Armoede en sociale uitsluiting 2015

svanweyenberg

2015-armoede-en-sociale-uitsluiting

Meer vertrouwen in medemens onder hogere inkomens

Van de bevolking geeft 58 procent aan dat ‘andere mensen te vertrouwen zijn’,

en 42 procent dat ‘je niet voorzichtig genoeg kunt zijn in de omgang met andere

mensen’. Dit sociale vertrouwen is met 71 procent beduidend groter in het

hoogste inkomenskwintiel dan in de lagere inkomensgroepen. De hoogte van

het inkomen is ook relevant voor het vertrouwen in diverse instituties: het leger,

rechters, politie, Tweede Kamer en de Europese Unie. Maar vrijwel altijd is het

laagste vertrouwen voorbehouden voor het tweede inkomenskwintiel, en niet het

laagste kwintiel; dit komt mede door het verschil in samenstelling van deze beide

kwintielgroepen (zie bijlage B). Daarna neemt in hogere inkomensgroepen het

vertrouwen toe. Voor het vertrouwen in banken en kerken geldt de omgekeerde

relatie: hoe hoger het inkomen, hoe meer wantrouwen. Opleiding is ook zeer

onderscheidend bij het vertrouwen: hoe hoger het opleidingsniveau, hoe meer

vertrouwen. Meestal is de relatie tussen inkomen en het vertrouwen minder sterk

binnen de opleidingsgroepen. Zo vermindert het totale verschil van meer dan

20 procentpunt bij het sociaal vertrouwen tussen de lagere inkomenskwintielen

en het hoogste kwintiel, tot zo’n 15 procentpunt onder de laagst opgeleiden

(basisonderwijs en vmbo-ers) en zelfs tot zo’n 7 procentpunt onder de andere,

hoger opgeleide, groepen.

Minder vrijwilligers en verenigingsactiviteiten bij een

laag inkomen

Personen met een inkomen onder de lage-inkomensgrens hebben iets minder

vaak wekelijks contact met familieleden en buren dan personen die over meer

inkomen beschikken. Daar staat tegenover dat ze wel iets vaker hun vrienden zien

of spreken. De groep met langdurig laag inkomen onderscheidt zich vooral door

minder familiecontact. Ook is, met respectievelijk 5 en 6 procent, het deel dat

verstoken blijft van een wekelijks contact met zowel familie, als met vrienden en

buren iets groter onder de lage en langdurig lage inkomensgroep dan onder de

hogere inkomens.

De sociale context van armoede 61

More magazines by this user
Similar magazines