Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

Onder huishoudens met een inkomen boven de lage-inkomensgrens was het

eigenwoningbezit met 64 procent aanzienlijk hoger. Niet verwonderlijk is dat

de hogere inkomens ook vaker een hypotheekschuld hadden: 54 procent tegen

19 procent bij de lage inkomens.

Worden de eigen woning en de hypotheekschuld niet meegeteld bij het totale

vermogen, dan blijft het mediane vermogen van huishoudens met een laag

inkomen vrijwel gelijk (rond de 1 000 euro). Het doorsnee-vermogen van huishoudens

met een hoger inkomen neemt echter af van 32 duizend (inclusief eigen

woning) euro naar 17 duizend euro (exclusief eigen woning). Wat betreft de

mediane waarde van de eigen woning en de hypotheekschuld ontlopen de lage en

de hogere inkomens elkaar niet veel: bij beide inkomensgroepen ligt deze voor de

eigen woning rond de 200 duizend euro, terwijl die voor de hypotheekschuld circa

165 duizend euro bedraagt.

Weinig aandelen en obligaties onder lage inkomens

Begin 2013 had 8 procent van de huishoudens onder de lage-inkomensgrens

aandelen en/of obligaties met een mediane waarde van 10 duizend euro. Van de

huishoudens boven de lage-inkomensgrens beschikte 22 procent over deze

waardepapieren. De doorsnee-waarde hiervan bedroeg 15 duizend euro. In beide

inkomensgroepen komt het bezit van aandelen en obligaties het meest voor bij

zelfstandigen, gevolgd door de werknemers en gepensioneerden.

Ondernemingsvermogen beperkt

Bij zelfstandigen, zowel met een laag als met een hoger inkomen, vormt

het ondernemingsvermogen slechts een bescheiden deel van hun totale

vermogen. Weliswaar beschikten in beide groepen ruim 90 procent over een

ondernemingsvermogen, de hiermee gemoeide doorsnee-bedragen waren met

respectievelijk 1000 euro en 11 duizend euro aan de lage kant.

120 Armoede en sociale uitsluiting

More magazines by this user
Similar magazines