Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

Op de hoogte van het inkomenstekort is naast de koopkracht ook de samenstelling

van de groep huishoudens onder de armoedegrens van invloed. In jaren dat

de groep met een laag inkomen relatief veel huishoudens bevat die een groot

inkomenstekort hebben, is het inkomenstekort in doorsnee wat hoger. Zo laat

het recessiejaar 2009 een piek van 160 euro per maand zien in het mediane

inkomenstekort van huishoudens met een laag inkomen. Dit kwam toen vooral

door de stijging van het aandeel zelfstandigen die met verlies te maken hadden.

Vanwege hun negatieve inkomen nam het inkomenstekort dat jaar toe. In de

jaren daarna groeide het aandeel uitkeringsontvangers in de groep met een laag

inkomen, waardoor het inkomenstekort zich op een lager niveau kon stabiliseren.

2.2.1 Mediaan van inkomenstekort ten opzichte van

lage-inkomensgrens

Bedrag per maand (prijspeil 2014)

In % van lage-inkomensgrens

laag inkomen langdurig laag inkomen laag inkomen langdurig laag inkomen

euro %

2000* 120 90 11,7 8,4

2001 90 80 9,1 8,1

2002 90 80 9,2 8,2

2003 110 90 10,6 8,4

2004 110 90 10,9 8,7

2005 110 110 11,2 11,1

2006 120 100 11,9 9,8

2007 140 90 13,3 8,7

2008 150 100 14,3 9,8

2009 160 100 15,3 9,7

2010 140 90 13,3 9,0

2011 140 100 13,2 10,2

2012 130 110 13,0 10,8

2013 130 120 13,1 12,1

2014* 130 110 12,5 10,9

Bron: CBS, Inkomensstatistiek.

Intensiteit van armoede

Naast de omvang van armoede vormt de intensiteit van armoede een belangrijke

aanvullende dimensie. Het gaat bij de intensiteit om de vraag hoe diep onder de

armoedegrens de betroffen huishoudens zich bevinden. De intensiteit van

armoede wordt hier uitgedrukt in het inkomenstekort ten opzichte van de

lage-inkomensgrens. Hoe hoger het inkomenstekort, hoe hoger de intensiteit van

armoede. De intensiteit is niet als het gemiddelde tekort bepaald, omdat grote

30 Armoede en sociale uitsluiting

More magazines by this user
Similar magazines