Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

B.1 Enkele karakteristieken van huishoudens naar inkomenskwintiel,

2014*

Huishoudens

totaal

w.o. niet-westerse

hoofdkostwinner

Omvang

huishouden

Gestandaardiseerd

inkomen

x 1 000 % Personen 1 000 euro

Totaal 7 481 10,1 2,2 23,7

Kwintielgroep 1)

1e (tot 14,8) 1 496 23,6 1,8 9,9

2e (14,8–18,9) 1 496 9,9 2,0 16,9

3e (18,9–23,7) 1 496 7,5 2,3 21,2

4e (23,7–30,9) 1 496 5,7 2,4 27,0

5e (30,9 en hoger) 1 496 4,0 2,5 43,7

Bron: CBS, Inkomensstatistiek.

1)

Kwintielgroep van het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudensinkomen; tussen haakjes zijn de

klassegrenzen opgenomen in bedragen van 1 000 euro.

Alleenstaanden vormen meerderheid in groep met

laagste inkomens

Bijna zes van de tien huishoudens in het eerste inkomenskwintiel bestonden in

2014 uit een alleenstaande. Hierbij gaat het vooral om alleenstaanden onder

65 jaar. Een groot deel hiervan wordt gevormd door zelfstandig wonende,

studerende jongeren tot 30 jaar. Het aandeel alleenstaanden neemt sterk af

naarmate het inkomen hoger is.

Huishoudens met 65-plussers, alleenstaand of een paar, concentreren zich

vooral in het tweede inkomenskwintiel. Ruim vier van de tien huishoudens

in deze inkomensgroep betreft een 65-plushuishouden. De groep overig

meerpersoonshuishouden domineert de hogere inkomenskwintielen. Daarbij

gaat het vooral om paren onder de 65 jaar, al dan niet met thuiswonende

kinderen. Eenoudergezinnen, die eveneens deel uitmaken van de categorie

meerpersoonshuishoudens, maken naar verhouding het vaakst deel uit van het

laagste inkomenskwintiel.

154 Armoede en sociale uitsluiting

More magazines by this user
Similar magazines