Met wapen en vlag tussen Vecht en Eem

hkloosdrecht

Beschrijving en geschiedenis van de gemeentewapens van de dorpen en steden in het Gooi en omstreken.

met wapen en vlag

tussen Vecht en Eem

KLAES SIERKSMA

Een rijk geillustreerde studie van de banistiek

en heraldiek in de regio


met wapen en vlag

tussen Vecht en Eem

. i i

..,/ /

Het deeltje nummer 6 uit de serie 'Gooi en Vecht' werd geschreven

door de voorzitter der Stichting Banistiek en Heraldiek,

de heer KL. SIERKSMA (Muiderberg).

Het geeft afbeeldingen van wapens der gemeenten tussen Vecht en Eem,

uitgebreid voorzien van interessante achtergrond- gegevens.

De serie 'Gooi en Vecht' staat onder redactie van H. Aalderink,

Mies Langelaar en H. Poolman.


Was de Koning er in 1814 van uitgegaan dat alle gemeenten vanouds

een wapen bezaten, toen men na ontvangst van de reacties het gehele

veld kon overzien, bleek zulks niet het geval te zijn. Volijverige

burgemeesters en secretarissen wilden echter in elk geval aan hun

verplichtingen voldoen en dienden dus ook wapens in van voormalige

heerlijkheden, van waterschappen en polders, van parochiekerken

enz. Ook dergelijke wapens werden toen prompt -soms met een omkering

van de kleuren- als gemeentewapens erkend. In elk geval had

men dan immers met een historisch gegeven te doen. Maar de ijver

van lokale heren ging ook weleens zo ver, dat zij zelf wapens gingen

bedenken en schetsen; ook van de erkenning van zulke wapens zijn

nog altijd gevallen bekend. Weer anderen grepen terug naar dorpsemblemen,

soms in de vorm gegoten van een wapenschild, soms ook

bestaande uit een eenvoudig embleem -bijvoorbeeld een letter, namelijk

de initiaal van de dorps- of gemeentenaam. In kleinere gemeenschapjes

bestond aanvankelijk geen enkele behoefte aan een wapen;

zo nodig werden officiele stukken van het dorp gezegeld met eenpersoonlijk

wasstempel, later lakstempel van de aanzienlijkste man

van het dorp.

Dit een en ander verklaart dan ook de veelheid van wapenbeelden,

waarmede men ook tussen Vecht en Eem geconfronteerd wordt. Bij

directieven-van-boven-af zou wellicht een meer historisch-geografisch

gebonden reeks gelijksoortige wapens per streek hebben doen

ontstaan. 1)

*

In het Gooi zijn duidelijk slechts twee van dergelijke 1 streekwapens 1

tot stand gekomen, namelijk van BUSSUM en vanHILVERSUM, beiden

in de eerder genoemde Konings Kleuren, beiden dus met gouden emblemen

-boekweitkorrels- op blauwe ondergrond. De primitieve

1 bewijsstukken 1 die indertijd naar Den Haag werden gezonden zullen

er wel de oorzaak van zijn dat in het Bussumer (en in mindere mate

in het Hilversumer) wapen de betekenis van de emblemen volkomen

in het beeld, zoals men dat vaak ziet -en geheel overeenkomstig de

tekeningen in het Register van de Hoge Raad van Adel, d:H wel- is

verloren gegaan. Heel wat Bussumers weten niet anders dan dat er

1 wat blaadjes

1

in hun wapen staan!

1) J.G. Th.Grevenstuk, De wapens van de Gooische gem eenten. (In: Ja arboekje van het

Oudheidkundig Genootschap Niftarlake; Utrecht 1931; blz . 13).

Heral dicus, De wapens der Gooische gemeenten. (In: De T oerist enkam pi oen; ' s-Gravenhage

1942, 8 a ugustus).

4


De herkomst van het embleem is duidelijk: de eens zo bloeiende

boekweitteelt in het Gooi. Van het Hilversumer wapen 2) weten we uit

een steen van 1699, ingemetseld op de brug aan de Beresteinse weg,

dat de vier korrels op het veld al een oud plaatselijk embleem vormden.

Volgens notities in een handschriftelijk wapenboek van Gerrit Schoemaker

(1692-1732), aanwezig in de Universiteitsbibliotheek te Utrecht,

zouden de boekweitkorrels rood moeten zijn op een gouden schild.

Ook wordt wel eens beweerd dat de echte en oude kleuren moeten

zijn: gouden korrels op een groen schild. Waarop dit laatste gegeven

berust is mij niet bekend en evenmin, of het wapen op de oude steen

van 1699 werkelijk het gemeenschapsembleem is geweest, of dat het

misschien wel een persoonlijk wapen was.

Het blauwe schild met daarop vier gouden

boekweitkorrels werd op 22 oktober 1817

erkend als zijnde het wapen van Hilversum.

Het schild is niet gedekt met een kroon. Toch

hanteerde de gemeente in de 19de eeuw op

allerlei stukken een kroon van drie bladenen

twee parels, zoals op Burgerlijke Standuittreksels

en Patentbrieven. Het gemeentestempel

liet toen ook een krans van (boekweit-?)

takjes rond het schild zien.

Opmerkelijk is de afbeelding van het Hilver- HILVtRSUM

sumer wapen op de twee bekende etsen van

1762 en 1766 ("voor en na de brand'1 van

Writs, waar op het wapenschild (met het jaartal1729) slechts drie

korrels voorkomen. Op de eerste ets van 1762/ 63 is geen wapenschild

te zien op het Rechthuis.

Einde 1970 verzocht het gemeentebestuur van Hilversum aan de Hoge

Raad van Adel de mogelijkheden te onderzoeken dat de Koningin een

verrijking van het wapen zou willen toestaan, door achter het schild

een zilveren adelaar als schildhouder toe te wijzen. 19 November

1970 wees het Hoog College van Staat dit van de hand: naar zijnoordeel

was het huidige wapen voldoende representatief; een wijziging

van de kleuren tot rood op goud en de toevoeging van een kroon zou

op aanvraag door de Kroon waarschijnlijk wel gehonoreerd kunnen

worden. B & W besloten daarop de zaak voorlopig te laten rusten,

want juist op de schildhouder was men bijzonder gesteld.

2) A.C.J.de Vrankrijker, Rond het wapen. (In: Wij in Hilversum 1956, afl. 1).

G. van Bokhorst, de 's-Gravelandseweg van voorheen. (In:alsvoren 1968, november).

5


Muiderberg vrijwel geen koren verbouwd, maar was er des te meer

boekweit te vinden. Het zal dus wel een bundel boekweitplanten hebben

moeten zijn.

V66r de brand in de kerk aan zee, in de eerste helft van deze eeuw,

was er in de vloer ook nog een grafzerk zichtbaar, waarop dit wapen

prijkte, daterende uit 1736. De zerk dekte het graf van Daniel Nijs

(1660-1736) en diens vrouw Elizabeth van Leeuwen (1670-1728). Nijs

was eigenaar van het buitengoed Rustrijk en beschouwde zich als

"Heer van Muiderberg". Overigens vertoonde het uitgehouwen wapen

-dat de familie Nijs als familiewapen overnam- een kleine afwijking,

doordat de sikkels erin niet toegewend maar afgewend waren (zoals

het familiewapen ook werd opgenomen in J. B. Rietstap's Armorial

General).

Het kerkelijk stempel -thans weer in gebruik bij de r.-k. Boskapel

op huwelijksoorkonden en dergelijken- draagt een rondschrift dat op

gebruikelijke wijze in klank ("mes ") inspeelt op het wapenbeeld:

Messis consummatio saeculi, dat is: oogst de schone voleindiging.

Volgens het reglement van de plaatselijke schutterij in 1785 droegen

de kapitein-luitenant, de luitenant en de vaandrig sjerpen in de dorpskleuren,

geel en blauw. Zoals we bij behandeling van het wapen van

Muiden zullen zien, hebben de Muiderberger kleuren in de instelling

van een Muider gemeentevlag een rol meegespeeld.

Duiden de tot nu toe behandelde drie wapens op typerende landbouwaktiviteiten,

ook HUIZEN heeft een "agrarisch" wapen, maar hier

toegespitst op de veeteelt. Men zou daaruit

wellicht kunnen concluderen dat het wapen is

ontstaan, toen de visserij aan betekenis inboette.

4)

Op 15 november 1815 schreef de burgemeester

aan de Hoge Raad van Adel dat er "in deze gemeente

geene wapens" ter bevestiging kunnen

worden voorgedragen. Er is, zo schreef hij,

"aileen bij het Bestuur in gebruik ( een) Dorpszegel,

zijnde een op het stempel uitgedrukt

melkmeisje." En zo heeft de Kroon -omdat er

ook hier geen kleuren werden aangegeven- op

26 juni 1816 bevestigd dat het wapen van Huizen

een melkmeisje van goud op een rood schild

behoorde te zijn.

HUIZEN

4) Kl.Sie rksma, • • • in deze gemeente geen e wapens . (In: Tussen Vecht en Eem IX;

Naarden 197 9; blz. 124).

8


Natuurlijk heeft Huizen op grond van dit wapen ook een officiele gemeentevlag,

bij raadsbesluit van 2 november 1961 ingesteld. Deze

vlag is tweebanig rood-geel, en op het rood staat in (gele) contouren

detaillijnen het melkmeisje uit het wapen van geel. Men stoorde

zich terecht niet aan de omstandigheid dat bij een traditioneel horizontaal

uitgestoken vlag het melkmeis je als het ware op haar rug ligt:

deze stand van vlagemblemen is gebruikelijk, namelijk met de vertikale

richting evenwijdig aan de stokzijde van het vlaggedoek.

Na dit uitstapje op agarisch terrein eerst nu terug naar de enige stad

uit het Gooi, naar NAARDEN, dat in 1350 -na verwoesting aan hetbegin

van de Hoekse en Kabeljauwse twisten- op grondgebied van het

Schoutenambacht Muiderberg werd herbouwd. 5)

De Hoge Raad van Ad~l bevestigde op

26 juni 1816 als wapen van Naarden:

"Van goud waarop een dubbelen arend

van sabel ".

Dit merkwaardige en waardige voor buitenstaanders

misschien Duits aandoende

wapen, heeft een duistere oorsprong.

Over het algemeen hoort men beweren

dat het wapen in 936 door Otto II werd

verleend aan de stad. De wapenkundige

weet dat hij dit niet voor serieus kan

nemen. Wapens kende men in Europa in

de 1 Ode eeuw nog lang niet, en de tweekoppige

adelaar werd omstreeks 1425

voor het eerst door keizer Sigismund gebezigd! Eerder was wel de

eenkoppige adelaar in gebruik.

Het vroegste gebruik echter van adelaars in wapens van de Lage

Landen vindt men bij de Friezen. Zij plaatsten in hun wapens, die

dan vertikaal gedeeld werden, in de voornaamste (rechter) wapenhelft

een halve, zwarte adelaar met gekromde poot, op gouden ondergrand,

als teken van Rijksonmiddellijkheid -rechtstreekse afhankelijkheid

van de Duitse keizer, met verder geen Heer boven zich dan

God- en demonstratie van hun Vrijheid. Nu hebben zich zo rond 1000

ook Friezen in woon opgehouden aan de zuidelijke oevers van het

Flevomeer. Zowel Liudger als Bonifacius reisden niet "zomaar"

5) H.Poolman, Anceveen was eertijds onherbergzaam gebied. (In: Gooi- en Eemlander

1969, 14 juni).

9


vanuit Utrecht via hun eigen bezittingen tot aan de kust (Liudger verbleef

op het dorp bij de Muiderberg, zo is bekend) naar het barre

Noorden; zij reisden door Fries land.

Aldus heeft naar mijn mening de stad Naarden in de 13de eeuw, juist

toen de "halve Friese adelaar" ingang kreeg en toen Naardinkland

in bezit was van de abdij van Elten, een wapen gekregen, gevormd

door een halve Duitse (eenkoppige) adelaar samengevoegd met een

halve Friese (eenkoppige) adelaar (met gekromde poot). Zo was dus

het wapen al gevormd toen Godelinde van Elten op 6 mei 1280 haar

rechten op het Gooi en op Naarden overdroeg aan de Grafelijkheid

Holland. Zou men het wapen "goed" willen voeren, dan zou de ene

poot van de Naarder adelaar op Friese wijze gekromd moeten zijn.

Terloops moet aangetekend worden dat op dezelfde wijze het wat

raadselachtige wapen van BUNSCHOTEN verklaard

kan worden. Het is nu een blauw

schild met daarop een rechtkruis, waarvan

de ene arm is vervangen door een halve

adelaar. Op 26 maart 1970 stelde de

Hoge Raad van Adel aan B & W van deze

gemeente voor, het wapen te verbeteren,

door inderdaad -verschillende bewijsgronden

werden ervoor aangevoerd- de ene

wapenhelft te Iaten bestaan uit een halve

(Friese) adelaar, en de andere helft uit

een rood veld met een zil veren kruis (het

embleem van Sticht Utrecht). Het wapen

is inmiddels nog steeds niet verbeterd,

maar wel kreeg Bunschotens gemeentevlag op 27 februari 1970 alvast

een afbeelding van de halve adelaar met gekromde poot, alles geel op

blauw.

De gemeentevlag van Naarden, die 6 januari 1966 bij raadsbesluit

werd ingesteld, werd geel, met een (gewone) zwarte dubbele adelaar.

Volgens Nederlandse traditie behoort deze adelaar niet op het midden

te staan, maar meer verschoven naar de stokzijde van de vlag,

op 1/3 van de lengte ervan. Men ziet bij de burgerij van Naarden helaas

maar weinig vlaggen, waarin de adelaar goed is geplaatst, terwijl

het adelaarsmodel vrijwel altijd de lelijke vorm heeft, die de tekenaar

van 1816 in een tijd van stijlverwording op het toenmalige wapendiploma

voor de gemeente vastlegde. Van gemeentewege bezigt men echter

terecht een adelaar in meer middeleeuwse vorm.

Het vervormde, zelfs misvormde beeld van de adelaar zal de Naarders

wel de scheldnaam Kraaien hebben bezorgd ...

De eerste jachtopziender van Naarden, de Bussumer Rijk Woutersz,

die in 1717 werd aangesteld, mocht geen geweer dragen, maar kreeg

10


als teken van zijn autoriteit een staf, waarop het Naarder wapen was

aangebracht.

Als hoofdstad van het Gooi en zetel van de Erfgooiers ging het Naarder

wapen met de zwarte adelaar op goud ook over naar deze boerenorganisatie,

die al heel vroeg een gouden tweekoppige adelaar op

zwarte ondergrond zou gebruiken. Deze adelaar mag men dus zeker

als embleem van het Gooi in het algemeen zien en hij zou ook behoren

te staan in een gewest-wapen.

Het wapen van BLARICUM is thans aan de beurt. 14 April 1897 werd

aan de gemeente door de Kroon verleend:

In zilver, een uitgerukte korenbloemplant

met drie bloemen van lazuur, de stengel

en wortels van sinopel. "

Omdat Blaricum in 1814 samenging met

Laren schreef de burgemeester 14 maart

1816 aan de Hoge Raad van Adel, dat

"men zoude vooralsnog geen wapen begeeren".

Maar Blaricum ging een zelfstandige

gemeente worden, en toen er 80 jaren

later een wapen nodig werd, stonden de

zaken er anders voor. De aanbieding van

een huldeblijk aan Koningin Emma was op

touw gezet, en daarop zouden de wapens worden aangebracht van alle

gemeenten, die meededen. Op 27 november 1896 wendde het gemeentebestuur

zich dus in allerijl tot het Hoog College van Staat, met het

verzoek thans een eigen wapen te mogen voeren. Per kerende post

(30 november) was het antwoord van de Hoge Raad van Adel al klaar:

bij L. van Ollefen staat in 1793 al een wapen afgebeeld en in 1838

noemt ook Vander Aa in diens Aardrijkskundig Woordenboek hetBlaricumer

wapen: "Een veld van zilver beladen met drie korenbloemen

van lazuur". Op 12 maart 1897 verstrekte aldus de Hoge Raad van

Adel advies aan Koningin Emma, die een maand later het wapen verleende.

Nergens is uit de archieven gebleken, hoe het embleem van de korenbloemen

zo de totem voor Blaricum werd. Het is echter nauwelijks

aan te nemen dat een zuiver agrarische bevolking zelf een "onkruid"

zou kiezen als karakteristiek voor het dorp! Toch is de korenbloem

gretig geaccepteerd: toen er in 1923 een Laarder actie ontstond om

Blaricum te annexeren tooide de gehele Blaricumer bevolking zich

uit protest met een korenbloem. Heel zinvol overhandigde het bestuur

van de Stichting "Tussen Vecht en Eem" op de Open Dag in1975

aan burgemeester Mw. A. J. Le Coultre-Foest na haar openingswoord

een prachtige boeket korenbloemen!

11


Bij besluit van de gemeenteraad van Blaricum op 21 augustus 1980 is

een eigen gemeentevlag ingesteld. De vlag heeft banen van blauw, wit,

groen, wit en blauw, waarvan het wit half zo breed is als blauw en

groen; op 1/3 van de vlaglengte staat een witte ruit, die de hovenen

onderkant van de vlag raakt, met daarop uit het wapen de groene,

gewortelde en bebladerde korenbloemplant met drie bloemhoofdjes.

Het gemeentewapen van LAREN heeft in de loop der tijden al zoveel

pennen in beweging gebracht dat daarover wel de meeste lektuur in

ons. land bestaat. 6) Een verondersteld probleem in het ontstaan van

het wapen en de betekenis ervan hield velen bezig; de simpele verklaring

van het wapen berooft het van elke mystiek.

22 Oktober 1817 bevestigde de Hoge Raad

van Adel Laren in het bezit van een wapen

"Van Lazuur, beladen met een S van gaud!'

In 1795 spreken Van Ollefen en Bakker in

hun Dorpsbeschrijving (dl III) ervan dat het

wapen bestaat uit "een roode warrekram op

een zilveren veld". In 1846 vertelt Vander

Aa in het Aardrijkskundig Woordenboek

dat het Wapen is een "veld van zilver met

een warrekam van keel" (let op: niet kram,

maar ~am). Op een laat 18de eeuwse be-­

schildering van een lijst van predikanten

in de n. -h. kerk van Laren, oorspronkelijk

opgezet in de 17de eeuw maar later "bijgeschilderd",

vindt men het wapen als van

blauw met een gele letter S.

Men dient zich aldus af te vragen wat een warrekam of warrekram,

mogelijk in de vorm van een letter S, zou kunnen zijn. In de jaren

1930-1937 blijkt, volgens stukken in het (ter zake rijke) gemeentearchief,

niemand uit de oude weversfamilies zich te herinneren. wat

voor een instrument dit zou kunnen zijn. Oak het Groot Woordenboek

der Nederlandse Taal (in Leiden) kentgeen oudere bran voor dit woord

dan de vorengenoemde uit 1795 en 1846. Wel kenden de wevers iets

wat de naam van "warrekam" mogelijk zou hebben kunnen dragen:

6) P.A. de Lange, Laren (Serie-uitgave No. 10. Noordhollandsche gemeentezegels, Heiloo

1936);

( •• ,) Nieuw wapen van Laren. (In: De Bel, Laren 1931, 24 april);

A. Velthuijsen, Het Larensche Gemeentewapen, (Dit artikeltje als krantenknipsel en tientallen

andere, vormen samen met een grote reeks in- en uitgaande brieven 2 dossiers

"Wapen der Geme ente", 2,07,13, in het gemeentearchief;

KJ. Sierksma, Het gemeentewapen van Laren. (In: Tussen Vecht en Eem VI, Naarden '76;

blz. 43).

12


een rechthoekig plankje, waarin en -doorheen spijkers waren geslagen;

voorzichtig werd de ruwe wol daar overheen gehaald om ze te

ontwarren. Maar ... een S- of haakvormig hulpmiddel heeft nimmer

bestaan. Het heeft geen zin, alle verder gezochte verklaringen voor

het wapen hier aan te halen. Ik zou slechts willen memoreren:

S = signum, een teken op de banscheiding tussen Larenkarspel

en Hil vers urn (P. A. de Lange in een 3 0 pagina 's groat

boekje !).

S = Schoonste der dorpen in Gooiland (Anna Velthuysen).

S = een der heilige runen van onze Germaanse voorouders (A.

van Stalk Czn).

S = houdt verband met de "prehistorische" Slangenweg (H. J.

Bellen, onbekend met het feit dat de weg pas in 1920 die

naam kreeg).

S =slang, in de emblematiek gelijk te stellen met scharen en

mess en, dus: schapenscheren en spinnen (C. Ladage).

S = de haak waaraan men in de weverij balen wol zou hebben opgeharigen

(H. Wiessing).

S =de slang der wijsheid op geneeskundig gebied; Laren en De

Vuursche waren reeds ten tijde van de Romeinen en Bataven

genoteerde herstellingsoorden (J. H. Speenhof).

S =de heerlijke palingen uit de Zuiderzee (J. H. Speenhof).

S =de initiaal van de gemeentesecretaris J. L. v. d. Schaal, die

tot november 1800 in funktie was. (Jos Goudswaard).

S =in het algemeen de initiaal van Secretaris. (Jos Goudswaard).

S = de S-vorm van de voormalige Schietspoelen in de weverijen

(Jan Borms).

S =de initiaal van de heilige Severinus, schutspatroon van de

wevers.(Jan Borms).

S = de zwengel van de voormalige dorpspomp. (W. Bogtman).

En tenslotte is het niet onvermakelijk, wat de gerenommeerde wapenkundigen

R. T. Muschart en J. C. Steenkamp naar voren brachten. Zij

ontdekten de wapens op de bestuurszetels van de Vereniging Stad en

Lande (van de erfgooiers dus) en zagen dat het wapen van Laren -net

als bij Van Ollefen in de 18de eeuw- een omgekeerde letter S toonde.

Hier was dus het "bewijs" dat in het schild geen gewone S, maar een

omgekeerde moest staan ... Helaas: de echtgenote van burgemeester

Jhr. H. J. M. van Nispen tot Sevenaer kwam tevoorschijn met de bekentenis

dat het borduursel van dit wapen van haar hand was en dat

zij zich bij het gereedzijn pas had gerealiseerd hoe zij zich had vergist!

Genoemde burgervader was einde 1929 trouwens van mening dat

zijn gemeente tach wel een uiterst paver wapen voerde. Hij liet de

kunstschilder Co Breman een totaal nieuw wapen ontwerpen met velerlei

symbolieke elementen erin. (St. Jan, St. Lucas, spinnewiel).

13


Hij argumenteerde bij de Hoge Raad van Adel dat wapenverandering

tach zeker gewenst was, omdat "zoowel de letterS als een haak

aesthetisch volkomen onbevredigend zijn, terwijl ze geen van beiden

een symbool der gemeente zijn, doch dikwijls een voorwerp van spot,

gehoord de verschillende beteekenissen, welke men er aan toekent. "

De Hoge Raad van Adel voelde wel voor verandering, maar achtte een

grate reeks correcties in het antwerp noodzakelijk; de symbolen van

Sint Lucas waren volledig uit den boze. Het voorstel van B & W aan

de Raad om wapenverandering aan te vragen werd verworpen: men

was te zeer gehecht aan ... "de omgekeerde letter S" (die dus formeel

helemaal niet omgekeerd was !) .

Maar het wapenembleem van Laren is in feite ~~I_!_Q.Q_o_[~~~~-!:_!

De oplossing ligt z6 voor de hand dat niemand ooit daar eerder aan

gedacht heeft. Mijn al eerder geponeerde mening (februari 1970) werd

bij de publicatie van J. V. M. Out's boek over het oude Bussum bevestigd.

Uit archiefgegevens bleek namelijk dat op 5 december 1772 de

armlastigen en bedeelden in Laren van schout en gerecht opdracht

kregen, hun armlastigheid opelijk uit te dragen. Zij moesten "een letter

L op de regter schouder int rood" bevestigen.

Het is bekend van elders dat een dergelijk kenteken voor armlastigen

wel meer verordonneerd werd. Men bezigde er altijd het wapen ofhet

embleem uit het wapen voor. Die van Laren

hebben dus oak het wapenembleem op de kleding

aange bracht.

En hoe die letter L dan vervormd kon worden

tot een onbegrepen en zelfs omgedraaide letter

S ? Heel eenvoudig: het was een schrijfletter

L, waarvan de vorm in het 18de eeuws e

schrift gemakkelijk in wat vervorming voor

een S kon worden aangezien. En zo is dus

het echte Laarder wapenembleem een rode

schrijfletter L op een zilveren veld.

Heel verrass end is het dan oak, het tegenwoordige

embleem van de Larense Zakenkring

ter vergelijking erbij te halen: een

letter L, maar grafisch zodanig gevormd,

dat het oak een vrij geihterpreteerde S zou

kunnen zijn ...

In februari 1970 is op instigatie van de burgemeester

opnieuw wapenverandering aan de

orde gesteld. Zowel het College van Burge- larenselakenkring

meester en W ethouders als de Hoge Raad

van Adel stemden ermee in, om de vroegere

godsdienstige centrumpositie van Laren in

14


het wapen tot uitdrukking te brengen. Ret zou een rode tweekoppige

adelaar op een zilveren veld kunnen worden, welke adelaar als borstschild

een rood Sint Janskruis op zilver draagt, terwijl midden bovenaan

het schild wordt ingehoekt van blauw en daarop een gouden

schrijfletter L (ofwel: niet ingehoekt en midden tussen de beide koppen

die letter L). Tot nu toe is noch door de Raad van Laren noch

door de Roge Raad van Adel vervolg gemaakt in de voortgang om voor

Laren een wat fraaier en meer waardig wapen te krijgen, dat door de

dubbelkoppige adelaar een duidelijke Gooi-associatie kon oproepen

(vergelijk hetgeen is geschreven bij Naarden en bij Rilversum).

Roewel er niets feitelijks

bekend is over de mogelijkheid

dat ook RET GOOI

zelf een eigen wapen kent,

is zo 'n wapen wel te reconstrueren.

7) Denkend

aan Naarden (2-koppige

adelaar van zwart op goud),

Stad en Lande (idem goud

op zwart), Laren (voorgesteld

en in principe akkoord

bij de Roge Raad van Adel

alsvoren rood op zilver),

f.>;'"'

en Rilversum (voorstel:

zilveren adelaar als schildhouder)

zou het wapen van

het Gooi een zilveren adelaar

op een rood schild kunnen

vertonen; de adelaar

kan gouden snavels, tongen

en nagels krijgen. De aldus

te kiezen kleuren zijn historisch

ook bewezen. Op de

"Caart van Goyland" van Justus van Broeckhuysen (1709) heeft de tekenaar

heel opvallend en bijna demonstratief v66r de kust een schip

getekend met een grate vlag achter bij het roer. De vlag he eft drie

banen, wit, rood en geel; ook de extra grate wimpel op de masttop

laat hetzelfde zien. Vlaggen hebben heel dikwijls een nauwe samenhang

met het wapen en wel zo, dat de banen de kleuren van dat wapen

7) Kl.Sierksma, Vlag van 't Gooi na vele eeuwen in ere hersteld. (In: Gooi- en Eembode,

Hilversum 1971, 9 december).

15


in volgorde van belangrijkheid aangeven. (Men zou bijvoorbeeld kunnen

stellen dat een gouden wapenleeuw op een blauw schild een vlag

oplevert van geel-blauw of blauw-geel-blauw.) De zilveren Gooise

tweekoppige adelaar op een rood schild, metals bijkleur voor de bewapening

(bek, tong, nagels) goud, levert dus een vlag op in banen

wit-rood-geel. En zo'n vlag kennen we. Het was vroeger heelgebruikelijk,

dat op een dergelijke manier kaartentekenaars een karakteristiek

op illustratieve wijze toevoegden aan hun werk.

Enkele jaren geleden heeft

Schaaf's Kantoorboekhandel

(die ook altijd principieel

viert met een Hil versumer

gemeentevlag) een

prentbriefkaart in kleuren 1

uitgegeven met vlag en

wapen van het Gooi. Het

wapen is daarop nog gedekt

met een kroon van drie bladen

en twee parels wat bij

een definitieve vaststelling

van dit wapen we llicht beter

een kroon van vijf bladen

kan zijn, zoals ook

hoven de 'streekwapens'

van Hunzingo, Twente,

Oostergo en dergelijken.

Sprekend over de wapens en vlaggen

"tussen Vecht en Eem" moeten we ons

thans richten op die emblemen langs de

randen. Beginnende aan de Vecht zien

we eerst twee vrijwelgelijke emblemen

van MUIDEN en van WE ESP.

Op 26 juni 1816 bevestigde de Hoge Raad van A del de gemeente Muiden

in het bezit van een wapen: ''Van lazuur, beladen met een fasce

van zil ver;het schild gehouden door een meerman en eene meermin '.' 8)

8) Oud-Archief Stichting voor Banistiek en Heraldiek, Muiderberg;

L.Jansen en S.C. van Diest, Beknopte Gesc!J.iedenis van Muiden (Muiden 1953);

Kl. Sierksma, De St.Nicolaaskerk te Muiden. (In: Muider en Berger Koerier 1972, september,

nr. 36);

J.W.Verburgt, DegevelsteenvanStamheim. (In:Niftarlake 1915, blz. 37).

16


Dit vrij eenvoudige wapen (zonder de schildhouders) is een duidelijke

illustratie van de ontstaansgeschiedenis van vele (steden-)wapens. Bij

de opkomst van de heraldiek ging men er veelal toe over het beeld van

de (van vee l oudere datum bestaande) vlag over te brengen op het

schild. Er was hier

dus vanouds een vlag

van blauw-wit-blauw,

waarschijnlijk als

beeld bedoeld van de

zilveren Vechtstroom

over het veld. Dat met

die balk de V echt is

bedoeld blijkt trouwens

ook uit Vander Aa 's

beschrijving in het

Aardrijkskundig

W oordenboek, die

(met een verwisseling

van de kleuren, wat

op een fout berust)

spreekt van "eene golvende

fasce van azuur

in een veld van zilver".

Hij spreekt overigens ook van twee meerminnen, die aan weerskanten

van het wapen zouden staan. Dit zou dan verband houden met het

feit dat eertijds een zeemeermin boosaardig voorspelde "Muden sal

Muden bliven; Muden sal noit becliven". De meeste oudere wapenafbeeldingen

laten echter duidelijk een zee-echtpaar het wapenschild

flankeren, waarvan de vrouwelijke helft een spinrokken (en geen spiegel)

en de mannelijke helft een drietand hanteert. Boven het wapen

prijkt altijd een schelp, waaruit een groene plant ontspruit.

Het gemeentebestuur van Muiden bezigt onder het wapen op wat vreemde

manier en tegen de officiele regels in een lint met het opschrift

SIG(illum) OPP(idi) MUDENSIS, dat is: wapen(zegel) van de stad Muiden.

Er zijn zegelstempels en afdrukken uit de 14de en 17de eeuw bewaard

gebleven, waaruit blijkt dat Muiden eertijds ook nog een ander wapen

voerde, bij wijze van grootzegel. Op dat wapen staan twee torens ter

bewaking van de haveningang, waartussen een koggeschip vaart. Het

koggeschip herinnert aan de tijd dat de stad formeel behoorde bij de

verbonden steden, die zich in Gotland hadden verenigd, uit welk verbond

later de Hanze zou ontstaan. Daarmee is ook de keuze wit en

blauw van het wapen verklaard, want alle bedoelde steden voerden op

hun schepen vlaggen in die kleuren, ontleend aan het wapen van Gotland

in Zweden.

17


Op een klein antiek beschilderd ruitje in de Sint Nicolaaskerk van de

stad is dit verband van Muiden met de Hanze ook te zien. Het ruitje

van 1646 vertoont tussen twee torens een vissersschuitje met de

stadsvlag op de helmstok aan het roer. Midden op de mast wappert

een lange gespleten wimpel, ten teken dat de vracht en de schippers

keizerlijke bescherming genoten. En in de top is de vlag van het Hanzeverbond

gehesen: rood-wit, met daar overheen het stadswapen in

blauw en wit.

Op wat raadselachtige en tot nu toe niet verklaarde wijze houdt een

gevelsteen in de boerderij Sterrenheim of Starheim aan het Gein enig

verband met het Muider wapen. De steen vertoont een zeemeermin

en zeemeerman (gewapend met een zeventandige vork), die tussen

zich in een grote zespuntige ster omhoog houden. MUYDINA staat er

bij en tevens een soort referentie aan de bijbeltekst 2 Petrus 1 :19

( ... totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten):

MY LUCHT DIIN STAR.

Was de stadsvlag van Muiden dus blauw-wit-blauw geweest, toen de

gemeenteraad op 21 november 1963 voor de gemeente (waartoe naast

de stad a an de V echt ook het Gooidorp Muiderberg sedert de Franse

tijd behoorde) een eigen vlag vaststelde, kwam in het vlagmodel ook

dit Gooise ''berg"-element tevoorschijn. De vlag werd blauw-witblauw

met aan de stokzijde een grote gelijkzijdige gele driehoek, die

de Muiderberger kleuren blauw en geel hiermede als een wig in het

Vecht-gebied laat indringen.

Overigens wist Muiden 's stadsbestuur al lang dat bij bijzondere gelegenheden

een vlag gebezigd moest worden. Op 19 februari 1699 diende

Lourens Fock bij het stadsbestuur een rekening in "weegens het

gebruijcken en schadeloos maaken van mijn Vlagh", waarvoor hij de

som van 12 gulden en 12 stuivers ontving. Helaas weten we niet wat

voor vlag dit is geweest, noch voor welke gelegenheid de Heeren

Burgemeesteren der Stadt Muijden deze vlag van een particulier gebruikt

hebben.

Een heel bijzondere relatie tussen de steden Muiden en Amsterdam

blijkt nog uit de vlag, die Amsterdamse schepen, liggend voor Pampus,

in de 17de eeuw moesten hijsen. In een zeldzaam handschriftelijk

vlaggenboek van circa 1669, berustend in de Bibliotheque Raoul

et Jean Brunon te Salon-de Provence is de:z;e vlag (nr 27b) tot nu toe

als enige afbeelding teruggevonden. Het is een rood-wit-blauwe vlag,

met aan de stokzijde over alles heen het met de keizerskroon gedekte

wapen van Amsterdam. Maar ... als schildhouders fungeren niet de

twee bekende leeuwen doch de twee Muider zeewezens !

18


Het wapen van WE ESP lijkt veel op dat van Muiden; in niet heraldische

taal zou men kunnen zeggen dat op het blauwe schild hier niet een horizontale,

maar een vertikale zilveren balk is gezet.9) 26 Juni 1816

werd dit wapen aan de stad bevestigd. Men ziet ook hier weer de bij

Muiden besproken symboliek en de oorsprong van de kleuren (al is 't

onzeker of Weesp ooit Hanzestad is geweest). Net als Muiden kende

W eesp vroeger ook een groot-zegel met een ander wapen, dat nog te

zien is tegen het plafond van de vroegere vroedschapszaal in het stadhuis:

het vertoonde een kerkgebouw met toren.

De vlag, die Weesp al vanaf 13 juli 1595 voert, en die op 28 juni 1973

weer als officHHe gemeentevlag door de Raad is ingesteld, lijkt weer

veel op die van Muiden. Het zijn drie banen, blauw-wit-blauw, maar

op het midden van de witte baan staan de zwarte initialen WS. Bij resolutie

van de Staten van Holland op bovengenoemde datum in de 16de

eeuw kreeg de stad deze vlag toegewezen, evenals toen voor de stad

Muiden eenzelfde vlag met letters MD werd ingesteld. Helaas was

men die letters WS aanvankeiijk

zelfs bij de Hoge

Raad van Adel vergeten,

toen het vaststellen

van een gemeentevlag in

1973 aan de orde kwam.

Een B & W -voorstel met

de vlag zonder letters

werd in de raadsvergadering

van 3 mei teruggetrokken;

25 mei d. a. v.

erkende het Hoog College

van Staat het abuis van

een eerder gegeven advies

en cone ludeerde inderdaad

op instigatie van mij dat

de letters in de vlag behoorden

te staan.

Jammer is het wel dat -mogelijk door deze verwarringen- inhet algemeen

de Weespers zelf nog steeds met simpelweg blauw-wit-blauw

vlaggen en dan. . . ter ere van Almelo dat zo 'n vlag als gemeentevlag

op 20 december 1948 vaststelde!

WEESPERKARSPEL, dat tegenwoordig ingevoegd is in de gemeente

Weesp, had op 22 oktober 1817 precies hetzelfde wapen als Weesp

bevestigd gekregen door de Hoge Raad van Adel. Daarin werd op 24

9) ( •• ,)De stadhuizen van Weesp. (In: De Nieuwe Weesper, Weesp 1967, 5 mei).

19


oktober 1949 verandering gebracht, toen de Koningin een wapenverandering

doorvoerde. Het werd nu een gevierendeeld wapen; de delen

I en IV bevatten het oude wapenbeeld, de delen II en III hadden het

embleem van de voormalige gemeente BIJLMERMEER (dat 20 december

1846 aan Wesperkarspel was toegevoegd). Dit wapen was een reiger

in natuurlijke kleuren, staande op ... een zwarte bloedzuiger,

terwijl ook rechts en links van de reiger een dergelijk weekdier was

geplaatst. Heel opmerkelijk was het dat de stad Weesp geen kroon

boven het schild mocht dragen, maar Weesperkarspel wel!

Toen Weesperkarspel nog een zelfstandige gemeente was kon men incidenteel

van het gemeentehuis een tweebanige vlag zien wapperen,

wit-blauw; deze vlag was echter niet officieel vastgesteld.

'S GRAVELAND

Met de reiger van Bijlmermeer-Weesperkarspel zijn we meteen al

terecht gekomen bij het naburige 's-GRAVELAND dat sedert 11 september

1967 een ooievaar, een gekroonde gans en een snoek op een

gekroond schild voert. 10) De sedert 14 mei 1974 bijbehorende gemeentevlag

heeft banen rood-blauw, met daar overheen een witte driehoek

met de basis aan de vluchtzijde en de top bij de stokzijde, terwijl

bovenaan bij de stok een gele gra venkroon prijkt.

Het bedoelde wapen had een voorloper dat vier verschillende elementen

bevatte: een gekroonde gans, een paardehoef, een ooievaar en

een pelikaan op nest.

10) A.D. Wumkes, In de gekroonde trapgans (Breu.kelen 1973);

L.Streef en A.J.Beenhakker, Korte geschiedenis en wapenkunde van de polderKortenhoef.

(In: Waterschapsbelangen LV, 's-Gravenhage 1970, 2 september; blz. 267). '

20


Uit deze wapens kon men de wordingsgeschiedenis van de gemeente

aflezen. 26 Juni 1816 werd het oorspronkelijke ~..=Q!_~v~!_a_EQ. bevestigd

in het bezit van een rood wapenschild, waarop een zilveren, met

gouden kroon gedekte trapgans, die op een groen grasveldje stond.

Reeds in 1641 was dit wapen door het Hof van Holland aan het dorp

verleend.

Met 's-Graveland werden Ankeveen en Kortenhoef verenigd tot een

nieuwe gemeente. 20 Oktober 1910 verleende de Koningin aan ANKE­

VEEN een wapen van zilver met een blauwe reiger, staande op (en

in) een groen rietveld.

Op de Ankeveense raadszaal stond vroeger een

archiefkast waarop dit wapen was ingebeeldhouwd;

op verschillende oude kaarten komt het

ook voor. Maar in 1910 ontleende de Kroon dit

wapen en zijn kleuren aan het familiewapen van

het geslacht De Wael, dat de heerlijkheid Ankeveen

in bezit had gehad. Doch ook nu nog bezigen

sommige leden van het geslacht De Lorraine

de Vaudemont (in Frankrijk), als nakomelingen

van Vrouwe L.A. E. M. Collette de Montmorency,

douariere van J. M. prins de Lorraine

de Vaudemont, het Ankeveense schild als hartschild in hun wapen,

dat -naar de woorden van Vander A a in het Aardrijkskundig Woordenboek-

boven dit harts child "twee waterhennen" en een eronder vertoont;

deze waterhoentjes zijn echter in wezen merletten, eendjes zonder snavel

en poten. V66r 1910 zegelde de gemeenteAnkeveen met dit familiewapen!

KORTENHOEF had een in vieren gedeeld wapen,

waarin tweemaal op goud een zwart onderbeen

van een paard met zilveren hoef voorkwam

en tweemaal een rode ondergrond waarop een

zil veren pelikaan met j ongen in het nest prijkte.

Dit was het wapen van de Heerlijkheid dat op 16

april 1839 werd bevestigd; het werd geen gemeentewapen.

Op zichzelf was het een merkwaardig

heerlijkheidswapen: acht weken nadat

ds. A. W. van Pellecom de heerlijkheid hadgekocht

-welke heerlijkheid het wapen van sec de

hoef aan het been toebehoorde- en slechts vijf

weken nadat de nieuwe ambachtsheer op 12 maart

1839 zijn feestelijke intocht deed werd het nieuwe wapen -een vereniging

van het Kortenhoefse en van het Pellecom (pelikaan)wapen- al

door de vorst toegekend; de dominee moet zeker wel goede brieven

in Den Haag gehad hebben om zo snel tot erkenning te kunnen komen.

2 1


Een "echt" gemeentewapen is echter noch dat met de hoef, noch dat

met hoef-en-pelikaan geweest. Mogelijk is dat ook wel de reden dat

de hoef niet in het huidige 's-Gravelander wapen voorkomt. Maar die

snoek daarin zou toch beter ooit eens vervangen kunnen worden door

de hoef!

De gemeenten tussen Vecht en Eem aan de Vecht-kant ronden we af

met het wapen van LOOSDRECHT, dat -ter verbeterin~ van het al

op 28 juni 1816 bevestigde wapen- beschreven wordt a·Ls: "gedwarsbalkt

van acht stukken van zilver en sabel, over alles heen een van

keel en zilver in twee rijen geschaakt St. Andrieskruis." Ret schild

is gedekt met de bekende gouden kroon van drie bladen en twee parels.

Dit wapen is hetzelfde als eertijds gebezigd voor de heerlijkheid

Oud- en Nieuw-Loosdrecht; en dit is op zijn beurt ontleend aan

het wapen van de Heren van Amstel en Mijnden, die in de 13de eeuw

ambachtsheren van de Loosdrechten waren

Als heerlijkheidswapen heeft het in steen gehouwen

eeuwenlang gemetseld gezeten in het

bruggetje dat Loosdrecht en Kortenhoef verbond

op de 's-Gravelandse Vaartweg. Het

jaartal1742 was mede vermeld, terwijl een

steen met het wapen van de Ambachtsheer

Lieve Geelvinck (173 0-1743) -gehuwd met

Anna de Haze- erbij aangaf wie te dier tijde

het be wind voerde.

Merkwaardig genoeg voor een belangrijke watersportgemeente

als deze (en waarschijnlijk

de enige in ons land) is er tot nu toe geen

eigen vlag ingesteld. Wel richtten Burgemeester

en Wethouders zich al op 22 januari 1968

tot alle bedrijven in de gemeente, om erop

I... L008D~ECIIT -" te wijzen dat de gemeenteraad zich in haar

vergadering van 30 november 1967 had uitgesproken

over en geergerd aan het misbruik

van onder meer de nationale vlag; dit misbruik "neemt in deze gemeente

hand over hand toe". Het rondschrijven werd gevolgd door

een verzoek aan de Stichting voor Banistiek en Heraldiek, advies te

verstrekken voor een verantwoorde gemeentevlag. Einde 1968 kwamen

er een aantal banistiek weinig verantwoorde tegenvoorstellen uit

de bevolking tevoorschijn, maar tot een resultaat kwam men niet.

Einde 1969 werd een en ander weer opgerakeld: een voorgelegd en binnen

de gemeenteraad wel gewaardeerd ontwerp van een graficus moest

enige banistieke correcties ondergaan, op aanwijzing van voorgenoemde

stichting. De ontwerper wilde de banistieke-regels echter niet volgen.

. . de zaak werd op lange baan geschoven ...

22


Nog een jaar later lieten B & W de Hoge Raad van Adel een vlagvoorstel

doen; einde oktober 197 0 werd de vlaggekwestie opnieuw

tot nader orde uitgesteld. En thans heeft de gemeente -met toch wel

gevoel voor historie en stijl- nog steeds geen eigen vlag; en op de

naleving van het rondschrijven van 1968 wordt helemaal niet meer

gelet. Nationale vlaggen van allerlei orgine -waarvan vele ook nog

verkeerd zijn uitgevoerd!- verstoren het dorpsbeeld en het plezier

van binnen- en buitenlandse watersportliefhebbers, die traditioneel

uiterst secuur het vlagprotokol hanteren. Volgens eenvoudige enquete

en observatie waren in juli 197 8 in de beide Loosdrechten sam en meer

reclame- en nationale vlaggen gehesen dan op Zandvoort tijdens de

races ...

Van de Vecht naar de Eem: EEMNES.

"Het wapen dezer gemeente bestaat in een

veld van keel (rood), beladen met drie bisschoppelijke

hoofden van zilver." 11 September

1816 bevestigde de Hoge Raad van Adel

dit en stond het gebruik van een vijfbladige

gouden kroon erboven toe. Dit laatste hing

samen met het feit dat "de beide Eemnessen"

in een octrooi van Karel V in 1532 al "stad"

werden genoemd. Het wapenschild zelf met

zijn 3 bisschopsbustes (het zijn niet alleen

gemijterde hoofden) van zilver op rood -de

Utrechtse Stichtskleuren- zou door een bisschop

van Utrecht verleend zijn, waarvan overigens geen bewijzen

zijn gevonden. Wel is Eemnes lang een twistappel geweest tussenHolland

en het Stichtse.

In 1974/1975 heeft het raadslid H. A. G. J. In 't Veld zich ingespannen,

ook voor deze gemeente een eigen vlag ingesteld te krijgen, maar 28

april1980 schreven B & W aan de Stichting voor Banistiek en Heraldiek,

dat de Raad van mening is, "dat de thans in gebruik zijnde vlag

prima voldoet en derhalve niet de behoefte gevoelt om te komen tot

de instelling van een officHHe vlag". De bedoelde vlag -die men niet

in gebruik ziet bij gemeentenaren en dus ook geen gemeentevlag genoemd

kan worden- is een defileervlag naar het patroon, zoals dat

commercieel geleverd werd voor een defilee voor Koning Wilhelmina

in de dertiger jaren; een curiosum dus, thuis horend in een oudheidkamer!

*

23


Nog curieuzer dan deze vlaggehistorie is de wapengeschiedenis van

BAARN, dat ook geen eigen vlag heeft.12)0orspronkelijk had de stad

Baarn (mogelijk al sedert 1350) een wapen, waarin de afbeelding van

de Heilige Nicolaas figureerde. Sedert 1647, toen de Staten van

Utrecht van Baarn een vrije heerlijkheid voor prins Willem III maakten,

kreeg dit wapen ook de Stichtse kleuren, zilver op rood. In 1857

werd de gemeente De Vuursche samengevoegd met Baarn. De Ambachtsheerlijkheid

De Hooge en Lage Vuursche had altijd een soortgelijk

"heiligen-wapen" gekend: een (jeugdige) Sint Jan, gewapend

met een kruisstaf waaraan een vaantje en aan zijn voeten een lammetje,

alles van goud, op een blauw schild. In de raadszitting van 28

februari 1866 attendeerde voorzitter-burgemeester mr. J . C. G. C.

Laen erop, dat het nieuwe Baarn een nieuw wapen bij de Kroon behoorde

aan te vragen voor de nieuwe gemeente. Hij bracht een voorstel

ter tafel dat met algemene stemmen werd goedgekeurd en zo

ging de wapenaanvraag naar de Koning. In het Utrechts Dagblad ontspon

zich later nogal wat discussie erover dat de beide voorhanden

heiligen uit het wapen moesten verdwijnen; men zag er een antikatholieke

houding in, ook al waren twee r.-k. raadsleden (H. Pen en

P. Kuijer) in 1866 met het voorstel akkoord gegaan. Ret wapenmodel

dat de burgemeester ter tafel had gebracht, was ook wel heel bijzonder

en attraktief: gehouden links en rechts door een gouden leeuw, het

schild gedekt met een gouden kroon, en een wapenspreuk onder het geheel

(VIS TEMPERA TA FORTIOR = Gebreidelde kracht is sterker),

was er een groots wapenbeeld van zil ver op blauwe ondergrond gedacht.

Dit wapen, dat op 5 maart 1867 reeds door de Koning werd verleend,

liet een woest springend hengst zien, die in toom werd gehouden door

een blote, slechts de schaamdelen omgord houdende, mannenfiguur.

Wat was dit? Niets anders dan de weergave van een beeldhouwwerk

uit Stuttgard, waarover Mevrouwe E. J. Hulft baronnesse Taets van

Amerongen, geboren Taets van Amerongen, die dit beeld had gezien

toen zij als gezelschapsdame met Koningin Sophie een reis door Duitsland

had gemaakt, in lovende woorden met burgemeester Laen hadgesproken.

12) ( •• , ) Het Baarnsche gemeentewapen. (In: Utre chts Da gblad, Utre cht 1918, 7 j anuari);

( •• ,) Bijna honderd jaar gel e den kreeg Baarn (een) nieuw wapen: slaaf in zwembroek. (In:

Baarnsche Courant, Baarn 1961, 28 november);

( •• , ) Baarn wil oude gemeentewapen n a 94 jaar in e re he rstellen. (In: Trouw, Hilversum

1961, 15 december);

Kl.Sierksma, Wel en wee van het gemeentewapen van Baarn. (In: Gooi- en Eemlander,

Hilversum 1967, 4 maart);

( •• ,) Hoe de goede stad Baarn honderd j aar gele den de Sint uit haar wapen wipte . (In:

Haarlems Dagblad, Haarlem 1967, 4 m a art);

( •• , ) Baarns wapen is in e re hersteld. (In: alsvoren 1971, 22 september).

24


Er was voor die tijd nauwelijks indrukwekkender gemeentewapen te

denken: zo 'n mooie afbeelding, twee schildhoudende leeuwen, een

wapenspreuk in het Latijn, een kroon erboven; alles wat er maar te

bedenken viel gaf de gemeente, waarin "het vorstelijk Lusthuis Soestdijk"

zich bevond, een waardig stuk representatie!

Heel wat scribenten hebben zich, naar gelang moderner inzichten zich

tot het midden van de 20ste eeuw ontwikkelden, spottend over het wapen

en de totstandkoming ervan uitgelaten (al waren er van andere gemeentewapens

heel wat zotter en zinniger histories te me lden geweest).

Reeds in 1939 kwamen er binnen het College van B & W stemmen,

om dit wapen af te schaffen en de Koningin te verzoeken, als gemeentewapen

maar weer Sinterklaas terug te vragen. Bij het schild wilde

men wel graag de leeuwen handhaven en de kroon erboven. De oorlogsjaren

schenen beter om op dit punt voorlopig maar het zwijgen

ertoe te doen.

Het r.k. raadslid Peters bracht 23 oktober 1961 de zaak weer aan 't

rollen, al werd dit eerst bejegend met de tegenuitspraak dat een wapen

met een heilige erop "wel erg Rooms aan zou doen". Inderdaad

werd besloten dat B & W maar eens nader advies over een eventuele

mogelijkheid van eerherstel voor het oude Baarnse wapen bij de Hoge

Raad van Adel zullen vragen. De raadscommissie van onderzoek voor

de begroting-1966 vroeg hoe het er eigenlijk mee stond, maar het

College antwoordde: "Het wachten is op het advies van de Hoge Raad

van Adel".

25


En eindelijk, 18 september 1969 komt dan het gevraagde Koninklijk

Besluit waarin de merkwaardige wapenhistorie sedert 1867 wordt afgesloten.

Baarn kreeg een wapen: "In azuur een bisschop van goud".

Ret zou nog eens weer twee jaren duren aleer

op 22 september 1971 in de muur van

het raadhuis een nieuw wapenschild, vervaardigd

door de plaatselijke kunstenares

Mevrouw Griepink, kon worden gemetseld.

Het ontluisterde oude wapen (met toch ook

al een eerbiedwaardige ouderdom van

honderd en vier jaren) werd in de struiken

achter het raadhuis gedeponeerd ...

En wei "een bisschop", maar niet de Heilige

Nicolaas, siert het wapenschild.

*

De wapengeschiedenis van het naastgelegen SOEST vertoont minder

spectaculaire kanten. 26 Juli 1815 berichtte de burgemeester aan de

Hoge Raad van Adel dat "in het choor der Gereformeerde kerk dezer

Gemeente, alwaar in een van de Glasraamen, volgens overlevering

het Dorps Wapen zoude geschilderd zijn geweest, noch een onduidelijk

en klein stuk van een ornament te zien" is.

Van dit een en ander legt hij vervolgens een

tekening met beschrijving over.

De bevestiging van het wapen van 11 september

1816 luidde : "Van sinopel, beladen met

eene golvende fasce van zilver, verzeld en

chef met een ploeg en en pointe met een berg

hooi, alles van goud. "

De burgemeester had de beschrijving van het

wapen wel wat uitgebreider gegeven. Hij

sprak van een ''Romeinsch schild" dat "omkleed"

moest zijn "met blauw gordijn bezaaid

met sterren ". De ploeg in de hovenhelft

van het schild moest "eene zogenaamde

Geldersche ploeg" zijn en de golvende balk

was "een stroom dwars door hetzelve, zinspelende

aan de Rivier den Eem. De oppert Hooi tot een afbeelding

van de goede wei- en Hooigronden voor de Boerderij en Veeteelt.

Voorts" -en hier volgt een wapenelement dat nooit is toegekend, maar

dat wel door het gemeentebestuur wordt gehanteerd- "tot bijcieraden

26


een Helm en de volgende Landbouwgereedschappen, als de Sikkel, de

Dorschvleugels, de Herders Staf, de Seist, de hooihark, de Spaa en

de greep of Mestvork ".

Leuk is het wel dat "de Spaa" inmiddels als sierstuk is verdwenen,

terwijl een gemeentelijk strooibiljet over het wapen van de "Herders

Staf" een. . . polsstok heeft gemaakt !

De Hoge Raad van Adel adviseerde 25 oktober 1961 de instelling van

een gemeentevlag in banen groen-geel-groen-gegolfd wit-groen-geel

-groen, waarvan de hoogten de verhouding hebben als 3: 1: 3: 4: 3: 1: 3.

Deze gemeentevlag werd door de Raad der gemeente 26 januari 1962

ingesteld. Burgemeester mr. S. P. baron Bentinck, die zich vee l

moeite had getroost om tot de instelling van de vlag te komen, nam

de gelegenheid en de vergadering waar, om ook erop te attenderen,

dat jarenlang op drukwerken e. d. het gemeentewapen verkeerd was

afgebeeld geweest; dit zou nu meteen veranderd worden.

Het gebied tussen Vecht en Eem in het

zuiden afrondend rest ons het gemeentewapen

van MAARTENSDIJK te bekijken.

Ter illustratie in het algemeen van wapenverlening

en bevestiging der oudere wapens

in ons gebied volgt hier de tekst van de zogenaamde

wapendiploma 's, die aan het begin

van de wordingsgeschiedenis van het

Koninkrijk werden afgegeven;

'rv AN WEGE DEN KONING

De HoogeRaad vanAdel, gebruik makende

van de magt aan denzelven verleend, bij

besluit vanden20sten Februarij 1816, bevestigt bij dezende Gemeente

Maartensdijk (Provincie Utrecht) ingevolge het door haar gedaan

verzoek, in het bezit van het navolgende Wapen:

Zijnde een schild van lazuur beladen met het beeld van St. Maarten

in goud.

Gedaan in 's-Gravenhage den 8e December 1819.

(Getekend) F. G. van Lynden van Hemmen, President.

Ter ordonnatievandenHoogenRaad, C. Chais, Secretaris. "

Midden op een dergelijk diploma is dan in kleuren, gehoogd met goud

en zilver, een eigentijdse tekening van het wapen aangebracht.

De bevestiging van dit wapen was het gevolg van de brief van 20 februari

1815, aan de Hoge Raad van Adel gezonden, waarin de burge-

27


meester meldde: " ... in de Geheimschrijver van Staat, gedrukt te

Utrecht 1751" komt de volgende aantekening voor: "Maartensdijk­

Ret wapen van dit dorp is het beeld van St. Maarten.

Ook Achttienhoven en Westbroek thans vere-

-------------------

nigd met Maartensdijk, hadden eigen wapens,

resp. verleend op 24 december 1857 en bevestigd

op 11 oktober 1816.

Ook eerstgenoemd dorp had in zijn wapen relatie

met Utrecht: gevoerd werd een zilveren

schild, waarop een Paaslam, rood gekleurd,

voorkwam, gewapend met een kerkvaan; dit

wapen hield derhalve deherinnering levendig

aan het Kapittel van Sint Jan in de domstad.

Westbroek echter hanteerde een heerlijkheidswapen: gevierendeeld

van Zuylen (rood met 3 zilveren zuilen) en Borssele (zwart met een

horizontale balk van zilver). Op het kasteel Zuylen is een schilderij

aanwezig van Frank van Borssele, Reer van Zuylen en Westbroek,

de laatste echtgenoot van Jacoba van Beieren; zijn wapenrok vertoont

hetzelfde beeld als het vroegere W estbroeker gemeentewapen.

De op 8 januari 1969 ingestelde gemeentevlag van Maartensdijk waait

derhalve ook hoven Achttienhoven en Westbroek. Ret is een model

vlag, die men voor nog meer gemeenten tegenkomt, waarin Sint

Maarten een rol speelt, en die in het patroon ook associaties oproept

met de vlag van de stad Utrecht; volgens de gegolfde broekdiagonaal

verdeeld in gee len blauw. Deze schuine de ling herinnert aan de ten

behoeve van een bedelaar door Sint Maarten verdeelde mantel; de golvende

snede symboliseert de "dijk'~ In officieel gebruik draagt de

vlag ook nog in de vluchttop (een in de banistiek ongebruikelijke plaatsing,

want op dat punt slaat een vlag op de wind het eerst kapot ... )

de afbeelding van het gemeentewapenschild.

Zoals de oude provinciale hoofdbladen traditioneel het provinciewapen

in de "lmp" van het dagblad dragen, is ook de _9_2Qi_:-_e_g_~e_!_ll]~I_!_d~.!:. er

sedert de honderd-en-eerste jaargang toe over gegaan, in de kop van

de krant een "Gooi- en Eemstreek"-wapen op te nemen. Ret Gooi is

er uiteraard in verbeeld door een zilveren tweekoppige adelaar op

rood; het Eemgebied wordt gesymboliseerd door de reconstructie van

het oude wapen van Bunschoten; de Vechtstreek ziet men in een gegolfde

zil veren baan op blauw; en in het laatste kwartier schuilt een

wapenkundig grapje: een gouden veld, bestrooid met 18 blauwe staande

blokjes, als zinnebeelden van het verspreidingsgebied van de

krantenabonnees !

28


En tot slothet Gewest Gooi- en Vechtstreek.l3) Dit voert -in tegenstelling

met anderegewesteli-eTcfersinilet1anct- geen wapen en heeft ook

nog geen aanvraag daartoe gericht tot de Koningin. Gedurende de

tweede helft van 1977 is er ter zake wel een initiatief ontplooid door

de voorzitter van het gewest, maar 27 oktober van dat jaar liet het

Dagelijks Bestuur aan de Stichting voor Banistiek en Heraldiek weten,

dat met de aanvraag voor een wapen "beter gewacht kan worden toter

meer zekerheid is omtrent de omvang van de toekomstige provincie

Gooi- en Eemland". Het voorgestelde wapen zou natuurlijk de zilveren,

goud gewapende tweekoppige adelaar op rood dragen, waaraan

de kleuren zil ver en blauw worden toegevoegd als de karakteristieke

kleuren voor de V echtstreek.

Helaas, aldus moeten we wat negatief onze beschouwing over wapens

en vlaggen tussen Vecht en Eem besluiten. Maar hoe ook, de geschiedenis

die in deze emblemen haar taal spreekt, zal nog eeuwen lang

van zich laten horen. De wapenkunde, maar vooral de vlaggenkunde

is geen dorre wetenschap; wapens, maar vooral vlaggen zijn levende

en door de gehele bevolking te allen tijde gebezigde karakteristieken

van eigen, bijzonder aard en wezen. 14)

*

13) ( •• , ) Drie ontwerpen voor gewestwapen. (In: Gooi- en Eemlander, Hilversum 1977,

17 juni).

14) Archivalische en andere gegevens zijn ontleend a an de dossiers van de Stichting voor

Banistiek en Heraldiek te Muiderberg, ten dele tevens berustend op onderzoek in lokale

archieven en in het archief van de Hoge Raad van Adel te 's-Gravenhage.

29


30


LITERATUUR EN BRONNEN

A. J. van der Aa, Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden.

(Gorinchem 1839-1851; 13 delen).

Mr. W. J. baron d'Ablaing van Giessenburg, Nederlandsche Gemeentewapens

of Wapenboek der gemeenten, heerlijkheden, waterschappen

en corporatien van het Koninkrijk der Nederlanden .

(Arnhem 1896).

C. Druif, Nederlandse gemeentewapens. (Leeuwarden 1965).

Aan dit rijke plaatwerk zijn de meeste afbeeldingen voor het

boekje ontleend. Samen bieden ze een soort bloemlezing van

moderne wapenstijlen.

Kl. Sierksma, De gemeentewapens van Nederland. (Utrecht 1969 4).

Consequent gebruik van de wapentekenstijlen van 1815 tot 1969

laat zien dat de wapenbeschrijving (blazoenering) te allen tijde

aan de kunstenaar volledige vrijheid laat om zijn eigen beeldinterpretatie

van het wapen te brengen in eigen(tijdse) stijlvormen.

Kl. Sierksma, Nederlands Vlaggenboek. (Utrecht 1962).

Het hoek is niet meer volledig; sedert de verschijning ervan

zijn meer dan 250 nieuwe gemeentevlaggen ontstaan.

Kl. Sierksma, 242 Nederlandse gemeentevlaggen. (Muiderberg 1980).

Beschrijvende uitgave van de door de Stichting voor Banistiek

en Heraldiek gedurende 25 jaren geadviseerde en ontworpen

vlaggen.

Kl. Sierksma, Noord-Holland met vlag en wapen. (In: Holland;

Dordrecht 1974; blz. 9-18).

*

31


EERDER VERSCHENEN DEELTJES

in de serie 'Gooi en Vechtstreek' zijn de nummers:

1. Om de fundamenten van een kastee l. ..

onderzoek naar de fundamenten van het vroegere

kasteel Vredelant.

2. Gevelstenen in de vesting Naarden

wandelroute door de vesting met verwijzing naar

daar nog aanwezige gevelstenen.

3. Ordonnantien, Keuren en Statu ten der stad Naarden

van 19 februari 1623 tot 6 september 1646,

in regestvorm.

4. Het Naardermeer

een korte beschrijving; ontstaan en geschiedenis.

5. De geschiedenis van een chocoladefabriek

... die van C. J. van Houten& Zoon te Weesp.

6. Met wapen en vlag tussen Vecht en Eem

een rijk geillustreerde studie van de banistiek en

heraldiek in de regia.

7. Gooi en V echtstreek in vertellingen (1)

verhalen, met op de achtergrond een 'waargebeuren';

vermakelijk en lezenswaardig!

Deze serie 'Gooi en Vecht' staat onder redactie van H. Aalderink,

Mies Langelaar en H. Poolman.

Ad res redactie: Kloosterstraat 2 0, 1411 RT Naarden.

*

Bestellingen in of via de erkende boekhandel.

32


Druk: Drukkerij Vreel

More magazines by this user
Similar magazines