er niet, wel bij

Santpoort. 3 Op 1 mei 1867 werd

deze lijn in gebruik genomen.

Een eigen spooraansluiting

Eind 1850 werd voor Meer en Berg

een eigen steenkolengasfabriek in

gebruik genomen. De aanvoer van

steenkool ging de eerste jaren met

paard en wagen, maar gezien de

grootte van de gebouwen en de

hoeveelheid bewoners bleek dit

na verloop van tijd geen efficiënte

manier van transport. Toen in 1888

de steenkolengasfabriek werd

vervangen door een oliegasfabriek

kon de aanvoer van olie per ketelwagen

via het spoor plaatsvinden.

Datzelfde jaar werd iets ten zuiden

van het station aan het al bestaande

zijspoor naar de kolenhandels

Aankomst van geëvacueerde patiënten en

personeel van Meer en Berg, 1943.

nog een aftakking naar links

gemaakt. Het tracé kwam via het

voorplein van het station ten zuiden

van de Duinweg door het Sleutelbos

en stak de Brederodelaan

over tot op het ziekenhuisterrein.

Daar eindigde het bij de opslag van

het Provinciaal Ziekenhuis. Via een

klein stukje smalspoor en met een

dieseltrekkertje werd de brandstof

naar het ketelhuis van de gasfabriek

gebracht.

30 31


# 6 | Evacuatie per trein

Boven Luchtfoto van Meer en Berg, 1929.

Midden en onder Aankomst van huisraad bij een

paviljoen van de Willem Arntszhoeve in Den Dolder

om te worden ingericht voor geëvacueerde

patiënten en personeel van Meer en Berg, 1943.

Paarden als trekkracht

Naast de aanvoer van olie werden ook

zout, aardappelen en grondstoffen voor

de werkplaatsen via dit spoor vervoerd.

Er waren namelijk een bierbrouwerij,

wasserij, mattenmakerij, borstelmakerij,

weverij, betonwerkplaats, cartonnagewerkplaats,

boekbinder en zelfs

een speelgoedatelier waar patiënten

konden werken. Heel veel sneller ging

het vanaf 1888 trouwens nog niet,

want vooralsnog werden paarden als

trekkracht ingezet. Bovendien was het

zeker met sneeuw een hele klus om de

wagens in beweging te houden op het

Stationsplein en op de Brederodelaan,

waar de rails in de weg lagen. In 1920

trad er verbetering op toen een nieuwe

locomotief werd aangeschaft. De Santpoortse

bevolking gaf de loc algauw de

bijnaam ‘’t Gekje’.

Evacuatie per trein in 1943

De Tweede Wereldoorlog ging bepaald

niet onopgemerkt aan Meer en Berg

voorbij. Omdat er verdedigingswerken

langs de Noordzeekust werden

gebouwd, moest iedereen in dat gebied

evacueren. Dat was geen kleinigheid

en de operatie kostte dan ook maanden

van voorbereiding. Ongeveer

1500 patiënten werden verdeeld

over psychiatrische inrichtingen

in Vught, Den Dolder, Utrecht,

Zutphen, Warnsveld, Deventer en

Woensel. De patiënten werden,

begeleid door verplegend personeel,

per doorgaande trein (Dtrein)

vervoerd. Het grootste deel

kon lopend vanaf Meer en Berg

door Santpoort naar het station.

De zijwegen werden afgezet met

hekken zodat de psychiatrische

patiënten van de gesloten afdeling

geen andere weg konden nemen.

Een aantal patiënten moest echter

liggend vervoerd worden of zat

in een invalidewagentje. Daarom

werden per transport enkele rijtuigen

via de spooraansluiting naar

het ziekenhuisterrein gebracht. Er

werd hiervoor speciaal een perron

van bielzen aangelegd. Met

ziekenauto’s werden de brancardpatiënten

van de gebouwen naar

de trein gebracht. Goederen zoals

bedden, stoelen, tafels, kasten,

pannen, borden, bestek, apparatuur

zoals het röntgenapparaat,

levensmiddelen en nog veel meer,

werden per schip vervoerd.

Niet door de bocht

Het eerste transport vertrok op 4

januari 1943 naar Zorgpark Voorburg

in Vught. Met dit transport

gingen 250 vrouwelijke patiënten

mee, waarvan er 49 via het

Prentbriefkaart van station Santpoort (nu

Santpoort-Zuid) met links de aftakking naar

de laad- en losweg en Meer en Berg.

spoor vanaf het ziekenhuisterrein

vertrokken. De trein bestond uit

zeven rijtuigen, getrokken door

een locomotief van het stoomlocomotievendepot

Amsterdam.

Maar omdat deze locomotief de

rijtuigen niet door de bochten van

het Santpoortse tracé kon trekken,

moest er vanuit Amsterdam een

tweede loc komen. Met twee locs

lukte het wel, maar toch moesten

na elk transport de rails weer op

de bielzen vastgenageld worden.

32 33


# 6 | Evacuatie per trein

Boven De locomotief van Meer en Berg passeert

in juli 1953, kort voor het sluiten van de spooraansluiting,

met een wagen de Brederodelaan in

Bloemendaal vlak voor de hoofdingang van het

ziekenhuisterrein.

1 Zie http://www.eo.nl/ditisdedag/

reportage/aflevering-detail/dit-is-dedag-20150425t211800/.

Midden en onder Kipwagens, getrokken door een

dieseltrekkertje, brachten via een smalspoorlijntje

de goederen vanaf de spoorlijn naar de

afzonderlijke gebouwen op het ziekenhuisterrein,

ca. 1953.

Oncomfortabel

Op maandag 11 januari vertrok de

tweede trein met bestemming de Willem

Arntsz Hoeve in Den Dolder. Het

was een koude dag met een gemiddelde

gevoelstemperatuur van -8,2

graden. Ook de dagen daarna bleef

het rond het vriespunt, wat het reizen

voor de patiënten en het personeel erg

oncomfortabel maakte. In totaal kregen

500 patiënten uit Meer en Berg in Den

Dolder onderdak. 13 januari volgde

een treintransport met 190 patiënten

naar het Willem Arntsz Huis in Utrecht

en twee dagen later vertrok een D-

trein naar het oosten van ons land;

naar het Oude en Nieuwe Gasthuis in

Zutphen (10 patiënten), Groot-Graffel

in Wanrsveld (190 patiënten) en het

Sint Elisabethsgasthuis en Brinkgreven

in Deventer (respectievelijk 50 en 280

patiënten). De laatste trein reed enkele

weken later met de laatste tientallen

patiënten richting het Rijkskrankzinnigengesticht

in Woensel.

Wanhopige daad

Ongeveer honderd Joodse patiënten

zijn overigens tijdens deze transporten

gered. Allen mochten bij de evacuatie

enkele bezittingen bij zich houden

en tijdens één treintransport nam

iedereen een kamerplant mee,

die de Joden pal voor hun Jodenster

hielden. Door deze simpele,

maar wanhopige daad bleven ze

onopgemerkt. Dat gold helaas niet

voor een groep onderduikers op

het ziekenhuisterrein. Zij werden

verraden en op 2 februari 1943

werd Meer en Berg minutieus uitgekamd,

waarbij de onderduikers

werden gevonden. Wat er met hen

is gebeurd is niet bekend.

Ondervoeding

Vooral in Den Dolder zijn veel

psychiatrische patiënten omgekomen

door ondervoeding. Velen

overleden aan tbc. In Groot-Graffel

in Warnsveld is in de laatste oorlogsdagen

veel gevochten, omdat

de geallieerden het ziekenhuisterrein

aanzagen voor een bolwerk

van Duits verzet. Hierbij zijn ook

Tijdens een van de evacuatietransporten in

januari 1943 worden patiënten op brancards

op het ziekenhuisterrein via de ramen in de

trein getild.

slachtoffers gevallen onder verplegers

en patiënten. Enige tijd na de

bevrijding keerden de overgebleven

bewoners van Meer en Berg terug

naar Bloemendaal.

Het einde van de spoorverbinding

Na de oorlog werd de spoorlijn

vanaf station Santpoort naar het

Provinciaal Ziekenhuis nog wel

gebruikt, maar na enkele jaren

werden de werkplaatsen gesloten.

De grondstoffen die daar gebruikt

werden, waren dus niet meer nodig

en de spooraansluiting raakte

overbodig. In 1954 werd de spooraansluiting

naar Meer en Berg gesloten

en rond 1958 opgebroken.

De locomotief werd verkocht.

2 Een tweede en derde psychiatrisch

ziekenhuis in de provincie Noord-

Holland verrezen in respectievelijk

1909 in Bakkum bij Castricum en in

1923 in Medemblik. In Castricum werd

tussen 1914 en 1938 zelfs een speciale

tramverbinding tussen het ziekenhuis

en het station geëxploiteerd.

3 De inwoners van Bloemendaal moesten

tot 1891 wachten tot de HIJSM

bij de overweg in de Kleverlaan een

eenvoudige stopplaats aanlegde.

4 Tegenwoordig is de Museum Buurtspoorweg

eigenaar. De bijna een eeuw

oude locomotief staat nu in Haaksbergen.

Geraadpleegde bronnen:

Giffen, K. van. Station Haarlem. Hollandsche

sporen door Haarlem en omstreken.

Uitgeverij Spaar & Hout, 2007.

Kolkman, H. Industrielocomotieven.

Motorlocomotieven op Nederlandse

raccordementen en industriesporen.

Uitgeverij Uquilair, 2008.

Natris, P.J.B.A. de & Twuyver, P. van.

Industrie in Meerenberg? In: Ons

Bloemendaal, 20e jaargang nr. 1, herfst

1996.

Archief van de Directie van het Provinciaal

Ziekenhuis nabij Santpoort te

Bloemendaal, 1849-1991. Noord-Hollands

Archief, toegangsnummer 366,

inventarisnummer 361-363.

Met dank aan:

Paul Henken

Klaas van Giffen

34 35


# 6 | Haarlem bestaat niet of een stad vol mythen

Tekst: Rob Plasschaert / beeld: Noord-Hollands Archief

Haarlem bestaat niet of

een stad vol mythen

De geschiedenis van Haarlem berust voornamelijk op misverstanden, heeft Lennaert Nijgh

wel eens beweerd. Rob Plasschaert, bibliothecaris, laat een aantal van die onware verhalen,

mythen en mysteries nog eens de revue passeren.

Een grote, donkere

zwerm muggen,

die rond de

toren een dansje

maakten

Boven Verovering van Damiate, 1219.

Rechts Rob van Straaten, winnaar van

de Muggenronde op de schouders van

zijn ploeggenoten, door: Cees de Boer,

Haarlem, 9 augustus 1958.

Zwolle is de stad van de ‘blauwvingers’,

Groningen die van de ‘mollebonen’,

en Tilburg staat bekend

als de stad van de ‘kruikezeikers’.

En Haarlemmers worden ‘muggen’

genoemd. Zo zijn er meer dorpen,

gehuchten en steden in Nederland

die een bijnaam hebben. Waarom

worden Haarlemmers muggen genoemd?

Tot op de dag van vandaag

is er nog niemand geweest die

dit mysterie heeft kunnen oplos-

sen. Bekend is alleen dat deze

benaming al in de veertiende en

vijftiende eeuw werd gebruikt.

Vermoedelijk is het een verklaring

voor het feit dat er vroeger veel

muggen in Haarlem waren. En

dat kwam door de ligging van de

stad. In het noorden was er het IJ

en in het zuiden het Haarlemmermeer.

Bovendien waren er in de

stad toen veel meer grachten dan

tegenwoordig.

Muggen

De benaming ‘mug’ werd eerst nog

gebruikt als scheldnaam. Blijkbaar

schold men een Haarlemmer voor

mug uit om daarmee te zeggen

dat men hem of haar kleingeestig,

stekelig of kleinzielig vond. Ook

kan muggenzifterij, vitten op kleinigheden,

ermee in verband staan.

Een feit is wel, dat de scheldnaam

muggen in vergelijking met

vroeger bijna niet meer gebruikt

wordt. Nu zie je de naam vaak

terug in namen van gebeurtenissen

(de Haarlemse Muggenronde,

een wielerronde voor de jeugd,

sinds 1955) en in bijvoorbeeld een

internetsite (www.degroenemug.

nl). En als in het zuiden van het

land het carnaval losbarst, dan

wordt door sommige inwoners de

Spaarnestad tijdelijk omgedoopt in

‘Muggendonk’. Van 1998 t/m 2001

verscheen bij uitgeverij Gottmer

de zogenaamde Muggenreeks,

een boekenserie waarin Haarlemse

schrijvers hun verhouding

tot Haarlem en de Haarlemmers

probeerden te verwoorden.

Apenluiers

Bewoners van sommige plaatsen

mogen zich over meer dan één

bijnaam verheugen. Zo worden

de inwoners van IJsselstein naast

‘apenluiers’ ook ‘muggenspuiters’

genoemd. In 1929 zagen dorpelingen

namelijk rond de gemeentetoren

dichte wolken opstijgen.

Toen de brandweer poolshoogte

kwam nemen, bleek dat het geen

rook was maar een grote, donkere

zwerm muggen, die rond de toren

een dansje maakten. Hetzelfde

verhaal is ook bekend in Meppel

en in Dalfsen. Overigens ook in

Haarlem is dit verhaal bekend als

een van de mogelijke oplossingen

voor het mysterie.

Onderaardse gangen

In de middeleeuwen werden veel

onderaardse gangen gegraven,

bijvoorbeeld van een burcht naar

andere burchten, kastelen en

kerken. Werd men aangevallen, dan

kon men op die manier altijd nog

vluchten. Een kerk is immers een

schuilplaats waar geen mens een

ander kwaad mocht doen en iedereen

onder bescherming stond.

Ook Haarlem heeft onderaardsche

gangen, Onder de Groote Kerk is

een net van onderaardsche gangen,

De onderaardsche gangen in

Haarlem en omgeving: er zijn nu

voldoende aanwijzingen voor een

onderzoek.

Onder deze koppen stonden in het

Haarlems Dagblad van oktober

1937 een aantal artikelen over het

onderzoek naar de onderaardse

gangen die er in Haarlem zouden

zijn. Onder leiding van een echte

wichelroedeloopster, mevrouw N.

Klein-Sprokkelhorst uit Zeist (die

ook in Gouda en Delft op dit gebied

actief was), werd een en ander

aan een nauwgezet onderzoek

onderworpen.

De Beek

Door de eeuwen heen heeft hij

altijd iets mysterieus gehad: de

Haarlemse Beek. Allerlei tot de

verbeelding sprekende verhalen

deden de ronde over deze ge-

Mevrouw N. Klein Sprokkelhorst met de

wichelroede, uit: Haarlems Dagblad, 15

oktober 1937, blz. 1.

36 37


# 6 | Haarlem bestaat niet of een stad vol mythen

heimzinnige beek, die zich tussen

de Brouwersvaart en het Spaarne

onder het hart van de stad doorslingert.

Geruchten ook, dat de

Beek zou aansluiten op andere

onderaardse gangen. Lennaert

Nijgh rept daarover in zijn verhaal

De geheime stad. ‘Als alle verhalen

waar zouden zijn, dan kon je onder

de binnenstad nu een prachtig metrostelsel

aanleggen,’ relativeerde

de voormalige Haarlemse stadsarcheoloog

Maarten Poldermans.

Ook in Dordrecht bestaat het verhaal

dat het in de bodem van de

stad wemelt van de onderaardse

gangen die werden gebruikt als

vluchtwegen in geval van oorlogen.

Zo zouden er vanaf het Hof en

vanaf de Grote Kerk allerlei gangen

lopen. Zoals in bijna elke legende

zit ook in dit verhaal een kern

van waarheid. Die onderaardse

gangen bestaan. Ze waren echter

niet bedoeld als vluchtwegen maar

als riolering. De gangen werden

schoongehouden door nachtwiven,

die, hoe kan het ook anders,

‘s nachts werkten. De riolen waren

zo groot, dat de schoonmakers er

gebukt doorheen konden lopen.

Vandaar dat de legende van onderaardse

vluchtwegen niet eens zo

ver bezijden de waarheid is. Overigens

was het beroep van nachtwijf

typisch Dordts. In andere steden

werden de nachtelijke werkzaamheden

door mannen gedaan.

Coster

Twee andere verhalen uit de

geschiedenis van Haarlem, de

(vermeende) uitvinding van de

boekdrukkunst door Lourens

Jansz. Coster en de verovering van

Damiate, kunnen na zovele eeuwen

ook wel in het rijtje geplaatst

worden van mythen en legenden.

Over Coster en de geschiedenis van

de boekdrukkunst zijn boekenplanken

vol geschreven. Voor een groot

deel aanwezig in de Bibliotheek

Zuid-Kennemerland (voorheen

Stadsbibliotheek Haarlem) en, in

iets bescheidener mate, in die van

het Noord-Hollands Archief. Conservator

oude boekerij Anneke van

den Bergh vertelt er elders in dit

nummer ook al wat over. Daarentegen

heeft diezelfde Coster wel zijn

sporen achter gelaten in de stad.

Op de Grote Markt staat het

grote standbeeld van Coster.

En op diezelfde Grote Markt, op

de plek van café Studio, zou hij

gewoond hebben. In de stad zijn

nog meer gedenktekens te vinden.

Het oudste is een beeld uit 1722,

dat gemaakt werd door Gerrit van

Heerstal en geplaatst is in de tuin

van het Stedelijk Gymnasium. Van

1801 tot 1856 stond dit beeld op

de Grote Markt. Toen kwam het

bronzen beeld van Louis Royer

hiervoor in de plaats. Een ander

bekend gedenkteken is het Costermonument

uit 1823 van Jan David

Zocher in de Haarlemmerhout. Dat

de Costerlegende in Haarlem zo

populair was en is, zegt wel wat

over Haarlem. Haarlem is namelijk

wel een drukkersstad geworden,

met als bekendste exponent de

firma Joh. Enschedé & Zonen. Twee

andere bekende grafische bedrijven,

Damiate Pers en Spaarnestad,

zijn inmiddels verdwenen. Maar

Haarlemser had hun naam niet

kunnen zijn.

Damiate

In Haarlem is heel lang geloof

gehecht aan het verhaal dat de

verovering van de Egyptische

stad Damiate in 1219 door graaf

Willem I mede te danken was aan

een groot aantal Haarlemmers. De

stad lag op een schiereiland in de

Nijl en de toegang via water werd

afgesloten door een ketting. De

Haarlemmers hadden grote zagen

aan hun schepen vastgemaakt en

zo de ketting kapot gevaren. Deze

zgn. ‘Damiate-legende’ was hier

vooral in de zestiende en zeventiende

eeuw heel populair. Deftige

Haarlemmers beweerden af te

stammen van de Damiategangers.

En tot in de zeventiende eeuw was

er op Nieuwjaarsdag een kinderoptocht,

waarbij de kinderen scheepjes

op stokken rond droegen.

Zwaard en kruis

Men geloofde ook, dat de klokken

in de Grote of Sint-Bavokerk

afkomstig waren als buit van diezelfde

kruistocht naar Damiate. Die

klokken, de ‘Damiaatjes’, zijn echter

een geschenk aan de bisschop van

Haarlem in 1561. Coster en de hele

binnenstad van Haarlem kunnen

elke avond, tussen 21.00 en 21.30

uur, genieten van deze klingelende

klokjes. Ook het stadswapen

staat in verband met de Damiatelegende.

De stad Haarlem had al

een wapen van alleen vier sterren.

Het verhaal gaat dat als beloning

er een zwaard van de Duitse keizer

Frederik II en een kruis van de

patriarch van Jeruzalem aan zijn

toegevoegd. Ook hier is niet echt

bewijs voor. Zo probeerde men

later het stadswapen te verklaren.

Zeker is wel, dat het zwaard en

kruis ooit, om welke reden dan ook,

aan het stadswapen zijn toegevoegd.

Prent van de verovering van Damiate,

door: Romeyn de Hooghe, 1688/1689.

Linkerpagina Standbeeld van L.J. Coster

op de Grote Markt in Haarlem, door: Rob

Plasschaert.

Meer lezen:

Haarlem bestaat niet, Lennaert

Nijgh, Haarlem, 1996.

Haarlemse sproken: ware en

onware stad- en straatverhalen,

red.: Jacques de Jong en Willemien

Spook, Haarlem, 2011.

38

39


# 6 | Aanwinsten

Tekst: Helen van der Eem / beeld: Noord-Hollands Archief

Nieuwe archieven

en collecties

Bij het Noord-Hollands Archief zijn de afgelopen maanden diverse nieuwe archieven

binnengekomen. In deze rubriek aandacht voor enkele van die archieven, die ondertussen

te raadplegen zijn in de studiezaal.

Boven Auto van de UVV die werd gebruikt

voor het vervoer van goederen en voor collectes,

kort na de Tweede Wereldoorlog.

Onder Toneelvereniging Postaal Genoegen

speelt ‘Blijde dagen’, eind jaren veertig.

Instellingen in de

provincie

Aanvullingen op de collectie

van Losse Aanwinsten

(verkregen vanaf 1984) van

het Noord-Hollands Archief,

1580-2006, inv. nrs. 100-

102, 114-115, 118-126,

128: 0,20 m

Inv. nr. 102: Drie briefkaarten uit

1918 (11 april, 25 juni en 23 juli)

van de Haarlemse Greta Mos aan

de militair Frits van den Eynde

(3/III Jagers 1e Divisie Veldleger)

waarin zij onder andere schrijft

over de plunderingen van (kruideniers)winkels

en bakkerskarren in

Haarlem waarvan zij op 11 april

1918 ooggetuige was.

Inv. nrs. 118-123: Stukken afkomstig

van J.P. Essenius als hoofd van

de kleuterschool der Vereeniging

Prinses Beatrix te Haarlem en

sergeant bij het Nederlandse Rode

Kruis, 1939-1950. Bevat o.a. een

fotoalbum (over een periode van

ca. 1939-1946) betreffende haar

werkzame periode als hoofd van de

kleuterschool.

Inv. nrs. 124-125: Albums van Ina

van Huis-van Donkelaar (1926-

2007) met foto’s, programma’s,

verslagen en persdocumentatie

van de toneelvoorstellingen van de

Vereniging van oud-leerlingen van

de ULO A en C te Haarlem, later

opgegaan in de Haarlemse PTT

Toneelvereniging Postaal Genoegen,

1946-1958, 1969-1973. Ina

van Huis-van Donkelaar is veertig

jaar verbonden geweest aan de

vereniging. De toneelvereniging is

in 1946 opgericht als Vereniging

van oud-leerlingen van de ULO A

en C in Haarlem en ging later op

in de op 22 april 1929 opgerichte

Haarlemse PTT Toneelvereniging

Postaal Genoegen. Postaal Genoegen

is vanwege teruglopende

belangstelling opgeheven.

Inv. nr. 128: Notulen van vergaderingen

van de commissarissen

van de Stadsapotheek te Haarlem,

1828-1882. Op 29 december

1882 waren de commissarissen

van de Stadsapotheek: de heren

G.C.W. Bohnensieg, dr. H.A. Coelen,

dr. D. de Haan, F.L. Kist, dr. H.D.

Kruseman, B.C.J. Proot en dr. J.B.

Wijnhoff.

Stichting Kweekschool voor

Vroedvrouwen te Amsterdam,

(1741) 1861-1993,

aanvulling inv. nrs. 388-

1078 en aanvulling op inv.

nrs. 111, 385: 61,50 m

De Rijkskweekschool voor Vroedvrouwen

aan de Prinsengracht in

Amsterdam was in 1861 ingesteld

met het doel de kwaliteit van de

vroedvrouwenarbeid te verhogen

en het tekort aan bevoegde verloskundige

hulp op het platteland

terug te dringen. Praktijkervaring

kregen de leerlingen op de kraamafdeling

van het Binnengasthuis.

De school beschikte vanaf 1883

over een eigen kraamkamer, waar

ook bevallingen plaatsvonden.

Doordat de school steeds meer

leerlingen kreeg, werd in 1900

een groter pand betrokken aan de

Boven Toneelvereniging Postaal Genoegen

speelt de klucht ‘Zeeman, pas op’, 1958.

Onder Kinderen in het raam van de kleuterschool

van de Vereeniging Prinses Beatrix,

Haarlem, ca. 1939.

Camperstraat in Amsterdam-Oost.

Hier had men de beschikking over

meer leslokalen en waren er meerdere

kraamkamers. In 1932 besloot

het Rijk de school met status van

40 41


# 6 | Aanwinsten

een rijksinstituut op te heffen.

De school ging in 1933 verder als

Stichting Kweekschool voor Vroedvrouwen

te Amsterdam. Van 1975-

2015 was de school gevestigd aan

de Louwesweg bij het Slotervaart

Ziekenhuis. In 2004 veranderde

de naam van de school in Verloskunde

Academie Amsterdam. In

2010 is de Verloskunde Academie

Amsterdam samengegaan met de

Verloskunde Academie Groningen

onder de naam Academie Verloskunde

Amsterdam Groningen.

Aangesloten

gemeenten

BEVERWIJK

Ypma, Sake, te Wijk aan Zee,

Collectie van, (1918) 1944-

1945: 0,45 m

Sake Ypma (1896-?) was opperwachtmeester

van de Gemeentepolitie

in Beverwijk, politiepost Wijk

aan Zee. In 1944 werd hij aangesteld

als plaatselijk commandant

voor de Binnenlandse Strijdkrachten

(BS) in Wijk aan Zee. Zijn taak

bestond uit het handhaven van

orde en rust in Wijk aan Zee. De

collectie bevat stukken betreffende

de illegaliteit in Wijk aan Zee,

daarnaast ook foto’s betreffende

de Gemeentepolitie te Beverwijk,

1918-1938, en affiches met

bekendmakingen die in de Tweede

Wereldoorlog in het politiebureau

in Wijk aan Zee hebben gehangen.

Het merendeel van de affiches

heeft betrekking op Beverwijk en

Wijk aan Zee.

BLOEMENDAAL

Comité Autotochten voor

Bejaarden van Bennebroek,

1935-1939, 1970-1990:

0,05 m

Het comité is op 16 juli 1935

opgericht. Jaarlijks werd een dagtocht

georganiseerd voor minder

draagkrachtige Bennebroekers

van 60 jaar en ouder. Voorwaarde

was wel dat de deelnemers een

goede gezondheid moesten

hebben. De dagtochten werden

gefinancierd uit de opbrengsten

van collecten onder de inwoners

van Bennebroek. Toen in de loop

van de tijd de financiële situatie

van bejaarden verbeterde en de

tochten duurder werden, werd de

deelnemers een eigen bijdrage

gevraagd en mochten alle bejaarden

in Bennebroek van 65 jaar en

ouder mee. De eerste dagtocht (5

september 1935), met 90 deelnemers,

ging naar Schiphol, door het

Gooi en naar Valkeveen. In 1937

werd een bezoek gebracht aan de

Scheveningse Bosjes en Theetuin

De Bataaf in Den Haag. Op 28

augustus 1990 vond de laatste

dagtocht plaats, waarbij 100

bejaarden een bezoek brachten

aan het Nederlands Goud-, Zilveren

Klokkenmuseum in Schoonhoven.

In 1990 werd het comité

opgeheven vanwege afnemende

belangstelling. Elke keer ging dezelfde

groep mee, terwijl zich geen

nieuwe deelnemers aanmeldden.

Daarnaast waren bejaarden veel

mobieler geworden vergeleken bij

vroeger, waardoor een georganiseerde

dagtocht minder in een

behoefte voorzag. Ten slotte bleek

dat het enthousiasme van de Bennebroekse

bevolking om geld aan

het comité te geven minder groot

geworden was.

Links Verkoop van spullen door de UVV om

geld in te zamelen voor goede doelen.

Rechts Bestuur van Gymnastiek- en Sportvereniging

Concordia, 1937.

HAARLEM

Stichting Unie van Vrijwilligers

(UVV), afdeling Haarlem

en omstreken, 1940-2008

(2011): 2,05 m

Het initiatief tot de oprichting van

het landelijke Korps Vrouwelijke

Vrijwilligers (KVV) werd in 1938

genomen door dr. Jane de Iongh

(1901-1982) in Amsterdam. Het

doel was om met een groot aantal

vrouwen een bijdrage te leveren

aan de leniging van de nood onder

de leden van de door oorlog bedreigde

samenleving. Op 31 januari

1941 werd het Amsterdamse Korps

op last van de Duitse bezetter

opgeheven. Op 7 mei 1945 werd

het korps als Unie van Vrouwelijke

Vrijwilligers (UVV) heropgericht.

Op 11 maart 1940 vond in Haarlem

de oprichtingsbijeenkomst

van het KVV Haarlem en Omstreken

plaats. Het KVV leidde onder

andere ambulancechauffeuses op,

organiseerde ordonnansdiensten

en ondersteunde huishoudens van

gemobiliseerde militairen. Hulp aan

dieren werd zo belangrijk gevonden

dat op 13 april 1940 het Comité

Hulp aan Dieren werd opgericht.

De vrijwilligsters werden opgeleid

tot dierenhelpsters, kregen een

cursus luchtbescherming voor dieren

en een cursus straatdienst, om

hulp te verlenen bij door een luchtaanval

op hol geslagen paarden.

Op 14 maart 1942 beëindigde het

bestuur de activiteiten. Tijdens de

Tweede Wereldoorlog werd ondergronds

gewerkt aan het oprichten

van een landelijke, overkoepelende

organisatie voor vrijwilligerswerk

door vrouwen. Op 9 mei 1945 ging

de Haarlemse Unie van Vrouwelijke

Vrijwilligers officieel van start.

In 1977 werd de naam gewijzigd

in Unie van Vrijwilligers. De UVV

heeft in de loop van de tijd tal van

werkzaamheden verricht, zoals het

bezorgen van warme maaltijden bij

mensen thuis, Tafeltje-Dekje, of het

verrichten van hand- en spandiensten

in bejaardenhuizen en het geven

van hulp bij het handwerken in

de rusthuizen. Ook hielden vrijwilligers

zich bezig met het omzetten

van boeken in braille, het verlenen

van assistentie bij de koopavonden

voor gehandicapten bij Vroom

& Dreesmann, het verlenen van

huishoudelijke hulp, de speel-otheek,

en het maken en herstellen

van kleding voor hulpbehoevenden.

Daarnaast kwam er een vervoersdienst

voor hulpbehoevende

mensen zonder eigen vervoer. Door

de opkomst van de welvaartsstaat

in de jaren zeventig veranderde ook

de positie van het vrijwilligerswerk.

Het werd als een aanvulling gezien

op de mantelzorg en was ondersteunend

bij het professionele

werk in de zorg- en welzijnssector.

Het doel is nu het bevorderen en

verlenen van maatschappelijke hulp

door vrijwilligers, met menselijk

contact en continuïteit in het werk

als voornaamste kenmerken.

Gymnastiek- en Sportvereniging

Concordia te Haarlem,

1902-1950: 0,10 m

De vereniging is op 1 april 1886

opgericht. Tussen 1893 en 1919

had de vereniging een afdeling

Schermen. Naast gymnastiek en

schermen konden verschillende

andere sporten worden beoefend,

zoals turnen, handbal, atletiek en

volleybal.

42 43


In het kader van de Zandvoortse Sportweek werden in de omgeving van het

circuit zeepkistenraces gehouden, door: Cees de Boer, 3 juni 1950.

Noord-Hollands Archief

Postbus 3006

2001 DA Haarlem

(023) 5172700

www.noord-hollandsarchief.nl

info@noord-hollandsarchief.nl

www.facebook.com/nharchief

www.twitter.com/nharchief

More magazines by this user
Similar magazines