Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

ol bij de ontwikkeling van het aandeel met een laag inkomen. De dynamiek van

werk naar uitkering en omgekeerd is bij niet-westerse allochtonen groter dan

bij autochtonen, vooral onder de jongeren. In economisch mindere tijden (2005,

2009 en 2011–2014) neemt het percentage met een laag inkomen dan ook sterker

toe dan gemiddeld, terwijl het in economisch gunstigere tijden (2006–2007) juist

harder afneemt.

2.3.5 Niet-westerse huishoudens met een laag inkomen

naar generatie hoofdkostwinner

%

35

30

25

20

15

10

5

0

2000 2001 2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014*

Huishoudens, totaal Niet-westers, totaal

Niet-westers, 2e generatie Niet-westers, 1e generatie

Bron: CBS, Inkomensstatistiek.

Bijstandsontvangers lopen het meeste risico op armoede

Een laag inkomen komt relatief het meest voor bij huishoudens met een uitkering.

Zo hebben huishoudens die vooral afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering,

doorgaans een laag inkomen, tenzij zij een deel van het jaar bijvoorbeeld nog

loon of een werkloosheidsuitkering ontvangen hebben of naast hun uitkering

konden beschikken over neveninkomsten. Acht op de tien huishoudens die

voornamelijk van een bijstandsuitkering moesten rondkomen, hadden in 2014

een laag inkomen. Bij hen heeft een laag inkomen bovendien betrekkelijk vaak

een langdurig karakter. Ook onder ontvangers van een werkloosheidsuitkering

of arbeidsongeschiktheidsuitkering lag het aandeel huishoudens met een laag

inkomen met respectievelijk 26,2 en 29,5 procent ruim boven het gemiddelde.

Kans op armoede bij huishoudens 37

More magazines by this user
Similar magazines