Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

Budgetgrenzen: geënt op het uitgavenpakket

In de budgetgrens van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP, Soede, 2006)

wordt armoede afgemeten via normbedragen gebaseerd op de minimumvoorbeeldbegrotingen

van het Nibud van een bepaald referentiejaar. Het SCP

maakt onderscheid in een basisbehoeftencriterium en een niet-veel-maartoereikendcriterium.

Het basisbehoeftenniveau omvat de minimale uitgaven voor

voedsel, kleding en wonen en enkele andere moeilijk te vermijden kosten (zoals

verzekeringen). Bij de centrale indicator, het niet-veel-maar-toereikendcriterium,

zijn kosten voor sociale participatie toegevoegd. De grensbedragen worden

jaarlijks, op basis van een vijfjaars voortschrijdend gemiddelde, geïndexeerd

met de ontwikkeling van de uitgaven aan voeding, kleding en wonen voor de

totale bevolking. Deze wijze van indexering beoogt veranderingen in de welvaart

niet volledig (zoals bij de Europese armoedegrens) en met enige vertraging tot

uitdrukking te brengen in de ontwikkeling van de budgetgrens. Bij stijgende

welvaart wordt immers doorgaans verhoudingsgewijs steeds minder besteed aan

de posten voeding, kleding en wonen, waardoor de budgetgrenzen minder sterk

zullen stijgen als het inkomen toeneemt (zie bijlage A). Het uitgavenpakket kan

ook op grond van nieuwe inzichten uitgebreid worden. Zo zijn de budgetgrenzen

in 2011 herzien (Soede, 2011).

Onderzoekspopulatie

In 2014 is 94 procent van de totale bevolking van 16,9 miljoen mensen in de

onderzoekspopulatie opgenomen. Buiten beschouwing bleven de mensen in

instellingen, inrichtingen en tehuizen (245 000 personen), evenals studentenhuishoudens

en particuliere huishoudens die niet het hele jaar door inkomen

hadden (653 000 personen). Dat gebeurt niet omdat deze groepen geen risico op

armoede zouden kunnen lopen. Ze vallen buiten het onderzoek omdat de

besteding van hun inkomen grotendeels vastligt (de verzorgingsbijdrage van

tehuisbewoners) of niet volledig wordt waargenomen. Zo ontbreken gegevens

over de financiële ondersteuning van ouders aan hun uitwonende studerende

kinderen. De onderzoekspopulatie bestond in 2014 daardoor uit 15,9 miljoen

personen die samen in 7,1 miljoen huishoudens woonden.

Perspectieven op armoede en sociale uitsluiting 19

More magazines by this user
Similar magazines