Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

2.3.2 Huishoudens met langdurig laag inkomen naar

samenstelling huishouden (selectie)

%

30

25

20

15

10

5

0

2000* 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014*

Alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

Totaal

Bron: CBS, Inkomensstatistiek.

Alleenstaande onder AOW-leeftijd

Eenoudergezin, uitsluitend minderjarige kinderen

Risico op armoede vooral bij jongeren toegenomen

De hoogte van het huishoudensinkomen en daarmee het risico op armoede

varieert per levensfase. Zo stijgt het arbeidsinkomen aanvankelijk op grond van

werkervaring en het aanvaarden van beter betaalde functies. Op latere leeftijd,

tussen 55 en 65 jaar, raken echter steeds meer mensen door arbeidsongeschiktheid

en werkloosheid afhankelijk van een uitkering. In deze leeftijdsgroep is het

aandeel met een laag inkomen dan ook wat hoger. Onder 65-plussers is het

aandeel met een laag inkomen het laagst. Dit komt doordat de meeste ouderen

naast de AOW een aanvullend (pensioen)inkomen hebben. Bovendien is de

koopkracht van ouderen met alleen AOW ten opzichte van 2000 flink gestegen.

Tussen 2010 en 2014 steeg het aandeel huishoudens met een laag inkomen van

7,4 procent tot 10,4 procent. Het sterkst was de stijging bij huishoudens met een

hoofdkostwinner tot zo’n 30 jaar. Ook onder 65-plussers nam het aandeel met

een laag inkomen toe, maar hier was de groei aanzienlijk kleiner dan bij andere

leeftijdsgroepen.

34 Armoede en sociale uitsluiting

More magazines by this user
Similar magazines