Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

1.1.2 Lage-inkomensgrens en het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen

van enkele groepen op het beleidsmatig minimum

Bedrag per maand in euro (prijspeil 2014)

1 100

1 050

1 000

950

900

850

800

0

2000

2001

2002

2003

2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014

Paar met bijstandsuitkering en kinderbijslag en kindgebonden budget (1 kind)

Alleenstaande (23 tot 65 jaar) met bijstandsuitkering

Alleenstaande ouder met bijstandsuitkering en kinderbijslag en kindgebonden budget (1 kind)

Lage-inkomensgrens (1 020 euro)

Alleenstaande met AOW-pensioen

Bron: CBS, Inkomensstatistiek.

Beleidsmatige inkomensgrens: ontleend aan het

bijstandsniveau en AOW

De beleidsmatige grens is gebaseerd op het wettelijk bestaansminimum dat

in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Tot aan de pensioengerechtigde

leeftijd is het beleidsmatig of sociaal minimum gelijk aan de hoogte van de

bijstandsuitkering en vanaf de pensioengerechtigde leeftijd aan het AOW-pensioen.

Voor huishoudens met kinderen zijn de kinderbijslag en het kindgebonden

budget aan het normbedrag toegevoegd. Voor de uitvoering van het gemeentelijk

armoedebeleid wordt sinds een aantal jaren uitgegaan van 110 procent van het

sociaal minimum. Dit betekent dat bijstandsontvangers met geringe aanvullende

inkomsten ook onder deze grens vallen.

Aan het beleidsmatig minimum als armoedecriterium kleven twee bezwaren.

In de eerste plaats verschilt de koopkracht (bepaald aan de hand van de equivalentieschaal

van het CBS) tussen de verschillende groepen van sociale minima.

Zo is een alleenstaande met alleen AOW een stuk beter af dan een alleenstaande

die uitsluitend bijstand ontvangt (vergelijk figuur 1.1.2). Een tweede bezwaar

Perspectieven op armoede en sociale uitsluiting 17

More magazines by this user
Similar magazines