Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

problemen op het vlak van sociale uitsluiting en gezondheid en op de stapeling

van deze problematiek.

Voor de concrete invulling van een veelomvattende beschrijving van armoede

en sociale uitsluiting zijn we evenwel gebonden aan de beschikbare

gegevensbronnen binnen CBS – deels registers, deels steekproevenen aan

de mogelijkheden tot onderlinge datakoppeling op microniveau van die

bronnen. Er zijn dus beperkingen op het vlak van de metingen en onderlinge

relateerbaarheid. Gegevens van sociale uitsluiting zijn op dit ogenblik slechts

beschikbaar voor afzonderlijke indicatoren van sociale en maatschappelijke

participatie, materiële achterstelling en kenmerken van woonomgeving en

woonkwaliteit (als deelindicatie van toegang tot grondrechten). Wel is er

informatie voorhanden op het vlak van dader- en slachtofferschap waarbij zeker de

gegevens over daderschap indicatief zijn voor vervagend normbesef en als zodanig

mogelijk samenhangen met sociale uitsluiting. Bij gezondheid en leefstijlen

vormen afzonderlijke metingen van gezondheidsstatus, chronische aandoeningen,

(gezonde) levensverwachting, zorgkosten, medicijnengebruik, roken, drinken

en overgewicht het vertrekpunt van analyse. Verder kunnen van de beschikbare

databronnen over de financiële situatie alleen de inkomensgegevens consistent

aan de afzonderlijke leefsituatiemetingen worden gerelateerd.

Voor de beschrijving van armoede en sociale uitsluiting is voor de afbakening

van (langdurige) inkomensarmoede net als in afgelopen twee decennia de

lage-inkomensgrens van CBS gehanteerd. Deze grens combineert enerzijds

een zekere, maar niet te vaste, relatie tot het sociaal minimum zoals dat in de

Nederlandse politieke constellatie tot stand is gekomen met anderzijds een

vaste koopkrachtwaarde die analyses over een reeks van jaren vergemakkelijkt.

Bij de steekproefonderzoeken kon omwille van statistische betrouwbaarheid de

uitsplitsing naar langdurig laag inkomen niet altijd worden gemaakt. Om ook

inzichtelijk te maken hoe de diverse leefsituatiekenmerken over de gehele

inkomensverdeling zijn verdeeld, zijn alle leefsituatie-kenmerken tevens naar

inkomenskwintielen (zie bijlage B) verbijzonderd. Die aanpak maakt beter

zichtbaar of de achterstellingen in de leefsituatie daadwerkelijk het meest aan de

onderkant van de inkomensladder spelen of dat het idee van opeenstapeling van

problemen in het laagste segment op onderdelen wellicht toch enige nuancering

behoeft.

22 Armoede en sociale uitsluiting

More magazines by this user
Similar magazines