Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

inkomen laat een vergelijkbare ontwikkeling zien. Na tien opeenvolgende jaren

van daling steeg het aantal van 157 duizend in 2010 naar 230 duizend in 2014.

Deze ontwikkeling valt samen met de toename van het aantal eenoudergezinnen

dat langdurig van een laag inkomen moest rondkomen (zie paragraaf 2.3).

De daling tussen 2000 en 2010 komt vooral doordat het risico op (langdurige)

armoede in de twee groepen waarin vrouwen sterk vertegenwoordigd zijn,

eenoudergezinnen en oudere alleenstaanden, in deze periode sterk is afgenomen.

Het aandeel vrouwen met risico op armoede was in 2014 met 9,6 procent hoger

dan bij mannen (8,8 procent). Vrouwen vormden dan ook een meerderheid

(52,7 procent) in huishoudens met een laag inkomen. Nadat deze meerderheid

aanvankelijk flink slonk, van 56 procent in 2000 tot 52,7 procent in 2009, bleef

dit aandeel tussen 2009 en 2013 vrijwel stabiel. De oververtegenwoordiging van

vrouwen in de bevolking met (langdurig) een laag inkomen manifesteert zich

het sterkst in de leeftijdsgroepen 20–44 jaar en rond 60 jaar. In beide levensfasen

hebben vrouwen een hogere kans op armoede dan mannen als ze zonder partner

leven. Dit man-vrouwverschil ontstaat hoofdzakelijk door alleenstaanden en

eenoudergezinnen: bij huishoudens met een paar verkeren man en vrouw immers

in dezelfde inkomenspositie. Bij hen leidt alleen het leeftijdsonderscheid tot

verschillen in het aandeel per leeftijdscategorie.

3.1.2 Personen in huishoudens met een (langdurig) laag inkomen

naar leeftijd en geslacht, 2014*

%

16

14

12

10

8

6

4

2

0

0 5 10 15 20 25 30 35 40 45 50 55 60 65 70 75 80 85

Langdurig laag inkomen, man (gem. 2,7%) Laag inkomen, man (gem. 8,8%)

Langdurig laag inkomen, vrouw (gem. 3,1%) Laag inkomen, vrouw (gem. 9,6%)

Bron: CBS, Inkomensstatistiek.

Kans op armoede bij personen 45

More magazines by this user
Similar magazines