Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

sterk of zelfs tegengesteld van wat men zou verwachten. Daarom ontwikkelde

Eurostat, het statistische bureau van de Europese Unie, een alternatieve

armoedegrens, waarbij de grens van een bepaald basisjaar wordt vastgezet in de

tijd en (net als de lage-inkomensgrens) alleen gecorrigeerd wordt voor inflatie.

Met 2008 als basisjaar levert deze alternatieve grens sindsdien een ander

armoedebeeld op. Zo komt dan in de EU-15 het aandeel inwoners met een risico

op armoede in 2014 uit op 19,7 procent. Dat is bijna drie procentpunt meer dan

op basis van de reguliere armoedegrens. In de nieuwe lidstaten is het risico op

armoede gemiddeld juist kleiner. Op basis van de in de tijd verankerde grens heeft

Griekenland van alle lidstaten het grootste aandeel inwoners met een risico op

armoede, wat erop wijst dat de financiële situatie van de lagere inkomensgroepen

sinds het uitbreken van de crisis daar danig verslechterde. Ook in Nederland

valt het risico op armoede op basis van de alternatieve grens hoger uit. Dat in

tegenstelling tot bijvoorbeeld Zweden waar het aandeel inwoners met een risico

op armoede volgens de alternatieve grens juist fors lager uitkomt.

Europese armoedemeting gaandeweg aangepast

Op de aloude Europese indicator om armoede in kaart te brengen kwam steeds

meer kritiek. Dat was niet alleen vanwege het relatieve karakter. Er waren ook

nog andere redenen. Zo werd bijvoorbeeld slechts naar de hoogte van het

inkomen van huishoudens gekekenen niet naar hun vermogenen was het

inkomen van onder meer zelfstandigen moeilijk vast te stellen. In Europees

verband wordt sinds enige jaren het risico op inkomensarmoede dan ook

aangevuld met twee niet-monetaire factoren die een aanwijzing zijn voor sociale

uitsluiting. De eerste beschrijft de mate waarin mensen ernstige financiële

beperkingen zeggen te hebben. Vanwege de verhoogde kans op armoedeproblemen

bij werkloosheid beschrijft de tweede het aandeel personen dat deel

uitmaakt van een huishouden met een lage werkintensiteit.

Een op de tien Europeanen ondervindt ernstige

financiële beperkingen

Huishoudens met te weinig inkomen lopen de kans dat ze niet kunnen beschikken

over duurzame goederen: een auto, kleurentelevisie, telefoon of een wasmachine.

Ook een warme maaltijd om de dag, een jaarlijkse vakantieweek of het

verwarmen van de woning zit er financieel niet voor iedereen in. Verder is het

mogelijk dat deze huishoudens vanwege financiële beperkingen niet in staat zijn

144 Armoede en sociale uitsluiting

More magazines by this user
Similar magazines