Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

uitkeringssituatie tijdens de kinderjaren blijkt minder perspectieven te bieden

voor de eigen financiële toekomst: van de mensen uit een uitkeringsgezin had

19 procent later een laag inkomen, tegenover 8 procent van degenen uit een

werknemers- of ondernemersgezin.

Eenoudergezinnen en uitkeringsontvangers zijn oververtegenwoordigd in de

groep met een laag inkomen. Uit een studie van Van Gaalen, Van den Brakel en

Eenkhoorn (2015) kwam ook naar voren dat personen die opgroeiden in een

uitkeringsgezin zelf later vaker dan gemiddeld een uitkering ontvingen.

3.3.2 Personen in huishoudens met een (langdurig) laag inkomen in

2013 naar samenstelling huishouden 1) en voornaamste

inkomensbron ouders in 1989

Samenstelling huishouden in 1989

Tweeoudergezin

Eenoudergezin

Voornaamste inkomensbron in 1989

Inkomen uit arbeid

Inkomen uit onderneming

Overdrachtsinkomen

0 5 10 15 20

%

Laag inkomen in 2013

Langdurig laag inkomen in 2013

Bron: CBS, Inkomenspanelonderzoek.

1)

Tot twee- respectievelijk eenoudergezinnen zijn ook twee- respectievelijk eenoudergezinnen met een andere

inwonende volwassene gerekend. Minder dan 1 procent van de huishoudens bestond uittwee gezinnen.

Deze zijn hier buiten beschouwing gelaten.

Ongeacht achtergrondkenmerken meer risico op

armoede

Betrekken we achtergrondkenmerken van de personen zelf – opleidingsniveau,

huishoudenspositie en sociaaleconomische positie – in de analyses dan blijkt dat

ongeacht deze kenmerken het aandeel dat deel uitmaakt van een huishouden met

risico op armoede altijd hoger is wanneer de ouders vroeger een laag inkomen

Kans op armoede bij personen 53

More magazines by this user
Similar magazines