Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

Europees inkomenscriterium

De zogeheten at-risk-of-poverty rate is van oudsher een belangrijke indicator om

inkomensarmoede in Europees verband in kaart te brengen. Bij de vaststelling

van de armoedegrens, die gedefinieerd is als 60 procent van het mediane

gestandaardiseerde besteedbaar inkomen, wordt rekening gehouden met het

algemeen welvaarts peil van het desbetreffende land. Het mediane inkomen is

het middelste inkomen in de verdeling van inkomens van laag naar hoog.

De keuze van het percentage is echter arbitrair. De grens hangt niet per se samen

met minimale behoeften van personen of huishoudens. Bij een algemene

toename van de welvaart, waarbij de inkomens van alle huishoudens met

hetzelfde percentage stijgen, zal het risico op armoede gelijk blijven.

17% van de bevolking van Europese Unie liep in 2014 risico op armoedeBb

Kans op armoede: Nederland springt er gunstig uit...

Gedurende de periode 2005–2014 schommelde het aandeel van de EU-bevolking

met een risico op armoede tussen de 16 en 17 procent. In 2014 was dit voor

het eerst sinds 2005 hoger dan 17 procent. Ook in Nederland nam het risico op

armoede toe. Desondanks had Nederland in 2014 met 11,6 procent nog steeds een

relatief klein aandeel inwoners dat risico liep. Alleen in Tsjechië was dit aandeel

kleiner, net als bij de afbakening waarbij ook het risico op sociale uitsluiting een

rol speelt. Van de oude lidstaten kenden Spanje, Italië en Griekenland de grootste

aandelen inwoners met een risico op armoede. Binnen de gehele unie was het

hoogste percentage met ruim een kwart voorbehouden aan de bevolking van

Roemenië.

142 Armoede en sociale uitsluiting

More magazines by this user
Similar magazines