Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

te doen. Voor eenoudergezinnen betekende dat een toename met 2 procentpunt

ten opzichte van 2013.

Van de huishoudens met een laagopgeleide hoofdkostwinner moest 5,9 procent in

2014 al ten minste vier jaar achtereen van een laag inkomen rondkomen. Van alle

huishoudens met risico op langdurige armoede is 55 procent laagopgeleid.

Van de bijstandshuishoudens had 44 procent in 2014 een langdurig laag inkomen.

De helft van alle huishoudens met kans op langdurige armoede is vooral aangewezen

op bijstand, een kwart op een andere uitkering of pensioen, terwijl het

resterende kwart zijn inkomen uit betaald werk betrekt.

Meer personen met een laag inkomen in 2014

Het aantal mensen dat deel uitmaakt van een huishouden met een laag inkomen

steeg in 2014 met 27 duizend tot bijna 1,5 miljoen (9,2 procent van de bevolking).

Een jaar eerder bedroeg de toename nog 106 duizend personen. Het Centraal

Planbureau raamt voor 2015 en 2016 een daling met respectievelijk 42 duizend en

16 duizend personen.

De ontwikkeling van het aantal personen met een laag inkomen is gelijk aan

het saldo van de in- en uitstroom. In 2014 stroomden 499 duizend personen uit

de bevolking met een laag inkomen, terwijl er 526 duizend instroomden. Voor

930 duizend personen met een laag inkomen veranderde hun inkomenssituatie

niet. De jaarlijkse doorstroom is tussen 2010 en 2014 flink in omvang toegenomen.

Het aantal personen met risico op langdurige armoede is in deze periode dan ook

toegenomen.

Forse stijging aantal kinderen met langdurig laag

inkomen in 2014

In 2014 moesten 426 duizend personen (2,9 procent van de bevolking) langdurig

van een laag inkomen rondkomen, 52 duizend meer dan in 2013. De toename was

daarmee groter dan in 2013, toen de stijging 38 duizend bedroeg.

Het aantal minderjarige kinderen dat leefde in een gezin met langdurig een laag

inkomen nam in 2014 toe met 16 duizend tot 131 duizend. Dat komt neer op

4,5 procent van alle kinderen. Bijna de helft van deze kinderen groeide op in een

bijstandsgezin, terwijl bij iets meer dan een derde betaald werk de belangrijkste

inkomensbron van het huishouden was.

Kinderen uit een gezin met een weinig rooskleurige inkomenspositie hebben een

verhoogde kans in hun latere leven in een vergelijkbare situatie te komen. Zo liep

20 procent van de kinderen die rond 1990 opgroeiden in een gezin dat langdurig

Samenvatting 9

More magazines by this user
Similar magazines