Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

Risico op armoede bij huishoudens in 2014 nauwelijks

gestegen, lichte daling verwacht voor 2015 en 2016

Van de ruim 7 miljoen huishoudens in 2014 moesten er 734 duizend rondkomen

van een laag inkomen. Dit waren er 6 duizend meer dan in 2013. De toename was

aanzienlijk lager dan in de periode 2011–2013, toen er jaarlijks nog gemiddeld

70 duizend huishoudens met risico op armoede bij kwamen. Ook relatief gezien

nam het aantal huishoudens met een laag inkomen in 2014 maar weinig toe:

het aandeel steeg van 10,3 procent tot 10,4 procent. Hiermee lijkt voorlopig een

plafond bereikt; ramingen van het Centraal Planbureau (CBP) wijzen voor 2015 en

2016 op een lichte daling van dit aandeel tot respectievelijk 10,1 en 10,0 procent.

Het inkomen van de huishoudens met kans op armoede lag in 2014 in doorsnee

12,5 procent onder de lage-inkomensgrens. Voor een alleenstaande kwam dit

tekort neer op een bedrag van 110 euro per maand, dit was iets minder dan in het

voorafgaande jaar.

Wel flinke toename van huishoudens met langdurig laag

inkomen

Van de 734 duizend huishoudens die in 2014 een inkomen onder de lageinkomensgrens

hadden, moesten er 217 duizend (3,3 procent) al ten minste

vier jaar achtereen van een laag inkomen rondkomen. Terwijl het aantal

huishoudens met een laag inkomen nauwelijks toenam, steeg het aantal met

een langdurig laag inkomen ten opzichte van 2013 met 24 duizend. Een deel

van de huishoudens die door de economische crisis aan de onderkant van de

inkomensverdeling zijn beland, is hier dus nadien (nog) niet uitgekomen.

Fors meer langdurig lage inkomens onder niet-westerse

huishoudens

Bij niet-westerse huishoudens is het aandeel met een langdurig laag inkomen

bijna zes keer zo groot als bij autochtone Nederlanders. Dit aandeel nam

tussen 2013 en 2014 bij deze huishoudens bovendien sterker toe (van 11,5 tot

13,3 procent) dan bij autochtone huishoudens (van 2,0 tot 2,2 procent). Vooral

onder huishoudens van Marokkaanse komaf was het percentage met 14,8 in 2014

hoog.

Ook eenoudergezinnen met uitsluitend minderjarige kinderen en alleenstaanden

onder de AOW-leeftijd hebben een betrekkelijk hoog risico op langdurige

armoede: respectievelijk 10,6 en 8,9 procent van hen had hier in 2014 mee

8 Armoede en sociale uitsluiting

More magazines by this user
Similar magazines