NHA UITGELICHT mei 2016 / nummer 6
NHA Uitgelicht nummer 6 / mei 2016.
NHA Uitgelicht nummer 6 / mei 2016.
Transform your PDFs into Flipbooks and boost your revenue!
Leverage SEO-optimized Flipbooks, powerful backlinks, and multimedia content to professionally showcase your products and significantly increase your reach.
Mei <strong>2016</strong> / Nummer 6<br />
<strong>UITGELICHT</strong><br />
06<br />
Het<br />
is een schatkamer | De<br />
boeken van de Bijzondere Collecties<br />
hebben een bijzondere vormgeving<br />
of druk. Sinds kort zorgt het <strong>NHA</strong><br />
voor de conservering van dit<br />
kostbare materiaal.<br />
14<br />
De tekeningen van Pieter Saenredam<br />
Hij schilderde vooral kerken en hun<br />
interieurs, maar kon ook fantastisch<br />
tekenen. Een blik op de totstandkoming<br />
van die tekeningen.
Mei <strong>2016</strong> / Nummer 6<br />
Colofon<br />
inhoud<br />
Eindredactie:<br />
Christine Tinssen, Ilse Kaldenbach,<br />
m.m.v. Wim de Wagt<br />
Aan dit <strong>nummer</strong> werkten mee:<br />
de beeldmarketeers/Marc Vreuls<br />
Alexander de Bruin<br />
Helen van der Eem<br />
Frederike Leffelaar<br />
Paul Maessen<br />
Jan van der Male<br />
Rob Plasschaert<br />
Wim de Wagt<br />
Lieuwe Zoodsma<br />
Vormgeving:<br />
Michael Kolf, bno – PICADIA<br />
Druk:<br />
Lenoirschuring – Amstelveen<br />
Oplage:<br />
750<br />
ISSN:<br />
2352-0671<br />
Voorzijde omslag:<br />
Gijsbrecht van Aemstel, Joost van den<br />
Vondel m.m.v. H.P. Berlage, A.J. Derkinderen<br />
en Bern-Zweers, Haarlem, Erven F. Bohn,<br />
1894-1901.<br />
Wordt als startpunt voor de Nederlandse<br />
bibliofilie gezien.<br />
5<br />
14<br />
Uitgelicht<br />
Een woord vooraf van directeur Lieuwe Zoodsma.<br />
36<br />
Het verhaal<br />
achter de<br />
tekeningen<br />
van Pieter<br />
Saenredam<br />
De 34 tekeningen van Pieter<br />
Saenredam die het <strong>NHA</strong> bezit,<br />
behoren tot zijn beste werk.<br />
Hoe ging deze kunstenaar nu<br />
precies te werk bij het maken<br />
van deze prachtige tekeningen?<br />
26<br />
Topstuk<br />
Marianne Hamersma kiest haar<br />
favoriete foto uit de enorme<br />
collectie van Fotoburo De Boer.<br />
Haarlem bestaat<br />
niet of een stad<br />
vol mythen<br />
Bibliothecaris Rob Plasschaert<br />
laat nog eens een aantal onware<br />
verhalen, mythen en mysteries<br />
uit de geschiedenis van Haarlem<br />
de revue passeren.<br />
6<br />
Een<br />
30<br />
boek dat<br />
niet ontsloten is,<br />
bestaat niet<br />
Onlangs werd de afdeling Bijzondere<br />
Collecties van de Bibliotheek Zuid-<br />
Kennemerland verenigd met de Oude<br />
Boekerij in het <strong>NHA</strong>. Conservator<br />
Anneke van den Bergh vertelt over<br />
dit bijzondere materiaal.<br />
20<br />
Mooi<br />
geweest<br />
Terugblik op activiteiten.<br />
Evacuatie per<br />
trein<br />
Een reconstructie van de evacuatie<br />
tijdens de Tweede Wereldoorlog<br />
van psychiatrische patiënten van<br />
Provinciaal Ziekenhuis Meer en Berg<br />
in Bloemendaal.<br />
12 Prikbord<br />
Interessant nieuws.<br />
40<br />
22<br />
Op de huid<br />
van het<br />
kunstwerk<br />
De tekeningen van Pieter<br />
Saenredam zijn vorig jaar<br />
door de restauratieafdeling<br />
behandeld. Daarbij viel<br />
restaurator Frederike<br />
Leffelaar een aantal<br />
bijzonderheden op.<br />
Nieuwe archieven<br />
en collecties<br />
Aandacht voor diverse<br />
nieuwe archieven die<br />
de afgelopen maanden<br />
bij het Noord-<br />
Hollands Archief zijn<br />
binnengekomen.<br />
3
Uitgelicht ...<br />
Natuurlijke<br />
bondgenoten<br />
Het Noord-Hollands Archief werkt al jaren nauw samen met de Bibliotheek<br />
Zuid-Kennemerland, de voormalige Stadsbibliotheek Haarlem.<br />
De nieuwe directeur van de bibliotheek, Roxane van Acker, drukte het<br />
tijdens een presentatie van de Haarlemse cultuurinstellingen voor de<br />
nieuwe wethouder van Cultuur onlangs kernachtig uit met de opmerking<br />
dat het Noord-Hollands Archief en de Bibliotheek Zuid-Kennemerland<br />
natuurlijke bondgenoten zijn. De samenwerking vindt onder meer plaats<br />
bij de conservering en restauratie van kwetsbare boeken en documenten.<br />
Maar gezamenlijk zijn er ook al diverse zeer succesvolle educatieve<br />
projecten voor basis- en middelbare scholen opgezet.<br />
In 2009 werd de omvangrijke en zeer kostbare collectie boeken, de Oude<br />
Boekerij, van de bibliotheek in beheer ondergebracht bij het Noord-<br />
Hollands Archief. Dit voorjaar volgde het resterende deel van de<br />
collectie, de Bijzondere Collecties, waarmee de OBBC (Oude Boekerij<br />
en Bijzondere Collecties) nu integraal zijn ondergebracht<br />
in de veilige en geklimatiseerde depots van het Noord-Hollands<br />
Archief. In het kielzog van de collecties kwam ook de conservator,<br />
Anneke van den Bergh, mee naar het Noord-Hollands<br />
Archief. In dit <strong>nummer</strong> van Uitgelicht vertelt Anneke meer over<br />
deze mooie en belangrijke collecties.<br />
De zomertentoonstelling van het Noord-Hollands Archief is volledig gewijd<br />
aan de zeer waardevolle en omvangrijke fotocollectie van Fotoburo<br />
De Boer. Een aantal jaren geleden verwierf het Noord-Hollands Archief<br />
deze zeer complete verzameling van circa 2 miljoen persfoto’s over de<br />
periode 1945-2004. De zomertentoonstelling geeft onder meer een<br />
beeld van de veelzijdigheid en diversiteit van de collectie, maar vraagt<br />
tegelijkertijd aandacht voor de ontsluiting hiervan. Met moderne digitale<br />
en interactieve middelen is het tegenwoordig mogelijk om vrijwilligers<br />
en geïnteresseerden in te schakelen om personen, gebeurtenissen en<br />
situaties nader voor ons te beschrijven. Wij rekenen op UW hulp!<br />
Portret van Arthur Rimbaud, door:<br />
Louis Favre, in Une Saison en Enfer,<br />
1948, Bijzondere Collecties.<br />
Ik wens u allen een zonnige en fijne zomer toe en veel leesplezier bij dit<br />
nieuwe <strong>nummer</strong> van Uitgelicht.<br />
Lieuwe Zoodsma,<br />
directeur Noord-Hollands Archief<br />
5
# 6 | Een boek dat niet ontsloten is, bestaat niet<br />
Tekst: Wim de Wagt / beeld: de beeldmarketeers (portret) en Noord-Hollands Archief<br />
Een boek dat niet ontsloten<br />
is, bestaat niet<br />
Onlangs is de afdeling Bijzondere Collecties van de Bibliotheek Zuid-Kennemerland overgebracht<br />
naar het Noord-Hollands Archief, waar deze verzameling is verenigd met de Oude<br />
Boekerij die al in 2009 verhuisde naar de Jansstraat. Gevoegd bij de verzamelingen van Museum<br />
Enschedé en die van het archief zelf, beschikt het <strong>NHA</strong> nu over een zeer omvangrijke<br />
en gevarieerde collectie boeken, manuscripten, periodieken en andere gedrukte werken.<br />
Samenwerking<br />
als een warm bad<br />
Rechts Conservator Anneke van den Bergh.<br />
De conservator van beide collecties,<br />
Anneke van den Bergh, is erg<br />
blij met de verhuizing. Ze legt uit<br />
dat het <strong>NHA</strong> de beste voorzieningen<br />
heeft voor de conservering.<br />
‘Het bibliotheekdepot had tegen<br />
zeer hoge kosten moeten worden<br />
verbouwd om hetzelfde te kunnen<br />
bieden.’ De Bibliotheek Zuid-<br />
Kennemerland blijft overigens wel<br />
eigenaar van het materiaal.<br />
Kwetsbaar<br />
Anneke was al bij de bibliotheek<br />
hoofd van de afdeling Oude<br />
Boekerij en Bijzondere Collecties.<br />
Het <strong>NHA</strong>, dat al sinds 2002 restauratiewerkzaamheden<br />
voor de<br />
bibliotheek verrichtte, ontving haar<br />
en haar twee collega’s met open<br />
armen. ‘De samenwerking heeft<br />
altijd als een warm bad gevoeld,’<br />
zegt ze. ‘Dit is een instelling waar<br />
ze gewend zijn om met historisch,<br />
kostbaar materiaal om te gaan. De<br />
bibliotheek is in de eerste plaats<br />
een uitleenbibliotheek, met behalve<br />
boeken zoveel andere vormen<br />
van informatieverstrekking. De<br />
focus daar ligt nu op digitalisering,<br />
niet op het ter beschikking stellen<br />
van oud en kwetsbaar materiaal.<br />
Die werelden gingen steeds meer<br />
uit elkaar lopen.’ Overigens heeft<br />
Anneke van haar twee collega’s<br />
inmiddels afscheid moeten nemen<br />
vanwege bezuinigingen.<br />
Kloosterboeken<br />
De Oude Boekerij en Bijzondere<br />
Collecties hebben elk hun eigen<br />
karakter. Anneke: ‘De Oude Boeke-<br />
6 7
# 6 | Een boek dat niet ontsloten is, bestaat niet<br />
Links Holland in de atlas van<br />
Abraham Ortelius, Theatrum orbis<br />
terrarum, 1570.<br />
Onder De Gaper, ets van Kees<br />
Okx in: In eigen nest (1985) met<br />
teksten van Lennaert Nijgh.<br />
Blz 9<br />
Spieghel der Schrijfkonste, door:<br />
Jan van den Velde, 1605 (links).<br />
Blad uit de driedelige Johannieter<br />
Bijbel, handschrift (rechts).<br />
rij is op twee pijlers gebouwd. Het<br />
begin ligt midden in de Tachtigjarige<br />
oorlog, in 1596. Omdat tijdens<br />
het Spaans beleg (1572-1573)<br />
veel materiële schade was geleden,<br />
besloot het stadsbestuur om<br />
ter compensatie ongeveer twintig<br />
kloosters in Haarlem en omgeving<br />
te sluiten en alle bezittingen te<br />
confisqueren. Behalve huisraad en<br />
schilderijen werd de stad ook de<br />
inhoud van de kloosterbibliotheken<br />
rijker. Haarlem zette zich net<br />
als de andere Hollandse steden<br />
hiermee op de kaart als centrum<br />
van cultuur en wetenschap.’<br />
Vanzelfsprekend was de collectie<br />
kloosterboeken voornamelijk<br />
religieus van aard. Maar de Librije,<br />
zoals de stadsbibliotheek aanvankelijk<br />
heette, veranderde geleidelijk<br />
van karakter. ‘Het beheer werd<br />
uitbesteed aan de leraren van de<br />
Latijnse School in Haarlem,’ aldus<br />
Anneke. ‘Die schaften nieuwe werken<br />
aan, al naar gelang hun eigen<br />
wetenschapsgebied en interesse:<br />
juridische en literaire werken,<br />
geografie, astronomie – toen<br />
nog astrologie genoemd –, noem<br />
maar op. Op die wijze groeide het<br />
kernbezit van 500 stuks aan tot de<br />
40.000 banden die we nu hebben.<br />
Bij elkaar 1.500 strekkende meter.’<br />
Costermanie<br />
Dan de andere pijler waarop de<br />
Oude Boekerij is gebouwd. ‘Iedere<br />
zichzelf respecterende stad ging<br />
aan het begin van de negentiende<br />
eeuw op zoek naar zijn eigen<br />
historische held,’ vertelt Anneke.<br />
‘In Haarlem was dat Laurens Jansz<br />
Coster (ca. 1370-ca. 1440), die<br />
zoals bekend gezien werd als de<br />
uitvinder van de boekdrukkunst.<br />
De toenmalige bibliothecaris,<br />
Abraham de Vries, kreeg van<br />
het stadsbestuur opdracht om<br />
daarvoor de bewijzen te verzamelen.<br />
De Vries ging op zoek naar<br />
incunabelen (wiegendrukken) en<br />
blokboeken, die deze aanspraak<br />
konden ondersteunen. Geen van<br />
deze werken is gedrukt door<br />
Coster, maar de moeite die ze<br />
zich getroost hebben om dat toch<br />
maar te bewijzen!,’ zegt Anneke<br />
lachend. ‘Ze gingen zelfs zover er<br />
een nieuw colofon of portret van<br />
Coster in te plakken. Cultuurhistorisch<br />
is deze Costermanie een<br />
heel interessant verschijnsel. Het<br />
gevolg was dat bij de collectievorming<br />
het zwaartepunt kwam<br />
te liggen op boekvormgeving<br />
Een brug slaan<br />
tussen techniek<br />
en inhoud<br />
en typografie. Daar is Haarlem<br />
uniek in vergeleken met andere<br />
stadsbibliotheken. Onze collectie<br />
blokboeken en incunabelen is van<br />
internationale allure.’<br />
Bijzondere boekvormgeving<br />
De afdeling Bijzondere Collecties,<br />
die een omvang heeft van 250<br />
meter, ontstond vanaf 1900. Anneke:<br />
‘Eigenlijk is die een uitvloeisel<br />
van de aandacht die de<br />
bibliotheek vanwege de Costermanie<br />
besteedde aan bijzondere<br />
boekvormgeving. Want de werken<br />
van de Bijzondere Collecties zijn<br />
verzameld omdat ze qua vormgeving<br />
of druk bijzonder zijn. De<br />
bibliofiele edities bijvoorbeeld,<br />
die zijn uitgevoerd met bijzonder<br />
papier of in een bijzondere<br />
letter. Vaak gaat het om kleine<br />
oplagen. Zoals De Zingende Zaag,<br />
het literaire tijdschrift van George<br />
Moormann. Of de bibliofiele edities<br />
van de firma Enschedé, waar<br />
de typograaf Jan van Krimpen veel<br />
aan heeft gedaan. Van hem zijn er<br />
brieven bewaard, waarin hij heel<br />
duidelijk aangeeft hoe de typografie<br />
van bepaalde uitgaven eruit<br />
moet zien. Dit zegt zoveel over hoe<br />
er gedacht werd over publiceren,<br />
over de leesbaarheid van teksten.<br />
Van de Haarlemse schrijvers en<br />
illustratoren zijn er ook bijzondere<br />
uitgaven, zoals van Lennaert<br />
Nijgh.’<br />
Grootmoeders kookboek<br />
Een belangrijk punt is de ontsluiting<br />
van het boekenbezit. Anneke<br />
legt uit dat het bibliotheeksysteem<br />
zal moeten worden geïntegreerd<br />
in het digitale archiefsysteem. ‘En,<br />
even belangrijk, we moeten ervoor<br />
zorgen dat er aansluiting ontstaat<br />
met algemene zoekplatformen,<br />
zoals Delpher. Daar moet het ook<br />
‘in’. Dat geldt voor álle gedrukte<br />
collecties in het <strong>NHA</strong>. Maar dat is<br />
lastig. Je moet een brug zien te<br />
slaan tussen de techniek en de<br />
inhoud. Ik weet alles van het beschrijven<br />
van een boek. Maar dan<br />
moet je dat over zien te brengen<br />
op iemand die alles weet van databases,<br />
maar die niet weet waar<br />
8<br />
9
# 6 | Een boek dat niet ontsloten is, bestaat niet<br />
Konst-thoonende Iuweel, bundel van Trou<br />
Moet Blycken, 1607 – de intocht van de<br />
Vlamingen.<br />
de specifieke vragen zitten. Wat<br />
willen mensen? Waarop zoeken<br />
ze? Waaróm willen ze iets weten?’<br />
‘Het frame van alleen het <strong>NHA</strong>,<br />
of van het bibliotheeksysteem, is<br />
mij niet breed genoeg. Mensen<br />
moeten ook gewoon via Google<br />
Ontzuring is<br />
onbetaalbaar<br />
bij ons terecht kunnen komen. Er<br />
is een verschil tussen mensen die<br />
gewend zijn om te zoeken in een<br />
bibliotheek- of archiefsysteem, en<br />
mensen die zelfs niet weten dat<br />
er zoiets bestáát. Maar die toch<br />
wel dat oude kookboekje van hun<br />
grootmoeder nog eens willen lezen.<br />
Of dat oude kinderboek. Maar<br />
die er niet meteen aan denken om<br />
via onze website te gaan zoeken.<br />
Het moet laagdrempeliger. Mijn<br />
motto is: “Een boek dat niet ontsloten<br />
is, bestaat niet. Dat is een<br />
waardeloze hoop papier.”’<br />
Slecht papier<br />
Iets anders dat haar aandacht<br />
vraagt is de fysieke staat van de<br />
collecties. Anneke: ‘Aan de werken<br />
van perkament of papier gemaakt<br />
vóór 1840 hoeft niet zoveel te<br />
gebeuren. Maar alles vanaf 1840 is<br />
gedrukt op papier dat hout bevat,<br />
en dat is gewoon slecht papier.<br />
Daar zit een stof in die ervoor<br />
zorgt dat het papier langzaam tot<br />
verval over gaat. Dergelijk papier<br />
is gebruikt tot ongeveer 1950, wat<br />
betekent dat je een hele eeuw<br />
van boekproductie dreigt kwijt te<br />
raken. Helaas valt er niet zoveel<br />
tegen te doen. Ontzuring is onbetaalbaar.<br />
Dat betekent dat we alles<br />
moeten digitaliseren. Maar zijn we<br />
er wel op tijd bij? En wat moet je<br />
dan doen met het materiaal zelf?’<br />
Perkament<br />
Wat is eigenlijk het alleroudste<br />
item in de collectie? De conservator<br />
laat een strookje perkament uit<br />
de elfde eeuw zien. Het strookje<br />
bevat een stukje handschrift met<br />
teksten van psalmen, daartussen<br />
zijn regels opengelaten, waarin<br />
aantekeningen in oud-Engels<br />
zijn aangebracht. ‘Perkament was<br />
kostbaar omdat het moeilijk was<br />
om te produceren. Er werd geen<br />
snipper weggegooid. Wanneer<br />
manuscripten werden ingebonden,<br />
verstevigde men de ruggen met<br />
een stukje versneden perkament.<br />
En daarom vinden we strookjes<br />
ouder perkament terug in de ruggen<br />
van middeleeuwse handschriften.<br />
Overigens zijn er strookjes<br />
met ditzelfde handschrift aangetroffen<br />
in Engeland en Duitsland.<br />
Dat zegt wel iets over de verspreiding<br />
van die handschriften,’ aldus<br />
Anneke.<br />
Het oudste complete handschrift<br />
is het zogeheten ‘Linnenweversmissaal’<br />
uit 1410, dat in 1470<br />
werd aangekocht door dit gilde.<br />
‘Het deed dienst op een altaar<br />
in de Grote Kerk, dat gesponsord<br />
werd door het linnenweversgilde.<br />
Vandaar die naam. Het heeft een<br />
heel mooi canonblad en de hele<br />
aankoopgeschiedenis staat er in.’<br />
IJzeren klampen<br />
Anneke torst een andere leren<br />
band uit een archiefkast. De band<br />
heeft klampen om hem bij elkaar<br />
te houden. ‘Een overblijfsel uit<br />
de tijd dat men op perkament<br />
schreef,’ verklaart ze. ‘Perkament<br />
heeft de neiging om uit te gaan<br />
staan, en om dat tegen te gaan<br />
werden er slotjes op gemaakt.’<br />
Ze opent de band, die dateert<br />
uit 1480 en van het Regulierenklooster<br />
was. ‘Kijk,’ wijst ze, ‘dit<br />
ziet eruit als handschrift, omdat<br />
de letters geënt waren op handgeschreven<br />
letters. Ook toen men<br />
al lang op papier was overgegaan<br />
zie je toch nog dat die traditie van<br />
het handschrift wordt doorgezet<br />
in de boekvormgeving. Er werden<br />
ijzeren klampen aangebracht, terwijl<br />
dat eigenlijk niet meer nodig<br />
was. Soms zie je ook nog de ogen<br />
waarmee ze aan de ketting lagen.’<br />
Ogen waarmee<br />
ze aan de ketting<br />
lagen<br />
Ontwikkeling van eeuwen<br />
‘En het oudste gedrukte boek dat<br />
we hebben is het Abcedarium,<br />
uit 1470. Het bevat onder andere<br />
gebeden voor de kloosterscholen.<br />
Ooit gevonden door Johannes<br />
Enschedé, en op een veiling voor<br />
1000 gulden aangekocht door de<br />
heren van Teylers, die het vervolgens<br />
schonken aan de stad. Toen<br />
Roodmarokijnen hoes (links) van het Abecedarium<br />
(rechts).<br />
het een aantal jaren geleden op<br />
een tentoonstelling in Duitsland<br />
werd geëxposeerd, werd het verzekerd<br />
voor anderhalf miljoen.’<br />
‘Weet je wat het mooie is van<br />
de Oude Boekerij? Omdat hij is<br />
opgebouwd vanaf 1596, maar ook<br />
werken bevat die vóór die tijd zijn<br />
gemaakt, zie je de ontwikkeling<br />
van eeuwen erin weerspiegeld.<br />
Wij hebben de grote atlassen van<br />
Mercator, Ortelius, Blaeu, noem<br />
maar op. We hebben de werken<br />
van Vesalius, waarin je de ontwikkeling<br />
van de anatomie ziet. We<br />
hebben een vroege uitgave van<br />
Shakespeare. Eerste drukken van<br />
Coornhert. Ja, het is een schatkamer.’<br />
10<br />
11
Prikbord<br />
Henriette Adema (@Hendrikje01)<br />
Adresboeken staan nog in de kelder maar de<br />
digitale versie van @<strong>NHA</strong>rchief is zo fijn! Ik heb al<br />
familie gevonden. 11 maart <strong>2016</strong> 11:11 uur<br />
Agenda<br />
•22 <strong>mei</strong>: Bierwandeling met<br />
proeverij<br />
•30 <strong>mei</strong>: Historisch Café<br />
•2 juni: Opening tentoonstelling<br />
Bommel in balloons<br />
•3 juni t/m 24 juni: tentoonstelling<br />
Bommel in balloons<br />
•7 juni: voorouderspreekuur<br />
•18 juni: voorouderspreekuur<br />
•9 juli: opening tentoonstelling<br />
2.000.000 x Fotoburo De Boer.<br />
Een halve eeuw persfotografie<br />
•10 juli t/m 17 september:<br />
tentoonstelling 2.000.000 x Fotoburo<br />
De Boer. Een halve eeuw<br />
persfotografie<br />
Kijk voor een compleet en<br />
actueel overzicht van onze<br />
activitieten op onze website:<br />
www.noord-hollandsarchief.nl.<br />
Tentoonstelling: Bommel in Balloons.<br />
Van 3 juni t/m 24 juni <strong>2016</strong><br />
Locatie: Jansstraat 40, Haarlem<br />
Openingstijden: ma t/m vrij van<br />
9.00 tot 17.00 uur / Extra geopend:<br />
4, 5, 11 en 12 juni van 11.00 tot<br />
17.00 uur / Toegang: gratis<br />
2.000.000 x Fotoburo De Boer.<br />
Een halve eeuw persfotografie<br />
Een sportevenement, koninklijk bezoek, protest, missverkiezing<br />
of popconcert? De persfotografen van Fotoburo De Boer stonden<br />
altijd vooraan om het nieuws te verslaan.Tussen 1945 en 2004<br />
produceerden ze duizenden foto’s van regionaal en nationaal<br />
belang, afgedrukt in vele kranten en tijdschriften. Het resultaat<br />
is een collectie van maar liefst 2.000.000 negatieven, inmiddels<br />
opgeslagen in de depots van het Noord-Hollands Archief. Het is<br />
de hoogste tijd om deze unieke collectie te delen met het grote<br />
publiek. Raak in het Noord-Hollands Archief in de ban van De<br />
Boer en bezoek tussen 10 juli en 17 september <strong>2016</strong> de grote<br />
overzichtstentoonstelling 2.000.000 x Fotoburo De Boer.<br />
Locatie: Jansstraat 40, Haarlem / Openingstijden: ma t/m vrij<br />
van 9.00 tot 17.00 uur / Extra geopend: zo 10 juli, za 16 juli, zo<br />
31 juli, za 20 aug, zo 28 aug, zo 4 sept, za 10 sept, zo 11 sept en<br />
za 17 sept van 12.00 tot 17.00 uur / Toegang: gratis<br />
Bommel in balloons<br />
Tom Poes en Heer Bommel van tekenaar Marten Toonder zijn in<br />
Nederland nog steeds een begrip. Vijfenveertig jaar lang, van<br />
1941 tot 1986, stonden hun avonturen in NRC en andere kranten,<br />
waardoor Toonders stripfiguren tot het Nederlands cultuurgoed<br />
zijn gaan behoren. Tom Poes en Heer Bommel verschenen ook in<br />
tijdschriften (Donald Duck, Revue, Wereldkroniek, Tom Poes weekblad),<br />
zowel in Nederland als in vele andere Europese landen.<br />
Hierin verschenen ze als ballonstrips, met de tekst geplaatst in<br />
tekstballonnen in de tekening zelf. Deze vorm krijgt alle aandacht<br />
in de tentoonstelling in het kader van de 13e editie van de<br />
Stripdagen Haarlem en 75 jaar Tom Poes. In dit jubileumjaar verschijnt<br />
er zelfs een nieuwe ballonstrip! Het is een bewerking van<br />
het oude krantenverhaal Heer Bommel gaat vereeuwen, gemaakt<br />
door Dick Matena, die zijn carrière in 1960 begon bij de Marten<br />
Toonder Studio’s en een geroutineerd Tom Poes-tekenaar is.<br />
Kaarten en tekeningen Rijkswaterstaat vóór 1850 online<br />
Onze Beeldbank is aangevuld met de volledige collectie kaarten en technische tekeningen van Rijkswaterstaat<br />
vóór 1850. De collectie bestaat uit ca. 1.195 prachtige gekleurde kaarten en tekeningen van<br />
havens, sluizen, vaarwegen en gebouwen, en is van groot belang voor de kennis over de waterstaatsgeschiedenis<br />
en de ontwikkeling van het Noord-Hollands landschap.<br />
Jubileumcongres KVAN<br />
In <strong>2016</strong> bestaat de Koninklijke<br />
Vereniging van Archivarissen in<br />
Nederland 125 jaar. Dit jubileum<br />
van de oudste beroepsvereniging<br />
van archivarissen ter wereld wordt<br />
gevierd tijdens een speciaal internationaal<br />
jubileumcongres waarbij<br />
de toekomst van het vak van archivaris<br />
en andere informatieprofessionals<br />
centraal staat. Het jubileumcongres<br />
vindt plaats van 15-17<br />
juni in de Philharmonie in Haarlem,<br />
de stad waar de vereniging op<br />
17 juni 1891 werd opgericht. Het<br />
Noord-Hollands Archief is gastheer<br />
van het congres.<br />
Prins en Patriot (@PrinsEnPatriot)<br />
Soowee, dat is wel een heel mooie collectie!<br />
Hulde! 5 maart <strong>2016</strong> 11:25 uur<br />
Duizenden afbeeldingen<br />
gratis beschikbaar<br />
Sinds begin maart is het mogelijk<br />
om afbeeldingen gratis in hoge<br />
resolutie uit de Beeldbank van het<br />
Noord-Hollands Archief te downloaden.<br />
In de Beeldbank op de<br />
website van het Noord-Hollands<br />
Archief zijn meer dan 260.000<br />
afbeeldingen te vinden, zoals<br />
foto’s, kaarten, plattegronden en<br />
topografische tekeningen. In de<br />
Beeldbank kan worden gezocht op<br />
bijvoorbeeld onderwerp, plaats, periode<br />
of documenttype. Sommige<br />
afbeeldingen mogen niet worden<br />
gedownload in verband met auteursrechten.<br />
Indien dit het geval<br />
is, staat dit aangegeven.
# 6 | Het verhaal achter de tekeningen van Pieter Saenredam<br />
Rechts Constructietekening van de Grote of<br />
St.-Bavokerk met een doorzicht vanuit de<br />
Kerstkapel naar het koorhek, 1936.<br />
Tekst: Alexander de Bruin / beeld: Noord-Hollands Archief<br />
Het verhaal achter de<br />
tekeningen van Pieter<br />
Saenredam<br />
Het Noord-Hollands Archief bezit van Pieter Saenredam maar liefst 34 tekeningen, die alle<br />
behoren tot zijn beste werk. Vanaf dit najaar zijn drie van zijn tekeningen op twee grote<br />
internationale exposities te zien in Washington en Parijs. Waarom zijn de tekeningen zo<br />
bijzonder?<br />
Soms noteerde hij<br />
ook een kleuraanduiding<br />
zoals ‘oker’<br />
Boven Portret van Jan Saenredam op 37-jarige<br />
leeftijd, gravure door Pieter Holsteyn<br />
(II) met Latijns onderschrift van Theodor<br />
Schrevelius (1633-1673).<br />
Wie kent ze niet, de prachtige<br />
verstilde kerkinterieurs van Pieter<br />
Saenredam (1597-1665), met het<br />
zachte gefilterde licht en de zachte<br />
gouden okerkleur? Dat Saenredam<br />
eveneens een zeer begenadigd tekenaar<br />
was, is minder bekend. Het<br />
grootste deel van de collectie in<br />
het Noord-Hollands Archief, twintig<br />
bladen, betreft in- en exterieur<br />
tekeningen van de Nieuwe Kerk en<br />
de Grote of St.-Bavokerk. De andere<br />
zeven tekeningen hebben het<br />
Beleg van Haarlem in 1572-1573<br />
als onderwerp. En dan zijn er nog<br />
de tekeningen die hij in opdracht<br />
van derden heeft gemaakt.<br />
De jonge Pieter<br />
Pieter Saenredam, geboren in<br />
Assendelft, was de zoon van de<br />
bekende kunstenaar graveur Jan<br />
Saenredam en Anna Pauwelsdr,<br />
beiden afkomstig uit de gegoede<br />
Zaanse burgerij. In 1607 overleed<br />
Pieters vader, wat voor de<br />
14 15
# 6 | Het verhaal achter de tekeningen van Pieter Saenredam<br />
Links Geroete achterzijde van de tekening<br />
op blz. 15, met linksonder een stempel van<br />
Teylers Museum.<br />
Rechts Grote of St.-Bavokerk, gezicht<br />
vanuit het laagkoor op het zuidertransept<br />
en de zuidbeuk, 1635.<br />
jonge Pieter een dramatische en<br />
emotionele gebeurtenis moet zijn<br />
geweest. Zijn moeder vertrok een<br />
jaar later met de elfjarige Pieter<br />
van Assendelft naar Haarlem.<br />
Hier ging hij in 1612 in de leer bij<br />
de kunstenaar Frans Pietersz. de<br />
Grebber (1573-1649), waar hij de<br />
kneepjes van het vak leerde.<br />
Vernieuwer<br />
Saenredam wordt beschouwd als<br />
de vernieuwer en nestor van het<br />
schilderen van kerken en hun interieurs.<br />
Als eerste manipuleerde hij<br />
zijn composities door het combineren<br />
van observaties met exacte opmetingen.<br />
Deze werkwijze opende<br />
nieuwe mogelijkheden, zonder<br />
dat de werkelijkheid geweld werd<br />
aangedaan. Aan alle schilderijen<br />
van Saenredam met kerkinterieurs<br />
liggen gedetailleerde tekeningen<br />
ten grondslag. Als eerste stap<br />
schetste hij uit de losse hand de<br />
situatie ter plaatse. Op deze tekeningen<br />
noteerde hij vervolgens de<br />
afmetingen en afstanden van de<br />
belangrijkste beeldobjecten, zoals<br />
zuilen en bogen, soms voorzien van<br />
geschreven opmerkingen. Van dit<br />
soort tekeningen heeft het <strong>NHA</strong> er<br />
drie. In zijn atelier verwerkte Saenredam<br />
deze opmetingstekeningen<br />
tot een zogenaamde ‘constructietekening’,<br />
die dezelfde afmeting<br />
had als het uiteindelijke schilderij.<br />
Meettechniek<br />
Als hij aan de hand van de opmetingstekening<br />
had vastgesteld welk<br />
deel hij wilde afbeelden, bepaalde<br />
hij de breedte van de onderrand<br />
aan de hand van zijn opmeting.<br />
Was dat zes meter, dan verdeelde<br />
hij de onderrand in zes gelijke<br />
delen. Op dezelfde wijze bepaalde<br />
hij vervolgens een van de staande<br />
zijden. Daarna bracht hij op ooghoogte<br />
de horizon aan. Dat deed<br />
hij door op de tekening een stip<br />
aan te brengen met daarbij veelal<br />
de handgeschreven annotatie<br />
‘oog’. Bij een hoge horizon stond<br />
Saenredam op een ladder tegen<br />
een van de zuilen. Lag de horizon<br />
laag, dan zat hij op een stoel.<br />
Had hij de horizon eenmaal getekend,<br />
dan bepaalde hij het centrale<br />
vluchtpunt, waar alle lijnen samenkomen,<br />
én het distantiepunt. Met<br />
deze parameters kon hij volgens<br />
vastgestelde maatverhoudingen<br />
overal op het beeldvlak voorwerpen<br />
neerzetten, op voorwaarde dat<br />
hij de afmetingen kende van de<br />
objecten. Het is vrijwel zeker dat<br />
Saenredam deze meettechnieken<br />
heeft geleerd van de Haarlemse<br />
landmeter en cartograaf Pieter Wils.<br />
Kleuraanwijzing<br />
Nadat Saenredam op deze manier<br />
de constructietekening had gecomponeerd,<br />
bracht hij met blauw,<br />
grijs en lichtbruin wassingen aan,<br />
bedoeld als kleuraanwijzing voor<br />
het schilderij. Soms noteerde hij<br />
ook op de tekening een kleuraanduiding,<br />
zoals ‘oker’. Nu volgde de<br />
fase waarin de constructietekening<br />
vertaald moest naar een schilderij,<br />
waarbij de hele perspectiefconstructie<br />
exact werd overgenomen.<br />
Daartoe combineerde hij een reeds<br />
bekende techniek uit het grafische<br />
vak met een tot dan toe in de<br />
schilderkunst nog niet eerder gebruikte<br />
techniek: het zogenaamde<br />
‘calqueren’. In de collectie zit één<br />
tekening die is gebruikt als ontwerptekening<br />
voor de prent met<br />
het interieur van de St.-Bavo, die<br />
is gemaakt voor Samuel Ampzing’s<br />
Beschryvinge ende lof der stad<br />
Haerlem. Op de achterzijde van<br />
deze ontwerptekening is duidelijk<br />
te zien dat hij de perspectieflijnen<br />
met een stomp voorwerp heeft<br />
doorgegriffeld in de etsgrond van<br />
de koperplaat. Op die manier wist<br />
hij het perspectief exact over te<br />
brengen.<br />
Roet<br />
Bij de constructietekeningen voor<br />
de schilderijen paste hij een variant<br />
toe op deze techniek, namelijk<br />
door de achterzijde eerst in te<br />
wrijven met roet. Op die manier<br />
creëerde hij een soort carbonpapier.<br />
Vervolgens legde hij de<br />
tekening op een geprepareerd<br />
paneel en griffelde hij met een<br />
stomp voorwerp alle perspectieflijnen<br />
over op het paneel. Alle<br />
constructietekeningen uit het bezit<br />
van het <strong>NHA</strong> hebben deze geroete<br />
achterzijden.<br />
Boekhouder<br />
Bijzonder interessant is dat<br />
Saenredam zijn constructietekeningen<br />
voorzag van uitgebreide,<br />
geschreven informatie. In een strak<br />
en gelijkmatig handschrift schreef<br />
hij minutieus op wanneer hij een<br />
constructietekening had gemaakt<br />
en vervolgens wanneer hij het<br />
schilderij naar de tekening had geschilderd.<br />
Ook geeft hij informatie<br />
16<br />
17
# 6 | Het verhaal achter de tekeningen van Pieter Saenredam<br />
Opmetingstekening van de Grote of<br />
St.-Bavokerk, detail van de zuidmuur<br />
(binnenzijde), 1635.<br />
Constructietekening van het interieur van<br />
de Nieuwe Kerk vanuit het noordwesten<br />
naar het zuidoosten, 1651.<br />
over het formaat van het schilderij.<br />
Op basis van al deze informatie<br />
weten we dat de oudste constructietekening<br />
van Saenredam uit de<br />
collectie van het <strong>NHA</strong> dateert uit<br />
1629. Een jaar later is het schilderij<br />
ook afgerond: In Jullijus 1629<br />
is dees teijckening [g]emaeckt, en<br />
de 1630 geschildert soo g[r]oot<br />
als deese teijckeningh is. Is een<br />
gesight inde groote kerck binnen<br />
Haerlem in Hollant, lezen we. De<br />
meest recente constructietekening<br />
stelt het interieur voor van de<br />
Nieuwe Kerk en dateert van 1651.<br />
Een jaar later, op 23 <strong>mei</strong> 1652,<br />
legde hij de laatste hand aan het<br />
schilderij, aldus het opschrift.<br />
Tijdsverschil<br />
Het komt ook voor dat tussen de<br />
afronding van een constructietekening<br />
en het schilderij jaren<br />
tijdsverschil zat. Zo beëindigde<br />
Saenredam op 15 december 1635<br />
een constructietekening met een<br />
gezicht op de zuidelijke transeptarm<br />
van de St.-Bavo, waarvan hij<br />
pas in 1648 een schilderij maakte.<br />
Bovendien meldt hij dat het<br />
schilderij groter is dan de tekening,<br />
namelijk breet vijff voet ende<br />
2 duijmen; ende is hoogh 6 voet<br />
ende 3 duijmen. Naer kermer ofte<br />
kennemer voetmaet.<br />
Beterschap<br />
Vrijwel alle interieurtekeningen van<br />
de St.-Bavo en de Nieuwe Kerk,<br />
inclusief de constructietekeningen,<br />
zijn in de tweede helft van<br />
de negentiende eeuw verworven<br />
door het Gemeentearchief Haarlem,<br />
hetzij door aankoop, hetzij<br />
door schenking. De eerste schenking<br />
van Saenredams tekeningen<br />
is afkomstig van de Haarlemse<br />
textielindustrieel Thomas Wilson<br />
en dateert van 1852. Wilsons<br />
fabrieken stonden bepaald niet<br />
bekend als ‘milieuvriendelijk’. Door<br />
het lozen van allerlei chemicaliën,<br />
gebruikt voor het bedrukken van<br />
katoen, was het water in de stad<br />
behoorlijk vervuild. Op last van het<br />
gemeentebestuur beloofde Wilson<br />
beterschap. Deze belofte vergezelde<br />
hij van een omvangrijke en<br />
kapitale schenking aan de gemeente<br />
van 565 werken op papier,<br />
waaronder twee Saenredams.<br />
Bijzondere fase<br />
In 1857 wordt Mr. Adriaan Justus<br />
Enschedé door het gemeentebestuur<br />
aangesteld als de eerste<br />
stadsarchivaris van Haarlem.<br />
Enschedé was telg uit het beroemde<br />
drukkers- en uitgeversgeslacht.<br />
Met zijn aanstelling als archivaris<br />
begint een bijzondere fase wat betreft<br />
de acquisitie van Saenredams<br />
tekeningen. Tussen 1874 en 1878<br />
schonk Enschedé privé maar liefst<br />
negen Saenredamtekeningen aan<br />
het archief. Daarnaast kocht hij<br />
als archivaris ook nog eens twee<br />
tekeningen.<br />
Een bijzondere schenking<br />
Vier constructietekeningen van<br />
Saenredam hebben op de achterzijde<br />
een zeer opmerkelijk stempel,<br />
namelijk dat van Teylers Museum.<br />
Deze tekeningen maakten deel uit<br />
van een van de meest bijzondere<br />
schenkingen aan het Gemeentearchief.<br />
In het jaarverslag over 1876<br />
meldt Enschedé namelijk, dat Aan<br />
den Stedelijken Atlas […] werd vereerd<br />
door […] Heeren Directeuren<br />
van Teylers Stichting een schenking<br />
van zestien tekeningen uit hun<br />
eigen collectie. Deze zestien tekeningen,<br />
waaronder de vier constructietekeningen<br />
van Saenredam,<br />
Hij griffelde met<br />
een stomp voorwerp<br />
alle perspectieflijnen<br />
over<br />
worden in het verslag nauwkeurig<br />
beschreven. Pas onlangs is dit<br />
verslag teruggevonden in het <strong>NHA</strong>.<br />
Waarom de directeuren deze tekeningen<br />
hebben geschonken is niet<br />
bekend. In het archief van Teylers<br />
Stichting is alleen een dankbetuiging<br />
van de gemeente te vinden.<br />
Vermoedelijk zijn ze geschonken<br />
vanwege de specifieke topografische<br />
Haarlemse voorstellingen. Het<br />
feit dat A.J. Enschedé lid was van<br />
Teylers Tweede Genootschap kan<br />
zeker een rol hebben gespeeld.<br />
Onopgemerkt<br />
Wat betreft de door Enschedé<br />
verworven Saenredamtekeningen<br />
is er een boeiende relatie met de<br />
collectie van zijn overgrootvader<br />
Johannes I Enschedé (1708-1780),<br />
de oprichter van de drukkerij/<br />
uitgeverij, een verband dat tot nu<br />
toe onopgemerkt is gebleven. Alle<br />
‘Haarlemse’ tekeningen van Saenredam<br />
maakten oorspronkelijk deel<br />
uit van Johannes’ I omvangrijke<br />
kunstverzameling, misschien wel<br />
een van de belangrijkste kunstverzamelingen<br />
van Nederland. Uitgebreid<br />
onderzoek van de beeldcollecties<br />
van het <strong>NHA</strong> leert ons dat<br />
A.J. Enschedé stelselmatig werken<br />
op papier uit de collectie van zijn<br />
overgrootvader heeft teruggekocht<br />
als de mogelijkheid zich voordeed.<br />
Vervolgens schonk hij de tekeningen<br />
aan de stad, waarna ze in het<br />
Gemeentearchief belandden.<br />
Tentoonstelling<br />
De drie tekeningen van Saenredam<br />
zijn te zien op de tentoonstelling<br />
‘Drawings for Paintings<br />
in the Age of Rembrandt’ in The<br />
National Gallery of Art, Washington,<br />
van 2 oktober <strong>2016</strong> tot 2<br />
januari 2017 en vervolgens in de<br />
Fondation Custodia/ Frits Lugt<br />
Collection in Parijs. Alle Saenredamtekeningen<br />
zijn voor deze<br />
gelegenheid op hoge kwaliteit<br />
gedigitaliseerd.<br />
18<br />
19
MOOI<br />
GEWEEST<br />
# 6 | Mooi geweest<br />
Unie Van (Vrouwelijke)<br />
Vrijwilligers draagt archief<br />
over op Vrouwendag<br />
Verjaardag van de<br />
stad Haarlem<br />
Op maandag 23 november 2015 was het precies<br />
770 jaar geleden dat Haarlem stadsrechten kreeg.<br />
Deze bijzondere gebeurtenis kon het Noord-Hollands<br />
Archief niet zomaar voorbij laten gaan! ’s Ochtends<br />
was er een feestelijk ontbijt in de Janskerk voor alle<br />
inwoners van Haarlem die – net als de stad – jarig<br />
zijn op 23 november. Tijdens dit ontbijt onthulde<br />
burgmeester Bernt Schneiders een nieuwe vitrine<br />
met daarin het stadsrecht van Haarlem. Het Ampzing<br />
Genootschap zorgde voor een muzikale omlijsting van<br />
het geheel. Vanaf tien uur waren alle inwoners van<br />
Haarlem welkom in de Janskerk om het stadsrecht<br />
te komen bewonderen. De eerste 770 bezoekers<br />
kregen koffie of thee met een petit four. Ook de<br />
winnende klassen van de ontwerpwedstrijd ‘Wapen<br />
van de stad’ van de gemeente Haarlem kwamen op<br />
verjaardagsvisite bij het Noord-Hollands Archief. De<br />
feestdag werd afgesloten met het Historisch Café<br />
‘770 jaar Haarlem!’.<br />
Green Key certificaat<br />
Op dinsdag 26 januari jl. heeft het Noord-Hollands<br />
Archief het felbegeerde Green Key Certificaat voor<br />
duurzame bedrijfsvoering in ontvangst genomen,<br />
samen met zeven andere Haarlemse culturele<br />
instellingen. Het Green Key Certificaat is in drie<br />
gradaties te behalen: brons, zilver en goud. De<br />
beide locaties van het Noord-Hollands Archief<br />
hebben het zilveren niveau behaald.<br />
Leerlingen van de<br />
Kinderuniversiteit<br />
Haarlem zijn bezig<br />
met een opdracht in<br />
het Noord-Hollands<br />
Archief,<br />
9 november 2015.<br />
Op Internationale Vrouwendag, 8 maart <strong>2016</strong>, heeft<br />
de Stichting Unie Van Vrijwilligers Haarlem e.o.<br />
(UVV), vroeger Unie van Vrouwelijke Vrijwilligers,<br />
haar archief over de periode 1940-1990 officieel<br />
overgedragen aan het Noord-Hollands Archief. ‘Wij<br />
vinden dat informatie over onze geschiedenis voor<br />
iedereen toegankelijk moet zijn en zijn verheugd<br />
dat het Noord-Hollands Archief hiervoor zorgdraagt.<br />
Als eerbetoon aan de oprichting en initiatieven in<br />
het verleden vond de officiële overdracht plaats op<br />
Internationale Vrouwendag,’ aldus drs. Lida Veen,<br />
voorzitter van het bestuur van de UVV. Het Noord-<br />
Hollands Archief heeft het archief van de UVV<br />
geïnventariseerd en beschreven. De inventaris van het<br />
archief is beschikbaar op de website van het Noord-<br />
Hollands Archief. Het archiefmateriaal kan worden<br />
geraadpleegd op de locatie Jansstraat.<br />
Historisch Café ‘Terug<br />
naar de schoolbanken’<br />
Het Historisch Café op maandagavond 21 maart<br />
<strong>2016</strong> had als thema ‘Terug naar de schoolbanken’.<br />
Dick van Gijlswijk van de Historische Vereniging<br />
Haerlem hield een lezing over de stads(armen)<br />
scholen in Haarlem in de achttiende en<br />
negentiende eeuw, het thema van de aankomende<br />
tentoonstelling in de Hoofdwacht in Haarlem.<br />
Aansluitend gaf Anneke van den Bergh, conservator<br />
van de Oude Boekerij en Bijzondere Collecties<br />
bij het Noord-Hollands Archief, een lezing over<br />
leermiddelen voor lezen en schrijven in dezelfde<br />
periode. Het trio Bijlsma²Hooglugt wisselde de<br />
sprekers af met toepasselijke historische liedjes.<br />
Emeritus-hoogleraar Piet de Rooy sloot de avond af<br />
met een gesproken column.<br />
RHC Vecht en Venen (@RHCVV)<br />
@<strong>NHA</strong>rchief Van harte gefeliciteerd met<br />
jullie nieuwe website! Ziet er goed uit :-)<br />
01-12-2015 09:46 uur<br />
20 21
# 6 | Op de huid van het kunstwerk<br />
Tekst: Frederike Leffelaar / beeld: Noord-Hollands Archief<br />
Op de huid van het<br />
kunstwerk<br />
De beeldcollectie Kennemer Atlas van het Noord-Hollands Archief bevat 34 tekeningen die<br />
toegeschreven zijn aan de zeventiende-eeuwse kunstenaar Pieter Saenredam. Deze prachtige<br />
tekeningen zijn veelal voorstudies voor zijn schilderijen. Voordat ze vorig jaar konden<br />
worden gedigitaliseerd, zijn ze eerst door de restauratieafdeling van het <strong>NHA</strong> behandeld<br />
zodat ze tijdens het digitaliseren veilig te hanteren waren. Restaurator Frederike Leffelaar<br />
deed daarbij interessante ontdekkingen.<br />
Met een strook<br />
archiefplakband<br />
op het steunkarton<br />
geplakt<br />
De tekeningen van Saenredam<br />
waren vastgezet in mappen van<br />
museumkarton. Omdat bij de<br />
digitalisering voor het eerst ook<br />
de achterkanten van de tekeningen<br />
gefotografeerd werden – die<br />
geven namelijk informatie over de<br />
werkwijze van de kunstenaar –,<br />
is de bevestiging losgehaald.<br />
Meestal is dit een kwestie van het<br />
voorzichtig doorsnijden van de<br />
aangebrachte scharnieren. Maar<br />
een aantal tekeningen was in het<br />
verleden met een strook archiefplakband<br />
op het steunkarton<br />
geplakt. Deze zelfklevende tape<br />
is volgens de huidige inzichten<br />
niet geschikt voor permanente<br />
conservering. Op den duur zakt de<br />
lijm namelijk in het papier en kan<br />
verkleuring ontstaan. De tape is<br />
verwijderd met gebruik van een<br />
föhn en een spateltje.<br />
Japans papier<br />
Na het loshalen van de oude<br />
bevestiging zijn de tekeningen<br />
voorzien van een marge die is<br />
vastgezet met een kraalrandje tarwestijfsel.<br />
Deze marge van Japans<br />
papier beschermt de randen van<br />
de tekening en zorgt ervoor dat de<br />
tekening zelf niet meer aangeraakt<br />
hoeft te worden. Bovendien kan de<br />
marge van de tekening gebruikt<br />
worden om het object in een map<br />
of passe-partout te bevestigen.<br />
Details<br />
Deze conserverende behandeling,<br />
het zogeheten ‘klaarmaken<br />
voor digitalisering’, was een goede<br />
gelegenheid om de tekeningen<br />
nauwkeurig te bekijken. De mogelijkheid<br />
om op de huid van een<br />
kunstwerk te zitten is een van de<br />
bijzondere kanten van het vak van<br />
restaurator. Daarbij let ik vaak niet<br />
zozeer op de afbeelding zelf maar<br />
meer op details die op schade of<br />
verval kunnen wijzen. Maar ook<br />
kijk ik naar gebruikssporen en<br />
sporen van de maker, die vertellen<br />
immers veel over de geschiedenis<br />
van een object.<br />
Oude restauraties<br />
Aan de sporen te zien, hebben<br />
Saenredams tekeningen een heel<br />
verleden van ingrepen en reparaties<br />
achter de rug. Zolang deze<br />
oude reparaties en restauraties<br />
geen schade veroorzaken aan het<br />
object of esthetisch niet storend<br />
zijn, wordt meestal besloten ze te<br />
laten zitten. Ze horen immers bij<br />
de gebruiksgeschiedenis. Bovendien<br />
geven ze een beeld van hoe<br />
met de tekeningen is omgegaan in<br />
het verleden.<br />
Sommige sporen zijn van oude<br />
restauraties. Op de achterkant van<br />
deze tekening bijvoorbeeld zijn<br />
meerdere lagen oude reparaties<br />
te zien. Verschillende lagen papier<br />
zijn op elkaar geplakt. [1]<br />
Op deze beelden is te zien dat op<br />
de achterkant een reparatie van<br />
blauw gekleurd papier is aangebracht.<br />
[2] Op de voorzijde is deze<br />
reparatie ook te zien, maar valt hij<br />
minder op dan een witte reparatie<br />
zou doen. [3]<br />
22 23<br />
1<br />
2<br />
3
# 6 | Op de huid van het kunstwerk<br />
4<br />
7<br />
Degene die deze reparatie heeft<br />
aangebracht, heeft de lijnen van<br />
de vloer doorgetrokken om het<br />
beeld aan te vullen. [4]<br />
Fantasie<br />
Sommige tekeningen zijn met meer<br />
fantasie geretoucheerd. Op deze<br />
tekening is het ontbrekende stuk<br />
handschrift aangevuld. Maar omdat<br />
niet duidelijk is wat er staat, is dit<br />
door middel van handschriftachtige<br />
vlekjes gedaan. In de<br />
hedendaagse restauratie-praktijk<br />
zou dit niet meer zo gedaan<br />
worden. [5]<br />
Op dezelfde tekening zijn ook delen<br />
van de bogen aangevuld. [6]<br />
5<br />
6<br />
8 10<br />
Andere sporen zijn van Saenredam<br />
zelf.<br />
Op de achterzijde van deze<br />
tekening is te zien hoe twee vellen<br />
papier aan elkaar geplakt zijn.<br />
Door de rand te scheuren ontstaat<br />
een geleidelijke overgang. [7]<br />
Op de achterkant van deze tekening<br />
staat een curieuze schets.[8]<br />
Vieze vingers op de achterkant van<br />
dit exemplaar. [9]<br />
En, zou dit een vingerafdruk van<br />
Pieter Saenredam zelf kunnen<br />
zijn? [10]<br />
9<br />
In de Beeldbank van het <strong>NHA</strong> zijn<br />
de tekeningen nu aan beide zijden<br />
te bekijken en kan iedereen details<br />
ontdekken.<br />
24<br />
25
# 6 | Topstuk<br />
Tekst: Wim de Wagt / beeld: de beeldmarketeers (portret) en Noord-Hollands Archief<br />
Topstuk<br />
Het lijkt onbegonnen werk, uit de enorme collectie van Fotoburo De Boer een favoriet kiezen.<br />
Alleen al de onlineverzameling telt meer dan 9.000 foto’s. Toch is Marianne Hamersma<br />
hierin geslaagd. Het werd een verstilde foto van een wel heel originele protestactie.<br />
Sneue dingen<br />
spreken me altijd<br />
aan<br />
Rechts Marianne met haar topstuk.<br />
26<br />
De foto werd in november 1997<br />
gemaakt door Edwin Heeremans<br />
van Fotoburo De Boer, dat toen<br />
nog United Photos De Boer heette.<br />
Heeremans was naar Zandvoort<br />
gereden om de installatie van<br />
een beeldend kunstenaar, Victor<br />
Bol, vast te leggen. ‘Actie tegen<br />
vliegeiland’ noemde Bol zijn<br />
ludieke installatie, waarmee hij<br />
protest aantekende tegen het idee<br />
om voor de Zandvoortse kust een<br />
complete luchthaven te bouwen. In<br />
die tijd waren er namelijk serieuze<br />
plannen om de uitbreiding van<br />
Schiphol in zee te realiseren. Dit<br />
tot grote ergernis van de liefhebbers<br />
van een lege horizon en het<br />
onverstoorde ruisen van de golven,<br />
zoals deze Zandvoortse kunstenaar,<br />
die ook wel bekend staat als<br />
de oprichter van het ‘Juttersmu-<br />
ZEE-um’ in de badplaats.<br />
Contradictie<br />
‘Ik vind het een supermooi beeld,’<br />
zegt Marianne. ‘Die man die daar<br />
zo eenzaam op dat eilandje staat<br />
en die boom moet vasthouden. De<br />
twee vrouwen, die verbaasd staan<br />
te kijken wat hij aan het doen is.<br />
Zijn protest is heel rustig. Terwijl je<br />
rust en protest niet zo gauw aan<br />
elkaar koppelt. Die contradictie,<br />
daar hou ik wel van. Dat heeft Bol<br />
hier heel mooi neergezet. Poëtisch<br />
en sfeervol. Het is natuurlijk wel<br />
een tijdelijk beeld, want terwijl je<br />
ernaar kijkt weet je dat de zee dat<br />
eilandje al weer gauw zal wegspoelen.<br />
Daarom is het ook zo leuk<br />
dat het op de foto is vastgelegd.’<br />
Grasduinen<br />
Marianne, die zelf kunstenares is,<br />
werkt anderhalve dag per week<br />
achter de balie van het Noord-<br />
27
# 6 | Topstuk<br />
Protest van kunstenaar Victor Bol tegen<br />
plannen voor een luchthaven in zee,<br />
door: Edwin Heeremans / United Photos<br />
de Boer, Zandvoort, 1997.<br />
Hollands Archief aan de Jansstraat.<br />
Daarnaast houdt ze de Facebookpagina<br />
van het <strong>NHA</strong> bij en sinds<br />
kort grasduint ze daarvoor in de<br />
collectie van Fotoburo De Boer.<br />
Omdat de zomertentoonstelling<br />
gewijd zal zijn aan de collectie van<br />
dit fotopersbureau, maakt ze voor<br />
de Facebookpagina iedere week<br />
een keuze uit deze rijke verzameling<br />
nieuwsfoto’s. Het <strong>NHA</strong> hoopt<br />
op die manier het publiek al vroeg<br />
bij de tentoonstelling te betrekken<br />
en reacties naar aanleiding van de<br />
foto’s los te maken.<br />
Coach<br />
Marianne: ‘Wat me ook aanspreekt<br />
in deze foto is dat Victor Bol net<br />
als ik kunstenaar is. Ik zie er ook<br />
wel elementen van mijn eigen<br />
werk in terugkeren: die paalachtige<br />
dennenboom doet me denken aan<br />
Dit was toen<br />
het nieuws<br />
de paaltjes en hekjes waar ik zelf<br />
door geboeid word. Sneue dingen<br />
spreken me altijd aan.’<br />
De in Damwoude (Friesland) geboren<br />
kunstenares woont sinds twee<br />
jaar in Haarlem. Ze kreeg haar<br />
opleiding als beeldend kunstenaar<br />
in Enschede en Gent. Haar atelier<br />
heeft ze in de Nieuwe Vide, het<br />
ateliergebouw met tentoonstellingsruimte<br />
in de Waarderpolder.<br />
Daar werkt ze ook als coach bij de<br />
zogeheten Nieuwe Vide Academy,<br />
waar jongeren van 15 tot en met<br />
19 jaar begeleid worden bij het<br />
kijken en maken van kunst. Verder<br />
is ze bij Sugar Pop Institute, een<br />
nieuw pop-up kunstinitiatief in<br />
Haarlem, betrokken bij de organisatie<br />
van exposities.<br />
Tragisch<br />
Ze wordt getroffen door ‘de knulligheden<br />
op straat’, zegt ze. Zoals<br />
rare elektriciteitshokjes, scheve<br />
verkeersborden, loshangende<br />
leidingen. Of weggegooide Golden<br />
Powerblikjes van de Aldi: ‘Helemaal<br />
verkreukeld, alle energie<br />
van het drankje eruit geperst. Die<br />
tegenstelling!,’ roept Marianne uit.<br />
‘Een tragisch drama, vind ik dat.’<br />
Ze fotografeerde tachtig van die<br />
afgedankte blikjes op straat en<br />
maakte van de verzameling een<br />
grote fotoprint. Behalve met prints<br />
werkt ze ook graag met stoffen en<br />
keramiek.<br />
Ongelukken<br />
De maar liefst twee miljoen afdrukken<br />
en negatieven omvattende<br />
verzameling van het fotobureau,<br />
dat bestierd werd door achtereenvolgens<br />
Cees en zijn zoon<br />
Poppe de Boer, kwam in 2013 in<br />
eigendom van het <strong>NHA</strong>. Marianne:<br />
‘Om een paar foto’s per week uit<br />
te zoeken bekijk ik er op mijn<br />
scherm soms wel driehonderd op<br />
een ochtend. Degene die ik mooi<br />
vind zet ik apart en geef ik door<br />
aan de tentoonstellingsmakers. De<br />
tentoonstelling wordt ingedeeld in<br />
verschillende rubrieken, zoals protestfoto’s<br />
en ongelukken. Dus als ik<br />
een ‘leuk’ ongeluk tegenkom mail<br />
ik die foto door. Het komt ook wel<br />
voor dat ik beelden tegenkom die<br />
me zelf op nieuwe ideeën brengen.’<br />
Actievoerders<br />
Ze laat nog wat foto’s zien die haar<br />
aandacht trokken bij het zoeken<br />
naar een favoriet. Eentje van een<br />
protestactie tegen isoleercellen in<br />
het Provinciaal Ziekenhuis bijvoorbeeld,<br />
gemaakt in 1987. Een<br />
gezelschap actievoerders houdt<br />
in een zaal in het Provinciehuis<br />
aan de Dreef bordjes omhoog met<br />
woorden als ‘Kul’ en ‘Lulkoek’. ‘Daar<br />
moest ik vreselijk om lachen. Echt<br />
woorden van toen.’<br />
‘Eigenlijk hou ik van heel andere<br />
fotografie, maar door mijn<br />
werk hier in het archief en voor<br />
de Facebookpagina leer ik er op<br />
een andere manier naar kijken.<br />
Nieuwsfoto’s geven een goed<br />
tijdsbeeld, daarom is het belangrijk<br />
om ze te bewaren. Dit was toen<br />
het nieuws. En aan sommige foto’s,<br />
zoals deze van Edwin Heeremans,<br />
merk je dat de fotograaf net even<br />
iets meer heeft willen doen met<br />
het onderwerp.’<br />
Betoging Anti Isolatie Aktie Provinciaal<br />
Ziekenhuis, gehouden in het Provinciehuis,<br />
door: United Photos de Boer,<br />
Haarlem, 1987.<br />
De tentoonstelling 2.000.000 x<br />
Fotoburo De Boer. Een halve<br />
eeuw persfotografie, is te zien<br />
van 10 juli t/m 17 september<br />
<strong>2016</strong> in het <strong>NHA</strong>, Janssstraat 40.<br />
28 29
# 6 | Evacuatie per trein<br />
Tekst: Jan van der Male / beeld: Noord-Hollands Archief<br />
Evacuatie per trein<br />
De evacuatie van psychiatrische patiënten van<br />
Provinciaal Ziekenhuis Meer en Berg in Bloemendaal<br />
in de winter van 1943<br />
Vorig jaar was het zeventig jaar geleden dat ons land werd bevrijd van de Duitse overheersing.<br />
Daarbij was er ook aandacht voor het oorlogsleed van psychiatrische patiënten,<br />
onder andere met een tv-uitzending over de evacuatie van patiënten en personeelsleden<br />
van psychiatrische ziekenhuizen in het westen van het land naar veiliger oorden. Ook het<br />
Noord-Hollands Archief leverde een bijdrage aan deze uitzending. 1 Een van de ziekenhuizen<br />
was Meer en Berg in Bloemendaal. Een spoorlijntje tussen het ziekenhuisterrein en station<br />
Santpoort speelde bij deze evacuatie een belangrijke rol.<br />
Het grootste deel<br />
kon lopend vanaf<br />
Meer en Berg<br />
door Santpoort<br />
naar het station<br />
Boven Een tekening van station Santpoort<br />
(nu Santpoort-Zuid) met op de voorgrond<br />
de spoorlijn naar het ziekenhuisterrein,<br />
1903.<br />
In 1849 werd in de bosrijke omgeving<br />
van Bloemendaal, vlak bij de<br />
grens met Santpoort, een psychiatrisch<br />
ziekenhuis geopend: Meer<br />
en Berg (ook wel ‘Meerenberg’<br />
genoemd). Een rustige omgeving<br />
verdiende voor de genezing van<br />
patiënten immers de voorkeur<br />
boven een druk stadscentrum. 2<br />
In eerste instantie konden er een<br />
kleine 300 patiënten worden<br />
opgenomen, rond 1900 was dat<br />
aantal uitgebreid tot circa 1.300,<br />
en in 1930 verbleven er maar liefst<br />
1.475, plus ongeveer 300 personeelsleden.<br />
Compleet dorp<br />
Meer en Berg was dus een dorp op<br />
zichzelf en het is dan ook niet verwonderlijk<br />
dat in het oorspronkelijke<br />
ontwerp van de spoorverbinding<br />
vanuit Haarlem richting Staatslijn<br />
K (de lijn Den Helder-Amsterdam)<br />
een station werd gedacht bij de<br />
Brederodelaan, vlak bij de ingang<br />
van het Provinciaal Ziekenhuis, en<br />
niet bij de dorpskernen Bloemendaal<br />
of Santpoort. Met toen<br />
ongeveer 1.100 patiënten en personeelsleden<br />
en het nodige bezoek<br />
was Meer en Berg nu eenmaal een<br />
drukker bevolkingscentrum dan<br />
een dorp als Bloemendaal, waar<br />
het inwoneraantal op ongeveer<br />
800 bleef steken.<br />
De De Hollandsche IJzeren<br />
Spoorweg-Maatschappij (HIJSM)<br />
kon het waarschijnlijk niet met<br />
grondeigenaren eens worden en/<br />
of de grote hoogteverschillen in<br />
de duinen zorgden voor problemen.<br />
In elk geval werd de spoorlijn<br />
Haarlem-Uitgeest niet ten westen<br />
van Bloemendaal, maar aan de<br />
oostrand aangelegd. Een halte bij<br />
Meer en Berg kwam er niet, wel bij<br />
Santpoort. 3 Op 1 <strong>mei</strong> 1867 werd<br />
deze lijn in gebruik genomen.<br />
Een eigen spooraansluiting<br />
Eind 1850 werd voor Meer en Berg<br />
een eigen steenkolengasfabriek in<br />
gebruik genomen. De aanvoer van<br />
steenkool ging de eerste jaren met<br />
paard en wagen, maar gezien de<br />
grootte van de gebouwen en de<br />
hoeveelheid bewoners bleek dit<br />
na verloop van tijd geen efficiënte<br />
manier van transport. Toen in 1888<br />
de steenkolengasfabriek werd<br />
vervangen door een oliegasfabriek<br />
kon de aanvoer van olie per ketelwagen<br />
via het spoor plaatsvinden.<br />
Datzelfde jaar werd iets ten zuiden<br />
van het station aan het al bestaande<br />
zijspoor naar de kolenhandels<br />
Aankomst van geëvacueerde patiënten en<br />
personeel van Meer en Berg, 1943.<br />
nog een aftakking naar links<br />
gemaakt. Het tracé kwam via het<br />
voorplein van het station ten zuiden<br />
van de Duinweg door het Sleutelbos<br />
en stak de Brederodelaan<br />
over tot op het ziekenhuisterrein.<br />
Daar eindigde het bij de opslag van<br />
het Provinciaal Ziekenhuis. Via een<br />
klein stukje smalspoor en met een<br />
dieseltrekkertje werd de brandstof<br />
naar het ketelhuis van de gasfabriek<br />
gebracht.<br />
30 31
# 6 | Evacuatie per trein<br />
Boven Luchtfoto van Meer en Berg, 1929.<br />
Midden en onder Aankomst van huisraad bij een<br />
paviljoen van de Willem Arntszhoeve in Den Dolder<br />
om te worden ingericht voor geëvacueerde<br />
patiënten en personeel van Meer en Berg, 1943.<br />
Paarden als trekkracht<br />
Naast de aanvoer van olie werden ook<br />
zout, aardappelen en grondstoffen voor<br />
de werkplaatsen via dit spoor vervoerd.<br />
Er waren namelijk een bierbrouwerij,<br />
wasserij, mattenmakerij, borstelmakerij,<br />
weverij, betonwerkplaats, cartonnagewerkplaats,<br />
boekbinder en zelfs<br />
een speelgoedatelier waar patiënten<br />
konden werken. Heel veel sneller ging<br />
het vanaf 1888 trouwens nog niet,<br />
want vooralsnog werden paarden als<br />
trekkracht ingezet. Bovendien was het<br />
zeker met sneeuw een hele klus om de<br />
wagens in beweging te houden op het<br />
Stationsplein en op de Brederodelaan,<br />
waar de rails in de weg lagen. In 1920<br />
trad er verbetering op toen een nieuwe<br />
locomotief werd aangeschaft. De Santpoortse<br />
bevolking gaf de loc algauw de<br />
bijnaam ‘’t Gekje’.<br />
Evacuatie per trein in 1943<br />
De Tweede Wereldoorlog ging bepaald<br />
niet onopgemerkt aan Meer en Berg<br />
voorbij. Omdat er verdedigingswerken<br />
langs de Noordzeekust werden<br />
gebouwd, moest iedereen in dat gebied<br />
evacueren. Dat was geen kleinigheid<br />
en de operatie kostte dan ook maanden<br />
van voorbereiding. Ongeveer<br />
1500 patiënten werden verdeeld<br />
over psychiatrische inrichtingen<br />
in Vught, Den Dolder, Utrecht,<br />
Zutphen, Warnsveld, Deventer en<br />
Woensel. De patiënten werden,<br />
begeleid door verplegend personeel,<br />
per doorgaande trein (Dtrein)<br />
vervoerd. Het grootste deel<br />
kon lopend vanaf Meer en Berg<br />
door Santpoort naar het station.<br />
De zijwegen werden afgezet met<br />
hekken zodat de psychiatrische<br />
patiënten van de gesloten afdeling<br />
geen andere weg konden nemen.<br />
Een aantal patiënten moest echter<br />
liggend vervoerd worden of zat<br />
in een invalidewagentje. Daarom<br />
werden per transport enkele rijtuigen<br />
via de spooraansluiting naar<br />
het ziekenhuisterrein gebracht. Er<br />
werd hiervoor speciaal een perron<br />
van bielzen aangelegd. Met<br />
ziekenauto’s werden de brancardpatiënten<br />
van de gebouwen naar<br />
de trein gebracht. Goederen zoals<br />
bedden, stoelen, tafels, kasten,<br />
pannen, borden, bestek, apparatuur<br />
zoals het röntgenapparaat,<br />
levensmiddelen en nog veel meer,<br />
werden per schip vervoerd.<br />
Niet door de bocht<br />
Het eerste transport vertrok op 4<br />
januari 1943 naar Zorgpark Voorburg<br />
in Vught. Met dit transport<br />
gingen 250 vrouwelijke patiënten<br />
mee, waarvan er 49 via het<br />
Prentbriefkaart van station Santpoort (nu<br />
Santpoort-Zuid) met links de aftakking naar<br />
de laad- en losweg en Meer en Berg.<br />
spoor vanaf het ziekenhuisterrein<br />
vertrokken. De trein bestond uit<br />
zeven rijtuigen, getrokken door<br />
een locomotief van het stoomlocomotievendepot<br />
Amsterdam.<br />
Maar omdat deze locomotief de<br />
rijtuigen niet door de bochten van<br />
het Santpoortse tracé kon trekken,<br />
moest er vanuit Amsterdam een<br />
tweede loc komen. Met twee locs<br />
lukte het wel, maar toch moesten<br />
na elk transport de rails weer op<br />
de bielzen vastgenageld worden.<br />
32 33
# 6 | Evacuatie per trein<br />
Boven De locomotief van Meer en Berg passeert<br />
in juli 1953, kort voor het sluiten van de spooraansluiting,<br />
met een wagen de Brederodelaan in<br />
Bloemendaal vlak voor de hoofdingang van het<br />
ziekenhuisterrein.<br />
1 Zie http://www.eo.nl/ditisdedag/<br />
reportage/aflevering-detail/dit-is-dedag-20150425t211800/.<br />
Midden en onder Kipwagens, getrokken door een<br />
dieseltrekkertje, brachten via een smalspoorlijntje<br />
de goederen vanaf de spoorlijn naar de<br />
afzonderlijke gebouwen op het ziekenhuisterrein,<br />
ca. 1953.<br />
Oncomfortabel<br />
Op maandag 11 januari vertrok de<br />
tweede trein met bestemming de Willem<br />
Arntsz Hoeve in Den Dolder. Het<br />
was een koude dag met een gemiddelde<br />
gevoelstemperatuur van -8,2<br />
graden. Ook de dagen daarna bleef<br />
het rond het vriespunt, wat het reizen<br />
voor de patiënten en het personeel erg<br />
oncomfortabel maakte. In totaal kregen<br />
500 patiënten uit Meer en Berg in Den<br />
Dolder onderdak. 13 januari volgde<br />
een treintransport met 190 patiënten<br />
naar het Willem Arntsz Huis in Utrecht<br />
en twee dagen later vertrok een D-<br />
trein naar het oosten van ons land;<br />
naar het Oude en Nieuwe Gasthuis in<br />
Zutphen (10 patiënten), Groot-Graffel<br />
in Wanrsveld (190 patiënten) en het<br />
Sint Elisabethsgasthuis en Brinkgreven<br />
in Deventer (respectievelijk 50 en 280<br />
patiënten). De laatste trein reed enkele<br />
weken later met de laatste tientallen<br />
patiënten richting het Rijkskrankzinnigengesticht<br />
in Woensel.<br />
Wanhopige daad<br />
Ongeveer honderd Joodse patiënten<br />
zijn overigens tijdens deze transporten<br />
gered. Allen mochten bij de evacuatie<br />
enkele bezittingen bij zich houden<br />
en tijdens één treintransport nam<br />
iedereen een kamerplant mee,<br />
die de Joden pal voor hun Jodenster<br />
hielden. Door deze simpele,<br />
maar wanhopige daad bleven ze<br />
onopgemerkt. Dat gold helaas niet<br />
voor een groep onderduikers op<br />
het ziekenhuisterrein. Zij werden<br />
verraden en op 2 februari 1943<br />
werd Meer en Berg minutieus uitgekamd,<br />
waarbij de onderduikers<br />
werden gevonden. Wat er met hen<br />
is gebeurd is niet bekend.<br />
Ondervoeding<br />
Vooral in Den Dolder zijn veel<br />
psychiatrische patiënten omgekomen<br />
door ondervoeding. Velen<br />
overleden aan tbc. In Groot-Graffel<br />
in Warnsveld is in de laatste oorlogsdagen<br />
veel gevochten, omdat<br />
de geallieerden het ziekenhuisterrein<br />
aanzagen voor een bolwerk<br />
van Duits verzet. Hierbij zijn ook<br />
Tijdens een van de evacuatietransporten in<br />
januari 1943 worden patiënten op brancards<br />
op het ziekenhuisterrein via de ramen in de<br />
trein getild.<br />
slachtoffers gevallen onder verplegers<br />
en patiënten. Enige tijd na de<br />
bevrijding keerden de overgebleven<br />
bewoners van Meer en Berg terug<br />
naar Bloemendaal.<br />
Het einde van de spoorverbinding<br />
Na de oorlog werd de spoorlijn<br />
vanaf station Santpoort naar het<br />
Provinciaal Ziekenhuis nog wel<br />
gebruikt, maar na enkele jaren<br />
werden de werkplaatsen gesloten.<br />
De grondstoffen die daar gebruikt<br />
werden, waren dus niet meer nodig<br />
en de spooraansluiting raakte<br />
overbodig. In 1954 werd de spooraansluiting<br />
naar Meer en Berg gesloten<br />
en rond 1958 opgebroken.<br />
De locomotief werd verkocht.<br />
2 Een tweede en derde psychiatrisch<br />
ziekenhuis in de provincie Noord-<br />
Holland verrezen in respectievelijk<br />
1909 in Bakkum bij Castricum en in<br />
1923 in Medemblik. In Castricum werd<br />
tussen 1914 en 1938 zelfs een speciale<br />
tramverbinding tussen het ziekenhuis<br />
en het station geëxploiteerd.<br />
3 De inwoners van Bloemendaal moesten<br />
tot 1891 wachten tot de HIJSM<br />
bij de overweg in de Kleverlaan een<br />
eenvoudige stopplaats aanlegde.<br />
4 Tegenwoordig is de Museum Buurtspoorweg<br />
eigenaar. De bijna een eeuw<br />
oude locomotief staat nu in Haaksbergen.<br />
Geraadpleegde bronnen:<br />
Giffen, K. van. Station Haarlem. Hollandsche<br />
sporen door Haarlem en omstreken.<br />
Uitgeverij Spaar & Hout, 2007.<br />
Kolkman, H. Industrielocomotieven.<br />
Motorlocomotieven op Nederlandse<br />
raccordementen en industriesporen.<br />
Uitgeverij Uquilair, 2008.<br />
Natris, P.J.B.A. de & Twuyver, P. van.<br />
Industrie in Meerenberg? In: Ons<br />
Bloemendaal, 20e jaargang nr. 1, herfst<br />
1996.<br />
Archief van de Directie van het Provinciaal<br />
Ziekenhuis nabij Santpoort te<br />
Bloemendaal, 1849-1991. Noord-Hollands<br />
Archief, toegangs<strong>nummer</strong> 366,<br />
inventaris<strong>nummer</strong> 361-363.<br />
Met dank aan:<br />
Paul Henken<br />
Klaas van Giffen<br />
34 35
# 6 | Haarlem bestaat niet of een stad vol mythen<br />
Tekst: Rob Plasschaert / beeld: Noord-Hollands Archief<br />
Haarlem bestaat niet of<br />
een stad vol mythen<br />
De geschiedenis van Haarlem berust voornamelijk op misverstanden, heeft Lennaert Nijgh<br />
wel eens beweerd. Rob Plasschaert, bibliothecaris, laat een aantal van die onware verhalen,<br />
mythen en mysteries nog eens de revue passeren.<br />
Een grote, donkere<br />
zwerm muggen,<br />
die rond de<br />
toren een dansje<br />
maakten<br />
Boven Verovering van Damiate, 1219.<br />
Rechts Rob van Straaten, winnaar van<br />
de Muggenronde op de schouders van<br />
zijn ploeggenoten, door: Cees de Boer,<br />
Haarlem, 9 augustus 1958.<br />
Zwolle is de stad van de ‘blauwvingers’,<br />
Groningen die van de ‘mollebonen’,<br />
en Tilburg staat bekend<br />
als de stad van de ‘kruikezeikers’.<br />
En Haarlemmers worden ‘muggen’<br />
genoemd. Zo zijn er meer dorpen,<br />
gehuchten en steden in Nederland<br />
die een bijnaam hebben. Waarom<br />
worden Haarlemmers muggen genoemd?<br />
Tot op de dag van vandaag<br />
is er nog niemand geweest die<br />
dit mysterie heeft kunnen oplos-<br />
sen. Bekend is alleen dat deze<br />
benaming al in de veertiende en<br />
vijftiende eeuw werd gebruikt.<br />
Vermoedelijk is het een verklaring<br />
voor het feit dat er vroeger veel<br />
muggen in Haarlem waren. En<br />
dat kwam door de ligging van de<br />
stad. In het noorden was er het IJ<br />
en in het zuiden het Haarlemmermeer.<br />
Bovendien waren er in de<br />
stad toen veel meer grachten dan<br />
tegenwoordig.<br />
Muggen<br />
De benaming ‘mug’ werd eerst nog<br />
gebruikt als scheldnaam. Blijkbaar<br />
schold men een Haarlemmer voor<br />
mug uit om daarmee te zeggen<br />
dat men hem of haar kleingeestig,<br />
stekelig of kleinzielig vond. Ook<br />
kan muggenzifterij, vitten op kleinigheden,<br />
ermee in verband staan.<br />
Een feit is wel, dat de scheldnaam<br />
muggen in vergelijking met<br />
vroeger bijna niet meer gebruikt<br />
wordt. Nu zie je de naam vaak<br />
terug in namen van gebeurtenissen<br />
(de Haarlemse Muggenronde,<br />
een wielerronde voor de jeugd,<br />
sinds 1955) en in bijvoorbeeld een<br />
internetsite (www.degroenemug.<br />
nl). En als in het zuiden van het<br />
land het carnaval losbarst, dan<br />
wordt door sommige inwoners de<br />
Spaarnestad tijdelijk omgedoopt in<br />
‘Muggendonk’. Van 1998 t/m 2001<br />
verscheen bij uitgeverij Gottmer<br />
de zogenaamde Muggenreeks,<br />
een boekenserie waarin Haarlemse<br />
schrijvers hun verhouding<br />
tot Haarlem en de Haarlemmers<br />
probeerden te verwoorden.<br />
Apenluiers<br />
Bewoners van sommige plaatsen<br />
mogen zich over meer dan één<br />
bijnaam verheugen. Zo worden<br />
de inwoners van IJsselstein naast<br />
‘apenluiers’ ook ‘muggenspuiters’<br />
genoemd. In 1929 zagen dorpelingen<br />
namelijk rond de gemeentetoren<br />
dichte wolken opstijgen.<br />
Toen de brandweer poolshoogte<br />
kwam nemen, bleek dat het geen<br />
rook was maar een grote, donkere<br />
zwerm muggen, die rond de toren<br />
een dansje maakten. Hetzelfde<br />
verhaal is ook bekend in Meppel<br />
en in Dalfsen. Overigens ook in<br />
Haarlem is dit verhaal bekend als<br />
een van de mogelijke oplossingen<br />
voor het mysterie.<br />
Onderaardse gangen<br />
In de middeleeuwen werden veel<br />
onderaardse gangen gegraven,<br />
bijvoorbeeld van een burcht naar<br />
andere burchten, kastelen en<br />
kerken. Werd men aangevallen, dan<br />
kon men op die manier altijd nog<br />
vluchten. Een kerk is immers een<br />
schuilplaats waar geen mens een<br />
ander kwaad mocht doen en iedereen<br />
onder bescherming stond.<br />
Ook Haarlem heeft onderaardsche<br />
gangen, Onder de Groote Kerk is<br />
een net van onderaardsche gangen,<br />
De onderaardsche gangen in<br />
Haarlem en omgeving: er zijn nu<br />
voldoende aanwijzingen voor een<br />
onderzoek.<br />
Onder deze koppen stonden in het<br />
Haarlems Dagblad van oktober<br />
1937 een aantal artikelen over het<br />
onderzoek naar de onderaardse<br />
gangen die er in Haarlem zouden<br />
zijn. Onder leiding van een echte<br />
wichelroedeloopster, mevrouw N.<br />
Klein-Sprokkelhorst uit Zeist (die<br />
ook in Gouda en Delft op dit gebied<br />
actief was), werd een en ander<br />
aan een nauwgezet onderzoek<br />
onderworpen.<br />
De Beek<br />
Door de eeuwen heen heeft hij<br />
altijd iets mysterieus gehad: de<br />
Haarlemse Beek. Allerlei tot de<br />
verbeelding sprekende verhalen<br />
deden de ronde over deze ge-<br />
Mevrouw N. Klein Sprokkelhorst met de<br />
wichelroede, uit: Haarlems Dagblad, 15<br />
oktober 1937, blz. 1.<br />
36 37
# 6 | Haarlem bestaat niet of een stad vol mythen<br />
heimzinnige beek, die zich tussen<br />
de Brouwersvaart en het Spaarne<br />
onder het hart van de stad doorslingert.<br />
Geruchten ook, dat de<br />
Beek zou aansluiten op andere<br />
onderaardse gangen. Lennaert<br />
Nijgh rept daarover in zijn verhaal<br />
De geheime stad. ‘Als alle verhalen<br />
waar zouden zijn, dan kon je onder<br />
de binnenstad nu een prachtig metrostelsel<br />
aanleggen,’ relativeerde<br />
de voormalige Haarlemse stadsarcheoloog<br />
Maarten Poldermans.<br />
Ook in Dordrecht bestaat het verhaal<br />
dat het in de bodem van de<br />
stad wemelt van de onderaardse<br />
gangen die werden gebruikt als<br />
vluchtwegen in geval van oorlogen.<br />
Zo zouden er vanaf het Hof en<br />
vanaf de Grote Kerk allerlei gangen<br />
lopen. Zoals in bijna elke legende<br />
zit ook in dit verhaal een kern<br />
van waarheid. Die onderaardse<br />
gangen bestaan. Ze waren echter<br />
niet bedoeld als vluchtwegen maar<br />
als riolering. De gangen werden<br />
schoongehouden door nachtwiven,<br />
die, hoe kan het ook anders,<br />
‘s nachts werkten. De riolen waren<br />
zo groot, dat de schoonmakers er<br />
gebukt doorheen konden lopen.<br />
Vandaar dat de legende van onderaardse<br />
vluchtwegen niet eens zo<br />
ver bezijden de waarheid is. Overigens<br />
was het beroep van nachtwijf<br />
typisch Dordts. In andere steden<br />
werden de nachtelijke werkzaamheden<br />
door mannen gedaan.<br />
Coster<br />
Twee andere verhalen uit de<br />
geschiedenis van Haarlem, de<br />
(vermeende) uitvinding van de<br />
boekdrukkunst door Lourens<br />
Jansz. Coster en de verovering van<br />
Damiate, kunnen na zovele eeuwen<br />
ook wel in het rijtje geplaatst<br />
worden van mythen en legenden.<br />
Over Coster en de geschiedenis van<br />
de boekdrukkunst zijn boekenplanken<br />
vol geschreven. Voor een groot<br />
deel aanwezig in de Bibliotheek<br />
Zuid-Kennemerland (voorheen<br />
Stadsbibliotheek Haarlem) en, in<br />
iets bescheidener mate, in die van<br />
het Noord-Hollands Archief. Conservator<br />
oude boekerij Anneke van<br />
den Bergh vertelt er elders in dit<br />
<strong>nummer</strong> ook al wat over. Daarentegen<br />
heeft diezelfde Coster wel zijn<br />
sporen achter gelaten in de stad.<br />
Op de Grote Markt staat het<br />
grote standbeeld van Coster.<br />
En op diezelfde Grote Markt, op<br />
de plek van café Studio, zou hij<br />
gewoond hebben. In de stad zijn<br />
nog meer gedenktekens te vinden.<br />
Het oudste is een beeld uit 1722,<br />
dat gemaakt werd door Gerrit van<br />
Heerstal en geplaatst is in de tuin<br />
van het Stedelijk Gymnasium. Van<br />
1801 tot 1856 stond dit beeld op<br />
de Grote Markt. Toen kwam het<br />
bronzen beeld van Louis Royer<br />
hiervoor in de plaats. Een ander<br />
bekend gedenkteken is het Costermonument<br />
uit 1823 van Jan David<br />
Zocher in de Haarlemmerhout. Dat<br />
de Costerlegende in Haarlem zo<br />
populair was en is, zegt wel wat<br />
over Haarlem. Haarlem is namelijk<br />
wel een drukkersstad geworden,<br />
met als bekendste exponent de<br />
firma Joh. Enschedé & Zonen. Twee<br />
andere bekende grafische bedrijven,<br />
Damiate Pers en Spaarnestad,<br />
zijn inmiddels verdwenen. Maar<br />
Haarlemser had hun naam niet<br />
kunnen zijn.<br />
Damiate<br />
In Haarlem is heel lang geloof<br />
gehecht aan het verhaal dat de<br />
verovering van de Egyptische<br />
stad Damiate in 1219 door graaf<br />
Willem I mede te danken was aan<br />
een groot aantal Haarlemmers. De<br />
stad lag op een schiereiland in de<br />
Nijl en de toegang via water werd<br />
afgesloten door een ketting. De<br />
Haarlemmers hadden grote zagen<br />
aan hun schepen vastgemaakt en<br />
zo de ketting kapot gevaren. Deze<br />
zgn. ‘Damiate-legende’ was hier<br />
vooral in de zestiende en zeventiende<br />
eeuw heel populair. Deftige<br />
Haarlemmers beweerden af te<br />
stammen van de Damiategangers.<br />
En tot in de zeventiende eeuw was<br />
er op Nieuwjaarsdag een kinderoptocht,<br />
waarbij de kinderen scheepjes<br />
op stokken rond droegen.<br />
Zwaard en kruis<br />
Men geloofde ook, dat de klokken<br />
in de Grote of Sint-Bavokerk<br />
afkomstig waren als buit van diezelfde<br />
kruistocht naar Damiate. Die<br />
klokken, de ‘Damiaatjes’, zijn echter<br />
een geschenk aan de bisschop van<br />
Haarlem in 1561. Coster en de hele<br />
binnenstad van Haarlem kunnen<br />
elke avond, tussen 21.00 en 21.30<br />
uur, genieten van deze klingelende<br />
klokjes. Ook het stadswapen<br />
staat in verband met de Damiatelegende.<br />
De stad Haarlem had al<br />
een wapen van alleen vier sterren.<br />
Het verhaal gaat dat als beloning<br />
er een zwaard van de Duitse keizer<br />
Frederik II en een kruis van de<br />
patriarch van Jeruzalem aan zijn<br />
toegevoegd. Ook hier is niet echt<br />
bewijs voor. Zo probeerde men<br />
later het stadswapen te verklaren.<br />
Zeker is wel, dat het zwaard en<br />
kruis ooit, om welke reden dan ook,<br />
aan het stadswapen zijn toegevoegd.<br />
Prent van de verovering van Damiate,<br />
door: Romeyn de Hooghe, 1688/1689.<br />
Linkerpagina Standbeeld van L.J. Coster<br />
op de Grote Markt in Haarlem, door: Rob<br />
Plasschaert.<br />
Meer lezen:<br />
Haarlem bestaat niet, Lennaert<br />
Nijgh, Haarlem, 1996.<br />
Haarlemse sproken: ware en<br />
onware stad- en straatverhalen,<br />
red.: Jacques de Jong en Willemien<br />
Spook, Haarlem, 2011.<br />
38<br />
39
# 6 | Aanwinsten<br />
Tekst: Helen van der Eem / beeld: Noord-Hollands Archief<br />
Nieuwe archieven<br />
en collecties<br />
Bij het Noord-Hollands Archief zijn de afgelopen maanden diverse nieuwe archieven<br />
binnengekomen. In deze rubriek aandacht voor enkele van die archieven, die ondertussen<br />
te raadplegen zijn in de studiezaal.<br />
Boven Auto van de UVV die werd gebruikt<br />
voor het vervoer van goederen en voor collectes,<br />
kort na de Tweede Wereldoorlog.<br />
Onder Toneelvereniging Postaal Genoegen<br />
speelt ‘Blijde dagen’, eind jaren veertig.<br />
Instellingen in de<br />
provincie<br />
Aanvullingen op de collectie<br />
van Losse Aanwinsten<br />
(verkregen vanaf 1984) van<br />
het Noord-Hollands Archief,<br />
1580-2006, inv. nrs. 100-<br />
102, 114-115, 118-126,<br />
128: 0,20 m<br />
Inv. nr. 102: Drie briefkaarten uit<br />
1918 (11 april, 25 juni en 23 juli)<br />
van de Haarlemse Greta Mos aan<br />
de militair Frits van den Eynde<br />
(3/III Jagers 1e Divisie Veldleger)<br />
waarin zij onder andere schrijft<br />
over de plunderingen van (kruideniers)winkels<br />
en bakkerskarren in<br />
Haarlem waarvan zij op 11 april<br />
1918 ooggetuige was.<br />
Inv. nrs. 118-123: Stukken afkomstig<br />
van J.P. Essenius als hoofd van<br />
de kleuterschool der Vereeniging<br />
Prinses Beatrix te Haarlem en<br />
sergeant bij het Nederlandse Rode<br />
Kruis, 1939-1950. Bevat o.a. een<br />
fotoalbum (over een periode van<br />
ca. 1939-1946) betreffende haar<br />
werkzame periode als hoofd van de<br />
kleuterschool.<br />
Inv. nrs. 124-125: Albums van Ina<br />
van Huis-van Donkelaar (1926-<br />
2007) met foto’s, programma’s,<br />
verslagen en persdocumentatie<br />
van de toneelvoorstellingen van de<br />
Vereniging van oud-leerlingen van<br />
de ULO A en C te Haarlem, later<br />
opgegaan in de Haarlemse PTT<br />
Toneelvereniging Postaal Genoegen,<br />
1946-1958, 1969-1973. Ina<br />
van Huis-van Donkelaar is veertig<br />
jaar verbonden geweest aan de<br />
vereniging. De toneelvereniging is<br />
in 1946 opgericht als Vereniging<br />
van oud-leerlingen van de ULO A<br />
en C in Haarlem en ging later op<br />
in de op 22 april 1929 opgerichte<br />
Haarlemse PTT Toneelvereniging<br />
Postaal Genoegen. Postaal Genoegen<br />
is vanwege teruglopende<br />
belangstelling opgeheven.<br />
Inv. nr. 128: Notulen van vergaderingen<br />
van de commissarissen<br />
van de Stadsapotheek te Haarlem,<br />
1828-1882. Op 29 december<br />
1882 waren de commissarissen<br />
van de Stadsapotheek: de heren<br />
G.C.W. Bohnensieg, dr. H.A. Coelen,<br />
dr. D. de Haan, F.L. Kist, dr. H.D.<br />
Kruseman, B.C.J. Proot en dr. J.B.<br />
Wijnhoff.<br />
Stichting Kweekschool voor<br />
Vroedvrouwen te Amsterdam,<br />
(1741) 1861-1993,<br />
aanvulling inv. nrs. 388-<br />
1078 en aanvulling op inv.<br />
nrs. 111, 385: 61,50 m<br />
De Rijkskweekschool voor Vroedvrouwen<br />
aan de Prinsengracht in<br />
Amsterdam was in 1861 ingesteld<br />
met het doel de kwaliteit van de<br />
vroedvrouwenarbeid te verhogen<br />
en het tekort aan bevoegde verloskundige<br />
hulp op het platteland<br />
terug te dringen. Praktijkervaring<br />
kregen de leerlingen op de kraamafdeling<br />
van het Binnengasthuis.<br />
De school beschikte vanaf 1883<br />
over een eigen kraamkamer, waar<br />
ook bevallingen plaatsvonden.<br />
Doordat de school steeds meer<br />
leerlingen kreeg, werd in 1900<br />
een groter pand betrokken aan de<br />
Boven Toneelvereniging Postaal Genoegen<br />
speelt de klucht ‘Zeeman, pas op’, 1958.<br />
Onder Kinderen in het raam van de kleuterschool<br />
van de Vereeniging Prinses Beatrix,<br />
Haarlem, ca. 1939.<br />
Camperstraat in Amsterdam-Oost.<br />
Hier had men de beschikking over<br />
meer leslokalen en waren er meerdere<br />
kraamkamers. In 1932 besloot<br />
het Rijk de school met status van<br />
40 41
# 6 | Aanwinsten<br />
een rijksinstituut op te heffen.<br />
De school ging in 1933 verder als<br />
Stichting Kweekschool voor Vroedvrouwen<br />
te Amsterdam. Van 1975-<br />
2015 was de school gevestigd aan<br />
de Louwesweg bij het Slotervaart<br />
Ziekenhuis. In 2004 veranderde<br />
de naam van de school in Verloskunde<br />
Academie Amsterdam. In<br />
2010 is de Verloskunde Academie<br />
Amsterdam samengegaan met de<br />
Verloskunde Academie Groningen<br />
onder de naam Academie Verloskunde<br />
Amsterdam Groningen.<br />
Aangesloten<br />
gemeenten<br />
BEVERWIJK<br />
Ypma, Sake, te Wijk aan Zee,<br />
Collectie van, (1918) 1944-<br />
1945: 0,45 m<br />
Sake Ypma (1896-?) was opperwachtmeester<br />
van de Gemeentepolitie<br />
in Beverwijk, politiepost Wijk<br />
aan Zee. In 1944 werd hij aangesteld<br />
als plaatselijk commandant<br />
voor de Binnenlandse Strijdkrachten<br />
(BS) in Wijk aan Zee. Zijn taak<br />
bestond uit het handhaven van<br />
orde en rust in Wijk aan Zee. De<br />
collectie bevat stukken betreffende<br />
de illegaliteit in Wijk aan Zee,<br />
daarnaast ook foto’s betreffende<br />
de Gemeentepolitie te Beverwijk,<br />
1918-1938, en affiches met<br />
bekendmakingen die in de Tweede<br />
Wereldoorlog in het politiebureau<br />
in Wijk aan Zee hebben gehangen.<br />
Het merendeel van de affiches<br />
heeft betrekking op Beverwijk en<br />
Wijk aan Zee.<br />
BLOEMENDAAL<br />
Comité Autotochten voor<br />
Bejaarden van Bennebroek,<br />
1935-1939, 1970-1990:<br />
0,05 m<br />
Het comité is op 16 juli 1935<br />
opgericht. Jaarlijks werd een dagtocht<br />
georganiseerd voor minder<br />
draagkrachtige Bennebroekers<br />
van 60 jaar en ouder. Voorwaarde<br />
was wel dat de deelnemers een<br />
goede gezondheid moesten<br />
hebben. De dagtochten werden<br />
gefinancierd uit de opbrengsten<br />
van collecten onder de inwoners<br />
van Bennebroek. Toen in de loop<br />
van de tijd de financiële situatie<br />
van bejaarden verbeterde en de<br />
tochten duurder werden, werd de<br />
deelnemers een eigen bijdrage<br />
gevraagd en mochten alle bejaarden<br />
in Bennebroek van 65 jaar en<br />
ouder mee. De eerste dagtocht (5<br />
september 1935), met 90 deelnemers,<br />
ging naar Schiphol, door het<br />
Gooi en naar Valkeveen. In 1937<br />
werd een bezoek gebracht aan de<br />
Scheveningse Bosjes en Theetuin<br />
De Bataaf in Den Haag. Op 28<br />
augustus 1990 vond de laatste<br />
dagtocht plaats, waarbij 100<br />
bejaarden een bezoek brachten<br />
aan het Nederlands Goud-, Zilveren<br />
Klokkenmuseum in Schoonhoven.<br />
In 1990 werd het comité<br />
opgeheven vanwege afnemende<br />
belangstelling. Elke keer ging dezelfde<br />
groep mee, terwijl zich geen<br />
nieuwe deelnemers aanmeldden.<br />
Daarnaast waren bejaarden veel<br />
mobieler geworden vergeleken bij<br />
vroeger, waardoor een georganiseerde<br />
dagtocht minder in een<br />
behoefte voorzag. Ten slotte bleek<br />
dat het enthousiasme van de Bennebroekse<br />
bevolking om geld aan<br />
het comité te geven minder groot<br />
geworden was.<br />
Links Verkoop van spullen door de UVV om<br />
geld in te zamelen voor goede doelen.<br />
Rechts Bestuur van Gymnastiek- en Sportvereniging<br />
Concordia, 1937.<br />
HAARLEM<br />
Stichting Unie van Vrijwilligers<br />
(UVV), afdeling Haarlem<br />
en omstreken, 1940-2008<br />
(2011): 2,05 m<br />
Het initiatief tot de oprichting van<br />
het landelijke Korps Vrouwelijke<br />
Vrijwilligers (KVV) werd in 1938<br />
genomen door dr. Jane de Iongh<br />
(1901-1982) in Amsterdam. Het<br />
doel was om met een groot aantal<br />
vrouwen een bijdrage te leveren<br />
aan de leniging van de nood onder<br />
de leden van de door oorlog bedreigde<br />
samenleving. Op 31 januari<br />
1941 werd het Amsterdamse Korps<br />
op last van de Duitse bezetter<br />
opgeheven. Op 7 <strong>mei</strong> 1945 werd<br />
het korps als Unie van Vrouwelijke<br />
Vrijwilligers (UVV) heropgericht.<br />
Op 11 maart 1940 vond in Haarlem<br />
de oprichtingsbijeenkomst<br />
van het KVV Haarlem en Omstreken<br />
plaats. Het KVV leidde onder<br />
andere ambulancechauffeuses op,<br />
organiseerde ordonnansdiensten<br />
en ondersteunde huishoudens van<br />
gemobiliseerde militairen. Hulp aan<br />
dieren werd zo belangrijk gevonden<br />
dat op 13 april 1940 het Comité<br />
Hulp aan Dieren werd opgericht.<br />
De vrijwilligsters werden opgeleid<br />
tot dierenhelpsters, kregen een<br />
cursus luchtbescherming voor dieren<br />
en een cursus straatdienst, om<br />
hulp te verlenen bij door een luchtaanval<br />
op hol geslagen paarden.<br />
Op 14 maart 1942 beëindigde het<br />
bestuur de activiteiten. Tijdens de<br />
Tweede Wereldoorlog werd ondergronds<br />
gewerkt aan het oprichten<br />
van een landelijke, overkoepelende<br />
organisatie voor vrijwilligerswerk<br />
door vrouwen. Op 9 <strong>mei</strong> 1945 ging<br />
de Haarlemse Unie van Vrouwelijke<br />
Vrijwilligers officieel van start.<br />
In 1977 werd de naam gewijzigd<br />
in Unie van Vrijwilligers. De UVV<br />
heeft in de loop van de tijd tal van<br />
werkzaamheden verricht, zoals het<br />
bezorgen van warme maaltijden bij<br />
mensen thuis, Tafeltje-Dekje, of het<br />
verrichten van hand- en spandiensten<br />
in bejaardenhuizen en het geven<br />
van hulp bij het handwerken in<br />
de rusthuizen. Ook hielden vrijwilligers<br />
zich bezig met het omzetten<br />
van boeken in braille, het verlenen<br />
van assistentie bij de koopavonden<br />
voor gehandicapten bij Vroom<br />
& Dreesmann, het verlenen van<br />
huishoudelijke hulp, de speel-otheek,<br />
en het maken en herstellen<br />
van kleding voor hulpbehoevenden.<br />
Daarnaast kwam er een vervoersdienst<br />
voor hulpbehoevende<br />
mensen zonder eigen vervoer. Door<br />
de opkomst van de welvaartsstaat<br />
in de jaren zeventig veranderde ook<br />
de positie van het vrijwilligerswerk.<br />
Het werd als een aanvulling gezien<br />
op de mantelzorg en was ondersteunend<br />
bij het professionele<br />
werk in de zorg- en welzijnssector.<br />
Het doel is nu het bevorderen en<br />
verlenen van maatschappelijke hulp<br />
door vrijwilligers, met menselijk<br />
contact en continuïteit in het werk<br />
als voornaamste kenmerken.<br />
Gymnastiek- en Sportvereniging<br />
Concordia te Haarlem,<br />
1902-1950: 0,10 m<br />
De vereniging is op 1 april 1886<br />
opgericht. Tussen 1893 en 1919<br />
had de vereniging een afdeling<br />
Schermen. Naast gymnastiek en<br />
schermen konden verschillende<br />
andere sporten worden beoefend,<br />
zoals turnen, handbal, atletiek en<br />
volleybal.<br />
42 43
In het kader van de Zandvoortse Sportweek werden in de omgeving van het<br />
circuit zeepkistenraces gehouden, door: Cees de Boer, 3 juni 1950.<br />
Noord-Hollands Archief<br />
Postbus 3006<br />
2001 DA Haarlem<br />
(023) 5172700<br />
www.noord-hollandsarchief.nl<br />
info@noord-hollandsarchief.nl<br />
www.facebook.com/nharchief<br />
www.twitter.com/nharchief