Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

Voorwoord

In deze eerste uitgave van Armoede en sociale uitsluiting doet CBS verslag van

recente ontwikkelingen op het gebied van armoede en levens omstandigheden

in Nederland. Om een zo actueel mogelijk beeld te kunnen schetsen, heeft

het Centraal Planbureau (CPB) op verzoek van CBS ramingen gemaakt voor de

ontwikkeling van armoede in 2015 en 2016.

Omdat de inzichten van wat armoede precies is subjectief zijn, spreekt CBS niet

van arme huishoudens. Door armoede in een breed maatschappelijk perspectief te

plaatsen, maakt CBS de complexiteit van het verschijnsel zichtbaar. In Nederland is

armoede geen kwestie van fysiek overleven. Iedere burger heeft in beginsel een

dak boven zijn hoofd, hoeft geen honger te lijden, kan zich deugdelijk kleden en

heeft toegang tot medische zorg. Armoede, of beter gezegd inkomensarmoede is

gedefinieerd als het hebben van onvoldoende geld (inkomen) om een bepaald

consumptieniveau te realiseren dat in Nederland als minimaal noodzakelijk wordt

geacht. Hierbij kunnen verschillende inkomensafbakeningen gehanteerd worden.

In deze publicatie is voornamelijk gebruik gemaakt van de lage-inkomensgrens van

CBS. Deze grens vertegenwoordigt door de tijd heen een vast koopkrachtniveau.

Bij een inkomen onder de lage-inkomensgrens spreekt CBS van een huishouden

met een laag inkomen of van een huishouden met kans op armoede.

Gaandeweg de economische crisis steeg het armoederisico, maar in 2014 bleef

dit vrijwel gelijk. De ramingen van het CPB wijzen bovendien op lichte dalingen

voor 2015 en 2016. Anders is het gesteld met het risico op langdurige armoede,

dat wil zeggen het risico dat een huishouden ten minste vier jaar achtereen

van een laag inkomen moet rondkomen. Dit is in 2014 opnieuw flink gestegen.

De toename deed zich vooral voor bij groepen die al een hoge kans op armoede

hadden: eenoudergezinnen, niet-westerse huishoudens en huishoudens met

een laagopgeleide kostwinner. Ook is het aantal minderjarige kinderen dat moet

opgroeien in langdurige armoede naar verhouding fors gegroeid.

Een laag inkomen gaat samen met minder maatschappelijke inzetbaarheid, meer

criminaliteit, hogere gezondheidsrisico’s, een lagere (gezonde) levensverwachting,

hogere zorgkosten en minder kwaliteit van wonen. Voor mensen die langdurig van

een laag inkomen moeten rondkomen, zijn de omstandigheden vaak nog een stuk

ongunstiger. Bij hen is veelal sprake van een stapeling van sociale problemen.

Behalve voor de sociale aspecten is er in deze publicatie ook aandacht voor de

materiële context van armoede, zoals de uitgaven, het vermogen en de financiële

Voorwoord 3

More magazines by this user
Similar magazines